EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62003CJ0402

Samenvatting van het arrest

Arrest van het Hof (grote kamer) van 10 januari 2006.
Skov Æg tegen Bilka Lavprisvarehus A/S en Bilka Lavprisvarehus A/S tegen Jette Mikkelsen en Michael Due Nielsen.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Vestre Landsret - Denemarken.
Richtlijn 85/374/EEG - Aansprakelijkheid voor producten met gebreken - Aansprakelijkheid van leverancier van product met gebreken.
Zaak C-402/03.

Trefwoorden
Samenvatting

Trefwoorden

1. Harmonisatie van wetgevingen – Aansprakelijkheid voor producten met gebreken – Richtlijn 85/374

(Richtlijn 85/374 van de Raad, art. 1 en 3)

2. Harmonisatie van wetgevingen – Aansprakelijkheid voor producten met gebreken – Richtlijn 85/374

(Richtlijn 85/374 van de Raad, art. 13)

3. Prejudiciële vragen – Uitlegging – Werking in tijd van uitleggingsarresten

(Art. 234 EG)

Samenvatting

1. Richtlijn 85/374 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken dient aldus te worden uitgelegd dat zij zich verzet tegen een nationale regeling volgens welke het de leverancier is op wie, buiten de in artikel 3, lid 3, van de richtlijn limitatief opgesomde gevallen, de door de richtlijn ingevoerde en op de producent gelegde risicoaansprakelijkheid rust.

Aangezien de richtlijn voor de punten die zij regelt, immers een volledige harmonisatie nastreeft, moet de vaststelling van de kring van aansprakelijke personen in de artikelen 1 en 3 ervan als uitputtend worden beschouwd. Wanneer derhalve artikel 3, lid 3, van de richtlijn uitsluitend voorziet in de aansprakelijkheid van de leverancier indien niet kan worden vastgesteld wie de producent is, breidt een nationale regeling die bepaalt dat de leverancier jegens de gelaedeerden rechtstreeks aansprakelijk is voor de gebreken van een product, de kring van aansprakelijke personen uit.

(cf. punten 33‑34, 37, 45 en dictum)

2. Richtlijn 85/374 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken dient aldus te worden uitgelegd dat zij zich niet verzet tegen een nationale regeling volgens welke de aansprakelijkheid van de producent wegens onrechtmatige daad zonder beperkingen op de leverancier moet rusten, aangezien overeenkomstig artikel 13 van de richtlijn het door deze richtlijn ingevoerde stelsel niet de toepassing uitsluit van andere stelsels van contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid voorzover die op een andere grondslag berusten, zoals de aansprakelijkheid wegens verborgen gebreken of onrechtmatige daad.

(cf. punten 47‑48 en dictum)

3. Het Hof kan slechts bij uitzondering, met toepassing van een aan de communautaire rechtsorde inherent algemeen beginsel van rechtszekerheid, aanleiding vinden om voor iedere belanghebbende beperkingen te stellen aan de mogelijkheid om met een beroep op een door het Hof uitgelegde bepaling te goeder trouw tot stand gekomen rechtsbetrekkingen opnieuw in geding te brengen. Om tot een dergelijke beperking te kunnen besluiten, moet zijn voldaan aan twee essentiële criteria, te weten de goede trouw van de belanghebbende kringen en het gevaar van ernstige verstoringen.

Wanneer een nationale regeling, in tegenstelling tot wat wordt voorgeschreven door richtlijn 85/374 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken, voorziet in de overdracht van de risicoaansprakelijkheid van de producent aan de leverancier, dan sluit de omstandigheid dat dezelfde rechtsorde een mechanisme van regresvordering instelt, dat de leverancier die de door een product met gebreken aan de gelaedeerde berokkende schade heeft vergoed, de mogelijkheid biedt om in diens rechten jegens de producent te treden, iedere mogelijke inbreuk op de rechtszekerheid uit. In deze omstandigheden kan de gemeenschapsrechter niet tegemoet komen aan een verzoek om de werking van zijn prejudicieel arrest, dat de genoemde richtlijn uitlegt, te beperken in de tijd.

(cf. punten 51‑53)

Top