Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62004CJ0432

Samenvatting van het arrest

Trefwoorden
Samenvatting

Trefwoorden

1. Commissie – Verplichtingen van leden – Artikel 213, lid 2, EG

(Art. 213, lid 2, EG)

2. Commissie – Verplichtingen van leden – Schending – Sancties

(Art. 213, lid 2, EG)

3. Commissie – Verplichtingen van leden – Schending – Procedure

(Art. 213, lid 2, EG)

4. Commissie – Verplichtingen van leden – Schending – Procedure

(Art. 213, lid 2, EG)

5. Commissie – Verplichtingen van leden – Schending – Procedure

(Art. 213, lid 2, EG)

6. Commissie – Verplichtingen van leden – Schending – Procedure

(Art. 213, lid 2, EG)

7. Commissie – Verplichtingen van leden – Schending – Feiten onderzocht in kader van strafzaak

(Art. 213, lid 2, EG)

Samenvatting

1. Artikel 213, lid 2, derde alinea, EG, dat de leden van de Commissie verbiedt naast hun ambt andere werkzaamheden te verrichten en hun verplicht de uit hun taak voortvloeiende verplichtingen na te komen, noemt bepaalde taken, doch alleen bij wijze van voorbeeld.

Daar in deze bepaling niets staat dat het begrip „uit hun taak voortvloeiende verplichtingen” inperkt, moet dit ruim worden opgevat. Gelet op de grote verantwoordelijkheid die de leden van de Commissie is toevertrouwd, is het belangrijk dat zij voldoen aan de hoogste maatstaven van gedrag. Genoemd begrip moet dan ook aldus worden opgevat dat het, naast het in die alinea uitdrukkelijk genoemde betrachten van eerlijkheid en kiesheid, tevens alle uit hun taak als lid van de Commissie voortvloeiende plichten omvat, waaronder de in de eerste alinea van dit artikel genoemde verplichting om hun ambt volkomen onafhankelijk en in het algemeen belang van de Gemeenschap uit te oefenen.

De leden van de Commissie dienen derhalve te allen tijde het algemeen belang van de Gemeenschap te laten prevaleren, niet alleen boven nationale, maar ook boven persoonlijke belangen.

De leden van de Commissie dienen zich dus onberispelijk te gedragen, hetgeen echter niet wil zeggen dat de geringste afwijking van deze normen kan worden veroordeeld op grond van artikel 213, lid 2, EG. Er moet sprake zijn van een min of meer ernstige niet-nakoming.

(cf. punten 68‑72)

2. Ingevolge artikel 213, lid 2, derde alinea, EG kan het Hof een sanctie opleggen in geval van niet-nakoming van de uit de taak van lid van de Commissie voortvloeiende verplichtingen, namelijk ontslag ambtshalve of verval van het recht van de betrokkene op pensioen of andere, daarvoor in de plaats tredende voordelen. Terwijl ontslag slechts kan worden gegeven in geval van een niet-nakoming die wordt begaan en voortduurt terwijl het lid van de Commissie nog in functie is, kan verval van het recht op pensioen of andere, daarvoor in de plaats tredende voordelen worden uitgesproken indien de niet-nakoming wordt begaan tijdens of na de ambtsperiode van het lid. Daar ten aanzien van de omvang van het verval van het recht op pensioen of andere, daarvoor in de plaats tredende voordelen niets is bepaald, is het Hof vrij om algeheel of gedeeltelijk verval daarvan uit te spreken, al naar gelang van de ernst van de niet-nakoming.

Derhalve staat de omstandigheid dat de ambtsperiode van een lid van de Commissie is verstreken en ambtshalve ontslag van de betrokkene dus niet meer mogelijk is, niet eraan in de weg dat het lid van de Commissie wordt bestraft voor een niet-nakoming die het tijdens zijn ambtsperiode heeft begaan, maar die na het einde daarvan wordt ontdekt of bewezen.

Mitsdien vormt artikel 213, lid 2, EG een correcte rechtsgrondslag voor een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat een lid van de Commissie zijn verplichtingen op grond van deze bepaling niet is nagekomen, en om de gehele of gedeeltelijke vervallenverklaring van zijn recht op pensioen of andere, daarvoor in de plaats tredende voordelen uit te spreken.

(cf. punten 73‑75)

3. Niettegenstaande het feit dat in artikel 213, lid 2, EG geen specifieke termijn is gesteld ter zake van de inleiding van de daarin neergelegde procedure, zijn de termijnen waarover de Commissie in het kader daarvan beschikt, niet onbeperkt. Bij gebreke van bepalingen dienaangaande moet deze instelling ervoor zorgen dat zij de uitoefening van haar bevoegdheden niet eindeloos uitstelt, om te voldoen aan de fundamentele eis van rechtszekerheid en om het de verweerders niet moeilijker te maken haar argumenten te weerleggen, zodat geen inbreuk wordt gemaakt op de rechten van de verdediging.

(cf. punt 90)

4. Ondanks het ontbreken van gedetailleerde regels voor de procedure van artikel 213, lid 2, EG moeten de rechten van de verdediging worden geëerbiedigd, daar dit in iedere procedure die tot een voor de betrokkene bezwarend besluit kan leiden, een grondbeginsel van gemeenschapsrecht is, dat zelfs bij ontbreken van enige regeling betreffende de betrokken procedure in acht moet worden genomen. De eerbiediging van de rechten van de verdediging verlangt dat degene tegen wie de Commissie een administratieve procedure heeft ingeleid, in deze procedure in staat wordt gesteld naar behoren zijn standpunt kenbaar te maken inzake de juistheid en de relevantie van de door de Commissie aangevoerde feiten en omstandigheden, alsook inzake de documenten die zij tot staving van haar stelling inzake schending van het gemeenschapsrecht aanvoert.

Indien de instelling het betrokken lid een mededeling van punten van bezwaar zendt waarin alle verweten feiten en de juridische analyse van die feiten zijn weergegeven, het lid toegang verleent tot zijn dossier, het verzoekt opmerkingen in te dienen binnen een termijn van ten minste twee maanden, en het lid hoort, heeft zij derhalve een procedure gevolgd waarin de rechten van de verdediging zijn geëerbiedigd.

(cf. punten 103‑104, 110)

5. Artikel 2, lid 1, van protocol nr. 7 bij het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, volgens hetwelk iedereen die door een gerecht is veroordeeld wegens een strafbaar feit, het recht heeft zijn schuldigverklaring of veroordeling opnieuw te doen beoordelen door een hoger gerecht, legt een recht vast waarop volgens artikel 2, lid 2, van dit protocol uitzonderingen mogelijk zijn, met name wanneer de betrokkene in eerste aanleg werd berecht door het hoogste gerecht.

Gesteld al dat deze bepaling toepasselijk is in het geval van een procedure op grond van artikel 213, lid 2, EG, is het feit dat geen beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van het Hof derhalve geen leemte die het recht van de leden van de Commissie op effectieve bescherming door de rechter aantast, en kan dit dus niet betekenen dat het voorleggen van de zaak aan het Hof niet rechtsgeldig is.

(cf. punten 112‑113)

6. Voor tuchtprocedures betreffende een ambtenaar of ander personeelslid van de Commissie en voor procedures betreffende een lid van de Commissie gelden niet dezelfde regels. Voor eerstgenoemde procedures gelden de regels van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen, de tweede verlopen volgens een eigen procedure ingevolge artikel 213, lid 2, EG. De wijze van afdoening van de eerstgenoemde procedures kan dus niet zonder meer worden toegepast op de tweede.

(cf. punt 118)

7. Voorzover de in een strafzaak gedane vaststellingen betrekking hebben op feiten die identiek zijn aan die welke in het kader van de procedure van artikel 213, lid 2, EG worden onderzocht, en voorzover die vaststellingen in het aan het Hof voorgelegde dossier zijn opgenomen, kan het Hof daarmee rekening houden bij zijn onderzoek van de aan de betrokkene verweten feiten. Het Hof is echter niet gebonden aan de juridische kwalificatie die in het kader van de strafzaak aan de feiten is gegeven, en moet met gebruikmaking van zijn volledige beoordelingsvrijheid onderzoeken of de in het kader van een procedure op grond van artikel 213, lid 2, EG verweten feiten een niet-nakoming vormen van de uit de taak van een lid van de Commissie voortvloeiende verplichtingen.

(cf. punten 120‑121)

Top