This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62001TJ0165
Samenvatting van het arrest
Samenvatting van het arrest
ARREST VAN HET GERECHT (Vierde kamer)
10 september 2003
Zaak T-165/01
Hans McAuley
tegen
Raad van de Europese Unie
„Beoordelingsrapport — Gids voor de beoordeling — Verandering van beoordelaar tijdens beoordelingsperiode — Wezenlijke onregelmatigheid”
Volledige Franse tekst II-963
Betreft:
Beroep tot nietigverklaring van het besluit van de Raad van 15 september 2000 tot vaststelling van verzoekers definitief beoordelingsrapport voor de periode van 1 juli 1997 tot en met 30 juni 1999.
Beslissing:
Het besluit van de Raad van 15 september 2000 tot vaststelling van verzoekers definitief beoordelingsrapport voor de periode van 1 juli 1997 tot en met 30 juni 1999 wordt nietig verklaard. De Raad wordt verwezen in de kosten.
Samenvatting
Ambtenaren – Beoordeling – Interne richtsnoer van instelling over beoordelingsprocedure – Rechtsgevolgen
(Ambtenarenstatuut, art. 43 en 110)
Ambtenaren – Beoordeling – Beoordelingsrapport – Paraaf van geraadpleegde personen
(Ambtenarenstatuut, art. 43)
Ambtenaren – Beoordeling – Beoordelingsrapport – Doel – Noodzaak om personen die ambtenaren onder hun gezag hadden vooraf te raadplegen
(Ambtenarenstatuut, art. 43)
Een besluit van een gemeenschapsinstelling, dat aan al haar personeelsleden ter kennis is gebracht en dat ertoe strekt de betrokken ambtenaren een gelijke behandeling op het vlak van de beoordeling te verzekeren, is, ook al kan het niet als een algemene uitvoeringsbepaling in de zin van artikel 110 Ambtenarenstatuut worden aangemerkt, in elk geval een interne richtsnoer en moet als zodanig worden geacht een gedragsregel te zijn die de administratie zichzelf oplegt en waarvan zij niet zonder vermelding van redenen kan afwijken, op straffe van schending van het beginsel van gelijkheid van behandeling.
(cf. punt 44)
Referentie: Hof 30 januari 1974, Louwage/Commissie, 148/73, Jurispr. blz. 81; Hof 1 december 1983, Blomefield/Commissie, 190/82, Jurispr. blz. 3981
Het plaatsen, op het beoordelingsrapport, van de paraaf van de personen die vóór de opstelling ervan zijn geraadpleegd, vormt niet louter een formaliteit, doch strekt ertoe om, enerzijds, de betrokkene in staat te stellen kennis te nemen van de identiteit van de personen die aan zijn beoordeling hebben meegewerkt en om daardoor zijn rechten van verdediging tijdens de beoordelingsprocedure uit te oefenen en, anderzijds, de geraadpleegde personen in staat te stellen om de beoordeling in het rapport vergezeld te doen gaan van eventuele opmerkingen.
(cf. punt 50)
Het beoordelingsrapport dient er in de eerste plaats toe, de administratie periodieke informatie te verstrekken over de wijze waarop haar ambtenaren hun dienst vervullen. Die functie kan het in beginsel niet volledig vervullen wanneer de personen onder wier gezag de betrokken ambtenaar tijdens de beoordelingsperiode heeft gewerkt, niet vooraf zijn geraadpleegd en niet de gelegenheid hebben gehad desgewenst opmerkingen te maken.
(cf. punt 51)
Referentie: Gerecht 24 januari 1991, Latham/Commissie, T-63/89, Jurispr. blz. II-19, punt 27