Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61999TO0108

Samenvatting van de beschikking

BESCHIKKING VAN HET GERECHT (Derde kamer)

7 december 1999

Zaak T-108/99

G. Reggimenti

tegen

Europees Parlement

„Ambtenaren — Beroep — Termijnen — Van openbare orde — Onderscheid tussen klacht en verzoek in zin van artikel 90, lid 1, van Statuut — Afwijzing van klacht — Tardief beroep — Niet-ontvankelijkheid”

Volledige Franse tekst   II-1205

Betreft:

Beroep tot nietigverklaring van het besluit van het Europees Parlement van 18 juni 1998 houdende weigering om de gezinstoelagen waarop verzoekster uit hoofde van haar kind recht heeft over de periode van 29 augustus tot en met 31 december 1997, voor rekening en in naam van verzoekster te betalen aan derden aan wie dat kind is toevertrouwd.

Beslissing:

Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard. Elk der partijen zal de eigen kosten dragen.

Samenvatting

  1. Ambtenaren – Beroep – Voorafgaande administratieve klacht – Termijnen – Van openbare orde

    (Ambtenarenstatuut, art. 90 en 91)

  2. Ambtenaren – Beroep – Voorafgaande administratieve klacht – Bestaan van bezwarende handeling – Verplichting om direct klacht in te dienen

    (Ambtenarenstatuut, art. 90, lid 2)

  3. Ambtenaren – Beroep – Voorafgaande administratieve klacht – Begrip – Kwalificatie ter beoordeling van rechter

    (Ambtenarenstatuut, art. 90, lid 2)

  4. Ambtenaren – Beroep – Voorafgaande administratieve klacht – Niet tijdig betwist stilzwijgend besluit tot afwijzing van verzoek – Later uitdrukkelijk besluit – Bevestigende handeling – Verval van recht

    (Ambtenarenstatuut, art. 90 en 91)

  1.  Zelfs de omstandigheid dat de administratie in de precontentieuze fase heeft geantwoord op de argumenten die een ambtenaar over de grond van de zaak heeft aangevoerd in zijn klacht, ontslaat het Gerecht niet van de verplichting, na te gaan of de statutaire termijnen in acht zijn genomen.

    (punt 18)

    Referentie: Gerecht 18 maart 1997, Rasmussen/Commissie, T-35/96, JurAmbt. blz. II-187, punten 29 en 30

  2.  Wanneer het bevoegde gezag jegens een ambtenaar een bezwarend besluit heeft genomen, kan deze ambtenaar de precontentieuze procedure niet meer inleiden in de fase van het verzoek, maar moet hij overeenkomstig artikel 90, lid 2, van het Statuut bij het tot aanstelling bevoegd gezag direct een klacht indienen tegen die voor hem bezwarende handeling.

    (punt 21)

  3.  De exacte kwalificatie van een brief of nota staat uitsluitend ter beoordeling van het Gerecht en hangt niet af van de wil van partijen. Als klacht in de zin van artikel 90, lid 2, van het Statuut wordt beschouwd de brief waarbij een ambtenaar weliswaar niet uitdrukkelijk de intrekking van het betrokken besluit vraagt, doch waaruit duidelijk blijkt, dat hij langs minnelijke weg genoegdoening tracht te verkrijgen, of een brief waarin hij duidelijk zijn intentie aangeeft om het bezwarende besluit aan te vechten.

    (punten 26 en 27)

    Referentie: Gerecht 7 juni 1991, Weyrich/Commissie, T-14/91, Jurispr. blz. II-235, punten 39 en 40, en de aldaar aangehaalde rechtspraak; Gerecht 20 maart 1998, Feral/Comité van de Regio's, T-301/97, JurAmbt. blz. II-471, punt 22; Gerecht 14 juli 1998, Brems/Raad, T-219/97, JurAmbt. blz. II-1085, punt 45

  4.  De uitdrukkelijke afwijzing van een klacht na het verstrijken van de termijn voor het instellen van beroep tegen de stilzwijgende afwijzing, die geen nieuwe elementen bevat ten opzichte van de situatie, feitelijk of rechtens, op het tijdstip van de stilzwijgende afwijzing, is een zuiver bevestigende handeling, die de betrokkene niet kan bezwaren en derhalve de termijnen voor het instellen van een beroep in rechte niet opnieuw kan doen ingaan.

    (punt 35)

    Referentie: Hof 25 juni 1970, Elz/Commissie, 58/69, Jurispr. blz. 507; Hof 7 juli 1971, Müllers/ESC, 79/70, Jurispr. blz. 689; Hof 10 december 1980, Grasselli, 23/80, Jurispr. blz. 3709

Top