Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62009CJ0210

Samenvatting van het arrest

Arrest van het Hof (Derde kamer) van 20 mei 2010.
Scott SA en Kimberly Clark SAS tegen Ville d'Orléans.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Cour administrative d'appel de Nantes - Frankrijk.
Staatssteun - Verordening (EG) nr. 659/1999 - Artikel 14, lid 3 - Terugvordering van steun - Doeltreffendheidsbeginsel - Betalingsbevelen met vormfout - Nietigverklaring.
Zaak C-210/09.

Trefwoorden
Samenvatting

Trefwoorden

Steunmaatregelen van de staten – Terugvordering van onrechtmatige steun – Toepassing van nationaal recht – Voorwaarden en grenzen

(Art.88, lid 2, EG; verordening nr. 659/1999 van de Raad, art. 14, lid 3)

Samenvatting

Artikel 14, lid 3, van verordening nr. 659/1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel [88] van het EG-Verdrag moet aldus worden uitgelegd dat het, ingeval de met de in geding zijnde steun overeenkomende bedragen reeds zijn teruggevorderd, niet in de weg staat aan de nietigverklaring door de nationale rechter wegens vormfout van betalingsbevelen tot terugvordering van de onwettige staatssteun, wanneer het nationale recht de mogelijkheid biedt om die vormfout te herstellen. Deze bepaling staat daarentegen eraan in de weg dat die bedragen, zelfs tijdelijk, opnieuw aan de ontvanger van deze steun worden betaald.

Artikel 14, lid 3, van verordening nr. 659/1999 is immers een uitdrukking van de eisen van het beginsel van doeltreffendheid, dat inhoudt dat een lidstaat die krachtens een beschikking van de Commissie onwettige steun moet terugvorderen, vrij de middelen kan kiezen waarmee hij die verplichting zal nakomen, mits de gekozen maatregelen geen afbreuk doen aan de strekking en de doeltreffendheid van het recht van de Unie.

Het toezicht door de nationale rechter op de formele wettigheid van een betalingsbevel ter terugvordering van onwettige staatssteun en de eventuele nietigverklaring van dat bevel op grond dat niet is voldaan aan de vormvereisten van het nationale recht, moeten worden beschouwd als niet anders dan een uitvloeisel van het beginsel van effectieve rechterlijke bescherming, dat een algemeen beginsel van het recht van de Unie is. Een dergelijke nietigverklaring zou echter in beginsel kunnen leiden tot het recht van de in het gelijk gestelde steunontvanger om op de grondslag van het nationale recht te vorderen dat de met de reeds terugbetaalde steun overeenkomende bedragen hem opnieuw worden uitbetaald. Het nationale recht dient derhalve te beschikken over de nodige middelen om te voorkomen dat de nietigverklaring van een betalingsbevel automatisch leidt tot de onmiddellijke teruggave van het door de schuldenaar ter nakoming van dit bevel voldane bedrag. De bevoegde instantie moet dus in staat zijn, de vormfout in het bevel te regulariseren, zonder verplicht te zijn aan de steunontvanger, al was het slechts tijdelijk, de door hem ter nakoming van dat bevel terugbetaalde bedragen opnieuw te betalen.

(cf. punten 20‑21, 25, 27‑33 en dictum)

Top