Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62008CJ0171

Samenvatting van het arrest

Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 8 juli 2010.
Europese Commissie tegen Portugese Republiek.
Niet-nakoming - Artikelen 56 EG en 43 EG - Vrij verkeer van kapitaal - Preferente aandelen ("golden shares") van Portugese Staat in Portugal Telecom SGPS SA - Beperkingen van verwerving van deelnemingen en van bestuur van geprivatiseerde vennootschap - Overheidsmaatregel.
Zaak C-171/08.

Trefwoorden
Samenvatting

Trefwoorden

1. Beroep wegens niet-nakoming – Bewijs van niet-nakoming – Bewijslast rustend op Commissie

(Art. 226 EG)

2. Beroep wegens niet-nakoming – Voorwerp van geschil – Vaststelling tijdens precontentieuze procedure

(Art. 226 EG)

3. Vrij verkeer van kapitaal – Beperkingen – Nationale regeling die ten gunste van staat bijzondere voorrechten inzake bestuur van geprivatiseerde ondernemingen invoert

(Art 56, lid 1, EG en 58 EG)

Samenvatting

1. Wanneer de Commissie bij haar verzoekschrift niet de volledige tekst heeft gevoegd van een nationale wettelijke regeling die in een beroep wegens niet-nakoming in geding is, maar zowel in het verzoekschrift als in het daarbij gevoegde met redenen omkleed advies verschillende malen de inhoud van de bepalingen van die regeling waarop zij beroep wegens niet-nakoming heeft gebaseerd, heeft weergegeven en verklaard, en het Hof, op haar uitdrukkelijk verzoek, heeft kunnen vaststellen dat de beweringen van de Commissie inzake de inhoud van de bepalingen van die regeling in overeenstemming zijn met de waarheid, kan niet worden geoordeeld dat de Commissie zich louter op vermoedens heeft gebaseerd zonder de bewijsstukken over te leggen die nodig zijn om het Hof in staat te stellen de aan de betrokken lidstaat verweten niet-nakoming te beoordelen. Een dergelijk beroep is derhalve ontvankelijk.

(cf. punten 20, 22‑24)

2. Het voorwerp van een beroep wegens niet-nakoming krachtens artikel 226 EG wordt afgebakend door het met redenen omkleed advies van de Commissie, zodat het beroep op dezelfde overwegingen en middelen dient te berusten als dat advies. Dit vereiste betekent evenwel niet dat de formulering van de grieven in het dispositief van het met redenen omkleed advies en in het petitum van het verzoekschrift steeds volkomen gelijkluidend moet zijn, wanneer het voorwerp van het geschil zoals dat in het met redenen omkleed advies is omschreven, maar niet wordt verruimd of gewijzigd. Dat de Commissie in haar verzoekschrift de grieven die zij in de aanmaningsbrief en het met redenen omkleed advies reeds in meer algemene termen had geformuleerd, nauwkeuriger heeft omschreven door te verwijzen naar andere bijzondere rechten van een lidstaat in een geprivatiseerde vennootschap, heeft het voorwerp van de gestelde niet-nakoming en dus de omvang van het geding niet beïnvloed.

(cf. punten 25, 26, 29)

3. Komt de krachtens artikel 56 EG op hem rustende verplichtingen niet na, een lidstaat die in een houdstermaatschappij die deelnemingen beheert en is ontstaan uit de fusie van verschillende ondernemingen waarvan het kapitaal volledig in het bezit was van de overheid, bijzondere rechten handhaaft die ten gunste van die staat en andere overheidslichamen zijn toegekend in verband met preferente aandelen („golden shares”) van de staat in die vennootschap, welke bijzondere rechten betrekking hebben op tot de verkiezing van een derde van het totale aantal bestuurders, de verkiezing van een bepaald aantal leden van het uitvoerend comité dat is verkozen uit de raad van bestuur, de benoeming van ten minste één van de bestuurders die zijn verkozen om zich in het bijzonder met bepaalde bestuursvraagstukken bezig te houden, en de vaststelling van besluiten inzake:

- de bestemming van de resultaten van het boekjaar,

- statutenwijzigingen en kapitaalverhogingen,

- de beperking of intrekking van het voorkeursrecht,

- de vaststelling van voorwaarden voor kapitaalverhogingen,

- de uitgifte van obligaties of andere effecten en de vaststelling van de waarde hiervan, waarvoor de raad van bestuur toestemming kan geven, alsmede de beperking of intrekking van het voorkeursrecht bij de uitgifte van converteerbare obligaties en de vaststelling door de raad van bestuur van voorwaarden voor de uitgifte van obligaties van dat type,

- de verplaatsing van de zetel naar enige andere plaats op het nationale grondgebied,

- de goedkeuring voor de verwerving van gewone aandelen die samen meer dan 10 % van het maatschappelijk kapitaal uitmaken, door aandeelhouders die een activiteit verrichten die concurreert met de activiteiten van de vennootschappen waarover die vennootschap de zeggenschap heeft,

alsmede op het aannemen van besluiten inzake de goedkeuring van de algemene doelstellingen en fundamentele beleidsbeginselen van die vennootschap, en op het vaststellen van de algemene beleidsbeginselen inzake deelnemingen in vennootschappen of groepen, verwervingen en vervreemdingen, ingeval voorafgaande toestemming van de algemene vergadering is vereist.

Het houden door de staat van deze preferente aandelen, voor zover dit deze staat een invloed verleent op het bestuur van de vennootschap die niet wordt gerechtvaardigd door de omvang van zijn deelneming in die vennootschap, kan immers de marktdeelnemers uit andere lidstaten ontmoedigen om directe investeringen te verrichten in die vennootschap, aangezien zij niet naar evenredigheid van de waarde van hun deelnemingen deel kunnen hebben aan het bestuur van en de zeggenschap over deze vennootschap.

De beschikking over de in geding zijnde bijzondere aandelen kan tevens tot gevolg hebben dat portefeuillebeleggingen in de vennootschap worden ontmoedigd, aangezien een eventuele weigering van de betrokken staat om een belangrijke, door de organen van de betrokken vennootschap als in het belang van de vennootschap voorgestelde, beslissing goed te keuren, nadelig kan werken op de waarde van de aandelen van die vennootschap en derhalve op de aantrekkelijkheid van een investering in dergelijke aandelen.

Wat de door artikel 58 EG toegestane afwijkingen betreft, zij opgemerkt dat de eisen van openbare veiligheid, met name omdat het een afwijking van het grondbeginsel van het vrije verkeer van kapitaal betreft, strikt moeten worden opgevat, zodat de inhoud ervan niet zonder controle van de instellingen van de Europese Unie eenzijdig door de onderscheiden lidstaten kan worden bepaald. Zo kan de openbare veiligheid slechts worden aangevoerd in geval van een werkelijke en genoegzaam ernstige bedreiging, die een fundamenteel belang van de samenleving aantast.

Aangaande, ten slotte, de evenredigheid van de betrokken beperking, zij opgemerkt dat de onzekerheid als gevolg van het feit dat noch in een nationale wet, noch in de statuten van de betrokken vennootschap criteria zijn neergelegd aangaande de omstandigheden waarin die bijzondere rechten kunnen worden uitgeoefend, een ernstige aantasting vormt van het vrije verkeer van kapitaal, aangezien daarmee de nationale autoriteiten bij de uitoefening van deze rechten een mate van discretionaire bevoegdheid wordt verleend die niet kan worden geacht evenredig te zijn aan de nagestreefde doelen.

(cf. punten 6, 7, 60, 61, 72‑78 en dictum)

Top