Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62005CJ0305

Samenvatting van het arrest

Arrest van het Hof (Grote kamer) van 26 juni 2007.
Ordre des barreaux francophones et germanophone en anderen tegen Conseil des ministres.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Cour d'arbitrage, nu Cour constitutionnelle - België.
Richtlijn 91/308/EEG - Voorkoming van gebruik van financieel stelsel voor witwassen van geld - Verplichting van advocaten om bevoegde autoriteiten in kennis te stellen van elk feit dat zou kunnen wijzen op het witwassen van geld - Recht op eerlijk proces - Beroepsgeheim en onafhankelijkheid van advocaten.
Zaak C-305/05.

Trefwoorden
Samenvatting

Trefwoorden

1. Gemeenschapsrecht – Uitlegging – Methoden

2. Harmonisatie van wetgevingen – Voorkoming van gebruik van financieel stelsel voor witwassen van geld – Richtlijn 91/308

(Art. 6, lid 2, EU; richtlijn 91/308 van de Raad, art. 2 bis, punt 5, en 6, leden 1 en 3, tweede alinea)

Samenvatting

1. Wanneer een bepaling van afgeleid gemeenschapsrecht voor meer dan één uitlegging vatbaar is, verdient de uitlegging die de bepaling in overeenstemming brengt met het Verdrag, de voorkeur boven de uitlegging waarbij zij in strijd is met het Verdrag. De lidstaten dienen immers niet alleen hun nationale recht conform het gemeenschapsrecht uit te leggen, maar dienen er ook op toe te zien dat zij zich niet baseren op een uitlegging van een bepaling van afgeleid gemeenschapsrecht die in conflict zou komen met de door de communautaire rechtsorde beschermde grondrechten of andere algemene beginselen van gemeenschapsrecht.

(cf. punt 28)

2. De in artikel 6, lid 1, van richtlijn 91/308 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, zoals gewijzigd bij richtlijn 2001/97, neergelegde verplichtingen om de voor de bestrijding van het witwassen van geld verantwoordelijke autoriteiten te informeren en met hen samen te werken, welke verplichtingen krachtens artikel 2 bis, punt 5, van deze richtlijn van toepassing zijn verklaard op advocaten, maken, gelet op het bepaalde in artikel 6, lid 3, tweede alinea, daarvan, geen inbreuk op het recht op een eerlijk proces zoals dit wordt gewaarborgd door artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en artikel 6, lid 2, EU.

Uit artikel 2 bis, punt 5, van richtlijn 91/308 blijkt dat de informatie‑ en samenwerkingsplicht slechts geldt voor advocaten wanneer zij hun cliënt bijstaan bij het voorbereiden of uitvoeren van bepaalde transacties van voornamelijk financiële aard of op het gebied van onroerend goed, zoals bedoeld sub a van deze bepaling, of wanneer zij in naam en voor rekening van hun cliënt optreden in het kader van financiële of onroerendgoedtransacties. Deze activiteiten vinden naar hun aard in het algemeen plaats in omstandigheden die geen verband houden met een rechtsgeding, en vallen dus buiten de werkingssfeer van het recht op een eerlijk proces.

Bovendien geldt dat, zodra de advocaat die in het kader van een transactie bedoeld in artikel 2 bis, punt 5, van richtlijn 91/308 is opgetreden, om bijstand wordt verzocht in verband met de verdediging of vertegenwoordiging in rechte of de verlening van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding, hij krachtens artikel 6, lid 3, tweede alinea, van deze richtlijn is vrijgesteld van de in lid 1 van dit artikel genoemde verplichtingen, ongeacht of de informatie vóór, gedurende of na het rechtsgeding is ontvangen of verkregen. Deze vrijstelling waarborgt het recht van de cliënt op een eerlijk proces.

Aangezien de vereisten die voortvloeien uit het recht op een eerlijk proces, per definitie impliceren dat er een band is met een rechtsgeding, en gelet op het feit dat artikel 6, lid 3, tweede alinea, van richtlijn 91/308 de advocaten vrijstelt van de in artikel 6, lid 1, van deze richtlijn bedoelde informatie‑ en samenwerkingsplicht wanneer hun activiteiten worden gekenmerkt door een dergelijke band, worden voornoemde vereisten in acht genomen.

(cf. punten 33‑35, 37 en dictum)

Top