EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62001CJ0465

Samenvatting van het arrest

Trefwoorden
Samenvatting

Trefwoorden

1. Vrij verkeer van personen – Werknemers – Gelijke behandeling – Uitoefening van syndicale rechten – Nationale wettelijke regeling die werknemers die onderdaan zijn van andere lidstaat van Unie of van Europese Economische Ruimte, uitsluit van verkiesbaarheid voor arbeidskamers – Ontoelaatbaarheid – Rechtvaardiging op grond van mogelijke deelneming aan uitoefening van openbaar gezag – Geen

(Art. 39 EG; EER-Overeenkomst, art. 28; verordening nr. 1612/68 van de Raad, art. 8)

2. Internationale overeenkomsten – Associatie‑ of samenwerkingsovereenkomsten van Gemeenschap – Vrij verkeer van personen – Werknemers – Gelijke behandeling – Uitoefening van syndicale rechten – Nationale wettelijke regeling die werknemers die onderdaan zijn van derde land dat overeenkomst heeft gesloten met Gemeenschap, uitsluit van verkiesbaarheid voor arbeidskamers en ondernemingscomités – Ontoelaatbaarheid

Samenvatting

1. Komt de verplichtingen niet na die op hem rusten krachtens de artikelen 39 EG en 8 van verordening nr. 1612/68 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2434/92, en artikel 28 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, een lidstaat die de verkiesbaarheid voor organen die de belangen van de werknemers vertegenwoordigen en verdedigen, zoals de arbeidskamers, ontzegt aan werknemers die onderdaan zijn van andere lidstaten van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte.

Een dergelijke regeling is immers strijdig met het fundamentele verbod van discriminatie op grond van nationaliteit, dat aan de genoemde bepalingen ten grondslag ligt.

Het rechtskarakter van de betrokken organen naar nationaal recht noch de omstandigheid dat bepaalde functies ervan deelneming aan de uitoefening van het openbaar gezag zouden kunnen meebrengen, kan deze regeling rechtvaardigen.

(cf. punten 30, 33, 40, 56 en dictum)

2. Komt de verplichtingen niet na die op hem rusten krachtens de bepalingen van de tussen de Gemeenschap en derde landen gesloten overeenkomsten die ten gunste van de werknemers die in een lidstaat legaal zijn tewerkgesteld, voorzien in het beginsel van non-discriminatie wat de arbeidsvoorwaarden betreft, een lidstaat die aan deze werknemers de verkiesbaarheid ontzegt voor de organen die de belangen van die arbeiders vertegenwoordigen en verdedigen, zoals de arbeidskamers en de ondernemingscomités.

Het in de desbetreffende overeenkomsten opgenomen verbod van discriminatie op grond van nationaliteit betekent immers dat alle werknemers, ongeacht of zij nationaal onderdaan dan wel onderdaan van een van de betrokken derde landen zijn, dezelfde arbeidsvoorwaarden genieten en met name op gelijke voet kunnen deelnemen aan de verkiezingen die voor deze organen worden gehouden. Een verschillende behandeling naar gelang van de nationaliteit is in strijd met dit fundamentele beginsel.

(cf. punten 48, 49, 56 en dictum)

Top