EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61976CJ0014

Samenvatting van het arrest

Arrest van het Hof van 6 oktober 1976.
A. De Bloos, SPRL tegen Société en commandite par actions Bouyer.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Cour d'appel de Mons - België.

Zaak 14-76.

Trefwoorden
Samenvatting

Trefwoorden

1 . VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 - BIJZONDERE BEVOEGDHEDEN - GEBIED VAN OVEREENKOMSTEN - VERBINTENIS - BEGRIP

( VERDRAG VAN 27 . 9 . 1968 , ART . 5 , SUB 1 )

2 . VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 - BIJZONDERE BEVOEGDHEDEN - GEBIED VAN OVEREENKOMSTEN - ALLEENVERKOOPRECHT - GESCHIL TUSSEN CONCESSIEHOUDER EN CONCESSIEGEVER - CONTRACTUELE VERBINTENIS - BEGRIP - BIJKOMENDE VERGOEDING - VORDERING TOT BETALING DAARVAN - BEVOEGDHEDEN VAN DE NATIONALE RECHTER

( VERDRAG VAN 27 . 9 . 1968 , ART . 5 , SUB 1 )

3 . VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 - BIJZONDERE BEVOEGDHEDEN - CONCESSIEHOUDER VAN EEN ALLEENVERKOOPRECHT - LEIDING VAN FILIAAL , AGENTSCHAP OF VESTIGING VAN DE CONCESSIEGEVER - CRITERIA TER ONDERSCHEIDING

( VERDRAG VAN 27 . 9 . 1968 , ART . 5 , SUB 5 )

Samenvatting

1 . VOOR DE VASTSTELLING VAN DE PLAATS VAN TENUITVOERLEGGING IN DE ZIN VAN ARTIKEL 5 VAN HET VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 BETREFFENDE DE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID EN DE TENUITVOERLEGGING VAN BESLISSINGEN IN BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN MOET WORDEN GEZIEN NAAR DE VERBINTENIS , WELKE DE KEERZIJDE VORMT VAN HET CONTRACTUELE RECHT WAAROP DE CONCESSIEHOUDER ZICH VOOR ZIJN VORDERING BEROEPT . INGEVAL DE VERZOEKER AANSPRAAK OP SCHADEVERGOEDING MAAKT OF ONTBINDING VAN DE OVEREENKOMST TEN LASTE VAN DE WEDERPARTIJ VERLANGT , IS DE IN ARTIKEL 5 , SUB 1 , BEDOELDE VERBINTENIS STEEDS DIE WELKE VOORTVLOEIT UIT DE OVEREENKOMST EN WAARVAN NIET-NAKOMING WORDT AANGEVOERD TER RECHTVAARDIGING VAN ZODANIGE VORDERING .

2 . IN EEN GESCHIL TUSSEN PARTIJEN BIJ EEN ALLEENVERKOOPOVEREENKOMST , WAARBIJ DE CONCESSIEHOUDER DE CONCESSIEGEVER VERWIJT DIE OVEREENKOMST TE HEBBEN GESCHONDEN , WORDT MET DE TERM ' ' VERBINTENIS ' ' IN ARTIKEL 5 , SUB 1 , VAN HET VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 , BEDOELD DE CONTRACTUELE VERBINTENIS DIE AAN DE VORDERING IN RECHTE TEN GRONDSLAG LIGT , DAT WIL ZEGGEN DE VERBINTENIS VAN DE CONCESSIEGEVER , WELKE DE KEERZIJDE VORMT VAN HET CONTRACTUELE RECHT WAAROP DE CONCESSIEHOUDER ZICH VOOR ZIJN VORDERING BEROEPT .

IN EEN GESCHIL OVER DE GEVOLGEN VAN DE SCHENDING VAN EEN ALLEENVERKOOPOVEREENKOMST DOOR DE CONCESSIEGEVER , ZOALS DE BETALING VAN SCHADEVERGOEDING OF DE ONTBINDING VAN DE OVER EENKOMST , MOET VOOR DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 5 , SUB 1 , VAN HET VERDRAG WORDEN GEZIEN NAAR DE VERBINTENIS DIE UIT DE OVEREENKOMST VOORTVLOEIT TEN LASTE VAN DE CONCESSIEGEVER EN WAARVAN DE NIET-NAKOMING WORDT INGEROEPEN DOOR DE CONCESSIEHOUDER VOOR ZIJN VORDERING TOT SCHADEVERGOEDING OF TOT ONTBINDING VAN DE OVEREENKOMST .

BIJ VORDERINGEN TOT BETALING VAN BIJKOMENDE VERGOEDINGEN DIENT DE NATIONALE RECHTER NA TE GAAN OF VOLGENS HET OP DE OVEREENKOMST TOEPASSELIJKE RECHT SPRAKE IS VAN EEN AUTONOME CONTRACTUELE VERBINTENIS OF VAN EEN VERBINTENIS DIE IN DE PLAATS TREEDT VAN DE NIET-NAGEKOMEN CONTRACTUELE VERBINTENIS .

3 . DE CONCESSIEHOUDER VAN EEN ALLEENVERKOOPRECHT IS NIET TE BESCHOUWEN ALS HOOFD VAN EEN FILIAAL , EEN AGENTSCHAP OF EEN VESTIGING VAN ZIJN CONCESSIEGEVER IN DE ZIN VAN ARTIKEL 5 , SUB 5 , VAN HET VERDRAG VAN 27 SEPTEMBER 1968 , WANNEER HIJ NIET AAN DIENS TOEZICHT OF LEIDING IS ONDERWORPEN .

Top