This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32020R1322
Commission Regulation (EU) 2020/1322 of 23 September 2020 amending Regulation (EC) No 1881/2006 as regards maximum levels of 3‐monochloropropanediol (3-MCPD), 3-MCPD fatty acid esters and glycidyl fatty acid esters in certain foods (Text with EEA relevance)
Verordening (EU) 2020/1322 van de Commissie van 23 september 2020 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1881/2006 wat betreft de maximumgehalten aan 3‐monochloorpropaandiol (3‐MCPD), vetzuuresters van 3‐MCPD en vetzuuresters van glycidyl in bepaalde levensmiddelen (Voor de EER relevante tekst)
Verordening (EU) 2020/1322 van de Commissie van 23 september 2020 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1881/2006 wat betreft de maximumgehalten aan 3‐monochloorpropaandiol (3‐MCPD), vetzuuresters van 3‐MCPD en vetzuuresters van glycidyl in bepaalde levensmiddelen (Voor de EER relevante tekst)
C/2020/6391
PB L 310 van 24.9.2020, pp. 2–4
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
No longer in force, Date of end of validity: 24/05/2023; stilzwijgende opheffing door 32023R0915
|
24.9.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 310/2 |
VERORDENING (EU) 2020/1322 VAN DE COMMISSIE
van 23 september 2020
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1881/2006 wat betreft de maximumgehalten aan 3‐monochloorpropaandiol (3‐MCPD), vetzuuresters van 3‐MCPD en vetzuuresters van glycidyl in bepaalde levensmiddelen
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (1), en met name artikel 2, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie (2) zijn maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen vastgesteld. In de bijlage bij die verordening zijn maximumgehalten vastgesteld voor 3‐monochloorpropaandiol (3‐MCPD) en vetzuuresters van glycidyl. |
|
(2) |
Op 21 november 2017 heeft het Panel voor contaminanten in de voedselketen (“het Contam-panel”) van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid een wetenschappelijk advies (3) over een actualisering van zijn in 2016 gepubliceerde beoordeling van de risico’s voor de volksgezondheid in verband met de aanwezigheid van 3‐monochloorpropaandiol (“3‐MCPD”) en vetzuuresters daarvan in levensmiddelen (4) uitgebracht in het licht van de geconstateerde wetenschappelijke verdeeldheid met betrekking tot de vaststelling van de toelaatbare dagelijkse inname (TDI) in het verslag (5) van het Gezamenlijk Comité van deskundigen voor levensmiddelenadditieven en contaminanten van de FAO/WHO. |
|
(3) |
Het Contam-panel heeft de groeps-TDI geactualiseerd naar 2 μg/kg lichaamsgewicht per dag voor 3‐MCPD en vetzuuresters daarvan. Het panel merkte op dat deze TDI in de volwassen bevolking niet wordt overschreden. Er werd echter een lichte overschrijding van de TDI waargenomen bij grote consumenten in de jongere leeftijdsgroepen en met name in zuigelingen die alleen zuigelingenvoeding krijgen. |
|
(4) |
3‐MCPD en vetzuuresters daarvan zijn procescontaminanten die ontstaan tijdens het raffineren van plantaardige oliën. Daarom is het passend maximumgehalten vast te stellen voor de aanwezigheid van 3‐MCPD en vetzuuresters daarvan in plantaardige oliën en vetten die in de handel worden gebracht voor de eindverbruiker of voor gebruik als ingrediënt in levensmiddelen. Aangezien olijfolie van de eerste persing geen vetzuuresters van glycidyl, 3‐MCPD of vetzuuresters daarvan bevat, is het passend dat noch deze nieuwe maximumgehalten voor 3‐MCPD en vetzuuresters daarvan, noch het huidige maximumgehalte voor vetzuuresters van glycidyl van toepassing zijn op olie van de eerste persing. |
|
(5) |
Gezien het mogelijke gezondheidsrisico voor zuigelingen en peuters is het echter wenselijk een strikter maximumgehalte vast te stellen voor plantaardige oliën en vetten die bestemd zijn voor de vervaardiging van babyvoeding en van bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen voor zuigelingen en peuters. |
|
(6) |
Om alle mogelijke gezondheidsrisico’s voor zuigelingen en peuters uit te sluiten — vooral waar het gaat om de mogelijke blootstelling aan 3‐MCPD en vetzuuresters daarvan van zuigelingen die uitsluitend met volledige zuigelingenvoeding worden gevoed — moeten specifieke strikte maximumgehalten worden vastgesteld voor volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding en voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen en peuters, afhankelijk van of zij in poeder- of vloeibare vorm worden verkocht. |
|
(7) |
Omdat de lichte overschrijding van de TDI werd waargenomen bij grote consumenten in de jongere leeftijdsgroepen en niet alleen bij zuigelingen die alleen zuigelingenvoeding krijgen, is het passend hetzelfde strikte gehalte te hanteren voor peutervoeding, aangezien die voeding ook aan kinderen onder de drie jaar wordt gegeven. Daarnaast is het passend het huidige maximumgehalte voor vetzuuresters van glycidyl voor volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding ook voor peutervoeding te doen gelden. |
|
(8) |
Bovendien is recent uit wetenschappelijke publicaties en ontvangen gegevens over de aanwezigheid van contaminanten gebleken dat ook visolie en oliën van andere mariene organismen hoge gehalten aan vetzuuresters van glycidyl, 3‐MCPD of vetzuuresters daarvan kunnen bevatten. Om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te waarborgen, is het passend voor visolie en oliën van andere mariene organismen een maximumgehalte voor vetzuuresters van glycidyl en voor 3‐MCPD en vetzuuresters daarvan vast te stellen. |
|
(9) |
De exploitanten van levensmiddelenbedrijven moeten voldoende tijd krijgen om hun productieprocessen aan te passen; daarom is het passend de maximumgehalten voor 3‐MCPD en vetzuuresters daarvan en de nieuwe maximumgehalten voor esters van glycidyl in peutervoeding en visolie en oliën van andere mariene organismen pas vanaf 1 januari 2021 van toepassing te laten zijn. Daarnaast is het passend toe te staan dat producten die niet aan de maximumgehalten voor 3‐MCPD en vetzuuresters daarvan voldoen en die vóór die datum in de handel worden gebracht, in de handel blijven tot de datum van minimale houdbaarheid of de uiterste consumptiedatum van die producten. Maar omdat vetzuuresters van glycidyl genotoxische carcinogenen zijn en de aanwezigheid ervan dus een hoger risico voor de volksgezondheid vormt, moet voor producten die niet voldoen aan de nieuwe maximumgehalten voor vetzuuresters van glycidyl en die vóór 1 januari 2021 in de handel worden gebracht, gelden dat zij slechts een beperkte tijd in de handel mogen blijven. |
|
(10) |
Verordening (EG) nr. 1881/2006 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(11) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Visolie en olie van andere mariene organismen als bedoeld in de punten 4.2.1 en 4.2.2 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 en peutervoeding als bedoeld in de punten 4.2.3 en 4.2.4 van die bijlage die vóór 1 januari 2021 rechtmatig in de handel zijn gebracht, mogen tot en met 30 juni 2021 op de markt worden aangeboden.
De in punt 4.3 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 genoemde levensmiddelen die vóór 1 januari 2021 rechtmatig in de handel zijn gebracht, mogen op de markt worden aangeboden tot en met de datum van minimale houdbaarheid of de uiterste consumptiedatum van die levensmiddelen.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 september 2020.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 37 van 13.2.1993, blz. 1.
(2) Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5).
(3) Contam-panel van de EFSA (EFSA-panel voor contaminanten in de voedselketen), 2018. “Scientific opinion on the update of the risk assessment on 3‐monochloropropanediol and its fatty acid esters” (Wetenschappelijk advies over de actualisering van de risicobeoordeling van 3‐monochloorpropaandiol en vetzuuresters daarvan). EFSA Journal 2018;16(1):5083, 48 blz.; https://doi.org/10.2903/j.efsa.2018.5083
(4) Contam-panel van de EFSA (EFSA-panel voor contaminanten in de voedselketen), 2016. “Scientific opinion on the risks for human health related to the presence of 3- and 2‐monochloropropanediol (MCPD), and their fatty acid esters, and glycidyl fatty acid esters in food” (Wetenschappelijk advies over de risico’s voor de volksgezondheid in verband met de aanwezigheid van 3- en 2‐monochloorpropaandiol (MCPD) en vetzuuresters daarvan en vetzuuresters van glycidyl in levensmiddelen). EFSA Journal 2016;14(5):4426, 159 blz.; doi:10.2903/j.efsa.2016.4426.
(5) “Safety evaluation of certain contaminants in food” (Veiligheidsbeoordeling van bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen). WHO Food Additives Series, nr. 74, 2018. Toxicologische monografieën 19 bis van de 83e bijeenkomst;
http://apps.who.int/iris/bitstream/handle/10665/276868/9789241660747-eng.pdf?ua=1
BIJLAGE
In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 wordt afdeling 4: “3‐monochloorpropaandiol (3‐MCPD) en vetzuuresters van glycidyl” vervangen door:
“Afdeling 4: 3‐monochloorpropaandiol (3‐MCPD), vetzuuresters van 3‐MCPD en vetzuuresters van glycidyl
|
Levensmiddelen (1) |
Maximumgehalte (μg/kg) |
|||
|
4.1. |
3-monochloorpropaandiol (3‐MCPD) |
|
||
|
4.1.1. |
Gehydrolyseerd plantaardig eiwit (30) |
20 |
||
|
4.1.2. |
Sojasaus (30) |
20 |
||
|
4.2. |
Vetzuuresters van glycidyl, uitgedrukt als glycidol |
|
||
|
4.2.1. |
Plantaardige oliën en vetten, visolie en oliën van andere mariene organismen die in de handel worden gebracht voor de eindverbruiker of voor gebruik als ingrediënt in levensmiddelen met uitzondering van de in punt 4.2.2 bedoelde levensmiddelen en van olijfolie van de eerste persing ((*)) |
1 000 ((***)) |
||
|
4.2.2. |
Plantaardige oliën en vetten, visolie en oliën van andere mariene organismen die bestemd zijn voor de vervaardiging van babyvoeding en bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen voor zuigelingen en peuters (3) |
500 ((***)) ((******)) |
||
|
4.2.3. |
Volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding en voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen en peuters (3)(29) en peutervoeding (29) ((**)) (poeder) |
50 ((***)) |
||
|
4.2.4. |
Volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding en voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen en peuters (3)(29) en peutervoeding (29) ((**)) (vloeibaar) |
6,0 ((***)) |
||
|
4.3. |
Som van 3‐monochloorpropaandiol (3‐MCPD) en vetzuuresters van 3‐MCPD, uitgedrukt als 3‐MCPD ((****)) |
|
||
|
4.3.1. |
Plantaardige oliën en vetten, visolie en oliën van andere mariene organismen die in de handel worden gebracht voor de eindverbruiker of voor gebruik als ingrediënt in levensmiddelen uit de volgende categorieën, met uitzondering van de in punt 4.3.2 bedoelde levensmiddelen en van olijfolie van de eerste persing ((*)):
|
1 250 |
||
|
2 500 |
|||
|
--- ((*****)) |
|||
|
4.3.2. |
Plantaardige oliën en vetten, visolie en oliën van andere mariene organismen die bestemd zijn voor de vervaardiging van babyvoeding en bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen voor zuigelingen en peuters (3) |
750 ((******)) |
||
|
4.3.3. |
Volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding en voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen en peuters (3)(29) en peutervoeding (29) ((**)) (poeder) |
125 ((*******)) |
||
|
4.3.4. |
Volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding en voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen en peuters (3)(29) en peutervoeding (29) ((**)) (vloeibaar) |
15 ((*******)) |
||
((*)) Zoals gedefinieerd in deel VIII van bijlage VII bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).
((**)) “Peutervoeding” verwijst naar dranken op basis van melk en soortgelijke producten op basis van eiwitten, bestemd voor peuters. Deze producten vallen buiten het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 609/2013 (Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over peutervoeding (COM(2016) 169 final, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52016DC0169&qid=1559628885154&from=NL).
((***)) Voor visolie en oliën van andere mariene organismen en peutervoeding gelden de maximumgehalten vanaf 1 januari 2021.
((****)) De maximumgehalten gelden vanaf 1 januari 2021.
((*****)) De oliën en vetten die als ingrediënt voor het mengsel worden gebruikt, moeten voldoen aan het voor die olie en dat vet vastgestelde maximumgehalte. Daarom mag de som van 3‐monochloorpropaandiol (3‐MCPD) en vetzuuresters van 3‐MCPD, uitgedrukt als 3‐MCPD, in het mengsel het overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 1881/2006 berekende gehalte niet overschrijden. Als de kwantitatieve samenstelling niet bekend is bij de bevoegde autoriteit en de exploitant van het levensmiddelenbedrijf, die het mengsel niet produceert, mag de som van 3‐MCPD en vetzuuresters van 3‐MCPD, uitgedrukt als 3‐MCPD, in het mengsel in geen geval meer bedragen dan 2 500 μg/kg.
((******)) Als het product een mengsel is van verschillende oliën of vetten van dezelfde of van verschillende botanische oorsprong, geldt het maximumgehalte voor het mengsel. De oliën en vetten die als ingrediënt voor het mengsel worden gebruikt, moeten voldoen aan het voor die olie en dat vet in punt 4.3.1 vastgestelde maximumgehalte.
((*******)) Maximumgehalte binnen twee jaar na de datum van toepassing opnieuw te bekijken met het oog op een eventuele verlaging.”.