This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 92003E000292
WRITTEN QUESTION P-0292/03 by Kathalijne Buitenweg (Verts/ALE) to the Commission. Tony Blair's comments on 26 January 2003 on the European Convention on Human Rights (ECHR) in conjunction with Articles 6 and 7 of the EU Treaty.
SCHRIFTELIJKE VRAAG P-0292/03 van Kathalijne Buitenweg (Verts/ALE) aan de Commissie. Uitspraken van Tony Blair over het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) van 26 januari 2003 in verband met de artikelen 6 en 7 van het EU-verdrag.
SCHRIFTELIJKE VRAAG P-0292/03 van Kathalijne Buitenweg (Verts/ALE) aan de Commissie. Uitspraken van Tony Blair over het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) van 26 januari 2003 in verband met de artikelen 6 en 7 van het EU-verdrag.
PB C 268E van 7.11.2003, p. 88–88
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
SCHRIFTELIJKE VRAAG P-0292/03 van Kathalijne Buitenweg (Verts/ALE) aan de Commissie. Uitspraken van Tony Blair over het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) van 26 januari 2003 in verband met de artikelen 6 en 7 van het EU-verdrag.
Publicatieblad Nr. 268 E van 07/11/2003 blz. 0088 - 0088
SCHRIFTELIJKE VRAAG P-0292/03 van Kathalijne Buitenweg (Verts/ALE) aan de Commissie (3 februari 2003) Betreft: Uitspraken van Tony Blair over het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) van 26 januari 2003 in verband met de artikelen 6 en 7 van het EU-verdrag Op 26 januari suggereerde de Britse premier Tony Blair via de media dat hij het niet langer naleven van de verplichtingen die voortvloeien uit het EVRM (met name art. 3 van dat verdrag) of het opzeggen van het EVRM beschouwt als serieuze opties om het aantal asielzoekers in het Verenigd Koninkrijk terug te dringen. Artikel 6.1 van het nieuwe Unie-verdrag, dat binnenkort in werking treedt, zegt dat de Unie is gegrondvest op de beginselen van vrijheid, democratie, eerbiediging van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en van de rechtsstaat. Volgens artikel 6.2 eerbiedigt de EU de grondrechten die zijn neergelegd in het EVRM als algemene beginselen van het Gemeenschapsrecht. Artikel 7.1 geeft aan dat de Europese Commissie de bevoegdheid heeft om aan de Raad een voorstel voor te leggen waarin wordt vastgesteld dat een lidstaat de principes van artikel 6.1 dreigt te schenden. Vormt naar het oordeel van de Commissie het niet langer naleven van de verplichtingen die voortvloeien uit het EVRM of het opzeggen van dat verdrag door een lidstaat een schending van de principes van de artikelen 6.1 en 6.2? Zou het niet langer naleven van de verplichtingen die voortvloeien uit het EVRM (met name art. 3 van dat verdrag) of het opzeggen van dat verdrag door het Verenigd Koninkrijk aanleiding zijn voor de Commissie om de Raad een voorstel als bedoeld in artikel 7.1 te doen? Antwoord van de heer Vitorino namens de Commissie (3 maart 2003) De Commissie heeft kennis genomen van de uitspraken van de Britse premier. De Commissie erkent dat de door het geachte parlementslid gestelde vraag relevant is, gezien de bijzondere rol die door artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, alsmede door de rechtspraak van het Hof van Justitie, in het kader van het stelsel van bescherming van de grondrechten van de Unie aan het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) is toegekend. Alvorens een standpunt over de grond van de zaak in te nemen, wenst de Commissie zich evenwel verder te beraden in het licht van eventuele ontwikkelingen.