Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32001R0438

Verordening (EG) nr. 438/2001 van de Commissie van 2 maart 2001 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad met betrekking tot de beheers- en controlesystemen voor uit de structuurfondsen toegekende bijstand

OJ L 63, 3.3.2001, p. 21–43 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 14 Volume 001 P. 132 - 154
Special edition in Estonian: Chapter 14 Volume 001 P. 132 - 154
Special edition in Latvian: Chapter 14 Volume 001 P. 132 - 154
Special edition in Lithuanian: Chapter 14 Volume 001 P. 132 - 154
Special edition in Hungarian Chapter 14 Volume 001 P. 132 - 154
Special edition in Maltese: Chapter 14 Volume 001 P. 132 - 154
Special edition in Polish: Chapter 14 Volume 001 P. 132 - 154
Special edition in Slovak: Chapter 14 Volume 001 P. 132 - 154
Special edition in Slovene: Chapter 14 Volume 001 P. 132 - 154
Special edition in Bulgarian: Chapter 14 Volume 001 P. 39 - 61
Special edition in Romanian: Chapter 14 Volume 001 P. 39 - 61

No longer in force, Date of end of validity: 15/01/2007; opgeheven door 32006R1828

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/438/oj

32001R0438

Verordening (EG) nr. 438/2001 van de Commissie van 2 maart 2001 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad met betrekking tot de beheers- en controlesystemen voor uit de structuurfondsen toegekende bijstand

Publicatieblad Nr. L 063 van 03/03/2001 blz. 0021 - 0043


Verordening (EG) nr. 438/2001 van de Commissie

van 2 maart 2001

tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad met betrekking tot de beheers- en controlesystemen voor uit de structuurfondsen toegekende bijstand

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen(1) en met name op artikel 53, lid 2,

Na raadpleging van het Comité uit hoofde van artikel 147 van het Verdrag,

Na raadpleging van het Comité voor de landbouwstructuur en de plattelandsontwikkeling,

Na raadpleging van het Comité voor de structuur van de visserij en de aquacultuur,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Overeenkomstig artikel 38 van Verordening (EG) nr. 1260/1999 moeten de lidstaten een aantal maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de communautaire middelen doeltreffend en correct en overeenkomstig de beginselen van goed financieel beheer worden gebruikt.

(2) Daartoe moeten de lidstaten adequate richtsnoeren geven voor de organisatie van de betrokken functies van de beheers- en betalingsautoriteiten zoals vastgesteld bij de artikelen 32 en 34 van Verordening (EG) nr. 1260/1999.

(3) Overeenkomstig artikel 38 van Verordening (EG) nr. 1260/1999 moeten de lidstaten met de Commissie samenwerken om te verzekeren dat zij goed functionerende beheers- en controlesystemen hebben, en moeten zij de Commissie alle medewerking verlenen die nodig is voor het verrichten van controles, onder meer door middel van steekproeven.

(4) Met het oog op de harmonisering van de normen voor de certificering van de uitgaven waarvoor de in artikel 32, leden 3 en 4, van Verordening (EG) nr. 1260/1999 bedoelde betalingen uit de fondsen worden aangevraagd, moet de inhoud van de betrokken certificaten worden vastgesteld en dienen de aard en kwaliteit te worden bepaald van de gegevens waarop deze certificaten moeten zijn gebaseerd.

(5) Om de Commissie in staat te stellen de op grond van artikel 38, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1260/1999 vereiste controles uit te voeren, moeten de lidstaten haar desgevraagd de gegevens verstrekken die de beheersautoriteiten nodig hebben om te kunnen voldoen aan de bij Verordening (EG) nr. 1260/1999 gestelde eisen inzake beheer, toezicht en evaluatie. De inhoud van die gegevens moet worden vastgesteld alsmede, voor het geval dat gegevens overeenkomstig artikel 18, lid 3, onder e), van die verordening in elektronische vorm worden verstrekt, het formaat en de wijze van toezending van de computerbestanden. De Commissie moet ervoor zorgen dat computergegevens en andere gegevens vertrouwelijk blijven en worden beveiligd.

(6) Verordening (EG) nr. 2064/97 van de Commissie van 15 oktober 1997 tot vaststelling van de voorwaarden ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad wat de financiële controle door de lidstaten op door de structuurfondsen medegefinancierde verrichtingen betreft(2), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2406/98(3), dient te worden vervangen. Verordening (EG) nr. 2064/97 moet echter van toepassing blijven op bijstand die op grond van Verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad(4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3193/94(5), voor de programmaperiode 1994-1999 is toegekend.

(7) Deze verordening dient te gelden onverminderd de bepalingen die bij artikel 22 van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag(6) op het gebied van staatssteun ten aanzien van controles ter plaatse zijn vastgesteld.

(8) Deze verordening dient te gelden onverminderd het bepaalde in Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden(7).

(9) Verordening (EG) nr. 1681/94 van de Commissie van 11 juli 1994 betreffende onregelmatigheden in het kader van de financiering van het structuurbeleid en terugvordering van in dat kader onverschuldigd betaalde bedragen, alsmede betreffende de inrichting van een informatiesysteem op dit gebied(8) geldt voor bijstand verleend op grond van Verordening (EG) nr. 1260/1999, krachtens artikel 54, tweede alinea, en artikel 38, lid 1, onder e), van die verordening.

(10) Deze verordening dient te gelden in overeenstemming met het in artikel 8, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1260/1999 bedoelde subsidiariteitsbeginsel en onverminderd de institutionele, wettelijke en financiële systemen van de lidstaat, zoals bedoeld in artikel 34, lid 1, laatste alinea, van genoemde verordening.

(11) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de ontwikkeling en omschakeling van de regio's,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

Toepassingsgebied

Artikel 1

Deze verordening stelt uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1260/1999 vast met betrekking tot de beheers- en controlesystemen voor uit de structuurfondsen toegekende bijstand die door de lidstaten wordt beheerd.

HOOFDSTUK II

Beheers- en controlesystemen

Artikel 2

1. Elke lidstaat draagt ervoor zorg dat de beheers- en betalingsautoriteiten en de bemiddelende instanties adequate richtsnoeren ontvangen over de inrichting van beheers- en controlesystemen die noodzakelijk zijn om een goed financieel beheer van de structuurfondsen te garanderen, volgens algemeen aanvaarde normen en beginselen, en in het bijzonder om voldoende zekerheid te verschaffen met betrekking tot de juistheid, de regelmatigheid en de subsidiabiliteit van de aanvragen voor communautaire bijstand.

2. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder "bemiddelende instantie" verstaan openbare of particuliere lichamen of diensten die onder de verantwoordelijkheid van de betalings- of beheersautoriteiten optreden of die namens hen taken uitvoeren ten aanzien van de eindbegunstigden of de instanties of ondernemingen die verrichtingen uitvoeren.

Artikel 3

De beheers- en controlesystemen van de beheers- en betalingsautoriteiten en bemiddelende instanties voorzien, met inachtneming van de evenredigheid ten opzichte van de omvang van de beheerde bijstand, in:

a) een duidelijke omschrijving, een duidelijke toewijzing en, voorzover noodzakelijk om een gezond financiëel beheer mogelijk te maken, een adequate scheiding van de functies binnen de betrokken organisatie;

b) doelmatige systemen om ervoor te zorgen dat de functies op bevredigende wijze worden verricht;

c) in het geval van bemiddelende instanties, verslaggeving aan de verantwoordelijke autoriteit over de vervulling van hun taken en de aangewende middelen.

Artikel 4

De beheers- en controlesystemen moeten procedures behelzen om na te gaan of de medegefinancierde goederen en diensten zijn geleverd en de opgevoerde uitgaven daadwerkelijk zijn gemaakt en om te verzekeren dat de voorwaarden van de toepasselijke beschikking van de Commissie zoals bedoeld in artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1260/1999 en de geldende nationale en communautaire voorschriften betreffende, in het bijzonder, de subsidiabiliteit van de uitgaven uit de structuurfondsen in het kader van het betrokken bijstandspakket, de plaatsing van overheidsopdrachten, staatssteun (met inbegrip van de voorschriften inzake de cumulering van steun), milieubescherming en gelijke kansen zijn nageleefd.

De procedures verlangen de schriftelijke vastlegging van de ter plaatse uitgevoerde verificaties van individuele verrichtingen. De aantekeningen vermelden het verrichte werk, de resultaten van de verificaties en de bij tegenstrijdigheden genomen maatregelen. Wanneer fysieke of administratieve verificaties niet volledig, maar op basis van een steekproef van verrichtingen zijn uitgevoerd, moeten de aantekeningen de geselecteerde verrichtingen identificeren en de steekproefmethode omschrijven.

Artikel 5

1. De lidstaten delen de Commissie voor elk bijstandspakket binnen drie maanden na de goedkeuring van het bijstandspakket of de inwerkingtreding van deze verordening, zo dit later is, de organisatie van de beheers- en betalingsautoriteiten en van de bemiddelende instanties mee alsmede de bestaande beheers- en controlesystemen van deze autoriteiten en instanties en de op grond van de in artikel 2, lid 1, bedoelde richtsnoeren geplande verbeteringen daarvan.

2. De mededeling bevat voor elke beheers- of betalingsautoriteit en elke bemiddelende instantie de volgende informatie:

a) de functies die haar zijn opgedragen,

b) de verdeling van functies tussen en binnen haar afdelingen en ook tussen de beheers- en betalingsautoriteit, ingeval deze tot dezelfde instantie behoren,

c) de procedures volgens welke aanvragen om vergoeding van uitgaven worden ontvangen, geverifieerd en gevalideerd en volgens welke betalingen aan begunstigden worden goedgekeurd, uitgevoerd en geboekt, en

d) de bepalingen inzake de accountantscontrole van de beheers- en controlesystemen.

3. Wanneer een gemeenschappelijk systeem voor meer dan één bijstandspakket geldt, mag een beschrijving van het gemeenschappelijke systeem worden meegedeeld.

Artikel 6

De Commissie vergewist zich er in samenwerking met de lidstaat van dat de overeenkomstig artikel 5 meegedeelde beheers- en controlesystemen aan de bij Verordening (EG) nr. 1260/1999 en de onderhavige verordening voorgeschreven normen voldoen. Zij doet mededeling van eventuele belemmeringen die deze systemen behelzen voor de doorzichtigheid van de controles van de werking der fondsen en voor de vervulling door de Commissie van haar verantwoordelijkheden ingevolge artikel 274 van het Verdrag. De werking van de systemen wordt regelmatig herzien.

Artikel 7

1. De beheers- en controlesystemen van de lidstaten zorgen voor een toereikend controlespoor.

2. Onder een toereikend controlespoor wordt een controlespoor verstaan dat het mogelijk maakt

a) de aan de Commissie meegedeelde gecertificeerde samenvattende bedragen in overeenstemming te brengen met de afzonderlijke aantekeningen van uitgaven en met de tot staving dienende bescheiden die op de verschillende administratieve niveaus worden bewaard alsmede door de eindbegunstigden en, wanneer deze laatsten niet de eindontvanger van de bijdrage zijn, door de instanties of ondernemingen die de verrichtingen uitvoeren, en

b) de toewijzing en de overmakingen van de beschikbare communautaire en nationale middelen te verifiëren.

Een indicatieve beschrijving van de informatievereisten voor een toereikend controlespoor is opgenomen in bijlage I.

3. De beheersautoriteit vergewist zich ervan dat

a) er procedures zijn om ervoor te zorgen dat de documenten die relevant zijn voor de in het kader van het bijstandspakket gedane afzonderlijke uitgaven en betalingen en die nodig zijn voor een toereikend controlespoor, in overeenstemming met de vereisten van artikel 38, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1260/1999 en bijlage I bij deze verordening worden bewaard,

b) wordt aangetekend welke instantie deze documenten bewaart en waar deze zich bevindt, en

c) deze documenten beschikbaar worden gesteld voor inspectie door de personen en instanties die normaal tot inspectie van dergelijke documenten gerechtigd zijn.

Deze personen en instanties zijn:

i) het personeel van de beheers- en betalingsautoriteiten en de bemiddelende instanties, dat de betalingsaanvragen verwerkt,

ii) de diensten die de beheers- en controlesystemen aan accountantscontroles onderwerpen,

iii) de persoon of de afdeling van de betalingsautoriteit die verantwoordelijk is voor het certificeren van de aanvragen voor tussentijdse en eindsaldobetalingen zoals bedoeld in artikel 32, leden 3 en 4, van Verordening (EG) nr. 1260/1999, en de persoon of dienst die de in artikel 38, lid 1, onder f), van die verordening bedoelde verklaring afgeeft, en

iv) de gemachtigde functionarissen van nationale controle-instellingen en van de Europese Gemeenschap.

Deze personen of instanties kunnen verlangen dat uittreksels uit of afschriften van de in dit lid bedoelde documenten of boekingen aan hen worden verstrekt.

Artikel 8

De beheers- of betalingsautoriteit houdt een rekening bij van terug te vorderen bedragen van reeds betaalde communautaire bijstand en zorgt ervoor dat die bedragen zonder ongerechtvaardigd uitstel worden teruggevorderd. Na de inning geeft de betalingsautoriteit het teruggevorderde bedrag aan onregelmatige betalingen samen met de ontvangen rente wegens te late betaling terug, door de betrokken sommen in mindering te brengen op haar volgende uitgavenstaat en betalingsaanvraag bij de Commissie of, wanneer het bedrag daarvan niet voldoende is, door terugbetaling aan de Gemeenschap. Eenmaal per jaar geeft de betalingsautoriteit de Commissie in de bijlage bij de vierde kwartaallijst inzake terugvorderingen, die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1681/94 wordt ingediend, een overzicht van de op die datum nog niet geïnde teruggevorderde bedragen, ingedeeld naar het jaar waarin met de terugvorderingsprocedure is begonnen.

HOOFDSTUK III

Certificering van de uitgaven

Artikel 9

1. De certificaten betreffende de tussentijdse en definitieve uitgavenstaten, zoals bedoeld in artikel 32, leden 3 en 4, van Verordening (EG) nr. 1260/1999, worden in de in bijlage II voorgeschreven vorm opgesteld door een persoon of een afdeling binnen de betalingsautoriteit, die functioneel onafhankelijk is van de diensten die de betalingen goedkeuren.

2. Alvorens een bepaalde uitgavenstaat te certificeren, vergewist de betalingsautoriteit zich ervan dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de beheersautoriteit en de bemiddelende instanties hebben voldaan aan de vereisten van Verordening (EG) nr. 1260/1999, met name aan die van artikel 38, lid 1, onder c) en e), en artikel 32, leden 3 en 4, van die verordening, en hebben de voorwaarden van de beschikking van de Commissie ingevolge artikel 28 van die verordening nageleefd, en

b) de uitgavenstaat omvat enkel uitgaven die

i) tijdens de in de beschikking vastgelegde, in aanmerking komende periode daadwerkelijk zijn gedaan, in de vorm van uitgaven door eindbegunstigden zoals bedoeld in de punten 1.2, 1.3 en 2 van regel nr. 1 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1685/2000 van de Commissie(9), en die door voldane facturen of boekingsbescheiden met gelijkwaardige bewijskracht kunnen worden gestaafd;

ii) zijn gedaan bij verrichtingen die voor financiering in het kader van het betrokken specifieke bijstandspakket zijn geselecteerd in overeenstemming met de selectiecriteria en procedures van dat bijstandspakket en die gedurende de gehele periode waarin de uitgaven zijn gedaan aan de communautaire voorschriften zijn onderworpen;

iii) betrekking hebben op maatregelen waarvoor - indien toepasselijk - alle staatssteun formeel door de Commissie is goedgekeurd.

3. Opdat de toereikendheid van de controlesystemen en het controlespoor te allen tijde in aanmerking kunnen worden genomen alvorens een uitgavenstaat aan de Commissie wordt voorgelegd, zorgt de beheersautoriteit ervoor dat de betalingsautoriteit op de hoogte blijft van de door haar en door de bemiddelende instanties gehanteerde systemen teneinde

a) de levering der medegefinancierde goederen en diensten en de waarachtigheid van de op de aanvraag betrekking hebbende uitgaven te verifiëren;

b) te verzekeren dat de geldende voorschriften worden nageleefd;

c) het controlespoor in stand te houden.

4. In de gevallen waarin de beheersautoriteit en de betalingsautoriteit dezelfde instantie zijn of tot dezelfde instantie behoren, draagt deze instantie ervoor zorg dat procedures worden toegepast die gelijkwaardige controlestandaarden bieden aan die welke in de leden 2 en 3 zijn voorgeschreven.

HOOFDSTUK IV

Steekproefcontroles van verrichtingen

Artikel 10

1. Controles van de verrichtingen worden door de lidstaten uitgevoerd op grond van een passende steekproef, die met name erop gericht is:

a) de effectiviteit van de bestaande beheers- en controlesystemen te verifiëren;

b) selectief, op basis van een risicoanalyse, de op de verschillende betrokken niveaus gedane aangiften van uitgaven te verifiëren.

2. De vóór de afsluiting van elk bijstandspakket verrichte controles betreffen ten minste 5 % van de totale voor subsidie in aanmerking komende uitgaven en zijn gebaseerd op een representatieve steekproef van goedgekeurde verrichtingen, waarbij met de in lid 3 gestelde eisen rekening wordt gehouden. De lidstaten streven ernaar de uitvoering van de controles gelijkmatig over de betrokken periode te spreiden. Zij waarborgen een passende scheiding tussen taken met betrekking tot dergelijke controles en taken met betrekking tot de uitvoerings- of betalingsprocedures betreffende de verrichtingen.

3. Bij de keuze van de steekproef van de te controleren verrichtingen wordt rekening gehouden met:

a) de noodzaak een passende variatie in aard en omvang van de verrichtingen te controleren;

b) de risicofactoren die bij nationale of communautaire controles zijn vastgesteld;

c) de concentratie van verrichtingen bij bepaalde bemiddelende instanties of bepaalde eindbegunstigden, zodat vóór de afsluiting van elk bijstandspakket de belangrijkste bemiddelende instanties en eindbegunstigden aan ten minste één controle worden onderworpen.

Artikel 11

De lidstaten streven ernaar door middel van de controles het volgende te verifiëren:

a) de praktische toepassing en de effectiviteit van de beheers- en controlesystemen;

b) voor een adequaat aantal boekingen, of deze overeenstemmen met bewijsstukken die in het bezit zijn van bemiddelende instanties, eindbegunstigden en de instanties of ondernemingen die de verrichtingen uitvoeren;

c) de aanwezigheid van een toereikend controlespoor;

d) voor een adequaat aantal uitgavenposten, of de aard en het tijdstip van de betrokken uitgaven aan de communautaire bepalingen voldoen en overeenstemmen met de goedgekeurde specifieke kenmerken van de verrichting en met de feitelijk uitgevoerde werkzaamheden;

e) of het gebruik of beoogde gebruik van de verrichting strookt met het in de aanvraag om communautaire medefinanciering beschreven gebruik;

f) of de financiële bijdragen van de Gemeenschap binnen de grenzen blijven die in artikel 29 van Verordening (EG) nr. 1260/1999 en andere toepasselijke communautaire bepalingen zijn gesteld, en of zij zonder kortingen of ongerechtvaardigde vertragingen aan de eindbegunstigden worden betaald;

g) of de passende nationale medefinanciering daadwerkelijk beschikbaar is gesteld, en

h) of de medegefinancierde verrichtingen zijn uitgevoerd in overeenstemming met de communautaire voorschriften en beleidsmaatregelen, zoals vereist in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1260/1999.

Artikel 12

Uit de controles moet blijken of eventuele ondervonden problemen een systematisch karakter hebben en een risico opleveren voor andere verrichtingen die door dezelfde eindbegunstigde worden uitgevoerd of door dezelfde bemiddelende instantie worden beheerd. De controles moeten tevens duidelijkheid verschaffen over de oorzaken van dergelijke situaties, over eventueel vereist nader onderzoek en over het noodzakelijke corrigerende en preventieve optreden.

Artikel 13

De lidstaten doen de Commissie uiterlijk op 30 juni van elk jaar en de eerste maal uiterlijk op 30 juni 2001 mededeling over hun toepassing van de artikelen 10 tot en met 12 in het voorgaande kalenderjaar. Daarnaast verschaffen zij alle noodzakelijke aanvullingen op of bijwerkingen van de overeenkomstig artikel 5 meegedeelde beschrijving van hun beheers- en controlesystemen.

Artikel 14

Het bepaalde in dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op de in artikel 8 bedoelde terug te vorderen bedragen.

HOOFDSTUK V

Verklaring bij de afsluiting van het bijstandspakket

Artikel 15

De persoon of dienst die is aangewezen voor het afgeven van de in artikel 38, lid 1, onder f), van Verordening (EG) nr. 1260/1999 bedoelde verklaring bij de afsluiting van het bijstandspakket, moet een functie bekleden die onafhankelijk is van:

a) de aangewezen beheersautoriteit;

b) de persoon of afdeling binnen de betalingsautoriteit die verantwoordelijk is voor het opstellen van de in artikel 9, lid 1, bedoelde certificaten;

c) bemiddelende instanties.

Deze persoon of dienst verricht zijn onderzoek overeenkomstig internationaal erkende normen voor accountantsonderzoek. Hem wordt door de beheers- en betalingsautoriteiten en de bemiddelende instanties alle benodigde informatie verstrekt en toegang verschaft tot de bescheiden en stavende bewijsstukken die voor het opstellen van de verklaring nodig zijn.

Artikel 16

Verklaringen zijn gebaseerd op een onderzoek van de beheers- en controlesystemen, van de bevindingen van reeds uitgevoerde controles, en - indien nodig - van een verdere steekproefcontrole van verrichtingen. De persoon of dienst die de verklaring afgeeft, doet al het nodige onderzoek om redelijke zekerheid erover te verkrijgen dat de gecertificeerde uitgavenstaat correct is en dat de onderliggende transacties wettig en regelmatig zijn.

Verklaringen worden op basis van het indicatieve model in bijlage III opgesteld en gaan van een verslag vergezeld dat alle relevante informatie ter staving van de verklaring bevat, met inbegrip van een samenvatting van de bevindingen bij alle door nationale en communautaire instanties uitgevoerde controles waartoe de opsteller van de verklaring toegang had.

Artikel 17

Wanneer het wegens het bestaan van belangrijke tekortkomingen op beheers- of controlegebied of de hoge frequentie van de ontdekte onregelmatigheden niet mogelijk is een positieve algemene verzekering te geven wat de deugdelijkheid van de aanvraag om betaling van het eindsaldo en het certificaat over de einduitgavenstaat betreft, wordt in de verklaring melding van deze omstandigheden gemaakt en wordt er een schatting in opgenomen van de omvang van het probleem en de financiële gevolgen ervan.

In een dergelijk geval kan de Commissie om de uitvoering van een verdere controle verzoeken, teneinde de onregelmatigheden binnen een bepaalde termijn op te sporen en te corrigeren.

HOOFDSTUK VI

Vorm en inhoud van de te bewaren en desgevraagd aan de Commissie mee te delen boekhoudkundige informatie

Artikel 18

1. De boekhoudkundige informatie over verrichtingen, bedoeld in bijlage I, dient voorzover mogelijk in geautomatiseerde vorm te worden bewaard. Deze informatie moet op specifiek verzoek aan de Commissie worden voorgelegd voor de uitvoering van controles aan de hand van documenten en controles ter plaatse, onverminderd de verplichtingen om bijwerkingen van de financieringsplannen zoals bedoeld in artikel 18, lid 3, onder c), van Verordening (EG) nr. 1260/1999 en de in artikel 32 van die verordening bedoelde financiële informatie mee te delen.

2. De Commissie komt met elke lidstaat de inhoud overeen van de computergegevens die overeenkomstig lid 1 ter beschikking moeten worden gesteld, alsmede de wijze waarop deze worden meegedeeld, en de duur van de periode die eventueel nodig is voor de ontwikkeling van de benodigde computersystemen, hierbij rekening houdende met de in artikel 18, lid 3, onder e), van Verordening (EG) nr. 1260/1999 bedoelde overeenkomst. De omvang van de informatie die kan worden gevraagd, en de gewenste technische specificaties voor de doorzending van computerbestanden naar de Commissie zijn in de bijlagen IV en V vermeld.

3. Op schriftelijk verzoek van de Commissie verstrekken de lidstaten haar de in lid 1 bedoelde gegevens binnen tien werkdagen na de ontvangst van het verzoek. De Commissie en de lidstaat kunnen een andere termijn overeenkomen, in het bijzonder wanneer de gegevens niet in geautomatiseerde vorm beschikbaar zijn.

4. De Commissie draagt ervoor zorg dat de door de lidstaten verstrekte of door haarzelf bij inspecties ter plaatse verzamelde informatie, in overeenstemming met artikel 287 van het Verdrag en de regels van de Commissie inzake het gebruik van en de toegang tot informatie, vertrouwelijk blijft en wordt beveiligd.

5. Met inachtneming van de toepasselijke nationale wetgeving hebben personeelsleden van de Commissie toegang tot alle documenten die zijn opgesteld met het oog op, of naar aanleiding van, krachtens deze verordening verrichte controles, alsmede tot de bewaarde gegevens, met inbegrip van die welke in computersystemen zijn opgeslagen.

HOOFDSTUK VII

Algemene en slotbepalingen

Artikel 19

Ingeval bijstandspaketten aan eindbegunstigden in meer dan een lidstaat worden toegekend, komen de betrokken lidstaten onderling de vereiste gemeenschappelijke maatregelen overeen om met inachtneming van de nationale wetgevingen een gezond financieel beheer te verzekeren. Zij delen de Commissie de overeengekomen maatregelen mee. De Commissie en de betrokken lidstaten verstrekken elkaar de nodige administratieve bijstand.

Artikel 20

Deze verordening geldt onverminderd de krachtens Verordening (EG) nr. 1260/1999 op de lidstaten rustende verplichting om de Commissie voldoende inlichtingen te verschaffen ter beoordeling van plannen, met inbegrip van de informatie over de genomen maatregelen ter uitvoering van artikel 34, lid 1, van die verordening, en onverminderd het aan de Commissie toekomende recht om bijkomende inlichtingen te verlangen, alvorens een beschikking op grond van artikel 28 van de verordening te geven.

Artikel 21

Niets in deze verordening belet de lidstaten voorschriften toe te passen die strenger zijn dan de bepalingen van deze verordening.

Artikel 22

Verordening (EG) nr. 2064/97 wordt ingetrokken.

Zij blijft echter van toepassing voor bijstand die krachtens Verordening (EEG) nr. 2052/88 voor de programmaperiode 1994-1999 is toegekend.

Artikel 23

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 maart 2001.

Voor de Commissie

Michel Barnier

Lid van de Commissie

(1) PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1.

(2) PB L 290 van 23.10.1997, blz. 1.

(3) PB L 298 van 7.11.1998, blz. 15.

(4) PB L 185 van 15.7.1988, blz. 9.

(5) PB L 337 van 24.12.1994, blz. 11.

(6) PB L 83 van 27.3.1999, blz. 1.

(7) PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.

(8) PB L 178 van 12.7.1994, blz. 43.

(9) PB L 193 van 29.7.2000, blz. 39.

BIJLAGE I

INDICATIEVE BESCHRIJVING VAN DE INFORMATIEVEREISTEN VOOR EEN TOEREIKEND CONTROLESPOOR (artikel 7)

Van een toereikend controlespoor zoals bedoeld in artikel 7, lid 2, is sprake indien voor het betrokken bijstandspakket aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

1. Een op het passende beheersniveau bijgehouden boekhouding bevat gedetailleerde informatie over de uitgaven die bij elke medegefinancierde verrichting daadwerkelijk zijn gedaan door de eindbegunstigden en, wanneer deze laatste niet de eindontvangers van de bijdrage zijn, door de instanties en ondernemingen die die verrichtingen uitvoeren. De boekhoudgegevens verstrekken de datum waarop zij zijn gecreëerd, het bedrag van elke uitgavenpost, die aard van de tot staving dienende documenten en de datum en wijze van betaling. Het nodige schriftelijke bewijsmateriaal (bv. facturen) wordt bijgevoegd.

2. Voor uitgavenposten die slechts gedeeltelijk op de medegefinancierde verrichting betrekking hebben, wordt de juistheid aangetoond van de verdeling van de uitgaven over de medegefinancierde verrichting en andere verrichtingen. Hetzelfde geldt voor soorten uitgaven die slechts binnen bepaalde grenzen of in verhouding tot andere kosten als subsidiabel worden beschouwd.

3. De technische specificaties en het financieringsplan voor de verrichting, voortgangsverslagen, de documenten betreffende de goedkeuring van de subsidie, inschrijvings- en aanbestedingsprocedures en verslagen van inspecties van de in de verrichting medegefinancierde goederen en diensten worden eveneens op het passende beheersniveau bewaard.

4. Bij aangiften van daadwerkelijk bij medegefinancierde verrichtingen gedane uitgaven die worden ingediend bij een bemiddelende instantie die zich tussen de eindbegunstigde of de instantie of onderneming die de verrichting uitvoert en de betalingsautoriteit bevindt, wordt de in punt 1 bedoelde informatie ten behoeve van de berekening van het totale gecertificeerde bedrag voor elke verrichting geaggregeerd in een gedetailleerde uitgavenstaat die alle afzonderlijke uitgavenposten omvat. De gedetailleerde uitgavenstaten vormen tot staving dienende documenten voor de boekhouding van de bemiddelende instantie.

5. De bemiddelende instanties houden boekhoudbescheiden bij voor elke verrichting en voor de door de eindbegunstigden gecertificeerde totale uitgavenbedragen. De bemiddelende instanties die rechtstreeks rapporteren aan de aangewezen betalingsautoriteit zoals bedoeld in artikel 9, onder o), van Verordening (EG) nr. 1260/1999, dienen bij hen een lijst van de voor elk bijstandspakket goedgekeurde verrichtingen in. Deze bevat gedetailleerde identificatiegegevens van elke verrichting en vermeldt de eindbegunstigde, de datum van goedkeuring van de subsidie, de vastgelegde en de betaalde bedragen, de periode waarin de uitgaven zijn gedaan, en de totale uitgaven per maatregel en subprogramma of prioriteit. Deze informatie vormt de tot staving dienende documentatie voor de boekhouding van de betalingsautoriteit en vormt de grondslag voor de opstelling van de bij de Commissie in te dienen uitgavendeclaraties.

6. In het geval van eindbegunstigden die rechtstreeks aan de betalingsautoriteit rapporteren, vormen de gedetailleerde uitgavenstaten zoals bedoeld in punt 4, de tot staving dienende documentatie voor de boekhouding van de betalingsautoriteit die verantwoordelijk is voor het opmaken van de lijst van de medegefinancierde verrichtingen zoals bedoeld in punt 5.

7. Is er tussen de eindbegunstigde of de instantie of onderneming die de verrichting uitvoert, en de betalingsautoriteit meer dan één bemiddelende instantie, dan verlangt elke bemiddelende instantie voor het terrein waarvoor zij verantwoordelijk is, gedetailleerde uitgavenstaten van de instantie onder haar als tot staving dienende documentatie voor haar eigen boekhouding. Op basis van deze staten verstrekt zij op zijn minst een samenvatting van de uitgaven voor elke afzonderlijke verrichting aan de instantie boven haar.

8. Worden de boekhoudgegevens met behulp van computers doorgegeven, dan laten alle betrokken autoriteiten en instanties zich door het lagere niveau voldoende informatie tot staving van hun eigen boekhouding en van de aan het hogere niveau te rapporteren bedragen verstrekken, zodat een toereikend controlespoor kan worden verzekerd, waarbij het spoor kan worden gevolgd van de samenvattende totale bedragen die als gecertificeerde bedragen aan de Commissie worden meegedeeld, tot de afzonderlijke uitgavenposten en de tot staving dienende documenten op het niveau van de eindbegunstigden en de instanties en ondernemingen die de verrichtingen uitvoeren.

BIJLAGE II

>PIC FILE= "L_2001063NL.002802.EPS">

>PIC FILE= "L_2001063NL.002901.EPS">

>PIC FILE= "L_2001063NL.003001.EPS">

>PIC FILE= "L_2001063NL.003101.EPS">

>PIC FILE= "L_2001063NL.003201.EPS">

>PIC FILE= "L_2001063NL.003301.EPS">

BIJLAGE III

>PIC FILE= "L_2001063NL.003402.EPS">

>PIC FILE= "L_2001063NL.003501.EPS">

BIJLAGE IV

1. REIKWIJDTE VAN DE GEGEVENS OVER VERRICHTINGEN DIE OP VERZOEK VAN DE COMMISSIE TER BESCHIKKING DIENEN TE WORDEN GESTELD VOOR CONTROLES AAN DE HAND VAN DOCUMENTEN EN CONTROLES TER PLAATSE

De volgende gegevens kunnen worden verlangd; de precieze inhoud dient met de lidstaat voor het betrokken fonds (EFRO, ESF, EOGFL-Oriëntatie, FIOV) te worden overeengekomen. De veldnummers verwijzen naar een voorkeursstructuur voor de samenstelling van de naar de Commissie te sturen computerbestanden(1).

A. GEGEVENS OVER DE VERRICHTING (volgens beslissing tot goedkeuring van de bijstand)

Veld 1. CCI-code van het operationele programma/enkelvoudig programmeringsdocument (zie "Code commun d'identification")

Veld 2. Naam van het operationele programma/enkelvoudig programmeringsdocument

Veld 3. Code van de prioriteit (of technische hulp)

Veld 4. Titel van de prioriteit (of technische hulp)

Veld 5. Code van het programmaonderdeel (maatregel, submaatregel, actie, enz.)

Veld 6. Titel van het programmaonderdeel (maatregel, submaatregel, actie, enz.)

Veld 7. Structuurfonds

Veld 8. Betalingsautoriteit

Veld 9. Beheersautoriteit

Veld 10. Bemiddelende instantie(s) (andere dan de beheersautoriteit) waarbij de eindbegunstigde uitgaven declareert

Veld 11. Code van de verrichting(2)

Veld 12. Titel van de verrichting

Veld 13. Naam van de regio of de zone waar de verrichting is uitgevoerd.

Veld 14. Code van de regio of de zone

Veld 15. Beknopte beschrijving van de verrichting

Veld 16. Begindatum van de periode waarbinnen uitgaven subsidiabel zijn

Veld 17. Einddatum van de periode waarbinnen uitgaven subsidiabel zijn

Veld 18. Instantie die de steun goedgekeurd heeft(3)

Veld 19. Datum van goedkeuring

Veld 20. Referentienummer van de eindbegunstigde(4)

Veld 21. Referentienummer van de instantie of onderneming verantwoordelijk ten aanzien van de eindbegunstigde voor het uitvoeren van de verrichting (indien niet de eindbegunstigde).

Veld 22. Valuta (indien niet euro)

Veld 23. Totale kosten van de verrichting(5)

Veld 24. Totale subsidiabele kosten van de verrichting(6)

Veld 25. Uitgaven voor medefinanciering(7)

Veld 26. Communautaire bijdrage

Veld 27. Communautaire bijdrage in % (indien dit naast veld 26 wordt geregistreerd)

Veld 28. Totale overheidsfinanciering lidstaat

Veld 29. Overheidsfinanciering door de centrale overheid

Veld 30. Overheidsfinanciering door de regionale overheid

Veld 31. Overheidsfinanciering door de plaatselijke overheid

Veld 32. Overige overheidsfinanciering

Veld 33. Financiering door de privé-sector

Veld 34. Financiering door de EIB

Veld 35. Overige financiering

Veld 36. Actieterrein per categorie en subcategorie in overeenstemming met onderdeel 3 van deze bijlage

Veld 37. Locatie stad/platteland(8)

Veld 38. Effect op het milieu(9)

Veld 39. Effect op gelijke kansen(10)

Veld 40. Indicator(11)

Veld 41. Meeteenheid indicator

Veld 42. Streefwaarde van de indicator voor de verrichting.

B. VOOR DE VERRICHTING GEDECLAREERDE UITGAVEN

De gewenste informatie mag worden beperkt tot de uitgaven, gedeclareerd voor de verrichting door de eindbegunstigde (sectie 1). In overeenstemming met de lidstaat mag de gewenste informatie gegevens van de individuele betalingen van de eindbegunstigde, of van de instantie of onderneming die de verrichting uitvoert, indien niet de eindbegunstigde, betreffen (sectie 2).

1. Uitgaven gedeclareerd door de eindbegunstigde om te worden opgenomen in de aan de Commissie in te dienen uitgavenstaat

Veld 43. Code van de verrichting (= veld 11)

Veld 44. Titel van de verrichting (= veld 12)

Veld 45. Referentienummer van de declaratie

Veld 46. Als subsidiabel gedeclareerde uitgaven

Veld 47. Communautaire bijdrage

Veld 48. Communautaire bijdrage in % (indien dit naast veld 47 wordt geregistreerd)

Veld 49. Totale overheidsfinanciering lidstaat

Veld 50. Overheidsfinanciering door de centrale overheid

Veld 51. Overheidsfinanciering door de regionale overheid

Veld 52. Overheidsfinanciering door de plaatselijke overheid

Veld 53. Overige overheidsfinanciering

Veld 54. Financiering door de privé-sector

Veld 55. Financiering door de EIB

Veld 56. Overige financiering

Veld 57. Naam van de instantie die de uitgaven declareert, indien niet de eindbegunstigde(12)

Veld 58. Boekingsdatum (datum record)(13)

Veld 59. Locatie van de gedetailleerde stavingsdocumenten voor de uitgavendeclaratie door de eindbegunstigde(14)

Veld 60. Begindatum van de periode waarin de uitgaven plaats hebben gevonden

Veld 61. Einddatum van de periode waarin de uitgaven plaats hebben gevonden

Veld 62. Inkomsten in mindering gebracht op de gedeclareerde uitgaven (indien toepasselijk)

Veld 63. Financiële correcties in mindering gebracht (indien toepasselijk)

Veld 64. Bedrag dat door de betalingsautoriteit gedeclareerd en gecertifieerd werd (euro).

Veld 65. Datum uitgavenstaat ingediend door de betalingsautoriteit

Veld 66. Toegepaste eurokoers(15)

Veld 67. Datum van een verificatie ter plaatse

Veld 68. Instantie die verificatie ter plaatse heeft uitgevoerd

Veld 69. Indicator(16) (= veld 40)

Veld 70. Meteenheid indicator (= veld 41)

Veld 71. Mate waarin het streefniveau voor de verrichting is bereikt op de datum van de declaratie (%)

Veld 72. Mate waarin het streefniveau voor de verrichting is bereikt op de datum van de declaratie, in vergelijking tot de geplande vordering in het oorspronkelijk plan (%)

2. Gegevens van individuele betalingen door de eindbegunstigde of de instantie of onderneming die de verrichting uitvoert (bij overeenkomst)

Veld 73. Bedrag van de betaling

Veld 74. Referentienummer betaling

Veld 75. Betalingsdatum(17)

Veld 76. Boekingsdatum(18)

Veld 77. Plaats naar de gedetailleerde tot staving dienende documenten zich bevinden(19)

Veld 78. Begunstigde (leverancier van goederen of diensten, contractant): naam

Veld 79. Begunstigde: referentienummer

2. INDELING VAN DE BIJSTANDSGEBIEDEN

A. Bijstandsgebieden

De navolgende lijst van bijstandsgebieden van de structuurfondsen is opgesteld op grond van artikel 36 van Verordening (EG) nr. 1260/1999 en heeft tot doel de diensten van de Commissie te helpen bij de verslaglegging over de activiteiten van de structuurfondsen.

Naar dergelijke categorieën uitgesplitste informatie wordt gebruikt in de jaarlijkse verslagen over de structuurfondsen en draagt bij tot duidelijke communicatie over de diverse terreinen van communautair beleid; daarnaast is die informatie nodig om de Commissie in staat te stellen verzoeken om informatie van andere Europese instellingen, van de lidstaten en van het publiek te beantwoorden.

Deze indeling in categorieën is bedoeld voor de beheers- en voorlichtingsactiviteiten op het niveau van de programma's; het is niet de bedoeling dat zij in de plaats komt van de typologieën van prioritaire zwaartepunten of van de categorieën van specifieke impacts die bij de evaluaties worden onderkend en gemeten.

De lidstaten kunnen bij het uitwerken van de maatregelen binnen de structuurfondsenprogramma's gebruik blijven maken van een indeling die beter op hun eigen nationale en regionale situatie is afgestemd, waarbij zij deze indeling desgewenst op die van de Commissie kunnen baseren. Het is echter belangrijk dat de Commissie samenvattingen over de activiteiten van de fondsen voor de verschillende bijstandsgebieden kan opstellen. Daarom moet in het programmacomplement elke maatregel worden gekoppeld aan de overeenkomstige categorie in de lijst van de Commissie. Deze koppeling kan bijvoorbeeld geschieden door bij elke maatregel de passende code te vermelden of door aan te geven met welke categorie van de Commissie een nationale code overeenstemt. Ook in de jaarlijkse uitvoeringsverslagen over de programma's moet de koppeling worden aangegeven.

De lijst is niet nieuw, maar is gebaseerd op de 14 basiscategorieën die in de vorige programmeringsperiode werden gebruikt bij het additionaliteitsonderzoek voor de programma's van doelstelling 1.

B. Aanvullende informatie

De Commissie heeft gepreciseerd dat de lidstaten in het kader van het financiële beheer van de verrichtingen ook de volgende soorten gegevens moeten verstrekken:

1. Wordt het project a) in een stedelijk gebied of b) in een plattelandsgebied uitgevoerd of is het c) niet geografisch begrensd?

2. Is het project a) hoofdzakelijk op het milieu toegespitst, is het b) milieuvriendelijk of is het c) uit milieuoogpunt neutraal?

3. Is het project a) hoofdzakelijk op de gelijkheid van vrouwen en mannen toegespitst, is het b) positief uit het oogpunt van de gelijkheid van vrouwen en mannen of is het c) neutraal uit dat oogpunt?

De beschikbaarheid van deze gegevens in het kader van het financiële beheer en het gebruik van de navolgende indeling zullen het de Commissie mogelijk maken beter aan de behoeften van de Europese burgers tegemoet te komen.

3. INDELING

1. Productiemilieu

11 Landbouw

111 Investeringen in landbouwbedrijven

112 Vestiging van jonge landbouwers

113 Specifiek op de landbouw gerichte beroepsopleiding

114 Verbetering van de verwerking en afzet van landbouwproducten

12 Bosbouw

121 Investeringen in bosbedrijven

122 Verbetering van de oogst, de verwerking en de afzet van bosproducten

123 Bevordering van nieuwe gebruiks- en afzetmogelijkheden voor bosproducten

124 Oprichting van verenigingen van bosbouwers

125 Herstel van het productiepotentieel van bossen na een natuurramp en treffen van passende preventieve voorzieningen

126 Bebossing van andere grond dan landbouwgrond

127 Verbetering en handhaving van de ecologische stabiliteit van beschermde bossen

128 Specifiek op de bosbouw gerichte beroepsopleiding

13 Bevordering van de aanpassing en de ontwikkeling van plattelandsgebieden

1301 Grondverbetering

1302 Herverkaveling

1303 Oprichting van bedrijfsverzorgingsdiensten en diensten ter ondersteuning van het bedrijfsbeheer voor de landbouw

1304 Afzet van kwaliteitslandbouwproducten

1305 Basisdiensten voor de plattelandseconomie en -bevolking

1306 Dorpsvernieuwing en -ontwikkeling en bescherming en instandhouding van het landelijke erfgoed

1307 Diversificatie van de bedrijvigheid in de landbouw en in verwante sectoren, gericht op het combineren van verscheidene activiteiten of het aanboren van alternatieve inkomstenbronnen

1308 Waterbeheer in de landbouw

1309 Ontwikkeling en verbetering van de met de ontwikkeling van de landbouw samenhangende infrastructuur

1310 Bevordering van toeristische activiteiten

1311 Bevordering van ambachtelijke activiteiten op landbouwbedrijven

1312 Milieubehoud in samenhang met de instandhouding van land, bos en landschap en verbetering van het dierenwelzijn

1313 Herstel van door een natuurramp beschadigd agrarisch productiepotentieel en treffen van passende preventieve voorzieningen

1314 Financiële instrumentering

14 Visserij

141 Aanpassing van de visserijinspanning

142 Vernieuwing en modernisering van de vissersvloot

143 Verwerking, promotie en afzet van visserijproducten

144 Aquacultuur

145 Uitrusting van vissershavens en bescherming en ontwikkeling van aquatische rijkdom

146 Sociaal-economische maatregelen en steun voor de tijdelijke stopzetting van visserijactiviteiten en andere financiële compensatie

147 Door het bedrijfsleven uitgevoerde acties, kleinschalige kustvisserij en inlandsvisserij

148 Door andere structuurfondsen gefinancierde acties (EFRO, ESF)

15 Steun aan grote ondernemingen

151 Materiële investeringen (installaties en outillage, medefinanciering van staatssteun)

152 Milieutechnologieën, schone en zuinige energietechnologieën

153 Bedrijfsadvisering (inclusief internationalisatie, uitvoer, milieubeheer en aankoop van technologie)

154 Dienstverlening aan rechthebbenden (gezondheid en veiligheid, zorgverlening voor niet-zelfstandige personen)

155 Financiële instrumentering

16 Steun aan het midden- en kleinbedrijf en de ambachtelijke sector

161 Materiële investeringen (installaties en outillage, medefinanciering van staatssteun)

162 Milieutechnologieën, schone en zuinige energietechnologieën

163 Bedrijfsadvisering (voorlichting, bedrijfsplan, organisatieadvisering, marketing, management, vormgeving, internationalisatie, uitvoer, milieubeheer, aankoop van technologie)

164 Gemeenschappelijke diensten voor bedrijven (bedrijvenparken, starterscentra, stimulering, promotieactiviteiten, netwerkvorming, conferenties, handelsbeurzen)

165 Financiële instrumentering

166 Dienstverlening in het kader van de sociale economie (zorgverlening voor niet-zelfstandige personen, gezondheid en veiligheid, culturele activiteiten)

167 Specifiek op het midden- en kleinbedrijf en de ambachtelijke sector gerichte beroepsopleiding

17 Toerisme

171 Materiële investeringen (informatiekantoren, verblijfsaccommodatie, eet- en drinkgelegenheden, outillage)

172 Immateriële investeringen (bedenken en organiseren van toeristische producten, activiteiten van sportieve, culturele en recreatieve aard, erfgoed)

173 Gemeenschappelijke diensten voor bedrijven van de toeristische sector (inclusief promotieactiviteiten, netwerkvorming, conferenties en handelsbeurzen)

174 Specifiek op het toerisme gerichte beroepsopleiding

18 Onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie (OTOI)

181 Onderzoeksprojecten aan universiteiten en onderzoeksinstellingen

182 Innovatie en technologieoverdracht, totstandbrenging van netwerken van en partnerschappen tussen bedrijven en/of onderzoeksinstellingen

183 OTOI-infrastructuur

184 Opleiding van onderzoekers

2. Menselijke hulpbronnen

21 Arbeidsmarktbeleid

22 Maatschappelijke integratie

23 Ontwikkeling van onderwijs en van niet aan een specifieke sector gekoppelde beroepsopleiding (personen, bedrijven)

24 Aanpassingsvermogen van de arbeidskrachten, ondernemingsgeest en innovatie, informatie- en communicatietechnologieën (personen, bedrijven)

25 Positieve acties voor vrouwen op de arbeidsmarkt

3. Basisinfrastructuur

31 Vervoersinfrastructuur

311 Spoor

312 Wegen

3121 Nationale wegen

3122 Regionale/plaatselijke wegen

3123 Fietspaden

313 Autosnelwegen

314 Luchthavens

315 Havens

316 Waterwegen

317 Stadsvervoer

318 Multimodaal vervoer

319 Intelligente vervoerssystemen

32 Telecommunicatie-infrastructuur en informatiemaatschappij

321 Basisinfrastructuur

322 Informatie- en communicatietechnologieën (inclusief beveiliging en risicopreventie)

323 Diensten en toepassingen ten behoeve van de burgers (gezondheid, overheid, onderwijs)

324 Diensten en toepassingen ten behoeve van het midden- en kleinbedrijf (elektronische handel, onderwijs en opleiding, netwerkvorming)

33 Energie-infrastructuur (productie en distributie)

331 Elektriciteit, gas, aardolieproducten en vaste brandstoffen

332 Hernieuwbare energiebronnen (zon, wind, waterkracht, biomassa)

333 Energie-efficiëntie, warmtekrachtkoppeling en beheersing van het energieverbruik

34 Milieu-infrastructuur (inclusief op het gebied van water)

341 Lucht

342 Geluid

343 Stedelijk en industrieel afval (inclusief ziekenhuisafval en gevaarlijke afvalstoffen)

344 Drinkwater (winning, opslag, behandeling en distributie)

345 Afvoer en zuivering van afvalwater

35 Sanering en herinrichting

351 Sanering en herinrichting van industrie- en militaire terreinen

352 Stadsvernieuwing

353 Plattelandsvernieuwing

354 Instandhouding en restauratie van cultureel erfgoed

36 Infrastructuur op sociaal gebied en voor gezondheidszorg

4. Varia

41 Technische hulp en innovatieve acties (EFRO, ESF, EOGFL, FIOV)

411 Voorbereiding, tenuitvoerlegging, toezicht, publiciteit

412 Evaluatie

413 Studies

414 Innovatieve acties

415 Voorlichting van het publiek

(1) Zie de instructies voor het samenstellen van computerbestanden in bijlage V, punt 2.

(2) Een "verrichting" is een project of een actie uitgevoerd door de "eindbegunstigde" of, wanneer deze laatste niet de eindontvanger van de bijdrage is, door een instantie of onderneming die onder zijn verantwoordelijkheid ageert, die gelijkaardige activiteiten betreft en die meestal het voorwerp uitmaakt van een enkelvoudige steunbeslissing. Het is vereist gegevens te verstrekken over individuele verrichtingen in plaats van geaggregeerde gegevens die de activiteiten van eindbegunstigden omvatten die niet zelf de verrichtingen uitvoeren (zie ook bijlage I bij deze verordening en de punten 1.2, 1.3 en 2 van regel nr. 1 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1685/2000 in verband met de subsidiabiliteit van uitgaven). Bij regelingen die meerdere kleine begunstigden omvatten, mag het voorleggen van gezamenlijke gegevens worden overeengekomen.

(3) Zie bijlage I, punt 3.

(4) Zoals aangeduid in artikel 32, lid 1, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 1260/1999 voor het declareren van uitgaven.

(5) Met inbegrip van niet-subsidiabele kosten die niet in aanmerking genomen worden voor de berekening van de nationale financiering.

(6) Kosten begrepen in de basis voor het berekenen van de nationale financiering.

(7) Artikel 29, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1260/1999.

(8) De locatie is a) stedelijk, b) op het platteland of c) niet geografisch gelimiteerd.

(9) De verrichting a) heeft het milieu als zijn voornaamste doelstelling, b) is milieuvriendelijk, c) is milieuneutraal.

(10) De verrichting a) heeft gelijkheid tussen geslachten als haar voornaamste doelstelling, b) is positief inzake gelijkheid van man en vrouw, c) is neutraal.

(11) Voornaamste indicatoren worden vermeld (overeen te komen met de lidstaat).

(12) Indien de eindbegunstigde uitgaven declareert bij bemiddelende instanties of bij de beheersautoriteit die de uitgavendeclaratie doorzenden naar de betalingsautoriteit, mag de Commissie details vragen over de declaraties op elk niveau, om zo het controlespoor te kunnen volgen (zie bijlage I, punt 5).

(13) Bijlage I, punt 1.

(14) Controlespoor: zie bijlage I, punt 8.

(15) Geef de koers toegepast voor ieder bedrag gedeclareerd door de eindbegunstigde indien verscheidene declaraties werden gedaan.

(16) Voornaamste indicatoren worden vermeld (overeen te komen met de lidstaat).

(17) Bijlage I, punt 1.

(18) Bijlage I, punt 1.

(19) Bijlage I, punt 8.

BIJLAGE V

BIJVOORKEUR IN ACHT TE NEMEN TECHNISCHE SPECIFICATIES VOOR DE OVERDRACHT VAN COMPUTERBESTANDEN AAN DE COMMISSIE

1. Wijze van overdracht

De meeste thans gebruikelijke methoden voor de overdracht van informatie kunnen, mits met instemming van de Commissie, worden benut. Wat volgt is een niet-limitatieve lijst van de voorkeurwijzen:

1. Magnetische informatiedrager

- Diskette: 3,5 inch 1,4 Mb (Dos/Windows)

comprimeren tot ZIP-formaat facultatief

- DAT-cassette

4 mm DDS-1 (90 m)

- Cd-rom (WORM)

2. Elektronische bestandsoverdracht

- Rechtstreekse mededeling per e-mail

voor bestanden van ten hoogste 5 Mb

comprimeren tot ZIP-formaat facultatief

- Overdracht volgens het FTP

comprimeren tot ZIP-formaat facultatief.

2. Bij voorkeur te gebruiken standaard voor de samenstelling van een uittreksel van de door de lidstaat bijgehouden computerbestanden

Het bij voorkeur te gebruiken standaardbestand heeft de volgende kenmerken:

1. Elke record begint met een drielettercode die aangeeft welke informatie de record bevat. Er zijn twee soorten records:

a) Records over een verrichting, die worden aangegeven met de code "PRJ" en algemene informatie over de verrichting bevatten. De rubrieken van de record zijn die welke zijn beschreven in bijlage IV, onderdeel 1, punt A (velden 1 tot en met 42).

b) Records over uitgaven, die worden aangegeven met de code "PAY" en gedetailleerde informatie over de voor de betrokken verrichting gedeclareerde uitgaven bevatten. De rubrieken van de record zijn die welke zijn beschreven in bijlage IV, onderdeel 1, punt B (velden 43 tot en met 79).

2. Een "PRJ"-record met informatie over een verrichting wordt onmiddellijk gevolgd door verscheidene "PAY"-records met informatie over uitgaven voor de verrichting, ofwel "PRJ"- en "PAY"-records mogen in afzonderlijke computerbestanden worden geleverd.

3. De velden worden door een puntkomma (";") van elkaar gescheiden. Twee opeenvolgende puntkomma's duiden aan dat er geen data gegeven worden voor dit veld ("leeg veld").

4. De records variëren in lengte. Elke record eindigt met de code "CR LF" of "wagenterugloopteken - regelopschuivingsteken" (hexadecimaal: "0D 0A").

5. Het bestand is in ASCII-code.

6. Numerieke velden met een bedrag:

a) Als decimaal scheidingsteken wordt "." gebruikt.

b) Zo nodig wordt uiterst links een min- of plusteken ("+" of "-") vermeld, onmiddellijk gevolgd door de cijfers.

c) Er is een vast aantal decimalen.

d) Geen spaties tussen cijfers; geen spaties tussen duizendtallen.

7. Datumveld: "DDMMJJJJ" (dag in twee cijfers, maand in twee cijfers, jaar in vier cijfers).

8. Gegevens in tekstformaat mogen niet tussen aanhalingstekens (" ") worden geplaatst. Uiteraard mag de als scheidingsteken fungerende puntkomma ";" niet in gegevens in tekstformaat worden gebruikt.

9. Alle velden: geen spaties aan het begin of het einde van het veld.

10. Bestanden die aan deze voorschriften voldoen, zullen er als volgt uitzien (voorbeeld):

PRJ;1999FI161DO002;Doelstelling 1 Oost Finland;2;Ontwikkeling van het bedijfsleven;1;Investeringssteun; ...

PAY;1234;Joensuu-bedrijfspark;2315;103300;51650;50 %; ...

11. Voor bestanden uit Griekenland dient de codering ELOT-928 of ISO 8859-7 te worden gebruikt.

3. Documentatie

Elk bestand moet vergezeld gaan van controleoptellingen voor:

1. het aantal records,

2. het totale bedrag,

3. de som van de subtotalen voor elk bijstandspakket.

Voor elk veld waarin een code wordt ingevuld, moet de betekenis van de gebruikte codes in een bijlage bij het bestand worden vermeld.

De som van de records in het computerbestand per bijstandspakket en per subprogramma (prioriteit) moet in overeenstemming zijn met de bij de Commissie ingediende uitgavenstaten. Eventuele verschillen moeten worden verantwoord in een notitie bij het bestand.

Top