Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32003L0039

    Richtlijn 2003/39/EG van de Commissie van 15 mei 2003 houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde propineb en propyzamide op te nemen als werkzame stof (Voor de EER relevante tekst)

    PB L 124 van 20.5.2003, p. 30–32 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

    Dit document is verschenen in een speciale editie. (CS, ET, LV, LT, HU, MT, PL, SK, SL, BG, RO)

    Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 13/06/2011; stilzwijgende opheffing door 32009R1107

    ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2003/39/oj

    32003L0039

    Richtlijn 2003/39/EG van de Commissie van 15 mei 2003 houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde propineb en propyzamide op te nemen als werkzame stof (Voor de EER relevante tekst)

    Publicatieblad Nr. L 124 van 20/05/2003 blz. 0030 - 0032


    Richtlijn 2003/39/EG van de Commissie

    van 15 mei 2003

    houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde propineb en propyzamide op te nemen als werkzame stof

    (Voor de EER relevante tekst)

    DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

    Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

    Gelet op Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen(1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2003/31/EG van de Commissie(2), en met name op artikel 6, lid 1,

    Overwegende hetgeen volgt:

    (1) Bij Verordening (EEG) nr. 3600/92 van de Commissie van 11 december 1992 houdende bepalingen voor de uitvoering van de eerste fase van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen(3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2266/2000(4), is een lijst vastgesteld van werkzame stoffen die moeten worden onderzocht met het oog op hun opneming in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG. Propineb en propyzamide zijn in deze lijst opgenomen.

    (2) De uitwerking van deze werkzame stoffen op de gezondheid van de mens en het milieueffect ervan zijn overeenkomstig het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 3600/92 beoordeeld voor een reeks door de kennisgevers voorgestelde toepassingen. Bij Verordening (EG) nr. 933/94 van de Commissie van 27 april 1994 houdende vaststelling van de werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen en aanwijzing van de als rapporteur optredende lidstaten voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 3600/92(5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2230/95(6), zijn de volgende landen aangewezen als rapporterende lidstaat, welke landen overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder c), van Verordening (EEG) nr. 3600/92 het betrokken evaluatieverslag met aanbevelingen bij de Commissie hebben ingediend: propineb: rapporterende lidstaat Italië, alle relevante informatie ingediend op 17 juli 1996; propyzamide: rapporterende lidstaat Zweden, alle relevante informatie ingediend op 19 mei 1998.

    (3) De beoordelingsverslagen zijn door de lidstaten en de Commissie onderzocht in het kader van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid.

    (4) Overeenkomstig artikel 6, lid 4, van Richtlijn 91/414/EEG heeft de Commissie op 4 december 1997 met het oog op een mogelijk afwijzend besluit inzake propineb een tripartiete vergadering georganiseerd met de voornaamste kennisgever en de rapporterende lidstaat. De voornaamste kennisgever heeft nadere gegevens verstrekt om de aanvankelijke ongerustheid weg te nemen.

    (5) Op 26 februari 2003 zijn de onderzoeken met betrekking tot alle werkzame stoffen afgesloten met de evaluatieverslagen van de Commissie voor propineb en propyzamide.

    (6) Bij het onderzoek van propyzamide zijn geen vragen of problemen aan het licht gekomen op grond waarvan het Wetenschappelijk Comité voor planten moest worden geraadpleegd.

    (7) Het verslag inzake propineb en de overige informatie zijn voor afzonderlijke raadpleging ook aan het Wetenschappelijk Comité voor planten voorgelegd. Het Wetenschappelijke Comité is gevraagd zich uit te spreken over de blootsteling op lange termijn van vogels en over het passende diermodel dat moet worden gebruikt voor het bepalen van de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) en de aanvaardbare blootstelling van toepasser (AOEL). In zijn advies(7) heeft het Comité erop gewezen dat bij het onderzoek naar de risico's van propineb voor vogels, en van propineb en het metaboliet daarvan, PTU, voor in het wild levende zoogdieren een aantal aspecten niet altijd op adequate wijze is behandeld; het Comité heeft daarbij ook aangegeven hoe de risicobeoordeling kan worden verbeterd. Bovendien heeft het Comité benadrukt dat alle in het kader van de risicobeoordeling gebruikte eindpunten, gegevens, aannames en uitgangspunten duidelijk moeten worden uitgedrukt en verantwoord. Het Comité is van mening dat de rat de geschikte diersoort is voor de bepaling van de ADI en de AOEL. Met de aanbevelingen van het Wetenschappelijk Comité is rekening gehouden tijdens de verdere beoordeling, bij de opstelling van deze richtlijn en in het evaluatieverslag. Nadat de ontbrekende informatie door de voornaamste kennisgever was meegedeeld en door de rapporterende lidstaat was geëvalueerd, zijn de lidstaten in het permanent comité tot de conclusie gekomen dat het risico voor vogels en in het wild levende zoogdieren aanvaardbaar is indien de nodige risicobeperkende maatregelen worden toegepast.

    (8) Uit de verschillende analyses is gebleken dat mag worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die propineb of propyzamide bevatten, in het algemeen zullen voldoen aan de in artikel 5, lid 1, onder a) en b), en lid 3, van Richtlijn 91/414/EEG gestelde eisen, met name voor de toepassingen waarvoor zij zijn onderzocht en die zijn opgenomen in de evaluatieverslagen van de Commissie. Deze werkzame stoffen moeten derhalve in bijlage I worden opgenomen om ervoor te zorgen dat gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stoffen bevatten, in alle lidstaten kunnen worden toegelaten overeenkomstig het bepaalde in die richtlijn.

    (9) Het evaluatieverslag van de Commissie is nodig voor de correcte tenuitvoerlegging door de lidstaten van verschillende punten van de bij Richtlijn 91/414/EEG vastgestelde uniforme beginselen. Daarom moet worden bepaald dat de lidstaten de goedgekeurde evaluatieverslagen, met uitzondering van de vertrouwelijke informatie, voor raadpleging door alle belanghebbende partijen ter beschikking moeten houden.

    (10) Er moet worden voorzien in een redelijke termijn voordat een werkzame stof in bijlage I wordt opgenomen, zodat de lidstaten en de belanghebbende partijen zich kunnen voorbereiden op de inachtneming van de nieuwe eisen die uit de opneming voortvloeien.

    (11) De lidstaten moeten na de opneming een redelijke termijn krijgen om de bepalingen van Richtlijn 91/414/EEG uit te voeren ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelen die propineb of propyzamide bevatten, en met name om bestaande toelatingen opnieuw te bezien, teneinde ervoor te zorgen dat aan de in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG voor deze werkzame stoffen vastgestelde voorwaarden is voldaan. Er moet een langere termijn worden vastgesteld voor de indiening en de beoordeling van het volledige dossier van elk gewasbeschermingsmiddel overeenkomstig de bij Richtlijn 91/414/EEG vastgestelde uniforme beginselen.

    (12) Richtlijn 91/414/EEG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

    (13) De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

    HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

    Artikel 1

    Bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.

    Artikel 2

    De lidstaten dragen zorg voor vaststelling en bekendmaking uiterlijk op 30 september 2004 van de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen om aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

    Zij passen deze bepalingen toe met ingang van 1 oktober 2004.

    Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar deze richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

    Artikel 3

    1. De lidstaten moeten de toelating voor ieder gewasbeschermingsmiddel dat propineb of propyzamide bevat, onderzoeken om ervoor te zorgen dat de in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG vastgestelde voorwaarden voor elk van deze werkzame stoffen in acht zijn genomen. Indien nodig moeten zij de toelating uiterlijk op 30 september 2004 wijzigen of intrekken.

    2. Elk gewasbeschermingsmiddel dat propineb of propyzamide als enige werkzame stof of als één van de uiterlijk op 31 maart 2004 in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen bevat, moet opnieuw door de lidstaten worden beoordeeld overeenkomstig de in bijlage VI bij Richtlijn 91/414/EEG vastgestelde uniforme beginselen en op basis van een dossier dat voldoet aan de in bijlage III bij voornoemde richtlijn vastgestelde eisen. Op basis van die beoordeling moeten zij bepalen of het middel voldoet aan de voorwaarden van artikel 4, lid 1, onder b), c), d) en e), van Richtlijn 91/414/EEG. Indien nodig moeten zij de toelating uiterlijk op 31 maart 2008 wijzigen of intrekken.

    Artikel 4

    Deze richtlijn treedt in werking op 1 april 2004.

    Artikel 6

    Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

    Gedaan te Brussel, 15 mei 2003.

    Voor de Commissie

    David Byrne

    Lid van de Commissie

    (1) PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1.

    (2) PB L 101 van 23.4.2003, blz. 3.

    (3) PB L 366 van 15.12.1992, blz. 10.

    (4) PB L 259 van 13.10.2000, blz. 27.

    (5) PB L 107 van 28.4.1994, blz. 8.

    (6) PB L 225 van 22.9.1995, blz. 1.

    (7) Advies SCP/PROPINEB/002-def. van het Wetenschappelijk Comité voor planten betreffende specifieke vragen van de Commissie met betrekking tot de evaluatie van propineb in het kader van Richtlijn 91/414/EEG, goedgekeurd op 8 november 2001.

    BIJLAGE

    Aan de tabel in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG toe te voegen tekst

    ">RUIMTE VOOR DE TABEL>"

    Top