EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Bestrijding van corruptie in de privésector

Bestrijding van corruptie in de privésector

 

SAMENVATTING VAN:

Kaderbesluit 2003/568/JBZ inzake de bestrijding van corruptie in de privésector

WAT IS HET DOEL VAN HET BESLUIT?

  • Het strafbaar stellen van zowel actieve corruptie* als passieve corruptie* in de privé-sector. Rechtspersonen* kunnen voor deze delicten aansprakelijk worden gesteld.
  • Dit besluit leidt tot intrekking van Gemeenschappelijk Optreden 98/742/JBZ.

KERNPUNTEN

Opname van het begrip corruptie in het nationale strafrecht

  • De lidstaten van de Europese Unie (EU) zijn verplicht om gedragingen die opzettelijk in het kader van zakelijke activiteiten worden verricht, te bestraffen:
    • het corrumperen van personen: door een persoon die in welke hoedanigheid dan ook leiding geeft aan of werkt voor een entiteit in de particuliere sector, rechtstreeks of via een tussenpersoon een onrechtmatig voordeel te beloven of te geven van welke aard dan ook, aan die persoon of aan een derde, zodat die persoon een handeling verricht of nalaat die in strijd is met zijn of haar verplichtingen*;
    • het eisen van een onrechtmatig voordeel: een persoon vraagt of ontvangt, rechtstreeks of via een tussenpersoon, een onrechtmatig voordeel van welke aard dan ook, of aanvaardt de belofte van een dergelijk voordeel, voor zichzelf of voor een derde, terwijl hij/zij in welke hoedanigheid dan ook leiding geeft aan of werkt voor een entiteit in de particuliere sector, voor het verrichten of nalaten van een handeling die in strijd is met zijn/haar verplichtingen.
  • Het bovenstaande is van toepassing op bedrijfsactiviteiten binnen entiteiten met en zonder winstoogmerk. Ten tijde van de vaststelling mochten de EU-landen het toepassingsgebied beperken tot gedragingen die een verstoring inhouden of zouden kunnen inhouden van de mededinging bij de aankoop van goederen of commerciële diensten. Deze beperking is niet langer geldig. De beperkingen golden voor vijf jaar vanaf 22 juli 2005.
  • De EU-landen moesten aan de Raad verklaren hoe zij ten tijde van de vaststelling van dit besluit zouden handelen. De Raad moest vóór 22 juli 2010 de verklaringen van de EU-landen met betrekking tot de beperkingen beoordelen.

Aansprakelijkheid van rechtspersonen en natuurlijke personen

  • Het doel van dit besluit is om niet alleen natuurlijke personen, zoals werknemers, maar ook rechtspersonen, zoals ondernemingen, aansprakelijk te stellen.
  • Wat betreft de aansprakelijkheid van natuurlijke personen, treffen EU-landen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de bedoelde gedragingen kunnen worden bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten minste één tot drie jaar. Bijvoorbeeld, als in een EU-land het gedrag strafbaar wordt gesteld met een gevangenisstraf van maximaal één jaar of in een ander land met een gevangenisstraf van maximaal twee jaar, voldoen beide gevallen aan de criteria die in het kaderbesluit zijn vastgesteld. De EU-landen kunnen ook hogere wettelijke drempels voor de maximale gevangenisstraf toepassen.
  • Er kan ook tijdelijk een verbod worden opgelegd om zakelijke activiteiten uit te oefenen. Ook het aanzetten tot het plegen van een van de hierboven genoemde gedragingen, of het meewerken aan of medeplegen van dergelijk gedrag, moet als strafbaar feit worden aangemerkt.
  • Rechtspersonen kunnen aansprakelijk worden gesteld voor delicten waarbij sprake is van corruptie wanneer deze in hun voordeel worden gepleegd door een natuurlijke persoon die individueel handelt of die een leidende positie bekleedt in een rechtspersoon, gebaseerd op:
    • de bevoegdheid om de rechtspersoon te vertegenwoordigen;
    • de bevoegdheid om namens de rechtspersoon beslissingen te nemen;
    • de bevoegdheid om in de rechtspersoon toezicht uit te oefenen.
  • Sancties voor rechtspersonen omvatten al dan niet strafrechtelijke geldboetes. Bovendien kunnen EU-landen besluiten tot uitsluiting van subsidiëring of steunverlening door de overheid of tot een tijdelijk of permanent verbod op het uitoefenen van commerciële activiteiten enz.

Rechtsmacht

Elke lidstaat heeft rechtsmacht indien het delict is gepleegd:

  • op zijn grondgebied;
  • door een van zijn onderdanen;
  • ten voordele van een rechtspersoon met domicilie op het grondgebied van dat EU-land.

Het besluit is van toepassing op Gibraltar.

Het besluit wordt beïnvloed door het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaak C-176/03 betreffende de verdeling van de bevoegdheden in strafzaken tussen de Europese Commissie en de Raad.

VANAF WANNEER IS HET BESLUIT VAN TOEPASSING?

De EU-landen moesten de nodige maatregelen treffen om uiterlijk op 22 juli 2005 aan de regels van het besluit te voldoen.

ACHTERGROND

Voor meer informatie zie:

KERNBEGRIPPEN

Actieve corruptie: het geven van steekpenningen aan een persoon in ruil voor het onwettig verrichten van een handeling in het kader van diens plichten.
Passieve corruptie: het aannemen van steekpenningen.
Rechtspersonen: ieder lichaam dat deze hoedanigheid krachtens het toepasselijke nationale recht bezit, met uitzondering van staten of andere overheidslichamen in de uitoefening van het openbaar gezag en publiekrechtelijke internationale organisaties.
Verzuim van verplichtingen: moet worden opgevat in overeenstemming met het nationale recht. Het begrip „verzuim van verplichtingen” in het nationale recht moet ten minste betrekking hebben op deloyaal gedrag dat schending van een wettelijke plicht of inbreuk op beroepsvoorschriften inhoudt.

BELANGRIJKSTE DOCUMENT

Kaderbesluit 2003/568/JBZ van de Raad van 22 juli 2003 inzake de bestrijding van corruptie in de privésector (PB L 192 van 31.7.2003, blz. 54-56)

GERELATEERD DOCUMENT

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad ter beoordeling van de mate waarin de lidstaten de noodzakelijke maatregelen hebben genomen om te voldoen aan Kaderbesluit 2003/568/JBZ van de Raad van 22 juli 2003 inzake de bestrijding van corruptie in de privésector (COM(2019) 355 final van 26.7.2019)

Laatste bijwerking 18.02.2020

Top