Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52019DC0022

Discussienota Naar een duurzaam Europa in 2030

COM/2019/22 final

Brussel, 30.1.2019

COM(2019) 22 final

Discussienota

Naar een duurzaam Europa in 2030


Naar een duurzaam Europa in 2030

Inhoud

Voorwoord door eerste vicevoorzitter Timmermans en vicevoorzitter Katainen    

1    Duurzame ontwikkeling om de levensomstandigheden van de bevolking te verbeteren: de concurrentievoordelen van Europa    

2    De EU en de wereldwijde uitdagingen die ze moet aangaan    

3    Op weg naar een duurzaam Europa in 2030    

3.1    Beleidsbasis voor een duurzame toekomst    

3.1.1    Van een lineaire naar een circulaire economie    

3.1.2    Duurzaamheid van boer tot bord    

3.1.3    Toekomstbestendige energie, gebouwen en mobiliteit    

3.1.4    Zorgen voor een sociaal rechtvaardige overgang    

3.2    Horizontale voorwaarden voor de overgang naar duurzaamheid    

3.2.1    Onderwijs, wetenschap, technologie, onderzoek, innovatie en digitalisering    

3.2.2    Financiering, prijsstelling, belastingen en mededinging    

3.2.3    Verantwoord ondernemerschap, maatschappelijk verantwoord ondernemen en nieuwe bedrijfsmodellen    

3.2.4    Open en op regels gebaseerde handel    

3.2.5    Goed bestuur en beleidscoherentie waarborgen op alle niveaus    

4    De EU als mondiale wegbereider voor duurzame ontwikkeling    

5    Scenario's voor de toekomst    



Voorwoord door eerste vicevoorzitter Timmermans en vicevoorzitter Katainen

Als Europeanen kunnen wij trots zijn op onze staat van dienst. Door integratie en nauwe samenwerking hebben wij ongekende rijkdom, hoge sociale normen en geweldige kansen voor onze burgers gecreëerd. Wij hebben onze gemeenschappelijke beginselen en waarden van democratie, mensenrechten en de rechtsstaat in onze verdragen verankerd en een Europese Unie opgebouwd die één is en vrij. 

Dit succes is te danken aan het feit dat de Europeanen de lat hoog leggen. Onze krachtige democratische cultuur is een voedingsbodem voor hevige debatten, en dat is goed. Want dit is geen moment om zelfgenoegzaam achterover te leunen en toe te kijken hoe de geschiedenis zich ontvouwt. Het blijft voortdurend nodig de levensstandaard voor alle Europeanen te verhogen, de burgers beter te beschermen, te verdedigen en zelfredzaam te maken, en hun beveiliging tegen verschillende bedreigingen te versterken, of die nu het gevolg zijn van terrorisme of klimaatverandering. 

De wereld is in beweging en we bevinden ons midden in de vierde industriële revolutie. Alles verandert voor iedereen. Doen alsof dat niet zo is, druist in tegen het gezond verstand. De vraag is of we slachtoffer zijn van verandering, dan wel verandering omarmen en mede richting geven. Europeanen worden geconfronteerd met verschillende dringende uitdagingen, zoals de aantasting van het milieu en klimaatverandering, de demografische transitie, migratie, ongelijkheid en druk op de overheidsfinanciën. Burgers zijn bezorgd over hun toekomst en die van hun kinderen. Wij zijn bezig een milieuschuld op te bouwen die overal invloed op heeft. Toekomstige generaties zullen deze schuld met hoge rente moeten terugbetalen als we onze inspanningen niet opvoeren.

De Europese Unie is bedoeld om de Europeanen te dienen, niet andersom. Zij moet mensen helpen hun ambities na te jagen, en snel en doeltreffend reageren op hun zorgen. Het begint ermee de situatie in ogenschouw te nemen en de realiteit en de onmiskenbare feiten onder ogen te zien. Wij moeten ons door die feiten evenwel niet bezorgd en bang laten maken, maar ons juist laten inspireren tot actie. 

Veel van deze zorgen hebben te maken met uitdagingen die grenzen overschrijden en een bedreiging vormen voor onze banen, onze welvaart, onze levensstandaard, onze vrijheid en onze gezondheid. Geen enkele staat of land kan deze uitdagingen in zijn eentje doeltreffend aanpakken. Wij hebben de schaalgrootte van de Europese Unie nodig, die wanneer zij gezamenlijk en vastberaden optreedt een wereldspeler is die niet over het hoofd kan worden gezien. Maar uiteindelijk is zelfs de Europese schaalgrootte niet genoeg; we hebben een agenda nodig met een wereldwijde impact, en die wordt het best vormgegeven door de 17 doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG's, "Sustainable Development Goals"), die door 193 landen zijn ondertekend, waaronder de Europese Unie en haar lidstaten. Met deze SDG's wordt een route uitgezet om de uitdagingen waar we voor staan het hoofd te kunnen bieden, en onze leefomgeving, onze economie en ons leven te verbeteren.

Duurzame ontwikkeling is een complexe zaak, maar een eenvoudig concept: het gaat erom te zorgen dat onze economische groei het mogelijk maakt een model in stand te houden dat eerlijke opbrengsten voor de hele mensheid voortbrengt; en om ervoor te zorgen dat wij mensen niet meer hulpbronnen verbruiken dan de aarde ons kan bieden. Dit betekent dat wij onze economie moeten moderniseren door in te zetten op duurzame consumptie- en productiepatronen, de onevenwichtigheden in ons voedselsysteem moeten corrigeren en onze mobiliteit, de manier waarop we energie produceren en gebruiken en de manier waarop we onze gebouwen ontwerpen steeds duurzamer moeten maken. Dit vergt echter ook dat wij al onze wetenschappelijke activiteiten, onze financiering, belastingen, en ons bestuur inzetten voor de verwezenlijking van de SDG's.

Dit is geen keuze tussen links of rechts, het is een keuze tussen goed of fout. Gelukkig heeft de Europese Unie, dankzij haar sterke concurrentievoordelen, een goed uitgangspunt. Europa heeft een aantal van de hoogste milieunormen ter wereld ontwikkeld, een ambitieus klimaatbeleid gevoerd en geijverd voor de Klimaatovereenkomst van Parijs. Via haar externe beleidsmaatregelen en haar open, op regels gebaseerde handelsagenda heeft de Europese Unie ook duurzame oplossingen met derde landen gedeeld.

De Europese Unie is gegrondvest op de premisse dat "de wereldvrede slechts kan worden bewaard door inspanning van alle positieve krachten die hem tegen de dreigende gevaren kunnen beschermen", zoals Robert Schuman dat bijna 70 jaar geleden zo treffend uitdrukte. Vandaag kunnen wij aan "wereldvrede" de woorden "en het welzijn en leven van onze burgers" toevoegen.

De agenda voor duurzaamheid is een positieve agenda, die erop gericht is het leven van de mensen beter te maken. Europa heeft alles in zich om het hoofd te bieden aan de grootste uitdaging ooit. Wij kunnen dit doen — samen. Wat we nodig hebben, is ieders inzet en de politieke wil om door te zetten. Nu anderen op hun schreden terugkeren, moet Europa doorgaan, haar concurrentievermogen verbeteren, investeren in duurzame groei en een voorbeeld zijn voor de rest van de wereld.

Een visie hebben is niet voldoende, we moeten het ook eens worden over een concrete manier om die visie werkelijkheid te laten worden. Deze discussienota is onze bijdrage aan dat debat.

We hadden de discussienota niet kunnen voltooien zonder de waardevolle inbreng van Europese belanghebbenden. Het maatschappelijk middenveld, de privésector en de academische wereld doen mee aan dit debat. Het multistakeholderplatform op hoog niveau inzake de SDG's, door de Europese Commissie opgericht in 2017, was een zeer waardevolle activiteit voor het samenbrengen van transversale ideeën.

De vragen die in dit document worden opgeworpen, zijn bedoeld als input voor een debat dat de komende maanden tussen burgers, belanghebbenden, overheden en instellingen zal worden gevoerd, en tevens als inspiratie voor het debat over de toekomst van Europa, de voorbereiding van de strategische agenda 2019-2024 van de Europese Unie, en het stellen van de prioriteiten van de volgende Europese Commissie.

1Duurzame ontwikkeling om de levensomstandigheden van de bevolking te verbeteren: de concurrentievoordelen van Europa

Tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september 2015 hebben landen uit de hele wereld hun handtekening gezet onder de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties (VN-Agenda 2030) en de 17 doelstellingen daarvan voor duurzame ontwikkeling (SDG's). Daarmee werden zij het eens over een concrete "todolijst voor mensen en de planeet" 1 . Wereldleiders spraken hun vaste voornemen uit om een eind te maken aan armoede, de aarde te beschermen en ervoor te zorgen dat alle mensen in vrede en welvaart kunnen leven. In combinatie met de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering wijzen de SDG's de weg naar een betere wereld en vormen zij het wereldwijde kader voor internationale samenwerking op het gebied van duurzame ontwikkeling en de economische, sociale, ecologische en bestuurlijke dimensies daarvan. De EU was een van de belangrijkste drijvende krachten achter de VN-agenda 2030 en heeft haar volledige inzet toegezegd voor de uitvoering ervan.

Duurzame ontwikkeling — de vorm van ontwikkeling waarbij wordt voldaan aan de behoeften van de huidige generaties zonder het vermogen van toekomstige generaties om aan hun behoeften te voldoen, in gevaar te brengen — is diep geworteld in het Europese project. Europese integratie en EU-beleid hebben bijgedragen tot het overwinnen van de naoorlogse armoede en hongersnood, en hebben geleid tot een ruimte van vrijheid en democratie waar Europese burgers ongekende niveaus van welvaart en welzijn konden bereiken.

De EU heeft onafgebroken gestreefd naar meer inclusieve samenlevingen, gebaseerd op de democratie en de rechtsstaat, zoals weerspiegeld in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie 2 . De sociale en gezondheidsnormen van de EU behoren tot de meest ambitieuze ter wereld en Europa is het continent met de hoogste levensverwachting. Onze sociale markteconomie heeft gezorgd voor welvaart en zekerheid dankzij sterke socialezekerheidsstelsels. Aanzienlijke investeringen in onderzoek en innovatie hebben nieuwe technologieën en productiemodellen voortgebracht die een duurzamer gebruik van middelen en de invoering van digitale oplossingen mogelijk maken. Gezonde begrotingen en moderne economieën zijn essentieel; vooruitgang op de weg naar een gezond begrotingsbeleid en structurele hervormingen hebben tot lagere schuldniveaus geleid en de banencreatie gestimuleerd. De arbeidsparticipatie in de leeftijdsgroep van 20-64 jaar is in het derde kwartaal van 2018 gestegen tot 73,5 %, het hoogste niveau ooit in de EU. Dit heeft een positief effect gehad op de productiviteit en de groei in Europa. Hoewel er nog steeds economische, sociale en territoriale ongelijkheden bestaan tussen EU-lidstaten en tussen regio's 3 , heeft het cohesiebeleid van de EU hen allen geholpen te groeien en deze verschillen op het hele continent te verkleinen (opwaartse convergentie). Bovendien heeft de EU een aantal van de hoogste sociale en milieunormen ingesteld, evenals een aantal van de meest ambitieuze beleidsmaatregelen voor de bescherming van de menselijke gezondheid, en is zij de belangrijkste voorvechter geworden in de strijd tegen klimaatverandering. De lidstaten van de EU hebben op veel terreinen van de VN-Agenda 2030 aanzienlijke vooruitgang geboekt en de EU is dan ook een van de beste plaatsen om te wonen in de wereld, zo niet de beste.

De Europese Unie is een van de beste plaatsen om te wonen

üNegen lidstaten van de EU-27 behoren tot de 20 gelukkigste landen ter wereld, met Finland op de eerste plaats 4 .

üDe algehele tevredenheid met het leven in de EU, gebaseerd op het subjectieve welzijn van de Europese burgers, bedraagt 70 % 5 .

üElf lidstaten van de EU-27 komen voor in de top 20 van de wereldwijde Youth Progress Index 6 van het Europees Jeugdforum. De Youth Progress Index is een van de eerste instrumenten ontwikkeld om een volledige beeld te geven van wat het betekent om vandaag de dag jongere te zijn, onafhankelijk van economische indicatoren. 

Niets is echter ooit volledig of definitief geregeld. We moeten ons onophoudelijk blijven inspannen voor onze democratie, onze economie en onze natuurlijke omgeving om de al geboekte resultaten te behouden en te verstevigen, de negatieve effecten van de economische en financiële crisis volledig te overwinnen, de verbetering van onze gezondheid, onze welvaart en ons welzijn los te koppelen van de aantasting van het milieu, sociale ongelijkheden te overwinnen en grensoverschrijdende problemen het hoofd te bieden.

Wij bevinden ons midden in de vierde industriële revolutie en de veranderingen zullen gevolgen hebben voor iedereen. Het is de vraag of wij in staat zullen zijn een leidende rol te spelen en de reactie te sturen vanuit onze waarden en onze belangen. De EU en haar lidstaten beschikken over aanzienlijke concurrentievoordelen, die ons in staat stellen het voortouw te nemen en onze economieën te moderniseren, onze natuurlijke omgeving te beschermen en de gezondheid en het welzijn van alle Europeanen te verbeteren. Daartoe zullen wij de SDG's moeten omarmen en verder blijven investeren in vaardigheden, innovatie en opkomende technologieën, die ons helpen onze economie en onze samenleving om te vormen op weg naar een duurzame toekomst.

Wij moeten nadenken over de ontwikkeling die onze productie- en consumptiepatronen moeten doormaken. Wij moeten nú handelen om een eind te maken aan de opwarming van de aarde en het verlies van ecosystemen en biodiversiteit, die een bedreiging vormen voor ons welzijn, onze vooruitzichten op duurzame groei, en het leven zelf op deze planeet. Hiertoe hebben wij weliswaar de middelen, maar wij hebben niet de luxe van tijd. Ondanks de geboekte vooruitgang zijn ongelijkheden en territoriale verschillen nog steeds wijdverspreid. Het aanpakken daarvan is niet alleen belangrijk voor een rechtvaardige samenleving, maar ook voor de bescherming en versterking van de sociale samenhang en voor het waarborgen van de sociale en politieke stabiliteit in en tussen de lidstaten van de EU.

Daarnaast is een sterke en doeltreffende, op regels gebaseerde multilaterale wereldorde het beste tegengif tegen de wet van de jungle in een roerige wereld vol nucleaire wapens en extremisme maar met beperkte middelen. Er is een groeiende, gevaarlijke nationalistische stroming van "eigen land eerst", die kan leiden tot onrust en conflict. Verschillende landen zijn zich beginnen af te keren van hun wereldwijde verantwoordelijkheid en inzet voor het menselijk welzijn, veiligheid, milieubescherming en klimaatactie, en zetten zo een op regels gebaseerde orde op losse schroeven.

De SDG's zijn geen doel op zich, maar dienen ons als kompas en plattegrond. Zij bieden het nodige langetermijnperspectief, dat verder reikt dan verkiezingsperiodes en het streven naar snel gewin op de korte termijn. Zij helpen ons een weg te vinden om solide democratieën in stand te houden, moderne en dynamische economieën op te bouwen en bij te dragen aan een wereld met een hogere levensstandaard, waarin de ongelijkheden worden verkleind en niemand aan zijn lot wordt overgelaten, terwijl tegelijkertijd daadwerkelijk rekening wordt gehouden met de grenzen van onze planeet om haar voor toekomstige generaties te behouden.

Sinds het begin van haar mandaat heeft de Commissie-Juncker gewerkt om duurzame ontwikkeling tot een vast bestanddeel van haar beleidsmaatregelen te maken 7 en heeft zij reeds de basis gelegd voor de volgende generatie van duurzaam beleid: dit loopt uiteen van initiatieven als de Europese pijler van sociale rechten en de nieuwe Europese consensus inzake ontwikkeling tot de op waarden gebaseerde strategie "Handel voor iedereen", de strategische inzet voor gendergelijkheid en een Europese onderwijsruimte; van het pakket "circulaire economie", de pakketten "Europa in beweging" en de energie-unie tot de strategie voor blauwe groei en de strategie voor de bio-economie; en van het investeringsplan en het actieplan voor duurzame financiering tot de stedelijke agenda voor de EU en het actieplan inzake natuurbescherming, om maar een paar voorbeelden te noemen.

De Commissie-Juncker heeft ook voorgesteld de financiën van de EU duurzamer te maken door de band tussen EU-financiering en de rechtsstaat te versterken en een ambitieuzer streefdoel te kiezen van 25 % klimaatgerelateerde uitgaven in de toekomstige begroting van de EU.

Onlangs heeft de Commissie-Juncker een strategische langetermijnvisie gepresenteerd voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale EU-economie tegen 2050 8 . Deze visie maakt de weg vrij voor een structurele verschuiving van de Europese economie waarbij duurzame groei en werkgelegenheid een impuls krijgen.

Al deze strategische beleidslijnen zullen volledig en ondubbelzinnig in praktische maatregelen moeten worden omgezet. Zij moeten ook met verdere maatregelen worden aangevuld, vanuit de erkenning dat alle beleidsterreinen onderling samenhangen en rekening houdend met nieuwe uitdagingen en nieuwe feiten en bewijzen wanneer die zich voordoen. De sociale dialoog en vrijwillige maatregelen vanuit de privésector hebben eveneens een belangrijke rol in dit verband.

De EU is buitengewoon goed gepositioneerd om een leidende rol te vervullen. Nu andere grote mogendheden zich terugtrekken, ontstaat een politiek vacuüm. Dit is een belangrijke kans voor de EU om leiderschap te tonen en voor anderen de weg te banen.

In mei van dit jaar zullen de burgers van de EU een nieuw Europees Parlement kiezen. In het najaar zal een nieuwe Commissie aantreden. De einddatum van de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei 9 komt snel dichterbij. Daarom moeten wij vooruitkijken naar de komende vijfjarige beleidscyclus voor Europa en het nieuwe meerjarig financieel kader (MFK), dat van 2021 tot en met 2027 loopt. De Europese Raad 10 toonde zich verheugd over het voornemen van de Commissie tot bekendmaking van deze discussienota, die het pad moet effenen voor een alomvattende uitvoeringsstrategie in 2019. Deze discussienota betekent ook het startsein voor een debat over de verdere ontwikkeling van de visie van de EU op duurzame ontwikkeling en de aandachtspunten voor de sectorale beleidslijnen na 2020, en vormt tegelijkertijd een bijdrage aan de voorbereiding van de uitvoering van de SDG's op de lange termijn 11 . De Commissie wil bijdragen aan een werkelijk alomvattend en toekomstgericht debat over de toekomst van Europa, en duurzame ontwikkeling is onlosmakelijk verbonden met die toekomst.

2De EU en de wereldwijde uitdagingen die ze moet aangaan

Dankzij hervormingsinspanningen op alle niveaus hebben de economische basisparameters van de EU zich na de economische en financiële crisis hersteld 12 . Recente prognoses 13 wijzen evenwel op de noodzaak tot verhoging van de groeipercentages, vermindering van de schuldenlast en bestendige begrotingsdiscipline om het kader te vormen voor een gezonde economie. Als wij geen maatregelen nemen om de economische veerkracht en cohesie te vergroten en nalaten structurele zwakke plekken aan te pakken, zouden de komende jaren kunnen leiden tot een verlies aan dynamiek in een context van grote neerwaartse risico's. Omgekeerd kunnen we, als we de noodzakelijke structurele hervormingen doorvoeren, meer welzijn en een sterkere toekomst tot stand brengen, onder meer door te investeren in onderzoek en innovatie, openbare diensten, sociale voorzieningen en milieubescherming. Om ervoor te zorgen dat onze belasting- en pensioenstelsels toekomstbestendig zijn, met inbegrip van stabiele belastinginkomsten in de eengemaakte markt, zijn zowel maatregelen nodig op EU-niveau als op dat van de lidstaten.

Daarnaast zijn er vele uitdagingen die steeds nijpender zijn geworden en een bedreiging vormen voor ons welzijn en onze economische welvaart. Al deze uitdagingen zijn complex en nauw met elkaar verbonden, wat betekent dat het aanpakken van één uitdaging positieve gevolgen kan hebben voor andere.

Het ernstigste duurzaamheidstekort en onze grootste uitdaging is de milieuschuld die wij momenteel opbouwen door overmatig gebruik en uitputting van onze natuurlijke hulpbronnen, waarmee wij ons vermogen om binnen de grenzen van onze planeet aan de behoeften van toekomstige generaties te voldoen, in gevaar brengen. Over de hele wereld brengt de druk op essentiële hulpbronnen, van zoet water tot vruchtbare grond, het menselijk bestaan in gevaar. De mensheid verbruikt op dit moment 1,7 maal meer dan de aarde kan bieden 14 . Doordat het wereldwijde verbruik van grondstoffen tussen 1900 en 2015 verveertienvoudigd is en tussen 2015 en 2050 naar verwachting nog meer dan verdubbelen zal 15 , beweegt de wereld zich in snel tempo naar een aantal omslagpunten. Naast de ecologische druk is dit een andere grote uitdaging voor de economie van de EU, die afhankelijk is van grondstoffen afkomstig van internationale markten.

De biodiversiteit en ecosystemen worden steeds meer bedreigd door menselijke activiteiten; in slechts 40 jaar tijd zijn de populaties van gewervelde soorten wereldwijd met gemiddeld 60 % in omvang afgenomen 16 . Regenwouden worden in hoog tempo vernietigd, waarbij elk jaar een gebied ongeveer zo groot als Griekenland verloren gaat. Dit is niet "het probleem van iemand anders". In de EU verkeren slechts 23 % van de soorten en 16 % van de habitats in goede gezondheid. Dierlijke voedingsmiddelen hebben een bijzonder grote voetafdruk qua landgebruik 17 , terwijl de toenemende vraag naar visserijproducten aanzienlijke druk legt op mariene ecosystemen 18 .

De wereldwijde uitstoot van broeikasgassen blijft in alarmerend tempo stijgen, met als belangrijkste oorzaken niet alleen het energieverbruik, maar ook de overconsumptie van hulpbronnen en de vernietiging van ecosystemen. Vervoer is verantwoordelijk voor 27 % van de broeikasgasemissies van de EU, en in veel stedelijke gebieden worden de overeengekomen EU-grenswaarden voor luchtverontreiniging overschreden. De voedselproductie is nog steeds een aanzienlijke verbruiker van water en energie en stoot ook aanzienlijke hoeveelheden verontreinigende stoffen uit, goed voor zo'n 11,3 % van de uitstoot van broeikasgassen in de EU. In de EU komen fossiele brandstoffen nog altijd in aanmerking voor overheidssubsidies ter hoogte van ongeveer 55 miljard euro per jaar, wat neerkomt op zo'n 20 % van de rekening voor de invoer van brandstoffen in de EU, en dit in weerwil van de ambitieuze maatregelen voor het koolstofvrij maken van de EU en de toezeggingen in het kader van de G7 en G20 tot geleidelijke uitfasering van de subsidies 19 .

Over het geheel genomen is de EU erin geslaagd haar eigen emissies te beperken — ook als de in de import en export van de EU vervatte emissies worden meegerekend — en deze los te koppelen van de economische groei, waarmee zij een krachtige bijdrage levert aan de wereldwijde inspanningen 20 . Maar zowel op EU-niveau als wereldwijd is een grotere inspanning nodig.

Als er niets aan wordt gedaan, zullen de verwoestende gevolgen van klimaatverandering en de achteruitgang van ons natuurlijke kapitaal ernstige gevolgen hebben voor de economie, de levenskwaliteit overal ter wereld verslechteren en leiden tot meer en grotere natuurrampen, zodat nog meer levens in gevaar worden gebracht. Het ombuigen van deze negatieve trends brengt weliswaar kosten met zich mee en vraagt om een krachtige gezamenlijke inspanning, maar als we niet in actie komen zouden de kosten en de daarmee samenhangende sociale gevolgen nog veel hoger zijn 21 .

Dit is niet alleen een uitdaging op het niveau van onze planeet, ook het sociale model van de EU — een hoeksteen van het Europese project — bevindt zich in de gevarenzone. Technologische, structurele en demografische veranderingen in een geglobaliseerde wereld leiden tot een transformatie van wat onder werk wordt verstaan en tot kritische vragen over onze solidariteit, terwijl de belofte dat elke generatie mag hopen een betere wereld te erven dan de vorige, wordt uitgehold. Dit zou er tevens toe kunnen leiden dat de fundamentele waarden van de EU — democratie, rechtsstaat en grondrechten — verder onder druk komen te staan.

Momenteel loopt ongeveer 22,5 % van de EU-bevolking nog steeds het risico van armoede of sociale uitsluiting en leidt 6,9 % van de Europeanen nog steeds onder ernstige materiële deprivatie. De inkomensongelijkheid in de EU-lidstaten is in 2017 voor het eerst sinds de financiële crisis weer afgenomen. De inkomensongelijkheid is echter nog steeds te groot, doordat de rijkdom zich verder aan de top heeft geconcentreerd. Dit heeft velerlei sociale gevolgen en leidt tot verschillen in welzijn en kwaliteit van leven. De lidstaten van de EU worden ook geconfronteerd met een aantal uitdagingen bij het waarborgen van betaalbare energie voor alle Europeanen; zo hebben miljoenen mensen moeite hun huizen te verwarmen 22 . Terwijl zo'n 43 miljoen mensen in de EU het zich niet kunnen veroorloven elke twee dagen een correcte maaltijd te nuttigen 23 , belandt ongeveer 20 % van onze voedselproductie bij het afval 24 en kampt meer dan de helft van de volwassenen in de EU met overgewicht 25 , wat het risico op ernstige gezondheidsproblemen verhoogt. Een extra gezondheidsrisico is antimicrobiële resistentie, een fenomeen dat de komende decennia verantwoordelijk zou kunnen zijn voor meer dan 10 miljoen sterfgevallen per jaar 26 .

   

Er is nog altijd geen volledige gelijkheid tussen vrouwen en mannen. De arbeidsparticipatie van vrouwen is weliswaar historisch hoog en meer vrouwen dan ooit bekleden topfuncties, maar de vooruitgang stagneert en op sommige terreinen is zelfs sprake van achteruitgang 27 . Twaalf EU-lidstaten vertoonden de afgelopen tien jaar een achteruitgang op het vlak van het genderevenwicht in de tijd die wordt besteed aan zorg, huishoudelijk werk en sociale activiteiten. Er zijn nog steeds verschillen qua arbeidsparticipatie en beloning 28 .

Dat Europa de hoogste levensverwachting ter wereld kent, is een groot succes. Maar de combinatie van een groeiend aantal ouderen en een krimpende bevolking in de werkende leeftijd brengt zijn eigen uitdagingen voor ons sociaal-economische model met zich mee. De vergrijzing kan, in samenhang met de hoge levensverwachting en een grotere kans op chronische ziekten, grote uitwerking hebben op de overheidsfinanciën, met inbegrip van de gezondheidszorgstelsels. Dit zal ook het risico op ongelijkheid tussen de generaties doen toenemen.

Ongelijkheden en de vermindering van sociale mobiliteit vormen een risico voor onze algehele economische ontwikkeling 29 en de sociale cohesie. In de EU gaat het over het algemeen relatief goed op het gebied van inkomensongelijkheid, maar minder goed als het gaat om gelijke kansen. Door ongelijke kansen kunnen de sociale inclusie en de arbeidsmarktintegratie voor bepaalde bevolkingsgroepen worden belemmerd, wat slecht is voor de groeivooruitzichten. Het aanpakken van ongelijkheden is cruciaal om ervoor te zorgen dat de burgers de overgang naar duurzaamheid zullen steunen. De steeds groter wordende verleidingen van isolationisme en nationalisme kunnen een teken zijn dat te veel Europeanen zich niet goed beschermd voelen in een wereld die hun steeds onrechtvaardiger toeschijnt. Het is echter duidelijk dat geen enkele lidstaat op eigen kracht groot of sterk genoeg is om transnationale uitdagingen aan te gaan — maar verenigd in de EU kunnen we bescherming bieden.

Ook ongelijkheden op wereldschaal zijn reden tot grote bezorgdheid. Door de grote wereldwijde verschillen in bevolkingsgroei en levensstandaard, en doordat de temperaturen wereldwijd blijven stijgen en er ecosystemen verdwijnen, zullen we onvermijdelijk overal ter wereld een toename zien van gedwongen ontheemding en migratie. Zo zullen tussen nu en 2050 naar schatting honderden miljoenen mensen hun huis ontvluchten als gevolg van klimaatverandering en de aantasting van het milieu 30 . Dit is een duidelijk voorbeeld van de manier waarop de vele complexe vraagstukken met elkaar verweven en onderling afhankelijk zijn, en laat zien waarom zij een integraal antwoord vereisen. Er is simpelweg geen wondermiddel of gemakkelijke oplossing voor elk van de grote en moeilijke uitdagingen.

Het is een enorme taak om ons economische model te moderniseren, de sociale problemen waarmee wij worden geconfronteerd aan te pakken en een sterke, op regels gebaseerde multilaterale samenwerking in stand te houden en te bevorderen. Toch zijn dit de noodzakelijke ingrediënten om de sociale stabiliteit te waarborgen, onze economieën te laten gedijen en onze gezondheid te verbeteren. Onze vrije samenlevingen vereisen een economische dynamiek en doorlopende investeringen in cruciale ontsluitende technologieën en in onderwijs. Een betere toekomst voor iedereen veronderstelt dat we duurzame groei opnieuw definiëren op basis van het besef dat de natuurlijke grenzen voor de 21e eeuw zeer verschillend zijn van die van de vorige eeuw. Wij gaan deze uitdaging graag aan.

De SDG's zijn per definitie wereldwijde doelstellingen die op alle delen van de wereld van toepassing zijn, en zo moeten wij er ook mee omgaan. Wij moeten het internationale perspectief voor ogen houden, het goede voorbeeld geven, wereldwijde normen vaststellen en landen, bedrijfstakken en mensen inspireren om zich bij dit streven aan te sluiten. Als 's werelds grootste eengemaakte markt, het grootste handelsblok, de grootste investeerder en de grootste donor van ontwikkelingshulp ter wereld kan de EU aanzienlijke invloed hebben op het succes van de VN-agenda 2030. De EU past al veel van de modernste vormen van beleid toe voor het bevorderen van duurzaamheid. Wij moeten op deze weg verdergaan, maar het tempo moet worden opgevoerd om in 2030 een duurzaam Europa te bewerkstelligen. We kunnen het ons niet veroorloven om de verantwoordelijkheid af te schuiven op volgende generaties, en onze tijd wordt steeds krapper. De besluiten die wij de komende jaren wel of niet nemen, zullen bepalen of we deze ontwikkelingen nog kunnen keren.

3Op weg naar een duurzaam Europa in 2030

Bij duurzame ontwikkeling gaat erom de levensstandaard van mensen te verbeteren door hen reële keuzes te bieden, een omgeving te creëren die het uitoefenen van die keuzes mogelijk maakt, en kennis en betere informatie te verspreiden. Dit moet leiden tot een situatie waarin wij "goed leven binnen de grenzen van onze planeet" 31 en waarin onze gezondheid en ons welzijn worden ondersteund door een slimmer gebruik van hulpbronnen en een moderne economie.

Daarom moeten we voortgaan op de weg die wij voor onszelf hebben uitgezet en de overgang maken naar een koolstofarme, klimaatneutrale, hulpbronnenefficiënte economie met een grote biodiversiteit, in volledige overeenstemming met de VN-Agenda 2030 en de 17 SDG's. Deze overgang moet aan iedereen ten goede komen, zodat niemand aan zijn lot wordt overgelaten en gelijkheid en inclusiviteit zijn gewaarborgd. Onze economische groei moet minder afhankelijk worden van niet-hernieuwbare hulpbronnen doordat we het gebruik van duurzaam beheerde hernieuwbare hulpbronnen en ecosysteemdiensten maximaliseren.

De EU is al aan deze overgang begonnen. Tussen 2000 en 2015 nam de werkgelegenheid in de milieusector sneller toe dan in de economie als geheel 32 . Koolstofarme technologieën ontwikkelen zich tot een belangrijk exportproduct, waarbij de EU profiteert van een aanzienlijke positieve handelsbalans. In de periode 2012-2015 was de uitvoer van technologieën voor schone energie uit de EU goed voor 71 miljard euro, een overschot van meer dan 11 miljard euro ten opzichte van de invoer. De EU laat al zien dat het mogelijk is de economie te doen groeien en tegelijkertijd de koolstofemissies te beperken.

De EU kan de norm stellen voor de rest van de wereld als zij het voortouw neemt bij de uitvoering van de SDG's en de overgang naar een duurzame economie, onder meer via slimme investeringen in innovatie en sleuteltechnologieën die dit mogelijk maken. De EU zou dan als eerste de vruchten van de overgang kunnen plukken. Zij zou ook het grootste concurrentievoordeel hebben op de wereldmarkt van morgen. Dit zal bijdragen tot sterkere lidstaten in een sterkere Unie, waar de burgers worden geholpen hun doelstellingen in vrijheid en welzijn na te streven — en dus tot de vervulling van de visie van Europa.

Groene groei zou "alle boten meevoeren" 33 , en ten goede komen aan zowel producenten als consumenten. Geschat wordt dat het bereiken van de SDG's op het gebied van voedsel, landbouw, energie, materialen, steden en gezondheid en welzijn meer dan 10 biljoen euro aan commerciële kansen met zich mee kan brengen 34 . De ambitie van de EU om een hulpbronnenefficiënte en klimaatneutrale economie tot stand te brengen, zal aantonen dat de overgang naar een groene economie hand in hand kan gaan met meer welvaart. Om te slagen, moeten de EU en haar lidstaten het voortouw nemen op het gebied van wetenschap, technologie en moderne infrastructuur. Wij moeten ook de opkomst van nieuwe bedrijfsmodellen stimuleren, belemmeringen op de interne markt wegnemen en profijt trekken van nieuwe technologieën, zoals kunstmatige intelligentie. Belangrijke horizontale instrumenten, zoals onderzoek en innovatie, financiering, prijsstelling en belastingen, verantwoord ondernemerschap, nieuwe bedrijfsmodellen en onderwijs zullen de juiste randvoorwaarden scheppen voor een verandering naar meer duurzaamheid zolang zij gericht zijn op een innovatieve groene, inclusieve en sociaal rechtvaardige economische overgang.

Om dit te bereiken, moeten we blijven investeren in mensen en in de verschillende systemen die de grondslag van onze samenleving vormen. Geïsoleerde, onsamenhangende benaderingen zijn ondoeltreffend gebleken. Wij moeten strategieën formuleren die alomvattend en geïntegreerd zijn. Zo kunnen milieukwesties niet worden opgelost met milieubeleid alleen zolang we via ons economische beleid fossiele brandstoffen, inefficiënt hulpbronnengebruik of niet-duurzame vormen van productie en consumptie blijven bevorderen. Op vergelijkbare wijze is sociaal beleid alleen niet voldoende om de vierde industriële revolutie in goede banen te leiden en de arbeidskrachten te ondersteunen die de gevolgen ondervinden van de overgang naar een koolstofarme economie; krachtig beleid op het gebied van onderwijs en opleiding en op dat van onderzoek en ontwikkeling zal cruciaal zijn om de nodige veerkracht in onze samenlevingen op te bouwen.

Er is actie nodig op alle niveaus. De EU-instellingen, de lidstaten en de regio's moeten van de partij zijn. Steden, gemeenten en plattelandsgebieden moeten stuk voor stuk aanjagers van verandering worden. Burgers, bedrijven, sociale partners en de onderzoeks- en kennisgemeenschap moeten de handen ineenslaan. De EU en haar lidstaten zullen met internationale partners moeten samenwerken. Wij kunnen dit alleen volbrengen als we op alle niveaus naar hetzelfde doel toewerken.

3.1Beleidsbasis voor een duurzame toekomst

Het is daarom van het grootste belang dat alle actoren in de EU voorrang geven aan de overschakeling naar duurzaamheid. Zij moeten de intersectorale beleidsagenda's die de afgelopen jaren op EU-niveau zijn vastgesteld, verder ontwikkelen. Aanzienlijke delen van het EU-beleid zijn reeds toegespitst op de verwezenlijking van de SDG's, maar zij moeten nog op een geïntegreerde manier door de lidstaten in de praktijk worden gebracht. Zo worden de kosten van de niet-uitvoering van de bestaande EU-milieuwetgeving geschat op ruwweg 50 miljard euro per jaar, in termen van kosten in verband met de gezondheidszorg en rechtstreekse kosten voor het milieu. Een volledige nakoming van de EU-voorschriften op milieugebied zou niet alleen aanzienlijke voordelen voor het milieu en onze gezondheid hebben, maar ook banen creëren 35 .

In dezelfde geest is het doel niet alleen duurzame oplossingen te versnellen en grootschaliger te maken, maar ook bruggen te bouwen en de samenhang tussen de verschillende agenda's alle niveaus te verbeteren. Beleidssamenhang is een kritieke voorwaarde om te zorgen dat we kunnen werk te maken van de SDG's en zorgen voor groene en inclusieve groei op lange termijn voor de EU.

In lijn met de sterke wetenschappelijke basis van de belangrijkste duurzaamheidsproblemen en kansen voor de EU moet het accent worden gelegd op productie en consumptie op het gebied van materialen en producten, levensmiddelen, energie, mobiliteit en de gebouwde omgeving 36 , rekening houdend met de sociale gevolgen van de veranderingen op deze gebieden. Hier zijn de veranderingen in de duurzaamheid het hardst nodig en bieden zij potentieel de meeste voordelen voor de economie, de samenleving en het milieu van de EU, met wereldwijde sterke positieve overloopeffecten. Deze gebieden kunnen niet los van elkaar worden gezien, maar zijn onderling nauw verbonden en versterken elkaar.

3.1.1Van een lineaire naar een circulaire economie 

Doordat verschillende materialen en producten beter beschikbaar en betaalbaarder zijn geworden, is ons leven eenvoudiger geworden en zijn de levensstandaard en de levenskwaliteit in de EU toegenomen. Onze consumptiecultuur heeft echter geleid tot een excessieve uitputting van natuurlijke hulpbronnen en toenemende druk op het natuurlijk kapitaal en het klimaat 37 . 

Wij moeten ervoor zorgen dat onze economie kan blijven groeien op een duurzame manier en de levensstandaard verbeteren waar de mensen om vragen. Hiervoor moeten nieuwe materialen en producten worden ontworpen, waarmee wij naar behoren worden uitgerust om steeds meer te hergebruiken, te repareren en te recycleren. Dit vermindert niet alleen de hoeveelheid afval, maar zorgt ook dat er minder behoefte is aan de exploitatie van nieuwe bronnen met de bijbehorende financiële offers en kosten voor het milieu. Aan het eind van de levensduur van een product – of het nu een jeansbroek, een smartphone, een bewaardoos voor levensmiddelen of een meubelstuk is – blijft in de ware circulaire economie het merendeel van de materiële waarde behouden, zodat het materiaal dat vroeger als afval werd beschouwd, opnieuw kan worden gebruikt om nieuwe producten te maken.

De overgang naar een circulaire economie, met inbegrip van een circulaire bio-economie, is een kans bij uitstek om een concurrentievoordeel te behalen op duurzame basis. Toepassing van de beginselen van de circulaire economie in alle sectoren en bedrijfstakken zal Europa op ecologisch en sociaal gebied ten goede zal komen en bovendien het potentieel hebben om een netto economisch voordeel van 1,8 biljoen euro te generen in 2030 38 , meer dan 1 miljoen nieuwe banen in de hele EU te creëren in 2030 39 , en een centrale rol te spelen bij de terugdringing van de uitstoot van broeikasgassen 40 . Aangezien de producten in de EU sterk afhankelijk zijn van bronnen in andere delen van de wereld, zal de overgang naar een circulaire economie er ook toe bijdragen dat de EU de druk op milieu-, sociaal en economisch gebied wereldwijd kan verminderen, en de strategische autonomie van de EU kan vergroten.

De EU is de economie bij uitstek om te profiteren van de overgang naar een circulaire economie, door de vervaardiging van circulaire producten een van zijn prioriteiten te maken, en daarmee concurrentievoordelen te genereren. Om dat voordeel vast te houden, moeten we echter onze inspanningen vergroten. Het Actieplan voor de circulaire economie dat de Commissie-Juncker in 2015 heeft aangenomen, stelt maatregelen vast om de economie van de EU naar de circulaire weg te leiden en een wereldleider in deze overschakeling te laten worden. Het omvat stappen om productie- en consumptiepatronen te veranderen, waarbij de nadruk ligt op het ontwerp van producten (duurzaamheid, repareerbaarheid, hergebruik en recycleerbaarheid), afvalbeheer (voorkoming, recycling van materiaal, energieterugwinning en voorkomen van storten) en bewustmaking van de consument. Bijna alle elementen van het actieplan zijn reeds geleverd, maar er moeten meer stappen worden gezet om een volledig circulaire Europese economie op te bouwen.

De vernieuwde EU-strategie voor de bio-economie die in 2018 is gepresenteerd vormt een aanvulling op het Actieplan voor de circulaire economie, door het duurzaam gebruik van hernieuwbare hulpbronnen te verbeteren en grootschaliger te maken en het mogelijk te maken dat hernieuwbare grondstoffen en industriële bijproducten worden omgezet in biogebaseerde producten, zoals brandstoffen, chemische stoffen, composietmaterialen, meubilair en meststoffen.

Het is nu van essentieel belang om het aangenomen beleid om te zetten in de praktijk, en de prioriteit te blijven geven aan nieuwe acties op alle bestuursniveaus in de EU. Zo moet de ambitieuze modernisering van de EU-voorschriften inzake afval in de praktijk worden gebracht door de lidstaten. Levenscyclusbeoordelingen van producten moeten een norm worden en de kaderrichtlijn inzake ecologisch ontwerp die is bedoeld om de efficiëntie van producten te verbeteren teneinde het energie- en hulpbronnenverbruik te verminderen — moeten zo veel mogelijk worden verruimd. De werkzaamheden die zijn begonnen voor chemische stoffen, het niet-toxisch milieu, milieukeuren en eco-innovatie, kritieke grondstoffen en meststoffen moeten worden versneld. De bevordering van de markt voor secundaire grondstoffen moet een hoge prioriteit blijven. De succesvolle werkzaamheden voor een circulaire kunststofeconomie moeten een belangrijk aandachtsgebied blijven, en ook andere grondstoffen- en vervuilingsintensieve bedrijfstakken zoals levensmiddelen, textiel en elektronica moeten worden ondersteund en gestimuleerd om circulair te worden. Biogebaseerde sectoren moeten grootschaliger worden gemaakt en worden versterkt, waarbij onze ecosystemen moeten worden beschermd en overexploitatie van natuurlijke hulpbronnen moet worden vermeden. In de toekomst moeten wij van de circulaire economie de ruggengraat van de EU-industriestrategie maken, circulariteit in nieuwe gebieden en sectoren mogelijk maken, de consumenten in staat stellen geïnformeerde keuzes te maken en inspanningen door de openbare sector te vergroten door middel van duurzame overheidsopdrachten. De tijd is er rijp voor, en het grote maatschappelijke draagvlak voor de EU-kunststoffenstrategie laat zien dat er steeds meer begrip voor is dat op deze weg wordt voortgegaan.

Circulaire economie in actie: de EU komt met 's werelds eerste alomvattende kunststoffenstrategie

De EU-kunststoffenstrategie 41 en de wetgeving inzake kunststoffen voor eenmalig gebruik 42 zullen het milieu beschermen tegen vervuiling met kunststoffen en gelijktijdig groei en innovatie bevorderen. Uiterlijk in 2030 moeten alle kunststof verpakkingen die in de EU op de markt worden gebracht op een economisch levensvatbare wijze recycleerbaar zijn, doelbewust toegevoegde microplastics en de schadelijkste kunststofvoorwerpen voor eenmalig gebruik waarvoor alternatieven bestaan, zullen worden verboden, en er wordt steeds meer gebruik gemaakt van recycleerde kunststoffen om nieuwe producten te maken.

3.1.2Duurzaamheid van boer tot bord 

De landbouwsector en de plattelandsgebieden van de EU zijn van cruciaal belang voor het welzijn van de Europese burgers. Onze landbouw-en levensmiddelensector zorgen ervoor dat de EU tot de belangrijkste voedselproducenten ter wereld behoort, borg staat voor voedselveiligheid en goed is voor miljoenen banen voor de Europeanen. De landbouwers van de EU zijn ook de eerste beheerders van het natuurlijke milieu, aangezien zij zorgdragen voor de natuurlijke hulpbronnen op 48 % van het grondgebied van de EU, terwijl de bosbouwers nog eens 40 % voor hun rekening nemen. De plattelandsgebieden in de EU bieden ruimte voor innovatieve sectoren zoals de bio-economie. Bovendien zijn onze plattelandsgebieden een belangrijke basis voor recreatie en toerisme. Landbouwers en bosbouwers worden echter rechtstreeks getroffen door de voortdurende stijging van de gemiddelde temperatuur en de aantasting van het natuurlijk milieu.

De landbouwsector in de EU heeft een reële vooruitgang geboekt wat klimaat en milieu betreft, door de broeikasgasemissies terug te dringen met 20 % en het nitraatgehalte in de rivieren met 17,7 % sinds 1990. Niettemin blijven de onderkende uitdagingen bestaan. Als we onze economie willen moderniseren, ons milieu willen beschermen en de kwaliteit van ons voedsel willen verbeteren, moeten onevenwichtigheden in de voedselketen worden verbeterd, van landbouw en visserij tot aan de voedsel- en drankindustrie, vervoer, distributie en consumptie.

De SDG's bieden de weg voorwaarts. Naar schatting zou een mondiale voedsel- en landbouwsysteem dat in overeenstemming is met de SDG's tussen nu en 2030 een nieuwe economische waarde van meer dan 1,8 biljoen euro creëren 43 . Het systeem zou voedzame en betaalbare levensmiddelen voor een groeiende wereldbevolking leveren, hogere inkomens genereren, bijdragen tot het herstel van bossen, zoetwaterbronnen en ecosystemen, en veel beter bestand zijn tegen klimaatrisico's 44 . Duurzame landbouw- en levensmiddelenproductiepraktijken zullen tussen nu en 2050 naar verwachting wereldwijd meer dan 200 miljoen voltijdse banen creëren 45 .

Ook hier evolueert de vraag van het publiek. De burgers hechten steeds meer waarde aan levensmiddelen die zijn geproduceerd met redenen die grotere voordelen voor de samenleving bieden, zoals biologische producten, producten met een geografische aanduiding, plaatselijke productiesystemen met een lagere koolstofvoetafdruk van levensmiddelen, en innovatieve koolstofarme oplossingen voor voedselproductie. Biologische landbouw, met de nadruk op de milieubescherming en dierenwelzijn, is gestaag gegroeid in alle EU-lidstaten sinds 2005, en zal naar verwachting blijven groeien. 46  

Als grootste exporteur en importeur van agrovoedingsproducten ter wereld 47 is de EU goed gepositioneerd om de voordelen van deze economische kansen te benutten en een wereldleider in duurzaam voedsel te worden. Dit is haalbaar. Wij hebben behoefte aan een alomvattende aanpak die leidt tot een werkelijke verandering in de wijze waarop wij voedsel produceren, bewerken, distribueren en consumeren door de overgang naar een duurzaam voedselsysteem op basis van circulaire-economiebeginselen te versnellen en innovatieve, gezonde, milieu- en diervriendelijke, veilige en voedzame voedselproductie een van de belangrijkste Europese handelsmerken te maken.

De Commissie heeft een gemoderniseerd gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) voorgesteld, waarbij de nationale plannen van de lidstaten een reflectie moeten zijn van de sterke duurzaamheidsbeginselen die zijn opgenomen in de GLB-beginselen. Het gemeenschappelijk visserijbeleid heeft geleid tot een aanzienlijke verbetering van de duurzaamheid van de Europese visserij. Toch blijft een correcte tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk visserijbeleid, met inbegrip van het duurzaam beheer van alle visbestanden en de ontwikkeling van duurzame aquacultuur van essentieel belang.

Vak: Steun voor de overgang naar duurzame landbouw door een gemoderniseerd GLB

Het toekomstige GLB (2021 tot 2027) 48 zal ook in de toekomst zorgen voor toegang tot kwalitatief hoogwaardige levensmiddelen en voor krachtige steun voor het uniek Europees landbouwmodel met een toegenomen nadruk op milieu en klimaat, ter ondersteuning van de voortgezette overgang naar een duurzamere landbouw en de ontwikkeling vitale plattelandsgebieden.

Nieuwe verplichtingen betreffen onder meer het behoud van koolstofrijke bodems door de bescherming van waterrijke gebieden en veengebieden; een verplicht instrument voor nutriëntenbeheer om de waterkwaliteit te verbeteren en de ammoniak- en stikstofoxidegehaltes te beperken; wisselteelt in plaats van gewasdiversificatie. Alle landbouwers die GLB-steun ontvangen, moeten deze basisnormen in acht nemen.

Elke lidstaat moet eco-regelingen ontwikkelen die landbouwers ondersteunen bij of aanzetten tot het toepassen van landbouwpraktijken die gunstig zijn voor het klimaat en het milieu en die verder gaan dan wat verplicht is. Bovendien moeten de landbouwers de mogelijkheid hebben om verder bij te dragen tot meer duurzaamheid door bijkomende steun te ontvangen via verschillende vrijwillige regelingen.

In deze context is het van belang dat er voorzichtiger gebruik wordt gemaakt van antimicrobiële stoffen om het risico van verdere antimicrobiële resistentie bij dieren en mensen te verminderen 49 , het EU-actieplan tegen voedselverspilling voort te zetten, meer nadruk te leggen op dierenwelzijnsnormen, een duurzaam gebruik van bestrijdingsmiddelen te garanderen en bioafval, residuen, en bijvangst van vis om te vormen in waardevolle hulpbronnen. Transparantie van waardeketens creëren en producenten en supermarkten stimuleren om duurzame en gezonde voeding te bieden, consumenten aanmoedigen om die te kiezen, kan worden aangemoedigd door middel van passende en innovatieve maatregelen, waaronder beter onderwijs en voorlichting aan de consument om reële, betaalbare en gezonde keuzes te maken. De overgang naar een duurzame consumptie van dierlijke producten kan bovendien aanmerkelijke voordelen voor de gezondheid van de consument opleveren en een positief effect op het milieu hebben 50 .

3.1.3Toekomstbestendige energie, gebouwen en mobiliteit

Schone energie is van cruciaal belang voor een duurzame toekomst. We moeten energie duurzaam produceren, opslaan en verbruiken om onze effecten op het milieu te verminderen en de gezondheid van de Europeanen te beschermen.

De EU is al een van de meest koolstofefficiënte economieën ter wereld. Hernieuwbare energie is een integrerend onderdeel van de energiemix van Europa en meer dan de helft van de elektriciteitsvoorziening van de EU is klimaatneutraal. Maatregelen met het oog op energie-efficiëntie, met inbegrip van energie-etikettering, hebben het energieverbruik in de afgelopen jaren verminderd 51 .Bij de aankoop van apparaten kiest de consument steeds vaker de energie-efficiënte optie. De hernieuwbare energie en energie-efficiëntie leveren in Europa bijna 1,5 miljoen banen op.

Met de energie-unie heeft de Europese Commissie een van de meest uitgebreide globale beleidskaders voor energietransitie en economische modernisering opgezet, waarbij klimaat, energie, vervoer, onderzoek en ander beleid worden samengebracht. In het kader van de verordening inzake de energie-unie stellen de doelstellingen op EU-niveau om te komen tot minstens 32 % hernieuwbare energie van het totale energieverbruik en minstens 32,5 % energie-efficiency in 2030 ons in staat verder te gaan dan onze verbintenis in het kader van de Klimaatovereenkomst van Parijs om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen met 40 % in 2030, ten opzichte van het niveau van 1990.

Vak: Schone energie biedt kansen voor groei en werkgelegenheid

Tussen 2008 en 2014 is het aantal banen in de sector van de hernieuwbare-energietechnologie gestegen met 70 %. Er is potentieel om tussen nu en 2030 nog eens 900 000 banen te scheppen, op voorwaarde dat er publieke en private investeringen worden vrijgemaakt. De energie-efficiëntiesector zou tot wel 400 000 extra lokale banen kunnen opleveren.

Na 2030 is er meer nodig om het klimaatverdrag van Parijs zowel naar de letter als naar de geest na te lezen, waarbij het volledige economische potentieel van de energie-overgang nodig is. De EU kan haar kostbare afhankelijkheid van fossiele brandstoffen aanzienlijk verminderen, haar rekening voor de invoer van fossiele brandstoffen van ongeveer 260 miljard EUR reduceren, haar energie-autonomie verbeteren en bijdragen aan een eerlijkere energiemarkt. Het is van essentieel belang dat wij de integratie van de industrie voortzetten door de ontbrekende interconnecties op te bouwen en de grensoverschrijdende energiehandel te vergemakkelijken. De overgang naar schone energie kan ook worden ondersteund door oceaanenergie en windenergie op zee. De EU heeft een leidende positie op dit gebied en moet haar pioniersvoordeel blijven benutten.

Aangezien gebouwen tegenwoordig verantwoordelijk zijn voor ongeveer 40 % van het energieverbruik, er is behoefte aan een betere energie-efficiëntie van gebouwen door renovatie en modernisering. Hier is al mee begonnen. Zo zijn de bedrijfstakken van de eco-industrie, met name in verband met de renovatie van gebouwen, goed voor meer dan 3,4 miljoen banen in Europa. Om de energiebehoefte in gebouwen te verminderen, moet meer gebruik worden gemaakt van efficiënte en schone elektrische verwarming, maar ook van slimmere gebouwen en apparaten en beter isolatiemateriaal, volledig in overeenstemming met de beginselen van de circulaire economie. De Richtlijn energieprestatie van gebouwen heeft als doel de levenskwaliteit te verbeteren, door een betere isolatie en ventilatie van onze huizen zodat de leefkwaliteit verbetert, waarbij het gebouwenbestand tegen 2050 geheel koolstofvrij moet zijn. Dergelijke acties zullen leiden tot lagere woonlasten waardoor de mensen meer geld in de knip houden. In de eerste plaats moeten echter manieren en middelen worden gevonden om de mensen te helpen die overgang te maken.

Een andere belangrijke drijvende kracht voor de overgang naar een schone, hulpbronnenefficiënte en koolstofneutrale toekomst is de mobiliteitssector, variërend van mobiliteit in de stad, trans-Europese netwerken en vervoer over de weg tot en met scheep- en luchtvaart. Vervoers-en mobiliteitsdiensten bieden werk aan ongeveer 11 miljoen mensen, en de vraag naar mobiliteit is groot. Het huidige vervoer veroorzaakt echter luchtverontreiniging, geluidsoverlast, verkeersopstoppingen en ongevallen. De sector veroorzaakt nu al bijna een kwart van de broeikasgasemissies in Europa en de emissievoetafdruk wordt steeds groter. Het actieplan voor emissiearme mobiliteit dat in 2016 door de Commissie is gepresenteerd, en de daarop volgende voorstellen in het kader van "Europa in beweging" voorzien in talloze maatregelen om de duurzaamheid van ons vervoerssysteem te verbeteren. Deze maatregelen zijn gericht op het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en geven een signaal aan bedrijven in de EU om te investeren in schoon vervoer. Dit zal ook bijdragen aan groei en werkgelegenheid. Wij moeten voorrang geven aan schone en betaalbare alternatieven, met als doel alleen emissieloze voertuigen op de wegen in de EU te hebben en optimaal gebruik te maken van digitale technologieën om het brandstofverbruik te verminderen. Ook dragen de satellietnavigatiesystemen van de EU bij aan vermindering van de uitstoot, bijvoorbeeld in de luchtvaart en het wegvervoer.

De steden zijn de voorhoede bij de overgang naar duurzame mobiliteit. Via duurzame stedelijke planning, waarbij ruimtelijke ordening, mobiliteitsbehoeften en infrastructuur worden geïntegreerd, spelen steden een belangrijke rol. Stedelijke gebieden moeten ook hulp krijgen bij digitalisering, automatisering en andere innovatieve oplossingen en moeten streven naar actief en gedeeld vervoer, variërend van meer verplaatsingen te voet en per fiets tot autodeeldiensten en carpooling.

Ook is het belangrijk om te kijken naar het ontwerp en het einde van de levenscyclus van voertuigen en naar vervoersinfrastructuur om te zorgen dat alle kansen om over te stappen naar een circulaire economie maximaal worden benut. Afgedankte voertuigen bevatten nog veel waardevolle materialen. Het EU-wetgevingskader voor afgedankte voertuigen verplicht producenten om nieuwe voertuigen te ontwerpen en te produceren zonder gevaarlijke stoffen en zodanig dat het gemakkelijk is de materialen van een afgedankt voertuig te hergebruiken en te recycleren om nieuwe producten te maken.

Toch kan en moet er meer worden gedaan met het gebruik van gerecycleerd materiaal in voertuigen en de vervoersinfrastructuur om tot een efficiëntere recycling te komen. Zo kan een betere inzameling en recycling van accu's van elektrische auto’s in de EU leiden tot minder afhankelijkheid van ingevoerde grondstoffen en bijdragen aan het behoud van de waarde van teruggewonnen materialen in de economie in de EU. Aanvullende stimulansen, zowel qua regelgeving als financieel, zullen belangrijk zijn om het beste te maken van het potentieel voor de circulaire economie in de vervoerssector.

3.1.4Zorgen voor een sociaal rechtvaardige overgang

Solidariteit en welvaart zijn waarden op zichzelf en vormen het wezen van onze vrije en democratische samenlevingen. De overgang naar een ecologisch duurzame economische groei en concurrentievermogen kan alleen slagen wanneer deze tegelijkertijd inclusief is. De overgang naar duurzaamheid is daarom niet denkbaar zonder de bevordering van sociale rechten en welzijn van alle burgers, en draagt op zijn beurt bij aan de sociale samenhang in de lidstaten en in de hele EU.

De overgang naar duurzaamheid kan aanzienlijke positieve overloopeffecten hebben op het sociale welzijn. Deze legt niet alleen de grondslag voor goede banen, maar heeft ook aanzienlijke voordelen voor de gezondheid. Het wordt alom erkend dat een goede gezondheid nauw samenhangt met de toestand van het natuurlijk milieu. De schadelijke effecten van lucht- en waterverontreiniging zijn in dit verband een goed voorbeeld. Duurzame voedselsystemen kunnen zorgen voor levensmiddelen van hoge kwaliteit voor alle burgers.

Vak: De EU-wetgeving inzake chemische stoffen heeft in belangrijke mate bijgedragen aan een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid. In de afgelopen vier decennia is de blootstelling van mens en milieu aan gevaarlijke stoffen sterk gedaald. De EU-wetgeving heeft ook bijgedragen aan het verminderen van de blootstelling aan kankerverwekkende stoffen op de werkplek en in de afgelopen 20 jaar naar schatting 1 miljoen nieuwe gevallen van kanker in de EU voorkomen.

Het creëren van synergieën en de modernisering van onze economie brengt soms ook moeilijke afwegingen met zich mee. Enerzijds worden door de overgang naar duurzaamheid nieuwe banen geschapen, maar anderzijds kunnen traditionele banen verdwijnen of veranderen, onder meer door digitalisering en automatisering, waardoor tijdelijke frictie op de arbeidsmarkt kan ontstaan. Wat de arbeidsmarkt betreft, is het bijvoorbeeld nu nog onzeker wat de effecten van kunstmatige intelligentie zullen zijn.

Hoewel veel gezinnen grote moeite hebben om de eindjes aan elkaar knopen, is er bij die steeds meer begrip voor dat wij onze manier van produceren en consumeren moeten veranderen. Niettemin is het zo dat deze problemen de midden-en lagere inkomensklassen harder kunnen treffen, maar dat ook de kosten om bijvoorbeeld hun huis, hun auto en hun vaardigheden te verbeteren een hogere last voor hen kunnen vormen.

Deze overgang heeft gevolgen voor de werknemers in de betrokken bedrijven, en soms voor hele regio's. Een belangrijke voorwaarde voor het welslagen van de overgang is, dat niemand achterblijft. Wij kunnen de overgang naar duurzaamheid Niet als geslaagd beschouwen wanneer deze ten koste van hele groepen mensen, gemeenschappen, sectoren of regio's gaat. In onze maatschappij moet iedereen gelijke kansen krijgen om bij te dragen aan een duurzame Europese toekomst en te profiteren van de overgang. Met name moeten vrouwen toegang hebben tot de arbeidsmarkt en economisch onafhankelijk kunnen zijn.

Om onze maatschappij in duurzame banen te leiden, moeten wij ervoor zorgen dat ons beleid ertoe bijdraagt dat alle Europeanen deze verandering kunnen maken; daarbij hoort dat zij met de noodzakelijke vaardigheden worden uitgerust. De Commissie heeft bijvoorbeeld het initiatief "Steenkoolregio's in transitie" genomen, dat bijdraagt aan de ontwikkeling van strategieën en projecten voor levensvatbare sociale, economische en technologische veranderingen in bepaalde regio's in de EU, en dit initiatief zal worden uitgebreid naar koolstofintensieve regio's. Dergelijke vroegtijdige initiatieven, die anticiperen op problemen bij veranderingen, moeten worden versterkt en uitgebreid naar andere sectoren waar transformaties nodig zijn. Voorbeelden hiervan zijn de automobielsector en bepaalde levensmiddelensectoren.

Een sociaal inclusieve, rechtvaardige en eerlijke overgang zal ook van essentieel belang zijn voor de acceptatie door het publiek van de stappen die gezet moeten worden om de overgang tot een succes voor iedereen te maken. Hiervoor is een hogere en eerlijkere participatie op de arbeidsmarkt nodig, waarbij de nadruk ligt op de kwaliteit van de banen en de arbeidsomstandigheden. Dit impliceert ook de eerbiediging van de rechten van minderheden.

In deze context kan een ordelijke, legale en goed geregelde migratie kansen voor de Europese economie creëren, waarbij een oplossing wordt geboden voor de wijzigende bevolkingssamenstelling, zowel in de landen van oorsprong als in de landen van bestemming van migranten. Integratie en volledige deelname aan de samenleving zowel cultureel sociaal als economisch van alle migranten die rechtmatig en legitiem in de EU verblijven is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en is van cruciaal belang voor sociale cohesie 52 .

De overgang naar duurzaamheid vergt ook investeringen in doeltreffende en geïntegreerde socialebeschermingsstelsels, inclusief hoogwaardige diensten zoals onderwijs, opleiding, een leven lang leren, kinderopvang, buitenschoolse opvang, gezondheidszorg en langdurige zorg. Dit is essentieel met het oog op het creëren van gelijke kansen voor iedereen en op economische en sociale convergentie. Met name gezondheidssystemen moeten zodanig evolueren dat zij gemakkelijk toegankelijk en betaalbaar zijn voor allen, inclusief verbeterde toegang tot geneesmiddelen, meer patiëntgericht, en sterk toegespitst op de bevordering van gezondheid en de voorkoming van ziekten. Zij moeten ook meer en betere planning en prognose van gezondheidswerkers hebben, en een meeromvattend gebruik van kosteneffectieve digitale technologieën 53 . 

Sociale investeringen moeten daarom tot de hoogste prioriteiten van de EU en haar lidstaten blijven behoren. De discussienota over de sociale dimensie van Europa 54 is een belangrijk referentiepunt, waarin in detail de opties worden onderzocht om onze sociale modellen aan te passen aan de huidige uitdagingen. Het voornaamste kader voor de EU om vooruitgang te boeken is de Europese pijler van sociale rechten die in november 2017 is afgekondigd door de instellingen van de EU. De pijler is bedoeld als leidraad voor een hernieuwd verbeteringsproces voor arbeids- en levensomstandigheden. Het bevat belangrijke beginselen en rechten op werkgelegenheids- en sociaal gebied. Wij moeten er nu naar streven, de beginselen van de pijler waar te maken. Hierbij moeten wij er ook voor zorgen dat het in de praktijk brengen van de pijler zal helpen mensen te voorzien van de juiste vaardigheden voor de juiste banen die zijn gericht op een overgang naar een groene economie.

De overgang naar duurzaamheid moet eveneens moeten worden voortgezet om de lidstaten en regio’s te helpen opwaarts en naar elkaar te groeien, en daarbij verdere regionale onrechtvaardigheid en ongelijkheid in de EU binnen en tussen stedelijke en landelijke gebieden te vermijden.

Weliswaar bestaat 75 % van het grondgebied van de EU uit platteland, maar meer dan twee derde van de bevolking van de EU woont in stedelijke gebieden. Zij genereren tot 85 % van het bbp van de EU, zijn goed voor 60-80 % van het energieverbruik en worden vaak geconfronteerd met problemen zoals congestie, een tekort aan adequate woningen, luchtverontreiniging en slechter wordende infrastructuur 55 . De tenuitvoerlegging en ontwikkeling van de stedelijke agenda voor de EU moet een prioriteit blijven en de synergieën met verschillende beleidspunten op het gebied van duurzaamheid en andere instrumenten moeten geïntensiveerd worden.

Plattelandsgebieden zijn de belangrijkste leveranciers van voedsel, energie en materialen die we verbruiken, en zijn daarom van het grootste belang voor de overgang naar duurzaamheid. De bio-economie is een voorbeeld van een belangrijke bijdrage die kan worden geleverd aan het koolstofarm maken van de economie en het scheppen van banen op het platteland. Ook duurzaam toerisme en voedselsystemen zijn goede voorbeelden van economische mogelijkheden in plattelandsgebieden, waarbij de bescherming en versterking van het culturele en natuurlijke erfgoed gemoeid is.

EU-maatregelen op zichzelf – zoals cohesiebeleid en plattelandsontwikkelingsbeleid, met inbegrip van de EU-actie voor slimme dorpen – zullen niet voldoende zijn en alle actoren waaronder nationale en regionale, moeten hun aandeel leveren om de overgang naar duurzaamheid te versnellen en de juiste regelgevings- en andere instrumenten toepassen, die plattelandsgebieden versterken en gelijke leefomstandigheden garanderen.

3.2Horizontale voorwaarden voor de overgang naar duurzaamheid

3.2.1Onderwijs, wetenschap, technologie, onderzoek, innovatie en digitalisering 

Onderwijs, wetenschap, technologie, onderzoek en innovatie zijn voorwaarden om een duurzame EU-economie te bereiken, die aan de SDG's voldoet 56 . Wij moeten blijven werken aan bewustwording, onze kennis verbreden en onze vaardigheden aanpassen. Wij moeten meer investeren in deze gebieden, en ze afstemmen op de SDG's.

Onderwijs, opleiding en een leven lang leren zijn onmisbaar om een duurzame cultuur te creëren. De EU-leiders hebben afgesproken te werken aan een Europese onderwijsruimte in 2025, om gebruik te maken van het volledige potentieel aan onderwijs, opleiding en cultuur als motor voor het creëren van werkgelegenheid, economische groei en sociale rechtvaardigheid. Onderwijs is zowel een waarde op zichzelf als een onschatbaar middel om duurzame ontwikkeling te bereiken. De verbetering van gelijke toegang tot inclusief en hoogwaardig onderwijs en opleiding in alle levensfasen, van voorschools tot hoger en volwassenenonderwijs, moet daarom een centraal aandachtspunt zijn. Onderwijsinstellingen van alle niveaus moeten worden aangemoedigd om de SDG’s te gebruiken als richtsnoer voor hun activiteiten en worden geholpen om instellingen te worden waar vaardigheden voor duurzaamheid niet alleen worden onderwezen, maar ook actief worden toegepast. De hervorming en de modernisering van onderwijsstelsel – van de aanleg van groene scholen en groene campussen tot de ontwikkeling van nieuwe vaardigheden voor de digitale economie – zijn ook een punt van aandacht.

De bevordering van ICT-vaardigheden en digitale kernvaardigheden, in overeenstemming met het EU-actieplan voor digitaal onderwijs 57 , en aandacht voor kunstmatige intelligentie 58 moeten ook tot de prioriteiten behoren. Gebruikmaken van de kracht van de digitale transformatie om aan de SDG's te voldoen, is een duidelijke prioriteit. De EU is volledig bereid om capaciteit en deskundigheid te ontwikkelen in belangrijke digitale technologie zoals collectiviteit, het internet der dingen, cyberbeveiliging, blockchain of High-Performance Computing, en zal gelijktijdig aandacht besteden aan de mogelijke negatieve effecten van digitale infrastructuren.

Kunstmatige intelligentie is een gebied waar de EU achterblijft bij China en de Verenigde Staten 59 . De EU moet deze achterstand snel inhalen om te kunnen profiteren van de economische voordelen, en tegelijkertijd de leiding nemen bij het ontwikkelen van de noodzakelijke nieuwe ethische normen die bij deze nieuwe technologie horen. Op deze manier kan de EU gaan bijdragen dat kunstmatige intelligentie een nettoaanwinst voor het leven en werken van de mensen is. Door de mogelijkheid om grote hoeveelheden gegevens onmiddellijk te verwerken, heeft kunstmatige intelligentie het potentieel om de productiviteit aanzienlijk te verhogen op veel gebieden, zoals gezondheidszorg, energie, landbouw, onderwijs en milieubescherming. Zo maken onderzoekers in de agrarische sector momenteel gebruik van kunstmatige intelligentie en big data de opbrengst van gewassen maandenlang voor de oogst te voorspellen, waardoor zij de landbouwers helpen de productiviteit te verhogen, weloverwogen aanplantbeslissingen te nemen en uiteindelijk de voedselzekerheid te verbeteren 60 .

Onderzoek en innovatie spelen een belangrijke rol als katalysator voor verandering. Zij zijn een instrument voor de analyse van de gevolgen van veranderingen en een middel om ervoor te zorgen dat elke overgang ons welzijn verbetert. Zij stellen ons ook in staat om geld te besparen. Als wij vandaag meer investeren in innovatie en technologische ontwikkeling, kunnen wij op lange termijn besparen op de kosten van het voldoen aan onze doelstelling op lange termijn, zoals kosten in verband met onze klimaat- en milieudoelstellingen. Europa beschikt over de deskundigheid, de vaardigheden en de aangeboren creativiteit. Voortbouwend op de sterke punten van haar rijke gemeenschap van onderzoekers en innovatoren, verkeert de EU in een sterke positie om het voortouw te nemen bij de ontwikkeling en toepassing van baanbrekende oplossingen voor groene en inclusieve groei, die zowel in de EU als wereldwijd toepasbaar zullen zijn.

Om dit potentieel volledig te benutten, moeten de lidstaten van de EU hun uitgaven voor onderzoek verhogen. De EU is overeengekomen dat uiterlijk in 2020 3 % van het bbp van de EU-lidstaten moet worden geïnvesteerd in onderzoek, ontwikkeling en innovatie, maar we zijn nog ver verwijderd deze doelstelling.

Op EU-niveau zijn de kaderprogramma’s voor onderzoek en innovatie een katalysator voor duurzame groei, concurrentievermogen en investeringen. Om de overgang naar duurzaamheid te versnellen, moet de financiering van onderzoek en ontwikkeling worden aangevuld met een strategische aanpak van investeringen, waardoor innovatieve oplossingen de markt kunnen bereiken, aangezien daarvoor vaak kapitaalintensieve en risicodragende investeringen nodig zijn. Instrumenten zoals het Europees Fonds voor strategische investeringen zijn gecreëerd om bij te dragen tot het beperken van de risico's van dergelijke investeringen, en maken deze aldus aantrekkelijker voor particuliere belanghebbenden. Ook de recentelijk voorgestelde Europese Innovatieraad kan in dat opzicht nuttig zijn door het ondersteunen van topklasse innovatoren, startende ondernemingen, kleine ondernemingen en onderzoekers om succes te boeken met innovatieve projecten met een hoog risico, de schaal te vergroten op internationaal niveau en te profiteren van intellectuele kruisbestuiving. 

De EU en haar lidstaten zouden zich kunnen toeleggen op financiële doorbraken en baanbrekende technologieën, op innovatieve ondernemingen die het potentieel hebben om op EU- en wereldniveau leiders in de overgang naar duurzaamheid te worden, en op de doeltreffende en tijdige toepassing van deze innovaties. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan duurzame en innovatieve landbouw en voedselsystemen, schone technologie, gezondheid van mens en dier, ecosysteemgerichte oplossingen en hulpbronnenefficiënte producten en productiemethoden. Bovendien is er behoefte aan een ondersteunend regelgevingskader om de doeltreffende toepassing van innovatie voor duurzame ontwikkeling te stimuleren.

De EU en de lidstaten moeten ook zorgen voor sterkere banden tussen onderzoekers en het bedrijfsleven. Onderzoeks-, ontwikkelings- en informatiecentra en incubatoren in de EU zijn belangrijk om duurzame ontwikkeling te ondersteunen zodat onderzoekers en ondernemingen elkaar kunnen ontmoeten, beste praktijken kunnen uitwisselen en innovatie kunnen bevorderen. Wellicht hebben grote bedrijven de middelen om zelf hun onderzoeksactiviteiten te ontwikkelen, maar dat geldt vaak niet voor kleine en middelgrote ondernemingen. Sterkere en meer rechtstreekse banden met de onderzoekswereld hebben het potentieel om deze kloof te overbruggen.

Vak: Het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT), met 40 innovatiecentra in de gehele EU, brengt de kennisdriehoek van onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven samen. Verschillende kennis- en innovatiegemeenschappen (KIG’s) zijn van start gegaan en zullen er nog meer volgen. Deze gemeenschappen pakken belangrijke maatschappelijke uitdagingen van de EU in verband met de SDG’s aan, zoals klimaat, energie, voeding, gezondheid, grondstoffen, digitalisering, stedelijke mobiliteit en geavanceerde fabricage. Meer dan 1200 partners uit het bedrijfsleven, onderzoek en onderwijs komen bij elkaar om deze uitdagingen aan te pakken.

3.2.2Financiering, prijsstelling, belastingen en mededinging

De kosten van niets doen zijn op middellange en lange termijn zeer hoog. Tegelijkertijd zal de overgang naar duurzaamheid aanzienlijke investeringen op de korte termijn vergen en een grootscheepse verandering in de werking van het financiële stelsel nodig maken. Voor de verwezenlijking van de SDG's is wereldwijd naar schatting 4,5 tot 6 biljoen euro nodig. 61 Om de in Parijs overeengekomen EU 2030-doelstellingen te verwezenlijken, zoals 40 % minder uitstoot van broeikasgassen, moet jaarlijks voor ongeveer 180 miljard euro extra worden geïnvesteerd. Overheidsmiddelen moeten beter en intelligenter worden gericht op de verwezenlijking van SDG’s, maar wij kunnen niet voorzien in onze behoefte zonder dat ook de privésector omschakelt naar duurzaamheid. De mobilisering van middelen om de overgang te financieren, gaat hand in hand met de vermindering van de financiering van projecten die schadelijk zijn voor een groene en inclusieve economische groei.

Het investeringsplan voor Europa is gericht op het mobiliseren van private financiering voor het openbaar belang. De in 2015 opgerichte financieringstak van het plan, het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling, heeft tot nu toe in totaal 370 miljard euro gemobiliseerd aan investeringen in belangrijke gebieden die nodig zijn voor de modernisering van de Europese economie. Dit betreft onder meer hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, onderzoek, ontwikkeling en innovatie, alsook sociale infrastructuur zoals sociale of betaalbare woningen. Voor de volgende budgettaire kader van 2021 tot 2027 heeft de Commissie voorgesteld de steun voor de sociale sector, met inbegrip van sociaal ondernemerschap, te verdubbelen en alleen duurzame infrastructuur te financieren. De Europese Investeringsbank Groep is nu al de grootste multilaterale verstrekker van klimaatfinanciering ter wereld, die ten minste 25 % van haar investeringen uittrekt voor de matiging van en aanpassing aan de klimaatverandering.

De Commissie heeft op basis van aanbevelingen van een deskundigengroep op hoog niveau ook een routekaart vastgesteld om de financiële sector een grotere rol te geven bij het bevorderen van een goed functionerende economie die tevens bijdraagt aan het behalen van ecologische en sociale doelstellingen. Het actieplan inzake duurzame financiering 62 en de daaruit voortvloeiende wetgevingsvoorstellen zullen ertoe bijdragen dat beleggers met kennis van zaken kunnen beslissen, op basis van duidelijke criteria voor duurzame investeringen. Dit moet leiden tot een versnelling en opschaling van meeromvattende investeringen in duurzame projecten in de EU en de rest van de wereld, en moet investeerders aanmoedigen om over te stappen op investeringen die duurzaam zijn.

Ook moet meer aandacht worden besteed aan het koppelen van duurzame financiering aan de reële economie, zodat de toegenomen vraag naar duurzame producten en diensten van investeerders gepaard gaat met een groter aanbod. De effectieve doorberekening van externe milieukosten zal in dat verband van cruciaal belang zijn. Er moet ook meer worden gedaan om de Europese burgers voor te lichten over het financieringsstelsel, zodat zij beter op de hoogte zijn van de activiteiten van de ondernemingen die zij financieren en van de wijze waarop zij beheerders ter verantwoording kunnen roepen wanneer hun geld niet duurzaam wordt beheerd.

De EU geeft leiding aan een grootscheepse omschakeling van het financiële stelsel naar de duurzame weg met de volgende middelen:

üEen gemeenschappelijke taal vaststellen: een uniform EU-classificatiesysteem ("taxonomie") om vast te stellen welke economische activiteiten duurzaam zijn en om gebieden te identificeren waar duurzame investeringen het grootste effect kunnen hebben.

üHet risico van greenwashing verminderen: het creëren van normen en labels voor groene financiële producten die investeerders in staat stellen om gemakkelijk investeringen te onderkennen die voldoen aan de criteria "groen" of "koolstofarm".

üDuurzaamheid in de prudentiële vereisten opnemen: verzekeraars en beleggingsondernemingen de plicht opleggen om cliënten op basis van hun voorkeuren inzake duurzaamheid te adviseren.

üDuurzaamheidsbenchmarks ontwikkelen en de transparantie ervan bevorderen.

üDe verplichtingen van institutionele beleggers en vermogensbeheerders verduidelijken: ervoor zorgen dat zij duurzaamheid in aanmerking nemen bij hun investeringsbeslissingen en de openbaarmakingsvereisten versterken.

üVersterking van de transparantie in debedrijfsrapportage: herziening van de richtsnoeren over de bekendmaking van niet-financiële informatie.

üDuurzaamheid in de prudentiële vereisten opnemen: opneming van een groene ondersteuningsfactor wanneer dit gerechtvaardigd is vanuit het oogpunt van risico's om de financiële stabiliteit te waarborgen.

Om te garanderen dat publieke autoriteiten financieel in staat zijn te investeren in de overgang naar duurzaamheid, is er ook actie nodig om duurzame budgettaire hervorming op alle niveaus te bereiken. Wij moeten de strijd tegen belastingontwijking en belastingontduiking door ondernemingen opvoeren. Er is transnationale samenwerking nodig voor de kwestie van de belastingparadijzen die de belastinggrondslag van de EU en de ontwikkelingslanden ondermijnen.

Meer fundamenteel moeten de belastingstelsels van de EU en de prijsstelling zo worden ontworpen dat zij de reële kosten weerspiegelen, een antwoord bieden op onze belangrijkste maatschappelijke en milieukwesties en leiden tot gedragsverandering in de hele economie. Duurzame concurrentie is afhankelijk van prijzen die een weerspiegeling zijn van de werkelijke kosten van productie en gebruik — internalisering van de externe kosten 63 .

Regelgevende instanties, leidinggevenden van het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld moeten samen werken aan eerlijke concurrentievoorwaarden, in overeenstemming met de SDG's, en zij moeten ontwikkelingen stimuleren die ertoe leiden dat duurzame producten en diensten het best betaalbaar worden.

Hiervoor zijn veranderingen in de fiscale stelsels nodig, zodat de lidstaten de belastingen op arbeid verlagen en de belastingen op kapitaal, verontreiniging, te goedkope hulpbronnen en andere externe milieukosten verhogen 64 . De beginselen "de gebruiker betaalt" en "de vervuiler betaalt" moeten worden toegepast om aantasting van het milieu te voorkomen en te herstellen, en om te vermijden dat de last op de belastingbetalers wordt afgewenteld. Momenteel zijn in de EU de belastinginkomsten uit arbeid nog steeds acht maal hoger dan de inkomsten uit milieubelastingen, en in de loop der jaren hebben slechts enkele EU-lidstaten hun aandeel van de belastingen op arbeid verlaagd en dat van milieubelastingen verhoogd.

Externe kosten van vervoer in de EU zijn zeer aanzienlijk

De Europese Commissie heeft een studie verricht naar de internalisering van externe kosten voor alle wijzen van vervoer en met inachtneming van verkeersopstoppingen, ongevallen, CO2-uitstoot, geluidsoverlast, luchtverontreiniging en schade aan de habitats, en deze kosten vergeleken met de kosten die door de gebruikers worden betaald. Het doel is na te gaan in hoeverre de beginselen "de gebruiker betaalt" en "de vervuiler betaalt" in de EU worden toegepast, en om te inventariseren welke opties er bestaan om de negatieve externe effecten verder te internaliseren. Volgens de voorlopige resultaten wordt het totale niveau van de externe kosten van vervoer in de lidstaten van de EU geschat op 1000 miljard euro per jaar, hetgeen overeenkomt met bijna 7 % van het bbp. De bevindingen van deze studie, die medio 2019 moet worden voltooid, zal een belangrijke bijdrage leveren voor de komende debatten over de toekomst van het vervoersbeleid van de EU.

We moeten er ook voor zorgen dat de overgang sociaal rechtvaardig is, dat de kosten van de overgang rechtvaardig worden verdeeld tussen de belastingbetalers en dat iedereen een billijk aandeel betaalt. De vereiste verschuiving van belastingen en de afschaffing van contraproductieve financiële stimulansen zoals subsidies voor fossiele brandstoffen kunnen regressieve gevolgen hebben en de armen harder treffen. De beleidsmaker moeten daarom alle relevante instrumenten activeren en – in aanvulling op bijvoorbeeld actieve arbeidsmarktmaatregelen en onderwijs en opleiding – ervoor zorgen dat de omschakeling hand in hand gaat met maatregelen die de fiscale stelsels en de belastingmix progressiever maken en rekening houden met de kwetsbaarste groepen 65 .

In de toekomst zal een geharmoniseerde belasting op negatieve sociale en milieueffecten in de eengemaakte markt van de EU ook van belang zijn om de EU in staat te stellen een omschakeling naar een efficiëntere en duurzamere economie te maken, en zorgen voor een gelijke concurrentievoorwaarden voor bedrijven 66 . Zo is op het ogenblik het wettelijk kader van de EU voor de belastingheffing op energie nog steeds in tegenspraak is met de milieuwetgeving van de EU en de doelstellingen inzake klimaatverandering 67 , hetgeen een nadelig effect heeft op de overeengekomen beleidsdoelstellingen. Een noodzakelijke voorwaarde voor verandering is, dat de regel van eenparigheid van stemmen in de Raad wordt ingetrokken, in overeenstemming met de mededeling van de Commissie "naar een efficiënter en democratischer besluitvorming op het gebied van het fiscale beleid van de EU" 68 .

Bovendien is mededinging een belangrijk onderdeel van de algemene beleidsmix en van de overgang naar duurzaamheid. Het mededingingsbeleid draagt bij aan "economische democratie" en gelijkheid. Het maakt betaalbare prijzen, kwaliteit en keuze mogelijk, en het beteugelt verankerde economische macht die niet op merites is gebaseerd. Uit de feiten 69 blijkt dat mededingingsbeleid relatief gunstiger is voor armere huishoudens dan voor rijkere huishoudens, en leidt tot een meer efficiëntere verdeling van hulpbronnen en innovatie bevordert, met name op de technologische grens.

Vak: Het EU-beleid op het gebied van staatsteun is, vooral sinds de modernisering in de afgelopen jaren, afgestemd op duurzaamheid. 94 % van de totale overheidssteun in de EU was gericht op horizontale doelstellingen van gemeenschappelijk belang, zoals milieubescherming, onderzoek, ontwikkeling, innovatie en regionale ontwikkeling. Van de totale uitgaven diende 54 % ter ondersteuning van milieu- en energiebesparing 70 .

3.2.3Verantwoord ondernemerschap, maatschappelijk verantwoord ondernemen en nieuwe bedrijfsmodellen 

Ondernemingen hebben een belangrijke rol te spelen in de duurzaamheidsovergang. In de afgelopen decennia hebben steeds meer ondernemingen, zowel op vrijwillige basis als aangespoord door de overheid, milieu- en maatschappelijke verantwoordelijkheid tot een kernonderdeel van hun bedrijfsmissie gemaakt. Meer en meer ondernemingen zien de SDG's als een integraal onderdeel van hun strategie voor concurrentievermogen en groei. Zij hebben begrepen dat verantwoord ondernemerschap kan leiden tot duurzamere winst en groei, nieuwe marktkansen en langetermijnwaarde voor aandeelhouders.

Gezien de toenemende complexiteit en globalisering van toeleveringsketens is het belangrijk om de toepassing van hoge normen voor duurzaamheid te bevorderen, ook in derde landen. Bedrijfspraktijken, consumptie- en productiepatronen van ondernemingen en consumenten in de EU mogen niet onrechtstreeks bijdragen aan mensenrechtenschendingen of verslechtering van het milieu elders in de wereld.

In de afgelopen twee jaar heeft de EU de rechten van aandeelhouders 71 en investeerders 72 versterkt en hen geholpen om zowel de financiële als de niet-financiële aspecten van bedrijfsprestaties te begrijpen en om ondernemingen doeltreffender rekenschap te laten afleggen. De EU heeft tevens nieuwe milieu- en sociale criteria geïntroduceerd in haar wetgeving inzake overheidsopdrachten teneinde ondernemingen aan te moedigen sociaal verantwoorde producten en diensten te ontwikkelen. De EU heeft de verordening inzake conflictmineralen 73 vastgesteld om ervoor te zorgen dat ondernemingen in de EU bepaalde mineralen en metalen enkel invoeren van verantwoordelijke bronnen die de winsten niet gebruiken om gewapende conflicten te financieren. In dit verband is ook het onlangs aangenomen actieplan inzake duurzame financiering relevant aangezien dit het financieringssysteem verbindt met duurzamere projecten 74 .

Er is evenwel op alle niveaus duidelijk ruimte om meer te doen. Op het niveau van de EU leveren de inspanningen om passende maatregelen en tastbare manieren om duurzamer ondernemerschap te bevorderen verdere resultaten op, waardoor ook het concurrentievoordeel van ondernemingen in de EU op dit gebied wordt versterkt. We zullen moeten nadenken over verschillende vormen van aanvullende incentives zodat ondernemingen de SDG's in hun activiteiten gaan integreren, onder meer door de mogelijkheden van nieuwe technologieën en de circulaire economie te onderzoeken. Zowel in haar interne als haar externe optreden zal de EU de toepassing van internationaal overeengekomen richtsnoeren en beginselen inzake verantwoord ondernemen, zoals de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten, moeten blijven bevorderen. Dit is ook belangrijk teneinde een gelijk speelveld te garanderen op internationaal niveau.

In de toekomst kan de deeleconomie – waarin consumenten rechtstreeks met elkaar kunnen handelen – een belangrijke bijdrage leveren aan duurzame groei en het ontstaan van duurzamere bedrijfsmodellen, indien deze op verantwoorde wijze wordt aangemoedigd en ontwikkeld. Momenteel schept het lappendeken van uiteenlopende reguleringen in de EU onzekerheid voor zowel traditionele marktdeelnemers, nieuwe dienstverleners als consumenten. Hierdoor wordt tevens de groei van de deeleconomie in de EU en de nieuwe, innovatieve diensten die ermee gepaard gaan, gehinderd.

Sociaal ondernemerschap – gericht op het oplossen van maatschappelijke problemen – kan ook een belangrijke rol spelen bij de aanpak van duurzaamheidsuitdagingen en tegelijkertijd inclusieve groei, lokale werkgelegenheid, gedeelde welvaart en sociale insluiting stimuleren. De huidige sociale ondernemingen zijn over het algemeen geconcentreerd in specifieke niches – vooral in lokale contexten – en ondervinden moeilijkheden om op te schalen in de EU. Financiering blijft een groot probleem. Daarom trekt de EU meer middelen uit voor sociale ondernemingen. Zoals voor de deeleconomie kunnen het complexe of ontbrekende regelgevende kader en beperkingen op lokaal niveau belemmeringen vormen. In Frankrijk bijvoorbeeld werden middels een specifiek wettelijk kader dat in 2014 is ingesteld de bijzonderheden van de sector erkend en kregen deze ondernemingen een nieuwe impuls.

3.2.4Open en op regels gebaseerde handel

Open en op regels gebaseerde handel is een van de instrumenten om onze welvaart en die van onze partners te vergroten, onze levensstandaard te verhogen en de duurzaamheid van onze planeet alsook van onze democratieën te waarborgen. Indien we succesvol een duurzaam Europa tot stand willen brengen in een duurzame wereld is het belangrijk om onze multilaterale instellingen en onze bilaterale en multilaterale handelsovereenkomsten aan te wenden om internationale normen vorm te geven.

Protectionistische tendensen en een "eigen land eerst"-ingesteldheid lokken gemakkelijk conflicten uit. Bovendien zijn het ernstige obstakels voor het waarborgen van de duurzaamheid van onze planeet – typisch een doelstelling die internationale samenwerking vereist. Het is om vele redenen van vitaal belang voor de EU om het multilaterale systeem krachtdadig te ondersteunen en te versterken.

In het kader van de duurzaamheidsovergang moeten we nog actiever samenwerken met gelijkgestemde partners om progressieve nieuwe regels te onderhandelen die rekening houden met de Agenda 2030 van de Verenigde Naties. Hierin wordt de essentiële rol van het op regels gebaseerde multilaterale handelsstelsel, waarin de Wereldhandelsorganisatie (WTO) centraal staat, voor het behalen van de SDG's erkend. De voortdurende constructieve inspanningen van de EU om de WTO te moderniseren zijn dan ook van essentieel belang.

Terwijl sommige huidige machthebbers zich terugtrekken uit internationale handelsovereenkomsten rijzen kansen voor de EU. Deze Unie kan, met de meest ontwikkelde interne markt ter wereld en met bijna een half miljoen consumenten, zich engageren waar anderen zich terugtrekken, en heeft dit ook al gedaan. Bovendien is de Unie haar handel op nieuwe, duurzamere fundamenten gaan baseren. Alle nieuwe handels- en investeringsovereenkomsten van de EU bevatten nu een hoofdstuk over duurzame ontwikkeling waarin sociale en milieunormen worden geëerbiedigd en bevorderd. De economische partnerschapsovereenkomst met Japan van juli 2018 is de eerste overeenkomst waarin dieper wordt ingegaan op de verbintenissen die zijn aangegaan in het kader van de klimaatovereenkomst van Parijs. In september 2018 zijn de EU en Canada overeengekomen samen te werken rond handel en klimaatverandering in het kader van de Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA). De EU onderhandelt momenteel over genderspecifieke bepalingen in de gemoderniseerde versie van onze associatieovereenkomst met Chili.

Kader: De Commissie-Juncker is overgegaan tot de vaststelling of de tenuitvoerlegging van acht handelsakkoorden met 15 landen, waaronder Canada, Oekraïne, Singapore, Vietnam, Japan en verscheidene Afrikaanse landen en landen uit de Stille Oceaan 75 . Er zijn momenteel 39 handelsovereenkomsten van kracht tussen de EU en 70 landen over de hele wereld. Bepalingen over handel en duurzame ontwikkeling vormen sinds 2010 een essentieel onderdeel van de vrijhandelsovereenkomsten van de EU.

De Commissie heeft 15 punten voorgesteld om de tenuitvoerlegging en de handhaving van de hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling in handelsovereenkomsten van de EU te verbeteren 76 . De nadruk ligt daarbij op sterkere samenwerking met verschillende actoren, doeltreffendere handhaving, met inbegrip van assertievere hantering van de hoofdstukken over duurzaamheid in het bestaande mechanisme voor de beslechting van handelsgeschillen en verbeterde communicatie en transparantie.

Als onderdeel van haar inspanningen om ontwikkelingslanden te ondersteunen kent de EU unilaterale handelspreferenties toe in het kader van het stelsel van algemene preferenties. Deze preferenties hangen af van de naleving door begunstigde landen van fundamentele internationale verdragen en overeenkomsten met betrekking tot mensen- en arbeidsrechten, milieubescherming en goed bestuur, en vormen dus een incentive voor ontwikkelingslanden om hun economische groeimodellen op duurzame fundamenten te baseren. In geval van ernstige en systematische schendingen van de beginselen van deze verdragen kan de Commissie tijdelijk deze preferenties intrekken.

3.2.5Goed bestuur en beleidscoherentie waarborgen op alle niveaus 

Een echte duurzaamheidsovergang die alle Europeanen ten goede komt middels het behalen van de SDG's vergt een alomvattende aanpak. De EU, haar lidstaten en haar partners moeten rekening houden met de onderlinge verbanden tussen de verschillende duurzaamheidsuitdagingen- en kansen, en de coherentie tussen de verschillende beleidsdomeinen, sectoren en besluitvormingsniveaus ondersteunen.

Eerbied voor de rechtsstaat, de democratie en de grondrechten definieert wie wij zijn. Dit zijn de onwrikbare beginselen en waarden, zoals vastgelegd in de EU-verdragen, die de fundamenten vormen waarop we bouwen. Zij zijn ook vastgelegd als een integraal onderdeel van de Agenda 2030 van de Verenigde Naties en de SDG's. Hetzelfde geldt voor de beginselen van vrede, rechtvaardigheid en krachtdadige instellingen, waarvoor de EU altijd een sterke pleitbezorger is geweest. Deze beginselen en gedeelde waarden zetten zichzelf niet in praktijk om en de EU, haar lidstaten en in feite alle Europeanen moeten ze eerbiedigen, handhaven en versterken. De sociale partners hebben een belangrijke bijdrage te leveren. Dit partnerschap moet worden gehandhaafd en versterkt om zowel doeltreffend bestuur als passende beleidscoherentie te waarborgen.

Naast deze onderliggende beginselen is beleidscoherentie op basis van planning, op bewijzen gebaseerd beleid, inclusiviteit, doeltreffendheid, subsidiariteit en evenredigheid, en meting en monitoring, over de hele lijn essentieel. Betere regelgeving en beter bestuur op alle niveaus zijn eveneens van vitaal belang in dit verband. Grondige effectbeoordelingen zijn nodig voor alle beleidsopties en afwegingen tussen de doelstellingen van respectievelijk het economisch, sociaal en milieubeleid moeten tot een minimum beperkt en verzacht worden. Gerelateerde lacunes in de uitvoering die een bedreiging vormen voor duurzame beleidscoherentie moeten eveneens worden aangepakt op doeltreffende en structurele wijze.

De SDG's zijn zodanig opgesteld dat ze niet op te splitsen zijn, en de meeste SDG's overspannen verschillende beleidsdomeinen. Betere samenwerking tussen overheidsdiensten moet dus gepaard gaan met betere coherentie tussen verschillende beleidsdomeinen. Voedsel, energie en het beheer van watervoorraden zijn nauw verbonden. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor vervoer, luchtkwaliteit en gezondheid. Een zogenaamde nexusbenadering vergt multisectorale projecten op alle niveaus waardoor de onderlinge verbanden tussen de SDG's worden uitgespeeld. De Europese Commissie volgt deze benadering reeds middels interne werkprocedures die verkokering vermijden, en dit zowel tussen de verschillende commissarissen onderling als onder het personeel van de Commissie.

Beleidscoherentie heeft niet enkel betrekking op de interne organisatie, maar ook op de impact van intern beleid op de externe dimensie en vice versa. We moeten erover waken onze ecologische voetafdruk niet exporteren naar of armoede, ongelijkheid en instabiliteit creëren in andere delen van de wereld. Als Europeanen zijn ons er terdege van bewust dat negatieve effecten elders in de wereld op hun beurt een boemerangeffect kunnen hebben op onze eigen economie en samenleving, bijvoorbeeld door de oorzaken van migratie erger te maken. De EU is geëngageerd voor beleidscoherentie voor ontwikkeling, waardoor de mogelijke gevolgen van intern EU-beleid voor ontwikkelingslanden systematisch in overweging worden genomen. Monitoring vormt een integraal onderdeel van de overkoepelende opvolging door de Commissie van de Agenda 2030 van de Verenigde Naties 77 .

Succesvol beleid wordt geschraagd door duidelijke en meetbare doelstellingen, zodat vooruitgang kan worden gevolgd en resultaten publiek kunnen worden gemaakt. Een overeenkomst over dergelijke doelstellingen en een monitoringsysteem kunnen als volgende step worden gecreëerd op EU-niveau. De Europese Raad toonde zich verheugd over het voornemen van de Commissie om deze discussienota te publiceren om het pad te effenen voor een alomvattende uitvoeringsstrategie van de Agenda 2030 van de Verenigde Naties in 2019, waarin deze oefening kan worden opgenomen.

De tenuitvoerlegging van de SDG's vergt ook doeltreffende samenwerking op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau. De aanbevelingen van de mededeling van de Commissie "Een grotere rol voor de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid bij de beleidsvorming van de EU", die volgde op de taskforce inzake subsidiariteit, evenredigheid en minder en efficiënter optreden, vormen een stappenplan hiervoor 78 . De Commissie en andere organen van de EU kunnen met name een uitwisseling van beste praktijken tussen steden en regio's faciliteren en de parameters uitzetten voor een grensoverschrijdende territoriale aanpak om de SDG's te behalen.

Het maatschappelijk middenveld, de private sector en academici moeten uiteraard ook betrokken worden in het debat en de uitvoeringsmaatregelen. Het multistakeholderplatform op hoog niveau inzake de SDG's, door de Europese Commissie opgericht in 2017 79 , vormde een positieve oefening voor het samenbrengen van transversale ideeën. De input van het platform, die terug te vinden is in bijlage bij deze discussienota, is van onschatbare waarde geweest voor het werk van de Commissie. De deskundigengroep op hoog niveau inzake duurzame financiering is nog een positief voorbeeld van samenwerking tussen verschillende sectoren die van essentieel belang was voor de voorbereiding van het actieplan van de Commissie inzake duurzame financiering.

Voor complexe uitdagingen met een breed scala van concurrerende belangen kunnen multistakeholderpartnerschappen verder worden bevorderd om de verwevenheid tussen de verschillende SDG's uit te spelen.

Daarnaast vereist de multilevel-governancebenadering dat de inspanningen van de EU goed worden toegelicht op het niveau van de mondiale bestuursstructuren. Bij de tenuitvoerlegging van de SDG's moeten we vele uitdagingen aanpakken die geen grenzen kennen. Een sterkere oriëntatie naar buiten toe is daarom noodzakelijk, in nauwe samenwerking met de partners van de EU van over heel de wereld en op alle niveaus. Op het niveau van de Verenigde Naties speelt het Politiek forum op hoog niveau een sleutelrol, met name bij het monitoren van de vooruitgang. De EU kan als sterke pleitbezorger voor het multilateralisme het voortouw nemen bij het waarborgen van passende verslaglegging over de vooruitgang ten aanzien van de SDG's en bij alle partners aandringen op nauwgezette tenuitvoerlegging en monitoring.

4De EU als mondiale wegbereider voor duurzame ontwikkeling

De EU en de Verenigde Naties zijn natuurlijke partners in hun inspanningen om een veiligere en betere wereld voor iedereen na te streven. We hebben geen nood aan meer muren, maar aan mondiale regels die door iedereen worden gerespecteerd. Het op regels gebaseerde systeem vormt de beste garantie voor de duurzaamheid van onze economie en onze samenleving. Enkel multilaterale diplomatie kan leiden tot oplossingen voor internationale uitdagingen. In de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie wordt het belang van de SDG's als transversale prioriteit erkend, alsook het feit dat gecoördineerde inspanningen van de EU en haar lidstaten nodig zijn in hun betrekkingen met de rest van de wereld.

We worden er door de wereldwijde hernieuwde golf van gewelddadige conflicten, met name in de afgelopen vijf jaar, opnieuw aan herinnerd dat de vrede en veiligheid in de EU ook afhangen van de capaciteit van de EU om bij te dragen aan het opbouwen en in stand houden van vrede elders in de wereld. De ervaring van de EU in de opbouw van vrede op het eigen continent verleent de Unie "soft power" en geloofwaardigheid als een mondiale actor die opkomt voor duurzame vrede en welvaart.

De EU moet ook duurzame oplossingen voor mondiale problemen blijven delen aangezien ons beleid slechts een beperkte impact zal hebben op de planeet indien anderen tegengesteld beleid nastreven. Door anderen te helpen en aan te moedigen om onze acties te volgen, kan de EU aansturen op een gelijk speelveld waarin iedereen onder dezelfde voorwaarden concurreert. Bovendien leidt het delen van EU-oplossingen in het buitenland tot meer banen en hogere duurzame groei, niet enkel in partnerlanden maar ook in de EU zelf.

Uiteindelijk moeten we om succesvol te zijn in de groene en inclusieve economische overgang ook onze internationale partners aan boord krijgen en bepleiten dat een mondiaal model van duurzame ontwikkeling op basis van onze kernwaarden en -beginselen de beste manier is om gedeelde welvaart en een duurzame wereld tot stand te brengen. Het interne werk van de EU met betrekking tot de SDG's en haar externe optreden zijn dus twee zijden van dezelfde medaille. Het is in het belang van de EU om ook op het internationale niveau een leidende rol te spelen in de tenuitvoerlegging van de Agenda 2030 van de Verenigde Naties via haar externe optreden.

De EU en haar lidstaten zijn de grootste donoren van ontwikkelings- en humanitaire hulp ter wereld. De EU is als geheel geëngageerd om haar bijdrage aan officiële ontwikkelingshulp op te trekken tot minstens 0,7 % van het bruto nationaal inkomen van de EU per jaar. Middels samenwerking met 150 partnerlanden wereldwijd is de ontwikkelingssamenwerking van de EU zowel een middel om mensen uit de armoede te halen en te zorgen voor waardigheid en gelijkheid, als een instrument om vredevolle, rechtvaardige en inclusieve samenlevingen tot stand te brengen. Gezien de langdurige aard van crisissen is het noodzakelijk dat de EU haar gecoördineerde inspanning voortzet om tegelijkertijd humanitaire noden te lenigen en de grondoorzaken van armoede, ontheemding, fragiliteit en instabiliteit aan te pakken.

De nieuwe Europese consensus inzake ontwikkeling stuurt de acties van de EU resoluut in de richting van de uitvoering van de Agenda 2030 van de Verenigde Naties, met als voornaamste doelstelling het uitroeien van de armoede. Een van de belangrijkste troeven van de consensus is dat het een gezamenlijke verbintenis is van de EU en al haar lidstaten om beter samen te werken, onder meer door middel van meer gezamenlijke programmering en meer doeltreffende coördinatie op het terrein. Deze nieuwe oriëntatie moet nog verder verbeteren onder impuls van het toekomstige EU-instrument voor externe financiering, dat ontworpen werd met de expliciete bedoeling de tenuitvoerlegging van de SDG's te ondersteunen.

Wij zullen ons actief engagement met partnerlanden verderzetten via beleidsdialogen op basis van de SDG's, in combinatie met onze financiële bijstand en ontwikkelingssamenwerking. Het nieuwe partnerschap van de EU met de landen van Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan dat de opvolger wordt van de huidige Overeenkomst van Cotonou moet verhoogde welvaart opleveren door het behalen van de SDG's. In de toekomst moet de opbouw van een sterk partnerschap en nauwe samenwerking op gelijke voet met Afrika van bijzonder belang zijn voor de EU en haar lidstaten. De EU heeft een groot belang in een Afrikaans continent dat zowel op economisch als op politiek vlak bloeit, met betere kansen voor groei, plaatselijke tewerkstelling, nieuwe bedrijfsmodellen en wederzijds gunstige handelsbetrekkingen met Europa. Parallel hieraan kan de interactie van de EU met meer geavanceerde ontwikkelingslanden in een breed scala van sectoren een aanzienlijke impact hebben op wereldwijde duurzame ontwikkeling.

Het blijft een prioriteit om ook buiten de grenzen van de EU de private sector volledig aan boord te krijgen en duurzame investeringen te stimuleren. Het Europees plan voor externe investeringen heeft een nieuwe norm geschapen voor het gebruik van overheidsmiddelen om private investeringen voor duurzame ontwikkeling in partnerlanden te mobiliseren – te beginnen met Afrika en de buurlanden van de EU 80 . De nieuwe Afrikaans-Europese alliantie voor duurzame investeringen en werkgelegenheid die werd gelanceerd in september 2018 heeft veel potentieel voor het ontsluiten van duurzame investeringen, waardoor in de komende vijf jaar alleen al in Afrika tot wel 10 miljoen banen kunnen worden gecreëerd.

Gezien het feit dat het met name ontwikkelingslanden zijn die moeilijkheden ondervinden om hun behoeften op het vlak van duurzame infrastructuur en energie-efficiëntie te financieren, kan de mondiale aard van de financiële markten groot potentieel in zich dragen om alle landen te ondersteunen bij hun transformatie door lokale behoeften te koppelen aan mondiale financieringsbronnen. Door duurzame financieringsinitiatieven en -instrumenten uit verschillende rechtsgebieden te stroomlijnen kan over de grenzen heen gezorgd worden voor compatibele markten voor duurzame financiële activa, waardoor schaalvoordelen kunnen worden gerealiseerd en versnippering kan worden vermeden. Dit zou wereldwijd aanleiding geven tot nieuwe grote investeringskansen voor ondernemingen en de financiële sector.

De EU wil het voortouw nemen in de coördinatie van internationale inspanningen voor de opbouw van een financieel systeem dat wereldwijd duurzame groei ondersteunt. Om de samenwerking te verbeteren en voordeel te halen uit synergieën zou het wenselijk zijn om een internationaal netwerk op te richten van rechtsgebieden van zowel ontwikkelde als ontwikkelingslanden die zich inzetten voor duurzame financiering. Een coherente internationale strategie en architectuur die voortbouwt op de inspanningen op dit gebied van instellingen zoals de Wereldbankgroep, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de Europese Investeringsbank en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling zou bijdragen aan het opschalen van duurzame financiering en het mobiliseren van internationale investeerders voor duurzame investeringen over de hele wereld. Nieuwe financiële technologieën en innovatieve financieringsoplossingen bieden bijkomende mooie kansen om mondiale investeerders aan duurzame projecten te koppelen.

De klimaatverandering en de aantasting van het milieu vormen steeds duidelijker een van de grootste bedreigingen voor vrede en veiligheid in de wereld en zonder ingrijpende maatregelen worden ze een nog groter mondiaal risico, met onder meer gedwongen ontheemding en migratie tot gevolg. De EU moet de weg tonen, onder meer wat betreft de nauwgezette tenuitvoerlegging van de klimaatovereenkomst van Parijs en de internationale inspanningen om de vervoersector koolstofvrij te maken. De EU kan ook de aanzet geven voor bindende internationale overeenkomsten op het gebied van de circulaire economie, het gebruik van hulpbronnen en biodiversiteit.

Door het voortouw te nemen in de groene en inclusieve economische overgang en krachtdadig te pleiten voor internationale regels kunnen wij niet alleen de internationale normen vormgeven, maar tevens een sterk concurrentievoordeel verwerven op de wereldmarkt.

5Scenario's voor de toekomst

 

De EU heeft zich ten volle geëngageerd om de doelstellingen van de Agenda 2030 van de Verenigde Naties te helpen behalen en de uitvoering ervan te ondersteunen. Nu een nieuwe beleidscyclus voor de komende vijf jaar om de hoek ligt, is het tijd om overeen te komen hoe we onze collectieve verbintenis gaan nakomen. De instellingen van de EU moeten beslissen welke structuren, instrumenten en beleidslijnen zij zullen aanwenden om de SDG's ten uitvoer te leggen en te behalen, en om onze partners te helpen en te begeleiden. Er leven verschillende opvattingen over hoe dit best wordt bewerkstelligd en elke instelling – het Parlement, de Raad en de Commissie – heeft haar eigen verantwoordelijkheden in overeenstemming met de EU-Verdragen en onze internationale verbintenissen.

In oktober 2018 toonde de Europese Raad toonde zich verheugd over het voornemen van de Commissie tot bekendmaking van een discussienota om het pad te effenen voor een alomvattende uitvoeringsstrategie in 2019.

Deze discussienota voert op aangeven van de Europese Raad drie verschillende scenario’s aan om vorm te geven aan de discussie over de vraag hoe de uitvoering van de SDG's best wordt aangepakt en wat de meest doeltreffende rolverdeling zou zijn. Deze discussie is bedoeld als input voor een debat dat de komende maanden tussen burgers, belanghebbenden, overheden en instellingen zal worden gevoerd met als doel inspiratie op te leveren voor de voorbereiding van de strategische agenda 2019-2024 van de Europese Unie en het stellen van de prioriteiten van de volgende Europese Commissie.

Alle drie de scenario's berusten op het gedeelde uitgangspunt dat er een brede consensus bestaat onder de EU-lidstaten, ondernemingen en het maatschappelijk middenveld dat een versterkt engagement nodig is als de EU en de wereld een duurzame toekomst willen veiligstellen en de SDG's willen behalen tegen 2030 en ze ook daarna nog willen blijven uitdragen ten behoeve van een moderne economie, een schoon milieu en het welzijn van onze burgers op een bewoonbare planeet aarde.

We zijn het er ook over eens dat hoewel de duurzaamheidsovergang maatregelen op Europese schaal vergt, we uiteindelijk slechts echt kunnen slagen middels een mondiale aanpak. Wil de EU als welvarend continent blijven bloeien, dan heeft een aanzienlijk aantal ontwikkelingslanden bovendien steun nodig om zowel op economisch als op sociaal vlak hun achterstand in te halen. Op dezelfde wijze draagt het ondersteunen van de economische vooruitgang van ontwikkelingslanden in het kader van de SDG's ook bij aan een breed scala van strategische belangen van de EU, zoals het terugdringen van de irreguliere migratie. De SDG's, die zijn ondertekend door 193 staten, bieden het beste en meest moderne mondiale en alomvattende kader om onze werkzaamheden op te baseren.

Het debat in Europa gaat nu over wat we moeten doen en hoe we dat gaan doen. De drie scenario's behelzen verschillende antwoorden maar vertrekken van dezelfde opvatting dat de EU een groot comparatief voordeel heeft om wereldwijd een leidersrol op te nemen en succesvol het voortouw te nemen. Deze scenario's zijn limitatief noch prescriptief. Ze zijn bedoeld om verschillende opvattingen naar voren te brengen en het debat en de reflectie aan te zwengelen. Het uiteindelijke resultaat zal waarschijnlijk een combinatie zijn van bepaalde elementen uit elk scenario.

Scenario 1: Een overkoepelende EU-SDG-strategie die richting geeft aan de acties van de EU en haar lidstaten

Een mogelijk stap om het hoofd te bieden aan de uitdagingen waarmee we geconfronteerd worden, is om op het hoogste politieke niveau van de EU de op internationaal niveau overeengekomen SDG's te bekrachtigen als de overkoepelende strategische beleidsdoelstellingen voor de EU en haar lidstaten. Een dergelijk benadering zou in overeenstemming zijn met de aanbeveling van het multistakeholderplatform op hoog niveau inzake de SDG's.

Binnen dit scenario zouden de Agenda 2030 van de Verenigde Naties en de SDG's ons kompas en onze landkaart zijn en dus het strategische kader vastleggen voor de EU en haar lidstaten.

De strategische acties van de EU en haar lidstaten, met inbegrip van regionale en lokale overheden, zouden worden nagestreefd en doeltreffend worden gecoördineerd. Een gezamenlijke aanpak op alle overheidsniveaus zou worden aangemoedigd, in nauwe samenwerking met alle belanghebbenden. Een sterke component in de betrekkingen van de EU met derde landen om internationale op duurzaamheid gerichte maatregelen te stimuleren zou hier ook deel van uitmaken.

Binnen dit kader zou ook de oprichting van een "Europees proces voor SDG-beleidscoördinatie" nodig zijn om op regelmatige basis vooruitgang in de tenuitvoerlegging te monitoren en te beoordelen. In dit proces, en dus ook in de interne werkprocedures van de Europese Commissie, zou de transversale aard van de SDG's en hun onderlinge verwevenheid moeten worden weerspiegeld.

Wat dit in de praktijk zou kunnen betekenen

üSpecifieke SDG-uitvoeringsdoelstellingen worden gedefinieerd op EU-niveau en een overkoepelende EU-SDG-strategie wordt vastgesteld door de Commissie, het Europees Parlement en de Raad;

üalomvattende nationale SDG-strategieën worden uitgewerkt op nationaal niveau;

üconcrete en aan termijnen gebonden doelstellingen voor 2030 worden voorgesteld door de Europese Commissie en bekrachtigd door de Europese Raad;

ühet beginsel "duurzaamheid voorop" wordt in de agenda's voor betere regelgeving van de EU en haar lidstaten geïntegreerd;

üzowel op EU-niveau als op het niveau van de lidstaten wordt een mechanisme voor verslaglegging en monitoring van vooruitgang ten aanzien van de SDG's ingesteld en gecoördineerd, bijvoorbeeld in het kader van het Europees Semester;

üde rol van het multistakeholderplatform inzake de SDG's wordt versterkt, met een specifieke rol in het monitoren van de tenuitvoerlegging van de SDG's;

üde EU versterkt haar extern optreden inzake duurzaamheid verder en richt alle externe beleidsmaatregelen op de tenuitvoerlegging van de SDG's.

Voor- en nadelen

+Een sterke gemeenschappelijke positieve visie op de duurzame toekomst van Europa creëren over de hele EU;

+de politieke verantwoordelijkheid versterken en de coördinatie verbeteren over alle bestuursniveaus binnen de EU heen en, gezien de grensoverschrijdende aard van de geïdentificeerde uitdagingen in de EU, zo de kansen verbeteren op het realiseren van de Agenda 2030 van de Verenigde Naties en groene en inclusieve groei voor de EU;

+op internationaal niveau een sterk signaal afleveren dat de EU zowel intern als extern ten volle toegewijd is aan haar internationale verplichtingen, de Agenda 2030 van de Verenigde Naties en de SDG's;

+duidelijke en transparante communicatie en overleg voeren met de belanghebbenden.

-Het risico bestaat dat de benadering niet voldoende is afgestemd op de bijzonderheden en uitdagingen van de afzonderlijke lidstaten doordat het strategische kader niet alle verschillen tot uitdrukking kon brengen;

-gezien de complexiteit om overeenstemming te bereiken over EU-brede doelstellingen op al de verschillende deelgebieden van de SDG's, bestaat het risico dat veel tijd wordt besteed aan het uitwerken van de strategie in plaats van vooruitgang te maken op bepaalde beleidsgebieden op alle niveaus waar het verschil kan worden gemaakt.

Scenario 2: Voortgezette mainstreaming van de SDG's in alle relevante beleidsdomeinen van de EU door de Commissie, doch zonder de maatregelen in de lidstaten te handhaven

Binnen dit scenario zullen de SDG's een bron van inspiratie blijven vormen voor de politieke besluit- en beleidsvorming van de EU en de uitwerking van de EU-groeistrategie voor na 2020, maar de lidstaten niet binden om collectief de SDG-verbintenissen in de EU na te komen.

Binnen de Europese Commissie kan dit betekenen dat een lid van het college een brede verantwoordelijkheid voor "duurzaamheid" krijgt toegewezen. Deze commissaris zou blijven samenwerken met de andere commissarissen in een speciaal projectteam. Alle commissarissen kunnen hierbij betrokken worden. Om beleidscoherentie te verzekeren moet nauwe samenwerking met de andere projectteams van commissarissen worden nagestreefd.

In het kader van haar agenda voor betere regelgeving zal de Commissie een inclusief en op bewijs gebaseerd besluitvormingsproces blijven nastreven. In combinatie met een sterkere SDG-mainstreaming van het Europees Semester in overeenstemming met de EU-groeistrategie voor na 2020 wordt de beleidscoherentie binnen de EU versterkt om te verzekeren dat de EU vooruitgang boekt ten aanzien van de SDG's.

Deze benadering zou evenwel meer ruimte laten voor de lidstaten en de regionale en lokale overheden om te bepalen of en hoe zij hun werkzaamheden aanpassen om op consistente wijze het behalen van de SDG's na te streven.

Wat dit in de praktijk zou kunnen betekenen

üDe SDG's gebruiken om de uitwerking van de EU-groeistrategie voor na 2020 te sturen, waarbij wordt gefocust op gebieden waarin de EU de meeste toegevoegde waarde te bieden heeft, zoals de circulaire economie; onderzoek en innovatie; werkgelegenheid en sociale inclusie; klimaat en energie; voedselsystemen, landbouw en landgebruik; en cohesiebeleid;

üde SDG's mainstreamen via EU-beleid en -maatregelen, in overeenstemming met de agenda voor betere regelgeving, aangepast aan de specifieke EU-context waarin bevoegdheden gedeeld worden met de lidstaten;

ühet meerjarig financieel kader (MFK) gebruiken om te voorzien in een deel van de noodzakelijke aanvullende financiering om de op de mainstreaming van duurzaamheid geënte benadering op de rails te krijgen; de lidstaten verbinden zich ertoe hetzelfde te doen;

üde SDG's en afgeleide EU-doelstellingen worden waar relevant voor de groeistrategie voor na 2020 geïntegreerd in het proces van het Europees Semester;

üindien de vrijhandelsakkoorden van de EU worden gemoderniseerd en toekomstige handelsakkoorden worden onderhandeld, worden de hoofdstukken over handel en duurzaamheid waar nodig versterkt en doeltreffend gehandhaafd;

üde EU monitort de tenuitvoerlegging van de SDG's via de SDG-vooruitgangsanalyse van Eurostat, die nog verder wordt uitgewerkt. De lidstaten bereiden jaarlijkse nationale monitoringverslagen voor;

üde lidstaten behouden de eindverantwoordelijkheid om verslag uit te brengen over de tenuitvoerlegging van de SDG's, terwijl de Europese Commissie op internationaal niveau aanvullend verslag uitbrengt van de tenuitvoerlegging op EU-niveau aan het Politiek forum op hoog niveau voor duurzame ontwikkeling van de VN.

Voor- en nadelen

+Aangezien de meest kritieke gebieden voor de EU met het oog op het behalen van de SDG's in grote lijnen duidelijk zijn, kan de EU zich concentreren op het vaststellen van strategische prioriteiten en het behalen van concrete resultaten op de gebieden waarin de EU de meeste toegevoegde waarde te bieden heeft;

+de besluitvorming op EU-niveau is sneller en de onderhandelingen over strategische prioriteiten meer op consensus gericht;

+de EU blijft een mondiale pleitbezorger voor de Agenda 2030 van de Verenigde Naties en de SDG's.

-Beleidscoherentie voor duurzame ontwikkeling tussen EU-beleidslijnen onderling en tussen EU-beleidslijnen en nationale beleidslijnen zal moeilijker te waarborgen zijn;

-het risico bestaat dat het nakomen van de duurzaamheidsverbintenissen door de EU en haar lidstaten als geheel niet kan worden gerealiseerd en dat de maatregelen van de lidstaten niet kunnen worden gehandhaafd;

-maatregelen van individuele lidstaten op bepaalde sleutelgebieden in plaats van sterkere gecoördineerde maatregelen op het niveau van de EU kunnen gevolgen hebben voor de eengemaakte markt en de mondiale concurrentiepositie;

-het risico bestaat dat een kloof kan ontstaan tussen de politieke verbintenissen van de EU ten aanzien van de SDG's en de daadwerkelijke resultaten.

Scenario 3: Meer nadruk leggen op het externe optreden terwijl het huidige niveau van ambitie wat betreft duurzaamheid op EU-niveau wordt geconsolideerd

Het externe optreden zou worden geprioriteerd in het kader van de SDG's. Aangezien de EU reeds een voortrekker is met betrekking tot vele aan de SDG's gerelateerde aspecten zou er meer de nadruk op kunnen worden gelegd om de rest van de wereld te helpen een inhaalbeweging te maken terwijl verdere verbeteringen op EU-niveau worden nagestreefd.

Onze sociale markteconomie is een handelsmerk van de EU geworden en heeft het mogelijk gemaakt dat de economieën van de lidstaten van de EU dankzij sterke socialezekerheidsstelsels rijkdom en breed gespreide welvaart genereren. De EU hanteert reeds milieunormen die tot de strengste ter wereld behoren en onze ondernemingen hebben op dit vlak al voorsprong opgebouwd ten opzichte van hun internationale concurrenten. De EU wordt ook beschouwd als een bolwerk voor vrijheid en democratie, met stabiele instellingen die zijn gebaseerd op de rechtsstaat en een levendig maatschappelijk middenveld. De EU kan er derhalve voor opteren haar huidige milieu-, sociale en bestuursnormen krachtdadiger te gaan uitdragen via multilaterale onderhandelingen en handelsakkoorden.

De EU kan tevens haar samenwerking met belangrijke internationale organisaties en fora, zoals de Verenigde Naties, met inbegrip van de Internationale Arbeidsorganisatie, de Wereldhandelsorganisatie en de G20 evenals de toezichthoudende instanties van multilaterale milieuovereenkomsten, verder intensifiëren teneinde de op waarden gebaseerde externe beleidsagenda van de EU uit te dragen.

De steun van de EU voor multilateralisme – met een centrale rol voor de Verenigde Naties – en transparante en betrouwbare internationale betrekkingen zou verder worden geprioriteerd.

Wat dit in de praktijk zou kunnen betekenen

üHet mainstreamen van de SDG's in het externe beleid van de EU, waarbij rekening wordt gehouden met de uiteenlopende behoeften en belangen van partners, gaat verder, terwijl de interne aanpassingen eerder beperkt zijn;

üde EU verstrekt op internationaal niveau regelmatig gedetailleerde verslaglegging en monitoring van de vooruitgang ten aanzien van de SDG's binnen het kader van het externe optreden van de EU bij de Verenigde Naties;

üindien de vrijhandelsakkoorden van de EU worden gemoderniseerd en toekomstige handelsakkoorden worden onderhandeld, worden de hoofdstukken over handel en duurzaamheid waar nodig versterkt en doeltreffend gehandhaafd;

üde tenuitvoerlegging van de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie en van de nieuwe Europese consensus inzake ontwikkeling wordt versterkt;

üversterkt Europees beleid inzake defensie, ruimtevaart, veiligheid en migratie wordt gepromoot als flankerend beleid voor de versterkte externe beleidsagenda voor duurzame ontwikkeling;

ünieuwe vormen van duurzame financiering en ontwikkeling zoals het plan voor externe investeringen worden versterkt.

Voor- en nadelen

+De EU concentreert haar middelen in die landen of regio's die de meeste hulp nodig hebben en streeft tegelijkertijd aanpassingen van het EU-beleid na via SDG-mainstreaming, zonder een specifiek strategisch kader;

+het externe optreden van de EU is consistent met haar doelstelling om duurzaamheid, democratie, mensenrechten, de rechtsstaat en grondrechten te bevorderen in de wereld.

-Het risico bestaat dat deze benadering zowel op het thuisfront als internationaal gezien de politieke geloofwaardigheid van de EU en haar leiderschap met betrekking tot de Agenda 2030 van de Verenigde Naties en de SDG's aantast in een tijdsgewricht waarin het multilateralisme reeds onder vuur ligt. Een van de belangrijkste kenmerken van de Agenda 2030 van de Verenigde Naties, die de EU actief gepromoot heeft, is dat deze universeel is;

-de EU mist de kans om een positieve, op duurzaamheid gerichte visie op de toekomst van Europa te ontwikkelen;

-de EU maakt geen gebruik van haar voordeel als voortrekker om de duurzaamheidsnormen van de EU naar de rest van de wereld uit te dragen en riskeert dat de vruchten van duurzame groei door anderen op de wereldmarkt worden geplukt;

-het risico bestaat dat de consolidering van het huidige SDG-beleid van de EU niet tegemoet komt aan de veranderende verwachtingen en ambities van de burgers.

(1)

Secretaris-generaal van de VN Ban Ki-moon tijdens de top voor de vaststelling van de ontwikkelingsagenda voor de periode na 2015 in New York, 25 september 2015. Zie: https://www.un.org/press/en/2015/sgsm17111.doc.htm

(2)

 PB C 202 van 7.6.2016.

(3)

Mijn regio, mijn Europa, onze toekomst: het zevende verslag inzake economische, sociale en territoriale cohesie, 2017.

Zie: https://ec.europa.eu/regional_policy/sources/docoffic/official/reports/cohesion7/7cr.pdf  

(4)

 World Happiness Report 2018, door John F. Helliwell, Richard Layard en Jeffrey D. Sachs.

(5)

Eurostat, indicatoren voor de levenskwaliteit. Zie: https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php/Quality_of_life_indicators  

(6)

Europees Jeugdforum, Youth Progress Index 2017. Zie: https://www.youthforum.org/youth-progress-index  

(7)

Bijlage 3 bij de discussienota benadrukt meer in detail de belangrijkste initiatieven van de Commissie-Juncker die een bijdrage leveren aan de VN-Agenda 2030 en de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering.

(8)

COM(2018) 773 final.

(9)

COM(2010) 2020 final.

(10)

EUCO 13/18 — bijeenkomst Europese Raad (18 oktober 2018), Conclusies, III.12.

(11)

COM(2016) 739 final.

(12)

Jaarlijkse groeianalyse 2018, COM(2017) 690 final.

(13)

 Europese Economische Vooruitzichten, najaar 2018, bekendgemaakt op 8 november 2018. Zie: https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/economy-finance/ip089_en_0.pdf  

(14)

Global Footprint Network. Zie: https://www.footprintnetwork.org/our-work/ecological-footprint/ .

(15)

Europese Commissie: Scorebord voor grondstoffen 2018.

(16)

WNF (2018), Living Planet Report 2018: Aiming Higher ("Verslag over de levende planeet 2018: de lat hoger leggen"). Grooten, M. & Almond, R.E.A.(Red.). WNF, Gland, Zwitserland.

(17)

Europees Milieuagentschap (2017), Food in a green light. A systems approach to sustainable food ("Een groene kijk op voedsel. Een systeembenadering van duurzaam voedsel").

(18)

SWD(2016) 319 final.

(19)

 COM(2019) 1.

(20)

 Diepgaande analyse ter ondersteuning van de mededeling van de Commissie, COM(2018) 773, afdeling 5.6.2.3.

(21)

Dante Disparte, "If You Think Fighting Climate Change Will Be Expensive, Calculate the Cost of Letting It Happen" ("Denkt u dat het tegengaan van klimaatverandering duur zal zijn, bereken dan eens de kosten als we er niets tegen doen"), 12 juni 2017, Harvard Business Review online. Zie: https://hbr.org/2017/06/if-you-think-fighting-climate-change-will-be-expensive-calculate-the-cost-of-letting-it-happen

(22)

Eurostat (2018), "Sustainable development in the European Union: Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context" ("Duurzame ontwikkeling in de Europese Unie: toezichtsverslag over de voortgang bij het nastreven van de SDG's in een EU-context"), editie 2018.

(23)

  https://ec.europa.eu/food/safety/food_waste_en  

(24)

Eurostat, "Sustainable development in the European Union: Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context", editie 2018.

(25)

Eurostat, "Sustainable development in the European Union: Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context", editie 2018.

(26)

Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO), 2016, Antimicrobial resistance and our food systems: challenges and solutions ("Antimicrobiële resistentie en onze voedselsystemen: uitdagingen en oplossingen"). Zie: http://www.fao.org/3/a-i6106e.pdf  

(27)

Europees Instituut voor gendergelijkheid (2017), "Gender Equality Index 2017 — Measuring gender equality in the European Union 2005-2015" ("Gendergelijkheidsindex 2017 — Het meten van gendergelijkheid in de Europese Unie 2005-2015"), persbericht 11 oktober 2017. Zie:

https://eige.europa.eu/news-and-events/news/gender-equality-index-2017-progress-snails-pace  

(28)

Europese Commissie, Verslag van 2018 over de gelijkheid van vrouwen en mannen in de EU.

(29)

OESO (2015). In It Together: Why Less Inequality Benefits All ("Samen staan we sterker: waarom minder ongelijkheid goed is voor iedereen"), OECD Publishing, Parijs.

(30)

Internationale Organisatie voor Migratie, "Migration, Environment and Climate Change: Assessing the Evidence" ("Migratie, milieu en klimaatverandering: een evaluatie van de feiten"), 2009.

(31)

 Zevende milieuactieprogramma. Zie: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32013D1386  

(32)

Eurostat, Milieueconomie — statistieken over werkgelegenheid en groei. Zie: https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/pdfscache/10420.pdf

De milieueconomie omvat twee grote groepen activiteiten en/of producten: "milieubescherming" — alle activiteiten die verband houden met het voorkomen, beperken en verwijderen van verontreiniging en alle andere vormen van verslechtering van het milieu; "beheer van hulpbronnen" — het behouden en onderhouden van de voorraad natuurlijke hulpbronnen, waarbij derhalve wordt voorkomen dat deze uitgeput raken.

(33)

S. Fankhauser, A. Bowen et al. "Who will win the green race? In search of environmental competitiveness and innovation" ("Wie wint de groene race? Op zoek naar ecologische concurrentiekracht en innovatie"), 2013.

(34)

Business and Sustainable Development Commission: Better Business Better World, The report of the Business & Sustainable Development Commission ("Beter bedrijfsleven, betere wereld. Het verslag van de Commissie Bedrijven en duurzame ontwikkeling"), januari 2017 (blz. 12).

(35)

EU-evaluatie van de uitvoering van het milieubeleid 2017.

(36)

Onder meer: Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering warming van de aarde: "Global warming of 1.5 °C: an IPCC special report on the impacts of global warming of 1.5°C above pre-industrial levels and related global greenhouse gas emission pathways, in the context of strengthening the global response to the threat of climate change, sustainable development, and efforts to eradicate poverty", 2018; Sachs, J., Schmidt-Traub, G., Kroll, C., Lafortune, G., Fuller, G. (2018): SDG Index en Dashboards Report 2018. New York: Bertelsmann Stiftung en duurzame Development Solutions Network (SDSN); Europe moving towards a sustainable future, Contribution of the Multi-Stakeholder Platform on the implementation of the Sustainable Goals in the EU Reflection Paper, October 2018.

(37)

Eurostat "Sustainable development in the European Union: Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context" ("Duurzame ontwikkeling in de Europese Unie, monitoringverslag inzake de vooruitgang op het vlak van de SDG's in een EU-context"). editie 2018.

(38)

 "Growth within: A circular economy vision for a competitive Europe”, Ellen MacArthur Foundation en McKinsey Center for Business and Environment, 2015.

(39)

Towards a circular economy – Waste management in the EU, 2017, Onderzoeksdienst van het Europees Parlement

(40)

SITRA: The circular economy - a powerful force for climate mitigation, 2018. Zie: https://www.sitra.fi/en/publications/circular-economy-powerful-force-climate-mitigation/  

(41)

 COM(2018) 028 final.

(42)

 COM(2018) 340 final.

(43)

Commissie Bedrijven en duurzame ontwikkeling: Better Business Better World, The report of the Business & Sustainable Development Commission ("Beter bedrijfsleven, betere wereld. Het verslag van de Commissie Bedrijven en duurzame ontwikkeling"), januari 2017.

(44)

Commissie Bedrijven en duurzame ontwikkeling: Better Business Better World, The report of the Business & Sustainable Development Commission ("Beter bedrijfsleven, betere wereld. Het verslag van de Commissie Bedrijven en duurzame ontwikkeling"), januari 2017.

(45)

Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO): Green jobs ("Groene banen"). Zie: http://www.fao.org/rural-employment/work-areas/green-jobs/en/

(46)

Eurostat "Sustainable development in the European Union: Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context" ("Duurzame ontwikkeling in de Europese Unie, monitoringverslag inzake de vooruitgang op het vlak van de SDG's in een EU-context"). editie 2018.

(47)

Europese Commissie: Monitoring Agri-trade Policy, MAP 2018-1, Agri-food trade in 2017: another record year for EU agri-food trade. (nieuwsbrief "Monitoring Agri-trade Policy (MAP) 2018-1: Agrovoedingshandel in 2017: wederom een recordjaar voor de agrovoedingshandel in de EU").

(48)

Zie: https://ec.europa.eu/commission/publications/natural-resources-and-environment  

(49)

 Zie: https://ec.europa.eu/health/amr/sites/amr/files/amr_action_plan_2017_en.pdf  

(50)

Diepgaande analyse ter ondersteuning van de Mededeling van de Commissie COM (2018)773: "Een schone planeet voor iedereen - Een Europese strategische langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie".

De productie van vlees behoort tot de productiemethoden die de grootste landoppervlakte per calorie vergen. Door de verschuiving en vermindering van de vleesconsumptie komt er extra land vrij.

(51)

 De energie efficiency van koelkasten is de afgelopen 10 jaar aanzienlijk verbeterd; dit geldt ook voor wasmachines, vaatwassers, televisietoestellen enz. Het betekent ook dat de consument efficiëntere producten koopt. Top-10 gebaseerd op GFK-gegevens. Zie: topten.eu  

(52)

 COM(2016) 377.

(53)

In 2017 werd tot 9,6 % van het BBP van Europa uitgegeven aan gezondheidszorg; daarom is efficiency in de gezondheidszorguitgaven en de aanpak van verkwisting steeds belangrijker.

(54)

(COM (2017) 206), discussienota over de sociale dimensie van Europa, 26 april 2017.

(55)

United Nations, Sustainable Development Goals, Goal 11: Make cities inclusive, safe, resilient and sustainable. Zie: https://www.un.org/sustainabledevelopment/cities/

(56)

The Role of Science, Technology and Innovation Policies to Foster the Implementation of the Sustainable Development Goals Report of the Expert Group "Follow-up to Rio+20, notably the SDGs".

(57)

COM(2018) 22 final.

(58)

In november 2018 is de Europese Commissie gestart met AI Watch om toezicht te houden om AI-gerelateerde ontwikkelingen in de EU en de rest van de wereld en om de noodzakelijke analytische basis voor verdere maatregelen te verschaffen.

(59)

Europese Commissie: "USA-China-EU plans for AI: where do we stand?", januari 2018. Zie: https://ec.europa.eu/growth/tools-databases/dem/monitor/sites/default/files/DTM_AI%20USA-China-EU%20plans%20for%20AI%20v5.pdf . 

(60)

Jiaxuan You, Xiaocheng li, melvin low, David B. Lobell, Stefano Ermon, "Sustainability and Artificial Intelligence Lab, Combining Remote Sensing Data and Machine Learning to Predict Crop Yield". Zie: http://sustain.stanford.edu/crop-yield-analysis

(61)

Conferentie van de Verenigde Naties voor Handel en Ontwikkeling. Zie: http://www.eurasia.undp.org/content/rbec/en/home/blog/2017/7/12/What-kind-of-blender-do-we-need-to-finance-the-SDGs-.html

(62)

 Actieplan inzake duurzame financiering. Zie: https://ec.europa.eu/info/publications/180524-proposal-sustainable-finance_en  

(63)

Commissie Bedrijven en duurzame ontwikkeling: Better Business Better World, The report of the Business & Sustainable Development Commission ("Beter bedrijfsleven, betere wereld. Het verslag van de Commissie Bedrijven en duurzame ontwikkeling"), januari 2017.

(64)

Commissie Bedrijven en duurzame ontwikkeling: Better Business Better World, The report of the Business & Sustainable Development Commission ("Beter bedrijfsleven, betere wereld. Het verslag van de Commissie Bedrijven en duurzame ontwikkeling"), januari 2017. 

(65)

Tax Policies in the European Union: 2018 Survey. ("Fiscaal beleid in de Europese Unie: Enquête 2018"). Zie:

https://ec.europa.eu/taxation_customs/business/company-tax/tax-good-governance/european-semester/tax-policies-european-union-survey_en In december 2018 is de Commissie een studie begonnen naar megatrends (klimaatverandering, digitalisering, vergrijzing enz.) en hun impact op de EU-economie, in het bijzonder de houdbaarheid van de belastingstelsels van de EU.

(66)

COM(2019) 8 final.

(67)

 COM(2019) 8 final.

(68)

COM(2019) 8 final.

(69)

 Dierx, Adriaan, Ilzkovitz, Pataracchia, Ratto, Thum-Thysen en Varga (2017), "Does EU competition policy support inclusive growth?”, Journal of Competition Law & Economics, Vol. 13, No. 2; OECD Factsheet on how competition policy affects macro-economic outcomes (oktober 2014); Fabienne Ilzkovitz en Adriaan Dierx, Ex-post economic evaluation of competition policy enforcement: A review of the literature”, DG Mededinging, juni 2015.

(70)

  http://ec.europa.eu/competition/state_aid/scoreboard/index_en.html

(71)

Richtlijn (EU) 2017/828 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn

2007/36/EG wat het bevorderen van de langetermijnbetrokkenheid van aandeelhouders betreft (voor de EER relevante tekst).

(72)

Richtlijn 2014/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote ondernemingen en groepen (voor de EER relevante tekst).

(73)

Verordening (EU) 2017/821.

(74)

  https://ec.europa.eu/info/publications/180524-proposal-sustainable-finance_en#investment . Een vollediger overzicht van de vooruitgang in de EU op het vlak van maatschappelijk verantwoord ondernemen en bedrijfsleven en mensenrechten zal begin 2019 worden voorgesteld in het kader van de EU Industry Days.

(75)

Ghana, Ivoorkust, Kameroen en de SADC-EPO-landen Botswana, Eswatini, Lesotho, Mozambique, Namibië en Zuid-Afrika.

(76)

 Non-paper van de diensten van de Commissie. Zie:  http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2018/february/tradoc_156618.pdf  

(77)

De vooruitgang wordt beschreven in het EU-Verslag 2019 over de coherentie van het ontwikkelingsbeleid, dat samen met deze discussienota is gepubliceerd: Werkdocument van de diensten van de Commissie (2019) 20.

(78)

 COM(2018) 703 final. Zie: https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/communication-principles-subsidiarity-proportionality-strengthening-role-policymaking_en.pdf en https://ec.europa.eu/commission/priorities/democratic-change/better-regulation/task-force-subsidiarity-proportionality-and-doing-less-more-efficiently_en

(79)

Zie: https://ec.europa.eu/info/strategy/international-strategies/global-topics/sustainable-development-goals/multi-stakeholder-platform-sdgs_en  

(80)

 Met meer dan 37 miljard EUR aan gemobiliseerde investeringen sinds de oprichting ervan in september 2017 is het initiatief goed op weg om de doelstelling voor 2020 van 44 EUR miljard aan gemobiliseerde investeringen voor duurzame ontwikkeling te behalen.

Top

Brussel, 30.1.2019

COM(2019) 22 final

BIJLAGEN

bij de

discussienota

Naar een duurzaam Europa in 2030



BIJLAGE I De bijdrage van de Commissie-Juncker aan de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen

De door de Verenigde Naties op 25 september 2015 vastgestelde Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling schept een algemeen kader voor de verwezenlijking van duurzame ontwikkeling tegen 2030. Het omvat een ambitieuze reeks van 17 duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) en 169 bijbehorende streefdoelen waaraan landen en belanghebbenden moeten werken.

De EU speelde een belangrijke rol bij de vormgeving van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties en heeft er zich, samen met haar lidstaten, toe verbonden ook bij de uitvoering ervan een voortrekkersrol te spelen, zowel binnen de EU als door de ondersteuning van uitvoeringsinspanningen in andere landen, en met name die landen die er het meest behoefte aan hebben, via haar externe beleid.

De belangrijkste aspecten van duurzame ontwikkeling zijn opgenomen in alle tien prioriteiten van de Commissie-Juncker: banen, groei en investeringen (prioriteit 1); de digitale eengemaakte markt (prioriteit 2); energievoorziening zekerder, betaalbaarder en duurzamer maken (prioriteit 3); een diepere, billijkere interne markt (prioriteit 4); een diepere en eerlijkere economische en monetaire unie (prioriteit 5); open en eerlijke handel (prioriteit 6); justitie en grondrechten (prioriteit 7); migratie (prioriteit 8); een krachtiger rol op het wereldtoneel (prioriteit 9); een Unie van democratische verandering (prioriteit 10).

Sinds het begin van haar mandaat in november 2014 heeft de Commissie-Juncker duurzame ontwikkeling geïntegreerd in belangrijke horizontale agenda’s en sectorale beleidslijnen en initiatieven, met gebruikmaking van haar instrumenten voor betere regelgeving. Alle aan wetgevingsvoorstellen voorafgaande effectbeoordelingen van de Commissie omvatten een analyse van de sociale, economische en milieueffecten met de bedoeling terdege rekening te houden met duurzame ontwikkeling en deze in het beleid te integreren. Bovendien bevatten alle recente handelsovereenkomsten van de EU een hoofdstuk over duurzame ontwikkeling met het oog op de bevordering van duurzame groei en ontwikkeling en waardig werk voor iedereen.

De Commissie-Juncker heeft een aantal zeer belangrijke stappen gezet voor de volgende generatie beleidslijnen voor een duurzame Europese toekomst: de Europese pijler van sociale rechten, de Europese consensus inzake ontwikkeling en de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid, de op waarden gebaseerde strategie "handel voor iedereen", de strategische inzet voor gendergelijkheid en een Europese onderwijsruimte; het pakket "circulaire economie", de pakketten "mobiliteit" en "schone energie" en de strategie voor blauwe groei; het investeringsplan voor Europa, het actieplan voor duurzame financiering, de stedelijke agenda voor de EU en het actieplan inzake natuurbescherming, om er maar een paar te noemen. De Commissie heeft ook voorgesteld om de band tussen de EU-middelen en de rechtsstaat te versterken, de sociale en milieueffecten van alle door de EU medegefinancierde onderzoeks- en innovatieactiviteiten te beoordelen en een ambitieuzer streefdoel voor klimaatuitgaven voor de toekomstige EU-begroting vast te stellen. De Commissie heeft onlangs de Europese strategische langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie tegen 2050 voorgesteld, die de weg vrijmaakt voor een structurele verschuiving van de Europese economie, die groei en werkgelegenheid stimuleert en tegelijk klimaatneutraliteit verwezenlijkt. Hiertoe zijn baanbrekende oplossingen en investeringen in onderzoek en innovatie vereist.

In dit document wordt een overzicht gegeven van de bijdragen van de Commissie-Juncker aan de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties. Eerst worden de voornaamste kernpunten van het beleid samengevat en vervolgens wordt een lijst gegeven van diverse maatregelen die op het gebied van elke SDG zijn genomen.

In deze bijlage ligt de nadruk weliswaar op de initiatieven van de Commissie-Juncker, maar veel andere EU-beleidsmaatregelen, die reeds van kracht waren vóór het aantreden van deze Commissie, hebben uiteraard bijgedragen tot de verwezenlijking van de SDG’s en dragen hiertoe nog steeds bij. Het Handvest van de grondrechten van de EU, de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2020, het pakket "schone lucht", de verdere uitvoering van de strategie voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, de Europese ziekteverzekeringskaart, de regels inzake het duurzame gebruik van pesticiden en de EU-regels inzake tabaksproducten zijn hiervan slechts enkele voorbeelden.



Kernpunten van het beleid

De Europese pijler van sociale rechten

De Europese pijler van sociale rechten van november 2017 legt 20 beginselen vast die rechtstreeks gericht zijn op het bevorderen van opwaartse convergentie naar betere arbeidsvoorwaarden en levensomstandigheden in Europa. Deze pijler ondersteunt de aanpak van armoede in al haar dimensies en het waarborgen van billijke, adequate en houdbare socialezekerheidsstelsels. De pijler draagt bij aan gelijke kansen en toegang tot de arbeidsmarkt, waaronder gendergelijkheid en billijke arbeidsomstandigheden, en bevordert sociale inclusie en bescherming. Deze pijler gaat vergezeld van een sociaal scorebord, dat, samen met andere instrumenten, bijdraagt aan de monitoring ervan.  

De uitvoering van de beginselen en rechten die zijn vastgesteld in de Europese pijler van sociale rechten zal ook een essentiële bijdrage leveren aan een duurzaam Europa door een actieve ondersteuning van werkgelegenheid en een billijk loon dat een behoorlijke levensstandaard mogelijk maakt en door mensen te helpen om de vaardigheden van de 21ste eeuw te verwerven, waardoor zij toegang krijgen tot hoogwaardige banen en waardoor de gevolgen van de demografische vergrijzing op de arbeidsmarkt en de socialebeschermingsstelsels worden bestreden. In het kader van de Europese pijler van sociale rechten worden innovatie en concurrentievermogen bevorderd en worden tegelijk sociale rechtvaardigheid, gelijke kansen, sociale dialoog en toegang tot gezondheidszorg van goede kwaliteit, met inbegrip van betaalbare hoogwaardige gezondheidszorg voor iedereen, zorg voor kinderen en langdurige zorg, bijstand voor huisvesting en andere essentiële diensten, ondersteund.

EU-actie voor gendergelijkheid

In 2015 heeft de Commissie het "Strategisch engagement voor gendergelijkheid 2016-2019" vastgesteld. Dit vormt het kader voor de voortzetting van de werkzaamheden van de Commissie ter bevordering van gendergelijkheid en empowerment van vrouwen. De Europese pijler van sociale rechten vormt de bevestiging van het belang dat de EU aan gelijke behandeling en gelijke kansen voor mannen en vrouwen op alle gebieden hecht. In 2017 heeft de Commissie een veelomvattend pakket van wetgevende en beleidsmaatregelen "evenwicht werk en privéleven" voorgesteld, waarin een grotere deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt wordt aangemoedigd.

Het EU-genderactieplan 2016-2020 is het EU-kader voor het bevorderen van gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen en meisjes in onze externe betrekkingen met derde landen, alsook in internationale fora en agenda’s. De EU brengt haar genderactieplan in de praktijk via het herziene Europese nabuurschapsbeleid en het Europees ontwikkelingsbeleid.

De EU-strategie voor jongeren

In mei 2018 heeft de Commissie met "Jongeren betrekken, verbinden en versterken" een aantal ideeën voorgesteld voor een nieuwe EU-strategie voor jongeren, waaraan de Raad in november 2018 zijn goedkeuring heeft gehecht. Het nieuwe kader voor samenwerking in jeugdzaken 2019-2027 is bedoeld om de EU dichter bij de jeugd te brengen en zich te buigen over zaken die voor hen van belang zijn. De nieuwe EU-strategie voor jongeren is erop gericht de deelname van jongeren aan het maatschappelijke en democratische leven aan te moedigen ("betrekken"); jongeren in de hele EU en daarbuiten met elkaar in contact te brengen om vrijwilligerswerk, kansen om in het buitenland te studeren, solidariteit en intercultureel begrip te stimuleren ("verbinden"), en empowerment van jongeren te ondersteunen door innovatie op het gebied van jongerenwerk, alsook de kwaliteit en de erkenning ervan te stimuleren ("versterken"). De instrumenten die worden voorgesteld om de doelstellingen van de strategie te bereiken omvatten een vernieuwde jongerendialoog, het gebruik van nationale actieplanners en een werkplan voor jeugdzaken voor 2019-2020 van de Raad.

De Commissie helpt de Europese lidstaten ook om de werkgelegenheid voor jongeren te stimuleren. Elk jaar wordt aan meer dan 3,5 miljoen jongeren die zijn inschreven bij de jongerengarantie een baan, voortgezet onderwijs, een plaats in een leerlingenstelsel of een stage aangeboden.

Koppeling van EU-financiering aan eerbiediging van de rechtsstaat

Het voorstel van de Commissie voor de volgende Europese meerjarenbegroting voor de periode 2021-2027 is een begroting die op de beginselen van welvaart, duurzaamheid, solidariteit en veiligheid is gebaseerd.

Het voorstel voorziet in een nieuw mechanisme ter versterking van de koppeling van EU-financiering aan de rechtsstaat. Algemene tekortkomingen in een lidstaat op het gebied van de rechtsstaat kunnen ernstige gevolgen hebben voor een goed financieel beheer en doeltreffende EU-financiering. Het is geen sanctiemechanisme, maar een begrotingsinstrument dat het mogelijk maakt de EU-begroting te beschermen en een degelijk financieel beheer te waarborgen en tegelijkertijd de rechtsstaat te bevorderen.

Het investeringsplan voor Europa/het plan Juncker

Na de wereldwijde economische en financiële crisis had de EU te kampen met een gebrek aan investeringen. Het investeringsplan voor Europa, het zogenaamde plan Juncker, heeft tot doel de belemmeringen voor investeringen weg te nemen, investeringsprojecten zichtbaarder te maken en er technische bijstand aan te verlenen en slimmer gebruik te maken van de financiële middelen.

In juli 2018 heeft het Europees Fonds voor strategische investeringen van het plan Juncker zijn initiële doelstelling van 315 miljard EUR aan investeringen bereikt. In december 2018 waren sinds de start van het plan in 2015 al 371 miljard EUR aan bijkomende investeringen in de hele EU gemobiliseerd. Het heeft reeds voor meer dan 750 000 banen gezorgd. Dit cijfer zal nog oplopen tot 1,4 miljoen banen tegen 2020. Meer dan 850 000 kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) genieten een verbeterde toegang tot financiering. Ten minste 40 % van de financiering door het Europees Fonds voor strategische investeringen binnen het venster infrastructuur en innovatie dient ter ondersteuning van projectonderdelen die bijdragen aan klimaatactie in overeenstemming met de Klimaatovereenkomst van Parijs.

Horizon 2020 — het onderzoeks- en innovatieprogramma van de EU

Horizon 2020 is het grootste programma ter wereld voor de bevordering van de samenwerking op het gebied van wetenschap, technologie en innovatie in de EU en daarbuiten.

Over een periode van zeven jaar (van 2014 tot 2020) is er bijna 77 miljard EUR aan financiering beschikbaar voor Horizon 2020, het huidige kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, naast de investeringen van de privésector en nationale overheden die door deze middelen worden aangetrokken. Meer dan 60 % van dat budget wordt geïnvesteerd in duurzame ontwikkeling. Voor het vervolgprogramma hiervan, Horizon Europa, wordt een nog groter budget voorgesteld.

Horizon 2020 heeft als doel bij te dragen aan de verwezenlijking van een slimme, duurzame en inclusieve economische groei. De bedoeling is ervoor te zorgen dat de EU wetenschap en technologie van wereldklasse levert die zowel de economie als de maatschappij en het milieu ten goede komen, belemmeringen voor innovatie wegneemt en het gemakkelijker maakt voor de publieke en particuliere sector om samen te werken bij het vinden van oplossingen voor de grote uitdagingen waarmee onze samenleving wordt geconfronteerd.

Financiering van duurzame groei

Omdat onze planeet steeds vaker wordt geconfronteerd met de onvoorspelbare gevolgen van de klimaatverandering en de uitputting van natuurlijke hulpbronnen zijn dringende maatregelen nodig om tot een duurzamer model te komen. Er zijn naar schatting ongeveer 180 miljard EUR aan bijkomende investeringen per jaar nodig om de in Parijs overeengekomen doelstellingen van de EU voor 2030, waaronder een vermindering van de broeikasgasemissies van 40 %, te bereiken.

Daarom heeft de Commissie in maart 2018 een actieplan inzake duurzame financiering vastgesteld om de financiële sector een grotere rol te geven bij het bevorderen van een goed functionerende economie die tevens bijdraagt aan het behalen van de ecologische en sociale doelstellingen. Op deze wijze stelt de EU de financiële sector in staat zijn hele gewicht in de schaal te leggen om de SDG’s te verwezenlijken.

SustainableFinanceEU

Actieplan voor de circulaire economie

In een circulaire economie blijft de waarde van producten, materialen en hulpbronnen zo lang mogelijk behouden in de economie en wordt er zo weinig mogelijk afval geproduceerd (bijv. voedselresten, plastic, zwerfvuil op zee). De voordelen van een circulaire economie in ruimere zin omvatten het scheppen van nieuwe concurrentievoordelen en het verlagen van de behoefte aan schaarse hulpbronnen, van het energieverbruik en van de emissies van koolstofdioxide.

De acties die de Commissie heeft ondernomen sinds de vaststelling van het actieplan voor de circulaire economie in 2015 ondersteunen een circulaire economie in elke stap van de waardeketen. Met haar pakket "circulaire economie" geeft de EU een duidelijk signaal aan de economische spelers en de samenleving over de te volgen weg. Maatregelen op EU-niveau kunnen investeringen stimuleren, een gelijk speelveld creëren en hinderpalen wegnemen in de eengemaakte markt.

Een schone planeet voor iedereen, de langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie tegen 2050

De door de Commissie in november 2018 vastgestelde langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie tegen 2050 laat zien hoe Europa in het streven naar klimaatneutraliteit het voortouw kan nemen door het energiesysteem te moderniseren, te investeren in realistische technologische oplossingen, de burgers zeggenschap te geven en maatregelen op belangrijke gebieden, zoals het industriebeleid, financiën, circulaire economie en onderzoek, op elkaar af te stemmen en tegelijkertijd voor sociale rechtvaardigheid en aldus voor een rechtvaardige transitie te zorgen. In volledige overeenstemming met de SDG’s bevat de langetermijnvisie ook een aantal strategische bouwstenen voor de transitie naar een klimaatneutrale EU.

De langetermijnvisie is bedoeld om de route uit te stippelen voor het klimaatbeleid van de EU en een grondig debat op gang te brengen over de wijze waarop de EU zich moet voorbereiden met het oog op 2050, met het doel om uiterlijk in 2020 een ambitieuze EU- langetermijnstrategie in te dienen bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering.

Klimaatovereenkomst van Parijs — pakket "schone energie voor alle Europeanen"

Europa heeft een belangrijke rol gespeeld bij het sluiten van de allereerste universele, juridisch bindende klimaatovereenkomst in Parijs, waarin een globaal actieplan wordt vastgesteld om de klimaatverandering aan te pakken. De EU heeft ingestemd met een verlaging tegen 2030 van de broeikasgasemissies met ten minste 40 % in vergelijking met 1990.

Dit heeft geleid tot het pakket "schone energie voor alle Europeanen", waarin de transitie naar schone energie en de modernisering van de energiesector worden gestimuleerd om de verwezenlijking van de doelstellingen van Parijs mogelijk te maken.

De transitie naar schone energie en de strijd tegen de klimaatverandering zullen de manier waarop we energie opwekken en verbruiken ingrijpend veranderen. Zij zal de diverse sectoren en regio’s op verschillende wijze beïnvloeden. Koolstofintensieve bedrijfsmodellen zoals de mijnbouw zullen economisch minder rendabel worden en uiteindelijk worden afgebouwd.

De Commissie heeft daarom specifieke initiatieven gelanceerd om de sociale en economische problemen van de burgers in steenkoolregio’s aan te pakken. In het kader van deze initiatieven worden de ontwikkeling van transitiestrategieën, concrete projecten voor structurele diversificatie en technologische transitie ondersteund. De acties die in 12 lidstaten worden gevoerd ter ondersteuning van 41 regio’s met mijnbouwactiviteiten hebben als doel de transitie om te zetten in kansen die innovatie, investeringen en nieuwe vaardigheden bevorderen.

Europa in beweging

In navolging van de strategie voor emissiearme mobiliteit heeft de Commissie in 2017 en 2018 drie mobiliteitspakketten "Europa in beweging" vastgesteld. "Europa in beweging" omvat een breed scala aan initiatieven dat het verkeer veiliger zal maken; slimme kilometerheffingen aan te moedigen; de CO2-uitstoot, luchtvervuiling en verkeersdrukte te verminderen; de administratieve rompslomp voor bedrijven terug te dringen; illegale arbeid te bestrijden en behoorlijke arbeidsvoorwaarden en rusttijden voor werknemers te waarborgen. Deze maatregelen zullen op de lange termijn niet alleen voordelen opleveren voor de vervoerssector, maar ook de groei en werkgelegenheid bevorderen, de sociale rechtvaardigheid vergroten, consumenten meer keuzemogelijkheden bieden en Europa goed op weg helpen naar emissievrije mobiliteit.

In het laatste "Europa in beweging"-pakket is een positieve agenda vastgesteld. Het heeft tot doel alle Europeanen de voordelen van veiliger verkeer, minder vervuilende voertuigen en meer geavanceerde technologische oplossingen te bieden, terwijl de concurrentiepositie van de Europese industrie wordt versterkt. Hiertoe bevatten de initiatieven een geïntegreerd beleid voor de toekomst van de verkeersveiligheid met maatregelen voor de veiligheid van voertuigen en infrastructuur, de allereerste CO2-normen voor zware bedrijfsvoertuigen ooit, een strategisch actieplan voor de ontwikkeling en productie van batterijen in Europa en een toekomstgerichte strategie op het gebied van geconnecteerde en geautomatiseerde mobiliteit.

EU-strategie inzake kunststoffen

Gezonde oceanen zijn van fundamenteel belang voor ons bestaan. Zij zijn een essentiële bron van voedsel en inkomsten voor ongeveer 40 % van de wereldbevolking. Ons klimaat, ons water en onze zuurstof worden alle uiteindelijk geleverd en geregeld door de zee.

De agenda voor internationale oceaangovernance van de EU heeft een overkoepelend kader vastgesteld voor het versterken van de internationale oceaangovernance om ervoor te zorgen dat de oceanen veilig, beveiligd en schoon zijn en op wettige en duurzame wijze worden gebruikt. Een van de maatregelen in de agenda voor oceaangovernance was de strijd tegen zwerfvuil op zee.

In mei 2018 heeft de Commissie nieuwe, voor de gehele EU toepasselijke regels voorgesteld met betrekking tot de tien kunststofproducten voor eenmalig gebruik die het meest worden gevonden op de stranden en in de zeeën van Europa en tot verloren en achtergelaten vistuig. Samen zijn zij goed voor 70 % van alle zwerfvuil op zee.

Andere initiatieven in verband met kunststoffen bevatten maatregelen om zwerfafval te voorkomen; de kunststofeconomie circulair te maken; activiteiten op zee die zwerfvuil op zee genereren, aan te pakken, en ervoor te zorgen dat we de problematiek van zwerfvuil op zee beter begrijpen en opvolgen.

EU-actieplan voor de natuur, de mensen en de economie

De vogel- en habitatrichtlijnen zijn de speerpunten van de Europese natuurbescherming. Dankzij deze richtlijnen is het grootste gecoördineerde netwerk ter wereld van beschermde gebieden met een grote biodiversiteit tot stand gekomen ("Natura 2000"), die bijdragen aan de economie van de EU door waterzuivering, koolstofopslag, bestuiving of toerisme ("ecosysteemdiensten"), en die goed zijn voor 1,7 tot 2,5 % van het bbp van de EU.

In april 2017 heeft de Commissie het actieplan voor de natuur, de mensen en de economie vastgesteld om de volledige uitvoering van de regelgeving op het terrein te waarborgen en daardoor de natuurbescherming te verhogen, wat de EU-burgers en de economie ten goede komt.

Het actieplan voorziet in 15 belangrijke acties die tegen 2019 moeten worden uitgevoerd volgens vier prioriteiten: de kennis en voorlichting verbeteren om te zorgen voor een betere samenhang met de sociaal-economische activiteiten; het netwerk voltooien en ervoor zorgen dat het doeltreffend wordt beheerd; de investeringen in Natura 2000 versterken en zorgen voor een betere financiering; samenwerken met de burgers, belanghebbenden en lokale gemeenschappen.

De stedelijke agenda voor de EU

Het zijn vooral de steden in Europa die met vele actuele uitdagingen op economisch, sociaal en milieugebied worden geconfronteerd. Meer dan 70 % van de EU-burgers woont in stedelijk gebied en ongeveer 85 % van het bbp van de EU wordt in steden gegenereerd. 

De in mei 2016 gelanceerde stedelijke agenda voor de EU is van cruciaal belang om ervoor te zorgen dat de stedelijke gebieden fungeren als katalysator voor innovatieve, duurzame oplossingen die de transitie naar koolstofarme en veerkrachtige samenlevingen bevorderen. De stedelijke agenda is een gezamenlijk initiatief van de Commissie, de lidstaten en de Europese steden om beter te waarborgen dat rekening wordt gehouden met de gevolgen van beleidsmaatregelen in stedelijke gebieden. Hij heeft eveneens als doel de weerbaarheid van stedelijke gebieden te versterken door het voorkomen van rampen en klimaatgerelateerde risico’s.

De stedelijke agenda voor de EU wordt versterkt door initiatieven van de Commissie ter bevordering van energie- en klimaatmaatregelen die op lange termijn worden uitgevoerd op lokaal niveau, zoals het Burgemeestersconvenant. Op basis van dit Europees initiatief is in 2016 het Wereldwijde burgemeestersconvenant voor klimaat en energie opgericht, dat 10,28 % van de wereldbevolking omvat in een alliantie ter ondersteuning van maatregelen om de klimaatverandering te bestrijden en over te stappen naar een koolstofarme samenleving.

Agenda voor vaardigheden voor Europa

Aan de hand van de nieuwe agenda voor vaardigheden voor Europa investeert Europa in mensen opdat deze de toekomst in vertrouwen kunnen tegemoetzien. Door de tien maatregelen van de agenda voor vaardigheden uit te voeren, helpt de Commissie om mensen toe te rusten met de juiste vaardigheden zodat zij kunnen inspelen op veranderingen in de samenleving en de arbeidsmarkt. Europa maakt ook vaardigheden beter zichtbaar en vergelijkbaar en verzamelt inlichtingen over de behoefte aan vaardigheden voor beroepen en sectoren in heel Europa. De Commissie heeft tevens steun verleend aan de Europese landen om hun bijstand aan volwassenen die problemen hebben met basisvaardigheden op te voeren. Er zijn initiatieven gestart om de mensen voor te bereiden op de digitale revolutie en de toekomst van het werk. Tot slot heeft de Commissie de Europese Week van Beroepsvaardigheden opgezet om mensen bewust te maken van de vele mogelijkheden die worden geboden door beroepsonderwijs en -opleiding. Sinds 2016 hebben deze succesvolle jaarlijkse campagnes miljoenen jongeren en volwassenen helpen ontdekken dat beroepsonderwijs en -opleiding een eerste of een gelijkwaardige keuze vormt.

Een duurzame bio-economie van de EU om de verbinding tussen economie, samenleving en milieu te versterken

We leven in een wereld met schaarse hulpbronnen. Wereldwijde uitdagingen, zoals klimaatverandering, degradatie van de bodem en van ecosystemen in combinatie met een groeiende bevolking, dwingen ons ertoe op zoek te gaan naar nieuwe vormen van productie en consumptie van onze biologische hulpbronnen die de ecologische grenzen van onze planeet eerbiedigen. Met een omzet van 2,3 biljoen EUR en 8,2 % van de beroepsbevolking van de EU vormt de bio-economie een belangrijk onderdeel van de economie van de EU.

In het kader van de bijgewerkte strategie voor een bio-economie zullen 14 acties gelanceerd worden die de weg effenen voor een meer innoverende, hulpbronefficiënte en concurrerende maatschappij waarvan voedselzekerheid wordt verzoend met een duurzaam gebruik van biotische hernieuwbare hulpbronnen en de bescherming van het milieu. Deze strategie zal het mogelijk maken de biogebaseerde sectoren te versterken en nieuwe technologieën te ontwikkelen om bioafval in waarde om te zetten, voordelen te bieden aan plattelandsgemeenschappen en ervoor te zorgen dat de bio-economie binnen de ecologische grenzen functioneert.

Het cohesiebeleid van de EU

Het cohesiebeleid van de EU is het belangrijkste investeringsbeleid van de EU. De voornaamste taak hiervan is om economische, sociale en territoriale cohesie te verwezenlijken door de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de verschillende regio’s te verkleinen. Het is een van de meest transversale en horizontale beleidsmaatregelen, die bijdraagt aan de meeste, zo niet alle 17 SDG's.

Bovendien worden essentiële horizontale beginselen en doelstellingen, zoals duurzame ontwikkeling, het wegnemen van ongelijkheden, de bevordering van de gelijkheid tussen mannen en vrouwen, de integratie van het genderperspectief en de bestrijding van discriminatie, geïntegreerd in alle fasen van de uitvoering van het beleid. Doordat prioriteit wordt verleend aan het partnerschapsbeginsel voelen nationale en subnationale actoren zich betrokken bij de verwezenlijking van de EU-prioriteiten en maken zij zich deze prioriteiten eigen door middel van medegefinancierde projecten.

Europese onderwijsruimte

De EU streeft ernaar een Europese onderwijsruimte op te zetten tegen 2025, waar "leren, studeren en onderzoek niet door grenzen worden belemmerd. Een continent waar tijd doorbrengen in een andere lidstaat — om te studeren, te leren of te werken — normaal is geworden en waar twee andere talen dan je moedertaal spreken de norm is. Een continent waar de mensen een sterk gevoel hebben van hun identiteit als Europeanen, van het cultureel erfgoed van Europa en de verscheidenheid van ons continent."

Overeenkomstig het eerste beginsel van de Europese pijler van sociale rechten is het de bedoeling om innovatief, inclusief en levenslang leren voor iedereen toegankelijk te maken. De eerste concrete maatregelen omvatten de oprichting van Europese universiteiten; de automatische erkenning in alle lidstaten van kwalificaties verkregen in het hoger middelbaar en tertiair onderwijs en van leerperioden in het buitenland; de verbetering van het leren van talen; de bevordering van hoogwaardig onderwijs en opvang voor jonge kinderen; de ondersteuning van de verwerving van kerncompetenties, en de versterking van digitaal leren.

Het EU-platform inzake voedselverlies en -verspilling

20 % van de totale hoeveelheid geproduceerd voedsel gaat naar schatting verloren of wordt verspild in de EU, terwijl 43 miljoen mensen zich om de twee dagen geen kwaliteitsvolle maaltijd kunnen veroorloven. De huishoudens genereren meer dan de helft van de totale voedselverspilling in de EU, terwijl de huishoudens, de catering en de detailhandel samen goed zijn voor 70 % van de voedselverspilling.

Er bestaat niet één enkele oorzaak met één oplossing, want de voedselketen is een complex en dynamisch systeem. De strijd tegen voedselverspilling betekent dat er moet worden samengewerkt met alle belangrijke spelers uit de publieke en de private sector om voedselverspilling beter in kaart te brengen, te meten en te begrijpen en er oplossingen voor te vinden.

Het in 2016 door de EU opgerichte platform inzake voedselverlies en -verspilling brengt internationale organisaties, lidstaten en belanghebbenden bijeen om goede praktijken op te stellen en vooruitgang te bevorderen bij de preventie van voedselverspilling. Met de hulp van dit platform heeft de Commissie EU-richtsnoeren inzake voedseldonatie vastgesteld (2017) en voert zij een 3-jarig EU-proefproject uit ter bevordering van de praktische uitvoering ervan. In 2018 heeft de EU richtsnoeren aangenomen om het gebruik van levensmiddelen die veilig zijn, maar niet langer voor menselijke consumptie verhandelbaar zijn, te benutten als hulpbron in diervoeders. De Commissie onderzoekt ook actief hoe het gebruik en het begrip van de datums "te gebruiken tot" en "ten minste houdbaar tot" in de toeleveringsketen en door de consumenten kunnen worden verbeterd om de hiermee samenhangende voedselverspilling terug te dringen.

Europese consensus inzake ontwikkeling

In 2017 hebben de EU en haar lidstaten de Europese consensus inzake ontwikkeling aangenomen. Deze vormt een gemeenschappelijke visie op het ontwikkelingsbeleid. De consensus weerspiegelt het nieuwe kader voor extern optreden en werkt de visie op het ontwikkelingsbeleid bij om dit af te stemmen op de Agenda 2030 van de Verenigde Naties en op de SDG's. Hij bevordert ook de gecoördineerde uitvoering van de Klimaatovereenkomst van Parijs en de agenda voor waardig werk.

De Europese consensus inzake ontwikkeling is opgebouwd rond de vijf pijlers van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties: mensen, planeet, welvaart, vrede en partnerschap. De uitroeiing van armoede blijft de voornaamste doelstelling. De consensus omvat de economische, de sociale en de milieudimensie van duurzame ontwikkeling. Hij versterkt de cruciale band tussen externe beleidsmaatregelen, zoals het humanitaire, het ontwikkelings- en het handelsbeleid, en beleidsmaatregelen waarin vrede en veiligheid worden ondersteund en migratie, milieu en klimaatverandering worden aangepakt.

Naar een nieuwe "Alliantie tussen Afrika en Europa"

De EU is de voornaamste partner van Afrika op het gebied van handel, investeringen en ontwikkeling. In 2017 vertegenwoordigde de EU 36 % van de Afrikaanse handel in goederen , de investeringen van de EU zijn goed voor 40 % van de buitenlandse directe investeringen in Afrika en bedroegen 291 miljard EUR in 2016. Alleen al in 2016 ontving Afrika 55 % van haar officiële ontwikkelingshulp, die 23 miljard EUR bedroeg, van de EU en haar lidstaten.

Om dit partnerschap op een hoger niveau te tillen, lanceerde de Commissie in september 2018 een nieuwe "alliantie tussen Afrika en Europa voor duurzame investeringen en werkgelegenheid” .

De alliantie stelt belangrijke actieterreinen vast voor de EU en haar Afrikaanse partners om particuliere investeerders aan te trekken, het ondernemingsklimaat te verbeteren, onderwijs en vaardigheden te ondersteunen en de handel te stimuleren.

De Alliantie vormt een aanvulling op een langdurig politiek partnerschap en stelt een paradigmaverschuiving voor die verder gaat dan een donor-ontvangerbenadering en evolueert naar een alliantie van gelijken. Deze alliantie bouwt voort op het gezamenlijke engagement voor het stimuleren van investeringen, de werkgelegenheid en de handel, dat werd aangegaan tijdens de vijfde top tussen de Afrikaanse Unie en de Europese Unie van 2017.

"Afrika heeft nood aan oprecht en eerlijk partnerschap. Wij Europeanen hebben dit partnerschap evenzeer nodig."

Jean-Claude Juncker,
voorzitter van de Europese Commissie

Staat van de Unie 2018

De integrale EU-strategie voor buitenlands en veiligheidsbeleid

In de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid wordt een visie voor de betrokkenheid van de EU in de wereld uiteengezet. De SDG’s vormen een transversale dimensie van alle werkzaamheden ter uitvoering van deze strategie.

De EU draagt bij aan de totstandbrenging van vreedzame en inclusieve samenlevingen. In de huidige context, waarin de ruimte voor democratische en burgerparticipatie steeds beperkter wordt, heeft de EU nogmaals wereldwijd haar onvoorwaardelijke steun voor democratie, mensenrechten en goed bestuur bevestigd.

Dit engagement neemt diverse vormen aan, waaronder een politieke en beleidsdialoog en financiële steun via het Europees instrument voor de democratie en de mensenrechten. Het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2015-2019 biedt een kader voor beleid met derde landen. In de loop der jaren heeft de EU met een toenemend aantal derde landen mensenrechtendialogen ingesteld teneinde de samenwerking op het vlak van mensenrechten en de mensenrechtensituatie in de landen in kwestie, met inbegrip van toegang tot de rechter, te verbeteren.

Voorts ondersteunt de EU programma’s ter versterking van transparante en verantwoordingsplichtige instellingen, met inbegrip van parlementen, rechterlijke en wethandhavingsinstanties, en van nationale mensenrechteninstellingen. De EU streeft er ook naar de veerkracht in partnerlanden als middel om onstabiele situaties aan te pakken, te versterken en ondersteunt initiatieven op het gebied van conflictpreventie en vredesopbouw, onder meer door het beheer van de veiligheidssector van de partners te verbeteren met het oog op het helpen voorkomen van crisissen en het bevorderen van de veiligheid van de mensen.

Handel voor iedereen: naar een meer verantwoord handels- en investeringsbeleid

Het huidige economische stelsel - dat in de kern mondiaal en digitaal is - is gebaseerd op internationale waardeketens, waarbij goederen en diensten steeds meer over de grenzen heen worden verhandeld.

De Commissie is er zich van bewust dat het handels- en investeringsbeleid van de EU de uitdagingen van onze tijd moet aanpakken en de uitwisseling van ideeën, vaardigheden en innovatie moet bevorderen. De Commissie erkent ook dat een doeltreffend handelsbeleid in overeenstemming moet zijn met duurzame ontwikkeling en buitenlands beleid in ruimere zin, alsook met de externe doelstellingen van het interne beleid van de EU, zodat deze elkaar onderling versterken. De Commissie benadrukt dat de handel moet zorgen voor een gelijk speelveld en tegelijk fundamentele beginselen, zoals de mensenrechten, waardig werk, duurzame ontwikkeling in de hele wereld of hoogkwalitatieve regelgeving en openbare diensten in eigen land, moet bevorderen.

Met de op waarden gebaseerde beleidsstrategie "handel voor iedereen: naar een meer verantwoord handels- en investeringsbeleid" toont de Commissie dat het EU-handelsbeleid bedoeld is voor iedereen en dat het moet zorgen voor groei, banen en innovatie, maar ook in overeenstemming moet zijn met de beginselen van het Europese model; kortom, dat het verantwoordelijk moet zijn. 

De volgende meerjarige Europese begroting, een instrument voor de integratie van duurzaamheid

Het voorstel van de Commissie voor de volgende Europese meerjarenbegroting voor de periode 2021-2027 is een begroting die op de beginselen van welvaart, duurzaamheid, solidariteit en veiligheid berust. Duurzame ontwikkeling staat centraal in de voorstellen. Het is een horizontale prioriteit, niet alleen een post of een enkel programma. Duurzaamheid wordt bevorderd door en geïntegreerd in talrijke programma’s en financieringsinstrumenten. Enkele voorbeelden uit de voorstellen van de Commissie voor de volgende meerjarige Europese begroting:

·Een ingrijpende herstructurering van de instrumenten voor het externe optreden van de EU om meer coherentie tussen de instrumenten te bieden, om schaalvoordelen en synergieën tussen programma’s te benutten en procedures te vereenvoudigen. Zo wordt de EU beter toegerust om haar doelstellingen na te streven en haar doelstellingen, beleidslijnen en waarden en belangen wereldwijd uit te dragen. Het voorgestelde nieuwe instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking, met een begroting van bijna 90 miljard EUR, is afgestemd op de Agenda 2030 van de Verenigde Naties en de bijbehorende SDG’s. Aan de hand van de nieuwe Europese vredesfaciliteit ten belope van 10,5 miljard EUR zal de EU er tevens naar streven om beter het hoofd te kunnen bieden aan conflicten, te bouwen aan vrede en de internationale veiligheid te versterken.

·Voor baanbrekende oplossingen ter ondersteuning van de transitie naar duurzame ontwikkeling moet er meer dan ooit worden geïnvesteerd in onderzoek en innovatie via Horizon Europa, het grootste EU-programma ooit voor onderzoek en innovatie, met een voorgesteld budget van 100 miljard EUR.

·Een ambitieuzere doelstelling voor de integratie van de klimaatproblematiek in alle EU-programma’s, met de doelstelling dat 25 % van de uitgaven van de EU moeten bijdragen aan het klimaat, met inbegrip van de doelstellingen van transitie naar schone energie. Dit streefcijfer is verhoogd tot 35 % van de totale begroting van het voorgestelde kaderprogramma voor onderzoek en innovatie Horizon Europa, dat in overeenstemming met de SDG's is opgevat en vormgegeven.

·Een hervormd cohesiebeleid met meer dan 370 miljard EUR - het grootste budget van alle beleidsmaatregelen en initiatieven van de EU voor 2021-2027 - dat als hefboom zal dienen voor aanzienlijke bijkomende nationale en particuliere investeringen. Het voorstel is gericht op duurzame groei, de transitie naar een koolstofarme en circulaire economie, het milieu en hulpbronnenefficiëntie alsmede sociale inclusie. Het hervormde cohesiebeleid zal de EU in staat stellen om de doelstellingen van de Klimaatovereenkomst van Parijs te halen en zal helpen bij het aanpassen van de SDG’s aan de plaatselijke situatie, aangezien de verwezenlijking ervan in nauwe samenwerking met de regionale en lokale overheden gebeurt. Investeren in mensen zal een kernprioriteit vormen met het toekomstige Europees Sociaal Fonds (ESF+), dat bijdraagt aan de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten, met een voorgesteld budget van 101 miljard EUR.

·Een voorstel om essentiële strategische investeringen te stimuleren door middel van een nieuw, volledig geïntegreerd investeringsfonds, InvestEU, dat cruciaal zal zijn voor de toekomstige welvaart van Europa en zijn leiderschap wat de SDG’s betreft. Met een bijdrage van 15,2 miljard EUR uit de EU-begroting zal InvestEU naar verwachting meer dan 650 miljard EUR mobiliseren aan bijkomende investeringen in heel Europa.

·Een vereenvoudigd en gemoderniseerd gemeenschappelijk landbouwbeleid, met een totale begroting van 365 miljard EUR, om te zorgen voor toegang tot veilige, hoogwaardige, betaalbare, voedzame en gevarieerde voeding voor de 500 miljoen consumenten in de EU. In het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid zal meer nadruk worden gelegd op het milieu en het klimaat. Alle landbouwers die areaal- en diergebonden subsidies ontvangen, zullen moeten voldoen aan een reeks eisen betreffende klimaatverandering, het water, de bodem, biodiversiteit en landschappen, alsook de volksgezondheid, de gezondheid van planten en de gezondheid en het welzijn van dieren.

·Een versterkt milieuprogramma LIFE, met een begroting van 5,5 miljard EUR, voor projecten ter ondersteuning van maatregelen op het gebied van milieu en klimaat, met inbegrip van een nieuw venster voor steun voor de transitie naar schone energie.

·Er wordt voorgesteld om de begroting voor het toekomstige Erasmusprogramma te verdubbelen tot 30 miljard EUR teneinde meer Europese burgers in staat te stellen in het buitenland te studeren, een opleiding te volgen, als vrijwilliger te werken en beroepservaring op te doen.

·Het programma "Connecting Europe Facility" voor de periode 2021-2027 heeft als doel een slimme, duurzame, inclusieve, veilige en beveiligde infrastructuur te ontwikkelen in de vervoers-, energie- en digitale sector, met een voorgestelde begroting van 42,3 miljard EUR. Er zullen synergieën tussen de drie sectoren worden bevorderd en de investeringen zullen worden gestroomlijnd, met coherente subsidiabiliteitscriteria en zichtbaarheid van de pijplijn. Ten minste 60 % van de financiering afkomstig van het programma "Connecting Europe Facility" zal bijdragen aan klimaatactie.

·De digitale transformatie is een belangrijke motor van de transitie naar een koolstofarme, circulaire economie en samenleving die nodig is om de SDG's te behalen. Hiertoe zal het voorgestelde programma "Digitaal Europa" dienen, met een begroting van 9,2 miljard EUR, bijvoorbeeld door het aanbieden van grootschalige capaciteiten op het gebied van high-performance computing en kunstmatige intelligentie te ondersteunen. Dit zal nieuwe kansen bieden voor de duurzame ontwikkeling, en met name voor de vermindering van de CO2-emissies. 

·Een vereenvoudigd en meer gericht Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, met een totale begroting van 6,14 miljard EUR, ter ondersteuning van het gemeenschappelijk visserijbeleid, het maritiem beleid van de EU en de internationale verbintenissen van de EU op het gebied van oceaangovernance, in het bijzonder in het kader van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties.



De belangrijkste initiatieven van de Commissie-Juncker in verband met de SDG’s

SDG 1: Geen armoede

·Europese pijler van sociale rechten, sociaal scorebord

·Versterkt Europees Semester voor de coördinatie van het economisch en sociaal beleid

·Aanbeveling over langdurige werkloosheid

·Aanbeveling over de toegang tot sociale bescherming voor iedereen

·EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma

· Europese toegankelijkheidsakte

·Actieplan om de loonkloof tussen vrouwen en mannen aan te pakken

·Strategische aanpak van weerbaarheid in het externe optreden van de EU

·Europese consensus inzake ontwikkeling

·Actieplan over het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering 2015-2030

·Herzien Europees nabuurschapsbeleid en EU-uitbreidingsstrategie, strategie voor de Westelijke Balkan

·Strategie "handel voor iedereen"

·Herziene strategie "hulp voor handel"

SDG 2: Geen honger

·Gemeenschappelijk landbouwbeleid

·Gemeenschappelijk visserijbeleid

·Actieplan voor de circulaire economie

·Multistakeholderplatform voor voedselverlies en voedselverspilling

·Regels voor biologische landbouw

·Initiatief "FOOD 2030" voor de ontwikkeling van een coherente onderzoeks- en innovatieagenda voor duurzame voedsel- en voedingssystemen

·Een duurzame bio-economie voor Europa: Versterking van de verbinding tussen economie, samenleving en milieu

·Europese consensus inzake ontwikkeling

·Herzien Europees nabuurschapsbeleid en EU-uitbreidingsstrategie, strategie voor de Westelijke Balkan

·Taskforce voor het Afrikaanse platteland

·Strategie "handel voor iedereen"

SDG 3: Goede gezondheid en welzijn

·Europese pijler van sociale rechten, sociaal scorebord

·Gezondheidssituatie in de EU - verslagleggingscyclus

·Digitale transformatie van gezondheidszorg en zorg: betere gezondheidszorg en zorg verstrekken aan meer burgers op betere en doeltreffende wijze.

·"Eén gezondheid"-actieplan tegen antimicrobiële resistentie

·Actualisering van de regels betreffende kankerverwekkende en mutagene stoffen

·EU-samenwerking op het gebied van ziekten die door vaccinatie kunnen worden voorkomen

·Stuurgroep gezondheidsbevordering, ziektepreventie en beheer van niet-overdraagbare ziekten

·Nieuwe regels betreffende medische hulpmiddelen

·Handhaving van de EU-luchtvervuilingsnormen en -maatregelen om de nationale, regionale en lokale actoren te helpen bij de bestrijding van luchtvervuiling

·Een schone planeet voor iedereen, de langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie tegen 2050

·Strategisch actieplan inzake verkeersveiligheid

·Europese consensus inzake ontwikkeling

·Onderzoekspartnerschap met Afrika tegen hiv/aids, tuberculose en andere infectieziekten

·Herzien Europees nabuurschapsbeleid en EU-uitbreidingsstrategie, strategie voor de Westelijke Balkan

·Strategie "handel voor iedereen"

SDG 4: Kwaliteitsonderwijs

·Europese pijler van sociale rechten, sociaal scorebord

·Europese onderwijsruimte tegen 2025

·Nieuwe EU-agenda voor het hoger onderwijs

·Nieuwe agenda voor vaardigheden voor Europa

·Strategie voor jongeren 2019-2027

·Actieplan voor digitaal onderwijs

·Aanbevelingen inzake hoogwaardige voor- en vroegschoolse educatie en zorg; automatische wederzijdse erkenning van diploma’s en leerperiodes in het buitenland; verbetering van het onderwijzen en leren van talen; Europees kader voor hoogwaardige en doeltreffende leerlingplaatsen; sleutelcompetenties voor een leven lang leren, en bijscholingstrajecten: nieuwe mogelijkheden voor volwassenen.

·Versterkt Europees Semester voor de coördinatie van het economisch en sociaal beleid

·EU-maatregelen voor onderwijs in noodsituaties en aanhoudende crises

·Europese consensus inzake ontwikkeling

·Herzien Europees nabuurschapsbeleid en EU-uitbreidingsstrategie, strategie voor de Westelijke Balkan

·Nieuwe "alliantie tussen Afrika en Europa"

SDG 5: Gendergelijkheid

· Strategisch engagement voor gendergelijkheid 2016-2019

·Pakket inzake het evenwicht tussen werk en privéleven

·Actieplan om de loonkloof tussen vrouwen en mannen aan te pakken

·Europese pijler van sociale rechten, sociaal scorebord

·Versterkt Europees Semester voor de coördinatie van het economisch en sociaal beleid

·"Vrouwen in het vervoer"

·Actieplan voor gendergelijkheid en empowerment van vrouwen in de externe betrekkingen

·Europese consensus inzake ontwikkeling

·Wereldwijd bondgenootschap: Spotlight-initiatief van de EU en VN inzake het uitbannen van alle vormen van geweld tegen vrouwen en meisjes

·Herzien Europees nabuurschapsbeleid en EU-uitbreidingsstrategie, strategie voor de Westelijke Balkan

·Strategie "handel voor iedereen"

SDG 6: Schoon water en sanitair

·Voorstel voor herziene regelgeving inzake drinkwater

·Voorstel inzake minimumvereisten voor het hergebruik van water

·Europese consensus inzake ontwikkeling

·Herzien Europees nabuurschapsbeleid en EU-uitbreidingsstrategie, strategie voor de Westelijke Balkan

·Integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU

SDG 7: Betaalbare en duurzame energie

·Strategie voor een energie-unie

·Pakketten "Europa in beweging"

·Pakket "schone energie voor alle Europeanen"

·Een schone planeet voor iedereen, de langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie tegen 2050

·Klimaat- en energiekader 2030

·Grootschalig initiatief in het kader van Horizon 2020 in verband met de digitale transformatie in de industriesector door middel van het internet der dingen

·Strategisch plan voor energietechnologie

·Europese alliantie voor batterijen

·Mission Innovation

·Steun voor steenkoolregio’s in transitie

·Waarnemingspost voor energiearmoede

·Initiatief "Schone energie voor de eilanden van de EU"

·Cohesiebeleid

·Actieplan inzake duurzame financiering

·Lage-emissiestrategie

·Europese consensus inzake ontwikkeling

·Strategie "Afrika van energie voorzien"

·Europees en Wereldwijd burgemeestersconvenant voor klimaat en energie

·Herzien Europees nabuurschapsbeleid en EU-uitbreidingsstrategie, strategie voor de Westelijke Balkan

·Integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU

SDG 8: Waardig werk en economische groei

·Investeringsplan voor Europa/"plan Juncker"

·Europese pijler van sociale rechten, sociaal scorebord

·Versterkt Europees Semester voor de coördinatie van het economisch en sociaal beleid

·Vernieuwde strategie voor het EU-industriebeleid

·Nieuwe agenda voor onderzoek en innovatie en Horizon 2020-programma

·Cohesiebeleid

·Regels inzake transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden

·Actualisering van de regels inzake de terbeschikkingstelling van werknemers

·Voorstel tot oprichting van een Europese arbeidsautoriteit

·Actualisering van de regels betreffende kankerverwekkende en mutagene stoffen

·Aanbeveling over de toegang tot sociale bescherming voor iedereen

·Aanbeveling over langdurige werkloosheid

·Een schone planeet voor iedereen, de langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie tegen 2050

·Actieplan voor de circulaire economie

·Plan voor externe investeringen, met inbegrip van het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling

·Europese consensus inzake ontwikkeling

·Herzien Europees nabuurschapsbeleid en EU-uitbreidingsstrategie, strategie voor de Westelijke Balkan

·Strategie "handel voor iedereen"

·Herziene strategie "hulp voor handel"

·Integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU

·Nieuwe "alliantie tussen Afrika en Europa"

SDG 9: Industrie, innovatie en infrastructuur

·Vernieuwde strategie voor het EU-industriebeleid en lijst van kritieke grondstoffen

·Rondetafelconferentie op hoog niveau "Industrie 2030"

·Actieplan voor de circulaire economie

·Een schone planeet voor iedereen, de langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie tegen 2050

·Nieuwe agenda voor onderzoek en innovatie en programma "Horizon 2020", met inbegrip van een uitgebreid aandachtsgebied met betrekking tot de digitalisering van het Europese bedrijfsleven

·Cohesiebeleid

·Strategie voor een digitale eengemaakte markt

·Actieplan inzake duurzame financiering

·Pakket "schone energie voor alle Europeanen"

·Waarnemingspost voor energiearmoede

·Uitvoering van de strategie voor maatschappelijk verantwoord ondernemen

·Pakketten "Europa in beweging"

· "Vrouwen in het vervoer"

·Connecting Europe Facility

·European Processor Initiative

·Strategie voor emissiearme mobiliteit

·Europees plan voor externe investeringen

·Europese consensus inzake ontwikkeling

·Herzien Europees nabuurschapsbeleid en EU-uitbreidingsstrategie, strategie voor de Westelijke Balkan

·Strategie "handel voor iedereen"

·Nieuwe "alliantie tussen Afrika en Europa"

SDG 10: Ongelijkheid verminderen

·Europese pijler van sociale rechten, sociaal scorebord

·Versterkt Europees Semester voor de coördinatie van het economisch en sociaal beleid

·Europese toegankelijkheidsakte

·Aanbeveling over de toegang tot sociale bescherming voor iedereen

·Pakket inzake het evenwicht tussen werk en privéleven

·Regels inzake transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de gehele EU

·Cohesiebeleid

·EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma

·Europese migratieagenda

·EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2015-2019

·Europese consensus inzake ontwikkeling

·Herzien Europees nabuurschapsbeleid en EU-uitbreidingsstrategie, strategie voor de Westelijke Balkan

·Strategie "handel voor iedereen"

·Integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU

SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen

·Stedelijke agenda voor de EU

·Strategie voor een emissiearme mobiliteit

·Europese pijler van sociale rechten, sociaal scorebord

·Nieuwe agenda voor onderzoek en innovatie en programma "Horizon 2020", met inbegrip van een uitgebreid aandachtsgebied met betrekking tot de digitalisering van het Europese bedrijfsleven in Slimme steden en gemeenschappen

·Gezamenlijke mededeling over veerkracht

·Cohesiebeleid

·Een schone planeet voor iedereen, de langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie tegen 2050

·Actieplan voor de circulaire economie

·Europees en Wereldwijd burgemeestersconvenant voor klimaat en energie

·Versterking van het EU-rampenbeheer (rescEU) en herzien EU-mechanisme voor civiele bescherming

·Actieplan over het  kader van Sendai  voor rampenrisicovermindering 2015-2030

·Europese consensus inzake ontwikkeling

·Herzien Europees nabuurschapsbeleid en EU-uitbreidingsstrategie, strategie voor de Westelijke Balkan

·EU-stedenprijs voor eerlijke en ethische handel

SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie

·Actieplan voor de circulaire economie, met inbegrip van een kader voor toezicht en het Europees Stakeholderplatform voor de circulaire economie

·Een schone planeet voor iedereen, de langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie tegen 2050

·Multistakeholderplatform voor voedselverlies en voedselverspilling

·Nieuwe EU-regels over afval, met inbegrip van maatregelen inzake voedselverlies en voedselverspilling

·EU-strategie voor kunststoffen

·Grootschalig initiatief in het kader van Horizon 2020 in verband met de digitale en duurzame transformatie van de agrovoedingsector

·Een duurzame bio-economie voor Europa: versterking van de verbinding tussen economie, samenleving en milieu

·Werkplan inzake ecologisch ontwerp en energie-etikettering

·Europese agenda voor de deeleconomie

·Uitvoering van de strategie voor maatschappelijk verantwoord ondernemen

·Regels inzake conflictmineralen

·Europese consensus inzake ontwikkeling

·Herzien Europees nabuurschapsbeleid en EU-uitbreidingsstrategie, strategie voor de Westelijke Balkan

·Strategie "handel voor iedereen"

SDG 13: Klimaatactie

·Inwerkingtreding Klimaatovereenkomst van Parijs

·Een schone planeet voor iedereen, de langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie tegen 2050

·Klimaat- en energiekader 2030

·Vernieuwd EU-emissiehandelssysteem

·Pakket "schone energie voor alle Europeanen"

·Pakketten "Europa in beweging"

·Strategie voor emissiearme mobiliteit

·Actieplan voor de circulaire economie

·Agenda voor oceaangovernance

·Lijst van kritieke grondstoffen

·Europees en Wereldwijd burgemeestersconvenant voor klimaat en energie

·Versterking van het EU-rampenbeheer (rescEU) en herzien EU-mechanisme voor civiele bescherming

· Actieplan over het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering 2015-2030  

·Europese consensus inzake ontwikkeling

·Herzien Europees nabuurschapsbeleid en EU-uitbreidingsstrategie, strategie voor de Westelijke Balkan

·Strategie "handel voor iedereen"

·Integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU

SDG 14: Leven in het water

·EU-strategie voor kunststoffen

·Agenda voor internationale oceaangovernance

·EU-strategie voor blauwe groei

·Nieuwe regels inzake het duurzame beheer van externe vissersvloten

·Voorstel voor de herziening van de visserijcontroleregeling van de EU

·Bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij

·Een schone planeet voor iedereen, de langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie tegen 2050

·Europese consensus inzake ontwikkeling

·Herzien Europees nabuurschapsbeleid en EU-uitbreidingsstrategie, strategie voor de Westelijke Balkan

·Strategie "handel voor iedereen"

·Integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU 

SDG 15: Leven op het land

·Actieplan voor de natuur, de mensen en de economie

·EU-initiatief inzake bestuivers

·Nieuwe regels betreffende invasieve uitheemse soorten

·Nieuwe regels betreffende biologische landbouw

·EU-actieplan tegen de illegale handel in wilde dieren en planten

·Een schone planeet voor iedereen, de langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie tegen 2050

·Europese consensus inzake ontwikkeling

·Herzien Europees nabuurschapsbeleid en EU-uitbreidingsstrategie, strategie voor de Westelijke Balkan

·Strategie "handel voor iedereen"

SDG 16: Vrede, justitie en sterke publieke diensten

·Integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU

·Europese consensus inzake ontwikkeling

·Strategie "handel voor iedereen"

·Herzien Europees nabuurschapsbeleid en EU-uitbreidingsstrategie, strategie voor de Westelijke Balkan

·Nieuwe "alliantie tussen Afrika en Europa"

·Europese veiligheidsagenda

·Actieplan voor de bescherming van openbare ruimten

·Maatregelen ter bestrijding van illegale online-inhoud

·EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie

·Uitvoering van de strategie voor maatschappelijk verantwoord ondernemen

·Europees Openbaar Ministerie

·Regels betreffende de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering

·Regels inzake belastingtransparantie en maatregelen ter bestrijding van belastingontwijking

·Versterkte regels inzake de procedurele rechten van verdachten en beklaagden

·Herziene regels inzake vuurwapens

·Maatregelen voor het waarborgen van vrije en eerlijke Europese verkiezingen

·Actieplan tegen desinformatie

·Versterkt Europees Semester voor de coördinatie van het economisch en sociaal beleid

·Een schone planeet voor iedereen, de langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie tegen 2050

SDG 17: Partnerschap om doelstellingen te bereiken

·EU-agenda voor betere regelgeving

·Multistakeholderplatform voor de uitvoering van de SDG’s in de EU

·Initiatief "Volgende stappen voor een duurzame Europese toekomst"

·Jaarlijks monitoringverslag over de vorderingen van de EU bij de verwezenlijking van de SDG’s

·Europese pijler van sociale rechten

·EU-platform voor gezondheidsbeleid

·Europees Solidariteitskorps

·Een nieuwe start voor de sociale dialoog

·Initiatief "Meer innen – beter besteden"

·Actieplan inzake duurzame financiering

·Europees plan voor externe investeringen en bijbehorend Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling

·Lijst van kritieke grondstoffen

·Een schone planeet voor iedereen, de langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie tegen 2050

·Internationale samenwerking tussen steden

·Initiatief "Slimme financiering voor slimme gebouwen"

·Versterkt Europees Semester voor de coördinatie van het economisch en sociaal beleid

·Europese consensus inzake ontwikkeling

·Herzien Europees nabuurschapsbeleid en EU-uitbreidingsstrategie, strategie voor de Westelijke Balkan

·Strategie "handel voor iedereen"

·Herziene strategie "hulp voor handel"

·Integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU

Bijlage II De prestaties van de EU inzake de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's)

De EU is een van de beste plaatsen ter wereld om te wonen en de EU-lidstaten bekleden nu al een leiderspositie bij de uitvoering van de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s). Nog geen enkel land ter wereld heeft echter alle overeengekomen doelstellingen bereikt en uit een grondige evaluatie van de prestaties van de EU inzake de SDG’s blijkt dat we ook in de EU op alle fronten inspanningen moeten blijven leveren.

De 17 SDG’s van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties zijn nauw met elkaar verbonden en worden als ondeelbaar beschouwd en daarom is de integratie ervan in de acties van alle betrokkenen essentieel voor de succesvolle uitvoering ervan op het terrein. Het is belangrijk om betere synergieën en samenhang tussen de beleidsmaatregelen te creëren en een ondersteunend regelgevend, financieel en gedragskader te ontwikkelen om deze beleidsmaatregelen te verwezenlijken.

Om onze productie-, distributie- en consumptiepatronen op het pad naar duurzame groei te krijgen, moeten de aanpak van de klimaatverandering en de versterking van onze acties ter bescherming van onze oceanen, ecosystemen en biodiversiteit prioriteit krijgen, aangezien de natuurlijke systemen van de planeet die het leven op aarde ondersteunen steeds meer onder druk komen. De bestrijding van armoede, sociale uitsluiting, ongelijkheden en genderongelijkheid moet worden opgevoerd om welvaart en welzijn voor iedereen te garanderen, te zorgen voor sociale en politieke stabiliteit en de steun voor het Europese project te handhaven. We moeten de rechtsstaat, de democratie en de grondrechten en een op sterke regels gebaseerd multilateraal handelsstelsel blijven bevorderen en koesteren.

Dit document biedt een overzicht van de prestaties van de EU inzake de SDG’s. Voor elk van de doelstellingen wordt een overzicht gegeven van waar de EU vandaag staat, welke de ontwikkelingstrends zijn en hoe de EU zich situeert in de mondiale context. Er wordt een momentopname gemaakt van de verwachte vooruitgang van de EU tot 2030 en van de factoren die de transitie naar een duurzaam Europa zullen stimuleren of deze zouden kunnen remmen. Duurzame ontwikkeling is een gezamenlijke taak, waarbij alle leden van de maatschappij moeten worden betrokken. In dit verband worden ook verscheidene voorbeelden uit de praktijk aangehaald om goede praktijken van verschillende actoren op verscheidene niveaus onder de aandacht te brengen.

In vergelijking met de rest van de wereld behoren zeven lidstaten van de EU-27 tot de top 10 van de mondiale SDG Index-rangschikking en staan alle lidstaten van de EU-27 in de top 50 van de 156 beoordeelde landen 1 . In de afgelopen vijf jaar heeft de EU als geheel vooruitgang geboekt ten aanzien van vrijwel alle SDG’s. De meeste vooruitgang werd geboekt met betrekking tot SDG 3 - Gezondheid en welzijn voor iedereen, op elke leeftijd, en SDG 4 - Goed onderwijs met gelijke kansen en een leven lang leren voor iedereen, die beide behoren tot de top drie van de hoogst gerangschikte SDG’s voor de lidstaten van de EU-27 in de mondiale ranglijst. Gemiddeld scoren de EU-27 lidstaten in de mondiale ranglijst het hoogst op SDG 1 - Een einde aan alle vormen van armoede, overal ter wereld. De prestatie van de EU is echter verslechterd ten aanzien van SDG 10 - Minder ongelijkheid binnen en tussen landen, waarvoor er grote verschillen bestaan tussen de lidstaten. Hierbij moet worden opgemerkt dat vooruitgang niet noodzakelijk betekent dat de huidige status van de desbetreffende doelstelling bevredigend is voor de EU. Er is bijvoorbeeld aanzienlijke vooruitgang geboekt m.b.t. SDG 12 - Duurzame productie- en consumptiepatronen, maar dit is ook de SDG waarvoor de EU-27 lidstaten in de mondiale ranglijst de op een na laagste gemiddelde score behaalden en waarvoor nog veel werk moet worden verricht. Gemiddeld behalen de EU-27 lidstaten in de mondiale ranglijst de laagste score voor SDG 14 - Behoud en duurzaam gebruik van oceanen, zeeën en mariene rijkdommen met het oog op duurzame ontwikkeling.

Overzicht van de vorderingen op het vlak van de SDG’s in EU-verband 2

Een einde aan alle vormen van armoede, overal ter wereld

De Europese Unie vandaag

Momentopname/kwalitatief overzicht

Hoewel de EU koploper is in de meeste terreinen op sociaal en werkgelegenheidsgebied, wordt onze samenleving nog steeds geconfronteerd met uitdagingen die moeten worden aangepakt. Armoede beknot de kansen van mensen om hun potentieel, hun actieve deelname aan de maatschappij en hun rechten op toegang tot diensten van goede kwaliteit te verwezenlijken. Armoede kent meerdere facetten: het gaat niet alleen om het ontbreken van een adequaat inkomen, maar armoede omvat ook andere aspecten, gaande van materiële deprivatie tot discriminatie en gebrek aan participatie in de besluitvorming. Armoede kan aanhouden in de tijd en worden doorgegeven van generatie op generatie. De EU heeft op vele fronten gewerkt om de armoede zowel intern als extern aan te pakken, gaande van wetgevingsmaatregelen tot specifieke financiering, beleidscoördinatie, bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap en sociale dialoog, met inachtneming van haar bevoegdheden en de subsidiariteits- en evenredigheidsbeginselen. In 2017 is voor het eerst sinds het begin van de wereldwijde crisis het aantal mensen dat kans loopt op armoede of sociale uitsluiting in de EU gedaald tot onder het referentiepunt 2008: sinds 2008 is het aantal mensen dat risico loopt op armoede of sociale uitsluiting met 3,1 miljoen gedaald, d.i. 10,8 miljoen minder dan het in 2012 bereikte piek. De EU-doelstelling om tegen 2020 ten minste 20 miljoen mensen uit een situatie van armoede of sociale uitsluiting te halen ten opzichte van 2008 blijft een grote uitdaging. Personen in kwetsbare situaties, zoals kinderen, jongeren, mensen met een handicap, mensen met een lage scholingsgraad, werklozen, niet in de EU geboren mensen, mensen uit gemarginaliseerde gemeenschappen en personen die in huishoudens met een zeer lage arbeidsintensiteit leven of in onzekere dienstverbanden werken, lopen een groter risico op armoede of sociale uitsluiting. Extern is de EU wereldleider op het gebied van uitroeiing van armoede door middel van een samenhangende mix van beleidslijnen, met inbegrip van ontwikkelingssamenwerking, diverse beleidsinstrumenten op handelsgebied en het Europees nabuurschaps- en uitbreidingsbeleid. In de Europese consensus inzake ontwikkeling, die het kader biedt voor de ontwikkelingssamenwerking van de EU en haar lidstaten, staan de uitroeiing van armoede, het tegengaan van discriminatie en ongelijkheden en het idee van "niemand blijft achter" centraal. De vrijhandelsovereenkomsten van de EU, de unilaterale handelspreferenties en de herziene strategie "hulp voor handel" van 2017 ondersteunen armoedebestrijding in de ontwikkelingslanden.

Voornaamste trends

·Uit de meest recente gegevens blijkt dat in 2017 112,9 miljoen mensen, of 22,5 % van de bevolking van de EU, risico liepen op armoede of sociale uitsluiting, in die zin dat zij ten minste een van de volgende situaties doormaakten: armoederisico, ernstige materiële deprivatie of zeer lage arbeidsintensiteit. Dit is de voortzetting van een neerwaartse trend die in 2012 werd ingezet, toen het aantal mensen dat kans liep op armoede of sociale uitsluiting piekte op 123,8 miljoen. Vrouwen in de EU lopen een verhoogd risico op armoede, hoofdzakelijk wegens genderongelijkheden die zij in de loop van hun leven op de arbeidsmarkt hebben ervaren. Het percentage kinderen (0-17 jaar) dat risico liep op armoede of sociale uitsluiting is weliswaar afgenomen, maar blijft ruim boven dat van de algemene bevolking in de meeste lidstaten. Binnen de EU blijven grote onderlinge verschillen bestaan tussen de lidstaten.

·Het aandeel van de mensen die risico lopen op inkomensarmoede is gedurende verscheidene jaren na de crisis gestegen, maar is in 2015-2016 gestabiliseerd (ongeveer 17,3 %) en is in 2017 gedaald tot 16,9 % van de bevolking van de EU dankzij het huidige herstel en de verbeterde omstandigheden op de arbeidsmarkt. Wat de werkende armen betreft, werd 9,6 % van de werknemers ook getroffen door inkomensarmoede in 2017. Dit aandeel is de afgelopen vier jaar gestabiliseerd, maar het is groter dan in 2008 (8,6 %).

·Het aandeel van de mensen die het slachtoffer waren van ernstige materiële deprivatie is gestaag gedaald sinds de piek van 9,9% van de bevolking in de EU in 2012 tot 6,9 % in 2017, en is lager dan in 2008 (8,5 %), wat neerkomt op ongeveer 1 op de 14 mensen die wordt beperkt door een gebrek aan middelen, zoals niet in staat zijn om zijn rekeningen te betalen, zijn woning voldoende te verwarmen of één week met vakantie te gaan. 

·Mensen die door armoede bedreigd worden, zijn vaker blootgesteld aan tekortkomingen op het gebied van huisvesting, zoals een lekkend dak, vochtige muren of gebrek aan elementaire sanitaire voorzieningen. Deze problematiek vertoont een neerwaartse trend en trof 13,1 % van de bevolking in de EU in 2017. 

Mondiale rangschikking

Volgens het mondiale "2018 SDG Index and Dashboards report" (Bertelsmann Stiftung en Sustainable Development Solutions Network) behalen alle EU-lidstaten een score van meer dan 95 op 100 voor SDG 1, gemiddeld de hoogste score van alle SDG's voor de EU-lidstaten.

De Europese Unie in 2030

De huidige trends in de EU/onder voor het overige gelijke omstandigheden

Hoewel er in 2030 nog belangrijke uitdagingen zullen blijven bestaan, wordt verwacht dat de EU nog aanzienlijke vooruitgang zal hebben geboekt in de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting. De groei van de werkgelegenheid zal een belangrijke rol spelen, maar zal niet volstaan om alle mensen uit de armoede te halen. De toegang voor iedereen tot een adequate sociale bescherming, kwaliteitsvolle gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting en sociale diensten zal moeten worden aangepast aan de toekomstige demografische veranderingen, nieuwe technologieën, evoluerende vormen van werk, migratie en uitdagingen op het vlak van de klimaatverandering. Van een brede waaier van belanghebbenden op alle niveaus, met inbegrip van het lokale, het nationale en het Europese niveau, wordt gestage vooruitgang verwacht. Het externe beleid van de EU zal blijven bijdragen aan de uitroeiing van armoede in derde landen.

Kansen/positieve factoren

Beleidsinstrumenten in verband met werkgelegenheid en maatschappelijk welzijn (met name systemen van sociale bescherming en inclusie, arbeidsmarktbeleidsmaatregelen, gendergelijkheid, afstudeerpercentages, vaardigheidsniveaus, levenslang leren en gezondheidszorg en langdurige zorg), gelijke toegang tot nieuwe technologieën, sociale innovatie, duurzame financiering, multilateralisme, open en eerlijke handel, maatschappelijke betrokkenheid en participatiepolitiek, maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap, belastingen.

Risico's/negatieve factoren

Ongelijkheid van kansen, vergrijzing van de bevolking, veranderende samenstelling van huishoudens (bijv. eenpersoonshuishoudens), klimaatverandering, verzet tegen beleid en bewegingen inzake gendergelijkheid, geopolitieke instabiliteit en bedreigingen van de veiligheid, wereldwijde terugkeer naar economisch protectionisme, arbeidsmarktsegmentatie, baanonzekerheid, digitale kloof.

Kernpunten van het beleid

Op EU-niveau: de Europese pijler van sociale rechten is het belangrijkste richtinggevend kader voor de bestrijding van armoede op EU-niveau. De meeste van haar 20 beginselen pakken rechtstreeks de SDG's inzake armoede aan, zoals het terugdringen van de armoede in al haar dimensies, het uitvoeren van op het land afgestemde beschermingsstelsels en het opzetten van solide beleidskaders ter ondersteuning van investeringen in de uitroeiing van de armoede. Het sociaal scorebord helpt bij de monitoring van prestaties en het opsporen van trends in de lidstaten op sociaal en werkgelegenheidsgebied, waaronder het risico op armoede of sociale uitsluiting.

Op het niveau van de lidstaten:  Portugal heeft diverse maatregelen genomen om de sociale bescherming te versterken en armoede, sociale uitsluiting en ongelijkheden te bestrijden. Het zogenaamde "inkomenspakket" ondersteunt de inkomens van de huishoudens door een opwaardering van het pensioenbedrag; het herstel van de referentiewaarde van het sociaal solidariteitsinkomen en van de equivalentieschalen voor het minimuminkomen en een verhoging van de lagere niveaus van kinder- en gezinstoelagen. De socialebijstandindex - een referentiewaarde voor socialebeschermingsmaatregelen - is opgewaardeerd en de dekking van de minimuminkomensregeling is uitgebreid.

Op regionaal/lokaal niveau: de stad München in Duitsland heeft in de periode 2015-2018 met steun van het Europees Sociaal Fonds verschillende initiatieven ontwikkeld om de integratie van de werklozen in de lokale arbeidsmarkt te ondersteunen en aldus de armoede te helpen terugdringen. Tot deze initiatieven behoren onder meer het project "Work & Act", dat ertoe heeft bijgedragen werklozen weer aan het werk te krijgen; het project "Power-M", dat vrouwen weer aan het werk hielp na zwangerschapsverlof; het project "Guide", dat begeleiding aanbood aan vrouwelijke ondernemers en de projecten "FIBA" en "Migranet", die de integratie van migranten op de arbeidsmarkt ondersteunden.

Op het niveau van de ondernemingen: Naturgy, een gas- en elektriciteitsbedrijf in Spanje, heeft een plan met betrekking tot energiekwetsbaarheid opgezet, dat de bescherming van kwetsbare consumenten waarborgt. Dit plan beoogt particuliere bedrijven van de nieuwe generatie te positioneren als katalysator in de strijd tegen armoede en als steun voor sociale actoren bij de bestrijding van sociale uitsluiting.

Op het niveau van het maatschappelijk middenveld: Het Europees Netwerk voor het minimumloon vestigt de aandacht op de noodzaak om adequate voorzieningen voor een minimuminkomen op te zetten, dat toelaat om in alle levensfasen een waardig leven te leiden en praktische toegang te krijgen tot goederen en diensten die de zelfredzaamheid van mensen bevorderen. Het brengt diverse organisaties, deskundigen, beroepsbeoefenaars, academici en andere entiteiten samen die actief zijn in de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting.

Een einde aan honger, en voor iedereen voldoende voedsel van goede kwaliteit dankzij duurzame landbouw

De Europese Unie vandaag

Momentopname/kwalitatief overzicht

Het tot stand brengen van veilige en gezonde voedingsgewoonten en productieve en duurzame landbouw, visserij en aquacultuur is een prioriteit in de EU. De EU helpt door middel van haar beleid landbouwers en vissers om te voldoen aan de vraag naar voedsel en te voorzien in stabiel en duurzaam geproduceerde, veilige en kwalitatief hoogwaardige levensmiddelen tegen betaalbare prijzen voor de bevolking. Duurzame en voedingssensitieve landbouw, visserij en aquacultuur zijn van essentieel belang voor een betrouwbare bevoorrading van de consument met veilige en gezonde levensmiddelen, nu en in de toekomst, met name in het licht van uitdagingen, zoals de klimaatverandering en de bevolkingsgroei. In dit verband levert de uitvoer van de EU een primaire bijdrage aan de mondiale voedselvoorziening. Terwijl de voedselproductiviteit in Europa is blijven toenemen in de afgelopen tien jaar, zij het in een trager tempo dan in het verleden, worden er ook maatregelen genomen om de milieu- en klimaatgerelateerde prestaties van de landbouw, de visserij en de aquacultuur te verbeteren. Zo wordt de duurzaamheid van de landbouw op lange termijn verzekerd, waarbij ook rekening wordt gehouden met de gevolgen voor derde landen. In tegenstelling tot andere gebieden van de wereld die met honger worden geconfronteerd, zijn overgewicht en obesitas en tekorten aan vitaminen en mineralen belangrijke voedingsproblemen in de EU. Wereldwijd leven twee derde van de armen in plattelandsgebieden en zijn voor hun bestaan afhankelijk van de landbouw. De EU blijft consequent voedsel- en voedingszekerheid als prioriteit van de ontwikkelingssamenwerking beschouwen en besteedt bijzondere aandacht aan voedselzekerheid en duurzame landbouw en visserij in haar handelsbetrekkingen, nabuurschapsbeleid en uitbreidingsbeleid. De EU is de belangrijkste donor ter wereld op het gebied van humanitaire voedselhulp aan slachtoffers van voedselcrisissen in de hele wereld en investeert op grote schaal in voedselhulp voor landen die worden bedreigd door hongersnood.

Voornaamste trends

·Obesitas is een aanzienlijk gezondheidsprobleem in de EU: In 2014 was 15,9 % van de totale volwassen bevolking obees. In Europa komt obesitas onevenredig vaak voor bij mensen met een lage opleiding en ouderen . Indien het samen met preobesitas wordt beoordeeld, wordt het probleem nog ernstiger, aangezien iets meer dan 50 % van de totale bevolking van de EU hieronder lijdt en de situatie in de komende jaren naar verwachting zal verergeren.

·In de Europese landbouwsector moet economische duurzaamheid worden verwezenlijkt om de levensvatbaarheid ervan op lange termijn te verzekeren. De factor landbouwinkomen per arbeidsjaareenheid — een indicator van arbeidsproductiviteit — vertoont een licht opwaartse tendens in de EU en bedraagt momenteel 21,6 %, dit is hoger dan in 2010. Er bestaan echter aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten.

·Het aandeel van de biologische landbouw in het totale landbouwareaal is van 2005 tot 2017 bijna verdubbeld, namelijk van 3,6 tot 7,0 %. Met name bedroeg het biologische areaal in de EU-28 (d.w.z. het volledig omgeschakelde areaal en het areaal in omschakeling) in totaal bijna 12 miljoen hectare in 2016. De waarde van de biologische detailhandelsmarkt in de EU bedroeg 30,7 miljard EUR in 2016, met een toename van de detailhandel met 12 % tussen 2015 en 2016.

·Verscheidene indicatoren voor het meten van de negatieve gevolgen van de landbouw voor het milieu tonen enkele positieve trends, maar ook een aantal zorgwekkende ontwikkelingen in de afgelopen jaren, waaronder een stijging van het gebruik van pesticiden in bepaalde delen van Europa en een gebruik van antimicrobiële stoffen dat hoog blijft (in de EU gaat 70 % van de antimicrobiële stoffen naar voedselproducerende dieren) en er is geen significante vooruitgang geboekt in de strijd tegen de algemene achteruitgang van de biodiversiteit.

·Broeikasgasemissies uit de landbouw zijn langzaam gestegen sinds 2010, hoewel ze nog steeds ver onder het niveau van 1990 liggen. Deze stijging kan worden toegeschreven aan de stijging van de productiviteit en de productie in de landbouwsector.

·De oppervlakte van het grondgebied van de EU dat risico loopt op ernstige bodemerosie verkleint, gedeeltelijk dankzij de verplichte toepassing van cross-compliancemaatregelen in het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU. Het aandeel van niet-kunstmatige erosieve oppervlakte dat risico loopt op ernstige bodemerosie door water is tussen 2000 en 2012 naar schatting van 6,0 naar 5,2 % gedaald.

·In de periode 2014-2016 zijn de prestaties van de aquacultuursector van de EU voortdurend verbeterd . In 2016 heeft deze sector 1,4 miljoen ton visserijproducten, met een waarde van bijna 5 miljard EUR, in de handel gebracht; dit is een jaarlijkse stijging van het volume met 2,2 % tussen 2014 en 2016 en een stijging van de waarde met 3,1 %. De overgang van conventionele naar biologische aquacultuur neemt ook toe.

Mondiale rangschikking

Volgens het mondiale "2018 SDG Index and Dashboards report" (Bertelsmann Stiftung en Sustainable Development Solutions Network) behalen 14 EU-lidstaten een score van meer dan 70 op 100 voor SDG 2. 13 EU-lidstaten staan in de wereldwijde top 20.

De Europese Unie in 2030

De huidige trends in de EU/onder voor het overige gelijke omstandigheden

De EU zal naar verwachting blijven evolueren naar de uitroeiing van de honger en de bevordering van duurzame praktijken in de toekomst. Op basis van de "EU Agricultural Outlook for 2030" worden geen grote tegenvallers met betrekking tot voedselzekerheid in de EU verwacht indien er geen ernstige verstoringen van de markt zijn. Het voedselveiligheidsbeleid garandeert een hoog niveau van voedselveiligheid en dier- en plantgezondheid binnen de EU, waarbij een doeltreffende interne markt wordt gewaarborgd. Er zullen altijd onzekerheden blijven bestaan en daarom worden bepaalde risico’s in de gaten gehouden. De verwezenlijking van deze SDG zal sterk afhangen van de groeiende bewustwording van de industrie, niet-gouvernementele organisaties, overheden en burgers van de sociale, commerciële en individuele factoren die een bepalende rol spelen voor ongezonde voedingsgewoonten, en van de gevolgen ervan op de menselijke gezondheid en de overheidsbegrotingen. In dit verband kunnen de lopende inspanningen om de bereidingswijze van levensmiddelen aan te passen een belangrijke rol spelen bij het aanpakken van overgewicht en obesitas en de economische gevolgen daarvan. De verwezenlijking van deze SDG zal ook afhangen van de voorlichting van de mensen over het gebruik van nieuwe technologieën of de aanpak van nieuwe uitdagingen. Sterke maatschappelijke betrokkenheid op alle niveaus (verenigingen, overheden, de privésector, wetenschappers en gezondheidsdeskundigen) zal van cruciaal belang zijn om de milieu- en gezondheidseffecten van de voedselsystemen te verbeteren, beste praktijken vast te stellen, voedselbronnen efficiënt te beheren, voedselverspilling terug te dringen, enz. Investeren in een duurzamere landbouw zal ook positieve effecten hebben op de verbetering van de voedselzekerheid, die nodig is om uitdagingen als de mondiale bevolkingsgroei of klimaatverandering aan te gaan. Mensen zouden baat hebben bij geïntegreerde plaagbestrijding of levensmiddelen met optimale voedingskwaliteiten, aangezien dit een rol kan spelen bij het verbeteren van hun welzijn en zodoende hun levenskwaliteit.

Kansen/positieve factoren

Maatschappelijke betrokkenheid en participatiepolitiek, gedragsverandering, maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap, duurzame financiering, publiek-private partnerschappen, duurzame voedselsystemen, nieuwe technologieën, kunstmatige intelligentie, onderzoek en innovatie, nadruk op veerkrachtige samenlevingen, onderwijs, openbare en particuliere investeringen, open en eerlijke handel.

Risico's/negatieve factoren

Armoede, ongelijkheid op sociaal en gezondheidsgebied, vergrijzing van de bevolking, geopolitieke instabiliteit, klimaatverandering en verlies van biodiversiteit, ongecontroleerde dierziekten, plantenplagen en verontreinigingen.

Kernpunten van het beleid

De EU op internationaal niveau: het in april 2016 gelanceerde partnerschap tussen de EU en Afrika inzake voedsel- en voedingszekerheid en duurzame landbouw bevordert de samenwerking inzake onderzoek en innovatie op het gebied van duurzame intensivering, landbouw- en voedselsystemen voor voedings- en landbouwmarkten en -handel.

Op EU-niveau: het gemoderniseerde en vereenvoudigde gemeenschappelijk landbouwbeleid heeft ten doel een zo groot mogelijke bijdrage te leveren aan de uitvoering van de SDG’s. In de voorstellen van de Commissie voor de volgende meerjarige begroting 2021-2027 staat uitdrukkelijk de doelstelling om de duurzame ontwikkeling van de landbouw, de voedselvoorziening en de plattelandsgebieden verder te verbeteren.

Op het niveau van de lidstaten: het programma voor diversiteit van cultuurgewassen is een nationaal programma bestemd om een adaptief instrument te zijn voor het creëren van een intelligente en duurzame wijze om de Zweedse plantenrijkdom in stand te houden en te exploiteren. Zaden en andere oudere rassen worden in heel Zweden verzameld en bewaard in de Nordic Gene Bank. Deze genenbank brengt oude kweekgewassen terug op de markt.

Op regionaal/lokaal niveau: het plattelandsontwikkelingsprogramma voor continentaal Portugal 2014-2020 bevordert investeringen in landbouw, teneinde de capaciteit te vergroten om meerwaarde te genereren, de productiviteit te verhogen, een efficiënter gebruik van hulpbronnen te bevorderen en het productieve en sociale weefsel in plattelandsgebieden te ondersteunen.

Op het niveau van de ondernemingen: de Grupo Cooperativo Cajamar in Spanje maakt deel uit van het TomGEM-project, dat nieuwe strategieën ontwikkelt die erop gericht zijn de opbrengsten bij de productie van fruit en groente bij een hoge temperatuur hoog te houden. Dit project beoogt een breed scala van genetische hulpbronnen te fenotyperen teneinde cultivars/genotypes te identificeren waarvan de opbrengst stabiel blijkt en genen te ontdekken die de bloei-inductie, levensvatbaarheid van pollen en vruchtvorming sturen.

Op het niveau van het maatschappelijk middenveld: "Baltic Friendly Agriculture" is een cyclus van workshops die worden georganiseerd door WWF Poland Foundation onder de auspiciën van het Agricultural Advisory Centre in Brwinów. Hierdoor kon de kennis van landbouwers vergroot worden over de methoden om de hoeveelheid van landbouwbedrijven afkomstige stikstof- en fosforverbindingen die in de natuur terechtkomt, te verminderen. Die dragen namelijk bij aan de waterverontreiniging.

Gezondheid en welzijn voor iedereen, op elke leeftijd

De Europese Unie vandaag

Momentopname/kwalitatief overzicht

Gezondheid is een menselijke basisbehoefte en de EU heeft aanzienlijke vooruitgang geboekt in de aanpak van ongelijkheden op gezondheidsgebied en de ecologische en sociale factoren die hiervoor bepalend zijn. Een goede gezondheid is niet alleen waardevol voor het individu als belangrijke bepalende factor voor levenskwaliteit, welzijn en sociale participatie, maar draagt ook bij aan de vormgeving van een duurzame Europese economie. Universele gezondheidszorgdekking is een doelstelling van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en een van de rechten die worden erkend in de Europese pijler van sociale rechten, en dus een belangrijke beleidsdoelstelling voor de EU en haar lidstaten. De toegankelijkheid en betaalbaarheid van de gezondheidszorg voor de patiënten blijven, samen met de doeltreffendheid en de duurzaamheid van de begroting, de voornaamste beleidsdoelstellingen voor de hervormingen van de gezondheidsstelsels die worden besproken in de context van de EU. Tabak en overmatige alcoholconsumptie, overgewicht, gebrek aan lichaamsbeweging, psychische problemen, zoals depressie en zelfdoding blijven naast overdraagbare ziekten echter een negatieve invloed uitoefenen op de gezondheid en leiden in combinatie met de demografische en sociale veranderingen tot bijkomende lasten voor de gezondheidszorgstelsels van de EU. De EU ondersteunt de lidstaten, bijvoorbeeld door de bestrijding van de risicofactoren voor niet-overdraagbare ziekten, het uitwisselen van beste praktijken, het zorgen voor toegang tot kwaliteitsvolle gezondheidszorg en het versterken van de capaciteit ter voorkoming en beheersing van mondiale bedreigingen van de gezondheid zoals antimicrobiële resistentie, en door te investeren in onderzoek en innovatie. Op internationaal vlak bevordert de ontwikkelingshulp van de EU universele toegang tot hoogwaardige gezondheidszorg. In overeenstemming met de Europese consensus inzake ontwikkeling helpt de EU bij het versterken van alle gebieden van de gezondheidszorgstelsels en de vooruitgang in de richting van een universele gezondheidszorgdekking.

Voornaamste trends

·De Europeanen leven langer dan ooit en deze tendens zal naar verwachting worden voortgezet. In 2016 bedroeg de levensverwachting in de EU 81 jaar, wat 3,3 jaar meer is dan in 2002.

·Ongezonde levenswijzen hebben gevolgen voor de menselijke gezondheid, de openbare begrotingen en de productiviteit. In 2017 is het aandeel van rokers in de bevolking vanaf 15 jaar gedaald tot 26 %. Nog steeds meer dan de helft van de volwassenen in de EU kampte echter met overgewicht in 2014.

·In 2017 maakte 1,6 % van de mensen in de EU melding van onvervulde behoeften aan gezondheidszorg, tegenover 3,4 % in 2011. De kosten en lange wachtlijsten zijn de belangrijkste redenen voor onvervulde medische behoeften.

·Het aantal sterfgevallen ten gevolge van niet-overdraagbare ziekten vóór de leeftijd van 65 jaar is gestaag gedaald tussen 2002 en 2015. Niet-overdraagbare ziekten maken echter 80 % uit van de kosten van de gezondheidszorg. Toch wordt maar ongeveer 3 % van de budgetten voor gezondheidszorg besteed aan preventie. De sterfgevallen in de EU als gevolg van hiv, tuberculose en hepatitis daalden geleidelijk tussen 2002 en 2015. Antimicrobiële resistentie is verantwoordelijk voor naar schatting 33 000 sterfgevallen per jaar in de EU en kost jaarlijks 1,5 miljard EUR aan medische zorg en productiviteitsverlies.

·Blootstelling aan luchtverontreiniging door stofdeeltjes in stedelijke gebieden daalde met bijna 20 % in de EU in de periode 2010-2015. Luchtverontreiniging is echter nog steeds de voornaamste milieugerelateerde oorzaak van voortijdige sterfte. Jaarlijks sterven in de EU meer dan 400 000 mensen vroegtijdig als gevolg van slechte luchtkwaliteit; miljoenen lijden aan aandoeningen van de luchtwegen en hart- en vaatziekten als gevolg van luchtverontreiniging.

·De verkeersveiligheid in de EU is in de afgelopen decennia aanzienlijk verbeterd. De EU is ’s werelds veiligste regio met 49 doden per miljoen inwoners door verkeersongevallen. In de periode 2001-2010 is het aantal verkeersdoden in de EU met 43 % gedaald en in 2010-2017 met nog eens 20 %.

Mondiale rangschikking

Volgens het mondiale "2018 SDG Index and Dashboards report" (Bertelsmann Stiftung en Sustainable Development Solutions Network) behalen 18 EU-lidstaten een score van meer dan 90 op 100 voor SDG 3. Elf EU-lidstaten staan in de wereldwijde top 20. Alles samen genomen behoort deze SDG tot de top 3 van de SDG’s waarvoor de EU-lidstaten de hoogste score behalen.

De Europese Unie in 2030

De huidige trends in de EU/onder voor het overige gelijke omstandigheden

Om te blijven zorgen voor een universele gezondheidsdekking in de EU zullen de gezondheidsstelsels weerbaar moeten zijn tegen toekomstige ontwikkelingen en toegankelijkheid en doeltreffendheid moeten waarborgen. Er zal een verschuiving nodig zijn naar een model dat meer nadruk legt op ziektepreventie en gezondheidsbevordering. Een model dat meer gepersonaliseerd is en gebruikmaakt van digitale technologieën en dat meer nadruk legt op versterking van de eerstelijnszorg en ontwikkeling van geïntegreerde zorg waarbij de patiënt centraal staat. Daarnaast is het van belang om de illegale handel van en vraag naar drugs terug te dringen. De EU blijft zich inzetten voor de bestrijding van zowel niet-overdraagbare als overdraagbare ziekten en antimicrobiële resistentie. Er wordt een belangrijke inspanning geleverd ter bevordering van de toepassing op grotere schaal van gevalideerde beste praktijken. De EU stelt zich nieuwe tussentijdse doelstellingen om het aantal verkeersdoden met 50 % te verminderen tussen 2020 en 2030 en het aantal ernstige letsels in dezelfde periode te halveren.

Kansen/positieve factoren

Maatschappelijke betrokkenheid en participatiepolitiek, gedragsverandering, gezondere werknemers en bevolking, maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap, duurzame financiering, publiek-private partnerschappen, preventie en gezondheidsbevordering, onderzoek en innovatie, nieuwe technologieën, digitale transformatie van gezondheidszorg en zorg, nadruk op weerbare samenlevingen, onderwijs, openbare en particuliere investeringen, open en eerlijke handel.

Risico's/negatieve factoren

Armoede, ongelijkheden op sociaal en gezondheidsgebied, biologische dreigingen, klimaatverandering en milieurisico’s, fiscale duurzaamheid die wordt beïnvloed door de vergrijzing van de bevolking en de inflatie van de kosten die verband houden met nieuwe technologieën en sociaal-economische risico’s, vergrijzing, ongezonde gewoonten, geopolitieke instabiliteit en gezondheidsdreigingen.

Kernpunten van het beleid

De EU op internationaal niveau: de EU heeft bijgedragen aan het "Universal health partnership programme" van de EU en de Wereldgezondheidsorganisatie met als doel de gezondheidszorgstelsels in meer dan 35 partnerlanden te versterken. De EU ondersteunt een betere toegang tot en vraag naar gezinsplanning en strijdt samen met de VN voor een vermindering van schadelijke traditionele praktijken en gendergerelateerd geweld.

Op EU-niveau: wat antimicrobiële resistentie betreft, heeft de EU een ambitieus "één gezondheid"-actieplan vastgesteld met als doel de capaciteit om infecties bij mensen en dieren doeltreffend te behandelen, te vrijwaren. Het plan bevat richtsnoeren voor verstandig gebruik van antimicrobiële stoffen in de menselijke gezondheidszorg, stimuleert het onderzoek op het gebied van nieuwe antimicrobiële stoffen, vaccins en diagnostiek, stimuleert verdere innovatie, biedt input voor op wetenschap gebaseerd beleid en wettelijke maatregelen en pakt kennishiaten aan. Op het vlak van preventie worden gevalideerde beste praktijken op grotere schaal en in nauwe samenwerking met de EU-lidstaten uitgevoerd.

Op het niveau van de lidstaten: in de volksgezondheidszorg in de Slowaakse Republiek is er een netwerk van gespecialiseerde adviescentra voor algemene en gespecialiseerde gezondheidszorg, die begeleiding bieden op basis van een onderzoek van de belangrijkste persoonlijke risicofactoren (zoals roken, voeding, lichaamsbeweging of stress). Zij hebben ook als taak het bewustzijn te vergroten en de opkomst bij screenings en preventieve onderzoeken te verhogen.

Op regionaal/lokaal niveau: in 2011 heeft de intercommunale vereniging voor natuurbehoud in Luxemburg het project "Geniet met smaak van de natuur - regionaal, biologisch en eerlijk voedsel" opgestart. Dit project heeft als doelstelling duurzaam voedsel te bevorderen in de schoolkantines van de 33 aangesloten gemeenten en economische kansen te bieden aan landbouwers in de regio die zich in het bijzonder inzetten voor de bescherming van het milieu. Naast de algemene criteria die een algemene bescherming van het milieu en het dierenwelzijn waarborgen, moeten de landbouwers die aan het project willen deelnemen 5 % van hun landbouwgrond gebruiken ter bescherming van de biodiversiteit. In de schoolkantines worden specifieke opleidingen beschikbaar gesteld voor het personeel: "ontmoet de producenten", gezond voedsel, seizoensmenu’s, de gevolgen van voedsel op het klimaat en ontwikkelingslanden.

Op het niveau van de ondernemingen: CureVac GmbH, hierbij ondersteund door de Bill and Melinda Gates Foundation, won in Duitsland de allereerste aanmoedigingsprijs voor innovatie voor de vooruitgang die zij hebben geboekt bij de ontwikkeling van een innovatief technologisch procedé dat het mogelijk maakt vaccins bij elke omgevingstemperatuur te bewaren.

Op het niveau van het maatschappelijk middenveld: Niet-gouvernementele organisaties ontwikkelden, in het kader van het nationaal programma voor de gezondheidszorg in Polen, instrumenten voor de screening van stemmingsstoornissen, materiaal voor hulp bij geestelijke problemen, radioprogramma’s, publicaties en educatieve films, zetten een online forum op en hielden voorlichtingscampagnes.

Goed onderwijs met gelijke kansen en een leven lang leren voor iedereen

De Europese Unie vandaag

Momentopname/kwalitatief overzicht

Onderwijs, beroepsopleiding en levenslang leren spelen een centrale rol bij het opbouwen van een duurzaam, veerkrachtig, concurrerend en samenhangend Europa voor de toekomst, aangezien zij mensen in staat te stellen hun volledige potentieel te bereiken. In alle levensfasen vormen onderwijs en opleiding essentiële aspecten van menselijke ontwikkeling en een belangrijke motor voor groei, banen en sociale cohesie. De opleidingsniveaus van jongeren in Europa nemen gestaag toe. De EU zit op het goede spoor om de Europa 2020-doelstellingen te bereiken wat betreft het terugdringen van de schooluitval en het verhogen van het aantal hoger opgeleiden. Er is goede vooruitgang geboekt wat de deelname van jonge kinderen aan opvang en onderwijs betreft, maar verdere vooruitgang blijft nodig om de ondermaatse prestaties voor wiskunde, wetenschappen en lezen, digitale vaardigheden en de deelname van volwassenen aan onderwijs aan te pakken. Jongeren met een handicap of met een migrantenachtergrond hebben een aanzienlijk lager opleidingsniveau. Voortijdige schoolverlaters en laag opgeleide jongeren kampen met bijzonder ernstige problemen op de arbeidsmarkt. Op internationaal vlak kunnen vele partnerlanden van de EU rekenen op bilaterale steunprogramma's die hun onderwijsstelsels helpen versterken, waarbij de nadruk ligt op betere toegang tot kwaliteitsvol basisonderwijs voor lage inkomens en kwetsbare en door conflicten getroffen landen, met name voor meisjes en gemarginaliseerde groepen.

Voornaamste trends

·Het percentage voortijdige verlaters van onderwijs en opleiding is sinds 2002 voortdurend gedaald. De daling van 17 % in 2002 tot 10,6 % in 2017 is een duidelijke vooruitgang met het oog op de kerndoelstelling van Europa 2020 van 10 %. 

·De kerndoelstelling van Europa 2020 om het aantal hoger opgeleiden van de leeftijdsgroep van 30-34 op 40 % te brengen, is bijna bereikt (39,9 % in 2017).

·De deelname van jonge kinderen aan opvang en onderwijs is gestaag toegenomen sinds 2003. Het streefdoel van de EU waarbij 95 % van de kinderen tussen 4 jaar en de leerplichtige leeftijd deelnemen aan voorschools onderwijs werd in 2016 bereikt, hoewel er verschillen tussen de landen blijven bestaan.

·De EU heeft ook een EU-streefcijfer vastgelegd om het aandeel van 15-jarigen die een laag niveau van leesvaardigheid, wiskunde en wetenschappen hebben, terug te dringen tot minder dan 15 % in 2020. Het aandeel ondermaats presterende leerlingen in alle drie vakken varieert sterk tussen de EU-lidstaten. De EU loopt als geheel achter op alle drie deze gebieden en is — volgens de meest recente beschikbare gegevens van 2015 — achteruitgegaan in vergelijking met de resultaten voor 2012 (wetenschap: 20,6 %, + 4,0 procentpunten; leesvaardigheid: 19,7 %, + 1,9 procentpunten; wiskunde: 22,2 %, + 0,1 procentpunten).

·In 2017 had 57 % van de 16- tot 64-jarigen in de EU ten minste digitale basisvaardigheden.

·De arbeidsparticipatie van pas afgestudeerden is gestegen van 76,9 % in 2015 tot 80,2 % in 2017 en komt dicht bij het EU-streefcijfer van 82 %.

·Het percentage van jongeren die niet werken en geen onderwijs of opleiding volgen, is verder gedaald tot 10,9 % in 2017, na een piek van 13,2 % te hebben bereikt in 2012.

·De deelname van volwassenen (25-64 jaar) aan scholing bedroeg 10,9 % in 2017, ruim onder het streefcijfer van ten minste 15 %.

Mondiale rangschikking

Volgens het mondiale "2018 SDG Index and Dashboards report" (Bertelsmann Stiftung en Sustainable Development Solutions Network) behalen 16 EU-lidstaten een score van meer dan 90 op 100 voor SDG 4. Zeven EU-lidstaten staan in de wereldwijde top 20. Deze SDG behoort gemiddeld tot de top 3 van de SDG’s waarvoor de EU-lidstaten de hoogste score behalen.

De Europese Unie in 2030

De huidige trends in de EU/onder voor het overige gelijke omstandigheden

Het opleidingsniveau van jongeren zal naar verwachting in de toekomst blijven stijgen als gevolg van structurele veranderingen in de arbeidsmarkt, demografische veranderingen en beleidshervormingen. Tegen 2030 zal de Europese onderwijsruimte goed ingeburgerd zijn en de hoop bestaat dat er geen grenzen of belemmeringen zullen zijn voor inclusieve leermobiliteit en academische samenwerking. Ongeacht hun sociaal-economische achtergrond zouden alle jongeren beter onderwijs en opleiding moeten krijgen die leiden tot meer en betere vaardigheden. Inclusief onderwijs en een leven lang leren zullen naar verwachting resulteren in minder voortijdige schoolverlaters en meer lerenden op alle niveaus. Veranderingen in de arbeidsmarkt zullen naar verwachting ook leiden tot een grotere deelname van volwassenen in onderwijs en opleiding. Mensen zullen de vaardigheden die zij ontwikkelen buiten officiële onderwijs- en opleidingprogramma's kunnen laten valideren. Elk onderwijs- en opleidingsaanbod zal een sterkere dimensie van het werkplekleren integreren en profiteren van nauwere samenwerking met het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld. Het blijft belangrijk om de inspanningen op te voeren om onderwijs over duurzame ontwikkeling te integreren in de onderwijsprogramma’s op alle niveaus van het onderwijs.

Kansen/positieve factoren

Maatschappelijke betrokkenheid en participatiepolitiek, gedragsverandering, maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap, duurzame financiering, publiek-private partnerschappen, onderzoek en innovatie, digitale technologieën en onlineplatforms, kunstmatige intelligentie, veranderende arbeidsmarkt en behoeften aan vaardigheden, nadruk op duurzame en veerkrachtige samenlevingen.

Risico's/negatieve factoren

Ongelijkheid, armoede, geringe openbare en particuliere investeringen, discrepanties tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden, waardoor de kennishiaten vergroten.

Kernpunten van het beleid

Op EU-niveau: op grond van het eerste beginsel van de Europese pijler van sociale rechten coördineert de Commissie de nieuwe agenda voor vaardigheden voor Europa en werkt zij samen met de lidstaten toe naar een Europese onderwijsruimte in 2025. Het doel is de verbetering van het inclusieve, op een leven lang leren en op innovatie gerichte karakter van de onderwijs- en opleidingsstelsels. De maatregelen die in 2018 werden voorgesteld om de Europese onderwijsruimte tegen 2025 te verwezenlijken, hebben betrekking op automatische wederzijdse erkenning van diploma’s en in het buitenland doorgebrachte studieperioden, kerncompetenties, digitale vaardigheden, gemeenschappelijke waarden en inclusief onderwijs, onderwijs en opvang voor jonge kinderen van hoge kwaliteit, en een verbetering van het leren en onderwijzen van talen.

Op het niveau van de lidstaten: Slovenië is in 2016 gestart met een programma met als doel de kwaliteit van het onderwijs en de ervaringen van lerenden te verbeteren door docenten en mentoren de kans te bieden om hun kennis, vaardigheden en competenties te verhogen via jobrotation. Dit programma, dat loopt tot en met 2022, heeft een begroting van 1,65 miljoen EUR, waarvan 1,32 miljoen EUR afkomstig is uit het Europees Sociaal Fonds.

Op regionaal/lokaal niveau: een initiatief in de regio Veneto, Italië, dat wordt gefinancierd uit het Europees Sociaal Fonds, stelt volwassenen zonder een diploma hoger secundair onderwijs, met inbegrip van die met een lagere beroepsopleiding die niet langer relevant is voor de arbeidsmarkt, in staat om erkenning van studiepunten te krijgen voor hun vorige professionele ervaring of opleiding om een individueel opleidingstraject aan te vatten.

Op het niveau van de ondernemingen: een tripartiete overeenkomst werd in 2018 ondertekend in Frankrijk, waarbij een afdeling voor inclusief leren werd opgericht voor jongeren en volwassenen met een handicap in de regio Nouvelle-Aquitaine. Een twaalftal leerlingen met een handicap zal worden opgeleid in de sectoren elektronica, elektriciteit en elektrotechniek. De helft ervan zal plaatsvinden op sites van het elektriciteitsbedrijf Enedis en de helft in aangepaste ondernemingen.

Op het niveau van het maatschappelijk middenveld: ToekomstATELIERdelAvenir (ook bekend als TADA) biedt aanvullend, vrijwillig en op het maatschappelijk middenveld gericht onderwijs aan kwetsbare tieners uit kansarme wijken in Brussel, België. Het beoogt de positie van jonge deelnemers te versterken en demotivatie en de negatieve gevolgen ervan (zoals leermoeheid, vroegtijdige schooluitval, criminaliteit, werkloosheid, extreme radicalisering) te voorkomen en bij te dragen aan een sterkere integratie en sociale samenhang.


Gendergelijkheid en emancipatie van alle vrouwen en meisjes

De Europese Unie vandaag

Momentopname/kwalitatief overzicht

De EU is een van de wereldleiders op het vlak van gendergelijkheid en in de afgelopen decennia is er vooruitgang geboekt. Dit vloeit voort uit de wetgeving inzake gelijke behandeling, gendermainstreaming en specifieke maatregelen ter bevordering van de rechten van vrouwen en gendergelijkheid. Er is een hoger aantal vrouwen op de arbeidsmarkt van de EU en zij volgen beter onderwijs en opleiding, maar vrouwen zijn nog steeds oververtegenwoordigd in lager betaalde sectoren en ondervertegenwoordigd in besluitvormende functies. Verschillen tussen mannen en vrouwen qua inkomens en loopbaanpatronen leiden vaak tot lagere pensioenrechten voor vrouwen. Verdere verbeteringen blijven noodzakelijk en de impuls daarvoor is aanwezig. Uit een speciale Eurobarometer-enquête in 2017 bleek dat het merendeel van de algemene bevolking in de EU positief staat tegenover gendergelijkheid: 84 % van de Europeanen is van mening dat gendergelijkheid hen persoonlijk na aan het hart ligt (waaronder 80 % van de mannen). Op internationaal niveau houdt de EU in haar externe beleid rekening met het genderperspectief, gaande van handelsinstrumenten tot de Europese consensus inzake ontwikkeling en het nabuurschaps- en het uitbreidingsbeleid van de EU.

Voornaamste trends

·De gendergelijkheidsindex  van het Europees Instituut voor gendergelijkheid (2017) benadrukt dat de afgelopen tien jaar een over het algemeen positieve, zij het trage, ontwikkeling heeft plaatsgevonden in de richting van gendergelijkheid. De belangrijkste vooruitgang is geboekt op het gebied van de macht (bijv. de besluitvorming in de particuliere en openbare sector), terwijl de genderongelijkheden zijn toegenomen op het domein tijd (bijv. huishoudelijk werk, vrije tijd, onbetaalde zorg). Er zijn grote verschillen in de prestaties van de lidstaten. De meerderheid van de lidstaten verbeterden hun algemene scores sinds 2005. Enkele lidstaten vertoonden stagnatie in hun algemene scores of zelfs een lichte daling van hun score.

·Het verschil in arbeidsparticipatie tussen vrouwen en mannen bedroeg op EU-niveau minder dan 12 procentpunten in 2016, wat aanzienlijk lager is dan in 2008, toen het 15,1 procentpunten bedroeg. Deze verbetering was grotendeels te danken aan een toename van de arbeidsparticipatie van vrouwen. Het gebrek aan beschikbare, toegankelijke en kwalitatief goede formele zorgvoorzieningen, vooral voor jonge kinderen, is een van de belangrijkste factoren die de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt in de weg staat. In 2016 werd slechts 32,9 % van de kinderen van 0 tot 3 jaar opgevangen in formele onderwijs- en opvangvoorzieningen, een stijging ten opzichte van 2008 (28 %).

·De loonkloof is licht gedaald in de loop van de voorbije jaren. In 2016 was het bruto uurloon van vrouwen gemiddeld 16,2 % lager dan dat van mannen; na pensionering neemt deze kloof exponentieel toe met een genderpensioenkloof van 36,6 %.

·Wat gendergelijkheid in de politiek in de EU betreft, is het aandeel van door vrouwen bezette zetels in de nationale parlementen gestegen van 20,9 % in 2004 tot 29,7 % in 2018.

·In 2017 was een kwart van de bestuursleden van de grootste beursgenoteerde bedrijven een vrouw. Tussen 2003 en 2017 was er een bijna gestage jaarlijkse toename van in totaal 16,8 procentpunten.

·De manier waarop vrouwen en mannen tijd reserveren voor zorg, huishoudelijk werk en sociale activiteiten is ongelijker geworden in de EU ten opzichte van 10 jaar geleden. Deze achteruitgang op het gebied van gelijkheid heeft plaatsgevonden in twaalf lidstaten, terwijl verbeteringen zijn geconstateerd in acht lidstaten.

·Een op de drie vrouwen in Europa is ooit geconfronteerd geweest met fysiek en/of seksueel geweld sinds de leeftijd van 15.

Mondiale rangschikking

Volgens het mondiale "2018 SDG Index and Dashboards report" (Bertelsmann Stiftung en Sustainable Development Solutions Network) behalen elf EU-lidstaten een score van meer dan 80 op 100 voor SDG 5. Elf EU-lidstaten staan in de wereldwijde top 20.

De Europese Unie in 2030

De huidige trends in de EU/onder voor het overige gelijke omstandigheden

Verdere vooruitgang op het gebied van gendergelijkheid en versterking van de positie van vrouwen en meisjes vereist inzet, meer financiële middelen en aanhoudende inspanningen door actoren op alle niveaus, van het individuele huishouden tot de instellingen van de EU. Hoewel regelgevende stimulansen van belang zijn om deze vooruitgang te versnellen, hangt gendergelijkheid sterk af van de culturele en ethische waarden en de evolutie van de maatschappelijke verandering. Tegen 2030 mogen we verwachten dat de EU verdere vorderingen heeft gemaakt op het gebied van economische empowerment van vrouwen, genderevenwicht in de besluitvorming en bestrijding van geweld tegen vrouwen en meisjes. De verwezenlijking en omvang van deze vorderingen hangt af van de ontwikkeling van de culturele en politieke context en de toekomstige regelgevende maatregelen.

Kansen/positieve factoren

Maatschappelijke betrokkenheid en participatiepolitiek, verschuivingen van sociale normen, gedragsverandering, maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap, formele kinderopvang, evenwichtige regelingen voor verlof om gezinsredenen, flexibele werkregelingen, een evenwichtig onderwijsstelsel, toegang tot nieuwe technologieën en het bevorderen van technologiekennis van vrouwen, open en eerlijke handel.

Risico's/negatieve factoren

Ongelijkheid van kansen, verzet tegen vooruitgang, discrepanties tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden, bedreigingen van de veiligheid, wereldwijde terugkeer naar economisch protectionisme.

Kernpunten van het beleid

De EU op internationaal niveau: In 2015 heeft de EU haar tweede actieplan voor gendergelijkheid en empowerment van vrouwen in de externe betrekkingen (2016-2020) vastgesteld. In september 2017 heeft de Commissie het Spotlight-initiatief gelanceerd, een gezamenlijk EU-VN-project voor de beëindiging van geweld tegen vrouwen en meisjes.

Op EU-niveau: In 2015 heeft de Commissie het strategisch engagement voor gendergelijkheid 2016-2019 vastgesteld. Het Strategisch engagement vormt het kader voor de verderzetting van de inspanningen van de Commissie ter bevordering van gendergelijkheid en empowerment van vrouwen en is gericht op de volgende vijf prioritaire gebieden: 1) vergroten van de deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt en gelijke economische onafhankelijkheid; 2) terugdringen van de loonkloof, inkomstenverschillen en pensioenkloof; 3) bevorderen van gelijkheid van vrouwen en mannen in de besluitvorming; 4) bestrijden van gendergerelateerd geweld; 5) bevorderen van gendergelijkheid en de rechten van vrouwen over de hele wereld. Voorts is in het strategisch engagement vastgesteld dat een genderperspectief wordt geïntegreerd in alle beleidsdomeinen en financieringsprogramma’s van de EU.

Op het niveau van de lidstaten: Denemarken scoort over het algemeen goed wat gendergelijkheid betreft. Vrouwen in Denemarken werken over het algemeen buitenshuis en combineren een loopbaan met een gezin, waarbij zij worden ondersteund door het genereuze systeem van ouderschapsverlof en met belastinggeld gesubsidieerde kinderopvang. Deense mannen hebben ook baat bij gendergelijkheid. Zij kunnen meer tijd spenderen met hun gezin dan in vele andere landen. Ouderschapsverlof na de geboorte van een kind kan worden verdeeld tussen de ouders en beperkte werkdagen leiden ertoe dat het vaak de vader is die de kinderen ophaalt van de kinderopvang.

Op regionaal/lokaal niveau: Frankrijk heeft een systeem van binominale kandidaten ingevoerd voor de departementsverkiezingen, waarbij wordt gestemd voor een team van een vrouwelijke en een mannelijke kandidaat. Hierdoor wordt genderpariteit op departementaal niveau gewaarborgd, met als gevolg een gedeelde besluitvorming op de territorialebeleidsdomeinen, een verdeling van de verantwoordelijkheden en een beter evenwicht tussen werk en privéleven voor politici.

Op het niveau van de ondernemingen: GründerRegio M e.V. werd medegefinancierd door het Europees Sociaal Fonds om te voorzien in opleiding, begeleiding en netwerken voor vrouwelijke ondernemers in München. Het is gericht op vrouwen die terugkeren naar de arbeidsmarkt nadat zij een gezin hebben grootgebracht en op vrouwen boven de 50 jaar. Het project "GUIDE" heeft ongeveer 5 000 vrouwelijke ondernemers ondersteund, waarvan 56 % hun eigen onderneming zijn begonnen.

Op het niveau van het maatschappelijk middenveld: Twee Bulgaarse organisaties beheren het project "Career ROCKET". Leraren, schooldirecteuren en loopbaanconsulenten in scholen worden opgeleid om gendergelijkheid op te nemen in alle vakken in het middelbaar onderwijs door informatie aan te bieden over de bijdrage van vrouwen aan natuurwetenschappen, technologie, politiek, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde, literatuur, kunst en muziek.

Duurzaam beheerd water en riolering voor iedereen

De Europese Unie vandaag

Momentopname/kwalitatief overzicht

Toegang tot water is een menselijke basisbehoefte. Water is ook een belangrijke economische hulpbron en dient als ruggengraat voor de regelgeving inzake biodiversiteit, klimaat en het ecosysteem. De bescherming van waterecosystemen tegen verontreiniging en hydromorfologische veranderingen en een duurzaam gebruik van water zijn van cruciaal belang om te voldoen aan de behoeften van de huidige en toekomstige generaties en om politieke stabiliteit te handhaven op nationaal en regionaal niveau. In de EU wordt met een alomvattend waterbeleid gestreefd naar voldoende beschikbaar water van goede kwaliteit om te voldoen aan de behoeften van mens en milieu, door het reglementeren van de belangrijkste belastende factoren (landbouw, industrie, stedelijk afvalwater), de soorten watergebruik (zwemwater, grondwater, drinkwater) en een geïntegreerd waterbeheer. De overgrote meerderheid van de Europese burgers heeft toegang tot sanitaire basisvoorzieningen en is aangesloten op ten minste secundaire behandeling van afvalwater. Bovendien beschikken de Europese burgers over drinkwater van een zeer hoge kwaliteit. De druk als gevolg van verstedelijking, diffuse verontreiniging door de landbouw, de industrie en de klimaatverandering beïnvloeden echter de waterkwaliteit en waterzekerheid op lange termijn. Op mondiaal niveau bevordert de EU de beschikbaarheid en het duurzaam beheer van water en sanitaire voorzieningen voor iedereen door middel van de nieuwe Europese consensus inzake ontwikkeling en het nabuurschaps- en het uitbreidingsbeleid van de EU.

Voornaamste trends

·Het aandeel van de bevolking dat niet beschikt over verbeterde sanitaire voorzieningen in hun huishouden is gedaald van 3,2 % in 2007 tot slechts 2,0 % van de Europese bevolking in 2017. Het aantal mensen dat is aangesloten op secundaire behandeling van afvalwater is tussen 2010 en 2015 toegenomen. Er blijven echter verschillen tussen de lidstaten bestaan en sommige ervan worden nog steeds geconfronteerd met aanzienlijke problemen. Een nieuw type van verontreiniging wint aan belang, namelijk de afvloeiing van stedelijk water of gemengde rioolstelsels, waarbij in geval van zware regenval grote hoeveelheden verontreinigende stoffen geloosd worden.

·De kwaliteit van het zwemwater in 86,3 % van de kustbadzones en in 82,1 % van de binnenlandse badzones was in 2017 van uitstekende kwaliteit.

·De kwaliteit van het water in de Europese rivieren is sterk toegenomen tussen 2000 en 2014 en de gemiddelde concentraties van fosfaat in de Europese rivieren vertonen een neerwaartse tendens.

·Hoewel in verschillende gebieden vooruitgang wordt geboekt, heeft slechts ongeveer 40 % van de oppervlaktewateren een goede ecologische toestand bereikt in 2015; het grondwater is er beter aan toe: 74 % vertoont een goede chemische toestand en 89 % een goede kwantitatieve toestand. Hoewel de door nitraten uit de landbouw veroorzaakte verontreiniging in de laatste twee decennia is afgenomen, blijven er nog problemen bestaan. Nitraten zijn de meest voorkomende verontreinigende stoffen die een slechte chemische toestand van het grondwater in de EU veroorzaken. Dit is vooral problematisch omdat grondwater, naast stromend oppervlaktewater, een belangrijke bron van drinkwater in Europa is.

·De waterstress is laag in de meeste EU-landen, maar hoog in een aantal Zuid-Europese landen en dit verschijnsel neemt ook toe in West- en Noord-Europa.

·Om waterschaarste te verminderen, moeten alle relevante sectoren zoet water efficiënt gebruiken. De wateronttrekking is in de afgelopen tien jaar afgenomen in Europa, terwijl de efficiëntie van het watergebruik is toegenomen. De gemiddelde consumptie van drinkwater is in de laatste 20 jaar gedaald van ongeveer 200 l tot ongeveer 120 l per persoon per dag.

Mondiale rangschikking

Volgens het mondiale "2018 SDG Index and Dashboards report" (Bertelsmann Stiftung en Sustainable Development Solutions Network) behalen 25 EU-lidstaten een score van meer dan 80 op 100 voor SDG 6. Drie EU-lidstaten staan in de wereldwijde top 20.

De Europese Unie in 2030

De huidige trends in de EU/onder voor het overige gelijke omstandigheden

In het algemeen wordt verwacht dat de EU vorderingen blijft maken op het vlak van duurzaam beheer van water en sanitaire voorzieningen. Bijna alle burgers zullen een goede toegang tot waterdiensten, zoals drinkwater en afvalwater, en tot sanitaire voorzieningen hebben. Verdere inspanningen zijn nog steeds nodig om te zorgen voor de volledige toegang van alle EU-burgers en om ervoor te zorgen dat afvalwater zodanig wordt behandeld dat de vereiste normen op het gehele grondgebied zijn bereikt en een goede toestand van alle waterlichamen in Europa is bereikt. Problematische opkomende verontreinigende stoffen zoals microplastics en farmaceutische producten moeten ook bijzondere aandacht krijgen in de komende jaren. Diffuse verontreiniging door de landbouw moet verder worden gereduceerd. Efficiënt watergebruik moet verder worden verbeterd. Ten slotte moet het waterbeheer duurzamer worden wegens de klimaatverandering en het negatieve effect ervan op droogte en overstromingen in de regio’s van de EU. Door de klimaatverandering zal de waterstress die nu al voornamelijk merkbaar is in waterlichamen in Zuid-Europa verhogen, maar in toenemende mate ook in andere delen van het continent. De uitvoering van bestaande wetgeving inzake water en de ontwikkeling van nieuwe wetgeving, zoals de recente voorstellen voor drinkwater en hergebruik, zullen helpen bij de aanpak van deze uitdagingen. De lopende evaluatie door middel van de geschiktheidscontrole van een aanzienlijk deel van de EU-waterwetgeving zal helpen om vast te stellen of het wettelijke kader moet worden aangepast om de desbetreffende SDG’s volledig uit te voeren.

Kansen/positieve factoren

Gedragsverandering, maatschappelijke betrokkenheid en participatiepolitiek, maatschappelijke druk voor duurzame voedselsystemen en productieketens, maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap, duurzame financiering, publiek-private partnerschappen, digitalisering, betere gegevens door het gebruik van aardobservatie-instrumenten zoals de mondiale component van de Copernicusdienst voor landmonitoring van de EU, verhoogd hergebruik van water, kunstmatige intelligentie en nieuwe technologieën, onderzoek en innovatie, internet der dingen, circulaire economie, multilateralisme.

Risico's/negatieve factoren

Armoede en ongelijke kansen, klimaatverandering, diffuse verontreiniging door de landbouw, verstedelijking, organische verontreinigende stoffen, residuen van geneesmiddelen, plasticafval, industriële productie, huishoudelijke lozingen, geopolitieke instabiliteit en bedreigingen van de veiligheid, betaalbaarheid en prijs van het water.

Kernpunten van het beleid

Op EU-niveau: onderzoek en innovatie inzake water op EU-niveau bevorderen oplossingen voor uitdagingen in verband met water. Het partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (Prima), een initiatief met een begroting van 494 miljoen EUR, is gericht op waterschaarste, landbouw en voedselzekerheid in het Middellandse Zeegebied.

Op het niveau van de lidstaten: in Cyprus is gerecycleerd water een groeiende en stabiele bron die wordt gebruikt voor onder andere irrigatie en bescherming tegen de droogte. Met behulp van Europese middelen zijn reeds twee projecten operationeel, de waterhergebruiksystemen van Anthoupolis en van Larnaca.

Op regionaal/lokaal niveau: in Polen, in de regio Neder-Silezië, wordt het bekken voor bescherming tegen overstromingen van Racibórz Dolny gebouwd. Het uitgebreide programma ter bescherming tegen overstromingen heeft tot doel bescherming te bieden tegen overstromingen van de Oder door een herstel van de natuurlijke overstromingsretentiecapaciteit van de Odervallei en de natuurlijke uiterwaarden van de rivier.

Op het niveau van de ondernemingen: installaties voor de behandeling van afvalwater in heel Europa beginnen energie en andere in afval aanwezige grondstoffen te gebruiken om hun energieverbruik te verminderen en treden zelfs op als energieproducent. Een uitstekend voorbeeld hiervan is een installatie in de stad Marselisborg, Denemarken, voor de behandeling van het afvalwater van Aarhus, die door te investeren in efficiëntere technologie meer dan 150 % van de energie produceert die zij voor haar werking nodig heeft. 

Op het niveau van het maatschappelijk middenveld: Malta stimuleert de deelname van plaatselijke gemeenschappen aan het verbeteren van het beheer van drinkwater en sanitaire voorzieningen. De cyclus van stroomgebiedplanning garandeert een hoge deelname van gemeenschappen en belanghebbenden, aangezien voor de besluiten over bepaalde maatregelen een afweging van de belangen van verschillende groepen vereist is.

Betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen

De Europese Unie vandaag

Momentopname/kwalitatief overzicht

Met de EU-energie- en klimaatdoelstellingen voor 2020 is de EU goed op weg om te zorgen voor betrouwbare, betaalbare en schone energie voor alle Europeanen. Er is reeds goede vooruitgang geboekt wat een toenemend gebruik van hernieuwbare energie betreft en een verbetering van de energie-efficiëntie en de EU werkt hard verder aan de transitie naar schone energie. De transitie van de EU van een op fossiele brandstoffen gebaseerde naar een koolstofarme economie met een digitaal en consumentgericht energiesysteem wordt de nieuwe realiteit op het terrein. De ontkoppeling van broeikasgasemissies en het bruto binnenlands product is voortgezet, voornamelijk dankzij innovatie. De economische groei en het energieverbruik zijn ook ontkoppeld. De wereldwijde veranderingen op het gebied van de energieproductie en -vraag hebben grote geopolitieke gevolgen en een aanzienlijke impact op het concurrentievermogen van de industrie. Dit stelt Europa voor grote uitdagingen, maar biedt ook unieke kansen. In dit verband wil de EU haar rol als wereldleider op het gebied van de omschakeling naar schone energie versterken en hierbij de energiezekerheid voor al haar burgers waarborgen. Met de energie-unie streeft de EU naar het bieden van veilige, betaalbare, duurzame en schone energie voor burgers en bedrijven in de EU. Wat de externe situatie betreft, is de Europese consensus over ontwikkeling erop gericht de toegang te verbeteren tot energiediensten die betaalbaar, modern, betrouwbaar en duurzaam zijn, meer gebruik te maken van hernieuwbare energie en energie-efficiëntiemaatregelen en bij te dragen aan de strijd tegen de klimaatverandering. De EU speelt een voortrekkersrol bij het stimuleren van particuliere investeringen in de sector van de duurzame energie door middel van haar blendinginstrumenten, het EU-plan voor externe investeringen en het elektrificatiefinancieringsinitiatief. Ook het nabuurschapsbeleid en het uitbreidingsbeleid dragen bij op dit gebied.

Voornaamste trends

·Trends in Europa wijzen op een "ontkoppeling" van de economische groei en het energieverbruik en de bijbehorende broeikasgasemissies. Tussen 1990 en 2017 zijn de broeikasgasemissies met 22 % afgenomen, terwijl het bbp met 58 % is gestegen. Zowel de energieproductiviteit als de broeikasgasintensiteit van het energieverbruik zijn sinds 2000 bijna voortdurend verbeterd in de EU.

·De EU beoogt haar energie-efficiëntiedoelstelling voor 2020 van 20 % te bereiken. Tussen 2005 en 2016 daalde het primaire energieverbruik van de EU met 9,9 % en haar eindenergieverbruik met 7,1 %.

·De EU ligt op schema om haar streefcijfer van 20 % van het eindenergieverbruik uit hernieuwbare energiebronnen tegen 2020 te bereiken. Het gebruik van hernieuwbare energie in de EU is de afgelopen tien jaar gestaag toegenomen, van 9,0 tot 17 % van het bruto-eindenergieverbruik tussen 2005 en 2016. De voornaamste factoren voor deze stijging waren een voorspelbaar EU-regelgevingskader, efficiëntere technologieën, dalende kosten voor technologieën op het gebied van hernieuwbare energie en meer marktgerichte ondersteuning.

·De EU is nog steeds afhankelijk van invoer uit derde landen om te voldoen aan haar energiebehoeften. Met 53,6 % bleef de afhankelijkheid van de EU van import nagenoeg constant tussen 2006 en 2016, terwijl de energieproductie in dezelfde periode met 14 % daalde. In diezelfde periode is een consistente verlaging van het primaire energieverbruik van ongeveer 10 % waargenomen. 

·De EU heeft vooruitgang geboekt wat het verbeteren van de toegang tot betaalbare energie betreft. De afgelopen jaren is het onvermogen om de woning voldoende warm te houden, verminderd. In 2017 heeft 8,1 % van de bevolking van de EU een gebrek aan toegang tot betaalbare energie aangegeven, wat 2,8 procentpunten lager is dan in 2007.

Mondiale rangschikking

Volgens het mondiale "2018 SDG Index and Dashboards report" (Bertelsmann Stiftung en Sustainable Development Solutions Network) behalen 26 EU-lidstaten een score van meer dan 80 op 100 voor SDG 7. Zeven EU-lidstaten staan in de wereldwijde top 20.

De Europese Unie in 2030

De huidige trends in de EU/onder voor het overige gelijke omstandigheden

De EU zal vooruitgang blijven boeken op het gebied van betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen op basis van het ambitieuze regelgevingskader dat op EU-niveau is overeengekomen. Tegen 2030 vertalen de belangrijkste EU-doelstellingen zich in een vermindering van broeikasgasemissies met ten minste 40 %. Tegen dan komt ten minste 32 % energie in de EU uit hernieuwbare bronnen en is er een toename van de energie-efficiëntie met ten minste 32,5 %. Zo wordt de basis gelegd voor een ingrijpende maatschappelijke transformatie die leidt tot een toekomst met schone en duurzame energie. De ontwikkeling van de energie-infrastructuur zal ondersteund blijven worden via de Connecting Europe Facility. In het kader van het nieuwe kaderprogramma Horizon Europa is een intensief programma voor onderzoek en innovatie voorgesteld met een budget van 15 miljard EUR voor energie, mobiliteit en het klimaat. Alles samen genomen zou voor het meerjarig financieel kader 2021-2027 de voorgestelde doelstelling inzake klimaatmainstreaming van 25 % betekenen dat een op de vier euro's wordt besteed aan klimaatgerelateerde kwesties, ook met betrekking tot de energiesector. Er is een blijvende inzet vereist om te zorgen voor de verwezenlijking van de energie-unie, met inbegrip van een actieve dialoog met het maatschappelijk middenveld en belanghebbenden, want hun bijdrage en inzet is van cruciaal belang voor het succes van de energietransitie.

Kansen/positieve factoren

Gedragsverandering, geïnformeerde, beschermde en mondige consumenten, maatschappelijke betrokkenheid en participatiepolitiek, anticiperend beleid voor een rechtvaardige transitie, maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap, nieuwe zakelijke kansen, crowdfunding en andere vormen van innovatieve financiering, duurzame financiering, publiek-private partnerschappen, hulpbronnenbelasting, internet der dingen, onderwijs, digitalisering, kunstmatige intelligentie en nieuwe technologieën, onderzoek en innovatie, circulaire, koolstofarme economie, emissiearme en -vrije mobiliteit, veerkrachtige samenlevingen, multilateralisme.

Risico's/negatieve factoren

Verhoogd elektriciteitsverbruik ten gevolge van digitalisering, schommelende energieprijzen, aanhoudende afhankelijkheid van en subsidies voor fossiele brandstoffen, uitblijven van gedragsverandering, vertraagde uitvoering van beleid, geringe openbare en particuliere investeringen, digitale kloof, klimaatverandering, geopolitieke instabiliteit en bedreigingen voor de veiligheid, een transitie die relatief duurder is voor mensen met een gemiddeld en lager inkomen.

Kernpunten van het beleid

De EU op internationaal niveau: In mei 2017 heeft de EU de strategie "Afrika van energie voorzien" voorgesteld om het partnerschap Afrika-EU een nieuwe impuls te geven. De EU heeft zich ertoe verbonden om openbare en particuliere investeringen in duurzame energie in Afrika aan te sporen, met name in het kader van het plan voor externe investeringen, en om strategische allianties en samenwerking te verdiepen.

Op EU-niveau: de oprichting van een Europese energie-unie is een topprioriteit geworden voor de Commissie. Er zijn initiatieven voor de verwezenlijking van de energie-unie vastgesteld. Het pakket "schone energie voor alle Europeanen" van 2016 zal met name leiden tot een meer concurrerend, moderner en schoner energiestelsel, opgebouwd rond de drie belangrijkste doelstellingen: energie-efficiëntie vooropstellen, mondiaal leiderschap op het gebied van hernieuwbare energie bereiken en de consument een eerlijke deal bieden.

Op het niveau van de lidstaten: in 2013 ondertekenden meer dan 40 organisaties in Nederland (lokale en nationale overheden, bedrijven, vakbonden en milieuorganisaties) het Energieakkoord voor duurzame groei, met als doel het aandeel van hernieuwbare energie van 5,8 % in 2015 te verhogen naar 16 % in 2023. In dit akkoord worden doelstellingen vastgesteld voor een transitie naar emissieloze voertuigen: tegen 2035 moeten alle nieuwe personenwagens, en in 2050 alle personenwagens op de wegen, emissieloos worden.

Op regionaal/lokaal niveau: Boedapest is lid van het Burgemeestersconvenant, een door de EU gefinancierd initiatief waarin regio’s en steden die zich inzetten voor de uitvoering van de klimaat- en energiedoelstellingen van de EU worden samengebracht. Sinds 2011 hebben één van haar meest beroemde thermale baden - het Széchenyibad -, de nabijgelegen dierentuin en het lokale stadsverwarmingsbedrijf een partnerschap gesloten dat koolstofemissies bespaart en de energierekening doet verlagen. De warmte van het bronwater van het Széchenyibad wordt gerecycleerd voor de zoo van Boedapest om warme lucht te verstrekken voor ongeveer 350 diersoorten en bijna 500 planten verdeeld over ongeveer 26 gebouwen.

Op het niveau van de ondernemingen: het energiebedrijf Fortum Jelgava, dat zich in 2008 in Jelgava, Letland, heeft gevestigd, heeft het warmtenet van deze stad geherstructureerd door de gasgestookte warmtecentrale te vervangen door een cogeneratiecentrale die op biomassa werkt en houtsnippers gebruikt. Het stadsverwarmingssysteem van de stad is bijna volledig overgegaan van fossiele brandstoffen op de plaatselijk aanwezige hernieuwbare grondstof hout.

Op het niveau van het maatschappelijk middenveld: hernieuwbare-energiegemeenschappen zijn entiteiten via dewelke de burgers en/of de plaatselijke autoriteiten eigenaar zijn van of deelnemen aan de productie en/of het gebruik van hernieuwbare energie. Met meer dan 2 500 initiatieven in de hele EU hebben zij een sleutelrol gespeeld in het op gang brengen van de energietransitie in Europa. De lokale verankering en het eigenaarschap van dergelijke initiatieven verhoogt de sociale aanvaarding van projecten met betrekking tot hernieuwbare energie, en met name windenergie. Ook de kosten worden erdoor verlaagd, door de terbeschikkingstelling van de meest geschikte gebieden.  

Aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve werkgelegenheid en waardig werk voor iedereen

De Europese Unie vandaag

Momentopname/kwalitatief overzicht

Europa's herstel van de economische crisis leidde tot een gestage toename van de werkgelegenheid. De investeringen zijn bijna tot het niveau van vóór de crisis hersteld en de overheidsfinanciën verbeteren, hoewel het herstel neerwaartse risico’s loopt. De groei komt evenwel niet alle burgers en lidstaten op dezelfde wijze ten goede en met name de werkloosheid is nog steeds hoog in een aantal landen. Investerings- en productiviteitstrends geven aan dat er meer kan worden gedaan om het herstel te versterken en de transitie naar een duurzamere economische groei in het kader van mondiale uitdagingen op de lange termijn met betrekking tot demografische ontwikkelingen en digitalisering te verstevigen. Naast de aanhoudende inspanningen om te komen tot duurzame overheidsfinanciën op lange termijn, blijft de EU investeringen stimuleren, met name in het onderwijs, vaardigheden en O&O, en structurele hervormingen stimuleren teneinde de efficiëntie van het ondernemingsklimaat en de product- en arbeidsmarkten te verhogen. Het investeringsplan voor Europa is van cruciaal belang voor het aantrekken van particuliere investeringen in strategische sectoren van de Europese economie. Structurele hervormingen ter verbetering van de arbeidsmarkten en sociale beleidsmaatregelen moeten de beroepsbevolking helpen bij het verwerven van de vaardigheden die nodig zijn voor de transitie naar een groene economie en moeten een betere toegang en gelijke kansen op de arbeidsmarkt, eerlijke arbeidsomstandigheden en duurzame, adequate socialebeschermingsstelsels bevorderen. Zij moeten ook bijdragen tot een verhoging van de arbeidsproductiviteit en zo tot loonstijgingen. De betrokkenheid van de sociale partners bij het ontwerpen en uitvoeren van hervormingen kan leiden tot een sterkere betrokkenheid, een grotere impact en betere resultaten. Op internationaal niveau streeft de EU naar inclusieve en duurzame groei, het creëren van waardige banen en de bevordering van arbeids- en mensenrechten. Voorbeelden van externe maatregelen op dit gebied zijn de Europese consensus inzake ontwikkeling, het EU-plan voor externe investeringen, het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2015-2019, en het EU-optreden via het nabuurschaps- en het uitbreidingsbeleid van de EU. Het handelsbeleid van de EU bevordert de naleving van de fundamentele internationale arbeidsnormen en mensenrechten. De bevordering van verantwoorde bedrijfspraktijken die zijn gebaseerd op internationale richtsnoeren is verankerd in diverse beleidsterreinen van de EU, met inbegrip van de handel.

Voornaamste trends

·De Europeanen hebben gemiddeld een hogere levensstandaard dan twee decennia geleden. In de periode 2002-2017 is het reële bbp per hoofd van de bevolking met gemiddeld 1,1 % per jaar toegenomen. Onlangs is de Europese economie op zijn snelste tempo gegroeid sinds het begin van de crisis in 2008: in 2017 is het reële bbp met 2,2 % gestegen.

·Het totale aandeel van de investeringen in het bbp in de EU bedroeg 20,8 % in 2017, na een scherpe daling tijdens de economische en financiële crisis. Sinds 2013 is het met gemiddeld 1,0 % per jaar gegroeid. Het investeringsplan voor Europa zal naar verwachting leiden tot het creëren van 1,4 miljoen banen en een verhoging van het bbp van de EU met 1,3 % tegen 2020.

·De arbeidsproductiviteit is enigszins versneld, maar de groei ervan blijft onder de trends van vóór de recessie.

·De arbeidsmarktparticipatie blijft bestendig toenemen, tot een participatiegraad van 73,4 % in 2017. De stijging is voornamelijk te danken aan de arbeidsmarktparticipatie van oudere werknemers en vrouwen. De totale werkgelegenheid heeft een recordhoogte van 239 miljoen werknemers bereikt en het aantal voltijdse banen neemt toe en is gestegen met 2,3 miljoen, terwijl het aantal deeltijdwerkers stabiel is gebleven. In 2015 was de werkgelegenheid in de sector milieugoederen en -diensten alleen al met 47,3 % toegenomen sinds 2000. De langdurige werkloosheid blijft afnemen, maar vertegenwoordigt nog steeds bijna de helft van de totale werkloosheid. De jeugdwerkloosheid, die in 2013 piekte met 23,8 %, is in 2017 tot 16,8 % gedaald. In 2017 werkte 7,7 % van de Europese werknemers onvrijwillig met een tijdelijk contract, wat neerkomt op 57,7 % van alle tijdelijke werknemers, en dit aandeel is de afgelopen tien jaar licht gestegen. Het aandeel van onvrijwillig deeltijdwerk in de EU als percentage van de totale deeltijdarbeid, die vooral vrouwen treft, is gestegen van 25,6 % in 2008 tot een piek van 29,6 % in 2014, waarna het in 2017 tot 26,4 % is gedaald.

·Wat de werkende armen betreft, liep 9,6 % van de werknemers ook risico op armoede in 2017. Dit aandeel is de afgelopen vier jaar gestabiliseerd, maar het is hoger dan in 2008 (8,5 %).

Mondiale rangschikking

Volgens het mondiale "2018 SDG Index and Dashboards report" (Bertelsmann Stiftung en Sustainable Development Solutions Network) behalen 17 EU-lidstaten een score van meer dan 80 op 100 voor SDG 8. Negen EU-lidstaten staan in de wereldwijde top 20.

De Europese Unie in 2030

De huidige trends in de EU/onder voor het overige gelijke omstandigheden

De EU zal moeten zorgen voor een hoge totale netto arbeidsparticipatie door het creëren van hoogwaardige banen die de overschakeling naar duurzaamheid dienen, vooral voor vrouwen, jongeren, ouderen, mensen met een handicap, migranten en gemarginaliseerde gemeenschappen. Dit zou de toereikendheid en duurzaamheid van het Europese socialezekerheidsmodel garanderen in een context van vergrijzing van de bevolking en een trage groei van de productiviteit. De investeringen in de Europese economie zullen weliswaar blijven toenemen, maar blijvende steun is nodig om impasses te vermijden. De daling van de bevolking en de tanende economische macht van de EU zullen haar positie in de economische wereldorde beïnvloeden. De digitalisering en demografie zullen gevolgen hebben voor zowel de toekomstige groei als de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Er moet dan ook een sterkere nadruk worden gelegd op de comparatieve voordelen van de EU op het vlak van kwaliteitsvol onderwijs alsook op verdere investeringen in onderzoek en innovatie, die sociale inclusie en de duurzaamheid van het milieu moeten bevorderen. De transitie naar een circulaire economie zal doorgaan, alsmede maatregelen voor het uitroeien van dwangarbeid en mensenhandel.

Kansen/positieve factoren

Bij- en omscholing, digitalisering, onderzoek en innovatie, maatschappelijke betrokkenheid en participatiepolitiek, maatschappelijke druk voor duurzame productieketens, kunstmatige intelligentie, nieuwe technologieën, maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap, duurzame financiering, publiek-private partnerschappen, circulaire, koolstofarme deeleconomie, sociale economie en ontwikkeling van sociaal-economische ecosystemen, aandacht voor veerkrachtige samenlevingen, multilateralisme, open en eerlijke handel, onderzoek en innovatie.

Risico's/negatieve factoren

Lage productiviteitsgroei, discrepanties tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden, trage verspreiding van nieuwe digitale technologieën en effecten van technologische transformaties op werknemers en specifieke sectoren, sociale ongelijkheden, regionale en territoriale verschillen, gevolgen van de demografische veranderingen en de rol van migratie en gedwongen ontheemding, aantasting van het milieu en klimaatverandering, geopolitieke instabiliteit en bedreigingen van de veiligheid, wereldwijde terugkeer naar economisch protectionisme, moeilijkheid om de productiviteit te berekenen in economieën die meer immaterieel worden, arbeidsmarktsegmentatie en baanonzekerheid, digitale kloof, gegevensbescherming, evenwicht tussen werk en privéleven.

Kernpunten van het beleid

Op EU-niveau: Het investeringsplan voor Europa, het zogenaamde "plan Juncker", was een groot succes voor het stimuleren van het investeringsklimaat. In juli 2018 heeft het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) zijn initiële doelstelling van 315 miljard EUR aan investeringen bereikt. In december 2018 waren sinds de start van het plan in 2015 al 371 miljard EUR aan bijkomende investeringen in de hele EU gemobiliseerd. Het heeft reeds voor meer dan 750 000 banen gezorgd. Dit cijfer zal nog oplopen tot 1,4 miljoen banen tegen 2020. Meer dan 850 000 kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) krijgen een verbeterde toegang tot financiering. Ten minste 40 % van de financiering door het Europees Fonds voor strategische investeringen in het venster infrastructuur en innovatie dient ter ondersteuning van projectonderdelen die bijdragen aan klimaatactie in overeenstemming met de Klimaatovereenkomst van Parijs.

Op het niveau van de lidstaten: In 2017 heeft de Tsjechische Republiek meer flexibiliteit ingevoerd bij de planning van en rechten op werktijden en verloven; versterking van het proces van collectieve loononderhandelingen; veranderingen in het verbintenissenrecht; wijzigingen in de regeling voor collectief ontslag; wijzigingen in de bepalingen in verband met telewerken en versterking van instrumenten als thuiswerk, die een betere combinatie van werk en privéleven mogelijk maken.

Op regionaal/lokaal niveau: De stad Gent in België doet regelmatig een beroep op het Europees Sociaal Fonds ter ondersteuning van de integratie van vluchtelingen en Roma in de arbeidsmarkt. Haar project "Arbeidsteam Intra-Europese Migratie" (2015-2017) bood bijvoorbeeld op maat gesneden begeleiding aan aan Roma. De belangrijkste doelstelling was om ten minste 190 intra-Europese migranten (IEM), meestal Roma, te helpen bij het betreden van de arbeidsmarkt. Het project wordt voortgezet in de periode 2018-2019 met steun van het Europees Sociaal Fonds.

Op het niveau van de ondernemingen: De Europese Investeringsbank verstrekt een lening van 7,5 miljoen EUR (ondersteund door het Europees Fonds voor strategische investeringen) aan Greenfiber International SA om een project met betrekking tot recyclage en circulaire economie in Roemenië te financieren. Het project zal leiden tot de creatie van 280 voltijdse banen en zal de hoeveelheid afval die wordt verzameld en verwerkt met meer dan 50 000 ton per jaar verhogen.

Op het niveau van het maatschappelijk middenveld: In 2014 is een Portugese coalitie van nationale overkoepelende organisaties van het maatschappelijk middenveld opgericht om een gemeenschappelijk standpunt over de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties op te stellen. De coalitie organiseerde nationale raadplegingen, online vragenlijsten en lokale workshops om te debatteren over de verwachtingen over de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties, waaronder die met betrekking tot SDG 8.

Veerkrachtige infrastructuur bouwen, inclusieve en duurzame industrialisering bevorderen en innovatie stimuleren

De Europese Unie vandaag

Momentopname/kwalitatief overzicht

Hoogwaardige infrastructuur voor de vervoers-, energie- en digitale sectoren is essentieel voor een goed verbonden en geïntegreerde EU, waarin burgers en bedrijven ten volle gebruik kunnen maken van het vrije verkeer en de eengemaakte markt, en van goede sociale infrastructuren. Daarom komen onder meer de trans-Europese netwerken in de vervoers-, energie- en digitale sectoren op geïntegreerde wijze tegemoet aan de behoefte aan veerkrachtige, duurzame, naadloos op elkaar aansluitende en innovatieve infrastructuren. Investeringen in ruimte-infrastructuur vormen ook een strategische uitdaging. De Europese industrie is sterk en heeft in veel sectoren haar leiderspositie op de wereldmarkten behouden. De EU bevordert de transitie naar een slimme, innovatieve en duurzame industrie die voordelen oplevert voor alle burgers. Hoewel de productie in de EU groeit, zijn de totale broeikasgasemissies gedaald, wat wijst op een ontkoppeling van emissies van groei. De Europese beleidslijnen zijn erop gericht de industrie in staat te stellen de zakelijke activiteiten op verantwoorde en duurzame wijze uit te voeren, banen te creëren, het concurrentievermogen van Europa te stimuleren, investeringen en innovatie in schone en digitale technologieën te stimuleren en de regio’s en werknemers in Europa die het zwaarst worden getroffen door industriële veranderingen, te beschermen. De nadruk die de EU legt op investeringen in onderzoek en innovatie en digitale transformatie helpt ons om mondiaal te concurreren door het creëren van meer banen en kansen voor het bedrijfsleven. De EU is de meest open ruimte voor onderzoek en innovatie ter wereld, maar verbeteringen zijn nodig op het vlak van opschaling en verspreiding, omdat innovaties zich niet altijd vertalen in nieuwe markten en groeikansen. De investeringen van het bedrijfsleven in onderzoek en innovatie moeten worden opgevoerd, aangezien zij momenteel slechts 1,3 % van het bbp bedragen en achterblijven bij China (1,6 %), de VS (2 %) of Japan (2,6 %). Digitale transformatie is een belangrijke motor van de transitie naar een koolstofarme, circulaire economie en samenleving. Op internationaal niveau ondersteunt de Europese consensus inzake ontwikkeling het ontwerp, de constructie en de werking van hoogwaardige, veerkrachtige en klimaatvriendelijke infrastructuur ter bevordering van een billijke en betaalbare toegang voor iedereen, groei, handel en investeringen. De handel en het uitbreidings- en het nabuurschapsbeleid van de EU dragen ook bij op dit gebied. 

Voornaamste trends

·De industrie is goed voor twee derde van de uitvoer van de EU, biedt werk aan 36 miljoen mensen — één op de vijf banen in Europa — en draagt bij aan een hoge levensstandaard voor de Europese burgers.

·De broeikasgasemissies afkomstig van de industriële processen en het gebruik van producten zijn in de periode 2000-2016 met meer dan 17 % gedaald. Deze verbetering wordt overigens bevestigd door de vermindering van het energieverbruik in de industrie met 17 % tijdens de periode 2000-2016.

·O&O-investeringen: Europa is goed voor 20 % van de mondiale O&O-investeringen, brengt een derde van alle hoogwaardige wetenschappelijke publicaties uit en bekleedt een wereldwijd toonaangevende positie in industriële sectoren zoals farmaceutische producten, chemicaliën, machinebouw en mode. De twee sectoren met de hoogste uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling zijn de bedrijfswereld (65 %) en de sector van het hoger onderwijs (23 %), terwijl de overheidssector een aandeel had van 11 % in 2016.

·Het aantal octrooiaanvragen in de EU was vóór de economische crisis aanzienlijk toegenomen en stagneert sindsdien.

·Maatschappelijk verantwoord ondernemen: 77 % van de bedrijven in de EU nemen maatschappelijk verantwoord ondernemen op in hun rapportage. Vele andere ondernemingen zijn toonaangevend op het vlak van de integratie van activiteiten van verantwoord ondernemerschap in de SDG’s.

Mondiale rangschikking

Volgens het mondiale "2018 SDG Index and Dashboards report" (Bertelsmann Stiftung en Sustainable Development Solutions Network) behalen tien EU-lidstaten een score van meer dan 73 op 100 voor SDG 9, met aanmerkelijke verschillen tussen de lidstaten. Tien EU-lidstaten staan in de wereldwijde top 20.

De Europese Unie in 2030

De huidige trends in de EU/onder voor het overige gelijke omstandigheden

Europa neemt het voortouw bij de transitie naar een meer duurzame en inclusieve industrie. De economische, maatschappelijke en ecologische transformaties en technologische doorbraken op gebieden als robotica, het internet der dingen, kunstmatige intelligentie en energiesystemen zullen versnellen. De automatisering, mogelijk gemaakt door de informatietechnologieën, zal de traditionele productieprocédés en de aard van het werk veranderen. De industrie is in toenemende mate geïntegreerd in wereldwijde waardeketens met sterke dienstencomponenten. Opkomende bedrijfsmodellen zullen disruptief werken op de traditionele markten. Innovatie zelf en waardecreatie veranderen ingrijpend, gedreven door een nieuwe generatie consumenten die waardecocreatie, duurzaam ondernemerschap, connectiviteit en realtime prestatiemetingen verwachten. Gegevens worden de nieuwe concurrentiefactor. De vraag naar grondstoffen zal blijven toenemen. Nu de druk op natuurlijke hulpbronnen en klimaatverandering een steeds tastbaarder realiteit worden, zal de vraag naar duurzame producten, circulaire consumptie en een lage of geen uitstoot exponentieel toenemen en zijn milieu-innovaties nodig. Europa zal meer investeren in onderzoek en innovatie en veerkrachtige infrastructuur, onder andere via Horizon Europa, het volgende EU-kaderprogramma voor onderzoek en innovatie.

Kansen/positieve factoren

Maatschappelijke betrokkenheid en participatiepolitiek, kunstmatige intelligentie, internet der dingen, volledige digitalisering, circulaire, koolstofneutrale deeleconomie, nadruk op veerkrachtige samenlevingen, maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap, duurzame en verantwoorde mijnbouw en winning, duurzame financiering, publiek-private partnerschappen, crowdfunding en onderwijs, multilateralisme, open en eerlijke handel.

Risico's/negatieve factoren

Lage investeringen door de openbare en commerciële sector, ook op het gebied van onderzoek en innovatie, veranderende waardeketens, discrepanties tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden, verschuivingen in de mondiale vraag, geopolitieke instabiliteit en bedreigingen van de veiligheid, sociale ongelijkheden, vergrijzing van onze samenlevingen, klimaatverandering en milieurisico’s die verband houden met een stijgende vraag naar natuurlijke hulpbronnen, kloof tussen stedelijke en plattelandsgebieden.

Kernpunten van het beleid

De EU op internationaal niveau: Dankzij hun grotere nauwkeurigheid en betrouwbaarheid bieden de Europese satellietnavigatieprogramma’s Galileo en EGNOS betere positie- en tijdsinformatie met aanzienlijke positieve gevolgen voor veel Europese diensten en producten die de mensen dagelijks gebruiken, van het navigatie-instrument in uw auto tot de mobiele telefoon, evenals kritieke noodhulpdiensten. De Groep voor aardobservaties bevordert toepassingen van milieuobservaties ter ondersteuning van de SDG's en de Klimaatovereenkomst van Parijs.

Op EU-niveau: De trans-Europese netwerken komen tegemoet aan de behoefte aan veerkrachtige, naadloos op elkaar aansluitende en innovatieve infrastructuur in de vervoers-, energie- en digitale sectoren. Zij zijn gericht op het leveren van connectiviteit voor alle regio’s van de EU en dragen zo bij tot "de inclusie" van de burgers over heel Europa. Infrastructuur wordt gebouwd en aangepast om ervoor te zorgen dat zij bestand is tegen risico’s die verband houden met klimaatverandering, waarbij inclusie en innovatie worden bevorderd en banen worden gecreëerd.

Op het niveau van de lidstaten: Zweden is koploper op het gebied van innovatie in de EU met hoge particuliere en openbare investeringen in onderzoek en ontwikkeling, een hoog aantal octrooiaanvragen, innovatieve kmo’s en een groot aandeel van de werkgelegenheid in kennisintensieve activiteiten. Bovendien groeiden investeringen in de verwerkende industrie sneller dan het EU-gemiddelde en de energie-efficiëntie van de industriële productie is zeer hoog.

Op regionaal/lokaal niveau: Het thematisch platform voor slimme specialisatie voor industriële modernisering biedt kansen aan regionale beheersautoriteiten met vergelijkbare prioriteiten voor slimme specialisatie om samen te werken op basis van elkaars bevoegdheden, infrastructuur te delen, opschaling mogelijk te maken met het oog op een grotere impact en om gezamenlijke investeringsprojecten te ontwikkelen.


Op het niveau van de ondernemingen: Het Europees Fonds voor strategische investeringen heeft een Estse onderneming geholpen met de productie van een zogenaamde "ultracapacitor", een energieopslagvoorziening die meer dan 100 maal krachtiger is dan een gewone batterij en die een miljoen keer opnieuw kan worden opgeladen. De onderneming heeft 15 miljoen EUR bijeengebracht voor een fabriek in Duitsland die miljoenen van deze nieuwe ultracapacitors per jaar kan vervaardigen.

Minder ongelijkheid binnen en tussen landen

De Europese Unie vandaag

Momentopname/kwalitatief overzicht

Net zoals armoede is ongelijkheid een multidimensionaal concept. Dit concept omvat de ongelijkheden in zowel resultaten als kansen, zoals inkomensongelijkheid, ongelijke toegang tot sociale bescherming, alsmede de overdracht van ongelijkheid van generatie op generatie. Kansenongelijkheid is een belangrijke oorzaak van inkomensongelijkheid. Binnen de EU zijn de inkomens naar elkaar toegegroeid en de levensstandaard is in de meeste lidstaten hersteld van de crisis. Nu de Europese economieën weer aan kracht winnen, is de bezorgdheid over de inclusiviteit van de economische groei echter gegroeid. De inkomensongelijkheid binnen de EU als geheel is de laatste jaren gestabiliseerd, hoewel het niveau ervan een uitdaging blijft. Gemarginaliseerde en kwetsbare groepen, zoals mensen met een handicap, migranten en etnische minderheden (waaronder de Roma), daklozen of geïsoleerde ouderen en kinderen, hebben te maken met specifieke vormen van ongelijkheid. De sociaal-economische inclusie van deze groepen blijft ontoereikend. Ongelijkheid kan een belemmering vormen voor economische groei en macro-economische stabiliteit en kan de sociale cohesie ondermijnen. Wereldwijd vormt de hoge mate van ongelijkheid in de partnerlanden van de EU een hardnekkige bedreiging voor de vooruitgang bij de verwezenlijking van de meeste SDG’s. Wereldwijde ongelijkheid kan ook leiden tot een grotere migratie naar de EU. In reactie op recente uitdagingen op het gebied van migratie heeft de Commissie zich ingezet om onmiddellijk te reageren en te bouwen aan een duurzaam, crisisbestendig systeem voor de toekomst. Een duurzaam beheer van de migratiestromen is essentieel. Het externe optreden van de EU, met inbegrip van het buitenlands en veiligheidsbeleid, het ontwikkelingsbeleid, het uitbreidings- en het nabuurschapsbeleid en het handels- en investeringsbeleid van de EU, dragen alle bij tot het aanpakken van de oorzaken van ongelijkheid buiten Europa. De Europese consensus inzake ontwikkeling bevordert bijvoorbeeld het beginsel dat niemand achterblijft en verbindt zich ertoe maatregelen te nemen om de ongelijkheid te verminderen en gelijke kansen voor iedereen te promoten.

Voornaamste trends

·Beschikbaar inkomen: de economische verschillen tussen de EU-landen zijn in de loop der tijd afgenomen. Het reëel aangepast bruto beschikbaar inkomen van huishoudens per hoofd van de bevolking is in een grote meerderheid van de lidstaten gestegen. In 2017 lag dit gemiddeld 4,4 % boven het niveau van vóór de crisis in 2008. Er is enige inkomenconvergentie tussen de EU-lidstaten doordat het beschikbare inkomen in de lidstaten met de lagere inkomensniveaus, zoals Roemenië, Bulgarije en Polen, sneller is gegroeid dan het EU-gemiddelde.

·Inkomensongelijkheid: in 2017 ontvingen de rijkste 20 % van de huishoudens in alle lidstaten gemiddeld een inkomensaandeel dat 5,1 maal zo hoog was als dat van de armste 20 %, wat nog steeds hoger is dan vóór de crisis (4,9 in 2009). Deze ratio is echter gedaald ten opzichte van 2016 (5,2), wat wijst op een verbetering van bepaalde vooruitzichten op een vermindering van de inkomensongelijkheden in de EU-lidstaten. Er zijn ook tendenzen tot stabilisatie van de inkomensongelijkheid binnen de EU-lidstaten waar te nemen wanneer men kijkt naar het inkomensaandeel van de onderste 40 % van de bevolking. Dit was 21,2 % in 2008 en 2012, daalde licht tot 20,9 % in 2016 en steeg weer tot 21,2 % in 2017.

·Kansenongelijkheid: een belangrijk kenmerk van kansenongelijkheid is de invloed van de sociaal-economische positie van de ouders op het opleidingsniveau van hun kinderen. Volgens de test van het programma voor internationale studentenbeoordeling (de PISA-test) van 2015 presteerde 33,8 % van de leerlingen uit de meest kansarme sociaal-economische milieus in de EU zwak in wetenschappen in vergelijking met slechts 7,6 % van de leerlingen uit de meest bevoorrechte milieus. Er waren grote verschillen tussen de lidstaten.

·Ontwikkelingshulp: de EU blijft een wereldwijd toonaangevende donor, die meer dan 50 % van alle ontwikkelingshulp verstrekt en zo ook bijdraagt aan een vermindering van de ongelijkheden in de wereld. De totale EU-financiering voor ontwikkelingslanden, die geldstromen uit de openbare en particuliere sector omvat, is meer dan verdubbeld sinds 2001, wat neerkomt op een gemiddelde jaarlijkse groei van 6,4 %.

Mondiale rangschikking

Volgens het mondiale "2018 SDG Index and Dashboards report" (Bertelsmann Stiftung en Sustainable Development Solutions Network) behalen 13 EU-lidstaten een score van meer dan 80 op 100 voor SDG 10. Elf EU-lidstaten staan in de wereldwijde top 20.

De Europese Unie in 2030

De huidige trends in de EU/onder voor het overige gelijke omstandigheden

De EU en haar lidstaten zullen werk maken van inclusieve en duurzame groei in de EU, een noodzakelijke voorwaarde om ongelijkheid te verminderen. Zij zullen zorgen voor een combinatie van efficiënte, doeltreffende, adequate sociale bescherming en ondersteunende diensten, een goede opleiding die gelijke kansen biedt voor iedereen en een goed functionerende arbeidsmarkt die berust op een doeltreffend arbeidsmarktbeleid. Dit zal niet alleen leiden tot een vermindering van ongelijkheden tussen de EU-lidstaten, maar ook tot een aanzienlijke vermindering van ongelijkheid binnen de lidstaten. De technologische vooruitgang, met name de toepassing van kunstmatige intelligentie, moet goed worden beheerd, teneinde te voorkomen dat er een digitale kloof ontstaat. Wat migratietrends betreft, is het duidelijk dat bij de aanpak van een enorme migratiedruk geen enkel EU-land alleen mag komen te staan. De EU zal doorgaan met het verminderen van de prikkels voor irreguliere migratie, het redden van levens en de beveiliging van de buitengrenzen, de uitvoering van een krachtig gemeenschappelijk asielbeleid en beleid inzake legale migratie en zal tegelijkertijd de daadwerkelijke integratie van legale migranten en vluchtelingen in de arbeidsmarkten en samenlevingen van de EU ondersteunen. Het externe optreden van de EU zal ongelijkheid buiten Europa blijven bestrijden.

Kansen/positieve factoren

Maatschappelijke betrokkenheid en participatiepolitiek, maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap, sociale zekerheid (bijv. belastingen en systemen voor sociale bescherming en inclusie, arbeidsmarktbeleidsmaatregelen, huisvestingbeleidsmaatregelen, gezondheidszorg, kinderopvang, onderwijs, vaardigheden en een leven lang leren), toegankelijkheid van het vervoer en digitale toegankelijkheid die een antwoord bieden op de ruimtelijke dimensie van ongelijkheid, bestrijding van fraude en corruptie, duurzame financiën, multilateralisme, open en eerlijke handel.

Risico's/negatieve factoren

Ongelijkheid van kansen, vergrijzing van de bevolking, veranderende samenstelling van huishoudens (bijv. eenpersoonshuishoudens), lacunes op het vlak van maatschappelijk welzijn, klimaatverandering en aantasting van het milieu, geopolitieke instabiliteit en bedreigingen van de veiligheid, wereldwijde terugkeer naar economisch protectionisme.

Kernpunten van het beleid

De EU op internationaal niveau: in de Europese consensus inzake ontwikkeling bevordert de EU het beginsel dat niemand achterblijft en verbindt zij zich ertoe maatregelen te nemen om de ongelijkheid van resultaten te verminderen en gelijke kansen voor iedereen te bevorderen. Het handels- en investeringsbeleid van de EU is gericht op het maximaliseren van het potentieel van handelspreferenties, handelsovereenkomsten en investeringsovereenkomsten met het oog op het creëren van banen, het bereiken van een hoog niveau van arbeidsbescherming en het aantrekken van investeringen in partnerlanden, en met name ontwikkelingslanden, en draagt zo bij aan het terugdringen van de ongelijkheid.

Op EU-niveau: Veel van de 20 beginselen van de Europese pijler van sociale rechten betreffen het waarborgen van gelijke kansen voor iedereen, rechtvaardigheid en inclusie op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Deze pijler gaat vergezeld van een sociaal scorebord voor de monitoring van trends en prestaties in de hele EU. Het Europees Semester is een belangrijk uitvoeringsmechanisme van de pijler en het werd verder versterkt om de nadruk te leggen op sociale rechtvaardigheid, ongelijkheden en inclusievere groei. Het cohesiebeleid van de EU bevordert sociale inclusie, de bestrijding van armoede en discriminatie.

Op het niveau van de lidstaten: het belasting- en uitkeringsstelsel van Cyprus is doeltreffender geworden bij de aanpak van inkomensongelijkheid. De herverdelingseffecten ervan zijn bijna verdubbeld sedert de crisis (gedurende 2009-2016). Cyprus heeft bijvoorbeeld in 2014 een regeling voor een gegarandeerd minimuminkomen ingevoerd, die ook helpt om arbeid te stimuleren. Deze regeling lijkt een belangrijk positief effect te hebben op het verminderen van de armoede en ongelijkheid en heeft bijgedragen aan een versterking van het sociale vangnet.

Op regionaal/lokaal niveau: uit een proefproject "Housing First voor gezinnen" van de gemeente Brno in Tsjechië blijkt dat deze gemeente met de partners een voortrekker is in de aanpak van dakloosheid. In het kader van dit project wordt een gemeentelijke woning ter beschikking gesteld en een intensief dossierbeheer voor "Housing first" aangeboden aan 50 Roma- en niet-Romagezinnen, alsook opvangplaatsen of andere vormen van aanpak van dakloosheid. Op basis van het proefproject werd een actieplan ter bestrijding van dakloosheid van gezinnen in Brno voor 2018-2025 vastgesteld.

Op het niveau van de ondernemingen: La Bolsa Social is het eerste "crowdimpacting" equityplatform in Spanje voor beleggers en bedrijven die een positief sociaal effect wensen te creëren. De onderneming brengt investeerders die een dergelijk sociaal effect wensen te creëren samen met ondernemingen om de SDG’s te promoten. La Bolsa Social heeft 10 ondernemingen met een maatschappelijke en milieu-impact met 1,8 miljoen EUR ondersteund. Vijf daarvan waren specifiek gericht op het verlenen van toegang tot informatie, het sociale leven en de openbare ruimte aan mensen met een handicap.

Op het niveau van het maatschappelijk middenveld: het Zweedse project "Brood in Bergslagen" bood cursussen traditioneel brood bakken aan als middel om nieuwe migranten te integreren en hen een beroepsopleiding te verstrekken. In dit project werd de fysieke activiteit als uitgangspunt voor een dialoog gebruikt en begeleidden opgeleide vrijwilligers discussies tussen de deelnemers.

Inclusieve, veilige, robuuste en duurzame steden en dorpen

De Europese Unie vandaag

Momentopname/kwalitatief overzicht

Het zijn in het bijzonder de steden in Europa die worden geconfronteerd met de actuele uitdagingen op economisch, sociaal en milieugebied. Meer dan 70 % van de EU-burgers woont in stedelijk gebied en ongeveer 85 % van het bbp van de EU wordt in steden gegenereerd. De steden en gemeenschappen zijn van essentieel belang voor het welzijn en de levenskwaliteit van de Europeanen omdat zij fungeren als knooppunten voor economische en sociale ontwikkeling en innovatie. Zij trekken veel mensen door het brede scala van mogelijkheden die zij bieden op het vlak van onderwijs, werkgelegenheid, amusement en cultuur. De steden in de EU worden echter ook geconfronteerd met uitdagingen als migratiedruk en sociale uitsluiting, verkeersdrukte, een tekort aan adequate woningen, de aftakeling van de infrastructuur en een stijgende luchtverontreiniging, om maar een paar voorbeelden te noemen. Steden zijn ook bijzonder kwetsbaar voor de effecten van klimaatverandering en natuurrampen. De Commissie, lidstaten en Europese steden spannen zich samen in om de stedelijke dimensie van Europees en nationaal beleid te versterken. Overeenkomstig de Nieuwe Stedenagenda van de VN verstevigt de EU de weerbaarheid van stedelijke gebieden door preventie van rampen en klimaatgerelateerde risico’s en speelt zij op een meer gecoördineerde manier in op de diverse stedelijke uitdagingen. Op internationaal vlak zijn het Europese ontwikkelingsbeleid, het buitenlands en veiligheidsbeleid en het uitbreidings- en het nabuurschapsbeleid gericht op de verbetering van de levensomstandigheden in de steden. In de Europese consensus inzake ontwikkeling wordt de noodzaak benadrukt van aandacht voor steden en lokale overheden als belangrijke actoren voor de verwezenlijking van de SDG’s.

Voornaamste trends

·Het recyclingpercentage van stedelijk afval is tussen 2007 en 2016 in totaal met 11,0 procentpunten verhoogd.

·De kwaliteit van de huisvesting in de EU is in de afgelopen zes jaar verbeterd. Het aandeel van EU-inwoners dat te kampen heeft met fundamentele tekortkomingen in hun huisvestingsomstandigheden daalde met 4,8 procentpunten tussen 2007 en 2017, toen het 13,1 % bedroeg.

·Mensen die in steden wonen, hadden een betere toegang tot het openbaar vervoer; slechts 9,7 % van hen gaf aan grote of zeer grote moeilijkheden te ondervinden, vergeleken met 37,4 % van de bewoners van het platteland.

·Er blijven zeer vervuilde plaatsen bestaan wat luchtverontreiniging betreft, hoewel blootstelling aan luchtverontreiniging door fijnstof met bijna 20 % is gedaald tussen 2010 en 2015.

·De kunstmatige bodembedekking per hoofd van de bevolking is met 6 % gestegen sinds 2009. Aangezien Europa een van de meest verstedelijkte continenten ter wereld is, zijn er verdere inspanningen nodig om een einde te maken aan de achteruitgang van de bodem.

·Lokale en regionale overheden die zijn betrokken bij de actieplannen van het Europees burgemeestersconvenant verwezenlijkten een reductie van 23 % van de broeikasgasemissies en een daling van het eindenergieverbruik met 18 % en streven naar een verhoging van het aandeel van de lokale productie van energie tot 19 % van het energieverbruik tegen 2020.

Mondiale rangschikking

Volgens het mondiale "2018 SDG Index and Dashboards report" (Bertelsmann Stiftung en Sustainable Development Solutions Network) behalen 23 EU-lidstaten een score van meer dan 80 op 100 voor SDG 11. Tien EU-lidstaten staan in de wereldwijde top 20.

De Europese Unie in 2030

De huidige trends in de EU/onder voor het overige gelijke omstandigheden

Het aandeel van de stedelijke bevolking in Europa zal naar verwachting stijgen tot iets meer dan 80 % in 2050. De EU en haar lidstaten werken op alle niveaus van bestuur samen met het maatschappelijk middenveld, bedrijven en onderzoekers om de steeds evoluerende stad voor de samenleving van morgen te creëren. Europese steden zullen attractiepolen blijven voor de burgers, die toenemende mogelijkheden bieden op het vlak van werkgelegenheid, levenskwaliteit en sociale diensten. Om te zorgen voor een goed samenleven, werken Europese steden in overleg met belanghebbenden op alle niveaus samen op gebieden als huisvesting, energie, mobiliteit, water, klimaatactie, uitroeiing van armoede, ongelijkheid, circulaire economie, veerkracht en veiligheid. De Europese steden zullen slimme steden worden, waar de traditionele netwerken en diensten doeltreffender zullen worden dankzij het gebruik van digitale en communicatietechnologieën ten voordele van hun burgers en bedrijven.

Kansen/positieve factoren

Slimme specialisatie, partnerschappen tussen steden, maatschappelijke betrokkenheid en participatiepolitiek (bijv. coöperatief stedelijk bestuur, multistakeholderplatforms), plannen voor duurzame stedelijke mobiliteit, maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap, crowdfunding en andere vormen van innovatieve financiering, digitalisering, kunstmatige intelligentie en nieuwe technologieën, deeleconomie, emissiearm openbaar vervoer, actieve mobiliteit (lopen en fietsen) en bijbehorende infrastructuur, onderzoek en innovatie, emissiearme gebouwen, stadslandbouw, stedelijke groenvoorzieningen.

Risico's/negatieve factoren

Aantasting van het milieu en klimaatverandering, vervuiling, vergrijzing van de bevolking, criminaliteit en bedreigingen van de veiligheid, fraude en corruptie, sociale ongelijkheid, stijgende huizenprijzen.

Kernpunten van het beleid

De EU op internationaal niveau: op het gebied van ontwikkeling volgt de Commissie een nieuwe aanpak: de "samenwerking van de Europese Unie met steden en lokale overheden in derde landen", waarin aandacht wordt besteed aan externe steun van de EU op het gebied van de planning, financiering en het bestuur van steden.

Op EU-niveau: de stedelijke agenda voor de EU is in mei 2016 van start gegaan met het Pact van Amsterdam . Hierin wordt een nieuwe multilevel werkmethode gevolgd voor de bevordering van de samenwerking tussen de lidstaten, de steden, de Commissie en andere belanghebbenden om de groei, leefbaarheid en innovatie in de steden van Europa te stimuleren en sociale uitdagingen te identificeren en aan te pakken. Door de nadruk te leggen op concrete prioriteiten binnen specifieke partnerschappen beoogt de stedelijke agenda voor de EU de levenskwaliteit in stedelijke gebieden te verbeteren.

Op het niveau van de lidstaten: in Ierland neemt de huisvestingsdruk toe, onder meer vanwege de instorting van de woningbouw. In 2016 heeft de Ierse regering haar actieplan inzake huisvesting en dakloosheid "Wederopbouw van Ierland" gelanceerd, dat tot doel heeft het woningaanbod te versnellen met betrekking tot alle soorten huisvesting. Het actieplan berust op vijf grote "pijlers" om specifieke uitdagingen aan te pakken: maatregelen tegen dakloosheid, sociale huisvesting versnellen, meer huizen bouwen, de huursector verbeteren en gebruikmaken van bestaande woningen.

Op regionaal/lokaal niveau: "Global Nachhaltige Kommune" (duurzame gemeenten in de wereld) is een project in de Duitse regio Noordrijn-Westfalen dat 15 lokale overheden, variërend van kleine en middelgrote tot grote steden en het platteland, helpt door middel van een systematische ondersteuning bij de uitwerking van een duurzaamheidsstrategie die gericht is op hun individuele lokale uitdagingen, op basis van het algemeen kader van de SDG’s. Die aanpak is ook gevolgd in andere Duitse regio’s.

Op het niveau van de ondernemingen: LIPOR, een intergemeentelijk afvalbeheersbedrijf van Grande Porto in Portugal, is verantwoordelijk voor het beheer, de terugwinning en de behandeling van stedelijk afval dat is geproduceerd in aangesloten gemeenten. LIPOR heeft geïnvesteerd in de creatie van een avonturenpark op een oude stortplaats na herstel van het milieu en het landschap. Het heeft een speelse ruimte gecreëerd voor recreatie en opleiding.

Op het niveau van het maatschappelijk middenveld: Het Urban Laboratory, een Estse niet-gouvernementele organisatie, houdt zich bezig met de ontwikkeling van duurzame en inclusieve steden. Urban Laboratory adviseert de lokale autoriteiten, waarbij het moderne trends invoert in Estland en de kennis van de bevolking over de leefomgeving verbetert.

Duurzame productie- en consumptiepatronen

De Europese Unie vandaag

Momentopname/kwalitatief overzicht

Duurzame consumptie en productie zijn erop gericht om de ecologische voetafdruk van Europa te verminderen door de manier te veranderen waarop wij goederen produceren, verdelen en consumeren en gebruiken van hulpbronnen. De EU heeft de afgelopen jaren vorderingen gemaakt bij de verwezenlijking van een hulpbronefficiënte, groene en concurrerende koolstofarme economie, maar duurzame consumptie en productie blijven de belangrijkste uitdaging voor de verwezenlijking van de SDG’s in de EU en vereisen aanhoudende inspanningen op alle niveaus. De aanpak van de EU bestaat erin efficiënt hulpbronnengebruik aan te moedigen en de ecologische gevolgen terug te dringen door de transitie naar een circulaire economie waarin de waarde van producten, materialen en hulpbronnen zo lang mogelijk in de economie worden behouden en de productie van afvalstoffen en vervuiling zo beperkt mogelijk blijft. De 54 acties van het EU-actieplan voor de circulaire economie van 2015 bestrijken alle stadia van de product- en de materiaalcyclus (productie, consumptie, afvalbeheer, markt voor secundaire grondstoffen, innovatie en investeringen, monitoring) en 5 prioritaire gebieden (kunststoffen, levensmiddelenafval, kritieke grondstoffen, bouw en sloop, biomassa en producten van biologische oorsprong). Tegen 2018 waren al meer dan 85 % van de acties verwezenlijkt en zijn de overige van start gegaan. In 2017 werd het Europees Stakeholderplatform voor de circulaire economie opgezet om bedrijven, overheidsdiensten en andere belanghebbenden aan te moedigen kennis te delen en goede praktijken onder de aandacht te brengen en in 2016 werd het EU-platform inzake voedselverlies en -verspilling opgericht. In het kader van de stedelijke agenda voor de EU is een specifiek partnerschap opgezet om zich over deze kwestie te buigen. Het partnerschap stelt verscheidene maatregelen voor om de circulaire economie in de steden te integreren. Bovendien ondersteunt de Europese strategie voor de bio-economie, die in 2018 is vernieuwd, de modernisering en versterking van de industriële basis van de EU door middel van de totstandbrenging van nieuwe waardeketens en groenere, meer kosteneffectieve industriële processen. Wat de externe situatie betreft, stimuleert de EU een verantwoord beheer van toeleveringsketens en eerlijke en ethische handel als onderdeel van haar op waarden gebaseerde handelsagenda; met de acties in het kader van het ontwikkelings-, het uitbreidings- en het nabuurschapsbeleid van de EU wordt het belang van duurzame consumptie en productie benadrukt.

Voornaamste trends

·De mate van ontkoppeling van economische groei en het verbruik van natuurlijke hulpbronnen wordt gemeten aan de hand van de productiviteit van hulpbronnen en energie van de EU. Sinds 2001 heeft de EU de productiviteit van haar hulpbronnen met 36,4 % verhoogd (2017) en de energieproductiviteit met 29,2 % (2016), wat betekent dat meer output (in termen van bbp) per eenheid van de gebruikte materialen of energie werd geproduceerd.

·Tussen 2004 en 2016 is de hoeveelheid geproduceerd afval, met uitzondering van groot mineraal afval, in de EU met 6,5 % gedaald. Tussen 2004 en 2014 is het recyclingpercentage in de EU licht gestegen van 53 tot 55 % en is het benuttingspercentage van circulair materiaal, het aandeel van materialen die afkomstig zijn van ingezameld afval, van 8,3 tot 11,7 % verhoogd.

·De economie van de EU is afhankelijk van grondstoffen uit de rest van de wereld. Meer dan 60 % van de totale invoer van de EU bestaat uit grondstoffen.

Mondiale rangschikking

Volgens het mondiale "2018 SDG Index and Dashboards report" (Bertelsmann Stiftung en Sustainable Development Solutions Network) behalen elf EU-lidstaten een score van meer dan 60 op 100 voor SDG 12. Alles samen genomen is dit de op een na laagste SDG-score voor de EU-lidstaten.

De Europese Unie in 2030

De huidige trends in de EU/onder voor het overige gelijke omstandigheden

Europa zal haar aandacht moeten blijven richten op duurzame productie en consumptie in het licht van de druk op grondstofvoorraden en haar relatief beperkte hoeveelheid eigen grondstoffen. Er zal in het bijzonder aandacht moeten worden besteed aan metaalertsen en kritieke grondstoffen, die een hoge waarde hebben en waarvoor Europa bijzonder afhankelijk is van invoer. Er zal ook nadruk moeten worden gelegd op zware en energie-intensieve materialen zoals cement, aluminium, staal en kunststof in het licht van hun potentieel voor het verminderen van de broeikasgasemissies. Ook moet aandacht worden besteed aan sectoren waarin het gebruik van hulpbronnen een bijzonder groot effect heeft op het milieu (bijv. wat waterverbruik, vervuiling, luchtkwaliteit en nutriënten betreft), zoals voedselsystemen en textiel. Dankzij de herziene afvalwetgeving en het EU-actieplan inzake voedselverspilling zal de EU jaarlijks de productie van voedselafval verminderen om bij te dragen aan de verwezenlijking van de wereldwijde doelstelling om de voedselverspilling tegen 2030 te halveren. De afvalwetgeving zal de recyclingpercentages opdrijven tot het wettelijk bindende niveau van 60 % tegen 2030, met hogere percentages voor veel verpakkingsmaterialen. Er zal aandacht moeten worden besteed aan het verhogen van de kwaliteit van recycling en niet alleen de kwantiteit, aan de vermindering van het gebruik van hulpbronnen en de productie van afval door middel van beter productontwerp, en aan systematische benaderingen die zijn opgevat om producten en materialen in gebruik te houden en die aldus zorgen voor een meerwaarde in de economie. De hoeveelheid gerecycleerd materiaal dat nieuwe producten - en met name kunststof producten - bevatten, zal moeten verhogen.

Kansen/positieve factoren

Gedragsverandering, maatschappelijke betrokkenheid, maatschappelijke druk voor duurzame productieketens, partnerschappen en participatiepolitiek, onderwijs, maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap, crowdfunding en andere vormen van innovatieve financiering, anticiperend beleid voor een rechtvaardige transitie, kunstmatige intelligentie, nieuwe technologieën, onderzoek en innovatie, deeleconomie en circulaire economie, bio-economie, digitalisering, duurzame financiering, hervormde belastingen (bijv. belastingheffing op hulpbronnen en vervuiling), groene aanbesteding, slimme steden, internet der dingen, open en eerlijke handel.

Risico's/negatieve factoren

Traditionele/conservatieve consumptie- en productiepatronen, weerstand bij de sectoren/regio’s die hun traditionele economische activiteiten verliezen, langzame verandering van het regelgevingskader, gebrek aan financiële prikkels.

Kernpunten van het beleid

De EU op internationaal niveau: op internationaal niveau is een van de initiatieven van de EU het vlaggenschipinitiatief "SWITCH To Green", dat regeringen en belanghebbenden uit de EU en partnerlanden samenbrengt en is gericht op de vaststelling van duurzame consumptie- en productiepraktijken door de private sector.

Op EU-niveau: in 2018 zijn nieuwe EU-voorschriften inzake afval vastgesteld met als doelstelling dat alle lidstaten tegen 2030 60 % van het stedelijk afval en 70 % van het verpakkingsafval hergebruiken of recyclen en tegen 2035 stortafval verminderen tot minder dan 10 %. Voor het eerst verplichten nieuwe voorschriften inzake afval de lidstaten om specifieke programma’s voor de preventie van voedselverspilling vast te stellen en de niveaus van voedselverspilling te verminderen, te monitoren en er verslag over uit te brengen.

Op het niveau van de lidstaten: bij een recent wetgevend voorstel in Zweden worden een verlaging van de btw op reparaties en belastingverminderingen voor de arbeidskosten van reparaties vastgesteld. Deze maatregel zal leiden tot een vermindering van de kosten die de consumenten moeten betalen voor repareren van apparaten en hen aanmoedigen deze te laten repareren in plaats van nieuwe te kopen.

Op regionaal/lokaal niveau: met behulp van EU-middelen heeft Ljubljana een geïntegreerd afvalsysteem ontwikkeld dat 37 gemeenten dekt en een regionaal centrum voor afvalbeheer omvat. Sinds de toetreding tot de EU heeft de Sloveense hoofdstad gescheiden inzameling en recycling versterkt en de hoeveelheid afval dat op stortplaatsen terechtkomt met 59 % verminderd. Er is ook geïnvesteerd in preventie en hergebruik. Ljubljana produceert nu per hoofd van de bevolking 41 % minder afval dan het Europese gemiddelde en heeft besloten af te zien van de aanvankelijk geplande bouw van twee nieuwe verbrandingsinstallaties.

Op het niveau van de ondernemingen: Umicore heeft zichzelf in 20 jaar van een Belgisch non-ferromijnbouwbedrijf omgevormd tot een wereldwijde groep die zich bezighoudt met materiaaltechnologie en recycling, met 10 000 werknemers en een omzet van 10,4 miljard EUR en investeringen in België, Bulgarije, Nederland en Frankrijk. De onderneming past een model van circulaire economie toe bij het terugwinnen van waardevolle metalen en kritieke grondstoffen uit afval van elektrische en elektronische apparatuur.

Op het niveau van het maatschappelijk middenveld: samen met haar leden verstrekte de Europese federatie van voedselbanken in 2017 aan 44 700 eerstelijnsliefdadigheidsorganisaties 4,1 miljoen maaltijden per dag voor 8,1 miljoen mensen. Dit geschiedt in nauwe samenwerking met exploitanten van levensmiddelenbedrijven, met de bedoeling levensmiddelen te benutten die anders verloren zouden gaan en deze ter beschikking te stellen van degenen die ze nodig hebben.

Dringende maatregelen tegen klimaatverandering en de gevolgen daarvan

De Europese Unie vandaag

Momentopname/kwalitatief overzicht

Klimaatverandering is een van de grootste wereldwijde uitdagingen van onze generatie. Om de klimaatverandering te bestrijden, moeten wereldwijd maatregelen worden genomen om de broeikasgasemissies te verminderen. De EU heeft het voortouw genomen bij de internationale inspanningen voor een wereldwijde klimaatovereenkomst. De internationale gemeenschap, en met name de EU, heeft zich ertoe verbonden de stijging van de wereldwijde temperatuur te beperken tot ruim onder 2 °C ten opzichte van het pre-industriële tijdperk, waarbij ernaar wordt gestreefd de temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C. Deze doelstellingen, die berusten op wetenschappelijk onderzoek in het kader van de Intergouvernementele werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC), zijn vastgelegd in de Overeenkomst van Parijs. De EU heeft zich ertoe verbonden haar broeikasgasemissies tegen 2020 met 20 % te verminderen en tegen 2030 met ten minste 40 % (ten opzichte van 1990). De EU is goed op weg om haar emissiereductiestreefcijfer voor 2020 te halen en beschikt over de nodige wetgeving om haar streefcijfer voor 2030 te bereiken, waaronder een ambitieuze wetgeving op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie. Sedert 2013 worden in het kader van de EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering acties ondersteund om de EU klimaatbestendiger te maken. Maar de EU moet verder gaan om de Overeenkomst van Parijs na te komen en haar afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, die nog steeds sterk worden gesubsidieerd, aanzienlijk te verminderen. In november 2018 heeft de Commissie haar strategische visie op langere termijn voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie tegen 2050 gepresenteerd. Zij beklemtoont hierin dat alle sectoren en beleidsmaatregelen moeten bijdragen aan de verwezenlijking van deze transitie. Op internationaal niveau worden de klimaatdoelstellingen actief opgenomen in het buitenlands en veiligheidsbeleid, het ontwikkelingsbeleid en het uitbreidings- en het nabuurschapsbeleid van de EU. De bestrijding van de klimaatverandering is ook opgenomen in de hoofdstukken inzake handel en duurzame ontwikkeling van de nieuwe generatie handels- en investeringsovereenkomsten van de EU en maakt ook een integrerend deel uit van de standpunten van de EU op de G20, een belangrijk forum van de grote wereldeconomieën.

Voornaamste trends

·De EU blijft erin slagen haar economische groei los te koppelen van de broeikasgasemissies: in de periode 1990-2017 is het gezamenlijke bruto binnenlands product van de EU met 58 % gestegen, terwijl de broeikasgasemissies in totaal met 22 % zijn gedaald in vergelijking met het niveau van 1990. Op het niveau van de lidstaten bestaan er sinds 1990 grote verschillen in de tendensen in de broeikasgasemissies, waarbij sommige lidstaten de emissies met bijna 60 % verminderd hebben, terwijl een paar lidstaten de emissies verhoogd hebben.

·De broeikasgasintensiteit van het energieverbruik - d.i. de hoeveelheid emissies per eenheid verbruikte energie - is tussen 2000 en 2016 met 12,1 % gedaald.

·De EU beoogt haar energie-efficiëntiestreefcijfer van 2020 van 20 % te bereiken. Tussen 2005 en 2016 is het primaire energieverbruik van de EU met 9,9 % en het eindenergieverbruik met 7,1 % gedaald. In de periode 1980-2016 waren de met het weer en het klimaat samenhangende verliezen voor de lidstaten goed voor in totaal 410 miljard EUR (prijzen van 2016).

·De subsidies voor fossiele brandstoffen blijven hoog. In de EU werd naar schatting tussen 2014 en 2016 jaarlijks ongeveer 112 miljard EUR toegekend voor de productie en het gebruik van fossiele brandstoffen.

·De EU heeft een algemeen streefdoel van 20 % klimaatgerelateerde uitgaven in de huidige Europese meerjarenbegroting voor de periode 2014-2020 en heeft voorgesteld dit streefdoel te verhogen tot minstens 25 % in de periode 2021-2027.

·Tussen 2013 en 2018 is het aantal lidstaten met een nationale strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering gestegen van 15 tot 25 en in de overige lidstaten wordt hieraan gewerkt. In 2018 had naar schatting 26 % van alle steden in de EU en 40 % van de steden met meer dan 150 000 inwoners lokale aanpassingsplannen. 

·De EU en haar lidstaten zijn de grootste verstrekkers van klimaatfinanciering ter wereld: in 2017 hebben de EU, de Europese Investeringsbank en de lidstaten 20,4 miljard EUR verstrekt om ontwikkelingslanden te helpen bij de aanpak van en de aanpassing aan de klimaatverandering, wat meer dan het dubbele is van het bedrag van 2013. Dit komt neer op ongeveer de helft van het wereldwijde totaal.

Mondiale rangschikking

Volgens het mondiale "2018 SDG Index and Dashboards report" (Bertelsmann Stiftung en Sustainable Development Solutions Network) behalen 22 EU-lidstaten een score van meer dan 80 op 100 voor SDG 13. Vijf EU-lidstaten staan in de wereldwijde top 20.

De Europese Unie in 2030

De huidige trends in de EU/onder voor het overige gelijke omstandigheden

De EU blijft vastbesloten om het voortouw te nemen in de strijd tegen de klimaatverandering en zal tegen 2030 haar doelstelling bereiken om haar broeikasgasemissies met ten minste 40 % te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. De Commissie heeft in het najaar van 2018 een voorstel voor een Europese strategische visie voor de lange termijn in overeenstemming met de Overeenkomst van Parijs voorgesteld, dat verscheidene manieren bevat waarop de broeikasgasemissies in de EU tegen 2050 tot nul kunnen worden herleid. De Commissie heeft hierbij een omvattende visie voorgesteld om de Europese economie moderner, concurrerender en veerkrachtiger en ook sociaal rechtvaardiger te maken voor alle Europeanen, waarbij niemand aan zijn lot wordt overgelaten. De EU zal haar toonaangevende rol op het gebied van klimaatactie moeten blijven spelen en al de grootste vervuilende landen ter wereld tot een toenemende mondiale ambitie voor na 2030 moeten blijven aanzetten. In dit verband zal een verdere versterking van een ambitieuze mondiale respons op de gevolgen van de klimaatverandering prioritair blijven. Rampenrisicovermindering en aanpassing aan en beperking van de klimaatverandering zullen ook hoog op de agenda blijven staan. De EU zal blijven samenwerken op internationale fora, zoals de Internationale burgerluchtvaartorganisatie en de Internationale maritieme organisatie. 

Kansen/positieve factoren

Schone energie en emissiearme en -vrije mobiliteit, circulaire, koolstofarme economie, bio-economie en duurzame productieketens, gedragsverandering, participatiepolitiek, anticiperende beleidsmaatregelen voor een rechtvaardige transitie, maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap, innovatieve en duurzame financiering, publiek-private partnerschappen, groene overheidsopdrachten, hervormde belastingen (bijv. belastingheffing op het gebruik van hulpbronnen en vervuiling), onderwijs, groene digitalisering, kunstmatige intelligentie en nieuwe technologieën, onderzoek en innovatie, veerkrachtige samenlevingen, multilateralisme, gebruik van ecologische goederen en diensten.

Risico's/negatieve factoren

Onvoldoende publieke en private investeringen, geopolitieke instabiliteit en bedreigingen van de veiligheid, wereldwijde terugkeer naar economisch protectionisme, sociale ongelijkheden, toenemend energieverbruik en schadelijke gevolgen voor het milieu toe te schrijven aan de digitalisering, aanhoudende vernietiging van ecosystemen en biodiversiteit, langzame veranderingen in het regelgevingskader.

Kernpunten van het beleid

De EU op internationaal niveau: het wereldwijd bondgenootschap tegen klimaatverandering van de EU (GCCA+) streeft naar een versterking van de politieke dialoog en ondersteuning van de inspanningen van de ontwikkelingslanden om de klimaatverandering aan te pakken.

Op EU-niveau: de lokale overheden zijn belangrijke aanjagers van de strijd tegen de klimaatverandering op het bestuursniveau dat het dichtst bij de burger staat. Het Europees burgemeestersconvenant voor klimaat en energie verenigt duizenden lokale overheden die zich vrijwillig inzetten voor de uitvoering van de klimaat- en energiedoelstellingen van de EU. Het heeft ook aanzienlijk bijgedragen aan de bewustmaking op lokaal niveau van de noodzaak om zich voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering, waarbij lokale actie voor aanpassing en veerkracht een cruciale rol spelen bij de bescherming van de mensen en hun eigendommen.

Op het niveau van de lidstaten: Frankrijk heeft gemeenten met meer dan 20 000 inwoners (die goed zijn voor 90 % van de Franse bevolking) verplicht lokale klimaatplannen aan te nemen, die hoofdstukken moeten bevatten met betrekking tot de beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering. In 2018 heeft ongeveer 75 % van de Franse gemeenten lokale beperkingsplannen en ongeveer 55 % lokale aanpassingsplannen ontwikkeld. Deze aantallen zijn 2 tot 5 maal hoger dan in landen waar dergelijke nationale regelgeving niet bestaat.

Op regionaal/lokaal niveau: een geothermische centrale in Prelog, Kroatië, zal gebruik kunnen maken van de volledige energie-inhoud van geothermische pekel: de warmte van het thermisch water en de energie in gassen in de watervoerende laag, zoals in het water opgelost methaan, maken deze energie bijna 100 % broeikasgasemissievrij. Dit project kan als blauwdruk dienen voor een duurzamere exploitatie van de geothermische hulpbronnen en kan in Europa en wereldwijd herhaald worden.

Op het niveau van de ondernemingen: Hydrogen Breakthrough Ironmaking Technology (HYBRIT) is een initiatief dat in 2016 werd gelanceerd door drie grote Zweedse ondernemingen. Dit project beoogt een zo goed als broeikasgasemissievrij productieproces van ijzer op te zetten, waarbij de zuurstof uit het ijzererts wordt verwijderd door middel van waterstofgas in plaats van cokes (steenkool).

Op het niveau van het maatschappelijk middenveld: het Europees Solidariteitskorps is een initiatief van de EU in het kader waarvan tegen 2020 meer dan 40 miljoen EUR kan worden besteed aan het creëren van mogelijkheden voor op de gemeenschap gericht vrijwilligerswerk voor jongeren op het gebied van milieu en klimaatactie. Een voorbeeld hiervan is het project "Vänö Vänner" in Finland, dat jonge Italianen in staat heeft gesteld bij te dragen aan duurzaamheid en milieuvriendelijke oplossingen met betrekking tot culturele landschapsvorming in de Archipel van Turku en aldus bij te dragen aan een positieve klimaatactie.

Behoud en duurzaam gebruik van oceanen, zeeën en mariene rijkdommen met het oog op duurzame ontwikkeling

De Europese Unie vandaag

Momentopname/kwalitatief overzicht

23 van de 28 EU-lidstaten hebben een kust. De kust van de EU is zeven maal zo lang als die van de Verenigde Staten en vier keer zo lang als die van Rusland. Als ook de ultraperifere regio's worden meegerekend, heeft de EU het grootste zeeterritorium ter wereld. De EU en haar buurlanden delen vier belangrijke mariene regio’s: de Oostzee, de Middellandse Zee, de Zwarte Zee en de noordoostelijke Atlantische Oceaan, waarvoor verstoring van de habitats, overbevissing, vervuiling en verzuring enkele van de belangrijkste factoren zijn die hun milieutoestand beïnvloeden. Volgens de metingen is de kwaliteit van de zwemwateren langs de Europese kusten zeer goed, maar biologische en chemische verontreinigende stoffen van menselijke activiteiten en zwerfvuil op zee blijven een ernstige bedreiging voor de mariene ecosystemen van Europa: begin 2018 bevond slechts 40 tot 58 % van de kustwateren van de EU zich in een goede chemische toestand. Het milieubeleid van de EU, met inbegrip van zijn vlaggenschip de kaderrichtlijn mariene strategie, en het geïntegreerd maritiem beleid van de EU bieden een kader voor een holistische benadering van deze problemen. Er worden nieuwe EU-regels voorgesteld die gericht zijn op de 10 kunststof producten voor eenmalig gebruik die het vaakst op de Europese stranden worden gevonden en op verloren en achtergelaten vistuig, samen goed voor 70 % van alle zwerfvuil op zee. De nieuwe regels zullen Europa vooraan plaatsen met betrekking tot deze problematiek met wereldwijde gevolgen. De EU steunt het behoud van kust- en mariene gebieden in de hele wereld. Bij de EU- agenda voor internationale oceaangovernance voor de toekomst van onze oceanen is een overkoepelend kader vastgesteld voor het versterken van de internationale oceaangovernance om ervoor te zorgen dat de oceanen veilig, beveiligd en schoon zijn en op wettige en duurzame wijze worden gebruikt. Bovendien bevatten de handels- en investeringsovereenkomsten van de EU specifieke bepalingen over duurzaam beheer en behoud van natuurlijke hulpbronnen, zoals mariene biodiversiteit en visserij. Het aardobservatieprogramma Copernicus van de EU biedt ook producten voor de monitoring van de oceanen met het oog op de verbetering van de waterkwaliteit.

Voornaamste trends

·Tussen 2012 en eind 2016 is de oppervlakte van beschermde mariene gebieden in Europa bijna verdubbeld (van 6 naar 10,8 % van de zeeoppervlakte van de EU) en zij blijft vooral dankzij het mariene Natura 2000-netwerk van de EU toenemen. In 2016 hebben drie Europese regio’s (de Oostzee, de Middellandse Zee en de Zwarte Zee) de 10 % Aichi-doelstelling inzake biologische diversiteit overschreden en het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan kwam erg dicht bij het streefcijfer (9,9 %).

·Volgens de laatst beschikbare beoordeling is de staat van instandhouding van de grote meerderheid van de afzonderlijke mariene habitats en soorten ongunstig. Sinds 1988 is er een voortdurende en alarmerende toename van de zuurtegraad van de oceanen. Sinds 2008 zijn aanzienlijke vorderingen gemaakt bij de vaststelling, monitoring en beoordeling van de goede milieutoestand van het mariene milieu, een voorwaarde voor het meten van de vorderingen bij de verwezenlijking van schone en gezonde oceanen en zeeën.

·De duurzaamheid van de visserij in de noordoostelijke Atlantische Oceaan, waarvan 75 % van de vangst van de EU afkomstig is, is verbeterd. Het aantal commercieel belangrijke visbestanden die worden bevist op duurzame niveaus is gestegen van 34 % in 2007 tot 60 % in 2015. De visserij in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee heeft niet dezelfde vooruitgang geboekt op weg naar duurzaamheid. In de Middellandse Zee is meer dan 80 % van de bestanden overbevist.

·In de EU is de omvang van de blauwe economie 2,5 maal zo groot als de gezamenlijke omvang van de luchtvaart- en defensie-industrie. Zij genereert een omzet van 566 miljard EUR per jaar (7,2 % meer dan in 2009) en biedt werk aan 3,5 miljoen personen (5 % meer dan in 2014), een stijging van respectievelijk 7,2 % en 2 % ten opzichte van 2009. In verscheidene EU-lidstaten is de blauwe economie sneller gegroeid dan de nationale economie. Het VK, Spanje, Italië, Frankrijk en Griekenland hebben de grootste Europese blauwe economieën.

Mondiale rangschikking

Volgens het mondiale "2018 SDG Index and Dashboards report" (Bertelsmann Stiftung en Sustainable Development Solutions Network) behalen vier EU-lidstaten een score van meer dan 60 op 100 voor SDG 14. Vijf EU-lidstaten staan in de wereldwijde top 20. Alles samen genomen is dit de laagste SDG-score voor de EU-lidstaten, met grote verschillen tussen de lidstaten.

De Europese Unie in 2030

De huidige trends in de EU/onder voor het overige gelijke omstandigheden

De EU zal de internationale oceaangovernance actief blijven vormgeven op alle relevante internationale fora en op bilateraal niveau met belangrijke mondiale partners, aangezien ongeveer 60 % van de oceanen buiten de jurisdictie van de nationale staten vallen. Er zijn bijkomende inspanningen nodig op het vlak van sector- en grensoverschrijdende samenwerking, met name op regionaal niveau, om bestaande en opkomende uitdagingen aan te pakken. Het tempo zal toenemen met de uitrol van het Decennium van Oceaanwetenschappen 2021-2030 van de VN, waarin de EU actief betrokken is. De EU zal blijven ijveren voor de oprichting van beschermde gebieden en een doeltreffend en wetenschappelijk beheer ervan. Er zijn bijkomende inspanningen nodig om te komen tot een duurzame visserij, in het bijzonder in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. Verontreiniging van de zee door onder meer kunststof en nutriënten uit de landbouw en geluidshinder zullen een probleem blijven. Wellicht komt na verloop van tijd minder nieuw kunststofafval in de oceanen terecht, maar het afval dat zich reeds in de oceaan bevindt, zal negatieve gevolgen blijven veroorzaken. Er is een versterkt optreden vereist om lozingen van scheepsafval en andere vormen van verontreiniging, met name verontreiniging door nutriënten en geluidshinder, te verminderen. De blauwe economie in Europa zal blijven bloeien. Geschat wordt dat tegen 2030 de mondiale blauwe economie zou kunnen verdubbelen. Dit zou 10,8 miljoen banen en een omzet van meer dan 1 biljoen EUR betekenen voor Europa. Alle wateren van de EU zullen tegen 2021 onder op het ecosysteem gebaseerde maritieme ruimtelijke plannen vallen.

Kansen/positieve factoren

Internationale en regionale oceaangovernance, gedragsverandering, maatschappelijke betrokkenheid en participatiepolitiek, big data, aardobservatie, kunstmatige intelligentie, onderwatertechnologieën en nieuwe technologieën (zoals moleculaire wetenschap), onderzoek en innovatie, maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap, crowdfunding en andere vormen van innovatieve financiering, duurzame financiering, publiek-private partnerschappen, groene overheidsopdrachten, hervormde belastingen (bijv. belastingheffing op het gebruik van hulpbronnen en vervuiling), internet der dingen, onderwijs, digitalisering, deeleconomie en circulaire, koolstofarme economie.

Risico's/negatieve factoren

Aantasting van het milieu en klimaatverandering, verontreiniging, onverantwoord toerisme, overbevissing, illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij, sociale ongelijkheden.

Kernpunten van het beleid

De EU op internationaal niveau: de "All Atlantic Ocean Research Alliance" (alliantie voor onderzoek in de volledige Atlantische Oceaan), die in 2017 van start ging, is een samenwerkingsverband van de EU, Brazilië en Zuid-Afrika dat erop is gericht de wetenschappelijke kennis te verdiepen van de mariene ecosystemen en onderlinge relaties met oceanen, klimaatverandering en voedsel.

Samenwerking tussen de lidstaten: de EU, haar lidstaten en haar partners werken aan een reeks concrete maatregelen om tegen 2020 een gezond en productief marien milieu te verwezenlijken voor de Oostzee, de noordoostelijke Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee op basis van monitoring en beoordeling. Daarnaast bevordert de EU aanvullende ambitieuze regionale initiatieven op het gebied van specifieke uitdagingen, zoals de verbintenis van 2017 om de NOx-emissies door schepen die actief zijn in de Oostzee met 80 % te verminderen om het probleem van eutrofiëring in de regio te bestrijden.

Op het niveau van de lidstaten: Frankrijk heeft onlangs nieuwe beschermde mariene gebieden aangewezen. Het grootste mariene Natura 2000-gebied, genaamd "Mers Celtiques — Talus du golfe de Gascogne", dat zich uitstrekt over 62 320 km², zal met name bescherming bieden aan rifhabitats en mobiele mariene soorten, de bruinvis en de tuimelaar.

Op regionaal/lokaal niveau en op het niveau van de onderneming: het project "Clean Archipelago" is een publiek-privaat multistakeholderpartnerschap dat wordt beheerd door de regio Toscane in Italië in samenwerking met het Italiaans ministerie van Milieu, Unicoop Firenze en andere verenigingen. Het ging in april 2018 van start, in samenwerking met tien vaartuigen van een coöperatieve vereniging van vissers. Het project streeft ernaar om de zee van zwerfvuil te ontdoen. Dit partnerschap heeft als doel financiële prikkels te bieden aan vissers om opgeviste plastics te verzamelen en deze naar de verzamelpunten in de havens te brengen. De opgeviste plastics zullen dan worden gerecycleerd.

Op het niveau van het maatschappelijk middenveld: "Fish Forward", een project dat wordt geleid door WWF Oostenrijk, verzamelt 17 partners die samenwerken met consumenten, de bedrijfssector en overheidsinstellingen ter ondersteuning van maatschappelijk verantwoorde en "klimaatslimme" productie en consumptie van visserijproducten. Dit zorgt voor een verantwoord beheer van de visserij en traceerbaarheid die bijdragen aan een duurzaam gebruik van oceanen en mariene hulpbronnen.

Bescherming, herstel en duurzaam gebruik van ecosystemen, duurzaam bosbeheer, bestrijding van woestijnvorming, bodemdegradatie en biodiversiteitsverlies

De Europese Unie vandaag

Momentopname/kwalitatief overzicht

Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt bij de versterking van de beleidskaders en de kennisbasis dankzij de EU-natuurwetgeving en de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2020. Na eeuwen van ontbossing en aantasting zijn de Europese bossen in zoverre hersteld dat zij vandaag meer dan 40 % van het grondgebied van de EU beslaan, maar hun staat van instandhouding moet worden verbeterd. De natuurlijke hulpbronnen vormen de ecologische grenzen van onze sociaal-economische stelsels ("planetaire grenzen"). Recente verslagen van het Intergouvernementeel platform voor wetenschap en beleid inzake biodiversiteit en ecosysteemdiensten tonen duidelijk de aanhoudende en verwoestende effecten van zowel landdegradatie als verlies aan biodiversiteit op de menselijke samenlevingen. Ondanks de geboekte vooruitgang blijft de druk op het Europese en het mondiale natuurlijke kapitaal ten gevolge van onze productie- en consumptiepatronen hoog en zal deze wellicht blijven toenemen. De overschrijding van de planetaire grenzen dreigt de stijging van de levensstandaard te ondermijnen of zelfs om te buigen in een daling. Op internationaal niveau werkt de EU hieraan door middel van haar externe beleidsagenda. Zij steunt actief multilaterale milieuovereenkomsten, moedigt beleidswijzigingen aan in partnerlanden, bevordert maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap en integreert het milieubeleid in alle acties.

Voornaamste trends

·Er is een toename van het aantal gebieden dat wordt beschermd in het kader van het Natura 2000-netwerk en van de voor deze gebieden genomen instandhoudingsmaatregelen (over bijna 70 % hiervan is ondertussen verslag uitgebracht) (2018). In 2017 heeft de EU meer dan 790 000 km2 aan habitats op het land, die 18,2 % van het landoppervlak van de EU vertegenwoordigen, beschermd. Slovenië (37,9 %), Kroatië (36,6 %) en Bulgarije (34,5 %) behoren tot de lidstaten met het hoogste percentage aan beschermde gebieden.

·Uit het verslag over de toestand van de natuur in de EU blijkt, met betrekking tot de staat van instandhouding van soorten en habitats van Europees belang, dat vele soorten en habitats zich niet in een gunstige staat van instandhouding bevinden. In de hele EU was de staat van instandhouding van slechts 23 % van de beoordeelde soorten en 16 % van de beoordeelde habitats in 2012 "gunstig", terwijl slechts 52 % van de vogelsoorten zich in een veilige staat van instandhouding bevonden. Meer algemeen is uit de tussentijdse evaluatie van de biodiversiteitsstrategie voor 2020 gebleken dat het verlies van biodiversiteit en de achteruitgang van ecosysteemdiensten in de EU zich heeft voortgezet.

·In 2015 was 41,9 % van het totale landoppervlak van de EU bebost. Het aandeel van de bossen in het totale landoppervlak van de EU is licht gestegen, met 2,6 %, tussen 2009 en 2015. 

·In het verslag over de toestand van de natuur 2015 (Europees Milieuagentschap) wordt gewezen op de slechte toestand van de bodem in Europa. De inspanningen om bodemerosie door water aan te pakken en te verkleinen, hebben enkele positieve resultaten opgeleverd: als ook rekening wordt gehouden met de mogelijke gevolgen van de maatregelen die worden genomen uit hoofde van het gemeenschappelijk landbouwbeleid op bodemerosie, namen de gebieden in de EU waarvan wordt vermoed dat zij door ernstige bodemerosie door water worden bedreigd, tussen 2000 en 2012 met 14 % af. Ondanks de inspanningen om bodemafdekking te beperken, is de omzetting van land in kunstmatige oppervlakken in de EU in de loop der jaren versneld en was de toename van 2012 tot 2015 ongeveer 6 % hoger dan van 2009 tor 2012. Bovendien is 45 % van de landbouwoppervlakte in de EU arm aan organische stoffen (wat de vruchtbaarheid van de bodem en de biodiversiteit beïnvloedt).

Mondiale rangschikking

Volgens het mondiale "2018 SDG Index and Dashboards report" (Bertelsmann Stiftung en Sustainable Development Solutions Network) behalen 19 EU-lidstaten een score van meer dan 70 op 100 voor SDG 15. 14 EU-lidstaten staan in de wereldwijde top 20.

De Europese Unie in 2030

De huidige trends in de EU/onder voor het overige gelijke omstandigheden

Uit huidige mondiale en Europese beoordelingen blijkt dat het verlies aan biodiversiteit, landdegradatie en achteruitgang van de ecosystemen aanhoudende trends zijn, wat negatieve gevolgen heeft voor de ecosysteemdiensten (voedsel, water, grondstoffen, energie enz.) en waardoor de economische output en het welzijn van Europa in gevaar komen. De inspanningen voor de uitvoering van de natuurwetgeving van de EU moeten aanzienlijk worden verhoogd om ervoor te zorgen dat de EU tegen 2030 de staat van instandhouding van soorten en habitats van EU-belang, die worden beschermd in het kader van de regelgeving met betrekking tot de vogels en de habitats, aanzienlijk heeft verbeterd. De snelheid van het herstel van de biodiversiteit van de bossen moet ook worden opgevoerd. De EU zal een sleutelrol moeten spelen op de 15e Conferentie van de partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit in Beijing, China, van eind 2020, waar naar verwachting het nieuwe mondiale biodiversiteitskader voor de periode na 2020 zal worden vastgesteld om wereldwijd biodiversiteitsverlies af te wenden.

Kansen/positieve factoren

Gedragsverandering, maatschappelijke betrokkenheid en participatiepolitiek, maatschappelijke druk voor duurzame productieketens (agro-ecologie, biologische landbouw), maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap, crowdfunding en andere vormen van innovatieve financiering, duurzame financiering, publiek-private partnerschappen, groene overheidsopdrachten, bredere toepassing van op de natuur gebaseerde oplossingen, hervormde belastingen (bijv. belastingheffing op het gebruik van hulpbronnen en vervuiling), onderwijs, kunstmatige intelligentie en nieuwe technologieën, onderzoek en innovatie, deeleconomie en circulaire, koolstofarme economie, veerkrachtige samenlevingen, multilateralisme, open en eerlijke handel, duurzaam toerisme.

Risico's/negatieve factoren

Aantasting van het milieu en klimaatverandering, sceptische houding tegenover het milieu en daaruit volgende beleidsomslag, kortetermijndenken, weerstand tegen veranderingen in het voedselproductiesysteem, geringe openbare en particuliere investeringen, geopolitieke instabiliteit en bedreigingen van de veiligheid, sociale ongelijkheden.

Kernpunten van het beleid

Op EU-niveau: in 2017 heeft de EU een actieplan voor de natuur, de mensen en de economie vastgesteld. Het plan beoogt een versnelling van de uitvoering van het EU-recht en de vooruitgang in de richting van de EU 2020-doelstelling om het verlies van biodiversiteit en ecosysteemdiensten tot staan te brengen en om te buigen en om beter rekening te houden met sociaal-economische doelstellingen. Dit actieplan werd aangevuld met een initiatief om de daling van het aantal bestuivers in de EU aan te pakken en een bijdrage te leveren aan de wereldwijde inspanningen voor hun instandhouding.

Op het niveau van de lidstaten: er werd een nieuw Frans Agentschap voor biodiversiteit opgericht uit hoofde van de recente Franse wet "voor het herstel van de biodiversiteit, natuur en landschappen". Het biodiversiteitsplan van 4 juli 2018, waarin het belang wordt benadrukt van een gezamenlijke aanpak van de uitdagingen op het gebied van milieu en biodiversiteit, bevat nieuwe doelstellingen inzake het bereiken van een toestand zonder nettoruimtebeslag, groene stedelijke gebieden, agro-ecologie en bodembescherming, alsook maatregelen betreffende betaling voor milieudiensten, bestuivers en het herstel van ecosystemen.

Op regionaal/lokaal niveau: in Duitsland verhoogde Baden-Württemberg in tien jaar de financiering voor natuurbehoud van 30 miljoen EUR tot 90 miljoen EUR. De aanwijzing van nationale parken en het herstel van ecosystemen bieden voordelen voor landbouwers en de economie, met inbegrip van start-ups die inpakpapier vervaardigen met grondstoffen die afkomstig zijn uit biodiverse graslanden, en voor de sector van het natuurtoerisme.

Op het niveau van de ondernemingen: 59 Oostenrijkse landbouwers, SPAR en het WWF zijn een sterke alliantie aangegaan in het project "gezonde bodem voor gezond voedsel". Door de verkoop van de geproduceerde groenten te waarborgen en betaling aan de landbouwers van een premie van 30 EUR per ton in de bodem opgeslagen CO2 stimuleert SPAR duurzame bodembeheerpraktijken. Er worden bodemmonsters gebruikt om toe te zien op de doeltreffendheid van het project.

Op het niveau van het maatschappelijk middenveld: de Griekse ornithologische vereniging, WWF Griekenland, de Bulgaarse vereniging voor vogelbescherming en de Royal Society for the Protection of Birds hebben hun krachten gebundeld om de achteruitgang van de aasgierenpopulatie in de Balkan tot staan te brengen. Zij hebben hun grensoverschrijdende aanpak uitgebreid tot andere landen die langs de vliegroute van deze soort zijn gesitueerd.

Vreedzame, inclusieve samenlevingen voor duurzame ontwikkeling, toegang tot rechtspraak voor iedereen en effectieve, verantwoordingsplichtige en inclusieve instellingen op alle niveaus

De Europese Unie vandaag

Momentopname/kwalitatief overzicht

De EU is een van de meest succesvolle projecten voor vrede in de wereld. Onder aansturing van de Europese verdragen, voor het eerst ondertekend in 1957, kan de UE terugkijken op 60 jaar vrede, democratie en solidariteit. In 2012 kreeg de EU de Nobelprijs voor de vrede voor het bevorderen van vrede, verzoening, democratie en mensenrechten in Europa. De bevordering en de eerbiediging van de rechtsstaat en de fundamentele waarden van de EU zijn een topprioriteit voor de EU, zowel intern als in haar externe betrekkingen. Doeltreffende rechtsstelsels spelen in dit verband een cruciale rol. Zij zorgen ervoor dat de burgers hun rechten ten volle kunnen uitoefenen en dat bedrijven kunnen profiteren van rechtszekerheid en een gunstig investeringsklimaat in de eengemaakte markt. De EU moedigt de lidstaten aan de onafhankelijkheid, kwaliteit en efficiëntie van hun rechtsstelsels te verhogen, onder meer door doeltreffende monitoring via het Europees Semester en het EU-scorebord voor justitie. Meer in het algemeen zorgt de Commissie voor de naleving van de beginselen van de rechtsstaat en de andere fundamentele waarden van de EU met alle middelen en instrumenten die haar ter beschikking staan. Een van de uitdagingen voor de Europese samenlevingen is corruptie, want deze doet afbreuk aan het vertrouwen in de democratische instellingen en het gezag van de politieke leiders. De Commissie is politiek bevoegd om toezicht te houden op de corruptiebestrijding en om een alomvattend anticorruptiebeleid voor de EU uit te voeren. Wat de externe situatie betreft, draagt de EU bij aan de internationale vrede en helpt zij de partnerlanden bij het aanpakken van delicate situaties, het oprichten van verantwoordingsplichtige en transparante instellingen, het stimuleren van participerende besluitvorming en het waarborgen van inclusieve en geloofwaardige verkiezingsprocessen aan de hand van haar buitenlands en veiligheidsbeleid. Mensenrechten, gendergelijkheid, inclusie en non-discriminatie staan centraal in de Europese consensus inzake ontwikkeling. Door middel van haar uitbreidings- en nabuurschapsbeleid draagt zij verder bij aan vrede en stabiliteit. In het bijzonder werkt de EU actief aan de bevordering van de rechtsstaat, de hervorming van justitie, de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad, veiligheid, grondrechten en democratische instellingen in de kandidaat-lidstaten en helpt zij hen bij de verwezenlijking hiervan.

Voornaamste trends

·Het beeld dat mensen hebben van misdaad, geweld of vandalisme is verbeterd: in 2016 vond 13,0 % van de Europese bevolking dat zij gevolgen ondervonden van deze problematiek, 2,9 procentpunt minder dan in 2007.

·Het EU-scorebord voor justitie van 2018 laat zien dat ten opzichte van 2010 de doeltreffendheid van de rechtsstelsels in bijna alle lidstaten, met zeer weinig uitzonderingen, is verbeterd of stabiel is gebleven. De civiele en handelsrechtelijke procedures blijven in verscheidene lidstaten echter nog zeer lang.

·In de periode 2007-2016 zijn de algemene overheidsuitgaven van de EU voor rechtspleging met meer dan 11 % gestegen tot iets meer dan 50 miljard EUR in 2016. Deze groei was iets lager dan die van het bbp.

·In 2018 beoordeelde 56 % van de inwoners van de EU de onafhankelijkheid van de rechtbanken en de rechters in hun land als "zeer goed" of "vrij goed", wat een toename van vier procentpunten is in vergelijking met 2016.

·Volgens de corruptieperceptie-index van Transparency International behoorden de EU-lidstaten in 2017 nog steeds tot de minst corrupte landen ter wereld en vormden zij de helft van de mondiale top 20 van minst corrupte landen.

·De situatie op het gebied van de rechtsstaat in een aantal lidstaten geeft aanleiding tot bezorgdheid, die door een reeks van maatregelen op EU-niveau wordt aangepakt.

Mondiale rangschikking

Volgens het mondiale "2018 SDG Index and Dashboards report" (Bertelsmann Stiftung en Sustainable Development Solutions Network) behalen 19 EU-lidstaten een score van meer dan 70 op 100 voor SDG 16. Negen EU-lidstaten staan in de wereldwijde top 20.

De Europese Unie in 2030

De huidige trends in de EU/onder voor het overige gelijke omstandigheden

De vrede in de EU blijft voortduren. Door middel van haar uitbreidings- en nabuurschapsbeleid draagt de EU verder bij tot vrede en stabiliteit. Bij de kandidaat-lidstaten bevordert zij actief de rechtsstaat, de hervorming van justitie, de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad, veiligheid, grondrechten en democratische instellingen en helpt hen ook bij de verwezenlijking hiervan. De buitenlandse betrekkingen en het ontwikkelingsbeleid van de EU dragen ook bij aan vrede elders in de wereld. De EU blijft voorts de rechtsstaat binnen haar eigen lidstaten bevorderen en handhaven. Er moet meer worden gedaan om de doeltreffendheid, kwaliteit en onafhankelijkheid van de nationale rechtsstelsels in bepaalde lidstaten te verhogen. Op internationaal niveau is er in een aantal landen een trend in de richting van autoritaire systemen van bestuur. De bevordering van de democratie, mensenrechten en de rechtsstaat zal derhalve een topprioriteit blijven voor de EU, zowel intern als in het kader van haar externe betrekkingen. De EU zal blijven werken aan de verbetering van de toegang tot de rechter, de bestrijding van fraude en misdaad en het aanpakken van evoluerende bedreigingen van de veiligheid door een verdere versterking van de samenwerking en uitwisseling van informatie tussen politiële en wetshandhavingsautoriteiten van de EU-lidstaten en zal internationale samenwerking op dit gebied bevorderen.

Kansen/positieve factoren

Culturele waarden met eerbiediging van de grondrechten, maatschappelijke betrokkenheid en participatiepolitiek, maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap, onderwijs, digitalisering, kunstmatige intelligentie en nieuwe technologieën, onderzoek en innovatie, veerkrachtige infrastructuur en samenlevingen, multilateralisme, open en eerlijke handel, ontwikkelingshulp.

Risico's/negatieve factoren

Geopolitieke instabiliteit en bedreigingen van de veiligheid, klimaatverandering en aantasting van het milieu, migratie en gedwongen ontheemding, wereldwijde terugkeer naar economisch protectionisme, gebrek aan internationale samenwerking, bedreigingen voor de rechtsstaat, populisme, sociale ongelijkheden.

Kernpunten van het beleid

De EU op internationaal niveau: de EU-regels betreffende conflictmineralen van 2017 leggen verplichtingen vast inzake passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen voor EU-importeurs van tin, tantaal, wolfraam en goud, om ervoor te zorgen dat zij op verantwoorde wijze worden betrokken, zonder dat zij direct of indirect gewapende conflicten financieren of leiden tot schendingen van de mensenrechten in conflict- en hoogrisicogebieden.

Op EU-niveau: in 2017 werd het Europees Openbaar Ministerie opgericht als een onafhankelijk Europees openbaar ministerie dat bevoegd is strafbare feiten die de financiële belangen van de EU schaden, te onderzoeken en te vervolgen. Na een opbouwfase van drie jaar zal het Europees Openbaar Ministerie naar verwachting zijn functies opnemen voor het einde van 2020. Dit zal een duidelijke verbetering betekenen voor de bestrijding van fraude, corruptie en andere misdrijven tegen de EU-begroting.

Op het niveau van de lidstaten: de Franse wet over de waakzaamheidsplicht van 2017 maakt bedrijven verantwoordelijk om maatregelen uit te voeren waarmee zij ervoor zorgen dat hun dochterondernemingen, leveranciers en onderaannemers overal ter wereld goede praktijken op sociaal, ethisch en milieuvlak naleven. Deze wet heeft als doel bedrijven bewust te maken van hun rol om tragedies te voorkomen in Frankrijk en in het buitenland en ervoor te zorgen dat slachtoffers vergoed worden als ze schade lijden door een schending van de nieuwe verplichting van de bedrijven om waakzaamheidsplannen uit te voeren. De wet is van toepassing op bedrijven met meer dan 5 000 werknemers die in Frankrijk zijn gevestigd en op bedrijven met meer dan 10 000 werknemers die in het buitenland zijn gevestigd.

Op het niveau van de ondernemingen: in 2011 behoorde de Deense containerrederij Maersk Line tot de oprichters van het maritieme anticorruptienetwerk. Dit sectoroverschrijdende partnerschap bestaande uit ondernemingen, eigenaren van vaartuigen, eigenaren van vracht en dienstverleners werkt samen met de voornaamste belanghebbenden, zoals regeringen en internationale organisaties, om de oorzaken van corruptie in de maritieme industrie op te sporen en te beperken.

Op het niveau van het maatschappelijk middenveld: In Slowakije bevordert de regering de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld en niet-gouvernementele organisaties in de totstandbrenging, uitvoering en controle van overheidsbeleid op verschillende terreinen. In het kader van het milieubeleid is een "groene tripartiete" opgezet om de suggesties en opmerkingen van niet-gouvernementele actoren in het proces van beleidsvorming en uitvoering van het beleid in goede banen te leiden.

Betere uitvoering van en een nieuwe impuls voor het mondiale partnerschap voor duurzame ontwikkeling

De Europese Unie vandaag

Momentopname/kwalitatief overzicht

De SDG’s vormen een transversale dimensie bij de uitvoering van de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU, waarin een visie voor een geïntegreerde inzet van de EU in de wereld wordt uiteengezet. De Europese consensus inzake ontwikkeling biedt het kader voor een gemeenschappelijke aanpak van het ontwikkelingsbeleid van de EU en de lidstaten op basis van de SDG’s. Steunend op het beginsel van samenhang in het ontwikkelingsbeleid wil de EU tot een zo groot mogelijke coherentie komen en synergieën creëren tussen haar verschillende beleidsterreinen om partnerlanden te ondersteunen bij het bereiken van de SDG’s. De EU is momenteel 's werelds grootste donor van officiële ontwikkelingshulp. De afgelopen tien jaar is er een verschuiving geweest van het evenwicht in de rolverdeling, van de donor-ontvangerverhouding naar een meer gelijkwaardig partnerschap. Het uitbreidingsbeleid van de EU en het herziene Europese nabuurschapsbeleid is toegespitst op politieke en economische basiselementen, waaronder de rechtsstaat, mensenrechten, democratie en duurzame economische groei en ontwikkeling, volledig in overeenstemming met de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties. De humanitaire inzet van de EU impliceert een nauwe samenwerking met een groot aantal internationale humanitaire en ontwikkelingsorganisaties van de VN en van het maatschappelijk middenveld in een streven naar menselijke waardigheid. Het op waarden gebaseerde handels- en investeringsbeleid van de EU, zoals uiteengezet in de strategie "handel voor iedereen", omvat de verscheidene SDG’s en integreert de uitvoering van duurzame ontwikkeling in al haar dimensies. De EU blijft een vastberaden pleitbezorger van een universeel, op regels gebaseerd, open, niet-discriminerend en eerlijk multilateraal handelsstelsel, geschraagd door de Wereldhandelsorganisatie (WTO), en werkt actief aan het behoud en de versterking van de WTO in al haar functies. De EU werkt ook nauw samen met andere internationale organisaties, zoals het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten (OHCHR), de Internationale arbeidsorganisatie (IAO) en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) ter bevordering van de mensenrechten, maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap en sociale en milieudoelstellingen in haar handelsbeleid. Binnen de G20 bevordert de EU actief de uitvoering van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties en de SDG’s. De EU versterkt haar eigen fiscale en economische governance via het Europees Semester voor beleidscoördinatie en draagt aldus bij aan de mondiale macro-economische stabiliteit. Via haar agenda voor betere regelgeving draagt de Commissie bij aan een betere samenhang van het beleid. 

Voornaamste trends

·De EU is ’s werelds grootste verstrekker van officiële ontwikkelingshulp: zij verstrekte 75,7 miljard EUR in 2017. Daarnaast was de verhouding van de totale officiële ontwikkelingshulp/bruto nationaal inkomen (bni) voor de EU met 0,5 % in 2017 aanzienlijk hoger dan voor de meeste andere OESO-donoren zoals Canada, Japan of de Verenigde Staten. Zweden, Denemarken, Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk hebben het streefdoel bereikt om 0,7 % van hun bni aan officiële ontwikkelingshulp te besteden (2017).

·De handelsbetrekkingen met ontwikkelingslanden zijn intensiever geworden. De uitvoer kan binnenlandse werkgelegenheid creëren en ontwikkelingslanden in de gelegenheid stellen buitenlandse valuta te verkrijgen, die kunnen worden gebruikt voor de invoer van andere noodzakelijke goederen. Van 2002 tot 2017 is de EU-invoer uit ontwikkelingslanden meer dan verdubbeld.

·Het aandeel van de invoer uit de minst ontwikkelde landen steeg tussen 2002 en 2017. Toch zijn in totaal bijna 50 minst ontwikkelde landen nog steeds slechts goed voor 2,0 % van alle invoer in de EU in 2017. De afgelopen jaren versterkte de EU haar rol als de belangrijkste exportmarkt voor de minst ontwikkelde landen: haar aandeel van uitvoer van de minst ontwikkelde landen in de wereldwijde uitvoer van goederen steeg van 20,5 % in 2012 tot bijna 25 % in 2016, gevolgd door China (21 %) en de Verenigde Staten (8,2 %).

·Het is cruciaal om ontwikkelingslanden te ondersteunen bij het stimuleren van hun binnenlandse middelen. De EU-aanpak voor begrotingssteun aan partnerlanden is aangepast om de SDG’s beter te bevorderen, de resultaatgerichtheid van het beleid van de landen te versterken en capaciteitsopbouw te verstrekken door een adequatere ondersteuning van beter bestuur en beter beheer van de overheidsfinanciën, met inbegrip van anticorruptiemaatregelen.

·De verschuiving van de belastingdruk van arbeid naar het milieu kan de werkgelegenheid bevorderen, ongelijkheden verminderen en de druk op het milieu te beperken. Het aandeel van milieubelastingen in de totale belastinginkomsten in de EU is nagenoeg ongewijzigd gebleven (6,8 % in 2002 en 6,1 % in 2017).

Mondiale rangschikking

Volgens het mondiale "2018 SDG Index and Dashboards report" (Bertelsmann Stiftung en Sustainable Development Solutions Network) behalen zes EU-lidstaten een score van meer dan 70 op 100 voor SDG 17. Drie EU-lidstaten staan in de wereldwijde top 20.

De Europese Unie in 2030

De huidige trends in de EU/onder voor het overige gelijke omstandigheden

De uitdagingen waarmee Europa en de wereld worden geconfronteerd, zullen complexer zijn, met elkaar samenhangen en meer mondiaal zijn dan ooit tevoren. Mondiale partnerschappen inzake armoedebestrijding en alle andere SDG’s zullen onontbeerlijk zijn. Op internationaal niveau zal de EU zich dan ook blijven inzetten voor het behoud en de versterking van de op multilaterale regels gebaseerde internationale orde, met een centrale rol voor de Verenigde Naties. Dit is een noodzakelijke voorwaarde om te zorgen voor de uitvoeringsmiddelen. De EU zal haar op waarden gebaseerde handelsbeleid blijven gebruiken om duurzame ontwikkeling met inbegrip van maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap te bevorderen en zal de Wereldhandelsorganisatie krachtig blijven ondersteunen. Om bijvoorbeeld betere resultaten te boeken door het werk zo efficiënt mogelijk te verdelen, zullen de EU en haar lidstaten gebruikmaken van gezamenlijke programmering en gezamenlijke uitvoering om op doeltreffende wijze de partnerschappen voor ontwikkelingssamenwerking uit te voeren. Dit betekent dat zij samen moeten bepalen welke donor in welke sector moet optreden. De instellingen en de lidstaten van de EU zullen bovendien hun inspanning blijven opvoeren voor de uitvoering van de actieagenda van Addis Abeba, die het algemeen kader vormt voor de financiering van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en waarin de rol van wetenschap, technologie en innovatie wordt onderstreept. Horizon Europa, het volgende onderzoeks- en innovatieprogramma van de EU (2021-2027), benadrukt de centrale rol van internationale wetenschappelijke samenwerking voor de verwezenlijking van de SDG’s. De EU is goed geplaatst wat de meeste verbintenissen inzake ontwikkelingsfinanciering in 2030 betreft. Binnen de EU zullen de partnerschappen voor duurzame ontwikkeling ook worden bevorderd.

Kansen/positieve factoren

Maatschappelijke betrokkenheid en participatiepolitiek, maatschappelijk verantwoord ondernemen/verantwoord ondernemerschap, betere regelgeving, onderwijs, digitalisering, kunstmatige intelligentie, nieuwe technologieën, onderzoek en innovatie, doeltreffende technologieoverdracht en delen van kennis, aardobservatie, onderwijs, vrijwilligerswerk, crowdfunding en andere vormen van innovatieve financiering, duurzame financiering, publiek-private partnerschappen, multilateralisme, open en eerlijke handel, ontwikkelingshulp.

Risico's/negatieve factoren

Geopolitieke instabiliteit en bedreigingen van de veiligheid, economisch protectionisme, gebrek aan internationale samenwerking, ondermijning van de bestaande multilaterale instellingen.

Kernpunten van het beleid

De EU op internationaal niveau: de EU bouwt samen met andere partners van de G20 en internationale organisaties aan het Compact with Africa (pact met Afrika) van de G20, dat erop is gericht investeringen in de deelnemende Afrikaanse landen te stimuleren. De EU zal ook steun verlenen aan trilaterale samenwerking, die bestaat uit partnerschappen die zijn opgezet tussen twee of meer ontwikkelingslanden op initiatief van het Zuiden en die worden ondersteund door een ontwikkeld land of een multilaterale organisatie, en die een belangrijk instrument is om ontwikkelingslanden en andere belanghebbenden te bereiken.

Op EU-niveau: In het Europees plan voor externe investeringen en het daarbij behorende Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling wordt de EU-begroting naar voor geschoven als een waarborg om investeringen in Afrika en de nabuurschapsregio vrij te maken en te stimuleren. De nadruk wordt er gelegd op kwetsbare landen die worden getroffen door conflicten en geweld, niet aan zee grenzende landen en de minst ontwikkelde landen die dergelijke ondersteuning het hardst nodig hebben. Deze strategie is erop gericht particuliere investeringen vrij te maken en aanvullende investeringen van 44 miljard EUR te mobiliseren tegen 2020.

Op het niveau van de lidstaten: "The Finland We Want by 2050 — Society’s Commitment to Sustainable Development" is een innovatieve manier om de gehele samenleving te betrekken bij de verwezenlijking van de SDG’s. Om de acht doelstellingen in verband met deze visie voor 2050 te bereiken, worden operationele toezeggingen opgezet met administratieve sectoren en andere maatschappelijke actoren, zoals ondernemingen, gemeenten, organisaties, onderwijsinstellingen en lokale actoren. De toezeggingen moeten nieuw en meetbaar zijn.

Op regionaal/lokaal niveau: Letse lokale overheden en niet-gouvernementele organisaties zijn actief betrokken bij projecten voor ontwikkelingssamenwerking met landen van het Oostelijk Partnerschap en Centraal-Aziatische landen, zoals Moldavië, Georgië, Oekraïne, Kirgizië en andere. De Letse Vereniging van lokale en regionale overheden heeft langdurige ondersteuning van deskundigen geboden met betrekking tot begrotingsplanning van partnerlanden, onderhandelingen door de overheid, burgerbetrokkenheid bij de besluitvorming en bevordering van het bedrijfsleven.

Op het niveau van de ondernemingen: Unilever, een transnationaal consumptiegoederenbedrijf, heeft sterk gepleit voor de SDG’s sinds de goedkeuring van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties en de CEO van dit bedrijf zetelt in de groep van pleitbezorgers van de mondiale doelstellingen van de secretaris-generaal van de VN. Unilever is medeoprichter van de Business & Sustainable Development Commission in 2016, die heeft geleid tot de presentatie in 2017 van het spraakmakend verslag "Better Business Better World" over de businesscase voor actie op het gebied van de SDG’s.

Op het niveau van het maatschappelijk middenveld: de Italiaanse "Alliantie voor duurzame ontwikkeling" (ASviS) beoogt de bewustwording te verhogen en de Italiaanse samenleving, de economische actoren en instellingen bewust te maken van het belang van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties . Deze alliantie brengt meer dan 180 van de belangrijkste maatschappelijke instellingen en netwerken, universiteiten en bedrijven samen.



Bijlage III Samenvatting van de bijdrage van het SDG-multistakeholderplatform aan de discussienota "Naar een duurzaam Europa in 2030"

Brief van de leden van het platform

Brussel, 11 oktober 2018

Aan de huidige en toekomstige leiders van de Europese Commissie en andere EU-instellingen,

Aan alle spelers die aanzienlijk belang hebben bij een duurzame levensstijl van de mensen en in de ecologische, sociale en economische bestuursontwikkeling van Europa,

Aan de bevolking en de kiezers in Europa,

Via dit nieuwe platform en met ons verslag willen wij een krachtig signaal geven aan de leiders, actoren en mensen binnen en buiten de Europese Unie: het is meer dan ooit tijd om een visionaire en ambitieuze strategie voor een duurzaam Europa in 2030 te ontwikkelen en uit te voeren.

Het is belangrijk op te merken dat van geen van de leden van het platform verwacht wordt dat zij hun goedkeuring hechten aan elke aanbeveling of elk standpunt dat is uiteengezet in dit verslag en dat elkeen het recht heeft om een ander standpunt in te nemen over de onderwerpen die erin worden behandeld.

In korte tijd hebben wij echter getracht voort te bouwen op onze verschillende achtergrond en standpunten en deze te eerbiedigen met het doel dezelfde kant op te gaan naar een beter, duurzaam Europa.

Door middel van sterke gemeenschappelijke waarden, structurele beleidsverbeteringen en voorstellen betreffende innovatieve maatregelen funderen wij onze aanbevelingen op de ervaring en inspanningen van duizenden mannen en vrouwen in de openbare sector, het maatschappelijk middenveld en de privésector. Zij hebben de gemeenschappelijke ambitie om de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling om te zetten in praktische oplossingen voor het welzijn van de burgers en de bescherming van ons milieu voor de huidige en toekomstige generaties.

In ons verslag worden verschillende perspectieven naar voren geschoven en worden enkele moeilijke afwegingen gemaakt tussen de ecologische, economische, sociale en bestuurlijke aspecten van duurzame ontwikkeling, waarvan wij voor sommige tot een akkoord zijn kunnen komen, terwijl andere verder moeten worden verduidelijkt en via consensus moeten worden opgelost.

Wij zijn ervan overtuigd dat het vertrouwen en de betrokkenheid van de bevolking en de leiders in een permanente transformatie van Europa zijn vruchten zal afwerpen. Hiervoor is een open en eerlijke cultuur van dialoog en partnerschap op alle niveaus vereist, waarbij elke partner medeontwerper kan worden van een Europa dat zich om elkeen bekommert en dat ieders belangen dient, en erop kan vertrouwen dat de anderen dit ook zullen doen. Hiertoe is ook een allesomvattende strategie voor een duurzaam Europa vereist, die fungeert als leidraad voor alle Europese beleidsterreinen en programma’s en onze individuele en collectieve kwaliteiten zal versterken om duurzame veiligheid, welvaart en waardigheid voor iedereen te bewerkstelligen.

Wij zijn trots op het werk dat tot dusver is verricht, maar beseffen tegelijkertijd dat dringend veel meer moet worden gedaan. Daarom wensen wij dat de dialoog betreffende duurzaamheid en de samenwerking binnen dit platform - zowel tussen de belanghebbenden als met de EU-instellingen - snel zal verbeteren en groeien.



Samenvatting "Europa op weg naar een duurzame toekomst"
Bijdrage van het SDG-multistakeholderplatform aan de discussienota "Naar een duurzaam Europa in 2030", oktober 2018

Het multistakeholderplatform met het oog op de verwezenlijking van de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen in de Europese Unie - het "SDG multistakeholderplatform van de EU" - werd in mei 2017 opgericht om steun en advies te geven aan de Europese Commissie en aan alle belanghebbenden die zijn betrokken bij de uitvoering van de SDG’s op EU-niveau.

Gedreven door sterke gemeenschappelijke waarden hebben wij, als vertegenwoordigers van de openbare sector, het maatschappelijk middenveld en de privésector, er met zorg naar gestreefd om weloverwogen aanbevelingen te doen over de wijze waarop de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen kunnen worden omgezet in praktische oplossingen voor het welzijn van onze huidige en toekomstige generaties in de EU en daarbuiten. Onze aanbevelingen hebben als doel de discussienota van de Commissie "Naar een duurzaam Europa in 2030" te inspireren en richting te geven.

Gezien de ambitieuze agenda en het universele en ondeelbare karakter van de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen kunnen geen eenvoudige oplossingen worden voorgestaan. Voor de verwezenlijking van de SDG’s is het nodig een algemeen onderzoek uit te voeren, na te gaan op welke gebieden veranderingen nodig zijn, samenhangende beleidsmaatregelen te ontwikkelen die bijkomende duurzame voordelen opleveren op sociaal, economisch, bestuurlijk en ecologisch vlak en die de onderlinge verbanden tussen alle doelstellingen en streefcijfers erkennen en hierop inspelen. Onze aanbevelingen leveren een ambitieuze en op consensus gebaseerde bijdrage aan deze doelstelling.

Wij bevelen aan dat de EU als prioritaire maatregel een overkoepelende, visionaire en hervormende strategie voor een duurzaam Europa 2030 ontwikkelt en uitvoert die dient als leidraad voor alle beleidsterreinen en programma’s van de EU. Om doeltreffend te zijn, moet deze strategie zowel tussentijdse als langetermijndoelstellingen bevatten en de visie van de EU voor een duurzaam Europa na de Agenda voor 2030 schetsen.

Bij de uitvoering van de Agenda 2030 moeten de Europese Commissie en alle andere belanghebbenden essentiële beginselen eerbiedigen, voldoen aan de bestaande verplichtingen in het kader van internationale overeenkomsten, zich inzetten voor een hervorming van ons sociaal en economisch model, voorrang geven aan dringende acties gericht op de armsten en meest kansarmen in de samenleving ("niemand blijft achter") en deze versneld uitvoeren, de planetaire grenzen erkennen, de mensenrechten en de rechtsstaat eerbiedigen en zorgen voor beleidscoherentie voor duurzame ontwikkeling.

Wij doen ook een aantal horizontale aanbevelingen. Wij adviseren de EU haar bestuurlijk systeem opnieuw uit te vinden om een coherente aanpak van duurzame ontwikkeling te waarborgen. De Commissievoorzitter, bijgestaan door een speciaal projectteam, moet verantwoordelijk zijn voor de Agenda 2030 en moet zorgen voor doeltreffende coördinatie en verslag uitbrengen over de uitvoering ervan tijdens de jaarlijkse toespraak over de Staat van de Europese Unie. De regio’s, steden, burgers, gemeenschappen, bedrijven en het maatschappelijk middenveld in al zijn verscheidenheid zullen ook actie moeten ondernemen om de SDG’s en de Overeenkomst van Parijs uit te voeren. De EU moet pleiten voor een territoriale aanpak voor de verwezenlijking van de SDG’s en een wederzijdse dialoog toelaten in het kader waarvan Europese en nationale strategieën regionale en lokale autoriteiten alsook het maatschappelijk middenveld en beroepsorganisaties samenbrengen in een op multilevel en multi-stakeholdergovernance gebaseerde aanpak. Wij zijn ook bereid om de merites van dit platform na te gaan, zowel wat zijn samenstelling als zijn opdracht betreft, en te bespreken hoe het in de toekomst het best kan bijdragen aan ons voorstel voor een inclusieve, participatieve en transparante strategie voor een duurzaam Europa 2030. Ten slotte moeten bijkomende inspanningen worden geleverd om te zorgen voor beleidscoherentie voor duurzame ontwikkeling, wat betekent dat alle onderdelen van het EU-beleid moeten bijdragen aan duurzame ontwikkeling binnen of buiten Europa.

Wij hebben ook een aantal specifieke aanbevelingen over de wijze waarop het bestaande instrumentarium van de EU kan worden versterkt. De agenda voor betere regelgeving zou krachtiger kunnen worden door de volledige integratie van de doelstellingen en de beginselen van duurzame ontwikkeling in de beleidsvorming. De beleidsmakers van de EU moeten beter gebruikmaken van de richtsnoeren voor effectbeoordeling en deze verder verbeteren met het oog op de integratie van duurzame ontwikkeling. Er moet een coördinatiecyclus betreffende een duurzaam Europa worden opgezet, met actieplannen voor duurzame ontwikkeling van de EU en verslagen en aanbevelingen van de lidstaten en van de Europese Commissie over duurzame ontwikkeling. Het proces van het Europees Semester moet worden aangestuurd door de strategie voor een duurzaam Europa 2030 en moet een duurzaamheidscontrole omvatten. De Europese overheidsfinanciën, met inbegrip van het meerjarig financieel kader, moeten volledig duurzaam worden en de bepaling van de ecologische, sociale en bestuurlijke risico’s moet in financiële regelgeving worden verankerd. Er moeten op het niveau van de lidstaten duurzame budgettaire hervormingen worden doorgevoerd, de ontwijking van vennootschapsbelasting en fiscale dumping moeten worden aangepakt en de actieagenda van Addis Abeba moet volledig worden uitgevoerd. Om toekomstige beleidsmakers te informeren, moet de EU verder werken aan de ontwikkeling van een geïntegreerd en participatief kader voor monitoring, verantwoordingsplicht en evaluatie, met een uitgebreide reeks indicatoren voor de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de EU en een kwalitatieve analyse.

Wij doen ook sectorspecifieke aanbevelingen. Duurzaamheid moet op coherente wijze in alle beleidsmaatregelen en -initiatieven van de EU worden geïntegreerd. In dit document hebben wij vijf beleidsterreinen van de EU vastgesteld die een essentiële rol spelen bij de verwezenlijking van de SDG’s:

1)    Duurzame consumptie en productie moeten verder worden bevorderd, gestimuleerd en gereglementeerd, met bijzondere aandacht voor de mondiale toeleveringsketens. Er zijn ook juridische, beleids- en financieringsmaatregelen nodig die deze transitie stimuleren. De voetafdruk van de EU moet worden verkleind, een overeenkomst betreffende middelenbeheer moet worden vastgesteld en op verbruik gebaseerde indicatoren moeten worden ontwikkeld. Duurzaamheid moet deel uitmaken van de Europa 2030-Strategie voor de industrie.

2)    De EU moet investeren in onderzoek en innovatie, mensen en menselijke talenten, inzetbaarheid op de arbeidsmarkt en sociale inclusie. De Europese pijler van sociale rechten moet volledig worden uitgevoerd. De sociale en solidaire economie moet worden bevorderd, investeringen in gezondheid en welzijn moeten worden uitgebreid en duurzaamheid moet een interdisciplinaire wetenschap worden. Er moet kwaliteitsvol onderwijs worden gewaarborgd, steun aan kinderen en jongeren moet prioriteit krijgen en er moet een regelgevend kader worden ingevoerd om te zorgen voor veilige routes voor asielzoekers en migranten. Tegelijk moeten het integratie- en het inclusiebeleid worden verstevigd.

3)    Klimaat- en energiebeleid. De EU moet haar klimaat- en energiedoelstellingen afstemmen op de overeengekomen doelstelling om de wereldwijde temperatuurstijging tot 1,5 graden te beperken ten opzichte van het pre-industriële niveau en tegelijk de weerbaarheid te vergroten. Fossiele brandstoffen moeten geleidelijk worden afgeschaft, investeringen in energie-efficiëntie en schone energie moeten worden verhoogd en de toepassing van op de natuur gebaseerde oplossingen moet worden gestimuleerd. Het fileprobleem moet worden aangepakt en duurzame infrastructuur en uitgebreide mobiliteitsplannen moeten worden aangemoedigd. De EU moet ook ontwikkelingslanden ondersteunen bij hun aanpassing aan en weerbaarheid tegen klimaatverandering.

4)    Voeding, landbouw en landgebruik, met inbegrip van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. De EU moet ervoor zorgen dat alle EU-investeringen in de landbouw zijn afgestemd op het EU-Verdrag om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid, de voedselzekerheid en de bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu te waarborgen. Inkomenssteun van de overheid moet ondersteuning bieden aan de voedselproductie, de levering van collectieve goederen en ecosysteemdiensten en tegelijkertijd een levensstandaard voor de agrarische gemeenschap waarborgen en de transitie naar duurzame landbouw en voedselsystemen mogelijk maken. Investeringen en onderzoek naar milieuvriendelijke en economisch levensvatbare praktijken moeten voorrang krijgen en mondiale waardeketens moeten duurzaam worden gemaakt.

5)    Het cohesiebeleid is een belangrijk investeringsinstrument van de EU ter ondersteuning van de uitvoering van de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen. Het moet de aanpassing van de doelstellingen aan de plaatselijke situatie versterken door directe steun te verlenen aan subnationale overheden, door de stedelijke agenda voor de EU te ondersteunen, sociale doelstellingen verder aan te moedigen en investeringen in een groenere en duurzamere infrastructuur, ook in landelijke gebieden, effectiever te bevorderen.

Omdat dringend tot actie moet worden overgegaan, vragen wij de Commissie nadrukkelijk snel en tijdig gevolg te geven aan onze aanbevelingen zodat Europa ten volle en snel de voordelen van duurzame ontwikkeling voor onze samenlevingen kan omarmen. De uitvoering van onze voorschriften impliceert dat een inclusieve en participatieve aanpak vereist is en wij verlenen hiertoe onze volledige steun. Ons uiteindelijke doel is ervoor te zorgen dat duurzame ontwikkeling een permanent onderdeel wordt van de Europese beleidsvorming.

De volledige bijdrage van het SDG-multistakeholderplatform aan de discussienota "Naar een duurzaam Europa in 2030" is beschikbaar op  https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/sdg_multi-stakeholder_platform_input_to_reflection_paper_sustainable_europe2.pdf  

(1)

 De mondiale rangschikking in deze bijlage is gebaseerd op het verslag " 2018 SDG Index and Dashboards report " opgesteld door het Sustainable Development Solutions Network (SDSN) en de Bertelsmann Stiftung en de trends in de EU berusten op de editie 2018 van het verslag " Sustainable development in the European Union: Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context - 2018 edition " van Eurostat. 

(2)

 Eurostat (2018), "Sustainable development in the European Union: Monitoring report on progress towards the SDGs in an EU context - 2018 edition".

Top