EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52021DC0252

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S over de totaalaanpak voor onderzoek en innovatie De strategie van Europa voor internationale samenwerking in een veranderende wereld

COM/2021/252 final

Brussel, 18.5.2021

COM(2021) 252 final

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EMPTY

over de totaalaanpak voor onderzoek en innovatie














De strategie van Europa voor internationale samenwerking in een veranderende wereld


De totaalaanpak voor onderzoek en innovatie 
De strategie van Europa voor internationale samenwerking in een veranderende wereld

1.    Inleiding

Voor het welzijn van burgers en toekomstige generaties is het essentieel de onderzoekers en innovators van deze wereld te mobiliseren. Om innovatieve oplossingen voor het realiseren van een rechtvaardige groene en digitale transitie overeenkomstig de duurzameontwikkelingsdoelstellingen 1 te kunnen ontwikkelen en om de veerkracht, de welvaart, het concurrentievermogen en het maatschappelijk en economisch welzijn van Europa te bevorderen, moeten wij grensoverschrijdend samenwerken op een schaal die ongekend is.

Omwille van haar beleid en programma’s is de EU een belangrijke katalysator van de internationalisering op het gebied van onderzoek en innovatie 2 . Wederzijdse openheid, een vrije uitwisseling van ideeën en het gezamenlijk bedenken van oplossingen zijn onmisbaar in de zoektocht naar en de vooruitgang van fundamentele kennis en vormen cruciale bestanddelen van een krachtig innovatie-ecosysteem.

De voor het optreden van de EU kenmerkende openheid bij samenwerking voltrekt zich echter in een getransformeerde mondiale omgeving. Andere belangrijke wetenschappelijke grootmachten geven nu, als percentage van het bruto binnenlands product, meer uit aan wetenschap dan de EU, er is sprake van oplopende geopolitieke spanningen, en mensenrechten en fundamentele waarden, zoals academische vrijheid, staan onder druk. Sommige landen streven in toenemende mate naar technologisch leiderschap langs de weg van discriminerende maatregelen en gebruiken onderzoek en innovatie als middel voor mondiale invloed en sociale controle. De welvaart en het concurrentievermogen van de EU moeten worden versterkt, alsook haar vermogen om eigenstandig veilige en beveiligde essentiële technologieën en diensten te verwerven en haar burgers daarvan te voorzien.

Als reactie op de huidige mondiale trends moet de EU het goede voorbeeld geven door een op regels gebaseerd multilateralisme te bevorderen 3 , wederzijdse openheid bij samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie na te streven, om het makkelijker te maken mondiaal te reageren op mondiale uitdagingen, en door goede praktijken uit te wisselen. De EU moet haar doelstellingen inzake open strategische autonomie 4 kracht bijzetten door tegelijkertijd op bepaalde terreinen de bilaterale samenwerking met landen buiten de EU te moduleren.

Met deze mededeling presenteert de Commissie dus een nieuwe strategie die:

oeen herbevestiging is van de toezegging van de EU om het goede voorbeeld te geven bij het in stand houden van de openheid rond internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie, en tegelijkertijd een gelijk speelveld en een op fundamentele waarden gebaseerde wederkerigheid te bevorderen;

ode voortrekkersrol van de EU versterkt wat betreft het ondersteunen van multilaterale onderzoeks- en innovatiepartnerschappen voor het realiseren van nieuwe oplossingen voor uitdagingen op het vlak van milieu, digitalisering, gezondheid, maatschappij en innovatie.

Deze totaalaanpak moet zijn beslag krijgen:

odoor modulering van de bilaterale samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie, zodat die samenwerking aansluit bij de Europese belangen en waarden en de open strategische autonomie van de EU wordt versterkt;

odoor wetenschap, technologie en innovatie te mobiliseren voor het versnellen van duurzame en inclusieve ontwikkeling alsook van de overgang naar een veerkrachtige kennismaatschappij en -economie in lage- en middeninkomenslanden; en

odoor middel van op “Team Europa”-aanpak geschoeide initiatieven waarin, met het oog op maximale doeltreffendheid en maximaal effect, de activiteiten van de EU, financiële instellingen en lidstaten worden gecombineerd.

Deze aanpak fungeert ook als leidraad bij het in praktijk brengen van de internationale dimensie van het nieuwe EU-programma voor civiel onderzoek en innovatie, Horizon Europa en de synergieën daarvan met andere EU-programma’s, met name het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa als wereldspeler.

2.    Herbevestiging van Europese inzet voor internationale openheid en fundamentele waarden op het gebied van onderzoek en innovatie

Om mondiale openheid en wetenschappelijke uitwisseling te bevorderen, moet de EU haar aantrekkingskracht als hoogwaardig en hoog-intensief centrum voor onderzoek en innovatie vergroten. Wetenschappelijk onderzoek floreert dankzij de vrijheid van denken, het ontwikkelen van een kritische geest, argumenteren op basis van feiten en afwijzing van gezagsargumenten. De EU moet onderzoekers en innovatoren daarom een van politieke inmenging verschoonde, democratische, inclusieve en ondersteunende omgeving blijven bieden en opkomen voor de academische vrijheid en de mogelijkheden voor door nieuwsgierigheid ingegeven onderzoek, met eerbiediging van en beschermd door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Zij moet erop toezien dat technologie ten behoeve van individuen en samenlevingen wordt ontwikkeld, gevrijwaard van autoritarisme en onder eerbiediging van strikte ethische normen en mensenrechten. De EU moet bovendien het goede voorbeeld geven door te zorgen voor een op regels gebaseerd innovatie-ecosysteem, waarin intellectuele-eigendomsrechten worden beschermd en door een onafhankelijk rechtsstelsel worden gehandhaafd. De bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten draagt bij aan de overdracht, bevordering en verspreiding van technologische innovatie, op een wijze die bevorderlijk is voor de maatschappelijke en economische welstand.

Ter versterking van de waardeketen op het gebied van onderzoek en innovatie met een langetermijnkarakter moet de EU haar onderzoekers en innovatoren tevens aanmoedigen bij te dragen aan en te profiteren van mondiale innovatie-ecosystemen. Verder moet zij, via opleiding van en mobiliteit onder onderzoekers, samenwerking op het gebied van de ontwikkeling van menselijk kapitaal bevorderen, met name aan de hand van de Marie Skłodowska-Curie-acties 5 .

Om deze leidende positie te kunnen vasthouden, blijft het onderzoeks- en innovatieprogramma van de EU openstaan voor de rest van de wereld, wat betekent dat deelnemers vanuit de hele wereld aan de meeste Horizon Europa-programma’s kunnen meedoen, ongeacht hun vestigings- of woonplaats. Om de ontwikkeling van hun onderzoeks- en innovatiepotentieel te ondersteunen, financiert de EU in de meeste gevallen de deelname van in lage- en middeninkomenslanden gevestigde rechtspersonen aan Horizon Europa-acties, samen met het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking.

Wanneer landen buiten de EU zich bij Horizon Europa aansluiten, kunnen hun burgers en organisaties over het algemeen op dezelfde wijze aan de activiteiten deelnemen als burgers en organisaties uit EU-lidstaten 6 . Door aansluiting bij Horizon Europa kunnen de EU en haar partners beleidsdoelen op het gebied van onderzoek en innovatie op elkaar afstemmen, middelen bundelen, kosten delen en wederzijdse toegang verkrijgen tot kennis en knowhow, talenten en deskundigheid, onderzoeksinfrastructuur en nieuwe markten voor innovators. Als blijk van de inzet van de EU voor internationale openheid biedt Horizon Europa geassocieerde landen waar ook ter wereld die de Europese waarden delen en een sterk profiel hebben op het gebied van wetenschap, technologie en innovatie nu de mogelijkheid zich bij het programma aan te sluiten.

Parallel daaraan, en met het oog op een sterkere positie van de EU wat een op regels en waarden gebaseerde samenwerking betreft, namelijk door toe te zien op samenhang tussen de externe dimensie van het onderzoeks- en innovatiebeleid van de EU en de lidstaten, zullen de waarden en beginselen waarop de internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie stoelt met internationale partners worden besproken. Deze besprekingen zullen met name in het EOR-transitieforum worden gehouden, dat onderdeel is van de versterkte Europese onderzoeksruimte 7 , en worden gebaseerd op een in 2021 gepresenteerd Europees onderzoeks- en innovatiepact.

De EU moet met haar internationale partners toewerken naar een gemeenschappelijke visie op en uitvoering van de volgende kwesties:

Academische vrijheid. Academische vrijheid, integriteit en institutionele autonomie vormen de ruggengraat van universiteiten en instellingen voor hoger onder in de EU. De EU en haar lidstaten moeten deze gemeenschappelijke fundamentele waarden internationaal uitdragen en beschermen en de beginselen van de Bonn-verklaring over vrijheid van wetenschappelijk onderzoek 8 tegenover derde landen hooghouden.

Ethische en integriteitsaspecten van onderzoek. De snelle ontwikkeling van nieuwe technologieën noopt tot een voortdurende evaluatie van bestaande benaderingen, zodat een antwoord kan worden geboden op ethische uitdagingen en wordt gezorgd voor technologische innovatie waarin de mens centraal staat. De EU moet op het internationale toneel de Europese Gedragscode voor integriteit in het wetenschappelijk onderzoek alsook de Global Code of Conduct for Research in Resource-Poor Settings blijven uitdragen. Via Europese netwerken betreffende ethiek en integriteit zal de EU haar internationale dialogen uitbreiden en bijdragen aan de World Conferences on Research Integrity 9 .

Gendergelijkheid, diversiteit en inclusiviteit. Overeenkomstig de strategie van de Commissie voor gendergelijkheid 2020‑2025 10 en de EU-agenda voor gendergelijkheid en de versterking van de positie van vrouwen in het externe optreden van de EU 11 moet de EU de genderdimensie integreren in internationale samenwerking. Door middel van dialoog met derde landen moet de EU ook werken aan het bevorderen van genderevenwicht en -gelijkheid, de positie van jongeren, inclusiviteit en diversiteit in ruimere zin 12 in onderzoek en innovatie op mondiaal niveau.

Open data en open wetenschap. Als ook andere landen en regio’s onderzoeksgegevens zo open, gestandaardiseerd en interoperabel mogelijk maken, profiteren zowel de EU als de rest van de wereld daarvan. De EU moet ondersteuning blijven bieden aan organen en platforms zoals de Research Data Alliance en het gegevenscomité van de Internationale Wetenschapsraad (ISC), evenals aan inspanningen van de OESO, de VN en de G7. Het overkoepelende streven is om de gegevensreeksen “FAIR” te maken: findable, accessible, interoperable, reusable (vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar). De EU zal tevens de internationale toenaderingsactiviteiten van de Europese openwetenschapscloud ondersteunen.

Normen. De voortrekkersrol van de EU bij het vaststellen van mondiale normen moet ook worden bevorderd door een sterkere positie in de internationale samenwerking rond prenormatief en normalisatie-onderzoek.

Beleidsvorming op empirische grondslag. De EU en haar lidstaten hebben zich ontpopt als toonaangevend wat het in de praktijk brengen van beleidsvorming op empirische grondslag betreft. Zij moeten de inzichten en ervaringen die zij hebben verkregen door het gebruik van wetenschap voor het uitstippelen van beleid delen en samenwerken met mondiale netwerken.

Daarnaast kan de EU dankzij grotere aandacht voor wetenschap en technologie in het buitenlands en veiligheidsbeleid, in de vorm van “wetenschapsdiplomatie”, soft power uitoefenen en onze economische belangen en waarden effectiever nastreven, hetgeen tegemoetkomt aan de behoeften en belangen van partnerlanden en inspeelt op de sterke punten van de EU als grootmacht op het gebied van onderzoek en innovatie.

In samenspraak met de lidstaten moet de EU in 2021 binnen het EOR-transitieforum 13 beginselen ontwikkelen voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie en deze beginselen vervolgens in een multilaterale dialoog met partnerlanden en in internationale gremia uitdragen.

3.    De totaalaanpak van de EU voor onderzoek en innovatie herbalanceren: naar een gelijk speelveld en wederkerigheid

Geopolitieke spanningen in een tijd van economische transformatie kunnen de inspanningen van de EU ten behoeve van wederzijdse openheid op mondiaal niveau ondermijnen. De strijd om de technologische leiderschapspositie beweegt bepaalde landen buiten de EU tot het nemen van beperkende of discriminerende maatregelen die oneerlijk zijn jegens Europese innovatoren, ondernemingen en in het bijzonder start-ups. Tegelijkertijd kunnen de integriteit en autonomie waarop de onderzoeks- en innovatiesystemen in de EU zijn gebouwd, worden aangetast door buitenlandse inmenging.

Om die redenen behoeft de EU-aanpak een herbalancering, zodat haar belangen, waarden en deskundigheid beter kunnen worden beschermd, haar veerkracht wordt vergroot en tegelijkertijd een grote mate van bereidheid tot samenwerking blijft bestaan.

Met het oog op de eerbiediging van fundamentele waarden en beginselen, bescherming van het gebruik van intellectuele-eigendomsrechten, het waarborgen van de voorzieningszekerheid en ter stimulering van eerlijke innovatie-ecosystemen die niet worden verstoord door nodeloze regels of buitenlandse subsidies, moet de EU met meer assertiviteit een gelijk speelveld en wederkerigheid bevorderen, overeenkomstig de onlangs voorgestelde verordening voor het aanpakken van verstoringen door buitenlandse subsidies en de bijgewerkte industriële strategie 14 . De maatregelen moeten gericht zijn op open normalisatie, niet-discriminerende overheidssubsidies en het voorkomen van protectionistische wetgeving.

De EU moet zich in internationale gremia, zoals de Wereldhandelsorganisatie en de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom, hard maken voor deze punten. Via de diverse dialogen en onderhandelingen die in het kader van de desbetreffende overeenkomsten worden gevoerd – zoals de associatieovereenkomsten uit hoofde van het kaderprogramma, overeenkomsten van de EU op het gebied van wetenschap en technologie 15 met derde landen en handels- en investeringsovereenkomsten van de EU, met inbegrip van de Trips-Overeenkomst van de WTO 16 – moet zij waar nodig ook rechtstreeks contacten met derde landen onderhouden.

Daarnaast is de Commissie voornemens om namens de EU gerichte stappenplannen voor samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie uit te onderhandelen met landen buiten de EU die over een sterke onderzoeks- en innovatiepositie beschikken. In deze stappenplannen, die de vorm van niet-bindende instrumenten zullen krijgen, moeten de randvoorwaarden waaraan beide partijen geacht worden te voldoen duidelijk worden beschreven en moeten mijlpalen en uitvoeringstermijnen worden aangegeven. De EU moet de voortzetting en uitbreiding van de bilaterale samenwerking laten afhangen van concrete vooruitgang bij het realiseren van de in de stappenplannen beschreven doelstellingen; hierop zal ter plaatse toezicht worden gehouden.

Voorts is in artikel 22, lid 5, van de verordening betreffende Horizon Europa bepaald dat in het werkprogramma de deelname aan acties in het kader van het Horizon Europa-programma kan worden beperkt wanneer er een gemotiveerde noodzaak bestaat voor de bescherming van strategische activa 17 , belangen 18 , autonomie 19 of veiligheid van de EU 20 . In deze uitzonderlijke en gerechtvaardigde omstandigheden kan de EU de deelname aan het programma beperken tot juridische entiteiten die uitsluitend in lidstaten zijn gevestigd of tot juridische entiteiten die in bepaalde geassocieerde of andere derde landen zijn gevestigd. Het werkprogramma kan tevens in de Unie of in geassocieerde landen gevestigde juridische entiteiten die direct of indirect onder zeggenschap staan van niet-geassocieerde derde landen uitsluiten.

Eventuele beperkingen moeten altijd overeenkomstig de in de EU-wetgeving opgenomen procedure worden toegepast, onder eerbiediging van de verplichtingen die uit hoofde van internationale overeenkomsten op de EU rusten. Deze beperkingen moeten een uitzonderlijk karakter hebben en moeten naar behoren zijn gemotiveerd, zodat de programma’s in de regel open blijven staan.

Om te waarborgen dat de EU en haar lidstaten de manier waarop zij open strategische autonomie op bepaalde onderzoeks- en innovatiegebieden nastreven op elkaar afstemmen en hun internationale samenwerking aanpassen aan de specifieke beleidsbelangen, stelt de Commissie voor om in de geëigende gremia overleg te plegen met de lidstaten.

Tegelijkertijd stelt de Commissie voor om, bij wijze van preventieve maatregelen, op gepaste wijze gebruik te maken van de bepalingen van de verordening betreffende Horizon Europa om zo de risico’s voor de EU-belangen verder te beperken, zoals risico’s inzake de exploitatie van resultaten in niet-geassocieerde derde landen (artikel 39, lid 6), de overdracht van het eigendom van de resultaten (artikel 40, lid 4), of inzake beveiligingsovereenkomsten met derde landen (artikel 20, lid 1).

Daarnaast is de Commissie voornemens richtsnoeren te presenteren voor het aanpakken van buitenlandse inmenging die zich richt op onderzoeksinstellingen en instellingen voor hoger onderwijs in de EU. Deze richtsnoeren beogen fundamentele waarden te beschermen door de academische vrijheid, de integriteit en de institutionele autonomie te waarborgen, en door studenten, onderzoekers en innovatoren alsook belangrijke onderzoeksresultaten tegen dwingende, heimelijke, misleidende of corrumperende buitenlandse actoren te beschermen.

Verder zal de Commissie een gedragscode over slim gebruik van intellectuele eigendom presenteren 21 , overeenkomstig het actieplan inzake intellectuele eigendom 22 . De bedoeling is om universiteiten, onderzoeksinstellingen en bedrijven bewuster te maken van het belang van het beheer van kennis en intellectuele eigendom in een internationale omgeving.

Om ervoor te zorgen dat de EU onafhankelijk op mondiale crises kan reageren en de gevaren die kleven aan afhankelijkheid van derde landen op het gebied van civiele beveiliging kan beperken, moet de EU, ten slotte, haar sector civiele beveiliging versterken door middel van een ambitieus en capaciteitsgestuurde benadering van onderzoek en innovatie op het gebied van veiligheid.

De EU zou het volgende moeten doen:

De Commissie zal:

·proberen met prioritaire partnerlanden buiten de EU die over een sterke onderzoeks- en innovatiepositie beschikken overeenstemming te bereiken over gerichte bilaterale stappenplannen, met daarin gezamenlijke toezeggingen inzake de toepassing van randvoorwaarden voor het waarborgen van een gelijk speelveld en het bevorderen van gedeelde waarden.

·in 2021 richtsnoeren ontwikkelen en uitdragen voor het aanpakken van buitenlandse inmenging die zich richt op onderzoeksinstellingen en instellingen voor hoger onderwijs in de EU; en

·eind 2022 een gedragscode presenteren over slim gebruik van intellectuele eigendom in een internationale context, om de bewustwording onder universiteiten, onderzoeksinstellingen en bedrijven te vergroten.

4.    Mondiale inspanningen bundelen om samen mondiale vraagstukken aan te pakken

De COVID-19-pandemie heeft de wereld een belangrijke les geleerd die evenzeer op klimaatverandering, de biodiversiteitscrisis als op andere mondiale vraagstukken moet worden toegepast: zij heeft ongelijkheden blootgelegd in de mate van kwetsbaarheid van landen, laten zien dat het onmogelijk is een pandemie binnen nationale grenzen te houden, en zowel de noodzaak van als het onbenutte potentieel voor samenwerking in het algemeen belang aangetoond. De door de pandemie veroorzaakte economische crisis biedt tevens een unieke kans om de wederopbouw beter aan te pakken (“build back better”), waarbij, tegen de achtergrond van groen herstel, de nadruk ligt op duurzaamheid.

Voortbouwend op de op regels en waarden gebaseerde samenwerking die de EU voorstelt, moet zij er dus verder naar streven landen over de hele wereld nader bijeen te brengen in multilaterale onderzoeks- en innovatiepartnerschappen, met als zwaartepunt de zoektocht naar oplossingen voor wereldwijde vraagstukken zoals klimaatverandering, de biodiversiteitscrisis, verontreiniging, uitputting van hulpbronnen of infectieziekten, ook in crisissituaties 23 , die de groene en digitale transities mogelijk maken.

Succesvolle voorbeelden, zoals de alliantie voor onderzoek in de volledige Atlantische Oceaan, moeten dienen als inspiratie voor multilaterale onderzoeks- en innovatiepartnerschappen 24 . Deze alliantie is het resultaat van inspanningen op het vlak van wetenschapsdiplomatie, die wetenschappers, beleidsmakers en publieke en particuliere belanghebbenden bijeen hebben gebracht met het oog op meer begrip en een beter beheer van de Atlantische Oceaan. De multilaterale partnerschappen kunnen verschillende vormen aannemen, afhankelijk van het aandachtsgebied en de doelstellingen ervan, en bouwen voort op bestaande inspanningen of ontspruiten aan nieuwe initiatieven. De partnerschappen kunnen uiteenlopen van informele afspraken tussen partners over het coördineren van hun onafhankelijke investeringen op belangrijke gebieden tot partnerschappen die voorzien in het bundelen van middelen in het kader van gezamenlijke initiatieven.

4.1    Vooroplopen bij wereldwijde inspanningen voor een rechtvaardige groene transitie

Als wereldleider die zich ertoe heeft verbonden tegen 2050 het eerste klimaatneutrale blok ter wereld te zijn, zal de EU het voortouw blijven nemen bij internationale inspanningen en gezamenlijk met haar internationale partners, in het bijzonder de grootste economieën en uitstoters van broeikasgassen in de wereld, de milieuvraagstukken aanpakken. Internationale samenwerking in de klimaat- en milieuwetenschappen is onmisbaar als basis voor empirisch onderbouwd beleid voor het aanpakken van en zich aanpassen aan de klimaat- en biodiversiteitscrisis. De samenwerking moet zich, conform de overeenkomst van Parijs en de Europese Green Deal, ook richten op de ontwikkeling van schone technologie, onder eerbiediging van het zogeheten beginsel “geen ernstige afbreuk doen”. Als bijdrage aan het realiseren van deze doelstellingen bevat Horizon Europa belangrijke strategische oriëntatiepunten zoals klimaatactie, emissiereductie, de strijd tegen de aantasting van het milieu, de aanpak van verontreiniging en het stimuleren van een circulaire economie en een rechtvaardige transitie. Dit moet worden gerealiseerd met behulp van speciale onderzoeksthema’s en -partnerschappen die openstaan voor deelname door landen buiten de EU.

Om het leiderschap van de EU op het vlak van groene technologie zeker te stellen, moet zij tevens inzetten op strategische partnerschappen met leiders op technologisch gebied, samenwerken in mondiale gremia en zich tegelijkertijd hard maken voor de wereldwijde invoering van de groene normen van de EU. Zoals hieronder wordt aangegeven, moet zij dat doen via diverse projecten en organen.

Alliantie voor onderzoek in de volledige Atlantische Oceaan. De Commissie zal de EU-steun aan de alliantie voor onderzoek in de volledige Atlantische Oceaan verhogen met als doel de internationale samenwerking op het gebied van marien onderzoek en mariene innovatie te intensiveren en actief bij te dragen aan wereldwijde initiatieven zoals het Decennium van Oceaanwetenschappen voor Duurzame Ontwikkeling 2021‑2030 van de VN. Tegelijkertijd blijft het noordpoolonderzoek – een voorbeeld van mondiaal leiderschap – voor de EU een prioriteit.

Mission Innovation 25 . Dit betreft een wereldwijd initiatief van 24 landen en de Europese Unie voor het versnellen van innovatie op het gebied van schone energie, waarmee tijdens COP26 mondiaal leiderschap werd getoond ten aanzien van de klimaatambities. De Commissie stelt voor om de inzet van de EU voor Mission Innovation te vergroten door de samenwerking uit te breiden naar nieuwe partners, onderzoeksagenda’s op elkaar af te stemmen, voort te bouwen op sterke punten zoals de waterstofstrategie 26 en de banden tussen relevante Horizon Europa-partnerschappen te versterken. De EU voert in dit verband, samen met Australië, Chili, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, de regie bij het omlijnen van een “waterstofmissie” die in juni 2021 tijdens de conferentie Mission Innovation 2.0 moet worden gelanceerd.

Groep voor aardobservatie (GEO). De Commissie is in 2021 leidende medevoorzitter van dit mondiale netwerk op het gebied van aardobservatie. GEO heeft het potentieel om overheidsinstanties en academische instellingen, gegevensverstrekkers, bedrijven, technici en burgers met elkaar te verbinden, met als doel op aardobservatie gebaseerde innovatieve oplossingen te bedenken voor mondiale vraagstukken op het gebied van milieu, maatschappij en gezondheid.

Internationaal forum voor bio-economie. Onder de paraplu van de strategie voor de bio-economie zal de Commissie een meer innoverende, hulpbronnenefficiënte en concurrerende maatschappij stimuleren, die voedsel- en voedingszekerheid verzoent met het gebruik van hernieuwbare hulpbronnen voor industriële doeleinden en de bescherming van het milieu. In het kader van de “Van boer tot bord”-strategie 27 van de EU zal de Commissie op wereldniveau samenwerking bevorderen op het gebied van landbouwkundig onderzoek naar prioritaire gebieden als bodemgezondheid 28 en voedselsystemen 29 en zal zij gelet op de VN-top over voedselsystemen in 2021 nagaan in hoeverre een internationaal platform voor de wetenschap van voedselsystemen haalbaar is.

De Commissie ondersteunt de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC) alsook het Intergouvernementeel Platform voor wetenschap en beleid inzake biodiversiteit en ecosysteemdiensten (IPBES). De Commissie wil tijdens de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP26) de aandacht vestigen op de activiteiten waarmee de EU de klimaatwetenschap ondersteunt, om zo de rol van de EU als belangrijke wegbereider van de transitie naar klimaatneutraliteit en klimaatbestendigheid te onderstrepen. De EU moet, gelet op de onderlinge samenhang tussen de klimaatcrisis en de biodiversiteitscrisis de synergie tussen het IPCC en het IPBES bevorderen, daarbij mede rekening houdend met de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030.

De Commissie zal ook de werkzaamheden van het Internationale Panel voor hulpbronnen (IRP) bevorderen, waarvan zij medevoorzitter is. Dit panel adviseert over hulpbronnenefficiëntie en de circulaire economie, hetgeen van essentieel belang is voor het nieuwe EU-actieplan voor de circulaire economie (CEAP), voor het operationaliseren van de mondiale alliantie voor een circulaire economie en hulpbronnenefficiëntie 30 (GACERE), en als input voor de werkzaamheden van de G7 en de G20.

Het nieuw Europees Bauhaus 31 streeft ernaar om van de Europese Green Deal 32 een culturele, mensgerichte, inclusieve en positieve tastbare ervaring voor iedereen te maken en om de duurzame vergroening van de bebouwde omgeving te versnellen. Daarmee worden de meest prangende gedeelde vraagstukken van Europa en de wereld op lokaal niveau aangepakt.

De EU zou het volgende moeten doen:

·de internationale samenwerking op het gebied van marien onderzoek en mariene innovatie verder intensiveren via de multilaterale alliantie voor onderzoek in de volledige Atlantische Oceaan door voort te bouwen op de successen van die alliantie, haar resultaten te bundelen en haar focus op het gebied dat zich uitstrekt over de noordelijke en zuidelijke Atlantische Oceaan, van de noordpool tot de zuidpool, te versterken;

·haar leidende rol in het bestuur van Mission Innovation aanwenden om de multilaterale alliantie te versterken en de internationale innovatie-acties te concentreren op baanbrekende energietechnologie en initiatieven die getuigen van mondiaal leiderschap ten aanzien van milieu- en klimaatambities die stroken met de Europese Green Deal.

De Commissie zal:

·bijdragen aan multilaterale samenwerking rond onderzoeks- en innovatiebeleid ten behoeve van eerlijke, gezonde en milieuvriendelijke voedselsystemen, vooral via het Internationaal forum voor bio-economie, de internationale consortia voor onderzoek en de mondiale alliantie voor onderzoek naar broeikasgassen afkomstig uit de landbouw; en

·in 2022 een internationaal platform voor kennisbeheer oprichten, via het initiatief nieuw Europees Bauhaus, dat richtsnoeren en informatie zal verspreiden over normen en financieringsmogelijkheden, dienst zal doen als verzamelplaats van ideeën en goede praktijken en dat zich zal inlaten met gemeenschapsbeheer.

4.2    De digitale transitie bevorderen

Het Digitaal kompas 2030 33 vormt een leidraad bij inspanningen van de EU voor het bevorderen van een mondiale benadering van de belangrijkste ontwikkelingen op technologisch en regelgevend gebied, onder meer op het vlak van internationale connectiviteit en normen. De EU moet een internationale benadering van betrouwbare gegevensstromen bevorderen en tevens haar eigen model voor een veilig, open en veerkrachtig wereldwijd internet uitdragen alsook ambitieuze doelen ten aanzien van markttoegang nastreven. Samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie is één middel voor het stimuleren van digitale partnerschappen met regio’s in de hele wereld. De bedoeling is dat internationale digitale partnerschappen zorgen voor meer kansen voor Europese bedrijven, meer digitale handel via veilige netwerken, eerbiediging van EU-normen, grondrechten en fundamentele waarden, en internationaal klimaat dat bevorderlijk is voor een mensgerichte digitale transformatie.

Met betrekking tot de volgende onderwerpen worden internationale digitale partnerschappen gestimuleerd: i) beleid en regelgeving waarin de mens centraal staat; ii) aangepaste en verbeterde oplossingen voor digitale connectiviteit; iii) intensievere innovatiepartnerschappen met de ecosystemen voor digitaal onderzoek en digitale innovatie; iv) grotere nadruk op en onderzoekspartnerschappen inzake essentiële technologieën zoals kunstmatige intelligentie, blockchain, het internet der dingen, big data, ruimtevaartgegevens, op digitale technologie gebaseerde toepassingen voor de groene transitie, de gezondheidszorg en het onderwijs. Enkele voorbeelden:

- een gezamenlijke taskforce met India inzake kunstmatige intelligentie, voor het leggen van een gemeenschappelijke basis voor samenwerking rond specifieke gebruikstoepassingen en ten aanzien van onderwerpen als onderzoek en innovatie naar ethisch verantwoorde kunstmatige intelligentie en standaardisering;

- steun voor de uitrol van breedband in de landen van de Westelijke Balkan en het Oostelijk Partnerschap, plus projecten met de landen van het Europees nabuurschapsgebied, Afrika, Latijns-Amerika, India en de Asean rond digitale connectiviteit, onder meer om het bundelen van inspanningen op het gebied van onderzoek en innovatie te ondersteunen;

- steun voor de start van de connectiviteitscomponenten van de digitale alliantie met Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, op basis van de rechtstreekse glasvezelkabel tussen Zuid-Amerika en Europa (de BELLA-kabel).

Voor de particuliere sector is een belangrijke rol weggelegd in onderzoek en innovatie voor de digitale transitie. De sector zal bij strategische initiatieven worden betrokken, zodat de EU op diverse digitale strategische gebieden grotere deskundigheid verwerft.

Internationale digitale partnerschappen 34 zullen de mogelijkheid bieden gezamenlijke onderzoeksactiviteiten uit te voeren, o.a. via gemeenschappelijke ondernemingen op het gebied van industriële aangelegenheden, die het leiderschap van de EU op het gebied van evoluerende technologieën, zoals 6G of het gebruik van digitale technologie voor het aanpakken van klimaatverandering en milieuproblemen, zullen ondersteunen.

Internationale digitale partnerschappen op het gebied van onderzoek en innovatie worden ook gestimuleerd via de Digital for Development Hub 35 (D4D Hub), het mondiale multi-stakeholderplatform van de EU waarmee een mensgerichte digitale transformatie wordt ondersteund. De D4D Hub zorgt voor de bundeling van talrijke digitale initiatieven en stimuleert met het oog op een gecoördineerd effect, via de Team-Europa-aanpak, het combineren van middelen van de EU, de lidstaten en financiële instellingen. De D4D Hub krijgt regionale vestigingen in Afrika, Azië, Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied, alsook in het Oostelijk nabuurschap van de EU, en zal alle relevante belanghebbenden uit de betreffende regio’s omvatten.

De EU zou het volgende moeten doen:

·gezamenlijke onderzoeksactiviteiten intensiveren, o.a. in het kader van gemeenschappelijke ondernemingen op het gebied van industriële aangelegenheden, met als doel het leiderschap van de EU op het gebied van evoluerende technologieën zoals 6G of het gebruik van digitale technologie in de strijd tegen klimaatverandering en milieuproblemen te ondersteunen;

·sterke internationale digitale partnerschappen opzetten die aansluiten bij de vier pijlers van het Digitaal kompas 2030.

4.3    Intensievere samenwerking rond wereldwijde gezondheid

De COVID-19-pandemie heeft aangetoond dat de EU en de rest van de wereld de paraatheid en sociaal-economische weerbaarheid tegen gezondheidsschokken of andere schokken aanzienlijk moeten vergroten. In het geval van lage- en middeninkomenslanden alsook van conflictgebieden heeft de pandemie nogmaals onderstreept dat zorgstelsels versterking behoeven en ons er wederom op gewezen dat een wereldwijde benadering van gezondheidsbeveiliging noodzakelijk is. De EU heeft haar sterke internationale partnerschappen ingezet om het tempo waarin geprobeerd wordt het virus te verslaan op te voeren, de wereldwijde coronarespons in gang gezet (waarmee wereldwijd voor bijna 16 miljard EUR aan toezeggingen is opgehaald), het COVID-19-gegevensplatform 36 gelanceerd en het manifest voor EU-onderzoek naar COVID-19 uitgebracht. Samen met de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en haar internationale partners heeft de EU ook een hoofdrol vervuld bij het opzetten van de “Access to COVID-19 Tools Accelerator” (ACT-A) 37 en van het Covax-mechanisme 38 . Deze twee initiatieven zijn bedoeld om leiding te geven aan de ontwikkeling en gelijke verdeling van een veilige en effectieve diagnostiek van en behandelingen en vaccins tegen COVID-19. Daarnaast zal de farmaceutische strategie voor Europa 39 de mondiale rol van de EU als leider in onderzoek en innovatie op het gebied van gezondheid verder vergroten, waar patiënten over de hele wereld baat bij kunnen hebben.

Op basis van dit succes en ter versterking van haar leiderschap organiseert de Commissie, samen met Italië als voorzitter van de G20 in 2021, een mondiale gezondheidstop waarop de balans zal worden opgemaakt van de wereldwijde reactie op de COVID-19-pandemie, waaronder de ACT-A, zodat de paraatheid rond de bestaande pandemie en bij eventuele toekomstige pandemieën verbetert. Verder wil de Commissie een reeks beginselen formuleren en goedkeuren voor verdere multilaterale samenwerking en gemeenschappelijk optreden ter voorkoming van toekomstige wereldwijde gezondheidscrises alsook met het oog op een gemeenschappelijke toezegging tot het bouwen van een gezondere, veiligere, eerlijkere en duurzamere wereld.

De EU moet in dit verband de samenwerking tussen de door de EU gefinancierde Europese “platform trials” en de ACT-A-partnerschappen stimuleren, vooral met het oog op een snelle uitwisseling van klinisch bewijsmateriaal voor het beoordelen van behandelwijzen en kandidaat-vaccins. Hierdoor verbetert de paraatheid voor de bestrijding van nieuwe varianten van het virus en kunnen sneller doeltreffende vaccins en behandelwijzen worden gerealiseerd, conform de EU-strategie voor COVID-19-vaccins 40 en de EU-strategie voor COVID-19-therapieën 41 .

Op de middellange tot lange termijn vergroot de Commissie haar inzet voor sterkere gezondheidszorgstelsels, mondiale gezondheidsbeveiliging en ruimere toegang tot geneesmiddelen en gezondheidsproducten, voornamelijk door innovatie, capaciteitsopbouw en steun aan lokale productie, met digitale innovaties als kern van de strategie. De Commissie richt haar inspanningen op onderzoek en innovatie, aandoeningen met een hoge ziektelast en kwesties als overdraagbare en niet-overdraagbare ziekten en de gezondheid van moeder en kind.

De Commissie bouwt voort op reeds opgerichte mondiale gezondheidsallianties of die waarbij zij zich de afgelopen jaren heeft aangesloten en die betrekking hebben op sleutelsectoren zoals zeldzame ziekten 42 , chronische niet-overdraagbare ziekten 43 , antimicrobiële resistentie 44 en precisiegeneeskunde 45 . Zij heeft ook voorgesteld het Partnerschap voor klinische proeven tussen Europese en ontwikkelingslanden (EDCTP) te ondersteunen, met als doel de individuele, maatschappelijke en economische lasten van armoedegerelateerde infectieziekten in Sub-Saharaans Afrika te verlichten; het onderzoek naar grote uitbraken van infectieziekten te ondersteunen 46 ; alsook de ontwikkeling van en toegang tot vaccins tegen nieuwe infectieziekten 47 .

De Commissie doet samen met het Europees Geneesmiddelenbureau tevens actief mee aan initiatieven die strategische richtsnoeren en aanbevelingen opleveren, en samen bevorderen zij de uitwisseling van farmaceutische onderzoeksresultaten en samenwerking tussen mondiale regelgevende instanties 48 .

Deze internationale partnerschappen zullen worden verstevigd, waar nodig met betrokkenheid van de Wereldgezondheidsorganisatie en andere mondiale spelers op het vlak van gezondheid.

De Commissie zal:

·bijdragen aan de agenda voor de middellange en lange termijn met betrekking tot gezondheidsbeveiliging, paraatheid en versterking van zorgstelsels;

·de samenwerking tussen de door de EU gefinancierde Europese “platform trials” en de “Access to COVID-19 Tools Accelerator”-partnerschappen (ACT-A) stimuleren en de ACT-A-doelstellingen trachten te realiseren door de toegang tot geneesmiddelen en gezondheidsproducten te verruimen, in het bijzonder door onderzoek, innovatie, het ontwikkelen en stimuleren van digitale gezondheidszorginstrumenten en het vergroten van de lokale productiecapaciteit in partnerlanden; en

·steun verlenen aan de oprichting van een gemeenschappelijke onderneming inzake wereldwijde gezondheid in het kader van het Partnerschap voor klinische proeven tussen Europese en ontwikkelingslanden, waarin de EU optrekt met lidstaten, met bij Horizon Europa aangesloten landen en met Afrikaanse landen in de strijd tegen infectieziekten en noodsituaties betreffende de volksgezondheid in Sub-Saharaans Afrika.

 

4.4 Innovatie stimuleren

In een tijd van almaar toenemende digitale connectiviteit en geletterdheid, verschijnen overal ter wereld van onderop innovatoren, zowel in grote steden als in afgelegen plattelandsgebieden; zij reageren op elkaar en delen en co-creëren oplossingen voor het aanpakken van mondiale uitdagingen op allerlei terreinen. Om dit enorme potentieel te stimuleren en aan te boren alsmede ter ondersteuning van de Europese connectiviteitsstrategie 49 , moet de EU internationale innovatiepartnerschappen opzetten waar alle betrokkenen baat bij hebben, bestaande uit netwerken van starterscentra en versnellers, met landen en regio’s die wederzijdse openheid jegens ondernemerschap en investeringen betrachten. Deze partnerschappen moeten onder meer bijdragen aan het opzetten van programma’s voor een “zachte landing” 50 en aan samenwerking tussen de EU en derde landen ten aanzien van startend bedrijven, als aanvulling op de internationale dimensie van de Europese clusterpartnerschappen 51 , Startup Europe-initiatieven 52 en het netwerk van Europese digitale-innovatiehubs. In aanvulling op de Marie Skłodowska-Curie-acties bevorderen deze partnerschappen tevens het tweerichtingsverkeer van innovatoren. In India en Afrika zijn zij reeds operationeel en de Commissie stelt voor de partnerschappen uit te breiden tot andere regio’s.

Om Europese innovatoren nog meer te stimuleren het mondiale innovatie-ecosysteem te benutten, zullen de diensten voor bedrijfsacceleratie van de Europese Innovatieraad (EIC) de door de raad gesteunde Europese startende en snelgroeiende ondernemingen de gelegenheid bieden tot het bijwonen van internationale beurzen. Om de aantrekkingskracht van de EU alsook haar innovatievermogen verder te vergroten, krijgen innovatoren van buiten de EU die in de Unie start-ups willen oprichten daarnaast de mogelijkheid steun van de Europese Innovatieraad aan te vragen. Verder begint het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) in bepaalde landen buiten de EU met gecoördineerde acties van zijn kennis- en innovatiegemeenschappen.

5.    De samenwerking met prioritaire landen en regio’s moduleren

De EU moet via een genuanceerde en gemoduleerde aanpak betrekkingen aanknopen met landen buiten de EU, op basis van wederkerigheid, een gelijk speelveld, de eerbiediging van de grondrechten en gedeelde waarden. Wanneer de EU door gerichte samenwerking probeert haar eigen deskundigheid op belangrijke opkomende gebieden te vergroten, moet zij zich blijven opstellen als een sterke en open partner. Tegelijkertijd moet zij initiatieven medeontwerpen waarmee landen worden ondersteund die hun onderzoek- en innovatie-ecosysteem willen moderniseren.

5.1    De samenwerking met geïndustrialiseerde derde landen en opkomende economieën intensiveren

De samenwerking met bepaalde landen speelt zich weliswaar vooral in het kader van multilaterale mondiale partnerschappen af, maar de EU moet met het oog op kennisvergroting en bundeling van middelen ook streven naar intensievere bilaterale samenwerking, vooral op terreinen die voor de EU van belang zijn.

Verenigde Staten. Dankzij samenwerking met de Verenigde Staten, een land waarmee de EU een groot onderzoeks- en innovatiepotentieel alsook gemeenschappelijke waarden en beginselen deelt, worden in de zoektocht naar oplossingen voor wereldwijde uitdagingen onderzoekers, innovatoren en de beste faciliteiten bijeen gebracht. Met name het feit dat de Verenigde Staten zich opnieuw verbonden hebben aan de klimaatdoelen en het versterken van de multilaterale orde biedt een kans voor hernieuwde betrekkingen op het gebied van onderzoek en innovatie. De gezamenlijke mededeling “Een nieuwe EU/VS-agenda voor wereldwijde verandering” 53 bevat een aantal voorstellen voor samenwerking met de VS, en meer bepaald een oproep om een alliantie voor groene technologie te vormen en een nieuwe Handels- en Technologieraad tussen de EU en de VS op te richten. In het verlengde van deze tekst stelt de Commissie tevens voor om de wederkerigheid in de bilaterale samenwerking te vergroten en de coördinatie en samenhang tussen Europese en Amerikaanse investeringen in onderzoek en innovatie naar een hoger niveau te tillen, om te beginnen met betrekking tot vraagstukken op het vlak van klimaat, digitalisering, energie, milieu en gezondheid.

De EU moet ook streven naar intensievere samenwerking met wetenschappelijke grootmachten als Canada, Japan, Zuid-Korea, Singapore, Australië en Nieuw-Zeeland, onder meer door mogelijkheden voor nauwere samenwerking te verkennen, zoals aansluiting bij Horizon Europa.

China. Voor de EU is China, als grootmacht op het gebied van onderzoek en innovatie, een partner voor het aanpakken van mondiale vraagstukken. Tegelijkertijd noopt de positie van China als economische concurrent en systeemrivaal van de EU tot herijking van de samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie. Om tot een gelijk speelveld en wederkerigheid te komen, heeft de EU besprekingen met China in gang gezet over een gezamenlijk stappenplan voor het overeenkomen en vaststellen van randvoorwaarden en uitgangspunten voor samenwerking, onder eerbiediging van fundamentele waarden en strenge normen qua ethiek en wetenschappelijke integriteit. Op basis hiervan zal de EU tevens de onderzoeksterreinen vaststellen waarop samenwerking tot wederzijds voordeel kan strekken, zoals klimaatwetenschap, bescherming van de biodiversiteit, de circulaire economie, gezondheid, voedsel, landbouw, aquacultuur en oceaanobservatie. Het realiseren van een gelijk speelveld en wederkerigheid is een voorwaarde voor het uitbouwen van de samenwerking met China.

De EU financiert met betrekking tot onderzoek en innovatie een EU-kennisnetwerk over China, waarin lidstaten en de EU samenkomen voor het bespreken en uitwisselen van goede praktijken en strategieën en om een gemeenschappelijke aanpak af te spreken. Tegelijkertijd moet de EU maatregelen treffen om het nieuwe onderzoeks- en innovatiepotentieel van China aan te boren. Zij moet universiteiten en onderzoeksinstellingen ertoe aansporen om in de samenwerking met hun Chinese tegenhangers een grotere mate van wederkerigheid en wederzijds voordeel te realiseren.

India. Overeenkomstig het Strategisch partnerschap EU-India: een routekaart naar 2025 wordt de samenwerking met India geïntensiveerd voor een gezamenlijke aanpak van wereldwijde vraagstukken en met het oog op duurzame modernisering. Samenwerking op het gebied van gezondheidszorg, waaronder bestendigheid tegen gezondheidscrises, acties voor een rechtvaardige vergroening van de economie en het streven naar mensgerichte digitalisering worden stuk voor stuk als prioriteiten beschouwd. Ook zal worden nagedacht over samenwerking ter ondersteuning van het connectiviteitspartnerschap tussen de EU en India 54 , waarbij de nadruk ligt op de mobiliteit van onderzoekers en innovatoren, en van de strategie voor de Indo-Pacifische regio, in de vorm van acties voor de blauwe economie, zoals het opruimen van zwerfvuil op zee.

Rusland. De samenwerking tussen de EU en Rusland berust op de vijf door de Raad overeengekomen beginselen die met name betrekking hebben op het domein van onderzoek en innovatie, en op de wenselijkheid om persoonlijke contacten te blijven onderhouden. Daarin wordt rekening gehouden met de beleidsmatige prioriteiten en de belangen van de EU, de noodzaak van grotere wederkerigheid en een gelijk speelveld, en de eerbiediging van de grondrechten en fundamentele waarden.

5.2    Integratie van de samenwerking met de EVA-landen, de westelijke Balkan, Turkije, landen die onder het Europese nabuurschapsbeleid vallen en het Verenigd Koninkrijk

De EU moet aan haar partners in haar onmiddellijke nabijheid bijzondere prioriteit toekennen, onder meer door aansluiting bij Horizon Europa.

EER/EVA-landen. De EER/EVA-landen delen de Europese waarden en leveren een belangrijke bijdrage aan het Europese onderzoeks- en innovatielandschap. Zij ondersteunen excellentie met grote investeringen in wereldwijd toonaangevende onderzoeksinstellingen, doen mee aan samenwerkingsprojecten en ontvangen/sturen, gezien de mate waarin zij in de EU zijn geïntegreerd, grote aantallen onderzoekers en innovatoren vanuit/naar de EU.

Westelijke Balkan en Turkije. Voor de EU blijft het bevorderen van de stabiliteit en welvaart van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten een topprioriteit. Meer bepaald is de EU vastbesloten om de uitvoering van een speciale innovatieagenda voor de Westelijke Balkan 55 te ondersteunen, onder meer in het kader van het economisch en investeringsplan voor de Westelijke Balkan 56 . Deelname aan EU-programma’s is een belangrijk aspect van de integratie van Turkije in het beleid en de instrumenten van de EU, voor zover dat in wederzijds belang is en strookt met de vooruitgang wat betreft het algehele kader van de Turkse betrekkingen met de EU.

Oostelijk Partnerschap en Zuidelijk Nabuurschap. Overeenkomstig de gezamenlijke mededeling over het Oostelijk Partnerschap 57 moet op basis van de resultaten van het Oostelijk Partnerschap na 2020 worden vastgesteld wat de samenwerkingsacties voor de komende jaren zullen zijn. Het partnerschap tussen de EU en het Zuidelijk Nabuurschap 58 , dat berust op het hernieuwd partnerschap met het Zuidelijk Nabuurschap en het economisch en investeringsplan daarvan, is van wezenlijk belang voor het stimuleren van groei en welvaart op basis van onderzoek en innovatie. Internationale samenwerking draagt bij aan technologieoverdracht, innovatie en onderzoek in samenwerkingsverband en zorgt voor veerkrachtigere en inclusievere groei, het scheppen van duurzame werkgelegenheidskansen, een kennismaatschappij en -economie en verbeteringen op milieugebied dankzij initiatieven zoals BlueMed 59 .

Verenigd Koninkrijk. Dankzij de deelname aan Horizon Europa kan het Verenigd Koninkrijk op het gebied van onderzoek en innovatie sterke banden met de EU blijven onderhouden, voortbouwend op gedeelde waarden en op de lange geschiedenis van de Britse deelname aan kaderprogramma’s voor onderzoek en innovatie en aan de Europese Onderzoeksruimte.

5.3    Verdieping van de partnerschappen tussen de EU en Afrika, Latijns-Amerika en andere landen en regio’s

In de gemoduleerde aanpak wordt speciale aandacht aan de samenwerking met Afrika geschonken, daarbij voortbouwend op de bestaande samenwerking met andere landen en regio’s 60 .

Afrika. Overeenkomstig de gezamenlijke mededeling “Naar een brede strategie met Afrika” 61 streeft de EU naar intensievere samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie met Afrika. Door doeltreffend gebruik te maken van wetenschap, technologie en innovatie verloopt duurzame en inclusieve ontwikkeling en de overgang naar een kennismaatschappij en -economie in een hoger tempo en ontstaat er meer menselijk kapitaal, voornamelijk dankzij mobiliteit en opleiding van academici en onderzoekers. Om op deze vraagstukken, die door de COVID-19-pandemie urgenter zijn geworden, een antwoord te kunnen bieden, stelt de EU een reeks ambitieuze regionale initiatieven voor.

In nauwe samenwerking met de Commissie van de Afrikaanse Unie stelt de Europese Commissie voor om in het kader van Horizon Europa een reeks initiatieven te ontplooien, die een breed en ambitieus “Afrika-initiatief” vormen. Hiermee wordt de overeenkomst ondersteund die in juli 2020 werd bereikt op de ministeriële bijeenkomst van de beleidsdialoog op hoog niveau tussen de EU en de Afrikaanse Unie over wetenschap, technologie en innovatie. Er moet steun worden gegeven aan vier samenwerkingspijlers: i) volksgezondheid, inclusief veerkracht en paraatheid bij pandemieën 62 ; ii) de groene transitie 63 ; iii) op werkgelegenheid gerichte innovatie en technologie 64 ; en iv) de capaciteit voor wetenschap en hoger onderwijs 65 , met name voor vrouwen en jongeren.

Daarnaast moet een innovatieagenda van de Europese Unie en de Afrikaanse Unie bijdragen aan het vertalen van onderzoeks- en innovatieresultaten naar producten en diensten die concreet effect sorteren, met behulp van diverse maatregelen waarmee bedrijfsontwikkeling en toegang tot financiering voor innovatoren worden verbeterd.

De prioriteit die aan de samenwerking met Afrika wordt gegeven, betreft ook de reeds lang bestaande samenwerking met Zuid-Afrika 66 ; tegelijkertijd continueert de EU haar partnerschappen met andere delen van de wereld, waarbij de middelen van de EU, de lidstaten en financiële instellingen in het kader van de Team Europa-initiatieven worden gebundeld.

Latijns-Amerika en het Caribisch gebied (LAC). De Commissie ondersteunt de uitvoering van het EU-Celac-actieplan inzake wetenschap, technologie en innovatie 67 , op basis van vier samenwerkingsvormen met de regio die gericht zijn op: i) wereldwijde vraagstukken; ii) mobiliteit van onderzoekers; iii) onderzoeksinfrastructuren; en iv) innovatie. Ook moet worden gestreefd naar versteviging van de banden met Brazilië, Mexico, Argentinië, Chili en andere EU-partners in die regio ten aanzien van onderwerpen als de groene en digitale transitie, gezondheid of het ontwikkelen van gezamenlijke oplossingen voor duurzaam herstel. Bij het aanjagen van innovatie en onderzoek in die regio speelt grotere samenwerking met het Europees ruimtevaartprogramma, de nieuwe Copernicus-hubs en de Galileo-centra in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied een belangrijke rol.

Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (Asean). De regionale samenwerking met Asean wordt versterkt door middel van EU-steun voor samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie binnen Asean zelf en voor mobiliteit in het kader van dialoog tussen Asean en de EU over wetenschap en technologie.

De EU zou het volgende moeten doen:

De Commissie zal:

·trachten overeenstemming te bereiken over het gezamenlijk stappenplan van de EU en China voor toekomstige samenwerking op het gebied van wetenschap, technologie en innovatie, zodat een gelijk speelveld is gewaarborgd en wederkerigheid een basisvoorwaarde voor toekomstige samenwerking is; en

·het strategisch stappenplan van het EU-Celac-actieplan inzake wetenschap, technologie en innovatie (2021-2023) uitvoeren en de dialoog tussen Asean en de EU over wetenschap en technologie ondersteunen.

·in het kader van Horizon Europa in oproepen tot het indienen van voorstellen op terreinen van wederzijds belang selectieve en gerichte acties op het gebied van internationale samenwerking ontwikkelen en, waar gerechtvaardigd en op individuele basis, de mogelijkheden benutten voor aansluiting bij Horizon Europa, daarbij toeziend op wederkerigheid, wederzijds voordeel en eerbiediging van fundamentele waarden; en

·voor Afrika strategische plannen op het gebied van onderzoek en innovatie ontwikkelen, waarin de programmering van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa als wereldspeler wordt gekoppeld aan Horizon Europa, en in 2021 in het kader van de eerste werkprogramma’s van Horizon Europa een breed en ambitieus “Afrika-initiatief“ lanceren.

6. Conclusie

Als bijdrage aan het streven naar een sterkere EU in de wereld moet de EU proberen deze totaalaanpak te realiseren in nauwe afstemming met de strategieën van de lidstaten, waar nodig door het EOR-transitieforum in te schakelen. De Commissie zal toezien op de uitvoering van de in deze mededeling beschreven acties en evalueren in hoeverre zij bijdragen aan de doelstellingen van de totaalaanpak, daarbij rekening houdend met benchmarks zoals de omvang van de vrijgemaakte internationale O&O-investeringen in multilaterale samenwerking, het aantal internationale wetenschappelijke co-publicaties en de vooruitgang inzake onderlinge wederkerigheid wat betreft de toegang tot uit overheidsmiddelen gefinancierde O&O-programma’s. Op een in 2022 te houden internationale conferentie vindt een eerste beoordeling van de vooruitgang plaats. Daarop volgen tweejaarlijkse verslagen van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad. Deze komen in de plaats van de uitvoeringsverslagen en de landenspecifieke stappenplannen die werden gepresenteerd in de mededeling van 2012 over internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie 68 .

In onze snel veranderende wereld worden wetenschap en technologie gezien als belangrijke aanjagers en instrumenten van buitenlands beleid, maar zij staan ook centraal in het geopolitieke spanningsveld. Dit noopt tot nauwere samenwerking op basis van openheid, een gelijk speelveld en eerbiediging van grondrechten en fundamentele waarden, en tot steun aan de open strategische autonomie van de EU. De nieuwe totaalaanpak voor onderzoek en innovatie, zoals gepresenteerd in deze mededeling, versterkt zowel het wereldwijde potentieel om oplossingen te bedenken voor gemeenschappelijke vraagstukken waarmee de mensheid wordt geconfronteerd alsook de positieve invloed van de EU in de wereld.

(1)

  https://www.undp.org/content/undp/en/home/sustainable-development-goals.html  

(2)

 Intensivering en betere concentratie van internationale samenwerking van de EU op het gebied van onderzoek en innovatie: een strategische benadering COM(2012) 497. Zie ook de verslagen COM(2014) 567, COM(2016) 657 en SWD(2018) 307, bijlage 10, uit respectievelijk 2014, 2016 en 2018 over de uitvoering van de strategie voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie.

(3)

 Versterken van de bijdrage van de EU aan op regels gebaseerd multilateralisme (JOIN(2021)3).

(4)

In haar strategisch prognoseverslag 2021 zal de Commissie ook een overkoepelend langetermijnperspectief voor het versterken van de open strategische autonomie van Europa uitwerken.

(5)

  https://ec.europa.eu/research/mariecurieactions/node_en  

(6)

De volgende landen waren voorheen bij Horizon 2020 aangesloten en hebben belangstelling getoond voor aansluiting bij Horizon Europa: Noorwegen, IJsland, Albanië, Bosnië en Herzegovina, Montenegro, Noord-Macedonië, Servië, Turkije, Georgië, Armenië, Oekraïne, Moldavië, Tunesië, Israël, Faeröer, Zwitserland. Bovendien zal het Verenigd Koninkrijk zich in het kader van de handels- en samenwerkingsovereenkomst aansluiten en hebben Marokko en Kosovo* belangstelling voor aansluiting laten blijken.

(7)

 Een nieuwe EOR voor onderzoek en innovatie (COM(2020) 628).

(8)

  https://www.bmbf.de/files/10_2_2_Bonn_Declaration_en_final.pdf  

(9)

Hierbij zijn internationale organisaties betrokken, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie en de VN-Organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur (Unesco).

(10)

 Een Unie van gelijkheid: strategie voor gendergelijkheid 2020-2025 COM(2020) 152 final.

(11)

  https://ec.europa.eu/international-partnerships/system/files/swd_2020_284_en_final.pdf  

(12)

De beleidsagenda van de Unie van gelijkheid van de EU voor wat betreft andere onderwerpen dan gendergelijkheid staat in de volgende strategieën en kaders: EU-actieplan tegen racisme 2020‑2025 (COM(2020) 565 final); Strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020‑2025 (COM(2020) 698 final); Strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma (COM(2020) 620 final); Strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021‑2030(COM(2021) 101 final)

(13)

Een nieuwe EOR voor onderzoek en innovatie (COM(2020) 628).

(14)

COM(2021) 223 final; COM(2021) 350 final.

(15)

Momenteel bestaan er overeenkomsten op het gebied van wetenschap en technologie tussen de Europese Unie en Algerije, Argentinië, Australië, Brazilië, Canada, Chili, China, Egypte, India, Japan, Jordanië, Korea, Mexico, Marokko, Nieuw-Zeeland, Oekraïne, Rusland, Tunesië, de Verenigde Staten, Zuid-Afrika en Zwitserland.

(16)

  https://www.wto.org/english/tratop_e/trips_e/trips_e.htm  

(17)

Bijvoorbeeld gevoelige infrastructuur die eigendom is van de EU, zoals de Galileo- of Copernicus-satellieten. Als deze zouden worden gestoord, heeft dat vanwege het uitvallen van die functies grote gevolgen voor de EU.

(18)

Hieronder vallen de offensieve en defensieve belangen die de EU in de verschillende onderdelen van haar externe beleid heeft aangewezen, de bevordering van grondrechten en fundamentele waarden of bescherming van intellectuele-eigendomsrechten.

(19)

Zoals beschreven in de toetsing van het handelsbeleid, omvat open strategische autonomie i) veerkracht en concurrentievermogen, om de economie van de EU te versterken; ii) duurzaamheid en billijkheid, als weerspiegeling van de noodzaak van een verantwoord en billijk optreden van de EU; en iii) daadkracht en op regels gebaseerde samenwerking, om te laten zien dat de EU kiest voor internationale samenwerking en dialoog, maar ook bereid is om oneerlijke praktijken te bestrijden en waar nodig gebruik te maken van autonome instrumenten om haar belangen te behartigen.

(20)

Europese veiligheid omvat bijvoorbeeld de bescherming van de EU tegen externe of interne bedreigingen en heeft bijvoorbeeld betrekking op de bescherming en bestendigheid van kritieke infrastructuur (zoals energie-infrastructuur, gegevens en netwerken waaronder ruimtebewaking en -monitoring en satellietcommunicatie voor de overheid) tegen systeemrisico’s en hybride dreigingen.

(21)

 Een nieuwe EOR voor onderzoek en innovatie (COM(2020) 628).

(22)

Het innovatiepotentieel van de EU optimaal benutten — Een actieplan inzake intellectuele eigendom om het herstel en de veerkracht van de EU te ondersteunen (COM(2020) 760).

(23)

 Het humanitaire optreden van de EU:  nieuwe uitdagingen, zelfde beginselen (COM(2021) 110).

(24)

  https://allatlanticocean.org

(25)

Mission Innovation ( http://mission-innovation.net/ ) is een in 2015 tijdens de COP21 aangekondigd wereldwijd initiatief voor het versnellen van de innovatie op het gebied van schone energie. De Europese Unie is momenteel voorzitter van de stuurgroep van dit initiatief.

(26)

  http://mission-innovation.net/our-work/innovation-challenges/renewable-and-clean-hydrogen/  

(27)

  https://ec.europa.eu/food/farm2fork_en  

(28)

Door de oprichting en steun van internationale consortia voor onderzoek en de deelname van de Commissie aan de mondiale alliantie voor onderzoek naar broeikasgassen afkomstig uit de landbouw.

(29)

Voedsel 2030: https://ec.europa.eu/info/research-and-innovation/research-area/environment/bioeconomy/food-systems/food-2030_en  

(30)

  https://ec.europa.eu/environment/international_issues/gacere.html  

(31)

  https://europa.eu/new-european-bauhaus/index_nl  

(32)

  https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?qid=1596443911913&uri=CELEX:52019DC0640#  

(33)

 Digitaal kompas 2030:  de Europese aanpak voor het digitale decennium (COM(2021) 118).

(34)

  https://ec.europa.eu/international-partnerships/topics/digital-partnerships_en  

(35)

  https://ec.europa.eu/international-partnerships/news/team-europe-digital4development-hub-launched-help-shape-fair-digital-future-across-globe_en  

(36)

  https://joinup.ec.europa.eu/collection/digital-response-covid-19/news/european-covid-19-data-platform  

(37)

https://www.who.int/initiatives/act-accelerator

(38)

https://www.who.int/initiatives/act-accelerator/covax

(39)

  https://ec.europa.eu/health/sites/health/files/human-use/docs/pharma-strategy_report_en.pdf  

(40)

COM(2020) 245 final.

(41)

COM(2021) 355 final.

(42)

Internationaal Consortium voor onderzoek naar zeldzame ziekten: https://irdirc.org/about-us/vision-goals/  

(43)

Wereldwijde Alliantie tegen chronische ziekten: https://www.gacd.org/  

(44)

Initiatief voor gezamenlijke programmering inzake antimicrobiële resistentie – “één gezondheid”-partnerschap tegen antimicrobiële resistentie: https://www.jpiamr.eu/  

(45)

Internationaal Consortium voor gepersonaliseerde geneeskunde: https://www.icpermed.eu/

(46)

Wereldwijde samenwerking inzake onderzoek naar de paraatheid voor besmettelijke ziekten (GloPID-R): https://www.glopid-r.org/  

(47)

Coalitie voor innovatie en paraatheid voor epidemieën: https://cepi.net/  

(48)

Internationale Coalitie van geneesmiddelenautoriteiten: http://icmra.info/  

(49)

JOIN(2018) 31.

(50)

“Zachte landing” is een speciaal programma om startende en snelgroeiende ondernemingen te helpen bij het verkennen van een nieuw ecosysteem.

(51)

  https://clustercollaboration.eu/find-partners/beyond-europe  

(52)

https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/startup-europe/

(53)

JOIN(2020) 22 final.

(54)

In het leven geroepen tijdens de bijeenkomst tussen de leiders van de EU en India, 8 mei 2021 - https://www.consilium.europa.eu/media/49516/eu-india-connectivity-partnership-8-may-2.pdf  

(55)

Hierover moet tijdens de ministeriële bijeenkomst in mei 2021 overeenstemming worden bereikt.

(56)

 Een economisch en investeringsplan voor de Westelijke Balkan (COM(2020) 641).

(57)

 Het beleid inzake het Oostelijk Partnerschap na 2020: de weerbaarheid versterken – een Oostelijk Partnerschap dat iedereen ten goede komt (JOIN(2020) 7).

(58)

 Hernieuwd partnerschap met het Zuidelijk Nabuurschap — een nieuwe agenda voor het Middellandse Zeegebied (JOIN(2021) 2).

(59)

  BlueMed-initiatief (bluemed-initiative.eu) .

(60)

Voor landen en regio’s die hieronder niet worden genoemd geldt dat de mogelijkheden tot samenwerking op onderzoeksgebied zullen worden gecontinueerd.

(61)

Naar een brede strategie met Afrika (JOIN(2020) 4).

(62)

Via het Partnerschap voor klinische proeven tussen Europese en ontwikkelingslanden en de voorgestelde gemeenschappelijke onderneming inzake wereldwijde gezondheid.

(63)

Onder meer via de partnerschappen tussen de Europese Unie en de Afrikaanse Unie op het gebied van voedsel- en voedingszekerheid en duurzame landbouw, klimaatverandering en duurzame energie, en de partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij.

(64)

Bijvoorbeeld via het innovatiepartnerschap tussen Afrika en Europa.

(65)

Bijvoorbeeld door het ondersteunen van wetenschap ten behoeve van beleidsvorming, het stimuleren van open wetenschap en het proefprogramma met betrekking tot het Afrikaanse onderzoeksinitiatief voor wetenschappelijke excellentie.

(66)

W&T-overeenkomst met Zuid-Afrika.

(67)

https://ec.europa.eu/info/sites/default/files/research_and_innovation/strategy_on_research_and_innovation/documents/eu-celac_strategic-roadmap-2021-2023.pdf  

(68)

COM/2012/0497 final.

Top