EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52015DC0490

MEDEDELING AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD EN DE RAAD Aanpak van de vluchtelingencrisis: nu te nemen operationele, budgettaire en wetgevende maatregelen in het kader van de Europese migratieagenda

COM/2015/0490 final

Brussel, 23.9.2015

COM(2015) 490 final

MEDEDELING AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD EN DE RAAD

Aanpak van de vluchtelingencrisis: nu te nemen operationele, budgettaire en wetgevende maatregelen in het kader van de Europese migratieagenda


I.Inleiding

Elke dag opnieuw zien duizenden mensen zich gedwongen huis en haard te verlaten om geweld te ontvluchten en een veilig toevluchtsoord te zoeken in eigen land of daarbuiten. Onthutsend veel mensen raken ontheemd, en hun aantal groeit naarmate conflicten aanhouden. Op wereldschaal zijn bijna 60 miljoen mensen ontheemd en er zijn sinds de Tweede Wereldoorlog nog nooit zoveel mensen op de vlucht geweest voor oorlog.

De grote aantallen vluchtelingen, migranten en ontheemden die nu aan onze grenzen arriveren, stellen de Europese Unie danig op de proef. De Commissie heeft daarom in mei een Europese migratieagenda gepresenteerd met brede maatregelen om migratie beter te beheren. Een aantal van die maatregelen is al ingevoerd: onder andere twee noodregelingen om 160 000 personen die internationale bescherming nodig hebben vanuit de meest getroffen lidstaten over te brengen naar andere lidstaten van de EU. De vluchtelingencrisis vereist echter onmiddellijke verdere actie.

In deze mededeling stelt de Commissie een reeks prioritaire maatregelen voor, die binnen de komende zes maanden zouden moeten worden getroffen. Maatregelen voor de korte termijn om de huidige situatie te stabiliseren, moeten worden gecombineerd met maatregelen voor de langere termijn die gericht zijn op de totstandkoming van een systeem dat solide en toekomstbestendig is.

We hoeven niet vanuit het niets te beginnen: we hebben al wetgeving, financiële middelen en regelingen om de huidige situatie het hoofd te bieden. Het probleem is dat een en ander vaak niet wordt uitgevoerd, niet bekend is of onvoldoende wordt benut.

In de lijst van prioritaire maatregelen (zie bijlage I) worden de belangrijkste maatregelen vermeld die onmiddellijk zouden moeten worden uitgevoerd: i) operationele maatregelen, ii) budgettaire steun, iii) uitvoering van de EU-wetgeving en iv) volgende stappen op wetgevingsgebied. De Commissie werkt al aan de uitvoering van de maatregelen die onder haar verantwoordelijkheid vallen. Het is nu noodzakelijk dat de lidstaten zich met coördineerde maatregelen hierbij aansluiten.

We moeten gezamenlijk de wereld laten zien dat de Unie in staat is deze crisis aan te pakken. Alle lidstaten moeten daarvoor hun steentje bijdragen, zodat het evenwicht tussen solidariteit en verantwoordelijkheid behouden blijft.



II.Resultaten tot nu toe

De in mei gepresenteerde Europese migratieagenda omvatte brede maatregelen om migratie beter te beheren: aanpak van de acute crisis, maar ook actie ondernemen binnen en buiten de EU om opnieuw vorm te geven aan de wijze waarop wij aan onze verplichtingen jegens mensen in nood voldoen, hulp bieden aan de meest getroffen lidstaten, onze verplichtingen op internationaal en EU-niveau inzake asiel nakomen, mensen die geen bescherming nodig hebben naar hun land van herkomst terugsturen, onze buitengrenzen beheren, de onderliggende oorzaken aanpakken die mensen ertoe aanzetten de levensgevaarlijke reis naar Europa te ondernemen, en de behoeften aan legale migratie onderzoeken die Europa op de lange termijn kan ondervinden.

De agenda heeft twee uitgangspunten, verantwoordelijkheid en solidariteit, waartussen een evenwicht moet worden gevonden. Dat betekent dat alle lidstaten steun moeten bieden, en dat de lidstaten die het meest onder druk staan allereerst moeten streven naar herstel van de orde. Om de situatie te stabiliseren, zijn verbeteringen op beide vlakken nodig.

Er is al een begin gemaakt met de uitvoering van de agenda.

De lidstaten hebben hun solidariteit getoond en ingestemd met de herplaatsing van 160 000 personen die duidelijk internationale bescherming nodig hebben vanuit de meest getroffen lidstaten naar andere lidstaten van de EU.

We hebben EU-financiering geregeld voor steun aan de meest getroffen lidstaten: ruim 75 miljoen EUR aan noodhulp is uitgetrokken bovenop de 7 miljard EUR aan meerjarige financiering die voor de periode 2014–2020 is toegewezen om het optreden op het gebied van migratie, vluchtelingen en grensbeheer te ondersteunen.

We hebben onze aanwezigheid op zee verdrievoudigd: de gezamenlijke Frontex-operaties Poseidon en Triton hebben driemaal zoveel middelen en materieel tot hun beschikking gekregen. Negenentwintig lidstaten en met Schengen geassocieerde landen nemen deel aan de gezamenlijke operaties die Frontex coördineert in Italië, Griekenland en Hongarije. Meer dan 122 000 levens zijn inmiddels gered. Elk leven dat verloren gaat, is er een te veel, maar het aantal mensen dat anders zou zijn omgekomen en nu is gered, is door deze inspanningen aanzienlijk gestegen: met 250%.

We hebben onze inspanningen verdubbeld om smokkelaars aan te pakken en groepen die zich schuldig maken aan mensenhandel te ontmantelen, met name via de operatie op zee EUNAVFOR MED 1 . Dit heeft het aanbod van schepen afgeknepen, wat heeft geleid tot een daling van het aantal mensen dat de levensgevaarlijke oversteek waagt in gammele, niet-zeewaardige boten. Het aantal mensen dat via de centrale Middellandse Zeeroute aankomt, is daardoor gestabiliseerd op ongeveer 115 000 in augustus – hetzelfde aantal als vorig jaar.

De EU verleent bijstand aan de bevolking in Syrië, met name aan binnenlands ontheemden, en biedt financiële steun aan de buurlanden van Syrië die het grootste aantallen vluchtelingen opnemen. De Europese Commissie en de lidstaten hebben tot dusver 3,9 miljard EUR vrijgemaakt om humanitaire, economische, ontwikkelings- en stabilisatiesteun ter beschikking te stellen voor Syriërs in hun eigen land en voor zowel vluchtelingen als gastgemeenschappen in de omringende landen Libanon, Jordanië, Irak, Turkije en Egypte. De Europese Commissie heeft ook besloten 1,8 miljard euro EU-middelen toe te wijzen voor de instelling van een “noodtrustfonds voor stabiliteit en de aanpak van de diepere oorzaken van irreguliere migratie en ontheemding in Afrika”.

We zijn samen de verbintenis aangegaan om het komende jaar ruim 22 000 mensen van buiten Europa te hervestigen en ons daarbij solidair met onze buren te tonen. Ook afzonderlijke lidstaten 2 hebben bilaterale hervestigingstoezeggingen gedaan.

Europa heeft de afgelopen maanden besliste maatregelen genomen, maar de vluchtelingencrisis vereist onmiddellijke verdere actie. Voor een structurele oplossing van de crisis is een koerswijziging van het migratiebeleid van de Unie nodig, die zorgt voor sterke grenzen, eerlijke procedures en een systeem dat op problemen kan anticiperen.

Belangrijke maatregelen die al zijn genomen

In het kader van de Europese migratieagenda zijn onder andere al de volgende maatregelen genomen:

de middelen en het materieel voor onze aanwezigheid op zee met de gezamenlijke Frontex-operaties Poseidon en Triton zijn verdrievoudigd

de noodfinanciering voor de meest getroffen lidstaten is verdubbeld

door actie tegen mensensmokkelaars is het aanbod van schepen afgeknepen, waardoor het aantal migranten die de centrale Middellandse Zee oversteken in augustus 2015 is teruggebracht tot het niveau van 2014

de herplaatsing van personen die internationale bescherming nodig hebben en zich al in de EU bevinden, kan snel van start gaan nu overeenkomst is bereikt over de herplaatsing van 160 000 personen dit jaar

samen met de UNHCR wordt al gewerkt aan de hervestiging van 22 000 vluchtelingen die zich nog buiten de EU bevinden

III.Prioritaire maatregelen voor de komende zes maanden

Het meest dringend is nu de lidstaten te helpen die op hun grondgebied ongekende aantallen vluchtelingen opvangen.

Daarvoor moet zowel binnen als buiten de EU actie worden ondernomen. Binnen de EU moeten de lidstaten die de grootste druk ondervinden worden gesteund door toepassing van de procedures, door verstrekking van financiële en technische bijstand, door bij te dragen aan een verlichting van de druk met behulp van een rechtvaardige herplaatsingsregeling en door versterking van onze gezamenlijke grenzen. Buiten de EU moeten de voorwaarden worden geschapen waardoor vluchtelingen dicht bij huis kunnen blijven, door onze partnerschappen met buurstaten die tijdelijke bescherming kunnen bieden en met belangrijke doorreislanden te versterken, door financiering voor de UNHCR en het Wereldvoedselprogramma en andere betrokken instanties te garanderen, door de strijd tegen mensensmokkelaars en handelaars te intensiveren en door de diplomatieke betrokkenheid in belangrijke crises zoals die in Syrië te versterken.

III.1Operationele maatregelen

De ondersteuning van de lidstaten in nood vormt de kern van het herplaatsingsbeleid waarover de Raad de afgelopen dagen tot overeenstemming is gekomen en dat inhoudt dat 160 000 personen die internationale bescherming nodig hebben, zullen worden herplaatst. Met deze steun kan de druk op de meest getroffen lidstaten in aanzienlijke mate, al is het maar voor een deel, worden verlicht. Alle lidstaten dienen nu met spoed een nationaal contactpunt voor herplaatsing aan te wijzen, zodat personen die om herplaatsing in een bepaalde lidstaat verzoeken, snel kunnen worden geïdentificeerd en overgebracht. De regels die secundaire bewegingen moeten voorkomen, d.w.z. ervoor moeten zorgen dat vluchtelingen in de lidstaat van herplaatsing blijven, vergen eveneens investeringen van de lidstaten.

De snelste praktische steun wordt verleend door de inzet van ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspot-gebieden (zie bijlage II). De inzet van de ondersteuningsteams heeft onmiddellijk effect op het meest kritieke punt, namelijk dat voor de meest getroffen lidstaten het aantal nieuwkomers eenvoudigweg te groot is om doeltreffend te kunnen verwerken. Medewerkers van EU-agentschappen en van andere EU-lidstaten worden ingezet om te helpen bij het identificeren, screenen en registreren van migranten bij binnenkomst in de EU. Dit is de eerste stap naar een veilige toekomst voor mensen in nood, die het bovendien mogelijk maakt om in een vroeg stadium vast te stellen welke migranten naar hun land van herkomst moeten worden teruggestuurd. Het netwerk van de betrokken EU-agentschappen stimuleert ook de samenwerking bij de bestrijding van migrantensmokkel, de identificatie van verdachten en het bevorderen van nieuwe onderzoeken. De ondersteuningsteams kunnen alleen optreden in samenwerking met de nationale autoriteiten. Slechts de nationale autoriteiten kunnen goed functionerende opvanginfrastructuur opzetten (met financiële steun van de EU) en beheren, sturing geven aan belangrijke spelers zoals lokale autoriteiten, sociale diensten, rechtshandhavingsautoriteiten en beheerders van opvangfaciliteiten en de contacten met deze spelers verzorgen. Frontex 3 , het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken EASO 4 , Europol 5 en Eurojust 6 kunnen beleidsexpertise leveren, rechtstreekse communicatie tussen de lidstaten faciliteren en een specifieke rol spelen bij de coördinatie van terugkeeroperaties. Italië en Griekenland moeten nu allereerst hun stappenplannen voor herplaatsing en voor de ondersteuningsteams die op de hotspots worden ingezet afronden en met de uitvoering ervan beginnen, en voor passende opvanginfrastructuur zorgen.

Ook de gezamenlijke Frontex-operaties Poseidon en Triton zijn nog een aspect van de belangrijke operationele steun die Frontex verleent. Het gaat hier om een voorbeeld van doeltreffende solidariteit dat verdere uitbreiding en navolging verdient, en het is de bedoeling dat de lidstaten snel en actief reageren op verzoeken van Frontex om uitrusting en deskundigen ter beschikking te stellen. Er zijn voor de lidstaten verschillende mechanismen die voor dit doel kunnen worden ingezet, maar deze worden niet ten volle benut.

Het EU-mechanisme voor civiele bescherming 7 kan door een lidstaat worden geactiveerd als deze zich door een crisis overrompeld voelt. Op het mechanisme voor civiele bescherming kan een beroep worden gedaan voor allerlei vormen van bijstand in natura, zoals modules voor teams en hun uitrusting, noodonderdak, medische goederen en andere non-foodartikelen, alsmede expertise. De deelnemende lidstaten verlenen de bijstand en de Commissie kan het vervoer van hulpgoederen en deskundigen naar het betrokken land medefinancieren. In 2015 is het mechanisme tweemaal geactiveerd voor bijstand aan Hongarije 8 , en eenmaal voor Servië 9 , om spoedhulp te bieden bij behoeften die ontstonden door een ongekende instroom van vluchtelingen en migranten.

De lidstaten kunnen vragen om de inzet van snelle-grensinterventieteams (RABIT) voor onmiddellijke ondersteuning van de grenswacht bij plotselinge of uitzonderlijke migratiedruk (zie bijlage III). Via het mechanisme kan voor beperkte tijd operationele steun worden verleend. Frontex zorgt voor de financiering en de inzet van nationale technische hulpmiddelen en medewerkers die door de lidstaten worden geleverd. Het mechanisme is slechts éénmaal door Griekenland geactiveerd, namelijk in 2010 10 , toen het aan de landsgrens met Turkije door de komst van een groot aantal migranten in de problemen kwam. Tijdens die operatie verleenden elke week bijna 200 goed opgeleide gedetacheerde functionarissen uit 26 lidstaten bijstand aan hun Griekse collega’s bij het bewaken van de grensgebieden en het identificeren van aangetroffen irreguliere migranten. Dankzij deze bijstand kon de situatie aan de Grieks-Turkse grens worden gestabiliseerd en het aantal nieuwkomers worden verminderd ten opzichte van de piekcijfers die in 2010 werden geregistreerd.

De afgelopen weken heeft een aantal lidstaten een beroep gedaan op de mogelijkheid die de Schengengrenscode biedt om het grenstoezicht tijdelijk opnieuw in te voeren. In uitzonderlijke crisissituaties is dat gerechtvaardigd, maar het moet een tijdelijke maatregel blijven die geldt totdat de situatie is gestabiliseerd. Het moet worden gezien als een signaal dat het uiterst urgent is dat iedereen eraan meewerkt om het normale migratiebeheer zo snel mogelijk te herstellen. Als deze maatregelen worden verlengd of om aanvullende maatregelen wordt gevraagd, zal de Commissie haar oordeel over de situatie formaliseren door op basis van de Schengengrenscode advies uit te brengen. Als de regelingen voor herplaatsing en de inzet van ondersteuningsteams in de hotspots volledig worden uitgevoerd, zouden de controles de komende maand weer moeten kunnen worden opgeheven.

De EU zou ook met onmiddellijke ingang het diplomatieke offensief dat is beschreven in de recente gezamenlijke mededeling over de rol van het externe optreden van de EU bij de aanpak van de vluchtelingencrisis in Europa 11 , moeten intensiveren. De kern daarvan is een afgewogen aanpak waarbij enerzijds wordt benadrukt wat de EU van haar partners aan steun verwacht voor het aanpakken van het migrantenvraagstuk en anderzijds de steun en de samenwerking die de EU kan bieden om deze inspanningen te ondersteunen, worden versterkt.

De migratietop die op 11 en 12 november 2015 in Valletta (Malta) zal worden gehouden, biedt bij uitstek de gelegenheid om te laten zien dat migratievraagstukken in de betrekkingen van de EU met de Afrikaanse partners nu prioritair zijn 12 . De EU heeft het werk aan de voorbereidingen voor de top al geïntensiveerd, samen met alle partners en de betrokken internationale organisaties. De oprichting van het noodtrustfonds voor stabiliteit en de aanpak van de diepere oorzaken van irreguliere migratie en ontheemding in Afrika, dat over een aanvangskapitaal van 1,8 miljard EUR kan beschikken, is al een tastbaar voorbeeld van de bijdrage die de EU zal leveren. Dit kan onderdeel zijn van een tweeledig partnerschap dat erop gericht is enerzijds de instroom van migranten uit Afrika te verminderen en anderzijds de terugkeer van mensen die niet voor internationale bescherming in aanmerking komen, te stimuleren.

Op de conferentie op hoog niveau over de Westelijke Balkanroute die gelijktijdig met de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 8 oktober 2015 zal worden gehouden, zal worden gesproken over onze gemeenschappelijke taak om de huidige migratiedruk aan te pakken en de stabiliteit in het beheer van de migratie via de Westelijke Balkanroute te herstellen. De financiering die de EU aan de Westelijke Balkanlanden biedt, onderstreept haar bereidheid om de partnerlanden in haar nabuurschap te helpen bij de aanpak van een gigantische en zich snel ontwikkelende uitdaging. Dat gaat verder dan humanitaire hulp aan vluchtelingen: het is ook van primair belang om hulp te bieden om de capaciteit op het gebied van migratiebeheer te versterken en mensensmokkel aan te pakken.

Als onderdeel van de strategie van de EU moeten ook nieuwe vormen van operationele samenwerking worden opgezet om de vaardigheden en de kennis die binnen de EU worden ontwikkeld en gebundeld, beter te kunnen delen met partners buiten de EU. Om de connecties tussen de instanties voor rechtshandhaving en migratiebeheer in de EU en die in de buurlanden te verstevigen, ook op het gebied van terugkeer en overname, moet vaker gebruik worden gemaakt van middelen zoals gezamenlijke deskundigenteams, administratieve regelingen en informatie-uitwisseling. Frontex, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, Europol en Eurojust moeten op dit gebied een rol spelen.

De vluchtelingencrisis is een wereldwijde crisis. De EU moet dan ook aan de wereldwijde inspanningen bijdragen en deze stimuleren. Dit betekent dat ook nauw moet worden samengewerkt met belangrijke internationale organisaties zoals de UNHCR, het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties, de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en het Rode Kruis. De samenwerking met de UNHCR wordt al opgevoerd. Dergelijke samenwerking moet ook topprioriteit krijgen in de dialoog met strategische partners en regionale spelers zoals de Golfstaten.

Belangrijke maatregelen voor de komende zes maanden

de regelingen voor herplaatsing en de inzet van ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspots moeten volledig worden uitgevoerd

de lidstaten moeten gebruikmaken van instrumenten die al bestaan: activering van het mechanisme voor civiele bescherming en inzet van snelle-grensinterventieteams

de situatie in het Schengengebied moet worden genormaliseerd en de tijdelijke controles aan de binnengrenzen moeten worden opgeheven

de diplomatieke aanpak en de samenwerking met derde landen moeten worden geïntensiveerd

III.2Budgettaire steun

De financiële steun zal met onmiddellijke ingang worden versterkt. De noodfinanciering uit de EU-begroting op het gebied van asiel, migratie en grenstoezicht is dit jaar al verdubbeld en bedraagt nu 73 miljoen euro. Daarmee is rechtstreekse onmiddellijke crisissteun verleend (zie bijlage IV). In het kader van het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF) en het Fonds voor interne veiligheid (ISF) heeft Italië bijvoorbeeld ruim 19 miljoen EUR aan noodfinanciering ontvangen en Griekenland bijna 5 miljoen EUR, en nieuwe aanvragen zijn momenteel in behandeling. Vorige week is 4 miljoen EUR toegewezen aan Hongarije, waarmee het totaal voor dit jaar tot nu toe op ruim 5 miljoen EUR komt. Deze middelen zijn inmiddels opgebruikt en een aantal nieuwe verzoeken is in behandeling. De Commissie komt volgende week met een voorstel om dit budget voor 2015 met 100 miljoen EUR te verhogen.

Dat bedrag komt bovenop de grote bedragen (ruim 300 miljoen EUR) die in 2015 worden vrijgemaakt als voorfinanciering in het kader van de meerjarige fondsen voor migratie en grenzen. Afgelopen week ontving Griekenland een eerste tranche van 33 miljoen EUR en Italië ontving in augustus 39,2 miljoen EUR.

Middelen zijn dus beschikbaar en meer middelen worden beschikbaar gemaakt, maar om deze snel in te zetten, moet een groot aantal overheidsinstanties zich inspannen en moet een slimme aanpak worden gekozen om binnen zo kort mogelijke tijd een zo groot mogelijk effect te sorteren. Het is bijvoorbeeld beter om niet te wachten op de bouw van traditionele opvangfaciliteiten maar een oplossing te zoeken door snel al bestaande publieke of particuliere gebouwen in gebruik te nemen.

De agentschappen van de EU spelen een essentiële rol om de samenwerking mogelijk te maken en de beschikbare expertise zo goed mogelijk te benutten. Zij moeten nu hun activiteiten op het terrein veel sterker uitbreiden dan oorspronkelijk de bedoeling was. De EU-agentschappen die op migratiegerelateerde gebieden actief zijn, hebben daarom een forse financiële injectie nodig. De Commissie zal volgende week voorstellen om de capaciteit van de drie belangrijkste EU-agentschappen te versterken met in totaal 120 extra posten: 60 voor Frontex, 30 voor EASO en 30 voor Europol. De extra kosten daarvoor in 2015 bedragen 1,3 miljoen EUR, dat nog in 2015 beschikbaar moet komen. Voor verdere uitbreiding van het mandaat van de drie agentschappen zou onmiddellijk aanvullende financiering nodig zijn.

De Commissie wil voorstellen indienen om de fondsen voor migratie en grenzen in 2016 met 600 miljoen EUR te versterken. Dat bedrag zou bovenop de voor de noodherplaatsingsregeling geplande 780 miljoen EUR komen. Deze aanvullende financiering dient ter dekking van de steun aan de hotspot-gebieden, de hulp aan de meest getroffen lidstaten, de eerste financiële steun aan de lidstaten van herplaatsing en de versterking van de operationele capaciteit van de agentschappen. Daarmee kan een reële bijdrage worden geleverd aan de onmiddellijke behoeften op het gebied van migratiebeheer, opvang, terugkeer en grenstoezicht.

Voorrang moet worden gegeven aan de overbrugging van het tekort aan financiering voor de Syriëcrisis. Dit tekort is ten dele de rechtstreekse oorzaak van de gegroeide vluchtelingenstroom in het oostelijke Middellandse Zeegebied. Het is echter ook een gevolg van “donormoeheid”. Als we er serieus naar willen streven dat de meerderheid van de vluchtelingen zo dicht mogelijk bij huis wordt opgevangen, dan zullen we daarvoor meer geld moeten uittrekken. Volgens de schatting van de Verenigde Naties bedragen de kosten van de humanitaire behoeften waarin niet is voorzien voor de Syrische crisis in 2015 in totaal 4 miljard EUR 13 . Tot dusver is echter slechts 38% van de financieringsvereisten geregeld. De gevolgen van dit tekort zijn dramatisch: volgens Unicef zijn de afgelopen maanden tot vijf miljoen mensen (voor de helft kinderen) getroffen door grote onderbrekingen van de watervoorziening, met als gevolg een groot risico op de uitbraak van ziekten. De EU en de lidstaten zouden zich ertoe moeten verbinden om ten minste de helft van deze kosten te dekken.

Het Wereldvoedselprogramma, het Rode Kruis, de Wereldgezondheidsorganisatie en andere partners zijn geconfronteerd met ernstige tekorten en onderbrekingen in de verstrekking van voedsel en gezondheidszorg. De meeste lidstaten van de EU hebben hun bijdrage aan het Wereldvoedselprogramma verlaagd, sommige met maar liefst 100 % (zie bijlage V). Volgens de UNHCR is de voedselhulp voor 1,6 miljoen vluchtelingen al verminderd en kunnen 750 000 kinderen niet naar school, ondanks de grote inspanningen van de EU en andere donoren. Als gevolg van het financieringstekort lopen 70 000 zwangere vrouwen risico op een onveilige bevalling. Het wekt dan ook nauwelijks verbazing dat veel vluchtelingen tot de slotsom komen dat de gevaren van de reis naar Europa te prefereren zijn boven de risico’s die thuisblijvers lopen. De Commissie roept de lidstaten op de financiering voor voedselhulp via het Wereldvoedselprogramma weer op het peil van 2014 te brengen, zodat de voedselvoorziening aan Syrische vluchtelingen kan worden gestabiliseerd. De Commissie zal de middelen voor humanitaire noodhulp en civiele bescherming voor 2015 met 200 miljoen EUR verhogen, zodat onmiddellijk kan worden ingegaan op verzoeken van de UNHCR, het Wereldvoedselprogramma en andere betrokken organisaties om vluchtelingen snel hulp te bieden.

Gezien de snel veranderende situatie is flexibiliteit essentieel. Humanitaire hulp is een van de meest flexibele en snelst in te zetten instrumenten waarover de EU beschikt. Het daarvoor in de ontwerpbegroting voorgestelde bedrag wordt in 2016 verhoogd met 300 miljoen EUR. In verband met de seizoenswisseling is het essentieel dat de EU voldoende capaciteit heeft om te voldoen aan verzoeken van ngo’s en VN-agentschappen om snel gerichte hulp te verlenen.

Een van de meest doeltreffende instrumenten voor de steun aan Syrische vluchtelingen is het regionale trustfonds van de EU voor de Syrische crisis (het Madadfonds 14 , zie bijlage VI). De EU heeft al startbijdragen in het fonds gestort ten belope van 38 miljoen EUR en is van plan om later dit jaar en in de toekomst nog grotere bijdragen te storten. Italië heeft 3 miljoen EUR in het fonds gestort en Duitsland heeft een bijdrage van 5 miljoen EUR toegezegd. De EU treft momenteel de voorbereidingen om tegen 2015 100 miljoen EUR extra toe te kennen. Het trustfonds zal in het eerste jaar bijgevolg al over 150 miljoen EUR beschikken. Gezien de behoeften op het terrein en de indrukwekkende projectpijplijn van 440 miljoen EUR is echter nog veel meer nodig. Als we ons duidelijk en voor langere tijd verbinden tot deelname aan het trustfonds, geven we de vluchtelingen en de internationale gemeenschap een krachtig signaal dat op de steun van de EU kan worden gerekend. De Commissie zal volgende week voorstellen om de financiering van het Europees nabuurschapsinstrument (ENI) in 2015 met 300 miljoen EUR te verhogen. Daarmee kan het Madadfonds worden versterkt en kan hulp worden geboden aan derde landen die Syrische vluchtelingen opvangen. Dit gaat samen met een verdere hertoewijzing van de middelen voor het pretoetredingsinstrument, zodat het totale niveau van de EU-financiering voor het trustfonds in deze fase op ruim 500 miljoen EUR komt.

De bijdragen van de lidstaten zouden in overeenstemming moeten zijn met de steun die de EU biedt, zodat het fonds in totaal op ten minste 1 miljard EUR kan rekenen. Dit zou een krachtig internationaal signaal geven van de bereidheid van de EU om de Syrische vluchtelingen te helpen.

De druk op Turkije, Libanon en Jordanië neemt al vele jaren toe doordat miljoenen mensen uit Syrië zijn gevlucht. Het is duidelijk dat de onderliggende oorzaken al vele jaren bestaan. De aanpak van de politieke chaos is uiterst complex en we zullen onze inspanningen moeten verdubbelen. De EU werkt nauw samen met haar buren om de migratieproblemen te helpen oplossen.

In Turkije is al 176 miljoen EUR ingezet voor migratiegerelateerde maatregelen, waaronder rechtstreekse bijstand aan de vluchtelingen. De EU bespreekt momenteel met Turkije een herziening van de toewijzing van EU-middelen zodat in totaal 1 miljard EUR ter beschikking kan worden gesteld voor maatregelen ten behoeve van de vluchtelingen in 2015 en 2016, gaande van steun voor infrastructuur tot gezondheidsdiensten en onderwijs aan vluchtelingenkinderen in hun eigen taal. Een aanzienlijk deel hiervan zal worden geïmplementeerd via het Madadfonds van de EU, zodat de steun snel kan worden geleverd. Naast deze substantiële financiële steun is de Commissie met Turkije een brede migratiedialoog aangegaan over alle aspecten, inclusief registratie, overname en terugkeer, waarvoor Turkije doeltreffender te werk moet gaan. Het actieplan EU-Turkije inzake migratie moet zo snel mogelijk worden afgerond.

In Servië en de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië heeft de onverwachte aankomst van tienduizenden vluchtelingen van buiten de regio de infrastructuur sterk onder druk gezet. Hoewel de belangrijkste opgave is te voorkomen dat deze situatie meer wordt dan een tijdelijk probleem, is het duidelijk dat deze landen twee soorten hulp nodig hebben: steun en advies voor de opbouw van migratiebeheer en ondersteuning van vluchtelingen, alsmede directe steun om de vluchtelingen die zich nu op hun grondgebied bevinden, te kunnen verwerken. De EU heeft al 78 miljoen EUR geboden om de opvangcentra en het grenstoezicht te verbeteren, en daarnaast is sinds juli 1,7 miljoen EUR verstrekt aan humanitaire hulp. De Commissie bereidt een pakket van nog eens 17 miljoen EUR voor omdat de vluchtelingenstroom over de Westelijke Balkan voorlopig nog zal aanhouden.

Het noodtrustfonds voor stabiliteit en de aanpak van de diepere oorzaken van irreguliere migratie en ontheemding in Afrika biedt vooral steun om de structurele zwakten van het migratiebeheer aan te pakken. Het trustfonds richt zich op de aanpak van de crises in de Sahel, de regio rond het Tsjaadmeer, de Hoorn van Afrika en Noord-Afrika. Het is bedoeld om bij te dragen tot stabiliteit in de genoemde regio’s en tot beter migratiebeheer. Tot dusver hebben slechts twee EU-lidstaten 15 bevestigd dat zij een bijdrage zullen leveren bovenop de 1,8 miljard EUR die op EU-niveau wordt verstrekt. De bijdragen van de lidstaten zouden in overeenstemming moeten zijn met de steun die de EU biedt.

Gezien de dominantie van het migratievraagstuk is het duidelijk dat de basisfinanciering van de EU voor deze problemen moet worden versterkt. Lidstaten in nood kunnen echter al een beroep doen op allerlei soorten steun van zowel financiële als operationele aard. In de gevallen dat daarvoor de bestaande plannen moeten worden geherprogrammeerd, bestaat die mogelijkheid juist om de lidstaten in staat te stellen op omstandigheden zoals de migrantencrisis te reageren. Er is een sterke behoefte aan grotere flexibiliteit binnen het meerjarig financieel kader om het mogelijk te maken dat schaarse financiële middelen voor deze prioriteitsgebieden worden ingezet. Alhoewel de structuurfondsen gericht zijn op de lange termijn, kunnen zij toch mede worden ingezet voor de aanpak van de migratieproblemen waar het gaat om integratiemaatregelen zoals taalonderricht of de medefinanciering van belangrijke infrastructuur, inclusief huisvesting en sociale infrastructuur, en in noodgevallen opvangcentra. Ook financiering voor de kortere termijn is beschikbaar: via het Fonds voor de meest behoeftigen, dat voor de periode 2014–2020 over 3,8 miljard EUR beschikt, wordt al steun verleend aan migranten en vluchtelingen in België, Spanje en Zweden. Het kan voor voedsel en kleding zorgen vanaf de eerste dag, maar het biedt ook snelle integratiesteun voor asielzoekers. De lidstaten moeten zich ertoe verbinden hun bestaande plannen aan te passen om aan nieuwe prioriteiten te kunnen voldoen.

Belangrijke maatregelen voor de komende zes maanden

verhoging van de noodfinanciering voor de meest getroffen lidstaten met 100 miljoen EUR voor 2015

versterking van het personeel van de drie belangrijkste EU-agentschappen met 120 extra posten met ingang van 2015

verhoging van de noodfinanciering voor de meest getroffen lidstaten en de financiering voor Frontex, EASO en Europol voor 2016 met 600 miljoen EUR

de lidstaten zouden de financiering voor voedselhulp via het Wereldvoedselprogramma weer op het peil van 2014 moeten brengen; daarnaast wordt in 2015 200 miljoen EUR aan EU-middelen voor humanitaire hulp ingezet voor rechtstreekse steun aan vluchtelingen

verhoging van de humanitaire hulp met 300 miljoen EUR in 2016 om te kunnen voorzien in de essentiële behoeften van de vluchtelingen, zoals voedsel en onderdak

ondersteuning van het trustfonds voor Syrië met ruim 500 miljoen EUR uit de EU-begroting en equivalente bijdragen van de lidstaten

herziening van de toewijzing van EU-middelen (tot 1 miljard EUR) voor maatregelen op het gebied van vluchtelingenhulp in Turkije; mobilisering van 17 miljoen EUR voor Servië en de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië

III.3 Uitvoering van het EU-recht

De Europese migratieagenda steunt op een eenvoudig beginsel: migranten die internationale bescherming nodig hebben, moeten worden geholpen en migranten die geen recht hebben op verblijf in de EU, moeten worden teruggestuurd. Het is voor de uitvoering van het Europees migratiebeleid van essentieel belang dat alle lidstaten de gemeenschappelijke regels inzake asiel en irreguliere migratie die recentelijk op EU-niveau zijn overeengekomen, volledig toepassen.

Sinds het begin van deze eeuw heeft de Commissie een reeks voorstellen gepresenteerd om een gemeenschappelijk Europees asielstelsel op te zetten (zie bijlage VII). Het Europees Parlement en de Raad hebben al deze voorstellen bekrachtigd.

In heel Europa gelden nu dezelfde normen voor de manier waarop asielzoekers, met respect voor hun waardigheid, worden ontvangen, en voor de manier waarop hun asielaanvragen worden behandeld. Bovendien zijn in heel Europa gemeenschappelijke criteria van kracht aan de hand waarvan onze onafhankelijke rechtsstelsels bepalen of iemand in aanmerking komt voor internationale bescherming.

Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel wordt gevormd door vijf verschillende wetgevingsinstrumenten, namelijk de Dublinverordening, de richtlijn asielprocedures, de richtlijn asielnormen, de richtlijn opvangvoorzieningen en de Eurodac-regels inzake het nemen van vingerafdrukken. Het zijn zeer recente instrumenten, waarvan de laatste in werking zijn getreden in juli 2015.

De uitvoering van het EU-recht op dit gebied laat te wensen over. De Commissie is van plan al het mogelijke te doen om ervoor te zorgen dat het EU-recht inzake asiel en migratie wordt omgezet en gehandhaafd. In dat kader leidt zij vandaag een nieuwe reeks inbreukprocedures in, met 40 nieuwe beslissingen over inbreukzaken (zie bijlage VII). De realiteit is dat de crisis waarmee we dit jaar worden geconfronteerd, wordt verergerd door het feit dat de bestaande wetgeving over onder andere opvangvoorzieningen, vingerafdrukken en terugkeer niet naar behoren wordt uitgevoerd.

Bijzondere aandacht moet worden besteed aan Griekenland, dat dringend werk moet maken van een terugkeer naar de normale situatie, zodat binnen de komende zes maanden het Dublinsysteem opnieuw kan worden toegepast. Griekenland is door zijn geopolitieke situatie de afgelopen maanden zwaar onder druk komen te staan. Dit komt nog bovenop de aanhoudende problemen die Griekenland heeft om aan zijn verplichtingen uit hoofde van het EU-recht te voldoen. Sinds 2011 zijn naar aanleiding van arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Europees Hof van Justitie Dublinoverdrachten naar Griekenland geschorst. Reden daarvoor is dat door de aanhoudende tekortkomingen in het Griekse asielstelsel met dergelijke overdrachten de grondrechten van de betrokkene zouden worden geschonden. Griekenland moet nu met de steun die het krijgt de situatie op het terrein aanzienlijk verbeteren. Het moet al het mogelijke doen om er in het bijzonder voor te zorgen dat:

de diensten die verantwoordelijk zijn voor asiel en voor eerste opvang over geschikt personeel beschikken, om effectief grensbeheer (screening, identificatie en het nemen van vingerafdrukken) en een effectieve asielprocedure te garanderen;

de nodige investeringen worden gedaan om tegemoet te komen aan de opvangbehoeften van gemengde migratiestromen; Griekenland moet zich in het bijzonder maximaal inspannen om passende opvangcapaciteit te creëren voor de huidige instroom en om personen die worden herplaatst passende faciliteiten te bieden;

de procedures en stelsels voor de absorptie van EU-middelen worden verbeterd;

het terugkeersysteem doeltreffend is (ondersteunde vrijwillige en gedwongen terugkeer).

Belangrijke maatregelen voor de komende zes maanden

de lidstaten moeten de EU-regels inzake asiel en migratie snel en volledig uitvoeren

Griekenland moet de normale situatie herstellen en moet alle mogelijke maatregelen treffen om binnen de komende zes maanden Dublintransfers naar Griekenland opnieuw mogelijk te maken

IV.Volgende stappen op wetgevingsgebied: een solide en toekomstbestendig systeem instellen

Kortetermijnmaatregelen om de acute crisis aan te pakken, zijn geen oplossing voor de lange termijn. Precies daarom voorziet het Verdrag van Lissabon in de instelling van een gemeenschappelijk asielstelsel. Om tot een echt Europees stelsel te komen, moeten we nu niet alleen wat is overeengekomen volledig uitvoeren en handhaven, maar ook vaart zetten achter de resterende componenten. De beleidsdomeinen die essentieel zijn voor een geslaagd migratiebeheer zijn nauw met elkaar verbonden. Tekortkomingen aan de buitengrens kunnen druk doen ontstaan op het asielstelsel. Voorts kunnen problemen bij de identificatie en registratie van migranten bij binnenkomst het vertrouwen in het systeem in zijn geheel ondermijnen. Het lage terugkeerpercentage van migranten die niet in aanmerking komen voor verblijf in de EU leidt tot cynisme over de waarde van asielbeslissingen. Tot slot is de afgelopen weken en maanden ook gebleken dat wanneer de onderliggende oorzaken van migratie onvoldoende worden aangepakt en de druk van buiten de EU niet wordt verlicht, de EU het zeer zwaar te verduren krijgt. Daarom moeten maatregelen worden genomen op de volgende gebieden:

(i) Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel is de garantie van Europa dat het zal voldoen aan zijn verplichting om tijdelijke of permanente hulp te verlenen aan personen die internationale bescherming nodig hebben en om de grondrechten van de migranten te eerbiedigen. Dit moet de kerngedachte van ons streven blijven. De druk op het stelsel dit jaar toont echter dat een herziening van de Dublinverordening 16 nodig is en dat erop moet worden toegezien dat de verordening volledig wordt uitgevoerd. In een ordelijk en billijk systeem moeten asielzoekers de mogelijkheid krijgen om te werken. De lidstaten die op grond van de huidige regels volledig gebruikmaken van het maximum van 9 maanden zouden nu kunnen beslissen dat asielzoekers die op hun grondgebied worden herplaatst, de mogelijkheid krijgen om te werken. Voorts kunnen lange procedures de geloofwaardigheid van het systeem aantasten en tot grote onzekerheid leiden. Dit zou kunnen worden aangepakt met een EUsysteem voor de erkenning van veilige landen van herkomst in asielprocedures, zoals de Commissie heeft voorgesteld voor de landen van de Westelijke Balkan en voor Turkije. Een dergelijk systeem zou zeer dienstig zijn voor het identificeren van de personen die het meeste nood hebben aan bescherming.

De inspanningen op dit gebied moeten er onder meer voor zorgen dat de Unie paraat staat indien er zich een nieuwe situatie van uitzonderlijke druk voordoet, vergelijkbaar met de situatie dit jaar. In het kader daarvan heeft de Commissie naast de twee voorstellen voor noodherplaatsing een wijziging voorgesteld voor de instelling van een mechanisme om in crisissituaties waarbij de toepassing van het Dublinsysteem in het gedrang komt, personen die duidelijk internationale bescherming nodig hebben, te herplaatsen. Dit voorstel 17 moet snel worden goedgekeurd.

(ii) Voor de geloofwaardigheid van het stelsel is het onder meer van belang dat personen die niet in aanmerking komen voor internationale bescherming, terugkeren naar hun land van herkomst. Volledige uitvoering van de maatregelen van het recente actieplan van de Commissie over terugkeer 18 zou de geloofwaardigheid van de terugkeerregeling van de EU herstellen. Hiervoor is een tweeledige aanpak nodig. Op EU-niveau moet de informatie-uitwisseling beter, moeten de middelen voor het EU- en het nationale niveau worden verhoogd, moet de rol van Frontex worden uitgebreid en moet in de betrekkingen met derde landen nieuwe nadruk worden gelegd op terugkeer. Op nationaal niveau moet ervoor worden gezorgd dat de bestaande regels effectief worden toegepast en dat terugkeerbesluiten worden uitgevoerd.

(iii) De EU moet de problemen onder ogen zien waarmee de lidstaten aan de buitengrenzen van de Unie worden geconfronteerd. De buitengrenzen vormen het belangrijkste element voor de stabiliteit van het hele migratie- en asielbeleid. Een sterke buitengrens maakt het mogelijk de binnengrenzen in het Schengengebied te openen en het vrije verkeer van personen te garanderen. Daarom moeten we nauw samenwerken bij het buitengrenzenbeheer. Frontex moet worden versterkt, het mandaat ervan moet worden verruimd en er moet een volledig operationele Europese grens- en kustwacht worden ontwikkeld. Dat moet de bescherming van de buitengrenzen van de EU versterken en de EU beter in staat stellen om bij een crisis snel middelen in te zetten.

(iv) Voor een ordelijk en billijk migratiebeheer moet de aandacht worden verlegd naar het behandelen van verzoeken van migranten vóór zij de gevaarlijke tocht naar Europa ondernemen, of het nu gaat om vluchtelingen die waarschijnlijk voor internationale bescherming in aanmerking komen, migranten die gebruik willen maken van legale migratieregelingen of personen die het risico nemen om naar de EU te trekken maar naar hun land van herkomst worden teruggestuurd. Om doeltreffend te zijn, moet de aanpak gericht zijn op de Europese traditie van humanitaire hulp via een solide, EU-brede hervestigingsregeling. Voortbouwend op de ervaring met de huidige regeling en zoals uiteengezet in de Europese migratieagenda zal de Commissie een voorstel uitwerken voor een gestructureerd systeem dat zorgt voor een collectieve aanpak van hervestiging bij zware vluchtelingencrises. Een consistentere aanpak en een gezamenlijke EU-inspanning zullen tonen dat de EU in staat is om te doen wat nodig is. Vluchtelingen zouden dan ook zien dat zij er beter aan doen om de gevestigde UNHCR-kanalen te gebruiken. Om ervoor te zorgen dat migranten die wachten op hun hervestiging in passende omstandigheden worden opgevangen en dat hun rechten ten volle worden geëerbiedigd, en wel zo dicht mogelijk bij hun thuis, zullen intensieve ondersteunende maatregelen nodig zijn.

(v) De langetermijnaanpak moet legale migratiemogelijkheden omvatten. Legale migratiemogelijkheden passen in het kader van de instelling van een solide systeem voor migratiebeheer en zijn essentieel om ervoor te zorgen dat migratie niet langer als een probleem wordt beschouwd, maar als een kans voor een continent dat een sterke bevolkingsafname kent.

Belangrijke maatregelen die de Commissie tegen maart 2016 moet nemen

ambitieuze maatregelen voor de oprichting van een Europese grens- en kustwacht en uitbreiding van het mandaat van Frontex (december 2015);

een pakket inzake legale migratie opstellen, inclusief een herziening van de blauwekaartregeling (maart 2016);

verdere hervorming van de Dublinverordening (maart 2016);

een voorstel voor een gestructureerde hervestigingsregeling indienen (maart 2016);

een geactualiseerde strategie inzake mensenhandel presenteren (maart 2016).

V.    Conclusie

Sinds begin dit jaar zijn bijna 500 000 mensen naar Europa getrokken, en deze trend zal zich nog voortzetten.

De Europese Commissie streeft consequent naar een gecoördineerde Europese respons op het gebied van vluchtelingen en migratie. We hebben in korte tijd al veel bereikt.

De staatshoofden en regeringsleiders die vandaag in het kader van de Europese Raad bijeenkomen, moeten de inspanningen nu bevestigen door overeenstemming te bereiken over de bijgevoegde prioritaire maatregelen en door deze onverwijld uit te voeren.

Lijst van bijlagen

I. Prioritaire maatregelen in het kader van de Europese migratieagenda, uit te voeren in de komende zes maanden

II. Ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspots

III. Mechanisme voor snelle-grensinterventieteams

IV. Financiële steun aan de lidstaten uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie en het Fonds voor interne veiligheid

V. Bijdragen van de lidstaten en de Commissie aan het Wereldvoedselprogramma

VI. Het regionale trustfonds van de EU voor de Syrische crisis (Madadfonds)

VII. Uitvoering van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel

(1)

   Op 22 juni 2015 is een crisisbeheersingsoperatie gestart onder de benaming EUNAVFOR MED, die tot taak heeft smokkelactiviteiten in het zuidelijke centrale Middellandse Zeegebied te bestrijden. Op 14 september 2015 hebben de lidstaten besloten dat de operatie overgaat van de eerste fase (verzamelen van informatie) naar de tweede, operationele fase. Door deze belangrijke ontwikkeling wordt het in het kader van deze operatie mogelijk over te gaan tot het aan boord gaan, doorzoeken, in beslag nemen en afleiden van vaartuigen in volle zee waarvan wordt vermoed dat zij voor mensensmokkel of -handel worden gebruikt, overeenkomstig het internationaal recht.

(2)

   Dit is het geval voor Ierland, dat heeft toegezegd om ter aanvulling op de EU-regeling steun te zullen verlenen aan 2 900 personen die duidelijk internationale bescherming nodig hebben, zowel in de vorm van herplaatsing als in de vorm van hervestiging, en het Verenigd Koninkrijk, dat in de periode tot het eind van de ambtstermijn van het huidige Britse parlement in 2020 tot 20 000 Syrische vluchtelingen zal hervestigen.

(3)

   Het Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (Frontex) bevordert, coördineert en ontwikkelt het Europees grensbeheer. Het is opgericht op 26 oktober 2004 bij Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad.

(4)

   Het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken verleent de lidstaten praktische en technische ondersteuning. Het is opgericht op 19 mei 2010 bij Verordening (EG) nr. 439/2010 van het Europees Parlement en de Raad.

(5)

   Europol is het agentschap van de Europese Unie voor rechtshandhaving. Het staat de lidstaten van de EU bij in de strijd tegen zware internationale criminaliteit en terrorisme. Europol is opgericht op 1 juli 1999.

(6)

   Eurojust is het agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking. Het ondersteunt de coördinatie en de samenwerking tussen nationale onderzoeks- en vervolgingsautoriteiten. Het is opgericht op 28 februari 2002 bij Besluit 2002/187/JBZ van de Raad.

(7)

   Het EU-mechanisme voor civiele bescherming faciliteert samenwerking op het gebied van de respons in noodsituaties tussen 33 Europese landen (de 28 lidstaten van de EU, IJsland, Montenegro, Noorwegen, Servië en de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië). Turkije heeft onlangs de overeenkomst inzake de officiële toetreding tot het mechanisme ondertekend. De deelnemende staten bundelen de middelen die zij aan elkaar en aan andere landen overal ter wereld ter beschikking kunnen stellen. De Europese Commissie beheert het mechanisme via het Coördinatiecentrum voor respons in noodsituaties. Elk land ter wereld kan verzoeken om bijstand van het EU-mechanisme voor civiele bescherming. Ook de Verenigde Naties en bepaalde internationale organisaties, zoals de Internationale Organisatie voor Migratie, kunnen het mechanisme activeren en om hulp in niet-lidstaten van de EU verzoeken.

(8)

   Een aantal lidstaten, waaronder Denemarken, Bulgarije, Slovenië, Finland en Polen, heeft al materiële steun aangeboden zoals dekens, beddengoed en tenten, die door de Hongaarse autoriteiten is aanvaard.

(9)

   De op 21 september gevraagde steun omvatte voertuigen, brandstof, hygiënische artikelen, bedden, matrassen en voedsel. Hongarije heeft tot dusver 50 000 beschermingsmaskers aangeboden.

(10)

   De operatie aan de Grieks-Turkse grens begon op 2 november 2010 en liep tot 2 maart 2011, de datum waarop Frontex de gezamenlijke operatie Poseidon Land hervatte.

(11)

   JOIN(2015) 40 van 9 september 2015.

(12)

   Aan de top zal worden deelgenomen door de lidstaten van de EU, de lidstaten van de Afrikaanse Unie, de Afrikaanse landen die deelnemen aan de processen van Rabat en Khartoem, de UNHCR en de Internationale Organisatie voor Migratie. De top van Valletta volgt op de bijeenkomst van de Europese Commissie en de Commissie van de Afrikaanse Unie die op 21 april 2015 in Brussel is gehouden.

(13)

   Financiële controledienst van het VN-Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Aangelegenheden (OCHA).

(14)

   De naam van het trustfonds is “Madad”, wat in het Arabisch ruwweg staat voor hulp die gezamenlijk wordt geboden.

(15)

   Frankrijk en Spanje (de bedragen zijn nog niet vastgesteld).

(16)

   Verordening (EU) nr. 604/2013 van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking).

(17)

   COM(2015) 450 van 9 september 2015.

(18)

   COM(2015) 453 van 9 september 2015.

Top

Brussel, 23.9.2015

COM(2015) 490 final

BIJLAGE

bij de

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD EN DE RAAD

Aanpak van de vluchtelingencrisis: nu te nemen operationele, budgettaire en wetgevende maatregelen in het kader van de Europese migratieagenda


BIJLAGE I

Prioritaire maatregelen in het kader van de Europese migratieagenda, uit te voeren in de komende zes maanden

Operationele maatregelen

Taken van de Commissie en de EU-agentschappen:

de lidstaten helpen alle noodzakelijke stappen te nemen voor de uitvoering van de herplaatsingsbesluiten, de organisatie van de coördinatie ter plaatse en de oprichting van een netwerk van nationale contactpunten; werken aan de actiepunten die zijn afgesproken op de bijeenkomst over herplaatsing die deze week met de lidstaten heeft plaatsgevonden;

steun bieden voor de doelstelling om de ondersteuningsteams voor de hotspots deze week operationeel te maken. De agentschappen zullen rechtstreekse expertise bieden op gebieden als de correcte identificatie van migranten, terwijl de Commissie zorgt voor de coördinatie tussen de diverse betrokken instanties;

de komende twee weken praktische afspraken maken met de lidstaten en de UNHCR voor de uitvoering van de hervestigingsregeling.

Taken van de lidstaten die migratiedruk ondervinden:

hun stappenplannen voor de ondersteuningsteams die op de hotspots worden ingezet afronden en deze week beginnen met de uitvoering ervan; deze week een netwerk van verbindingsfunctionarissen opzetten voor alle betrokken lokale en nationale overheidsinstanties;

het mechanisme voor civiele bescherming activeren of een beroep doen op snelle-grensinterventieteams voor onmiddellijke praktische steun van de EU en de andere EU-lidstaten.

Taken van alle lidstaten:

deze week een nationaal contactpunt voor herplaatsing opzetten, zodat de kandidaten snel kunnen worden geïdentificeerd en overgebracht; verbindingsfunctionarissen uitzenden naar Italië en Griekenland voor ondersteuning van de screening ter plaatse; melden welke opvangcapaciteit voor te herplaatsen personen kan worden ingezet;

binnen een week na de afronding van het nationale stappenplan voor de ondersteuningsteams die op de hotspots zullen worden ingezet, aan Frontex en het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken melden wat voor nationale expertise ter beschikking zal worden gesteld;

een noodreserve van grensbewakingsmaterieel identificeren voor snelle-grensinterventieteams die dit jaar worden opgeroepen, en Frontex daarvan uiterlijk eind september op de hoogte stellen;

de Commissie uiterlijk eind september melden welk materieel voor civiele bescherming in gereedheid zal worden gehouden om te worden ingezet in het kader van het mechanisme voor civiele bescherming, mocht dat dit jaar nodig zijn;

dit jaar een noodplanningsysteem opzetten voor het geval dat het aantal asielverzoeken stijgt;

bevestigen dat de steun voor de gezamenlijke Frontex-operatie Triton wordt voortgezet en met spoed ingaan op de oproep om materieel ter beschikking te stellen voor de operatie Poseidon;

met Frontex contact opnemen inzake de coördinatie en de financiële ondersteuning die dit jaar nog beschikbaar zijn voor gezamenlijke terugkeervluchten en bijstand voorafgaand aan de terugkeer.

Verhoging van de budgettaire steun

De Commissie zal volgende week de nodige voorstellen indienen bij het Europees Parlement en de Raad. De instellingen wordt verzocht de voorstellen voor 2015 volgens een versnelde procedure vast te stellen:

verhoging van de financiering van het fonds voor noodhulp in het kader van het Fonds voor asiel, migratie en integratie en het Buitengrenzenfonds met respectievelijk 80 miljoen EUR en 20 miljoen EUR. Deze middelen zullen worden gebruikt om de opvangcapaciteit te vergroten, de administratieve capaciteit voor de behandeling van asielverzoeken te versterken en de capaciteit voor de respons op pressie aan de buitengrenzen te ondersteunen;

versterking van het personeel van de drie belangrijkste EU-agentschappen met 120 extra posten met ingang van 2015: 60 posten voor Frontex, 30 voor EASO en 30 voor Europol in 2015;

verhoging van de middelen voor humanitaire noodhulp met 200 miljoen EUR, zodat onmiddellijk kan worden ingegaan op verzoeken van de UNHCR, het Wereldvoedselprogramma en andere betrokken organisaties om vluchtelingen snel hulp te bieden;

de financiering van het Europees nabuurschapsinstrument (ENI) in 2015 met 300 miljoen EUR verhogen; daarmee kan het regionale trustfonds van de EU voor de Syrische crisis (Madadfonds) worden versterkt en kan hulp worden geboden aan derde landen die Syrische vluchtelingen opvangen. In combinatie met een verdere verschuiving van de middelen van het pretoetredingsinstrument komt het totale niveau van de EU-financiering voor het trustfonds in deze fase op ruim 500 miljoen EUR.

De Commissie zal de komende weken bij het Europees Parlement en de Raad voorstellen indienen voor de volgende wijzigingen van de voorgestelde begroting voor 2016:

een nieuw pakket van 600 miljoen EUR ter verhoging van het noodfinancieringsbudget van het Fonds voor asiel, migratie en integratie en het Fonds voor interne veiligheid (grenzen) en ter financiering van de extra middelen voor Frontex, EASO en Europol zodat kan worden voorzien in de onmiddellijke behoeften op het gebied van migratiebeheer, opvang, terugkeer en grenscontrole;

verhoging van de humanitaire hulp met 300 miljoen EUR om te kunnen voorzien in de essentiële behoeften van de vluchtelingen, zoals voedsel en onderdak.

De EU zou de toewijzing van EU-middelen aan Turkije moeten herzien, zodat in totaal 1 miljard EUR ter beschikking kan worden gesteld voor maatregelen ten behoeve van de vluchtelingen in 2015 en 2016.

De lidstaten zouden zich onmiddellijk moeten verbinden tot:

verhoging van de financiering voor voedselhulp via het Wereldvoedselprogramma tot het peil van 2014, zodat de voedselvoorziening aan Syrische vluchtelingen kan worden gestabiliseerd;

de bijdrage uit de EU-begroting aan het regionale trustfonds van de EU voor de Syrische crisis (Madadfonds) evenaren, zodat in totaal ten minste 1 miljard EUR ter beschikking komt voor de ondersteuning van Syrische vluchtelingen (in landen buiten de EU);

de bijdrage van de EU van 1,8 miljard EUR voor het noodtrustfonds voor stabiliteit en de aanpak van de diepere oorzaken van onregelmatige migratie en ontheemding in Afrika evenaren;

de voorfinancieringsmiddelen (ruim 300 miljoen EUR) die momenteel naar de lidstaten worden overgeboekt, onmiddellijk inzetten voor de uitvoering van de nationale programma’s in het kader van het Fonds voor asiel, migratie en integratie en het Fonds voor interne veiligheid (grenzen);

onderzoeken hoe hun huidige programma’s in het kader van de structuurfondsen kunnen worden ingezet voor de ondersteuning van migratiegerelateerde maatregelen, en naar aanleiding daarvan voorstellen doen aan de Commissie.

Uitvoering van de asielwetgeving van de EU

De lidstaten zouden zich ertoe moeten verbinden met spoed stappen te ondernemen voor de omzetting, uitvoering en volledige toepassing van de EU-wetgeving waarop het Europees asielstelsel berust, zoals betreffende opvangvoorzieningen, asielprocedures en personen die voor asiel in aanmerking komen.

Volgende stappen op wetgevingsgebied

Het Europees Parlement en de Raad zouden de volgende voorstellen van de Commissie versneld moeten behandelen:

veilige landen van herkomst, waaronder Turkije;

wijziging van de Dublinverordening door invoering van een mechanisme voor crisisherplaatsing.

De Commissie zal de volgende nieuwe voorstellen versneld indienen:

oprichting van een Europese grens- en kustwacht en uitbreiding van het mandaat van Frontex (december 2015);

pakket inzake legale migratie, inclusief herziening van de blauwekaartregeling (maart 2016);

verdere hervorming van de Dublinverordening (maart 2016);

gestructureerd hervestigingsstelsel (maart 2016).

Top

Brussel, 23.9.2015

COM(2015) 490 final

BIJLAGE

bij de

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD EN DE RAAD

Aanpak van de vluchtelingencrisis: nu te nemen operationele, budgettaire en wetgevende maatregelen in het kader van de Europese migratieagenda


BIJLAGE II

Ondersteuningsteams voor migratiebeheer in hotspots

I    INLEIDING

In de huidige vluchtelingencrisis wordt de EU geconfronteerd met situaties waarin het groot aantal personen dat de buitengrenzen van een lidstaat overschrijdt, de capaciteit voor het ordelijk beheren van de toestroom van migranten te boven gaat. In dergelijke situaties moet de Unie steun verlenen aan een lidstaat die aan zijn grenzen wordt geconfronteerd met onevenredig zware migratiedruk. Dit is een absolute vereiste in een Unie die wordt beheerst door het beginsel van solidariteit. Met deze steun zal de betrokken lidstaat zijn juridische verplichtingen krachtens het EU-recht kunnen nakomen, met inbegrip van het identificeren, registreren en nemen van vingerafdrukken van personen bij aankomst. Voor deze crisissituaties heeft de Commissie de aanpak van ondersteuningsteams voor migratiebeheer in "hotspots" ontwikkeld.

Wat is de aanpak?

Een "hotspot" is een gebied aan de buitengrens dat met een onevenredig zware migratiedruk wordt geconfronteerd. Voorbeelden zijn Sicilië en Lampedusa in Italië of Lesbos en Kos in Griekenland. In deze "hotspots" komen de meeste migranten de Unie binnen. Het is op die plaatsen dat de EU operationele ondersteuning moet verlenen om ervoor te zorgen dat binnenkomende migranten worden geregistreerd, en om te voorkomen dat zij op een ongecontroleerde manier naar andere lidstaten trekken. Het is via de EU-agentschappen Frontex, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en Europol dat de Unie de lidstaten operationele ondersteuning biedt, volledig onder het toezicht van de lidstaat van ontvangst. Deze aanpak is een operationeel concept om de toegevoegde waarde van deze ondersteuning te maximaliseren via ondersteuningsteams voor migratiebeheer. Dit is een operationeel kader waarmee de agentschappen hun ondersteuning kunnen concentreren op de plek waar deze het meest nodig is, hun interventies kunnen coördineren en nauw kunnen samenwerken met de autoriteiten van de lidstaat van ontvangst. De aanpak wordt momenteel in Italië en Griekenland uitgerold.

Hoe bieden de EU-agentschappen ondersteuning in het kader van deze aanpak?

In het kader van deze aanpak bieden de EU-agentschappen Frontex, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en Europol de lidstaat van ontvangst specifieke ondersteuning overeenkomstig hun mandaat en deskundigheid. Daartoe zenden de agentschappen deskundigenteams direct naar de "hotspots" in de lidstaat van ontvangst. Deze teams bestaan uit deskundigen die door andere lidstaten ter beschikking worden gesteld. De samenstelling en de deskundigheid van deze ondersteuningsteams zijn toegesneden op de specifieke situatie en behoeften op de "hotspot" waar zij actief zijn ter ondersteuning van de autoriteiten van de lidstaat van ontvangst. Frontex zet screeningdeskundigen in en verstrekt mobiele kantoren om de lidstaat van ontvangst te ondersteunen bij het registreren en het nemen van vingerafdrukken van migranten bij aankomst. Daarnaast zet Frontex ook deskundigenteams in ter ondersteuning van de debriefing van de migranten om hun routes naar Europa in kaart te brengen en om informatie te verzamelen over de modus operandi van migrantensmokkelaars. Waar nodig, verlenen deskundigen van Frontex ook bijstand voorafgaand aan de terugkeer en coördineren zij terugkeervluchten. De deskundigen van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken ondersteunen de lidstaten van ontvangst bij de registratie van asielzoekers en de voorbereiding van het dossier. Europol en Eurojust sturen teams van onderzoekers ter ondersteuning van de informatieverzameling met het oog op het ontmantelen van netwerken van migrantensmokkel.

In elke lidstaat van ontvangst is er een gezamenlijk operationeel hoofdkwartier met vertegenwoordigers van alle drie de agentschappen (regionale taskforce van de Europese Unie – EURTF). Het coördineert de werkzaamheden van de ondersteuningsteams op de "hotspots" en zorgt voor een nauwe samenwerking met de nationale autoriteiten van de lidstaat van ontvangst. Een dergelijk gezamenlijk operationeel hoofdkwartier is opgezet in Catania (Sicilië) om de werkzaamheden in Italië te coördineren en in Piraeus zal een soortgelijk hoofdkwartier worden opgezet voor de "hotspots" in Griekenland.

Deze aanpak zal ook de uitvoering vergemakkelijken van de besluiten tot herplaatsing van mensen die duidelijk internationale bescherming nodig hebben uit Italië en Griekenland. Het identificeren, registreren en nemen van vingerafdrukken van migranten bij aankomst is een noodzakelijke voorwaarde om herplaatsing te doen werken, en deze aanpak biedt daarvoor de nodige ondersteuning. Deze aanpak werkt echter onafhankelijk van herplaatsing, en de Commissie is bereid deze ook toe te passen in andere lidstaten die te kampen hebben met een onevenredig zware migratiedruk aan hun grenzen.

Het ondersteuningsteam beheert geen opvangcentra. Om deze aanpak te doen slagen, dient de lidstaat van ontvangst goed functionerende opvangfaciliteiten ter beschikking te stellen, waar de door de EU-agentschappen ingezette deskundigenteams kunnen werken. Het gaat onder meer om centra voor eerste opvang en uitzetcentra. Het bestaan van voldoende opvangfaciliteiten is ook een noodzakelijke voorwaarde voor herplaatsing, en de EU verleent aanzienlijke financiële steun aan de lidstaten voor de aanleg van deze infrastructuur.

2.    STAND VAN ZAKEN: ITALIË

Technische vergaderingen tussen de Commissie, de EU-agentschappen en de Italiaanse autoriteiten, onder meer op 23 juli, waar de Commissie aanwezig was op een vergadering in Rome, en videoconferenties op 6 juli en 10 september, en een vergadering georganiseerd door de Commissie te Brussel op 2 september. Gedurende deze periode vonden er verschillende bilaterale vergaderingen en contacten tussen Italië en de agentschappen plaats.

Indiening van het stappenplan voor herplaatsing bij de Commissie op 15 september in overeenstemming met het besluit van de Raad over herplaatsing, met inbegrip van een behoeftenanalyse voor het opzetten van hotspots. Het stappenplan wordt herzien naar aanleiding van opmerkingen van de Commissie en een herziene versie wordt binnenkort verwacht.

Workshop over herplaatsing op 21 september, waar Italië zijn stappenplan voor herplaatsing heeft gepresenteerd.

Oprichting van een regionale taskforce van de EU in Catania op 26 juni 2015, samengesteld uit vertegenwoordigers van Frontex, het EASO, Europol, EUNAVFOR MED en nationale autoriteiten teneinde de inspanningen van de ondersteuningsteams te coördineren om te zorgen voor een volledige dekking in verschillende havens van aankomst. Ondersteuning door Eurojust van het operationele regionale Frontex-team in Catania en intensieve samenwerking met de vertegenwoordiger van het nationale directoraat voor maffia- en terrorismebestrijding (DNA) die verantwoordelijk is voor het district Catania.

Aanwezigheid van Frontex voor gezamenlijke operatie Triton.

Versterking van Frontex met de inzet van 18 deskundigen op het gebied van debriefing, 16 culturele bemiddelaars en 12 screeningdeskundigen.

Oprichting van centra voor eerste opvang op vier hotspots, namelijk Pozzallo, Porto Empedocle en Trapani op Sicilië en op het eiland Lampedusa met een totale capaciteit van circa 1500 personen. Nog twee centra voor eerste opvang zijn gepland voor Augusta en Taranto tegen het einde van het jaar.

Overeenkomst tussen het EASO en Italië over een operationeel plan voor hotspots. Italië heeft aanvaard dat het EASO hem bijstand verleent bij het verstrekken van informatie, onder meer betreffende de herplaatsingsprocedure zelf en de versterking van de Dublin-eenheid.

Het EASO heeft 45 inzetbare deskundigen ter beschikking, die door lidstaten zijn toegezegd.

Proefproject tussen de asieldiensten en het EASO.

Regelmatige aanwezigheid van Europol in havens van aankomst waar het voorziet in faciliteiten voor kruiscontroles en forensische ondersteuning in samenwerking met de Italiaanse nationale Europol-eenheid.

Wat er nog moet gebeuren

Inzet van medewerkers van FRONTEX om bijstand te verlenen bij het nemen van vingerafdrukken.

Inzet van EASO-deskundigen in Italië.

Italië moet Frontex zijn extra behoeften op het gebied van terugkeer kenbaar maken.

Indiening van een herziene versie van het stappenplan voor herplaatsing, met inbegrip van een behoeftenanalyse.

3.    STAND VAN ZAKEN: GRIEKENLAND

Technische vergaderingen tussen de Commissie, de EU-agentschappen en de Griekse autoriteiten, onder meer op 26 augustus, wanneer de Commissie op een vergadering in Piraeus aanwezig was, en videoconferenties op 10 juli en 11 september, en een door de Commissie georganiseerde vergadering te Brussel op 2 september. Gedurende deze periode vonden er verschillende bilaterale vergaderingen en contacten tussen Griekenland en de agentschappen plaats.

Bezoek van eerste vicevoorzitter Timmermans en commissaris Avramopoulos aan Griekenland, onder meer aan Kos, op 3 en 4 september.

Indiening van het stappenplan voor herplaatsing bij de Commissie op 14 september in overeenstemming met het besluit van de Raad over herplaatsing, met inbegrip van een behoeftenanalyse voor het opzetten van hotspots. Het stappenplan wordt door de Griekse autoriteiten herzien naar aanleiding van opmerkingen van de Commissie en een herziene versie wordt binnenkort verwacht.

Workshop over herplaatsing op 21 september, waar Griekenland zijn stappenplan voor herplaatsing heeft gepresenteerd.

Vaststelling van het Frontex-verbindingskantoor in Piraeus als de ruimte voor de regionale taskforce van de EU.

Aanwezigheid van Frontex voor gezamenlijke operatie Poseidon.

Versterking van Frontex met de inzet van 33 deskundigen (waaronder ook Griekse ambtenaren) en de installatie van 7 mobiele kantoren op de Egeïsche eilanden (Samos, Lesbos, Chios, Kos en Leros). Griekenland heeft een aanbod van Frontex aanvaard om 30 extra screeners en debriefers in te zetten.

Lopende besprekingen tussen het EASO en Griekenland over een operationeel plan voor hotspots. Griekenland heeft aanvaard dat het EASO hem ondersteunt bij de registratie van personen die om internationale bescherming verzoeken, de doorverwijzing voor uitgaande Dublin-overnameverzoeken en de voorlopige herplaatsingsmaatregelen. Het EASO heeft voorgesteld om 28 deskundigen in te zetten. Zodra er overeenstemming is bereikt over het operationele plan, zal het EASO de oproep voor deskundigen lanceren.

Het lopende proefproject betreffende EURODAC dat gezamenlijk wordt uitgevoerd met de steun van Frontex, het EASO, EU-LISA, en een technisch bezoek aan Lesbos met betrekking tot dit proefproject dat is gepland voor het einde van deze week.

Oprichting van een centrum voor eerste opvang en een screeningcentrum op Lesbos, met een totale capaciteit van 480 personen, evenals een screeningcentrum op Chios en één op Samos, met een totale capaciteit van 393 personen.

Oprichting van twee registratieloketten op Lesbos, met plannen om er snel nog één extra op te richten.

Wat er nog moet gebeuren

Indiening van een herziene versie van het stappenplan voor herplaatsing, met inbegrip van een behoeftenanalyse.

Oprichting van de regionale taskforce van de EU van waaruit de agentschappen de inspanningen op het terrein kunnen coördineren in samenwerking met de nationale autoriteiten.

Griekenland moet een duidelijke methode/regeling vaststellen voor het systematisch identificeren, registreren en nemen van vingerafdrukken van migranten in EURODAC.

Aanzienlijke versterking van de capaciteit voor eerste opvang van nieuwkomers in gemengde migratiestromen op de eilanden in de Egeïsche Zee, waarvoor de Commissie onlangs 4,1 miljoen EUR heeft toegekend. Er is een dringende behoefte aan capaciteit voor eerste opvang op Kos, waar de meeste onderdanen van derde landen aankomen en er momenteel geen opvangfaciliteiten zijn.

Griekenland zou het mechanisme voor civiele bescherming moeten activeren om migranten die op de eilanden aankomen, onmiddellijke bijstand te kunnen verlenen, onder meer onderdak.

Overeenkomst met het EASO over het operationele plan voor hotspots, betreffende de taken van de in te zetten deskundigen en het aantal deskundigen.

Griekenland zou moeten starten met het nemen en uitvoeren van terugkeerbesluiten.

Griekenland zou zijn extra behoeften kenbaar moeten maken aan Frontex wat terugkeer betreft en aan Europol wat onderzoek naar migrantensmokkel betreft.

Top

Brussel, 23.9.2015

COM(2015) 490 final

BIJLAGE

bij de

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD EN DE RAAD

Aanpak van de vluchtelingencrisis: nu te nemen operationele, budgettaire en wetgevende maatregelen in het kader van de Europese migratieagenda


BIJLAGE III

Het mechanisme voor snelle grensinterventieteams (RABIT)

Het mechanisme voor snelle grensinterventieteams (RABIT) werd ingesteld in 2007 1 . Het biedt snelle operationele bijstand gedurende een beperkte periode aan een lidstaat die te maken krijgt met een situatie van dringende en uitzonderlijke druk op bepaalde plaatsen aan de buitengrenzen, met grote aantallen onderdanen van derde landen die het grondgebied van de lidstaat illegaal trachten binnen te komen.

De belangrijkste elementen zijn:

er is een verzoek van een lidstaat vereist. Er wordt een verzoek gericht aan Frontex, dat vijf dagen heeft om de situatie te beoordelen en te beslissen of het verzoek wordt ingewilligd;

wanneer het verzoek wordt ingewilligd, wordt onmiddellijk een operationeel plan opgesteld met vermelding van de duur van de inzet van de teams, en de taken en de samenstelling ervan;

de lidstaten zijn verplicht op verzoek grenswachters ter beschikking te stellen, tenzij zij zelf geconfronteerd worden met een uitzonderlijke situatie;

de ontvangende lidstaat geeft instructies aan het team. De teamleden zijn bevoegd om grenscontroles of grensbewaking uit te voeren overeenkomstig de Schengengrenscode. Zij beschikken in grote lijnen over dezelfde bevoegdheden als de grenswachters van de ontvangende lidstaat: de ontvangende lidstaat kan instemmen met het gebruik van geweld en dienstwapens (indien de lidstaat van herkomst daar ook mee instemt);

alle kosten in verband met opleiding, oefeningen en inzet van de teams worden door Frontex gedragen (basissalarissen vallen er niet onder). Het gaat onder meer om reiskosten, verblijfskosten en dagvergoedingen.

Hoewel het RABIT-mechanisme sinds 2010 niet meer is geactiveerd, worden jaarlijks oefeningen gehouden om ervoor te zorgen dat de teams steeds klaar zijn om te worden ingezet.

Voorbeeld: toepassing van het RABIT-mechanisme in 2010-11

In 2010 heeft Griekenland verzocht om RABIT in te zetten aan de Grieks-Turkse grens. De operatie duurde van november 2010 tot maart 2011. Dit volgde op een grote toestroom en met succes werden de aantallen verminderd, waarbij de vastgestelde binnenkomsten maand na maand daalden, van de piek van 7 607 in oktober tot 1 632 in februari.

Tijdens de operatie verleenden elke week bijna 200 goed opgeleide gedetacheerde functionarissen uit 26 lidstaten bijstand aan hun Griekse collega’s bij het bewaken van de grensgebieden en het identificeren van aangetroffen irreguliere migranten. De operatie heeft de Griekse autoriteiten ook geholpen informatie te verzamelen over de migratieroutes en de smokkelnetwerken die misbruik maken van de uitzichtloze toestand van irreguliere immigranten. Samen met het team werden 7 voertuigen met warmtecamera's, 24 patrouillevoertuigen, 2 Schengenbussen met IT-apparatuur, 3 minibussen, 1 autobus en een helikopter ingezet in de operationele gebieden. Er werden ook drie containers met mobiele kantoren geïnstalleerd.

Sinds de start van de RABIT-operatie begin november 2010 is er sprake van een geleidelijke daling van de irreguliere binnenkomsten aan de betrokken grenssectoren tussen Griekenland en Turkije. In oktober, vóór de operatie, werden er in totaal 7 607 personen gevonden aan de Grieks-Turkse landgrens. In november maakte de operatie melding van in totaal 4 616 vastgestelde binnenkomsten en in december was dat aantal verder gedaald tot 3 413. Vervolgens daalde het tot 2 266 in januari 2011 en tot 1 632 in februari 2011. Na de RABIT-operatie was het aantal irreguliere grensoverschrijdingen met ongeveer 75 % gedaald. Om deze cijfers in perspectief te plaatsen: in het hele jaar 2010 werden er in totaal 47 706 binnenkomsten vastgesteld, zoals door de Griekse autoriteiten meegedeeld via het Frontex-netwerk voor risicoanalyse.

(1)

Verordening (EG) nr. 863/2007 tot instelling van een mechanisme voor de oprichting van snelle-grensinterventieteams en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2007/2004 wat betreft dat mechanisme en de regeling van de taken en bevoegdheden van uitgezonden functionarissen.

Top

Brussel, 23.9.2015

COM(2015) 490 final

BIJLAGE

bij de

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD EN DE RAAD

Aanpak van de vluchtelingencrisis: nu te nemen operationele, budgettaire en wetgevende maatregelen in het kader van de Europese migratieagenda


BIJLAGE IV

Financiële steun aan de lidstaten uit het Fonds voor asiel, migratie en integratie en het Fonds voor interne veiligheid

Langetermijnfinanciering 2014-2020

Eerste betalingen in 2015 van de langetermijnfinanciering

Noodfinanciering

 

Toewijzing uit het AMIF

Toewijzing uit het ISF (grenzen)

Toewijzing uit het ISF (politie)

TOTALE TOEWIJZING AMIF + ISF

Eerste voorfinanciering uit het AMIF (groen/vet = betaald)

Eerste voorfinanciering uit het ISF (groen/vet = betaald)

Ontvangen en aangevraagde nood-financiering uit het AMIF

Ontvangen en aangevraagde noodfinanciering uit het ISF

Oostenrijk

€64 533 977

€14 162 727

€12 162 906

90 859 610

4 937 378,39

1 858 229,31

5 030 000

België

€89 250 977

€17 519 321

€17 903 270

124 673 568

€6 878 531,95

€2 745 441,37

Bulgarije

€10 006 777

€40 366 130

€32 002 293

82 375 200

€700 474,39

€5 093 194,61

4 150 000

Kroatië

€17 133 800

€35 609 771

€19 095 426

71 838 997

€1 199 366,00

€3 829 363,79

Cyprus

€32 308 677

€34 507 030

€8 117 257

74 932 964

2 261 607,39

2 983 700,09

940 000

Tsjechië

€26 185 177

€14 381 484

€17 029 012

57 595 673

€1 937 962,39

€2 252 914,72

Denemarken

€10 322 133

10 322 133

722 549,31

Estland

€10 156 577

€21 781 752

€13 480 269

45 418 598

406 263,08

€2 468 341,47

Finland

€23 488 777

€36 934 528

€15 682 348

76 105 653

3 089 714,39

€3 708 381,32

Frankrijk

€265 565 577

€84 999 342

€70 114 640

420 679 559

20 061 340,39

12 401 478,74

8 980 000

Duitsland

€208 416 877

€51 753 437

€79 504 401

339 674 715

15 499 181,39

€9 411 698,66

€7 030 000

Andere verzoeken in behandeling

Griekenland

€259 348 877

€166 814 388

€20 489 650

446 652 915

€18 154 421,39

€15 039 082,66

€1 180 000

Andere verzoeken in behandeling

7 500 000

Hongarije

€23 713 477

€40 829 197

€20 663 922

85 206 596

€1 687 943,39

€4 304 518,33

5 210 000

1 490 000

Ierland

€19 519 077

€9 243 080

28 762 157

€1 587 535,39

€647 015,60

Italië

€310 355 777

€156 306 897

€56 631 761

523 294 435

€22 074 904,39

€17 142 206,06

13 660 000

5 460 000

Langetermijnfinanciering 2014-2020

Eerste betalingen in 2015 van de langetermijnfinanciering

Noodfinanciering

 

Toewijzing uit het AMIF

Toewijzing uit het ISF (grenzen)

Toewijzing uit het ISF (politie)

TOTALE TOEWIJZING AMIF + ISF

Eerste voorfinanciering uit het AMIF (groen/vet = betaald)

Eerste voorfinanciering uit het ISF (groen/vet = betaald)

Ontvangen en aangevraagde nood-financiering uit het AMIF

Ontvangen en aangevraagde noodfinanciering uit het ISF

Letland

€13 751 777

€15 521 704

€16 941 431

46 214 912

€962 624,39

€2 303 919,45

Litouwen

€9 632 277

€178 704 873

€16 120 656

204 457 806

674 259,39

13 716 537,03

Luxemburg

€7 160 577

€5 400 129

€2 102 689

14 663 395

€557 240,39

€525 197,26

Malta

€17 178 877

€53 098 597

€8 979 107

79 256 581

€1 202 521,39

€5 227 439,28

Nederland

€94 419 077

€30 609 543

€31 540 510

156 569 130

€8 940 685,39

€4 596 203,71

2 150 000

Polen

€63 410 477

€49 113 133

€39 294 220

151 817 830

€4 857 553,48

€6 188 514,71

Portugal

€32 776 377

€18 900 023

€18 693 124

70 369 524

€2 369 946,39

€2 705 442,04

Roemenië

€21 915 877

€61 151 568

€37 150 105

120 217 550

€1 710 161,39

€6 893 717,11

Slowakije

€10 980 477

€10 092 525

€13 891 478

34 964 480

€915 353,39

€1 678 880,21

Slovenië

€14 725 477

€30 669 103

€9 882 037

55 276 617

€1 030 783,39

€2 883 032,60

Spanje

€257 101 877

€195 366 875

€54 227 207

506 695 959

€18 179 131,39

€18 348 545,74

Zweden

€118 536 877

€11 518 706

€21 057 201

151 112 784

€10 790 281,39

€2 280 313,49

Verenigd Koninkrijk

€370 425 577

n.v.t.

n.v.t.

370 425 577

€27 483 790,39

n.v.t.

TOTAAL

€2 392 000 002

€1 207 730 043

€662 000 000

€4 440 434 918

€180 150 956,48

€151 955 858,67

€48 330 000

€14 450 000,00

Top

Brussel, 23.9.2015

COM(2015) 490 final

BIJLAGE

bij de

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD EN DE RAAD

Aanpak van de vluchtelingencrisis: nu te nemen operationele, budgettaire en wetgevende maatregelen in het kader van de Europese migratieagenda


BIJLAGE V

Bijdragen van de lidstaten en de Commissie aan het Wereldvoedselprogramma

× 1 000 EUR

31.12.2014

13.9.2015

Gemiddelde over 5 jaar

Variatie 2014–2015 %

Oostenrijk

946

0

653

-100 %

België

20 436

9 253

19 223

-54,7 %

Bulgarije

111

101

73

-9,3 %

Cyprus

8

4

4

-50 %

Kroatië

0

0

6

0 %

Tsjechië

121

90

169

-25,6 %

Denemarken

54 770

40 428

41 684

-26,2 %

Estland

151

0

104

-100 %

Finland

27 892

17 345

22 232

-37,8 %

Frankrijk

18 392

14 164

20 588

-23 %

Duitsland

240 947

117 315

158 172

-51,3 %

Griekenland

30

0

51

-100 %

Hongarije

41

0

30

-100 %

Ierland

17 069

13 869

16 766

-18,7 %

Italië

25 311

19 734

18 458

-22 %

Letland

0

0

4

0 %

Litouwen

32

10

16

-69,5 %

Luxemburg

9 709

8 487

8 806

-12,6 %

Malta

0

0

0

0 %

Nederland

70 969

75 099

61 637

+5,8 %

Polen

0

0

219

0 %

Portugal

8

0

18

-100 %

Roemenië

0

0

6

0 %

Slowakije

12

0

10

-100 %

Slovenië

33

28

48

-14,5 %

Spanje

6 174

3 653

14 790

-40,8 %

Zweden

74 770

3 775

60 800

-95 %

Verenigd Koninkrijk

327 453

230 733

231 297

-29,5 %

TOTAAL

895 386

554 087

675 863

-38,1 %

EU

297 340

157 190

238 933

-47,1 %

EU + lidstaten

1 192 726

711 277

914 796

-40,4 %

(voor 2014 en 2015, situatie op 13 september) [bron: website WVP]

Top

Brussel, 23.9.2015

COM(2015) 490 final

BIJLAGE

bij de

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD EN DE RAAD

Aanpak van de vluchtelingencrisis: nu te nemen operationele, budgettaire en wetgevende maatregelen in het kader van de Europese migratieagenda


BIJLAGE VI

Het regionale trustfonds van de EU voor de Syrische crisis (Madadfonds)

Met bijzondere trustfondsen van de EU kunnen de efficiëntie, coherentie, zichtbaarheid, flexibiliteit en snelheid van de steun en het optreden van de EU, via verschillende financiële instrumenten, in verschillende landen, worden gemaximaliseerd. In het licht van het bovenstaande hebben de wetgevers van de EU het Financieel Reglement van de EU gewijzigd, waardoor de Commissie nu EU-trustfondsen kan instellen en beheren. Dit brengt de volgende voordelen met zich:

Efficiëntie en coherentie: De bestaande trustfondsen hebben een nationaal of subnationaal toepassingsgebied. Het trustfonds van de EU voor de Syrische crisis (Madadfonds) is het enige financieringsinstrument van de EU met een echt regionaal toepassingsgebied. Het is niet alleen bestemd voor Syrië, maar ook voor Turkije, Libanon, Jordanië, Irak, Egypte en de relevante landen van de Westelijke Balkan. De EU-financiering kan zo op een meer gerichte en coherente wijze worden gebruikt, zonder de inefficiënte versnippering die de internationale steun vaak bemoeilijkt.

Zichtbaarheid van Europa: Het EU-trustfonds, waaraan lidstaten en derde partijen kunnen bijdragen, verhoogt de zichtbaarheid van de EU en de lidstaten aanzienlijk. Dat aspect ontbreekt vaak wanneer de EU grote bijdragen levert aan trustfondsen van bijvoorbeeld de Verenigde Naties en de Wereldbank. Door meer zichtbaarheid te geven aan de inspanningen van Europa voor deze crisis geeft het EU-trustfonds de lidstaten en de EUinstellingen meer politiek gewicht op het terrein. Het is een belangrijk instrument van publieksdiplomatie ("één vlag") voor begunstigden en andere actoren.

Coördinatie: Het trustfonds vergemakkelijkt in hoge mate toezeggingen van anderen. Door de bijdragen uit de EU-begroting en van de lidstaten en andere publieke of private donoren te bundelen, wordt de financiële kracht ten behoeve van de begunstigden vergroot. De beheerstructuur van het fonds geeft in grote lijnen de bijdragen weer. De bilaterale en andere donoren hebben zeggenschap bij het bepalen van de prioriteiten van het fonds 1 .

Flexibiliteit: Het trustfonds combineert een hele reeks financieringsmodaliteiten (zoals subsidies, begrotingssteun en gedelegeerde samenwerking) die worden afgestemd op de verschillende landen en sectoren. Er kunnen in het kader van het trustfonds op verzoek van de donors en na goedkeuring van de raad van bestuur afzonderlijke passende financieringsfaciliteiten worden ingesteld, bijvoorbeeld voor het geografisch afschermen van financiering (bv. voor Turkije of voor een land van de Westelijke Balkan). Voorts zal de raad van bestuur van het fonds tijdens het verdere verloop van de crisis de financiering veel sneller kunnen hertoewijzen aan verschillende landen of binnen landen dan mogelijk is bij de normale voorgeprogrammeerde EU-instrumenten.

Snelheid: Tot slot maakt het EU-trustfonds snelle resultaten mogelijk doordat snel contracten kunnen worden gesloten en snel uitbetalingen kunnen plaatsvinden. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de bepalingen voor crisissituaties van het Financieel Reglement van de EU. In de plaats van aanbestedingsprocedures en oproepen tot het indienen van voorstellen die veel tijd in beslag nemen, kunnen partners onmiddellijk een verbintenis aangaan en grote projecten voorstellen die de raad van bestuur meteen kan goedkeuren. De raad van bestuur heeft op zijn vergadering van 29 mei 2015 de eerste programma's goedgekeurd. Voor bijna al deze programma's zijn al contracten afgesloten en is al overgegaan tot uitvoering. De projectenpijplijn die met de beschikbaar te stellen middelen zal worden gefinancierd, bedraagt om en nabij de 440 miljoen EUR.



ACHTERGROND:

Nog te dekken kosten: Na negen maanden is nog maar 40 % van de VN-oproepen voor de Syrische vluchtelingencrisis gedekt. Voor 2015 ontbreekt er nog 4 miljard EUR. Daarvan is 1,5 miljard EUR nodig voor weerbaarheid op de lange termijn, onderwijs en levensonderhoud. Het overige deel is nodig om te voldoen aan de onmiddellijke humanitaire behoeften. Verwacht wordt dat de EU en de lidstaten de helft van het ontbrekende bedrag zullen invullen (overeenkomstig onze gewoonlijke bijdrage voor wereldwijde hulp).

Huidige financiering van het EU-trustfonds: De EU heeft al startbijdragen in het fonds gestort ten belope van 38 miljoen EUR en is van plan om later dit jaar en in de toekomst nog grotere bijdragen te storten. Italië heeft 3 miljoen EUR in het fonds gestort en Duitsland heeft een bijdrage van 5 miljoen EUR toegezegd. De EU treft momenteel de voorbereidingen om nog dit jaar 100 miljoen EUR extra toe te kennen. Het trustfonds zal in het eerste jaar bijgevolg al over 150 miljoen EUR beschikken. Gezien de behoeften op het terrein en de indrukwekkende projectpijplijn van 440 miljoen EUR is echter nog veel meer nodig.

Complementariteit met andere EU-acties: Het EU-trustfonds moet in de begunstigde landen de situatie verbeteren wat veerkracht op de lange termijn, onderwijs en levensonderhoud (daaronder valt onder meer werk, opleiding en basisinfrastructuur) betreft. Het trustfonds is niet bedoeld voor onmiddellijke humanitaire hulp (bv. voedsel en water) in deze landen. De humanitaire hulp via het UNHCR, het WVP, het ICRC en ngo's wordt verder beheerd door ECHO, met bilaterale steun, maar in nauwe samenwerking met het EU-trustfonds.

De activiteiten van het trustfonds worden nauwgezet gecoördineerd met andere bestaande hulpprogramma's en bundelingsmechanismen. Dit moet overlapping en concurrentie om financiering voorkomen. Het gaat dan meer bepaald om het Trustfonds voor het herstel van Syrië dat vanuit Gaziantep (een Turkse stad op 60 km van Aleppo) opereert, het trustfonds van de Wereldbank voor Libanon en de mechanismen van de Wereldbank en de VN in Jordanië. De beslissingen van het trustfonds worden ook afgestemd op de richtsnoeren van multilaterale kaders zoals het regionaal VN-plan voor vluchtelingen en weerbaarheid en de resultaten van andere internationale fora en conferenties (o.a. Koeweit-conferenties en G7).

(1)

Beslissingen over de bijdragen van de EU worden genomen volgens de comitologieregels in de desbetreffende financieringsinstrumenten.

Top

Brussel, 23.9.2015

COM(2015) 490 final

BIJLAGE

bij de

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE EUROPESE RAAD EN DE RAAD

Aanpak van de vluchtelingencrisis: nu te nemen operationele, budgettaire en wetgevende maatregelen in het kader van de Europese migratieagenda


BIJLAGE VII

Uitvoering van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel

De EU werkt sinds 1999 aan een gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) en een beter wetgevingskader.

In de loop der jaren zijn de EU-regels stap voor stap verbeterd en versterkt met het oog op strenge gemeenschappelijke regels en nauwere samenwerking, die garanderen dat asielzoekers gelijk worden behandeld binnen een open en billijk stelsel, ongeacht waar zij hun aanvraag indienen. De belangrijkste onderdelen van het stelsel zijn:

de richtlijn asielprocedures, die de asielprocedures harmoniseert en moet zorgen voor eerlijkere, snellere en betere beslissingen over asielaanvragen;

de richtlijn opvangvoorzieningen, die humane materiële opvangvoorzieningen (bv. huisvesting) voor asielzoekers in de hele EU en eerbiediging van hun grondrechten garandeert;

de richtlijn asielnormen, die de gronden voor het toekennen van internationale bescherming vastlegt;

de Dublinverordening, die de regels vaststelt voor het bepalen van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielaanvraag;

de Eurodac-verordening, waarbij het Eurodac-systeem wordt vastgesteld voor het vergelijken van vingerafdrukken ter ondersteuning van de toepassing van de Dublinverordening.

Deze regels worden aangevuld door wetgeving inzake legale en irreguliere migratie:

de terugkeerrichtlijn, die voorziet in gemeenschappelijke regels voor de terugkeer en verwijdering van migranten die irregulier op het grondgebied verblijven;

de richtlijn langdurig ingezetenen, die de voorwaarden vaststelt voor het toekennen van de status van langdurig ingezetene aan onderdanen van derde landen.

Volgens de beginselen van solidariteit en verantwoordelijkheid moeten de lidstaten personen die internationale bescherming nodig hebben, een gelijk beschermingsniveau bieden. Ook moeten zij een doeltreffend terugkeerbeleid voeren. Tekortkomingen in een of meerdere lidstaten hebben gevolgen voor de hele Unie.

De Commissie heeft 37 inbreukprocedures ingeleid tegen 19 lidstaten die de nieuwe EU-richtlijnen voor het gemeenschappelijk Europees asielstelsel in juli 2015 nog niet in nationaal recht hadden omgezet. De Commissie heeft ook besloten de inbreukprocedures tegen twee lidstaten wegens nietomzetting van de richtlijn asielnormen voort te zetten. Deze wetgeving vormt een coherent geheel dat een eerlijke en consistente uitvoering van de asielregels in de lidstaten moet garanderen.

Als de wetgeving niet naar behoren wordt uitgevoerd, heeft dit negatieve gevolgen voor de algehele doeltreffendheid van het systeem. De Commissie heeft daarom ook besloten de inbreukprocedures tegen één lidstaat wegens onjuiste toepassing van het acquis inzake asiel voort te zetten.

Tot slot heeft de Commissie recentelijk in acht zaken de lidstaten om een toelichting gevraagd en zal zij indien nodig de inbreukprocedures snel en doeltreffend voortzetten, om ervoor te zorgen dat het acquis inzake asiel, de richtlijn inzake vingerafdrukken en de terugkeerrichtlijn volledig worden nageleefd.

 

Richtlijn 2013/32/EU inzake asielprocedures

Richtlijn 2013/33/EU inzake opvang-voorzieningen

Richtlijn 2011/95/EU inzake asielnormen

Eurodac-verordening (EU) nr. 603/2013

Richtlijn 2008/115/EG inzake terugkeer

 

Fase van de procedure

Fase van de procedure

Fase van de procedure

Fase van de procedure

Fase van de procedure

Oostenrijk

 

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

 

 

 

België

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

 

 

 

Bulgarije

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Met redenen omkleed advies wegens niet-kennisgeving van omzetting

 

 

Cyprus

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Administratieve brief met verzoek om toelichting over de toepassing

 

Kroatië

 

 

 

 

Tsjechië

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

 

 

Denemarken

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

 

Estland

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

 

 

Finland

 

 

 

 

Frankrijk

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

 

 

Duitsland

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Administratieve brief met verzoek om toelichting over de toepassing

Administratieve brief met verzoek om toelichting over de toepassing

Griekenland

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Administratieve brief met verzoek om toelichting over de toepassing

Administratieve brief met verzoek om toelichting over de toepassing

Tweede aanvullende schriftelijke aanmaning wegens onjuiste toepassing

 

Hongarije

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Administratieve brief met verzoek om toelichting over de toepassing

 

Ierland

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

 

N.v.t.

Italië

Administratieve brief met verzoek om toelichting over de toepassing

Administratieve brief met verzoek om toelichting over de toepassing

Letland

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

 

 

Litouwen

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

 

 

Luxemburg

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

 

 

Malta

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

 

 

Nederland

 

 

 

 

Polen

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

 

 

Portugal

 

 

 

 

Roemenië

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

 

 

Slowakije

 

 

 

 

Slovenië

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

 

 

Spanje

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Met redenen omkleed advies wegens niet-kennisgeving van omzetting

 

Zweden

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

Schriftelijke aanmaning wegens niet-kennisgeving van omzetting

 

 

 

Verenigd Koninkrijk

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

 

N.v.t.

40 nieuwe beslissingen

Top