Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62012CJ0202

Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 19 december 2013.
Innoweb BV tegen Wegener ICT Media BV en Wegener Mediaventions BV.
Verzoek van het Gerechtshof te ’s‑Gravenhage om een prejudiciële beslissing.
Richtlijn 96/9/EG – Rechtsbescherming van databanken – Artikel 7, leden 1 en 5 – Recht sui generis van fabrikant van databank – Begrip ,hergebruik’ – Substantieel deel van inhoud van databank – Dedicated metazoekmachine.
Zaak C‑202/12.

Digital reports (Court Reports - general)

ECLI identifier: ECLI:EU:C:2013:850

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer)

19 december 2013 ( *1 )

„Richtlijn 96/9/EG — Rechtsbescherming van databanken — Artikel 7, leden 1 en 5 — Recht sui generis van fabrikant van databank — Begrip ‚hergebruik’ — Substantieel deel van inhoud van databank — Dedicated metazoekmachine”

In zaak C‑202/12,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het Gerechtshof te ’s‑Gravenhage (Nederland) bij arrest van 27 maart 2012, ingekomen bij het Hof op 30 april 2012, in de procedure

Innoweb BV

tegen

Wegener ICT Media BV,

Wegener Mediaventions BV,

wijst

HET HOF (Vijfde kamer),

samengesteld als volgt: T. von Danwitz (rapporteur), kamerpresident, E. Juhász, A. Rosas, D. Šváby en C. Vajda, rechters,

advocaat-generaal: P. Cruz Villalón,

griffier: A. Calot Escobar,

gezien de stukken,

gelet op de opmerkingen van:

Innoweb BV, vertegenwoordigd door M. H. Elferink en M. A. S. M. van Leent, advocaten,

Wegener ICT Media BV en Wegener Mediaventions BV, vertegenwoordigd door J. van Manen, advocaat,

de Europese Commissie, vertegenwoordigd door J. Samnada en F. Wilman als gemachtigden,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

Arrest

1

Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 7 van richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (PB L 77, blz. 20).

2

Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Innoweb BV (hierna: „Innoweb”) en Wegener ICT Media BV en Wegener Mediaventions BV (hierna tezamen: „Wegener”) over de exploitatie door Innoweb, via haar website, van een „dedicated metazoekmachine” waarmee zoekopdrachten kunnen worden uitgevoerd op websites van derden, en met name op de website van Wegener, die verzamelingen van advertenties voor de verkoop van auto’s bevatten.

Toepasselijke bepalingen

Unierecht

3

De punten 39, 42 en 48 van de considerans van richtlijn 96/9 luiden als volgt:

„(39)

[...] de onderhavige richtlijn [...] beoogt [...] de bescherming van de fabrikanten van databanken tegen onrechtmatige toe-eigening van de resultaten van de financiële en professionele investeringen die zijn gedaan om de inhoud te verkrijgen en te verzamelen, door de gehele databank of substantiële delen ervan te beschermen tegen bepaalde handelingen die door de gebruiker of een concurrent worden verricht;

[...]

(42)

[...] het bijzondere recht om opvraging en/of hergebruik zonder toestemming te verhinderen, [betreft] handelingen [...] waarmee de gebruiker zijn legitieme rechten te buiten gaat en die aldus afbreuk doen aan de investering; [...] het recht om opvraging en/of hergebruik van de inhoud of een substantieel deel ervan te verbieden, [is] niet alleen gericht [...] tegen de fabricage van een parasiterend concurrerend product, maar ook tegen de gebruiker die door zijn handelingen in kwalitatief of kwantitatief opzicht substantiële schade berokkent aan de investering;

[...]

(48)

[...] de doelstelling van deze richtlijn [...] [is] de verwezenlijking van een passend en eenvormig beschermingsniveau van databanken als middel om de vergoeding van fabrikanten van databanken te waarborgen [...]”

4

Volgens artikel 1, lid 1, van die richtlijn beoogt zij de rechtsbescherming van databanken in ongeacht welke vorm. In artikel 1, lid 2, ervan wordt een databank gedefinieerd als „een verzameling van werken, gegevens of andere zelfstandige elementen, systematisch of methodisch geordend, en afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins toegankelijk”.

5

In hoofdstuk III van die richtlijn, met als opschrift „Recht sui generis”, is in artikel 7, waarin het gaat over het voorwerp van de bescherming, het volgende bepaald:

„1.   De lidstaten voorzien in een recht voor de fabrikant van een databank, waarvan de verkrijging, de controle of de presentatie van de inhoud in kwalitatief of kwantitatief opzicht getuigt van een substantiële investering, om de opvraging en/of het hergebruik van het geheel of een in kwalitatief of kwantitatief opzicht substantieel deel van die inhoud te verbieden.

2.   In dit hoofdstuk wordt:

a)

onder ‚opvraging’ verstaan, het permanent of tijdelijk overbrengen van de inhoud van een databank of een substantieel deel ervan op een andere drager, ongeacht op welke wijze en in welke vorm,

b)

onder ‚hergebruik’ verstaan, elke vorm van het aan het publiek ter beschikking stellen van de inhoud van een databank of een substantieel deel ervan, door verspreiding van kopieën, verhuur, online transmissie of in een andere vorm. De eerste verkoop in de Gemeenschap van een kopie van een databank door de rechthebbende of met diens toestemming leidt tot uitputting van het recht om controle uit te oefenen op de doorverkoop van die kopie in de Gemeenschap.

Openbare uitlening wordt niet als opvraging of hergebruik beschouwd.

[...]

5.   Het herhaald en systematisch opvragen en/of hergebruiken van niet-substantiële delen van de inhoud van de databank, in strijd met een normale exploitatie van die databank of waardoor ongerechtvaardigde schade wordt toegebracht aan de rechtmatige belangen van de fabrikant van de databank, zijn niet toegestaan.”

Nederlands recht

6

Richtlijn 96/9 is in Nederlands recht omgezet door de Databankenwet van 8 juli 1999 (Stb. 1999, nr. 303).

7

Artikel 2, lid 1, van die wet luidt:

„De producent van een databank heeft het uitsluitende recht om toestemming te verlenen voor de volgende handelingen:

a.

het opvragen of hergebruiken van het geheel of een in kwalitatief of kwantitatief opzicht substantieel deel van de inhoud van de databank;

b.

het herhaald en systematisch opvragen of hergebruiken van in kwalitatief of in kwantitatief opzicht niet-substantiële delen van de inhoud van een databank, voor zover dit in strijd is met de normale exploitatie van die databank of ongerechtvaardigde schade toebrengt aan de rechtmatige belangen van de producent van de databank.”

Hoofdgeding en prejudiciële vragen

8

Wegener biedt via haar website www.autotrack.nl (hierna: „AutoTrack”) toegang tot een online verzameling van advertenties voor de verkoop van auto’s. Deze verzameling bevat een dagelijks bijgewerkte lijst van 190000 à 200000 tweedehands auto’s. Ongeveer 40000 daarvan zijn uitsluitend op AutoTrack te vinden. De andere advertenties zijn ook op andere advertentiesites te vinden. Met behulp van de zoekmachine van AutoTrack kan de internetgebruiker gericht een voertuig zoeken aan de hand van verschillende criteria.

9

Innoweb biedt via haar website www.gaspedaal.nl (hierna: „GasPedaal”) een dedicated metazoekmachine aan voor de verkoop van auto’s. Een metazoekmachine maakt gebruik van de zoekmachines van andere websites door de zoekopdrachten van haar gebruikers door te voeren naar die andere zoekmachines, waardoor zij zich onderscheidt van algemene zoekmachines zoals Google. De kwalificatie „dedicated” voor een metazoekmachine betekent dat deze gespecialiseerd is, aangezien zij als opzet heeft het mogelijk te maken te zoeken op een of meer bepaalde onderwerpen. GasPedaal is een dergelijke metazoekmachine voor het zoeken naar advertenties voor de verkoop van auto’s, aangezien de internetgebruiker door één enkele zoekopdracht op GasPedaal uit te voeren, tegelijkertijd kan zoeken in meerdere verzamelingen van advertenties voor de verkoop van auto’s die te vinden zijn op de websites van derden, waaronder AutoTrack.

10

Met behulp van de dedicated metazoekmachine GasPedaal kunnen op basis van verschillende criteria – waaronder niet alleen het merk, het model, de kilometerstand, het bouwjaar en de prijs maar ook andere kenmerken van een voertuig, zoals de kleur, de vorm van de carrosserie, de gebruikte soort brandstof, het aantal deuren en de transmissie – en „realtime”, dat wil zeggen op het moment dat de gebruiker van GasPedaal een zoekopdracht geeft, zoekopdrachten worden uitgevoerd in de verzameling van AutoTrack. GasPedaal voert deze zoekopdracht „vertaald” uit, met andere woorden door haar om te zetten in het voor de zoekmachine van AutoTrack vereiste formaat.

11

De op AutoTrack gevonden resultaten, te weten de auto’s die voldoen aan de door de eindgebruiker geselecteerde criteria, die ook te vinden zijn in de resultaten van andere websites, worden samengevoegd tot één item met koppelingen naar alle bronnen waarin die auto is gevonden. Vervolgens wordt een internetpagina gemaakt met de lijst van de aldus verkregen en samengevoegde resultaten, waarop voor elke auto de essentiële informatie wordt verstrekt, met name het bouwjaar, de prijs, de kilometerstand en een thumbnail foto ervan. Deze internetpagina wordt gedurende ongeveer 30 minuten opgeslagen op de server van GasPedaal en naar de gebruiker gezonden of aan hem getoond op de website van GasPedaal, in de opmaak van die site.

12

Het totale aantal advertenties op de websites waarin GasPedaal zoekt bedraagt circa 300000.

13

Per dag voert GasPedaal ongeveer 100000 zoekopdrachten uit op AutoTrack. Op die manier wordt circa 80 % van de verschillende combinaties van merk of model in de verzameling van AutoTrack dagelijks opgezocht. Per zoekopdracht geeft GasPedaal evenwel slechts een zeer klein deel van de inhoud van die verzameling weer. De inhoud van deze gegevens wordt per zoekopdracht bepaald door de gebruiker, op basis van de criteria die hij op GasPedaal opgeeft.

14

Van mening dat Innoweb inbreuk maakt op haar sui generis databankenrecht heeft Wegener een proces aangespannen tegen Innoweb, waarbij zij vorderde dat deze laatste zou worden gelast een einde te maken aan deze inbreuk. In eerste aanleg werd Wegener in essentie in het gelijk gesteld.

15

Innoweb heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te ’s‑Gravenhage.

16

In het verwijzingsarrest wordt ervan uitgegaan dat de verzameling advertenties van Wegener een databank is die voldoet aan de voorwaarden om door artikel 7 van richtlijn 96/9 te worden beschermd.

17

Voorts is de verwijzende rechterlijke instantie van oordeel dat in het hoofdgeding geen sprake is van het opvragen van het geheel of een substantieel deel van de databank van Wegener. Het herhaald opvragen van niet-substantiële delen van de inhoud van die databank heeft volgens die instantie evenmin dat cumulatieve effect en is dus niet in strijd met artikel 7, lid 5.

18

Daarop heeft het Gerechtshof te ’s–Gravenhage de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:

„1)

Moet artikel 7, lid 1, van [...] richtlijn [96/9] aldus worden uitgelegd dat sprake is van hergebruik (ter beschikking stelling) van het geheel of een in kwalitatief of kwantitatief opzicht substantieel deel van de inhoud van een via een website aangeboden (online) databank door een derde indien die derde aan het publiek de mogelijkheid biedt via een door hem aangeboden dedicated metazoekmachine de volledige inhoud van de databank of een substantieel deel daarvan ‚realtime’ te doorzoeken, door een zoekopdracht van een gebruiker ‚vertaald’ door te voeren naar het zoekmechanisme van de website waarop de databank wordt aangeboden?

2)

Zo nee, is dit anders indien die derde na terugontvangst van de resultaten van de zoekopdracht aan elke gebruiker een zeer klein deel van de inhoud van de databank zendt of toont op en in de opmaak van zijn eigen website?

3)

Is het voor de beantwoording van vragen 1 en 2 van belang dat die derde deze handelingen voortdurend verricht en in totaal dagelijks 100000 zoekopdrachten van gebruikers via haar zoekmachine ‚vertaald’ doorvoert en de ontvangen resultaten daarvan op een wijze als hiervoor omschreven aan verschillende gebruikers ter beschikking stelt?

4)

Moet artikel 7, lid 5, van [...] richtlijn [96/9] aldus worden uitgelegd dat niet toegestaan is het herhaaldelijk en systematisch hergebruiken van niet-substantiële delen van de inhoud van de databank, in strijd met de normale exploitatie of waardoor ongerechtvaardigde schade wordt toegebracht aan de rechtmatige belangen van de fabrikant van de databank of is daarvoor voldoende dat sprake is van herhaaldelijk of systematisch hergebruiken?

5)

Indien vereist is dat sprake is van herhaaldelijk en systematisch hergebruiken, wat is:

a)

de betekenis van systematisch?

b)

Is daarvan sprake als het hergebruiken via een geautomatiseerd systeem gebeurt?

c)

Is relevant dat daarbij gebruik wordt gemaakt van een dedicated metazoekmachine op een wijze als hiervoor beschreven?

6)

Moet artikel 7, lid 5, van [...] richtlijn [96/9] aldus worden uitgelegd dat het daarin neergelegde verbod niet geldt indien door een derde herhaaldelijk aan afzonderlijke gebruikers van een metazoekmachine van die derde per zoekopdracht slechts niet-substantiële delen van de inhoud van de databank ter beschikking worden gesteld?

7)

Zo ja, geldt dit ook als het cumulatief effect van het herhaald hergebruiken van die niet-substantiële delen is dat een substantieel deel van de inhoud van de databank ter beschikking wordt gesteld aan die afzonderlijke gebruikers tezamen?

8)

Moet artikel 7, lid 5, van [...] richtlijn [96/9] aldus worden uitgelegd dat, ingeval sprake is van gedragingen waarvoor geen toestemming is gegeven en die ertoe strekken om door het cumulatief effect van het hergebruik, de gehele inhoud of een substantieel deel van de inhoud van een beschermde databank ter beschikking te stellen van het publiek, voldaan is aan de vereisten van dit artikel of moet ook nog worden gesteld en bewezen dat deze handelingen in strijd zijn met de normale exploitatie van de databank of ongerechtvaardigde schade toebrengen aan de rechtmatige belangen van de producent van de databank?

9)

Wordt verondersteld dat ernstige schade wordt toegebracht aan de investering van de samensteller van de databank indien sprake is van voormelde gedragingen?”

Beantwoording van de prejudiciële vragen

19

Om te beginnen moet worden opgemerkt dat de vragen in wezen ertoe strekken te vernemen of de exploitant van een dedicated metazoekmachine zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, een onder artikel 7, leden 1 of 5, van richtlijn 96/9 vallende activiteit verricht, zodat de fabrikant van een databank die voldoet aan de in voormeld lid 1 neergelegde criteria zich ertegen kan verzetten dat die databank zonder tegenprestatie wordt opgenomen in de door de dedicated metazoekmachine aangeboden dienst.

20

Op grond van artikel 7, lid 1, van richtlijn 96/9, waarvan de uitlegging in de eerste tot en met de derde vraag aan de orde is, kan de fabrikant van een databank het hergebruik van het geheel of een substantieel deel van de inhoud ervan verbieden.

21

Anderzijds is volgens artikel 7, lid 5, van die richtlijn, waarvan de uitlegging in de vierde tot en met de negende vraag aan de orde is, het hergebruiken van niet-substantiële delen van de inhoud van een beschermde databank niet toegestaan wanneer sprake is van een herhaald en systematisch hergebruik, in strijd met een normale exploitatie van die databank of waardoor ongerechtvaardigde schade wordt toegebracht aan de rechtmatige belangen van de fabrikant van de databank.

22

De door die bepalingen geboden bescherming geldt volgens artikel 7, lid 1, van richtlijn 96/9 evenwel alleen voor databanken die aan een nauwkeurig criterium voldoen, te weten dat de verkrijging, de controle of de presentatie van hun inhoud in kwalitatief of kwantitatief opzicht getuigt van een substantiële investering. Zoals blijkt uit punt 16 van het onderhavige arrest zijn de vragen gesteld ervan uitgaande dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde verzameling van advertenties voor de verkoop van auto’s aan die voorwaarde voldoet.

Eerste tot en met derde vraag

23

Met haar eerste tot en met derde vraag, die tezamen moeten worden onderzocht, wenst de verwijzende rechterlijke instantie in wezen te vernemen of artikel 7, lid 1, van richtlijn 96/9 aldus moet worden uitgelegd dat ten aanzien van de exploitant van een dedicated metazoekmachine als die in het hoofdgeding sprake is van hergebruik van het geheel of een substantieel deel van de inhoud van een databank die is opgenomen in de door hem aangeboden dienst.

24

Om die vraag te beantwoorden, zij in de eerste plaats herinnerd aan de wezenlijke kenmerken van een dergelijke dedicated metazoekmachine en van de werking ervan, die blijken uit het aan het Hof overgelegde dossier en waardoor de dedicated metazoekmachine overigens wezenlijk verschilt van een algemene, op een algoritme gebaseerde zoekmachine, zoals Google of Yahoo.

25

Uit het verwijzingsarrest blijkt dat een dedicated metazoekmachine als die in het hoofdgeding niet beschikt over een eigen zoekmachine die andere websites doorloopt. Zoals in punt 9 van het onderhavige arrest is gepreciseerd, maakt zij voor de uitvoering van de zoekopdrachten daarentegen gebruik van de zoekmachines van de databanken die zijn opgenomen in de door haar aangeboden dienst. De dedicated metazoekmachine vertaalt immers de zoekopdrachten van haar gebruikers „realtime” naar die zoekmachines, zodat alle gegevens van die databanken worden doorzocht.

26

Voorts blijkt uit het verwijzingsarrest dat een dedicated metazoekmachine als die in het hoofdgeding voordelen biedt die vergelijkbaar zijn met die van de databank zelf, wat de formulering van een zoekopdracht en de weergave van de resultaten betreft, en het tegelijkertijd mogelijk maakt met één enkele zoekopdracht meerdere databanken te doorzoeken, zoals in de punten 9 en 10 van het onderhavige arrest is aangegeven. Net zoals het geval is voor de databank, bevat het zoekformulier van de dedicated metazoekmachine waarin de eindgebruiker zijn zoekopdracht invoert, een aantal velden welke deze gebruiker in staat stellen gericht te zoeken op verschillende criteria waaraan de resultaten moeten voldoen. Bovendien worden de zoekresultaten zowel door de databank als door de dedicated metazoekmachine, naargelang van bepaalde criteria, in oplopende of aflopende volgorde weergegeven, naar keuze van de eindgebruiker.

27

Wat in de tweede plaats de in het licht van artikel 7, lid 1, van richtlijn 96/9 te kwalificeren activiteit van de exploitant van een dedicated metazoekmachine als die in het hoofdgeding betreft, zij eraan herinnerd dat de eerste vraag ziet op het aanbieden – door deze exploitant, via een dedicated metazoekmachine – aan het publiek van de mogelijkheid om de volledige inhoud van de databank of een substantieel deel daarvan „realtime” te doorzoeken, door de zoekopdracht van een eindgebruiker „vertaald” door te voeren naar het zoekmechanisme van de databank.

28

Deze beschrijving van de relevante activiteit van voormelde exploitant houdt rekening met het feit dat de uitvoering, door de dedicated metazoekmachine, van een bepaalde zoekopdracht, met inbegrip van de weergave van de gevonden resultaten aan de eindgebruiker, automatisch en volgens de programmacode van die metazoekmachine verloopt, zonder dat de exploitant in dat stadium optreedt. In dat stadium verricht enkel de eindgebruiker die zijn zoekopdracht invoert een activiteit.

29

De handelingen die daadwerkelijk door de exploitant van een dedicated metazoekmachine als die in het hoofdgeding worden verricht, vinden daarentegen plaats in een vroeger stadium dan de activiteiten van de eindgebruikers en de uitvoering van een bepaalde zoekopdracht. Het gaat immers om het ter beschikking stellen op internet van de dedicated metazoekmachine die de daarin ingevoerde zoekopdrachten van de eindgebruikers vertaalt naar de zoekmachines van de databanken die zijn opgenomen in de door de betrokken metazoekmachine aangeboden dienst.

30

Bijgevolg moet in de derde plaats worden onderzocht of deze activiteit valt onder artikel 7, lid 1, van richtlijn 96/9, hetgeen alleen het geval kan zijn indien bij de activiteit sprake is van „hergebruik” in de zin van artikel 7, lid 2, sub b, en zij betrekking heeft op het geheel of een substantieel deel van de inhoud van de betrokken databank.

31

Wat het begrip „hergebruik” in de zin van artikel 7, lid 2, sub b, van richtlijn 96/9 betreft, zij opgemerkt dat dit in die bepaling wordt omschreven als „elke vorm van het aan het publiek ter beschikking stellen van de inhoud van een databank of een substantieel deel ervan, door verspreiding van kopieën, verhuur, online transmissie of in een andere vorm”. De verwijzing naar het substantiële karakter van het hergebruikte deel heeft echter geen betrekking op de definitie van dit begrip als zodanig (zie arrest van 9 november 2004, The British Horseracing Board e.a., C-203/02, Jurispr. blz. I-10415, punt 50).

32

Aangezien het begrip hergebruik in de leden 1 en 5 van voormeld artikel 7 wordt gebruikt, dient het in de algemene context van dit artikel te worden uitgelegd (zie in die zin, met betrekking tot het begrip opvraging, arrest van 9 oktober 2008, Directmedia Publishing, C-304/07, Jurispr. blz. I-7565, punt 28).

33

Het gebruik in artikel 7, lid 2, sub b, van richtlijn 96/9 van de uitdrukking „elke vorm van het aan het publiek ter beschikking stellen” toont aan dat de gemeenschapswetgever een ruime betekenis heeft gegeven aan het begrip hergebruik (zie in die zin arrest The British Horseracing Board e.a., reeds aangehaald, punt 51, en arrest van 18 oktober 2012, Football Dataco e.a., C‑173/11, punt 20).

34

Deze ruime opvatting van het begrip hergebruik vindt steun in het doel dat de gemeenschapswetgever via de invoering van een recht sui generis heeft nagestreefd (zie in die zin, met betrekking tot het begrip opvraging, arrest Directmedia Publishing, reeds aangehaald, punt 32).

35

Zoals het Hof reeds heeft geoordeeld op basis van een aantal punten van de considerans van richtlijn 96/9, met name de punten 39, 42 en 48, bestaat dat doel erin de invoering te bevorderen van systemen voor opslag en verwerking van gegevens teneinde bij te dragen tot de ontwikkeling van de informatiemarkt in een context die wordt gekenmerkt door een exponentiële groei van de hoeveelheid gegevens die jaarlijks in alle sectoren van bedrijvigheid wordt voortgebracht en verwerkt (zie met name arrest The British Horseracing Board e.a., reeds aangehaald, punten 30 en 31, en arresten van 9 november 2004, Fixtures Marketing, C-46/02, Jurispr. blz. I-10365, punt 33, en 1 maart 2012, Football Dataco e.a., C‑604/10, punt 34).

36

Met dat doel beoogt de door richtlijn 96/9 geregelde bescherming door het recht sui generis de persoon die het initiatief heeft genomen om substantiële menselijke, technische en/of financiële middelen te investeren in het samenstellen en de werking van een databank en het risico hiervan draagt, de zekerheid te bieden dat hij voor zijn investering zal worden vergoed door hem te beschermen tegen de toe-eigening van de resultaten van deze investering zonder zijn toestemming (zie reeds aangehaalde arresten The British Horseracing Board e.a., punten 32 en 46; Fixtures Marketing, punt 35, en Directmedia Publishing, punt 33).

37

In het licht van dat doel moet het begrip „hergebruik” in de zin van artikel 7 van richtlijn 96/9 in die zin worden uitgelegd dat het verwijst naar elke handeling die bestaat in het ter beschikking stellen aan het publiek, zonder toestemming van de samensteller van de databank, van de resultaten van diens investering, waardoor deze laatste inkomsten waarmee hij wordt geacht de kosten van deze investering te kunnen dekken, worden ontnomen (zie arrest The British Horseracing Board e.a., reeds aangehaald, punt 51). Voormeld begrip ziet dus op elke handeling die zonder toestemming geschiedt en erin bestaat de inhoud van een beschermde databank of een substantieel deel daarvan onder het publiek te verspreiden (zie arrest The British Horseracing Board e.a., reeds aangehaald, punt 67; arrest van 5 maart 2009, Apis-Hristovich, C-545/07, Jurispr. blz. I-1627, punt 49, en arrest van 18 oktober 2012, Football Dataco e.a., reeds aangehaald, punt 20). De aard en de vorm van het daartoe gebruikte procedé zijn in dit verband irrelevant (arrest van 18 oktober 2012, Football Dataco e.a., reeds aangehaald, punt 20).

38

Het tweede deel van de definitie in artikel 7, lid 2, sub b, van richtlijn 96/9, te weten „door verspreiding van kopieën, verhuur, online transmissie of in een andere vorm”, en met name de woorden „in een andere vorm”, laat eveneens ruimte voor een ruime uitlegging van deze definitie op basis van de in de punten 35 en 36 van het onderhavige arrest in herinnering gebrachte doelstelling van artikel 7.

39

Aangaande de in de onderhavige zaak relevante activiteit van de exploitant van een dedicated metazoekmachine als die in het hoofdgeding, te weten het online plaatsen van een dergelijke metazoekmachine die de daarin ingevoerde zoekopdrachten van de eindgebruikers vertaalt naar de zoekmachines van de databanken die zijn opgenomen in de door de metazoekmachine aangeboden dienst, moet worden opgemerkt dat die activiteit niet enkel inhoudt dat aan de gebruiker wordt meegedeeld welke databanken informatie betreffende een bepaald onderwerp bevatten.

40

Het doel van deze activiteit is immers om aan iedere eindgebruiker een instrument te verschaffen waarmee alle gegevens in een beschermde databank kunnen worden doorzocht, en dus om toegang tot de volledige inhoud van die databank te verlenen langs een andere weg dan die waarin is voorzien door de fabrikant van die databank, waarbij gebruik wordt gemaakt van de zoekmachine van de databank en dezelfde voordelen bij het opzoeken worden geboden, zoals blijkt uit de punten 25 en 26 van het onderhavige arrest. De informatiezoekende eindgebruiker hoeft niet meer de startpagina of het zoekformulier van de website van de betrokken databank te openen om die databank te doorzoeken, aangezien hij de inhoud ervan „realtime” kan doorzoeken via de website van de dedicated metazoekmachine.

41

Door voormelde activiteit van de exploitant van een dedicated metazoekmachine als die in het hoofdgeding dreigt de fabrikant van de databank opbrengsten mis te lopen, in het bijzonder die uit reclame op zijn website, en dus inkomsten te worden ontnomen waarmee hij wordt geacht de kosten van zijn investering in de samenstelling en werking van de databank te kunnen dekken.

42

Aangezien de eindgebruiker de startpagina of het zoekformulier van de databank niet meer hoeft te openen, is het immers mogelijk dat de fabrikant van de databank minder inkomsten haalt uit de reclame op deze startpagina of op dit zoekformulier, met name voor zover ondernemingen die online reclame willen maken, van mening zijn dat zij meer profijt halen uit reclame op de website van de dedicated metazoekmachine dan uit reclame op een van de door de metazoekmachine doorzochte databanken.

43

Daar het bovendien gaat om databanken die advertenties bevatten, zouden verkopers ertoe kunnen overgaan hun advertenties nog slechts op één databank te plaatsen, gelet op de mogelijkheid om met de dedicated metazoekmachine tegelijkertijd in meerdere databanken te zoeken en op het feit dat de metazoekmachine doublures signaleert, zodat de databanken minder groot en dus minder aantrekkelijk zouden worden.

44

Het bestaan van voormeld risico dat het online op internet plaatsen van een dedicated metazoekmachine als die in het hoofdgeding de fabrikant van een betrokken databank inkomsten doet mislopen, is niet uitgesloten door het feit dat het, teneinde toegang te krijgen tot alle informatie over een in een databank gevonden resultaat – te weten, in het hoofdgeding, tot alle informatie betreffende een voertuig in een advertentie – in beginsel noodzakelijk blijft de link te volgen naar de pagina van herkomst waarop het resultaat is gevonden.

45

De door de dedicated metazoekmachine weergegeven informatie maakt het de eindgebruiker immers tot op zekere hoogte mogelijk een selectie te maken van de gevonden resultaten en te constateren dat hij over een bepaald resultaat geen verdere informatie nodig heeft. Voorts is het mogelijk dat de eindgebruiker toegang krijgt tot meer gedetailleerde informatie over een gevonden item zonder de link naar de betrokken databank te volgen, wanneer dit item te vinden is in verschillende databanken die worden doorzocht door de dedicated metazoekmachine, aangezien doublures daarin samengevoegd worden weergegeven.

46

Het is juist dat de door artikel 7 van richtlijn 96/9 geboden bescherming niet ziet op de raadpleging van een databank (zie reeds aangehaalde arresten The British Horseracing Board e.a., punt 54, en Directmedia Publishing, punt 51). Wanneer de fabrikant van een databank de inhoud ervan voor derden toegankelijk maakt, zij het tegen betaling, kan hij zich dus niet op grond van zijn recht sui generis ertegen verzetten dat deze derden opzoekingen in deze databank verrichten (zie arresten The British Horseracing Board e.a., punt 55, en Directmedia Publishing, punt 53).

47

Evenwel zij erop gewezen dat bij de activiteit van de exploitant van een dedicated metazoekmachine als die in het hoofdgeding geen sprake is van raadpleging van de betrokken databank. Deze exploitant is immers helemaal niet geïnteresseerd in de gegevens in de databank, maar verschaft de eindgebruiker een specifieke toegang tot die databank en de gegevens ervan, die verschilt van die welke de fabrikant van die databank ter beschikking stelt, doch tegelijkertijd dezelfde voordelen bij het opzoeken biedt. Het is daarentegen de eindgebruiker die een zoekopdracht invoert in de dedicated metazoekmachine die, via deze metazoekmachine, de databank raadpleegt.

48

Bovendien is de relevante activiteit van de exploitant van een dedicated metazoekmachine als die in het hoofdgeding, te weten het online op internet plaatsen van die metazoekmachine, vergelijkbaar met de in punt 42 van de considerans van richtlijn 96/9 bedoelde fabricage van een parasiterend concurrerend product, zonder dat echter de gegevens van de betrokken databank worden gekopieerd. Gelet op de geboden zoekmogelijkheden lijkt een dergelijke dedicated metazoekmachine immers op een databank, zonder evenwel zelf over gegevens te beschikken.

49

De eindgebruiker hoeft enkel de website van de dedicated metazoekmachine te openen om tegelijkertijd toegang te krijgen tot de inhoud van alle databanken die zijn opgenomen in de door de metazoekmachine aangeboden dienst, waarbij de opzoeking via de metazoekmachine resulteert in dezelfde resultatenlijst die had kunnen worden verkregen door afzonderlijke zoekopdrachten uit te voeren in elk van die databanken, welke lijst evenwel wordt weergegeven in de opmaak van de website van de dedicated metazoekmachine. De eindgebruiker hoeft de website van de databank niet meer te openen, tenzij hij in de weergegeven resultaten een advertentie aantreft waarvan hij de details wil weten. In dat geval wordt hij echter rechtstreeks naar de advertentie zelf gestuurd, en, door het samenvoegen van de doublures, is het zelfs zeer wel mogelijk dat hij de advertentie raadpleegt in een andere databank.

50

Gelet op het voorgaande is bij het online op internet plaatsen van een dedicated metazoekmachine als die in het hoofdgeding door de exploitant van bedoelde zoekmachine, waarin de eindgebruikers zoekopdrachten invoeren zodat deze worden vertaald naar de zoekmachine van een beschermde databank, sprake van „het ter beschikking stellen” van de inhoud van deze databank in de zin van artikel 7, lid 2, sub b, van richtlijn 96/9.

51

Deze terbeschikkingstelling is gericht tot het „publiek”, aangezien een dergelijke dedicated metazoekmachine door eender wie kan worden gebruikt en dus een onbepaald aantal personen op het oog heeft, ongeacht het aantal personen dat de metazoekmachine daadwerkelijk gebruikt.

52

Bijgevolg is ten aanzien van de exploitant van een dedicated metazoekmachine als die in het hoofdgeding sprake van hergebruik van de inhoud van een databank in de zin van die bepaling.

53

Dat hergebruik betreft een substantieel deel van de inhoud van de databank, of zelfs het geheel ervan, aangezien een dedicated metazoekmachine als die in het hoofdgeding het mogelijk maakt de volledige inhoud van deze databank te doorzoeken, net als bij een zoekopdracht die rechtstreeks in de zoekmachine van die databank wordt ingevoerd. In die omstandigheden is het aantal resultaten dat de dedicated metazoekmachine per ingevoerde zoekopdracht daadwerkelijk vindt en toont, irrelevant. Zoals de Europese Commissie benadrukt doet het feit dat, afhankelijk van de door de eindgebruiker gekozen zoekcriteria, slechts een gedeelte van de databank daadwerkelijk wordt geraadpleegd en weergegeven, immers niet af aan het feit dat de gehele databank ter beschikking aan die eindgebruiker wordt gesteld, zoals is aangegeven in de punten 39 en 40 van het onderhavige arrest.

54

Gelet op een en ander moet op de eerste tot en met de derde vraag worden geantwoord dat artikel 7, lid 1, van richtlijn 96/9 aldus moet worden uitgelegd dat in het geval van een onderneming die een dedicated metazoekmachine als die in het hoofdgeding online op internet plaatst, sprake is van hergebruik van het geheel of een substantieel deel van de inhoud van een door voormeld artikel 7 beschermde databank wanneer deze dedicated metazoekmachine:

aan de eindgebruiker een zoekformulier ter beschikking stelt dat in wezen dezelfde functionaliteiten biedt als het formulier van de databank,

de zoekopdrachten van de eindgebruikers „realtime” vertaalt naar de zoekmachine van de databank, zodat alle gegevens van deze databank worden doorzocht, en

aan de eindgebruiker de gevonden resultaten toont in de opmaak van haar website, waarbij de doublures tot één item worden samengevoegd, maar in een volgorde die is gebaseerd op criteria die vergelijkbaar zijn met die welke door de zoekmachine van de betrokken databank worden gebruikt om de resultaten weer te geven.

Vierde tot en met negende vraag

55

Gelet op het antwoord dat op de eerste tot en met de derde vraag is gegeven, hoeven de vierde tot en met de negende vraag niet te worden beantwoord.

Kosten

56

Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

 

Het Hof (Vijfde kamer) verklaart voor recht:

 

Artikel 7, lid 1, van richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken moet aldus worden uitgelegd dat in het geval van een onderneming die een dedicated metazoekmachine als die in het hoofdgeding online op internet plaatst, sprake is van hergebruik van het geheel of een substantieel deel van de inhoud van een door voormeld artikel 7 beschermde databank wanneer deze dedicated metazoekmachine:

 

aan de eindgebruiker een zoekformulier ter beschikking stelt dat in wezen dezelfde functionaliteiten biedt als het formulier van de databank,

 

de zoekopdrachten van de eindgebruikers „realtime” vertaalt naar de zoekmachine van de databank, zodat alle gegevens van deze databank worden doorzocht, en

 

aan de eindgebruiker de gevonden resultaten toont in de opmaak van haar website, waarbij de doublures tot één item worden samengevoegd, maar in een volgorde die is gebaseerd op criteria die vergelijkbaar zijn met die welke door de zoekmachine van de betrokken databank worden gebruikt om de resultaten weer te geven.

 

ondertekeningen


( *1 ) Procestaal: Nederlands.

Top