EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62009CJ0433

Arrest van het Hof (Derde kamer) van 22 december 2010.
Europese Commissie tegen Republiek Oostenrijk.
Niet-nakoming - Fiscale zaken - Richtlijn 2006/112/EG - BTW - Maatstaf van heffing - Belasting op de levering van nog niet in de betrokken lidstaat geregistreerde voertuigen, berekend op basis van hun waarde en hun gemiddelde verbruik - "Normverbrauchsabgabe".
Zaak C-433/09.

European Court Reports 2010 I-00181*

ECLI identifier: ECLI:EU:C:2010:817





Arrest van het Hof (Derde kamer) van 22 december 2010 – Commissie/Oostenrijk

(Zaak C‑433/09)

„Niet-nakoming – Fiscale zaken – Richtlijn 2006/112/EG – BTW – Maatstaf van heffing – Belasting op levering van nog niet in betrokken lidstaat geregistreerde voertuigen, berekend op basis van waarde en gemiddeld verbruik – ‚Normverbrauchsabgabe’”

Fiscale bepalingen – Harmonisatie van wetgevingen – Omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over toegevoegde waarde – Maatstaf van heffing (Richtlijn 2006/112 van de Raad, art. 78) (cf. punten 33‑35, 38‑39, 43, 46)

Voorwerp

Niet-nakoming – Schending van de artikelen 78 en 79 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1) – Verkoop van een motorvoertuig – Opneming in de maatstaf van heffing van een belasting op de levering van nog niet in de betrokken lidstaat geregistreerde voertuigen, berekend op basis van de waarde en het gemiddelde verbruik ervan („Normverbrauchsabgabe”)

Dictum

1)

Door de belasting op het normverbruik („Normverbrauchsabgabe”) op te nemen in de maatstaf van heffing voor de belasting over de toegevoegde waarde die in Oostenrijk bij de levering van een motorvoertuig wordt geïnd, is de Republiek Oostenrijk de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 78 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.

2)

Het beroep wordt verworpen voor het overige.

3)

De Europese Commissie en de Republiek Oostenrijk dragen hun eigen kosten.

Top