Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61981CJ0322

Arrest van het Hof van 9 november 1983.
NV Nederlandsche Banden Industrie Michelin tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen.
Misbruik van machtspositie - Korting bij aankoop van banden.
Zaak 322/81.

European Court Reports 1983 -03461

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1983:313

61981J0322

ARREST VAN HET HOF VAN 9 NOVEMBER 1983. - NV NEDERLANDSCHE BANDEN - INDUSTRIE - MICHELIN TEGEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. - (" MISBRUIK VAN MACHTSPOSITIE - KORTING BIJ AANKOOP VAN BANDEN "). - ZAAK NO. 322/81.

Jurisprudentie 1983 bladzijde 03461
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00897
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00351
Finse bijz. uitgave bladzijde 00339


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Dictum

Trefwoorden


1 . GEMEENSCHAPSRECHT - BEGINSELEN - EERBIEDIGING VAN RECHTEN VAN VERDEDIGING - GRONDBEGINSEL - TOEPASSINGSGEBIED - MEDEDINGING - ADMINISTRATIEVE PROCEDURE - DRAAGWIJDTE VAN BEGINSEL

( VERORDENING NR . 17 VAN DE RAAD , ARTIKEL 19 , LID 1 ; VERORDENING NR . 99/63 VAN DE COMMISSIE , ARTIKEL 4 )

2.MEDEDINGING - ADMINISTRATIEVE PROCEDURE - EERBIEDIGING VAN RECHTEN VAN VERDEDIGING - NIET-OPENBAAR MAKEN AAN BETROKKEN ONDERNEMING VAN ONDER GEHEIMHOUDINGSPLICHT VALLENDE GEGEVENS - INAANMERKINGNEMING VAN DEZE GEGEVENS BIJ EINDBESLISSING - GRENZEN

( VERORDENING NR . 17 VAN DE RAAD , ARTIKELEN 19 , LID 1 , EN 20 , LID 2 )

3.HANDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN - MOTIVERING - VERPLICHTING - DRAAGWIJDTE

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 190 )

4.MEDEDINGING - ADMINISTRATIEVE PROCEDURE - EERBIEDIGING VAN RECHTEN VAN VERDEDIGING - MEDEDELING PUNTEN VAN BEZWAAR - NOODZAKELIJKE INHOUD - DRAAGWIJDTE - AANWIJZINGEN OMTRENT HOOGTE VAN BEOOGDE BOETES - PREMATUUR

( VERORDENING NR . 17 VAN DE RAAD , ARTIKEL 19 , LID 1 ; VERORDENING NR . 99/63 VAN DE COMMISSIE , ARTIKEL 4 )

5.MEDEDINGING - MACHTSPOSITIE - RELEVANTE MARKT - GEOGRAFISCHE AFBAKENING - CRITERIA

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 86 )

6.MEDEDINGING - MACHTSPOSITIE - BEGRIP

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 86 )

7.MEDEDINGING - MACHTSPOSITIE - RELEVANTE MARKT - AFBAKENING - CRITERIA

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 86 )

8.MEDEDINGING - MACHTSPOSITIE - RELEVANTE MARKT - AFBAKENING - CRITERIA - VOLSTREKTE AFWEZIGHEID VAN ANDERE , GEDEELTELIJK SUBSTITUEERBARE PRODUKTEN - GEEN NOODZAKELIJK VEREISTE

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 86 )

9.MEDEDINGING - MACHTSPOSITIE - BESTAAN - AANWIJZINGEN - VOORDELEN VOORTVLOEIENDE UIT CONCERNVERBAND

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 86 )

10.MEDEDINGING - MACHTSPOSITIE - VERPLICHTINGEN VAN ONDERNEMING MET MACHTSPOSITIE

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 86 )

11.MEDEDINGING - MACHTSPOSITIE - BESTAAN - NIET-DOORSLAGGEVENDE AANWIJZINGEN

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 86 )

12.MEDEDINGING - MACHTSPOSITIE - MISBRUIK - BEGRIP

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 86 )

13.MEDEDINGING - MACHTSPOSITIE - MISBRUIK - KWANTUMKORTING - GETROUWHEIDSKORTING - KWALIFICATIES

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 86 )

14.MEDEDINGING - MACHTSPOSITIE - MISBRUIK - KORTINGSYSTEEM GEKOPPELD AAN BEHALEN VAN VERKOOPDOELEN - MISBRUIKCRITERIA

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 86 )

15.MEDEDINGING - MACHTSPOSITIE - ONGUNSTIGE BEINVLOEDING VAN HANDEL TUSSEN LID-STATEN - CRITERIA

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 86 )

16.MEDEDINGING - GEMEENSCHAPSREGELS - INBREUKEN - BOETES - CRITERIA - TOTALE OMZET VAN BETROKKEN ONDERNEMING - GEDEELTE VAN OMZET BEHAALD MET GOEDEREN IN VERBAND WAARMEE INBREUK IS GEPLEEGD - INAANMERKINGNEMING - BEVOEGDHEID VAN HOF - DRAAGWIJDTE

( VERORDENING NR . 17 VAN DE RAAD , ARTIKEL 15 , LID 2 )

Samenvatting


1 . DE EERBIEDIGING VAN DE RECHTEN VAN DE VERDEDIGING IS EEN GRONDBEGINSEL VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT , DAT DOOR DE COMMISSIE IN HAAR ADMINISTRATIEVE PROCEDURE DIE TOT DE OPLEGGING VAN SANCTIES KRACHTENS DE MEDEDINGINGSREGELS VAN HET VERDRAG KUNNEN LEIDEN , MOET WORDEN INACHTGENOMEN . DE EERBIEDIGING VAN DIE RECHTEN VERLANGT ONDER MEER , DAT DE BETROKKEN ONDERNEMING IN STAAT IS GESTELD HAAR STANDPUNT MET BETREKKING TOT DE STUKKEN WAARMEE DE COMMISSIE DE DOOR HAAR GESTELDE INBREUK HEEFT GESTAAFD , BEHOORLIJK KENBAAR TE MAKEN .

2 . WANNEER DE COMMISSIE MEENT DAT DE INLICHTINGEN DIE ZIJ IN DE LOOP VAN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE HEEFT INGEWONNEN , ONDER HAAR GEHEIMHOUDINGSPLICHT VALLEN , IS ZIJ INGEVOLGE ARTIKEL 20 VAN VERORDENING NR . 17 GEHOUDEN , DEZE NIET AAN DE BETROKKEN ONDERNEMING BEKEND TE MAKEN . ZIJ MAG DIE INLICHTINGEN DAN DUS NIET AAN HAAR BESCHIKKING TEN GRONDSLAG LEGGEN , IN ZOVER DE NIET-OPENBAARMAKING ERVAN DE ONDERNEMING IN DE MOGELIJKHEID BEKNOT HAAR STANDPUNT KENBAAR TE MAKEN INZAKE DE JUISTHEID OF DE DRAAGWIJDTE VAN DEZE INLICHTINGEN OF DE DOOR DE COMMISSIE ERAAN VERBONDEN CONCLUSIES .

3 . OFSCHOON DE COMMISSIE KRACHTENS ARTIKEL 190 EEG-VERDRAG GEHOUDEN IS DE FEITELIJKE ELEMENTEN TE VERMELDEN WAARUIT DE WETTIGHEID VAN DE BESLISSING BLIJKT , ALSMEDE DE OVERWEGINGEN DIE HAAR TOT HET NEMEN ERVAN HEBBEN GELEID , VERLANGT DEZE BEPALING NIET DAT DE COMMISSIE INGAAT OP ALLE PUNTEN VAN FEITELIJKE OF JURIDISCHE AARD DIE IN DE LOOP VAN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE AAN DE ORDE ZIJN GESTELD .

4 . HET DOOR DE COMMISSIE IN DE MEDEDELING VAN DE PUNTEN VAN BEZWAAR GEVEN VAN AANWIJZINGEN OMTRENT DE HOOGTE VAN DE BEOOGDE BOETES ZOLANG DE ONDERNEMING NIET IN STAAT IS GESTELD OPMERKINGEN TE MAKEN OMTRENT DE TEGEN HAAR IN AANMERKING GENOMEN BEZWAREN , ZOU EROP NEERKOMEN DAT DE COMMISSIE VOORUITLOOPT OP HAAR BESLISSING , HETGEEN ONJUIST ZOU ZIJN .

5 . WAAR DE HANDELSPOLITIEK VAN DE VERSCHILLENDE DOCHTERMAATSCHAPPIJEN VAN CONCERNS DIE ELKAAR OP DE EUROPESE OF ZELFS DE WERELDMARKT BECONCURREREN , IN DE REGEL IS AFGESTEMD OP DE SPECIFIEKE OMSTANDIGHEDEN VAN DE BETROKKEN MARKT , GAAT DE COMMISSIE TERECHT ERVAN UIT , DAT DE NATIONALE DOCHTERMAATSCHAPPIJ VAN EEN DERGELIJK CONCERN VOORNAMELIJK MOET CONCURREREN OP DE MARKT VAN DE LID-STAAT WAAR ZIJ GEVESTIGD IS , EN DAT OP DEZE MARKT DE OBJECTIEVE MEDEDINGINGSVOORWAARDEN VOOR ALLE ONDERNEMERS GELIJK ZIJN .

HET BETROKKEN WEZENLIJKE DEEL VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT DAT VOOR DE BEOORDELING VAN DE EVENTUELE MACHTSPOSITIE VAN DE DOCHTERONDERNEMING IN AANMERKING MOET WORDEN GENOMEN , IS DERHALVE HET GRONDGEBIED VAN DE BETROKKEN LID-STAAT .

6 . DE MACHTSPOSITIE BEDOELD IN ARTIKEL 86 EEG-VERDRAG , ZIET OP EEN ECONOMISCHE MACHTSPOSITIE VAN EEN ONDERNEMING , DIE HAAR IN STAAT STELT DE INSTANDHOUDING VAN EEN DAADWERKELIJKE MEDEDINGING OP DE RELEVANTE MARKT TE VERHINDEREN EN HET HAAR MOGELIJK MAAKT ZICH , JEGENS HAAR CONCURRENTEN , HAAR AFNEMERS EN , UITEINDELIJK , DE CONSUMENTEN IN BELANGRIJKE MATE ONAFHANKELIJK TE GEDRAGEN .

7 . BIJ HET ONDERZOEK OF EEN ONDERNEMING EVENTUEEL EEN MACHTSPOSITIE OP EEN BEPAALDE MARKT BEZIT , MOETEN DE CONCURRENTIEMOGELIJKHEDEN WORDEN BEOORDEELD BINNEN HET KADER VAN DE MARKT VAN ALLE PRODUKTEN DIE DOOR HUN EIGENSCHAPPEN BIJZONDER GESCHIKT ZIJN OM IN EEN CONSTANTE BEHOEFTE TE VOORZIEN , EN DIE SLECHTS IN GERINGE MATE DOOR ANDERE PRODUKTEN KUNNEN WORDEN VERVANGEN . ER MOET ECHTER OP WORDEN GEWEZEN DAT DE BEPALING VAN DE RELEVANTE MARKT ERTOE DIENT OM TE BEOORDELEN OF DE BETROKKEN ONDERNEMING IN STAAT IS DE INSTANDHOUDING VAN EEN DAADWERKE LIJKE MEDEDINGING TE VERHINDEREN EN ZICH JEGENS HAAR CONCURRENTEN , HAAR AFNEMERS EN DE CONSUMENTEN IN BELANGRIJKE MATE ONAFHANKELIJK TE GEDRAGEN . DAAROM MAG MEN ZICH HIERBIJ NIET BEPERKEN TOT EEN ONDERZOEK VAN DE OBJECTIEVE KENMERKEN VAN DE BETROKKEN PRODUKTEN , MAAR MOETEN EVENEENS DE MEDEDINGINGSVOORWAARDEN EN DE STRUCTUUR VAN VRAAG EN AANBOD OP DE MARKT IN AANMERKING WORDEN GENOMEN .

8 . HET BESTAAN VAN EEN CONCURRENTIEVERHOUDING TUSSEN TWEE PRODUKTEN VERONDERSTELT WELISWAAR NIET DAT ZIJ VOLLEDIG SUBSTITUEERBAAR ZIJN VOOR EEN BEPAALD GEBRUIK , DOCH DE VASTSTELLING VAN EEN MACHTSPOSITIE VOOR EEN PRODUKT VEREIST OOK NIET DAT DE CONCURRENTIE VAN ANDERE , GEDEELTELIJK SUBSTITUEERBARE PRODUKTEN GEHEEL AFWEZIG IS , AANGEZIEN DEZE MEDEDINGING GEEN AFBREUK DOET AAN HET VERMOGEN VAN DE ONDERNEMING OM DE VOORWAARDEN WAARONDER BEDOELDE MEDEDINGING ZICH ZAL ONTWIKKELEN , AANMERKELIJK TE BEINVLOEDEN EN HAAR IN IEDER GEVAL RUIMSCHOOTS - EN ZONDER DAT ZULKS HAAR NADEEL BEROKKENT - DE GELEGENHEID BIEDT ZICH BIJ HAAR GEDRAG AAN DE CONCURRENTIE NIETS GELEGEN TE LATEN LIGGEN .

9 . TER BEOORDELING VAN DE ECONOMISCHE MACHT VAN EEN ONDERNEMING , RESPECTIEVELIJK HAAR CONCURRENTEN OP DE MARKT VAN EEN LID-STAAT , MOET REKENING WORDEN GEHOUDEN MET DE VOORDELEN DIE VOOR DEZE ONDERNEMINGEN KUNNEN VOORTVLOEIEN UIT HET FEIT DAT ZIJ DEEL UITMAKEN VAN CONCERNS DIE OP EUROPESE SCHAAL OF ZELFS OP WERELDSCHAAL OPEREREN . TOT DEZE VOORDELEN BEHOREN DE VOORSPRONG VAN EEN CONCERN OP HAAR CONCURRENTEN WAT INVESTERINGEN EN ONDERZOEK BETREFT EN HET ZEER UITGEBREIDE PRODUKTENASSORTIMENT .

10 . DE VASTSTELLING VAN HET BESTAAN VAN EEN MACHTSPOSITIE HOUDT OP ZICHZELF GEEN VERWIJT JEGENS DE BETROKKEN ONDERNEMING IN , DOCH BETEKENT ALLEEN DAT , LOS VAN DE OORZAKEN VAN DIE POSITIE , OP DE ONDERNEMING EEN BIJZONDERE VERANTWOORDELIJKHEID RUST OM NIET DOOR HAAR GEDRAG INBREUK TE MAKEN OP EEN DAADWERKELIJKE EN ONVERVALSTE MEDEDINGING OP DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT .

11 . EEN SITUATIE WAARIN TIJDELIJK GEEN WINST WORDT GEMAAKT EN ZELFS VERLIES WORDT GELEDEN , IS NIET ONVERENIGBAAR MET EEN MACHTSPOSITIE . EVENMIN MAG UIT HET FEIT DAT DE DOOR DE BETROKKEN ONDERNEMING GEHANTEERDE PRIJZEN ONREDELIJK NOCH BIJZONDER HOOG ZIJN , WORDEN GECONCLUDEERD DAT ER GEEN SPRAKE IS VAN EEN MACHTSPOSITIE . NOCH DE OMVANG , DE FINANCIELE DRAAGKRACHT EN DE MATE VAN PRODUKTIESPREIDING VAN HAAR CONCURRENTEN OP MONDIAAL VLAK , NOCH HET TEGENWICHT DAT WORDT GEVORMD DOORDAT DE KOPERS VAN HET BETROKKEN PRODUKT DOORGEWINTERDE PROFESSIONELE GEBRUIKERS ZIJN , KUNNEN DE BEVOORRECHTE POSITIE VAN DE ONDERNEMING OP DE RELEVANTE MARKT ONGEDAAN MAKEN .

12 . HET VERBOD VAN ARTIKEL 86 OM MISBRUIK TE MAKEN VAN EEN MACHTSPOSITIE OP DE MARKT , VOOR ZOVER DE HANDEL TUSSEN LID-STATEN DAARDOOR ONGUNSTIG KAN WORDEN BEINVLOED , ZIET OP GEDRAGINGEN DIE DE STRUCTUUR KUNNEN BEINVLOEDEN VAN EEN MARKT WAAR , JUIST DOOR DE AANWEZIGHEID VAN BEDOELDE ONDERNEMING , DE MEDEDINGING REEDS IS VERZWAKT , EN DIE MET ANDERE MIDDELEN DAN BIJ EEN NORMALE , OP ONDERNEMERSPRESTATIES BERUSTENDE COMPETITIE VAN GOEDEREN OF DIENSTEN GEBRUIKELIJK ZIJN , HET BEHOUD OF DE ONTWIKKELING VAN HET NOG OP DIE MARKT AANWEZIGE CONCURRENTIENIVEAU KUNNEN VERHINDEREN .

13 . IN TEGENSTELLING TOT EEN UITSLUITEND AAN DE OMVANG VAN DE BIJ DE BETROKKEN FABRIKANT GEDANE AANKOPEN GEBONDEN KWANTUMKORTING , IS EEN GETROUWHEIDSKORTING BEDOELD OM DOOR TOEKENNING VAN EEN GELDELIJK VOORDEEL TE BELETTEN DAT DE AFNEMERS ZICH BIJ CONCURRERENDE FABRIKANTEN BEVOORRADEN , EN LEVERT MISBRUIK IN DE ZIN VAN ARTIKEL 86 EEG-VERDRAG OP .

14 . OM TE KUNNEN BEOORDELEN OF EEN ONDERNEMING MET EEN KORTINGSSYSTEEM , BESTAANDE IN EEN VARIABELE JAARBONUS BIJ HET BEHALEN VAN VERKOOPDOELSTELLINGEN , MISBRUIK VAN HAAR MACHTSPOSITIE HEEFT GEMAAKT , MOETEN ALLE OMSTANDIGHEDEN IN AANMERKING WORDEN GENOMEN , INZONDERHEID DE CRITERIA EN MODALITEITEN VOOR HET VERLENEN VAN DE KORTING , EN MOET WORDEN ONDERZOCHT OF DE KORTING , DOOR MIDDEL VAN EEN NIET DOOR EEN ECONOMISCHE PRESTATIE GERECHTVAARDIGD VOORDEEL , TEN DOEL HEEFT OM DE KOPER , WAT ZIJN BEVOORRADINGSBRONNEN BETREFT , GEEN - OF MINDER - KEUS TE LATEN , CONCURRENTEN DE TOEGANG TOT DE MARKT TE BELEMMEREN , ONGELIJKE VOORWAARDEN BIJ GELIJKWAARDIGE PRESTATIES TOE TE PASSEN JEGENS HANDELSPARTNERS OF DE MACHTSPOSITIE TE VERSTERKEN DOOR EEN VER- VALSTE MEDEDINGING .

EEN ONDERNEMING MAAKT IN DE ZIN VAN ARTIKEL 86 EEG-VERDRAG MISBRUIK VAN HAAR MACHTSPOSITIE , INDIEN ZIJ HANDELAREN AAN ZICH BINDT DOOR MIDDEL VAN EEN SYSTEEM WAARBIJ KOR TINGEN WORDEN VERLEEND NAAR GELANG VAN DE IN EEN BETREKKELIJK LANGE REFERENTIEPERIODE VERKOCHTE HOEVEELHEDEN , WAARDOOR AAN HET EINDE VAN DE REFERENTIEPERIODE DE DRUK OP DE KOPER TOENEEMT OM DE OMZET TE BEHALEN DIE NODIG IS OM DE KORTING TE VERKRIJGEN OF OM DEZE NIET VOOR DE GEHELE PERIODE TE VERLIEZEN , TE MEER INDIEN ENERZIJDS DIT EFFECT VERSTERKT WORDT DOOR DE GROTE KLOOF TUSEN HET MARKTAANDEEL VAN DE DOMINERENDE ONDERNEMING EN DAT VAN HAAR VOORNAAMSTE CONCURRENTEN , DIE REKENING MOETEN HOUDEN MET DE ABSOLUTE WAARDE VAN DE JAARLIJKSE DOELKORTING VAN DIE ONDERNEMING EN HUN EIGEN KORTING IN VERHOUDING TOT DE GERINGERE OMVANG VAN DE AANKOPEN VAN DE HANDELAAR BIJ HEN , OP EEN ZEER HOOG PERCENTAGE MOETEN BEPALEN , EN ANDERZIJDS DE ONDOORZICHTIGHEID VAN HET KORTINGSYSTEEM VAN DE DOMINERENDE ONDERNEMING TOT GEVOLG HEEFT , DAT DE HANDELAREN IN HET ONZEKERE WORDEN GELATEN EN IN HET ALGEMEEN NIET KUNNEN VOORZIEN WELKE GEVOLGEN HET AL DAN NIET BEREIKEN VAN HUN DOELSTELLINGEN ZAL HEBBEN .

EEN DERGELIJKE SITUATIE KAN DE HANDELAREN VERHINDEREN , OP ELK OGENBLIK VRIJ EN AFHANKELIJK VAN DE MARKTSITUATIE , DE GUNSTIGSTE VAN DE DOOR DE VERSCHILLENDE CONCURRENTEN GEDANE OFFERTES TE KIEZEN EN ZONDER MERKBAAR ECONOMISCH NADEEL VAN LEVERANCIER TE WISSELEN . DAARDOOR WORDT DERHALVE DE KEUZEMOGELIJKHEID VAN DE HANDELAREN WAT HUN BEVOORRADINGSBRONNEN BETREFT , BEPERKT EN DE TOEGANG TOT DE MARKT VOOR DE CONCURRENTEN BEMOEILIJKT . NOCH HET STREVEN NAAR AFZETVERGROTING , NOCH DE WENS TOT EEN BETERE PROGRAMMERING VAN DE PRODUKTIE TE KOMEN , KAN EEN ZODANIGE BEPERKING VAN DE KEUZEVRIJHEID EN VAN DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE KLANT RECHTVAARDIGEN . DE AFHANKELIJKE POSITIE WAARIN DE HANDE LAREN DOOR HET BETROKKEN KORTINGSYSTEEM ZIJN GEBRACHT , BERUST DERHALVE OP GEEN ENKELE ECONOMISCH GERECHTVAARDIGDE WEDERPRESTATIE .

15 . WANNEER EEN ONDERNEMING MET EEN MACHTSPOSITIE DE TOEGANG TOT DE MARKT VOOR CONCURRENTEN AFSLUIT , DOET HET NIET TERZAKE DAT DIT GEDRAG SLECHTS OP HET GRONDGEBIED VAN EEN ENKELE LID-STAAT IS GESITUEERD , ZODRA HET GEVOLGEN KAN HEBBEN VOOR DE HANDELSSTROMEN EN DE MEDEDINGING OP DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT .

OVERIGENS VERLANGT ARTIKEL 86 NIET HET BEWIJS DAT HET HANDELSVERKEER TUSSEN LID-STATEN ALS GEVOLG VAN HET GEMAAKTE MISBRUIK , INDERDAAD MERKBAAR ONGUNSTIG IS BEINVLOED , DOCH SLECHTS DAT DIT MISBRUIK EEN DERGELIJK GEVOLG KAN HEBBEN .

16 . VOOR HET BEPALEN VAN DE ERNST VAN EEN INBREUK OP DE COMMUNAUTAIRE MEDEDINGINGSREGELS MOET , NAAR GELANG VAN HET GEVAL , REKENING WORDEN GEHOUDEN MET EEN GROOT AANTAL FACTOREN , ZOALS MET NAME MET DE OMVANG EN DE ECONOMISCHE MACHT VAN DE ONDERNEMING , DIE UITDRUKKING KUNNEN VINDEN IN DE TOTALE OMZET VAN DE ONDERNEMING EN HET GEDEELTE DAARVAN , DAT WORDT BEHAALD MET DE GOEDEREN IN VERBAND WAARMEE DE INBREUK IS GEPLEEGD .

OP GROND VAN ZIJN VOLLEDIGE RECHTSMACHT TER ZAKE IS HET HOF GEROEPEN , ZELF DE OMSTANDIGHEDEN VAN HET GEVAL EN DE AARD VAN DE BETROKKEN INBREUK TE BEOORDELEN TENEINDE HET BOETEBEDRAG VAST TE STELLEN .

Partijen


IN ZAAK 322/81 ,

NV NEDERLANDSCHE BANDEN-INDUSTRIE-MICHELIN , GEVESTIGD TE ' S-HERTOGENBOSCH , VERTEGENWOORDIGD DOOR I . VAN BAEL EN J.-F . BELLIS , ADVOCATEN TE BRUSSEL , ALSOOK DOOR S . MOQUET BORDE CUM SOCIIS , HANDELENDE BIJ D . BORDE , ADVOCAAT TE PARIJS , DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG TEN KANTORE VAN DE ADVOCATEN ELVINGER EN HOSS , COTE D ' EICH , 15 ,

VERZOEKSTER ,

EN

FRANSE REPUBLIEK , VERTEGENWOORDIGD DOOR N . MUSEUX , ADJUNCT-DIRECTEUR JURIDISCHE ZAKEN OP HET MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN , ALS GEMACHTIGDE , EN A . CARNELUTTI , SECRETARIS BUITENLANDSE ZAKEN , ALS PLAATSVERVANGEND GEMACHTIGDE , DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG OP DE FRANSE AMBASSADE , RUE BERTHOLET 2 ,

INTERVENIENTE ,

TEGEN

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , VERTEGENWOORDIGD DOOR G . MARENCO EN P . J . KUYPER , LEDEN VAN DE JURIDISCHE DIENST , ALS GEMACHTIG DEN , DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG BIJ O . MONTALTO , LID VAN DE JURIDISCHE DIENST , BATIMENT JEAN MONNET , KIRCHBERG ,

VERWEERSTER ,

Onderwerp


BETREFFENDE EEN VERZOEK OM NIETIGVERKLARING VAN DE BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN VAN 7 OKTOBER 1981 INZAKE EEN PROCEDURE OP GROND VAN ARTIKEL 86 VAN HET EEG-VERDRAG ( IV/29.491 - BANDENGROOTHANDEL FRIESCHEBRUG BV/NV NEDERLANDSCHE BANDEN-INDUSTRIE-MICHELIN ),

Overwegingen van het arrest


1 BIJ VERZOEKSCHRIFT , INGEKOMEN TER GRIFFIE VAN HET HOF OP 28 DECEMBER 1981 , HEEFT NV NEDERLANDSCHE BANDEN-INDUSTRIE-MICHELIN ( HIERNA : NBIM ), GEVESTIGD TE ' S-HERTOGENBOSCH , KRACHTENS ARTIKEL 173 , TWEEDE ALINEA , EEG-VERDRAG BEROEP INGESTELD TOT NIETIGVERKLARING VAN DE BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE VAN 7 OKTOBER 1981 INZAKE EEN PROCEDURE OP GROND VAN ARTIKEL 86 VAN HET EEG-VERDRAG ( IV/29.491 ) - BANDENGROOTHANDEL FRIESCHEBRUG BV/NV NEDERLANDSCHE BANDENINDUSTRIE-MICHELIN ( PB L 353 VAN 1981 , BLZ . 33 ), EN SUBSIDIAIR TOT NIETIGVERKLARING VAN ARTIKEL 2 VAN DEZE BESCHIKKING , WAARBIJ NBIM EEN BOETE IS OPGELEGD , OF ALTHANS TOT VERLAGING VAN DIE BOETE .

2 NBIM IS DE NEDERLANDSE DOCHTERMAATSCHAPPIJ VAN DE MICHELINGROEP . ZIJ IS BELAST MET DE PRODUKTIE EN DE AFZET VAN MICHELINBANDEN IN NEDERLAND , WAAR ZIJ EEN FABRIEK TER VERVAARDIGING VAN NIEUWE BANDEN VOOR BESTEL- EN VRACHTWAGENS HEEFT .

3 IN ARTIKEL 1 VAN DE AANGEVOCHTEN BESCHIKKING HEEFT DE COMMISSIE VASTGESTELD DAT NBIM IN DE PERIODE 1975-1980 INBREUK HAD GEMAAKT OP ARTIKEL 86 EEG-VERDRAG DOOR OP DE VERVANGINGSMARKT VAN NIEUWE BANDEN VOOR VRACHTWAGENS , AUTOBUSSEN ENZ .:

A ) MET BEHULP VAN SELECTIEVE KORTINGEN OP INDIVIDUELE BASIS , DIE AFHANGEN VAN NIET DUIDELIJK SCHRIFTELIJK BEVESTIGDE AFZET- ' ' DOELEN ' ' EN KORTINGPERCENTAGES , DE BANDENHANDELAREN IN NEDERLAND AAN ZICH TE BINDEN EN TE HUNNEN OPZICHTE ONGELIJKE VOORWAARDEN BIJ GELIJKWAARDIGE PRESTATIES TOE TE PASSEN .

EN

B)IN 1977 EEN EXTRAJAARBONUS TE VERLENEN VOOR DE AANKOPEN VAN BANDEN VOOR VRACHTWAGENS , AUTOBUSSEN ENZ . EN VAN BANDEN VOOR PERSONENWAGENS DIE AFHING VAN HET BEREIKEN VAN EEN ' ' DOEL ' ' VOOR DE AANKOPEN VAN BANDEN VOOR PERSONENWAGENS .

IN ARTIKEL 2 HEEFT DE COMMISSIE NBIM EEN BOETE VAN ECU 680 000 OFWEL HFL 1 833 184,80 OPGELEGD .

4 DE VOORNAAMSTE MIDDELEN DIE VERZOEKSTER , ONDERSTEUND DOOR DE REGERING VAN DE FRANSE REPUBLIEK , TEGEN DEZE BESCHIKKING HEEFT AANGEVOERD , KUNNEN WORDEN GERANGSCHIKT ALS VOLGT :

I . DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE VAN DE COMMISSIE WAS ONREGELMATIG DOORDAT DE COMMISSIE :

1 . DE STUKKEN UIT HET DOSSIER , MET NAME DE RESULTATEN VAN EEN BIJ GEBRUIKERS EN CONCURRENTEN VAN NBIM INGESTELD ONDERZOEK , NIET AAN NBIM HEEFT TOEGEZONDEN ;

2.IN HAAR BESCHIKKING STILZWIJGEND IS VOORBIJGEGAAN AAN DE RESULTATEN VAN DE HOORZITTING EN DE ALDAAR DOOR DESKUNDIGEN EN GETUIGEN AFGELEGDE VERKLARINGEN ; EN

3.IN DE LOOP VAN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE NIET HEEFT AANGEGEVEN , OP GROND VAN WELKE CRITERIA ZIJ DE BOETE WILDE VASTSTELLEN .

II.DE COMMISSIE HEEFT TEN ONRECHTE GEOORDEELD DAT NBIM EEN MACHTSPOSITIE INNEEMT , DOORDAT ZIJ :

1.HET WEZENLIJK DEEL VAN DE RELEVANTE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT OP ONJUISTE WIJZE AFBAKENT ;

2.NBIM ' S CONCURRENTIEPOSITIE ONJUIST BEOORDEELT WAT BETREFT

A ) ENERZIJDS HET MARKTAANDEEL VAN NBIM OP DE RELEVANTE PRODUKTENMARKT , EN MET NAME DE AFBAKENING VAN DIE MARKT ;

B)ANDERZIJDS DE OVERIGE AANWIJZINGEN VOOR OF TEGEN HET BESTAAN VAN EEN MACHTSPOSITIE .

III.DE COMMISSIE HEEFT TEN ONRECHTE GEOORDEELD DAT

1.HET KORTINGSYSTEEM VAN NBIM , EN

2.DE TOEKENNING VAN EEN EXTRABONUS IN 1977

MISBRUIK IN DE ZIN VAN ARTIKEL 86 EEG-VERDRAG OPLEVERDEN .

IV.DE COMMISSIE HEEFT TEN ONRECHTE GEOORDEELD DAT HET GEWRAAKTE GEDRAG VAN NBIM DE HANDEL TUSSEN DE LID-STATEN ONGUNSTIG KON BEINVLOEDEN .

V.DE COMMISSIE HAD NBIM GEEN BOETE MOGEN OPLEGGEN , ALTHANS DEZE OP EEN LAGER BEDRAG MOETEN STELLEN .

I - DE REGELMATIGHEID VAN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE

1 . HET GEHEIMHOUDEN VAN STUKKEN UIT HET DOSSIER

5 VOLGENS VERZOEKSTER HEEFT DE COMMISSIE DE RECHTEN VAN DE VERDEDIGING GESCHONDEN DOOR HAAR IN DE LOOP VAN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE GEEN INZAGE TE GEVEN IN DE STUKKEN UIT HET DOSSIER . VERZOEKSTER HEEFT DIT VERWIJT EVENWEL ALLEEN TOEGESPITST OP DE RESULTATEN VAN EEN ONDERZOEK DAT DE COMMISSIE BIJ EEN AANTAL HANDELAREN HEEFT VERRICHT NAAR DE KORTINGPRAKTIJKEN VAN DE CONCURRENTEN VAN NBIM .

6 DE COMMISSIE BRENGT TEGEN DIT MIDDEL IN , DAT ZIJ DE RESULTATEN VAN DIT ONDERZOEK , WAARDOOR ENKEL WERD BEVESTIGD WAT ZIJ OP GROND VAN DE BIJ MICHELIN VERKREGEN INLICHTINGEN REEDS WIST , NIET IN HAAR BESCHIKKING HEEFT VERWERKT . INGEVOLGE ARTIKEL 20 VAN VERORDENING NR . 17 VAN DE RAAD VAN 6 FEBRUARI 1962 ( PB 1962 , BLZ . 204 ) WAS ZIJ VERPLICHT DE BIJ DIT ONDERZOEK INGEWONNEN INLICHTINGEN NIET OPENBAAR TE MAKEN , OMDAT ZIJ BETREKKING HADDEN OP DE KORTINGSYSTEMEN VAN DE CONCURRENTEN VAN NBIM .

7 IN DIT VERBAND ZIJ ERAAN HERINNERD , DAT DE EERBIEDIGING VAN DE RECHTEN VAN DE VERDEDIGING EEN GRONDBEGINSEL VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT IS , DAT DOOR DE COMMISSIE IN HAAR ADMINISTRATIEVE PROCEDURES DIE TOT DE OPLEGGING VAN SANCTIES KRACHTENS DE MEDEDINGINGSREGELS VAN HET VERDRAG KUNNEN LEIDEN , MOET WORDEN INACHTGENOMEN . DE EERBIEDIGING VAN DIE RECHTEN VERLANGT ONDER MEER , DAT DE BETROKKEN ONDERNEMING IN STAAT IS GESTELD HAAR STANDPUNT MET BETREKKING TOT DE STUKKEN WAARMEE DE COMMISSIE DE DOOR HAAR GESTELDE INBREUK HEEFT GESTAAFD , BEHOORLIJK KENBAAR TE MAKEN .

8 AANGEZIEN DE COMMISSIE MEENDE DAT DE INLICHTINGEN DIE ZIJ TIJDENS DIT ONDERZOEK HAD INGEWONNEN , ONDER HAAR GEHEIMHOUDINGSPLICHT VIELEN , WAS ZIJ INDERDAAD INGEVOLGE ARTIKEL 20 VAN VERORDENING NR . 17 GEHOUDEN , DEZE NIET AAN NBIM BEKEND TE MAKEN . ZIJ MOCHT DIE INLICHTINGEN DAN DUS NIET AAN HAAR BESCHIKKING TEN GRONDSLAG LEGGEN , IN ZOVER DE NIET-OPENBAARMAKING ERVAN NBIM IN DE MOGELIJKHEID BEKNOTTE HAAR STANDPUNT KENBAAR TE MAKEN INZAKE DE JUISTHEID OF DE DRAAGWIJDTE VAN DEZE INLICHTINGEN OF DE DOOR DE COMMISSIE ERAAN VERBONDEN CONCLUSIES .

9 IN DE OVERWEGINGEN VAN DE AANGEVOCHTEN BESCHIKKING WORDT ECHTER NERGENS UITDRUKKELIJK NAAR BEDOELD ONDERZOEK VERWEZEN . EVENMIN BLIJKT DAT DE COMMISSIE ZICH IMPLICIET OP DIT ONDERDEEL VAN HAAR DOSSIER HEEFT GEBASEERD . VOOR ZOVER ZIJ IN HAAR BESCHIKKING HEEFT GEREPT VAN DE KORTINGPRAKTIJKEN VAN DE CONCURRENTEN VAN NBIM , GAAT HET OM ALGEMENE CONSTATERINGEN DIE NBIM NIMMER HEEFT BESTREDEN EN DIE OVERIGENS NIET VAN BELANG ZIJN VOOR DE BEOORDELING VAN HET GEDRAG VAN NBIM . HET BETROKKEN ONDERZOEK IS EVENMIN IN AANMERKING GENOMEN IN DE PROCEDURE VOOR HET HOF .

10 HET FEIT DAT DE COMMISSIE NIET NAAR BEDOELD ONDERZOEK HEEFT VERWEZEN OM DE AANGEVOCHTEN BESCHIKKING TE MOTIVEREN , VOLSTAAT ECHTER NIET OM DIT MIDDEL VAN NBIM TE VERWERPEN . HIERVOOR MOET OOK NOG WORDEN VASTGESTELD DAT DE BESCHIKKING IN FEITE OP ANDERE RECHTVAARDIGINGSGRONDEN BERUST , DOCH DIT PUNT BEHOORT TOT DE ZAAK TEN GRONDE .

2 . HET FEIT DAT IS VOORBIJGEGAAN AAN DE RESULTATEN VAN DE HOORZITTING EN DE GETUIGEN- EN DESKUNDIGENVERKLARINGEN

11 TEN BETOGE DAT DE PROCEDURE ONREGELMATIG WAS , HEEFT VERZOEKSTER VOORTS AANGEVOERD DAT DE COMMISSIE IN HAAR BESCHIKKING STILZWIJGEND IS VOORBIJGEGAAN AAN DE RESULTATEN VAN DE IN DE LOOP VAN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE GEHOUDEN HOORZITTING EN DE ALDAAR AFGELEGDE GETUIGEN- EN DESKUNDIGENVERKLARINGEN .

12 DE COMMISSIE BRENGT HIERTEGEN IN DAT EEN GROOT AANTAL OVERWEGINGEN IN HAAR BESCHIKKING GEWIJD ZIJN AAN DE WEERLEGGING VAN HET BETOOG VAN NBIM , EN STELT DAT ZIJ MET ALLE TIJDENS DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE VERGAARDE BEWIJSSTUKKEN EN GETUIGENVERKLARINGEN REKENING HEEFT GEHOUDEN .

13 MET DIT MIDDEL WORDT IN WEZEN GESTELD DAT DE BESCHIKKING ONVOLDOENDE IS GEMOTIVEERD .

14 OFSCHOON DE COMMISSIE KRACHTENS ARTIKEL 190 EEG-VERDRAG GEHOUDEN IS DE FEITELIJKE ELEMENTEN TE VERMELDEN WAARUIT DE WETTIGHEID VAN DE BESLISSING BLIJKT , ALSMEDE DE OVERWEGINGEN DIE HAAR TOT HET NEMEN ERVAN HEBBEN GELEID , VERLANGT DEZE BEPALING NIET DAT DE COMMISSIE INGAAT OP ALLE PUNTEN VAN FEITELIJKE OF JURIDISCHE AARD DIE IN DE LOOP VAN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE AAN DE ORDE ZIJN GESTELD .

15 IN DE MOTIVERING VAN DE OMSTREDEN BESCHIKKING HEEFT DE COMMISSIE DE FEITELIJKE EN JURIDISCHE OVERWEGINGEN UITEENGEZET WAARVAN ZIJ IS UITGEGAAN . VOORTS HEEFT ZIJ OP VERSCHILLENDE PLAATSEN UITDRUKKELIJK VERWEZEN NAAR OP DE HOORZITTING AFGELEGDE GETUIGENVERKLARINGEN EN HEEFT ZIJ GEANTWOORD OP ARGUMENTEN DIE NBIM TIJDENS DE PROCEDURE NAAR VOREN HEEFT GEBRACHT .

16 HET MIDDEL DAT DE BESCHIKKING ONVOLDOENDE IS GEMOTIVEERD , MOET DERHALVE WORDEN VERWORPEN .

3 . HET FEIT DAT DE COMMISSIE IN DE LOOP VAN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE NIET HEEFT AANGEGEVEN VOLGENS WELKE CRITERIA ZIJ DE BOETE WILDE OPLEGGEN

17 VERZOEKSTER MEENT DAT DE COMMISSIE DE RECHTEN VAN DE VERDEDIGING HEEFT GESCHONDEN DOOR IN DE LOOP VAN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE NIET AAN TE GEVEN VOLGENS WELKE CRITERIA ZIJ EEN EVENTUELE BOETE ZOU GAAN OPLEGGEN .

18 DE COMMISSIE ANTWOORDT HIEROP DAT DE EXACTE OVERWEGINGEN DIE TOT DE VASTSTELLING VAN HET BOETEBEDRAG LEIDEN , AFHANGEN VAN HET VERLOOP VAN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE EN DAT ZIJ HAAR OORDEEL DAAROVER NIET KAN BEPALEN ALVORENS DE ONDERNEMING TE HEBBEN GEHOORD .

19 TE DEZEN ZIJ SLECHTS HERINNERD AAN ' S HOFS UITSPRAAK IN HET ARREST VAN 7 JUNI 1983 ( GEVOEGDE ZAKEN 100-103/80 , SA MUSIQUE DIFFUSION FRANCAISE E.A./COMMISSIE , JURISPR . 1983 , BLZ . 1825 ), DAT HET GEVEN VAN AANWIJZINGEN OM TRENT DE HOOGTE VAN DE BEOOGDE BOETES ZOLANG DE ONDERNEMING NIET IN STAAT IS GESTELD OPMERKINGEN TE MAKEN OMTRENT DE TEGEN HAAR IN AANMERKING GENOMEN BEZWAREN , EROP ZOU NEERKOMEN DAT DE COMMISSIE VOORUITLOOPT OP HAAR BESLISSING , HETGEEN ONJUIST ZOU ZIJN .

20 IN HAAR MEDEDELING VAN DE PUNTEN VAN BEZWAAR VAN 5 MAART 1980 HEEFT DE COMMISSIE UITDRUKKELIJK VERKLAARD DAT ZIJ VOORNEMENS WAS NBIM EEN BOETE OP TE LEGGEN EN DAT ZIJ VOOR DE HOOGTE DAARVAN DE DUUR EN DE ZWAARTE VAN DE INBREUK , DIE ZIJ ALS ERNSTIG BESCHOUWDE , IN AANMERKING ZOU NEMEN . DAARMEE HEEFT DE COMMISSIE NBIM IN STAAT GESTELD , ZICH NIET ALLEEN TEGEN DE VASTSTELLING VAN DE INBREUK , MAAR OOK TEGEN DE OPLEGGING VAN EEN BOETE TE VERDEDIGEN .

21 DERHALVE KAN DIT MIDDEL EVENMIN SLAGEN , EN DIENT TE WORDEN VASTGESTELD DAT NIET IS GEBLEKEN VAN ONREGELMATIGHEDEN IN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE VAN DE COMMISSIE .

II - DE MACHTSPOSITIE VAN NBIM

22 MET EEN EERSTE GROEP TEGEN DE INHOUD VAN DE LITIGIEUZE BESCHIKKING GERICHTE MIDDELEN , BESTRIJDT VERZOEKSTER DAT ZIJ EEN MACHTSPOSITIE INNEEMT OP DE NEDERLANDSE VERVANGINGSMARKT VAN NIEUWE VRACHTWAGENBANDEN . ZAKELIJK HOUDT HAAR BETOOG IN , DAT DE COMMISSIE HAAR MARKTPOSITIE ONJUIST HEEFT BEOORDEELD DOOR ENERZIJDS HAAR ONDERZOEK TOT DE NEDERLANDSE MARKT TE BEPERKEN EN DE RELEVANTE PRODUKTENMARKT OP ONJUISTE WIJZE AF TE BAKENEN , EN ANDERZIJDS GEBRUIK TE MAKEN VAN GEGEVENS DIE VOOR DE VASTSTELLING VAN EEN MACHTSPOSITIE NIET RELEVANT ZIJN , EN CRITERIA DIE HET BESTAAN VAN EEN MACHTSPOSITIE UITSLUITEN , TE NEGEREN .

1 . HET WEZENLIJK DEEL VAN DE RELEVANTE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT

23 VERZOEKSTER BESTRIJDT TE DEZEN DE VASTSTELLING VAN DE COMMISSIE , DAT HET WEZENLIJK DEEL VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT WAAROP NBIM EEN MACHTSPOSITIE INNEEMT , HET GRONDGEBIED VAN NEDERLAND IS . VOLGENS NBIM IS DEZE GEOGRAFISCHE AFBAKENING VAN DE MARKT TE ENG . ZIJ VALT NIET TE RIJMEN MET HET FEIT DAT DE COMMISSIE ZELF WERKT MET FACTOREN DIE BETREKKING HEBBEN OP DE MICHELINGROEP IN HAAR GEHEEL , ZOALS HAAR TECHNOLOGISCHE VOORSPRONG OF HAAR STERKE FINANCIELE POSITIE , EN DIE VOLGENS NBIM VOOR EEN VEEL RUIMERE MARKT , JA ZELFS EEN WERELDMARKT GELDEN . OOK DE VOORNAAMSTE CONCURRENTEN VAN NBIM ZIJN OP WERELDSCHAAL WERKENDE ONDERNEMINGEN .

24 VOLGENS DE COMMISSIE IS DEZE KRITIEK NIET ZOZEER GERICHT OP DE MARKTAFBAKENING ALS WEL OP DE CRITERIA TER BEPALING VAN DE MACHTSPOSITIE . AANGEZIEN DE BANDENFABRIKANTEN VOOR DE VERKOOP OP DE VERSCHILLENDE NATIONALE MARKTEN IN DE REGEL NATIONALE DOCHTERMAATSCHAPPIJEN INSCHAKELEN , MOET NBIM OP HET NEDERLANDSE GRONDGEBIED CONCURREREN .

25 HIEROVER MOET WORDEN OPGEMERKT DAT DE COMMISSIE HAAR BESCHIKKING NIET TOT DE MICHELINGROEP IN HAAR GEHEEL HEEFT GERICHT , MAAR ALLEEN TOT HAAR NEDERLANDSE DOCHTERMAATSCHAPPIJ DIE ZICH OP DE NEDERLANDSE MARKT CONCENTREERT . NIET IS BETWIST DAT DE VOORNAAMSTE CONCURRENTEN VAN NBIM HUN WERKZAAMHEDEN IN NEDERLAND EVENEENS VERRICHTEN VIA TOT HUN CONCERN BEHORENDE NEDERLANDSE DOCHTERMAATSCHAPPIJEN .

26 HET VERWIJT VAN DE COMMISSIE HEEFT BETREKKING OP HET GEDRAG VAN NBIM TEN OPZICHTE VAN DE BANDENHANDELAREN , EN MEER IN HET BIJZONDER OP HAAR KORTINGPOLITIEK . HIERBIJ ZIJ BEDACHT DAT DE HANDELSPOLITIEK VAN DE VERSCHILLENDE DOCHTERMAATSCHAPPIJEN VAN CONCERNS DIE ELKAAR OP DE EUROPESE OF ZELFS DE WERELDMARKT BECONCURREREN , IN DE REGEL IS AFGESTEMD OP DE SPECIFIEKE OMSTANDIGHEDEN VAN DE BETROKKEN MARKT . IN DE PRAKTIJK BEVOORRADEN DE IN NEDERLAND GEVESTIGDE BANDENHANDELAREN ZICH ALLEEN BIJ LEVERANCIERS DIE IN NEDERLAND OPEREREN . DE COMMISSIE HEEFT DERHALVE TERECHT GEOORDEELD DAT NBIM VOORNAMELIJK OP DE NEDERLANDSE MARKT MOET CONCURREREN EN DAT OP DEZE MARKT DE OBJECTIEVE MEDEDINGINGSVOORWAARDEN VOOR ALLE ONDERNEMERS GELIJK ZIJN .

27 DEZE VASTSTELLING STAAT LOS VAN DE VRAAG , OF ONDER DEZE OMSTANDIGHEDEN BIJ DE BEOORDELING VAN HET BESTAAN VAN EEN MACHTSPOSITIE OP DE RELEVANTE PRODUKTENMARKT FACTOREN MOGEN WORDEN BETROKKEN DIE VERBAND HOUDEN MET DE POSITIE VAN DE MICHELINGROEP EN HAAR CONCURRENTEN ALS GEHEEL , EN DIE VOOR EEN VEEL RUIMERE MARKT GELDEN .

28 MITSDIEN VORMT HET NEDERLANDSE GRONDGEBIED IN CASU HET WEZENLIJK DEEL VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT EN DIENT DE POSITIE VAN NBIM OP DE NEDERLANDSE MARKT TE WORDEN BEOORDEELD .

2 . DE BEOORDELING VAN DE CONCURRENTIEPOSITIE VAN NBIM

29 ALVORENS DE MIDDELEN EN ARGUMENTEN MET BETREKKING TOT DE BEOORDELING VAN NBIM ' S CONCURRENTIEPOSITIE TE ONDERZOEKEN , DIENT ERAAN TE WORDEN HERINNERD DAT , ZOALS HET HOF REEDS HERHAALDELIJK , LAATSTELIJK IN ZIJN ARREST VAN 13 FEBRUARI 1979 ( ZAAK 85/76 , HOFFMANN-LA ROCHE , JURISPR . 1979 , BLZ . 461 ) HEEFT VASTGESTELD , ARTIKEL 86 EEG-VERDRAG EEN UITWERKING IS VAN DE ALGEMENE DOELSTELLING VAN DE ACTIVITEIT VAN DE GEMEENSCHAP , IN ARTIKEL 3 F ) EEG-VERDRAG OMSCHREVEN ALS DE INVOERING VAN EEN REGIME WORDT GEWAARBORGD DAT DE MEDEDINGING BINNEN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT NIET WORDT VERVALST .

30 BIJGEVOLG VERBIEDT ARTIKEL 86 , VOOR ZOVER DE HANDEL TUSSEN LID-STATEN DAARDOOR ONGUNSTIG KAN WORDEN BEINVLOED , DAT EEN ONDERNEMING MISBRUIK MAAKT VAN EEN MACHTSPOSITIE OP DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT OF OP EEN WEZENLIJK DEEL DAARVAN ; DAARBIJ IS GEDACHT AAN EEN ECONOMISCHE MACHTSPOSITIE VAN EEN ONDERNEMING , DIE HAAR IN STAAT STELT DE INSTANDHOUDING VAN EEN DAADWERKELIJKE MEDEDINGING OP DE RELEVANTE MARKT TE VERHINDEREN EN HET HAAR MOGELIJK MAAKT ZICH , JEGENS HAAR CONCURRENTEN , HAAR AFNEMERS EN , UITEINDELIJK , DE CONSUMENTEN IN BELANGRIJKE MATE ONAFHANKELIJK TE GEDRAGEN .

31 VANUIT DIT OOGPUNT DIENEN DE VERSCHILLENDE DOOR PARTIJEN AANGEVOERDE CRITERIA EN AANWIJZINGEN VOOR HET BESTAAN VAN EEN MACHTSPOSITIE TE WORDEN ONDERZOCHT . DEZE CRITERIA EN AANWIJZINGEN BETREFFEN ENERZIJDS HET MARKTAANDEEL VAN NBIM OP DE RELEVANTE PRODUKTENMARKT , EN ANDERZIJDS DE OVERIGE FACTOREN DIE BIJ DE BEOORDELING VAN DE POSITIE WAARIN NBIM ZICH JEGENS HAAR CONCURRENTEN , AFNEMERS EN CONSUMENTEN BEVINDT , DIENEN TE WORDEN BETROKKEN .

A ) HET AANDEEL VAN NBIM OP DE RELEVANTE PRODUKTENMARKT

32 MET HAAR EERSTE MIDDEL BETWIST VERZOEKSTER HET MARKTAANDEEL WAARUIT DE COMMISSIE HET BESTAAN VAN EEN MACHTSPOSITIE HEEFT AFGELEID , EN ZIJ VOERT AAN DAT DE COMMISSIE IS UITGEGAAN VAN EEN KUNSTMATIGE EN WILLEKEURIGE AFBAKENING VAN DE RELEVANTE PRODUKTENMARKT .

33 IN DE AANGEVOCHTEN BESCHIKKING HEEFT DE COMMISSIE GESTELD DAT NBIM IN DE PERIODE 1975-1980 , 57-65 % VAN DE NEDERLANDSE VERVANGINGSMARKT VAN NIEUWE BANDEN VOOR VRACHTWAGENS , AUTOBUSSEN EN SOORTGELIJKE VOERTUIGEN IN HANDEN HAD , TERWIJL DE MARKTAANDELEN VAN DE BELANGRIJKSTE CONCURRENTEN SLECHTS 4-8 % BEDROEGEN .

34 NBIM BETWIST DEZE CIJFERS NIET , DOCH VOERT AAN DAT DE COMMISSIE DE MEDEDINGINGSVERHOUDINGEN HEEFT MISKEND DOOR IN HET BIJZONDER BANDEN VOOR BESTELWAGENS EN PERSONENAUTO ' S ALSOOK VERNIEUWDE BANDEN BUITEN BESCHOUWING TE LATEN . INDIEN VERNIEUWDE VRACHTWAGENBANDEN ZOUDEN WORDEN MEEGETELD , BEDRAAGT HET MARKTAANDEEL VAN NBIM SLECHTS CIRCA 37 % , HETGEEN NIET VOLSTAAT OM VAN EEN MACHTSPOSITIE TE KUNNEN SPREKEN .

AA ) DE MARKT VOOR VERNIEUWDE VRACHTWAGENBANDEN

35 VOLGENS VERZOEKSTER IS DE AFBAKENING VAN DE RELEVANTE PRODUKTENMARKT WAARVAN DE COMMISSIE IS UITGEGAAN , ENERZIJDS TE RUIM , OMDAT VRACHTWAGENBANDEN VAN VERSCHILLENDE TYPEN EN MATEN IN DE OGEN VAN DE CONSUMENT NIET ONDERLING VERVANGBAAR ZIJN , ANDERZIJDS TE BEPERKT OMDAT BESTELWAGEN- EN PERSONENWAGENBANDEN ER NIET ONDER VALLEN , OFSCHOON HUN PLAATS OP DE MARKT VERGELIJKBAAR IS . BOVENDIEN HEEFT DE COMMISSIE IN HAAR BESCHIKKING EEN TEGENSTRIJDIGE REDENERING GEVOLGD OMDAT ZIJ ZICHZELF NU EENS OP HET NIVEAU VAN DE VERBRUIKER , DAN WEER OP DAT VAN DE HANDELAAR PLAATST . UITGAANDE VAN DE TOTALE OMZET VAN DE HANDELAREN , BEDRAAGT HET GEMIDDELDE AANDEEL VAN DE VERKOPEN VAN ZWARE MICHELINBANDEN NIET MEER DAN 12-18 % , ZODAT EEN MACHTSPOSITIE IS UITGESLOTEN .

36 DE COMMISSIE VERDEDIGT DE IN HAAR BESCHIKKING AANGEHOUDEN AFBAKENING VAN DE RELEVANTE PRODUKTENMARKT MET HET BETOOG , DAT BIJ EEN TECHNISCH HOMOGEEN PRODUKT GEEN APARTE MARKTEN KUNNEN WORDEN ONDERSCHEIDEN NAAR GELANG VAN DE SPECIFIEKE MAAT , GROOTTE OF TYPE VAN DE PRODUKTEN . HIERVOOR MOET DE ELASTICITEIT VAN HET AANBOD TUSSEN VERSCHILLENDE TYPEN EN MATEN BANDEN IN AANMERKING WORDEN GENOMEN . ANDERZIJDS KAN MET BEHULP VAN DE CRITERIA VAN DE SUBSTITUEERBAARHEID VAN PRODUKTEN EN DE ELASTICITEIT VAN DE VRAAG WORDEN ONDERSCHEIDEN TUSSEN DE MARKT VAN VRACHTWAGENBANDEN EN DIE VAN PERSONENAUTOBANDEN DOOR DE BIJZONDERE STRUCTUUR VAN DE VRAAGZIJDE , DIE BIJ VRACHTWAGENBANDEN WORDT GEKENMERKT DOOR HET FEIT DAT ER VOORAL DOORGEWINTERDE PROFESSIONELE KOPERS OPTREDEN .

37 ZOALS HET HOF HERHAALDELIJK HEEFT BEKLEMTOOND , LAATSTELIJK IN ZIJN ARREST VAN 11 DECEMBER 1980 ( ZAAK 31/80 , L ' OREAL , JURISPR . 1980 , BLZ . 3775 ) MOETEN BIJ HET ONDERZOEK OF EEN ONDERNEMING EVENTUEEL EEN MACHTSPOSITIE OP EEN BEPAALDE MARKT BEZIT , DE CONCURRENTIEMOGELIJKHEDEN WORDEN BEOORDEELD BINNEN HET KADER VAN DE MARKT VAN ALLE PRODUKTEN DIE DOOR HUN EIGENSCHAPPEN BIJZONDER GESCHIKT ZIJN OM IN EEN CONSTANTE BEHOEFTE TE VOORZIEN , EN DIE SLECHTS IN GERINGE MATE DOOR ANDERE PRODUKTEN KUNNEN WORDEN VERVANGEN . ER MOET ECHTER OP WORDEN GEWEZEN DAT DE BEPALING VAN DE RELEVANTE MARKT ERTOE DIENT OM TE BEOORDELEN OF DE BETROKKEN ONDERNEMING IN STAAT IS DE INSTANDHOUDING VAN EEN DAADWERKELIJKE MEDEDINGING TE VERHINDEREN EN ZICH JEGENS HAAR CONCURRENTEN , HAAR AFNEMERS EN DE CONSUMENTEN IN BELANGRIJKE MATE ONAFHANKELIJK TE GEDRAGEN . DAAROM MAG MEN ZICH HIERBIJ NIET BEPERKEN TOT EEN ONDERZOEK VAN DE OBJECTIEVE KENMERKEN VAN DE BETROKKEN PRODUKTEN , MAAR MOETEN EVENEENS DE MEDEDINGINGSVOORWAARDEN EN DE STRUCTUUR VAN VRAAG EN AANBOD OP DE MARKT IN AANMERKING WORDEN GENOMEN .

38 DAARDOOR KOMT HET TROUWENS DAT NOCH DE COMMISSIE , NOCH NBIM BIJ DE BEOORDELING VAN DE MARKTAANDELEN REKENING HEEFT GEHOUDEN MET DE NIEUWE BANDEN VOOR EERSTE UITRUSTING . IN VERBAND MET DE BIJZONDERE STRUCTUUR VAN DE VRAAG DIE WORDT GEKENMERKT DOOR RECHTSTREEKSE ORDERS VAN AUTOMOBIELFABRIKANTEN , VINDT DE MEDEDINGING OP DIT GEBIED IMMERS PLAATS VOLGENS ANDERE REGELS EN FACTOREN .

39 WAT DE VERVANGINGSMARKT VAN BANDEN BETREFT , MOET IN DE EERSTE PLAATS WORDEN VASTGESTELD DAT PERSONENAUTO- EN BESTELWAGENBANDEN ENERZIJDS , EN VRACHTWAGENBANDEN ANDERZIJDS OP VERBRUIKERSNIVEAU NIET ONDERLING VERVANGBAAR ZIJN . DE MEDEDINGING OP DE MARKT VAN VRACHTWAGENBANDEN ONDERGAAT DERHALVE GEEN INVLOED VAN PERSONENAUTO- EN BESTELWAGENBANDEN .

40 BOVENDIEN IS VOOR ELK VAN DEZE PRODUKTENGROEPEN DE STRUCTUUR VAN DE VRAAG VERSCHILLEND . VRACHTWAGENBANDEN WORDEN VOOR HET OVERGROTE DEEL GEKOCHT DOOR PROFESSIONELE KOPERS , MET NAME VERVOERBEDRIJVEN , VOOR WIE DE AANKOOP VAN VERVANGINGSBANDEN , ZOALS DE COMMISSIE HEEFT UITEENGEZET , EEN AANZIENLIJKE UITGAVE BETEKENT EN DIE VAN HUN LEVERANCIER STEEDS GESPECIALISEERDE , OP HUN SPECIFIEKE BEHOEFTEN AFGESTEMDE ADVIEZEN EN SERVICE VERLANGEN . VOOR DE NORMALE KOPER VAN PERSONENWAGEN- OF BESTELWAGENBANDEN IS DE AANKOOP VAN BANDEN DAARENTEGEN EEN ZELDZAME AANGELEGENHEID EN IN DE REGEL VERWACHT HIJ , ZELFS ALS HIJ EEN PROFESSIONELE KOPER IS , NIET ZULKE GESPECIALISEERDE , OP SPECIFIEKE BEHOEFTEN AFGESTEMDE ADVIEZEN EN DIENSTEN . DE VERKOOP VAN VRACHTWAGENBANDEN VERLANGT DERHALVE EEN BIJZONDER GESPECIALISEERD DISTRIBUTIENET DAT VERSCHILT VAN DE DISTRIBUTIEVOORWAARDEN VOOR PERSONENWAGEN- EN BESTELWAGENBANDEN .

41 TENSLOTTE MOET WORDEN BEKLEMTOOND DAT ER GEEN ELASTICITEIT BESTAAT TUSSEN HET AANBOD VAN VRACHTWAGENBANDEN EN DAT VAN PERSONENWAGENBANDEN WEGENS BELANGRIJKE VERSCHILLEN IN PRODUKTIETECHNIEKEN , EN DE DAARTOE NOODZAKELIJKE INSTALLATIES EN MATERIEEL . DE OMSTANDIGHEID DAT HET OMSCHAKELEN VAN DE PRODUKTIE-INSTALLATIES OP DE FABRICAGE VAN LICHTE IN PLAATS VAN ZWARE BANDEN EN OMGEKEERD , VEEL TIJD EN AANZIENLIJKE INVESTERINGEN VERGT , HEEFT TOT GEVOLG DAT TUSSEN BEIDE GROEPEN GEEN MERKBARE RELATIES BESTAAN WAARDOOR ZIJ ZICH KUNNEN AANPASSEN AAN DE VRAAG OP DE MARKT . OVERIGENS WAS DIT DE REDEN DAT NBIM IN 1977 , TOEN HET AANBOD VAN VRACHTWAGENBANDEN ONTOEREIKEND WAS , EEN EXTRABONUS TOEKENDE IN PLAATS VAN DE OVERCAPACITEIT BIJ DE FABRICAGE VAN PERSONENWAGENBANDEN TE GEBRUIKEN OM AAN DE VRAAG TE VOLDOEN .

42 DE COMMISSIE HEEFT DE STRUCTUUR VAN DE MARKT EN VAN DE VRAAG TERECHT EERST ONDERZOCHT OP HET NIVEAU VAN DE HANDELAREN OP WIE NBIM DE OMSTREDEN PRAKTIJK TOEPASTE . NBIM HEEFT IMMERS ZELF , ZIJ HET IN ANDER VERBAND , VERKLAARD DAT ZIJ ZICH GENOOPT ZAG HAAR KORTINGSYSTEEM TE WIJZIGEN OM REKENING TE HOUDEN MET HET STREVEN NAAR SPECIALISATIE BIJ HAAR WEDERVERKOPERS , VAN WIE SOMMIGEN , ZOALS DE GARAGEHOUDERS , GEEN VRACHTWAGEN- EN BESTELWAGENBANDEN MEER VERKOCHTEN . DIT BEVESTIGT DE IN DE VRAAGSTRUCTUUR BESTAANDE VERSCHILLEN TUSSEN APARTE GROEPEN HANDELAREN . NBIM HEEFT EVENMIN BESTREDEN DAT OOK AL HAAR CONCURRENTEN , MET NAME WAT DE KORTINGVOORWAARDEN BETREFT , ONDERSCHEID MAKEN TUSSEN VRACHTWAGEN- , BESTELWAGEN- EN PERSONENAUTOBANDEN , OOK AL KAN HET DOOR DE VERSCHILLENDE FABRIKANTEN GEMAAKTE ONDERSCHEID VOOR BEPAALDE TYPEN BANDEN OP DETAILPUNTEN AFWIJKEN .

43 UIT HET FEIT DAT HET GEWRAAKTE GEDRAG IS TOEGESPITST OP DE HANDELAREN , MAG EVENWEL NIET WORDEN AFGELEID DAT DE POSITIE VAN NBIM MOET WORDEN AFGEMETEN AAN HET AANDEEL VAN MICHELINVRACHTWAGENBANDEN IN DE GLOBALE OMZET VAN DE HANDELAREN . NU MOET WORDEN ONDERZOCHT OF NBIM VOOR BEPAALDE PRODUKTEN EEN MACHTSPOSITIE INNEEMT , IS HET VAN WEINIG BELANG DAT DE HANDE LAREN OOK ANDERE PRODUKTEN VERKOPEN , AANGEZIEN ER TUSSEN DE BETROKKEN PRODUKTEN EN DE OVERIGE PRODUKTEN GEEN CONCURRENTIEVERHOUDING BESTAAT .

44 DAT ER GEEN ELASTICITEIT BESTAAT IN HET AANBOD VAN VERSCHILLENDE TYPEN EN MATEN VRACHTWAGENBANDEN ALS GEVOLG VAN VERSCHILLEN IN DE PRODUKTIEVOORWAARDEN , EN DAT DEZE TYPEN EN MATEN BANDEN , BEZIEN VANUIT DE SPECIFIEKE BEHOEFTEN VAN DE GEBRUIKER , NIET ONDERLING VERVANGBAAR ZIJN EN GEEN ELASTISCHE VRAAG KENNEN , BETEKENT ECHTER NOG NIET DAT ER BIJ DE BEOORDELING VAN HET BESTAAN VAN EEN MACHTSPOSITIE EEN AANTAL KLEINERE MARKTEN , NAAR GELANG VAN DEZE TYPEN EN MATEN , MAG WORDEN ONDERSCHEIDEN , ZOALS NBIM HEEFT VOORGESTELD . DEZE VERSCHILLEN TUSSEN DE UITEENLOPENDE TYPEN EN MATEN BANDEN ZIJN IMMERS NIET VAN WEZENLIJK BELANG OP HET NIVEAU VAN DE HANDELAREN , DIE MOETEN VOLDOEN AAN DE VRAAG VAN HUN AFNEMERS NAAR HET GEHELE ASSORTIMENT VRACHTWAGENBANDEN . BOVENDIEN ZIJN DERGELIJKE VERSCHILLEN IN TYPEN EN MATEN VAN EEN PRODUKT , BIJ ONTBREKEN VAN ENIGE SPECIALISATIE VAN DE BETROKKEN ONDERNEMINGEN , NIET BESLISSEND VOOR DE BEOORDELING VAN DE MARKTPOSITIE VAN EEN ONDERNEMING , WANT GEZIEN HUN TECHNISCHE GELIJKSOORTIGHEID EN COMPLEMENTARITEIT , ZIJN DE MEDEDINGINGSVOORWAARDEN OP DE MARKT VOOR ALLE TYPEN EN MATEN VAN HET PRODUKT DEZELFDE .

45 OM HET BESTAAN VAN EEN MACHTSPOSITIE VAN NBIM AAN TE TONEN , HEEFT DE COMMISSIE DERHALVE TERECHT HET MARKTAANDEEL VAN NBIM WAT BETREFT VERVANGINGSBANDEN VOOR VRACHTWAGENS , AUTOBUSSEN EN SOORTGELIJKE VOERTUIGEN BEOORDEELD EN PERSONENAUTO- EN BESTELWAGENBANDEN BUITEN BESCHOUWING GELATEN .

BB ) HET IN AANMERKING NEMEN VAN DE CONCURRENTIE VAN VERNIEUWDE BANDEN

46 TEN BETOGE DAT HAAR MARKTAANDEEL GERINGER IS DAN DE COMMISSIE STELT , VOERT VERZOEKSTER BOVENDIEN AAN DAT DE COMMISSIE OP WILLEKEURIGE WIJZE VERNIEUWDE BANDEN VAN DE RELEVANTE MARKT HEEFT UITGESLOTEN . VOLGENS NBIM VORMEN DEZE BANDEN , ZOWEL WAT DE KWALITEIT ALS DE PRIJS BETREFT , EEN ECHT ALTERNATIEF VOOR DE GEBRUIKERS . TOT STAVING VAN DIT ARGUMENT LEGT ZIJ VERSCHEIDENE BEREKENINGEN OVER OM HET CONCURRENTIEVERMOGEN VAN VERNIEUWDE BANDEN TEN OPZICHTE VAN NIEUWE BANDEN AAN TE TONEN .

47 VOLGENS DE COMMISSIE BEHOREN VERNIEUWDE BANDEN NIET TOT DE RELEVANTE MARKT OMDAT ZIJ GEEN NIEUWE BANDEN KUNNEN VERVANGEN . DIT KOMT IN DE EERSTE PLAATS OMDAT ZIJ DOOR DE GEBRUIKERS ALS MINDER VEILIG WORDEN BESCHOUWD . VOORTS WORDT DE LOOPVLAKVERNIEUWING GROTENDEELS IN OPDRACHT VAN VERVOERONDERNEMINGEN ZELF UITGEVOERD , ZODAT HIER SPRAKE IS VAN EEN DIENSTENMARKT . AANGEZIEN VERNIEUWDE BANDEN TEN OPZICHTE VAN NIEUWE BANDEN EEN SECUNDAIR PRODUKT ZIJN - NIEUWE BANDEN VORMEN IMMERS IN ZEKERE ZIN DE GRONDSTOF VOOR DE LOOPVLAKVERNIEUWING WAARDOOR ZIJ MERENDEELS NIET DOOR VERNIEUWDE BANDEN KUNNEN WORDEN VERVANGEN - DIENT DE MEDEDINGING OP DE PRIMAIRE MARKT , DIE DE SLEUTEL TOT GEHELE MARKT VORMT , IN AANMERKING TE WORDEN GENOMEN .

48 TE DIEN AANZIEN MOET IN DE EERSTE PLAATS ERAAN WORDEN HERINNERD DAT HET BESTAAN VAN EEN CONCURRENTIEVERHOUDING TUSSEN TWEE PRODUKTEN NIET VERONDERSTELT DAT ZIJ VOLLEDIG SUBSTITUEERBAAR ZIJN VOOR EEN BEPAALD GEBRUIK ; DE VASTSTELLING VAN EEN MACHTSPOSITIE VOOR EEN PRODUKT VEREIST ECHTER NIET DAT DE CONCURRENTIE VAN ANDERE , GEDEELTELIJK SUBSTITUEERBARE PRODUKTEN GEHEEL AFWEZIG IS . DEZE MEDEDINGING DOET IMMERS GEEN AFBREUK AAN HET VERMOGEN VAN DE ONDERNEMING OM DE VOORWAARDEN WAARONDER BEDOELDE MEDEDINGING ZICH ZAL ONTWIKKELEN , AANMERKELIJK TE BEINVLOEDEN EN BIEDT HAAR IN IEDER GEVAL RUIMSCHOOTS - EN ZONDER DAT ZULKS HAAR NADEEL BEROKKENT - DE GELEGENHEID ZICH BIJ HAAR GEDRAG AAN DE CONCURRENTIE NIETS GELEGEN TE LATEN LIGGEN .

49 BLIJKENS DE FEITEN , DIE ZIJN KOMEN VAST TE STAAN OP GROND VAN VERKLARINGEN VAN PARTIJEN ALSMEDE VAN GETUIGENVERKLARINGEN TIJDENS DE HOORZITTING IN DE ADMINISTRATIEVE PROCEDURE , KAN EEN ZEKERE MATE VAN SUBSTITUEERBAARHEID TUSSEN NIEUWE EN VERNIEUWDE BANDEN NIET WORDEN ONTKEND , DOCH IS DEZE SUBSTITUEERBAARHEID BEPERKT EN GELDT ZIJ NIET VOOR ALLE GEBRUIKSMOGELIJKHEDEN . OFSCHOON NBIM BEREKENINGEN HEEFT OVERGELEGD TEN BEWIJZE DAT PRIJS EN KWALITEIT VAN VERNIEUWDE BANDEN VERGELIJKBAAR ZIJN MET DIE VAN NIEUWE BANDEN , EN DAT EEN AANTAL GEBRUIKERS BEIDE GROEPEN PRODUKTEN IN FEITE SUBSTITUEERBAAR ACHTEN VOOR HET DOOR HEN BEOOGDE GEBRUIK , HEEFT ZIJ NIETTEMIN ERKEND DAT DE WAARDE VAN EEN VERNIEUWDE BAND UIT EEN OOGPUNT VAN VEILIGHEID EN BETROUWBAARHEID GERINGER KAN ZIJN DAN VAN EEN NIEUWE BAND . BOVENDIEN HEEFT DE COMMISSIE VASTGESTELD DAT EEN AANTAL GEBRUIKERS , AL DAN NIET TERECHT , MET NAME GERESERVEERD STAAN TEGENOVER HET GEBRUIK VAN VERNIEUWDE BANDEN OP DE VOORAS VAN HET VOERTUIG .

50 VOOR DE BEOORDELING VAN DE INVLOED VAN DEZE BEPERKTE CONCURRENTIE VAN VERNIEUWDE BANDEN OP DE MARKTPOSITIE VAN NBIM MOET IN AANMERKING WORDEN GENOMEN DAT TEN MINSTE EEN GEDEELTE VAN DE VERNIEUWDE BANDEN NIET TEN VERKOOP WORDT AANGEBODEN , MAAR DAT DE LOOPVLAKVERNIEUWING IN OPDRACHT VAN DE GEBRUIKER WORDT UITGEVOERD ; BEPAALDE VERVOERONDERNEMINGEN HECHTEN ER NAMELIJK BELANG AAN , HUN EIGEN KARKASSEN VAN EEN NIEUW LOOPVLAK TE LATEN VOORZIEN OM ER ZEKER VAN TE ZIJN DAT ZIJ GEEN BESCHADIGDE KARKASSEN KRIJGEN . PARTIJEN ZIJN VERDEELD OVER DE OMVANG VAN DE ALS DIENSTVERRICHTING UITGEVOERDE LOOPVLAKVERNIEUWING : VOLGENS DE COMMISSIE GAAT HET OM 80-95 % VAN DE VERNIEUWDE BANDEN , DOCH VOLGENS NBIM SLECHTS OM 15-20 % , WAARBIJ ZIJ AANTEKENT DAT DE OPDRACHT MEESTAL IN NAAM VAN DE HANDELAAR EN NIET VAN DE GEBRUIKER PLAATSVINDT . NIETTEGENSTAANDE DIT MENINGSVERSCHIL TUSSEN PARTIJEN , KAN WORDEN VASTGESTELD DAT EEN GEDEELTE VAN DE VERNIEUWDE BANDEN DIE IN DE GEBRUIKSFASE BELANDEN , NIET CONCURREERT MET NIEUWE TEN VERKOOP AANGEBODEN BANDEN OMDAT HET GAAT OM EEN RECHTSTREEKSE DIENSTVERRICHTING VAN DE LOOPVLAKVERNIEUWINGSBEDRIJVEN AAN DE GEBRUIKERS .

51 BOVENDIEN MAG BIJ DE BEOORDELING VAN DE BETEKENIS VAN HET MARKTAANDEEL VAN NBIM TEN OPZICHTE VAN DAT VAN HAAR CONCURRENTEN NIET UIT HET OOG WORDEN VERLOREN DAT DE MARKT VAN VERNIEUWDE BANDEN EEN SECUNDAIRE MARKT IS DIE AFHANKELIJK IS VAN DE AANBOD- EN PRIJSSITUATIE OP DE MARKT VAN NIEUWE BANDEN : ELKE BAND WORDT IMMERS VERNIEUWD OP BASIS VAN EEN BAND DIE OORSPRONKELIJK NIEUW IS GEWEEST EN HET AANTAL MALEN DAT DEZELFDE BAND KAN WORDEN VERNIEUWD , IS BEPERKT . EEN BELANGRIJK DEEL VAN DE VRAAG MOET DUS NOODZAKELIJKERWIJS STEEDS WORDEN GEDEKT DOOR NIEUWE BANDEN . DAAROM VERLEENT HET FEIT DAT EEN ONDERNEMING OP DE MARKT VAN NIEUWE BANDEN EEN MACHTSPOSITIE INNEEMT , HAAR TEGENOVER DE CONCURRENTIE VAN LOOPVLAKVERNIEUWINGSBEDRIJVEN EEN BEVOORRECHTE POSITIE DIE HAAR IN STAAT STELT ZICH ONAFHANKELIJKER OP DE MARKT TE GEDRAGEN DAN EEN LOOPVLAKVERNIEUWINGSBEDRIJF .

52 UIT DE VOORGAANDE OVERWEGINGEN VOLGT DAT DE PARTIELE MEDEDINGING DIE DE FABRIKANTEN VAN NIEUWE BANDEN ONDERVINDEN VAN LOOPVLAKVERNIEUWINGSBEDRIJVEN , NIET VOLSTAAT OM EEN FABRIKANT VAN NIEUWE BANDEN ZIJN ECONOMISCHE MACHT , WAAROVER HIJ DANKZIJ ZIJN MACHTSPOSITIE OP DE MARKT VAN NIEUWE BANDEN BESCHIKT , TE ONTNEMEN . VOOR DE BEOORDELING VAN DE POSITIE VAN NBIM TEN OPZICHTE VAN HET KALIBER EN HET AANTAL DER CONCURRENTEN , HEEFT DE COMMISSIE DERHALVE TERECHT REKENING GEHOUDEN MET EEN MARKTAANDEEL VAN 57-65 % OP DE VERVANGINGSMARKT VAN NIEUWE BANDEN VOOR VRACHTWAGENS . VERGELEKEN MET DE MARKTAANDELEN VAN DE VOORNAAMSTE CONCURRENTEN VAN NBIM , DIE TUSSEN 4 EN 8 % BEDRAGEN , VORMT DIT MARKTAANDEEL , ZELFS WANNEER MEN REKENING HOUDT MET EEN ZEKERE CONCURRENTIE VAN VERNIEUWDE BANDEN , EEN GELDIGE AANWIJZING VOOR HET BESTAAN VAN EEN OVERHEERSENDE POSITIE VAN NBIM TEN OPZICHTE VAN HAAR CONCURRENTEN .

B ) DE OVERIGE CRITERIA EN AANWIJZINGEN VOOR OF TEGEN HET BESTAAN VAN EEN MACHTSPOSITIE

53 VERZOEKSTER BETWIST VOORTS DE RELEVANTIE VAN ANDERE CRITERIA EN AANWIJZINGEN WAAROP DE COMMISSIE ZICH HEEFT GEBASEERD OM HET BESTAAN VAN EEN MACHTSPOSITIE AAN TE TONEN . ZO IS ZIJ NIET DE ENIGE ONDERNEMING DIE MET VERTEGENWOORDIGERS WERKT ; HAAR VOORNAAMSTE CONCURRENTEN ZOUDEN IN VERHOUDING NOG MEER PERSONEEL IN DIENST HEBBEN DAN ZIJ . HET UITGEBREIDE PRODUKTENASSORTIMENT VORMT GEEN CONCURRENTIEVOORDEEL , OMDAT DE VERSCHILLENDE BANDENTYPEN ELKAAR NIET KUNNEN VERVANGEN EN NBIM DE HANDELAAR NIET VERPLICHT HAAR HELE ASSORTIMENT AF TE NEMEN .

54 BOVENDIEN ZOU DE COMMISSIE VERSCHEIDENE AANWIJZINGEN DIE NIET MET EEN MACHTSPOSITIE TE RIJMEN ZIJN , BUITEN BESCHOUWING HEBBEN GELATEN . ZO IS DE NETTOMARGE VAN DE HANDELAAR VOOR MICHELINBANDEN VERGELIJKBAAR MET DIE VOOR CONCURRERENDE BANDEN , TERWIJL DE KILOMETERKOSTPRIJS VAN MICHELINBANDEN VOOR DE GEBRUIKER HET VOORDELIGST IS . SEDERT 1979 WERKT NBIM MET VERLIES . HAAR PRODUKTIECAPACITEIT IS NIET TOEREIKEND , ZODAT HAAR CONCURRENTEN , DIE OOK NOG OVER EEN GROTERE FINANCIELE DRAAGKRACHT EN PRODUKTIESPREIDING DAN DE MICHELINGROEP BESCHIKKEN , IEDER OGENBLIK IN STAAT ZIJN OM DE DOOR HAAR GELEVERDE HOEVEELHEDEN TE VERVANGEN . AANGEZIEN GEBRUIKERS VAN VRACHTWAGENBANDEN DOORGEWINTERDE PROFESSIONELE KOPERS ZIJN , KUNNEN ZIJ DE BANDENFABRIKANTEN TEGENWICHT BIEDEN .

55 HIEROVER MOET IN DE EERSTE PLAATS WORDEN OPGEMERKT DAT TER BEOORDELING VAN DE ECONOMISCHE MACHT VAN NBIM , RESPECTIEVELIJK HAAR CONCURRENTEN OP DE NEDERLANDSE MARKT , REKENING MOET WORDEN GEHOUDEN MET DE VOORDELEN DIE VOOR DEZE ONDERNEMINGEN KUNNEN VOORTVLOEIEN UIT HET FEIT DAT ZIJ DEEL UITMAKEN VAN CONCERNS DIE OP EUROPESE SCHAAL OF ZELFS OP WERELDSCHAAL OPEREREN . TOT DEZE VOORDELEN BEHOREN DE DOOR DE COMMISSIE IN HAAR BESCHIKKING GENOEMDE VOORSPRONG VAN DE MICHELINGROEP OP HAAR CONCURRENTEN WAT INVESTERINGEN EN ONDERZOEK BETREFT EN HET ZEER UITGEBREIDE PRODUKTENASSORTIMENT , WELKE IN CASU NIET ZIJN BETWIST . VOOR BEPAALDE BANDENTYPEN IS DE MICHELINGROEP DE ENIG MOGELIJKE LEVERANCIER OP DE MARKT .

56 ALS GEVOLG VAN DEZE SITUATIE GENIET NBIM OP DE NEDERLANDSE MARKT EEN DUIDELIJKE VOORKEUR BIJ EEN GROOT AANTAL GEBRUIKERS VAN VRACHTWAGENBANDEN . AANGEZIEN DE AANKOOP VAN BANDEN VOOR EEN VERVOERONDERNEMING EEN GROTE INVESTERING BETEKENT EN ER GERUIME TIJD NODIG IS OM ZICH IN DE PRAKTIJK TE VERGEWISSEN VAN DE RENTABILITEIT VAN EEN BANDENTYPE OF -MERK HEEFT NBIM EEN SCHIER ONKWETSBARE POSITIE TEGENOVER HAAR CONCURRENTEN . HIERUIT VOLGT DAT EEN IN NEDERLAND GEVESTIGDE HANDELAAR ER GEWOONLIJK NIET OMHEEN KAN , MICHELINBANDEN TE VERKOPEN .

57 HIERTEGEN KAN NIET WORDEN INGEBRACHT , ZOALS NBIM - DAARIN GESTEUND DOOR DE FRANSE REGERING - HEEFT GEDAAN , DAT NBIM ALDUS WORDT GESTRAFT VOOR DE KWALITEIT VAN HAAR PRODUKTEN EN HAAR PRESTATIES . DE VASTSTELLING VAN HET BESTAAN VAN EEN MACHTSPOSITIE HOUDT IMMERS OF ZICHZELF GEEN VERWIJT JEGENS DE BETROKKEN ONDERNEMING IN , DOCH BETEKENT ALLEEN DAT , LOS VAN DE OORZAKEN VAN DIE POSITIE , OP DE ONDERNEMING EEN BIJZONDERE VERANTWOORDELIJKHEID RUST OM NIET DOOR HAAR GEDRAG INBREUK TE MAKEN OP EEN DAADWERKELIJKE EN ONVERVALSTE MEDEDINGING OP DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT .

58 VOORTS MOET WORDEN GEWEZEN OP HET BELANG VAN NBIM ' S NET VAN VERTEGENWOORDIGERS , DAT HAAR TE ALLEN TIJDE RECHTSTREEKS TOEGANG GEEFT TOT DE GEBRUIKERS VAN BANDEN . NBIM HEEFT NIET BETWIST DAT DIT NET , IN ABSOLUTE ZIN , AANZIENLIJK OMVANGRIJKER IS DAN DAT VAN HAAR CONCURRENTEN , NOCH HEEFT ZIJ ZICH GEKEERD TEGEN DE IN DE BESTREDEN BESCHIKKING GEGEVEN OMSCHRIJVING VAN DE TAKEN VAN DIT NET WAARVAN DE DOELTREFFENDHEID EN DE KWALITEIT VAN DE PRESTATIES ONOMSTREDEN ZIJN . DE RECHTSTREEKSE TOEGANG TOT DE GEBRUIKERS ALSOOK HET NIVEAU VAN DE DIENSTEN DIE HEN DOOR DIT NET KUNNEN WORDEN AANGEBODEN , MAKEN HET NBIM MOGELIJK HAAR POSITIE OP DE MARKT TE BEHOUDEN EN TE VERSTERKEN EN ZICH BETER TE WEREN TEGEN DE CONCURRENTIE .

59 TEN AANZIEN VAN DE OVERIGE CRITERIA EN AANWIJZINGEN DIE NBIM TER BETWISTING VAN HET BESTAAN VAN EEN MACHTSPOSITIE AANVOERT , MOET WORDEN OPGEMERKT DAT EEN SITUATIE WAARIN TIJDELIJK GEEN WINST WORDT GEMAAKT EN ZELFS VERLIES WORDT GELEDEN , NIET ONVERENIGBAAR IS MET EEN MACHTSPOSITIE . EVENMIN MAG UIT HET FEIT DAT DE DOOR NBIM GEHANTEERDE PRIJZEN ONREDELIJK NOCH BIJZONDER HOOG ZIJN , WORDEN GECONCLUDEERD DAT ER GEEN SPRAKE IS VAN EEN MACHTSPOSITIE . NOCH DE OMVANG , DE FINANCIELE DRAAGKRACHT EN DE MATE VAN PRODUKTIESPREIDING VAN NBIM ' S CONCURRENTEN OP MUNDIAAL VLAK , NOCH HET TEGENWICHT DAT WORDT GEVORMD DOORDAT DE KOPERS VAN VRACHTWAGENBANDEN DOORGEWINTERDE PROFESSIONELE GEBRUIKERS ZIJN , KUNNEN TENSLOTTE DE BEVOORRECHTE POSITIE VAN NBIM OP DE NEDERLANDSE MARKT ONGEDAAN MAKEN .

60 DERHALVE MOET WORDEN GECONSTATEERD DAT DE OVERIGE CRITERIA EN AANWIJZINGEN DIE IN CASU IN AANMERKING KOMEN VOOR DE VASTSTELLING VAN EEN MACHTSPOSITIE , BEVESTIGEN DAT NBIM EEN DERGELIJKE POSITIE INNEEMT .

61 DE MIDDELEN WAARMEE NBIM BETWIST DAT ZIJ EEN MACHTSPOSITIE OP EEN WEZENLIJK DEEL VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT INNEEMT , ZIJN DERHALVE ONGEGROND .

III - MISBRUIK VAN DE MACHTSPOSITIE

62 MET EEN TWEEDE GROEP MIDDELEN BESTRIJDT VERZOEKSTER DE LITIGIEUZE BESCHIKKING , VOOR ZOVER HAAR DAARIN WORDT VERWETEN , DAT ZIJ IN DE ZIN VAN ARTIKEL 86 EEG-VERDRAG MISBRUIK HEEFT GEMAAKT VAN HAAR MACHTSPOSITIE OP DE NEDERLANDSE VERVANGINGSMARKT VAN NIEUWE VRACHTWAGENBANDEN . ZIJ BETWIST DE VASTSTELLING VAN DE COMMISSIE IN DE BESCHIKKING , DAT ZIJ DE VRIJHEID VAN KEUZE VAN DE HANDELAREN OP TWEELEDIGE WIJZE HEEFT BEPERKT - NAMELIJK DOOR HAAR KORTINGSYSTEEM IN HET ALGEMEEN EN DOOR DE TOEKENNING VAN EEN EXTRABONUS IN 1977 DIE WAS GEKOPPELD AAN HET BEHALEN VAN EEN VERKOOPDOEL VOOR PERSONENAUTOBANDEN - WAARDOOR DE HANDELAREN ONGELIJK WERDEN BEHANDELD EN DE TOEGANG VAN ANDERE PRODUCENTEN TOT DE MARKT WERD BEPERKT .

1 . HET ALGEMENE KORTINGSYSTEEM

63 NBIM BETOOGT DAT DE COMMISSIE IN HAAR BESCHIKKING DE KENMERKEN VAN HET KORTINGSYSTEEM HEEFT MISKEND . HET GAAT DAARBIJ OM EEN GEWONE KWANTUMKORTING , WAARMEE ALLEEN DE - RECHTMATIGE - DOELEINDEN WORDEN NAGESTREEFD , DE HANDELAREN AAN TE ZETTEN MEER TE VERKOPEN EN HEN TE BELONEN VOOR HET BEREIKEN VAN EEN IN ONDERLINGE OVEREENSTEMMING VASTGESTELD VERKOOPCIJFER VOOR MICHELINBANDEN . DOOR EEN DERGELIJK SYSTEEM TE VERBIEDEN ZOU MEN DE ONDERNEMING MET EEN MACHTSPOSITIE IN FEITE TOT ACHTERUITGANG VEROORDELEN EN DE MACHTSPOSITIE ZELF SANCTIONEREN .

64 VOLGENS DE COMMISSIE MOET HET DOOR NBIM TOEGEPASTE KORTINGSYSTEEM ALS EEN MISBRUIK WORDEN BESCHOUWD , OMDAT HET BERUST OP DE VASTSTELLING VAN NIET DUIDELIJK SCHRIFTELIJK VASTGELEGDE INDIVIDUELE EN SELECTIEVE VERKOOPDOELEN WAARDOOR DE BANDENHANDELAREN AAN NBIM WORDEN GEBONDEN , EN OMDAT DAARIN ONGELIJKE VOORWAARDEN VOOR GELIJKWAARDIGE PRESTATIES WORDEN GEHANTEERD . HET GAAT OM EEN VARIANT OP EEN GETROUWHEIDSKORTING ALS IN VOORNOEMD ARREST VAN HET HOF VAN 13 FEBRUARI 1979 AAN DE ORDE IS GEKOMEN , WAARAAN DE VOORWAARDE IS VERBONDEN DAT DE AFNEMER TEN MINSTE EEN BELANGRIJK DEEL VAN ZIJN BEHOEFTEN DEKT BIJ DE ONDERNEMING MET EEN MACHTSPOSITIE EN WAARMEE ALDUS WORDT BEOOGD DE AFNEMER ZIJN KEUZEVRIJHEID WAT BETREFT DE BEVOORRADINGSBRONNEN TE ONTNEMEN .

65 DE FRANSE REGERING STEUNT HET STANDPUNT VAN NBIM EN BETOOGT DAT TOEPASSING VAN EEN OP VERKOOPDOELEN GEBASEERD KORTINGSYSTEEM OP ZICHZELF NIET ALS MISBRUIK KAN WORDEN AANGEMERKT . ALLEEN WANNEER ZICH ANDERE OMSTANDIGHEDEN VOORDOEN , HETGEEN IN CASU EVENWEL NIET HET GEVAL IS , ZOU HET SYSTEEM IN STRIJD KUNNEN KOMEN MET ARTIKEL 86 .

A ) DE WERKING VAN HET KORTINGSYSTEEM

66 TER TERECHTZITTING IS GEBLEKEN , DAT HET OMSTREDEN KORTINGSYSTEEM NAAST DE VASTE FACTUURKORTING EN DE KORTING WEGENS CONTANTE BETALING VOOR DE VERVALDAG , DIE VOOR ALLE AFNEMERS GELIJK WAREN EN IN CASU NIET IN GEDING ZIJN , EEN VARIABELE JAARBONUS BEHELSDE WAARVAN EEN GEDEELTE EERST MAANDELIJKS EN VERVOLGENS OM DE VIER MAANDEN BIJ WIJZE VAN VOORSCHOT WERD BETAALD . HET PERCENTAGE VAN DEZE VARIABELE JAARBONUS WERD NAAR RATO VAN DE TOTALE DOOR DE HANDELAAR IN HET VOORAFGAANDE JAAR BEHAALDE OMZET IN MICHELINBANDEN VOOR VRACHTWAGENS , AUTOBUSSEN EN PERSONENAUTO ' S , BEPAALD VOLGENS EEN PROGRESSIEVE KORTINGSCHAAL WELKE IN 1978 ECHTER WERD INGETROKKEN . HET VOORSCHOT OP DE JAARBONUS LAG IN HET ALGEMEEN 4 % LAGER , DOCH SOMS NOG LAGER , DAN HET UIT DEZE SCHAAL VOORTVLOEIENDE PERCENTAGE .

67 DE VARIABELE JAARBONUS WERD , ALTHANS VOOR HET VOLLE BEDRAG , PAS TOEGEKEND NADAT DE HANDELAAR IN HET BETROKKEN JAAR HET AAN HET BEGIN VAN HET JAAR VASTGESTELDE OF OVEREENGEKOMEN VERKOOPDOEL , UITGEDRUKT IN HET AANTAL VERKOCHTE VRACHTWAGENBANDEN , HAD BEHAALD . TOT 1978 WERDEN DRIE DOELEN - EEN MAXIMUM , EEN MINIMUM EN EEN DAARTUSSENIN - VASTGESTELD WAARVAN DE UITEINDELIJKE KORTING AFHING . VANAF 1979 WERD VOOR DE TOEKENNING VAN DE VARIABELE JAARBONUS NOG SLECHTS EEN VERKOOPDOEL VASTGESTELD .

68 DE COMMISSIE HEEFT NIET DE DOOR NBIM IN DE LOOP VAN HET GEDING GEGEVEN TOELICHTINGEN BETWIST , VOLGENS WELKE DE VERSCHILLEN IN KORTINGPERCENTAGES DIE WERDEN TOEGEKEND BIJ HET BEHALEN VAN HET MAXIMUMDOEL EN BIJ HET NIET-BEHALEN VAN HET MINIMUMDOEL , GERING WAREN , NAMELIJK 0,2 TOT 0,4 % . DERHALVE DIENEN DEZE VERSCHILLEN ALS VASTSTAAND TE WORDEN BESCHOUWD , OFSCHOON ZIJ IN DE AANGEVOCHTEN BESCHIKKING VEEL GROTER LEKEN TE ZIJN .

69 HET KORTINGSYSTEEM IN ZIJN GEHEEL NOCH DE KORTINGSCHAAL ZIJN OOIT DOOR NBIM BEKENDGEMAAKT . NIET IS WEERSPROKEN DAT DE CRITERIA AAN DE HAND WAARVAN DE VERKOOPDOELEN WERDEN VASTGESTELD OF OVEREENGEKOMEN , TEVOREN NIET BEKEND WAREN . OVER DEZE DOELEN WERD TELKENS IN HET BEGIN VAN HET JAAR OVERLEG GEVOERD TUSSEN DE HANDELAAR EN DE VERTEGENWOORDIGER VAN NBIM . IN DE PRAKTIJK HEEFT NBIM HET BESPROKENE NIMMER SCHRIFTELIJK BEVESTIGD ; WEL WERDEN BIJ DEZE BESPREKINGEN EVENTUEEL MET DE HAND GESCHREVEN NOTITIES GEMAAKT OF UITGEWISSELD . ANDERS DAN IN PUNT 28 , VIERDE ALINEA , VAN DE BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE STAAT VERMELD , IS ECHTER NIET AANGETOOND DAT DE HANDELAREN HEBBEN GEAARZELD OM TEGEN DEZE AFWEZIGHEID VAN SCHRIFTELIJKE BEVESTIGING STELLING TE NEMEN . DIT PUNT DIENT DERHALVE BUITEN BESCHOUWING TE WORDEN GELATEN .

B ) DE TOEPASSELIJKHEID VAN ARTIKEL 86 OP EEN SYSTEEM VAN DOELKORTINGEN

70 WAT BETREFT DE TOEPASSELIJKHEID VAN ARTIKEL 86 OP EEN KORTINGSYSTEEM , GEENT OP HET BEHALEN VAN VERKOOPDOELEN , ALS HIERVOOR OMSCHREVEN , DIENT IN DE EERSTE PLAATS ERAAN TE WORDEN HERINNEERD DAT HET VERBOD VAN ARTIKEL 86 OM MISBRUIK TE MAKEN VAN EEN MACHTSPOSITIE OP DE MARKT , VOOR ZOVER DE HANDEL TUSSEN LID-STATEN DAARDOOR ONGUNSTIG KAN WORDEN BEINVLOED , ZIET OP GEDRAGINGEN DIE DE STRUCTUUR KUNNEN BEINVLOEDEN VAN EEN MARKT WAAR , JUIST DOOR DE AANWEZIGHEID VAN BEDOELDE ONDERNEMING , DE MEDEDINGING REEDS IS VERZWAKT , EN DIE MET ANDERE MIDDELEN DAN BIJ EEN NORMALE , OP ONDERNEMERSPRESTATIES BERUSTENDE COMPETITIE VAN GOEDEREN OF DIENSTEN GEBRUIKELIJK ZIJN , HET BEHOUD OF DE ONTWIKKELING VAN HET NOG OP DIE MARKT AANWEZIGE CONCURRENTIENIVEAU KUNNEN VERHINDEREN .

71 MEER IN HET BIJZONDER TER ZAKE VAN HET VERLENEN VAN KORTINGEN DOOR EEN DOMINERENDE ONDERNEMING AAN HAAR AFNEMERS , HEEFT HET HOF IN ZIJN ARRESTEN VAN 16 DECEMBER 1975 ( GEVOEGDE ZAKEN 40-48 , 50 , 54-56 , 111 , 113 EN 114/73 , SUIKER-UNIE E.A ., JURISPR . 1975 , BLZ . 1663 ) EN VAN 13 FEBRUARI 1979 , BLZ . 461 ) GEOORDEELD DAT IN TEGENSTELLING TOT EEN UITSLUITEND AAN DE OMVANG VAN DE BIJ DE BETROKKEN FABRIKANT GEDANE AANKOPEN GEBONDEN KWANTUMKORTING , EEN GETROUWHEIDSKORTING IS BEDOELD OM DOOR TOEKENNING VAN EEN GELDELIJK VOORDEEL TE BELETTEN DAT DE AFNEMERS ZICH BIJ CONCURRERENDE FABRIKANTEN BEVOORRADEN , EN MISBRUIK IN DE ZIN VAN ARTIKEL 86 EEG-VERDRAG OPLEVERT .

72 TEN AANZIEN VAN HET IN CASU OMSTREDEN SYSTEEM WAARVOOR HET HANTEREN VAN DOELSTELLINGEN KENMERKEND IS , MOET WORDEN OPGEMERKT DAT HET NIET BESTAAT IN EEN EENVOUDIGE , UITSLUITEND AAN DE AANKOOPOMVANG GEBONDEN KWANTUMKORTING , AANGEZIEN DE PROGRESSIEVE SCHAAL VAN DE OMZETTEN IN HET VOORAFGAANDE JAAR SLECHTS ERTOE DIENT OM HET KADER AAN TE GEVEN WAARBINNEN HET SYSTEEM WORDT TOEGEPAST . NBIM HEEFT TROUWENS ZELF OPGEMERKT DAT DE MEESTE HANDELAREN DIE MEER DAN 3 000 BANDEN PER JAAR AFNEMEN , IN IEDER GEVAL STEEDS DE HOOGSTE KORTINGEN KREGEN . ANDERZIJDS BEHELSDE HET ONDERHAVIGE SYSTEEM VOOR DE HANDELAREN GEEN EXCLUSIVITEITSVERBINTENIS OF VERPLICHTING OM EEN BEPAALD DEEL VAN HUN BEHOEFTEN BIJ NBIM TE DEKKEN , WAARDOOR HET ZICH ONDERSCHEIDT VAN HET TYPE GETROUWHEIDSKORTINGEN WAAROVER HET HOF ZICH IN VOORNOEMD ARREST VAN 13 FEBRUARI 1979 HEEFT UITGESPROKEN .

73 OM TE KUNNEN BEOORDELEN OF NBIM MET DIT KORTINGSYSTEEM MISBRUIK VAN HAAR MACHTSPOSITIE HEEFT GEMAAKT , MOETEN DERHALVE ALLE OMSTANDIGHEDEN IN AANMERKING WORDEN GENOMEN , INZONDERHEID DE CRITERIA EN MODALITEITEN VOOR HET VERLENEN VAN DE KORTING , EN MOET WORDEN ONDERZOCHT OF DE KORTING , DOOR MIDDEL VAN EEN NIET DOOR EEN ECONOMISCHE PRESTATIE GERECHTVAARDIGD VOORDEEL , TEN DOEL HEEFT OM DE KOPER , WAT ZIJN BEVOORRADINGSBRONNEN BETREFT , GEEN - OF MINDER - KEUS TE LATEN , CONCURRENTEN DE TOEGANG TOT DE MARKT TE BELEMMEREN , ONGELIJKE VOORWAARDEN BIJ GELIJKWAARDIGE PRESTATIES TOE TE PASSEN JEGENS HANDELSPARTNERS OF DE MACHTSPOSITIE TE VERSTERKEN DOOR EEN VERVALSTE MEDEDINGING .

74 IN HET LICHT VAN DEZE OVERWEGINGEN MOETEN DE MIDDELEN WORDEN ONDERZOCHT DIE VERZOEKSTER HEEFT OPGEWORPEN TEGEN DE TWEE IN DE BESCHIKKING TEN AANZIEN VAN HET ALGEMENE KORTINGSYSTEEM GEFORMULEERDE VERWIJTEN , TE WETEN DAT NBIM DE BANDENHANDELAREN IN NEDERLAND AAN ZICH ZOU HEBBEN GEBONDEN EN JEGENS HEN ONGELIJKE VOORWAARDEN BIJ GELIJKWAARDIGE PRESTATIES ZOU HEBBEN TOEGEPAST .

C ) DE VRAAG OF DE HANDELAREN TEN AANZIEN VAN NBIM IN EEN AFHANKELIJKE POSITIE ZIJN GEBRACHT

75 VERZOEKSTERS EERSTE MIDDEL IN DEZE SAMENHANG IS GERICHT TEGEN DE VASTSTELLING VAN DE COMMISSIE IN DE LITIGIEUZE BESCHIKKING , DAT UIT ALLE OMSTANDIGHEDEN BLIJKT DAT NBIM DE HANDELAREN DOOR HAAR KORTINGSYSTEEM NAUW AAN ZICH BOND .

76 TOT STAVING VAN DIT VERWIJT HEEFT DE COMMISSIE IN DE MOTIVERING VAN HAAR BESCHIKKING UITEENGEZET , DAT HET KORTINGSYSTEEM TEN DOEL HAD DE HANDELAREN ONDER GROTE DRUK TE ZETTEN OM ZICHZELF IEDER JAAR TEN GUNSTE VAN DE VERKOOP VAN MICHELINBANDEN TE OVERTREFFEN EN HET AANDEEL VAN MICHELINBANDEN IN HET TOTAAL VAN HUN AANKOPEN TE VERGROTEN , ZOALS ZOU BLIJKEN UIT DE STELSELMATIG DOOR DE VERTEGENWOORDIGERS VAN NBIM BIJ IEDERE HANDELAAR OPGEMAAKTE BEREKENING VAN DE POSITIE VAN NBIM TEN OPZICHTE VAN HAAR CONCURRENTEN ( ' ' TEMPERATURE MICHELIN ' ' ). DIT ZOU TYPISCH EEN MISBRUIK VAN HAAR MACHTSPOSITIE VORMEN .

77 VASTGESTELD MOET EVENWEL WORDEN DAT DE COMMISSIE IN DE LOOP VAN DE PROCEDURE VOOR HET HOF HEEFT ERKEND , DAT NBIM DE REGISTRATIE OP DE KLANTENKAARTEN VAN DE ZOGENOEMDE ' ' TEMPERATURE MICHELIN ' ' HAD GESTAAKT EN DAT EEN RECHTSTREEKS VERBAND TUSSEN DEZE ' ' TEMPERATURE MICHELIN ' ' ENERZIJDS EN DE DOELSTELLINGEN EN KORTINGEN ANDERZIJDS NIET AANTOONBAAR WAS . DE COMMISSIE HEEFT ZICH BEPERKT TOT DE OPMERKING DAT HET BESTAAN VAN EEN INDIRECT VERBAND TUSSEN DE ' ' TEMPERATURE MICHELIN ' ' EN HET KORTINGSYSTEEM ZEER WAARSCHIJNLIJK WAS . EEN DERGELIJKE , OP GEEN ENKEL BEWIJSMIDDEL STEUNENDE EN DOOR NBIM BESTREDEN BEWERING , KAN EVENWEL NIET VOLSTAAN OM VAST TE STELLEN DAT HET ONDERHAVIGE KORTINGSYSTEEM IN DIT OPZICHT IN STRIJD WAS MET ARTIKEL 86 .

78 DE COMMISSIE HEEFT VOORTS AANGEVOERD DAT VAN EEN OP JAARDOELEN GEBASEERD SYSTEEM EEN GROTE DRUK OP DE HANDELAREN UITGAAT OM ZICH BIJ DEZELFDE LEVERANCIER TE BEVOORRADEN , DAAR DE HANDELAREN NIET ZEKER ZIJN VAN DE KORTINGPERCENTAGES EN RISKEREN EEN DEEL VAN DE KORTING BIJ HET NIET BEHALEN VAN HET VERKOOPDOEL TE VERLIEZEN ; IN CASU WERD DEZE ONZEKERHEID VERSTERKT DOOR DE ONDOORZICHTIGHEID VAN HET SYSTEEM EN DOORDAT DE VERTEGENWOORDIGERS VAN NBIM DE HANDELAREN REGELMATIG HEBBEN GEWEZEN OP DE MOGELIJKE VOORDELEN VAN EEN LAATSTE BESTELLING VOOR HET EINDE VAN HET JAAR OF OP DE GEVOLGEN VAN HET NIET BEREIKEN VAN DE DOELSTELLINGEN .

79 NBIM HEEFT HET BESTAAN VAN EEN AFHANKELIJKE POSITIE VAN DE HANDELAREN JEGENS HAAR BETWIST EN MET NAME GEWEZEN OP DE GERINGE VERSCHILLEN VAN DE KORTINGEN NAAR GELANG VAN DE DOELSTELLINGEN , WAARUIT VOOR HAAR WEER HET VOORDEEL VOORTVLOEIDE DAT ZIJ HAAR PRODUKTIE BETER KON PROGRAMMEREN . ZIJ HEEFT AANGEVOERD DAT ALLE HANDELAREN BEKEND WAREN MET DE WERKING VAN HET REEDS JAREN TOEGEPASTE SYSTEEM EN DAT ZIJ OP DIT PUNT DUS NIET IN ONZEKERHEID VERKEERDEN . HET BETROKKEN KORTINGSYSTEEM HAD TEN DOEL , DE AANKOOP VAN STIJGENDE HOEVEELHEDEN PRODUKTEN TE BELONEN . WANNEER MEN EEN DOMINERENDE ONDERNEMING VERBIEDT EEN DERGELIJK SYSTEEM TE HANTEREN , VEROORDEELT MEN HAAR IN FEITE TOT ACHTERUITGANG .

80 TE DIEN AANZIEN MOET IN DE EERSTE PLAATS WORDEN VASTGESTELD DAT DE IN DE LOOP VAN DE PROCEDURE VOOR HET HOF GEBLEKEN VERSCHILLEN IN DE KORTINGEN VAN 0,2 TOT 0,4 % , AFHANKELIJK VAN DE VERWEZENLIJKING VAN HET VERKOOPDOEL , INDERDAAD GERING ZIJN . DE GEVOLGEN VAN DE ONDERHAVIGE KORTING MOGEN EVENWEL NIET UITSLUITEND AAN DE HAND VAN HET PERCENTAGE VAN DE MET DE DOELSTELLINGEN VERBAND HOUDENDE VERSCHILLEN WORDEN BEOORDEELD .

81 HET ONDERHAVIGE KORTINGSYSTEEM WAS GEBASEERD OP EEN REFERENTIEPERIODE VAN TELKENS EEN JAAR . IN ELK SYSTEEM WAARBIJ KORTINGEN WORDEN VERLEEND NAAR GELANG VAN DE IN EEN BETREKKELIJK LANGE REFERENTIEPERIODE VERKOCHTE HOEVEELHEDEN , LIGT BESLOTEN DAT AAN HET EINDE VAN DE REFERENTIEPERIODE DE DRUK OP DE KOPER TOENEEMT OM DE OMZET TE BEHALEN DIE NODIG IS OM DE KORTING TE VERKRIJGEN OF OM DEZE NIET VOOR DE GEHELE PERIODE TE VERLIEZEN . IN CASU HADDEN DE VERSCHILLEN IN HET KORTINGPERCENTAGE ALS GEVOLG VAN EEN LAATSTE IN DE LOOP VAN EEN JAAR GEPLAATSTE ORDER , VAN EEN NOG ZO GERINGE OMVANG , HUN WEERSLAG OP DE WINSTMARGE VAN DE HANDELAAR WAT BETREFT DE VERKOPEN VAN MICHELINBANDEN VOOR VRACHTWAGENS OVER HET GEHELE JAAR . ONDER DEZE OMSTANDIGHEDEN KONDEN GERINGE VERSCHILLEN REEDS EEN MERKBARE DRUK OP DE HANDELAREN UITOEFENEN .

82 DIT EFFECT WERD NOG VERSTERKT DOOR DE GROTE KLOOF TUSSEN HET MARKTAANDEEL VAN NBIM EN DAT VAN HAAR VOORNAAMSTE CONCURRENTEN . WILDE EEN CONCURRENT VAN NBIM EEN HANDELAAR EEN CONCURREREND VOORDEEL VERSCHAFFEN NAAR AANLEIDING VAN EEN ORDER , MET NAME AAN HET EINDE VAN HET JAAR , MOEST HIJ IMMERS REKENING HOUDEN MET DE ABSOLUTE WAARDE VAN DE JAARLIJKSE DOELKORTING VAN NBIM , EN ZIJN KORTING IN VERHOUDING TOT DE GERINGERE OMVANG VAN DE AANKOPEN VAN DE HANDELAAR BIJ HEM , OP EEN ZEER HOOG PERCENTAGE BEPALEN . ONDANKS HET OGENSCHIJNLIJK GERINGE PERCENTAGE VAN DE ONDERHAVIGE KORTING VAN NBIM , WAS HET VOOR DE CONCURRENTEN DUS MOEILIJK EEN TEGENWICHT TE BIEDEN VOOR DE VOORDELEN OF VERLIEZEN DIE VOOR DE HANDELAREN VOORTVLOEIDEN UIT HET WEL , RESPECTIEVELIJK NIET BEREIKEN VAN NBIM ' S DOELSTELLINGEN .

83 DE ONDOORZICHTIGHEID VAN NBIM ' S KORTINGSYSTEEM IN ZIJN GEHEEL , DAT IN DE BETROKKEN PERIODE OVERIGENS HERHAALDELIJK IS GEWIJZIGD , ALSOOK DE OMSTANDIGHEID DAT DE KORTINGSCHAAL NOCH DE VERKOOPDOELEN MET DE DESBETREFFENDE KORTINGEN SCHRIFTELIJK AAN DE HANDELAREN WERDEN MEDEGEDEELD , HADDEN BOVENDIEN TOT GEVOLG DAT DE HANDELAREN IN HET ONZEKERE WERDEN GELATEN EN IN HET ALGEMEEN NIET MET ZEKERHEID KONDEN VOORZIEN WELKE GEVOLGEN HET AL DAN NIET BEREIKEN VAN HUN DOELSTELLINGEN ZOU HEBBEN .

84 AL DEZE FACTOREN DROEGEN ERTOE BIJ DAT DE HANDELAREN MET NAME AAN HET EINDE VAN HET JAAR BLOOT STONDEN AAN EEN AANZIENLIJKE DRUK OM NBIM ' S VERKOOPDOELEN TE REALISEREN , ALS ZIJ NIET HET RISICO WILDEN LOPEN , VERLIEZEN TE LIJDEN DIE DOOR DE CONCURRENTEN MOEILIJK WAREN TE COMPENSEREN MET DE KORTINGEN DIE ZIJZELF KONDEN AANBIEDEN . HAAR VERTEGENWOORDIGERSNET STELDE NBIM IN STAAT DE HANDELAREN IEDER MOMENT OP DEZE SITUATIE TE WIJZEN OM HEN TE STIMULEREN BESTELLINGEN BIJ NBIM TE PLAATSEN .

85 EEN DERGELIJKE SITUATIE KAN DE HANDELAREN VERHINDEREN , OP ELK OGENBLIK VRIJ EN AFHANKELIJK VAN DE MARKTSITUATIE , DE GUNSTIGSTE VAN DE DOOR DE VERSCHILLENDE CONCURRENTEN GEDANE OFFERTES TE KIEZEN EN ZONDER MERKBAAR ECONOMISCH NADEEL VAN LEVERANCIER TE WISSELEN . DAARDOOR WORDT DERHALVE DE KEUZEMOGELIJKHEID VAN DE HANDELAREN WAT HUN BEVOORRADINGSBRONNEN BETREFT , BEPERKT EN DE TOEGANG TOT DE MARKT VOOR DE CONCURRENTEN BEMOEILIJKT . NOCH HET STREVEN NAAR AFZETVERGROTING , NOCH DE WENS TOT EEN BETERE PROGRAMMERING VAN DE PRODUKTIE TE KOMEN , KAN EEN ZODANIGE BEPERKING VAN DE KEUZEVRIJHEID EN VAN DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE KLANT RECHTVAARDIGEN . DE AFHANKELIJKE POSITIE WAARIN DE HANDELAREN DOOR HET BETROKKEN KORTINGSYSTEEM ZIJN GEBRACHT , BERUST DERHALVE OP GEEN ENKELE ECONOMISCH GERECHTVAARDIGDE TEGENPRESTATIE .

86 MITSDIEN MOET WORDEN GECONCLUDEERD DAT NBIM , DOOR DE HANDELAREN IN NEDERLAND MET HET BOVENOMSCHREVEN KORTINGSYSTEEM AAN ZICH TE BINDEN , IN DE ZIN VAN ARTIKEL 86 EEG-VERDRAG MISBRUIK HEEFT GEMAAKT VAN HAAR MACHTSPOSITIE OP DE VERVANGINGSMARKT VAN NIEUWE BANDEN VOOR VRACHTWAGENS . HET DOOR VERZOEKSTER TEGEN DEZE VASTSTELLING IN DE AANGEVOCHTEN BESCHIKKING VOORGESTELDE MIDDEL MOET DUS WORDEN VERWORPEN .

D ) DISCRIMINATIE VAN BEPAALDE HANDELAREN

87 MET EEN TWEEDE MIDDEL BETREFFENDE HET KORTINGSYSTEEM IN HET ALGEMEEN BESTRIJDT VERZOEKSTER DE VASTSTELLING VAN DE COMMISSIE DAT NBIM ' S KORTINGSYSTEEM LEIDDE TOT DE TOEPASSING OP DE HANDELAREN VAN ONGELIJKE VOORWAARDEN BIJ GELIJKWAARDIGE PRESTATIES IN DE ZIN VAN ARTIKEL 86 , SUB C , DOORDAT VERSCHILLENDE KORTINGEN WERDEN VERLEEND AAN HANDELAREN DIE ZICH IN EEN VERGELIJKBARE POSITIE BEVONDEN . DEZE KORTINGEN ZIJN VOLGENS NBIM NIET DISCRIMINEREND , OMDAT DE VERSCHILLEN IN DE KORTINGPERCENTAGES VAN VERSCHILLENDE HANDELAREN HET GEVOLG ZIJN VAN DE TOEPASSING VAN EEN KORTINGSCHAAL DIE IS AFGESTEMD OP DE GLOBALE AANKOPEN DIE DE HANDELAAR IN HET VOORAFGAANDE JAAR BIJ NBIM HEEFT GEDAAN .

88 TOT STAVING VAN HAAR VASTSTELLING STEUNT DE COMMISSIE IN DE PROCEDURE VOOR HET HOF OP EEN VERGELIJKING VAN DE KORTINGEN VAN VERSCHILLENDE HANDELAREN MET DE DOOR HEN JAARLIJKS AANGEKOCHTE HOEVEELHEDEN VRACHTWAGENBANDEN , ALSMEDE OP EEN TABEL BETREFFENDE HET AANTAL IN DE VERSCHILLENDE CATEGORIEEN VERKOCHTE BANDEN WAARVOOR IN 1976 VERSCHILLENDE KORTINGPERCENTAGES WERDEN TOEGEKEND ; AAN DE HAND VAN DEZE GEGEVENS HEEFT ZIJ OP EEN AANTAL TEGENSTRIJDIGHEDEN EN ANOMALIEEN GEWEZEN WAARUIT HET BESTAAN VAN DISCRIMINATIES ZOU BLIJKEN .

89 UIT HETGEEN HIERVOOR IS OVERWOGEN OMTRENT DE WERKING VAN HET KORTINGSYSTEEM VOLGT EVENWEL , DAT DE HOOGTE VAN DE VARIABELE JAARBONUS NIET AFHING VAN HET AANTAL VRACHTWAGENBANDEN DAT DE HANDELAAR HAD GEKOCHT , MAAR PRIMAIR VAN DIENS OMZET IN ALLE CATEGORIEEN MICHELINBANDEN TEZAMEN . VOORTS HEEFT DE COMMISSIE IN DE PROCEDURE VOOR HET HOF MOETEN TOEGEVEN EEN FOUT TE HEBBEN GEMAAKT WAT BETREFT BEPAALDE GEGEVENS IN DE KLANTENKAARTEN DIE DOOR NBIM TEN BEHOEVE VAN HAAR KORTINGSYSTEEM WORDEN GEHANTEERD . HET IS NIET UITGESLOTEN DAT DEZE OMSTANDIGHEDEN DE TEGENSTRIJDIGHEDEN EN ANOMALIEEN VERKLAREN WELKE DE COMMISSIE IN DE DOOR HAAR ONDERZOCHTE STUKKEN MEENDE TE BESPEUREN .

90 HET IS JUIST DAT EEN SYSTEEM GEBASEERD OP INDIVIDUELE VERKOOPDOELEN DIE IEDER JAAR OPNIEUW PER HANDELAAR WORDEN OVEREENGEKOMEN OF VASTGESTELD , NOODZAKELIJKERWIJS TOT BEPAALDE VERSCHILLEN LEIDT TUSSEN DE KORTINGPERCENTAGES DIE AFZONDERLIJKE HANDELAREN VOOR EVENVEEL GEKOCHTE BANDEN ONTVANGEN ; NBIM HEEFT VOORTS ERKEND DAT VAN EEN MECHANISCHE TOEPASSING VAN HAAR KORTINGSCHAAL GEEN SPRAKE KON ZIJN OMDAT SOMMIGE HANDELAREN IN GEVAL VAN EEN OMZETDALING NIET ZONDER MEER EEN LAGERE KORTING ACCEPTEERDEN . NOCHTANS IS NIET GEBLEKEN DAT DERGELIJKE VERSCHILLEN IN BEHANDELING TUSSEN AFZONDERLIJKE HANDELAREN HET GEVOLG ZIJN VAN DE TOEPASSING VAN ONGELIJKE CRITERIA EN DAT ZIJ NIET GERECHTVAARDIGD ZIJN DOOR LEGITIEME COMMERCIELE OVERWEGINGEN . DERHALVE MAG MEN DAARUIT NIET AFLEIDEN DAT BEPAALDE HANDELAREN DOOR NBIM WERDEN GEDISCRIMINEERD .

91 MITSDIEN IS DE COMMISSIE NIET ERIN GESLAAGD AAN TE TONEN , DAT HET BETROKKEN KORTINGSYSTEEM LEIDDE TOT DE TOEPASSING VAN DISCRIMINERENDE KORTINGEN OP AFZONDERLIJKE HANDELAREN , EN MOET DE BESTREDEN BESCHIKKING WORDEN VERNIETIGD VOOR ZOVER IN ARTIKEL 1 , SUB A , DAARVAN WORDT VERKLAARD DAT NBIM INBREUK HEEFT GEMAAKT OP ARTIKEL 86 DOOR OP HAAR HANDELAREN ONGELIJKE VOORWAARDEN BIJ GELIJKWAARDIGE PRESTATIES TOE TE PASSEN .

2 . DE EXTRABONUS VAN 1977

92 VERZOEKSTER BESTRIJDT VERVOLGENS DE VASTSTELLING VAN DE COMMISSIE IN DE AANGEVOCHTEN BESCHIKKING , DAT NBIM HAAR MACHTSPOSITIE HEEFT MISBRUIKT DOOR IN 1977 EEN EXTRABONUS VAN 0,5 % OVER DE AANKOOP VAN BANDEN VOOR VRACHTWAGENS , AUTOBUSSEN , ENZ . TOE TE KENNEN , DIE AFHING VAN EEN DOEL BIJ DE AANKOOP VAN PERSONENAUTOBANDEN .

93 DEZE EXTRABONUS HAD VOLGENS DE COMMISSIE TEN DOEL DE HANDELAREN TE DWINGEN TOT EEN BIJZONDERE INSPANNING OP DE MARKT VAN PERSONENAUTOBANDEN OM ALDUS EEN VOORDEEL BIJ DE VERKOOP VAN VRACHTWAGENBANDEN TE VERKRIJGEN . DIT IS EEN VERKOOPTECHNIEK ALS BEDOELD IN ARTIKEL 86 , SUB D .

94 NBIM BETOOGT DAT DE COMMISSIE DE FEITEN VERKEERD HEEFT GEINTERPRETEERD . DE EXTRABONUS VAN 1977 KAN NIET WORDEN BESCHOUWD ALS EEN KORTING VOOR VRACHTWAGENBANDEN OMDAT HIJ WAS GEKOPPELD AAN HET BEHALEN VAN EEN DOEL VOOR PERSONENAUTOBANDEN . NBIM BESTRIJDT VERDER DAT DE TOEKENNING VAN DEZE EXTRABONUS GEKOPPELD WAS AAN HET BEHALEN VAN EEN SPECIAAL DOEL , DAT VERSCHILDE VAN HET DOEL DAT GEWOONLIJK VOOR DE VERKOOP VAN PERSONENAUTOBANDEN WAS VASTGESTELD .

95 HIEROVER MOET IN DE EERSTE PLAATS WORDEN OPGEMERKT DAT NBIM , BLIJKENS DE DOOR PARTIJEN IN DE PROCEDURE VOOR HET HOF GEGEVEN TOELICHTINGEN , VOOR PERSONENAUTOBANDEN EENZELFDE KORTINGSYSTEEM HANTEERDE ALS BIJ DE VERKOOP VAN VRACHTWAGENBANDEN . BINNEN HET KADER VAN DIT SYSTEEM HEEFT NBIM IN DE LOOP VAN 1977 HET VOORGESTELDE PERCENTAGE VAN DE VARIABELE JAARBONUS VOOR DE VERKOPEN VAN PERSONENAUTOBANDEN VOOR ALLE HANDELAREN VERHOOGD MET 0,5 % .

96 HET STAAT VAST DAT NBIM IN 1977 WEGENS EEN TIJDELIJK TEKORT NIET KON VOLDOEN AAN DE VRAAG NAAR VRACHTWAGENBANDEN OP DE NEDERLANDSE MARKT . DE HANDELAREN WAREN DAARDOOR NIET IN STAAT , HUN AFZETDOELEN VOOR VRACHTWAGENBANDEN TE BEREIKEN . ONDER DEZE OMSTANDIGHEDEN HEEFT NBIM DE BETROKKEN EXTRABONUS TOEGEKEND .

97 UIT HET VOORGAANDE VOLGT DAT DE EXTRABONUS , LOS VAN DE VRAAG OF HIJ AL DAN NIET WAS GEKOPPELD AAN EEN HOGER , SPECIAAL DOEL EN OF HIJ AAN HET BEGIN VAN HET JAAR DAN WEL PAS IN SEPTEMBER 1977 IS BEKENDGEMAAKT , BINNEN DE WERKINGSSFEER VAN DE VARIABELE JAARBONUS VOOR DE VERKOOP VAN PERSONENAUTOBANDEN VIEL . OFSCHOON NBIM MET DEZE BONUS BEOOGDE DE VERLIEZEN TE COMPENSEREN DIE VOOR DE HANDELAREN VOORTVLOEIDEN UIT HET FEIT DAT NBIM NIET IN STAAT WAS HUN DE BENODIGDE HOEVEELHEID VRACHTWAGENBANDEN TE LEVEREN OM HUN AFZETDOELEN VOOR DEZE CATEGORIE TE BEHALEN , NEEMT DIT NIET WEG DAT DEZE BOUNUS WERD TOEGEKEND VOOR DE VERKOOP VAN PERSONENAUTOBANDEN NAAR GELANG EEN BEPAALD DOEL WERD GEHAALD , EN LOSSTOND VAN DE VERKOCHTE HOEVEELHEID VRACHTWAGENBANDEN .

98 HIERUIT VOLGT DAT DEZE BONUS NIET ALS KORTING OP DE VERKOOP VAN VRACHTWAGENBANDEN KAN WORDEN AANGEMERKT , ZOALS DE COMMISSIE HEEFT GEDAAN . MET DE TOEKENNING VAN DEZE BONUS HEEFT NBIM NIET EEN VOORDEEL BIJ DE VERKOOP OP DE ENE MARKT ONDERGESCHIKT GEMAAKT AAN HET BEREIKEN VAN EEN AFZETDOEL OP EEN ANDERE MARKT . DE STELLING VAN DE COMMISSIE DAT HET ONDERHAVIGE GEDRAG GELIJKENIS VERTOONT MET EEN GEBONDEN PRESTATIE IN DE ZIN VAN ARTIKEL 86 , SUB D , IS DERHALVE ONGEGROND .

99 MITSDIEN HEEFT DE COMMISSIE NIET AANGETOOND DAT NBIM DOOR DE TOEKENNING VAN DE EXTRABONUS IN 1977 , MISBRUIK HEEFT GEMAAKT VAN HAAR MACHTSPOSITIE OP DE MARKT VAN VRACHTWAGENBANDEN EN MOET ARTIKEL 1 , SUB B , VAN DE BESTREDEN BESCHIKKING WORDEN NIETIGVERKLAARD .

IV - ONGUNSTIGE BEINVLOEDING VAN DE HANDEL TUSSEN DE LID-STATEN

100 VERZOEKSTER BETWIST DAT HET DOOR HAAR TOEGEPASTE KORTINGSYSTEEM DE HANDEL TUSSEN DE LID-STATEN ONGUNSTIG KAN BEINVLOEDEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 86 EEG-VERDRAG .

101 DE COMMISSIE HEEFT IN HAAR BESCHIKKING AANGEVOERD DAT DE PRODUKTIEBEDRIJVEN VAN DE OVERIGE FABRIKANTEN - WIER MOGELIJKHEDEN OM OP DE NEDERLANDSE MARKT DOOR TE DRINGEN ZIJN AFGENOMEN ALS GEVOLG VAN DE BEPERKING VAN DE KEUZEVRIJHEID VAN DE HANDELAREN - GROTENDEELS IN ANDERE LID-STATEN ZIJN GEVESTIGD EN DAT 25 A 28 % VAN DE VRACHTWAGENBANDEN DIE OP DE NEDERLANDSE MARKT MET MICHELINBANDEN CONCURREREN , AFKOMSTIG ZIJN UIT ANDERE LID-STATEN VAN DE GEMEENSCHAP .

102 NBIM , ONDERSTEUND DOOR DE FRANSE REGERING , HEEFT BETOOGD DAT DE HANDEL TUSSEN LID-STATEN NIET ONGUNSTIG KAN WORDEN BEINVLOED DOOR EEN TOT HET GRONDGEBIED VAN EEN LID-STAAT BEPERKTE GEDRAGING . HET BETOOG VAN DE COMMISSIE KOMT EROP NEER DAT EEN ONGUNSTIGE HANDELSBEINVLOEDING WORDT VERONDERSTELD , EN BERUST OP EEN ZUIVER ABSTRACTE EN THEORETISCHE ANALYSE . DE COMMISSIE HEEFT NIET AAN DE HAND VAN FEITEN BEWEZEN DAT HET GEDRAG VAN NBIM DE MEDEDINGING HEEFT BEINVLOED EN DE NEDERLANDSE MARKT HEEFT AFGESCHERMD .

103 TE DIEN AANZIEN MOET WORDEN VASTGESTELD DAT WANNEER EEN ONDERNEMING MET EEN MACHTSPOSITIE DE TOEGANG TOT DE MARKT VOOR CONCURRENTEN AFSLUIT , HET NIET TERZAKE DOET DAT DIT GEDRAG SLECHTS OP HET GRONDGEBIED VAN EEN ENKELE LID-STAAT IS GESITUEERD , ZODRA HET GEVOLGEN KAN HEBBEN VOOR DE HANDELSSTROMEN EN DE MEDEDINGING OP DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT .

104 IN HET ONDERHAVIGE GEVAL IS NIET BETWIST DAT ER AANZIENLIJKE HANDELSSTROMEN BESTAAN ALS GEVOLG VAN HET FEIT DAT BELANGRIJKE CONCURRENTEN IN ANDERE LID- STATEN ZIJN GEVESTIGD . DE GEVOLGEN VAN HET KORTINGSYSTEEM VOOR DE MOGELIJKHEDEN VAN CONCURRENTEN OM DOOR TE DRINGEN OP DE NEDERLANDSE MARKT , ZIJN REEDS BESPROKEN IN HET KADER VAN HET ONDERZOEK NAAR HET MISBRUIK DAT IN DIT GEDRAG VAN NBIM SCHUILGAAT . OVERIGENS DIENT ERAAN TE WORDEN HERINNERD , DAT ARTIKEL 86 NIET HET BEWIJS VERLANGT DAT HET HANDELSVERKEER TUSSEN LID-STATEN ALS GEVOLG VAN HET GEMAAKTE MISBRUIK , INDERDAAD MERKBAAR ONGUNSTIG IS BEINVLOED , DOCH SLECHTS DAT DIT MISBRUIK EEN DERGELIJK GEVOLG KAN HEBBEN .

105 UIT HET VOORAFGAANDE VOLGT , DAT DE MIDDELEN WAARMEE WORDT BETWIST DAT HET HANDELSVERKEER TUSSEN LID-STATEN DOOR NBIM ' S KORTINGSYSTEEM ONGUNSTIG WERD BEINVLOED , ONGEGROND ZIJN .

V - DE VASTSTELLING VAN DE BOETE

106 VERZOEKSTER VOERT TEGEN DE VASTGESTELDE BOETE AAN , DAT HAAR NIET KAN WORDEN VERWETEN , OPZETTELIJK OF UIT ONACHTZAAMHEID TE HEBBEN GEHANDELD , AANGEZIEN ZIJ ONMOGELIJK EEN OMMEKEER IN DE BESCHIKKINGSPRAKTIJK VAN DE COMMISSIE EN DE RECHTSPRAAK VAN HET HOF TER ZAKE VAN KORTINGEN KON VOORZIEN . SUBSIDIAIR VORDERT ZIJ VERLAGING VAN DE BOETE .

107 HIER MOET WORDEN BEKLEMTOOND DAT NBIM KENNIS DROEG VAN DE FEITEN , WELKE DE VASTSTELLING VAN EEN MACHTSPOSITIE OP DE MARKT ALSOOK DE KWALIFICATIE VAN HET BETROKKEN KORTINGSYSTEEM ALS EEN MISBRUIK VAN DIE POSITIE RECHTVAARDIGEN . DIT SYSTEEM IS WILLENS EN WETENS INGEVOERD . HET FEIT DAT NOCH DE COMMISSIE , NOCH HET HOF ZICH TOT NOG TOE HEEFT UITGESPROKEN OVER EEN KORTINGSYSTEEM MET DEZELFDE KENMERKEN ALS HET BETROKKEN SYSTEEM , ONTHEFT NBIM NIET VAN HAAR AANSPRAKELIJKHEID . GEZIEN DE EERDERE BESLISSINGEN VAN DE COMMISSIE EN DE RECHTSPRAAK VAN HET HOF , KON NBIM IN ELK GEVAL VERWACHTEN DAT DIT SYSTEEM ONDER DE WERKINGSSFEER VAN ARTIKEL 86 EEG-VERDRAG ZOU VALLEN .

108 DE COMMISSIE HEEFT DERHALVE TERECHT GEMEEND DAT ZIJ NBIM EEN BOETE KON OPLEGGEN KRACHTENS ARTIKEL 15 , LID 2 , VERORDENING NR . 17 .

109 INGEVOLGE DEZE BEPALING KAN DE COMMISSIE GELDBOETES OPLEGGEN VAN TEN MINSTE 1 000 EN TEN HOOGSTE EEN MILJOEN REKENEENHEDEN , EN KAN DIT LAATSTE BEDRAG WORDEN VERHOOGD TOT 10 % VAN DE OMZET IN HET VOORAFGAANDE BOEKJAAR VAN DE BETROKKEN ONDERNEMING . BIJ DE VASTSTELLING VAN HET BOETEBEDRAG BINNEN DEZE GRENZEN MOETEN VOLGENS DEZE BEPALING DE ERNST EN DE DUUR VAN DE INBREUK IN AANMERKING WORDEN GENOMEN .

110 WAT DE DUUR VAN DE INBREUK BETREFT , IS TUSSEN PARTIJEN IN CONFESSO DAT HET BETROKKEN SYSTEEM TEN MINSTE GEDURENDE EEN TIJDVAK VAN 1975 TOT 1980 IS TOEGEPAST . TEN AANZIEN VAN HET ARGUMENT VAN NBIM DAT DE COMMISSIE ZELF DOOR EEN SNELLER OPTREDEN DE DUUR VAN DE INBREUK HAD KUNNEN BEKORTEN , MOET REKENING WORDEN GEHOUDEN MET DE MOEILIJKHEDEN DIE HET ONDERZOEK VAN EEN NIET SCHRIFTELIJK VASTGELEGD KORTINGSYSTEEM , DAT OP EEN WEINIG DOORZICHTIGE WIJZE WERD TOEGEPAST , OPLEVERDE . DAAROM IS DE COMMISSIE VOOR DE VASTSTELLING VAN DE DUUR VAN DE INBREUK TERECHT UITGEGAAN VAN HET GEHELE TIJDVAK .

111 VOOR HET BEPALEN VAN DE ERNST VAN DE INBREUK MOET , NAAR GELANG VAN HET GEVAL , REKENING WORDEN GEHOUDEN MET EEN GROOT AANTAL FACTOREN , ZOALS MET NAME DE OMVANG EN DE ECONOMISCHE MACHT VAN DE ONDERNEMING , DIE UITDRUKKING KUNNEN VINDEN IN DE TOTALE OMZET VAN DE ONDERNEMING EN HET GEDEELTE DAARVAN , DAT WORDT BEHAALD MET DE GOEDEREN IN VERBAND WAARMEE DE INBREUK IS GEPLEEGD . DE ARGUMENTEN VAN NBIM VOLGENS WELKE HET NIET TOELAATBAAR IS MET DE OMZET REKENING TE HOUDEN , ZIJN DERHALVE IN IEDER GEVAL ONGEGROND . OVERIGENS IS HET HOF OP GROND VAN ZIJN VOLLEDIGE RECHTSMACHT TER ZAKE GEROEPEN , ZELF DE OMSTANDIGHEDEN VAN HET GEVAL EN DE AARD VAN DE BETROKKEN INBREUK TE BEOORDELEN TENEINDE HET BOETEBEDRAG VAST TE STELLEN .

112 IN DIT VERBAND MOET WORDEN VASTGESTELD DAT DE DOOR DE COMMISSIE TEGEN DE EXTRABONUS VAN 1977 GEFORMULEERDE BEZWAREN NIET STEEKHOUDEND ZIJN GEBLEKEN . ANDERZIJDS IS HET VOORNAAMSTE BEZWAAR VAN DE COMMISSIE TEGEN HET KORTINGSYSTEEM IN HET ALGEMEEN GEGROND BEVONDEN . EEN FEIT IS WEL , DAT HET DISCRIMINERENDE KARAKTER VAN DIT SYSTEEM NIET IS AANGETOOND EN DAT DE VERSCHILLEN IN DE KORTING NAAR GELANG VAN DE DOELEN AANZIENLIJK GERINGER WAREN DAN IN DE LITIGIEUZE BESCHIKKING IS VOORGESTELD . VOORTS MOEST DE COMMISSIE TOEGEVEN DAT ZIJ DE DOOR NBIM GEHANTEERDE KLANTENKAARTEN ONJUIST HEEFT UITGELEGD , EN KON ZIJ NIET HAAR STELLING STAANDE HOUDEN , DAT DE DOOR NBIM VASTGESTELDE AFZETDOELEN EROP GERICHT WAREN , DE HANDELAREN TE DWINGEN HET AANDEEL VAN MICHELINBANDEN IN HUN TOTALE OMZET VOORTDUREND TE VERGROTEN . MAAR OOK AL KUNNEN DEZE OMSTANDIGHEDEN LEIDEN TOT EEN LAGERE BOETE DAN DE COMMISSIE HEEFT VASTGESTELD , ZULKS DOET IN WEZEN NIET AF AAN DE ERNST VAN HET DOOR NBIM GEMAAKTE MISBRUIK VAN MACHTSPOSITIE .

113 DERHALVE MOET BIJ DE BEPALING VAN HET BOETEBEDRAG REKENING ERMEE WORDEN GEHOUDEN DAT , NAAR IS VASTGESTELD , HET BETROKKEN KORTINGSYSTEEM , MET UITZONDERING VAN DE EXTRABONUS VAN 1977 , OOK AL WAREN DE KORTINGSVERSCHILLEN BETREKKELIJK GERING EN IS ER GEEN DISCRIMINERENDE TOEPASSING AANGETOOND , EEN NEGATIEVE UITWERKING HEEFT GEHAD OP DE VRIJE MEDEDINGING OP DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT , WELKE EEN FUNDAMENTEEL VERDRAGSBEGINSEL IS . ONDER DEZE OMSTANDIGHEDEN IS HET GERECHTVAARDIGD DE BOETE TE BEPALEN OP ECU 300 000 OFWEL HFL 808 758 .

114 ZOALS HIERVOOR IS OVERWOGEN , MOETEN ARTIKEL 1 , SUB A , VAN DE AANGEVOCHTEN BESCHIKKING , VOOR ZOVER DAARIN WORDT VASTGESTELD DAT NBIM TEN OPZICHTE VAN DE HANDELAREN ONGELIJKE VOORWAARDEN BIJ GELIJKE PRESTATIES HEEFT TOEGEPAST , ALSMEDE ARTIKEL 1 , SUB B , DAARVAN , BETREFFENDE DE EXTRABONUS VAN 1977 , WORDEN NIETIGVERKLAARD . DE IN ARTIKEL 2 VAN DE BESCHIKKING OPGELEGDE BOETE MOET WORDEN VASTGESTELD OP ECU 300 000 , OFWEL HFL 808 758 . VOOR HET OVERIGE DIENT HET BEROEP TE WORDEN VERWORPEN .

VI - KOSTEN

115 INGEVOLGE ARTIKEL 69 , PARAGRAAF 2 , VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING MOET DE IN HET ONGELIJK GESTELDE PARTIJ IN DE KOSTEN WORDEN VERWEZEN , VOOR ZOVER ZULKS IS GEVORDERD . KRACHTENS PARAGRAAF 3 VAN DIT ARTIKEL KAN HET HOF DE PROCESKOSTEN GEHEEL OF GEDEELTELIJK COMPENSEREN , INDIEN PARTIJEN ONDERSCHEIDENLIJK OP EEN OF MEER PUNTEN IN HET ONGELIJK WORDEN GESTELD .

116 AANGEZIEN ELK DER PARTIJEN , ALSOOK INTERVENIENTE , OP BEPAALDE PUNTEN IN HET ONGELIJK ZIJN GESTELD , DIENEN DE KOSTEN TE WORDEN GECOMPENSEERD .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ,

RECHTDOENDE :

1 . VERKLAART NIETIG ARTIKEL 1 , SUB A , VAN DE BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE VAN 7 OKTOBER 1981 ( IV/29.491 - BANDENGROOTHANDEL FRIESCHEBRUG BV/NV NEDERLANDSCHE BANDEN-INDUSTRIE-MICHELIN - PB L 353 VAN 1981 , BLZ . 33 ), VOOR ZOVER DAARIN WORDT VERKLAARD DAT NBIM TEN AANZIEN VAN DE BANDENHANDELAREN IN NEDERLAND ONGELIJKE VOORWAARDEN BIJ GELIJKWAARDIGE PRESTATIES HEEFT TOEGEPAST , ALSMEDE ARTIKEL 1 , SUB B , VAN DIE BESCHIKKING .

2.BEPAALT HET BEDRAG VAN DE IN ARTIKEL 2 VAN DE BESCHIKKING AAN VERZOEKSTER OPGELEGDE BOETE OP ECU 300 000 OFWEL HFL 808 758 , TE VOLDOEN IN NEDERLANDSE GULDENS .

3.VERWERPT HET BEROEP VOOR HET OVERIGE .

4.VERSTAAT DAT ELK DER PARTIJEN , INTERVENIENTE DAARONDER BEGREPEN , DE EIGEN KOSTEN ZAL DRAGEN .

Top