Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61980CJ0279

Arrest van het Hof van 17 december 1981.
Strafzaak tegen Alfred John Webb.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Hoge Raad - Nederland.
Vrij verrichten van diensten - Ter beschikking stellen van arbeidskrachten.
Zaak 279/80.

European Court Reports 1981 -03305

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1981:314

61980J0279

ARREST VAN HET HOF VAN 17 DECEMBER 1981. - STRAFZAAK TEGEN ALFRED JOHN WEBB. - (" VRIJ VERRICHTEN VAN DIENSTEN - TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN "). - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN). - ZAAK NO. 279/80.

Jurisprudentie 1981 bladzijde 03305
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00265
Finse bijz. uitgave bladzijde 00275
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00913


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


1 . VRIJ VERRICHTEN VAN DIENSTEN - DIENSTEN - BEGRIP - TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN

( ARTIKEL 60 , EERSTE ALINEA , EEG-VERDRAG )

2 . VRIJ VERRICHTEN VAN DIENSTEN - BEPERKINGEN - VERBOD - RECHTSTREEKSE WERKING

( ARTIKELEN 59 EN 60 EEG-VERDRAG )

3 . VRIJ VERRICHTEN VAN DIENSTEN - DOOR ALGEMEEN BELANG GERECHTVAARDIGDE BEPERKINGEN - TOELAATBAARHEID - VOORWAARDEN

( ARTIKELEN 59 EN 60 EEG-VERDRAG )

4 . VRIJ VERRICHTEN VAN DIENSTEN - ONDERNEMINGEN DIE ARBEIDSKRACHTEN TER BESCHIKKING STELLEN - UITOEFENING WERKZAAMHEDEN - VERGUNNINGSTELSEL - GEOORLOOFDHEID - VOORWAARDEN

( ARTIKELEN 59 EN 60 EEG-VERDRAG )

Samenvatting


1 . DE WERKZAAMHEDEN VAN EEN ONDERNEMING , BESTAANDE IN HET TEGEN VERGOEDING TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN DIE IN DIENST VAN DIE ONDERNEMING BLIJVEN ZONDER DAT ER MET HET INLENENDE BEDRIJF EEN ARBEIDSOVEREENKOMST TOTSTANDKOMT , ZIJN BEROEPSWERKZAAMHEDEN DIE AAN DE VOORWAARDEN VAN ARTIKEL 60 , EERSTE ALINEA , EEG-VERDRAG VOLDOEN . ZIJ MOETEN MITSDIEN WORDEN BESCHOUWD ALS EEN DIENSTVERRICHTING IN DE ZIN VAN DEZE BEPALING .

2 . DE DWINGENDE BEPALINGEN VAN ARTIKEL 59 EEG-VERDRAG ZIJN AAN HET EINDE VAN DE OVERGANGSPERIODE RECHTSTREEKS EN ONVOORWAARDELIJK VAN TOEPASSING GEWORDEN . DEZE DWINGENDE BEPALINGEN BRENGEN DE OPHEFFING MEE VAN ALLE DISCRIMINATIES JEGENS DEGENE DIE DE DIENSTEN VERRICHT , WELKE ZIJN GEBASEERD OP ZIJN NATIONALITEIT OF OP DE OMSTANDIGHEID DAT HIJ IS GEVESTIGD IN EEN ANDERE LID-STAAT DAN DIE WAAR DE DIENST MOET WORDEN VERRICHT .

3 . ALS GRONDBEGINSEL VAN HET VERDRAG KAN HET VRIJ VERRICHTEN VAN DIENSTEN SLECHTS WORDEN BEPERKT DOOR REGELINGEN DIE HUN RECHTVAARDIGING VINDEN IN HET ALGEMEEN BELANG EN DIE GELDEN VOOR IEDERE PERSOON OF ONDERNEMING DIE OP HET GRONDGEBIED VAN DE LID-STAAT WAAR DE DIENST WORDT VERRICHT WERKZAAM IS , VOORZOVER DIT BELANG NIET WORDT GEWAARBORGD DOOR DE REGELS WAARAAN DE DIENSTVERRICHTER IS ONDERWORPEN IN DE LID-STAAT WAAR HIJ IS GEVESTIGD .

4 . ARTIKEL 59 EEG-VERDRAG STAAT ER NIET AAN IN DE WEG , DAT EEN LID-STAAT DIE EEN VERGUNNING EIST VAN ONDERNEMINGEN DIE ARBEIDSKRACHTEN TER BESCHIKKING STELLEN , EEN IN EEN ANDERE LID-STAAT GEVESTIGDE DIENSTVERRICHTER DIE DERGELIJKE WERKZAAMHEDEN OP ZIJN GRONDGEBIED UITOEFENT , VERPLICHT AAN DEZE VOORWAARDE TE VOLDOEN , OOK INDIEN DEZE OVER EEN DOOR DE STAAT VAN VESTIGING AFGEGEVEN VERGUNNING BESCHIKT , MET DIEN VERSTANDE EVENWEL DAT DE LID-STAAT WAAR DE DIENST WORDT VERRICHT , BIJ HET ONDERZOEK VAN DE AANVRAGE EN BIJ DE AFGIFTE VAN DE VERGUNNING GEEN ENKEL ONDERSCHEID MAAKT OP GROND VAN DE NATIONALITEIT OF DE PLAATS VAN VESTIGING VAN DE DIENSTVERRICHTER , EN BOVENDIEN REKENING HOUDT MET DE BEWIJSSTUKKEN EN WAARBORGEN DIE DE DIENSTVERRICHTER VOOR DE UITOEFENING VAN ZIJN WERKZAAMHEDEN IN DE LID-STAAT VAN VESTIGING REEDS HEEFT VERSCHAFT .

Partijen


IN ZAAK 279/80 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN IN DE ALDAAR DIENENDE STRAFZAAK TEGEN

ALFRED JOHN WEBB

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING VAN DE ARTIKELEN 60 EN 59 EEG-VERDRAG ,

Overwegingen van het arrest


1 BIJ ARREST VAN 9 DECEMBER 1980 , INGEKOMEN TEN HOVE OP 30 DECEMBER DAAROPVOLGENDE , HEEFT DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG DRIE PREJUDICIELE VRAGEN GESTELD OVER DE UITLEGGING VAN DE ARTI KELEN 59 EN 60 EEG-VERDRAG IN VERBAND MET DE NEDERLANDSE WETGEVING INZAKE HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN .

2 DEZE VRAGEN ZIJN GEREZEN IN EEN STRAFGEDING TER ZAKE VAN OVERTREDING VAN ARTIKEL 1 VAN HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 10 SEPTEMBER 1970 ( STB . 410 ). DEZE BEPALING VERBIEDT HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN ZONDER VERGUNNING VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN .

3 VOORNOEMD KONINKLIJK BESLUIT IS VASTGESTELD KRACHTENS ARTIKEL 2 , EERSTE LID , AANHEF EN SUB A , VAN DE WET OP HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN VAN 31 JULI 1965 ( STB . 379 ), ZOALS GEWIJZIGD BIJ DE WET VAN 30 JUNI 1967 ( STB . 377 ). INGEVOLGE DIT ARTIKEL KAN HET ZONDER VERGUNNING TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN BIJ ALGEMENE MAATREGEL VAN BESTUUR WORDEN VERBODEN , INDIEN HET BELANG VAN GOEDE VERHOUDINGEN OP DE ARBEIDSMARKT OF HET BELANG DER BETROKKEN ARBEIDSKRACHTEN ZULKS VEREIST . ARTIKEL 6 , LID 1 , VAN DE WET BEPAALT EVENWEL DAT EEN VERGUNNING SLECHTS WORDT GEWEIGERD , INDIEN GEGRONDE VREES BESTAAT , DAT HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN DOOR DE AANVRAGER HET BELANG VAN GOEDE VERHOUDINGEN OP DE ARBEIDSMARKT ZOU SCHADEN OF DAT DAARBIJ HET BELANG DER BETROKKEN ARBEIDSKRACHTEN ONVOLDOENDE ZOU ZIJN GEWAARBORGD .

4 ARTIKEL 1 , LID 1 , SUB B , VAN DE WET OMSCHRIJFT DE BETROKKEN ACTIVITEIT ALS HET TEGEN VERGOEDING TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN AAN EEN ANDER VOOR HET , ANDERS DAN KRACHTENS EEN MET DEZE GESLOTEN ARBEIDSOVEREENKOMST , IN DIENS ONDERNEMING VERRICHTEN VAN ALDAAR GEBRUIKELIJKE ARBEID .

5 VERDACHTE IN HET HOOFDGEDING , ALFRED JOHN WEBB , IS DIRECTEUR VAN EEN IN HET VERENIGD KONINKRIJK GEVESTIGDE VENNOOTSCHAP NAAR ENGELS RECHT EN HOUDER VAN EEN BRITSE VERGUNNING VOOR HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN . DE VENNOOTSCHAP HOUDT ZICH ONDER MEER BEZIG MET HET UITZENDEN VAN TECHNISCH PERSONEEL NAAR NEDERLAND . HET PERSONEEL WORDT DOOR HAAR IN DIENST GENOMEN EN TIJDELIJK TEGEN VERGOEDING TER BESCHIKKING GESTELD VAN ONDERNEMINGEN IN NEDERLAND , ZONDER DAT TUSSEN DAT PERSONEEL EN DEZE ONDERNEMINGEN EEN ARBEIDSOVEREENKOMST TOTSTANDKOMT . DE FEITENRECHTER ACHTTE IN CASU BEWEZEN DAT DE VENNOOTSCHAP IN FEBRUARI 1978 , IN NEDERLAND , IN DRIE GEVALLEN TEGEN VERGOEDING ARBEIDSKRACHTEN TER BESCHIKKING HAD GESTELD VAN NEDERLANDSE ONDERNEMINGEN VOOR HET , ANDERS DAN KRACHTENS EEN MET DE ONDERNEMINGEN GESLOTEN ARBEIDSOVEREENKOMST , VERRICHTEN VAN ALDAAR GEBRUIKELIJKE ARBEID , ZONDER IN HET BEZIT TE ZIJN VAN EEN VERGUNNING VAN DE NEDERLANDSE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN .

6 IN CASSATIE WAS DE HOGE RAAD VAN MENING DAT ZIJN BESLISSING AFHING VAN DE VRAAG OF DE BETROKKEN NEDERLANDSE WETGEVING VERENIGBAAR WAS MET DE GEMEENSCHAPSRECHTELIJKE BEPALINGEN INZAKE HET VRIJ VERRICHTEN VAN DIENSTEN , EN MET NAME MET DE ARTIKELEN 59 EN 60 EEG-VERDRAG . HIJ HEEFT DERHALVE DE VOLGENDE VRAGEN VOORGELEGD :

' ' 1 . IS ONDER , DIENSTEN ' IN ARTIKEL 60 VAN HET VERDRAG MEDE BEGREPEN HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN ALS BEDOELD IN VOORMELD ARTIKEL 1 , EERSTE LID , AANHEF EN ONDER B , VAN DE WET OP HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN?

2.INDIEN VRAAG 1 BEVESTIGEND WORDT BEANTWOORD , STAAT DAN ARTIKEL 59 VAN HET VERDRAG - HETZIJ ALTIJD , HETZIJ ALLEEN ONDER BEPAALDE OMSTANDIGHEDEN - ERAAN IN DE WEG DAT EEN LID-STAAT , WAAR HET VERRICHTEN VAN DIE DIENST AFHANKELIJK IS GESTELD VAN EEN VERGUNNING - WELKE EIS IS GESTELD TENEINDE DIE VERGUNNING TE KUNNEN WEIGEREN ALS GEGRONDE VREES BESTAAT DAT HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN DOOR DE AANVRAGER HET BELANG VAN GOEDE VERHOUDINGEN OP DE ARBEIDSMARKT ZOU SCHADEN OF DAT DAARBIJ HET BELANG DER BETROKKEN ARBEIDSKRACHTEN ONVOLDOENDE GEWAARBORGD ZOU ZIJN - EEN IN EEN ANDERE LID-STAAT GEVESTIGDE DIENSTVERRICHTER VERPLICHT AAN DIE VOORWAARDE TE VOLDOEN?

3.IN HOEVERRE MAAKT HET VOOR HET ANTWOORD OP VRAAG 2 VERSCHIL OF DE BUITENLANDSE DIENSTVERRICHTER IN DE STAAT WAAR HIJ IS GEVESTIGD BESCHIKT OVER EEN VERGUNNING VOOR HET ALDAAR VERRICHTEN VAN DIE DIENST?

' '

DE EERSTE VRAAG

7 MET DE EERSTE VRAAG WENST DE NATIONALE RECHTER IN WEZEN TE VERNEMEN , OF ONDER ' ' DIENSTEN ' ' IN ARTIKEL 60 EEG-VERDRAG MEDE IS BEGREPEN HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN IN DE ZIN VAN GENOEMDE NEDERLANDSE WET .

8 VOLGENS ARTIKEL 60 , EERSTE ALINEA , EEG-VERDRAG WORDEN ALS DIENSTEN BESCHOUWD DE DIENSTVERRICHTINGEN WELKE GEWOONLIJK TEGEN VERGOEDING GESCHIEDEN , VOOR ZOVER DE BEPALINGEN BETREFFENDE HET VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN , KAPITAAL EN PERSONEN OP DEZE DIENSTVERRICHTINGEN NIET VAN TOEPASSING ZIJN . DE TWEEDE ALINEA VAN DIT ARTIKEL NOEMT ENKELE VOORBEELDEN VAN WERKZAAMHEDEN DIE ONDER HET BEGRIP DIENSTEN VALLEN .

9 DE WERKZAAMHEDEN VAN EEN ONDERNEMING , BESTAANDE IN HET TEGEN VERGOEDING TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN DIE IN DIENST VAN DIE ONDERNEMING BLIJVEN ZONDER DAT ER MET HET INLENENDE BEDRIJF EEN ARBEIDSOVEREENKOMST TOTSTANDKOMT , ZIJN BEROEPSWERKZAAMHEDEN DIE AAN DE VOORWAARDEN VAN ARTIKEL 60 , EERSTE ALINEA , VOLDOEN . ZIJ MOETEN MITSDIEN WORDEN BESCHOUWD ALS EEN DIENSTVERRICHTING IN DE ZIN VAN DEZE BEPALING .

10 DE FRANSE REGERING HEEFT IN DIT VERBAND GEWEZEN OP DE BIJZONDERE AARD VAN DE BETROKKEN WERKZAAMHEDEN DIE , HOEWEL VALLENDE ONDER HET BEGRIP DIENSTEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 60 EEG-VERDRAG , TOCH OP BIJZONDERE WIJZE ZOUDEN ZIJN TE BEHANDELEN NAAR GELANG OOK DE BEPALINGEN INZAKE DE SOCIALE POLITIEK EN HET VRIJ VERKEER VAN PERSONEN EROP VAN TOEPASSING ZOUDEN KUNNEN ZIJN . HET MOGE JUIST ZIJN DAT WERKNEMERS IN DIENST VAN ONDERNEMINGEN DIE ARBEIDSKRACHTEN TER BESCHIKKING STELLEN , ONDER OMSTANDIGHEDEN ONDER DE ARTIKELEN 48 TOT EN MET 51 EEG-VERDRAG EN DE TER UITVOERING DAARVAN VASTGESTELDE GEMEENSCHAPSVERORDENINGEN VALLEN , DOCH DIT NEEMT NIET WEG DAT DE ONDERNEMINGEN WAARBIJ DIE WERKNEMERS IN DIENST ZIJN , ZIJN AAN TE MERKEN ALS VERRICHTERS VAN DIENSTEN WAAROP DE ARTIKELEN 59 E.V . EEG-VERDRAG VAN TOEPASSING ZIJN . GELIJK HET HOF ONDER MEER IN HET ARREST VAN 3 DECEMBER 1974 ( ZAAK 33/74 , VAN BINSBERGEN , JURISPR . 1974 , BLZ . 1299 ) REEDS VASTSTELDE , KAN DE BIJZONDERE AARD VAN BEPAALDE DIENSTVERRICHTINGEN DEZE WERKZAAMHEDEN NIET ONTTREKKEN AAN DE BEPALINGEN INZAKE HET VRIJ VERKEER VAN DIENSTEN .

11 OP DE EERSTE VRAAG MOET DERHALVE WORDEN GEANTWOORD , DAT ONDER ' ' DIENSTEN ' ' IN ARTIKEL 60 EEG-VERDRAG MEDE IS BEGREPEN HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN ALS BEDOELD IN DE WET OP HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN .

DE TWEEDE EN DE DERDE VRAAG

12 MET DE TWEEDE EN DE DERDE VRAAG WORDT IN WEZEN GEVRAAGD , OF ARTIKEL 59 EEG-VERDRAG EEN LID-STAAT VERBIEDT , VAN EEN IN EEN ANDERE LID-STAAT GEVESTIGDE ONDERNEMING EEN VERGUNNING TE VERLANGEN VOOR HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN OP ZIJN GRONDGEBIED , MET NAME WANNEER DEZE ONDERNEMING IN HET BEZIT IS VAN EEN DOOR DIE ANDERE LID-STAAT AFGEGEVEN VERGUNNING .

13 VOLGENS ARTIKEL 59 , EERSTE ALINEA , EEG-VERDRAG WORDEN DE BEPERKINGEN OP HET VRIJ VERRICHTEN VAN DIENSTEN BINNEN DE GEMEENSCHAP IN DE LOOP VAN DE OVERGANGSPERIODE GELEIDELIJK OPGEHEVEN TEN AANZIEN VAN DE ONDERDANEN DER LID-STATEN VAN DE GEMEENSCHAP . GELIJK HET HOF VASTSTELDE IN HET ARREST VAN 18 JANUARI 1979 ( GEVOEGDE ZAKEN 110 EN 111/78 , VAN WESEMAEL , JURISPR . 1979 , BLZ . 35 ), LEGT DEZE BEPALING , UITGELEGD IN HET LICHT VAN ARTIKEL 8 , LID 7 , VAN HET VERDRAG , EEN NAUWKEURIGE RESULTAATSVERPLICHTING OP , WAARVAN DE NAKOMING MOEST WORDEN VERGEMAKKELIJKT DOOR , DOCH NIET AFHANKELIJK WAS VAN DE UITVOERING VAN EEN PROGRAMMA VAN GELEIDELIJKE MAATREGELEN . BIJGEVOLG ZIJN DE DWINGENDE BEPALINGEN VAN ARTIKEL 59 VAN HET VERDRAG AAN HET EINDE VAN BEDOELDE PERIODE RECHTSTREEKS EN ONVOORWAARDELIJK VAN TOEPASSING GEWORDEN .

14 DEZE DWINGENDE BEPALINGEN BRENGEN DE OPHEFFING MEE VAN ALLE DISCRIMINATIES JEGENS DEGENE DIE DE DIENSTEN VERRICHT , WELKE ZIJN GEBASEERD OP ZIJN NATIONALITEIT OF OP DE OMSTANDIGHEID DAT HIJ IS GEVESTIGD IN EEN ANDERE LID-STAAT DAN DIE WAAR DE DIENST MOET WORDEN VERRICHT .

15 VOLGENS DE DUITSE EN DE DEENSE REGERING DIENT , ALS ALGEMENE REGEL , DE WETTELIJKE REGELING VAN DE STAAT WAAR DE DIENST WORDT VERRICHT , VOOR DE VERRICHTER VAN DE DIENST EVENZEER TEN VOLLE TE GELDEN ALS VOOR DE IN DIE STAAT GEVESTIGDE ONDERNEMINGEN , ZULKS GELET OP HET GELIJKHEIDSBEGINSEL EN MET NAME OP ARTIKEL 60 , DERDE ALINEA , VAN HET VERDRAG , VOLGENS HETWELK DEGENE DIE DE DIENSTEN VERRICHT , DAARTOE ZIJN WERKZAAMHEDEN KAN UITOEFENEN IN HET LAND WAAR DE DIENST WORDT VERRICHT , ONDER DEZELFDE VOORWAARDEN ALS DIE WELKE DAT LAND AAN ZIJN EIGEN ONDERDANEN OPLEGT .

16 ARTIKEL 60 , DERDE ALINEA , WIL IN DE EERSTE PLAATS HET DE DIENSTVERRICHTER MOGELIJK MAKEN ZIJN WERKZAAMHEDEN UIT TE OEFENEN IN DE LID-STAAT WAAR DE DIENST WORDT VERRICHT , ZONDER TEN OPZICHTE VAN DE ONDERDANEN VAN DIE STAAT TE WORDEN GEDISCRIMINEERD . DEZE BEPALING HOUDT ECHTER NIET IN , DAT ELKE NATIONALE WETTELIJKE BEPALING DIE VOOR DE ONDERDANEN VAN DIE STAAT GELDT EN DIE GEWOONLIJK HET OOG HEEFT OP EEN DUURZAME ACTIVITEIT VAN ALDAAR GEVESTIGDE ONDERNEMINGEN , EVENEENS TEN VOLLE KAN WORDEN TOEGEPAST OP WERKZAAMHEDEN VAN TIJDELIJKE AARD , UITGEOEFEND DOOR IN ANDERE LID-STATEN GEVESTIGDE ONDERNEMINGEN .

17 IN VOORNOEMD ARREST VAN 18 JANUARI 1979 HEEFT HET HOF OVERWOGEN DAT , GELET OP DE BIJZONDERE AARD VAN SOMMIGE DIENSTEN , BEPAALDE SPECIFIEKE EISEN , AAN DE DIENSTVERRICHTER GESTELD TENEINDE VOOR DAT TYPE WERKZAAMHEDEN GELDENDE REGELS TE KUNNEN TOEPASSEN , NIET ALS ONVERENIGBAAR MET HET VERDRAG KUNNEN WORDEN BESCHOUWD . ALS GRONDBEGINSEL VAN HET VERDRAG KAN HET VRIJ VERRICHTEN VAN DIENSTEN ECHTER SLECHTS WORDEN BEPERKT DOOR REGELINGEN DIE HUN RECHTVAARDIGING VINDEN IN HET ALGEMEEN BELANG EN DIE GELDEN VOOR IEDERE PERSOON OF ONDERNEMING DIE OP HET GRONDGEBIED VAN BEDOELDE STAAT WERKZAAM IS , VOOR ZOVER DIT BELANG NIET WORDT GEWAARBORGD DOOR DE REGELS WAARAAN DE DIENSTVERRICHTER IS ONDERWORPEN IN DE LID-STAAT WAAR HIJ IS GEVESTIGD .

18 IN DIT VERBAND DIENT TE WORDEN ERKEND , DAT HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN EEN TERREIN VORMT DAT ZOWEL VOOR DE NALEVING VAN BEROEPSREGELS ALS UIT SOCIAAL OOGPUNT UITERST GEVOELIG LIGT . WEGENS DE BIJZONDERE AARD VAN DE ARBEIDSBETREKKINGEN DIE EIGEN ZIJN AAN DEZE ACTIVITEIT , WORDEN DOOR DE UITOEFENING HIERVAN ZOWEL DE VERHOUDINGEN OP DE ARBEIDSMARKT ALS DE RECHTMATIGE BELANGEN VAN DE BETROKKEN WERKNEMERS RECHTSTREEKS BEINVLOED . DIT BLIJKT OVERIGENS UIT DE WETTELIJKE REGELINGEN TERZAKE VAN SOMMIGE LID-STATEN , DIE ENERZIJDS TRACHTEN AAN EVENTUELE MISBRUIKEN EEN EINDE TE MAKEN EN ANDERZIJDS HET WERKTERREIN VAN DEZE ACTIVITEIT TE BEPERKEN , OF HAAR ZELFS GEHEEL TE VERBIEDEN .

19 HIERUIT VOLGT INZONDERHEID DAT HET DE LID-STATEN ALS EEN LEGITIEME BELEIDSKEUZE IN HET ALGEMEEN BELANG VRIJSTAAT , HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN OP HUN GRONDGEBIED TE BINDEN AAN EEN STELSEL VAN VERGUNNINGEN , TENEINDE DE AFGIFTE HIERVAN TE KUNNEN WEIGEREN WANNEER ER GEGRONDE VREES BESTAAT DAT DEZE ACTIVITEIT HET BELANG VAN GOEDE VERHOUDINGEN OP DE ARBEIDSMARKT ZOU SCHADEN OF DAT DAARBIJ HET BELANG DER BETROKKEN ARBEIDSKRACHTEN ONVOLDOENDE GEWAARBORGD ZOU ZIJN . GELET OP DE MOGELIJKE VERSCHILLEN TUSSEN DE LID-STATEN MET BETREKKING TOT DE SITUATIE OP DE ARBEIDSMARKT EN OP DE VERSCHEIDENHEID VAN BEOORDELINGSMAATSTAVEN DIE VOOR DE UITOEFENING VAN DIT TYPE ACTIVITEIT GELDEN , KAN DE LID-STAAT WAAR DE DIENST WORDT VERRICHT , NIET HET RECHT WORDEN ONTZEGD , EEN VERGUNNING TE EISEN DIE WORDT AFGEGEVEN NAAR DEZELFDE MAATSTAVEN ALS VOOR EIGEN ONDERDANEN GELDEN .

20 DEZE MAATREGEL ZOU ECHTER HET BEOOGDE DOEL VOORBIJSCHIETEN WANNEER DE VOORWAARDEN DIE VOOR DE AFGIFTE VAN EEN VERGUNNING WORDEN GESTELD , EEN ONNODIGE HERHALING OPLEVEREN VERGELEKEN MET DE BEWIJSSTUKKEN EN WAARBORGEN DIE IN DE STAAT VAN VESTIGING REEDS ZIJN GEEIST . DE EERBIEDIGING VAN HET BEGINSEL VAN HET VRIJ VERRICHTEN VAN DIENSTEN VERLANGT ENERZIJDS , DAT DE LID-STAAT WAAR DE DIENST WORDT VERRICHT , BIJ HET ONDERZOEK VAN DE AANVRAGE EN BIJ DE AFGIFTE VAN DE VERGUNNING GEEN ENKEL ONDERSCHEID MAAKT OP GROND VAN DE NATIONALITEIT OF DE PLAATS VAN VESTIGING VAN DE DIENSTVERRICHTER , EN ANDERZIJDS , DAT HIJ REKENING HOUDT MET DE BEWIJSSTUKKEN EN WAARBORGEN DIE DE DIENSTVERRICHTER VOOR DE UITOEFENING VAN ZIJN WERKZAAMHEDEN IN DE LID-STAAT VAN VESTIGING REEDS HEEFT VERSCHAFT .

21 OP DE TWEEDE EN DE DERDE VRAAG VAN DE HOGE RAAD MOET DUS WORDEN GEANTWOORD , DAT ARTIKEL 59 NIET ERAAN IN DE WEG STAAT , DAT EEN LID-STAAT DIE EEN VERGUNNING EIST VAN ONDERNEMINGEN DIE ARBEIDSKRACHTEN TER BESCHIKKING STELLEN , EEN IN EEN ANDERE LID-STAAT GEVESTIGDE DIENSTVERRICHTER DIE DERGELIJKE WERKZAAMHEDEN OP ZIJN GRONDGEBIED UITOEFENT , VERPLICHT AAN DEZE VOORWAARDE TE VOLDOEN , OOK INDIEN DEZE OVER EEN DOOR DE STAAT VAN VESTIGING AFGEGEVEN VERGUNNING BESCHIKT , MET DIEN VERSTANDE EVENWEL DAT DE LID-STAAT WAAR DE DIENST WORDT VERRICHT , BIJ HET ONDERZOEK VAN DE AANVRAGE EN BIJ DE AFGIFTE VAN DE VERGUNNING GEEN ENKEL ONDERSCHEID MAAKT OP GROND VAN DE NATIONALITEIT OF DE PLAATS VAN VESTIGING VAN DE DIENSTVERRICHTER , EN BOVENDIEN REKENING HOUDT MET DE BEWIJSSTUKKEN EN WAARBORGEN DIE DE DIENSTVERRICHTER VOOR DE UITOEFENING VAN ZIJN WERKZAAMHEDEN IN DE LID-STAAT VAN VESTIGING REEDS HEEFT VERSCHAFT .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

DE KOSTEN DOOR DE NEDERLANDSE , DE DUITSE , DE BRITSE , DE FRANSE EN DE DEENSE REGERING ALSMEDE DOOR DE COMMISSIE WEGENS INDIENING HUNNER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN . TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ,

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BIJ ARREST VAN 9 DECEMBER 1980 GESTELDE VRAGEN , VERKLAART VOOR RECHT :

1 . ONDER ' ' DIENSTEN ' ' IN ARTIKEL 60 EEG-VERDRAG IS MEDE BEGREPEN HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN ALS BEDOELD IN DE WET OP HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN ARBEIDSKRACHTEN .

2 . ARTIKEL 59 STAAT ER NIET AAN IN DE WEG DAT EEN LID-STAAT DIE EEN VERGUNNING EIST VAN ONDERNEMINGEN DIE ARBEIDSKRACHTEN TER BESCHIKKING STELLEN , EEN IN EEN ANDERE LID-STAAT GEVESTIGDE DIENSTVERRICHTER DIE DERGELIJKE WERKZAAMHEDEN OP ZIJN GRONDGEBIED UITOEFENT , VERPLICHT AAN DEZE VOORWAARDE TE VOLDOEN , OOK INDIEN DEZE OVER EEN DOOR DE STAAT VAN VESTIGING AFGEGEVEN VERGUNNING BESCHIKT , MET DIEN VERSTANDE EVENWEL DAT DE LID-STAAT WAAR DE DIENST WORDT VERRICHT , BIJ HET ONDERZOEK VAN DE AANVRAGE EN BIJ DE AFGIFTE VAN DE VERGUNNING GEEN ENKEL ONDERSCHEID MAAKT OP GROND VAN DE NATIONALITEIT OF DE PLAATS VAN VESTIGING VAN DE DIENSTVERRICHTER , EN BOVENDIEN REKENING HOUDT MET DE BEWIJSSTUKKEN EN WAARBORGEN DIE DE DIENSTVERRICHTER VOOR DE UITOEFENING VAN ZIJN WERKZAAMHEDEN IN DE LID-STAAT VAN VESTIGING REEDS HEEFT VERSCHAFT .

Top