Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61980CJ0244

Arrest van het Hof van 16 december 1981.
Pasquale Foglia tegen Mariella Novello.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Pretore te Bra - Italië.
Belastingregeling voor likeurwijn.
Zaak 244/80.

European Court Reports 1981 -03045

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1981:302

61980J0244

ARREST VAN HET HOF VAN 16 DECEMBER 1981. - PASQUALE FOGLIA TEGEN MARIELLA NOVELLO. - (" BELASTINGREGELING VOOR LIKEURWIJN "). - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE PRETORE TE BRA). - ZAAK NO. 244/80.

Jurisprudentie 1981 bladzijde 03045
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00243
Finse bijz. uitgave bladzijde 00251
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00819


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


1 . PREJUDICIELE VRAGEN - BEVOEGDHEID VAN NATIONALE RECHTER - BEOORDELING VAN NOODZAAK DER VRAGEN - UITSLUITENDE TOEPASSING VAN GEMEENSCHAPSRECHT

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 177 )

2 . PREJUDICIELE VRAGEN - BEVOEGDHEID VAN HOF - GRENZEN - VRAGEN GESTELD IN HET KADER VAN DOOR PARTIJEN OPGEZETTE PROCEDURELE CONSTRUCTIES - TOETSING DOOR HOF VAN EIGEN BEVOEGDHEID

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 177 )

3 . LID-STATEN - TOEPASSING VAN GEMEENSCHAPSRECHT DOOR NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE - GEDING BETREFFENDE VERENIGBAARHEID VAN WETGEVING VAN EEN ANDERE LID-STAAT MET GEMEENSCHAPSRECHT - MOGELIJKHEID BETROKKEN LID-STAAT IN RECHTE TE BETREKKEN - BEOORDELING OP BASIS VAN RECHT VAN FORUMSTAAT EN INTERNATIONAAL RECHT

4 . PREJUDICIELE VRAGEN - BEVOEGDHEID VAN HOF - VRAAG DIE NATIONALE RECHTER IN STAAT MOET STELLEN , VERENIGBAARHEID VAN WETGEVING VAN EEN ANDERE LID-STAAT MET GEMEENSCHAPSRECHT TE BEOORDELEN - HOEDANIGHEID VAN PARTIJEN IN NATIONAAL PROCES - BIJZONDERE WAAKZAAMHEID VAN HOF

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 177 )

5 . PREJUDICIELE VRAGEN - BEVOEGDHEID VAN HOF - VOORWAARDEN VOOR UITOEFENING - AARD EN DOEL VAN NATIONALE CONTENTIEUZE PROCEDURES - NIET VAN INVLOED

( EEG-VERDRAG , ARTIKEL 177 )

Samenvatting


1 . VOLGENS DE OPZET VAN ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG STAAT HET AAN DE NATIONALE RECHTER - GEZIEN HET FEIT DAT HEM HET BODEMGESCHIL WORDT VOORGELEGD EN DAT HIJ DE VERANTWOORDELIJKHEID VOOR DE TE NEMEN BESLISSING ZAL MOETEN DRAGEN - OM IN HET LICHT VAN DE CONCRETE FEITEN TE BEOORDELEN OF HET VOOR HET WIJZEN VAN ZIJN VONNIS NOODZAKELIJK IS , EEN PREJUDICIELE VRAAG TE STELLEN . MAAKT DE NATIONALE RECHTER GEBRUIK VAN DEZE BEOORDELINGSBEVOEGDHEID , DAN VERVULT HIJ IN SAMENWERKING MET HET HOF VAN JUSTITIE EEN TAAK DIE HUN GEZAMENLIJK IS OPGEDRAGEN OM DE EERBIEDIGING VAN HET RECHT BIJ DE TOEPASSING EN DE UITLEGGING VAN HET VERDRAG TE WAARBORGEN . MITSDIEN VALLEN DE PROBLEMEN DIE UIT DE UITOEFENING DOOR DE NATIONALE RECHTER VAN ZIJN BEOORDELINGSBEVOEGDHEID , KUNNEN RIJZEN EN DE BETREKKINGEN DIE HIJ IN HET KADER VAN ARTIKEL 177 MET HET HOF ONDERHOUDT , UITSLUITEND ONDER DE REGELS VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT .

2 . ARTIKEL 177 DRAAGT HET HOF NIET OP RECHTSGELEERDE ADVIEZEN OVER ALGEMENE OF HYPOTHETISCHE VRAAGSTUKKEN TE FORMULEREN , MAAR BIJ TE DRAGEN AAN EEN GOEDE RECHTSBEDELING IN DE LID-STATEN . HET ZOU DUS NIET BEVOEGD ZIJN OM TE ANTWOORDEN OP UITLEGGINGSVRAGEN DIE HEM ZOUDEN WORDEN GESTELD IN HET KADER VAN PROCEDURELE CONSTRUCTIES , DOOR PARTIJEN OPGEZET OM EEN UITSPRAAK VAN HET HOF UIT TE LOKKEN OVER BEPAALDE PROBLEMEN VAN GEMEENSCHAPSRECHT , ZONDER DAT DAARAAN WERKELIJK BEHOEFTE BESTAAT MET HET OOG OP DE BESLECHTING VAN EEN GESCHIL . EEN ONBEVOEGDVERKLARING IN EEN DERGELIJKE HYPOTHESE MAAKT GEENSZINS INBREUK OP DE PREROGATIEVEN VAN DE NATIONALE RECHTER , DOCH MAAKT HET MOGELIJK HET GEBRUIK VAN DE PROCEDURE VAN ARTIKEL 177 VOOR ANDERE DAN DE DAARMEE EIGENLIJK BEOOGDE DOELEINDEN TE VERMIJDEN .

HOEWEL HET HOF IN ZEER RUIME MATE MOET KUNNEN AFGAAN OP DE BEOORDELING VAN DE NATIONALE RECHTER OMTRENT DE NOODZAAK VAN DE AAN HET HOF GESTELDE VRAGEN , MOET HET TOCH IN STAAT WORDEN GESTELD ZELF ALLE ELEMENTEN TE BEOORDELEN DIE VERBAND HOUDEN MET DE VERVULLING VAN ZIJN EIGEN TAAK , MET NAME OM , ZOALS IEDERE RECHTERLIJKE INSTANTIE GEHOUDEN IS TE DOEN , ZIJN EIGEN BEVOEGDHEID TE TOETSEN .

3 . BIJ GEBREKE VAN GEMEENSCHAPSBEPALINGEN ZIJN DE MOGELIJKHEDEN OM EEN LID-STAAT VOOR EEN NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE VAN EEN ANDERE LID-STAAT IN RECHTE TE BETREKKEN , AFHANKELIJK VAN HET PROCESRECHT VAN DE FORUMSTAAT EN VAN DE BEGINSELEN VAN HET VOLKENRECHT .

4 . IN HET GEVAL VAN VRAGEN DIE DE NATIONALE RECHTER IN STAAT MOETEN STELLEN TE BEOORDELEN OF WETTELIJKE OF BESTUURSRECHTELIJKE BEPALINGEN VAN EEN ANDERE LID-STAAT IN OVEREENSTEMMING ZIJN MET HET GEMEENSCHAPSRECHT , MAG DE MATE VAN RECHTSBESCHERMING NIET VERSCHILLEN NAAR GELANG DERGELIJKE VRAGEN WORDEN OPGEWORPEN IN EEN PROCES TUSSEN PARTICULIEREN DAN WEL IN EEN ACTIE WAARBIJ DE STAAT WELKS WETGEVING WORDT BETWIST , PARTIJ IS , DOCH IN HET EERSTE GEVAL DIENT HET HOF HEEL IN HET BIJZONDER EROP TOE TE ZIEN DAT DE PROCEDURE VAN ARTIKEL 177 NIET WORDT GE BRUIKT VOOR DOELEINDEN DIE HET VERDRAG NIET HEEFT BEOOGD .

5 . DE VOORWAARDEN WAARONDER HET HOF ZIJN TAAK UIT HOOFDE VAN ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VERVULT , ZIJN ONAFHANKELIJK VAN DE AARD EN DOELSTELLING DER VOOR DE NATIONALE RECHTER AANGEVANGEN RECHTSGEDINGEN . ARTIKEL 177 VERWIJST NAAR HET DOOR DE NATIONALE RECHTER TE WIJZEN ' ' VONNIS ' ' , ZONDER EEN BIJZONDERE REGELING NAARGELANG VAN DE EVENTUEEL DECLARATOIRE AARD VAN HET VONNIS TE VOORZIEN .

Partijen


IN ZAAK 244/80 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN DE PRETORE TE BRA , IN HET ALDAAR AANHANGIGE GEDING TUSSEN

PASQUALE FOGLIA , TE S . VITTORIA D ' ALBA ,

EN

MARIELLA NOVELLO , TE MAGLIANO ALFIERI ,

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING VAN DE ARTIKELEN 177 EN 95 EEG-VERDRAG ,

Overwegingen van het arrest


1 BIJ BESCHIKKING VAN 18 OKTOBER 1980 , INGEKOMEN TEN HOVE OP 5 NOVEMBER 1980 , HEEFT DE PRETORE TE BRA KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VIJF PREJUDICIELE VRAGEN OVER DE UITLEGGING VAN DE ARTIKELEN 177 EN 95 EEG-VERDRAG GESTELD .

2 DEZE BESCHIKKING IS GEGEVEN IN HET KADER VAN EEN VOOR DE PRETORE AANHANGIG GEDING DAT REEDS AANLEIDING HEEFT GEGEVEN TOT EEN EERSTE REEKS PREJUDICIELE VRAGEN BETREFFENDE DE UITLEGGING VAN DE ARTIKELEN 92 EN 95 EEG-VERDRAG , WAAROVER HET HOF OP 11 MAART 1980 ARREST HEEFT GEWEZEN ( ZAAK 104/79 , FOGLIA T . NOVELLO , JURISPR . 1980 , BLZ . 745 ).

3 ER ZIJ AAN HERINNERD DAT HET HOOFDGEDING BETREKKING HEEFT OP DE VERZENDKOSTEN DIE VERZOEKER FOGLIA , WIJNHANDELAAR TE SANTA VITTORIA D ' ALBA IN DE PROVINCIE CUNEO , PIEMONT , ITALIE , HEEFT GEMAAKT VOOR DE VERZENDING VAN ENIGE DOZEN ITALIAANSE LIKEURWIJN DIE DOOR VERWEERSTER NOVELLO WAREN GEKOCHT EN VOLGENS HAAR ORDER NAAR EEN ADRESSAAT TE MENTON , FRANKRIJK , WAREN VERVOERD .

4 BLIJKENS HET DOSSIER WAS IN DE VERKOOPOVEREENKOMST TUSSEN FOGLIA EN NOVELLO BEPAALD DAT BELASTINGEN DIE EVENTUEEL DOOR DE ITALIAANSE OF FRANSE AUTORITEITEN ZOUDEN WORDEN GEHEVEN EN DIE IN STRIJD MET DE REGELING VAN HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN TUSSEN BEIDE LANDEN , ALTHANS ONVERSCHULDIGD WAREN , NIET VOOR REKENING VAN NOVELLO ZOUDEN KOMEN . FOGLIA LIET EEN SOORTGELIJKE CLAUSULE OPNEMEN IN ZIJN OVEREENKOMST MET DANZAS , DE ONDERNEMING DIE HIJ MET HET TRANSPORT VAN DE LIKEURWIJN NAAR MENTON BELASTTE ; VOLGENS DEZE CLAUSULE ZOUDEN DIE ONWETTIGE OF ONVERSCHULDIGDE BELASTINGEN NIET TEN LASTE VAN FOGLIA KOMEN .

5 IN DE EERSTE VERWIJZINGSBESCHIKKING DIE HEEFT GELEID TOT HET ARREST VAN 11 MAART 1980 , WERD VASTGESTELD DAT HET GEDING ENKEL BETREKKING HAD OP HET BEDRAG DAT BIJ DE INVOER VAN DE LIKEURWIJN IN FRANKRIJK TER ZAKE VAN VERBRUIKSBELASTING IS BETAALD . BLIJKENS HET DOSSIER HAD DANZAS DE VERBRUIKSBELASTING ZONDER PROTEST OF BEZWAAR AAN DE FRANSE ADMINISTRATIE BETAALD ; DE DOOR DANZAS AAN FOLGIA AANGEBODEN FACTUUR VOOR VERZENDKOSTEN , WAAROP HET BETROKKEN BEDRAG WAS OPGEVOERD , WAS DOOR FOGLIA VOLLEDIG VOLDAAN ZONDER DAT HIJ ZICH BERIEP OP DE UITDRUKKELIJK OVEREENGEKOMEN CLAUSULE BETREFFENDE ' ' ONWETTIGE OF ONVERSCHULDIGDE BELASTINGEN ' ' ; NOVELLO HAD DAARENTEGEN GEWEIGERD DIT BEDRAG AAN FOGLIA TERUG TE BETALEN ONDER VERWIJZING NAAR DE GELIJKLUIDENDE CLAUSULE UIT HAAR CONTRACT .

6 DAAR DE DOOR NOVELLO AANGEVOERDE WEREN DOOR DE PRETORE ALDUS WERDEN OPGEVAT , DAT ZIJ DE GELDIGHEID VAN DE FRANSE WETTELIJKE REGELING BETREFFENDE DE VERBRUIKSBELASTING OP LIKEURWIJN MET HET OOG OP HET EEG-VERDRAG AAN DE ORDE STELDEN , HAD HIJ HET HOF EEN AANTAL VRAGEN OVER DE UITLEGGING VAN ARTI- KEL 95 , SUBSIDIAIR ARTIKEL 92 VAN HET VERDRAG GESTELD .

7 IN VOORNOEMD ARREST VAN 11 MAART 1980 HEEFT HET HOF VOOR RECHT VERKLAARD DAT HET NIET BEVOEGD WAS UITSPRAAK TE DOEN OP DE DOOR DE NATIONALE RECHTER GESTELDE VRAGEN . HET OVERWOOG HIERTOE :

' ' DE TAAK DIE HET HOF VAN JUSTITIE BIJ ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG IS OPGEDRAGEN , BESTAAT ERIN DE RECHTERLIJKE INSTANTIES VAN DE GEMEENSCHAP DE GEGEVENS VOOR DE UITLEGGING VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT TE VERSCHAFFEN , DIE ZIJ NODIG HEBBEN VOOR DE OPLOSSING VAN ECHTE GESCHILLEN WAARVAN ZIJ KENNIS NEMEN . ZO MEN HET HOF DOOR MIDDEL VAN CONSTRUCTIES ALS HIERVOOR BESCHREVEN , ZOU KUNNEN DWINGEN EEN UITSPRAAK TE DOEN , ZOU HET GEHELE STELSEL VAN RECHTSMIDDELEN WAAROVER DE PARTICULIEREN BESCHIKKEN OM ZICH TE BESCHERMEN TEGEN DE TOEPASSING VAN MET DE VERDRAGSBEPALINGEN STRIJDIGE BELASTINGWETTEN , IN HET GEDRANG WORDEN GEBRACHT . ' '

8 UIT DE VERWIJZINGSBESCHIKKING BLIJKT DAT DIT ARREST VAN HET HOF IS BETWIST DOOR VERWEERSTER IN HET HOOFDGEDING , DIE VAN MENING WAS DAT HET HOF MET DIT OORDEEL HAD INGEGREPEN IN DE AAN DE ITALIAANSE RECHTER VOORBEHOUDEN DISCRETIONAIRE BEVOEGDHEID . ZIJ BETOOGDE DAT EEN DERGELIJKE TOEPASSING VAN ARTI- KEL 177 DOOR HET HOF EEN VRAAGSTUK VAN NATIONALE CONSTITUTIONELE ORDE DEED RIJZEN . SUBSIDIAIR WIERP ZIJ EEN VRAAG OP BETREFFENDE DE UITLEGGING VAN ARTI- KEL 177 EEG-VERDRAG EN VERZOCHT ZIJ BOVENDIEN , DE FRANSE REPUBLIEK IN HET GEDING TE ROEPEN .

9 GEZIEN DEZE VERZOEKEN ACHTTE DE PRETORE TERMEN AANWEZIG OM ZICH OPNIEUW TOT HET HOF VAN JUSTITIE TE WENDEN MET ENKELE VRAGEN BETREFFENDE DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 177 VAN HET VERDRAG , TENEINDE DE STREKKING EN DE BETEKENIS VAN HET ARREST VAN 11 MAART 1980 NAUWKEURIGER EN ZEKERDER TE KUNNEN BEOORDELEN .

10 IN DE OVERWEGING DAT UIT DE FORMULERINGEN VAN ZIJN EERSTE BESCHIKKING EEN MISVERSTAND HAD KUNNEN RIJZEN HEEFT DE PRETORE BIJZONDERE NADRUK GELEGD OP EEN ELEMENT DAT VOLGENS HEM IN DIE BESCHIKKING NIET DUIDELIJK TOT UITING KWAM . VERWEERSTER HEEFT IMMERS VANAF DE EERSTE TERECHTZITTING GEWEIGERD , HAAR VORDERING TE BEPERKEN TOT DE EENVOUDIGE AFWIJZING VAN HET VERZOEKSCHRIFT VAN VERZOEKER . DOOR MIDDEL VAN EEN PROCEDURE DIE IN HET ITALIAANSE RECHT GEENSZINS ONGEWOON IS , HEEFT ZIJ ' ' EEN - BINNEN BEPAALDE GRENZEN AUTONOME - VORDERING TOT EEN DECLARATOIRE UITSPRAAK TERZAKE VAN DE SUBJECTIEVE EN OBJECTIEVE RECHTSTOESTAND ' ' INGEDIEND .

11 OM DIE REDENEN HEEFT DE PRETORE TE BRA BESLOTEN , ZICH OPNIEUW TOT HET HOF TE WENDEN MET DE VOLGENDE VRAGEN :

' ' 1 . HOE DIENT ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG TE WORDEN UITGELEGD WAT BETREFT DE BEOORDELINGSBEVOEGDHEID VAN HET HOF VAN JUSTITIE TEN AANZIEN VAN DE FORMULERING VAN DE VOORGELEGDE INTERPRETATIEVRAGEN EN VOORAL VAN DE FUNCTIE DAARVAN IN HET KADER VAN HET BODEMGESCHIL ; MEER IN HET BIJZONDER : WELKE ZIJN DE RESPECTIEVE BEVOEGDHEDEN VAN HET HOF EN VAN DE VERWIJZENDE RECHTERS - VOORAL GELET OP DE DOOR DE RESPECTIEVE NATIONALE RECHTSORDEN AAN DEZE LAATSTEN TOEGEKENDE BEVOEGDHEDEN - MET BETREKKING TOT DE BEOORDELING VAN ALLE OMSTANDIGHEDEN , FEITELIJK EN RECHTENS , WAARDOOR HET BODEMGESCHIL WORDT GEKENMERKT , EN VAN DE ALDAAR OPGEWORPEN VRAGEN , VOORAL WANNEER IN HET BODEMGESCHIL OM EN DECLARATOIR VONNIS WORDT VERZOCHT?

2.INGEVAL HET HOF VAN JUSTITIE ZICH IN EEN PREJUDICIELE PROCEDURE OM WELKE REDEN DAN OOK ONBEVOEGD VERKLAART UITSPRAAK TE DOEN OVER DE VOORGELEGDE VRAGEN , KAN DE VERWIJZENDE RECHTER DIE OP GROND VAN ZIJN NATIONALE RECHT HOE DAN OOK RECHT MOET DOEN AAN PARTIJEN , DAN EVENEENS OVERGAAN TOT INTERPRETATIE VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT , EN ZO JA , BINNEN WELKE GRENZEN EN VOLGENS WELKE CRITERIA , OF DIENT HIJ DAARENTEGEN UITSLUITEND TE BESLISSEN AAN DE HAND VAN HET NATIONALE RECHT?

3.BESTAAT ER IN HET KADER VAN DE UITLEGGINGSCRITERIA VAN ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG IN DE COMMUNAUTAIRE RECHTSORDE EEN ALGEMEEN BEGINSEL , VOLGENS HETWELK DE NATIONALE RECHTER - VOOR WIE EEN GESCHIL AANHANGIG IS WAARIN VRAGEN RIJZEN INZAKE DE UITLEGGING VAN GEMEENSCHAPSRECHT , DIE OOK NATIONALE REGELINGEN RAKEN WELKE EVENTUEEL TOT EEN ANDERE RECHTSORDE BEHOREN DAN DIE VAN DE AANGEZOCHTE RECHTER - VERPLICHT OF BEVOEGD IS VOOR DE PREJUDICIELE VERWIJZING NAAR HET HOF VAN JUSTITIE DE AUTORITEITEN VAN DE BETROKKEN LID-STAAT IN HET GEDING TE ROEPEN?

4.ALTHANS WORDEN , TELKENS WANNEER VOOR OF DOOR EEN NATIONALE RECHTER IN EEN PRIVAATRECHTELIJK GESCHIL EEN UITLEGGINGSVRAAG WORDT OPGEWORPEN DIE RECHTSTREEKS SUBJECTIEVE SITUATIES VAN BURGERS OF VAN HANDELAREN VAN EEN LID-STAAT RAAKT , DEZE SUBJECTIEVE SITUATIES VAN MATERIEEL GEMEENSCHAPSRECHT ANDERS , DAT WIL ZEGGEN MINDER BESCHERMD , DAN WANNEER DE ADMINI STRATIE VAN DE LID-STATEN WAARVAN DE RECHTSVOORSCHRIFTEN HET VOORWERP VAN UITLEGGINGSVRAGEN IN VERBAND MET HUN VERENIGBAARHEID MET HET EEG-VERDRAG VORMEN , HETZIJ VOOR DE NATIONALE RECHTER HETZIJ VOOR HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EEG VERTEGENWOORDIGD WORDT EN PARTIJ IS IN HET GESCHIL?

5.DIENT ARTIKEL 95 EEG-VERDRAG ALDUS TE WORDEN UITGELEGD DAT HET VERBOD VAN BINNENLANDSE BELASTINGEN DIE VERSCHILLEN NAAR GELANG VAN DE OORSPRONG EN DE HERKOMST VAN EEN PRODUKT , GEVALLEN OMVAT ALS DAT VAN DE FRANSE FISCALE REGELING VOOR LIKEURWIJNEN , DIE GEDETAILLEERD IS BESCHREVEN IN ZAAK 104/79?

' '

DE EERSTE , DERDE EN VIERDE VRAAG

12 IN DE EERSTE PLAATS HEEFT DE PRETORE GEVRAAGD OM EEN PRECISERING VAN DE AFBAKENING VAN DE DOOR HET VERDRAG ENERZIJDS AAN DE NATIONALE RECHTER EN ANDERZIJDS AAN HET HOF TOEGEKENDE BEOORDELINGSBEVOEGDHEID , MET BETREKKING TOT DE FORMULERING VAN PREJUDICIELE VRAGEN EN DE BEOORDELING VAN DE OMSTANDIGHEDEN , FEITELIJK EN RECHTENS , WAARDOOR HET BODEMGESCHIL WORDT GEKENMERKT , MET NAME INGEVAL DE NATIONALE RECHTER WORDT VERZOCHT OM EEN ' ' DECLARATOIR VONNIS ' ' .

13 DE DERDE EN VIERDE VRAAG BETREFFEN MEER INZONDERHEID HET GEVAL DAT DE UITLEGGINGSVRAGEN ZIJN GESTELD TENEINDE DE RECHTER IN STAAT TE STELLEN GESCHILLEN OP TE LOSSEN BETREFFENDE DE VERENIGBAARHEID MET HET GEMEENSCHAPSRECHT VAN NATIONALE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN DIE HETZIJ VAN DE FORUMSTAAT , HETZIJ , ZOALS IN CASU , VAN EEN ANDERE LID-STAAT ZIJN UITGEGAAN . TE DEZEN WORDT GEVRAAGD :

- OF ER , WANNEER VOOR EEN RECHTERLIJKE INSTANTIE VAN EEN LID-STAAT WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN VAN EEN ANDERE LID-STAAT WORDEN BETWIST , IN HET STELSEL VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT EEN ALGEMEEN BEGINSEL BESTAAT VOLGENS HETWELK DE RECHTER VOOR WIE EEN DERGELIJK TWISTPUNT AANHANGIG IS , VERPLICHT OF BEVOEGD IS OM DE AUTORITEITEN VAN DE BETROKKEN STAAT IN HET GEDING TE ROEPEN ALVORENS ZICH UIT TE SPREKEN OVER DE PREJUDICIELE VERWIJZING NAAR HET HOF ;

- OF DE MATE VAN BESCHERMING VOOR PARTICULIEREN INGEVOLGE DE PROCEDURE VAN ARTIKEL 177 VERSCHILT NAAR GELANG EEN DERGELIJK TWISTPUNT WORDT OPGEWORPEN IN HET KADER VAN EEN PROCES TUSSEN PARTICULIEREN DAN WEL EEN PROCES WAARBIJ DE ADMINISTRATIE VAN DE STAAT WAARVAN DE WETGEVING WORDT BETWIST , PARTIJ IS .

14 TEN AANZIEN VAN DE EERSTE VRAAG DIENT EROP TE WORDEN GEWEZEN - HET HOF HEEFT DIT IN DE MEEST UITEENLOPENDE GEVALLEN REEDS KUNNEN BEKLEMTONEN - DAT ARTIKEL 177 IS GEBASEERD OP EEN SAMENWERKING DIE EEN TAAKVERDELING TUSSEN DE NATIONALE EN DE COMMUNAUTAIRE RECHTER MEEBRENGT , IN HET BELANG VAN DE GOEDE TOEPASSING EN DE EENVORMIGE UITLEGGING VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT IN ALLE LID-STATEN .

15 HIERTOE STAAT HET AAN DE NATIONALE RECHTER - GEZIEN HET FEIT DAT HEM HET BODEMGESCHIL WORDT VOORGELEGD EN DAT HIJ DE VERANTWOORDELIJKHEID VOOR DE TE NEMEN BESLISSING ZAL MOETEN DRAGEN - OM IN HET LICHT VAN DE CONCRETE FEITEN TE BEOORDELEN OF HET VOOR HET WIJZEN VAN ZIJN VONNIS NOODZAKELIJK IS , EEN PREJUDICIELE VRAAG TE STELLEN .

16 MAAKT DE NATIONALE RECHTER GEBRUIK VAN DEZE BEOORDELINGSBEVOEGDHEID , DAN VERVULT HIJ IN SAMENWERKING MET HET HOF VAN JUSTITIE EEN TAAK DIE HUN GEZAMENLIJK IS OPGEDRAGEN OM DE EERBIEDIGING VAN HET RECHT BIJ DE TOEPASSING EN DE UITLEGGING VAN HET VERDRAG TE WAARBORGEN . MITSDIEN VALLEN DE PROBLEMEN DIE UIT DE UITOEFENING DOOR DE NATIONALE RECHTER VAN ZIJN BEOORDELINGSBEVOEGDHEID KUNNEN RIJZEN EN DE BETREKKINGEN DIE HIJ IN HET KADER VAN ARTIKEL 177 MET HET HOF ONDERHOUDT , UITSLUITEND ONDER DE REGELS VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT .

17 TENEINDE HET HOF IN STAAT TE STELLEN ZIJN TAAK OVEREENKOMSTIG HET VERDRAG TE VERVULLEN , IS HET ONONTBEERLIJK DAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIES UITEENZETTEN WAAROM - WANNEER ZULKS NIET ONDUBBELZINNIG UIT DE STUKKEN BLIJKT - ZIJ VAN MENING ZIJN DAT EEN ANTWOORD OP HUN VRAGEN NOODZAKELIJK IS VOOR DE BESLECHTING VAN HET GESCHIL .

18 BEKLEMTOOND MOET IMMERS WORDEN DAT ARTIKEL 177 HET HOF NIET OPDRAAGT RECHTSGELEERDE ADVIEZEN OVER ALGEMENE OF HYPOTHETISCHE VRAAGSTUKKEN TE FORMULEREN , MAAR BIJ TE DRAGEN AAN EEN GOEDE RECHTSBEDELING IN DE LID-STATEN . HET ZOU DUS NIET BEVOEGD ZIJN OM TE ANTWOORDEN OP UITLEGGINGSVRAGEN DIE HEM ZOUDEN WORDEN GESTELD IN HET KADER VAN PROCEDURELE CONSTRUCTIES , DOOR PARTIJEN OPGEZET OM EEN UITSPRAAK VAN HET HOF UIT TE LOKKEN OVER BEPAALDE PROBLEMEN VAN GEMEENSCHAPSRECHT , ZONDER DAT DAARAAN WERKELIJK BEHOEFTE BESTAAT MET HET OOG OP DE BESLECHTING VAN EEN GESCHIL . EEN ONBEVOEGDVERKLARING IN EEN DERGELIJKE HYPOTHESE MAAKT GEENSZINS INBREUK OP DE PREROGATIEVEN VAN DE NATIONALE RECHTER , DOCH MAAKT HET MOGELIJK HET GEBRUIK VAN DE PROCEDURE VAN ARTIKEL 177 VOOR ANDERE DAN DE DAARMEE EIGENLIJK BEOOGDE DOELEINDEN TE VERMIJDEN .

19 BOVENDIEN ZIJ OPGEMERKT DAT , HOEWEL HET HOF IN ZEER RUIME MATE MOET KUNNEN AFGAAN OP DE BEOORDELING VAN DE NATIONALE RECHTER OMTRENT DE NOODZAAK VAN DE AAN HET HOF GESTELDE VRAGEN , HET TOCH IN STAAT MOET WORDEN GESTELD ZELF ALLE ELEMENTEN TE BEOORDELEN DIE VERBAND HOUDEN MET DE VERVULLING VAN ZIJ EIGEN TAAK , MET NAME OM , ZOALS IEDERE RECHTERLIJKE INSTANTIE GEHOUDEN IS TE DOEN , ZIJN EIGEN BEVOEGDHEID TE TOETSEN . DAAROM MOET HET HOF , GELET OP DE GEVOLGEN VAN ZIJN BESLISSINGEN TERZAKE , BIJ DE UITOEFENING VAN DE HEM IN ARTIKEL 177 TOEGEKENDE RECHTERLIJKE BEVOEGDHEID , NIET ALLEEN MET DE BELANGEN VAN DE PARTIJEN IN HET GEDING , MAAR OOK MET DIE VAN DE GEMEENSCHAP EN DE LID-STATEN REKENING HOUDEN .

20 VANUIT DE GEEST VAN SAMENWERKING , DIE BIJ DE VERVULLING VAN DE DOOR ARTIKEL 177 AAN DE NATIONALE , RESPECTIEVELIJK COMMUNAUTAIRE RECHTER OPGEDRAGEN TAKEN MOET VOORZITTEN , DIENT HET HOF DE EIGEN VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN DE NATIONALE RECHTER TE EERBIEDIGEN , DOCH ANDERZIJDS ZAL DE NATIONALE RECHTER BIJ HET HANTEREN VAN DE DOOR ARTIKEL 177 GEBODEN MOGELIJKHEDEN , OOG DIENEN TE HEBBEN VOOR ' S HOFS EIGEN TAAK TERZAKE .

21 OP DE EERSTE VRAAG MOET DERHALVE WORDEN GEANTWOORD DAT VOLGENS DE OPZET VAN ARTIKEL 177 WELISWAAR DE NATIONALE RECHTER HEEFT TE BEOORDELEN OF , GELET OP DE OMSTANDIGHEDEN , FEITELIJK EN RECHTENS , DIE KENMERKEND ZIJN VOOR HET BODEMGESCHIL , EEN OPLOSSING VAN DE GEREZEN UITLEGGINGSVRAGEN NOODZAKELIJK IS , DOCH DAT HET NIETTEMIN AAN HET HOF STAAT OM , TER TOETSING VAN ZIJN EIGEN BEVOEGDHEID , ZO NODIG EEN ONDERZOEK IN TE STELLEN NAAR DE OMSTANDIGHEDEN WAARONDER HET DOOR DE NATIONALE RECHTER IS GEADIEERD .

22 ZOALS DE PRETORE IN ZIJN DERDE EN VIERDE VRAAG TERECHT DOET UITKOMEN , KUNNEN ER ZICH BIJ DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 177 BIJZONDERE PROBLEMEN VOORDOEN , WANNEER DE UITLEGGINGSVRAGEN DOOR DE NATIONALE RECHTER WORDEN OPGEWORPEN TENEINDE TE KUNNEN BEOORDELEN OF EEN WETTELIJKE REGELING VAN EEN LID-STAAT OVEREENSTEMT MET HET GEMEENSCHAPSRECHT . IN DIT VERBAND HEEFT DE PRETORE PROBLEMEN VAN TWEEERLEI AARD OPGEWORPEN .

23 DE DERDE VRAAG HEEFT BETREKKING OP HET GEVAL DAT IN EEN PROCEDURE TUSSEN PARTICULIEREN VOOR EEN RECHTERLIJKE INSTANTIE VAN EEN LID-STAAT DE VERENIGBAARHEID MET HET GEMEENSCHAPSRECHT VAN DE WETGEVING VAN EEN ANDERE LID-STAAT DAN DE FORUMSTAAT WORDT BETWIST . DE PRETORE HEEFT TE DEZEN DE VRAAG GESTELD OF DE LID-STAAT OM WELKS WETGEVING HET GAAT , IN EEN DERGELIJK GEVAL IN HET VOOR DE BETROKKEN RECHTER AANHANGIGE GEDING KON WORDEN GEROEPEN .

24 HIEROP MOET WORDEN GEANTWOORD DAT BIJ GEBREKE VAN GEMEENSCHAPSBEPALINGEN TERZAKE , DE MOGELIJKHEDEN OM EEN LID-STAAT VOOR EEN NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE VAN EEN ANDERE LID-STAAT IN RECHTE TE BETREKKEN , AFHANKELIJK ZIJN VAN HET RECHT VAN DE FORUMSTAAT EN VAN DE BEGINSELEN VAN HET VOLKENRECHT .

25 IN DE VIERDE PLAATS VRAAGT DE PRETORE OF , INGEVAL EEN DERGELIJKE VRAAG WORDT OPGEWORPEN IN EEN GEDING TUSSEN PARTICULIEREN , DE DOOR DE PROCEDURE VAN ARTIKEL 177 AAN PARTICULIEREN GEBODEN BESCHERMING ANDERS , EN WEL GERINGER , IS DAN IN GESCHILLEN TUSSEN EEN PARTICULIER EN DE ADMINISTRATIE .

26 BIJ DE BEANTWOORDING VAN DE ALDUS GESTELDE VRAAG MOET WORDEN BEKLEMTOOND DAT ELKE PARTICULIER WIENS RECHTEN DOOR MET HET GEMEENSCHAPSRECHT STRIJDIGE MAATREGELEN VAN EEN LID-STAAT WORDEN GESCHONDEN , DE MOGELIJKHEID MOET HEBBEN BESCHERMING BIJ EEN BEVOEGDE RECHTER TE ZOEKEN EN DAT DIE RECHTER ZIJNERZIJDS DE VRIJHEID MOET HEBBEN , OPHELDERING TE VRAGEN OVER DE DRAAG WIJDTE VAN DE RELEVANTE BEPALINGEN VAN GEMEENSCHAPSRECHT DOOR MIDDEL VAN DE PROCEDURE VAN ARTIKEL 177 . IN BEGINSEL MAG DE MATE VAN RECHTERLIJKE BESCHERMING DERHALVE NIET VERSCHILLEN NAAR GELANG EEN DERGELIJKE VRAAG WORDT OPGEWORPEN IN EEN PROCES TUSSEN PARTICULIEREN DAN WEL IN EEN ACTIE WAARBIJ DE STAAT WAARVAN DE WETGEVING WORDT BETWIST , OP ENIGERLEI WIJZE PARTIJ IS .

27 ZOALS HET HOF HIERVOOR IN ZIJN ANTWOORD OP DE EERSTE VRAAG HEEFT GEPRECISEERD , STAAT HET EVENWEL AAN HET HOF OM TER TOESTING VAN ZIJN EIGEN BEVOEGDHEID DE OMSTANDIGHEDEN TE ONDERZOEKEN WAARONDER HET DOOR DE NATIONALE RECHTER IS GEADIEERD . IN DIT VERBAND IS DE VRAAG OF EEN ACTIE IN RECHTE TUSSEN PARTICULIEREN IS INGESTELD OF IS GERICHT TEGEN DE STAAT WAARVAN DE WETGEVING WORDT BETWIST , NIET ONDER ALLE OMSTANDIGHEDEN VAN BELANG ONTBLOOT .

28 ENERZIJDS DIENT DE AANDACHT EROP GEVESTIGD TE WORDEN DAT DE RECHTER AAN WIE IN HET KADER VAN EEN GESCHIL TUSSEN PARTICULIEREN EEN TWISTPUNT OVER DE VERENIGBAARHEID MET HET GEMEENSCHAPSRECHT VAN DE WETGEVING VAN EEN ANDERE LID-STAAT WORDT VOORGELEGD , NIET ALTIJD IN STAAT ZAL ZIJN DE PARTICULIEREN VOLDOENDE RECHTSBESCHERMING TEGENOVER DIE WETGEVING TE BIEDEN .

29 GELET OP DE DOOR HET RECHT VAN DE LID-STATEN IN HET ALGEMEEN AAN PARTIJEN TOEGEKENDE CONTRACTSVRIJHEID , KAN MEN ANDERZIJDS NIET UITSLUITEN , DAT PARTIJEN HET DE BETROKKEN STAAT ONMOGELIJK MAKEN ZIJN BELANGEN AFDOENDE TE VERDEDIGEN , DOOR HET VRAAGSTUK VAN DE ONGELDIGHEID VAN ZIJN WETGEVING TE DOEN BESLISSEN DOOR EEN RECHTERLIJKE INSTANTIE VAN EEN ANDERE LID-STAAT . IN DERGELIJKE PROCESSUELE SITUATIES KAN MEN DUS NIET HET RISICO UITSLUITEN DAT DE PROCEDURE VAN ARTIKEL 177 DOOR DE PARTIJEN WORDT GEBRUIKT VOOR ANDERE DOELEINDEN DAN DIE WAARVOOR ZIJ DOOR HET VERDRAG IS VOORZIEN .

30 UIT AL HET VORENOVERWOGENE VLOEIT VOORT DAT HET HOF ZIJNERZIJDS EEN BIJZONDERE WAAKZAAMHEID MOET BETRACHTEN WANNEER HET IN HET KADER VAN EEN GESCHIL TUSSEN PARTICULIEREN EEN VRAAG KRIJGT VOORGELEGD DIE DE RECHTER IN STAAT MOET STELLEN TE BEOORDELEN OF DE WETGEVING VAN EEN ANDERE LID-STAAT OVEREENSTEMT MET HET GEMEENSCHAPSRECHT .

31 OP DE VIERDE VRAAG MOET DERHALVE WORDEN GEANTWOORD DAT IN HET GEVAL VAN VRAGEN DIE DE NATIONALE RECHTER IN STAAT MOETEN STELLEN TE BEOORDELEN OF WETTELIJKE OF BESTUURSRECHTELIJKE BEPALINGEN VAN EEN ANDERE LID-STAAT IN OVEREENSTEMMING ZIJN MET HET GEMEENSCHAPSRECHT , DE MATE VAN RECHTSBESCHERMING NIET MAG VERSCHILLEN NAAR GELANG DERGELIJKE VRAGEN WORDEN OPGEWORPEN IN EEN PROCES TUSSEN PARTICULIEREN DAN WEL IN EEN ACTIE WAARBIJ DE STAAT WELKS WETGEVING WORDT BETWIST , PARTIJ IS , DOCH DAT HET HOF IN HET EERSTE GEVAL HEEL IN HET BIJZONDER EROP TOE DIENT TE ZIEN DAT DE PROCEDURE VAN ARTIKEL 177 NIET WORDT GEBRUIKT VOOR DOELEINDEN DIE HET VERDRAG NIET HEEFT BEOOGD .

DE VIJFDE VRAAG

32 IN DE VIJFDE VRAAG HERHAALT DE PRETORE TE BRA IN HET KORT DE EERSTE VRAAG UIT ZIJN EERSTE BESCHIKKING INZAKE DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 95 VAN HET VERDRAG . IN GENOEMD ARREST VAN 11 MAART 1980 HEEFT HET HOF VASTGESTELD DAT PARTIJEN EEN EENSTEMMIG OORDEEL GAVEN OVER DE RECHTMATIGHEID VAN DE BETROKKEN FRANSE WETGEVING EN VIA EEN IN HUN CONTRACT OPGENOMEN BIJZONDERE CLAUSULE IN WERKELIJKHEID UIT WAREN OP EEN VEROORDELING VAN DE FRANSE WETGEVING DOOR EEN ITALIAANSE RECHTER , HOEWEL HET FRANSE RECHT PASSENDE RECHTSMIDDELEN KENDE . HET HOF HEEFT GECONCLUDEERD DAT EEN BEANTWOORDING VAN DE GESTELDE VRAGEN IN EEN DERGELIJKE SAMENHANG BUITEN DE TAAK VIEL DIE HEM BIJ ARTIKEL 177 EWG-VERDRAG IS OPGEDRAGEN ; DEZE BESTAAT ERIN DE RECHTERLIJKE INSTANTIES VAN DE GEMEENSCHAP DE GEGEVENS VOOR DE UITLEGGING VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT TE VERSCHAFFEN , DIE ZIJ NODIG HEBBEN VOOR DE OPLOSSING VAN ECHTE GESCHILLEN WAARVAN ZIJ KENNIS NEMEN . HET HEEFT ZICH DERHALVE NIET BEVOEGD VERKLAARD UITSPRAAK TE DOEN OP DE GESTELDE VRAGEN .

33 IN ZIJN TWEEDE VERWIJZINGSBESCHIKKING HEEFT DE PRETORE MET NAME GEWEZEN OP HET FEIT DAT VERWEERSTER HEM HAD VERZOCHT EEN ' ' DECLARATOIR VONNIS ' ' TE WIJZEN . TE DEZEN DIENT TE WORDEN GEPRECISEERD DAT DE VOORWAARDEN WAARONDER HET HOF ZIJN TAAK TER ZAKE VERVULT , ONAFHANKELIJK ZIJN VAN DE AARD EN DOELSTELLING DER VOOR DE NATIONALE RECHTER AANGEVANGEN RECHTSGEDINGEN . ARTIKEL 177 VERWIJST NAAR HET DOOR DE NATIONALE RECHTER TE WIJZEN ' ' VONNIS ' ' , ZONDER EEN BIJZONDERE REGELING NAARGELANG VAN DE AARD VAN HET VONNIS TE VOORZIEN .

34 DE OMSTANDIGHEID DIE DE RECHTER IN ZIJN TWEEDE VERWIJZINGSBESCHIKKING HEEFT VERMELD , LIJKT DERHALVE GEEN NIEUW FEIT IN TE HOUDEN , OP GROND WAARVAN HET HOF ZIJN BEVOEGDHEID OPNIEUW ZOU MOETEN BEOORDELEN . HET STAAT DERHALVE , IN HET KADER VAN DE SAMENWERKING TUSSEN NATIONALE RECHTERS EN HOF , AAN DE PRETORE OM IN HET LICHT VAN HET VORENOVERWOGENE TE ONDERZOEKEN OF HET NOG NOODZAKELIJK IS OP DE VIJFDE VRAAG EEN ANTWOORD VAN HET HOF TE VERKRIJGEN , EN ZO JA , HET HOF ALLE NIEUWE GEGEVENS TE VERSCHAFFEN DIE EEN ANDERE BEOORDELING VAN ' S HOFS BEVOEGDHEID KUNNEN RECHTVAARDIGEN .

DE TWEEDE VRAAG

35 GEZIEN HET VOORAFGAANDE BEHOEFT DEZE VRAAG NIET TE WORDEN BEANTWOORD .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

36 DE KOSTEN DOOR DE FRANSE REGERING , DE DEENSE REGERING EN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING HUNNER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN . TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ,

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR DE PRETORE TE BRA BIJ BESCHIKKING VAN 18 OKTOBER 1980 GESTELDE VRAGEN , VERKLAART VOOR RECHT :

1 . VOLGENS DE OPZET VAN ARTIKEL 177 HEEFT WELISWAAR DE NATIONALE RECHTER TE BEOORDELEN OF , GELET OP DE OMSTANDIGHEDEN , FEITELIJK EN RECHTENS , DIE KENMERKEND ZIJN VOOR HET BODEMGESCHIL , EEN OPLOSSING VAN DE GEREZEN UITLEGGINGSVRAGEN NOODZAKELIJK IS , DOCHT HET STAAT NIETTEMIN AAN HET HOF OM , TER TOETSING VAN ZIJN EIGEN BEVOEGDHEID , ZO NODIG EEN ONDERZOEK IN TE STELLEN NAAR DE OMSTANDIGHEDEN WAARONDER HET DOOR DE NATIONALE RECHTER IS GEADIEERD .

2 . BIJ GEBREKE VAN GEMEENSCHAPSBEPALINGEN TERZAKE ZIJN DE MOGELIJKHEDEN OM EEN LID-STAAT VOOR EEN NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE VAN EEN ANDERE LID-STAAT IN RECHTE TE BETREKKEN , AFHANKELIJK VAN HET PROCESRECHT VAN DE FORUMSTAAT EN VAN DE BEGINSELEN VAN HET VOLKENRECHT .

3 . IN HET GEVAL VAN VRAGEN DIE DE NATIONALE RECHTER IN STAAT MOETEN STELLEN TE BEOORDELEN OF WETTELIJKE OF BESTUURSRECHTELIJKE BEPALINGEN VAN EEN ANDERE LID-STAAT IN OVEREENSTEMMING ZIJN MET HET GEMEENSCHAPSRECHT , MAG DE MATE VAN RECHTSBESCHERMING NIET VERSCHILLEN NAAR GELANG DERGELIJKE VRAGEN WORDEN OPGEWORPEN IN EEN PROCES TUSSEN PARTICULIEREN DAN WEL IN EEN ACTIE WAARBIJ DE STAAT WELKS WETGEVING WORDT BETWIST , PARTIJ IS , DOCH IN HET EERSTE GEVAL DIENT HET HOF HEEL IN HET BIJZONDER EROP TOE TE ZIEN DAT DE PROCEDURE VAN ARTIKEL 177 NIET WORDT GEBRUIKT VOOR DOELEINDEN DIE HET VERDRAG NIET HEEFT BEOOGD .

4 . DE OMSTANDIGHEID DIE DE PRETORE TE BRA IN ZIJN TWEEDE VERWIJZINGSBESCHIKKING HEEFT VERMELD , LIJKT GEEN NIEUW FEIT IN TE HOUDEN OP GROND WAARVAN HET HOF ZIJN BEVOEGDHEID OPNIEUW ZOU MOETEN BEOORDELEN , EN HET STAAT DERHALVE IN HET KADER VAN DE SAMENWERKING TUSSEN NATIONALE RECHTERS EN HOF , AAN DE PRETORE OM IN HET LICHT VAN DE OVERWEGINGEN VAN DIT ARREST TE ONDERZOEKEN OF HET NOG NOODZAKELIJK IS OP DE VIJFDE VRAAG EEN ANTWOORD VAN HET HOF TE VERKRIJGEN , EN ZO JA , HET HOF ALLE NIEUWE GEGEVENS TE VERSCHAFFEN DIE EEN ANDERE BEOORDELING VAN ' S HOFS BEVOEGDHEID KUNNEN RECHTVAARDIGEN .

Top