EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61978CJ0232

Arrest van het Hof van 25 september 1979.
Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Franse Republiek.
Schapevlees.
Zaak 232/78.

European Court Reports 1979 -02729

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1979:215

61978J0232

ARREST VAN HET HOF VAN 25 SEPTEMBER 1979. - COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN FRANSE REPUBLIEK. - (" SCHAPEVLEES "). - ZAAK NO. 232/78.

Jurisprudentie 1979 bladzijde 02729
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00323
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00505
Finse bijz. uitgave bladzijde 00539
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 01333


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


1 . PROCESVOERING - INLEIDEND VERZOEKSCHRIFT - ONDERWERP VAN HET GESCHIL - OMSCHRIJVING - WIJZIGING IN DE LOOP VAN HET GEDING - VERBOD

( REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING , ARTIKEL 38 )

2 . TOETREDING VAN DE NIEUWE LID-STATEN TOT DE GEMEENSCHAPPEN - TOETREDINGSAKTE - LANDBOUW - BEPALINGEN BETREFFENDE DE AFSCHAFFING VAN BEPERKINGEN IN HET INTRACOMMUNAUTAIRE HANDELSVERKEER - IN ARTIKEL 60 , LID 2 , BEDOELDE AFWIJKING - TOEPASSING IN DE TIJD

( TOETREDINGSVERDRAG , ARTIKEL 60 , LID 2 )

3 . LANDBOUW - OVERGANGSPERIODE - AFLOOP - BEPALINGEN BETREFFENDE DE AFSCHAFFING VAN BEPERKINGEN IN HET INTRA-COMMUNAUTAIRE HANDELSVERKEER - VOLLEDIGE GELDING

4 . LID-STATEN - VERPLICHTINGEN - EENZIJDIGE HANDELING - VERBOD

Samenvatting


1 . VOLGENS ARTIKEL 38 , LID 1 , VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING ZIJN PARTIJEN VERPLICHT IN HET VERZOEKSCHRIFT HET ONDERWERP VAN HET GESCHIL TE OMSCHRIJVEN . HIERUIT VOLGT DAT , HOEWEL ARTIKEL 42 VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING ONDER BEPAALDE VOORWAARDEN TOESTAAT NIEUWE MIDDELEN VOOR TE DRAGEN , EEN PARTIJ NIET IN DE LOOP VAN HET GEDING HET ONDERWERP ZELF VAN HET GESCHIL KAN WIJZIGEN .

2 . ARTIKEL 60 , LID 2 , VAN DE TOETREDINGSAKTE HEEFT SEDERT HET EINDE VAN 1977 GEEN RECHTSGEVOLG MEER .

3 . NA AFLOOP VAN DE OVERGANGSPERIODE VAN HET EEG-VERDRAG EN , WAT DE NIEUWE LID-STATEN BETREFT , NA AFLOOP VAN DE IN DE TOETREDINGSAKTE VASTGESTELDE BIJZONDERE OVERGANGSTERMIJNEN , KAN DE WERKING VAN EEN NATIONALE MARKTORDENING NIET MEER IN DE WEG STAAN AAN DE VOLLEDIGE GELDING VAN DE VERDRAGSBEPALINGEN BETREFFENDE DE AFSCHAFFING VAN BEPERKINGEN IN HET INTRACOMMUNAUTAIRE HANDELSVERKEER . HET VERSTRIJKEN VAN DE OVERGANGSTERMIJNEN HOUDT DERHALVE IN , DAT DE AAN DE GEMEENSCHAP UITDRUKKELIJK TOEGEWEZEN MATERIES EN GEBIEDEN ONDER HAAR BEVOEGDHEID VALLEN , ZODAT , WANNEER NOG BIJZONDERE MAATREGELEN NOODZAKELIJK ZIJN , DEZE NIET MEER EENZIJDIG DOOR DE BETROKKEN LID-STATEN KUNNEN WORDEN GENOMEN , DOCH MOETEN WORDEN VASTGESTELD IN HET KADER VAN DE COMMUNAUTAIRE ORDE , DIE DE BESCHERMING VAN HET ALGEMEEN BELANG VAN DE GEMEENSCHAP MOET WAARBORGEN .

HET FEIT DAT DE GEMEENSCHAP NA AFLOOP VAN GENOEMDE TERMIJNEN NOG GEEN MAATREGELEN HEEFT VASTGESTELD TER REGULERING VAN DE MARKT VAN EEN LANDBOUWPRODUKT , VORMT VOOR EEN LID-STAAT GEEN GROND OM EEN NATIONALE MARKTORDENING TE HANDHAVEN DIE KENMERKEN VERTOONT WELKE ONVERENIGBAAR ZIJN MET DE VERDRAGSBEPALINGEN BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN .

4 . IN GEEN GEVAL MAG EEN LID-STAAT ZICH HET RECHT AANMETEN OM EENZIJDIG CORRIGERENDE OF BESCHERMINGSMAATREGELEN VAST TE STELLEN , TENEINDE HET HOOFD TE BIEDEN AAN EEN EVENTUELE MISKENNING DOOR EEN ANDERE LID-STAAT VAN DE REGELS VAN HET VERDRAG .

Partijen


IN ZAAK 232/78

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , TE DEZE VERTEGENWOORDIGD DOOR HAAR JURIDISCH ADVISEURS R . BERAUD EN P . KALBE ALS GEMACHTIGDEN , DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG , BIJ M . CERVINO , BATIMENT JEAN MONNET , KIRCHBERG ,

VERZOEKSTER ,

TEGEN

FRANSE REPUBLIEK , TE DEZE VERTEGENWOORDIGD DOOR N . MUSEUX ALS GEMACHTIGDE , DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TER FRANSE AMBASSADE TE LUXEMBURG ,

VERWEERSTER ,

Onderwerp


BETREFFENDE NIET-NAKOMING VAN DE KRACHTENS DE ARTIKELEN 12 EN 30 EEG-VERDRAG OP DE FRANSE REPUBLIEK RUSTENDE VERPLICHTINGEN ,

Overwegingen van het arrest


1 BIJ OP 25 OKTOBER 1978 TER GRIFFIE VAN HET HOF INGEKOMEN VERZOEKSCHRIFT HEEFT DE COMMISSIE KRACHTENS ARTIKEL 169 EEG-VERDRAG BEROEP INGESTELD BIJ HET HOF TENEINDE TE DOEN VASTSTELLEN DAT ' ' DE FRANSE REPUBLIEK , DOOR HAAR NATIONALE REGELING TER BEPERKING VAN DE INVOER VAN SCHAPEVLEES UIT HET VERENIGD KONINKRIJK NA 1 JANUARI 1978 TE BLIJVEN TOEPASSEN , DE KRACHTENS ARTIKEL 12 EN ARTIKEL 30 EEG-VERDRAG OP HAAR RUSTENDE VERPLICHTINGEN NIET IS NAGEKOMEN . ' ' DE FRANSE REGERING HEEFT TE HARER VERDEDIGING IN WEZEN GESTELD DAT ZIJ KRACHTENS ARTIKEL 60 , LID 2 , TOETREDINGSAKTE GERECHTIGD IS BEDOELDE INVOERBEPERKINGEN TE HANDHAVEN ZOLANG VOOR SCHAPEVLEES GEEN GEMEENSCHAPPELIJKE MARKTORDENING BESTAAT .

2 ONDER VERWIJZING NAAR HET ARREST DAT HET HOF IN DE LOOP VAN HET ONDERHAVIGE GEDING OP 29 MAART 1979 HEEFT GEWEZEN , ( ZAAK 231/78 , COMMISSIE T . VERENIGD KONINKRIJK ) HEEFT DE COMMISSIE TER TERECHTZITTING HAAR CONCLUSIES GEWIJZIGD EN HET HOF VERZOCHT , GELET OP DE OPVATTING DIE AAN GENOEMD ARREST TEN GRONDSLAG LIGT , VAST TE STELLEN DAT DE DOOR DE FRANSE AUTORITEITEN GEHANDHAAFDE NATIONALE REGELING BETREFFENDE DE INVOER VAN SCHAPEVLEES IN BEPAALDE OPZICHTEN VANAF 1 JANUARI 1977 , IN ANDERE OPZICHTEN VANAF 1 JANUARI 1975 , EN IN NOG ANDERE TENSLOTTE SEDERT DE DATUM VAN TOETREDING ONVERENIGBAAR WAS MET DE ARTIKELEN 12 EN 30 EEG-VERDRAG . VOLGENS DE COMMISSIE VOLGT UIT VOORNOEMD ARREST DAT ALLEEN DE NIEUWE LID-STATEN ZICH OP ARTIKEL 60 , LID 2 , TOETREDINGSAKTE KUNNEN BEROEPEN EN DAT MITSDIEN BIJ HET ONDERZOEK VAN DE VRAAG OF INVOERBEPERKINGEN DIE DE OORSPRONKELIJKE LID-STATEN TOEPASSEN OP DE PRODUKTEN UIT EEN NIEUWE LID-STAAT , IN OVEREENSTEMMING ZIJN MET HET VERDRAG , MEDE MOET WORDEN GELET OP DE DATA DIE IN DE ARTIKELEN 35 , 36 , EN 42 TOETREDINGSAKTE ZIJN BEPAALD .

3 DE DOOR DE COMMISSIE TER TERECHTZITTING INGEDIENDE NIEUWE CONCLUSIES ZIJN NIET ONTVANKELIJK , AANGEZIEN ZIJ IN STRIJD ZIJN MET ARTIKEL 38 VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING . VOLGENS DIT ARTIKEL ZIJN PARTIJEN VERPLICHT IN HET VERZOEKSCHRIFT HET ONDERWERP VAN HET GESCHIL TE OMSCHRIJVEN . HOEWEL ARTIKEL 42 VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING ONDER BEPAALDE VOORWAARDEN TOESTAAT NIEUWE MIDDELEN VOOR TE DRAGEN , KAN EEN PARTIJ NIET IN DE LOOP VAN HET GEDING HET ONDERWERP ZELF VAN HET GESCHIL WIJZIGEN . HIERUIT VOLGT DAT DE GEGRONDHEID VAN HET BEROEP UITSLUITEND DIENT TE WORDEN ONDERZOCHT GELET OP DE CONCLUSIES VAN HET INLEIDEND VERZOEKSCHRIFT , DAT WIL ZEGGEN MET BETREKKING TOT HET TIJDVAK NA 1 JANUARI 1978 .

4 UIT DE OVERWEGINGEN VAN VOORNOEMD ARREST VAN 29 MAART 1979 VOLGT DAT ARTIKEL 60 , LID 2 , TOETREDINGSAKTE SEDERT HET EINDE VAN 1977 GEEN RECHTSGEVOLG MEER HEEFT . DEZE BEPALING IS DERHALVE NIET VAN TOEPASSING IN HET TIJDVAK WAARVOOR DE COMMISSIE HEEFT VERZOCHT TE VERKLAREN DAT DE FRANSE REPUBLIEK IN GEBREKE IS GEBLEVEN . VOOR DE OPLOSSING VAN HET ONDERHAVIGE GESCHIL DIENT ZIJ DUS BUITEN BESCHOUWING TE BLIJVEN . DIT GESCHIL DIENT ENKEL TE WORDEN BESLIST OP GROND VAN DE ARTIKELEN 12 EN 30 EEG-VERDRAG . DE DOOR DE FRANSE REGERING AAN DE TOETREDINGSAKTE ONTLEENDE ARGUMENTEN MOETEN DERHALVE BIJ HET ONDERZOEK VAN HET GESCHIL BUITEN BESCHOUWING WORDEN GELATEN .

TEN GRONDE

5 HET STAAT VAST DAT VOOR DE INVOER VAN SCHAPEVLEES IN FRANKRIJK EEN BEPERKENDE REGELING GELDT , DIE IS GEBASEERD OP EEN ' ' DREMPELPRIJS ' ' , WELKE WORDT BESCHERMD DOOR EEN STELSEL VAN INVOERVERBODEN EN SPECIFIEKE HEFFINGEN ( ' ' REVERSEMENTS ' ' ). DE INVOER VAN SCHAPEVLEES IN FRANKRIJK IS SLECHTS TOEGESTAAN WANNEER EEN BEPAALDE REFERENTIENOTERING IN FRANKRIJK HET NIVEAU VAN DE DREMPELPRIJS BEREIKT OF OVERSCHRIJDT . BOVENDIEN WORDT OP DE INVOER VAN LEVENDE , VOOR DE SLACHT BESTEMDE SCHAPEN EN VAN VERS OF GEKOELD SCHAPEVLEES EEN ' ' REVERSEMENT ' ' GEHEVEN WAARVAN HET BEDRAG VARIEERT NAARGELANG DE NATIONALE REFERENTIENOTERING VAN SCHAPEVLEES OP DE FRANSE MARKT .

6 DE FRANSE REGERING BETWIST NIET DAT DEZE REGELING IN STRIJD IS MET DE VERDRAGSBEPALINGEN BETREFFENDE DE AFSCHAFFING VAN BEPERKINGEN VAN HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN BINNEN DE GEMEENSCHAP . MAAR OM DE HANDHAVING VAN DEZE REGELING EN DE TOEPASSING ERVAN OP DE INVOER VAN SCHAPEVLEES UIT HET VERENIGD KONINKRIJK TE RECHTVAARDIGEN , VOERT ZIJ IN HOOFDZAAK DRIE ARGUMENTEN AAN . IN DE EERSTE PLAATS WIJST ZIJ OP DE ERNSTIGE ECONOMISCHE EN SOCIALE GEVOLGEN DIE ONTMANTELING VAN DE NATIONALE MARKTORDENING ZOU HEBBEN VOOR DE ECONOMIE VAN BEPAALDE ECONOMISCH ACHTERGEBLEVEN GEBIEDEN , WAAR DE SCHAPENTEELT EEN BELANGRIJKE BRON VAN INKOMSTEN VORMT . IN DE TWEEDE PLAATS VESTIGT ZIJ DE AANDACHT OP DE STAND VAN DE WERKZAAMHEDEN TER INVOERING VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE MARKTORDENING VOOR SCHAPEVLEES , EN WIJST ZIJ OP DE RAMPZALIGE GEVOLGEN WANNEER TUSSEN DE AFSCHAFFING VAN DE NATIONALE MARKTORGANISATIE EN HAAR VERVANGING DOOR EEN GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING EEN PERIODE VAN VRIJ HANDELSVERKEER ZOU VALLEN . TENSLOTTE WIJST ZIJ OP DE MEDEDINGINGSONGELIJKHEID DIE ZOU ONTSTAAN WANNEER ZIJ VERPLICHT WERD HAAR MARKTORDENING AF TE SCHAFFEN , TERWIJL IN GROOT-BRITTANNIE IN DE BETROKKEN SECTOR EEN NATIONALE MARKTORDENING ZOU BLIJVEN BESTAAN , GEBASEERD OP HET STELSEL VAN ' ' DEFICIENCY PAYMENTS ' ' , WAARDOOR DE UITVOER VAN SCHAPEVLEES NAAR FRANKRIJK ZOU WORDEN GESUBSIDIEERD .

7 HET HOF MISKENT NIET DE REALITEIT VAN DE PROBLEMEN WAARVOOR DE FRANSE OVERHEID IN DE BETROKKEN SECTOR EEN OPLOSSING MOET VINDEN , NOCH HET BELANG OM OP ZO KORT MOGELIJKE TERMIJN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE MARKTORDENING VOOR SCHAPEVLEES TOT STAND TE BRENGEN . DOCH ZOALS HET REEDS HEEFT BEKLEMTOOND IN ZIJN ARRESTEN VAN 2 DECEMBER 1974 ( ZAAK 48/74 , CHARMASSON , JURISPR . 1974 , BLZ . 1383 ) EN 29 MAART 1979 ( VOORNOEMD ), MOET HET EROP WIJZEN DAT NA AFLOOP VAN DE OVERGANGSPERIODE VAN HET EEG-VERDRAG EN , WAT DE NIEUWE LID-STATEN BETREFT , NA AFLOOP VAN DE IN DE TOETREDINGSAKTE VASTGESTELDE BIJZONDERE OVERGANGSTERMIJNEN , DE WERKING VAN EEN NATIONALE MARKTORDENING NIET MEER IN DE WEG KAN STAAN AAN DE VOLLEDIGE GELDING VAN DE VERDRAGSBEPALINGEN BETREFFENDE DE AFSCHAFFING VAN BEPERKINGEN IN HET INTRACOMMUNAUTAIRE HANDELSVERKEER , DAAR DE BEHOEFTEN VAN DE BETROKKEN MARKTEN VOORTAAN ONDER DE VERANTWOORDELIJKHEID VAN DE GEMEENSCHAPSINSTELLINGEN VALLEN . HET VERSTRIJKEN VAN DE OVERGANGSTERMIJNEN HOUDT DERHALVE IN , DAT DE AAN DE GEMEENSCHAP UITDRUKKELIJK TOEGEWEZEN MATERIES EN GEBIEDEN ONDER HAAR BEVOEGDHEID VALLEN , ZODAT , WANNEER NOG BIJZONDERE MAATREGELEN NOODZAKELIJK ZIJN , DEZE NIET MEER EENZIJDIG DOOR DE BETROKKEN LID-STATEN KUNNEN WORDEN GENOMEN , DOCH MOETEN WORDEN VASTGESTELD IN HET KADER VAN DE COMMUNAUTAIRE ORDE , DIE DE BESCHERMING VAN HET ALGEMEEN BELANG VAN DE GEMEENSCHAP MOET WAARBORGEN .

8 HET STAAT DERHALVE ENKEL AAN DE BEVOEGDE INSTELLINGEN , BINNEN PASSENDE TERMIJNEN DE NOODZAKELIJKE MAATREGELEN TE NEMEN OM IN EEN GEMEENSCHAPPELIJK KADER EEN GLOBALE OPLOSSING TE VINDEN VOOR HET PROBLEEM VAN DE MARKT VAN SCHAPEVLEES EN VOOR DE BIJZONDERE MOEILIJKHEDEN DIE ZICH DIENAANGAANDE IN BEPAALDE STREKEN VOORDOEN . HET FEIT DAT DE DESBETREFFENDE WERKZAAMHEDEN NOG NIET TOT RESULTAAT HEBBEN GELEID , VORMT ECHTER VOOR EEN LID-STAAT ONVOLDOENDE GROND OM EEN NATIONALE MARKTORDENING TE HANDHAVEN DIE KENMERKEN VERTOONT WELKE ONVERENIGBAAR ZIJN MET DE VERDRAGSBEPALINGEN BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN GOEDEREN , ZOALS INVOERBEPERKINGEN EN DE TOEPASSING VAN HEFFINGEN , HOE OOK GENAAMD , OP INGEVOERDE PRODUKTEN .

9 DE FRANSE REPUBLIEK KAN TER RECHTVAARDIGING VAN HET BESTAAN VAN EEN DERGELIJKE REGELING NIET AANVOEREN DAT OOK HET VERENIGD KONINKRIJK EEN NATIONALE MARKTORDENING VOOR DE BETROKKEN SECTOR HEEFT GEHANDHAAFD . ZO ZIJ ZOU MENEN DAT DEZE REGELING ELEMENTEN BEVAT DIE ONVERENIGBAAR ZIJN MET HET GEMEENSCHAPSRECHT , KAN ZIJ DAARTEGEN OPKOMEN , HETZIJ BINNEN DE RAAD , HETZIJ VIA DE COMMISSIE , HETZIJ TENSLOTTE DOOR EEN BEROEP IN RECHTE TENEINDE DEZE ONVERENIGBAARHEDEN TE DOEN OPHEFFEN . IN GEEN GEVAL MAG EEN LID-STAAT ZICH HET RECHT AANMETEN OM EENZIJDIG CORRIGERENDE OF BESCHERMINGSMAATREGELEN VAST TE STELLEN , TENEINDE HET HOOFD TE BIEDEN AAN EEN EVENTUELE MISKENNING DOOR EEN ANDERE LID-STAAT VAN DE REGELS VAN HET VERDRAG .

10 DERHALVE DIENT TE WORDEN GECONCLUDEERD DAT DE DOOR DE FRANSE OVERHEID GEHANDHAAFDE NATIONALE MARKTORDENING VOOR SCHAPEVLEES ONVERENIGBAAR IS MET HET VERDRAG , VOOR ZOVER ZIJ VOORZIET IN VASTSTELLING VAN EEN DREMPELPRIJS WELKE WORDT BESCHERMD DOOR EEN STELSEL VAN INVOERVERBODEN EN HET TOEPASSEN VAN EEN HEFFING BIJ DE INVOER VAN SCHAPEVLEES UIT EEN ANDERE LID-STAAT . ER MOET OP WORDEN GEWEZEN , DAT DEZE VASTSTELLING DE FRANSE OVERHEID NIET BELET , IN AFWACHTING VAN DE TOTSTANDBRENGING VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE MARKTORDENING TEN BEHOEVE VAN DE BETROKKEN SECTOR ELKE STEUNMAATREGEL TE NEMEN , WAARVAN DE KENMERKEN VERENIGBAAR ZIJN MET DE BEPALINGEN VAN HET VERDRAG .

11 MITSDIEN IS DE FRANSE REPUBLIEK , DOOR HAAR NATIONALE REGELING TER BEPERKING VAN DE INVOER VAN SCHAPEVLEES UIT HET VERENIGD KONINKRIJK NA 1 JANUARI 1978 TE BLIJVEN TOEPASSEN , DE KRACHTENS DE ARTIKELEN 12 EN 30 EEG-VERDRAG OP HAAR RUSTENDE VERPLICHTINGEN NIET NAGEKOMEN .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

12 INGEVOLGE ARTIKEL 69 , PARAGRAAF 2 , VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING MOET DE IN HET ONGELIJK GESTELDE PARTIJ IN DE KOSTEN WORDEN VERWEZEN . AANGEZIEN VERWEERSTER IN HET ONGELIJK IS GESTELD , DIENT ZIJ IN DE KOSTEN TE WORDEN VERWEZEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ,

RECHTDOENDE , VERKLAART :

1 . DOOR HAAR NATIONALE REGELING TER BEPERKING VAN DE INVOER VAN SCHAPEVLEES UIT HET VERENIGD KONINKRIJK NA 1 JANUARI 1979 TE BLIJVEN TOEPASSEN , IS DE FRANSE REPUBLIEK DE KRACHTENS DE ARTIKELEN 12 EN 30 EEG-VERDRAG OP HAAR RUSTENDE VERPLICHTINGEN NIET NAGEKOMEN .

2 . VERWEERSTER WORDT VERWEZEN IN DE KOSTEN VAN HET GEDING .

Top