EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61975CJ0036

Arrest van het Hof van 28 oktober 1975.
Roland Rutili tegen Minister van Binnenlandse Zaken.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Tribunal administratif de Paris - Frankrijk.
Zaak 36-75.

European Court Reports 1975 -01219

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1975:137

61975J0036

ARREST VAN HET HOF VAN 28 OKTOBER 1975. - ROLAND RUTILI TEGEN MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN. - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR HET TRIBUNAL ADMINISTRATIF PARIS). - ZAAK NO. 36/75.

Jurisprudentie 1975 bladzijde 01219
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00367
Portugese bijz. uitgave bladzijde 00415
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00317
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00485
Finse bijz. uitgave bladzijde 00495


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


++++

1 . WERKNEMERS - VRIJ VERKEER - BEPERKINGEN - NATIONALE OPENBARE ORDE - DRAAGWIJDTE - NATIONALE BESTUURSMAATREGELEN - INDIVIDUELE BESLUITEN

( EEG-VERDRAG, ARTIKEL 48 )

2 . WERKNEMERS - VRIJ VERKEER - GELIJKHEID VAN BEHANDELING - GRONDBEGINSELEN - AFWIJKINGEN - NATIONALE OPENBARE ORDE - DRAAGWIJDTE - STRIKTE UITLEGGING

( EEG-VERDRAG, ARTIKELEN 7 EN 48 )

3 . WERKNEMERS - VRIJ VERKEER - ONDERDANEN VAN DE LID-STATEN - RECHTEN - BEPERKINGEN - NATIONALE OPENBARE ORDE - BEDREIGING - VERWEZENLIJKING DIER BEDREIGING - ERNST DIER BEDREIGING

( EEG-VERDRAG, ARTIKEL 48 )

4 . WERKNEMERS - VRIJ VERKEER - BEPERKINGEN - NATIONALE OPENBARE ORDE - LID-STATEN - BEVOEGDHEDEN - GRENZEN - ONDERDANEN VAN DE LID-STATEN - RECHTEN - WAARBORGEN - MATERIELE RECHTSBEPALINGEN - PERSOONLIJK GEDRAG - UITOEFENING VAN SYNDICALE RECHTEN - PROCEDUREREGELS - BETEKENING - REDENGEVING - BEROEPSWEGEN

( EEG-VERDRAG, ARTIKEL 48 )

5 . WERKNEMERS - VRIJ VERKEER - VERBOD - BEPERKING TOT EEN DEEL VAN HET GRONDGEBIED - GELIJKHEID VAN BEHANDELING

( EEG-VERDRAG, ARTIKELEN 7 EN 48 )

Samenvatting


1 . DE WOORDEN "BEHOUDENS DE UIT HOOFDE VAN DE OPENBARE ORDE ... GERECHTVAARDIGDE BEPERKINGEN", GEBEZIGD IN ARTIKEL 48, HEBBEN NIET SLECHTS BETREKKING OP DE ALGEMENE BESTUURSMAATREGELEN DIE ELKE LID-STAAT VAN DE EEG HEEFT GENOMEN OM OP ZIJN GRONDGEBIED HET VRIJE VERKEER EN HET VERBLIJF VAN ONDERDANEN VAN ANDERE LID-STATEN TE BEPERKEN, DOCH OOK OP DE TER UITVOERING VAN DERGELIJKE ALGEMENE MAATREGELEN GENOMEN INDIVIDUELE BESLUITEN .

2 . IN COMMUNAUTAIR VERBAND IS HET BEGRIP "OPENBARE ORDE", MET NAME OMDAT HET EEN AFWIJKING VAN DE GRONDBEGINSELEN OP HET STUK VAN GELIJKE BEHANDELING EN VRIJ VERKEER VAN WERKNEMERS MOET RECHTVAARDIGEN, IN STRIKTE ZIN TE VERSTAAN, ZODAT ZIJN INHOUD NIET ZONDER CONTROLE VAN DE INSTELLINGEN DER GEMEENSCHAP EENZIJDIG DOOR DE ONDERSCHEIDEN LID-STATEN KAN WORDEN BEPAALD .

3 . AAN HET RECHT VAN DE ONDERDANEN DER LID-STATEN OP TOEGANG TOT HET GRONDGEBIED VAN EEN ANDERE LID-STAAT, ALSMEDE AAN HET RECHT ALDAAR VERBLIJF TE HOUDEN EN ZICH ALDAAR TE VERPLAATSEN, MOGEN SLECHTS BEPERKINGEN WORDEN GESTELD WANNEER HUN AANWEZIGHEID OF HUN GEDRAG EEN WERKELIJKE EN GENOEGZAAM ERNSTIGE BEDREIGING VOOR DE OPENBARE ORDE OPLEVERT .

4 . MAATREGELEN TER HANDHAVING VAN DE OPENBARE ORDE MOETEN WORDEN GETOETST AAN ALLE REGELEN VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT WELKE ENERZIJDS TEN DOEL HEBBEN DE LID-STATEN BIJ HUN MOGELIJKHEID DIENAANGAANDE EEN DISCRETIONAIR OORDEEL UIT TE SPREKEN AAN BANDEN TE LEGGEN EN ANDERZIJDS DE VERDEDIGING VAN PERSONEN DIE UIT DIEN HOOFDE AAN BEPERKENDE MAATREGELEN ZIJN ONDERWORPEN TE WAARBORGEN .

ZULKE GRENZEN EN WAARBORGEN LIGGEN MET NAME BESLOTEN IN DE AAN DE LID-STATEN OPGELEGDE VERPLICHTING AAN DE TE NEMEN MAATREGELEN UITSLUITEND HET INDIVIDUEEL GEDRAG VAN BETROKKENEN TEN GRONDSLAG TE LEGGEN, ZICH IN ZOVERRE TE ONTHOUDEN VAN ALLE MAATREGELEN DIE MET HET OOG OP ANDERE DOELEINDEN DAN DIE VAN DE OPENBARE ORDE ZOUDEN WORDEN AANGEWEND OF INBREUK ZOUDEN MAKEN OP DE UITOEFENING VAN DE SYNDICALE RECHTEN, AAN ALLEN DIE DOOR BEPERKENDE MAATREGELEN WORDEN GETROFFEN - BEHOUDENS WANNEER OVERWEGINGEN VAN STAATSVEILIGHEID ZICH DAARTEGEN VERZETTEN - DE AAN HET GENOMEN BESLUIT TEN GRONDSLAG LIGGENDE REDENEN MEDE TE DELEN EN TENSLOTTE TE VERZEKEREN DAT BETROKKENEN WERKELIJK IN BEROEP KUNNEN KOMEN .

5 . MAATREGELEN TOT BEPERKING VAN HET RECHT VAN VERBLIJF DIE ALLEEN OP EEN GEDEELTE VAN HET NATIONALE GRONDGEBIED VAN TOEPASSING ZIJN, MOGEN DOOR EEN LID-STAAT AAN ONDERDANEN VAN ANDERE LID-STATEN VOOR WIE DE BEPALINGEN VAN HET VERDRAG GELDEN SLECHTS WORDEN OPGELEGD IN DE GEVALLEN WAARIN - EN ONDER DE VOORWAARDEN WAARONDER - ZULKE MAATREGELEN AAN DE ONDERDANEN VAN DE BETROKKEN STAAT KUNNEN WORDEN OPGELEGD .

Partijen


IN DE ZAAK 36-75,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN DE TRIBUNAL ADMINISTRATIF TE PARIJS, IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

ROLAND RUTILI, VERBLIJVENDE TE GENNEVILLIERS,

EN

DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN,

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING INZAKE DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 48 VAN HET EEG-VERDRAG,

Overwegingen van het arrest


1 OVERWEGENDE DAT DE TRIBUNAL ADMINISTRATIF TE PARIJS BIJ BESCHIKKING VAN 16 DECEMBER 1974, INGEKOMEN TER GRIFFIE VAN HET HOF OP 9 APRIL 1975, KRACHTENS ARTIKEL 177 VAN HET EEG-VERDRAG TWEE VRAGEN HEEFT GESTELD BETREFFENDE DE UITLEGGING VAN HET IN ARTIKEL 48 VAN HET EEG-VERDRAG IN HET BELANG VAN DE OPENBARE ORDE GEMAAKTE VOORBEHOUD, BEZIEN IN VERBAND MET DE TER UITVOERING VAN GENOEMD ARTIKEL GENOMEN MAATREGELEN, MET NAME 'S RAADS VERORDENING NR . 1612/68 EN 'S RAADS RICHTLIJN NR . 68/360 VAN 15 OKTOBER 1968 BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS ( PB NR . L 257, BLZ . 2 EN 13 );

2 OVERWEGENDE DAT DEZE VRAGEN ZIJN GESTELD IN HET KADER VAN DE BEHANDELING VAN EEN BEROEP, DOOR EEN IN DE FRANSE REPUBLIEK VERBLIJVEND ITALIAANS ONDERDAAN INGEDIEND TEGEN HET BESLUIT WAARBIJ HEM ALS ONDERDAAN VAN EEN LID-STAAT DER EEG EEN VERBLIJFSKAART IS VERSTREKT WAARIN HEM HET VERBLIJF IN BEPAALDE FRANSE DEPARTEMENTEN WERD ONTZEGD;

3 OVERWEGENDE DAT ER BLIJKENS HET DOSSIER VAN DE TRIBUNAL ADMINISTRATIF EN DE VOOR HET HOF GEVOERDE MONDELINGE BEHANDELING TEN AANZIEN VAN VERZOEKER IN HET HOOFDGEDING IN 1968 EERST EEN BESLUIT TOT UITWIJZING IS GENOMEN, EN VERVOLGENS EEN BESLUIT WAARBIJ HEM EEN VERBLIJFPLAATS IN EEN BEPAALD DEPARTEMENT WERD AANGEWEZEN;

4 DAT DEZE LAATSTE MAATREGEL OP 23 OKTOBER 1970 IS VERVANGEN DOOR EEN VERBLIJFSVERBOD GELDENDE VOOR VIER DEPARTEMENTEN, ONDER MEER OOK VOOR HET DEPARTEMENT WAAR HIJ ZIJN WOONPLAATS HAD EN WAAR ZIJN GEZIN NOG STEEDS VERBLIJF HOUDT;

5 DAT UIT HET DOSSIER EN DE AAN HET HOF VERSTREKTE INLICHTINGEN EVENEENS BLIJKT DAT DE GRONDEN VAN DE TEN AANZIEN VAN VERZOEKER IN HET HOOFDGEDING GENOMEN MAATREGELEN HEM OP 16 DECEMBER 1970 TIJDENS DE BEHANDELING VOOR DE TRIBUNAL ADMINISTRATIF, DAT WIL ZEGGEN NA DE INDIENING VAN HET BEROEPSCHRIFT, IN ALGEMENE TERMEN ZIJN MEDEGEDEELD;

6 DAT AAN BETROKKENE, BLIJKENS DE - DOOR HEM BESTREDEN - INLICHTINGEN WELKE DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN AAN DE TRIBUNAL ADMINISTRATIF HEEFT VERSTREKT, WORDT VERWETEN DAT HIJ ZICH IN DE JAREN 1967 EN 1968 OP HET TERREIN VAN POLITIEK EN VAKBEWEGING ZOU HEBBEN BEWOGEN EN DAT ZIJN AANWEZIGHEID IN DE IN HET BESLUIT GENOEMDE DEPARTEMENTEN DAAROM WORDT GEACHT "DE OPENBARE ORDE TE KUNNEN VERSTOREN";

7 DAT DE TRIBUNAL ADMINISTRATIF MET HET OOG OP EEN OPLOSSING VAN DE VRAGEN VAN GEMEENSCHAPSRECHT WELKE, GEZIEN DE BEGINSELEN INZAKE HET VRIJE VERKEER EN DE GELIJKE BEHANDELING VAN DE WERKNEMERS DER LID-STATEN, TEN PROCESSE WAREN GEREZEN, HET HOF TWEE VRAGEN HEEFT GESTELD WAARMEDE HET DE DRAAGWIJDTE VAN HET IN ARTIKEL 48 VAN HET VERDRAG IN HET BELANG VAN DE OPENBARE ORDE GEMAAKTE VOORBEHOUD NADER WENST TE ZIEN VASTGESTELD;

DE EERSTE VRAAG

8 OVERWEGENDE DAT IN DE EERSTE PLAATS WORDT GEVRAAGD OF DE IN ARTIKEL 48 VAN HET VERDRAG GEBEZIGDE TERM "BEHOUDENS DE UIT HOOFDE VAN OPENBARE ORDE ... GERECHTVAARDIGDE BEPERKINGEN" ALLEEN BETREKKING HEEFT OP DE ALGEMENE BESTUURSMAATREGELEN WELKE IEDERE LID-STAAT HEEFT GENOMEN TENEINDE OP ZIJN GRONDGEBIED HET VRIJE VERKEER EN HET VERBLIJF VAN ONDERDANEN VAN ANDERE LID-STATEN TE BEPERKEN DAN WEL OOK OP TER UITVOERING VAN ZULKE ALGEMENE MAATREGELEN GENOMEN INDIVIDUELE BESLUITEN;

9 OVERWEGENDE DAT ARTIKEL 48, LID 1, HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS BINNEN DE GEMEENSCHAP VERZEKERT;

10 DAT DIE VRIJHEID NAAR LUID VAN LID 2 DE AFSCHAFFING BEHELST VAN ELKE OP DE NATIONALITEIT GEGRONDE DISCRIMINATIE TEN AANZIEN VAN DE WERKGELEGENHEID, DE BELONING EN DE OVERIGE ARBEIDSVOORWAARDEN;

11 DAT ZIJ NAAR LUID VAN LID 3 VOOR DE WERKNEMERS HET RECHT INHOUDT ZICH OP HET GRONDGEBIED DER LID-STATEN VRIJELIJK TE VERPLAATSEN, ER VOOR DE UITOEFENING VAN EEN BETREKKING TE VERBLIJVEN EN ER NA AFLOOP VAN DIE BETREKKING VERBLIJF TE HOUDEN;

12 DAT TENSLOTTE, ONVERMINDERD DE BIJZONDERE BEPALINGEN IN HET VERDRAG GESTELD, NAAR LUID VAN ZIJN ARTIKEL 7 BINNEN ZIJN WERKINGSSFEER ELKE DISCRIMINATIE OP GROND VAN DE NATIONALITEIT IS VERBODEN;

13 DAT EVENWEL VOLGENS ARTIKEL 48, LID 3, HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS, EN WEL MET NAME HUN VRIJHEID ZICH OP HET GRONDGEBIED DER LID-STATEN TE VERPLAATSEN, KAN WORDEN INGEPERKT OM REDENEN VAN OPENBARE ORDE, OPENBARE VEILIGHEID EN VOLKSGEZONDHEID;

14 DAT ER TER UITVOERING VAN VOORMELDE BEPALINGEN VERSCHILLENDE MAATREGELEN ZIJN GENOMEN, MET NAME DOOR VASTSTELLING VAN 'S RAADS VERORDENING NR . 1612/68 EN 'S RAADS RICHTLIJN 68/360 BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS;

15 DAT HET IN HET BELANG DER OPENBARE ORDE GEMAAKTE VOORBEHOUD NADER IS UITGEWERKT IN 'S RAADS RICHTLIJN NR . 64/221 VAN 25 FEBRUARI 1964 VOOR DE COORDINATIE VAN DE VOOR VREEMDELINGEN GELDENDE BIJZONDERE MAATREGELEN TEN AANZIEN VAN VERPLAATSING EN VERBLIJF DIE GERECHTVAARDIGD ZIJN UIT HOOFDE VAN DE OPENBARE ORDE, DE OPENBARE VEILIGHEID EN DE VOLKSGEZONDHEID ( PB 1964, BLZ . 850 );

16 DAT AL DEZE BEPALINGEN ZONDER UITZONDERING MEDEBRENGEN DAT DE LID-STATEN BEPAALDE VERPLICHTINGEN HEBBEN TE VERVULLEN, ZODAT HET OP DE WEG VAN DE RECHTER LIGT OM, BIJALDIEN WETTELIJKE OF BESTUURLIJKE MAATREGELEN DOOR EEN LID-STAAT GENOMEN TENEINDE OP ZIJN GRONDGEBIED HET VRIJE VERKEER EN HET VERBLIJF VAN DE ONDERDANEN DER ANDERE LID-STATEN TE BEPERKEN NIET MET EEN DEZER VERPLICHTINGEN IN OVEREENSTEMMING MOCHTEN BLIJKEN TE ZIJN, DE IN RECHTE INGEROEPEN VOORSCHRIFTEN VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT TEN OPZICHTE VAN HET NATIONALE RECHT TE DOEN PREVALEREN;

17 DAT HET VOORTS, VOOR ZOVER DE BEPALINGEN VAN HET VERDRAG EN VAN HET AFGELEIDE RECHT DE RECHTSPOSITIE VAN PARTICULIEREN REGELEN OF HUN RECHTSBESCHERMING VERZEKEREN, OP DE WEG LIGT VAN DE NATIONALE RECHTER NA TE GAAN OF INDIVIDUELE BESLUITEN ZICH MET DE DESBETREFFENDE BEPALINGEN VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT VERDRAGEN;

18 DAT ZULKS NIET ALLEEN GELDT VOOR DE BEGINSELEN VAN NON-DISCRIMINATIE EN VRIJ VERKEER DIE IN DE ARTIKELEN 7 EN 48 VAN HET VERDRAG EN IN VERORDENING NR . 1612/68 BESLOTEN LIGGEN, DOCH OOK VOOR DE VOORSCHRIFTEN VAN RICHTLIJN NR . 64/221 DIE BESTEMD ZIJN OM DE DRAAGWIJDTE VAN HET IN HET BELANG DER OPENBARE ORDE GEMAAKTE VOORBEHOUD VAST TE STELLEN EN AAN DEGENEN DIE GETROFFEN WORDEN DOOR MAATREGELEN WAARBIJ HUN VRIJHEID VAN VERPLAATSING EN VERBLIJF AAN BANDEN WORDT GELEGD, TEN AANZIEN VAN DE PROCEDURE BEPAALDE MINIMALE WAARBORGEN TE BIEDEN;

19 DAT NIET ALLEEN EERBIEDIGING DER RECHTSSTREEKS IN HET VERDRAG EN IN VERORDENING NR . 1612/68 AAN DE ONDERDANEN DER LID-STATEN VERLEENDE RECHTEN TOT DIE CONCLUSIE LEIDT, DOCH OOK ARTIKEL 3 VAN RICHTLIJN NR . 64/221, WAARIN MET ZOVEEL WOORDEN IS BEPAALD DAT DE MAATREGELEN VAN OPENBARE ORDE OF OPENBARE VEILIGHEID "UITSLUITEND ?MOETEN? BERUSTEN OP HET PERSOONLIJK GEDRAG VAN DE BETROKKENE";

20 DAT DEZE ZIENSWIJZE ZICH TE MEER OPDRINGT NU IN DE NATIONALE WETTELIJKE REGELINGEN BETREFFENDE DE HANDHAVING VAN OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID IN DE REGEL AAN DE NATIONALE GEZAGSORGANEN BELEIDSOORDELEN WORDEN OVERGELATEN WELKE AAN IEDERE RECHTSCONTROLE ZOUDEN KUNNEN WORDEN ONTTROKKEN INDIEN DE RECHTER ZIJN ONDERZOEK NIET ZOU MOGEN UITSTREKKEN TOT KRACHTENS HET VOORBEHOUD VAN ARTIKEL 48, LID 3, VAN HET VERDRAG GENOMEN INDIVIDUELE BESLUITEN;

21 DAT DE GESTELDE VRAAG DERHALVE IN DIE ZIN MOET WORDEN BEANTWOORD DAT DE IN ARTIKEL 48 GEBEZIGDE WOORDEN "BEHOUDENS DE UIT HOOFDE VAN OPENBARE ORDE ... GERECHTVAARDIGDE BEPERKINGEN", GEBEZIGD IN ARTIKEL 48, NIET SLECHTS BETREKKING HEBBEN OP DE ALGEMENE BESTUURSMAATREGELEN DIE ELKE LID-STAAT VAN DE EEG HEEFT GENOMEN OM OP ZIJN GRONDGEBIED HET VRIJE VERKEER EN HET VERBLIJF VAN ONDERDANEN VAN ANDERE LID-STATEN TE BEPERKEN, DOCH OOK OP TER TOEPASSING VAN DERGELIJKE ALGEMENE MAATREGELEN GENOMEN INDIVIDUELE BESLUITEN;

DE TWEEDE VRAAG

22 OVERWEGENDE DAT IN DE TWEEDE PLAATS WORDT GEVRAAGD NAAR DE BETEKENIS WELKE IN ARTIKEL 48, LID 3, VAN HET VERDRAG - "BEHOUDENS DE UIT HOOFDE VAN OPENBARE ORDE ... GERECHTVAARDIGDE BEPERKINGEN" - AAN HET WOORD "GERECHTVAARDIGD" MOET WORDEN GEHECHT;

23 OVERWEGENDE DAT DE IN DEZE BEPALING GEBEZIGDE TERM "GERECHTVAARDIGDE BEPERKINGEN" BETEKENT DAT ER MET NAME WAT HET RECHT VAN DE ONDERDANEN DER LID-STATEN OP VERPLAATSING EN VERBLIJF BETREFT, SLECHTS RUIMTE IS VOOR BEPERKINGEN DIE MET HET OBJECTIEVE RECHT, ONDER MEER HET GEMEENSCHAPSRECHT, IN OVEREENSTEMMING ZIJN;

24 DAT IN ZOVERRE ENERZIJDS DE REGELEN VAN MATERIEEL RECHT, ANDERZIJDS DE REGELEN VAN FORMELE OF PROCESSUELE AARD IN AANMERKING DIENEN TE WORDEN GENOMEN WAARIN DE VOORWAARDEN ZIJN VASTGELEGD MET INACHTNEMING WAARVAN DE LID-STATEN DE BEVOEGDHEDEN WELKE HUN IN ARTIKEL 48, LID 3, OP HET STUK VAN OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID ZIJN VOORBEHOUDEN, KUNNEN UITOEFENEN;

25 DAT VOORTS DIENT TE WORDEN STILGESTAAN BIJ DE IN GEMEENSCHAPSRECHTELIJK OPZICHT BIJZONDERE PROBLEMEN, AAN DE ORDE GESTELD DOOR DE AARD VAN DE AAN DE TRIBUNAL ADMINISTRATIF VOORGELEGDE MAATREGEL - DIE EEN TOT EEN GEDEELTE VAN HET NATIONALE GRONDGEBIED BEPERKT VERBLIJFSVERBOD BEHELST -;

DE RECHTVAARDIGING VAN MAATREGELEN VAN OPENBARE ORDE IN MATERIEELRECHTELIJK OPZICHT

26 OVERWEGENDE DAT DE LID-STATEN KRACHTENS HET IN ARTIKEL 48, LID 3, GEMAAKTE VOORBEHOUD IN HOOFDZAAK VRIJ BLIJVEN DE EISEN VAN OPENBARE ORDE OP HUN NATIONALE BEHOEFTEN AF TE STEMMEN;

27 DAT DIT BEGRIP EVENWEL IN COMMUNAUTAIR VERBAND, MET NAME OMDAT HET EEN AFWIJKING VAN DE GRONDBEGINSELEN OP HET STUK VAN GELIJKE BEHANDELING EN VRIJ VERKEER VAN WERKNEMERS MOET RECHTVAARDIGEN, IN STRIKTE ZIN IS TE VERSTAAN, ZODAT ZIJN INHOUD NIET ZONDER CONTROLE VAN DE INSTELLINGEN DER GEMEENSCHAP EENZIJDIG DOOR DE ONDERSCHEIDEN LID-STATEN KAN WORDEN BEPAALD;

28 DAT MITSDIEN AAN HET RECHT VAN DE ONDERDANEN DER LID-STATEN OP TOEGANG TOT HET GRONDGEBIED VAN EEN ANDERE LID-STAAT, ALSMEDE AAN HET RECHT ALDAAR VERBLIJF TE HOUDEN EN ZICH ALDAAR TE VERPLAATSEN, SLECHTS BEPERKINGEN MOGEN WORDEN GESTELD WANNEER HUN AANWEZIGHEID OF HUN GEDRAG EEN WERKELIJKE EN GENOEGZAAM ERNSTIGE BEDREIGING VOOR DE OPENBARE ORDE OPLEVERT;

29 DAT ARTIKEL 3 VAN RICHTLIJN NR . 64/221 DE LID-STATEN TEN DEZE VERPLICHT BIJ HUN BEOORDELING VAN DE VRAAG OF ZULKS HET GEVAL IS DE INDIVIDUELE OMSTANDIGHEDEN IN AANMERKING TE NEMEN VAN IEDER DIE DE BESCHERMING VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT GENIET EN ZICH VAN GLOBALE APPRECIATIES TE ONTHOUDEN;

30 DAT VOORTS IN ARTIKEL 2 VAN DEZE ZELFDE RICHTLIJN WORDT BEPAALD DAT AAN DE REDENEN VAN OPENBARE ORDE GEEN ONEIGENLIJKE FUNCTIE MAG WORDEN TOEGEKEND - IN DIE ZIN DAT ZE "WORDEN AANGEVOERD VOOR ECONOMISCHE DOELEINDEN";

31 DAT UIT ARTIKEL 8 VAN VERORDENING NR . 1612/68 - WAARIN WAT BETREFT HET LIDMAATSCHAP VAN VAKVERENIGINGEN EN DE UITOEFENING DER DAARMEDE SAMENHANGENDE RECHTEN GELIJKHEID VAN BEHANDELING WORDT VERZEKERD - BLIJKT DAT VAN BEDOELD IN HET BELANG DER OPENBARE ORDE GEMAAKTE VOORBEHOUD OOK GEEN GEBRUIK MAG WORDEN GEMAAKT OP GRONDEN WELKE DE UITOEFENING DIER RECHTEN BETREFFEN;

32 DAT IN DE GEZAMENLIJKE BEPERKINGEN WELKE ALDUS OP HET STUK VAN DE VREEMDELINGENPOLITIE AAN DE BEVOEGDHEDEN DER LID-STATEN WORDEN GESTELD, BEPAALDELIJK EEN MEER ALGEMEEN BEGINSEL TOT UITDRUKKING KOMT, DAT IN DE ARTIKELEN 8, 9, 10 EN 11 VAN HET OP 4 NOVEMBER 1950 TE ROME GETEKENDE EN DOOR ALLE LID-STATEN BEKRACHTIGDE VERDRAG TOT WAARBORGING VAN DE RECHTEN VAN DE MENS EN DE FUNDAMENTELE VRIJHEDEN EN IN ARTIKEL 2 VAN HET OP 16 SEPTEMBER 1963 TE STRAATSBURG ONDERTEKENDE PROTOCOL NR . 4 BIJ DAT VERDRAG IS OMSCHREVEN - VOLGENS WELKE GELIJKLUIDEND GEFORMULEERDE BEPALINGEN DE IN HET BELANG VAN DE OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID GEMAAKTE INBREUKEN OP DE RECHTEN WELKE IN VOORMELDE ARTIKELEN WORDEN OMSCHREVEN NIET VERDER MOGEN GAAN DAN MET HET OOG OP DIE BEHOEFTEN "IN EEN DEMOCRATISCHE SAMENLEVING" NOODZAKELIJK IS -;

DE RECHTVAARDIGING VAN DE MAATREGELEN VAN OPENBARE ORDE UIT PROCESSUEEL OOGPUNT

33 OVERWEGENDE DAT RICHTLIJN NR . 64/221 NAAR LUID VAN DE DERDE OVERWEGING VAN HAAR CONSIDERANS ONDER MEER BEDOELD IS OM "IN ELKE LID-STAAT VOOR DE ONDERDANEN VAN DE ANDERE LID-STATEN VOLDOENDE MOGELIJKHEDEN TOT BEROEP TEGEN BESTUURSRECHTELIJKE BESLUITEN", BEHELZENDE MAATREGELEN TER HANDHAVING VAN DE OPENBARE ORDE, OPEN TE STELLEN;

34 DAT DE BETROKKENE VOLGENS ARTIKEL 8 VAN DEZELFDE RICHTLIJN TEGEN TE ZIJNEN AANZIEN GENOMEN MAATREGELEN "MOET ... KUNNEN BESCHIKKEN OVER DE MOGELIJKHEDEN VAN BEROEP DIE OPEN STAAN VOOR DE EIGEN ONDERDANEN TEGEN BESTUURSRECHTELIJKE BESLUITEN";

35 DAT BETROKKENE ZICH BIJ GEBREKE VAN ZULKE MOGELIJKHEDEN VOLGENS ARTIKEL 9 IN IEDER GEVAL MOET KUNNEN VERWEREN VOOR EEN BEVOEGDE INSTANTIE, EN WEL BIJ EEN ANDERE INSTANTIE DAN DIE WELKE DE MAATREGEL HEEFT GENOMEN WAARBIJ ZIJN VRIJHEID WERD BEPERKT;

36 DAT VOORTS IN ARTIKEL 6 VAN DE RICHTLIJN WORDT BEPAALD DAT DE REDENEN DIE TEN GRONDSLAG LIGGEN AAN EEN TEN AANZIEN VAN BETROKKENE GENOMEN BESLUIT TE ZIJNER KENNIS MOETEN WORDEN GEBRACHT, TENZIJ DAARTEGEN UIT EEN OOGPUNT VAN VEILIGHEID VAN DE STAAT BEZWAAR BESTAAT;

37 DAT UIT DEZE BEPALINGEN BLIJKT DAT TEN BEHOEVE VAN EEN IEDER DIE DOOR DE AANGEHAALDE BEPALINGEN WORDT BESCHERMD TWEEERLEI WAARBORG HEEFT TE GELDEN, TE WETEN MEDEDELING VAN DE GRONDEN VAN ALLE TE ZIJNEN AANZIEN GENOMEN BEPERKENDE MAATREGELEN EN OPENSTELLING VAN DE MOGELIJKHEID TEGEN DIE MAATREGELEN IN BEROEP TE KOMEN;

38 DAT DUIDELIJK DIENT TE WORDEN VASTGESTELD DAT DOOR DE LID-STATEN ALLE MAATREGELEN MOETEN WORDEN GENOMEN TENEINDE AAN EEN IEDER DIE DOOR EEN BEPERKENDE MAATREGEL WORDT GETROFFEN HET DAADWERKELIJK GENOT VAN DEZE DUBBELE WAARBORG TE VERZEKEREN;

39 DAT ZULKS MET NAME TOT GEVOLG HEEFT DAT DE BETROKKEN STAAT, ZODRA AAN BETROKKENE KENNISGEVING GESCHIEDT VAN DE TE ZIJNEN AANZIEN GENOMEN BEPERKENDE MAATREGEL, AANSTONDS VOLLEDIG EN NAUWKEURIG OPGAVE HEEFT TE DOEN VAN DE GRONDEN VAN HET DESBETREFFENDE BESLUIT - TEN EINDE HEM IN STAAT TE STELLEN ZICH BEHOORLIJK TE VERDEDIGEN;

DE RECHTVAARDIGING VAN - MET NAME - TOT EEN GEDEELTE VAN HET NATIONALE GRONDGEBIED BEPERKTE VERBLIJFSVERBODEN

40 OVERWEGENDE DAT DE DOOR DE TRIBUNAL ADMINISTRATIF GESTELDE VRAGEN ZIJN GEREZEN NAAR AANLEIDING VAN EEN MAATREGEL WELKE EEN TOT EEN GEDEELTE VAN HET NATIONALE GRONDGEBIED BEPERKT VERBLIJFSVERBOD BEHELSDE;

41 DAT DE REGERING VAN DE FRANSE REPUBLIEK IN ANTWOORD OP EEN DOOR HET HOF GESTELDE VRAAG HEEFT LATEN WETEN DAT ZULKE MAATREGEL JEGENS DE EIGEN ONDERDANEN KUNNEN WORDEN GENOMEN HETZIJ BIJ WEGE VAN BIJKOMENDE STRAF - NAAST BEPAALDE HOOFDSTRAFFEN -, HETZIJ NA UITROEPING VAN DE "ETAT D'URGENCE";

42 DAT EVENWEL DE BEPALINGEN KRACHTENS WELKE AAN BUITENLANDSE ONDERDANEN HET VERBLIJF IN BEPAALDE RESSORTEN VAN HET GRONDGEBIED KAN WORDEN VERBODEN, BERUSTEN OP BIJZONDERE, ALLEEN VOOR ZULKE BUITENLANDERS GELDENDE WETTELIJKE OF BESTUURLIJKE VOORSCHRIFTEN;

43 DAT DE REGERING VAN DE FRANSE REPUBLIEK IN DIT VERBAND WIJST OP ARTIKEL 4 VAN 'S RAADS RICHTLIJN NR . 64/220 VAN 25 FEBRUARI 1964 INZAKE DE OPHEFFING VAN DE BEPERKINGEN VAN DE VERPLAATSING EN HET VERBLIJF VAN ONDERDANEN VAN DE LID-STATEN BINNEN DE GEMEENSCHAP TER ZAKE VAN DE VESTIGING EN HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN ( PB 1964, BLZ . 845 ) VOLGENS HETWELK "HET VERBLIJFSRECHT ... ZICH UIT?STREKT? TOT HET GEHELE GRONDGEBIED VAN DE BETROKKEN LID-STAAT, BEHOUDENS AFZONDERLIJKE MAATREGELEN UIT HOOFDE VAN DE OPENBARE ORDE OF DE OPENBARE VEILIGHEID";

44 DAT DIT EEN BIJZONDERE BEPALING VAN DE BETROKKEN RICHTLIJN BLIJKT TE ZIJN, ALLEEN GELDENDE VOOR DE VESTIGING EN HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN, EN DAT ZIJ IN DE RICHTLIJNEN BETREFFENDE HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMERS - MET NAME IN DE THANS GELDENDE RICHTLIJN NR . 68/360 - ALSOOK IN 'S RAADS RICHTLIJN NR . 73/148 VAN 21 MEI 1973 INZAKE DE OPHEFFING VAN DE BEPERKINGEN VAN DE VERPLAATSING EN HET VERBLIJF VAN ONDERDANEN VAN DE LID-STATEN BINNEN DE GEMEENSCHAP TER ZAKE VAN VESTIGING EN VERRICHTEN VAN DIENSTEN ( PB NR . L 172, BLZ . 14 ), DIE INMIDDELS RICHTLIJN NR . 64/220 HEEFT VERVANGEN - NIET IS OVERGENOMEN;

45 DAT EVENWEL VOLGENS DE DOOR DE COMMISSIE TIJDENS DE MONDELINGE BEHANDELING VOORGESTANE OPVATTING HET ONTBREKEN VAN DEZE CLAUSULE IN DE THANS ZOWEL VOOR WERKNEMERS ALS OP HET GEBIED VAN DE VESTIGING EN HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN GELDENDE RICHTLIJNEN NIET ZOU BETEKENEN DAT DE LID-STATEN AAN BUITENLANDERS - ONDERDANEN VAN ANDERE LID-STATEN - IN HET GEHEEL GEEN TOT EEN GEDEELTE VAN HET GRONDGEBIED BEPERKT VERBLIJFSVERBOD MEER ZOUDEN KUNNEN OPLEGGEN;

46 OVERWEGENDE DAT WAAR HET VERDRAG HET RECHT VAN TOEGANG TOT HET GRONDGEBIED DER LID-STATEN ALSOOK HET RECHT ALDAAR TE VERBLIJVEN EN ZICH ER VRIJELIJK TE VERPLAATSEN OMSCHRIJFT, AAN HET GEHELE GRONDGEBIED DIER STATEN EN NIET AAN BEPAALDE ONDERDELEN ERVAN WORDT GEREFEREERD;

47 DAT AAN HET IN ARTIKEL 48, LID 3, MET BETREKKING TOT DE HANDHAVING VAN DE OPENBARE ORDE GEMAAKTE VOORBEHOUD DEZELFDE DRAAGWIJDTE TOEKOMT ALS AAN DE RECHTEN AAN WELKER UITOEFENING VOLGENS BEDOELD VOORBEHOUD BEPERKINGEN KUNNEN WORDEN GESTELD;

48 DAT DAARUIT VOLGT DAT KRACHTENS HET DESBETREFFEND VOORBEHOUD VAN ARTIKEL 48, LID 3, VERBLIJFSVERBODEN SLECHTS VOOR HET GEHELE NATIONALE GRONDGEBIED KUNNEN WORDEN OPGELEGD;

49 DAT DAARENTEGEN IN GEVAL VAN PARTIELE, TOT BEPAALDE GEDEELTEN VAN HET GRONDGEBIED BEPERKTE VERBLIJFSVERBODEN DE DOOR HET GEMEENSCHAPSRECHT BESCHERMDE PERSONEN KRACHTENS ARTIKEL 7 VAN HET VERDRAG - EN BINNEN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN DIE BEPALING - OP VOET VAN GELIJKHEID MET DE ONDERDANEN VAN DE BETROKKEN LID-STAAT MOETEN WORDEN BEHANDELD;

50 DAT DAARUIT VOLGT DAT EEN LID-STAAT AAN EEN ONDERDAAN VAN EEN ANDERE LID-STAAT VOOR WIE DE BEPALINGEN VAN HET VERDRAG GELDEN, TERRITORIAAL BEPERKTE VERBLIJFVERBODEN SLECHTS KAN OPLEGGEN IN DE GEVALLEN WAARIN ZULKE VERBODEN OOK AAN DE EIGEN ONDERDANEN KUNNEN WORDEN OPGELEGD;

51 OVERWEGENDE DAT DE TWEEDE VRAAG DERHALVE IN DIE ZIN DIENT TE WORDEN BEANTWOORD DAT MAATREGELEN TER HANDHAVING VAN DE OPENBARE ORDE MOETEN WORDEN GETOETST AAN ALLE REGELEN VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT WELKE ENERZIJDS TEN DOEL HEBBEN DE LID-STATEN BIJ HUN MOGELIJKHEDEN DAAROMTRENT EEN DISCRETIONAIR OORDEEL UIT TE SPREKEN AAN BANDEN TE LEGGEN EN ANDERZIJDS DE VERDEDIGING VAN PERSONEN DIE UIT DIEN HOOFDE AAN BEPERKENDE MAATREGELEN ZIJN ONDERWORPEN TE WAARBORGEN;

52 DAT ZULKE GRENZEN EN WAARBORGEN MET NAME BESLOTEN LIGGEN IN DE AAN DE LID-STATEN OPGELEGDE VERPLICHTING OM AAN DE TE NEMEN MAATREGELEN UITSLUITEND HET INDIVIDUEEL GEDRAG VAN BETROKKENEN TEN GRONDSLAG TE LEGGEN, ZICH OP DIT GEBIED TE ONTHOUDEN VAN ALLE MAATREGELEN DIE MET HET OOG OP ANDERE DOELEINDEN DAN DIE VAN DE OPENBARE ORDE ZOUDEN WORDEN AANGEWEND OF INBREUK ZOUDEN MAKEN OP DE UITOEFENING DER SYNDICALE RECHTEN, AAN ALLEN DIE DOOR BEPERKENDE MAATREGELEN WORDEN GETROFFEN - BEHOUDENS WANNEER OVERWEGINGEN VAN STAATSVEILIGHEID ZICH ER TEGEN VERZETTEN - DE AAN HET GENOMEN BESLUIT TEN GRONDSLAG LIGGENDE REDENEN MEDE TE DELEN EN TENSLOTTE TE VERZEKEREN DAT BETROKKENEN WERKELIJK IN BEROEP KUNNEN KOMEN;

53 DAT MET NAME MAATREGELEN TOT BEPERKING VAN HET RECHT VAN VERBLIJF DIE ALLEEN OP EEN GEDEELTE VAN HET NATIONALE GRONDGEBIED VAN TOEPASSING ZIJN, DOOR EEN LID-STAAT AAN ONDERDANEN VAN ANDERE LID-STATEN VOOR WIE DE BEPALINGEN VAN HET VERDRAG GELDEN SLECHTS KUNNEN WORDEN OPGELEGD IN DE GEVALLEN WAARIN - EN ONDER DE VOORWAARDEN WAARONDER - ZULKE MAATREGELEN AAN DE ONDERDANEN VAN DE BETROKKEN STAAT KUNNEN WORDEN OPGELEGD;

Beslissing inzake de kosten


54 OVERWEGENDE DAT DE KOSTEN, DOOR DE REGERING VAN DE FRANSE REPUBLIEK, DE REGERING VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK EN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENEN HUNNER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT, NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN;

55 DAT DE PROCEDURE TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING ALS EEN IN DE LOOP VAN HET GEDING VOOR DE TRIBUNAL ADMINISTRATIF TE PARIJS GEREZEN INCIDENT IS TE BESCHOUWEN, ZODAT DE NATIONALE RECHTELIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN;

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE,

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR DE TRIBUNAL ADMINISTRATIF TE PARIJS BIJ BESCHIKKING VAN 16 DECEMBER 1974 GESTELDE VRAGEN, VERKLAART VOOR RECHT :

1 . DE WOORDEN "BEHOUDENS DE UIT HOOFDE VAN DE OPENBARE ORDE ... GERECHTVAARDIGDE BEPERKINGEN", GEBEZIGD IN ARTIKEL 48, HEBBEN NIET SLECHTS BETREKKING OP DE ALGEMENE BESTUURSMAATREGELEN DIE ELKE LID-STAAT VAN DE EEG HEEFT GENOMEN OM OP ZIJN GRONDGEBIED HET VRIJE VERKEER EN HET VERBLIJF VAN ONDERDANEN VAN ANDERE LID-STATEN TE BEPERKEN, DOCH OOK OP DE TER UITVOERING VAN DERGELIJKE ALGEMENE MAATREGELEN GENOMEN INDIVIDUELE BESLUITEN .

2 . MAATREGELEN TER HANDHAVING VAN DE OPENBARE ORDE MOETEN WORDEN GETOETST AAN ALLE REGELEN VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT WELKE ENERZIJDS TEN DOEL HEBBEN DE LID-STATEN BIJ HUN MOGELIJKHEID DIENAANGAANDE EEN DISCRETIONAIR OORDEEL UIT TE SPREKEN AAN BANDEN TE LEGGEN EN ANDERZIJDS DE VERDEDIGING VAN PERSONEN DIE UIT DIEN HOOFDE AAN BEPERKENDE MAATREGELEN ZIJN ONDERWORPEN TE WAARBORGEN .

ZULKE GRENZEN EN WAARBORGEN LIGGEN MET NAME BESLOTEN IN DE AAN DE LID-STATEN OPGELEGDE VERPLICHTING AAN DE TE NEMEN MAATREGELEN UITSLUITEND HET INDIVIDUEEL GEDRAG VAN BETROKKENEN TEN GRONDSLAG LEGGEN, ZICH IN ZOVERRE TE ONTHOUDEN VAN ALLE MAATREGELEN DIE MET HET OOG OP ANDERE DOELEINDEN DAN DIE VAN DE OPENBARE ORDE ZOUDEN WORDEN AANGEWEND OF INBREUK ZOUDEN MAKEN OP DE UITOEFENING VAN DE SYNDICALE RECHTEN, AAN ALLEN DIE DOOR BEPERKENDE MAATREGELEN WORDEN GETROFFEN - BEHOUDENS WANNEER OVERWEGINGEN VAN STAATSVEILIGHEID ZICH DAARTEGEN VERZETTEN - DE AAN HET GENOMEN BESLUIT TEN GRONDSLAG LIGGENDE REDENEN MEDE TE DELEN EN TENSLOTTE TE VERZEKEREN DAT BETROKKENEN WERKELIJK IN BEROEP KUNNEN KOMEN .

MET NAME MOGEN MAATREGELEN TOT BEPERKING TOT HET RECHT VAN VERBLIJF DIE ALLEEN OP EEN GEDEELTE VAN HET NATIONALE GRONDGEBIED VAN TOEPASSING ZIJN, DOOR EEN LID-STAAT AAN ONDERDANEN VAN ANDERE LID-STATEN VOOR WIE DE BEPALINGEN VAN HET VERDRAG GELDEN SLECHTS WORDEN OPGELEGD IN DE GEVALLEN WAARIN - EN ONDER DE VOORWAARDEN WAARONDER - ZULKE MAATREGELEN AAN DE ONDERDANEN VAN DE BETROKKEN STAAT KUNNEN WORDEN OPGELEGD .

Top