Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61974CJ0071

Arrest van het Hof van 15 mei 1975.
Nederlandse Vereniging voor de Fruit- en Groentenimporthandel, Nederlandse Bond van Grossiers in zuidvruchten en ander geimporteerd fruit "Frubo" tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen en Fruitunie.
Zaak 71-74.

European Court Reports 1975 -00563

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1975:61

61974J0071

ARREST VAN HET HOF VAN 15 MEI 1975. - NEDERLANDSE VERENIGING VOOR DE FRUIT - EN GROENTENIMPORTHANDEL, NEDERLANDSE BOND VAN GROSSIERS IN ZUIDVRUCHTEN EN ANDER GEIMPORTEERD FRUIT " FRUBO " TEGEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN EN FRUITUNIE. - ZAAK NO. 71/74.

Jurisprudentie 1975 bladzijde 00563
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00181
Portugese bijz. uitgave bladzijde 00205


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


++++

1 . MEDEDINGING - AFSPRAKEN - LANDBOUWPRODUKTEN - GEMEENSCHAPSVOORSCHRIFTEN - AFWIJKINGEN - NIET - TOEPASSING DOOR DE COMMISSIE - RAADPLEGING VAN DE LID-STATEN OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 2 VAN VERORDENING NR . 26 VAN DE RAAD - VERPLICHTING - ONTBREKEN

2 . MEDEDINGING - AFSPRAKEN - VERBOD - BETROKKEN ONDERNEMERS - VERENIGINGEN - VOORWAARDEN

( EEG-VERDRAG, ART . 85, LID 1 )

3 . MEDEDINGING - AFSPRAKEN - ONGUNSTIGE INVLOED OP DE HANDEL TUSSEN LID-STATEN - BEPERKEND BEDING BETREFFENDE DE RECHTSTREEKSE INVOER IN EEN LID-STAAT - VERBOD

( EEG-VERDRAG, ART . 85, LID 1 )

Samenvatting


1 . MEN ZOU DE COMMISSIE TOT OVERDREVEN FORMALISME EN ONNODIGE VERTRAGING BIJ HET ONDERZOEK VAN DE BETROKKEN ZAKEN DWINGEN, INDIEN ZIJ DE LID-STATEN OOK ZOU MOETEN RAADPLEGEN IN DE GEVALLEN WAARIN DE NIET-TOEPASSELIJKHEID VAN DE IN VERORDENING NR . 26 BEDOELDE UITZONDERINGEN MET BETREKKING TOT MEDEDINGINGSAFSPRAKEN VOOR DE HANDEL IN LANDBOUWPRODUKTEN VOOR HAAR BOVEN ELKE TWIJFEL IS VERHEVEN .

2 . ARTIKEL 85, LID 1, IS VAN TOEPASSING OP VERENIGINGEN, VOOR ZOVER HAAR EIGEN ACTIVITEITEN OF DIE VAN DE AANGESLOTEN ONDERNEMINGEN ERTOE STREKKEN DE IN DIE BEPALING BEDOELDE GEVOLGEN TEWEEG TE BRENGEN .

3 . EEN BEDING WAARDOOR DE VRIJHEID VAN DE AANGESLOTENEN TOT RECHTSTREEKSE INVOER IN EEN LID-STAAT WORDT BEPERKT, IS GEEIGEND DE NATUURLIJKE ORIENTATIE VAN DE HANDELSSTROMEN OM TE BUIGEN EN ALDUS DE HANDEL TUSSEN LID-STATEN ONGUNSTIG TE BEINVLOEDEN .

Partijen


IN DE ZAAK 71-74,

NEDERLANDSE VERENIGING VOOR DE FRUIT - EN GROENTENIMPORTHANDEL EN NEDERLANDSE BOND VAN GROSSIERS IN ZUIDVRUCHTEN EN ANDER GEIMPORTEERD FRUIT "FRUBO", TEN DEZE VERTEGENWOORDIGD DOOR J . J . A . ELLIS EN B . H . TER KUILE, ADVOCATEN EN PROCUREURS TE 'S-GRAVENHAGE, DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG TEN KANTORE VAN J . LOESCH, 2, RUE GOETHE,

VERZOEKSTERS,

TEGEN

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, TEN DEZE VERTEGENWOORDIGD DOOR HAAR JURIDISCH ADVISEUR B . VAN DER ESCH, DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG BIJ P . LAMOUREUX, JURIDISCH ADVISEUR, 4, BOULEVARD ROYAL,

VERWEERSTER,

EN

VERENIGING DE FRUITUNIE, TEN DEZE VERTEGENWOORDIGD DOOR R . A . DE JONGE, ADVOCAAT TE UTRECHT, DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TE LUXEMBURG BIJ E . ARENDT, 34 B IV, RUE PHILIPPE II,

INTERVENIENTE,

Onderwerp


BETREFFENDE NIETIGVERKLARING VAN DE BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE VAN 25 JULI 1974, BETREFFENDE EEN PROCEDURE OP GROND VAN ARTIKEL 85 EEG-VERDRAG ( IV/26.602 FRUBO ),

Overwegingen van het arrest


1 OVERWEGENDE DAT DE NEDERLANDSE VERENIGING VOOR DE FRUIT - EN GROENTENIMPORTHANDEL EN DE NEDERLANDSE BOND VAN GROSSIERS IN ZUIDVRUCHTEN EN ANDER GEIMPORTEERD FRUIT "FRUBO" BIJ VERZOEKSCHRIFT, OP 23 SEPTEMBER 1974 INGEKOMEN TER GRIFFIE VAN HET HOF, HEBBEN VERZOCHT OM NIETIGVERKLARING VAN DE BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE VAN 25 JULI 1974, WAARIN HUN WORDT VERWETEN INBREUK TE HEBBEN GEMAAKT OP ARTIKEL 85, LID 1, EEG-VERDRAG;

2 OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTERS IN 1952 EEN OVEREENKOMST ZIJN AANGEGAAN BETREFFENDE DE INSTELLING VAN EEN VEILINGSTELSEL VOOR IN NEDERLAND GEIMPORTEERDE VERSE ZUIDVRUCHTEN VAN BUITEN DE GEMEENSCHAP EN NIET-EUROPESE APPELS EN PEREN, IN WELKE OVEREENKOMST SEDERTDIEN VERSCHEIDENE WIJZIGINGEN VAN ONDERGESCHIKT BELANG ZIJN AANGEBRACHT EN WAAROVER EEN NEDERLANDSE GROSSIER OP 8 FEBRUARI 1968 EEN KLACHT HEEFT INGEDIEND OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 3, LID 2, SUB B, VAN VERORDENING NR . 17 OVER DE TOEPASSING VAN DE ARTIKELEN 85 EN 86 VAN HET VERDRAG;

3 DAT ARTIKEL 9 VAN BEDOELDE OVEREENKOMST - HET ENIGE DAT THANS IN GEDING IS - DE GROSSIERS VERPLICHT DE BETROKKEN PRODUKTEN VIA EEN IMPORTVEILING TE VERHANDELEN, TENZIJ DIE PRODUKTEN ZIJN GEKOCHT VAN EEN GROSSIER - IMPORTEUR IN EEN ANDERE LID-STAAT VAN DE EEG, WAAR ZIJ WERKELIJK ZIJN AANGEVOERD, GELOST EN GEDEDOUANEERD - MET DIEN VERSTANDE DAT DE VOORWAARDE VAN LOSSING IN HET LAATSTE DOOR VERZOEKSTERS AAN DE COMMISSIE GEDANE WIJZIGINGSVOORSTEL VAN 24 JUNI 1974 IS VERVALLEN;

4 DAT DE BETROKKEN BEPALING - ONDANKS DE VOORZIENE UITZONDERING EN DE VOORGESTELDE WIJZIGING - IN DE BESTREDEN BESCHIKKING ALS EEN SCHENDING VAN ARTIKEL 85 WORDT AANGEMERKT;

TEN AANZIEN VAN DE EERSTE FORMELE GRIEF

5 OVERWEGENDE DAT, NAAR VERZOEKSTERS STELLEN, VERWEERSTER GEEN BESLISSING HEEFT GENOMEN OVER DE TOEPASSELIJKHEID VAN VERORDENING NR . 26 VAN DE RAAD VAN 4 APRIL 1962 INZAKE DE TOEPASSING VAN BEPAALDE REGELS BETREFFENDE DE MEDEDINGING OP DE VOORTBRENGING VAN EN DE HANDEL IN LANDBOUWPRODUKTEN, OVEREENKOMSTIG DE BIJ DIE VERORDENING VASTGESTELDE PROCEDURE;

6 DAT VERWEERSTER BETOOGD DAT INDIEN ZIJ BIJ EEN BESCHIKKING TOT TOEPASSING VAN ARTIKEL 85 OP LANDBOUWPRODUKTEN DE PROCEDURE VAN VERORDENING NR . 17 VOLGT EN VASTSTELT DAT DE OVEREENKOMST WAARVOOR ONTHEFFING WORDT GEVRAAGD, NIET ONDER VERORDENING NR . 26 VALT, DIT GEEN INBREUK MAAKT OP DE RECHTEN VAN VERZOEKSTERS;

7 OVERWEGENDE DAT ARTIKEL 1 VAN VERORDENING NR . 26 MET TOEPASSING VAN ARTIKEL 42 VAN HET VERDRAG BEPAALT DAT ARTIKEL 85 GELDT VOOR DE VOORTBRENGING VAN EN DE HANDEL IN LANDBOUWPRODUKTEN;

8 DAT EVENWEL ARTIKEL 2, LID 1, VAN VERORDENING NR . 26 BEPAALT DAT "ARTIKEL 85, LID 1, VAN HET VERDRAG NIET VAN TOEPASSING IS OP DE IN HET VOORGAANDE ARTIKEL BEDOELDE OVEREENKOMSTEN, BESLUITEN EN GEDRAGINGEN DIE EEN WEZENLIJK BESTANDDEEL UITMAKEN VAN EEN NATIONALE MARKTORGANISATIE OF DIE VEREIST ZIJN VOOR DE VERWEZENLIJKING VAN DE IN ARTIKEL 39 VAN HET VERDRAG OMSCHREVEN DOELSTELLINGEN";

9 DAT NAAR LUID VAN LID 2 VAN HETZELFDE ARTIKEL 2 "ONDER VOORBEHOUD VAN HET TOEZICHT VAN HET HOF VAN JUSTITIE UITSLUITEND DE COMMISSIE BEVOEGD IS OM, NA DE LID-STATEN TE HEBBEN GERAADPLEEGD EN DE BELANGHEBBENDE ONDERNEMINGEN OF ONDERNEMERSVERENIGINGEN, ALSMEDE ELKE ANDERE NATUURLIJKE OF RECHTSPERSOON WAARVAN ZIJ HET NOODZAKELIJK ACHT DE MENING IN TE WINNEN, TE HEBBEN GEHOORD, IN EEN TE PUBLICEREN BESCHIKKING VAST TE STELLEN WELKE OVEREENKOMSTEN, BESLUITEN EN GEDRAGINGEN AAN DE IN LID 1 BEDOELDE VOORWAARDEN VOLDOEN";

10 DAT VOLGENS LID 3 VAN HETZELFDE ARTIKEL "DE COMMISSIE TOT DEZE VASTSTELLING OVERGAAT, HETZIJ AMBTSHALVE, HETZIJ OP VERZOEK VAN EEN BEVOEGDE AUTORITEIT VAN EEN LID-STAAT OF VAN EEN BELANGHEBBENDE ONDERNEMING OF ONDERNEMERSVERENIGING";

11 OVERWEGENDE DAT MEN DE COMMISSIE TOT OVERDREVEN FORMALISME EN ONNODIGE VERTRAGING BIJ HET ONDERZOEK VAN DE BETROKKEN ZAKEN ZOU DWINGEN INDIEN ZIJ DE LID-STATEN OOK IN DIE GEVALLEN ZOU MOETEN RAADPLEGEN, WAARIN DE NIET - TOEPASSELIJKHEID VAN DE IN VERORDENING NR . 26 BEDOELDE UITZONDERINGEN VOOR HAAR BOVEN ELKE TWIJFEL IS VERHEVEN;

TEN AANZIEN VAN DE TWEEDE FORMELE GRIEF

12 OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTERS DE COMMISSIE VERWIJTEN, ENERZIJDS HAAR EERSTE MEDEDELING VAN PUNTEN VAN BEZWAAR VAN 12 NOVEMBER 1969 SLECHTS AAN HAAR LEDEN TE HEBBEN GEZONDEN EN NIET AAN HENZELF, EN ANDERZIJDS, NA DE TWEEDE MEDEDELING VAN PUNTEN VAN BEZWAAR VAN 19 NOVEMBER 1973, DE PROCEDURE TE HEBBEN VOORTGEZET OP BASIS VAN DE NIEUWE VERSIE VAN ARTIKEL 9 VAN DE OVEREENKOMST, ZOALS DIT LUIDDE NA DE WIJZIGING VAN 21 FEBRUARI 1974;

13 OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTERS BEZWAARLIJK KUNNEN VOORWENDEN DOOR DE AANGESLOTEN ONDERNEMINGEN NIET TE ZIJN INGELICHT, AANGEZIEN HETGEEN DOOR DE MEDEDELING VAN DE PUNTEN VAN BEZWAAR IN GEDING WERD GEBRACHT, JUIST DE OVEREENKOMST TUSSEN BEIDE VERENIGINGEN WAS;

14 DAT VOORTS DE WIJZIGING VAN 21 FEBRUARI 1974 NAAR HAAR AARD GEEN NIEUWE MEDEDELING VAN PUNTEN VAN BEZWAAR VEREISTE ;

TEN AANZIEN VAN DE DERDE FORMELE GRIEF

15 OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTERS BETOGEN DAT DE COMMISSIE VANAF 1961 DE NEDERLANDSE VEILINGEN HEEFT GEBRUIKT VOOR ONDERZOEKEN TER VASTSTELLING VAN DE REFERENTIEPRIJZEN VOOR GROENTEN EN FRUIT;

16 DAT ZIJ MITSDIEN GEEN BEZWAREN ZOU KUNNEN MAKEN TEGEN DE OVEREENKOMST ZONDER DE BEGINSELEN VAN BEHOORLIJK BESTUUR TE SCHENDEN EN ZICH SCHULDIG TE MAKEN AAN DETOURNEMENT DE POUVOIR;

17 OVERWEGENDE DAT DE COMMISSIE DE DOOR DE ROTTERDAMSE VEILINGEN MEDEGEDEELDE PRIJZEN ALS STATISTISCHE GEGEVENS BIJ HET BEHEER VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID KON GEBRUIKEN, ZONDER DAARDOOR DE VOORWAARDEN DIE DE OVEREENKOMST STELDE AAN DE WERKZAAMHEID VAN DE BIJ DE VEILINGEN AANGESLOTEN GROSSIERS, GOED TE KEUREN;

TEN AANZIEN VAN DE VIERDE FORMELE GRIEF

18 OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTERS DE COMMISSIE VERWIJTEN GEEN REKENING TE HEBBEN GEHOUDEN MET DE VERZEKERINGEN VAN DE DIRECTEUR MEDEDINGINGSREGELINGEN EN MACHTSPOSITIES IN DIENS BRIEF VAN 21 DECEMBER 1971, BETREFFENDE DE VERENIGBAARHEID VAN EEN GEWIJZIGDE VERSIE VAN DE OVEREENKOMST MET DE EISEN VAN ARTIKEL 85, LID 3;

19 OVERWEGENDE DAT DE DIRECTEUR-GENERAAL CONCURRENTIE, NA KENNISNEMING VAN EEN ZEKERE WIJZIGING IN DE OVEREENKOMST , DIE VERZOEKSTERS BEREID WAREN TE AANVAARDEN, IN DE BRIEF VERKLAART DAT DE ALDUS GEWIJZIGDE OVEREENKOMST, ONDANKS DE NOG BESTAANDE CONCURRENTIEBEPERKING, ZIJNS INZIENS IN AANMERKING ZOU KUNNEN KOMEN VOOR ONTHEFFING OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 85, LID 3;

20 DAT DE IN DEZE BEWOORDINGEN TOT UITING GEBRACHTE MENING NIET DE INDRUK KON WEKKEN EEN TOEZEGGING TE ZIJN VAN DE COMMISSIE, TE MINDER WAAR DE BRIEFSCHRIJVER NIET BEVOEGD WAS ZODANIGE TOEZEGGING TE DOEN;

21 OVERWEGENDE DAT MITSDIEN DE FORMELE GRIEVEN MOETEN WORDEN VERWORPEN;

TEN AANZIEN VAN DE EERSTE MATERIEELRECHTELIJKE GRIEF

22 OVERWEGENDE DAT, VOLGENS VERZOEKSTERS, DE BESCHIKKING ZOWEL ARTIKEL 2 VAN VERORDENING NR . 26 ALS DE ARTIKELEN 39, 40 EN 85 VAN HET VERDRAG HEEFT GESCHONDEN DOOR GENOEMD ARTIKEL 2 NIET OP DE LITIGIEUZE OVEREENKOMST VAN TOEPASSING TE VERKLAREN, OP GROND DAT ZIJ NIET IS VEREIST VOOR DE VERWEZENLIJKING VAN DE IN ARTIKEL 39 OMSCHREVEN DOELSTELLINGEN;

23 DAT DE IN ARTIKEL 39 GENOEMDE STABILISERING VAN DE MARKTEN NIET SLECHTS ZOU ZIEN OP DE ONDERLINGE AANPASSING VAN VRAAG EN AANBOD TER VERZEKERING VAN DE AFZET VAN DE COMMUNAUTAIRE PRODUKTIE, MAAR DAT DE ALINEA'S SUB C, D EN E VAN GENOEMD ARTIKEL OOK BETREKKING HEBBEN OP DE HANDEL IN GEIMPORTEERDE PRODUKTEN UIT DERDE LANDEN;

24 DAT DE OVEREENKOMST IMMERS HET GUNSTIGE GEVOLG ZOU HEBBEN DE VRAAG NAAR EN HET AANBOD VAN GEIMPORTEERD FRUIT UIT DERDE LANDEN OP DE ROTTERDAMSE IMPORTVEILINGEN TE CONCENTREREN EN ALDUS DE STABILITEIT VAN DE MARKT, DE ZEKERHEID VAN DE VOORZIENING EN HET STREVEN NAAR REDELIJKE PRIJZEN BIJ DE LEVERING AAN VERBRUIKERS TE VERZEKEREN;

25 OVERWEGENDE EVENWEL DAT DE IN ARTIKEL 2, LID 1, VAN VERORDENING NR . 26 BEDOELDE ONTHEFFING SLECHTS GELDT VOOR OVEREENKOMSTEN "DIE VEREIST ZIJN VOOR DE VERWEZENLIJKING VAN DE IN ARTIKEL 39 VAN HET VERDRAG OMSCHREVEN DOELSTELLINGEN";

26 DAT VERZOEKSTERS NIET DUIDELIJK HEBBEN GEMAAKT IN WELK OPZICHT HUN OVEREENKOMST, WELKE BETREKKING HEEFT OP PRODUKTEN UIT DERDE LANDEN, VEREIST ZOU KUNNEN ZIJN VOOR DE EERSTE TWEE DOELSTELLINGEN VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID, NAMELIJK "DE PRODUKTIVITEIT VAN DE LANDBOUW TE DOEN TOENEMEN" EN "DE LANDBOUWBEVOLKING EEN REDELIJKE LEVENSSTANDAARD TE VERZEKEREN";

27 DAT DE COMMISSIE MITSDIEN TERECHT KON OORDELEN DAT ARTIKEL 2 VAN VERORDENING NR . 26 NIET TOEPASSELIJK WAS;

TEN AANZIEN VAN DE TWEEDE MATERIEELRECHTELIJKE GRIEF

28 OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTERS BETWISTEN DAT DE TUSSEN HEN GESLOTEN OVEREENKOMST EEN OVEREENKOMST TUSSEN ONDERNEMINGEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 85, LID 1, ZOU ZIJN, ZOALS IN DE BESTREDEN BESCHIKKING WORDT GEZEGD;

29 DAT VOLGENS HEN EEN OVEREENKOMST TUSSEN VERENIGINGEN SLECHTS ONDER DEZE BEPALING KAN VALLEN, ALS DAARUIT DADELIJK TUSSEN DE AANGESLOTEN ONDERNEMINGEN RECHTSTREEKS AFDWINGBARE VERPLICHTINGEN ONTSTAAN, HETGEEN IN CASU NIET HET GEVAL IS, OMDAT DE UIT HOOFDE VAN DE OVEREENKOMST AAN DE LEDEN OPGELEGDE VERPLICHTINGEN SLECHTS DOOR DE VERENIGINGEN ZELVE KUNNEN WORDEN AFGEDWONGEN;

30 OVERWEGENDE DAT ARTIKEL 85, LID 1, VAN TOEPASSING IS OP VERENIGINGEN, VOOR ZOVER HAAR EIGEN ACTIVITEITEN OF DIE VAN DE AANGESLOTEN ONDERNEMINGEN ERTOE STREKKEN DE IN DIE BEPALING BEDOELDE GEVOLGEN TEWEEG TE BRENGEN;

31 DAT EEN UITLEGGING IN ANDERE ZIN AAN ARTIKEL 85, LID 1, IEDERE REELE BETEKENIS ZOU ONTNEMEN;

32 DAT VERZOEKSTERS IN HAAR HOEDANIGHEID VAN VERENIGING VAN ONDERNEMINGEN DERHALVE AAN DE BEPALINGEN VAN ARTIKEL 85 ZIJN ONDERWORPEN;

TEN AANZIEN VAN DE DERDE EN DE VIERDE MATERIEELRECHTELIJKE GRIEF

33 OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTERS OPKOMEN TEGEN HET IN DE BESTREDEN BESCHIKKING GESTELDE DAT ARTIKEL 9 VAN DE OVEREENKOMST TEN DOEL EN TEN GEVOLGE HEEFT DAT DE MEDEDINGING BINNEN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKT WORDT BEPERKT EN DE HANDEL TUSSEN LID-STATEN ONGUNSTIG WORDT BEINVLOED;

34 DAT VOLGENS HEN DE BIJ DE VERENIGING AANGESLOTEN GROSSIERS ZELF BUITEN DE VEILINGEN OM IN NEDERLAND ZUIDVRUCHTEN KUNNEN IMPORTEREN, DIE DOOR DERDEN IN ANDERE LID-STATEN OP DE MARKT ZIJN GEBRACHT EN DIE, INDIEN UIT DERDE LANDEN AFKOMSTIG, DAAR ZIJN GEDEDOUANEERD;

35 DAT DE IN ANDERE LID-STATEN GEVESTIGDE IMPORTEURS TOEGANG HEBBEN TOT DE VEILING IN ROTTERDAM;

36 OVERWEGENDE DAT VERWEERSTER, EVENALS INTERVENIENTE, DE VERENIGING DE FRUITUNIE WAARIN GROSSIERS ZIJN VERENIGD DIE EEN VERZOEK OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 3, LID 2, SUB B, VAN VERORDENING NR . 17 HEBBEN INGEDIEND, TAL VAN VOORBEELDEN HEBBEN GEGEVEN TEN BEWIJZE DAT DE NEDERLANDSE GROSSIERS WORDT BELET EEN ZELFSTANDIGE ROL ALS IMPORTEUR TE VERVULLEN EN DAT DE IN ANDERE LANDEN DER GEMEENSCHAP GEVESTIGDE IMPORTEURS NIET BUITEN DE VEILINGEN OM GROENTE EN FRUIT MOGEN VERZENDEN AAN EEN NEDERLANDSE GROSSIER DIE AAN DE BEPALINGEN DER OVEREENKOMST IS ONDERWORPEN, HETGEEN BIJZONDER SCHADELIJK IS VOOR NABIJ DE NEDERLANDSE GRENS GEVESTIGDE IMPORTEURS EN GROSSIERS;

37 OVERWEGENDE DAT DE OVEREENKOMST ELKE AAN DE IMPORTVEILINGEN DEELNEMENDE NEDERLANDSE GROSSIER VERBIEDT ZUIDVRUCHTEN TE KOPEN DIE NIET REEDS DOOR DERDEN ZIJN INGEVOERD IN EEN ANDERE LID-STAAT DER GEMEENSCHAP, WAAR ZIJ ZIJN GEDEDOUANEERD;

38 DAT DIT BEDING, WAARDOOR DE VRIJHEID DER LEDEN TOT RECHTSTREEKSE INVOER IN NEDERLAND WORDT BEPERKT, GEEIGEND IS DE NATUURLIJKE ORIENTATIE VAN DE HANDELSSTROMEN OM TE BUIGEN EN ALDUS DE HANDEL TUSSEN LID-STATEN ONGUNSTIG TE BEINVLOEDEN;

39 DAT MITSDIEN ALLE MATERIELE GRIEVEN MOETEN WORDEN VERWORPEN;

TEN AANZIEN VAN DE EERSTE SUBSIDIAIRE MATERIEELRECHTELIJKE GRIEF

40 OVERWEGENDE DAT VOLGENS VERZOEKSTERS DE BESCHIKKING SCHENDING OPLEVERT VAN ARTIKEL 85, LID 3, DOOR TE STELLEN DAT DE VEILPLICHT NIET ONMISBAAR IS VOOR DE AAN DE OVEREENKOMST VERBONDEN VOORDELEN, NAMELIJK EEN VERMINDERING VAN DE TRANSPORT - EN AFZETKOSTEN EN LAGERE INVOERPRIJZEN;

41 DAT IMMERS DEZE VOORDELEN SLECHTS DOOR MIDDEL VAN DE OMSTREDEN VERPLICHTING ZOUDEN ZIJN TE VERKRIJGEN;

42 OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTERS WELISWAAR ARGUMENTEN HEBBEN VOORGEDRAGEN WAARUIT ZOU KUNNEN BLIJKEN DAT DE BETROKKEN VOORDELEN WORDEN VERSTERKT DOOR DE VERPLICHTING IN ARTIKEL 9 DER OVEREENKOMST, MAAR DAARMEE NOG NIET HEBBEN AANGETOOND DAT DE VERPLICHTING ONMISBAAR IS VOOR DE WERKING VAN HET IN DE OVEREENKOMST NEERGELEGDE STELSEL EN DUS OOK VOOR DE EVENTUEEL DAARAAN VERBONDEN VOORDELEN;

43 DAT DERHALVE, MEDE GELET OP DE BEOORDELINGSVRIJHEID VAN DE COMMISSIE TEN DEZE, NIET IS KOMEN VAST TE STAAN DAT DE BESTREDEN BESCHIKKING ONJUIST IS GEMOTIVEERD;

TEN AANZIEN VAN DE TWEEDE SUBSIDIAIRE MATERIEELRECHTELIJKE GRIEF

44 OVERWEGENDE DAT VOLGENS VERZOEKSTERS DE BESCHIKKING SCHENDING OPLEVERT VAN ARTIKEL 85, LID 3, DOOR TEN ONRECHTE TE STELLEN DAT DE OVEREENKOMST DE MOGELIJKHEID GEEFT DE MEDEDINGING VOOR EEN WEZENLIJK DEEL DER BETROKKEN PRODUKTEN UIT TE SCHAKELEN;

45 DAT VOLGENS HEN DE IN DE OVEREENKOMST NEERGELEGDE VEILPLICHT DE RECHTSTREEKSE MEDEDINGING OP DE NEDERLANDSE MARKT NIET BELEMMERT EN ER DUS GEEN SPRAKE IS VAN EEN ZODANIGE BELEMMERING VAN EEN WEZENLIJK DEEL VAN HET AANBOD VAN DE BETROKKEN PRODUKTEN;

46 OVERWEGENDE DAT WAAR DEZE GRIEF IN WEZEN EEN HERHALING VORMT VAN DE DERDE EN VIERDE MATERIELE GRIEF DIE ZIJN VERWORPEN, HET NIET NODIG IS DEZE OPNIEUW TE BEHANDELEN;

Beslissing inzake de kosten


47 OVERWEGENDE DAT INGEVOLGE ARTIKEL 69, PARAGRAAF 2, VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING DE IN HET ONGELIJK GESTELDE PARTIJ IN DE KOSTEN WORDT VERWEZEN;

48 DAT VERZOEKSTERS IN HET ONGELIJK ZIJN GESTELD EN DERHALVE IN DE KOSTEN MOETEN WORDEN VERWEZEN;

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE,

RECHTDOENDE,

1 . VERWERPT HET BEROEP;

2 . VERWIJST VERZOEKSTERS IN DE KOSTEN VAN HET GEDING .

Top