Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61962CJ0028

Arrest van het Hof van 27 maart 1963.
Da Costa en Schaake NV, Jacob Meijer NV, Hoechst-Holland NV tegen Nederlandse administratie der belastingen.
Verzoeken om een prejudiciële beslissing: Tariefcommissie - Nederland.
Gevoegde zaken 28 tot 30-62.

English special edition 1963 00063

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1963:6

61962J0028

ARREST VAN HET HOF VAN 27 MAART 1963. - (VERZOEKEN TOT HET GEVEN VAN EEN PREJUDICIELE BESLISSING IN DE ZIN VAN ARTIKEL 177 VAN HET E. E. G. - VERDRAG, VERVAT IN DE BESCHIKKINGEN VAN DE TARIEFCOMMISSIE TE AMSTERDAM VAN 18 SEPTEMBER 1962 IN DE RECHTSGEDINGEN DA COSTA EN SCHAAKE N. V., N. V. SCHUITENVOERDERIJ EN EXPEDITIEKANTOOR V / H JACOB MEIJER, HOECHST - HOLLAND N. V. TEGEN NEDERLANDSE ADMINISTRATIE DER BELASTINGEN). - GEVOEGDE ZAKEN NOS. 28 TOT 30/62.

Jurisprudentie
Franse uitgave bladzijde 00061
Nederlandse uitgave bladzijde 00063
Duitse uitgave bladzijde 00060
Italiaanse uitgave bladzijde 00059
Engelse bijz. uitgave bladzijde 00031
Deense bijz. uitgave bladzijde 00395
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00893
Portugese bijz. uitgave bladzijde 00233
Spaanse bijz. uitgave bladzijde 00365
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00171
Finse bijz. uitgave bladzijde 00173


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


++++

1 . PREJUDICIELE BESLISSING - DE NATIONALE RECHTER IN HOOGSTE INSTANTIE - DE VERPLICHTING ZICH TOT HET HOF TE WENDEN - HET VERVALLEN VAN DEZE VERPLICHTING WANNEER OP EEN VRAAG VAN INTERPRETATIE REEDS DOOR HET HOF WERD BESLIST

( E.E.G.-VERDRAG, ART . 177 )

2 . PREJUDICIELE BESLISSING - BEVOEGDHEDEN VAN HET HOF EN VAN DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIES

( E.E.G.-VERDRAG, ART . 177 )

3 . PROCEDURE - PREJUDICIELE BESLISSING - INTERPRETATIEVRAAG WAAROP HET HOF REEDS HEEFT BESLIST - NIEUW VERZOEK - ONTVANKELIJKHEID

( E.E.G.-VERDRAG, ART . 177; STATUUT VAN HET HOF DER E.E.G ., ART . 20 )

Samenvatting


1 . DE DOOR ARTIKEL 177, DERDE LID, AAN DE NATIONALE RECHTER IN HOOGSTE INSTANTIE OPGELEGDE VERPLICHTING KAN - WANNEER DE VOORGELEGDE VRAAG ZAKELIJK GELIJK IS AAN EEN VRAAG WELKE REEDS IN EEN GELIJKSOORTIG GEVAL VOORWERP VAN EEN PREJUDICIELE BESLISSING IS GEWEEST - UIT HOOFDE VAN HET GEZAG AAN 'S HOF INTERPRETATIE TOEKOMENDE, HAAR GROND VERLIEZEN .

2 . IN DE UITSPRAAK, GEGEVEN KRACHTENS ARTIKEL 177, BEPERKT HET HOF ZICH ERTOE DE BETEKENIS VAN DE GEMEENSCHAPSNORM AF TE LEIDEN UIT LETTER EN GEEST VAN HET VERDRAG, MET DIEN VERSTANDE, DAT DE TOEPASSING VAN DE ALDUS GEáNTERPRETEERDE NORM AAN DE NATIONALE RECHTER BLIJFT VOORBEHOUDEN .

3 . DE NATIONALE RECHTER BLIJFT AAN ARTIKEL 177 DE BEVOEGDHEID ONTLENEN OM, INDIEN HIJ ZULKS NODIG ACHT, VRAGEN VAN UITLEGGING OPNIEUW AAN HET HOF VOOR TE LEGGEN, OOK AL WERD DAAROP BIJ WEGE VAN PREJUDICIELE BESLISSING IN EEN GELIJKSOORTIG GEVAL BESLIST .

Partijen


IN DE GEVOEGDE ZAKEN 28, 29 EN 30-62 :

BETREFFENDE VERZOEKEN WAARMEDE DE TARIEFCOMMISSIE - IN HOOGSTE INSTANTIE OORDELEND ADMINISTRATIEF RECHTERLIJK COLLEGE VOOR BELASTINGZAKEN - ZICH OP GROND VAN ARTIKEL 177 , LID 1, SUB A, EN LID 3 VAN HET VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP TOT HET HOF VAN JUSTITIE HEEFT GEWEND, TENEINDE IN DE VOOR HAAR AANHANGIGE GEDINGEN :

DE NAAMLOZE VENNOOTSCHAP DA COSTA EN SCHAAKE N.V .,

GEVESTIGD TE AMSTERDAM,

VERTEGENWOORDIGD DOOR MR . H . G . STIBBE EN MR . L . F . D . TER KUILE, ADVOCATEN TE AMSTERDAM ( ZAAK 28-62 ),

DE NAAMLOZE VENNOOTSCHAP "N.V . SCHUITENVOERDERIJ EN EXPEDITIEKANTOOR V/H JACOB MEIJER",

GEVESTIGD TE VENLO ( ZAAK 29-62 ),

DE NAAMLOZE VENNOOTSCHAP "HOECHST-HOLLAND N.V .",

GEVESTIGD TE AMSTERDAM ( ZAAK 30-62 ),

TEGEN

NEDERLANDSE ADMINISTRATIE DER BELASTINGEN,

VERTEGENWOORDIGD DOOR DE INSPECTEUR DER INVOERRECHTEN EN ACCIJNZEN, RESP . TE AMSTERDAM ( ZAAK 28-62 ), VENLO ( ZAAK 29-62 ) EN ROTTERDAM ( ZAAK 30-62 ),

Onderwerp


EEN PREJUDICIELE BESLISSING TE VERKRIJGEN OMTRENT DE VOLGENDE VRAGEN :

1 ) OF ARTIKEL 12 VAN HET E.E.G.-VERDRAG DE DOOR DE APPELLANTEN BEDOELDE INTERNE WERKING HEEFT, MET ANDERE WOORDEN DE BURGERS AAN DIT ARTIKEL ONMIDDELLIJK KUNNEN ONTLENEN DOOR DE RECHTER TE HANDHAVEN RECHTEN;

2 ) INGEVAL DEZE VRAAG BEVESTIGEND WORDT BEANTWOORD, OF ZICH TEN DEZE HEEFT VOORGEDAAN EEN ONGEOORLOOFDE VERHOGING VAN INVOERRECHT DAN WEL OF MEN HIER SLECHTS TE DOEN HEEFT MET EEN IN DE REDE LIGGENDE AFWIJKING VAN HETGEEN V}}R 1 MAART 1960 GOLD, WELKE AFWIJKING, HOEWEL IN REKENKUNDIGE ZIN EEN VERHOGING BETEKENEND, NIET HET KARAKTER DRAAGT VAN EEN VERHOGING ALS GEWRAAKT IN ARTIKEL 12 VOORNOEMD,

Overwegingen van het arrest


OVERWEGENDE DAT DE REGELMATIGHEID VAN DE PROCEDURE, AANGEVANGEN DOOR DE TARIEFCOMMISSIE TER VERKRIJGING VAN EEN PREJUDICIELE BESLISSING VAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 VAN HET E.E.G.-VERDRAG, NIET IS BETWIST EN GEEN AANLEIDING GEEFT TOT BEDENKINGEN VAN AMBTSWEGE;

OVERWEGENDE DAT DE COMMISSIE, VERSCHENEN KRACHTENS ARTIKEL 20 VAN HET STATUUT VAN HET HOF VAN JUSTITIE DER E.E.G ., BETOOGT DAT HET VERZOEK DIENT TE WORDEN AFGEWEZEN NU HET ZONDER VOORWERP IS GERAAKT, DAAR DE VRAGEN WAARVOOR IN DE ONDERHAVIGE ZAAK EEN INTERPRETATIE AAN HET HOF IS GEVRAAGD REEDS ZIJN BEANTWOORD DOOR HET ARREST 26-62 VAN 5 FEBRUARI 1963, WAARBIJ OVER GELIJKE VRAGEN, OPGEWORPEN IN EEN OVEREENKOMSTIGE ZAAK, IS BESLIST;

DAT DEZE STELLING ONGEGROND IS;

DAT TOCH ALLEREERST DIENT TE WORDEN ONDERSCHEIDEN TUSSEN DE VERPLICHTING DOOR ARTIKEL 177, DERDE ALINEA, OPGELEGD AAN DE NATIONALE RECHTER IN HOOGSTE INSTANTIE EN DE BEVOEGDHEID DOOR HET TWEEDE LID AAN ELKE NATIONALE RECHTER TOEGEKEND OM AAN HET HOF VRAGEN OMTRENT DE UITLEGGING VAN HET VERDRAG VOOR TE LEGGEN;

DAT ARTIKEL 177, LAATSTE LID, WELISWAAR AAN DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIES ZOALS DE TARIEFCOMMISSIE, WAARVAN DE BESLISSINGEN VOLGENS HET NATIONALE RECHT NIET VATBAAR ZIJN VOOR HOGERE VOORZIENING, ZONDER ENIGE BEPERKING DE VERPLICHTING OPLEGT OM ZICH MET VRAGEN VAN UITLEGGING TOT HET HOF TE WENDEN ZODRA ZULK EEN VRAAG VOOR HEN WORDT OPGEWORPEN, DOCH DAT MOET WORDEN TOEGEGEVEN DAT HET GEZAG VAN EEN DOOR HET HOF REEDS KRACHTENS ARTIKEL 177 GEGEVEN UITLEGGING DEZE VERPLICHTING VAN HAAR GROND KAN BEROVEN EN DERHALVE VAN HAAR INHOUD KAN ONTDOEN;

DAT DIT MET NAME HET GEVAL IS, WANNEER DE OPGEWORPEN VRAAG ZAKELIJK GELIJK IS AAN EEN VRAAG WELKE REEDS IN EEN GELIJKSOORTIG GEVAL VOORWERP VAN EEN PREJUDICIELE BESLISSING IS GEWEEST;

OVERWEGENDE DAT IMMERS, WANNEER HET HOF NAAR AANLEIDING VAN EEN CONCREET GEVAL, AANHANGIG BIJ EEN NATIONALE RECHTER , EEN UITLEGGING GEEFT, HET ZICH ER TOE BEPERKT DE BETEKENIS VAN DE GEMEENSCHAPSNORM AF LEIDEN UIT LETTER EN GEEST VAN HET VERDRAG, MET DIEN VERSTANDE, DAT DE TOEPASSING VAN DE ALDUS GEáNTERPRETEERDE NORM OP DAT CONCRETE GEVAL AAN DE NATIONALE RECHTER BLIJFT VOORBEHOUDEN;

DAT DEZE OPVATTING OVEREENKOMT MET DE DOOR ARTIKEL 177 AAN HET HOF OPGEDRAGEN TAAK WELKE STREKT TER VERZEKERING VAN DE EENHEID VAN UITLEGGING VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT IN DE ZES LID-STATEN;

DAT OVERIGENS, INDIEN ARTIKEL 177 NIET ZODANIGE STREKKING HAD, DE PROCESVOORSCHRIFTEN VAN ARTIKEL 20 VAN HET STATUUT VAN HET HOF VAN JUSTITIE, HETWELK DE LID-STATEN EN INSTELLINGEN DER GEMEENSCHAP IN HET PROCESVERLOOP BETREKT, EN DE VERPLICHTING VOORZIEN BIJ ARTIKEL 165, DERDE LID, BEPALENDE, DAT HET HOF IN VOLTALLIGE ZITTING RECHT ZAL DOEN, GOEDE GROND ZOUDEN MISSEN;

DAT TEN SLOTTE DEZE OPVATTING VAN 'S HOFS WERKZAAMHEID IN HET KADER VAN ARTIKEL 177 STEUN VINDT IN DE OMSTANDIGHEID, DAT DE PROCEDURE WORDT GEKENMERKT DOOR HET ONTBREKEN VAN PARTIJEN IN DE EIGENLIJKE ZIN;

OVERWEGENDE ECHTER DAT ZULKS GEENSZINS WEGNEEMT DAT IEDERE NATIONALE RECHTER AAN ARTIKEL 177 DE BEVOEGDHEID BLIJFT ONTLENEN OM, INDIEN HIJ ZULKS NODIG ACHT, VRAGEN VAN UITLEGGING OPNIEUW AAN HET HOF VOOR TE LEGGEN;

DAT ZULKS VOLGT UIT ARTIKEL 20 VAN HET STATUUT VAN HET HOF VAN JUSTITIE, BLIJKENS HETWELK DE PROCEDURE TER BEANTWOORDING VAN PREJUDICIELE VRAGEN VAN RECHTSWEGE AANVANGT, ZODRA EEN NATIONALE RECHTER ZODANIGE VRAAG HEEFT VOORGELEGD;

OVERWEGENDE DAT HET HOF ZICH DERHALVE OVER DE ONDERHAVIGE VERZOEKEN HEEFT UIT TE SPREKEN;

OVERWEGENDE WAT DEZE VERZOEKEN ZELVE BETREFT, DAT DE THANS GEVRAAGDE UITLEGGING VAN ARTIKEL 12 VAN HET E.E.G.-VERDRAG IS GEGEVEN BIJ 'S HOFS ARREST 26-62 VAN 5 FEBRUARI 1963;

DAT HET HOF TOCH DAARBIJ RECHTENS HEEFT VASTGESTELD :

"1E . ARTIKEL 12 VAN HET VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP HEEFT DIRECTE WERKING EN SCHEPT TEN BATE DER JUSTITIABELEN DOOR DE NATIONALE RECHTERS TE HANDHAVEN RECHTEN;

2E . TENEINDE VAST TE STELLEN OF IN - EN UITVOERRECHTEN EN HEFFINGEN VAN GELIJKE WERKING IN STRIJD MET HET IN ARTIKEL 12 VERVATTE VERBOD ZIJN VERHOOGD, DIENT TE WORDEN UITGEGAAN VAN DE IN - EN UITVOERRECHTEN EN HEFFINGEN WELKE DE LID-STAAT BIJ HET IN WERKING TREDEN VAN HET VERDRAG DAADWERKELIJK HEEFT TOEGEPAST;

ZULK EEN VERHOGING KAN EVENZEER VOORTVLOEIEN UIT EEN NIEUWE OPSTELLING VAN HET TARIEF, WELKE DE INDELING VAN HET PRODUKT IN EEN HOGER BELASTE TARIEFPOST TENGEVOLGE HEEFT, ALS UIT EEN VERHOGING VAN HET TOEGEPASTE DOUANETARIEF";

OVERWEGENDE DAT DE VRAGEN VAN UITLEGGING, GESTELD IN HET ONDERHAVIGE GEVAL, GELIJK ZIJN AAN DIE WELKE ALDUS WERDEN BEANTWOORD EN DAT HET HOF VAN NIEUWE GEZICHTSPUNTEN NIET IS GEBLEKEN;

DAT ONDER DEZE OMSTANDIGHEDEN DE TARIEFCOMMISSIE NAAR HET VORIGE ARREST MOET WORDEN VERWEZEN;

Beslissing inzake de kosten


OVERWEGENDE DAT DE KOSTEN, GEMAAKT DOOR DE COMMISSIE DER E.E.G . EN DE REGERINGEN DER LID-STATEN WELKE TERZAKE HUN OPMERKINGEN AAN HET HOF HEBBEN DOEN TOEKOMEN, NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN;

DAT DE ONDERHAVIGE PROCEDURE HET KARAKTER DRAAGT VAN EEN INCIDENT IN HET VOOR DE TARIEFCOMMISSIE AANHANGIGE GEDING; DAT DERHALVE DE BESLISSING OVER DE DOOR PARTIJEN TEN PRINCIPALE GEMAAKTE KOSTEN BIJ DEZE RECHTER MOET VERBLIJVEN;

Dictum


VERKLAART

HET HOF VAN JUSTITIE

UITSPRAAK DOENDE OP DE VERZOEKEN OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, GEDAAN DOOR DE TARIEFCOMMISSIE OP 19 SEPTEMBER 1962,

1 ) ER BESTAAT GEEN GROND TOT HET GEVEN ENER NIEUWE INTERPRETATIE VAN ARTIKEL 12 VAN HET E.E.G.-VERDRAG;

2 ) HET STAAT AAN DE TARIEFCOMMISSIE UITSPRAAK TE DOEN OVER DE KOSTEN IN DE ONDERHAVIGE INSTANTIE GEVALLEN .

Top