Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52016PC0157

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van voorschriften inzake het op de markt aanbieden van bemestingsproducten met CE-markering en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1069/2009 en (EG) nr. 1107/2009

COM/2016/0157 final - 2016/084 (COD)

No longer in force, Date of end of validity: 05/06/2019

Brussel, 17.3.2016

COM(2016) 157 final

2016/0084(COD)

Pakket circulaire economie

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van voorschriften inzake het op de markt aanbieden van bemestingsproducten met CE-markering en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1069/2009 en (EG) nr. 1107/2009

(Voor de EER relevante tekst)

{SWD(2016) 64 final}
{SWD(2016) 65 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

1.Met het voorstel wordt beoogd belangrijke problemen aan te pakken die zich momenteel op de markt voordoen en die voor het eerst zijn vastgesteld in een evaluatie van Verordening (EG) nr. 2003/2003 ("de bestaande meststoffenverordening") uit 2010 1 . Dit voorstel is ook een van de belangrijkste wetgevingsvoorstellen binnen het EU-actieplan voor de circulaire economie 2 .

Eerste motivering en doel

2.Ten eerste is de toegang tot de interne markt wegens uiteenlopende nationale regels en normen moeilijk voor innovatieve bemestingsproducten, die overeenkomstig het model van de circulaire economie vaak nutriënten of organisch materiaal bevatten afkomstig van gerecycleerd bioafval of andere secundaire grondstoffen.

3.Bij de bestaande meststoffenverordening wordt het vrije verkeer op de interne markt gewaarborgd van een klasse geharmoniseerde producten die tot een van de typen producten in bijlage I bij die verordening behoren. Die producten komen in aanmerking voor de aanduiding "EG-meststof". Ondernemingen die producten willen verhandelen die tot een ander type behoren dan de EG-meststoffen, moeten eerst door middel van een besluit van de Commissie tot wijziging van die bijlage een nieuwe typegoedkeuring verkrijgen. Bijna alle producttypen die momenteel zijn opgenomen in de bestaande meststoffenverordening zijn conventionele, anorganische meststoffen, die doorgaans overeenkomstig het model van de lineaire economie zijn gewonnen of chemisch zijn geproduceerd. Bovendien zijn de chemische processen voor de productie van bijvoorbeeld meststoffen op basis van stikstof energie- en CO2-intensief.

4.Ongeveer 50 % van de meststoffen die momenteel op markt te verkrijgen zijn, valt buiten het toepassingsgebied van de verordening. Dit is het geval voor enkele anorganische meststoffen en voor bijna alle meststoffen die worden vervaardigd uit organische materialen, zoals dierlijke bijproducten of andere bijproducten van de landbouw of gerecycleerd bioafval uit de voedselketen. Onderzoek, innovatie en investeringen ontwikkelen zich momenteel erg snel, wat bijdraagt tot de circulaire economie doordat er lokale banen worden gecreëerd en doordat er waarde wordt gecreëerd uit secundaire hulpbronnen afkomstig uit de Unie die anders rechtstreeks op het land zouden worden gebruikt of zouden worden verwijderd als stortafval, met onnodige eutrofiëring en uitstoot van broeikasgassen tot gevolg. Bovendien is in de bedrijfstak een servitization-trend merkbaar, waarbij steeds meer producten op maat worden gemaakt op basis van een analyse van de bodem waarop de meststof zal worden gebruikt. Kleine en middelgrote ondernemingen en andere bedrijven in heel Europa tonen steeds meer interesse in het leveren van een bijdrage aan deze ontwikkeling. Voor producten op maat die organische meststoffen bevatten, hangt de toegang tot de interne markt momenteel echter af van wederzijdse erkenning, wat vaak een belemmering is.

5.De bestaande regelgeving houdt voor innovatieve meststoffen een tweeledig probleem in.

6.Ten eerste is het moeilijk om typen producten die uit organische of secundaire grondstoffen zijn vervaardigd, op te nemen in de bestaande meststoffenverordening. De regelgevende instanties zijn terughoudend wegens de relatief veranderlijke samenstelling en eigenschappen van dergelijke materialen. De bestaande meststoffenverordening is duidelijk afgestemd op goed gekarakteriseerde anorganische meststoffen vervaardigd uit primaire grondstoffen en voorziet niet in de robuuste controlemechanismen en beveiligingen die nodig zijn om vertrouwen te creëren in producten vervaardigd uit inherent veranderlijke organische en secundaire materialen. Bovendien is het verband met de bestaande wetgeving inzake de controle op dierlijke bijproducten en afvalstoffen niet duidelijk.

7.Bijgevolg blijven meststoffen die overeenkomstig de circulaire economie worden vervaardigd niet-geharmoniseerd. Veel lidstaten hanteren voor die niet-geharmoniseerde meststoffen gedetailleerde nationale regels en normen met milieueisen (zoals grenswaarden voor vervuilende zware metalen) die niet van toepassing zijn op EG-meststoffen. Bovendien blijkt het vrije verkeer tussen lidstaten op basis van wederzijdse erkenning erg moeilijk haalbaar te zijn. Bijgevolg wordt een producent van meststoffen die uit organische of secundaire grondstoffen worden vervaardigd, die in een lidstaat is gevestigd en zijn of haar markt wil uitbreiden op het grondgebied van een andere lidstaat, vaak geconfronteerd met administratieve procedures die een marktuitbreiding financieel onhaalbaar maken. Bijgevolg wordt de kritieke massa die nodig is voor investeringen in deze belangrijke bedrijfstak van de circulaire economie niet bereikt. Dit is vooral een probleem voor producenten die gevestigd zijn in lidstaten met een kleine binnenlandse markt in vergelijking met het overschot aan organische secundaire grondstoffen (doorgaans mest) waarover zij beschikken.

8.Kort gezegd: in de concurrentiestrijd tussen meststoffen die overeenkomstig het model van de circulaire economie worden vervaardigd uit organische of secundaire grondstoffen afkomstig uit de Unie en meststoffen die overeenkomstig het model van de lineaire economie worden geproduceerd, worden die laatste bevoordeeld. Deze concurrentieverstoring belemmert investeringen in de circulaire economie.

9.Wat het probleem nog erger maakt, is dat een van de voornaamste bestanddelen van meststoffen natuurfosfaat is, dat door de Commissie als een kritieke grondstof is aangeduid. De Unie is voor fosfaatmeststoffen momenteel erg afhankelijk van de invoer van natuurfosfaat dat buiten de Unie wordt gewonnen (meer dan 90 % van de fosfaatmeststoffen die in de Unie worden gebruikt, zijn ingevoerd, voornamelijk uit Marokko, Tunesië en Rusland). Dit terwijl afvalstoffen afkomstig uit de Unie (in het bijzonder zuiveringsslib) grote hoeveelheden fosfor bevatten. Als deze fosfor overeenkomstig het model van de circulaire economie zou worden gerecycleerd, zou kunnen worden voldaan aan 20 tot 30 % van de vraag naar fosfaatmeststoffen in de Unie. Het investeringspotentieel dat daarmee gepaard gaat, blijft momenteel echter grotendeels onbenut, wat deels te wijten is aan de bovengenoemde moeilijke toegang tot de interne markt.

10.Het tweede aspect van de beperkingen die de huidige meststoffenverordening oplegt aan innovatieve meststoffen, is dat de typegoedkeuringsprocedure zelfs voor nieuwe anorganische meststoffen vervaardigd uit primaire grondstoffen erg lang is en achterloopt op de innovatiecyclus van de meststoffensector. Derhalve is besloten dat het nodig is om de regelgevingstechniek grondig te herzien en te moderniseren met het oog op meer flexibiliteit betreffende productvereisten terwijl toch een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mensen, dieren en planten, de veiligheid en het milieu wordt gehandhaafd. In afdeling 3, Evaluatie, raadpleging van belanghebbenden en effectbeoordeling, worden de elementen toegelicht die in dit verband in overweging zijn genomen.

11.De voornaamste beleidsdoelstelling van het initiatief is om een stimulans te geven voor grootschalige meststoffenproductie in de Unie op basis van organische of secundaire grondstoffen afkomstig uit de Unie, waarbij afvalstoffen overeenkomstig het model van de circulaire economie worden omgezet in nutriënten voor gewassen. Het voorstel zal een regelgevingskader bieden dat de toegang tot de interne markt voor dergelijke meststoffen drastisch vergemakkelijkt, waardoor voorwaarden worden gecreëerd die gelijk zijn aan die voor gewonnen of chemische meststoffen die overeenkomstig het model van de lineaire economie worden geproduceerd. Dit zou bijdragen tot de volgende doelstellingen van de circulaire economie:

De valorisatie van secundaire grondstoffen zou mogelijk worden, waardoor grondstoffen beter zouden kunnen worden gebruikt en problemen inzake eutrofiëring en afvalstoffenbeheer economische kansen zouden kunnen worden voor particuliere en openbare ondernemers.

De beschikbare middelen zouden efficiënter worden ingezet en de Unie zou minder afhankelijk worden van de invoer van grondstoffen die essentieel zijn voor de Europese landbouw, in het bijzonder fosfor.

Investeringen en innovatie in de circulaire economie zouden een stimulans krijgen, waardoor er in de Unie banen zouden worden gecreëerd.

De huidige druk op de meststoffensector om de uitstoot van CO2 te verminderen in het kader van de emissiehandel, zou afnemen, omdat meststoffen zouden kunnen worden geproduceerd op basis van minder koolstofintensieve grondstoffen.

12.Meer productie van en handel in innovatieve meststoffen zou eveneens het meststoffenaanbod voor landbouwers vergroten, wat kan bijdragen tot een meer rendabele levensmiddelenproductie waarbij de beschikbare middelen efficiënter worden ingezet.

Tweede motivering en doel

13.Ten tweede biedt de bestaande meststoffenverordening geen antwoord op de milieuproblemen die worden veroorzaakt door de verontreiniging door EG-meststoffen van de bodem, de binnenwateren, de zeewateren en uiteindelijk ook van levensmiddelen. De aanwezigheid van cadmium in anorganische fosfaatmeststoffen is een welbekend probleem. Bij gebrek aan EU-grenswaarden hebben sommige lidstaten op grond van artikel 114 VWEU unilaterale grenswaarden voor cadmium bepaald voor EG-meststoffen, waardoor ook in het geharmoniseerde deel van de markt een zekere fragmentatie is ontstaan. De aanwezigheid van contaminanten in meststoffen die momenteel onder nationale regels vallen (bv. nutriënten die afkomstig zijn van gerecycleerd zuiveringsslib), vormt een gelijkaardig probleem.

14.Een tweede beleidsdoelstelling is dus het aanpakken van dit probleem en het invoeren van geharmoniseerde grenswaarden voor cadmium in fosfaatmeststoffen. De vaststelling van die grenswaarden met het oog op het minimaliseren van de schadelijke gevolgen van het gebruik van meststoffen op het milieu en de menselijke gezondheid, zal bijdragen tot een vermindering van de cadmiumaccumulatie in de bodem en de cadmiumverontreiniging van levensmiddelen en water. Bovendien zal de huidige marktfragmentatie, in de vorm van nationale grenswaarden voor cadmium in sommige lidstaten, worden weggewerkt door de daaraan ten grondslag liggende milieukwestie aan te pakken.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

15.Het voorstel zal de bestaande meststoffenverordening intrekken, maar reeds geharmoniseerde meststoffen zullen op de markt mogen blijven op voorwaarde dat ze aan de nieuwe veiligheids- en kwaliteitseisen voldoen. In het voorstel zullen de voorwaarden worden bepaald waaronder meststoffen vervaardigd uit afvalstoffen en dierlijke bijproducten niet langer onderworpen hoeven te zijn aan de controles waarin wordt voorzien door Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten) 3 en Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen 4 en het vrije verkeer van deze meststoffen als meststoffen met CE-markering zal worden toegestaan. Het voorstel zal een aanvulling vormen op Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) 5 , die blijft gelden voor chemische stoffen die in bemestingsproducten worden opgenomen.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

16.Het initiatief ondersteunt de agenda van de Commissie voor banen, groei en investering door een regelgevingsklimaat te creëren dat investeringen in de reële economie bevordert.

17.Het initiatief zal in het bijzonder een belangrijke, concrete bijdrage aan het Pakket circulaire economie van de Commissie leveren. Het zal gelijke voorwaarden creëren voor alle bemestingsproducten en het gemakkelijker maken om secundaire grondstoffen afkomstig uit de Unie te gebruiken.

18.Bovendien ondersteunt het initiatief het streven om een diepere, billijkere interne markt met een versterkte industriële basis te creëren door de bestaande obstakels voor het vrije verkeer van bepaalde innovatieve meststoffen te elimineren en het markttoezicht door de lidstaten te vergemakkelijken.

19.Het initiatief houdt verband met de volgende beleidsinitiatieven:

Het Pakket circulaire economie: de herziening van de meststoffenverordening heeft tot doel een regelgevingskader vast te stellen dat het mogelijk maakt meststoffen te vervaardigen uit gerecycleerd bioafval en andere secundaire grondstoffen overeenkomstig de strategie voor een bio-economie 6 , die de productie van hernieuwbare biologische hulpbronnen omvat alsook de omzetting van die hulpbronnen en afvalstromen in producten met toegevoegde waarde. Hierdoor zou het gebruik worden gestimuleerd van voor een duurzame Europese landbouw essentiële plantennutriënten die uit de Unie afkomstig zijn, zoals de kritieke grondstof fosfor. Het initiatief zou ook bijdragen tot een betere toepassing van de afvalladder door het storten van afval en de energieterugwinning uit bioafval tot een minimum te beperken en zo een oplossing bieden voor gerelateerde problemen in verband met afvalbeheer.

De strategie voor de eengemaakte markt: zoals hierboven beschreven vormen de logge, uiteenlopende nationale regelgevingskaders een bekend obstakel voor het vrije verkeer op de interne markt van meststoffen die momenteel niet onder de geharmoniseerde wetgeving vallen. Marktdeelnemers beschouwen de uiteenlopende nationale regels vaak als een onoverkomelijk obstakel voor de toegang tot nieuwe markten, terwijl de lidstaten menen dat die regels essentieel zijn voor de bescherming van de voedselketen en het milieu. Wegens die bezorgdheid om de gezondheid en het milieu blijkt wederzijdse erkenning bijzonder moeilijk te zijn op het gebied van niet-geharmoniseerde meststoffen. Marktdeelnemers hebben gevraagd het mogelijk te maken toegang tot de gehele interne markt te krijgen door te voldoen aan geharmoniseerde regels die op EU-niveau aan die bezorgdheid tegemoetkomen.

Horizon 2020: het voorstel kan relevante onderzoeksactiviteiten stimuleren die van start zijn gegaan in het kader van de specifieke doelstellingen 2 "Voedselzekerheid, duurzame land- en bosbouw, marien en maritiem onderzoek en onderzoek inzake binnenwateren, en de bio-economie" en 5 "Klimaatactie, milieu, efficiënt gebruik van hulpbronnen en grondstoffen" van de beleidsprioriteit "Maatschappelijke uitdagingen", die onder andere tot doel hebben innovatieve oplossingen te bieden voor een efficiëntere en veiligere terugwinning van hulpbronnen uit afvalstoffen, afvalwater en bioafval en onderzoekers ertoe aan te zetten innovatieve producten af te leveren in overeenstemming met de vraag van de markt, de maatschappelijke behoeften en de beleidsmaatregelen inzake de bescherming van het milieu. Onder andere het recycleren van fosfor voor de productie van meststoffen wordt door de Gemeenschappelijke Onderneming biogebaseerde industrieën genoemd als een opkomende en economisch veelbelovende nieuwe waardeketen op basis van (organische) afvalstoffen 7 . Een eerste vereiste om die doelstellingen te bereiken en onderzoeksresultaten op de markt in de praktijk te brengen, is dat dergelijke meststoffen gemakkelijk toegang krijgen tot de interne markt.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

20.Het doel van het voorstel is het beter functioneren van de interne markt voor bemestingsproducten. Daartoe worden de problemen aangepakt die voor het eerst werden vastgesteld in de evaluatie van de bestaande meststoffenverordening in 2010. Derhalve vormt artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de rechtsgrondslag. Dat artikel is ook de rechtsgrondslag voor de bestaande meststoffenverordening.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

21.De eerste doelstelling van de voorgestelde maatregel is het stimuleren van investeringen in de productie en de uitrol van doeltreffende, veilige, innovatieve meststoffen vervaardigd uit organische of secundaire grondstoffen overeenkomstig het model van de circulaire economie en de strategie voor een bio-economie door die producten door middel van toegang tot de gehele interne markt te helpen een kritieke massa te bereiken. Door het gemakkelijker te maken om dergelijke meststoffen te gebruiken, kunnen aanzienlijke milieuvoordelen worden bereikt, kan de afhankelijkheid van de invoer van kritieke grondstoffen van buiten de Unie verminderen, en kunnen landbouwers mogelijk de keuze krijgen uit een grotere verscheidenheid aan kwalitatief hoogwaardige bemestingsproducten. De bestaande obstakels voor het vrije verkeer van dergelijke producten, in de vorm van uiteenlopende nationale regelgevingskaders, kunnen niet worden geëlimineerd door de unilaterale maatregelen van de lidstaten. In het bijzonder blijkt de wederzijdse erkenning op dit gebied erg moeilijk te zijn. Naarmate de interesse in het produceren en verhandelen van kwalitatief hoogwaardige meststoffen vervaardigd uit organische en secundaire grondstoffen toeneemt, wordt dit een steeds belangrijkere hindernis. Maatregelen op EU-niveau zouden daarentegen het vrije verkeer van dergelijke meststoffen kunnen waarborgen door in geharmoniseerde strenge criteria inzake kwaliteit, veiligheid en het milieu te voorzien.

22.De tweede doelstelling is het aanpakken van de door het gebruik van meststoffen veroorzaakte cadmiumverontreiniging van de bodem en van levensmiddelen. Aangezien de meeste meststoffen die aan de bron van dit probleem liggen (met name de anorganische fosfaatmeststoffen) reeds zijn geharmoniseerd, kunnen de lidstaten deze doelstelling niet unilateraal bereiken. Maximumwaarden die voor de hele Unie gelden kunnen de contaminanten in geharmoniseerde meststoffen daarentegen doeltreffend tot veiligere niveaus herleiden.

Evenredigheid

23.De eerste doelstelling van het initiatief is het stimuleren van investeringen in de productie van doeltreffende, veilige, innovatieve meststoffen vervaardigd uit organische of secundaire grondstoffen overeenkomstig het model van de circulaire economie, wat gepaard gaat met de overeenkomstige voordelen voor het milieu, een verminderde afhankelijkheid van de invoer, en een meer verscheiden aanbod aan kwalitatief hoogwaardige producten. Het initiatief beoogt het bereiken van een kritieke massa door dergelijke producten toegang tot de interne markt te bieden. In het verleden is gebleken dat de wederzijdse erkenning van niet-geharmoniseerde meststoffen bijzonder moeilijk is, terwijl de harmonisatiewetgeving anorganische meststoffen op doeltreffende wijze toegang tot de interne markt heeft verschaft. Derhalve wordt geconcludeerd dat harmonisatiewetgeving voor meststoffen vervaardigd uit organische of secundaire grondstoffen niet verder gaat dan nodig is om de vereiste rechtszekerheid te bieden voor het stimuleren van grootschalige investeringen in de circulaire economie. De regelgevingstechniek waarvoor in dit voorstel is gekozen, biedt marktdeelnemers de grootst mogelijke flexibiliteit om nieuwe producten op de markten te brengen zonder daarbij de veiligheid en de kwaliteit in het gedrang te brengen. Bovendien kunnen de lidstaten niet-geharmoniseerde meststoffen tot de markt toelaten, terwijl marktdeelnemers die grotere markten willen bereiken de mogelijkheid hebben om voor het geharmoniseerde regelgevingskader te kiezen.

24.Een verordening wordt als de meest geschikte vorm beschouwd voor de harmonisatie van producten op een gebied dat technisch bijzonder complex is en dat mogelijk een grote impact heeft op de voedselketen en het milieu. Die conclusie wordt ondersteund door het feit dat de bestaande harmonisatiewetgeving voor meststoffen ook de vorm van een verordening heeft.

25.Wat de tweede doelstelling betreft, namelijk het aanpakken van de cadmiumverontreiniging van de bodem en van levensmiddelen veroorzaakt door het gebruik van meststoffen, waarvan er vele reeds zijn geharmoniseerd, worden maximumgehalten in de productwetgeving beschouwd als een doeltreffende manier om het probleem bij de bron aan te pakken. De economische gevolgen worden als evenredig beschouwd met de doelstelling om onomkeerbare bodemverontreiniging te voorkomen die een invloed heeft op de huidige en toekomstige generaties landbouwers en verbruikers van levensmiddelen.

26.In afdeling 4.2.2 van de effectbeoordeling wordt dieper ingegaan op de evenredigheid.

Keuze van het instrument

27.Een verordening wordt als de meest geschikte vorm beschouwd voor de harmonisatie van producten op een gebied dat technisch bijzonder complex is en dat mogelijk een grote impact heeft op de voedselketen en het milieu. Die conclusie wordt ondersteund door het feit dat de bestaande harmonisatiewetgeving voor meststoffen ook de vorm van een verordening heeft.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

28.Uit de evaluatie van de bestaande meststoffenverordening die in 2010 werd uitgevoerd, is gebleken 8 dat de doelstelling van de verordening om het regelgevingskader voor een groot deel van de meststoffenmarkt te vereenvoudigen en te harmoniseren, was bereikt.

29.Uit de evaluatie is echter ook gebleken dat de verordening doeltreffender zou kunnen zijn wat de ondersteuning van innovatieve meststoffen betreft en dat er aanpassingen nodig zijn om het milieu beter te beschermen. Wat betreft de organische meststoffen die momenteel buiten het toepassingsgebied van de verordening vallen, is uit de evaluatie bovendien gebleken dat de marktdeelnemers noch de nationale autoriteiten van mening zijn dat wederzijdse erkenning het meest gepaste instrument is om het vrije verkeer te waarborgen, aangezien meststoffen producten zijn waarvoor op basis van gegronde overwegingen inzake de productkwaliteit, het milieu en de menselijke gezondheid strenge regels geoorloofd zijn.

Raadpleging van belanghebbenden

30.Gedurende de hele voorbereidingsfase, die in 2011 van start ging, zijn de lidstaten en andere belanghebbenden uitvoerig geraadpleegd, in het bijzonder in het kader van de Werkgroep meststoffen 9 . De openbare raadpleging over de circulaire economie die in mei 2015 is bekendgemaakt, bevatte vragen over dit onderwerp 10 . De belanghebbenden werd ook gevraagd feedback te geven over de roadmap voor de herziening van de meststoffenverordening die op 22 oktober 2015 is bekendgemaakt 11 .

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

31.Het bestaande ontwerpverslag van de effectbeoordeling is grotendeels gebaseerd op de bovengenoemde evaluatie van de meststoffenverordening uit 2010 en op de studie die in 2011 is gemaakt van de opties om de wetgeving van de Unie inzake bemestingsmaterialen volledig te harmoniseren, waarbij ook aandacht is besteed aan de technische haalbaarheid en de gevolgen voor het milieu, de economie en de maatschappij 12 .

32.Het recycleren van fosfor is ook aan bod gekomen in KP7-onderzoeksprojecten. De resultaten daarvan zijn geanalyseerd tijdens de workshop "Circular approaches to phosphorus: from research to deployment", die op 4 maart 2015 plaatsvond in Berlijn 13 . Een van de vastgestelde prioriteiten is het herzien van de meststoffenverordening om het toepassingsgebied uit te breiden tot nutriënten uit secundaire bronnen (bv. gerecycleerde fosfaten) en organische bronnen.

Effectbeoordeling

33.Het voorstel wordt ondersteund door een effectbeoordeling. De voornaamste documenten van de effectbeoordeling zijn te vinden op [Once the IAR is published, insert link to the summary sheet and to the positive opinion of the Regulatory Scrutiny Board]. Met de adviezen van de Effectbeoordelingsraad is rekening gehouden door overtuigender aan te tonen dat de uiteenlopende nationale normen een van de oorzaken van de marktfragmentatie zijn, door de inhoud van de verschillende beoordeelde opties te verduidelijken, en door de belangrijkste effecten van het voorstel beter te verantwoorden.

34.Bij de effectbeoordeling is een vergelijking gemaakt tussen de status quo (optie 1) en vier andere beleidsopties (opties 2 tot en met 5). In de opties 2 tot en met 5 wordt de reikwijdte van de harmonisatie uitgebreid tot meststoffen vervaardigd uit organische grondstoffen en tot andere producten met gerelateerde functies. In die opties worden er ook grenswaarden voor contaminanten ingevoerd. In de verschillende opties wordt gebruikgemaakt van andere controlemechanismen. In optie 2 blijft de regelgevingstechniek van de meststoffenverordening, namelijk typegoedkeuring, ongewijzigd. In optie 3 wordt de typegoedkeuring vervangen door een positieve, limitatieve lijst materialen die in aanmerking komen voor doelbewuste opname in een meststof. In optie 4 wordt in de nodige controle voorzien door het nieuwe wetgevingskader toe te passen. Hierbij geldt in alle gevallen dezelfde conformiteitsbeoordelingsprocedure. In optie 5 ten slotte wordt eveneens het nieuwe wetgevingskader toegepast, maar de conformiteitsbeoordelingsprocedure zou voor elke categorie van materialen anders zijn. Voor de opties 2 tot en met 5 is ook onderzocht of de harmonisatie voor alle producten met een bepaalde functie verplicht moet zijn, of dat meststoffen op vrijwillige basis aan de geharmoniseerde wetgeving zouden kunnen voldoen als alternatief voor de toepasselijke nationale wetgeving en wederzijdse erkenning, wat in de status quo het geval is voor anorganische meststoffen.

35.Het definitieve voorstel komt overeen met optie 5 in de variant met optionele harmonisatie. Deze optie wordt als de beste beleidskeuze beschouwd, omdat ze zou leiden tot administratieve vereenvoudiging, in het bijzonder voor bemestingsproducten vervaardigd uit goed omschreven primaire grondstoffen, en zou zorgen voor flexibiliteit terwijl toch wordt gewaarborgd dat het gebruik van geharmoniseerde bemestingsproducten geen onaanvaardbaar risico voor de gezondheid of het milieu inhoudt.

36.Het voorstel zal voornamelijk gevolgen hebben voor producenten van innovatieve meststoffen vervaardigd uit organische of secundaire grondstoffen overeenkomstig het model van de circulaire economie, die dankzij de drastisch vergemakkelijkte toegang tot de interne markt een kritieke massa zullen kunnen bereiken. Die producenten zullen in het bijzonder voordeel hebben bij het initiatief in de lidstaten die geen voldoende grote binnenlandse markt voor nieuwe typen meststoffen bieden.

37.Het voorstel zal ook gevolgen hebben voor particuliere en openbare terugwinningsbedrijven (zoals exploitanten van waterzuiveringsinstallaties of installaties voor afvalbeheer die compost of digestaat produceren), die hun output zullen kunnen valoriseren, waardoor infrastructuurinvesteringen mogelijk worden.

38.Voor veel nationale autoriteiten zal de werkdruk afnemen wanneer de nationale registratie- of toelatingssystemen voor meststoffen geheel of deels door controlemechanismen op EU-niveau worden vervangen.

39.Ten slotte zal er voor landbouwers en andere gebruikers van meststoffen waarschijnlijk een meer verscheiden productaanbod komen, terwijl de algemene bevolking beter zal worden beschermd tegen verontreiniging van de bodem, het water en levensmiddelen.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

40.Dankzij het voorstel zal de administratieve last eenvoudiger worden en afnemen voor producenten van bemestingsproducten die toegang willen krijgen tot meer dan één nationaal grondgebied op de interne markt, aangezien die toegang niet meer op wederzijdse erkenning zal berusten. Tegelijkertijd wordt vermeden dat de toegang tot de markt wordt geweigerd of beperkt voor producenten die niet willen voldoen aan de regels op EU-niveau, door de mogelijkheid te behouden om toegang te krijgen tot de nationale markten op basis van nationale regels en wederzijdse erkenning.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

41.Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Unie. De personele en administratieve middelen bij de Europese Commissie blijven dezelfde als voor de implementatie van de bestaande meststoffenverordening en de controle daarvan.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

42.De Europese Commissie zal de lidstaten bijstaan bij de implementatie van de verordening en die controleren. Zij zal ook een analyse maken van de behoefte aan richtsnoeren, normen of regelingen om de duurzaamheid van bemestingsproducten aan te tonen, zodat op de etiketten van de producten duurzaamheidsclaims kunnen worden aangebracht.

43.Bovendien is de Commissie voornemens om bijkomende bestanddelencategorieën op te nemen in de bijlagen om gelijke tred te houden met de technologische vooruitgang, zodat veilige en doeltreffende meststoffen kunnen worden vervaardigd uit teruggewonnen secundaire grondstoffen zoals biochar, as en struviet. Ten slotte zal de Commissie de eisen in de bijlagen voortdurend evalueren en ze indien nodig herzien om de gezondheid van mensen, dieren en planten, de veiligheid en het milieu afdoend te beschermen.

Toelichting bij de specifieke bepalingen van het voorstel

44.In hoofdstuk 1 van de voorgestelde verordening worden het onderwerp, het toepassingsgebied en de definities vastgesteld alsook de grondbeginselen van vrij verkeer en verhandelbaarheid van bemestingsproducten met CE-markering. De bepaling inzake productvereisten verwijst naar de bijlagen I en II, die de inhoudelijke eisen bevatten voor de categorieën eindproducten overeenkomstig hun beoogde functie (bijlage I) en voor de categorieën bestanddelen die in bemestingsproducten met CE-markering aanwezig kunnen zijn (bijlage II). Deze bepaling verwijst ook naar bijlage III, waarin de etiketteringsvoorschriften worden gespecificeerd.

45.Hoofdstuk 2 bevat de verplichtingen voor marktdeelnemers die betrokken zijn bij het op de markt aanbieden van bemestingsproducten met CE-markering.

46.In hoofdstuk 3 worden de algemene beginselen van de conformiteit van bemestingsproducten met CE-markering vastgesteld. In dit hoofdstuk wordt verwezen naar bijlage IV, waarin een gedetailleerde beschrijving wordt gegeven van de conformiteitsbeoordelingsprocedures die op bemestingsproducten met CE-markering van toepassing zijn afhankelijk van hun bestanddelen- en productfunctiecategorieën. Er wordt ook verwezen naar bijlage V, waarin de modelstructuur van de EU-conformiteitsverklaring wordt vastgesteld.

47.Hoofdstuk 4 bevat de bepalingen inzake aangemelde instanties en hoofdstuk 5 bevat de bepalingen inzake markttoezicht. Hoofdstuk 6 bevat de voorwaarden voor de vaststelling door de Commissie van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen en hoofdstuk 7 bevat de slotbepalingen.

2016/0084 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van voorschriften inzake het op de markt aanbieden van bemestingsproducten met CE-markering en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1069/2009 en (EG) nr. 1107/2009

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 14 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De voorwaarden voor het aanbieden van meststoffen op de interne markt werden gedeeltelijk geharmoniseerd door Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad 15 , die vrijwel uitsluitend betrekking heeft op meststoffen bestaande uit gedolven of chemisch vervaardigde, anorganische materialen. Er bestaat ook een noodzaak om voor bemesting gebruik te maken van gerecycleerde of organische materialen. Om een krachtige stimulans te bieden voor het verdere gebruik van meststoffen vervaardigd uit gerecycleerde of organische materialen, moeten geharmoniseerde voorwaarden worden vastgesteld voor het op de gehele interne markt aanbieden ervan. De reikwijdte van de harmonisatie moet daarom worden uitgebreid tot gerecycleerde en organische materialen.

(2)Bepaalde producten worden in combinatie met meststoffen gebruikt om de voedingsefficiëntie te verbeteren, met als gunstig gevolg een vermindering van de hoeveelheid gebruikte meststoffen en dus van het effect op het milieu. Om het vrije verkeer van die producten op de interne markt te vergemakkelijken, moet de harmonisatie niet enkel betrekking hebben op meststoffen, d.w.z. producten die bestemd zijn om planten nutriënten te verschaffen, maar ook op producten die bestemd zijn om de voedingsefficiëntie van planten te verbeteren.

(3)Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad 16 stelt regels vast inzake de accreditatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties, verschaft een kader voor het markttoezicht op producten en voor de controle van producten uit derde landen, en voorziet in de algemene beginselen inzake CE-markering. Die verordening moet van toepassing zijn op de producten waarop deze verordening betrekking heeft, om ervoor te zorgen dat producten die vallen onder het vrije verkeer van goederen binnen de Unie voldoen aan de eisen voor een hoog niveau van bescherming van zaken van algemeen belang zoals de gezondheid en de veiligheid, van bescherming van de consument en van bescherming van het milieu.

(4)Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad 17 stelt gemeenschappelijke beginselen en referentiebepalingen vast die bedoeld zijn om in alle sectorale wetgeving te worden toegepast, zodat een coherente basis voor de herziening of herschikking van die wetgeving wordt gelegd. Verordening (EG) nr. 2003/2003 moet daarom worden vervangen door een verordening die voor zover mogelijk is opgesteld overeenkomstig dat besluit.

(5)In tegenstelling tot andere productharmonisatiemaatregelen in de wetgeving van de Unie verhindert Verordening (EG) nr. 2003/2003 niet dat niet-geharmoniseerde meststoffen op de interne markt worden aangeboden overeenkomstig het nationale recht en de algemene regels inzake het vrije verkeer van het Verdrag. Gezien het erg lokale karakter van bepaalde productmarkten moet deze mogelijkheid blijven bestaan. Overeenstemming met de geharmoniseerde regels moet derhalve facultatief blijven en moet slechts verplicht zijn voor producten die bestemd zijn om planten nutriënten te verschaffen of om de voedingsefficiëntie van planten te verbeteren en die de CE-markering dragen wanneer zij op de markt worden aangeboden. Deze verordening mag derhalve niet van toepassing zijn op producten die de CE-markering niet dragen wanneer zij op de markt worden aangeboden.

(6)Aangezien er verschillende productfuncties zijn, is het gerechtvaardigd om verschillende veiligheids- en kwaliteitseisen voor de producten te hanteren die aangepast zijn aan de verschillende beoogde gebruiksdoeleinden. Bemestingsproducten met CE-markering moeten derhalve worden opgedeeld in verschillende productfunctiecategorieën, waarop telkens specifieke veiligheids- en kwaliteitseisen van toepassing moeten zijn.

(7)Evenzo zijn gezien de verschillende bestanddelen verschillende procesvoorschriften en controlemechanismen gerechtvaardigd die aangepast zijn aan de verschillen in potentiële gevaarlijkheid en veranderlijkheid. Bestanddelen voor bemestingsproducten met CE-markering moeten derhalve worden opgedeeld in verschillende categorieën, waarop telkens specifieke procesvoorschriften en controlemechanismen van toepassing moeten zijn. Het moet mogelijk zijn om een bemestingsproduct met CE-markering op de markt aan te bieden dat is samengesteld uit meerdere bestanddelen uit verschillende bestanddelencategorieën, waarbij elke bestanddeel voldoet aan de eisen voor de categorie waartoe het behoort.

(8)Contaminanten in bemestingsproducten met CE-markering, zoals cadmium, zijn mogelijk een risico voor de gezondheid van mens en dier en voor het milieu, aangezien zij zich opstapelen in het milieu en in de voedselketen terechtkomen. Het gehalte aan contaminanten in dergelijke producten moet derhalve worden beperkt. Verder moeten onzuiverheden in van bioafval afgeleide bemestingsproducten met CE-markering, in het bijzonder polymeren, maar ook metaal en glas, worden voorkomen of beperkt voor zover dat technisch mogelijk is door middel van opsporing van dergelijke onzuiverheden in gescheiden ingezameld bioafval voor het wordt verwerkt.

(9)Producten die aan alle eisen van deze verordening voldoen, moeten worden toegelaten tot het vrije verkeer op de interne markt. Wanneer een of meer bestanddelen van een bemestingsproduct met CE-markering onder Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad 18 vallen, maar een punt in de productieketen bereiken waarna zij niet langer een significant risico voor de volksgezondheid of de diergezondheid inhouden (het "eindpunt in de productieketen"), zou het een onnodige administratieve last zijn om de bepalingen van die verordening op het product te blijven toepassen. Dergelijke bemestingsproducten moeten derhalve van de verplichtingen van die verordening worden vrijgesteld. Verordening (EG) nr. 1069/2009 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)Voor elk relevant bestanddeel dat dierlijke bijproducten bevat, moet het eindpunt in de productieketen worden vastgesteld overeenkomstig de procedures van Verordening (EG) nr. 1069/2009. Wanneer een door deze verordening gereguleerd productieproces begint voor dat eindpunt is bereikt, moeten de procesvoorschriften van Verordening (EG) nr. 1069/2009 en die van deze verordening cumulatief van toepassing zijn op bemestingsproducten met CE-markering. Dit betekent dat wanneer beide verordeningen dezelfde parameter reguleren, de strengste voorschriften worden toegepast.

(11)Wanneer een van dierlijke bijproducten afgeleid bemestingsproduct met CE-markering een risico vormt voor de volksgezondheid of de diergezondheid, moeten beschermingsmaatregelen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad 19 kunnen worden genomen, zoals dat ook het geval is voor andere van dierlijke bijproducten afgeleide productcategorieën.

(12)Wanneer een of meer bestanddelen van een bemestingsproduct met CE-markering onder Verordening (EG) nr. 1069/2009 vallen en het eindpunt in de productieketen nog niet hebben bereikt, zou het misleidend zijn als deze verordening in de CE-markering van dat product zou voorzien, aangezien het op de markt aanbieden van dat product onderworpen is aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1069/2009. Dergelijke producten moeten derhalve van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten.

(13)Er is vastgesteld dat er op de markt een vraag bestaat om bepaalde afvalstoffen die nuttig zijn toegepast in de zin van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad 20 als bemestingsproduct te gebruiken. Om ervoor te zorgen dat het gebruik van die producten niet leidt tot over het geheel genomen ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid, zijn bovendien bepaalde eisen noodzakelijk voor de afvalstoffen die als input worden gebruikt in de nuttige toepassing, voor de verwerkingsprocessen en -technieken, en voor de bemestingsproducten die het resultaat zijn van de nuttige toepassing. Wat bemestingsproducten met CE-markering betreft, moeten die eisen in deze verordening worden vastgesteld. Vanaf het moment waarop aan alle eisen van deze verordening wordt voldaan, mogen die producten dus niet meer als afvalstoffen in de zin van Richtlijn 2008/98/EG worden beschouwd.

(14)Bepaalde stoffen en mengsels, gewoonlijk aangeduid als agronomische toevoegingsmiddelen, verbeteren het afgiftepatroon van een nutriënt in een meststof. Stoffen en mengsels die op de markt worden aangeboden met de bedoeling om ze om die reden aan bemestingsproducten met CE-markering toe te voegen, moeten op verantwoordelijkheid van de fabrikant van die stoffen en mengsels voldoen aan bepaalde werkzaamheidscriteria en moeten derhalve op grond van deze verordening als bemestingsproducten met CE-markering worden beschouwd. Bovendien moeten voor bemestingsproducten met CE-markering die dergelijke stoffen of mengsels bevatten bepaalde werkzaamheids- en veiligheidscriteria gelden. Dergelijke stoffen en mengsels moeten derhalve ook als bestanddelen voor bemestingsproducten met CE-markering worden gereguleerd.

(15)Bepaalde stoffen, mengsels en micro-organismen, gewoonlijk aangeduid als biostimulanten voor planten, zijn geen nutriënten als zodanig, maar stimuleren wel de voedingsprocessen van planten. Wanneer dergelijke producten als enige doel hebben het gebruik van nutriënten door de plant efficiënter te maken of de tolerantie voor abiotische stress of de kenmerken in verband met de kwaliteit van het gewas te verbeteren, hebben zij in wezen meer gemeen met bemestingsproducten dan met de meeste categorieën gewasbeschermingsmiddelen. Die producten moeten derhalve in aanmerking komen voor CE-markering op grond van deze verordening en uitgesloten worden van het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad 21 . Verordening (EG) nr. 1107/2009 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(16)Op producten met een of meer functies, waarvan er een onder Verordening (EG) nr. 1107/2009 valt, moet de controle van toepassing blijven die op die producten is afgestemd en waarin die verordening voorziet. Wanneer dergelijke producten ook de functie van bemestingsproduct hebben, zou het misleidend zijn als deze verordening in de CE-markering van die producten zou voorzien, aangezien het op de markt aanbieden van een gewasbeschermingsmiddel afhangt van een producttoelating die geldig is in de betrokken lidstaat. Dergelijke producten moeten derhalve van het toepassingsgebied van deze verordening worden uitgesloten.

(17)Deze verordening mag geen beletsel vormen voor de toepassing van bestaande wetgeving van de Unie betreffende aspecten van de bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het milieu waarop deze verordening geen betrekking heeft. Deze verordening moet derhalve van toepassing zijn behoudens Richtlijn 86/278/EEG van de Raad 22 , Richtlijn 89/391/EEG van de Raad 23 , Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad 24 , Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad 25 , Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie 26 , Richtlijn 2000/29/EG van de Raad 27 , Verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad 28 en Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad 29 .

(18)Wanneer een bemestingsproduct met CE-markering een stof of mengsel in de zin van Verordening (EG) nr. 1907/2006 bevat, moet de veiligheid van de samenstellende stoffen voor het beoogde gebruik worden bepaald door middel van registratie overeenkomstig die verordening. De informatievereisten moeten ervoor zorgen dat de veiligheid van het beoogde gebruik van het bemestingsproduct met CE-markering wordt aangetoond op een manier die vergelijkbaar is met die van andere regelgevingen betreffende producten bestemd voor gebruik op bouwland of akkerbouwgewassen, in het bijzonder de nationale wetgeving betreffende meststoffen van de lidstaten en Verordening (EG) nr. 1107/2009. Wanneer de eigenlijke hoeveelheid die in de handel wordt gebracht minder dan tien ton per onderneming per jaar bedraagt, moeten de bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 bepaalde informatievereisten voor de registratie van stoffen in hoeveelheden van tien tot honderd ton derhalve bij wijze van uitzondering een voorwaarde vormen voor het op grond van deze verordening aanbieden op de markt.

(19)Wanneer de eigenlijke hoeveelheid stoffen in bemestingsproducten met CE-markering die door deze verordening worden gereguleerd meer dan honderd ton bedraagt, moeten de bijkomende informatievereisten van Verordening (EG) nr. 1907/2006 rechtstreeks van toepassing zijn op grond van die verordening. Deze verordening moet tevens de toepassing van de andere bepalingen van Verordening (EG) nr. 1907/2006 onverlet laten.

(20)Een blend van verschillende bemestingsproducten met CE-markering, die elk met succes een beoordeling van hun conformiteit met de voor dat materiaal toepasselijke eisen hebben ondergaan, kan worden beschouwd als zijnde geschikt voor gebruik als bemestingsproduct met CE-markering, waarbij slechts aan bepaalde bijkomende eisen naar aanleiding van het mengen moet worden voldaan. Om onnodige administratieve lasten te voorkomen, moeten dergelijke blends in een afzonderlijke categorie worden ingedeeld, waarvoor de conformiteitsbeoordeling moet worden beperkt tot de bijkomende eisen naar aanleiding van het mengen.

(21)Het is de verantwoordelijkheid van de marktdeelnemers dat bemestingsproducten met CE-markering in overeenstemming zijn met deze verordening, gelet op de respectieve rol die zij vervullen in de toeleveringsketen, teneinde voor een hoog niveau van bescherming van onder deze verordening vallende aspecten van het algemeen belang te zorgen en tevens eerlijke mededinging op de interne markt te waarborgen.

(22)Er moet worden gezorgd voor een duidelijke en evenredige verdeling van de verplichtingen overeenkomstig de rol van iedere marktdeelnemer in de toeleverings- en distributieketen.

(23)De fabrikant, die op de hoogte is van de details van het ontwerp- en productieproces, is het best in staat om de conformiteitsbeoordelingsprocedure uit te voeren. De verplichting om een conformiteitsbeoordeling van bemestingsproducten met CE-markering uit te voeren moet daarom uitsluitend op de fabrikant blijven rusten.

(24)Er moet worden gewaarborgd dat bemestingsproducten met CE-markering die vanuit derde landen op de interne markt komen, aan deze verordening voldoen, en met name dat de fabrikanten de adequate conformiteitsbeoordelingsprocedures met betrekking tot deze bemestingsproducten hebben uitgevoerd. Bijgevolg moet worden bepaald dat importeurs erop toezien dat bemestingsproducten met CE-markering die zij in de handel brengen aan de eisen van deze verordening voldoen en dat zij geen bemestingsproducten met CE-markering in de handel brengen die niet aan deze eisen voldoen of een risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, de veiligheid of het milieu inhouden. Er moet eveneens worden bepaald dat importeurs erop toezien dat er conformiteitsbeoordelingsprocedures zijn uitgevoerd en dat de markering van bemestingsproducten met CE-markering en de documenten die de fabrikanten opstellen beschikbaar zijn voor de bevoegde nationale autoriteiten.

(25)Om het markttoezicht mogelijk te maken, moet een importeur die een bemestingsproduct met CE-markering in de handel brengt zijn of haar naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam en het postadres waarop contact met hem of haar kan worden opgenomen op de verpakking van het bemestingsproduct vermelden.

(26)Aangezien de distributeur een bemestingsproduct met CE-markering op de markt aanbiedt nadat het door de fabrikant of de importeur in de handel is gebracht, moet hij of zij de nodige zorgvuldigheid betrachten om ervoor te zorgen dat de wijze waarop hij of zij met het bemestingsproduct omgaat geen negatieve invloed heeft op de conformiteit van dat product met deze verordening.

(27)Wanneer een marktdeelnemer een bemestingsproduct met CE-markering onder zijn of haar eigen naam of merknaam in de handel brengt of een bemestingsproduct met CE-markering zodanig wijzigt dat de conformiteit met de bepalingen van deze verordening in het gedrang kan komen, moet hij of zij als fabrikant worden beschouwd en de verplichtingen van de fabrikant op zich nemen.

(28)Omdat distributeurs en importeurs dicht bij de markt staan, moeten zij worden betrokken bij de markttoezichttaken van de bevoegde nationale autoriteiten en moeten zij worden verplicht actief medewerking te verlenen en die autoriteiten alle nodige informatie over het bemestingsproduct met CE-markering te verstrekken.

(29)Het markttoezicht wordt eenvoudiger en doeltreffender wanneer wordt gewaarborgd dat een bemestingsproduct met CE-markering in de gehele toeleveringsketen traceerbaar is. Een efficiënt traceringssysteem verlicht de taak van de markttoezichtautoriteiten wanneer zij marktdeelnemers moeten opsporen die niet-conforme bemestingsproducten met CE-markering op de markt hebben aangeboden. Van de marktdeelnemers mag niet gevraagd worden dat zij, wanneer zij de gegevens die nodig zijn voor de identificatie van andere marktdeelnemers bewaren, die gegevens bijwerken wat betreft andere marktdeelnemers die een bemestingsproduct met CE-markering aan hen hebben geleverd of aan wie zij een bemestingsproduct met CE-markering hebben geleverd, aangezien zij die bijgewerkte gegevens doorgaans niet ter beschikking hebben.

(30)Om de beoordeling van de conformiteit met de veiligheids- en kwaliteitseisen te vergemakkelijken, moet worden voorzien in een vermoeden van conformiteit voor bemestingsproducten met CE-markering die voldoen aan geharmoniseerde normen die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad 30 zijn vastgesteld.

(31)Wanneer er geen geharmoniseerde normen zijn vastgesteld of wanneer de geharmoniseerde normen niet voldoende gegevens bevatten betreffende alle elementen van de kwaliteits- en veiligheidseisen van deze verordening, kunnen uniforme voorwaarden voor de implementatie van die eisen nodig zijn. De Commissie moet derhalve de bevoegdheid krijgen om uitvoeringshandelingen vast te stellen waarin die voorwaarden in gemeenschappelijke specificaties worden vastgesteld. Omwille van de rechtszekerheid moet worden verduidelijkt dat bemestingsproducten met CE-markering aan die specificaties moeten voldoen, ook al worden zij beschouwd te voldoen aan geharmoniseerde normen.

(32)Er moet worden gezorgd voor conformiteitsbeoordelingsprocedures waarmee marktdeelnemers kunnen aantonen en de bevoegde instanties kunnen verifiëren dat op de markt aangeboden bemestingsproducten met CE-markering aan de eisen voldoen. Besluit nr. 768/2008/EG stelt modules voor conformiteitsbeoordelingsprocedures vast, van de minst tot de meest stringente procedure, afhankelijk van de hoogte van het risico en het vereiste veiligheidsniveau. Om voor coherentie tussen de sectoren te zorgen en ad-hocvarianten te voorkomen, moeten conformiteitsbeoordelingsprocedures uit die modules worden gekozen. Het is evenwel nodig deze modules aan te passen om rekening te houden met de specifieke aspecten van bemestingsproducten. In het bijzonder wat betreft de conformiteitsbeoordeling van bepaalde van nuttig toegepaste afvalstoffen afgeleide bemestingsproducten met CE-markering, moeten de kwaliteitssystemen worden verbeterd en moet de betrokkenheid van de aangemelde instanties worden vergroot.

(33)Om ervoor te zorgen dat van een CE-markering voorziene meststoffen op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte de veiligheid niet in het gedrang brengen en dat die meststoffen niet worden gebruikt voor andere doelen dan die waarvoor ze bestemd zijn, bijvoorbeeld als explosieven, moeten er voor dergelijke meststoffen specifieke eisen gelden in verband met de detonatieproef en de traceerbaarheid.

(34)Om de doeltreffende toegang tot informatie voor markttoezichtdoeleinden te waarborgen, moeten de gegevens betreffende de conformiteit met alle handelingen van de Unie die op bemestingsproducten met CE-markering van toepassing zijn, in één EU-conformiteitsverklaring worden verstrekt. Om de administratieve lasten voor de marktdeelnemers te verkleinen, mag die EU-conformiteitsverklaring bestaan uit een dossier van afzonderlijke relevante conformiteitsverklaringen.

(35)De CE-markering, waarmee de conformiteit van een bemestingsproduct wordt aangegeven, is de zichtbare uitkomst van een uitgebreid proces van conformiteitsbeoordeling. In Verordening (EG) nr. 765/2008 zijn algemene beginselen voor het gebruik van de CE-markering en de verhouding daarvan tot andere markeringen vastgesteld. Er moeten specifieke voorschriften voor het aanbrengen van de CE-markering worden vastgesteld met betrekking tot bemestingsproducten.

(36)Conformiteitsbeoordelingsinstanties, die door de lidstaten bij de Commissie worden aangemeld, moeten een rol spelen bij bepaalde in deze verordening beschreven conformiteitsbeoordelingsprocedures.

(37)Het is essentieel dat alle aangemelde instanties hun functie op hetzelfde niveau en onder eerlijke concurrentievoorwaarden uitoefenen. Hiertoe moeten verplichte eisen worden vastgesteld voor conformiteitsbeoordelingsinstanties die aangemeld willen worden met het oog op het verlenen van conformiteitsbeoordelingsdiensten.

(38)Wanneer een conformiteitsbeoordelingsinstantie aantoont dat zij voldoet aan de criteria vastgelegd in geharmoniseerde normen, dient zij te worden geacht te voldoen aan de overeenkomstige eisen van deze verordening.

(39)Om bij de uitvoering van de conformiteitsbeoordeling van bemestingsproducten met CE-markering een samenhangend kwaliteitsniveau te kunnen waarborgen, moeten ook eisen worden vastgesteld voor de aanmeldende autoriteiten en andere instanties die bij de beoordeling en aanmelding van en bij het toezicht op aangemelde instanties betrokken zijn.

(40)Het in deze verordening beschreven systeem moet worden aangevuld door het accreditatiesysteem van Verordening (EG) nr. 765/2008. Omdat accreditatie een essentieel middel is om te controleren of de conformiteitsbeoordelingsinstanties bekwaam zijn, zou accreditatie ook bij de aanmelding moeten worden gebruikt.

(41)Wegens de variabele aard van bepaalde bestanddelen van bemestingsproducten en de mogelijk onomkeerbare aard van bepaalde schade waartoe de blootstelling van de bodem en gewassen aan onzuiverheden kan leiden, moet transparante accreditatie zoals beschreven in Verordening (EG) nr. 765/2008, waarmee het nodige vertrouwen in conformiteitscertificaten voor bemestingsproducten met CE-markering die dergelijke bestanddelen bevatten, wordt gewaarborgd, het enige middel zijn om de technische bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties aan te tonen.

(42)Conformiteitsbeoordelingsinstanties besteden veelal een deel van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten uit of maken gebruik van een dochteronderneming. Om het beschermingsniveau te kunnen garanderen dat nodig is voor bemestingsproducten met CE-markering die in de handel worden gebracht, is het essentieel dat onderaannemers en dochterondernemingen bij de uitvoering van conformiteitsbeoordelingstaken aan dezelfde eisen voldoen als aangemelde instanties. Daarom is het belangrijk dat ook de activiteiten die door onderaannemers en dochterondernemingen worden verricht, worden betrokken in de beoordeling van de bekwaamheid en de prestaties van instanties die worden aangemeld en in het toezicht op reeds aangemelde instanties.

(43)De aanmeldingsprocedure moet efficiënt en transparant zijn en met name worden aangepast aan nieuwe technologie, zodat de aanmelding online kan worden verricht.

(44)Omdat de diensten van aangemelde instanties betrekking kunnen hebben op bemestingsproducten met CE-markering die op de hele markt van de Unie worden aangeboden, moeten de andere lidstaten en de Commissie in staat worden gesteld bezwaren in te brengen tegen een aangemelde instantie. Daarom is het belangrijk te voorzien in een termijn waarbinnen twijfels of bedenkingen omtrent de bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties kunnen worden weggenomen alvorens zij als aangemelde instantie gaan functioneren.

(45)Om de toegang tot de markt te vergemakkelijken is het cruciaal dat de aangemelde instanties bij de toepassing van de conformiteitsbeoordelingsprocedures geen onnodige lasten creëren voor de marktdeelnemers. Bij de technische uitvoering van de conformiteitsbeoordelingsprocedures moet om dezelfde reden worden gezorgd voor consistentie, zodat de marktdeelnemers gelijk worden behandeld. Dit kan het best worden bereikt door passende coördinatie en samenwerking tussen de aangemelde instanties.

(46)Om rechtszekerheid te waarborgen, moet duidelijk worden gemaakt dat de in Verordening (EG) nr. 765/2008 vastgestelde voorschriften inzake markttoezicht op de interne markt en controle van producten die de interne markt binnenkomen, van toepassing zijn op bemestingsproducten met CE-markering die onder deze verordening vallen. Deze verordening mag de lidstaten niet beletten te kiezen welke autoriteiten voor de uitvoering van die taken bevoegd zijn.

(47)Bemestingsproducten met CE-markering mogen slechts in de handel worden gebracht indien zij voldoende doeltreffend zijn en geen onaanvaardbaar risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu inhouden wanneer zij naar behoren worden opgeslagen en worden gebruikt waarvoor zij bestemd zijn alsook in gebruiksomstandigheden die redelijkerwijs kunnen worden voorzien, d.w.z. een gebruik dat het gevolg zou kunnen zijn van rechtmatig en gemakkelijk voorspelbaar menselijk gedrag. Derhalve moeten veiligheids- en kwaliteitseisen worden vastgesteld alsook passende controlemechanismen. Bovendien mag het beoogde gebruik van bemestingsproducten met CE-markering er niet toe leiden dat levensmiddelen of diervoeders onveilig worden.

(48)Verordening (EG) nr. 2003/2003 voorziet al in een vrijwaringsprocedure die de Commissie in staat stelt te onderzoeken of een maatregel van een lidstaat tegen EG-meststoffen die worden geacht een risico te vormen, gerechtvaardigd is. Om de transparantie te vergroten en tijdverlies te beperken, moet de bestaande vrijwaringsprocedure worden verbeterd teneinde de efficiëntie te vergroten en van de deskundigheid in de lidstaten te profiteren.

(49)Het bestaande systeem moet worden aangevuld met een procedure om belanghebbenden te informeren over voorgenomen maatregelen tegen bemestingsproducten met CE-markering die een onaanvaardbaar risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, de veiligheid of het milieu inhouden. Deze procedure moet markttoezichtautoriteiten ook in staat stellen samen met de betrokken marktdeelnemers vroegtijdig tegen dergelijke bemestingsproducten op te treden.

(50)Indien de lidstaten en de Commissie het eens zijn dat een maatregel van een lidstaat gerechtvaardigd is, is nadere betrokkenheid van de Commissie hierbij slechts nodig wanneer de niet-conformiteit kan worden toegeschreven aan tekortkomingen van een geharmoniseerde norm. In dat geval moet de procedure voor formele bezwaren tegen geharmoniseerde normen van Verordening (EU) nr. 1025/2012 worden toegepast. 

(51)Om uniforme voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad 31 .

(52)Voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen teneinde de aanmeldende lidstaat te verplichten de nodige corrigerende maatregelen te nemen ten aanzien van aangemelde instanties die niet of niet meer aan de aanmeldingseisen voldoen, moet de raadplegingsprocedure worden toegepast, aangezien dergelijke handelingen niet onder artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 182/2011 vallen.

(53)Voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen met betrekking tot conforme bemestingsproducten met CE-markering die een onaanvaardbaar risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, de veiligheid of het milieu inhouden, moet de onderzoeksprocedure worden toegepast, aangezien dergelijke handelingen onder artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 182/2011 vallen. Om diezelfde reden moet de onderzoeksprocedure ook worden toegepast voor de vaststelling, wijziging of intrekking van gemeenschappelijke specificaties.

(54)De Commissie moet door middel van uitvoeringshandelingen bepalen of de maatregelen die de lidstaten hebben getroffen met betrekking tot niet-conforme bemestingsproducten met CE-markering gerechtvaardigd zijn of niet. Aangezien die handelingen betrekking zullen hebben op de vraag of de nationale maatregelen gerechtvaardigd zijn, hoeven de handelingen niet te worden gecontroleerd door de lidstaten.

(55)Op het gebied van recycling van afvalstoffen wordt veelbelovende technische vooruitgang geboekt, bijvoorbeeld recycling van fosfor uit zuiveringsslib en de productie van bemestingsproducten op basis van dierlijke bijproducten, zoals biochar. Wanneer de productieprocessen wetenschappelijk zijn geanalyseerd en er op Unie-niveau procesvoorschriften zijn vastgesteld, moeten producten die dergelijke materialen bevatten of eruit bestaan zonder onnodige vertraging toegang krijgen tot de interne markt. Daartoe moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ter bepaling van bredere of bijkomende categorieën bemestingsproducten met CE-markering of bestanddelen die in aanmerking komen om voor de productie van die producten te worden gebruikt. Voor dierlijke bijproducten mogen de bestanddelencategorieën slechts worden uitgebreid of mogen er slechts bestanddelencategorieën worden toegevoegd indien een eindpunt in de productieketen is vastgesteld overeenkomstig de procedures van Verordening (EG) nr. 1069/2009, aangezien dierlijke bijproducten waarvoor geen eindpunt is vastgesteld in alle gevallen van het toepassingsgebied van deze verordening zijn uitgesloten.

(56)Bovendien moet het mogelijk zijn om onmiddellijk te reageren op nieuwe bevindingen betreffende de voorwaarden waaronder bemestingsproducten met CE-markering voldoende doeltreffend zijn en op nieuwe risicobeoordelingen betreffende de gezondheid van mensen, dieren of planten, de veiligheid of het milieu. Daartoe moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen om de eisen voor de verschillende categorieën bemestingsproducten met CE-markering te wijzigen.

(57)Bij de uitoefening van die bevoegdheden is het van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet er bij de voorbereiding en opstelling van gedelegeerde handelingen voor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

(58)De lidstaten moeten regels voor sancties op inbreuken op deze verordening vaststellen en erop toezien dat die regels worden toegepast. De vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

(59)Er moet in een overgangsregeling worden voorzien zodat EG-meststoffen die vóór de datum van toepassing van deze verordening overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2003/2003 in de handel zijn gebracht, op de markt kunnen worden aangeboden zonder dat zij aan verdere productvereisten hoeven te voldoen. Distributeurs moeten derhalve EG-meststoffen die vóór de toepassingsdatum van deze verordening in de handel zijn gebracht, m.a.w. voorraden die zich reeds in de distributieketen bevinden, kunnen leveren.

(60)Marktdeelnemers moeten voldoende tijd krijgen om aan de verplichtingen van deze verordening te voldoen en de lidstaten moeten voldoende tijd krijgen om de nodige administratieve infrastructuur voor de toepassing van deze verordening in te richten. De toepassing moet derhalve worden uitgesteld tot een datum waarop redelijkerwijs kan worden verwacht dat die voorbereidingen voltooid zijn.

(61)Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk waarborgen dat geen afbreuk wordt gedaan aan de werking van de interne markt en er tegelijkertijd voor zorgen dat bemestingsproducten met CE-markering op de markt voldoen aan de eisen voor een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mensen, dieren en planten, de veiligheid en het milieu, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt maar vanwege de omvang en gevolgen ervan beter op Unieniveau kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen

Artikel 1
Toepassingsgebied

1.Deze verordening is van toepassing op bemestingsproducten met CE-markering.

Deze verordening is echter niet van toepassing op de volgende producten:

a)dierlijke bijproducten waarop de voorschriften van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van toepassing zijn,

b)gewasbeschermingsmiddelen die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1107/2009 vallen.

2.Deze verordening laat de toepassing van de volgende handelingen onverlet:

a)Richtlijn 86/278/EEG;

b)Richtlijn 89/391/EEG;

c)Verordening (EG) nr. 1907/2006;

d)Verordening (EG) nr. 1272/2008;

e)Verordening (EG) nr. 1881/2006;

f)Richtlijn 2000/29/EG;

g)Verordening (EU) nr. 98/2013;

h)Verordening (EU) nr. 1143/2014.

Artikel 2
Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

1)"bemestingsproduct": een stof die of een mengsel, micro-organisme of elk ander materiaal dat, als zodanig of gemend met een ander materiaal, wordt aangebracht of bestemd is om te worden aangebracht op planten of hun rizosfeer om de planten nutriënten te verschaffen of hun voedingsefficiëntie te verbeteren;

2)"bemestingsproduct met CE-markering": een bemestingsproduct dat voorzien is van een CE-markering wanneer het op de markt wordt aangeboden;

3)"stof": een stof in de zin van artikel 3, punt 1, van Verordening (EG) nr. 1907/2006;

4)"mengsel": een mengsel in de zin van artikel 3, punt 2, van Verordening (EG) nr. 1907/2006;

5)"micro-organisme": een micro-organisme in de zin van artikel 3, punt 15, van Verordening (EG) nr. 1107/2009;

6)"op de markt aanbieden": het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een bemestingsproduct met CE-markering met het oog op distributie of gebruik op de markt van de Unie;

7)"in de handel brengen": het voor het eerst in de Unie op de markt aanbieden van een bemestingsproduct met CE-markering;

8)"fabrikant": een natuurlijke of rechtspersoon die een bemestingsproduct met CE-markering vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen, en het onder zijn of haar naam of handelsmerk verhandelt;

9)"gemachtigde": een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die schriftelijk door een fabrikant is gemachtigd om namens hem of haar specifieke taken te vervullen;

10)"importeur": een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een bemestingsproduct met CE-markering uit een derde land in de Unie in de handel brengt;

11)"distributeur": een natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen, verschillend van de fabrikant of de importeur, die een bemestingsproduct met CE-markering op de markt aanbiedt;

12)"marktdeelnemers": fabrikanten, gemachtigden, importeurs en distributeurs;

13)"technische specificatie": een document dat de technische eisen voorschrijft waaraan een bemestingsproduct met CE-markering moet voldoen;

14)"geharmoniseerde norm": een geharmoniseerde norm zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, onder c), van Verordening (EU) nr. 1025/2012;

15)"accreditatie": accreditatie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 10, van Verordening (EG) nr. 765/2008;

16)"nationale accreditatie-instantie": een nationale accreditatie-instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 11, van Verordening (EG) nr. 765/2008;

17)"conformiteitsbeoordeling": het proces waarin wordt aangetoond of voldaan is aan de eisen van deze verordening voor een bemestingsproduct met CE-markering;

18)"conformiteitsbeoordelingsinstantie": een instantie die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht, zoals onder meer testen, certificeren en inspecteren;

19)"terugroepen": maatregel waarmee wordt beoogd een bemestingsproduct met CE-markering te doen terugkeren dat al aan de eindgebruiker ter beschikking is gesteld;

20)"uit de handel nemen": maatregel waarmee wordt beoogd te voorkomen dat een bemestingsproduct met CE-markering dat zich in de toeleveringsketen bevindt, op de markt wordt aangeboden;

21)"CE-markering": een markering waarmee de fabrikant aangeeft dat het bemestingsproduct in overeenstemming is met alle toepasselijke eisen van de harmonisatiewetgeving van de Unie die in het aanbrengen ervan voorziet;

22)"harmonisatiewetgeving van de Unie": alle wetgeving van de Unie die de voorwaarden voor het verhandelen van producten harmoniseert.

Artikel 3
Vrij verkeer

De lidstaten mogen het op de markt aanbieden van bemestingsproducten met CE-markering die voldoen aan deze verordening niet belemmeren.

Artikel 4
Productvereisten

1.Een bemestingsproduct met CE-markering

a)voldoet aan de eisen van bijlage I voor de relevante productfunctiecategorie;

b)voldoet aan de eisen van bijlage II voor de relevante bestanddelencategorie of categorieën;

c)is voorzien van een etiket overeenkomstig de etiketteringsvoorschriften van bijlage III.

2.Voor aspecten die niet onder bijlage I of II vallen, voldoen bemestingsproducten met CE-markering aan de eis dat het gebruik ervan zoals gespecificeerd in de gebruiksaanwijzing er niet toe leidt dat levensmiddelen of diervoeders van plantaardige oorsprong onveilig worden in de zin van respectievelijk artikel 14 en 15 van Verordening (EG) nr. 178/2002.

Artikel 5
Op de markt aanbieden

Bemestingsproducten met CE-markering mogen uitsluitend op de markt worden aangeboden indien zij aan de eisen van deze verordening voldoen.

Hoofdstuk 2
Verplichtingen van marktdeelnemers

Artikel 6
Verplichtingen van fabrikanten

1.Wanneer fabrikanten bemestingsproducten met CE-markering in de handel brengen, waarborgen zij dat deze zijn ontworpen en vervaardigd overeenkomstig de eisen van bijlage I voor de relevante productfunctiecategorie en de eisen van bijlage II voor de relevante bestanddelencategorie of -categorieën.

2.Voor fabrikanten bemestingsproducten met CE-markering in de handel brengen, stellen zij de technische documentatie op en voeren zij de in artikel 14 bedoelde relevante conformiteitsbeoordelingsprocedure uit of laten zij deze uitvoeren. Wanneer met die procedure is aangetoond dat een dergelijk bemestingsproduct aan de in deze verordening vastgestelde toepasselijke eisen voldoet, brengen fabrikanten de CE-markering aan, stellen zij een EU-conformiteitsverklaring op en waarborgen zij dat het bemestingsproduct van die verklaring vergezeld gaat wanneer het in de handel wordt gebracht.

3.Fabrikanten bewaren de technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring gedurende tien jaar nadat het bemestingsproduct met CE-markering waarop die documenten betrekking hebben in de handel is gebracht.

4.Fabrikanten zorgen ervoor dat zij beschikken over procedures om de conformiteit met deze verordening van bemestingsproducten met CE-markering die in serie worden geproduceerd, te blijven waarborgen. Er wordt terdege rekening gehouden met veranderingen in de productiemethode of in de kenmerken van die bemestingsproducten en met veranderingen in de geharmoniseerde normen, in de in artikel 13 bedoelde gemeenschappelijke specificaties of in andere technische specificaties waarnaar in de conformiteitsverklaring van een bemestingsproduct met CE-markering is verwezen.

Indien dit rekening houdend met de prestaties of de risico's van een bemestingsproduct met CE-markering passend wordt geacht, voeren fabrikanten steekproeven uit op dergelijke op de markt aangeboden bemestingsproducten, onderzoeken zij klachten, niet-conforme bemestingsproducten met CE-markering en terugroepingen van dergelijke producten en houden zij daarvan zo nodig een register bij, en houden zij de distributeurs op de hoogte van dergelijk toezicht.

5.Fabrikanten zorgen ervoor dat op de verpakking van bemestingsproducten met CE-markering die zij in de handel hebben gebracht een type-, charge- of serienummer dan wel een ander identificatiemiddel is aangebracht, of wanneer een bemestingsproduct onverpakt wordt geleverd, dat de vereiste informatie in een bij het bemestingsproduct gevoegd document is vermeld.

6.Fabrikanten vermelden hun naam, hun geregistreerde handelsnaam of hun geregistreerde merknaam en het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen op de verpakking van het bemestingsproduct met CE-markering, of wanneer het bemestingsproduct onverpakt wordt geleverd, in een bij het bemestingsproduct gevoegd document. Het postadres geeft één enkele plaats aan waar de fabrikant kan worden gecontacteerd. De contactgegevens worden gesteld in een voor eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk te begrijpen taal.

7.Fabrikanten zorgen ervoor dat bemestingsproducten met CE-markering overeenkomstig bijlage III zijn voorzien van een etiket, of wanneer een bemestingsproduct onverpakt wordt geleverd, dat de vermeldingen op het etiket zijn opgenomen in een bij het bemestingsproduct gevoegd document dat kan worden geraadpleegd voor inspectie wanneer het product in de handel wordt gebracht. De vermeldingen op het etiket worden gesteld in een voor eindgebruikers gemakkelijk te begrijpen taal, zoals bepaald door de betrokken lidstaat, en zijn duidelijk en begrijpelijk.

8.Fabrikanten die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen in de handel gebracht bemestingsproduct met CE-markering niet in overeenstemming is met deze verordening, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om het bemestingsproduct in overeenstemming te brengen of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen.

Wanneer een fabrikant van menig is of redenen heeft om aan te nemen dat een door hem of haar in de handel gebracht bemestingsproduct met CE-markering een onaanvaardbaar risico inhoudt voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu, brengt hij of zij de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar hij of zij het bemestingsproduct op de markt heeft aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij hij of zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijft.

9.Fabrikanten verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit op papier of elektronisch alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het bemestingsproduct met CE-markering met deze verordening aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan eventuele maatregelen waarmee de risico's van de door hen in de handel gebrachte bemestingsproducten met CE-markering worden weggenomen.

10.De fabrikant dient bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming voor de volgende bemestingsproducten met CE-markering een verslag in van de in bijlage IV voorgeschreven detonatieproef:

a)enkelvoudige of samengestelde vaste anorganische macronutriëntenmeststoffen op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte, zoals in bijlage I beschreven in productfunctiecategorie 1 C) I) a) i-ii) A);

b)bemestingsproductenblends, zoals in bijlage I beschreven in productfunctiecategorie 7, die een onder a) bedoelde meststof bevatten.

Het verslag wordt ten minste vijf dagen voor die producten in de handel worden gebracht, ingediend.

Artikel 7
Gemachtigde

1.Een fabrikant kan via een schriftelijk mandaat een gemachtigde aanstellen.

De verplichtingen uit hoofde van artikel 6, lid 1, en de in artikel 6, lid 2, bedoelde verplichting om technische documentatie op te stellen maken geen deel uit van het mandaat van de gemachtigde.

2.Een gemachtigde voert de taken uit die gespecificeerd zijn in het mandaat dat hij of zij van de fabrikant heeft ontvangen. Het mandaat laat de gemachtigde toe ten minste de volgende taken te verrichten:

a)de EU-conformiteitsverklaring en de technische documentatie ter beschikking houden van de nationale markttoezichtautoriteiten gedurende tien jaar nadat het bemestingsproduct met CE-markering waarop die documenten betrekking hebben in de handel is gebracht;

b)een bevoegde nationale autoriteit, wanneer deze een met redenen omkleed verzoek daartoe indient, alle benodigde informatie en documentatie verstrekken om de conformiteit van een bemestingsproduct met CE-markering aan te tonen;

c)op verzoek van de bevoegde nationale autoriteiten medewerking verlenen aan eventueel genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico's van bemestingsproducten met CE-markering die onder het mandaat van de gemachtigde vallen.

Artikel 8
Verplichtingen van importeurs

1.Importeurs brengen alleen bemestingsproducten met CE-markering in de handel die aan de gestelde eisen voldoen.

2.Alvorens een bemestingsproduct met CE-markering in de handel te brengen, zien importeurs erop toe dat de fabrikant de juiste conformiteitsbeoordelingsprocedure zoals bedoeld in artikel 14 heeft uitgevoerd. Zij zorgen ervoor dat de fabrikant de technische documentatie heeft opgesteld, dat het bemestingsproduct met CE-markering vergezeld gaat van de EU-conformiteitsverklaring en de vereiste documenten, en dat de fabrikant aan de eisen van artikel 6, leden 5 en 6, heeft voldaan. Wanneer een importeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een bemestingsproduct met CE-markering niet in overeenstemming is met de toepasselijke eisen van bijlage I, II of III, brengt hij of zij het bemestingsproduct niet in de handel alvorens het conform is gemaakt. Wanneer het bemestingsproduct met CE-markering een onaanvaardbaar risico inhoudt voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu, brengt de importeur de fabrikant en de markttoezichtautoriteiten hiervan op de hoogte.

3.Importeurs vermelden hun naam, hun geregistreerde handelsnaam of hun geregistreerde merknaam en het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen op de verpakking van het bemestingsproduct met CE-markering, of wanneer het bemestingsproduct met CE-markering onverpakt wordt geleverd, in een bij het bemestingsproduct gevoegd document. De contactgegevens worden gesteld in een voor eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk te begrijpen taal.

4.Importeurs zorgen ervoor dat het bemestingsproduct met CE-markering overeenkomstig bijlage III is voorzien van een etiket in een voor eindgebruikers gemakkelijk te begrijpen taal, zoals bepaald door de betrokken lidstaat.

5.Importeurs zorgen gedurende de periode dat zij voor het bemestingsproduct met CE-markering verantwoordelijk zijn, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden ervan dat de conformiteit van het bemestingsproduct met de veiligheids- en kwaliteitseisen van bijlage I of met de etiketteringsvoorschriften van bijlage III niet in het gedrang komt.

6.Indien dit rekening houdend met de prestaties of de risico's van een bemestingsproduct met CE-markering passend wordt geacht, voeren importeurs steekproeven uit op dergelijke op de markt aangeboden bemestingsproducten, onderzoeken zij klachten, niet-conforme bemestingsproducten met CE-markering en terugroepingen van dergelijke producten en houden zij daarvan zo nodig een register bij, en houden zij de distributeurs op de hoogte van dergelijk toezicht.

7.Importeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen in de handel gebracht bemestingsproduct met CE-markering niet in overeenstemming is met deze verordening, nemen onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om het bemestingsproduct in overeenstemming te brengen of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen.

Wanneer een importeur van menig is of redenen heeft om aan te nemen dat een door hem of haar in de handel gebracht bemestingsproduct met CE-markering een onaanvaardbaar risico inhoudt voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu, brengt hij of zij de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar hij of zij het bemestingsproduct op de markt heeft aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij hij of zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijft.

8.Importeurs houden gedurende tien jaar nadat het bemestingsproduct met CE-markering in de handel is gebracht, een kopie van de EU-conformiteitsverklaring ter beschikking van de markttoezichtautoriteiten en zorgen ervoor dat de technische documentatie op verzoek aan die autoriteiten kan worden verstrekt.

9.Importeurs verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit op papier of elektronisch alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van het bemestingsproduct met CE-markering aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan eventuele maatregelen waarmee de risico's van de door hen in de handel gebrachte bemestingsproducten met CE-markering worden weggenomen.

10.De importeur dient bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming voor de volgende bemestingsproducten met CE-markering een verslag in van de in bijlage IV voorgeschreven detonatieproef:

a)enkelvoudige of samengestelde vaste anorganische macronutriëntenmeststoffen op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte, zoals in bijlage I beschreven in productfunctiecategorie 1 C) I) a) i-ii) A);

b)bemestingsproductenblends, zoals in bijlage I beschreven in productfunctiecategorie 7, die een onder a) bedoelde meststof bevatten.

Het verslag wordt ten minste vijf dagen voor die producten in de handel worden gebracht, ingediend.

Artikel 9
Verplichtingen van distributeurs

1.Distributeurs die een bemestingsproduct met CE-markering op de markt aanbieden, betrachten de nodige zorgvuldigheid met betrekking tot de eisen van deze verordening.

2.Alvorens een bemestingsproduct met CE-markering op de markt aan te bieden, controleren distributeurs of het vergezeld gaat van de EU-conformiteitsverklaring en de vereiste documenten, of het overeenkomstig bijlage III van een etiket is voorzien in een taal die de eindgebruikers in de lidstaat waar het bemestingsproduct met CE-markering op de markt wordt aangeboden, gemakkelijk kunnen begrijpen, en of de fabrikant en de importeur aan de eisen van respectievelijk artikel 6, leden 5 en 6, en artikel 8, lid 3, hebben voldaan.

Wanneer een distributeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een bemestingsproduct met CE-markering niet in overeenstemming is met de toepasselijke eisen van bijlage I, II of III, biedt hij of zij het bemestingsproduct niet aan op de markt alvorens het conform is gemaakt. Wanneer het bemestingsproduct met CE-markering een onaanvaardbaar risico inhoudt voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu, brengt de distributeur de fabrikant of de importeur hiervan op de hoogte, evenals de markttoezichtautoriteiten.

3.Distributeurs zorgen gedurende de periode dat zij voor het bemestingsproduct met CE-markering verantwoordelijk zijn, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden ervan dat de conformiteit van het bemestingsproduct met de veiligheids- en kwaliteitseisen van bijlage I of met de etiketteringsvoorschriften van bijlage III niet in het gedrang komt.

4.Distributeurs die van mening zijn of redenen hebben om aan te nemen dat een door hen op de markt aangeboden bemestingsproduct met CE-markering niet in overeenstemming is met deze verordening, zien erop toe dat de nodige corrigerende maatregelen worden genomen om het bemestingsproduct in overeenstemming te brengen of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen.

Wanneer een distributeur van menig is of redenen heeft om aan te nemen dat een door hem of haar op de markt aangeboden bemestingsproduct met CE-markering een onaanvaardbaar risico inhoudt voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu, brengt hij of zij de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar hij of zij het bemestingsproduct met CE-markering op de markt heeft aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij hij of zij in het bijzonder de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijft.

5.Distributeurs verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit op papier of elektronisch alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van een bemestingsproduct met CE-markering aan te tonen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan eventuele maatregelen waarmee de risico's van de door hen op de markt aangeboden bemestingsproducten met CE-markering worden weggenomen.

Artikel 10
Gevallen waarin de verplichtingen van fabrikanten van toepassing zijn op importeurs en distributeurs

Een importeur of distributeur wordt voor de toepassing van deze verordening als een fabrikant beschouwd en moet aan de in artikel 6 vermelde verplichtingen van de fabrikant voldoen wanneer hij of zij een bemestingsproduct met CE-markering onder zijn of haar eigen naam of merknaam in de handel brengt of een reeds in de handel gebracht bemestingsproduct met CE-markering zodanig wijzigt dat de conformiteit met deze verordening in het gedrang kan komen.

Artikel 11
Identificatie van marktdeelnemers

1.Marktdeelnemers delen, op verzoek, aan de markttoezichtautoriteiten mee:

a)welke marktdeelnemers een bemestingsproduct met CE-markering aan hen hebben geleverd;

b)aan welke marktdeelnemers zij een bemestingsproduct met CE-markering hebben geleverd.

2.Marktdeelnemers moeten tot tien jaar nadat het bemestingsproduct met CE-markering aan hen is geleverd en tot tien jaar nadat zij het bemestingsproduct met CE-markering hebben geleverd, de in het eerste lid bedoelde informatie kunnen verstrekken.

Hoofdstuk 3
Conformiteit van bemestingsproducten met CE-markering

Artikel 12
Vermoeden van conformiteit

Onverminderd de in artikel 13 bedoelde gemeenschappelijke specificaties, worden bemestingsproducten met CE-markering die conform zijn met geharmoniseerde normen of delen daarvan waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, geacht in overeenstemming te zijn met de in de bijlagen I, II en III beschreven eisen die door die normen of delen daarvan worden bestreken.

Artikel 13
Gemeenschappelijke specificaties

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen ter bepaling van gemeenschappelijke specificaties waaraan moet worden voldaan om conform te zijn met de in de bijlagen I, II en III beschreven eisen die door die specificaties of delen daarvan worden bestreken. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 41, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 14
Conformiteitsbeoordelingsprocedures

1.De beoordeling van de overeenstemming van een bemestingsproduct met CE-markering met de eisen van deze verordening wordt verricht volgens de conformiteitsbeoordelingsprocedure die in bijlage IV wordt vermeld.

2.De dossiers en de briefwisseling aangaande de conformiteitsbeoordelingsprocedures worden gesteld in de officiële taal/talen van de lidstaat waarin de voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordelingsprocedures verantwoordelijke aangemelde instantie is gevestigd, of in een door die instantie aanvaarde taal.

Artikel 15
EU-conformiteitsverklaring

1.In de EU-conformiteitsverklaring wordt vermeld dat aangetoond is dat aan de eisen van de bijlagen I, II en III is voldaan.

2.De EU-conformiteitsverklaring komt qua structuur overeen met het model in bijlage V, bevat de in de desbetreffende modules van bijlage IV vermelde elementen en wordt voortdurend bijgewerkt. Zij wordt vertaald in de taal of talen zoals gevraagd door de lidstaat waar het bemestingsproduct met CE-markering in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden.

3.Indien voor een bemestingsproduct met CE-markering uit hoofde van meer dan één handeling van de Unie een EU-conformiteitsverklaring vereist is, wordt één EU-conformiteitsverklaring met betrekking tot al die handelingen van de Unie opgesteld. In die verklaring wordt aangegeven om welke handelingen van de Unie het gaat en worden de publicatiereferenties van die handelingen vermeld. De verklaring mag een dossier met afzonderlijke relevante conformiteitsverklaringen zijn.

4.Door de EU-conformiteitsverklaring op te stellen, neemt de fabrikant de verantwoordelijkheid voor de conformiteit van het bemestingsproduct met CE-markering met de eisen van deze verordening op zich.

Artikel 16
Algemene beginselen inzake CE-markering

De CE-markering is onderworpen aan de algemene beginselen die zijn vastgesteld in artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008.

Artikel 17
Voorschriften en voorwaarden voor het aanbrengen van de CE-markering

1.De CE-markering wordt zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar aangebracht op de bijgevoegde documenten en, wanneer het bemestingsproduct met CE-markering verpakt wordt geleverd, op de verpakking.

2.De CE-markering wordt aangebracht voordat het bemestingsproduct met CE-markering in de handel wordt gebracht.

3.De CE-markering wordt gevolgd door het identificatienummer van de aangemelde instantie die betrokken is bij de conformiteitsbeoordeling die in bijlage IV, module D1, wordt beschreven.

Het identificatienummer van de aangemelde instantie wordt aangebracht door die instantie zelf dan wel overeenkomstig haar instructies door de fabrikant of zijn of haar gemachtigde.

4.De lidstaten bouwen voort op bestaande mechanismen om te zorgen voor een juiste toepassing van de voorschriften voor de CE-markering en nemen passende maatregelen in geval van oneigenlijk gebruik van die markering.

Artikel 18
Einde-afvalfase

Een bemestingsproduct met CE-markering dat een handeling van nuttige toepassing heeft ondergaan en dat voldoet aan de eisen van deze verordening, wordt geacht te voldoen aan de voorwaarden van artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2008/98/EG en wordt derhalve geacht niet langer afval te zijn.

Hoofdstuk 4
Aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties

Artikel 19
Aanmelding

De instanties die bevoegd zijn om conformiteitsbeoordelingstaken van derden uit hoofde van deze verordening te verrichten, worden door de lidstaten bij de Commissie en de andere lidstaten aangemeld.

Artikel 20
Aanmeldende autoriteiten

1.De lidstaten wijzen een aanmeldende autoriteit aan die verantwoordelijk is voor de instelling en uitvoering van de nodige procedures voor de beoordeling en aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties en het toezicht op de aangemelde instanties, met inbegrip van de naleving van artikel 25.

2.De lidstaten kunnen de beoordeling en het toezicht zoals bedoeld in lid 1 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008 laten uitvoeren door een nationale accreditatie-instantie, zoals gedefinieerd in die verordening.

3.Wanneer de aanmeldende autoriteit de beoordeling, de aanmelding of het toezicht zoals bedoeld in lid 1 delegeert of op een andere wijze toevertrouwt aan een instantie die geen overheidsinstantie is, is deze instantie een rechtspersoon en voldoet zij mutatis mutandis aan de eisen die zijn vastgesteld in artikel 21. Bovendien treft deze instantie maatregelen om de aansprakelijkheid voor haar activiteiten te dekken.

4.De aanmeldende autoriteit is volledig aansprakelijk voor de taken die de in lid 3 bedoelde instantie verricht.

Artikel 21
Eisen betreffende aanmeldende autoriteiten

1.Een aanmeldende autoriteit is zodanig opgericht dat zich geen belangenconflicten met conformiteitsbeoordelingsinstanties voordoen.

2.Een aanmeldende autoriteit is zodanig georganiseerd en functioneert zodanig dat de objectiviteit en onpartijdigheid van haar activiteiten gewaarborgd zijn.

3.Een aanmeldende autoriteit is zodanig georganiseerd dat elk besluit in verband met de aanmelding van een conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt genomen door bekwame personen die niet de beoordeling hebben verricht.

4.Een aanmeldende autoriteit verricht geen activiteiten die conformiteitsbeoordelingsinstanties of adviesbureaus op commerciële basis of in concurrentie uitvoeren en biedt evenmin aan dergelijke activiteiten te verrichten.

5.Een aanmeldende autoriteit waarborgt dat de verkregen informatie vertrouwelijk wordt behandeld.

6.Een aanmeldende autoriteit beschikt over een voldoende aantal bekwame personeelsleden om haar taken naar behoren uit te voeren.

Artikel 22
Informatieverplichting voor aanmeldende autoriteiten

De lidstaten brengen de Commissie op de hoogte van hun procedures voor de beoordeling en aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties en voor het toezicht op aangemelde instanties, en van alle wijzigingen daarvan.

De Commissie maakt deze informatie openbaar.

Artikel 23
Eisen betreffende aangemelde instanties

1.Om te kunnen worden aangemeld, voldoen conformiteitsbeoordelingsinstanties aan de eisen in de leden 2 tot en met 11.

2.Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is naar het nationale recht van een lidstaat opgericht en heeft rechtspersoonlijkheid.

3.Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is een derde partij die onafhankelijk is van de door haar beoordeelde organisaties of bemestingsproducten met CE-markering.

Een instantie die lid is van een organisatie van ondernemers en/of van een vakorganisatie die ondernemingen vertegenwoordigt die betrokken zijn bij het ontwerp, de vervaardiging, de levering of het gebruik van de door haar beoordeelde bemestingsproducten met CE-markering, kan als een dergelijke instantie worden beschouwd op voorwaarde dat haar onafhankelijkheid en de afwezigheid van belangenconflicten worden aangetoond.

4.Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, zijn niet de ontwerper, fabrikant, leverancier, koper, eigenaar of gebruiker van de bemestingsproducten, noch de vertegenwoordiger van een van deze partijen. Dit vormt echter geen beletsel voor het gebruik van bemestingsproducten die nodig zijn voor de activiteiten van de conformiteitsbeoordelingsinstantie of voor het gebruik van bemestingsproducten voor persoonlijke doeleinden.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, zijn niet rechtstreeks of als vertegenwoordiger van de betrokken partijen betrokken bij het ontwerpen, vervaardigen, verhandelen of gebruiken van bemestingsproducten. Zij oefenen geen activiteiten uit die hun onafhankelijk oordeel of hun integriteit met betrekking tot conformiteitsbeoordelingsactiviteiten waarvoor zij zijn aangemeld, in het gedrang kunnen brengen. Dit geldt met name voor adviesdiensten.

Conformiteitsbeoordelingsinstanties zorgen ervoor dat de activiteiten van hun dochterondernemingen of onderaannemers geen afbreuk doen aan de vertrouwelijkheid, objectiviteit of onpartijdigheid van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten.

5.Conformiteitsbeoordelingsinstanties en hun personeel voeren de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten uit met de grootste mate van beroepsintegriteit en met de vereiste technische bekwaamheid op het specifieke gebied en zij zijn vrij van elke druk en beïnvloeding, met name van financiële aard, die hun oordeel of de resultaten van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten kunnen beïnvloeden, met name van personen of groepen van personen die belang hebben bij de resultaten van deze activiteiten.

6.Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is in staat alle conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten die in bijlage IV aan haar zijn toegewezen en waarvoor zij is aangemeld, ongeacht of deze taken door de conformiteitsbeoordelingsinstantie zelf of namens haar en onder haar verantwoordelijkheid worden verricht.

De conformiteitsbeoordelingsinstantie beschikt te allen tijde, voor elke conformiteitsbeoordelingsprocedure en voor elke soort of elke categorie bemestingsproducten met CE-markering waarvoor zij is aangemeld, over:

a)het nodige personeel met technische kennis en voldoende passende ervaring om de conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten;

b)de nodige beschrijvingen van de procedures voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordeling, waarbij de transparantie en de mogelijkheid tot reproductie van deze procedures worden gewaarborgd. Zij beschikt over een gepast beleid en geschikte procedures om een onderscheid te maken tussen taken die zij als aangemelde instantie verricht en andere activiteiten;

c)de nodige procedures voor de uitoefening van haar activiteiten die naar behoren rekening houden met de omvang van een onderneming, de sector waarin zij actief is, haar structuur, de relatieve complexiteit van de producttechnologie in kwestie en het massa- of seriële karakter van het productieproces.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie beschikt over de middelen die nodig zijn om de technische en administratieve taken in verband met de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten op passende wijze uit te voeren en heeft toegang tot alle vereiste apparatuur en faciliteiten.

7.Het voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordelingstaken verantwoordelijke personeel beschikt over:

a)een gedegen technische en beroepsopleiding die alle relevante conformiteitsbeoordelingsactiviteiten omvat waarvoor de conformiteitsbeoordelingsinstantie is aangemeld;

b)een bevredigende kennis van de eisen inzake de beoordelingen die het verricht en voldoende bevoegdheden om deze beoordelingen uit te voeren;

c)voldoende kennis over en inzicht in de eisen van de bijlagen I, II en III, de toepasselijke geharmoniseerde normen en de relevante bepalingen van de harmonisatiewetgeving van de Unie en de nationale wetgeving;

d)de bekwaamheid om certificaten, dossiers en rapporten op te stellen die aantonen dat de beoordelingen zijn verricht.

8.De onpartijdigheid van de conformiteitsbeoordelingsinstanties, hun hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, wordt gewaarborgd.

De beloning van de hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken van een conformiteitsbeoordelingsinstantie verricht, hangt niet af van het aantal uitgevoerde beoordelingen of van de resultaten daarvan.

9.Conformiteitsbeoordelingsinstanties sluiten een aansprakelijkheidsverzekering af, tenzij de wettelijke aansprakelijkheid op basis van het nationale recht door de staat wordt gedekt of de lidstaat zelf rechtstreeks verantwoordelijk is voor de conformiteitsbeoordeling.

10.Het personeel van een conformiteitsbeoordelingsinstantie is gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie waarvan het kennisneemt bij de uitoefening van zijn taken uit hoofde van bijlage IV, behalve ten opzichte van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin de werkzaamheden plaatsvinden. De eigendomsrechten worden beschermd.

11.Conformiteitsbeoordelingsinstanties nemen deel aan, of zorgen ervoor dat hun personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht op de hoogte is van, de desbetreffende normalisatieactiviteiten en de activiteiten van de coördinatiegroep van aangemelde instanties die is opgericht uit hoofde van artikel 35, en hanteren de door die groep genomen administratieve beslissingen en geproduceerde documenten als algemene richtsnoeren.

Artikel 24
Vermoeden van conformiteit van aangemelde instanties

Wanneer een conformiteitsbeoordelingsinstantie aantoont dat zij voldoet aan de criteria in de ter zake doende geharmoniseerde normen of delen ervan, waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, wordt zij geacht aan de eisen in artikel 23 te voldoen, op voorwaarde dat de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen deze eisen dekken.

Artikel 25
Dochterondernemingen van en uitbesteding door aangemelde instanties

1.Wanneer de aangemelde instantie specifieke taken in verband met de conformiteitsbeoordeling uitbesteedt of door een dochteronderneming laat uitvoeren, waarborgt zij dat de onderaannemer of dochteronderneming aan de eisen in artikel 23 voldoet, en brengt zij de aanmeldende autoriteit hiervan op de hoogte.

2.Aangemelde instanties nemen de volledige verantwoordelijkheid op zich voor de taken die worden verricht door onderaannemers of dochterondernemingen, ongeacht waar deze gevestigd zijn.

3.Activiteiten mogen uitsluitend met instemming van de klant worden uitbesteed of door een dochteronderneming worden uitgevoerd.

4.Aangemelde instanties houden de relevante documenten over de beoordeling van de kwalificaties van de onderaannemer of de dochteronderneming en over de door de onderaannemer of dochteronderneming uit hoofde van bijlage IV uitgevoerde werkzaamheden ter beschikking van de aanmeldende autoriteit.

Artikel 26
Verzoek om aanmelding

1.Een conformiteitsbeoordelingsinstantie dient een verzoek om aanmelding in bij de aanmeldende autoriteit van de lidstaat waar zij gevestigd is.

2.Het verzoek om aanmelding gaat vergezeld van een beschrijving van de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, de conformiteitsbeoordelingsmodule(s) en het bemestingsproduct met CE-markering of de bemestingsproducten met CE-markering waarvoor de instantie verklaart bekwaam te zijn en van een accreditatiecertificaat dat is afgegeven door een nationale accreditatie-instantie, waarin wordt verklaard dat de conformiteitsbeoordelingsinstantie voldoet aan de eisen in artikel 23.

Artikel 27
Aanmeldingsprocedure

1.Aanmeldende autoriteiten mogen uitsluitend conformiteitsbeoordelingsinstanties aanmelden die aan de eisen in artikel 23 hebben voldaan.

2.Zij verrichten de aanmelding bij de Commissie en de andere lidstaten door middel van het door de Commissie ontwikkelde en beheerde elektronische aanmeldingssysteem.

3.Bij de aanmelding worden de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, de conformiteitsbeoordelingsmodule(s), het bemestingsproduct met CE-markering of de bemestingsproducten met CE-markering en het in artikel 26, lid 2, bedoelde accreditatiecertificaat uitvoerig beschreven.

4.De betrokken instantie mag de activiteiten van een aangemelde instantie alleen verrichten als de Commissie en de andere lidstaten binnen twee weken na een aanmelding geen bezwaren hebben ingediend.

Alleen een dergelijke instantie wordt voor de toepassing van deze verordening als aangemelde instantie beschouwd.

5.De aanmeldende autoriteit stelt de Commissie en de andere lidstaten in kennis van alle relevante latere wijzigingen in de aanmelding.

Artikel 28
Identificatienummers en lijsten van aangemelde instanties

1.De Commissie kent aan aangemelde instanties een identificatienummer toe.

Zij kent per instantie slechts één nummer toe, ook als de instantie uit hoofde van diverse handelingen van de Unie is aangemeld.

2.De Commissie maakt de lijst van uit hoofde van deze verordening aangemelde instanties openbaar, onder vermelding van de aan die instanties toegekende identificatienummers en de activiteiten waarvoor zij zijn aangemeld.

De Commissie zorgt voor de bijwerking van de lijst.

Artikel 29
Wijzigingen van de aanmelding

1.Wanneer een aanmeldende autoriteit heeft geconstateerd of vernomen dat een aangemelde instantie niet meer aan de eisen in artikel 23 voldoet of haar verplichtingen niet nakomt, wordt de aanmelding door de aanmeldende autoriteit beperkt, geschorst of ingetrokken, afhankelijk van de ernst van het niet-voldoen aan die eisen of het niet-nakomen van die verplichtingen. Zij brengt de Commissie en de andere lidstaten daarvan onmiddellijk op de hoogte.

2.Wanneer de aanmelding wordt beperkt, geschorst of ingetrokken, of de aangemelde instantie haar activiteiten heeft gestaakt, doet de aanmeldende lidstaat het nodige om ervoor te zorgen dat de dossiers van die instantie hetzij door een andere aangemelde instantie worden behandeld, hetzij aan de verantwoordelijke aanmeldende autoriteiten en markttoezichtautoriteiten op hun verzoek ter beschikking kunnen worden gesteld.

Artikel 30
Betwisting van de bekwaamheid van aangemelde instanties

1.De Commissie onderzoekt alle gevallen waarin zij twijfelt of in kennis wordt gesteld van twijfels over de bekwaamheid van een aangemelde instantie of over de vraag of een aangemelde instantie nog aan de eisen voldoet en haar verantwoordelijkheden nakomt.

2.De aanmeldende lidstaat verstrekt de Commissie op verzoek alle informatie over de grondslag van de aanmelding of het op peil houden van de bekwaamheid van de betrokken aangemelde instantie.

3.Alle gevoelige informatie die de Commissie in het kader van haar onderzoek ontvangt, wordt door haar vertrouwelijk behandeld.

4.Wanneer de Commissie vaststelt dat een aangemelde instantie niet of niet meer aan de aanmeldingseisen voldoet, stelt zij een uitvoeringshandeling vast waarin zij de aanmeldende lidstaat verplicht de nodige corrigerende maatregelen te nemen en zo nodig de aanmelding in te trekken.

Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 41, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.

Artikel 31
Operationele verplichtingen van aangemelde instanties

1.Aangemelde instanties voeren conformiteitsbeoordelingen uit volgens de conformiteitsbeoordelingsprocedures in bijlage IV.

2.De conformiteitsbeoordelingen worden op evenredige wijze uitgevoerd, waarbij voorkomen wordt de marktdeelnemers onnodig te belasten. De aangemelde instantie houdt bij de uitoefening van haar activiteiten naar behoren rekening met de omvang van een onderneming, de sector waarin zij actief is, haar structuur, de mate van complexiteit van de producttechnologie in kwestie en het massa- of seriële karakter van het productieproces.

Hierbij eerbiedigt zij echter de striktheid en het beschermingsniveau die nodig zijn opdat het bemestingsproduct met CE-markering voldoet aan deze verordening.

3.Wanneer een aangemelde instantie vaststelt dat een fabrikant niet heeft voldaan aan de eisen van bijlage I, II of III of aan de overeenkomstige geharmoniseerde normen, de in artikel 13 bedoelde gemeenschappelijke specificaties of andere technische specificaties, verlangt zij van die fabrikant dat hij of zij passende corrigerende maatregelen neemt en verleent zij geen certificaat.

4.Wanneer een aangemelde instantie bij het toezicht op de conformiteit na verlening van een certificaat vaststelt dat een bemestingsproduct met CE-markering niet meer conform is, verlangt zij van de fabrikant dat hij of zij passende corrigerende maatregelen neemt; zo nodig schorst zij het certificaat of trekt zij dit in.

5.Wanneer geen corrigerende maatregelen worden genomen of de genomen maatregelen niet het vereiste effect hebben, worden de certificaten door de aangemelde instantie naargelang het geval beperkt, geschorst of ingetrokken.

Artikel 32
Beroep tegen besluiten van aangemelde instanties

De lidstaten voorzien in een beroepsprocedure tegen besluiten van de aangemelde instanties.

Artikel 33
Informatieverplichting voor aangemelde instanties

1.Aangemelde instanties brengen de aanmeldende autoriteit op de hoogte van:

a)elke weigering, beperking, schorsing of intrekking van certificaten;

b)omstandigheden die van invloed zijn op de werkingssfeer van of de voorwaarden voor de aanmelding;

c)informatieverzoeken over conformiteitsbeoordelingsactiviteiten die zij van markttoezichtautoriteiten ontvangen;

d)op verzoek, de binnen de werkingssfeer van hun aanmelding verrichte conformiteitsbeoordelingsactiviteiten en andere activiteiten, waaronder grensoverschrijdende activiteiten en uitbesteding.

2.Aangemelde instanties verstrekken de andere uit hoofde van deze verordening aangemelde instanties die soortgelijke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten voor dezelfde bemestingsproducten met CE-markering verrichten, relevante informatie over negatieve conformiteitsbeoordelingsresultaten, en op verzoek ook over positieve conformiteitsbeoordelingsresultaten.

Artikel 34
Uitwisseling van ervaringen

De Commissie voorziet in de organisatie van de uitwisseling van ervaringen tussen de nationale autoriteiten van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor het aanmeldingsbeleid.

Artikel 35
Coördinatie van aangemelde instanties

De Commissie zorgt voor passende coördinatie en samenwerking tussen instanties die zijn aangemeld uit hoofde van deze verordening in de vorm van een sectorale groep van aangemelde instanties.

De lidstaten zorgen ervoor dat de door hen aangemelde instanties rechtstreeks of via aangestelde vertegenwoordigers aan de werkzaamheden van die groep deelnemen.

Hoofdstuk 5
Markttoezicht in de Unie, controle van bemestingsproducten met CE-markering die de markt van de Unie binnenkomen en vrijwaringsprocedure van de Unie

Artikel 36
Markttoezicht in de Unie en controle van bemestingsproducten met CE-markering die de markt van de Unie binnenkomen

De artikelen 16 tot en met 29 van Verordening (EG) nr. 765/2008 zijn van toepassing op bemestingsproducten met CE-markering.

Artikel 37
Procedure voor bemestingsproducten met CE-markering die op nationaal niveau een risico vertonen

1.Wanneer de markttoezichtautoriteiten van een lidstaat voldoende redenen hebben om aan te nemen dat een bemestingsproduct met CE-markering een onaanvaardbaar risico inhoudt voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu, voeren zij een beoordeling van het betrokken bemestingsproduct uit in het licht van de in deze verordening vastgestelde eisen. De desbetreffende marktdeelnemers werken hiertoe op elke vereiste wijze met de markttoezichtautoriteiten samen.

Wanneer de markttoezichtautoriteiten bij de beoordeling vaststellen dat het bemestingsproduct met CE-markering niet aan de eisen van deze verordening voldoet, verlangen zij onverwijld van de marktdeelnemer dat hij of zij binnen een redelijke termijn alle passende corrigerende maatregelen neemt om het bemestingsproduct met deze eisen in overeenstemming te maken, het uit de handel te nemen, het terug te roepen, of om de CE-markering te verwijderen.

De markttoezichtautoriteiten brengen de desbetreffende aangemelde instantie hiervan op de hoogte.

Artikel 21 van Verordening (EG) nr. 765/2008 is van toepassing op de in de tweede alinea genoemde maatregelen.

2.Wanneer de markttoezichtautoriteiten van mening zijn dat de niet-conformiteit niet tot hun nationale grondgebied beperkt is, brengen zij de Commissie en de andere lidstaten op de hoogte van de resultaten van de beoordeling en van de maatregelen die zij van de marktdeelnemer hebben verlangd.

3.De marktdeelnemer zorgt ervoor dat alle passende corrigerende maatregelen worden toegepast op alle betrokken bemestingsproducten met CE-markering die hij of zij in de Unie op de markt heeft aangeboden.

4.Wanneer de desbetreffende marktdeelnemer niet binnen de in lid 1, tweede alinea, bedoelde termijn doeltreffende corrigerende maatregelen neemt, nemen de markttoezichtautoriteiten alle passende voorlopige maatregelen om het op hun nationale markt aanbieden van het bemestingsproduct met CE-markering te verbieden of te beperken, dan wel het bemestingsproduct in de betrokken lidstaat uit de handel te nemen of terug te roepen.

De markttoezichtautoriteiten brengen de Commissie en de andere lidstaten onverwijld van deze maatregelen op de hoogte.

5.De in lid 4, tweede alinea, bedoelde informatie omvat alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om het niet-conforme bemestingsproduct met CE-markering te identificeren en om de oorsprong van het bemestingsproduct, de aard van de beweerde niet-conformiteit en van het risico, en de aard en de duur van de nationale maatregelen vast te stellen, evenals de argumenten die worden aangevoerd door de desbetreffende marktdeelnemer. De markttoezichtautoriteiten vermelden met name of de niet-conformiteit een van de volgende redenen heeft:

a)het bemestingsproduct met CE-markering voldoet niet aan de eisen van bijlage I, II of III;

b)tekortkomingen in de geharmoniseerde normen waarnaar in artikel 12 wordt verwezen als normen die een vermoeden van conformiteit vestigen.

6.De andere lidstaten dan die welke de procedure krachtens dit artikel in gang heeft gezet, brengen de Commissie en de andere lidstaten onverwijld op de hoogte van door hen genomen maatregelen en van aanvullende informatie over de niet-conformiteit van het betrokken bemestingsproduct met CE-markering waarover zij beschikken, en van hun bezwaren indien zij het niet eens zijn met de genomen nationale maatregel.

7.Indien binnen drie maanden na de ontvangst van de in lid 4, tweede alinea, bedoelde informatie geen bezwaar tegen een voorlopige maatregel van een lidstaat is ingebracht door een lidstaat of de Commissie, wordt die maatregel geacht gerechtvaardigd te zijn.

8.De lidstaten zorgen ervoor dat ten aanzien van het betrokken bemestingsproduct met CE-markering onverwijld passende beperkende maatregelen worden genomen, zoals het uit de handel nemen.

Artikel 38
Vrijwaringsprocedure van de Unie

1.Wanneer na voltooiing van de procedure in artikel 37, leden 3 en 4, bezwaren tegen een maatregel van een lidstaat worden ingebracht of de Commissie van mening is dat de nationale maatregel in strijd is met de wetgeving van de Unie, treedt de Commissie onverwijld in overleg met de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) en voert zij een evaluatie van de nationale maatregel uit. Aan de hand van die evaluatie stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast in de vorm van een besluit waarin wordt bepaald of de nationale maatregel al dan niet gerechtvaardigd is.

Indien de nationale maatregel gerechtvaardigd wordt geacht, verplicht het besluit alle lidstaten de nodige maatregelen te nemen om het niet-conforme bemestingsproduct met CE-markering uit de handel te nemen en de Commissie daarvan in kennis te stellen.

Indien de nationale maatregel niet gerechtvaardigd wordt geacht, verplicht het besluit de betrokken lidstaat die maatregel in te trekken.

De Commissie richt haar besluit tot alle lidstaten en brengt de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) er onmiddellijk van op de hoogte.

2.Indien de nationale maatregel gerechtvaardigd wordt geacht en de niet-conformiteit van het bemestingsproduct met CE-markering wordt toegeschreven aan tekortkomingen in de geharmoniseerde normen zoals bedoeld in artikel 37, lid 5, onder b), past de Commissie de procedure toe van artikel 11 van Verordening (EU) nr. 1025/2012.

Artikel 39
Conforme bemestingsproducten met CE-markering die toch een risico meebrengen

1.Wanneer een lidstaat na uitvoering van een beoordeling overeenkomstig artikel 37, lid 1, vaststelt dat een bemestingsproduct met CE-markering dat conform is met deze verordening toch een onaanvaardbaar risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor de veiligheid of voor het milieu inhoudt, verlangt deze lidstaat van de desbetreffende marktdeelnemer dat hij of zij binnen een redelijke termijn alle passende maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat het betrokken bemestingsproduct dat risico niet meer inhoudt wanneer het in de handel wordt gebracht, om het uit de handel te nemen of om het terug te roepen.

2.De marktdeelnemer zorgt ervoor dat de door hem genomen corrigerende maatregelen worden toegepast op alle betrokken bemestingsproducten met CE-markering die hij of zij in de Unie op de markt heeft aangeboden.

3.De lidstaat brengt de Commissie en de andere lidstaten daarvan onmiddellijk op de hoogte. Die informatie omvat alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om het bemestingsproduct met CE-markering te identificeren en om de oorsprong en de toeleveringsketen van dat bemestingsproduct, de aard van het risico en de aard en de duur van de nationale maatregelen vast te stellen.

4.De Commissie treedt onverwijld in overleg met de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) en beoordeelt de nationale maatregelen die zijn genomen. Aan de hand van die evaluatie stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast in de vorm van een besluit waarin wordt bepaald of de nationale maatregel al dan niet gerechtvaardigd is en waarin zo nodig passende maatregelen worden opgelegd.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 41, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Om naar behoren gemotiveerde dwingende redenen van urgentie die verband houden met de bescherming van de gezondheid van mensen, dieren of planten, de veiligheid of het milieu, stelt de Commissie volgens de in artikel 41, lid 4, bedoelde procedure onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vast.

5.De Commissie richt haar besluit tot alle lidstaten en brengt de lidstaten en de betrokken marktdeelnemer(s) er onmiddellijk van op de hoogte.

Artikel 40
Formele niet-conformiteit

1.Onverminderd artikel 37 verlangt een lidstaat, wanneer hij bij een bemestingsproduct met CE-markering een van de volgende feiten vaststelt, van de betrokken marktdeelnemer dat deze een einde maakt aan de niet-conformiteit:

a)de CE-markering is in strijd met artikel 30 van Verordening (EG) nr. 765/2008 of artikel 17 van deze verordening aangebracht;

b)het identificatienummer van de aangemelde instantie is in strijd met artikel 17 aangebracht of is niet aangebracht hoewel dat op grond van in artikel 17 vereist is;

c)het bemestingsproduct met CE-markering gaat niet vergezeld van de EU-conformiteitsverklaring;

d)de EU-conformiteitsverklaring is niet correct opgesteld;

e)de technische documentatie is niet beschikbaar of onvolledig;

f)de gegevens zoals bedoeld in artikel 6, lid 6, of artikel 8, lid 3, ontbreken, zijn onjuist of zijn onvolledig;

g)er is niet voldaan aan een ander administratief voorschrift van artikel 6 of artikel 8.

2.Wanneer de in lid 1 bedoelde niet-conformiteit voortduurt, neemt de betrokken lidstaat alle passende maatregelen om het op de markt aanbieden van het bemestingsproduct met CE-markering te beperken of te verbieden of om ervoor te zorgen dat het wordt teruggeroepen of uit de handel genomen of dat de CE-markering wordt verwijderd.

Hoofdstuk 6
Comité en gedelegeerde handelingen

Artikel 41
Comitéprocedure

1.De Commissie wordt bijgestaan door het Comité voor bemestingsproducten. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

4.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 5 van die verordening, van toepassing.

Artikel 42
Wijzigingen van bijlagen

1.De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 43 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I tot en met IV te wijzigen om deze aan de technische vooruitgang aan te passen en de toegang tot de interne markt en het vrije verkeer te vergemakkelijken voor nieuwe bemestingsproducten met CE-markering

a)waarin waarschijnlijk aanzienlijk zal worden gehandeld op de interne markt, en

b)waarvoor wetenschappelijk bewijs bestaat dat zij geen onaanvaardbaar risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, de veiligheid of het milieu inhouden en dat zij voldoende doeltreffend zijn.

2.Wanneer de Commissie ingevolge lid 1 bijlage II wijzigt om nieuwe micro-organismen toe te voegen aan de bestanddelencategorie voor die organismen, doet zij dat op basis van de volgende gegevens:

a)de naam van het micro-organisme;

b)de taxonomische indeling van het micro-organisme;

c)historische gegevens over de veilige productie en het veilige gebruik van het micro-organisme;

d)het taxonomische verband met soorten micro-organismen die voldoen aan de vereisten voor een gekwalificeerd vermoeden van veiligheid (Qualified Presumption of Safety) zoals bepaald door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid;

e)informatie over residugehalten van toxinen;

f)informatie over het productieproces; en

g)informatie over de identiteit van resterende tussenproducten of microbiële metabolieten in het bestanddeel.

3.Wanneer de Commissie ingevolge lid 1 gedelegeerde handelingen vaststelt, kan zij de bestanddelencategorieën van bijlage II slechts wijzigen om dierlijke bijproducten in de zin van Verordening (EG) nr. 1069/2009 op te nemen indien voor die producten een eindpunt in de productieketen is vastgesteld overeenkomstig de procedures van die verordening.

4.De Commissie is ook bevoegd om overeenkomstig artikel 43 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I tot en met IV te wijzigen in het licht van nieuwe wetenschappelijke gegevens. De Commissie gebruikt deze bevoegdheid wanneer op basis van een risicobeoordeling blijkt dat een wijziging nodig is om ervoor te zorgen dat bemestingsproducten met CE-markering die aan de eisen van deze verordening voldoen in gewone gebruiksomstandigheden geen onaanvaardbaar risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, de veiligheid of het milieu inhouden.

Artikel 43
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.De in artikel 42 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor vijf jaar met ingang van [Publications office, please insert the date of entry into force of this Regulation]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 42 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.Een overeenkomstig artikel 42 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Hoofdstuk 7
Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 44
Sancties

De lidstaten leggen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op deze verordening, en nemen alle nodige maatregelen om te waarborgen dat zij worden toegepast. De sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld van deze regels en deze maatregelen in kennis en doen dit eveneens bij alle eventuele latere wijzigingen ervan.

Artikel 45
Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 1069/2009

Artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1069/2009 wordt als volgt gewijzigd:

1)in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door:

"Voor de in de artikelen 32, 35 en 36 genoemde afgeleide producten die geen significant risico voor de volksgezondheid of de diergezondheid meer inhouden, kan een eindpunt in de productieketen worden vastgesteld, waarna de vereisten van deze verordening niet langer op hen van toepassing zijn.";

2)lid 3 wordt vervangen door:

"3.    In geval van risico's voor de volksgezondheid of de diergezondheid zijn de artikelen 53 en 54 van Verordening (EG) nr. 178/2002 betreffende noodmaatregelen inzake gezondheid mutatis mutandis van toepassing op de in de artikelen 32, 33 en 36 van deze verordening genoemde afgeleide producten.".

Artikel 46
Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 1107/2009

Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt als volgt gewijzigd:

1)artikel 2, lid 1, punt b), wordt vervangen door:

"b)    het beïnvloeden van de levensprocessen van planten, zoals het beïnvloeden van hun groei, voor zover het niet gaat om nutriënten of biostimulanten voor planten;";

2)aan artikel 3 wordt het volgende punt toegevoegd:

3)"34."biostimulant voor planten": een product dat de voedingsprocessen van een plant stimuleert onafhankelijk van het gehalte aan nutriënten van het product, met als enige doel een of meer van de volgende eigenschappen van de plant te verbeteren:

a)de efficiëntie van het gebruik van nutriënten;

b)de tolerantie voor abiotische stress;

c)de kenmerken in verband met de kwaliteit van het gewas.".

Artikel 47
Intrekking van Verordening (EG) nr. 2003/2003

Verordening (EG) nr. 2003/2003 wordt met ingang van de in artikel 49, tweede alinea, genoemde datum ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 48
Overgangsbepalingen

De lidstaten belemmeren niet dat producten die vóór [Publications office, please insert the date of application of this Regulation] overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2003/2003 in de handel zijn gebracht als meststoffen met de aanduiding "EG-meststof", op de markt worden aangeboden. Hoofdstuk 5 is echter mutatis mutandis op die producten van toepassing.

Artikel 49
Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2018.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

(1) http://ec.europa.eu/smart-regulation/evaluation/search/download.do?documentId=4416  
(2) COM(2015) 614/2.
(3) PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1.
(4) PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3.
(5) PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.
(6) http://ec.europa.eu/research/bioeconomy/index.cfm
(7) http://bbi-europe.eu/sites/default/files/documents/BBI_JU_annual_Work_plan_2014.pdf  
(8) Zie afdeling 4, Conclusions and recommendations.
(9) Activiteitenverslagen van de vergaderingen van de groep zijn te vinden op: http://ec.europa.eu/transparency/regexpert/index.cfm?do=groupDetail.groupDetail&groupID=1320&NewSearch=1&NewSearch=1  
(10) http://ec.europa.eu/environment/consultations/closing_the_loop_en.htm?utm_content=buffer68ffa&utm_medium=social&utm_source=twitter.com&utm_campaign=buffer
(11) http://ec.europa.eu/smart-regulation/roadmaps/docs/2012_grow_001_fertilisers_en.pdf  
(12) http://bookshop.europa.eu/nl/study-on-options-to-fully-harmonise-the-eu-legislation-on-fertilising-materials-including-technical-feasibility-environmental-economic-and-social-impacts-pbNB0114252/  
(13) Het verslag van de workshop kan worden gedownload op http://bookshop.europa.eu/en/circular-approaches-to-phosphorus-pbKI0115204/
(14) PB C van , blz. .
(15) Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen (PB L 304 van 21.11.2003, blz. 1).
(16) Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30).
(17) Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 82).
(18) Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten) (PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1).
(19) Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).
(20) Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).
(21) Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1).
(22) Richtlijn 86/278/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem, bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw (PB L 181 van 4.7.1986, blz. 6).
(23) Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1).
(24) Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).
(25) Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).
(26) Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5).
(27) Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1).
(28) Verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven (PB L 39 van 9.2.2013, blz. 1).
(29) Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PB L 317 van 4.11.2014, blz. 35).
(30) Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12).
(31) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
Top

Brussel, 17.3.2016

COM(2016) 157 final

Pakket circulaire economie

BIJLAGEN

bij

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad

tot vaststelling van voorschriften inzake het op de markt aanbieden van bemestingsproducten met CE-markering en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1069/2009 en (EG) nr. 1107/2009

{SWD(2016) 64 final}
{SWD(2016) 65 final}


BIJLAGEN

bij

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad

tot vaststelling van voorschriften inzake het op de markt aanbieden van bemestingsproducten met CE-markering en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1069/2009 en (EG) nr. 1107/2009

BIJLAGE I
Productfunctiecategorieën van bemestingsproducten met CE-markering

Deel II
Aanduiding van productfunctiecategorieën

1.    Meststof

A.    Organische meststof

I.    Vaste organische meststof

II.    Vloeibare organische meststof

B.    Organisch-minerale meststof

I.    Vaste organisch-minerale meststof

II.    Vloeibare organisch-minerale meststof

C.    Anorganische meststof

I.    Anorganische macronutriëntenmeststof

a)    Vaste anorganische macronutriëntenmeststof

i)    Enkelvoudige vaste anorganische macronutriëntenmeststof

A)    Enkelvoudige vaste anorganische macronutriëntenmeststof op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte

ii)    Samengestelde vaste anorganische macronutriëntenmeststof

A)    Samengestelde vaste anorganische macronutriëntenmeststof op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte

b)    Vloeibare anorganische macronutriëntenmeststof

i)    Enkelvoudige vloeibare anorganische macronutriëntenmeststof

ii)    Samengestelde vloeibare anorganische macronutriëntenmeststof

II.    Anorganische micronutriëntenmeststof

a)    Enkelvoudige anorganische micronutriëntenmeststof

b)    Samengestelde anorganische micronutriëntenmeststof

2.    Kalkmeststof

3.    Bodemverbeteraar

A.    Organische bodemverbeteraar

B.    Anorganische bodemverbeteraar

4.    Groeimedium

5.    Agronomisch toevoegingsmiddel

A.    Remmer

I.    Nitrificatieremmer

II.    Ureaseremmer

B.    Chelaatvormer

C.    Complexvormer

6.    Biostimulant voor planten

A.    Microbiële biostimulant voor planten

B.    Niet-microbiële biostimulant voor planten

I.    Organische niet-microbiële biostimulant voor planten

II.    Anorganische niet-microbiële biostimulant voor planten

7.    Bemestingsproductenblend

Deel II
Eisen met betrekking tot productfunctiecategorieën

1.Dit deel bevat de eisen met betrekking tot de productfunctiecategorieën waartoe de bemestingsproducten met CE-markering behoren.

2.De in deze bijlage vastgestelde eisen voor een bepaalde productfunctiecategorie zijn van toepassing op de bemestingsproducten met CE-markering in alle subcategorieën van die productfunctiecategorie.

3.Indien de naleving van een bepaalde eis (zoals het ontbreken van een bepaalde contaminant) zeker en onweerlegbaar voortvloeit uit de aard of het productieproces van een bemestingsproduct met CE-markering, kan er, op verantwoordelijkheid van de fabrikant, bij de conformiteitsbeoordeling zonder controle (bv. door middel van tests) van uit worden gegaan dat die eis inderdaad is nageleefd.

4.Indien het bemestingsproduct met CE-markering een stof bevat waarvoor maximumresidugehalten voor levensmiddelen en diervoeders zijn vastgesteld overeenkomstig

(a)Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad 1 ,

(b)Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad 2 ,

(c)Verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad 3 , of

(d)Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad 4 ,

mag het gebruik van het bemestingsproduct met CE-markering zoals gespecificeerd in de gebruiksaanwijzing niet leiden tot een overschrijding van die maximumresidugehalten in levensmiddelen of diervoeders.

Productfunctiecategorie 1: meststof

Een meststof is een bemestingsproduct met CE-markering dat is bedoeld om planten van nutriënten te voorzien.

Productfunctiecategorie 1 A): organische meststof

1.Een organische meststof bevat

koolstof (C) en

nutriënten

van uitsluitend biologische oorsprong, met uitzondering van materiaal dat is gefossiliseerd of ingebed in geologische formaties.

2.In het bemestingsproduct met CE-markering mogen geen contaminanten voorkomen in grotere dan de volgende hoeveelheden:

cadmium (Cd)    1,5 mg/kg vaste stof,

zeswaardig chroom (Cr(VI))    2 mg/kg vaste stof,

kwik (Hg)    1 mg/kg vaste stof,

nikkel (Ni)    50 mg/kg vaste stof,

lood (Pb)    120 mg/kg vaste stof, en

biureet (C2H5N3O2)    12 g/kg vaste stof.

3.Salmonella spp. mag niet voorkomen in een monster van 25 g van het bemestingsproduct met CE-markering.

4.Geen van de volgende twee typen bacteriën mag in het bemestingsproduct met CE-markering voorkomen in een concentratie van meer dan 1 000 kve/g verse massa:

(a)Escherichia coli of

(b)Enterococcaceae.

Dit wordt aangetoond door de aanwezigheid van ten minste een van deze twee typen bacteriën te meten.

Productfunctiecategorie 1 A) I): vaste organische meststof

1.Een vaste organische meststof bevat ten minste 40 massaprocent droge stof.

2.Het bemestingsproduct met CE-markering bevat ten minste één van de volgende aangegeven nutriënten in hoeveelheden die ten minste gelijk zijn aan de vermelde minimumwaarden:

2,5 massaprocent totaal stikstof (N),

2 massaprocent totaal fosforpentoxide (P2O5), of

2 massaprocent totaal kaliumoxide (K2O).

3.Het gehalte organische koolstof (C) in het bemestingsproduct met CE-markering is ten minste 15 massaprocent.

Productfunctiecategorie 1 A) II): vloeibare organische meststof

1.Een vloeibare organische meststof bevat minder dan 40 % droge stof.

2.Het bemestingsproduct met CE-markering bevat ten minste één van de volgende aangegeven nutriënten in hoeveelheden die ten minste gelijk zijn aan de vermelde minimumwaarden:

2 massaprocent totaal stikstof (N),

1 massaprocent totaal fosforpentoxide (P2O5), of

2 massaprocent totaal kaliumoxide (K2O).

3.Het gehalte organische koolstof (C) in het bemestingsproduct met CE-markering is ten minste 5 massaprocent.

Productfunctiecategorie 1 B): organisch-minerale meststof

1.Een organisch-minerale meststof is een gecombineerde formulering van

een of meer anorganische meststoffen, zoals gespecificeerd in productfunctiecategorie 1 C), en

een materiaal dat

organische koolstof (C) en

nutriënten

bevat van uitsluitend biologische oorsprong, met uitzondering van materiaal dat is gefossiliseerd of ingebed in geologische formaties.

2.Indien een of meer van de anorganische meststoffen in de gecombineerde formulering een enkelvoudige of samengestelde vaste anorganische macronutriëntenmeststof op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte is, zoals omschreven in productfunctiecategorie 1 C) I) a) i-ii) A), moet het gehalte stikstof (N) afkomstig van ammoniumnitraat (NH4NO3) in het bemestingsproduct met CE-markering lager zijn dan 15,75 massaprocent.

3.In het bemestingsproduct met CE-markering mogen geen contaminanten voorkomen in grotere dan de volgende hoeveelheden:

(a)cadmium (Cd)

(1)indien het bemestingsproduct met CE-markering een totaal gehalte fosfor (P) van minder dan 5 massaprocent fosforpentoxide (P2O5)-equivalent heeft: 3 mg/kg vaste stof, of

(2)indien het bemestingsproduct met CE-markering een totaal gehalte fosfor (P) van 5 massaprocent fosforpentoxide (P2O5)-equivalent of meer heeft ("fosfaatmeststof"):

met ingang van [Publications Office, please insert the date of application of this Regulation]: 60 mg/kg fosforpentoxide (P2O5),

met ingang van [Publications Office, please insert the date occurring three years after the date of application of this Regulation]: 40 mg/kg fosforpentoxide (P2O5), en

met ingang van [Publications Office, please insert the date occurring twelve years after the date of application of this Regulation]: 20 mg/kg fosforpentoxide (P2O5),

(b)zeswaardig chroom (Cr(VI))    2 mg/kg vaste stof,

(c)kwik (Hg)    1 mg/kg vaste stof,

(d)nikkel (Ni)    50 mg/kg vaste stof, en

(e)lood (Pb)    120 mg/kg vaste stof.

4.Salmonella spp. mag niet voorkomen in een monster van 25 g van het bemestingsproduct met CE-markering.

5.Geen van de volgende twee typen bacteriën mag in het bemestingsproduct met CE-markering voorkomen in een concentratie van meer dan 1 000 kve/g verse massa:

(a)Escherichia coli of

(b)Enterococcaceae.

Dit wordt aangetoond door de aanwezigheid van ten minste een van deze twee typen bacteriën te meten.

Productfunctiecategorie 1 B) I): vaste organisch-minerale meststof

1.Een vaste organische-minerale meststof bevat ten minste 60 massaprocent droge stof.

2.Het bemestingsproduct met CE-markering bevat ten minste één van de volgende aangegeven nutriënten in hoeveelheden die ten minste gelijk zijn aan de vermelde minimumwaarden:

2,5 massaprocent totaal stikstof (N), waarvan 1 massaprocent van het bemestingsproduct met CE-markering als organische stikstof (N), of

2 massaprocent totaal fosforpentoxide (P2O5), of

2 massaprocent totaal kaliumoxide (K2O).

3.Het gehalte organische koolstof (C) in het bemestingsproduct met CE-markering is ten minste 7,5 massaprocent.

4.Elke eenheid van het bemestingsproduct met CE-markering bevat het organisch materiaal en de nutriënten in de aangegeven gehaltes.

Productfunctiecategorie 1 B) II): vloeibare organisch-minerale meststof

1.Een vloeibare organisch-minerale meststof bevat minder dan 60 massaprocent droge stof.

2.Het bemestingsproduct met CE-markering bevat ten minste één van de volgende aangegeven nutriënten in hoeveelheden die ten minste gelijk zijn aan de vermelde minimumwaarden:

2 massaprocent totaal stikstof (N), waarvan 0,5 massaprocent van het bemestingsproduct met CE-markering als organische stikstof (N), of

2 massaprocent totaal fosforpentoxide (P2O5), of

2 massaprocent totaal kaliumoxide (K2O).

3.Het gehalte organische koolstof (C) in het bemestingsproduct met CE-markering is ten minste 3 massaprocent.

Productfunctiecategorie 1 C): anorganische meststof

Een anorganische meststof is een meststof anders dan een organische of organisch-minerale meststof.

Productfunctiecategorie 1 C) I): anorganische macronutriëntenmeststof

1.Een anorganische macronutriëntenmeststof is bedoeld om planten van een of meer van de volgende macronutriënten te voorzien: stikstof (N), fosfor (P), kalium (K), magnesium (Mg), calcium (Ca), zwavel (S) of natrium (Na).

2.In het bemestingsproduct met CE-markering mogen geen contaminanten voorkomen in grotere dan de volgende hoeveelheden:

(a)cadmium (Cd)

(1)indien het bemestingsproduct met CE-markering een totaal gehalte fosfor (P) van minder dan 5 massaprocent fosforpentoxide (P2O5)-equivalent heeft: 3 mg/kg vaste stof, of

(2)indien het bemestingsproduct met CE-markering een totaal gehalte fosfor (P) van 5 massaprocent fosforpentoxide (P2O5)-equivalent of meer heeft ("fosfaatmeststof"):

met ingang van [Publications Office, please insert the date of application of this Regulation]: 60 mg/kg fosforpentoxide (P2O5),

met ingang van [Publications Office, please insert the date occurring three years after the date of application of this Regulation]: 40 mg/kg fosforpentoxide (P2O5), en

met ingang van [Publications Office, please insert the date occurring twelve years after the date of application of this Regulation]: 20 mg/kg fosforpentoxide (P2O5),

(b)zeswaardig chroom (Cr(VI))    2 mg/kg vaste stof,

(c)kwik (Hg)    2 mg/kg vaste stof,

(d)nikkel (Ni)    120 mg/kg vaste stof,

(e)lood (Pb)    150 mg/kg vaste stof,

(f)arseen (As)    60 mg/kg vaste stof,

(g)biureet (C2H5N3O2)    12 g/kg vaste stof, en

(h)perchloraat (ClO4-)    50 mg/kg vaste stof.

Productfunctiecategorie 1 C) I) a): vaste anorganische macronutriëntenmeststof

Een vaste anorganische macronutriëntenmeststof is een anorganische macronutriëntenmeststof die zich noch in suspensie, noch in oplossing bevindt in de zin van productfunctiecategorie 1 C) I) b).

Productfunctiecategorie 1 C) I) a) i): enkelvoudige vaste anorganische macronutriëntenmeststof

1.Een enkelvoudige vaste anorganische macronutriëntenmeststof heeft een aangegeven gehalte van niet meer dan één nutriënt.

2.Het bemestingsproduct met CE-markering bevat één van de volgende aangegeven nutriënten in een hoeveelheid die ten minste gelijk is aan de vermelde minimumwaarde:

10 massaprocent totaal stikstof (N),

12 massaprocent totaal fosforpentoxide (P2O5),

6 massaprocent totaal kaliumoxide (K2O),

5 massaprocent totaal magnesiumoxide (MgO),

12 massaprocent totaal calciumoxide (CaO),

10 massaprocent totaal zwaveltrioxide (SO3), of

1 massaprocent totaal natriumoxide (Na2O).

Productfunctiecategorie 1 C) I) a) ii): samengestelde vaste anorganische macronutriëntenmeststof

1.Een samengestelde vaste anorganische macronutriëntenmeststof heeft een aangegeven gehalte van meer dan één nutriënt.

2.Het bemestingsproduct met CE-markering bevat meer dan één van de volgende aangegeven nutriënten in hoeveelheden die ten minste gelijk zijn aan de vermelde minimumwaarden:

3 massaprocent totaal stikstof (N),

3 massaprocent totaal fosforpentoxide (P2O5),

3 massaprocent totaal kaliumoxide (K2O),

1,5 massaprocent totaal magnesiumoxide (MgO),

1,5 massaprocent totaal calciumoxide (CaO),

1,5 massaprocent totaal zwaveltrioxide (SO3), of

1 massaprocent totaal natriumoxide (Na2O).

Productfunctiecategorie 1 C) I) a) i-ii) A): enkelvoudige of samengestelde vaste anorganische macronutriëntenmeststof op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte

1.Een enkelvoudige of samengestelde vaste anorganische macronutriëntenmeststof op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte is gebaseerd op ammoniumnitraat (NH4NO3) en bevat ten minste 28 massaprocent stikstof (N) afkomstig van ammoniumnitraat (NH4NO3).

2.Alle eventueel aanwezige andere stoffen dan ammoniumnitraat (NH4NO3) zijn inert voor ammoniumnitraat (NH4NO3).

3.Het bemestingsproduct met CE-markering wordt uitsluitend in verpakte vorm aan de eindgebruiker ter beschikking gesteld. De verpakking is op zodanige wijze of met een zodanig systeem gesloten dat door het openen ervan de sluiting, het sluitzegel of de verpakking zelf onherstelbaar wordt beschadigd. Het gebruik van klepzakken is toegestaan.

4.De olieretentie van het bemestingsproduct met CE-markering, dat vooraf twee temperatuurcycli heeft doorlopen zoals beschreven in rubriek 4.1 van module A1 in bijlage IV, mag niet meer dan 4 massaprocent bedragen.

5.De bestendigheid tegen detonatie van het bemestingsproduct met CE-markering moet zodanig zijn dat

na vijf temperatuurcycli zoals beschreven in rubriek 4.2 van module A1 in bijlage IV,

bij twee detonatieproeven zoals beschreven in rubriek 4.3 van module A1 in bijlage IV,

een of meer van de loden steuncilinders minder dan 5 % wordt gestuikt.

6.Het gehalte als koolstof (C) gemeten brandbaar materiaal mag niet meer bedragen dan

0,2 massaprocent bij bemestingsproducten met CE-markering met een gehalte stikstof (N) van ten minste 31,5 massaprocent, en

0,4 massaprocent bij bemestingsproducten met CE-markering met een gehalte stikstof (N) van ten minste 28, maar minder dan 31,5, massaprocent.

7.De pH van een oplossing van 10 g van het bemestingsproduct met CE-markering in 100 ml water moet ten minste 4,5 bedragen.

8.Ten hoogste 5 massaprocent van het bemestingsproduct met CE-markering mag door een zeef met een maaswijdte van 1 mm gaan, en ten hoogste 3 massaprocent door een zeef met een maaswijdte van 0,5 mm.

9.Het gehalte koper (Cu) mag niet hoger zijn dan 10 mg/kg, en het gehalte chloor (Cl) niet hoger dan 200 mg/kg.

Productfunctiecategorie 1 C) I) b): vloeibare anorganische macronutriëntenmeststof

Een vloeibare anorganische macronutriëntenmeststof is een anorganische macronutriëntenmeststof in suspensie of oplossing, waarbij

onder een suspensie een dispersie met twee fasen wordt verstaan, waarbij vaste deeltjes in de vloeibare fase gesuspendeerd blijven, en

onder een oplossing een vloeistof wordt verstaan die geen vaste deeltjes bevat.

Productfunctiecategorie 1 C) I) b) i): enkelvoudige vloeibare anorganische macronutriëntenmeststof

1.Een enkelvoudige vloeibare anorganische macronutriëntenmeststof heeft een aangegeven gehalte van niet meer dan één nutriënt.

2.Het bemestingsproduct met CE-markering bevat één van de volgende aangegeven nutriënten in een hoeveelheid die ten minste gelijk is aan de vermelde minimumwaarde:

5 massaprocent totaal stikstof (N),

5 massaprocent totaal fosforpentoxide (P2O5),

3 massaprocent totaal kaliumoxide (K2O),

2 massaprocent totaal magnesiumoxide (MgO),

6 massaprocent totaal calciumoxide (CaO),

5 massaprocent totaal zwaveltrioxide (SO3), of

1 massaprocent totaal natriumoxide (Na2O).

Productfunctiecategorie 1 C) I) b) ii): samengestelde vloeibare anorganische macronutriëntenmeststof

1.Een samengestelde vloeibare anorganische macronutriëntenmeststof heeft een aangegeven gehalte van meer dan één nutriënt.

2.Het bemestingsproduct met CE-markering bevat meer dan één van de volgende aangegeven nutriënten in hoeveelheden die ten minste gelijk zijn aan de vermelde minimumwaarden:

1,5 massaprocent totaal stikstof (N),

1,5 massaprocent totaal fosforpentoxide (P2O5),

1,5 massaprocent totaal kaliumoxide (K2O),

0,75 massaprocent totaal magnesiumoxide (MgO),

0,75 massaprocent totaal calciumoxide (CaO),

0,75 massaprocent totaal zwaveltrioxide (SO3), of

0,5 massaprocent totaal natriumoxide (Na2O).

Productfunctiecategorie 1 C) II): anorganische micronutriëntenmeststof

1.Een anorganische micronutriëntenmeststof is een anorganische meststof, anders dan een macronutriëntenmeststof, bedoeld om planten van een of meer van de volgende nutriënten te voorzien: boor (B), kobalt (Co), koper (Cu), ijzer (Fe), mangaan (Mn), molybdeen (Mo) of zink (Zn).

2.Micronutriëntenmeststoffen worden uitsluitend in verpakte vorm aan de eindgebruiker ter beschikking gesteld.

3.In het bemestingsproduct met CE-markering mogen geen contaminanten voorkomen in grotere dan de volgende hoeveelheden:

Contaminant

Maximumgehalte uitgedrukt als massa, in verhouding tot het totale gehalte micronutriënten

(mg/kg totaal boor (B), kobalt (Co), koper (Cu), ijzer (Fe), mangaan (Mn), molybdeen (Mo) en zink (Zn)).

Arseen (As)

1 000

Cadmium (Cd)

200

Lood (Pb)

600

Kwik (Hg)

100

Nikkel (Ni)

2 000

Productfunctiecategorie 1 C) II) a): enkelvoudige anorganische micronutriëntenmeststof

1.Een enkelvoudige anorganische micronutriëntenmeststof heeft een aangegeven gehalte van niet meer dan één nutriënt.

2.Het bemestingsproduct met CE-markering voldoet aan een van de typologieën, beschrijvingen en overeenkomstige vereisten voor het minimumgehalte aan nutriënten in de onderstaande tabel:

Typologie

Beschrijving

Minimumgehalte aan nutriënten

Micronutriëntenmeststof op basis van zout

Een langs chemische weg verkregen vaste micronutriëntenmeststof met een mineraal zout of een minerale oxide of hydroxide als hoofdbestanddeel

10 massaprocent van het bemestingsproduct met CE-markering bestaat uit de in water oplosbare micronutriënt

Meststof op basis van micronutriënt

Een micronutriëntenmeststof waarin een micronutriëntenmeststof op basis van zout is gecombineerd met een of meer andere micronutriëntenmeststoffen op basis van zout en/of met een enkel chelaat van een micronutriënt

5 massaprocent van het bemestingsproduct met CE-markering bestaat uit de micronutriënt

Micronutriëntenmeststof op basis van oplossing

Een waterige oplossing van verschillende vormen van een micronutriëntenmeststof

2 massaprocent van het bemestingsproduct met CE-markering bestaat uit de in water oplosbare micronutriënt

Micronutriëntenmeststof op basis van suspensie

Een product dat is verkregen door verschillende vormen van een micronutriëntenmeststof te suspenderen

2 massaprocent van het bemestingsproduct met CE-markering bestaat uit de micronutriënt

Micronutriëntenmeststof op basis van chelaatvorming

Een in water oplosbaar product waarin de aangegeven micronutriënt langs chemische weg is gecombineerd met een of meer aan de vereisten van productfunctiecategorie 5 B) beantwoordende chelaatvormers

5 massaprocent van het bemestingsproduct met CE-markering bestaat uit de in water oplosbare micronutriënt, en

ten minste 80 % van de in water oplosbare micronutriënt is gecheleerd door middel van een aan de vereisten van productfunctiecategorie 5 B) beantwoordende chelaatvormer

Micronutriëntenmeststof op basis van complexvorming

Een in water oplosbaar product waarin de aangegeven micronutriënt langs chemische weg is gecombineerd met een of meer aan de vereisten van productfunctiecategorie 5 C) beantwoordende complexvormers

5 massaprocent van het bemestingsproduct met CE-markering bestaat uit de in water oplosbare micronutriënt, en

ten minste 80 % van de in water oplosbare micronutriënt is gecomplexeerd door middel van een aan de vereisten van productfunctiecategorie 5 C) beantwoordende complexvormer

Productfunctiecategorie 1 C) II) b): samengestelde anorganische micronutriëntenmeststof

1.Een samengestelde anorganische micronutriëntenmeststof heeft een aangegeven gehalte van meer dan één miconutriënt.

2.Het bemestingsproduct met CE-markering bevat aangegeven nutriënten in hoeveelheden die ten minste gelijk zijn aan de volgende waarden:

2 massaprocent voor meststoffen in suspensie of oplossing ("vloeibare samengestelde anorganische micronutriëntenmeststoffen"), waarbij

onder een suspensie een dispersie met twee fasen wordt verstaan, waarbij vaste deeltjes in de vloeibare fase gesuspendeerd blijven, en

onder een oplossing een vloeistof wordt verstaan die geen vaste deeltjes bevat, en

5 massaprocent voor andere meststoffen ("vaste samengestelde anorganische micronutriëntenmeststoffen").

Productfunctiecategorie 2: kalkmeststof

1.Een kalkmeststof is een bemestingsproduct met CE-markering dat is bedoeld om de zuurtegraad van de bodem te corrigeren en oxiden, hydroxiden, carbonaten of silicaten van de nutriënten calcium (Ca) of magnesium (Mg) bevat.

2.In het bemestingsproduct met CE-markering mogen geen contaminanten voorkomen in grotere dan de volgende hoeveelheden:

cadmium (Cd)    3 mg/kg vaste stof,

zeswaardig chroom (Cr(VI))    2 mg/kg vaste stof,

kwik (Hg)    2 mg/kg vaste stof,

nikkel (Ni)    90 mg/kg vaste stof,

lood (Pb)    200 mg/kg vaste stof, en

arseen (As)    120 mg/kg vaste stof.

3.Er moet worden voldaan aan de volgende parameters, zoals vastgesteld voor de droge stof:

minimale neutraliserende waarde: 15 (equivalent CaO) of 9 (equivalent HO-), en

minimale reactiviteit:    10 % of 50 % na 6 maanden (incubatietest).

Productfunctiecategorie 3: bodemverbeteraar

Een bodemverbeteraar is een bemestingsproduct met CE-markering dat is bedoeld om aan de bodem te worden toegevoegd teneinde de fysische of chemische eigenschappen, de structuur of de biologische activiteit daarvan in stand te houden, te verbeteren of te beschermen.

Productfunctiecategorie 3 A): organische bodemverbeteraar

1.Een organische bodemverbeteraar bestaat geheel uit materiaal van uitsluitend biologische oorsprong, met uitzondering van materiaal dat is gefossiliseerd of ingebed in geologische formaties.

2.In het bemestingsproduct met CE-markering mogen geen contaminanten voorkomen in grotere dan de volgende hoeveelheden:

cadmium (Cd)    3 mg/kg vaste stof,

zeswaardig chroom (Cr(VI))    2 mg/kg vaste stof,

kwik (Hg)    1 mg/kg vaste stof,

nikkel (Ni)    50 mg/kg vaste stof, en

lood (Pb)    120 mg/kg vaste stof.

3.Indien het bemestingsproduct met CE-markering een dierlijk bijproduct bevat zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 1069/2009

(a)mag Salmonella spp. niet voorkomen in een monster van 25 g van het bemestingsproduct met CE-markering;

(b)mag geen van de volgende twee typen bacteriën in het bemestingsproduct met CE-markering voorkomen in een concentratie van meer dan 1 000 kve/g verse massa:

Escherichia coli of

Enterococcaceae.

Dit wordt aangetoond door de aanwezigheid van ten minste een van deze twee typen bacteriën te meten.

4.Het bemestingsproduct met CE-markering bevat ten minste 40 % droge stof.

5.Het gehalte organische koolstof (C) in het bemestingsproduct met CE-markering is ten minste 7,5 massaprocent.

Productfunctiecategorie 3 B): anorganische bodemverbeteraar

1.Een anorganische bodemverbeteraar is een bodemverbeteraar anders dan een organische bodemverbeteraar.

2.In het bemestingsproduct met CE-markering mogen geen contaminanten voorkomen in grotere dan de volgende hoeveelheden:

cadmium (Cd)    1,5 mg/kg vaste stof,

zeswaardig chroom (Cr(VI))    2 mg/kg vaste stof,

kwik (Hg)    1 mg/kg vaste stof,

nikkel (Ni)    100 mg/kg vaste stof, en

lood (Pb)    150 mg/kg vaste stof.

Productfunctiecategorie 4: groeimedium

1.Een groeimedium is een materiaal, anders dan bodem, bedoeld om als substraat voor wortelvorming te dienen.

2.In het bemestingsproduct met CE-markering mogen geen contaminanten voorkomen in grotere dan de volgende hoeveelheden:

cadmium (Cd)    3 mg/kg vaste stof,

zeswaardig chroom (Cr(VI))    2 mg/kg vaste stof,

kwik (Hg)    1 mg/kg vaste stof,

nikkel (Ni)    100 mg/kg vaste stof, en

lood (Pb)    150 mg/kg vaste stof.

3.Salmonella spp. mag niet voorkomen in een monster van 25 g van het bemestingsproduct met CE-markering.

4.Geen van de volgende twee typen bacteriën mag in het bemestingsproduct met CE-markering voorkomen in een concentratie van meer dan 1 000 kve/g verse massa:

(a)Escherichia coli of

(b)Enterococcaceae.

Dit wordt aangetoond door de aanwezigheid van ten minste een van deze twee typen bacteriën te meten.

Productfunctiecategorie 5: agronomisch toevoegingsmiddel

Een agronomisch toevoegingsmiddel is een bemestingsproduct met CE-markering dat is bedoeld om aan een product dat planten van nutriënten voorziet te worden toegevoegd, teneinde de afgiftepatronen van de nutriënten in dat product te verbeteren.

Productfunctiecategorie 5 A): remmer

1.Een remmer is een stof die of een mengsel dat de activiteit van bepaalde groepen micro-organismen of enzymen vertraagt of beëindigt.

2.Elke stof in deze categorie moet overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 zijn geregistreerd 5 , waarbij het registratiedossier het volgende moet bevatten:

(a)de in de bijlagen VI, VII en VIII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 bedoelde informatie, alsmede

(b)een chemischeveiligheidsrapport overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 dat betrekking heeft op het gebruik als bemestingsproduct,

tenzij de stof expliciet onder een van de vrijstellingen van de registratieplicht valt waarin is voorzien in bijlage IV bij die verordening of in de punten 6, 7, 8 of 9 van bijlage V bij die verordening.

Productfunctiecategorie 5 A) I): nitrificatieremmer

1.Een nitrificatieremmer remt de biologische oxidatie van ammoniumstikstof (NH3-N) tot nitrietstikstof (NO2-), en vertraagt daarmee de vorming van nitraatstikstof (NO3-).

2.Uit een bodemincubatietest waarmee de oxidatiesnelheid van ammoniumstikstof (NH3-N) wordt gemeten door te kijken naar

het verdwijnen van ammoniumstikstof (NH3-N), of

de som van de productie van nitrietstiktof (NO2-) en nitraatstikstof (NO3-) afgezet tegen de tijd

in een bodemmonster waaraan de nitrificatieremmer is toegevoegd, moet blijken dat de oxidatiesnelheid van ammoniumstikstof (NH3-N) statistisch verschilt van die in een controlemonster waaraan de nitrificatieremmer niet is toegevoegd.

Productfunctiecategorie 5 A) II): ureaseremmer

1.Een ureaseremmer remt de hydrolytische werking op ureum (CH4N2O) van het urease-enzym, voornamelijk om ammoniakvervluchtiging tegen te gaan.

2.Uit een in-vitrometing van de hydrolyse van ureum (CH4N2O) afgezet tegen de tijd in een bodemmonster waaraan de ureaseremmer is toegevoegd, moet blijken dat de hydrolysesnelheid statistisch verschilt van die in een controlemonster waaraan de ureaseremmer niet is toegevoegd.

Productfunctiecategorie 5 B): chelaatvormer

1.Een chelaatvormer is een organische stof die is bedoeld om de beschikbaarheid op lange termijn van nutriënten voor planten te verbeteren, en die bestaat uit een molecuul dat

op twee of meer plaatsen elektronenparen kan doneren aan een centraal overgangsmetaalkation (zink (Zn), koper (Cu), ijzer (Fe), mangaan (Mn), magnesium (Mg), calcium (Ca) of kobalt (Co)), en dat

groot genoeg is om een structuur met vijf of zes ringen te vormen.

2.De stof moet overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 zijn geregistreerd 6 , waarbij het registratiedossier het volgende moet bevatten:

(a)de in de bijlagen VI, VII en VIII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 bedoelde informatie, alsmede

(b)een chemischeveiligheidsrapport overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 dat betrekking heeft op het gebruik als bemestingsproduct,

tenzij de stof expliciet onder een van de vrijstellingen van de registratieplicht valt waarin is voorzien in bijlage IV bij die verordening of in de punten 6, 7, 8 of 9 van bijlage V bij die verordening.

3.Na 3 dagen in een standaard Hoagland-oplossing bij pH 7 en 8 moet het bemestingsproduct met CE-markering stabiel blijven.

Productfunctiecategorie 5 C): complexvormer

1.Een complexvormer is een organische stof die is bedoeld om de beschikbaarheid op lange termijn van nutriënten voor planten te verbeteren, en die een platte of ruimtelijke structuur kan vormen met één di- of trivalent overgangsmetaalkation.

2.De stof moet overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 zijn geregistreerd 7 , waarbij het registratiedossier het volgende moet bevatten:

(a)de in de bijlagen VI, VII en VIII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 bedoelde informatie, alsmede

(b)een chemischeveiligheidsrapport overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 dat betrekking heeft op het gebruik als bemestingsproduct,

tenzij de stof expliciet onder een van de vrijstellingen van de registratieplicht valt waarin is voorzien in bijlage IV bij die verordening of in de punten 6, 7, 8 of 9 van bijlage V bij die verordening.

3.Na 1 dag in een wateroplossing bij pH 6 en 7 moet het bemestingsproduct met CE-markering stabiel blijven.

Productfunctiecategorie 6: biostimulant voor planten

1.Een biostimulant voor planten is een bemestingsproduct met CE-markering dat de voedingsprocessen van een plant stimuleert onafhankelijk van het gehalte aan nutriënten van het product, met als enige doel een of meer van de volgende eigenschappen van de plant te verbeteren:

(a)de efficiëntie van het gebruik van nutriënten,

(b)de tolerantie voor abiotische stress, of

(c)de kenmerken in verband met de kwaliteit van het gewas.

2.In het bemestingsproduct met CE-markering mogen geen contaminanten voorkomen in grotere dan de volgende hoeveelheden:

cadmium (Cd)    3 mg/kg vaste stof,

zeswaardig chroom (Cr(VI))    2 mg/kg vaste stof, en

lood (Pb)    120 mg/kg vaste stof.

3.De biostimulant voor planten moet de op het etiket aangegeven effecten hebben op de eveneens op het etiket vermelde gewassen.

Productfunctiecategorie 6 A): microbiële biostimulant voor planten

1.Een microbiële biostimulant voor planten bestaat uitsluitend uit een micro-organisme of een consortium van micro-organismen zoals bedoeld in bestanddelencategorie 7 in bijlage II.

2.In het bemestingsproduct met CE-markering mogen geen contaminanten voorkomen in grotere dan de volgende hoeveelheden:

kwik (Hg)    1 mg/kg vaste stof, en

nikkel (Ni)    50 mg/kg vaste stof.

3.Salmonella spp. mag niet voorkomen in een monster van 25 g of 25 ml van het bemestingsproduct met CE-markering.

4.Escherichia coli mag niet voorkomen in een monster van 1 g of 1 ml van het bemestingsproduct met CE-markering.

5.Enterococcaceae mogen niet in het bemestingsproduct met CE-markering voorkomen in grotere hoeveelheden dan 10 kve/g verse massa.

6.Listeria monocytogenes mag niet voorkomen in een monster van 25 g of 25 ml van het bemestingsproduct met CE-markering.

7.Vibrio spp. mag niet voorkomen in een monster van 25 g of 25 ml van het bemestingsproduct met CE-markering.

8.Shigella spp. mag niet voorkomen in een monster van 25 g of 25 ml van het bemestingsproduct met CE-markering.

9.Staphylococcus aureus mag niet voorkomen in een monster van 1 g of 1 ml van het bemestingsproduct met CE-markering.

10.Het aeroob kiemgetal bedraagt ten hoogste 105 kve/g of ml monster van het bemestingsproduct met CE-markering, tenzij de microbiële biostimulant een aerobe bacterie is.

11.Een telling van gisten en schimmels levert een uitkomst op van ten hoogste 1 000 kve/g of ml monster van het bemestingsproduct met CE-markering, tenzij de microbacteriële biostimulant een schimmel is.

12.Indien de microbiële biostimulant voor planten bestaat uit een suspensie of een oplossing, waarbij

onder een suspensie een dispersie met twee fasen wordt verstaan, waarbij vaste deeltjes in de vloeibare fase gesuspendeerd blijven, en

onder een oplossing een vloeistof wordt verstaan die geen vaste deeltjes bevat,

moet de biostimulant voor planten een pH van 4 of hoger hebben.

13.De houdbaarheidstermijn van de microbiële biostimulant voor planten bedraagt ten minste 6 maanden onder de op het etiket vermelde opslagomstandigheden.

Productfunctiecategorie 6 B): niet-microbiële biostimulant voor planten

Een niet-microbiële biostimulant voor planten is een biostimulant voor planten, anders dan een microbiële biostimulant voor planten.

Productfunctiecategorie 6 B) I): organische niet-microbiële biostimulant voor planten

1.Een organische niet-microbiële biostimulant voor planten bestaat uit een stof die of een mengsel dat koolstof (C) bevat dat uitsluitend van dierlijke of plantaardige oorsprong is.

2.In het bemestingsproduct met CE-markering mogen geen contaminanten voorkomen in grotere dan de volgende hoeveelheden:

kwik (Hg)    1 mg/kg vaste stof, en

nikkel (Ni)    50 mg/kg vaste stof.

3.Salmonella spp. mag niet voorkomen in een monster van 25 g van het bemestingsproduct met CE-markering.

4.Geen van de volgende twee typen bacteriën mag in het bemestingsproduct met CE-markering voorkomen in een concentratie van meer dan 1 000 kve/g verse massa:

(a)Escherichia coli of

(b)Enterococcaceae.

Dit wordt aangetoond door de aanwezigheid van ten minste een van deze twee typen bacteriën te meten.

Productfunctiecategorie 6 B) II): anorganische niet-microbiële biostimulant voor planten

1.Een anorganische niet-microbiële biostimulant voor planten is een niet-microbiële biostimulant voor planten, anders dan een organische niet-microbiële biostimulant voor planten.

2.In het bemestingsproduct met CE-markering mogen geen contaminanten voorkomen in grotere dan de volgende hoeveelheden:

kwik (Hg)    2 mg/kg vaste stof,

nikkel (Ni)    120 mg/kg vaste stof, en

arseen (As)    60 mg/kg vaste stof.

Productfunctiecategorie 7: bemestingsproductenblend

1.Een bemestingsproductenblend is een bemestingsproduct met CE-markering dat bestaat uit twee of meer bemestingsproducten met CE-markering van categorie 1-6.

2.De naleving van de eisen van deze verordening moet voor elk samenstellend bemestingsproduct in de blend zijn aangetoond overeenkomstig de conformiteitsbeoordelingsprocedure die op dat samenstellend bemestingsproduct van toepassing is.

3.Door het blenden mag de aard van elk samenstellend bemestingsproduct niet worden gewijzigd

op een wijze die een nadelig effect heeft op de gezondheid van mensen, dieren of planten, op de veiligheid of op het milieu, onder redelijkerwijs te verwachten omstandigheden bij de opslag of het gebruik van de bemestingsproductenblend met CE-markering, of

op enige andere significante wijze.

4.De fabrikant van de blend beoordeelt de conformiteit van de blend met de in de punten 1-3 hierboven beschreven eisen, zorgt ervoor dat de blend voldoet aan de etiketteringsvoorschriften van bijlage III, en neemt overeenkomstig artikel 15, lid 4, van deze verordening de verantwoordelijkheid voor de conformiteit van de blend met de eisen van deze verordening door

een EU-conformiteitsverklaring voor de bemestingsproductenblend met CE-markering op te stellen overeenkomstig artikel 6, lid 2, van deze verordening, en

in het bezit te zijn van de EU-conformiteitsverklaring voor elk van de samenstellende bemestingsproducten.

5.Marktdeelnemers die bemestingsproductenblends met CE-markering op de markt aanbieden, nemen de volgende bepalingen van deze verordening met betrekking tot de EU-conformiteitsverklaring voor elk samenstellend bemestingsproduct en voor de blend in acht:

artikel 6, lid 3 (verplichting van fabrikanten om de EU-conformiteitsverklaring te bewaren);

artikel 7, lid 2, onder a) (verplichting van gemachtigden om de EU-conformiteitsverklaring te bewaren);

artikel 8, lid 2 (verplichting van importeurs om erop toe te zien dat het bemestingsproduct met CE-markering vergezeld gaat van de EU-conformiteitsverklaring);

artikel 8, lid 8 (verplichting van importeurs een kopie van de EU-conformiteitsverklaring ter beschikking van de markttoezichtautoriteiten te houden); en

artikel 9, lid 2 (verplichting van distributeurs om te controleren of het bemestingsproduct met CE-markering vergezeld gaat van de EU-conformiteitsverklaring).

BIJLAGE II
Bestanddelencategorieën

Een bemestingsproduct met CE-markering bevat uitsluitend bestanddelen die voldoen aan de eisen voor een of meer van de hieronder opgesomde bestanddelencategorieën.

De bestanddelen, dan wel de voor de vervaardiging daarvan gebruikte uitgangsmaterialen, bevatten geen stoffen waarvoor in bijlage I van deze verordening maximale grenswaarden worden vermeld in hoeveelheden die de naleving door het bemestingsproduct met CE-markering van de toepasselijke eisen van die bijlage in gevaar brengen.

Deel I
Overzicht van bestanddelencategorieën

Bestanddelencategorie 1: stoffen en mengsels als primair materiaal

Bestanddelencategorie 2: niet-bewerkte of mechanisch bewerkte planten, delen van planten of plantenextracten

Bestanddelencategorie 3: compost

Bestanddelencategorie 4: digestaat van energiegewassen

Bestanddelencategorie 5: ander digestaat dan digestaat van energiegewassen

Bestanddelencategorie 6: bijproducten van de levensmiddelenindustrie

Bestanddelencategorie 7: micro-organismen

Bestanddelencategorie 8: agronomische toevoegingsmiddelen

Bestanddelencategorie 9: nutriëntenpolymeren

Bestanddelencategorie 10: andere polymeren dan nutriëntenpolymeren

Bestanddelencategorie 11: bepaalde dierlijke bijproducten

Deel II
Eisen met betrekking tot bestanddelencategorieën

In dit deel worden de bestanddelen omschreven waaruit de bemestingsproducten met CE-markering uitsluitend bestaan.

Bestanddelencategorie 1: stoffen en mengsels als primair materiaal

1.Een bemestingsproduct met CE-markering mag stoffen en mengsels bevatten anders dan 8  

(a)afvalstoffen in de zin van Richtlijn 2008/98/EEG,

(b)bijproducten in de zin van Richtlijn 2008/98/EEG,

(c)materialen die in een eerder stadium tot een van de onder a) of b) genoemde materialen behoorden,

(d)dierlijke bijproducten in de zin van Verordening (EG) nr. 1069/2009,

(e)polymeren, of

(f)stoffen of mengsels die zijn bedoeld ter verbetering van de afgiftepatronen van de nutriënten in het bemestingsproduct met CE-markering waarin zij zijn verwerkt.

2.Alle stoffen die, als zodanig of in een mengsel, in het bemestingsproduct met CE-markering zijn verwerkt, moeten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 zijn geregistreerd, waarbij het registratiedossier het volgende moet bevatten:

(a)de in de bijlagen VI, VII en VIII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 bedoelde informatie, alsmede

(b)een chemischeveiligheidsrapport overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 dat betrekking heeft op het gebruik als bemestingsproduct,

tenzij de stof expliciet onder een van de vrijstellingen van de registratieplicht valt waarin is voorzien in bijlage IV bij die verordening of in de punten 6, 7, 8 of 9 van bijlage V bij die verordening.

Bestanddelencategorie 2: niet-bewerkte of mechanisch bewerkte planten, delen van planten of plantenextracten

1.Een bemestingsproduct met CE-markering mag planten, delen van planten of plantenextracten bevatten die geen andere bewerking hebben ondergaan dan snijden, fijnmaken, centrifugeren, persen, drogen, vriesdrogen of extraheren met water.

2.Voor de toepassing van punt 1 hierboven worden algen geacht tot de planten te behoren, maar blauwwieren niet.

Bestanddelencategorie 3: compost

1.Een bemestingsproduct met CE-markering mag compost bevatten die is verkregen uit aerobe compostering van uitsluitend een of meer van de volgende uitgangsmaterialen:

(a)bioafval in de zin van Richtlijn 2008/98/EG, afkomstig uit gescheiden inzameling van bioafval aan de bron;

(b)dierlijke bijproducten van de categorieën 2 en 3 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1069/2009;

(c)levende of dode organismen of delen daarvan, onbewerkt of enkel bewerkt met de hand, met mechanische hulpmiddelen of met behulp van de zwaartekracht, door oplossing in water, door flotatie, door extractie met water, door stoomdistillatie, of door verhitting uitsluitend om water te onttrekken, of die met enig hulpmiddel aan de lucht zijn onttrokken, met uitzondering van

de organische fractie van gemengd stedelijk afval van huishoudens, gescheiden door een mechanische, fysisch-chemische, biologische en/of handmatige behandeling,

zuiveringsslib, industrieel slib, of baggerslib, en

dierlijke bijproducten van categorie 1 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1069/2009;

(d)toevoegingsmiddelen voor de compostering die nodig zijn ter verbetering van de prestaties van het composteringsproces met betrekking tot het proces zelf of het milieu, mits

het toevoegingsmiddel overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 is geregistreerd 9 , waarbij het registratiedossier het volgende moet bevatten:

de in de bijlagen VI, VII en VIII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 bedoelde informatie, alsmede

een chemischeveiligheidsrapport overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 dat betrekking heeft op het gebruik als bemestingsproduct, 

tenzij de stof expliciet onder een van de vrijstellingen van de registratieplicht valt waarin is voorzien in bijlage IV bij die verordening of in de punten 6, 7, 8 of 9 van bijlage V bij die verordening, en

het totale gehalte aan alle toevoegingsmiddelen niet meer bedraagt dan 5 % van het totale gewicht van het uitgangsmateriaal; of

(e)een onder a) tot en met d) vermeld materiaal dat

in een eerder stadium is gecomposteerd of vergist, en

ten hoogste 6 mg/kg droge stof PAK16 10 bevat.

2.De compostering vindt plaats in een inrichting

waar alleen de in punt 1 hierboven bedoelde uitgangsmaterialen worden verwerkt, en

waar fysiek contact tussen de uitgangsmaterialen en eindmaterialen wordt vermeden, ook tijdens de opslag.

3.De aerobe compostering bestaat uit een beheerste, voornamelijk aerobe, ontbinding van biologisch afbreekbaar materiaal, die dankzij langs biologische weg opgewekte warmte de ontwikkeling van temperaturen mogelijk maakt die geschikt zijn voor thermofiele bacteriën. Alle delen van elke charge worden regelmatig en grondig bewogen om te zorgen voor de juiste hygiënisering en homogeniteit van het materiaal. Tijdens het composteringsproces hebben alle delen van elke charge een van de volgende temperatuur-tijdsprofielen:

65 °C of meer gedurende ten minste 5 dagen,

60 °C of meer gedurende ten minste 7 dagen, of

55 °C of meer gedurende ten minste 14 dagen.

4.De compost bevat

(a)ten hoogste 6 mg/kg droge stof PAK16 11 , en

(b)ten hoogste 5 g/kg droge stof macroscopische onzuiverheden in de vorm van glas, metaal en kunststof groter dan 2 mm.

5.Met ingang van [Publications Office: Please insert the date occurring 5 years after the date of application of this Regulation] bevat de compost ten hoogste 2,5 g/kg droge stof macroscopische onzuiverheden in de vorm van kunststof groter dan 2 mm. Uiterlijk op [Publications Office: Please insert the date occurring 8 years after the date of application of this Regulation] wordt de grenswaarde van 2,5 g/kg droge stof opnieuw beoordeeld teneinde rekening te houden met de vooruitgang op het gebied van de gescheiden inzameling van bioafval.

6.De compost voldoet aan ten minste een van de volgende stabiliteitscriteria:

(a)zuurstofopnamesnelheid:

definitie: een indicator van de mate waarin biologisch afbreekbaar organisch materiaal binnen een bepaalde tijd wordt afgebroken. De methode is niet geschikt voor materiaal met een gehalte aan deeltjes met een grootte > 10 mm van meer dan 20 %;

criterium: maximaal 25 mmol O2/kg organisch materiaal/h; of

(b)zelfverhittingsfactor:

definitie: de maximumtemperatuur die onder gestandaardiseerde omstandigheden door een compost wordt bereikt en die een indicator vormt voor de toestand van de aerobe biologische activiteit ervan;

criterium: minimaal Rottegrad III.

Bestanddelencategorie 4: digestaat van energiegewassen

1.Een bemestingsproduct met CE-markering mag digestaat bevatten dat is verkregen uit anaerobe vergisting van uitsluitend een of meer van de volgende uitgangsmaterialen:

(a)planten die niet voor enig ander doel zijn gebruikt. Voor de toepassing van dit punt worden algen geacht tot de planten te behoren, maar blauwwieren niet;

(b)toevoegingsmiddelen voor de vergisting die nodig zijn ter verbetering van de prestaties van het vergistingsproces met betrekking tot het proces zelf of het milieu, mits

het toevoegingsmiddel overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 is geregistreerd 12 , waarbij het registratiedossier het volgende moet bevatten:

de in de bijlagen VI, VII en VIII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 bedoelde informatie, alsmede

een chemischeveiligheidsrapport overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 dat betrekking heeft op het gebruik als bemestingsproduct,

tenzij de stof expliciet onder een van de vrijstellingen van de registratieplicht valt waarin is voorzien in bijlage IV bij die verordening of in de punten 6, 7, 8 of 9 van bijlage V bij die verordening, en

het totale gehalte aan alle toevoegingsmiddelen niet meer bedraagt dan 5 % van het totale gewicht van het uitgangsmateriaal; of

(c)een onder a) of b) bedoeld materiaal dat in een eerder stadium is vergist.

2.De anaerobe vergisting vindt plaats in een inrichting

waar alleen de in punt 1 hierboven bedoelde uitgangsmaterialen worden verwerkt, en

waar fysiek contact tussen de uitgangsmaterialen en eindmaterialen wordt vermeden, ook tijdens de opslag.

3.De anaerobe vergisting bestaat uit een beheerste, voornamelijk anaerobe, ontbinding van biologisch afbreekbaar materiaal, bij temperaturen die geschikt zijn voor mesofiele of thermofiele bacteriën. Alle delen van elke charge worden regelmatig en grondig bewogen om te zorgen voor de juiste hygiënisering en homogeniteit van het materiaal. Tijdens het vergistingsproces hebben alle delen van elke charge een van de volgende temperatuur-tijdsprofielen:

(a)thermofiele anaerobe vergisting bij 55 °C gedurende minstens 24 uur en een hydraulische verblijftijd van ten minste 20 dagen;

(b)thermofiele anaerobe vergisting bij 55 °C met een verwerkingsproces waarin een pasteurisatiestap is opgenomen (70 °C – 1 uur);

(c)thermofiele anaerobe vergisting bij 55 °C, gevolgd door compostering bij

65 °C of meer gedurende ten minste 5 dagen,

60 °C of meer gedurende ten minste 7 dagen, of

55 °C of meer gedurende ten minste 14 dagen;

(d)mesofiele anaerobe vergisting bij 37-40 °C met een verwerkingsproces waarin een pasteurisatiestap is opgenomen (70 °C – 1 uur); of

(e)mesofiele anaerobe vergisting bij 37-40 °C, gevolgd door compostering bij

65 °C of meer gedurende ten minste 5 dagen,

60 °C of meer gedurende ten minste 7 dagen, of

55 °C of meer gedurende ten minste 14 dagen.

4.Zowel het vaste als het vloeibare deel van het digestaat voldoet aan ten minste een van de volgende stabiliteitscriteria:

(a)zuurstofopnamesnelheid:

definitie: een indicator van de mate waarin biologisch afbreekbaar organisch materiaal binnen een bepaalde tijd wordt afgebroken. De methode is niet geschikt voor materiaal met een gehalte aan deeltjes met een grootte > 10 mm van meer dan 20 %;

criterium: maximaal 50 mmol O2/kg organisch materiaal/h; of

(b)restgaspotentieel:

definitie: een indicator voor het gedurende een periode van 28 dagen uit een digestaat vrijgekomen gas, die gemeten wordt aan de hand van de in het monster aanwezige vluchtige vaste stoffen. De test wordt in drievoud uitgevoerd en het gemiddelde resultaat wordt gebruikt om aan te tonen dat aan de eis is voldaan. Onder vluchtige vaste stoffen worden die vaste stoffen in een materiaalmonster verstaan die verloren gaan bij ontbranding van de droge vaste stoffen bij 550 °C;

criterium: maximaal 0,45 l biogas/g vluchtige vaste stoffen.

Bestanddelencategorie 5: ander digestaat dan digestaat van energiegewassen

1.Een bemestingsproduct met CE-markering mag digestaat bevatten dat is verkregen uit anaerobe vergisting van uitsluitend een of meer van de volgende uitgangsmaterialen:

(a)bioafval in de zin van Richtlijn 2008/98/EG, afkomstig uit gescheiden inzameling van bioafval aan de bron;

(b)dierlijke bijproducten van de categorieën 2 en 3 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1069/2009;

(c)levende of dode organismen of delen daarvan, onbewerkt of enkel bewerkt met de hand, met mechanische hulpmiddelen of met behulp van de zwaartekracht, door oplossing in water, door flotatie, door extractie met water, door stoomdistillatie, of door verhitting uitsluitend om water te onttrekken, of die met enig hulpmiddel aan de lucht zijn onttrokken, met uitzondering van

de organische fractie van gemengd stedelijk afval van huishoudens, gescheiden door een mechanische, fysicochemische, biologische en/of handmatige behandeling,

zuiveringsslib, industrieel slib, of baggerslib,

dierlijke bijproducten van categorie 1 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1069/2009;

(d)toevoegingsmiddelen voor de vergisting die nodig zijn ter verbetering van de prestaties van het vergistingsproces met betrekking tot het proces zelf of het milieu, mits

het toevoegingsmiddel overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 is geregistreerd 13 , waarbij het registratiedossier het volgende moet bevatten:

de in de bijlagen VI, VII en VIII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 bedoelde informatie, alsmede

een chemischeveiligheidsrapport overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 dat betrekking heeft op het gebruik als bemestingsproduct,

tenzij de stof onder de vrijstelling van de registratieplicht valt waarin is voorzien in bijlage IV bij die verordening of in de punten 6, 7, 8 of 9 van bijlage V bij die verordening, en

het totale gehalte aan alle toevoegingsmiddelen niet meer bedraagt dan 5 % van het totale gewicht van het uitgangsmateriaal; of

(e)een onder a) tot en met d) vermeld materiaal dat

in een eerder stadium is gecomposteerd of vergist, en

ten hoogste 6 mg/kg droge stof PAK16 14 bevat.

2.De anaerobe vergisting vindt plaats in een inrichting

waar alleen de in punt 1 hierboven bedoelde uitgangsmaterialen worden verwerkt, en

waar fysiek contact tussen de uitgangsmaterialen en eindmaterialen wordt vermeden, ook tijdens de opslag.

3.De anaerobe vergisting bestaat uit een beheerste, voornamelijk anaerobe, ontbinding van biologisch afbreekbaar materiaal, bij temperaturen die geschikt zijn voor mesofiele of thermofiele bacteriën. Alle delen van elke charge worden regelmatig en grondig bewogen om te zorgen voor de juiste hygiënisering en homogeniteit van het materiaal. Tijdens het vergistingsproces hebben alle delen van elke charge een van de volgende temperatuur-tijdsprofielen:

(a)thermofiele anaerobe vergisting bij 55 °C gedurende minstens 24 uur en een hydraulische verblijftijd van ten minste 20 dagen;

(b)thermofiele anaerobe vergisting bij 55 °C met een verwerkingsproces waarin een pasteurisatiestap is opgenomen (70 °C – 1 uur);

(c)thermofiele anaerobe vergisting bij 55 °C, gevolgd door compostering bij

65 °C of meer gedurende ten minste 5 dagen,

60 °C of meer gedurende ten minste 7 dagen, of

55 °C of meer gedurende ten minste 14 dagen;

(d)mesofiele anaerobe vergisting bij 37-40 °C met een verwerkingsproces waarin een pasteurisatiestap is opgenomen (70 °C – 1 uur); of

(e)mesofiele anaerobe vergisting bij 37-40 °C, gevolgd door compostering bij

65 °C of meer gedurende ten minste 5 dagen,

60 °C of meer gedurende ten minste 7 dagen, of

55 °C of meer gedurende ten minste 14 dagen.

4.Noch het vaste, noch het vloeibare deel van het digestaat mag meer dan 6 mg/kg droge stof PAK16 15 bevatten.

5.Het digestaat bevat ten hoogste 5 g/kg droge stof macroscopische onzuiverheden in de vorm van glas, metaal en kunststof groter dan 2 mm.

6.Met ingang van [Publications Office: Please insert the date occurring 5 years after the date of application of this Regulation] bevat het digestaat ten hoogste 2,5 g/kg droge stof macroscopische onzuiverheden in de vorm van kunststof groter dan 2 mm. Uiterlijk op [Publications Office: Please insert the date occurring 8 years after the date of application of this Regulation] wordt de grenswaarde van 2,5 g/kg droge stof opnieuw beoordeeld teneinde rekening te houden met de vooruitgang op het gebied van de gescheiden inzameling van bioafval.

7.Zowel het vaste als het vloeibare deel van het digestaat voldoet aan ten minste een van de volgende stabiliteitscriteria:

(a)zuurstofopnamesnelheid:

definitie: een indicator van de mate waarin biologisch afbreekbaar organisch materiaal binnen een bepaalde tijd wordt afgebroken. De methode is niet geschikt voor materiaal met een gehalte aan deeltjes met een grootte > 10 mm van meer dan 20 %;

criterium: maximaal 50 mmol O2/kg organisch materiaal/h; of

(b)restgaspotentieel:

definitie: een indicator voor het gedurende een periode van 28 dagen uit een digestaat vrijgekomen gas, die gemeten wordt aan de hand van de in het monster aanwezige vluchtige vaste stoffen. De test wordt in drievoud uitgevoerd en het gemiddelde resultaat wordt gebruikt om aan te tonen dat aan de eis is voldaan. Onder vluchtige vaste stoffen worden die vaste stoffen in een materiaalmonster verstaan die verloren gaan bij ontbranding van de droge vaste stoffen bij 550 °C;

criterium: maximaal 0,45 l biogas/g vluchtige vaste stoffen.

Bestanddelencategorie 6: bijproducten van de levensmiddelenindustrie

1.Een bemestingsproduct met CE-markering mag bestanddelen bevatten die uit een van de volgende stoffen bestaan:

(a)kalk van voedingsmiddelenfabrieken, d.w.z. een materiaal uit de voedingsmiddelenindustrie dat wordt verkregen door carbonatie van organisch materiaal, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van ongebluste kalk uit natuurlijke bronnen;

(b)melasse, d.w.z. een viskeus bijproduct van de raffinage van suikerriet of suikerbieten tot suiker of

(c)vinasse, d.w.z. een viskeus bijproduct van het proces waarbij melasse wordt vergist tot ethanol, ascorbinezuur of andere producten.

2.De stof moet overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 zijn geregistreerd 16 , waarbij het registratiedossier het volgende moet bevatten:

(a)de in de bijlagen VI, VII en VIII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 bedoelde informatie, alsmede

(b)een chemischeveiligheidsrapport overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 dat betrekking heeft op het gebruik als bemestingsproduct,

tenzij de stof expliciet onder een van de vrijstellingen van de registratieplicht valt waarin is voorzien in bijlage IV bij die verordening of in de punten 6, 7, 8 of 9 van bijlage V bij die verordening.

Bestanddelencategorie 7: micro-organismen

Een bemestingsproduct met CE-markering mag micro-organismen bevatten, met inbegrip van dode of uit een lege cel bestaande micro-organismen en onschadelijke restelementen van de media waarop zij zijn geproduceerd, die

geen andere bewerking dan drogen of vriesdrogen hebben ondergaan en

in de onderstaande tabel zijn vermeld:

Azotobacter spp.

Mycorrhizale schimmels

Rhizobium spp.

Azospirillum spp.

Bestanddelencategorie 8: agronomische toevoegingsmiddelen

1.Een bemestingsproduct met CE-markering mag een stof of een mengsel bevatten, bedoeld ter verbetering van de afgiftepatronen van de nutriënten in het bemestingsproduct, maar uitsluitend indien is aangetoond dat die stof of dat mengsel aan de eisen van deze verordening voor een product van productfunctiecategorie 5 van bijlage I voldoet, overeenkomstig de conformiteitsbeoordelingsprocedure die op een dergelijk agronomisch toevoegingsmiddel van toepassing is.

2.Het conforme agronomische toevoegingsmiddel is aanwezig in het bemestingsproduct met CE-markering in een hoeveelheid die

(a)het effect heeft zoals aangegeven in de aan de gebruiker van het bemestingsproduct met CE-markering verstrekte informatie, en

(b)geen nadelig algeheel effect heeft op de gezondheid van mensen, dieren of planten, op de veiligheid of op het milieu, onder redelijkerwijs te verwachten omstandigheden bij de opslag of het gebruik van het bemestingsproduct met CE-markering.

3.Een bemestingsproduct met CE-markering mag een conforme nitrificatieremmer bevatten, zoals bedoeld in productfunctiecategorie 5 A) I) van bijlage I, maar uitsluitend indien ten minste 50 % van het totale gehalte stikstof (N) van het bemestingsproduct bestaat uit stikstof (N) in de vorm van ammonium (NH4+) en ureum (CH4N2O).

4.Een bemestingsproduct met CE-markering mag een conforme ureaseremmer bevatten, zoals bedoeld in productfunctiecategorie 5 A) II) van bijlage I, maar uitsluitend indien ten minste 50 % van het totale gehalte stikstof (N) van het bemestingsproduct bestaat uit stikstof (N) in de vorm van ureum (CH4N2O).

5.De fabrikant van het bemestingsproduct met CE-markering moet in het bezit zijn van de EU-conformiteitsverklaring voor het conforme agronomische toevoegingsmiddel.

6.Marktdeelnemers die het bemestingsproduct met CE-markering op de markt aanbieden, nemen de volgende bepalingen van deze verordening met betrekking tot de EU-conformiteitsverklaringen voor zowel het bemestingsproduct met CE-markering als het conforme agronomische toevoegingsmiddel in acht:

(a)artikel 6, lid 3 (verplichting van fabrikanten om de EU-conformiteitsverklaring te bewaren);

(b)artikel 7, lid 2, onder a) (verplichting van gemachtigden om de EU-conformiteitsverklaring te bewaren);

(c)artikel 8, lid 2 (verplichting van importeurs om erop toe te zien dat het bemestingsproduct met CE-markering vergezeld gaat van de EU-conformiteitsverklaring);

(d)artikel 8, lid 8 (verplichting van importeurs een kopie van de EU-conformiteitsverklaring ter beschikking van de markttoezichtautoriteiten te houden); en

(e)artikel 9, lid 2 (verplichting van distributeurs om te controleren of het bemestingsproduct met CE-markering vergezeld gaat van de EU-conformiteitsverklaring).

Bestanddelencategorie 9: nutriëntenpolymeren

1.Een bemestingsproduct met CE-markering mag polymeren bevatten die uitsluitend bestaan uit monomeren die voldoen aan de beschrijving in bestanddelencategorie 1, indien de polymerisatie tot doel heeft de afgifte van nutriënten uit een of meerdere van de monomeren te reguleren.

2.Ten minste drie vijfde van de polymeren moet oplosbaar zijn in warm water.

3.De polymeren mogen geen formaldehyde bevatten.

Bestanddelencategorie 10: andere polymeren dan nutriëntenpolymeren

1.Een bemestingsproduct met CE-markering mag andere polymeren dan nutriëntenpolymeren bevatten, maar uitsluitend in gevallen waarin het polymeer tot doel heeft om

(a)het doordringen van water in de nutriëntendeeltjes, en daarmee de afgifte van nutriënten, te reguleren (in welk geval het polymeer doorgaans als "bedekkingsmiddel" wordt aangeduid), of

(b)de vochtopnamecapaciteit van het bemestingsproduct met CE-markering te verhogen.

2.Met ingang van [Publications office, please insert the date occurring three years after the date of application of this Regulation] moet aan het volgende criterium worden voldaan: het polymeer moet langs fysische, biologische weg afgebroken kunnen worden, zodat het uiteindelijk grotendeels uiteenvalt in koolstofdioxide (CO2), biomassa en water. Ten minstens 90 % van de organische koolstof in het polymeer moet in maximaal 24 maanden worden omgezet in CO2 bij een test van de biologische afbreekbaarheid zoals beschreven onder a) - c) hieronder.

(a)De test wordt uitgevoerd bij 25 ± 2 °C.

(b)De test wordt uitgevoerd volgens een methode voor de bepaling van de totale aerobe biologische afbreekbaarheid van kunststoffen in de bodem door meting van het zuurstofverbruik of de hoeveelheid ontwikkelde koolstofdioxide.

(c)Een microkristallijn cellulosepoeder met dezelfde afmetingen als het testmateriaal wordt bij de test als referentiemateriaal gebruikt.

(d)Het testmateriaal mag vóór de test niet worden blootgesteld aan omstandigheden of procedés die zijn bedoeld om de afbraak van de film te versnellen, zoals blootstelling aan warmte of licht.

3.Noch het polymeer, noch de bijproducten van de afbraak ervan, mogen een nadelig algeheel effect vertonen op de gezondheid van mensen, dieren of planten, of op het milieu, onder redelijkerwijs te verwachten omstandigheden bij het gebruik ervan in het bemestingsproduct met CE-markering. Het polymeer moet een test op de acute toxiciteit voor plantengroei, een test op de acute toxiciteit voor regenwormen en een test op remming van de nitrificatie met in de bodem levende micro-organismen doorstaan, overeenkomstig de volgende voorschriften:

(a)bij de test op de acute toxiciteit voor plantengroei bedragen de kiemkracht en de plantaardige biomassa van een geteste plantensoort die wordt geteeld op de aan het testmateriaal blootgestelde bodem meer dan 90 % van de kiemkracht en de plantaardige biomassa van dezelfde plantensoort die wordt geteeld op de overeenkomstige, niet aan het testmateriaal blootgestelde blancobodem;

(b)de resultaten worden slechts dan als geldig beschouwd als in de controles (d.w.z. voor de blancobodem):

ten minste 70 % van de zaailingen tot wasdom komt;

de zaailingen geen zichtbare fytotoxische effecten vertonen (bv. chlorose, necrose, verwelking, vervormingen van bladeren en stengels) en de planten uitsluitend een voor de betrokken soort normale variatie in groei en morfologie vertonen;

de gemiddelde overleving van de opgekomen controlezaailingen gedurende de studie ten minste 90 % bedraagt; en

de omgevingsomstandigheden voor een bepaalde soort identiek zijn en de groeimedia dezelfde hoeveelheid bodemmatrix, dragermedia, of substraat uit dezelfde bron bevatten;

(c)bij de test op de acute toxiciteit voor regenwormen wijken de geconstateerde sterfte en de biomassa van overlevende wormen in een aan het testmateriaal blootgestelde bodem niet meer dan 10 % af ten opzichte van de resultaten verkregen met de overeenkomstige, niet aan het testmateriaal blootgestelde blancobodem. De resultaten worden als geldig beschouwd, indien

het sterftepercentage in de controle (d.w.z. voor de blancobodem) < 10 % bedraagt, en

het gemiddelde verlies aan biomassa (gemiddelde gewicht) van de wormen in de blancobodem niet meer dan 20 % bedraagt;

(d)bij de test op remming van de nitrificatie met in de bodem levende micro-organismen bedraagt de nitrietvorming in een aan het testmateriaal blootgestelde bodem meer dan 90 % van die in de overeenkomstige, niet aan het testmateriaal blootgestelde blancobodem. De resultaten worden als geldig beschouwd, indien het verschil tussen identieke controlemonsters (blancobodem) en testmonsters minder dan ± 20 % bedraagt.

Bestanddelencategorie 11: bepaalde dierlijke bijproducten

Een bemestingsproduct met CE-markering mag dierlijke bijproducten in de zin van Verordening (EG) nr. 1069/2009 bevatten die het eindpunt in de productieketen hebben bereikt, zoals overeenkomstig die verordening bepaald, en die in de onderstaande tabel zijn opgenomen en gespecificeerd:

BIJLAGE III
Etiketteringsvoorschriften

In deze bijlage worden de etiketteringsvoorschriften voor bemestingsproducten met CE-markering vastgesteld. De in de delen 2 en 3 van deze bijlage vastgestelde voorschriften voor een bepaalde productfunctiecategorie, zoals omschreven in bijlage I, zijn van toepassing op de bemestingsproducten met CE-markering in alle subcategorieën van die productfunctiecategorie.

Deel I
Algemene etiketteringsvoorschriften

1.De overeenkomstig deze verordening voorgeschreven gegevenselementen worden duidelijk van eventuele andere gegevenselementen gescheiden.

2.De volgende gegevenselementen worden verstrekt:

(a)de aanduiding van de productfunctiecategorie, zoals vermeld in deel I van bijlage I;

(b)de hoeveelheid van het bemestingsproduct met CE-markering, uitgedrukt als massa of volume;

(c)instructies voor het beoogde gebruik, met inbegrip van de beoogde dosering en doelplanten;

(d)alle relevante informatie over aanbevolen maatregelen voor het beheer van risico's voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, de veiligheid of het milieu; en

(e)een beschrijving van alle bestanddelen die meer dan 5 gewichtsprocent van het product uitmaken, in aflopende volgorde van grootte drooggewicht, met inbegrip van een aanduiding van de desbetreffende bestanddelencategorieën zoals bedoeld in bijlage II.

3.Indien bij de conformiteitsbeoordelingsprocedure een aangemelde instantie betrokken is geweest, wordt het identificatienummer van de aangemelde instantie aangegeven.

4.Indien het bemestingsproduct met CE-markering dierlijke bijproducten in de zin van Verordening (EG) nr. 1069/2009 bevat, met uitzondering van mest, wordt het voorzien van de volgende instructie voor de gebruiker: "Landbouwhuisdieren mogen niet worden gevoerd, hetzij rechtstreeks, hetzij door grazen, met groenvoer afkomstig van land waarop het product is toegepast, tenzij het maaien of grazen plaatsvindt na het verstrijken van een wachttermijn van ten minste 21 dagen.".

5.Indien het bemestingsproduct met CE-markering een stof bevat waarvoor maximumresidugehalten voor levensmiddelen en diervoeders zijn vastgesteld overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 315/93, Verordening (EG) nr. 396/2005, Verordening (EG) nr. 470/2009 of Richtlijn 2002/32/EG, moeten de in punt 2, onder c), bedoelde instructies ervoor zorgen dat het beoogde gebruik van het bemestingsproduct met CE-markering niet leidt tot een overschrijding van die grenswaarden in levensmiddelen of diervoeders.

6.De aanduiding van een productfunctiecategorie, zoals vermeld in bijlage I, mag niet worden aangegeven op een bemestingsproduct met CE-markering dat niet overeenkomstig deze verordening met succes is onderworpen aan een conformiteitsbeoordeling voor die productfunctiecategorie.

7.Andere gegevenselementen dan die welke krachtens de punten 2-6 vereist zijn

(a)mogen de gebruiker niet misleiden, bijvoorbeeld door eigenschappen toe te schrijven aan het product die het niet bezit, of door te suggereren dat het product unieke eigenschappen heeft terwijl soortgelijke producten die ook hebben;

(b)moeten betrekking hebben op toetsbare factoren; en

(c)mogen geen claims als "duurzaam" of "milieuvriendelijk" bevatten, tenzij dergelijke claims objectief kunnen worden getoetst aan algemeen erkende richtsnoeren, normen of regelingen.

8.De vermelding "chloorarm" of een vergelijkbare vermelding mag alleen worden gebruikt indien het gehalte aan chloor (Cl-) kleiner is dan 30 g/kg.

Deel II
Productspecifieke etiketteringsvoorschriften

Productfunctiecategorie 1: meststof

1.Het gehalte stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K) wordt uitsluitend aangegeven indien die nutriënten in het bemestingsproduct met CE-markering aanwezig zijn in de in bijlage I voor de desbetreffende productfunctiecategorie vastgestelde minimumhoeveelheid.

2.De volgende regels zijn van toepassing op meststoffen die nitrificatie- of ureaseremmers bevatten, zoals beschreven in de punten 3 en 4 van bestanddelencategorie 8 in bijlage II:

(a)op het etiket wordt het woord "nitrificatieremmer" of "ureaseremmer" vermeld, naar gelang van het geval, alsmede het identificatienummer van de aangemelde instantie die de conformiteitsbeoordeling van de nitrificatieremmer of de ureaseremmer heeft onderzocht;

(b)het gehalte aan nitrificatieremmer wordt uitgedrukt als massapercentage van de totale stikstof (N) in de vorm van ammoniumstikstof (NH4+) en ureumstikstof (CH4N2O);

(c)het gehalte aan ureaseremmer wordt uitgedrukt als massapercentage van de totale stikstof (N) in de vorm van ureumstikstof (CH4N2O):

(d)er wordt technische informatie verstrekt die de gebruiker in staat stelt de hoeveelheden en de momenten van toediening voor het verbouwde gewas te bepalen.

Productfunctiecategorie 1 A): organische meststof

De volgende gegevenselementen moeten aanwezig zijn:

(a)de aangegeven nutriënten stikstof (N), fosfor (P), of kalium (K), in de volgorde van hun chemische symbolen N-P-K;

(b)de aangegeven nutriënten magnesium (Mg), calcium (Ca), zwavel (S), of natrium (Na), in de volgorde van hun chemische symbolen Mg-Ca-S-Na;

(c)een getalsmatige aanduiding van het totale gehalte aan de aangegeven nutriënten stikstof (N), fosfor (P), of kalium (K), gevolgd door een getalsmatige aanduiding tussen haakjes van het totale gehalte aan magnesium (Mg), calcium (Ca), zwavel (S), of natrium (Na),

(d)het gehalte aan de volgende aangegeven nutriënten en andere parameters, in de onderstaande volgorde en als massapercentage van de meststof:

totaal stikstof (N);

minimumhoeveelheid organische stikstof (N), gevolgd door een beschrijving van de herkomst van het gebruikte organische materiaal;

stikstof (N) in de vorm van ammoniumstikstof;

totaal fosforpentoxide (P2O5);

totaal kaliumoxide (K2O);

magnesiumoxide (MgO), calciumoxide (CaO), zwaveltrioxide (SO3) en natriumoxide (Na2O), uitgedrukt als

alleen het in water oplosbare gehalte, indien die nutriënten volledig oplosbaar zijn in water;

het totale gehalte en het in water oplosbare gehalte; indien het oplosbare gehalte van die nutriënten ten minste een kwart bedraagt van het totale gehalte aan die nutriënten; en

het totale gehalte, in andere gevallen;

totaal koper (Cu) en zink (Zn), indien respectievelijk meer dan 200 en 600 mg/kg droge stof;

organische koolstof (C); en

droge stof.

Productfunctiecategorie 1 B): organisch-minerale meststof

1.De volgende gegevenselementen met betrekking tot macronutriënten moeten aanwezig zijn:

(a)de aangegeven nutriënten stikstof (N), fosfor (P), of kalium (K), in de volgorde van hun chemische symbolen N-P-K;

(b)de aangegeven nutriënten magnesium (Mg), calcium (Ca), zwavel (S), of natrium (Na), in de volgorde van hun chemische symbolen Mg-Ca-S-Na;

(c)een getalsmatige aanduiding van het totale gehalte aan de aangegeven nutriënten stikstof (N), fosfor (P), of kalium (K), gevolgd door een getalsmatige aanduiding tussen haakjes van het totale gehalte aan magnesium (Mg), calcium (Ca), zwavel (S), of natrium (Na);

(d)het gehalte aan de volgende aangegeven nutriënten, in de onderstaande volgorde en als massapercentage van de meststof:

totaal stikstof (N);

minimumhoeveelheid organische stikstof (N), gevolgd door een beschrijving van de herkomst van het gebruikte organische materiaal;

stikstof (N) in de vorm van nitraatstikstof;

stikstof (N) in de vorm van ammoniumstikstof;

stikstof (N) in de vorm van ureumstikstof;

totaal fosforpentoxide (P2O5);

in water oplosbaar fosforpentoxide (P2O5);

in neutraal ammoniumcitraat oplosbaar fosforpentoxide (P2O5);

indien zachte natuurfosfaat aanwezig is, in mierenzuur oplosbaar fosforpentoxide (P2O5);

totaal kaliumoxide (K2O);

in water oplosbaar kaliumoxide (K2O);

magnesiumoxide (MgO), calciumoxide (CaO), zwaveltrioxide (SO3) en natriumoxide (Na2O), uitgedrukt als

alleen het in water oplosbare gehalte, indien die nutriënten volledig oplosbaar zijn in water;

het totale gehalte en het in water oplosbare gehalte; indien het oplosbare gehalte van die nutriënten ten minste een kwart bedraagt van het totale gehalte aan die nutriënten;

het totale gehalte, in andere gevallen, en

(e)indien ureum (CH4N2O) aanwezig is, informatie over de mogelijke effecten op de luchtkwaliteit van de uitstoot van ammoniak als gevolg van het gebruik van de meststof, en een verzoek aan de gebruikers om geschikte saneringsmaatregelen te treffen.

2.De volgende andere gegevenselementen worden vermeld als massapercentage van het bemestingsproduct met CE-markering:

gehalte organische koolstof (C); en

gehalte droge stof.

Productfunctiecategorie 1 B) I): vaste organisch-minerale meststof

Indien een of meer van de micronutriënten boor (B), kobalt (Co), koper (Cu), ijzer (Fe), mangaan (Mn), molybdeen (Mo) en zink (Zn) aanwezig zijn in het minimumgehalte zoals in onderstaande tabel als massapercentage vermeld,

worden zij aangegeven indien zij doelbewust aan het bemestingsproduct met CE-markering zijn toegevoegd, en

mogen zij worden aangegeven in andere gevallen:

Micronutriënt

Bestemd voor gebruik op gewassen en grasland

Bestemd voor gebruik in de tuinbouw

Boor (B)

0,01

0,01

Kobalt (Co)

0,002

n.v.t.

Koper (Cu)

0,01

0,002

IJzer (Fe)

0,5

0,02

Mangaan (Mn)

0,1

0,01

Molybdeen (Mo)

0,001

0,001

Zink

0,01

0,002

Zij worden aangegeven na de gegevens over macronutriënten. De volgende gegevenselementen moeten aanwezig zijn:

(a)vermelding van de benamingen en chemische symbolen van de aangegeven micronutriënten, in deze volgorde: boor (B), kobalt (Co), koper (Cu), ijzer (Fe), mangaan (Mn), molybdeen (Mo) en zink (Zn), gevolgd door de benaming(en) van hun tegenion(en).

(b)het totale gehalte micronutriënten, uitgedrukt als massapercentage van de meststof

alleen als het in water oplosbare gehalte, indien die nutriënten volledig oplosbaar zijn in water;

als het totale gehalte en het in water oplosbare gehalte; indien het oplosbare gehalte van die nutriënten ten minste een kwart bedraagt van het totale gehalte aan die nutriënten; en

als het totale gehalte, in andere gevallen;

(c)indien de aangegeven micronutriënt(en) zijn gecheleerd door middel van (een) chelaatvormer(s), de volgende kwalificatie na de benaming en de chemische aanduiding van de micronutriënt:

"chelaatvormer: ..." benaming of afkorting van de chelaatvormer, en de hoeveelheid micronutriënt in chelaatvorm als massapercentage van het bemestingsproduct met CE-markering;

(d)indien het bemestingsproduct met CE-markering micronutriënt(en) bevat die door middel van (een) complexvormer(s) zijn gecomplexeerd:

de volgende kwalificatie na de benaming en de chemische aanduiding van de micronutriënt: "complexvormer: ..." en de hoeveelheid micronutriënt in complexvorm als massapercentage van het bemestingsproduct met CE-markering; en

de benaming van de complexvormer of de afkorting daarvan;

(e)de volgende vermelding: "Alleen te gebruiken in geval van duidelijke behoefte. De juiste dosering niet overschrijden.".

Productfunctiecategorie 1 B) II): vloeibare organisch-minerale meststof

Indien een of meer van de micronutriënten boor (B), kobalt (Co), koper (Cu), ijzer (Fe), mangaan (Mn), molybdeen (Mo) en zink (Zn) aanwezig zijn in het minimumgehalte zoals in onderstaande tabel als massapercentage vermeld,

worden zij aangegeven indien zij doelbewust aan het bemestingsproduct met CE-markering zijn toegevoegd, en

mogen zij worden aangegeven in andere gevallen:

Micronutriënt

Massapercentage

Boor (B)

0,01

Kobalt (Co)

0,002

Koper (Cu)

0,002

IJzer (Fe)

0,02

Mangaan (Mn)

0,01

Molybdeen (Mo)

0,001

Zink

0,002

Zij worden aangegeven na de gegevens over macronutriënten. De volgende gegevenselementen moeten aanwezig zijn:

(a)vermelding van de benamingen en chemische symbolen van de aangegeven micronutriënten, in deze volgorde: boor (B), kobalt (Co), koper (Cu), ijzer (Fe), mangaan (Mn), molybdeen (Mo) en zink (Zn), gevolgd door de benaming(en) van hun tegenion(en).

(b)het totale gehalte micronutriënten, uitgedrukt als massapercentage van de meststof

alleen als het in water oplosbare gehalte, indien die nutriënten volledig oplosbaar zijn in water;

als het totale gehalte en het in water oplosbare gehalte; indien het oplosbare gehalte van die nutriënten ten minste een kwart bedraagt van het totale gehalte aan die nutriënten; en

als het totale gehalte, in andere gevallen;

(c)indien de aangegeven micronutriënt(en) zijn gecheleerd door middel van (een) chelaatvormer(s), de volgende kwalificatie na de benaming en de chemische aanduiding van de micronutriënt:

"chelaatvormer: ..." benaming of afkorting van de chelaatvormer, en de hoeveelheid micronutriënt in chelaatvorm als massapercentage van het bemestingsproduct met CE-markering;

(d)indien het bemestingsproduct met CE-markering micronutriënt(en) bevat die door middel van (een) complexvormer(s) zijn gecomplexeerd:

de volgende kwalificatie na de benaming en de chemische aanduiding van de micronutriënt: "complexvormer: ..." en de hoeveelheid micronutriënt in complexvorm als massapercentage van het bemestingsproduct met CE-markering; en

de benaming van de complexvormer of de afkorting daarvan;

(e)de volgende vermelding: "Alleen te gebruiken in geval van duidelijke behoefte. De juiste dosering niet overschrijden.".

Productfunctiecategorie 1 C): anorganische meststof

Productfunctiecategorie 1 C) I): anorganische macronutriëntenmeststof

1.De volgende gegevenselementen met betrekking tot macronutriënten moeten aanwezig zijn:

(a)de aangegeven nutriënten stikstof (N), fosfor (P), of kalium (K), in de volgorde van hun chemische symbolen N-P-K;

(b)de aangegeven nutriënten magnesium (Mg), calcium (Ca), zwavel (S), of natrium (Na), in de volgorde van hun chemische symbolen Mg-Ca-S-Na;

(c)een getalsmatige aanduiding van het totale gehalte aan de aangegeven nutriënten stikstof (N), fosfor (P), of kalium (K), gevolgd door een getalsmatige aanduiding tussen haakjes van het totale gehalte aan magnesium (Mg), calcium (Ca), zwavel (S), of natrium (Na);

(d)het gehalte aan de volgende aangegeven nutriënten, in de onderstaande volgorde en als massapercentage van de meststof:

totaal stikstof (N);

stikstof (N) in de vorm van nitraatstikstof;

stikstof (N) in de vorm van ammoniumstikstof;

stikstof (N) in de vorm van ureumstikstof;

stikstof (N) uit ureumformaldehyde, isobutylideendiureum, crotonylideendiureum;

stikstof (N) uit cyaanamidestikstof;

totaal fosforpentoxide (P2O5);

in water oplosbaar fosforpentoxide (P2O5);

in neutraal ammoniumcitraat oplosbaar fosforpentoxide (P2O5);

indien zachte natuurfosfaat aanwezig is, in mierenzuur oplosbaar fosforpentoxide (P2O5);

in water oplosbaar kaliumoxide (K2O);

magnesiumoxide (MgO), calciumoxide (CaO), zwaveltrioxide (SO3) en natriumoxide (Na2O), uitgedrukt als

alleen het in water oplosbare gehalte, indien die nutriënten volledig oplosbaar zijn in water;

het totale gehalte en het in water oplosbare gehalte; indien het oplosbare gehalte van die nutriënten ten minste een kwart bedraagt van het totale gehalte aan die nutriënten; en

het totale gehalte, in andere gevallen, en

(e)indien ureum (CH4N2O) aanwezig is, informatie over de mogelijke effecten op de luchtkwaliteit van de uitstoot van ammoniak als gevolg van het gebruik van de meststof, en een verzoek aan de gebruikers om geschikte saneringsmaatregelen te treffen.

Productfunctiecategorie 1 C) I) a): Vaste anorganische macronutriëntenmeststof

1.De meststof wordt geëtiketteerd als

(a)"complex", indien elk deeltje alle aangegeven nutriënten in hun aangegeven gehalte bevat, en als

(b)"mix" in andere gevallen.

2.De korrelgrootteverdeling van de meststof wordt vermeld, uitgedrukt als het percentage van het product dat door een zeef met een bepaalde maaswijdte gaat.

3.De deeltjesvorm van het product wordt aangeduid met een van de volgende vermeldingen:

(a)granulaat,

(b)pellet,

(c)poeder, indien ten minste 90 % van het product door een zeef met een maaswijdte van 10 mm kan gaan, of

(d)pril.

4.Voor gecoate meststoffen worden de benaming van het (de) bedekkingsmiddel(en) vermeld, alsmede het percentage meststof dat met elk bedekkingsmiddel is gecoat, gevolgd door:

(a)de afgiftetijd, uitgedrukt in maanden, van de gecoate fractie(s), gevolgd door het percentage nutriënten dat gedurende deze tijdsduur door de afzonderlijke fracties wordt afgegeven;

(b)de benaming van het medium (oplosmiddel of substraat) dat bij de door de fabrikant uitgevoerde test voor de bepaling van de afgiftetijd is gebruikt;

(c)de temperatuur waarbij de test werd uitgevoerd;

(d)voor met polymeren gecoate meststoffen, het volgende opschrift: "De snelheid van de nutriëntenafgiftes kan variëren naar gelang de temperatuur van het substraat. Het kan nodig zijn de bemesting aan te passen"; en

(e)voor met zwavel (S) gecoate meststoffen en met zwavel (S)/polymeer gecoate meststoffen, het volgende opschrift: "De snelheid van de nutriëntenafgifte kan variëren naar gelang de temperatuur van het substraat en de biologische activiteit". Het kan nodig zijn de bemesting aan te passen".

5.Indien een of meer van de micronutriënten boor (B), kobalt (Co), koper (Cu), ijzer (Fe), mangaan (Mn), molybdeen (Mo) en zink (Zn) aanwezig zijn in het minimumgehalte zoals hieronder als massapercentage vermeld,

worden zij aangegeven indien zij doelbewust aan het bemestingsproduct met CE-markering zijn toegevoegd, en

mogen zij worden aangegeven in andere gevallen:

Micronutriënt

Bestemd voor gebruik op gewassen en grasland

Bestemd voor gebruik in de tuinbouw

Boor (B)

0,01

0,01

Kobalt (Co)

0,002

n.v.t.

Koper (Cu)

0,01

0,002

IJzer (Fe)

0,5

0,02

Mangaan (Mn)

0,1

0,01

Molybdeen (Mo)

0,001

0,001

Zink

0,01

0,002

Zij worden aangegeven na de gegevens over macronutriënten. De volgende gegevenselementen moeten aanwezig zijn:

(a)vermelding van de benamingen en chemische symbolen van de aangegeven micronutriënten, in deze volgorde: boor (B), kobalt (Co), koper (Cu), ijzer (Fe), mangaan (Mn), molybdeen (Mo) en zink (Zn), gevolgd door de benaming(en) van hun tegenion(en).

(b)het totale gehalte micronutriënten, uitgedrukt als massapercentage van de meststof

alleen als het in water oplosbare gehalte, indien die nutriënten volledig oplosbaar zijn in water;

als het totale gehalte en het in water oplosbare gehalte; indien het oplosbare gehalte van die nutriënten ten minste een kwart bedraagt van het totale gehalte aan die nutriënten; en

als het totale gehalte, in andere gevallen;

(c)indien de aangegeven micronutriënt(en) zijn gecheleerd door middel van (een) chelaatvormer(s), de volgende kwalificatie na de benaming en de chemische aanduiding van de micronutriënt:

"chelaatvormer: ..." benaming of afkorting van de chelaatvormer, en de hoeveelheid micronutriënt in chelaatvorm als massapercentage van het bemestingsproduct met CE-markering;

(d)indien het bemestingsproduct met CE-markering micronutriënt(en) bevat die door middel van (een) complexvormer(s) zijn gecomplexeerd:

de volgende kwalificatie na de benaming en de chemische aanduiding van de micronutriënt: "complexvormer: ..." en de hoeveelheid micronutriënt in complexvorm als massapercentage van het bemestingsproduct met CE-markering; en

de benaming van de complexvormer of de afkorting daarvan;

(e)de volgende vermelding: "Alleen te gebruiken in geval van duidelijke behoefte. De juiste dosering niet overschrijden.".

Productfunctiecategorie 1 C) I) b): Vloeibare anorganische macronutriëntenmeststof

1.Op het etiket wordt vermeld of de meststof zich in suspensie of in oplossing bevindt, waarbij

onder een suspensie een dispersie met twee fasen wordt verstaan, waarbij vaste deeltjes in de vloeibare fase gesuspendeerd blijven, en

onder een oplossing een vloeistof wordt verstaan die geen vaste deeltjes bevat.

2.Het gehalte nutriënten wordt vermeld als massapercentage of volumepercentage van het bemestingsproduct met CE-markering:

3.Indien een of meer van de micronutriënten boor (B), kobalt (Co), koper (Cu), ijzer (Fe), mangaan (Mn), molybdeen (Mo) en zink (Zn) aanwezig zijn in het minimumgehalte zoals hieronder als massapercentage vermeld,

worden zij aangegeven indien zij doelbewust aan het bemestingsproduct met CE-markering zijn toegevoegd, en

mogen zij worden aangegeven in andere gevallen:

Micronutriënt

Massapercentage

Boor (B)

0,01

Kobalt (Co)

0,002

Koper (Cu)

0,002

IJzer (Fe)

0,02

Mangaan (Mn)

0,01

Molybdeen (Mo)

0,001

Zink

0,002

Zij worden aangegeven na de gegevens over macronutriënten. De volgende gegevenselementen moeten aanwezig zijn:

(a)vermelding van de benamingen en chemische symbolen van de aangegeven micronutriënten, in deze volgorde: boor (B), kobalt (Co), koper (Cu), ijzer (Fe), mangaan (Mn), molybdeen (Mo) en zink (Zn), gevolgd door de benaming(en) van hun tegenion(en).

(b)het totale gehalte micronutriënten, uitgedrukt als massapercentage van de meststof

alleen als het in water oplosbare gehalte, indien die nutriënten volledig oplosbaar zijn in water;

als het totale gehalte en het in water oplosbare gehalte; indien het oplosbare gehalte van die nutriënten ten minste een kwart bedraagt van het totale gehalte aan die nutriënten; en

als het totale gehalte, in andere gevallen;

(c)indien de aangegeven micronutriënt(en) zijn gecheleerd door middel van (een) chelaatvormer(s), de volgende kwalificatie na de benaming en de chemische aanduiding van de micronutriënt:

"chelaatvormer: ..." benaming of afkorting van de chelaatvormer, en de hoeveelheid micronutriënt in chelaatvorm als massapercentage van het bemestingsproduct met CE-markering;

(d)indien het bemestingsproduct met CE-markering micronutriënt(en) bevat die door middel van (een) complexvormer(s) zijn gecomplexeerd:

de volgende kwalificatie na de benaming en de chemische aanduiding van de micronutriënt: "complexvormer: ..." en de hoeveelheid micronutriënt in complexvorm als massapercentage van het bemestingsproduct met CE-markering; en

de benaming van de complexvormer of de afkorting daarvan;

(e)de volgende vermelding: "Alleen te gebruiken in geval van duidelijke behoefte. De juiste dosering niet overschrijden.".

Productfunctiecategorie 1 C) II): Anorganische micronutriëntenmeststof

1.De aangegeven micronutriënten in het bemestingsproduct met CE-markering worden in de onderstaande volgorde vermeld met hun benamingen en chemische symbolen: boor (B), kobalt (Co), koper (Cu), ijzer (Fe), mangaan (Mn), molybdeen (Mo) en zink (Zn), gevolgd door de benaming(en) van hun tegenion(en).

2.Indien de aangegeven micronutriënt(en) zijn gecheleerd door middel van (een) chelaatvormer(s), en elke chelaatvormer kan worden geïdentificeerd en gekwantificeerd en ten minste 1 % van de in water oplosbare micronutriënt(en) cheleert, wordt de volgende kwalificatie toegevoegd na de benaming en de chemische aanduiding van de micronutriënt:

"chelaatvormer: ..." benaming of afkorting van de chelaatvormer, en de hoeveelheid micronutriënt in chelaatvorm als massapercentage van het bemestingsproduct met CE-markering.

3.Indien de aangegeven micronutriënt(en) zijn gecomplexeerd door middel van (een) complexvormer(s), wordt de volgende kwalificatie toegevoegd na de benaming en de chemische aanduiding van de micronutriënt:

"complexvormer: ..." en de hoeveelheid micronutriënt in complexvorm als massapercentage van het bemestingsproduct met CE-markering; en

de benaming van de complexvormer of de afkorting daarvan;

4.De volgende vermelding is aangebracht: "Alleen te gebruiken in geval van duidelijke behoefte. De juiste dosering niet overschrijden.".

Productfunctiecategorie 1 C) II) a): enkelvoudige anorganische micronutriëntenmeststof

1.Op het etiket wordt de desbetreffende typologie vermeldt, zoals bedoeld in de tabel onder productfunctiecategorie 1 C) II) a) in deel II van bijlage I.

2.het totale gehalte micronutriënten wordt uitgedrukt als massapercentage van de meststof

alleen als het in water oplosbare gehalte, indien de micronutriënt volledig oplosbaar is in water;

als het totale gehalte en het in water oplosbare gehalte; indien het oplosbare gehalte van de micronutriënt ten minste een kwart bedraagt van het totale gehalte aan die nutriënt; en

als het totale gehalte, in andere gevallen.

Productfunctiecategorie 1 C) II) b): samengestelde anorganische micronutriëntenmeststof

1.Micronutriënten mogen slechts worden aangegeven indien zij in de volgende hoeveelheden in de meststof aanwezig zijn:

Micronutriënt

Niet in chelaatvorm, niet in complexvorm

In chelaatvorm of complexvorm

Boor (B)

0,2

n.v.t.

Kobalt (Co)

0,02

0,02

Koper (Cu)

0,5

0,1

IJzer (Fe)

2

0,3

Mangaan (Mn)

0,5

0,1

Molybdeen (Mo)

0,02

n.v.t.

Zink

0,5

0,1

2.Indien de meststof zich in suspensie of in oplossing bevindt, bevat het etiket de vermelding "in suspensie" of "in oplossing", naar gelang van het geval.

3.het totale gehalte micronutriënten wordt uitgedrukt als massapercentage van de meststof

alleen als het in water oplosbare gehalte, indien de micronutriënten volledig oplosbaar zijn in water;

als het totale gehalte en het in water oplosbare gehalte; indien het oplosbare gehalte van de micronutriënten ten minste de helft bedraagt van het totale gehalte aan die nutriënten; en

als het totale gehalte, in andere gevallen.

Productfunctiecategorie 2: kalkmeststof

De volgende parameters worden vermeld in de onderstaande volgorde:

neutraliserende waarde;

korrelgrootteverdeling, uitgedrukt als een percentage van het product dat door een zeef met een bepaalde maaswijdte gaat;

totaal CaO, uitgedrukt als massapercentage van het bemestingsproduct met CE-markering;

totaal MgO, uitgedrukt als massapercentage van het bemestingsproduct met CE-markering;

reactiviteit, behalve voor calciumoxide (ongebluste kalk) en calciumhydroxide (gebluste kalk); en

voor slakken en carbonaten van natuurlijke oorsprong: methode voor bepaling van de reactiviteit.

Productfunctiecategorie 3: bodemverbeteraar

De volgende parameters worden aangegeven in de onderstaande volgorde en uitgedrukt als massapercentage van het bemestingsproduct met CE-markering:

droge stof;

gehalte organische koolstof (C);

totaal gehalte stikstof (N);

totaal gehalte fosforpentoxide (P2O5);

totaal gehalte kaliumoxide (K2O);

totaal gehalte koper (Cu) en zink (Zn), indien respectievelijk meer dan 200 en 600 mg/kg droge stof; en

pH.

Productfunctiecategorie 4: groeimedium

De parameters worden in deze volgorde vermeld:

elektrische geleidbaarheid, behalve voor minerale wol;

pH;

hoeveelheid

voor minerale wol, uitgedrukt in aantal stuks en de drie dimensies lengte, hoogte en breedte,

voor andere voorgevormde groeimedia, uitgedrukt als de omvang in ten minste twee dimensies, en

voor andere groeimedia, uitgedrukt als het totale volume;

behalve voor voorgevormde groeimedia, hoeveelheid uitgedrukt als volume van materialen met een deeltjesgrootte van meer dan 60 mm;

totaal stikstof (N);

totaal fosforpentoxide (P2O5); en

totaal kaliumoxide (K2O).

Productfunctiecategorie 5: agronomisch toevoegingsmiddel

Op deze productfunctiecategorie zijn alleen de algemene etiketteringsvoorschriften van toepassing.

Productfunctiecategorie 6: biostimulant voor planten

De volgende gegevenselementen moeten aanwezig zijn:

(a)fysieke vorm;

(b)productie- en vervaldatum;

(c)opslagomstandigheden;

(d)toepassingsmethode(n);

(e)dosis, tijdschema (ontwikkelingsstadium plant) en frequentie van de toepassing;

(f)aangegeven effect voor elke doelplant; en

(g)alle relevante instructies in verband met de werkzaamheid van het product, met inbegrip van bodembeheerpraktijken, chemische bemesting, onverenigbaarheid met gewasbeschermingsmiddelen, aanbevelingen voor afmetingen van sproeiers en spuitdruk.

Productfunctiecategorie 6 A): Microbiële biostimulant voor planten

Het etiket moet de volgende vermelding bevatten: "Micro-organismen kunnen potentieel sensibilisatiereacties uitlokken".

Productfunctiecategorie 7: bemestingsproductenblend

Alle etiketteringsvoorschriften voor alle samenstellende bemestingsproducten met CE-markering gelden voor de bemestingsproductenblend met CE-markering, en worden uitgedrukt met betrekking tot de uiteindelijke bemestingsproductenblend met CE-markering.

Deel 3
Tolerantieregels

1.Het aangegeven gehalte aan nutriënten of de aangegeven fysisch-chemische eigenschappen van een bemestingsproduct met CE-markering mag slechts van de werkelijke waarde afwijken volgens de in dit deel vastgestelde toleranties voor de desbetreffende productfunctiecategorie. De toleranties zijn bedoeld om rekening te houden met afwijkingen bij de fabricage, bemonstering en analyse.

2.De toegelaten toleranties ten opzichte van de in dit deel vermelde aangegeven parameters zijn negatieve en positieve waarden, uitgedrukt als massapercentage.

3.De fabrikant, importeur of distributeur mag niet stelselmatig een beroep doen op de toleranties.

4.In afwijking van punt 1 mag het werkelijke gehalte in een bemestingsproduct met CE-markering van een bestanddeel waarvoor in bijlage I of bijlage II een minimum- of maximumgehalte is vastgesteld, nooit lager dan het minimumgehalte of hoger dan het maximumgehalte zijn.

Productfunctiecategorie 1: meststof

Productfunctiecategorie 1 A): organische meststof

Toegestane toleranties voor het aangegeven gehalte nutriënten en andere aangegeven parameters

Organische koolstof (C)

± 20 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,0 procentpunten in absolute termen

Gehalte droge stof

± 5,0 procentpunten in absolute termen

Totaal stikstof (N)

± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Organische stikstof (N)

± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Totaal fosforpentoxide (P2O5)

± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Totaal kaliumoxide (K2O)

± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Totaal en in water oplosbare magnesiumoxide, calciumoxide, zwaveltrioxide of natriumoxide

± 25 % van het aangegeven gehalte aan die nutriënten tot maximaal 1,5 procentpunten in absolute termen

Totaal koper (Cu)

± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,5 procentpunten in absolute termen

Totaal zink (Zn)

± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,0 procentpunten in absolute termen

Hoeveelheid

- 5 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde

Productfunctiecategorie 1 B): organisch-minerale meststof

Toegestane toleranties voor het aangegeven gehalte aan vormen van anorganische macronutriënt

N

P2O5

K2O

MgO

CaO

SO3 

Na2O

± 25 % van het aangegeven gehalte aan de aanwezige vormen van de nutriënten tot maximaal 2 procentpunten in absolute termen

± 25 % van het aangegeven gehalte aan die nutriënten tot maximaal 1,5 procentpunten in absolute termen

± 25 % van het aangegeven gehalte tot maximaal 0,9 procentpunten in absolute termen

Micronutriëntenmeststoffen

Toegestane toleranties voor het aangegeven gehalte aan vormen van micronutriënt

Concentratie lager dan of gelijk aan 2 %

± 20 % van de aangegeven waarde

Concentratie tussen 2,1 en 10 %

± 0,3 procentpunten in absolute termen

Concentratie hoger dan 10 %

± 1,0 procentpunten in absolute termen

Organische koolstof: ± 20 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,0 procentpunten in absolute termen

Organische stikstof: ± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Totaal koper (Cu)    ± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,5 procentpunten in absolute termen

Totaal zink (Zn)    ± 50 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,0 procentpunten in absolute termen

Gehalte droge stof: ± 5,0 procentpunten in absolute termen

Hoeveelheid: - 5 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde

Productfunctiecategorie 1 C): anorganische meststof

Productfunctiecategorie 1 C) I): anorganische macronutriëntenmeststof

Toegestane toleranties voor het aangegeven gehalte aan vormen van macronutriënt

N

P2O5

K2O

MgO

CaO

SO3 

Na2O

± 25 % van het aangegeven gehalte aan de aanwezige vormen van de nutriënten tot maximaal 2 procentpunten in absolute termen

± 25 % van het aangegeven gehalte aan die nutriënten tot maximaal 1,5 procentpunten in absolute termen

± 25 % van het aangegeven gehalte tot maximaal 0,9 procentpunten in absolute termen

Korrelgrootteverdeling: ± 10 % relatieve afwijking, toe te passen op het aangegeven percentage materiaal dat door een zeef met een bepaalde maaswijdte gaat.

Hoeveelheid: ± 5 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde

Productfunctiecategorie 1 C) II): anorganische micronutriëntenmeststof

Micronutriëntenmeststoffen

Toegestane toleranties voor het aangegeven gehalte aan vormen van micronutriënt

Concentratie lager dan of gelijk aan 2 %

± 20 % van de aangegeven waarde

Concentratie tussen 2,1 en 10 %

± 0,3 procentpunten in absolute termen

Concentratie hoger dan 10 %

± 1,0 procentpunten in absolute termen

Hoeveelheid: ± 5 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde

Productfunctiecategorie 2: kalkmeststof

Toegestane toleranties voor de aangegeven parameter

Neutraliserende waarde

± 3

Korrelgrootteverdeling

± 10 % relatieve afwijking, toe te passen op het aangegeven percentage materiaal dat door een zeef met een bepaalde maaswijdte gaat.

Totaal calciumoxide

± 3 procentpunten in absolute termen

Totaal magnesiumoxide

Concentratie lager dan 8 %

Concentraties tussen 8 en 16 %

Concentratie hoger dan of gelijk aan 16 %

± 1,0 procentpunten in absolute termen

± 2,0 procentpunten in absolute termen

± 3,0 procentpunten in absolute termen

Reactiviteit

± 15 procentpunten in absolute termen

Hoeveelheid

- 5 % relatieve afwijking, toe te passen op de aangegeven waarde

Productfunctiecategorie 3: bodemverbeteraar

Vormen van de aangegeven nutriënt en andere aangegeven kwaliteitscriteria

Toegestane toleranties voor de aangegeven parameter

pH

± 0,7 ten tijde van de vervaardiging

± 1,0 op enig moment in de distributieketen

Organische koolstof (C)

± 10 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Totaal stikstof (N)

± 20 % relatieve afwijking tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Totaal fosforpentoxide (P2O5)

± 20 % relatieve afwijking tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Totaal kaliumoxide (K2O)

± 20 % relatieve afwijking tot maximaal 1,0 procentpunten in absolute termen

Droge stof

± 10 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde

Hoeveelheid

- 5 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde, ten tijde van de vervaardiging

± 25 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde, op enig moment in de distributieketen

Organische koolstof (C) / organische stikstof (N)

± 20 % relatieve afwijking van de aangegeven waarde tot maximaal 2,0 procentpunten in absolute termen

Korrelgrootteverdeling

± 10 % relatieve afwijking, toe te passen op het aangegeven percentage materiaal dat door een zeef met een bepaalde maaswijdte gaat.

Productfunctiecategorie 4: groeimedium

Vormen voor de aangegeven nutriënt en andere aangegeven kwaliteitscriteria

Toegestane toleranties voor de aangegeven parameter

elektrische geleidbaarheid

± 50 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

± 75 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

pH

± 0,7 ten tijde van de vervaardiging

± 1,0 op enig moment in de distributieketen

hoeveelheid, uitgedrukt als volume (liter of m³)

- 5 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

- 25 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

Bepaling van hoeveelheid (volume) van materialen met een deeltjesgrootte van meer dan 60 mm

- 5 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

- 25 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

Bepaling van hoeveelheid (volume) van voorgevormde groeimedia

- 5 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

- 25 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

In water oplosbare stikstof (N)

± 50 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

± 75 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

In water oplosbaar fosforpentoxide (P2O5),

± 50 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

± 75 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

In water oplosbaar kaliumoxide (K2O)

± 50 % relatieve afwijking ten tijde van de vervaardiging

± 75 % relatieve afwijking op enig moment in de distributieketen

Productfunctiecategorie 6: biostimulant voor planten

Aangegeven gehalte in g/kg of g/l bij 20 °C

Toegestane tolerantie

Tot en met 25

± 15 % relatieve afwijking voor productfunctiecategorie 6

± 15 % relatieve afwijking wanneer biostimulanten voor planten worden geblend met andere bemestingsproducten, overeenkomstig productfunctiecategorie 7

> 25 tot en met 100

± 10 % relatieve afwijking

> 100 tot en met 250

± 6 % relatieve afwijking

> 250 tot en met 500

± 5 % relatieve afwijking

Meer dan 500

± 25 g/kg of ± 25 g/l

BIJLAGE IV
Conformiteitsbeoordelingsprocedures

Deel 1
Toepasselijkheid van de conformiteitsbeoordelingsprocedures

In dit deel wordt de toepasselijkheid van de in deel 2 van deze bijlage beschreven conformiteitsbeoordelingsproceduremodules voor bemestingsproducten met CE-markering vastgesteld, afhankelijk van hun bestanddelencategorieën overeenkomstig bijlage II en hun productfunctiecategorieën overeenkomstig bijlage I.

1.Toepasselijkheid van interne productiecontrole (module A)

1.Module A kan worden gebruikt voor een bemestingsproduct met CE-markering dat uitsluitend bestaat uit een of meerdere

(a)stoffen en mengsels als primair materiaal zoals beschreven in bestanddelencategorie 1,

(b)digestaten van energiegewassen zoals beschreven in bestanddelencategorie 4,

(c)bijproducten van de levensmiddelenindustrie zoals beschreven in bestanddelencategorie 6,

(d)micro-organismen zoals beschreven in bestanddelencategorie 7,

(e)agronomische toevoegingsmiddelen zoals beschreven in bestanddelencategorie 8,

(f)nutriëntenpolymeren zoals beschreven in bestanddelencategorie 9.

2.Module A kan ook worden gebruikt voor een bemestingsproductenblend zoals beschreven in productfunctiecategorie 7.

3.In afwijking van de punten 1 en 2, mag module A niet worden gebruikt voor

(a)een enkelvoudige of samengestelde vaste anorganische macronutriëntenmeststof op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte, zoals beschreven in productfunctiecategorie 1 C) I) a) i-ii) A), of een bemestingsproductenblend dat een dergelijk product bevat;

(b)een nitrificatieremmer zoals beschreven in productfunctiecategorie 5 A) I),

(c)een ureaseremmer zoals beschreven in productfunctiecategorie 5 A) II), of

(d)een biostimulant voor planten zoals beschreven in productfunctiecategorie 6.

2.Toepasselijkheid van interne productiecontrole plus producttests onder toezicht (module A1)

Module A1 wordt gebruikt voor een enkelvoudige of samengestelde vaste anorganische macronutriëntenmeststof op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte, zoals beschreven in productfunctiecategorie 1 C) I) a) iii) A), en voor een bemestingsproductenblend, zoals beschreven in productfunctiecategorie 7, die een dergelijk product bevat.

3.Toepasselijkheid van EU-typeonderzoek (module B) en conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole (module C)

1.Module B, in combinatie met module C, kan worden gebruikt voor een bemestingsproduct met CE-markering dat uitsluitend bestaat uit een of meerdere

(a)niet-bewerkte of mechanisch bewerkte planten, delen van planten of plantenextracten zoals beschreven in bestanddelencategorie 2,

(b)andere polymeren dan nutriëntenpolymeren zoals beschreven in bestanddelencategorie 10,

(c)bepaalde dierlijke bijproducten zoals beschreven in bestanddelencategorie 11, of

(d)bestanddelencategorieën die voor module A in aanmerking komen op grond van punt 1 van rubriek 1 betreffende de toepasselijkheid van die module.

2.Module B en module C kunnen ook worden gebruikt voor

(a)een nitrificatieremmer zoals beschreven in productfunctiecategorie 5 A) I),

(b)een ureaseremmer zoals beschreven in productfunctiecategorie 5 A) II),

(c)een biostimulant voor planten zoals beschreven in productfunctiecategorie 6, en

(d)een product dat voor module A in aanmerking komt op grond van punt 2 van rubriek 1 betreffende de toepasselijkheid van die module.

3.In afwijking van de punten 1 en 2 hierboven mogen module B en module C niet worden gebruikt voor een enkelvoudige of samengestelde vaste anorganische macronutriëntenmeststof op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte, zoals beschreven in productfunctiecategorie 1 C) I) a) i-ii) A), of een bemestingsproductenblend die een dergelijk product bevat.

4.Toepasselijkheid van kwaliteitsborging van het productieproces (module D1)

1.Module D1 kan voor alle bemestingsproducten met CE-markering worden gebruikt.

2.In afwijking van punt 1 hierboven mag module D1 niet worden gebruikt voor een enkelvoudige of samengestelde vaste anorganische macronutriëntenmeststof op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte, zoals beschreven in productfunctiecategorie 1 C) I) a) i-ii) A), of een bemestingsproductenblend die een dergelijk product bevat.

Deel 2
Beschrijving van de conformiteitsbeoordelingsprocedures

Module A – Interne productiecontrole

1.Beschrijving van de module

1.Met "interne productiecontrole" wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant de verplichtingen in de rubrieken 2, 3 en 4 hieronder nakomt en op eigen verantwoording garandeert en verklaart dat de betrokken bemestingsproducten met CE-markering aan de toepasselijke eisen van deze verordening voldoen.

2.Technische documentatie

2.1De fabrikant stelt de technische documentatie samen. Aan de hand van deze documentatie moet kunnen worden beoordeeld of het bemestingsproduct met CE-markering aan de relevante eisen voldoet; zij omvat een adequate risicoanalyse en beoordeling.

2.2In de technische documentatie worden de toepasselijke eisen vermeld; zij heeft, voor zover relevant voor de beoordeling, betrekking op het ontwerp, de fabricage en het gebruik van het bemestingsproduct met CE-markering. De technische documentatie bevat ten minste het volgende:

(a)een algemene beschrijving van het bemestingsproduct met CE-markering,

(b)ontwerp- en fabricagetekeningen alsmede schema's,

(c)beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van die tekeningen en schema's en van het gebruik van het bemestingsproduct met CE-markering,

(d)een lijst van de geheel of gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, en indien de geharmoniseerde normen niet zijn toegepast, een beschrijving van de wijze waarop aan de essentiële eisen van deze verordening is voldaan, inclusief een lijst van gemeenschappelijke specificaties of andere relevante technische specificaties die zijn toegepast. Bij gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen wordt in de technische documentatie gespecificeerd welke delen zijn toegepast;

(e)de resultaten van uitgevoerde ontwerpberekeningen, onderzoeken enz.; en

(f)testverslagen.

3.Fabricage

3.De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricage- en controleproces waarborgt dat de vervaardigde bemestingsproducten met CE-markering conform zijn met de in rubriek 2 hierboven bedoelde technische documentatie en met de toepasselijke eisen van deze verordening.

4.CE-markering, EU-conformiteitsverklaring

4.1.De fabrikant brengt de CE-markering aan op elk afzonderlijk bemestingsproduct dat voldoet aan de toepasselijke eisen van deze verordening.

4.2.De fabrikant stelt voor elke partij bemestingsproduct met CE-markering een EU-conformiteitsverklaring op en houdt deze verklaring, samen met de technische documentatie, gedurende tien jaar na het in de handel brengen van het bemestingsproduct met CE-markering ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de conformiteitsverklaring wordt het bemestingsproduct met CE-markering beschreven.

4.3.Bij elk bemestingsproduct met CE-markering wordt een kopie van de EU-conformiteitsverklaring gevoegd.

5.Gemachtigde

5.De in rubriek 4 hierboven vervatte verplichtingen van de fabrikant kunnen namens hem of haar en onder zijn of haar verantwoordelijkheid worden vervuld door zijn of haar gemachtigde, op voorwaarde dat dit in het mandaat gespecificeerd is.

Module A1 – Interne productiecontrole plus producttests onder toezicht

1.Beschrijving van de module

1.Met "interne productiecontrole plus producttests onder toezicht" wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant de verplichtingen in de rubrieken 2, 3, 4 en 5 hieronder nakomt en op eigen verantwoording garandeert en verklaart dat de betrokken bemestingsproducten met CE-markering aan de toepasselijke eisen van deze verordening voldoen.

2.Technische documentatie

2.1.De fabrikant stelt de technische documentatie samen. Aan de hand van deze documentatie moet kunnen worden beoordeeld of het bemestingsproduct met CE-markering aan de relevante eisen voldoet; zij omvat een adequate risicoanalyse en -beoordeling.

2.2.In de technische documentatie worden de toepasselijke eisen vermeld; zij heeft, voor zover relevant voor de beoordeling, betrekking op het ontwerp, de fabricage en het gebruik van het bemestingsproduct met CE-markering. De technische documentatie bevat, indien van toepassing, ten minste de volgende elementen:

(a)een algemene beschrijving van het bemestingsproduct met CE-markering,

(b)ontwerp- en fabricagetekeningen alsmede schema's,

(c)beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van die tekeningen en schema's en van het gebruik van het bemestingsproduct met CE-markering,

(d)de namen en de adressen van de bedrijven, en van de exploitanten van de bedrijven, waar het product en de belangrijkste bestanddelen ervan zijn vervaardigd,

(e)een lijst van de geheel of gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, en indien de geharmoniseerde normen niet zijn toegepast, een beschrijving van de wijze waarop aan de essentiële eisen van deze verordening is voldaan, inclusief een lijst van gemeenschappelijke specificaties of andere relevante technische specificaties die zijn toegepast. Bij gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen wordt in de technische documentatie gespecificeerd welke delen zijn toegepast;

(f)de resultaten van uitgevoerde ontwerpberekeningen, onderzoeken enz.; en

(g)testverslagen.

3.Fabricage

3.De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricage- en controleproces waarborgt dat de vervaardigde bemestingsproducten met CE-markering in overeenstemming zijn met de in rubriek 2 hierboven bedoelde technische documentatie en met de eisen van deze verordening.

4.Productcontroles met betrekking tot olieretentie en bestendigheid tegen detonatie

4.De in de rubrieken 4.1 tot en met 4.3 hieronder bedoelde cycli en proef worden ten minste om de 3 maanden namens de fabrikant uitgevoerd op een representatief monster van het product, om te controleren of is voldaan aan

(a)het in punt 4 van productfunctiecategorie 1 C) I) a) i-ii) A) in bijlage I bedoelde vereiste met betrekking tot de olieretentie, en

(b)het in punt 5 van productfunctiecategorie 1 C) I) a) i-ii) A) in bijlage I bedoelde vereiste met betrekking tot de bestendigheid tegen detonatie.

De proeven worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een door de fabrikant gekozen aangemelde instantie.

4.1.Temperatuurcycli voorafgaand aan een proef voor naleving van het in punt 4 van productfunctiecategorie 1 C) I) a) i-ii) A) in bijlage I bedoelde vereiste met betrekking tot de olieretentie

4.1.1.Principe en definitie

4.1.1.Het monster wordt in een erlenmeyer verwarmd van kamertemperatuur tot 50 °C en gedurende twee uur op deze temperatuur gehouden (fase bij 50 °C). Vervolgens wordt het monster afgekoeld tot een temperatuur van 25 °C en gedurende twee uur op deze temperatuur gehouden (fase bij 25 °C). De combinatie van de opeenvolgende fasen bij 50 °C en 25 °C vormt een temperatuurcyclus. Nadat het monster twee temperatuurcycli heeft doorlopen wordt het voor de bepaling van de olieretentiewaarde op een temperatuur van 20 (± 3) °C gehouden.

4.1.2.Apparatuur

4.1.2.Standaard laboratoriumapparatuur met onder meer:

(a)waterbaden waarvan de thermostaat is ingesteld op respectievelijk 25 (± 1) en 50 (± 1) °C,

(b)erlenmeyers die elk een inhoud hebben van 150 ml.

4.1.3.Procedure

4.1.3.1.Elk monster van 70 ( 5) g wordt in een erlenmeyer gebracht, die vervolgens wordt afgesloten.

4.1.3.2.Om de twee uur wordt elke erlenmeyer overgebracht van het waterbad van 50 °C naar dat van 25 °C en omgekeerd.

4.1.3.3.Houdt het water van elk bad op constante temperatuur en door snel roeren in beweging, zodat het waterpeil boven het monster blijft. Bescherm de stop tegen condensatie door gebruik te maken van een stukje schuimrubber.

4.2.Temperatuurcycli voorafgaande aan de in punt 5 van productfunctiecategorie 1 C) I) a) i-ii) A) in bijlage I bedoelde detonatieproef

4.2.1.Principe en definitie

4.2.1.Het monster wordt in een waterdicht vat verwarmd van kamertemperatuur tot 50 °C en gedurende een uur op deze temperatuur gehouden (fase bij 50 °C). Daarna wordt het monster afgekoeld tot een temperatuur van 25 °C en gedurende een uur op deze temperatuur gehouden (fase bij 25 °C). De combinatie van de opeenvolgende fasen bij 50 °C en 25 °C vormt een temperatuurcyclus. Nadat het monster het benodigde aantal temperatuurcycli heeft doorlopen, wordt het in afwachting van de uitvoering van de detonatieproef op een temperatuur van 20 (± 3) °C gehouden.

4.2.2.Apparatuur

(a)een waterbad waarvan de thermostaat een temperatuurbereik heeft van 20 tot 51 °C en dat kan worden verwarmd en afgekoeld met een snelheid van 10 °C/uur, of twee waterbaden waarvan het ene is ingesteld op een temperatuur van 20 °C en het andere op 51 °C. Het water in het bad (de baden) wordt voortdurend geroerd en het bad moet zo groot zijn dat de circulatie van het water ruimschoots wordt gegarandeerd,

(b)een geheel waterdicht roestvrij stalen vat, voorzien van een thermokoppel in het midden. De buitendiameter van het vat is 45 (± 2) mm en de dikte van de wand 1,5 mm (zie figuur 1). De hoogte en de lengte van het vat kunnen afhankelijk van de afmetingen van het waterbad worden gekozen, bv. lengte 600 mm en hoogte 400 mm.

4.2.3.Procedure

4.2.3.Breng een voor één detonatie toereikende hoeveelheid meststof in het vat en sluit dit af met het deksel. Plaats het vat in het waterbad. Verwarm het water tot 51 °C en meet de temperatuur midden in de kunstmest. Een uur nadat de temperatuur in het midden 50 °C heeft bereikt, wordt de koeling ingeschakeld en het water afgekoeld. Een uur nadat midden in de kunstmest een temperatuur van 25 °C is bereikt, wordt de verwarming weer ingeschakeld en begint de tweede cyclus. Wanneer twee waterbaden worden gebruikt, wordt het vat na iedere verwarmings- en afkoelingsperiode overgeplaatst in het andere bad.

Figuur 1

4.3.Detonatieproef zoals bedoeld in punt 5 van productfunctiecategorie 1 C) I) a) i-ii) A) in bijlage I

4.3.1.Omschrijving

4.3.1.1Deze proef wordt uitgevoerd op een representatief monster van het bemestingsproduct met CE-markering. Voordat de detonatieproef erop wordt uitgevoerd, wordt het volledige monster onderworpen aan vijf temperatuurcycli overeenkomstig het bepaalde in rubriek 4.2 hierboven.

4.3.1.2.Het bemestingsproduct met CE-markering wordt onder de volgende voorwaarden in een horizontale stalen buis aan de detonatieproef onderworpen:

(a)naadloze stalen buis

(b)buislengte: ten minste 1 000 mm

(c)nominale buitendiameter: ten minste 114 mm

(d)nominale wanddikte: ten minste 5 mm

(e)Versterkerlading: de aard en de afmetingen van de versterkerlading moeten zodanig worden gekozen dat ter hoogte van het te testen monster de optimale detonatiedruk voor de voortplanting van de detonatie wordt verkregen

(f)testtemperatuur: 15-25 °C

(g)loden indicatorcilinders voor de detonatie: diameter 50 mm, hoogte 100 mm

(h)die op een onderlinge afstand van 150 mm worden geplaatst en de buis horizontaal ondersteunen. De proef moet tweemaal worden uitgevoerd. De proef wordt als geslaagd beschouwd indien bij beide proeven een of meer van de loden steuncilinders minder dan 5 % worden gestuikt.

4.3.2.Principe

4.3.2.Het monster wordt na opsluiting in een stalen buis blootgesteld aan de detonatie van een explosieve versterkerlading. De voortplanting van de detonatie wordt bepaald uit de mate van stuiking van loden cilinders waarop de buis tijdens de proef in horizontale stand steunt.

4.3.3.Materialen

(a)Kneedbare springstof met 83-86 % pentriet

Dichtheid: 1 500 tot 1 600 kg/m3 

Detonatiesnelheid: 7 300 tot 7 700 m/s

Massa: 500 (± 1) gram.

(b)Zeven stukken soepel slagsnoer met niet-metalen omhulsel

Vulmassa: 11 tot 13 g/m

Lengte van elk slagsnoerstuk: 400 (± 2) mm.

(c)Geperst springstofpatroon met een centrale ligplaats voor plaatsing van een slagpijpje

Springstof: hexogeen/was 95/5, tetryl of vergelijkbare secundaire springstof, met of zonder toevoeging van grafiet

Dichtheid: 1 500 tot 1 600 kg/m3

Diameter: 19 tot 21 mm

Hoogte: 19 tot 23 mm

Centrale ligplaats voor slagpijpje: diameter 7 tot 7,3 mm, diepte 12 mm

(d)Naadloze stalen buis volgens ISO 65:1981, zware uitvoering, nominale afmetingen DN 100 (4")

Buitendiameter: 113,1 tot 115,0 mm

Wanddikte: 5,0 tot 6,5 mm

Lengte: 1 005 (± 2) mm.

(e)Bodemplaat

Materiaal: goed lasbaar staal

Afmetingen: 160 × 160 mm

Dikte: 5 tot 6 mm.

(f)Loden cilinders (aantal: zes)

Diameter: 50 (± 1) mm

Hoogte: 100 tot 101 mm

Materialen: zacht lood met een zuiverheid van minimaal 99,5 %.

(g)Stalen blok

Lengte: minimaal 1 000 mm

Breedte: minimaal 150 mm

Hoogte: minimaal 150 mm

Massa: minimaal 300 kg indien het stalen blok niet op een vaste ondergrond steunt.

(h)Cilindervormig omhulsel van kunststof of karton voor versterkerlading

Wanddikte: 1,5 tot 2,5 mm

Diameter: 92 tot 96 mm

Hoogte: 64 tot 67 mm.

(i)Elektrisch of ander slagpijpje met een sterkte van 8-10

(j)Houten schijf

Diameter: 92 tot 96 mm, aan te passen aan de inwendige diameter van het cilindervormige omhulsel (zie onder h) hierboven)

Dikte: 20 mm.

(k)Houten pen van dezelfde afmetingen als het slagpijpje (zie onder i) hierboven)

(l)Spelden (met een maximumlengte van 20 mm)

4.3.4.Procedure

4.3.4.1.Gereedmaken van de versterkerlading voor plaatsing in de stalen buis

4.3.4.1.Afhankelijk van de beschikbare apparatuur kan de springstof in de versterkerlading worden geïnitieerd door ofwel

7-punts simultaaninitiëring zoals bedoeld in rubriek 4.3.4.1.1 hieronder, ofwel

centrale initiëring door een springstofpatroon zoals bedoeld in rubriek 4.3.4.1.2 hieronder.

4.3.4.1.1.7-punts simultaaninitiëring

4.3.4.1.1.Een gebruiksklare versterkerlading is in figuur 2 afgebeeld.

4.3.4.1.1.1.De houten schijf (zie rubriek 4.3.3, onder j), hierboven) wordt in het midden en op zes, symmetrisch op een concentrische cirkel (diameter 55 mm) verdeelde punten evenwijdig aan de aslijn van de schijf doorboord. De diameter van de boorgaten moet 6-7 mm bedragen (zie doorsnede A-B in figuur 2), afhankelijk van de diameter van het gebruikte slagsnoer (zie rubriek 4.3.3, onder b), hierboven).

4.3.4.1.1.2.Van een soepel slagsnoer (zie rubriek 4.3.3, onder b), hierboven) worden zeven stukken met een lengte van 400 mm zodanig afgesneden dat elk springstofverlies aan de uiteinden wordt vermeden; hiertoe wordt elk van de uiteinden direct verlijmd. De zeven stukken worden elk door één van de daarvoor bestemde boorgaten in de houten schijf (zie rubriek 4.3.3, onder j), hierboven) geschoven, en wel zodanig dat de uiteinden van de stukken enkele centimeters aan de andere zijde van de schijf uitsteken. Vervolgens wordt op 5 tot 6 mm van elk van de zeven uiteinden in het textielgedeelte van elk snoer in dwarsrichting een kleine speld (zie rubriek 4.3.3, onder l), hierboven) gestoken; vanaf dit punt wordt elk snoer aan de buitenzijde over een lengte van ongeveer 2 cm met lijm bestreken. Tenslotte wordt door het aantrekken in de lengterichting van elk stuk de speld in contact gebracht met de houten schijf.

4.3.4.1.1.3.De kneedspringstof (zie rubriek 4.3.3, onder a), hierboven) wordt gekneed in de vorm van een cilinder met een doorsnede van 92 tot 96 mm, die is aangepast aan de diameter van het cilindervormige omhulsel (zie rubriek 4.3.3, onder h), hierboven) waar hij wordt ingeschoven, waarbij het cilindervormige omhulsel verticaal op een vlakke ondergrond staat. Daarna wordt de houten schijf 17 met de zeven snoerstukken hierop geplaatst en op de springstof vastgedrukt. De hoogte van het cilindervormige omhulsel (64-67 mm) dient zo te worden aangepast dat de bovenrand niet boven de houten schijf uitsteekt. Tenslotte wordt het cilindervormige omhulsel over de gehele omtrek stevig vastgezet aan de houten schijf, bijvoorbeeld met nietjes of spijkertjes.

4.3.4.1.1.4.De vrije uiteinden van de zeven stukken slagsnoer moeten zodanig over de buitenomtrek van de pen (zie rubriek 4.3.3, onder k), hierboven) worden aangebracht dat zij zich ten opzichte hiervan in een loodrecht hierop staand vlak bevinden; daarna worden zij met behulp van plakband om de pen gebundeld 18 .

4.3.4.1.2.Centrale initiëring door een springstofpatroon

4.3.4.1.2.Een gebruiksklare versterkerlading is in figuur 3 afgebeeld.

4.3.4.1.2.1.Vervaardiging van een springstofpatroon

4.3.4.1.2.1.Met de nodige voorzorgsmaatregelen wordt 10 g van de secundaire springstof (zie rubriek 4.3.3, onder c), hierboven) in een perspot gebracht met een inwendige diameter tussen 19 en 21 mm en tot de juiste vorm en dichtheid samengeperst. (De verhouding tussen diameter en hoogte moet ongeveer 1:1 zijn). In het centrum van het bodemvlak van de perspot bevindt zich een stift met een hoogte van 12 mm en een diameter van 7-7,3 mm (afhankelijk van de diameter van het te gebruiken slagpijpje), waardoor in de patroon een cilindervormige uitsparing wordt gevormd waarin later het slagpijpje wordt geplaatst.

4.3.4.1.2.2.Vervaardiging van de versterkerlading

4.3.4.1.2.2.De kneedspringstof (zie rubriek 4.3.3, onder a), hierboven) wordt in het verticaal op een vlak oppervlak staand cilindervormig omhulsel (zie rubriek 4.3.3, onder h), hierboven) geplaatst en omlaag gedrukt met een houten vorm waardoor de springstof de vorm aanneemt van een cilinder die in het midden is uitgediept. De geperste patroon wordt in deze uitdieping geplaatst. De cilindrisch voorgevormde kneedspringstof en de patroon worden afgedekt door een houten schijf (zie rubriek 4.3.3, onder j), hierboven) die voor het inbrengen van een slagpijpje voorzien is van een centraal boorgat met een diameter van 7 tot 7,3 mm. De houten schijf en het cilindervormige omhulsel worden kruisgewijs met plakband aan elkaar verbonden. De centrering van het boorgat in de schijf en de ligplaats in de springstofpatroon wordt gewaarborgd door inbrengen van de houten pen (zie rubriek 4.3.3, onder k), hierboven).

4.3.4.2.Voorbereiding van de stalen buis voor de detonatieproeven

4.3.4.2.In een uiteinde van de stalen buis (zie rubriek 4.3.3, onder d), hierboven) worden in de buiswand diametraal tegenover elkaar twee gaten met een diameter van 4 mm op een afstand van 4 mm van de rand van de buis geboord. De bodemplaat (zie rubriek 4.3.3, onder e), hierboven) wordt door middel van stomplassen aan het andere uiteinde van de buis bevestigd, waarbij de hoek tussen bodemplaat en buiswand over de gehele omtrek van de buis met lasmateriaal wordt gevuld.

4.3.4.3.Vullen van de stalen buis en plaatsen van de donorlading

4.3.4.3.Zie figuren 2 en 3.

4.3.4.3.1.Het proefmonster, de stalen buis en de versterkerlading worden geconditioneerd bij temperaturen van 20 (5) °C. Voor twee detonatieproeven is 16 tot 18 kg van het proefmonster nodig.

4.3.4.3.2.1De buis wordt met de vierkante bodemplaat loodrecht op een vlakke, stevige ondergrond, bij voorkeur van beton, geplaatst. De buis wordt tot een derde van haar hoogte met het monster gevuld en vervolgens telkens vijfmaal tot een hoogte van 10 cm opgetild en losgelaten zodat zij verticaal op de ondergrond valt teneinde de prils, respectievelijk granules, zoveel mogelijk in de buis te verdichten. Ten einde deze verdichting te bespoedigen wordt de buis, tussen het opheffen en het vallen op de ondergrond, door middel van tien hamerslagen (met een hamer met een massa van 750 tot 1 000 g) op het manteloppervlak in trilling gebracht.

4.3.4.3.2.2.Deze vulprocedure wordt herhaald na toevoeging van een tweede monsterhoeveelheid. Bij de laatste vulling dient de hoeveelheid zo te worden gekozen dat het monster, na verdichting door tienmaal optillen en vallen van de buis, alsmede door in totaal twintig intermitterende hamerslagen, tot ca. 70 mm onder de bovenrand van de buis reikt.

4.3.4.3.2.3Bij de keuze van de vulhoogte van het monster in de stalen buis wordt ervoor gezorgd dat de later in te brengen versterkerlading (zoals hierboven bedoeld in rubriek 4.3.4.1.1 of 4.3.4.1.2) over het gehele oppervlak in nauw contact is met het monster.

4.3.4.3.3.De versterkerlading wordt in het open uiteinde van de buis op het monster geplaatst, waarbij de bovenrand van de houten schijf 6 mm onder de rand van de buis ligt. De juiste hoogte voor het noodzakelijke nauwe contact tussen springstof en monster wordt bereikt door het toevoegen, respectievelijk wegnemen, van kleine hoeveelheden van het monster. Zoals in de figuren 2 en 3 is aangegeven, worden in de boorgaten aan de bovenrand van de buis splitpennen aangebracht die aan de buitenzijde tegen de buis worden uitgebogen.

4.3.4.4.Plaatsing van de stalen buis en loden cilinders (zie figuur 4)

4.3.4.4.1.De grondvlakken van de loden cilinders (zie rubriek 4.3.3, onder f), hierboven) worden gemerkt van 1 tot en met 6. Op een horizontaal geplaatst stalen blok (4.3.7) worden op de middellijn van het horizontale vlak zes markeringen op een onderlinge afstand van 150 mm aangebracht, waarbij de afstand van de eerste markering tot de rand van het stalen blok ten minste 75 mm bedraagt. Op elk van deze markeringen wordt een loden cilinder geplaatst met de middelpunten van de grondvlakken van de cilinders op de markeringen.

4.3.4.4.2.De overeenkomstig 4.3.4.3 gereedgemaakte stalen buis wordt horizontaal op de loden cilinders geplaatst, waarbij de aslijn van de buis parallel moet lopen aan de middellijn van het stalen blok en de gelaste achterrand van de buis zich op een afstand van 50 mm van loden cilinder nr. 6 bevindt. Om zijdelings wegrollen van de buis te voorkomen, kunnen kleine houten wiggen tussen de bovenste cirkelvlakken van de loden cilinders en de buiswand worden geschoven (telkens één aan elke kant) of twee draaibaar met elkaar verbonden houten latten, in de vorm van een kruis, tussen buis en stalen blok worden aangebracht.

Aantekening: Let erop dat de buis met alle zes loden cilinders in contact is; een geringe kromming in het oppervlak van de buis kan worden gecompenseerd door draaiing van de buis om haar lengteas; indien een loden cilinder te hoog is, kan deze door lichte hamertikken op de vereiste hoogte worden gebracht.

4.3.4.5.Voorbereiding van de detonatieproef

4.3.4.5.1.De proefopstelling zoals beschreven in rubriek 4.3.4.4 moet in een bunker of in een speciaal daarvoor ingerichte ruimte onder de grond (mijn, tunnel) worden opgebouwd. Zorg dat de temperatuur van de stalen buis vóór de detonatie op 20 ( 5) °C wordt gehouden.

Opmerking: Indien men niet over een dergelijke explosieruimte beschikt, kan eventueel gebruik worden gemaakt van een groeve met betonnen wanden die met houten balken is afgedekt. In verband met bij de explosie mogelijk met grote kinetische energie vrijkomende stalen scherven, dient een daarop afgestemde afstand in acht te worden genomen tot plaatsen waar zich woningen of wegen bevinden.

4.3.4.5.2.Bij gebruik van een versterkerlading met 7-punts simultaaninitiëring dient ervoor te worden gezorgd dat de overeenkomstig de in de voetnoot bij punt 4.3.4.1.1.4 hierboven gespannen slagsnoeren zo horizontaal mogelijk liggen.

4.3.4.5.3.Ten slotte wordt de houten pen vervangen door het slagpijpje. Pas na ontruiming van de gevarenzone en nadat de met de test belaste personen in dekking zijn gegaan, kan de lading tot ontploffing worden gebracht.

4.3.4.5.4.Laat de lading ontploffen.

4.3.4.6.1Na de explosie en na een zekere wachttijd voor het optrekken van de rook (gasvormige, soms giftige reactieproducten zoals bv. nitreuze dampen) worden de loden cilinders verzameld en de hoogte met behulp van een schuifmaat gemeten.

4.3.4.6.2.De mate van stuiking in procenten resulteert uit het verschil met de oorspronkelijke hoogte van 100 mm en wordt voor elke cilinder genoteerd. Bij een schuin verlopende stuiking wordt de hoogste en laagste waarde genoteerd en het gemiddelde daarvan berekend.

4.3.4.7.Voor continue meting van de detonatiesnelheid kan gebruik worden gemaakt van een meetdraad; deze kan in de lengteas van de buis of tegen de buiswand worden aangebracht.

4.3.4.8.Per monster moeten twee detonatieproeven worden uitgevoerd.

4.3.5.Testverslag

4.3.5.In het verslag moeten voor elke test de volgende parameters worden vermeld:

concrete meetwaarden voor de buitendiameter van de stalen buis en voor de wanddikte,

Brinell-hardheid van de stalen buis,

temperatuur van buis en monster vlak voor de ontploffing,

vuldichtheid (kg/m3) van het monster in de buis,

hoogte van elke loden cilinder na de test met vermelding van het nummer van de betreffende cilinder,

wijze van initiëring van de versterkerlading.

4.3.5.1.Evaluatie van de testresultaten

4.3.5.1.Indien bij elk van de proeven ten minste één loden cilinder minder dan 5 % werd gestuikt, wordt de proef geslaagd geacht.

Figuur 2

Figuur 3

Figuur 4

5.Conformiteitsmarkering en EU-conformiteitsverklaring

5.1.De fabrikant brengt de CE-markering aan op elk afzonderlijk bemestingsproduct dat voldoet aan de toepasselijke eisen van deze verordening.

5.2.De fabrikant stelt voor elke partij bemestingsproduct met CE-markering een EU-conformiteitsverklaring op en houdt deze verklaring, samen met de technische documentatie, gedurende tien jaar na het in de handel brengen van het bemestingsproduct met CE-markering ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de EU-conformiteitsverklaring wordt het bemestingsproduct met CE-markering beschreven.

6.Gemachtigde

6.De in rubriek 5 hierboven vervatte verplichtingen van de fabrikant kunnen namens hem of haar en onder zijn of haar verantwoordelijkheid worden vervuld door zijn of haar gemachtigde, op voorwaarde dat dit in het mandaat gespecificeerd is.

Module B – EU-typeonderzoek

1.Met "EU-typeonderzoek" wordt dat gedeelte van een conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarin de aangemelde instantie het technisch ontwerp van een bemestingsproduct met CE-markering onderzoekt om te controleren of het aan de eisen van deze richtlijn voldoet, en een verklaring hierover verstrekt.

2.De geschiktheid van het technisch ontwerp van het bemestingsproduct met CE-markering kan worden beoordeeld via onderzoek van de technische documentatie en het bewijsmateriaal als bedoeld in punt 3.2 hieronder, plus onderzoek van voor de betrokken productie representatieve monsters van een of meer kritische bestanddelen van het product (combinatie van productietype en ontwerptype).

3.1.De fabrikant dient een aanvraag voor het EU-typeonderzoek in bij een aangemelde instantie van zijn of haar keuze.

3.2.De aanvraag omvat:

(a)naam en adres van de fabrikant en, indien de aanvraag wordt ingediend door de gemachtigde, ook diens of dier naam en adres;

(b)een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag bij een andere aangemelde instantie is ingediend;

(c)de technische documentatie. Aan de hand van deze technische documentatie moet kunnen worden beoordeeld of het bemestingsproduct met CE-markering aan de toepasselijke eisen van deze verordening voldoet; zij omvat een adequate risicoanalyse en -beoordeling. In de technische documentatie worden de toepasselijke eisen vermeld; zij heeft, voor zover relevant voor de beoordeling, betrekking op het ontwerp, de fabricage en het gebruik van het bemestingsproduct met CE-markering. De technische documentatie bevat, indien van toepassing, ten minste de volgende elementen:

een algemene beschrijving van het bemestingsproduct met CE-markering,

ontwerp- en fabricagetekeningen alsmede schema's,

beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van die tekeningen en schema's en van het gebruik van het bemestingsproduct met CE-markering.

een lijst van de geheel of gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, en indien de geharmoniseerde normen niet zijn toegepast, een beschrijving van de wijze waarop aan de essentiële eisen van deze verordening is voldaan, inclusief een lijst van gemeenschappelijke specificaties of andere relevante technische specificaties die zijn toegepast. Bij gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen wordt in de technische documentatie gespecificeerd welke delen zijn toegepast;

de resultaten van uitgevoerde ontwerpberekeningen, onderzoeken enz.;

testverslagen, en

indien het product geheel of gedeeltelijk bestaat uit dierlijke bijproducten in de zin van Verordening (EG) nr. 1069/2009, de overeenkomstig die verordening vereiste handelsdocumenten of gezondheidscertificaten en bewijsstukken om aan te tonen dat de dierlijke bijproducten het eindpunt in de productieketen hebben bereikt in de zin van die verordening;

(d)de monsters, die representatief zijn voor de betrokken productie. De aangemelde instantie kan meer monsters verlangen als dit voor het testprogramma nodig is;

(e)het bewijsmateriaal voor de geschiktheid van het technisch ontwerp. Hierin worden de gevolgde documenten vermeld, in het bijzonder wanneer de desbetreffende geharmoniseerde normen niet volledig zijn toegepast. Zo nodig worden ook de resultaten vermeld van tests die overeenkomstig andere relevante technische specificaties door een geschikt laboratorium van de fabrikant of namens hem of haar en onder zijn of haar verantwoordelijkheid door een ander laboratorium zijn verricht.

4.De aangemelde instantie verricht de volgende handelingen:

(a)voor het bemestingsproduct met CE-markering:

(1)onderzoekt zij de technische documentatie en het bewijsmateriaal om te beoordelen of het technisch ontwerp van het bemestingsproduct met CE-markering geschikt is;

(b)voor het monster/de monsters:

(2)controleert zij of zij overeenkomstig de technische documentatie zijn vervaardigd en stelt zij vast welke elementen overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de relevante geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zijn ontworpen, alsook welke elementen zijn ontworpen overeenkomstig andere relevante technische specificaties;

(3)verricht zij de nodige onderzoeken en tests, of laat zij die verrichten om, ingeval de fabrikant heeft gekozen voor de oplossingen uit de relevante geharmoniseerde normen en/of technische specificaties, te controleren of deze op de juiste wijze zijn toegepast;

(4)verricht zij de nodige onderzoeken en tests, of laat zij die verrichten om, ingeval de oplossingen uit de relevante geharmoniseerde normen en/of technische specificaties niet zijn toegepast, te controleren of de door de fabrikant gekozen oplossingen aan de desbetreffende essentiële eisen van deze verordening voldoen;

(5)stelt zij in overleg met de fabrikant de plaats vast waar de onderzoeken en tests zullen worden uitgevoerd.

5.De aangemelde instantie stelt een evaluatieverslag op over de overeenkomstig punt 4 verrichte activiteiten en de resultaten daarvan. Onverminderd haar verplichtingen jegens de aanmeldende autoriteiten maakt de aangemelde instantie de inhoud van dat verslag uitsluitend met instemming van de fabrikant geheel of gedeeltelijk openbaar.

6.1.Indien het type voldoet aan de voor het betrokken bemestingsproduct met CE-markering toepasselijke eisen van deze verordening, verstrekt de aangemelde instantie de fabrikant een certificaat van EU-typeonderzoek. Het certificaat bevat naam en adres van de fabrikant, de conclusies van het onderzoek, de eventuele voorwaarden voor de geldigheid van het certificaat en de noodzakelijke gegevens voor de identificatie van het goedgekeurde type. Het certificaat kan vergezeld gaan van een of meer bijlagen.

6.2.Het certificaat en de bijlagen bevatten alle informatie die nodig is om de conformiteit van de vervaardigde bemestingsproducten met CE-markering met het onderzochte type te kunnen toetsen en controles tijdens het gebruik te kunnen verrichten.

6.3.Wanneer het type niet aan de toepasselijke eisen van deze verordening voldoet, weigert de aangemelde instantie een certificaat van EU-typeonderzoek te verstrekken en brengt zij de aanvrager hiervan op de hoogte met vermelding van de precieze redenen voor de weigering.

7.1.De aangemelde instantie houdt zich op de hoogte van elke verandering in de algemeen erkende stand van de techniek; indien het goedgekeurde type vanwege deze ontwikkeling mogelijk niet meer aan de eisen van deze verordening voldoet, beoordeelt zij of nader onderzoek nodig is. Als dit het geval is, stelt de aangemelde instantie de fabrikant daarvan in kennis.

7.2.De fabrikant brengt de aangemelde instantie die de technische documentatie betreffende het certificaat van EU-typeonderzoek bewaart op de hoogte van alle wijzigingen van het goedgekeurde type die van invloed kunnen zijn op de conformiteit van het bemestingsproduct met CE-markering met de eisen van deze verordening of de voorwaarden voor de geldigheid van het certificaat. Dergelijke wijzigingen vereisen een aanvullende goedkeuring in de vorm van een aanvulling op het oorspronkelijke certificaat van EU-typeonderzoek.

8.1.Elke aangemelde instantie brengt de autoriteit die haar heeft aangemeld op de hoogte van de door haar verstrekte of ingetrokken certificaten van EU-typeonderzoek en aanvullingen daarop en verstrekt deze autoriteit op gezette tijden of op verzoek een lijst van dergelijke geweigerde, geschorste of anderszins beperkte certificaten en aanvullingen daarop.

8.2.Elke aangemelde instantie brengt de andere aangemelde instanties op de hoogte van de door haar geweigerde, ingetrokken, geschorste of anderszins beperkte certificaten van EU-typeonderzoek en aanvullingen daarop alsmede, op verzoek, van de door haar verstrekte certificaten en aanvullingen daarop.

8.3.De Commissie, de lidstaten en de andere aangemelde instanties kunnen op verzoek een kopie van de certificaten van EU-typeonderzoek en aanvullingen daarop ontvangen. De Commissie en de lidstaten kunnen op verzoek een kopie van de technische documentatie en de resultaten van het door de aangemelde instantie verrichte onderzoek ontvangen.

8.4.De aangemelde instantie bewaart een kopie van het certificaat van EU-typeonderzoek, de bijlagen en aanvullingen, alsook het technisch dossier, met inbegrip van de door de fabrikant overgelegde documentatie, tot het einde van de geldigheidsduur van het certificaat.

9.De fabrikant houdt tot tien jaar na het in de handel brengen van het bemestingsproduct met CE-markering een kopie van het certificaat van EU-typeonderzoek, de bijlagen en aanvullingen, samen met de technische documentatie, ter beschikking van de nationale autoriteiten.

10.De gemachtigde van de fabrikant kan de in punt 3 bedoelde aanvraag indienen en de in de punten 7 en 9 vermelde verplichtingen vervullen, op voorwaarde dat deze in het mandaat gespecificeerd zijn.

Module C – Conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole

1.Beschrijving van de module

1.Met "conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole" wordt dat gedeelte van een conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarin de fabrikant de verplichtingen in de punten 2 en 3 nakomt en garandeert en verklaart dat de betrokken bemestingsproducten met CE-markering overeenstemmen met het type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en voldoen aan de toepasselijke eisen van deze verordening.

2.Fabricage

2.De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricage- en controleproces waarborgt dat de vervaardigde bemestingsproducten met CE-markering in overeenstemming zijn met het goedgekeurde type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en met de toepasselijke eisen van deze verordening.

3.Conformiteitsmarkering en EU-conformiteitsverklaring

3.1De fabrikant brengt de CE-markering aan op elk afzonderlijk bemestingsproduct dat in overeenstemming is met het type als beschreven in het certificaat van EU-typeonderzoek en voldoet aan de eisen van deze verordening.

3.2De fabrikant stelt voor een partij bemestingsproduct met CE-markering een EU-conformiteitsverklaring op en houdt deze verklaring gedurende tien jaar na het in de handel brengen van het bemestingsproduct met CE-markering ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de conformiteitsverklaring wordt vermeld om welke partij bemestingsproduct met CE-markering het gaat.

3.3.Een kopie van de EU-conformiteitsverklaring wordt op verzoek aan de relevante autoriteiten verstrekt.

4.Gemachtigde

4.De in punt 3 vervatte verplichtingen van de fabrikant kunnen namens hem of haar en onder zijn of haar verantwoordelijkheid worden vervuld door zijn of haar gemachtigde, op voorwaarde dat dit in het mandaat gespecificeerd is.

Module D1 – Kwaliteitsborging van het productieproces

1.Beschrijving van de module

1.Met "kwaliteitsborging van het productieproces" wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant van het bemestingsproduct met CE-markering de verplichtingen in de rubrieken 2, 4 en 7 nakomt en op eigen verantwoording garandeert en verklaart dat de betrokken bemestingsproducten met CE-markering aan de toepasselijke eisen van deze verordening voldoen.

2.Technische documentatie

2.De fabrikant van het bemestingsproduct met CE-markering stelt de technische documentatie samen. Aan de hand van deze documentatie moet kunnen worden beoordeeld of het product aan de relevante eisen voldoet; zij omvat een adequate risicoanalyse en -beoordeling. In de technische documentatie worden de toepasselijke eisen vermeld; zij heeft, voor zover relevant voor de beoordeling, betrekking op het ontwerp, de fabricage en het gebruik van het product. De technische documentatie bevat, indien van toepassing, ten minste de volgende elementen:

(a)een algemene beschrijving van het product;

(b)ontwerp- en fabricagetekeningen alsmede schema's, met inbegrip van een schriftelijke beschrijving en een diagram van het productieproces, waarin alle behandelingen, opslagvaten en ruimtes duidelijk worden aangeduid,

(c)beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van die tekeningen en schema's en van het gebruik van het bemestingsproduct met CE-markering,

(d)een lijst van de geheel of gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen waarvan de referenties in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, en indien de geharmoniseerde normen niet zijn toegepast, een beschrijving van de wijze waarop aan de essentiële eisen van deze verordening is voldaan, inclusief een lijst van gemeenschappelijke specificaties of andere relevante technische specificaties die zijn toegepast. Bij gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen wordt in de technische documentatie gespecificeerd welke delen zijn toegepast;

(e)de resultaten van uitgevoerde ontwerpberekeningen, onderzoeken enz.;

(f)testverslagen, en

(g)indien het product geheel of gedeeltelijk bestaat uit dierlijke bijproducten in de zin van Verordening (EG) nr. 1069/2009, de overeenkomstig die verordening vereiste handelsdocumenten of gezondheidscertificaten en bewijsstukken om aan te tonen dat de dierlijke bijproducten het eindpunt in de productieketen hebben bereikt in de zin van die verordening.

3.Beschikbaarheid van technische documentatie

3.De fabrikant houdt tot tien jaar na het in de handel brengen van het bemestingsproduct met CE-markering de technische documentatie ter beschikking van de relevante nationale autoriteiten.

4.Fabricage

4.De fabrikant past op de productie, de eindproductcontrole en het testen van de betrokken producten een goedgekeurd kwaliteitssysteem als bedoeld in punt 5 toe, waarop overeenkomstig punt 6 toezicht wordt uitgeoefend.

5.Kwaliteitssysteem

5.1.De fabrikant voert een kwaliteitssysteem in dat waarborgt dat het bemestingsproduct met EG-markering conform is met de toepasselijke eisen van deze verordening.

5.1.1.Het kwaliteitssysteem moet kwaliteitsdoelstellingen omvatten, alsmede een organisatieschema met de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de bedrijfsleiding met betrekking tot de productkwaliteit;

5.1.1.1.Voor compost van bestanddelencategorie 3 en digestaat van bestandsdelencategorie 5, zoals omschreven in bijlage II, moet het hoger leidinggevend personeel van de organisatie:

(a)ervoor zorgen dat er voldoende middelen (personeel, infrastructuur, apparatuur) beschikbaar zijn voor het opzetten en uitvoeren van het kwaliteitssysteem;

(b)een leidinggevend personeelslid van de organisatie aanwijzen met verantwoordelijkheid voor:

het waarborgen van de opstelling, goedkeuring, uitvoering en handhaving van de kwaliteitsmanagementprocessen;

de verslaglegging aan het hoger leidinggevend personeel van de fabrikant over de prestaties van het kwaliteitsmanagement en de eventuele behoefte aan verbetering;

het waarborgen dat binnen de hele organisatie van de fabrikant een sterker bewustzijn van de behoeften van de klant en de wettelijke vereisten wordt gestimuleerd, en de bewustmaking van het personeel van de relevantie en het belang van de vereisten inzake kwaliteitsmanagement voor de naleving van de wettelijke vereisten van deze verordening;

het waarborgen dat elke persoon met taken die van invloed zijn op de kwaliteit van het product voldoende is opgeleid en geïnstrueerd; en

het waarborgen van de indeling van de onder punt 5.1.4 bedoelde kwaliteitsmanagementdocumenten;

(c)een keer per jaar, of eerder dan gepland indien een belangrijke wijziging die van invloed kan zijn op de kwaliteit van het bemestingsproduct met CE-markering dit nodig maakt, een interne audit uitvoeren; en

(d)waarborgen dat geschikte communicatieprocessen worden opgezet, zowel binnen de organisatie als naar buiten toe, en dat over de doeltreffendheid van het kwaliteitsmanagement wordt gecommuniceerd.

5.1.2.Het kwaliteitssysteem wordt ten uitvoer gelegd door middel van fabricage-, kwaliteitsbeheersings- en kwaliteitsborgingstechnieken en -procedés, alsmede in dat verband systematisch toe te passen maatregelen.

5.1.2.1.Voor compost van bestanddelencategorie 3 en digestaat van bestandsdelencategorie 5, zoals omschreven in bijlage II, moet het systeem waarborgen dat de criteria voor het composterings- en vergistingsproces zoals in die bijlage beschreven, worden nageleefd.

5.1.3.Het kwaliteitssysteem omvat onderzoeken en tests die met een bepaalde frequentie voor, tijdens en na de fabricage moeten worden uitgevoerd.

5.1.3.1.Voor compost van bestanddelencategorie 3 en digestaat van bestandsdelencategorie 5, zoals omschreven in bijlage II, bestrijken de onderzoeken en tests de volgende elementen:

(a)de volgende gegevens worden geregistreerd voor elke partij van de uitgangsmaterialen:

(1)datum van levering;

(2)hoeveelheid, uitgedrukt als gewicht (of een raming op basis van volume en dichtheid);

(3)identiteit van de leverancier van het uitgangsmateriaal;

(4)type uitgangsmateriaal;

(5)identificatie van elke partij en plaats van aflevering binnen de locatie. Voor kwaliteitsmanagementdoeleinden wordt gedurende het hele productieproces een unieke identificatiecode toegekend; en

(6)in geval van weigering, de redenen voor de weigering van de partij en de plaats waar deze vervolgens heen is gezonden;

(b)gekwalificeerd personeel verricht een visuele controle van elke zending van uitgangsmaterialen en verifieert de overeenstemming ervan met de specificaties van de uitgangsmaterialen zoals beschreven in de bestanddelencategorieën 3 en 5 in bijlage II;

(c)de fabrikant weigert elke zending van een bepaald uitgangsmateriaal indien deze visuele controle het vermoeden doet rijzen van

de aanwezigheid van stoffen die gevaarlijk of schadelijk zijn voor het composterings- of vergistingsproces of voor de kwaliteit van het uiteindelijke bemestingsproduct met CE-markering, of van

niet-overeenstemming met de specificaties van de bestanddelencategorieën 3 en 5 in bijlage II, met name door de aanwezigheid van kunststoffen waardoor de grenswaarde voor macroscopische onzuiverheden wordt overschreden;

(d)het personeel wordt opgeleid met betrekking tot

potentiële gevaarlijke eigenschappen die met de uitgangsmaterialen verbonden kunnen zijn, en

kenmerken waaraan gevaarlijke eigenschappen en de aanwezigheid van kunststoffen kunnen worden herkend;

(e)de eindmaterialen worden bemonsterd om na te gaan of zij voldoen aan de specificaties voor de bestanddelencategorieëen compost en digestaat van bestanddelencategorie 3, respectievelijk 5, in bijlage II, en dat de eigenschappen van het eindmateriaal de conformiteit van het bemestingsproduct met CE-markering met de relevante eisen van bijlage I niet in gevaar brengen;

(f)het eindmateriaal wordt met ten minste de volgende frequentie bemonsterd:

Jaarlijkse input
(in ton)

Monsters / jaar

≤ 3 000

1

3 001 – 10 000

2

10 001 – 20 000

3

20 001 – 40 000

4

40 001 – 60 000

5

60 001 – 80 000

6

80 001 – 100 000

7

100 001 – 120 000

8

120 001 – 140 000

9

140 001 – 160 000

10

160 001 – 180 000

11

> 180 000

12

(g)indien een getest monster van het eindmateriaal niet voldoet aan een of meer van de toepasselijke grenswaarden zoals vermeld in de desbetreffende punten van de bijlagen I en II, moet de persoon die verantwoordelijk is voor kwaliteitsmanagement, zoals hierboven bedoeld in punt 5.1.1.1, onder b):

(1)de niet-conforme producten en de plaats waar zij zijn opgeslagen duidelijk aangeven,

(2)de oorzaken van de niet-conformiteit analyseren en al het nodige doen om te vermijden dat deze zich opnieuw voordoet,

(3)in de kwaliteitsdossiers zoals bedoeld in lid 5.1.4 vermelden of er herverwerking plaatsvindt of dat het product wordt geëlimineerd.

5.1.4.De fabrikant houdt de kwaliteitsdossiers, zoals controleverslagen, test- en ijkgegevens, rapporten betreffende de kwalificatie van het betrokken personeel enz. bij.

5.1.4.1.Voor compost van bestanddelencategorie 3 en digestaat van bestandsdelencategorie 5, zoals omschreven in bijlage II, moeten de kwaliteitsdossiers aantonen dat uitgangsmaterialen, productie, opslag en conformiteit van uitgangs- en eindmaterialen met de desbetreffende eisen van deze verordening doeltreffend worden gecontroleerd. Alle documenten moeten goed leesbaar zijn en ter beschikking staan op de desbetreffende plaats(en) van gebruik, en eventuele verouderde versies moeten onmiddellijk worden verwijderd van alle plaatsen waar het document wordt gebruikt, of in ieder geval als verouderd gemarkeerd. De documentatie van het kwaliteitsmanagement bevat ten minste de volgende gegevens:

(a)een titel,

(b)een versienummer,

(c)een datum van afgifte,

(d)de naam van de persoon die de documentatie heeft afgegeven,

(e)geregistreerde gegevens over de effectieve controle van uitgangsmaterialen,

(f)geregistreerde gegevens over de effectieve controle van het productieproces,

(g)geregistreerde gegevens over de effectieve controle van de eindmaterialen,

(h)geregistreerde gegevens over gevallen van niet-conformiteit,

(i)verslagen over alle ongevallen en incidenten die zich op de locatie voordoen, de bekende of vermoedelijke oorzaken ervan en de getroffen maatregelen,

(j)geregistreerde gegevens over door derde partijen geuite klachten en hoe deze zijn aangepakt,

(k)geregistreerde gegevens over datum, aard en onderwerp van door de personen die verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van het product gevolgde opleidingen,

(l)de resultaten van interne audits en de getroffen maatregelen, en

(m)de resultaten van externe audits en de getroffen maatregelen.

5.1.5Er wordt op toegezien dat de vereiste productkwaliteit wordt bereikt en het kwaliteitssysteem doeltreffend werkt.

5.1.5.1.Voor compost van bestanddelencategorie 3 en digestaat van bestandsdelencategorie 5, zoals omschreven in bijlage II, stelt de fabrikant een jaarlijks programma voor interne audit op om de conformiteit met het kwaliteitssysteem te controleren; dit omvat de volgende elementen:

(1)er wordt een procedure vastgesteld die de verantwoordelijkheden en voorschriften voor de planning en uitvoering van interne audits, het aanleggen van registers en de verslaglegging van resultaten omschrijft; deze procedure wordt gedocumenteerd. Er wordt een verslag opgesteld waarin de gevallen van niet-conformiteit met de kwaliteitsregeling en alle getroffen corrigerende maatregelen worden vermeld. De verslagen van de interne audit worden als bijlagen bij de documentatie van het kwaliteitsmanagement gevoegd;

(2)er wordt voorrang gegeven aan door externe audits geconstateerde gevallen van niet-conformiteit;

(3)auditeurs voeren nooit een audit uit van hun eigen werkzaamheden;

(4)het leidinggevend personeel met verantwoordelijkheid voor het gebied waarop de audit betrekking heeft, ziet erop toe dat zonder nodeloze vertraging de nodige corrigerende maatregelen worden genomen;

(5)in het kader van een ander kwaliteitsmanagementsysteem uitgevoerde interne audits kunnen in aanmerking worden genomen, mits aangevuld met een audit van de vereisten van dit kwaliteitssysteem.

5.2.De fabrikant dient voor de betrokken producten bij een geaccrediteerde aangemelde instantie van zijn of haar keuze een aanvraag tot beoordeling van zijn of haar kwaliteitssysteem in. De aanvraag omvat:

-    naam en adres van de fabrikant en, indien de aanvraag wordt ingediend door de gemachtigde, ook diens of dier naam en adres;

-    een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag bij een andere aangemelde instantie is ingediend;

-    alle relevante informatie voor de bedoelde categorie producten;

-    de documentatie van het kwaliteitssysteem;

-    technische documentatie van alle in punt 5.1 en de onderverdelingen daarvan beschreven elementen van het kwaliteitssysteem.

5.3.Alle door de fabrikant vastgestelde gegevens, eisen en bepalingen moeten systematisch en geordend bijeen worden gebracht in een document met schriftelijk vastgelegde beleidsmaatregelen, procedures en instructies. Aan de hand van de documentatie van het kwaliteitssysteem moeten de kwaliteitsprogramma's, plannen, handboeken en dossiers eenduidig kunnen worden geïnterpreteerd. De documentatie moet met name een adequate beschrijving bevatten van alle in punt 5.1 en de onderverdelingen daarvan vermelde elementen van het kwaliteitsmanagement.

5.4.1.De aangemelde instantie beoordeelt het kwaliteitssysteem om na te gaan of dit voldoet aan de in punt 5.1 en de onderverdelingen daarvan bedoelde eisen.

5.4.2.Zij veronderstelt dat aan deze eisen wordt voldaan voor elementen van het kwaliteitssysteem die voldoen aan de desbetreffende specificaties van de relevante geharmoniseerde norm.

5.4.3.Het auditteam moet ervaring hebben met kwaliteitsmanagementsystemen; bovendien moet ten minste één lid van het team ervaring hebben met beoordelingen van het betrokken productgebied en de betrokken producttechnologie en op de hoogte zijn van de toepasselijke eisen van deze verordening. De audit omvat een inspectiebezoek aan de fabrikant. Het auditteam evalueert de in punt 2 bedoelde technische documentatie om te controleren of de fabrikant zich bewust is van de toepasselijke eisen van deze verordening en het vereiste onderzoek kan verrichten om te waarborgen dat het bemestingsproduct met CE-markering aan deze eisen voldoet.

5.4.4.De fabrikant wordt van de beslissing in kennis gesteld. In deze kennisgeving zijn de conclusies van de audit opgenomen, evenals de met redenen omklede beoordelingsbeslissing.

5.5.De fabrikant verbindt zich ertoe de verplichtingen die voortvloeien uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem na te komen en te zorgen dat het passend en doeltreffend blijft.

5.6.1.De fabrikant brengt de aangemelde instantie die het kwaliteitssysteem heeft goedgekeurd op de hoogte van elke voorgenomen wijziging van het kwaliteitssysteem.

5.6.2.De aangemelde instantie beoordeelt de voorgestelde wijzigingen en beslist of het gewijzigde kwaliteitssysteem blijft voldoen aan de in punt 5.2 bedoelde eisen dan wel of een nieuwe beoordeling noodzakelijk is.

5.6.3.Zij stelt de fabrikant van haar beslissing in kennis. In deze kennisgeving zijn de conclusies van het onderzoek opgenomen, evenals de met redenen omklede beoordelingsbeslissing.

6.Toezicht onder verantwoordelijkheid van de aangemelde instantie.

6.1Het toezicht heeft tot doel te controleren of de fabrikant naar behoren voldoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem.

6.2.De fabrikant verleent de aangemelde instantie voor inspectiedoeleinden toegang tot de fabricage-, controle-, test- en opslagruimten en verstrekt haar alle nodige informatie, met name:

-    de documentatie van het kwaliteitssysteem;

-    de in punt 2 bedoelde technische documentatie;

-    de kwaliteitsdossiers, zoals controleverslagen, test- en ijkgegevens, verslagen betreffende de kwalificatie van het betrokken personeel.

6.3.1De aangemelde instantie verricht periodieke audits om te controleren of de fabrikant het kwaliteitssysteem onderhoudt en toepast en verstrekt de fabrikant een auditverslag.

6.3.2Voor compost van bestanddelencategorie 3 en digestaat van bestandsdelencategorie 5, zoals omschreven in bijlage II, neemt de aangemelde instantie tijdens elke audit monsters van de eindmaterialen en analyseert deze; de audits worden uitgevoerd met de volgende frequentie:

(a)gedurende het eerste jaar van het toezicht door de aangemelde instantie op de inrichting in kwestie: dezelfde frequentie als de in de tabel van punt 5.1.3.1, onder f), vermelde bemonsteringsfrequentie; en

(b)gedurende de daaropvolgende twee jaren van het toezicht: de helft van de in de tabel van punt 5.1.3.1, onder f), vermelde bemonsteringsfrequentie.

6.4De aangemelde instantie kan bovendien onaangekondigde bezoeken aan de fabrikant brengen. Bij die bezoeken kan de aangemelde instantie zo nodig producttests verrichten of laten verrichten om te controleren of het kwaliteitssysteem goed functioneert. De aangemelde instantie verstrekt de fabrikant een verslag van het bezoek en, indien tests zijn verricht, een testverslag.

7.Conformiteitsmarkering en EU-conformiteitsverklaring

7.1.De fabrikant brengt de CE-markering en, onder verantwoordelijkheid van de in punt 5.2 bedoelde aangemelde instantie, het identificatienummer van die instantie aan op elk afzonderlijk product dat aan de toepasselijke eisen van deze verordening voldoet.

7.2.1De fabrikant stelt voor elke partij van het bemestingsproduct met CE-markering een EU-conformiteitsverklaring op en houdt deze verklaring gedurende tien jaar na het in de handel brengen van het bemestingsproduct met CE-markering ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de EU-conformiteitsverklaring wordt de partij van het product beschreven.

7.2.2.Een kopie van de EU-conformiteitsverklaring wordt op verzoek aan de relevante autoriteiten verstrekt.

8.Beschikbaarheid van documentatie van het kwaliteitssysteem

8.De fabrikant houdt gedurende een periode van ten minste tien jaar nadat het product in de handel is gebracht de volgende gegevens ter beschikking van de nationale autoriteiten:

-    de in punt 5.3 bedoelde documentatie,

-    de in punt 5.6 en de onderverdelingen daarvan bedoelde wijzigingen zoals deze zijn goedgekeurd,

-    de in de punten 5.6.1 tot en met 5.6.3, 6.3 en 6.4 bedoelde beslissingen en verslagen van de aangemelde instantie.

9.Informatieverplichting voor aangemelde instanties

9.1.Elke aangemelde instantie brengt de autoriteiten die haar hebben aangemeld op de hoogte van de verleende en ingetrokken goedkeuringen voor kwaliteitssystemen en verstrekt deze autoriteiten op gezette tijden of op verzoek een lijst van geweigerde, geschorste of anderszins beperkte goedkeuringen voor kwaliteitssystemen.

9.2.Elke aangemelde instantie brengt de andere aangemelde instanties op de hoogte van de door haar geweigerde, geschorste of ingetrokken goedkeuringen voor kwaliteitssystemen alsmede, op verzoek, van de door haar verleende goedkeuringen voor kwaliteitssystemen.

10.Gemachtigde

De in de punten 3, 5.2 en 5.6.1 tot en met 5.6.3 en in de rubrieken 7 en 8 vervatte verplichtingen van de fabrikant kunnen namens hem of haar en onder zijn of haar verantwoordelijkheid worden vervuld door zijn of haar gemachtigde, op voorwaarde dat dit in het mandaat gespecificeerd is.

BIJLAGE V
EU-conformiteitsverklaring (nr. XXX)
19

1.    Bemestingsproduct met CE-markering (product-, charge-, type- of serienummer):

2.    Naam en adres van de fabrikant en, indien van toepassing, zijn of haar gemachtigde:

3.    Deze conformiteitsverklaring wordt verstrekt onder volledige verantwoordelijkheid van de fabrikant.

4.    Voorwerp van de verklaring (beschrijving aan de hand waarvan het product kan worden getraceerd, indien nodig met een afbeelding):

5.    Het hierboven beschreven voorwerp is conform de desbetreffende harmonisatiewetgeving van de Unie:

6.    Vermelding van de toegepaste relevante geharmoniseerde normen of van de andere technische specificaties waarop de conformiteitsverklaring betrekking heeft:

7.    (Indien van toepassing) De aangemelde instantie … (naam, nummer) heeft een … (werkzaamheden beschrijven) uitgevoerd en het certificaat … verstrekt.

8.    Aanvullende informatie:

Ondertekend voor en namens:

(plaats en datum van afgifte):

(naam, functie) (handtekening):

(1) Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 37 van 13.2.1993, blz. 1).
(2) Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1).
(3) Verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 152 van 16.6.2009, blz. 11).
(4) Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding (PB L 140 van 30.5.2002, blz. 10).
(5) In geval van een in de Europese Unie teruggewonnen toevoegingsmiddel wordt aan deze voorwaarde voldaan indien het toevoegingsmiddel in de zin van artikel 2, lid 7, onder d), i), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 hetzelfde is als een geregistreerde stof waarvoor het registratiedossier de hier genoemde informatie bevat, en indien de informatie in de zin van artikel 2, lid 7, onder d), ii), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 beschikbaar is voor de fabrikant van het bemestingsproduct.
(6) In geval van een in de Europese Unie teruggewonnen toevoegingsmiddel wordt aan deze voorwaarde voldaan indien het toevoegingsmiddel in de zin van artikel 2, lid 7, onder d), i), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 hetzelfde is als een geregistreerde stof waarvoor het registratiedossier de hier genoemde informatie bevat, en indien de informatie in de zin van artikel 2, lid 7, onder d), ii), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 beschikbaar is voor de fabrikant van het bemestingsproduct.
(7) In geval van een in de Europese Unie teruggewonnen toevoegingsmiddel wordt aan deze voorwaarde voldaan indien het toevoegingsmiddel in de zin van artikel 2, lid 7, onder d), i), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 hetzelfde is als een geregistreerde stof waarvoor het registratiedossier de hier genoemde informatie bevat, en indien de informatie in de zin van artikel 2, lid 7, onder d), ii), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 beschikbaar is voor de fabrikant van het bemestingsproduct.
(8) De uitsluiting van een materiaal uit bestanddelencategorie 1 verhindert niet dat het als bestanddeel in aanmerking kan komen krachtens een andere bestanddelencategorie waarvoor andere eisen gelden. Zie bijvoorbeeld bestanddelencategorie 11 betreffende dierlijke bijproducten, de bestanddelencategorieën 9 en 10 betreffende polymeren en bestanddelencategorie 8 betreffende agronomische toevoegingsmiddelen.
(9) In geval van een in de Europese Unie teruggewonnen toevoegingsmiddel wordt aan deze voorwaarde voldaan indien het toevoegingsmiddel in de zin van artikel 2, lid 7, onder d), i), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 hetzelfde is als een geregistreerde stof waarvoor het registratiedossier de hier genoemde informatie bevat, en indien de informatie in de zin van artikel 2, lid 7, onder d), ii), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 beschikbaar is voor de fabrikant van het bemestingsproduct.
(10) De som van naftaleen, acenaftyleen, acenafteen, fluoreen, fenantreen, antraceen, fluorantheen, pyreen, benzo[a]antraceen, chryseen, benzo[b]fluorantheen, benzo[k]fluorantheen, benzo[a]pyreen, indeno[1,2,3-cd]pyreen, dibenzo[a,h]antraceen en benzo[ghi]peryleen.
(11) De som van naftaleen, acenaftyleen, acenafteen, fluoreen, fenantreen, antraceen, fluorantheen, pyreen, benzo[a]antraceen, chryseen, benzo[b]fluorantheen, benzo[k]fluorantheen, benzo[a]pyreen, indeno[1,2,3-cd]pyreen, dibenzo[a,h]antraceen en benzo[ghi]peryleen.
(12) In geval van een in de Europese Unie teruggewonnen toevoegingsmiddel wordt aan deze voorwaarde voldaan indien het toevoegingsmiddel in de zin van artikel 2, lid 7, onder d), i), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 hetzelfde is als een geregistreerde stof waarvoor het registratiedossier de hier genoemde informatie bevat, en indien de informatie in de zin van artikel 2, lid 7, onder d), ii), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 beschikbaar is voor de fabrikant van het bemestingsproduct.
(13) In geval van een in de Europese Unie teruggewonnen toevoegingsmiddel wordt aan deze voorwaarde voldaan indien het toevoegingsmiddel in de zin van artikel 2, lid 7, onder d), i), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 hetzelfde is als een geregistreerde stof waarvoor het registratiedossier de hier genoemde informatie bevat, en indien de informatie in de zin van artikel 2, lid 7, onder d), ii), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 beschikbaar is voor de fabrikant van het bemestingsproduct.
(14) De som van naftaleen, acenaftyleen, acenafteen, fluoreen, fenantreen, antraceen, fluorantheen, pyreen, benzo[a]antraceen, chryseen, benzo[b]fluorantheen, benzo[k]fluorantheen, benzo[a]pyreen, indeno[1,2,3-cd]pyreen, dibenzo[a,h]antraceen en benzo[ghi]peryleen.
(15) De som van naftaleen, acenaftyleen, acenafteen, fluoreen, fenantreen, antraceen, fluorantheen, pyreen, benzo[a]antraceen, chryseen, benzo[b]fluorantheen, benzo[k]fluorantheen, benzo[a]pyreen, indeno[1,2,3-cd]pyreen, dibenzo[a,h]antraceen en benzo[ghi]peryleen.
(16) In geval van een in de Europese Unie teruggewonnen stof wordt aan deze voorwaarde voldaan indien de stof in de zin van artikel 2, lid 7, onder d), i), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 dezelfde is als een geregistreerde stof waarvoor het registratiedossier de hier genoemde informatie bevat, en indien de informatie in de zin van artikel 2, lid 7, onder d), ii), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 beschikbaar is voor de fabrikant van het bemestingsproduct.
(17) De diameter van de schijf en de binnendiameter van het cilindervormige omhulsel moeten in elk geval overeenstemmen.
(18) NB: Terwijl de zes perifere snoerstukken na afwerking strak liggen moet het centrale snoer enige speling behouden.
(19) De toekenning van een nummer aan de EU-conformiteitsverklaring door de fabrikant is facultatief.
Top