EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52008DC0768

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Windenergie op zee - Er is actie nodig om de doelstellingen van het energiebeleid voor 2020 en verder te realiseren

/* COM/2008/0768 def. */

52008DC0768

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Windenergie op zee - Er is actie nodig om de doelstellingen van het energiebeleid voor 2020 en verder te realiseren /* COM/2008/0768 def. */


COM(2008) XXX

[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 13.11.2008

COM(2008) 768 definitief

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Windenergie op zee - Er is actie nodig om de doelstellingen van het energiebeleid voor 2020 en verder te realiseren

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Windenergie op zee - Er is actie nodig om de doelstellingen van het energiebeleid voor 2020 en verder te realiseren

OFFSHORE-WINDENERGIE — EEN ZEE VAN ONBENUTTE MOGELIJKHEDEN

Windenergie zal een essentiële rol spelen in het verwezenlijken van de doelstellingen van het nieuwe Europese energiebeleid. Vandaag heeft via windturbines opgewekte elektriciteit slechts in een beperkt aantal lidstaten een betekenisvol aandeel in de totale elektriciteitsproductie. Het belang ervan neemt echter wel toe: meer dan 40% van alle nieuwe elektriciteitscapaciteit die in 2007 aan het Europese net werd toegevoegd, werd opgewekt door windenergie, wat van deze sector, afgezien van aardgas, de snelst groeiende elektriciteitsopwekkingtechnologie heeft gemaakt[1]. In het modelleringsscenario dat is gebruikt voor de tweede strategische energie-evaluatie[2] wordt aangegeven dat windenergie tegen 2020 goed zal zijn voor meer dan een derde van alle uit hernieuwbare energiebronnen opgewekte elektriciteit, wat kan oplopen tot bijna 40% in 2030. Dit houdt een totale investering in van minimaal 200 tot 300 miljard euro (of ongeveer een kwart van alle investeringen in elektriciteitsopwekking) in de periode tot 2030.

Windenergie aan land blijft op korte termijn dominant, maar installaties op zee zullen steeds belangrijker worden . Vergeleken bij windturbines aan land zijn turbines op zee veel complexer en duurder[3], zowel om ze te installeren als om ze te onderhouden, maar er zijn ook een aantal cruciale voordelen. Op zee is de wind doorgaans veel sterker en stabieler dan op het land, wat resulteert in een aanzienlijk hogere productie per geïnstalleerde eenheid. Op volle zee kunnen de windturbines groter zijn dan op het land want daar rijzen veel logistieke moeilijkheden wanneer zeer grote turbineonderdelen van hun productieplek moeten worden getransporteerd naar de plaats waar ze worden geïnstalleerd. Ten slotte bieden windparken op zee het voordeel dat ze wellicht minder problemen opwekken bij omwonenden en andere betrokkenen, tenzij zij hinderlijk zijn voor andere activiteiten op zee of belangrijke mariene milieubelangen.

De windkracht op de Europese zeeën vormt een enorme, inheemse bron van schone, hernieuwbare energie . Door elektriciteit op te wekken zonder gebruik te maken van fossiele brandstoffen en door banen en groei te creëren in een sector waarin Europese bedrijven wereldwijd een leidinggevende rol spelen, kan windenergie op zee een aanzienlijke bijdrage leveren tot de realisatie van elk van de drie centrale doelstellingen van het nieuwe energiebeleid : het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, het veilig stellen van de energievoorziening en de verbetering van de concurrentiekracht van de EU.

Fysisch gesproken volstaat windenergie om de gehele Europese energievraag te dekken. De variabiliteit van de wind, samen met andere technische, politieke en economische problemen en praktische beperkingen, bepalen in laatste instantie echter de snelheid waarmee dit belangrijke potentieel wordt benut en het aandeel dat windenergie uiteindelijk zal innemen. Vandaag is het potentieel van windenergie op zee nog grotendeels onbenut: zelfs als niet wordt gekeken naar de mogelijkheid van diepwaterinstallaties, gebaseerd op vlottende pontons, bedraagt het potentieel dat tegen 2020 kan worden aangeboord naar alle waarschijnlijkheid 30 à 40 keer de momenteel geïnstalleerde capaciteit[4] en tegen 2030 kan het geïnstalleerde vermogen zijn opgelopen tot 150 GW[5], of ongeveer 575 TWh . Om te waarborgen dat deze mogelijkheid daadwerkelijk wordt aangegrepen, moet een proactief beleid worden ontwikkeld.

EEN OPKOMENDE MARKT MET VELE UITDAGINGEN

Verbetering van het algemene kader

Zoals andere nieuwe technologieën voor duurzame energie is een voorwaarde voor de ontwikkeling van offshore-windenergie een duidelijk, stabiel en gunstig kader . Zonder dergelijk kader kan deze technologie haar potentieel niet waarmaken in concurrentie met conventionele energiebronnen. Op EU-niveau zijn de voornaamste regelgevingsinstrumenten voor een dergelijk kader de algemene wetgeving betreffende de interne markt voor elektriciteit[6], de richtlijn betreffende de elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen[7], het EU-stelsel voor handel in emissierechten[8] en de communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming[9].

Dit bestaande kader is ontwikkeld in het "derde pakket betreffende de interne markt voor energie" van de Commissie van oktober 2007[10] en in het "energie- en klimaatpakket" dat in januari 2008 is voorgesteld[11]. Een spoedige vaststelling en tenuitvoerlegging van deze twee pakketten zal de voornaamste EU-bijdrage vormen aan de bevordering van windenergie op zee en aan de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen in het algemeen. De voorgestelde verbeteringen omvatten bindende streefcijfers, instrumenten ter bevordering van versterkte regionale samenwerking tussen energieregelgevers en systeemexploitanten en stringentere eisen aan de lidstaten om hun plannings- en vergunningsprocedures te stroomlijnen, de toegang tot hun elektriciteitsnetten te vergemakkelijken en administratieve belemmeringen te slopen.

Er zijn echter bepaalde specifieke aspecten die projecten voor windenergie op zee in meerdere of mindere mate belemmeren . Op grond van een openbare raadpleging van de belanghebbenden, uitgevoerd begin 2008[12], heeft de Commissie vier cruciale gebieden aangewezen waarop speciale aandacht vereist is.

Een sector die geconfronteerd wordt met specifieke industriële en technologische uitdagingen

Vergeleken met windenergie aan land is de technologie van windenergie op volle zee nog vrij duur en weinig ontwikkeld. Sommige, in een vroeg stadium ontwikkelde projecten zijn in essentie offshore-toepassingen van onshore-technologieën met veeleer kleine aanpassingen. Zij kregen te maken met onverwachte technische problemen, onder meer in verband met de betrouwbaarheid van turbineonderdelen zoals de tandwielkasten en de transformatoren. Dat heeft investeerders voorzichtiger gemaakt, heeft het moeilijker gemaakt projecten gefinancierd te krijgen en heeft hogere kosten meegebracht gezien de risicopremies die nu door investeerders worden gevraagd. Uit de opgedane ervaring blijkt ook dat het belangrijk is de kosten van installatie, exploitatie en onderhoud - die veel hoger liggen in het hardere en minder toegankelijke zeemilieu dan aan land - omlaag te krijgen.

De huidige structuur van de sector maakt deze situatie nog ingewikkelder. Momenteel hebben slechts weinig turbineproducenten een lange en grootschalige ervaring met windmolens die in volle zee worden geplaatst. Daardoor is de concurrentie en dus ook het niveau van innovatie veeleer beperkt en wordt het kostenverschil met toepassingen aan land nog groter. Bovendien zijn er knelpunten op verschillende punten van de toeleveringsketen. Cruciale belemmeringen zijn een beperkte beschikbaarheid van turbinecomponenten, betaalbare installatieschepen, geschikte havenfaciliteiten en soortgelijke apparatuur en infrastructuur, alsook vakkundig personeel met de nodige mix aan kwalificaties.

De bestaande funderingstechnologieën zijn beperkt tot vrij ondiep water (doorgaans een diepte van minder dan 30 meter). Grootschalige invoering van offshore-elektriciteitsopwekking zou ten zeerste worden vergemakkelijkt wanneer er technologieën beschikbaar komen die projecten in dieper water mogelijk maken, maar kosteneffectieve oplossingen moeten nog altijd worden gedemonstreerd in reële toepassingen.

In de huidige situatie concurreert offshore-windenergie enerzijds met windenergie aan land voor de bestaande turbineproductiecapaciteit en anderzijds met de olie- en gasexploratiesector voor de bestaande offshore-apparatuur en -deskundigheid . Tegen deze achtergrond van "dubbele omknelling" voeren de pioniers een moeilijk gevecht om hun nichemarkt uit te bouwen tot een volwaardige industriesector. Investeerders aarzelen immers om omvangrijke investeringen te doen in het nodige O&O en de vereiste uitbreiding van de capaciteit van de toeleveringsketen zolang deze technologie zich nog volop op de leercurve naar boven werkt.

Het ontbreekt aan geïntegreerde strategische planning en grensoverschrijdende coördinatie

In tegenstelling tot bij ruimtelijke ordening aan land hebben de lidstaten doorgaans slechts een beperkte ervaring met en soms ontoereikende governancestructuren en -regels voor geïntegreerde ruimtelijke ordening in een mariene omgeving . Het ontbreken van processen om op een geïntegreerde wijze te kijken naar de ruimtelijke distributie van de windbronnen, de beperkingen die een gevolg zijn van andere mariene activiteiten of belangen, en de elektriciteitsnetaspecten doen de onzekerheid en het risico van vertragingen bij of mislukking van offshore-projecten toenemen. Hetzelfde geldt voor andere bronnen van hernieuwbare zee-energie, zoals getijde- en golfslagenergie.

Bovendien brengt de afwezigheid van toegangspunten tot de elektriciteitsnetten op zee onzekerheid mee over de mogelijkheid om zich aan de rest van het elektriciteitsnet te koppelen en over de aansluitingskosten. Dit verhoogt het risico van offshore-projecten.

Een positief aspect is dan weer dat offshore-projecten wellicht de kans bieden nieuwe lijnen aan te leggen die een verbinding kunnen vormen met de nieuwe opwekkingscapaciteit en tegelijk de transmissiecapaciteit tussen verschillende regio's in de interne elektriciteitsmarkt kunnen vergroten of zelfs creëren. Zulke potentiële synergieën tussen offshore-projecten en grensoverschrijdende interconnectoren worden momenteel echter niet geëxploiteerd[13] . Een van de redenen daarvoor is de complexiteit die grensoverschrijdende samenwerking onvermijdelijk met zich meebrengt omdat het noodzakelijk is rekening te houden met verschillende plannings- en regelgevingsstelsels. Zonder grensoverschrijdende samenwerking dreigen netwerkinvesteringen echter een ondermaats resultaat op te leveren omdat zij dan worden bekeken uit het perspectief van afzonderlijke projecten en niet uit het perspectief van het systeem als geheel. Offshore-projecten die afhangen van nieuwe grensoverschrijdende connectoren zijn dus kwetsbaarder voor de onzekerheid die het gevolg is van verschillen in de regelgeving zoals steunregelingen en regels voor de terugwinning van de kosten van netwerkinvesteringen.

De behoefte aan een betere grensoverschrijdende samenwerking is niet alleen beperkt tot de planning en ontwikkeling van netwerken, maar geldt ook voor de exploitatie en het beheer van de systemen. Een toename van de marktpenetratie van offshore-windenergie kan gevolgen hebben op het niveau van de beheersstrategieën voor vermogenscongestie en de balanceringsplannen voor vraag en aanbod en kan resulteren in betere mechanismen voor markten voor grensoverschrijdende handel en vermogensbalancering.

Gebrekkige uitwisseling van kennis en informatie belemmert een vlotte toepassing van de EU-milieuwetgeving

Offshore-elektriciteitsproductie is vrij nieuw en bestaat zelfs niet in de meeste lidstaten. De ervaring bij de toepassing van de milieuwetgeving van de EU, zoals de richtlijnen "Vogels"[14], "Habitats"[15] en "Milieueffectbeoordeling"[16], in dergelijke projecten is dan ook nog steeds vrij beperkt. In de praktijk brengt dit extra onzekerheid mee voor de ontwikkelaars van offshore-projecten, wat kan leiden tot extra vertragingen en kosten.

Eén element dat de ontwikkeling van offshore-projecten nodeloos bemoeilijkt is de vertraging die de lidstaten hebben opgelopen bij de aanwijzing van de mariene beschermingszones overeenkomstig de vogel- en de habitatrichtlijn . Wanneer dergelijke zones niet zijn aangewezen wordt het moeilijk besluiten te treffen over de geschiktheid van bepaalde gebieden voor de uitbouw van windparken. Zonder de nodige gegevens inzake mariene ecosystemen en informatie over de plaatsen waar gevoelige of beschermde habitats en soorten voorkomen, nemen effectbeoordelingen en vergunningsprocedures waarschijnlijk meer tijd in beslag en zullen zij ook vaker worden betwist.

Een andere factor is het ontbreken van up-to-date-kennis over het effect van offshore-windparken op natuurlijke habitats en soorten. Dergelijke informatie moet op meer systematische wijze worden verzameld en gedeeld zodat de opmaak van milieueffectbeoordelingen wordt vergemakkelijkt. Hoewel er reeds een vrij groot en snel in omvang toenemend pakket wetenschappelijke literatuur bestaat, is dit doorgaans zeer recent en zijn vele lokale, regionale en nationale autoriteiten en belanghebbenden er niet mee bekend. In een dergelijke situatie lopen projectontwikkelaars het risico dat hen overdreven en al te dure milieueffectbeoordelings- en milieutoezichtseisen worden opgelegd, wat niet nodig was geweest als de meest actuele kennis reeds in de besluitvorming was meegenomen.

Het aanpakken van knelpunten en vermogensbalancering in de elektriciteitsnetten op het land

Om een aantal redenen zal offshore-elektriciteitsproductie geografisch gesproken wellicht minder verspreid zijn dan windenergie aan land en vele andere projecten op het gebied van hernieuwbare energie.

In de eerste plaats maakt de noodzaak om speciale netwerkverbindingen aan te leggen naar ver op zee gelegen punten schaalvoordelen enorm belangrijk. Alleen zo kan worden gewaarborgd dat offshore-projecten kunnen concurreren met andere bronnen (met name in het geval van regelgevingsstelsels waarbij de aansluitingskosten moeten worden betaald door de ontwikkelaar in plaats van ze te integreren in de tariefsystemen). Alleen dit aspect al zal tot gevolg hebben dat offshore-projecten grootschaliger zullen zijn dan projecten aan land.

Ten tweede wordt offshore-energie geproduceerd in gebieden waarin er geen elektriciteitsvraag is (afgezien wellicht van enig verbruik op olie- en gasplatforms). Alle aansluitingspunten op het distributienet bevinden zich dus aan noodzakelijkerwijs aan de kust.

In een scenario met grootschalige ontwikkeling van windenergie op volle zee zal dit een uitdaging vormen voor de capaciteit van de bestaande systemen om productie en vraag op elkaar af te stemmen (balancering) en de elektriciteit te transporteren naar de verbruikscentra waarvan er vele in het binnenland gelegen zijn. In sommige lidstaten, met name in Duitsland, bestaan er al knelpunten of worden die verwacht in het geval van een aanzienlijke uitbreiding van de productie van windenergie op de Noordzee. De noodzaak van een verdere ontwikkeling van de interconnectiecapaciteit is bijvoorbeeld aangetoond in de Duitse Dena I -studie[17].

WAT MOET ER NU VERDER GEBEUREN?

INVEST eren in het toekomstige concurrentievermogen van de windenergie-industrie van de EU

Om offshore-windenergie uit de slagschaduw van haar meest nabije concurrenten — windenergie aan land en offshore-olie en gasexploratie — te krijgen zal een bijzondere inspanning vereist zijn om in het komende decennium de technologie, de desbetreffende infrastructuren en de toeleveringsketens verder te ontwikkelen. Het Europees strategisch plan voor energietechnologie (SET-plan) [18], ingediend in 2007 en in maart 2008 door de Europese Raad bekrachtigd, vormt, samen met het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (KP7) [19] en het Programma Intelligente energie - Europa (IEE)[20], het algemene EU-kader waarbinnen deze uitdagingen moeten worden aangepakt.

In het SET-plan wordt een verdubbeling van de output van de grootste windturbines, met daarbij een centrale rol voor offshore-projecten, een centrale uitdaging en voorwaarde genoemd voor het behalen van de 2020-doelstelling en wordt een Europees industrieel initiatief inzake windenergie voorgesteld. De doelstelling is de marktpenetratie van windenergie te bevorderen en de desbetreffende kosten te verlagen. Aangezien windenergie aan land reeds één van de meest concurrerende technologieën is, meent de Commissie dat offshore-windenergie een centrale prioriteit van het initiatief moet worden . Hoewel het voor de relevante sector wellicht verleidelijk is zich te concentreren op het afromen van de baten van de huidige boomende onshore-markt, zijn investeringen in de offshore-sector van kritisch belang om het mondiale technologische leiderschap van de EU in stand te houden en de grondslagen te leggen voor nieuwe exportmarkten. Er zullen ook belangrijke positieve spill-over-effecten zijn op aanverwante markten. Een goed voorbeeld daarvan is de moderne High Voltage Direct Current (HVDC)-kabeltechnologie (hoogspanningsgelijkstroomverbinding) die de Europese industrie een uniek potentieel heeft gegeven[21].

Om deze redenen is de Commissie in het kader van het KP7 meer de klemtoon gaan leggen op offshore-windenergie, en dit vanaf het energiewerkprogramma 2009 . De in juli 2008 gepubliceerde Strategische Onderzoeksagenda[22] van het Technologieplatform voor windenergie (TP Wind)[23] omvat voorstellen voor prioritaire onderzoeksgebieden met het oog op offshore-windprojecten die een belangrijke input leveren voor de vaststelling van prioriteiten en de coördinatie van toekomstige onderzoeksinspanningen op EU- en nationaal niveau. In deze context spoort de Commissie de lidstaten er ook toe aan meer gebruik te maken van de mogelijkheid de cohesiebeleidsfondsen te benutten voor de subsidiëring van onderzoek en ontwikkeling.

Zoals aangetoond in de strategische onderzoeksagenda moeten er, gezien de nieuwe grote ambities van het Europese energiebeleid, vragen worden gesteld over de toereikendheid van de huidige niveaus van steun voor onderzoek op het gebied van windenergie, inclusief windenergie op zee. De Commissie zal zich verder over deze kwestie buigen in de context van de, in het SET-plan aangekondigde mededeling betreffende de financiering van koolstofarme technologieën. In diezelfde context zal worden nagedacht over opties om binnen het industrieel initiatief middelen van de overheid, van de industrie en uit andere particuliere bronnen te combineren en daarbij te waarborgen dat ook voldoende aandacht gaat naar offshore-aspecten.

Wat geschoolde werknemers, installatieschepen en andere gespecialiseerde hulpbronnen betreft, kan offshore-windenergie momenteel niet op gelijke voet concurreren met de olie- en gasproductiesector. Na verloop van tijd kunnen de gemeenschappelijke aspecten van de opwekking van hernieuwbare energie op volle zee en de offshore-olie- en gaswinning echter batig worden benut, met name als in de kustgebieden de kans wordt gegrepen om een beheerste, geleidelijke overgang naar nieuwe energieën te maken . Vele regio's in Europa benutten nu al volop de kansen (voor toekomstige werkgelegenheid, groei en economische opleving) die worden geboden door het heroriënteren van bestaande vakbekwaamheden en middelen uit de in moeilijkheden verkerende visserij-, scheepsbouw- en havensector en andere potentieel relevante industriële sectoren. De hoge olieprijzen zullen weliswaar nog enige tijd aanzetten tot nieuwe investeringen in de Europese olie- en gaswinning, maar de productie heeft momenteel zijn hoogtepunt bereikt en het wordt tijd om de overgang naar nieuwe energiebronnen te plannen en de vereiste nieuwe deskundigheden in te zetten. In het kader van een proactieve aanpak van geleidelijke overgang naar hernieuwbare energiebronnen en de ontwikkeling van offshore-windenergie worden nu al EU-programma's zoals Intelligente Energie voor Europa en programma's in het kader van het cohesiebeleid gebruikt om relevante projecten te subsidiëren[24].

Zorgen voor een meer strategische, gecoördineerde aanpak van de offshore-ontwikkelingen

Zoals hierboven uiteengezet is een meer strategische, gecoördineerde aanpak belangrijk om Europa's windrijkdommen op kosteneffectieve wijze te exploiteren. In dat verband kan een reeks planningsinstrumenten en forums op EU- of regionaal niveau een rol spelen.

Uit het oogpunt van hernieuwbare energiebronnen heeft de Commissie voorgesteld om in de nieuwe richtlijn betreffende energie uit hernieuwbare bronnen de verplichting voor de lidstaten op te nemen om nationale actieplannen op te stellen[25]. Dit zal de lidstaten ertoe aanzetten een samenhangend kader uit te werken voor de bijdrage van de diverse hernieuwbare energiebronnen en de desbetreffende technologieën. In deze context lijkt het passend dat lidstaten met buitengaats gelegen hernieuwbare energiebronnen de verwachte bijdrage daarvan aan de verwezenlijking van de 2020-doelstelling nader preciseren.

Uit het oogpunt van het mariene milieu biedt de tenuitvoerlegging van de onlangs vastgestelde kaderrichtlijn mariene strategie [26] de lidstaten de gelegenheid ook de impact van hun offshore-windparken in rekening te brengen bij de evaluatie van de druk en effecten op het mariene milieu en na te gaan of die parken het bereiken van de doelstelling van een "goede milieutoestand" eventueel bemoeilijken. In deze context kunnen ook de regionale zeeverdragen (OSPAR, HELCOM, MAP, BSC, enz.) bijdragen tot een betere coördinatie en is er al veel werk verricht, bv. op het gebied van milieueffectbeoordelingen[27].

Uit het oogpunt van het elektriciteitsnet zullen de regionale samenwerking binnen het nieuwe, in het kader van het "derde pakket"[28] voorgestelde Europese Netwerk van transmissiesysteembeheerders (ENTSO) en de in dat kader opgestelde plannen voor netwerkontwikkeling en -investeringen belangrijke nieuwe coördinatie-instrumenten worden. De Europese transmissiesysteembeheerders ondersteunen trouwens het voorstel van specifieke op offshore-windenergie toegesneden netwerkontwikkelingsplannen. Het nieuwe Agentschap voor de samenwerking tussen energieregelgevers en de bestaande regionale initiatieven zullen ook een belangrijke rol spelen bij de coördinatie van de regelgeving. In dat verband moeten verbeterde marktmechanismen (inclusief voor balancering en grensoverschrijdende handel) en meer gecoördineerde, flexibele en gunstige voorwaarden worden ingevoerd zodat investeringen in transnationale offshore-netwerken worden bevorderd. Bovendien hebben de Europese coördinatoren , aangewezen overeenkomstig de TEN-E-richtsnoeren[29] (daarbij inbegrepen de coördinator voor offshore-windenergie in Noord-Europa) meer specifiek de taak gekregen de Europese dimensie van bepaalde projecten te bevorderen door de grensoverschrijdende dialoog te vergemakkelijken en bij te dragen tot een coördinatie van de nationale procedures voor raadpleging van de betrokken partijen.

Er moet op worden toegezien dat de diverse processen bij elkaar aansluiten en dat tegelijk de specifieke voordelen, middelen en relevante deskundigheden ervan worden benut . Zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie betreffende een geïntegreerd maritiem beleid voor de EU[30] moet de langetermijnvisie voor het beheer van de zeeën een ontwikkeling inhouden naar een daadwerkelijk geïntegreerde maritieme ruimtelijke ordening. De Commissie zal daartoe vóór eind 2008 een stappenplan uitwerken. Een dergelijke aanpak moet een kader bieden om de diverse sectorale belangen met elkaar in evenwicht te brengen, inclusief eventuele arbitrage, en moet een stabiel investeringsklimaat scheppen. Om een spoedige voortgang in dit proces te waarborgen, zijn praktische maatregelen vereist en moet worden voortgebouwd op ervaring die wordt opgedaan bij de verwezenlijking van bepaalde sectorale doelstellingen van grote beleidsmatige prioriteit.

In dit verband zal waardevolle informatie worden opgedaan in het kader van het Duits-Zweeds-Deense overleg over de eventuele realisatie van een gemeenschappelijke verbinding met het vasteland van de drie buitengaats gelegen windparken, alle drie op Kriegers Flak in de Oostzee. De Europese coördinator dringt sterk aan op een dergelijke verbinding. Met name zal informatie worden opgedaan over de wijze waarop de sociaal-economische baten van een gemeenschappelijke oplossing met een combinatie van nieuwe windparken en interconnecties kunnen worden verdeeld. De Commissie zal de inspanningen van de Europese coördinator ondersteunen en aanvullen om de onderscheiden processen, autoriteiten en belanghebbenden samen te brengen, 'beste praktijken' te ontwikkelen in specifieke projecten en het ontluiken van soortgelijke samenwerkingsverbanden op andere plaatsen, in de eerste plaats de Noordzee, te bevorderen. Zij zal met name toezien op een grotere interactie met door de EU-gefinancierde specifieke projecten zoals NORSEWiND[31] en WINDSPEED[32].

Optimaliseren van de milieubaten van windenergie op zee

De milieubaten van windenergie als schone bron van elektriciteit zonder enige emissie van broeikasgassen of plaatselijke luchtverontreiniging, alsook de baten in termen van zekerheid van de energievoorziening, worden in brede kring erkend. De overgrote meerderheid van de Europeanen staat dan ook een zeer positief tegenover windenergie[33]. Minder bekend, maar ook belangrijk, is het feit dat windturbines in tegenstelling tot thermische centrales geen water verbruiken. Ten slotte levert windenergie, die een matigende rol kan spelen bij de klimaatverandering, op mondiaal niveau een positieve langetermijnbijdrage op het gebied van de bescherming van de biodiversiteit.

Lokaal echter doen bepaalde projecten soms problemen rijzen, meer bepaald door ontwaarding van het landschap ten gevolge van de inplanting van windmolens, geluidsoverlast of effecten op de plaatselijke biodiversiteit en/of habitats. Wanneer zij ver van de kust worden gebouwd, is voor windturbines op zee alleen het laatste aspect een potentieel probleem. De tot dusverre opgedane ervaring lijkt erop te wijzen dat zelfs dit probleem zelden aan de orde is: monitoringsprogramma's bij bestaande windparken op zee hebben uitgewezen dat het heel goed mogelijk is om zelfs grote windparken te bouwen zonder dat dit belangrijke effecten heeft op de lokale biodiversiteit en habitats .

Windparken waarvoor de locatie onvoldoende zorgvuldig is gekozen, kunnen echter een nadelig effect hebben op gevoelige soorten en habitats. Dergelijke potentiële problemen moeten in een vroeg stadium via strategische beoordelingen worden gedetecteerd. Zo nodig moeten zij worden aangepakt met behulp van passende maatregelen waarmee belangrijke negatieve effecten worden voorkomen of geminimaliseerd.

De Commissie is van mening dat de bestaande EU-wetgeving inzake natuurbescherming en milieueffectbeoordeling een adequaat kader levert dat soepel genoeg is om deze aspecten aan te pakken . Zij erkent echter dat verdere toelichting inzake de toepassing van dit kader in de specifieke context van windparken in of nabij beschermde of gevoelige natuurgebieden wellicht een grotere zekerheid kan bieden voor ontwikkelaars, autoriteiten en andere betrokken partijen. De Commissiediensten zullen daarom hun werkzaamheden versnellen om uiterlijk in 2009 te kunnen komen met een definitief document met richtsnoeren betreffende windparken en milieu . In deze context zal nagedacht worden over verschillende opties voor het aanbieden, actualiseren en verspreiden van de meest recente wetenschappelijke bevindingen over de milieueffecten van windenergie. Bovendien zal de Commissie werk maken van de oprichting van een Europees marien observatie- en gegevensnetwerk (European Marine Observation and Data network - EMODNET). Dat netwerk kan het opmaken van milieueffectbeoordelingen ondersteunen door de toegang tot de relevante gegevens te vergemakkelijken.

Zoals hierboven reeds beklemtoond, kan strategische planning het gemakkelijker maken een goed evenwicht te vinden tussen de belangen van de verschillende partijen die betrokken zijn bij de keuze van locaties voor windparken. Het is daarom belangrijk dat de mariene Natura 2000-zones overeenkomstig de vogel- en de habitatrichtlijn daadwerkelijk worden aangewezen zodat de ontwikkelaars de nodige zekerheid kan worden geboden . Daarbij is momenteel veel te veel vertraging opgelopen. De Commissie heeft daarom een handleiding opgesteld waarop de lidstaten zich kunnen baseren om mariene beschermingszones te selecteren. De bal ligt nu duidelijk in het kamp van de lidstaten en de Commissie zal alle nodige maatregelen treffen om te waarborgen dat de desbetreffende zones tijdig en op passende wijze worden aangewezen .

Integreren van grootschalige offshore-windenergieprojecten in het toekomstige elektriciteitsnet

De grootschalige ontwikkeling van offshore-windenergie kan knelpunten doen ontstaan in het bestaande elektriciteitsnet, zeker wanneer dit net niet is aangepast aan de nieuwe gedecentraliseerde opwekkingsinfrastructuur. Dit probleem wordt al bestudeerd door de Europese coördinator voor offshore-windenergie in Noord-Europa en er wordt ook gedetailleerd technisch onderzoek naar verricht in projecten zoals TradeWind[34] en de Europese studie voor de integratie van windenergie (European Wind Integration Study - EWIS[35]).

Zolang de exacte omvang en aard van het probleem niet beter zijn afgebakend, is het onmogelijk een definitief antwoord inzake eventuele oplossingen te geven. Naar alle waarschijnlijkheid zal elk antwoord nieuwe transmissiecapaciteit omvatten en input van moderne "smart grid"-technologieën (slimme netwerken) met intelligent beheer van de vraag, energieopslag (eventueel via een grotere elektrificatie van de transportsector) en, meer in het algemeen, systeemintegratie.

Het Groenboek betreffende de Europese energienetwerken, dat samen met deze mededeling wordt goedgekeurd, verdere werkzaamheden van de Europese coördinator en nauwere samenwerking tussen de energieregelgevers en de transmissiesysteembeheerders, als besproken in hoofdstuk 3.2, zullen echter de geschikte bredere context bieden voor deze hele discussie.

CONCLUSIES

Windenergie op zee is een inheemse bron voor elektriciteitsproductie met een enorm potentieel dat tot dusverre nog nauwelijks is benut. Offshore-windenergie kan en moet een grote bijdrage leveren voor het verwezenlijken van de doelstellingen van het EU-energiebeleid, meer bepaald door een zeer aanzienlijke toename van het geïnstalleerde vermogen, van de orde van 30 à 40 keer de huidige capaciteit tegen 2020 tot 100 keer die capaciteit in 2030.

Het vergt echter tijd om de vereiste technologieën te ontwikkelen en de capaciteit van de industriële toeleveringsketen uit te bouwen. Dit geldt ook voor de plannings- en vergunningsprocedures met betrekking tot nieuwe projecten. Om de vereiste investeringen tijdig en vóór 2020 te kunnen doen, heeft de sector absoluut behoefte aan grotere zekerheid en een stabiel en gunstig kader. De bindende 20%-doelstelling voor hernieuwbare energie en het klimaatpakket zijn cruciale elementen om dit te bereiken, maar lidstaten met offshore-windrijkdommen moeten dit kader daadwerkelijk gebruiken en moeten in hun actieplannen duidelijk hun ambities met betrekking tot windenergie op zee omschrijven en de vereiste acties opzetten.

Van haar kant zal de Commissie werk maken van alle relevante of recent van start gegane EU-initiatieven, als hierboven beschreven, en indien nodig verdere maatregelen nemen. Zij zal met name:

- inspanningen leveren om de regionale samenwerking inzake de locatiekeuze en netwerkplanning voor offshore-energie tussen de lidstaten, de energieregelgevers, transmissiesysteembeheerders (TSB's) en andere relevante belanghebbenden te vergemakkelijken . Daarbij zal zij instrumenten gebruiken als die welke zijn opgezet in het kader van het "derde pakket" en het door de Europese coördinator opgerichte coördinatieplatform voor de verbinding van offshore-windparken in de Oost- en de Noordzee met het elektriciteitsnet;

- de lidstaten ertoe aanzetten een maritieme ruimtelijke ordening ten uitvoer te leggen, gebaseerd op de beginselen van het toekomstige stappenplan voor ruimtelijke ordening waarbij de op zee met elkaar concurrerende sectoren worden gereguleerd via transparante besluitvormingsprocessen en waarbij een optimale locatieselectie wordt nagestreefd;

- de TSB's en energieregelgevers ertoe aanzetten hun samenwerking te intensiveren om met spoed gunstiger regelgevingsvoorwaarden te creëren voor investeringen in transnationale offshore-netwerken , voor grensoverschrijdende handel en voor de ontwikkeling van efficiënte balanceringsmarkten;

- de klemtoon leggen op onderzoek voor elektriciteitsproductie op zee uit hoofde van het zevende kaderprogramma voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (KP7) en - in de context van het Europees industrieel initiatief inzake windenergie en de mededeling betreffende de financiering van koolstofarme technologieën als aangekondigd in het SET-plan - de mogelijkheden afwegen om meer steun te verlenen met het oog op een versnelde ontwikkeling en marktpenetratie van offshore-windenergie en andere mariene hernieuwbare energiebronnen in het licht van de nieuwe EU-beleidsdoelstellingen op energiegebied ;

- in toekomstige uitnodigingen tot het indienen van voorstellen in het kader van het programma Intelligente energie - Europa , acties bevorderen die tot doel hebben de voornaamste niet-technologische belemmeringen voor het gebruik van offshore-windenergie aan te pakken;

- de laatste hand leggen aan de specifieke richtsnoeren betreffende de toepassing van de EU-natuurbeschermingswetgeving in de context van windparken en alle nodige maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat de lidstaten met spoed mariene beschermde zones aanwijzen overeenkomstig de vogel- en de habitat-richtlijn zodat de projectontwikkelaars grotere zekerheid wordt geboden en er wordt bijgedragen tot de biodiversiteitsdoelstellingen van de EU;

- de grootschalige integratie van offshore-windenergie in de bestaande elektriciteitsnetwerken beschouwen als één van de centrale elementen bij de follow-up van het Groenboek betreffende de Europese energienetwerken , daarbij rekening houdend met de lopende studies en de werkzaamheden van de Europese TSB's.

[1] Bron: "Pure Power" van de European Wind Energy Association (EWEA).

[2] COM(2008) XXX.

[3] Zie de vergelijking van de energiekosten in SEC(2008) xxx.

[4] Van de 56,5 GW vermogen die eind 2007 in de EU was geïnstalleerd werd slechts 1,1 GW op zee opgewekt (Bron: EWEA).

[5] Het modelleringswerk, verricht voor de tweede strategische energie-evaluatie, wijst op een elektriciteitsproductie van ongeveer 31 GW tegen 2020. EWEA's "lage", "gemiddelde" en "hoge" ramingen, als gepubliceerd in maart, geven als cijfers respectievelijk 20, 35 en 40 GW tegen 2020, en respectievelijk 40, 120 en 150 GW tegen 2030. Naar verwachting zal het Europees Milieuagentschap in het najaar van 2008 een onafhankelijke raming publiceren.

[6] PB L 176 van 15.7.2003.

[7] PB L 283 van 27.10.2001.

[8] PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32.

[9] PB C 82 van 1.4.2008, blz. 1.

[10] http://ec.europa.eu/energy/electricity/package_2007/index_en.htm

[11] http://ec.europa.eu/energy/climate_actions/index_en.htm

[12] Voor een samenvatting van de reacties zie:http://ec.europa.eu/energy/res/consultation/offshore_wind_energy_en.htm

[13] De aard van deze mogelijke synergieën is goed geïllustreerd in een recent rapport van de consultants 3E: ziehttp://www.greenpeace.org/eu-unit/press-centre/reports/A-North-Sea-electricity-grid-(r)evolution

[14] PB L 103 van 25.4.1979.

[15] PB L 206 van 22.7.1992.

[16] PB L 175 van 5.7.1985.

[17] www.offshore-wind.de/page/index.php?id=2605&L=1

[18] COM(2007) 723 definitief van 22.11.2007.

[19] PB L 412 van 30.12.2006, blz. 1.

[20] PB L 310 van 9.11.2006, blz. 15.

[21] Zie bijvoorbeeld het "Electra-initiatief": http://ec.europa.eu/enterprise/electr_equipment/electra.htm

[22] www.windplatform.eu/92.0.html

[23] www.windplatform.eu

[24] Voorbeelden zijn onder meer www.power-cluster.net, www.offshore-power.net en www.windskill.eu.

[25] COM(2008) 19 definitief van 23.1.2008.

[26] PB L 164 van 25.6.2008, blz. 19.

[27] Zie www.ospar.org en www.environmentalexchange.info .

[28] COM(2007) 528 definitief.

[29] PB L 262 van 22.9.2006.

[30] COM(2007) 575 van 10.10.2007.

[31] NORSEWiND is een nieuw uit hoofde van KP7 gefinancierd project dat een windkrachtkaart moet opleveren voor de Oostzee, de Ierse Zee en de Noordzee en waarbij gebruik wordt gemaakt van een combinatie van traditionele meteorologische masten, op het land geplaatste instrumenten voor 'remote sensing' en satellietdata.

[32] WINDSPEED, dat wordt ondersteund door het programma 'Intelligente energie - Europa', heeft tot doel een stappenplan uit te werken voor de uitbouw van offshore-windparken in het centrale en zuidelijke gedeelte van de Noordzee, waarbij rekening wordt gehouden met alle ruimtelijke mariene interacties.

[33] Speciale Eurobarometer, januari 2007. http://ec.europa.eu/public_opinion/archives/ebs/ebs_262_en.pdf.

[34] www.trade-wind.eu.

[35] www.wind-integration.eu.

Top