Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52006XC1208(04)

Mededeling van de Commissie betreffende immuniteit tegen geldboeten en vermindering van geldboeten in kartelzaken (Voor de EER relevante tekst)

OJ C 298, 8.12.2006, p. 17–22 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
OJ C 144, 23.4.2016, p. 23–28 (MT)
Special edition in Bulgarian: Chapter 08 Volume 005 P. 3 - 8
Special edition in Romanian: Chapter 08 Volume 005 P. 3 - 8
Special edition in Croatian: Chapter 08 Volume 004 P. 62 - 67

8.12.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 298/17


Mededeling van de Commissie betreffende immuniteit tegen geldboeten en vermindering van geldboeten in kartelzaken

(Voor de EER relevante tekst)

(2006/C 298/11)

I.   INLEIDING

(1)

Deze mededeling geeft het kader aan voor het belonen van ondernemingen die partij zijn of zijn geweest bij geheime kartels die de Gemeenschap treffen, voor de medewerking die zij verlenen aan het onderzoek van de Commissie. Kartels zijn overeenkomsten en/of onderling afgestemde feitelijke gedragingen tussen twee of meer concurrenten met als doel hun concurrerend handelen op de markt te coördineren en/of de relevante parameters van mededinging te beïnvloeden via praktijken zoals het afspreken van aan- of verkoopprijzen, de toewijzing van productie- of verkoopquota, de verdeling van markten (met inbegrip van offertevervalsing), het beperken van importen of exporten en/of mededingingsverstorende maatregelen tegen andere concurrenten. Dergelijke praktijken behoren tot de zwaarste schendingen van artikel 81 van het EG-Verdrag (1).

(2)

Door hun normale onderlinge concurrentie kunstmatig te beperken, ontsnappen deze ondernemingen aan de druk die hen aanzet tot innoveren, zowel op het gebied van productontwikkeling als wat de invoering van efficiëntere productiemethoden betreft. Dergelijke praktijken leiden tevens tot duurdere grondstoffen en onderdelen voor de communautaire ondernemingen die afnemers van deze producenten zijn. Zij resulteren uiteindelijk in kunstmatige prijzen en een beperkte keuze voor de consument. Op lange termijn hebben zij een verlies aan concurrentievermogen en lagere werkgelegenheidskansen tot gevolg.

(3)

Geheime kartels zijn, naar hun aard, vaak moeilijk op te sporen en te onderzoeken zonder de medewerking van ondernemingen of personen die daarbij betrokken zijn. Daarom is de Commissie van oordeel dat het in het belang van de Gemeenschap is een clemente behandeling te verlenen aan ondernemingen die bij dit soort onrechtmatige praktijken betrokken zijn en die bereid zijn hun aandeel daarin stop te zetten en met het onderzoek van de Commissie mee te werken, onafhankelijk van de andere ondernemingen die bij het kartel betrokken zijn. Het ontdekken en bestraffen van geheime kartels is voor consumenten en burgers immers van groter belang dan het beboeten van die ondernemingen die de Commissie in staat hebben gesteld deze praktijken op te sporen en te verbieden.

(4)

De Commissie is van mening dat de medewerking van een onderneming bij het opsporen van een kartel een intrinsieke waarde heeft. Een doorslaggevende bijdrage tot de inleiding van een onderzoek of de vaststelling van een inbreuk kan rechtvaardigen dat aan de betrokken onderneming immuniteit tegen een geldboete wordt verleend, mits aan bepaalde aanvullende voorwaarden is voldaan.

(5)

Voorts kan medewerking van één of meer ondernemingen een vermindering van een geldboete door de Commissie rechtvaardigen. Een vermindering van een geldboete moet de daadwerkelijke bijdrage, in termen van kwaliteit en tijdstip, van een onderneming aan de vaststelling van de inbreuk door de Commissie weerspiegelen. Verminderingen moeten worden beperkt tot die ondernemingen die de Commissie bewijsmateriaal verstrekken dat een aanzienlijk toegevoegde waarde heeft ten opzichte van het materiaal waarover de Commissie reeds beschikt.

(6)

Ondernemingen kunnen niet alleen reeds bestaande stukken verschaffen, zij kunnen ook de Commissie vrijwillig op de hoogte brengen van de kennis die zij hebben van een kartel en van hun rol daarin; een dergelijke, presentatie wordt dan speciaal voorbereid om in het kader van onderhavige clementieregeling te worden ingediend. Dit soort initiatieven zijn nuttig gebleken om kartelinbreuken op effectieve wijze te onderzoeken en te beëindigen, en mogen niet ontmoedigd worden door „discovery”-bevelen die in burgerlijke zaken worden afgegeven. Kandidaat-clementieverzoekers zouden van medewerking met de Commissie in het kader van deze regeling kunnen worden afgeschrikt indien daardoor hun positie in burgerlijke zaken in het gedrang komt ten opzichte van ondernemingen die niet meewerken. Zo'n ongewenst effect zou aanzienlijke schade toebrengen aan het publieke belang bij de effectieve publieke handhaving van artikel 81 van het Verdrag in kartelzaken — en dus aan het publieke belang bij de daaropvolgende of parallel verlopende particuliere handhaving.

(7)

Het mededingingstoezicht waarmee de Commissie door het Verdrag is belast, omvat niet alleen de verplichting individuele inbreuken op te sporen en te bestraffen, maar ook de verplichting een algemeen beleid te voeren. De bescherming van ondernemingsverklaringen in het algemeen belang staat er niet aan in de weg dat deze worden geopenbaard aan andere geadresseerden van de mededeling van punten van bezwaar om hun rechten van verdediging in de procedure voor de Commissie te vrijwaren, voor zover het technisch mogelijk is beide belangen te combineren door alleen in de lokalen van de Commissie toegang tot ondernemersverklaringen mogelijk te maken en normaal gesproken slechts bij één gelegenheid volgend op de formele kennisgeving van de punten van bezwaar. Bovendien zal de Commissie persoonlijke gegevens binnen het kader van onderhavige mededeling behandelen in overeenstemming met haar verplichtingen onder Verordening (EG) nr. 45/2001 (2).

II.   IMMUNITEIT TEGEN GELDBOETEN

A.   Vereisten om voor immuniteit tegen geldboeten in aanmerking te komen

(8)

De Commissie zal een onderneming die haar deelname onthult aan een vermeend kartel dat de Gemeenschap treft, immuniteit verlenen tegen een geldboete die haar anders zou zijn opgelegd, indien die onderneming als eerste informatie en bewijsmateriaal verschaft dat, naar de mening van de Commissie, de Commissie in staat zal stellen:

(a)

een gerichte inspectie uit te voeren in verband met het vermeende kartel (3); of

(b)

een inbreuk op artikel 81 van het Verdrag vast te stellen in verband met het vermeende kartel.

(9)

Om de Commissie in staat te stellen een gerichte inspectie in de zin van punt 8, onder a), te kunnen uitvoeren, moet de onderneming de Commissie de informatie en het bewijsmateriaal verschaffen zoals hieronder aangegeven, voor zover dat dit niet, naar de mening van de Commissie, de inspecties in gevaar zou brengen:

(a)

een ondernemingsverklaring (4) die, voor zover de clementieverzoeker bekend op het moment van de indiening van de verklaring, bevat:

een gedetailleerde beschrijving van de vermeende kartelregeling. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om doelstellingen, activiteiten en functioneren; het betrokken product of de betrokken dienst, de geografische omvang, de duur van het vermeende kartel en de geraamde marktvolumes die van het vermeende kartel te lijden hadden; de specifieke data, locaties, inhoud van en deelnemers aan vermeende kartelcontacten, en alle relevante toelichting in verband met het bewijsmateriaal dat ter staving van het clementieverzoek werd verschaft;

naam en adres van de rechtspersoon die het immuniteitsverzoek indient, alsmede naam en adres van de overige ondernemingen die aan het vermeende kartel deelnemen of deelnamen;

de namen, posities, kantoorlocaties en, waar nodig, thuisadressen van alle natuurlijke personen die, voor zover de clementieverzoeker bekend, betrokken zijn of waren bij het vermeende kartel, met inbegrip van de natuurlijke personen die namens de clementieverzoeker betrokken waren;

informatie aangaande de vraag welke andere mededingingsautoriteiten, al dan niet binnen de EU, zijn benaderd of mogelijk zullen worden benaderen in verband met het vermeende kartel, en

(b)

overig bewijsmateriaal in verband met het vermeende kartel dat de clementieverzoeker in bezit heeft of die voor hem beschikbaar is op het tijdstip van de indiening en met name bewijsmateriaal dat dateert van de periode van de inbreuk.

(10)

Er wordt geen immuniteit uit hoofde van punt 8, onder a) verleend wanneer de Commissie, ten tijde van de indiening, al over voldoende materiaal beschikte om een beschikking te nemen tot het verrichten van een inspectie in verband met het vermeende kartel of al een dergelijke inspectie had uitgevoerd.

(11)

Immuniteit uit hoofde van punt 8, onder b), wordt uitsluitend verleend onder de cumulatieve voorwaarden dat de Commissie, ten tijde van de indiening, niet over voldoende bewijsmateriaal beschikte om, met betrekking tot het vermeende kartel, een inbreuk op artikel 81 van het Verdrag vast te stellen en dat aan geen enkele onderneming voorwaardelijke immuniteit tegen geldboeten op grond van punt 8, onder a), werd verleend in verband met het vermeende kartel. Om in aanmerking te komen moet een onderneming als eerste contemporain, belastend bewijsmateriaal over het vermeende kartel alsmede een ondernemingsverklaring die de in punt 9, onder a) genoemde informatie bevat, verschaffen op basis waarvan de Commissie een inbreuk op artikel 81 van het Verdrag kan vaststellen.

(12)

Naast de voorwaarden die in de punten 8, onder a), 9 en 10 of in de punten 8, onder b), en 11 zijn vermeld, moet in ieder geval aan elk van de volgende voorwaarden worden voldaan om voor immuniteit tegen geldboeten in aanmerking te komen:

(a)

de onderneming verleent oprecht (5), volledig, onafgebroken en snelmedewerking vanaf het tijdstip van de indiening van haar verzoek en dit gedurende de hele administratieve procedure voor de Commissie. Dit houdt onder meer in dat de onderneming:

de Commissie dadelijk alle relevante informatie en bewijsmateriaal verschaft die zij in haar bezit krijgt of die voor haar beschikbaar is;

ter beschikking blijft van de Commissie om dadelijk antwoord te geven op ieder verzoek dat kan bijdragen tot de vaststelling van de betrokken feiten;

ervoor zorgt dat huidige (en, zo mogelijk, vroegere) medewerkers en directeuren door de Commissie kunnen worden ondervraagd;

geen relevante informatie of bewijsmateriaal met betrekking tot het vermeende kartel vernietigt, vervalst of verbergt; en

vooraleer de Commissie in de zaak een mededeling van punten van bezwaar heeft doen uitgaan, niet onthult dat zij een clementieverzoek heeft ingediend of wat daarvan de inhoud is, tenzij anders is overeengekomen;

(b)

de onderneming heeft onmiddellijk na het indienen van haar clementieverzoek een eind aan haar betrokkenheid bij het vermeende kartel gemaakt, behalve voor zover haar voortgezette deelname volgens de Commissie redelijkerwijs noodzakelijk is om de integriteit van de inspecties te vrijwaren;

(c)

wanneer een onderneming overweegt bij de Commissie een clementieverzoek in te dienen, mag zij geen bewijsmateriaal van het vermeende kartel hebben vernietigd, vervalst of verborgen, noch hebben onthuld dat zij een clementieverzoek overweegt in te dienen of wat daarvan de inhoud is, tenzij aan andere mededingingsautoriteiten.

(13)

Een onderneming die stappen heeft ondernomen om andere ondernemingen te dwingen zich bij het kartel aan te sluiten of binnen het kartel te blijven, komt niet voor immuniteit tegen geldboeten in aanmerking. Wel kan zij nog in aanmerking komen voor een vermindering van een geldboete indien zij voldoet aan de desbetreffende vereisten en alle voorwaarden daarvoor vervult.

B.   Procedure

(14)

Een onderneming die een verzoek tot immuniteit tegen geldboeten wil indienen, neemt daartoe contact op met directoraat-generaal Concurrentie van de Commissie. De onderneming kan ofwel in een eerste fase een „marker” aanvragen of onmiddellijk bij de Commissie een formeel verzoek voor immuniteit tegen geldboeten indienen om te voldoen aan de voorwaarden van punt 8, onder a) of b), afhankelijk van het geval. De Commissie kan een verzoek om immuniteit tegen geldboeten naast zich neerleggen op grond van het feit dat deze is ingediend nadat de mededeling van punten van bezwaar is uitgegaan.

(15)

De diensten van de Commissie kunnen een marker toekennen waarmee de plaats van een verzoeker om immuniteit in de rij gedurende een van geval tot geval te bepalen periode wordt gereserveerd, zodat hij de nodige informatie en het nodige bewijsmateriaal kan verzamelen. Om voor een marker in aanmerking te kunnen komen, moet de verzoeker de Commissie informatie verschaffen met betrekking tot zijn naam en adres, de partijen bij het vermeende kartel, getroffen product(en) en grondgebied(en), de geschatte duur van het vermeende kartel en de aard van het vermeende kartelgedrag. De verzoeker dient de Commissie ook te informeren over andere clementieverzoeken die hij in het verleden in verband met het vermeende kartel bij andere autoriteiten heeft ingediend of mogelijk nog zal indienen. Ook dient hij zijn verzoek om een marker te rechtvaardigen. Wordt een marker toegekend, dan bepalen de diensten van de Commissie de termijn waarbinnen de verzoeker de marker moet „vervolledigen” door de informatie en het bewijsmateriaal mee te delen die vereist zijn om de desbetreffende bewijsdrempel voor immuniteit te halen. Ondernemingen die een marker hebben gekregen, kunnen deze niet vervolledigen door een hypothetisch gesteld formeel verzoek in te dienen. Vervolledigt de verzoeker de marker binnen de door de diensten van de Commissie vastgestelde periode, dan worden de verschafte informatie en het verschafte bewijsmateriaal geacht te zijn ingediend op het tijdstip waarop de marker werd toegekend.

(16)

Een onderneming die bij de Commissie een formeel verzoek om immuniteit indient, moet:

(a)

de Commissie alle voor haar beschikbare informatie en bewijsmateriaal in verband met het vermeende kartel verstrekken, zoals gespecificeerd in punten 8 en 9, inclusief ondernemingsverklaringen; of

(b)

deze informatie en dit bewijsmateriaal in eerste instantie op hypothetische wijze verstrekken, in welk geval de onderneming een lijst moet indienen met een gedetailleerde beschrijving van het bewijsmateriaal dat ze op een overeengekomen later tijdstip bereid is te verschaffen. Op deze lijst moeten de aard en de inhoud van het bewijsmateriaal nauwkeurig zijn weergegeven, zonder dat evenwel afbreuk wordt gedaan aan de hypothetische aard van de informatieverstrekking. Om de aard en inhoud van het bewijsmateriaal te illustreren, kunnen kopieën van documenten worden gebruikt waaruit de gevoelige informatie is geschrapt. De naam van de verzoekende onderneming en van andere bij het vermeende kartel betrokken ondernemingen hoeven pas te worden onthuld wanneer het in het verzoek beschreven bewijsmateriaal wordt ingediend. Wel moeten de door het vermeende kartel getroffen product of dienst, de geografische omvang van het vermeende kartel en de geschatte duur duidelijk worden aangegeven.

(17)

Directoraat-generaal Concurrentie geeft, op verzoek, een bevestiging van ontvangst van het verzoek van de onderneming om immuniteit tegen geldboeten, waarin de datum en, waar van toepassing, het tijdstip van het verzoek worden bevestigd.

(18)

Nadat de Commissie de informatie en het bewijsmateriaal heeft ontvangen dat de onderneming overeenkomstig punt 16, onder a), heeft verschaft en zich ervan heeft vergewist dat dit, naar gelang het geval, aan de in punt 8, onder a) of b), beschreven voorwaarden voldoet, kent zij de onderneming schriftelijk voorwaardelijke immuniteit tegen geldboeten toe.

(19)

Heeft de onderneming informatie en bewijsmateriaal in hypothetische vorm verschaft, dan gaat de Commissie na of de aard en inhoud van het bewijsmateriaal dat in de in punt 16, onder b), bedoelde gedetailleerde lijst wordt beschreven, voldoen aan de voorwaarden van punt 8, onder a) of b), naar gelang het geval, en stelt zij de onderneming hiervan op de hoogte. Nadat het bewijsmateriaal uiterlijk op de overeengekomen datum is verschaft en de Commissie heeft vastgesteld dat het overeenkomt met de beschrijving in de lijst, zal de Commissie de onderneming schriftelijk voorwaardelijke immuniteit tegen geldboeten toekennen.

(20)

Wordt duidelijk dat immuniteit niet beschikbaar is of dat de onderneming niet aan de voorwaarden van punt 8, onder a) of b), naar gelang het geval, voldeed, dan stelt de Commissie de onderneming daarvan schriftelijk in kennis. In dat geval kan de onderneming het bewijsmateriaal dat met het oog op het verkrijgen van immuniteit is ingediend, intrekken of de Commissie verzoeken dit in het kader van deel III van onderhavige mededeling in aanmerking te nemen. Dit weerhoudt de Commissie er niet van gebruik te maken van haar gewone onderzoeksbevoegdheden om de desbetreffende informatie te verkrijgen.

(21)

De Commissie zal geen andere verzoeken om immuniteit tegen geldboeten in aanmerking nemen zolang zij geen standpunt heeft ingenomen ten aanzien van een voorliggend verzoek met betrekking tot dezelfde vermeende inbreuk, of het immuniteitsverzoek nu formeel ingediend is of gedaan is door het vragen van een marker.

(22)

Indien de onderneming aan het eind van de administratieve procedure voldaan heeft aan de in punt 12 uiteengezette voorwaarden, zal de Commissie haar in de desbetreffende beschikking immuniteit tegen geldboeten verlenen. Indien de onderneming aan het eind van de administratieve procedure niet aan de in punt 12 uiteengezette voorwaarden heeft voldaan, zal de onderneming geen clemente behandeling in het kader van deze mededeling krijgen. Indien de Commissie na het verlenen van voorwaardelijke immuniteit uiteindelijk tot de bevinding komt dat de verzoeker om immuniteit andere ondernemingen onder druk heeft gezet, zal zij geen immuniteit verlenen.

III.   VERMINDERING VAN EEN GELDBOETE

A.   Vereisten om voor ermindering van een geldboete in aanmerking te komen

(23)

Wanneer ondernemingen hun deelname aan een vermeend kartel dat de Gemeenschap treft, onthullen en niet voldoen aan de voorwaarden die in deel II zijn uiteengezet, kunnen zij toch in aanmerking komen voor een vermindering van de geldboete die hun anders zou zijn opgelegd.

(24)

Om in aanmerking te komen, moet een onderneming de Commissie bewijsmateriaal van de vermeende inbreuk verstrekken dat een significant toegevoegde waarde heeft vergeleken met het bewijsmateriaal waarover de Commissie reeds beschikt, en moet de onderneming aan alle in punt 12, onder a), b) en c), uiteengezette voorwaarden voldoen.

(25)

Het begrip „toegevoegde waarde” verwijst naar de mate waarin het verstrekte bewijsmateriaal, door de aard en/of nauwkeurigheid ervan, het vermogen van de Commissie versterkt om het vermeende kartel te bewijzen. Bij haar beoordeling zal de Commissie er over het algemeen van uitgaan dat schriftelijk bewijsmateriaal dat dateert van de periode waarin de feiten hebben plaatsgevonden, een grotere waarde heeft dan later opgesteld bewijsmateriaal. Belastend bewijsmateriaal dat rechtstreeks relevant is voor de betrokken feiten, zal over het algemeen als van grotere waarde beschouwd worden dan bewijsmateriaal dat slechts zijdelings relevant is. Evenzo zal ook de mate waarin bevestiging door andere bronnen nodig is om het verschafte bewijsmateriaal tegen andere, bij de zaak betrokken ondernemingen te kunnen gebruiken, invloed hebben op de waarde van dat bewijsmateriaal. Daarom wordt aan beslissend bewijsmateriaal grotere waarde toegekend dan aan verklaringen die bij betwisting verder moeten worden gestaafd.

(26)

De Commissie bepaalt in haar eindbeschikking die aan het einde van de administratieve procedure wordt gegeven voor welk niveau van vermindering van de geldboete, die anders zou zijn opgelegd, een onderneming in aanmerking komt. Voor:

de eerste onderneming die bewijsmateriaal met een significante toegevoegde waarde verstrekt: een vermindering van 30 % tot 50 %;

de tweede onderneming die bewijsmateriaal met een significante toegevoegde waarde verstrekt: een vermindering van 20 % tot 30 %; en

voor de volgende ondernemingen die bewijsmateriaal met een significante toegevoegde waarde verstrekken: een vermindering van ten hoogste 20 %.

Om het niveau van de vermindering te bepalen binnen deze marges, zal de Commissie rekening houden met het moment waarop het bewijsmateriaal dat aan het in punt 24 bepaalde voldoet, werd verschaft en de mate waarin dat bewijsmateriaal toegevoegde waarde had.

Wanneer een verzoeker om vermindering van een geldboete als eerste beslissend bewijsmateriaal in de zin van punt 25 verschaft dat de Commissie gebruikt om additionele feiten aan te tonen waardoor de zwaarte of de duur van de inbreuk toeneemt, zal de Commissie deze additionele feiten niet in aanmerking nemen bij het bepalen van een geldboete die wordt opgelegd aan de onderneming die dat bewijsmateriaal heeft verschaft.

B.   Procedure

(27)

Een onderneming die voor een vermindering van een geldboete in aanmerking wenst te komen, moet bij de Commissie een formeel verzoek daartoe indienen en moet de Commissie voldoende bewijsmateriaal aangaande het vermeende kartel verschaffen om voor vermindering van een geldboete in de zin van punt 24 van deze mededeling in aanmerking te komen. Wenst een onderneming die vrijwillig bij de Commissie bewijsmateriaal indient, dat dit bewijsmateriaal in aanmerking wordt genomen voor de clemente behandeling van deel III van deze mededeling, dan moet op het tijdstip van de indiening ervan duidelijk worden aangegeven dat het bewijsmateriaal deel uitmaakt van een formeel verzoek om vermindering van een geldboete.

(28)

Directoraat-generaal Concurrentie geeft, op verzoek, een bevestiging van de ontvangst van het verzoek van de onderneming om vermindering van een geldboete, alsmede van de ontvangst van eventueel later ingediend bewijsmateriaal. Daarmee wordt de datum en, waar van toepassing, het tijdstip van iedere indiening bevestigd. De Commissie zal geen standpunt innemen ten aanzien van een verzoek om vermindering van een geldboete zolang zij nog geen standpunt heeft ingenomen ten aanzien van voorliggende verzoeken om voorwaardelijke immuniteit tegen geldboeten die op hetzelfde vermeende kartel betrekking hebben.

(29)

Indien de Commissie tot de voorlopige conclusie komt dat het bewijsmateriaal dat door een onderneming is verstrekt, significant toegevoegde waarde heeft in de zin van punten 24 en 25 en dat de onderneming aan de voorwaarden van punten 12 en 27 heeft voldaan, stelt zij de onderneming, uiterlijk op de datum van kennisgeving van de mededeling van punten van bezwaar, schriftelijk in kennis van haar voornemen om een vermindering van een geldboete toe te kennen binnen een in punt 26 aangegeven bandbreedte. De Commissie zal ook, binnen diezelfde termijn, de onderneming schriftelijk informeren, indien zij tot de voorlopige conclusie komt dat de onderneming niet voor een vermindering van een geldboete in aanmerking komt. De Commissie kan een verzoek om vermindering van een geldboete naast zich neerleggen wanneer dat is ingediend nadat de mededeling van punten van bezwaar is uitgegaan.

(30)

De Commissie zal de uiteindelijke situatie van elke onderneming die om vermindering van een geldboete verzoekt, aan het einde van de administratieve procedure beoordelen wanneer zij haar beschikking geeft. In die eindbeschikking bepaalt de Commissie:

(a)

of het door een onderneming verschafte bewijsmateriaal significant toegevoegde waarde had ten opzichte van het bewijsmateriaal waarover de Commissie op datzelfde tijdstip reeds beschikte;

(b)

of aan de voorwaarden van punt 12, onder a), b) en c), is voldaan;

(c)

het precieze niveau van vermindering dat een onderneming — binnen de in punt 26 aangegeven bandbreedten — krijgt.

Indien de Commissie tot de bevinding komt dat de onderneming niet aan de in punt 12 uiteengezette voorwaarden heeft voldaan, krijgt de onderneming geen clemente behandeling in het kader van deze mededeling.

IV.   ONDERNEMINGSVERKLARINGEN AFGELEGD MET HET OOG OP EEN CLEMENTE BEHANDELING IN HET KADER VAN DEZE MEDEDELING

(31)

In een ondernemingsverklaring wordt vrijwillig door of namens een onderneming aan de Commissie uiteengezet wat een onderneming van een kartel weet en welke rol zij daarbij speelde; dergelijke verklaring is speciaal opgesteld om in het kader van onderhavige mededeling te worden ingediend. Verklaringen die in verband met deze mededeling tegenover de Commissie zijn afgelegd, maken deel uit van het dossier van de Commissie en kunnen dus als bewijsmateriaal worden gebruikt.

(32)

Op vraag van de clementieverzoeker kan de Commissie ermee instemmen dat ondernemingsverklaringen mondeling worden afgelegd, behalve wanneer de verzoeker de inhoud van de ondernemingsverklaring al heeft bekend gemaakt aan derde partijen. Mondelinge ondernemingsverklaringen worden door de Commissie opgenomen en getranscribeerd. Overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad (6) en de artikelen 3 en 17 van Verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie (7) zullen ondernemingen die mondelinge ondernemingsverklaringen afleggen, de gelegenheid krijgen de technische getrouwheid te controleren van de opname, die beschikbaar is in de lokalen van de Commissie, en de inhoud van hun mondelinge verklaringen binnen een bepaalde termijn te corrigeren. Ondernemingen kunnen binnen diezelfde termijn van deze rechten afzien; in dat geval geldt de opname vanaf dat tijdstip als goedgekeurd. Na de expliciete of impliciete goedkeuring van de mondelinge verklaring of de indiening van eventuele correcties daarop, zal de onderneming binnen een bepaalde termijn de opnamen in de lokalen van de Commissie beluisteren en de getrouwheid van de transcriptie controleren. Niet-naleving van deze voorwaarde kan resulteren in het verlies van clementie in het kader van deze mededeling.

(33)

Toegang tot ondernemingsverklaringen wordt alleen verleend aan de geadresseerden van een mededeling van punten van bezwaar mits zijzelf — en hun raadslieden die namens hen toegang krijgen — zich ertoe verbinden geen kopie te maken met mechanische of elektronische middelen van informatie in de ondernemingsverklaring waartoe zij toegang krijgen, en te verzekeren dat de via de ondernemingsverklaring verkregen informatie uitsluitend voor de hierna te noemen doeleinden wordt gebruikt. Andere partijen zoals klagers krijgen geen toegang tot ondernemingsverklaringen. De Commissie is van mening dat deze bijzondere bescherming van een ondernemingsverklaring niet langer gerechtvaardigd is vanaf het moment dat de verzoeker de inhoud van zijn mondelinge verklaring onthult aan derde partijen.

(34)

Overeenkomstig de mededeling van de Commissie betreffende de regels voor toegang tot het dossier van de Commissie (8) wordt uitsluitend aan de geadresseerden van de mededeling van punten van bezwaar toegang tot het dossier verleend mits de aldus verkregen informatie alleen wordt gebruikt voor gerechtelijke of administratieve procedures met het oog op de toepassing van de communautaire mededingingsregels die in de desbetreffende administratieve procedure in het geding zijn. Indien dergelijke informatie in de loop van de procedure voor de Commissie voor andere doeleinden wordt gebruikt, kan zulks worden beschouwd als gebrek aan medewerking in de zin van de punten 12 en 27 van onderhavige mededeling. Voorts kan de Commissie, wanneer dergelijk gebruik van informatie plaatsvindt nadat de Commissie in de procedure reeds een verbodsbeschikking heeft gegeven, in een juridische procedure voor de communautaire rechtscolleges, het rechtscollege verzoeken de geldboete voor de verantwoordelijke onderneming te verhogen. Mocht de informatie op enig tijdstip voor een ander doel worden gebruikt, en is daarbij een externe raadsman betrokken, dan kan de Commissie het incident ter kennis brengen van de balie van die raadsman, met het oog op disciplinaire maatregelen.

(35)

Ondernemingsverklaringen die in het kader van deze mededeling zijn afgelegd, worden, overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1/2003, alleen doorgegeven aan mededingingsautoriteiten van de lidstaten indien aan de voorwaarden van de ECN-mededeling (9) is voldaan en mits de door de ontvangende mededingingsautoriteit verleende bescherming tegen onthulling evenwaardig is aan die welke de Commissie biedt.

V.   ALGEMENE OVERWEGINGEN

(36)

De Commissie zal geen standpunt innemen ten aanzien van de vraag of al dan niet voorwaardelijke immuniteit moet worden toegekend, of anderszins ten aanzien van het al dan niet honoreren van een clementieverzoek, wanneer duidelijk wordt dat het verzoek inbreuken betreft die onder de in artikel 25, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1/2003 bepaalde verjaringstermijn van vijf jaar voorhet opleggen van geldboeten en dwangsommen vallen, aangezien dergelijke verzoeken zonder voorwerp zouden zijn.

(37)

Deze mededeling vervangt vanaf de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie de mededeling van de Commissie van 2002 betreffende immuniteit tegen geldboeten en vermindering van geldboeten in kartelzaken voor alle zaken waarin geen enkele onderneming met de Commissie contact heeft opgenomen om in aanmerking te komen voor de in die mededeling beschreven clemente behandeling. Daarentegen zullen de punten 31 tot en met 35 van onderhavige mededeling worden toegepast vanaf het tijdstip van de bekendmaking ervan op alle lopende en nieuwe verzoeken om immuniteit tegen of vermindering van geldboeten.

(38)

De Commissie is zich ervan bewust dat deze mededeling rechtmatige verwachtingen wekt waarop ondernemingen mogen vertrouwen wanneer zij het bestaan van een kartel aan de Commissie bekend maken.

(39)

Overeenkomstig de praktijk van de Commissie zal het feit dat een onderneming tijdens de administratieve procedure met de Commissie heeft meegewerkt, in de beschikking vermeld worden om te verduidelijken waarom immuniteit tegen of vermindering van geldboeten werd verleend. Het feit dat immuniteit tegen of vermindering van geldboeten wordt verleend, kan een onderneming niet beschermen tegen de civielrechtelijke gevolgen van haar deelname aan een inbreuk op artikel 81 van het Verdrag.

(40)

De Commissie is van mening dat openbaarmaking aan het publiek van documenten en geschreven of opgenomen verklaringen die in het kader van deze mededeling zijn ontvangen, over het algemeen afbreuk zou doen aan bepaalde publieke en particuliere belangen, bijvoorbeeld de bescherming van het doel van inspecties en onderzoeken in de zin van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 (10), zelfs nadat de beschikking is genomen.


(1)  De verwijzing in deze tekst naar artikel 81 van het Verdrag omvat tevens artikel 53 van de EER-Overeenkomst wanneer dit wordt toegepast door de Commissie overeenkomstig de voorschriften die in artikel 56 van de EER-Overeenkomst zijn vastgesteld.

(2)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

(3)  De beoordeling of de drempel wordt gehaald, moet vooraf plaatsvinden — dus zonder rekening te houden met de vraag of een bepaalde inspectie succesvol was en de vraag of een inspectie is uitgevoerd. De beoordeling vindt uitsluitend plaats op basis van het soort en de kwaliteit van de door de clementieverzoeker verschafte informatie.

(4)  Ondernemingsverklaringen kunnen schriftelijke documenten zijn die ondertekend zijn door of namens de onderneming, of verklaringen die mondeling zijn afgelegd.

(5)  Dit vereist in het bijzonder dat de verzoeker juiste, niet misleidende en volledige informatie verstrekt. Zie het arrest van het Hof van Justitie van 29 juni 2006 in zaak C-301/04P Commission/SGL Carbon AG e.a., punten 68-70 en het arrest van het Hof van Justitie van 28 juni 2005 in de zaken C-189/02P, C-202/02P, C-205/02P, C-208/02P en C-213/02P Dansk Rørindustri A/S e.a../Commissie, punten 395-399.

(6)  PB L 1 van 4.1.2003, blz. 1.

(7)  PB L 123 van 27.4.2004, blz. 18.

(8)  PB C 325 van 22.12.2005, blz. 7.

(9)  Mededeling van de Commissie betreffende de samenwerking binnen het netwerk van mededingingsautoriteiten, PB C 101 van 27.4.2004, blz. 43.

(10)  PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43.


Top