Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52005PC0087

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen {SEC(2005) 351} {SEC(2005) 352}

/* COM/2005/0087 def. - COD 2005/0020 */

52005PC0087

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen {SEC(2005) 351} {SEC(2005) 352} /* COM/2005/0087 def. - COD 2005/0020 */


Brussel, 15.3.2005

COM(2005) 87 definitief

2005/0020 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen

(door de Commissie ingediend) {SEC(2005) 351}{SEC(2005) 352}

TOELICHTING

1. INLEIDING EN ACHTERGROND

1.1. Inleiding

Na het eerste programma van 1975 voor een beleid inzake bescherming en voorlichting van de consument [1] en het groenboek van 1993 inzake de consument en zijn verhaalsmogelijkheden en de beslechting van consumentengeschillen in de interne markt[2], heeft de Commissie in 1996 een mededeling betreffende een actieplan inzake de verhaalsmogelijkheden van de consument en de beslechting van consumentengeschillen in de interne markt aangenomen[3]. Het actieplan was gericht op de bevordering en versterking van procedures voor de beslechting van individuele consumentengeschillen en op de invoering van een vereenvoudigde toegang tot gerechtelijke procedures. Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam in 1999 heeft de Europese Unie zich ten doel gesteld geleidelijk een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid tot stand te brengen, onder meer door het nemen van maatregelen op het gebied van justitiële samenwerking in burgerlijke zaken.

De Europese Raad van Tampere (1999) verzocht de Raad speciale gemeenschappelijke procedureregelingen voor vereenvoudigde en versnelde beslechting van geschillen inzake geringe vorderingen vast te stellen en de intermediaire maatregelen die nog altijd moeten worden genomen om een beslissing in de aangezochte staat te kunnen erkennen en ten uitvoer leggen, af te schaffen voor alle titels met betrekking tot geringe vorderingen (d.w.z. niet alleen consumentenvorderingen).

In het gezamenlijke programma van de Commissie en de Raad inzake maatregelen voor de uitvoering van het beginsel van wederzijdse erkenning van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, dat door de Raad op 30 november 2000 werd aangenomen[4], werd opgeroepen tot een vereenvoudiging en bespoediging van de beslechting van geschillen over geringe vorderingen. Door de vereenvoudiging en versnelling van de beslechting van geschillen over geringe vorderingen zouden ook de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen worden vergemakkelijkt.

Ook het Europees Parlement heeft gewezen op de noodzaak van een vereenvoudiging en versnelling van de beslechting van geschillen over geringe vorderingen[5].

1.2. Groenboek betreffende een Europese procedure inzake betalingsbevelen en maatregelen ter vereenvoudiging en bespoediging van de procesvoering over geringe vorderingen

De aanneming van dit voorstel werd voorafgegaan door een uitgebreide raadpleging van zowel de lidstaten als alle belanghebbenden in de civiele maatschappij. In het op 20 december 2002 door de Commissie gepresenteerde groenboek betreffende een Europese procedure inzake betalingsbevelen en maatregelen ter vereenvoudiging en bespoediging van de procesvoering over geringe vorderingen[6] werd een overzicht verstrekt van de momenteel in de lidstaten bestaande procedures voor geringe vorderingen. Op basis van een vergelijkende studie van de wijze waarop de lidstaten de betrokken procedurekwesties aanpakken, werden in het groenboek een reeks vragen geformuleerd over de gewenste werkingssfeer en kenmerken van een Europees instrument.

Uit de reacties op het groenboek, die verder werden besproken op de door de Commissie op 12 december 2003 georganiseerde hoorzitting, bleek dat de invoering van een instrument om de procesvoering over geringe vorderingen te versnellen en te vereenvoudigen nagenoeg unaniem als een stap in de richting van de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid werd beschouwd.

In zijn advies[7] van 18 juni 2003 over het groenboek toont het Europees Economisch en Sociaal Comité zich verheugd over het initiatief van de Commissie om over deze kwestie overleg te starten en over de inspanningen van de Commissie om civielrechtelijke procedures sneller, goedkoper en doeltreffender te maken. Het steunt ook de vaststelling van een Europese procedure om de procesvoering over geringe vorderingen te vereenvoudigen en te versnellen. Daarbij moet er volgens het Comité tegelijk voor worden gezorgd dat de in een rechtsstaat gewaarborgde grondrechten van de betrokken partijen niet in gevaar worden gebracht.

In zijn resolutie[8] van 12 februari 2004 over het groenboek schaart het Europees Parlement zich achter het initiatief van de Commissie en stelt het dat de procedure voor geringe vorderingen niet alleen van toepassing zou mogen zijn op zaken waarbij het gaat om de betaling van een geldbedrag (waarbij eerst een drempel zou moeten worden vastgesteld), maar ook uitgebreid zou moeten worden tot alle andere geschillen waarbij het gaat om economische betrekkingen op het gebied van verbintenissen. Voorts zouden in het kader van de procedure voor geringe vorderingen alternatieve wijzen van geschillenbeslechting (ADR) moeten worden toegepast, zou de bewijsvoering vereenvoudigd moeten worden en het recht op hoger beroep beperkt moeten worden.

Op 16 maart 2004 werd op een vergadering van deskundigen van de lidstaten een ontwerpverordening tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen besproken. De delegaties waren over het algemeen positief over de in deze tekst gevolgde benadering, namelijk de vaststelling van een verordening die enerzijds ten doel heeft de procesvoering over geringe vorderingen te vereenvoudigen en te versnellen door ten behoeve van partijen een Europese procedure voor geringe vorderingen vast te stellen als alternatief naast de bestaande, ongewijzigd blijvende nationaalrechtelijke procedures, en anderzijds de intermediaire maatregelen die nodig zijn om een in het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen gegeven beslissing in een andere lidstaat te kunnen erkennen en ten uitvoer leggen, af te schaffen.

2. DOELSTELLINGEN EN WERKINGSSFEER

2.1. Algemene doelstelling

2.1.1. Het belang van doeltreffende procedures voor geringe vorderingen

Kosten, vertragingen en ergernis met betrekking tot gerechtelijke procedures nemen niet noodzakelijk proportioneel af met het bedrag van de vordering. Integendeel, deze belemmeringen gaan juist zwaarder wegen naarmate de vordering geringer is. Dit heeft in tal van lidstaten geleid tot de invoering van vereenvoudigde civiele procedures voor geringe vorderingen. Tegelijkertijd stijgt het potentiële aantal grensoverschrijdende geschillen, omdat er alsmaar meer gebruik wordt gemaakt van de in het EG-Verdrag verankerde rechten inzake vrij verkeer van personen, goederen en diensten. De belemmeringen die een snelle en goedkope rechtspraak in de weg staan, worden duidelijk verscherpt in een grensoverschrijdende context. Zo moet vaak een beroep worden gedaan op twee advocaten, zijn er extra kosten voor vertalingen en vertolking en allerlei andere factoren, zoals extra reiskosten van partijen, getuigen, advocaten, enzovoort.

De potentiële problemen blijven niet beperkt tot geschillen tussen individuen. Ook eigenaars van kleine ondernemingen kunnen problemen ondervinden wanneer zij een vordering in een andere lidstaat willen instellen. Bij gebrek aan een procedure die “in verhouding” staat tot het met het geschil gemoeide bedrag, zal de schuldeiser waarschijnlijk met dusdanige belemmeringen worden geconfronteerd dat aan het economische nut van een rechtsvordering kan worden getwijfeld. De kosten voor het verkrijgen van een beslissing tegen met name een verweerder in een andere lidstaat staan vaak niet in verhouding tot het gevorderde geldbedrag. Geconfronteerd met de kosten van de procedure en de praktische moeilijkheden die ze waarschijnlijk zullen ondervinden, geven vele schuldeisers de hoop op om te verkrijgen waar zij recht op menen te hebben.

2.1.2. Kenmerken van procedures voor geringe vorderingen - procedurele vereenvoudigingen

Veel lidstaten hebben in het kader van hun eigen procedurestelsels en tradities specifieke voorschriften ingevoerd voor de procesvoering over geringe vorderingen; krachtens deze voorschriften werden dergelijke procedures vereenvoudigd ten opzichte van de gewone procedures. Het hoeft geen verbazing te wekken dat de gekozen oplossingen verschillend zijn. Terwijl sommige lidstaten specifieke procedures voor geringe vorderingen hebben ingevoerd, voorzien andere in procedurele vereenvoudigingen voor geringe vorderingen. Er zijn ook verschillen met betrekking tot de mate waarin specifieke procedurele vereenvoudigingen van toepassing zijn.

Het Verenigd Koninkrijk (Engeland/Wales, Schotland en Noord-Ierland), Ierland, Zweden en Spanje hebben specifieke procedures voor geringe vorderingen, die eenvoudiger zijn dan de gewone procedures. In Duitsland mogen de rechters naar eigen inzicht de procedures voor geringe vorderingen vaststellen. In Frankrijk kan de procedure voor geringe vorderingen op een vereenvoudigde wijze worden ingeleid (“déclaration au greffe”). Het wetboek van burgerlijke rechtsvordering van Oostenrijk, Finland, Nederland en andere lidstaten bevat verschillende procedurele vereenvoudigingen ten opzichte van de gewone procedure, die gelden voor vorderingen onder bepaalde drempels. Ofschoon men kan oordelen dat het bij deze procedurele vereenvoudigingen niet gaat om een specifieke procedure voor geringe vorderingen in strikte zin, worden in de praktijk bijna dezelfde resultaten verkregen.

De belangrijkste kenmerken van de bestaande procedures voor geringe vorderingen en de procedurele vereenvoudigingen kunnen als volgt worden samengevat[9]:

- In alle lidstaten die procedures voor geringe vorderingen hebben, zijn kwantitatieve drempels voor deze procedures vastgesteld. Deze drempels verschillen echter aanzienlijk van lidstaat tot lidstaat[10]. Daarnaast gebruiken sommige lidstaten de procedure voor geringe vorderingen ook voor bepaalde soorten geschillen, zonder dat daarbij drempels worden toegepast. In de meeste lidstaten die procedures voor geringe vorderingen hebben, kunnen deze procedures niet alleen voor geldvorderingen worden aangewend. Het gebruik van de vereenvoudigde procedure is voor de meeste zaken verplicht (voor vorderingen onder de drempel), maar een geschil kan door de rechter of op verzoek van een partij naar de gewone of een meer formele procedure worden overgeheveld.

- In het kader van talrijke bestaande procedures voor geringe vorderingen zijn er formulieren voor het instellen van de vordering. In geen enkele lidstaat bestaat de verplichting om verwijzingen naar wetgeving in het verzoek op te nemen, d.w.z. alleen verwijzingen naar feitelijke elementen zijn vereist. In de meeste lidstaten wordt voor de inleiding van een procedure ondersteuning geboden door een griffier of een helpdesk. Bovendien verleent de rechter tijdens de zitting bijstand aan partijen die niet door een advocaat zijn vertegenwoordigd (met name over procedurele kwesties), waarbij hij het beginsel van onpartijdigheid in acht neemt. Momenteel is in geen enkele lidstaat de vertegenwoordiging door een advocaat verplicht in procedures voor geringe vorderingen.

- In de meeste lidstaten vormt de versoepeling van de regels inzake bewijsverkrijging een van de cruciale elementen van de procedure voor geringe vorderingen. Meestal beschikt de rechter in dit verband over een zekere beoordelingsvrijheid. Momenteel bestaat meestal de mogelijkheid van een louter schriftelijke procedure (in plaats van een mondelinge behandeling). In sommige gevallen worden de regels betreffende de inhoud van de beslissing versoepeld. In een groot aantal lidstaten moet de beslissing binnen een bepaalde termijn worden gegeven. De procedurevoorschriften inzake de vergoeding van kosten verschillen aanzienlijk. In de meeste lidstaten komen alle kosten voor rekening van de verweerder indien deze de zaak verliest. De wetgevingen van de lidstaten verschillen aanzienlijk op het gebied van de mogelijkheid tot het instellen van rechtsmiddelen tegen in het kader van procedures voor geringe vorderingen gegeven beslissingen .

2.2. Werkingssfeer

2.2.1. De noodzaak van een communautair optreden

Bij artikel 65 van het EG-Verdrag zijn aan de Gemeenschap wetgevende bevoegdheden toegekend op het gebied van justitiële samenwerking in burgerlijke zaken met grensoverschrijdende gevolgen, voorzover nodig voor de goede werking van de interne markt.

Wat het interne markt-vereiste betreft, beschikken de communautaire instellingen over een beoordelingsmarge om te bepalen of een maatregel nodig is voor de goede werking van de interne markt. Met dit voorstel wordt de goede werking van de interne markt vergemakkelijkt omdat de vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen ertoe zal bijdragen dat belemmeringen voor het vrije verkeer van goederen, personen, diensten of kapitaal worden weggewerkt. Zoals hierboven aangegeven (2.1.2.) verschillen de procedures voor geringe vorderingen momenteel aanzienlijk van lidstaat tot lidstaat. Het feit dat de marktdeelnemers toegang hebben tot gerechtelijke mechanismen met zeer verschillende prestatieniveaus leidt tot mededingingsdistorsies op de interne markt, ongeacht of deze marktdeelnemers hun woonplaats in verschillende lidstaten of in dezelfde lidstaat hebben. Indien sommige marktdeelnemers toegang hebben tot efficiënte en doeltreffende procedures en andere niet, zijn er geen gelijke concurrentievoorwaarden voor marktdeelnemers die op de interne markt met elkaar concurreren. De bestaande verschillen tussen de wetgevingen van de lidstaten vormen belemmeringen voor de goede werking van de interne markt. Bijgevolg zou een situatie waarin er sprake is van een uitgesproken onevenwicht op het gebied van de doeltreffendheid van de procedurele middelen waarover de schuldeisers in de verschillende nationale rechtsstelsels beschikken, een verstoring van de mededinging op de interne markt vormen. Een Europese procedure voor geringe vorderingen zou dus de goede werking van de interne markt vergemakkelijken.

Wat het vereiste van het grensoverschrijdende karakter betreft, wordt in de meeste taalversies van het Verdrag de term “matter” (zaak) gebruikt en niet “measure” (maatregel). Derhalve is het noodzakelijk en voldoende dat de “zaak” grensoverschrijdende gevolgen heeft. Deze uitlegging wordt bevestigd door artikel 65, onder c), waarin is bepaald dat de maatregelen op het gebied van justitiële samenwerking in burgerlijke zaken met grensoverschrijdende gevolgen onder meer de afschaffing van hinderpalen voor de goede werking van burgerrechtelijke procedures omvat en door artikel III-269 van het Verdrag tot vaststelling van een grondwet voor Europa.

Procesrecht kan naar zijn aard grensoverschrijdende gevolgen hebben. De rechter zal altijd de lex fori toepassen ongeacht of het geschil grensoverschrijdende aspecten heeft. Een geschil over geringe vorderingen is een zaak met grensoverschrijdende gevolgen omdat - gelet op de ontwikkeling van de interne markt – de meeste marktdeelnemers en consumenten vroeg of laat betrokken raken bij dergelijke geschillen in het buitenland.

Een voor zuiver interne zaken geldende maatregel - die nodig is voor de goede werking van de interne markt met name omdat hij mededingingsdistorsies tussen marktdeelnemers van verschillende lidstaten opheft – heeft noodzakelijkerwijs grensoverschrijdende gevolgen aangezien de invoering van een doeltreffende procedure voor geringe vorderingen in alle lidstaten de toegang tot de rechter onder gelijke voorwaarden zal vergemakkelijken.

Het interne markt-vereiste in artikel 65 is bijgevolg een beperking van het vereiste van het grensoverschrijdende karakter. Een maatregel die nodig is voor de goede werking van de interne markt heeft noodzakelijkerwijs grensoverschrijdende gevolgen, terwijl een maatregel met grensoverschrijdende gevolgen niet altijd ook nodig is voor de goede werking van de interne markt. Deze uitlegging blijkt ook uit de onderhandelingen die hebben geleid tot de vaststelling van artikel 65 aangezien het interne markt-vereiste pas in een laat stadium van de onderhandelingen is ingevoerd om de werkingssfeer van de bepaling te beperken. Een restrictievere uitlegging van artikel 65 kan niet de bedoeling zijn geweest van de auteurs ervan aangezien dit zou leiden tot nieuwe belemmeringen voor de toegang tot de rechter in de Europese justitiële ruimte. In elk rechtsinstrument zou een afzonderlijke definitie van het "grensoverschrijdende karakter” moeten worden opgenomen aangezien deze definitie vrijwel onvermijdelijk zou variëren naar gelang van de behandelde kwestie, wat zou leiden tot ernstige moeilijkheden bij de toepassing van deze instrumenten.

Het zou niet alleen inadequaat maar ook contraproductief zijn om de werkingssfeer van de Europese procedure voor geringe vorderingen te beperken tot louter grensoverschrijdende zaken.

Ten eerste moet worden vermeden voor interne zaken en voor zaken met grensoverschrijdende aspecten twee verschillende regelingen in te voeren. Een dergelijke tweeledig systeem zou in strijd zijn met de doelstelling van één enkele en coherente rechtsruimte voor iedereen.

Ten tweede beschikken partijen, zoals reeds aangegeven, niet in alle lidstaten over snelle en goedkope procedures voor geringe vorderingen. Bij gebrek aan dergelijke procedures die in verhouding staan tot het met het geschil gemoeide bedrag, zullen schuldeisers in veel gevallen aan het economische nut van een rechtsvordering twijfelen en er vaak van afzien een geding aanhangig te maken. Deze beperking van de daadwerkelijke toegang tot de rechter leidt tot economische kosten die aanzienlijke negatieve macro-economische gevolgen hebben voor de goede werking van de interne markt.

2.2.2. Subsidiariteit en evenredigheid

De doelstelling van dit voorstel, namelijk de vereenvoudiging en bespoediging van de procesvoering over geringe vorderingen door een Europese procedure voor geringe vorderingen vast te stellen, kan niet voldoende door de lidstaten zelf worden verwezenlijkt, aangezien zij de gelijkwaardigheid van de in de gehele Gemeenschap toepasselijke regels niet kunnen waarborgen. Deze doelstelling kan dus alleen op communautair niveau worden gerealiseerd.

Dit voorstel is volledig in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, aangezien het strikt beperkt is tot wat noodzakelijk is om deze doelstelling te bereiken. In dit verband is het van bijzonder belang te wijzen op de gevolgen die de combinatie van het gekozen rechtsinstrument (een verordening) en het facultatieve karakter van de Europese procedure voor geringe vorderingen heeft ten opzichte van vergelijkbare mechanismen in het nationale procesrecht van de lidstaten. De hier voorgestelde verordening zou de lidstaten alleen verplichten om de Europese procedure als een aanvullend instrument beschikbaar te stellen, en zou tegelijk de eenvormigheid en de rechtstreekse toepasselijkheid van de procedure waarborgen. De lidstaten zouden niet worden verplicht om hun reeds bestaande wetgeving betreffende geringe vorderingen op te heffen of om dergelijke wetgeving in overeenstemming te brengen met het gemeenschapsrecht. Dit voorstel voor een verordening, dat geen afbreuk doet aan het recht van de lidstaten om naast de Europese procedure voor geringe vorderingen hun nationale regels te blijven toepassen, grijpt daarom veel minder in in hun procedurestelsels dan een richtlijn waarbij de nationale wetgeving moet worden aangepast aan de in dat instrument vastgestelde normen. Deze wetgevingstechniek garandeert immers een gemeenschappelijk minimumniveau van doeltreffendheid bij de invordering van geringe vorderingen, maar maakt het tegelijk mogelijk dat lidstaten die over een zelfs nog beter werkend intern systeem beschikken dit systeem verder toepassen. Uiteindelijk zal het aan de schuldeisers worden overgelaten om te beoordelen welke procedure volgens hen doeltreffender of geschikter is vanuit het oogpunt van de toegankelijkheid, waarbij dit laatste criterium bijzonder relevant is voor diegenen die in verschillende lidstaten actief zijn en die zich dus dankzij de eenvormige Europese procedure voor geringe vorderingen niet op de hoogte hoeven te stellen van het procesrecht in elk van die lidstaten. Tot slot moet worden herinnerd aan artikel 17 van dit voorstel: “onverminderd de bepalingen van deze verordening, valt de Europese procedure voor geringe vorderingen onder het procesrecht van de lidstaat waar de procedure wordt gevoerd”. De invoering van een Europese procedure voor geringe vorderingen noopt dus niet tot een verdere onderlinge aanpassing van de nationale procesrechtregels en beperkt de ingrepen in het nationale recht tot een absoluut minimum.

2005/0020 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 61, onder c),

Gezien het voorstel van de Commissie[11],

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[12],

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag[13],

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Europese Unie heeft zich ten doel gesteld de Europese Unie als een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid te handhaven en te ontwikkelen, waarin het vrije verkeer van personen wordt gewaarborgd. Met het oog op de geleidelijke totstandbrenging van een dergelijke ruimte moet de Gemeenschap onder meer op het gebied van de justitiële samenwerking in burgerlijke zaken de maatregelen nemen die nodig zijn voor de goede werking van de interne markt.

(2) In dit opzicht heeft de Gemeenschap onder andere reeds de volgende maatregelen genomen: Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad van 29 mei 2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken[14], Beschikking 2001/470/EG van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de oprichting van een Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken[15], Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken[16] en Verordening (EG) nr. 805/2004 van het Europees parlement en de Raad van 21 april 2004 tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen[17].

(3) Op 20 december 2002 heeft de Commissie een Groenboek betreffende een Europese procedure inzake betalingsbevelen en maatregelen ter vereenvoudiging en bespoediging van de procesvoering over geringe vorderingen aangenomen[18]. Het groenboek heeft een raadpleging op gang gebracht over maatregelen betreffende de vereenvoudiging en bespoediging van de procesvoering over geringe vorderingen.

(4) Vele lidstaten hebben vereenvoudigde burgerlijke procedures voor geringe vorderingen ingevoerd, omdat de aan de procesvoering verbonden kosten, vertragingen en ergernis niet noodzakelijkerwijs evenredig afnemen met het bedrag van de vordering. De belemmeringen van het verkrijgen van een snelle en goedkope beslissing worden versterkt bij grensoverschrijdende zaken. Daarom is het nodig dat een Europese procedure voor geringe vorderingen wordt ingevoerd. Het doel van een dergelijke Europese procedure moet zijn de toegang tot de rechter te vergemakkelijken, door een procedure van beperkte duur en tegen betaalbare kosten ter beschikking te stellen.

(5) De vervalsing van de mededinging op de interne markt ten gevolge van de onevenwichtigheid ten aanzien van het functioneren van de procedurele middelen die de schuldeisers in de verschillende lidstaten ter beschikking staan, maken gemeenschapswetgeving noodzakelijk die schuldeisers en schuldenaren in de gehele Europese Unie gelijke voorwaarden waarborgt.

(6) De Europese procedure voor geringe vorderingen dient ook te gelden voor zuiver binnenlandse zaken teneinde mededingingsvervalsingen tussen marktdeelnemers in de verschillende lidstaten op te heffen en in alle lidstaten de toegang tot de rechter onder gelijke voorwaarden te vergemakkelijken.

(7) De Europese procedure voor geringe vorderingen moet de procesvoering over geringe vorderingen vereenvoudigen en bespoedigen terwijl zij de kosten vermindert, door naast de bestaande procedures krachtens het recht van de lidstaten, die onverlet blijven, een facultatief instrument ter beschikking te stellen. Deze verordening moet het ook eenvoudiger maken de erkenning en tenuitvoerlegging te krijgen van in een Europese procedure voor geringe vorderingen gegeven beslissing in een andere lidstaat, met inbegrip van beslissingen die aanvankelijk van zuiver binnenlandse aard waren.

(8) Ter vergemakkelijking van de instelling van de procedure dient de eiser de Europese procedure voor geringe vorderingen in te leiden door een vorderingsformulier in te vullen en bij het bevoegde gerecht in te dienen.

(9) Om kosten te verminderen en termijnen te bekorten moeten de stukken aan de partijen worden betekend of moet hun hiervan kennis worden gegeven bij aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging of op een eenvoudiger wijze zoals bij gewone brief, faxbericht of elektronische post. De procedure moet schriftelijk zijn, tenzij het gerecht een mondelinge behandeling noodzakelijk acht. De partijen zijn niet verplicht zich door een advocaat te laten vertegenwoordigen.

(10) Het gerecht moet een terechtzitting kunnen houden in de vorm van een audio-, video- of e-postconferentie. Het moet de bewijsmiddelen en de omvang van de bewijsverkrijging naar eigen goeddunken kunnen vaststellen en de bewijsverkrijging toestaan door middel van telefoon, schriftelijke verklaringen van getuigen, en audio-, video- of e-postconferenties.

(11) Het gerecht moet het beginsel van hoor en wederhoor eerbiedigen.

(12) Ter bespoediging van de beslechting van geschillen moet de beslissing binnen zes maanden volgende op de inschrijving van de vordering worden gegeven.

(13) Ter bespoediging van de invordering van geringe vorderingen moet de beslissing uitvoerbaar bij voorraad zijn ondanks een eventueel beroep en zonder dat een zekerheid behoeft te worden gesteld.

(14) Ter beperking van de kosten moet de in het ongelijk gestelde partij, wanneer zij een natuurlijke persoon is die niet wordt vertegenwoordigd door een advocaat of een andere juridisch beroepsuitoefenaar, niet worden verplicht de kosten van de advocaat of een andere juridisch beroepsuitoefenaar van de tegenpartij terug te betalen.

(15) Ter vergemakkelijking van de erkenning en tenuitvoerlegging moet een in een Europese procedure voor geringe vorderingen in een lidstaat gegeven beslissing in een andere lidstaat worden erkend en ten uitvoer gelegd zonder dat een verklaring van uitvoerbaarheid nodig is en zonder de mogelijkheid zich tegen de erkenning ervan te verzetten.

(16) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. In het bijzonder beoogt deze verordening de volledige eerbiediging van het recht op een eerlijk proces, zoals erkend in artikel 47 van het Handvest.

(17) De voor de uitvoering van deze verordening noodzakelijke maatregelen moeten worden vastgesteld volgens de procedure van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden[19].

(18) Daar de doelstellingen van het overwogen optreden, namelijk de vaststelling van een procedure ter vereenvoudiging en bespoediging van de procesvoering betreffende geringe vorderingen en het verminderen van de kosten, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(19) [Overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, hebben het Verenigd Koninkrijk en Ierland schriftelijk kenbaar gemaakt dat zij wensen deel te nemen aan de aanneming en de toepassing van deze verordening.]

(20) Denemarken neemt overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, niet aan de aanneming van deze verordening deel, die derhalve niet bindend voor noch van toepassing in Denemarken is,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ONDERWERP EN WERKINGSSFEER

Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening stelt een procedure voor geringe vorderingen vast, die beoogt de procesvoering betreffende geringe vorderingen te vereenvoudigen en te bespoedigen en de kosten te verminderen. De Europese procedure voor geringe vorderingen is voor partijen beschikbaar als alternatief voor de bestaande procedures krachtens het recht van de lidstaten.

Deze verordening schaft ook de tussenmaatregelen af, die nodig zijn om de erkenning en uitvoering in andere lidstaten mogelijk te maken van de in een lidstaat in een Europese procedure voor geringe vorderingen gegeven beslissingen, met uitzondering van beslissingen betreffende niet-betwiste vorderingen.

Artikel 2

Werkingssfeer

1. Deze verordening wordt toegepast in burgerlijke en handelszaken, ongeacht de aard van het gerecht, wanneer de totale waarde van een geldelijke of niet-geldelijke vordering, rente uitgezonderd, kosten en uitgaven ten tijde van de inleiding van de procedure niet meer bedraagt dan 2 000 EUR. Zij heeft geen betrekking op fiscale zaken, douanezaken of administratiefrechtelijke zaken.

2. Deze verordening is niet van toepassing op zaken met betrekking tot:

a) de staat of de bekwaamheid van natuurlijke personen,

b) het huwelijksgoederenrecht, testamenten en erfenissen,

(c) het faillissement, akkoorden en andere soortgelijke procedures,

d) de sociale zekerheid,

e) de arbitrage,

f) het arbeidsrecht.

3. In deze verordening wordt onder “lidstaat” verstaan alle lidstaten behalve Denemarken. [het Verenigd Koninkrijk en Ierland]

HOOFDSTUK II

D E E UROPESE PROCEDURE VOOR GERINGE VORDERINGEN

Artikel 3

Inleiding van de procedure

1. De eiser leidt de Europese procedure voor geringe vorderingen in door het in bijlage I opgenomen vorderingsformulier in te vullen en samen met eventuele andere relevante stukken bij het bevoegde gerecht in te dienen. Het vorderingsformulier mag rechtstreeks worden ingediend of over de post of door andere communicatiemiddelen, zoals fax of elektronische post, dat voor de lidstaat waarin de procedure wordt ingeleid, aanvaardbaar is.

2. De lidstaten delen de Commissie mede welke communicatiemiddelen voor hen aanvaardbaar zijn. De Commissie maakt deze mededeling openbaar.

3. Het gerecht schrijft het vorderingsformulier onmiddellijk na de ontvangst ervan in en tekent voorts de datum en het tijdstip van ontvangst op van alle andere stukken die bij haar worden ingediend in het kader van de Europese procedure voor geringe vorderingen.

4. Met het oog op de stuiting of schorsing van de verjaringstermijn wordt een gerecht geacht te zijn aangezocht, op het tijdstip dat het vorderingsformulier overeenkomstig lid 3 is ingeschreven.

5. Wanneer de in het vorderingsformulier opgenomen vordering niet binnen de in artikel 2 bedoelde werkingssfeer van deze verordening valt, behandelt het gerecht deze vordering niet als een Europese geringe vordering, doch behandelt het deze overeenkomstig het procesrecht dat geldt in de lidstaat waarin de procedure wordt gevoerd. Het gerecht stelt de eiser daarvan in kennis.

6. Wanneer het gerecht de door de eiser verstrekte gegevens onvoldoende duidelijk of irrelevant acht of wanneer het formulier niet naar behoren is ingevuld, kan het de eiser de mogelijkheid bieden het formulier aan te vullen of te verbeteren of de aanvullende gegevens of stukken te verstrekken die het bepaalt.

7. De lidstaten zorgen ervoor dat het vorderingsformulier beschikbaar is bij alle gerechten bij welke de Europese procedure voor geringe vorderingen kan worden ingesteld, en dat bij die gerechten de eisers praktische bijstand kan worden verleend bij het invullen van het vorderingsformulier.

Artikel 4

Verloop van de procedure

1. De Europese procedure voor geringe vorderingen is een schriftelijke procedure, tenzij een mondelinge behandeling noodzakelijk wordt geacht door het gerecht, dat rekening houdt met de opmerkingen of verzoeken van de partijen dienaangaande.

2. Na ontvangst van het vorderingsformulier vult het gerecht het in deel I van het in bijlage II opgenomen antwoordformulier in.

Binnen acht dagen na ontvangst van het vorderingsformulier betekent het gerecht de verweerder of geeft het hem kennis overeenkomstig artikel 11 van een afschrift van het vorderingsformulier, tezamen met het aldus ingevulde antwoordformulier.

3. De verweerder dient binnen één maand na de betekening of kennisgeving van het vorderingsformulier en het antwoordformulier zijn antwoord in, door deel II van het antwoordformulier in te vullen en dit met eventuele aanvullende stukken terug te zenden naar het gerecht of door op een andere passende wijze zonder gebruikmaking van het antwoordformulier te antwoorden.

4. Binnen acht dagen na ontvangst van het antwoord van de verweerder betekent het gerecht de eiser of geeft het hem kennis overeenkomstig artikel 11 van een afschrift van het antwoord en van de eventuele aanvullende stukken.

5. Wanneer de verweerder in zijn antwoord tegen de eiser een tegenvordering instelt, deelt het gerecht de eiser die tegenvordering mede. De eiser beantwoordt de tegenvordering binnen een maand na de betekening of kennisgeving.

6. Wanneer de totale waarde van de tegenvordering hoger is dan het in artikel 2, lid 1, genoemde bedrag, neemt het gerecht de tegenvordering slechts in aanmerking indien deze is voortgekomen uit dezelfde rechtsverhouding als de vordering en indien het gerecht het passend acht deze te behandelen in de Europese procedure voor geringe vorderingen.

7. Wanneer door het gerecht ontvangen aanvullende stukken in een andere taal zijn gesteld dan die waarin de procedure wordt gevoerd, verlangt het gerecht slechts een vertaling van deze stukken indien de vertaling noodzakelijk is voor het geven van de beslissing.

Wanneer een partij heeft geweigerd een stuk te aanvaarden omdat het niet in een van de in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1348/2000 bedoelde talen is gesteld, stelt het gerecht de andere partij daarvan in kennis en raadt het haar aan een vertaling te verstrekken.

Artikel 5

Beëindiging van de procedure

1. Binnen een maand volgende op de ontvangst van het antwoord van de verweerder of de eiser binnen de in artikel 4, leden 3 en 5, bepaalde termijn moet het gerecht

a) een beslissing geven, of

b) de partijen binnen een bepaalde termijn verzoeken nadere gegevens over de vordering te verstrekken, of

c) de partijen voor een terechtzitting oproepen.

2. Wanneer het gerecht binnen de in artikel 4, lid 3, bepaalde termijn geen antwoord van de verweerder heeft ontvangen, geeft het een beslissing bij verstek.

Artikel 6

Terechtzitting

1. Het gerecht kan een terechtzitting houden in de vorm van een audio-, video- of e-postconferentie indien de technische middelen beschikbaar zijn en beide partijen daarmee instemmen.

2. Wanneer een partij de terechtzitting niet bijwoont en door een andere persoon wordt vertegenwoordigd, kan het gerecht deze persoon verzoeken een door deze partij verstrekte volmacht of andere schriftelijke machtiging over te leggen, indien dit wordt voorgeschreven door het procesrecht van de lidstaat waar de procedure wordt gevoerd.

Artikel 7

Bewijsverkrijging

1. Het gerecht kan de bewijsmiddelen en de omvang van de bewijslast naar eigen goeddunken vaststellen. In het kader van de bewijsverkrijging kan het gerecht met name de bewijsverkrijging toestaan door middel van de telefoon, schriftelijke verklaringen van getuigen, en door audio-, video- of e-postconferenties.

2. In uitzonderlijke omstandigheden kan het gerecht bewijs van getuige-deskundigen toestaan indien dit voor zijn beslissing onontbeerlijk is.

Artikel 8

Vertegenwoordiging van partijen

De partijen zijn niet verplicht zich door een advocaat of een andere juridisch beroepsuitoefenaar te laten vertegenwoordigen.

Artikel 9

Taak van het gerecht

1. Het gerecht eerbiedigt het recht op een eerlijk proces en het beginsel van hoor en wederhoor, met name bij beslissingen over de noodzaak van een mondelinge behandeling en over de bewijsmiddelen en de omvang van de bewijslast.

2. Het gerecht verplicht de partijen niet een juridische beoordeling van de vordering te maken.

3. Indien nodig verleent het gerecht de partijen bijstand bij procedurekwesties en kan het de partijen verzoeken hem feitelijke gegevens te verstrekken die voor de beoordeling van de zaak van belang zijn.

4. Voorzover dit zinvol is, streeft het gerecht ernaar een schikking tussen de partijen te bereiken.

Artikel 10

Beslissing

1. De beslissing wordt gegeven binnen zes maanden na de inschrijving van het vorderingsformulier.

2. Het gerecht betekent de beslissing aan de partijen of geeft hun hiervan kennis overeenkomstig artikel 11 wanneer de beslissing niet mondeling wordt uitgesproken.

Artikel 11

Betekening of kennisgeving van stukken

1. Wanneer stukken moeten worden betekend of hiervan kennis moet worden gegeven in een andere lidstaat dan de lidstaat waar de procedure wordt gevoerd, worden zij aan de partijen betekend of ter kennis gebracht bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs, met inachtneming van de in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1348/2000 neergelegde aanvullende voorwaarden en gelet op artikel 8 van de genoemde verordening.

2. Wanneer stukken moeten worden betekend of hiervan kennis moet worden gegeven in de lidstaat waar de procedure wordt gevoerd en het adres van de geadresseerde met zekerheid bekend is, worden de stukken aan de partijen betekend of wordt hun hiervan kennis gegeven bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of op een eenvoudiger wijze zoals bij gewone brief, fax of elektronische post, indien deze eenvoudigere wijzen van betekening of kennisgeving in het procesrecht van de lidstaat waar de procedure wordt gevoerd zijn voorzien.

3. Wanner in uitzonderlijke gevallen de betekening of kennisgeving overeenkomstig de leden 1 en 2 niet mogelijk is, kan zij geschieden op een andere wijze die persoonlijke betekening of kennisgeving verzekert.

Artikel 12

Termijnen

1. Het gerecht kan in uitzonderlijke omstandigheden de in artikel 4, leden 3 en 5, bepaalde termijnen verlengen indien dit nodig is om een doeltreffende verdediging van de partijen te waarborgen.

2. Wanneer het gerecht zich in uitzonderlijke omstandigheden niet aan de termijnen van artikel 4, leden 2 en 4, artikel 5, lid 1, en artikel 10, lid 1, kan houden zonder het goede verloop van de procedure in gevaar brengen, neemt het zo snel mogelijk de nodige maatregelen.

3. Voor de berekening van de in de onderhavige verordening vastgestelde termijnen geldt Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden[20].

Artikel 13

Uitvoerbaarheid van beslissing en

De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad , niettegenstaande mogelijk beroep. Het is niet nodig zekerheid te stellen.

Artikel 14

Kosten

1. De in het ongelijk gestelde partij wordt in de proceskosten verwezen, tenzij dit onbillijk of onredelijk is. In dat geval beslist het gerecht op billijkheidsgronden over de proceskosten.

2. Wanneer de in het ongelijk gestelde partij een natuurlijke persoon is die niet is vertegenwoordigd door een advocaat of door een andere juridisch beroepsuitoefenaar, is deze partij niet verplicht de kosten van de advocaat of een andere juridisch beroepsuitoefenaar van de tegenpartij terug te betalen.

Artikel 15

Beroep

1. De lidstaten delen de Commissie mee of krachtens hun procesrecht beroep kan worden ingesteld tegen een in een in een de Europese procedure voor geringe vorderingen gegeven beslissing. De Commissie maakt deze mededeling openbaar.

2. Ingeval een beroepsprocedure wordt ingesteld tegen een in een Europese procedure voor geringe vorderingen gegeven beslissing, zijn de partijen niet verplicht zich door een advocaat of een andere juridisch beroepsuitoefenaar te laten vertegenwoordigen.

3. Er staat geen normaal beroep of beroep in cassatie open tegen een in beroep gegeven beslissing.

Artikel 16

Heroverweging van de beslissing

De verweerder heeft, mits hij onverwijld handelt, het recht om heroverweging van een in een Europese procedure voor geringe vorderingen gegeven beslissing te verzoeken, onder de in de wetgeving van de lidstaat waar de beslissing is gegeven vastgestelde voorwaarden die de Commissie overeenkomstig de artikelen 19 en 30 van Verordening (EG) nr. 805/2004 ter kennis zijn gebracht, wanneer:

a) (i) het vorderingsformulier of de oproeping voor een terechtzitting zijn betekend of ter kennis gebracht door een methode zonder bewijs van ontvangst door hem persoonlijk ; en

(ii) de betekening of kennisgeving zijn buiten zijn schuld laattijdig geschied of op zodanige wijze, dat hij niet in staat was zich te verdedigen, of

b) de verweerder heeft wegens overmacht of als gevolg van uitzonderlijke omstandigheden, buiten zijn schuld de vordering niet kunnen betwisten.

Artikel 17

Toepasselijk procesrecht

Onverminderd deze verordening, valt de Europese procedure voor geringe vorderingen onder het procesrecht van de lidstaat waarin de procedure wordt gevoerd.

HOOFDSTUK III

E RKENNING EN TENUITVOERLEGGING

Artikel 18

Erkenning en tenuitvoerlegging

1. Een in een Europese procedure voor geringe vorderingen in een lidstaat gegeven beslissing wordt in een andere lidstaat erkend en ten uitvoer gelegd zonder dat een verklaring van uitvoerbaarheid nodig is en zonder de mogelijkheid zich tegen de erkenning te verzetten, mits de beslissing door het gerecht in de lidstaat van oorsprong met behulp van het in bijlage III bij deze verordening opgenomen formulier is gewaarmerkt.

2. De in een Europese procedure voor geringe vorderingen gegeven beslissing wordt gewaarmerkt indien zij niet strijdig is met de in de hoofdstuk II, afdelingen 3 en 6, van Verordening (EG) nr. 44/2001 vastgestelde bevoegdheidsregels.Het certificaat wordt gesteld in de taal van de beslissing.Er staat geen beroep open tegen het verstrekken van het certificaat.Het recht van de lidstaat waar de procedure wordt gevoerd, is van toepassing op verbeteringen van het certificaat.

3 Wanneer het op het tijdstip dat de beslissing wordt gegeven waarschijnlijk is dat deze beslissing in een andere lidstaat ten uitvoer zal moeten worden gelegd, wordt het certificaat ambtshalve bij de uitspraak verstrekt. In andere gevallen wordt het certificaat op verzoek van een van de partijen verstrekt.

4. Een partij die de tenuitvoerlegging van een beslissing vordert, legt het volgende over:

a) een afschrift van de beslissing dat voldoet aan de noodzakelijke voorwaarden om de echtheid ervan te kunnen vaststellen; en

b) het in lid 1 bedoelde certificaat.

5. De leden 1 tot en met 4 zijn niet van toepassing op beslissingen over niet-betwiste vorderingen in de zin van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 805/2004.

HOOFDSTUK IV

VERHOUDING TOT ANDERE COMMUNAUTAIRE INSTRUMENTEN

Artikel 19

Verhouding tot Verordening (EG) nr. 805/2004 en Verordening (EG) nr. 44/2001

Deze verordening laat de toepassing van Verordening (EG) nr. 805/2004 en Verordening (EG) nr. 44/2001 onverlet.

HOOFDSTUK 5

S LOTBEPALINGEN

Artikel 20

Voorlichting

De bevoegde nationale autoriteiten werken samen om het publiek en de beroepskringen over de Europese procedure voor geringe vorderingen voor te lichten, meer bepaald via het Europees justitiële netwerk in burgerlijke en handelszaken, dat is opgericht bij Beschikking 2001/470/EG.

Artikel 21

Uitvoeringsmaatregelen

De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen de wijziging van de in artikel 2, lid 1, vastgestelde drempel en de bijwerkingen of technische wijzigingen van de in de bijlagen opgenomen formulieren, of de invoering van aanvullende formulieren worden door de Commissie vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

Artikel 22

Comité

1. De Commissie wordt bijgestaan door het in artikel 75 van Verordening (EG) nr. 44/2001 bedoelde comité.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

3. Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 23

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op […]

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat, overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Gedaan te Brussel, […]

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitter De Voorzitter

[…] […]

[1] PB C 92 van 25.4.1975, blz. 2.

[2] COM(93) 576.

[3] COM(96) 13.

[4] PB C 12 van 15.1.2001, blz. 1.

[5] PB C 146 van 17.5.2001, blz. 4.

[6] COM(2002) 746 def.

[7] PB C 220 van 16.9.2003, blz. 5.

[8] Resolutie van het Europees Parlement inzake de vooruitzichten voor de onderlinge aanpassing van het burgerlijk procesrecht in de Europese Unie (COM(2002) 654 + COM(2002) 746 – C5-0201/2003 - 2003/2087(INI)), A5-0041/2004.

[9] Voor nadere informatie, zie hoofdstuk 4.3 van het groenboek.

[10] Tussen 600 EUR (Duitsland) en 8 234 EUR (Engeland/Wales).

[11] PB C [...] van [...], blz. [...].

[12] PB C [...] van [...], blz. [...].

[13] PB C [...] van [...], blz. [...].

[14] PB L 160 van 30.6.2000, blz. 37.

[15] PB L 174 van 27.6.2001, blz. 25.

[16] PB L 12 van 16.1.2001, blz. 1.

[17] PB L 143 van 30.4.2004, blz. 15.

[18] COM(2002) 746 def.

[19] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

[20] PB L 124 van 8.6.1971, blz. 1.

Top