Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32026R1384

Verordening (EU) 2026/1384 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2026 waarmee de negatieve handelsgerelateerde gevolgen van de wereldwijde overcapaciteit voor de staalmarkt van de Unie worden aangepakt en tot wijziging van Verordening (EU) 2020/2170

PE/23/2026/REV/1

PB L, 2026/1384, 24.6.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1384/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1384/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/1384

24.6.2026

VERORDENING (EU) 2026/1384 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 17 juni 2026

waarmee de negatieve handelsgerelateerde gevolgen van de wereldwijde overcapaciteit voor de staalmarkt van de Unie worden aangepakt en tot wijziging van Verordening (EU) 2020/2170

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De staalsector is essentieel voor het concurrentievermogen en de veiligheid van de Unie. Staal is ook van wezenlijk belang voor tal van andere sectoren, zoals de sectoren op het gebied van schone technologie, vervoer, bouw en energie-infrastructuur van de Unie. Het behoud van een concurrerende en technologisch geavanceerde staalindustrie is dan ook van vitaal belang voor de economische veiligheid van de Unie. De staalsector wordt dan ook als een strategisch belangrijke sector beschouwd door de Unie, die zich inzet om de levensvatbaarheid, veerkracht en duurzaamheid op lange termijn ervan te waarborgen.

(2)

De Unie heeft een lange traditie op het gebied van de staalproductie in steden en regio’s, waarbij staalarbeiders hun vaardigheden van generatie op generatie hebben doorgegeven, zodat zij een sleutelrol hebben gespeeld bij het leggen van de basis voor de productie in de Unie en zij van essentieel belang zijn voor het behoud van het concurrentievermogen en de hoge maatschappelijke waarde van de staalsector.

(3)

De staalindustrie in alle landen en regio’s, met inbegrip van de Unie, heeft te lijden onder de negatieve gevolgen van de toenemende wereldwijde structurele overcapaciteit. Die wereldwijde uitdaging heeft negatieve gevolgen voor de markt van de Unie en de markten van andere landen, hetzij direct, via de invoer uit landen met overcapaciteit, hetzij indirect, als gevolg van het verdringingseffect, of op beide manieren. Om het probleem van de wereldwijde overcapaciteit doeltreffend op te lossen, zijn grotere gezamenlijke inspanningen nodig van de Unie en gelijkgestemde partnerlanden die niet bijdragen tot de wereldwijde overcapaciteit. De Unie zal daarom haar inspanningen opvoeren bij het leiden van de internationale werkzaamheden, onder meer in het kader van het Mondiaal Forum over de overcapaciteit van staal (Global Forum on Steel Excess Capacity – GFSEC), om de onderliggende oorzaken van wereldwijde overcapaciteit aan te pakken en tot oplossingen te komen die de transparantie van de mondiale staalmarkt versterken en waarbij rekening wordt gehouden met moderne productie- en leveringstechnieken, onder meer door de toepassing van het “smelt-en-giet”-beginsel en door de monitoring van de in- en uitvoer. De Unie blijft zich inzetten voor eerlijke en open markten en voor een verdere versterking van haar betrekkingen met bestaande en toekomstige vrijhandelspartners. In die geest, en om hun economieën af te schermen van de wereldwijde overcapaciteit en de markttoegang onderling te verbeteren, moeten de Unie en gelijkgestemde landen dringend samenwerken, in overeenstemming met hun gedeelde strategische belangen en wederzijdse voordelen, waarbij tegelijkertijd veilige, voorspelbare en gediversifieerde toeleveringsketens worden gewaarborgd.

(4)

Uit een diepgaande analyse die de Commissie in 2019 heeft afgerond, bleek dat de staalindustrie van de Unie in die periode al in een situatie verkeerde waarin ernstige schade dreigde, en dat deze zich zonder vrijwaringsmaatregelen waarschijnlijk in de nabije toekomst zou ontwikkelen tot een situatie waarin werkelijk sprake zou zijn van ernstige schade. De Commissie heeft geconcludeerd dat het in het belang van de Unie zou zijn passende maatregelen te nemen om een verdere toename van de invoer van staalproducten te voorkomen.

(5)

Op 31 januari 2019 heeft de Commissie Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 (2) tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten vastgesteld, waarmee het risico van verlegging van het handelsverkeer en de dreiging van de ernstige schade die waarschijnlijk zou zijn ontstaan voor de onder die uitvoeringsverordening vallende producten, werden aangepakt. Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 zal op 30 juni 2026 verstrijken.

(6)

In november 2024 namen de leiders van de Unie de Verklaring van Boedapest over de nieuwe deal voor het Europees concurrentievermogen aan, waarin zij de dringende noodzaak en hun vastberadenheid benadrukten om de Unie concurrerender te maken. Daarnaast hebben de leiders van de Unie zich ertoe verbonden te zorgen voor industriële vernieuwing en decarbonisatie, en ervoor te zorgen dat de Unie een industriële en technologische grootmacht kan blijven die hoogwaardige werkgelegenheid bevordert. De leiders van de Unie erkenden ook dat de gereedheid en de vermogens op defensiegebied moeten worden vergroot, met name door de technologische en industriële defensiebasis dienovereenkomstig te versterken. Daartoe hebben de leiders van de Unie zich ertoe verbonden een industriebeleid voor de Unie te ontwikkelen waarmee de groei van de belangrijkste technologieën van morgen wordt gewaarborgd, met bijzondere aandacht voor traditionele sectoren in transitie.

(7)

Het industriële concurrentievermogen van de staalsector is een kernprioriteit voor de Unie, die zal bijdragen tot duurzame groei, langdurige welvaart en veerkracht. Decarbonisatie kan een krachtige motor voor groei en veerkracht zijn wanneer zij wordt geïntegreerd in het industrieel, mededingings-, economisch en handelsbeleid. Wereldwijde overcapaciteit heeft gevolgen voor de staalindustrie van de Unie in het kader van haar transitie naar een koolstofneutrale productie. Daarom moet het decarbonisatietraject van de staalsector in de Unie een van de factoren zijn waar de Commissie rekening mee kan houden wanneer zij de volumes van de tariefcontingenten wijzigt die in het kader van deze verordening worden geopend, en moet het een van de factoren zijn waar rekening mee moet worden gehouden bij het evalueren van de doeltreffendheid van deze verordening.

(8)

Energie-intensieve sectoren zijn concentratiesectoren die dringend steun nodig hebben om te decarboniseren en te elektrificeren en om het hoofd te kunnen bieden aan hoge energiekosten, oneerlijke wereldwijde concurrentie en complexe regelgeving, die allemaal het concurrentievermogen aantasten. Het is van essentieel belang dat die sectoren wereldwijd concurrerend kunnen blijven en dat de productie en de bezettingsgraad in de Unie worden verhoogd.

(9)

Zoals erkend in de mededeling van de Commissie van 19 maart 2025 met de titel “Een Europees actieplan voor staal en metalen”, is staal een metaal dat van strategisch belang is voor het defensievermogen van de Unie. Met name in een context van toenemende mondiale instabiliteit en verhoogde druk op de veiligheid zijn stabiele en veerkrachtige toeleveringsketens van metalen, waaronder staal, en een sterke en concurrerende interne productie daarvan essentieel voor defensie en lucht- en ruimtevaart, voor het bereiken van economische veerkracht en om ongewenste afhankelijkheden van leveranciers uit derde landen te voorkomen.

(10)

Verwacht wordt dat de wereldwijde overcapaciteit zal toenemen van 602 miljoen ton in 2024, gelijk aan vijfmaal de vraag in de Unie, tot 721 miljoen ton tegen 2027. De Unie heeft in de metaalsector reeds verschillende handelsbeschermingsmaatregelen ingesteld, onder meer in verband met ijzer en staal. Die handelsbeschermingsmaatregelen worden echter tenietgedaan door voortdurende grote capaciteitsuitbreidingen in andere regio’s, die volledig losstaan van de ontwikkeling van de binnenlandse en wereldwijde vraag. De staalindustrie van de Unie wordt in toenemende mate negatief beïnvloed door wereldwijde overcapaciteit en door wereldwijde verstoringen, waaronder niet-marktgerelateerde beleidsmaatregelen en praktijken in bepaalde derde landen die hun binnenlandse industrie kunstmatig ondersteunen of de handelsbeschermingsmaatregelen en sancties van de Unie omzeilen. Daardoor is de Unie de enige belangrijke staalproducerende regio waar momenteel een daling van de productiecapaciteit plaatsvindt. Daarom moeten maatregelen met betrekking tot de staalsector een langetermijnperspectief hebben, aangezien de wereldwijde overcapaciteit een structureel probleem is, dat waarschijnlijk niet op korte of middellange termijn zal worden opgelost.

(11)

Bovendien neemt door de recente ontwikkeling van handelsbeperkende maatregelen door derde landen de invoerdruk op de markt van de Unie verder toe, zowel wat volume als prijzen betreft. Die druk zal naar verwachting alleen maar verder toenemen, wat het risico met zich meebrengt dat de productie in de Unie nog verder zal dalen.

(12)

Als gevolg daarvan bevindt de staalindustrie van de Unie zich in een moeilijke situatie, met een ongekend verlies van productiecapaciteit van meer dan 30 miljoen ton sinds 2018, een historisch lage bezettingsgraad van 67 % in 2024, ongeveer 30 000 banen die sinds 2018 verloren zijn gegaan, waarbij het verlies van nog eens duizenden banen is aangekondigd, en aanhoudende financiële verliezen.

(13)

Het op regels gebaseerde multilaterale handelsstelsel, waarvan de Wereldhandelsorganisatie (WTO) de kern vormt, blijft fundamenteel voor het waarborgen van stabiliteit, voorspelbaarheid en eerlijkheid in de wereldhandel. Deze verordening moet daarom worden ontworpen en uitgevoerd met volledige inachtneming van de verplichtingen van de Unie in het kader van de WTO, met name wat de verdeling van de tariefcontingenten betreft.

(14)

Gezien de snel verslechterende situatie van de staalindustrie van de Unie, het toenemende strategische belang ervan en de onbevredigende vooruitgang die tot dusver is geboekt bij het vinden van een collectieve oplossing voor de aanpak van de wereldwijde overcapaciteit, met name in het kader van het GFSEC, moet een maatregel worden vastgesteld ter vervanging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159. Tegelijkertijd blijft de Unie zich inzetten om de afspraken na te komen die tijdens de ministeriële bijeenkomst van het GFSEC van 10 oktober 2025 zijn gemaakt, namelijk om te werken aan een alomvattend kader voor gezamenlijke maatregelen om de grondoorzaken van de wereldwijde overcapaciteit aan te pakken.

(15)

Daarom moet bij deze verordening een samenhangend en alomvattend kader worden vastgesteld om de negatieve handelsgerelateerde gevolgen van wereldwijde overcapaciteit voor de staalmarkt van de Unie aan te pakken. Gezien de ernstige verstoringen in de staalsector en de snel verslechterende situatie van de staalindustrie van de Unie, moet de toepassing hiervan gelden voor alle derde landen, met inbegrip van de landen waar de Unie een vrijhandelsovereenkomst mee heeft gesloten en de landen die autonome tariefpreferenties genieten, zoals die in het kader van het stelsel van algemene tariefpreferenties van de Unie uit hoofde van Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad (3). Het bij deze verordening vastgestelde kader moet enerzijds in de opening van tariefcontingenten en de vaststelling van een recht voor invoer buiten het contingent voorzien, en anderzijds in de mogelijkheid om, waar passend, bilaterale vrijwaringsmaatregelen toe te passen ten aanzien van producten uit derde landen waar de Unie een vrijhandelsovereenkomst mee heeft gesloten. Wanneer het niet passend is om bilaterale vrijwaringsmaatregelen toe te passen, moeten voor producten uit derde landen waar de Unie een vrijhandelsovereenkomst mee heeft gesloten, de tariefcontingenten en het recht voor invoer buiten het contingent gelden waarin deze verordening voorziet.

(16)

Het tarief voor invoer buiten het contingent uit hoofde van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 is vastgesteld op 25 %, maar rekening houdend met het niveau van de tarieven in de staalsector op andere belangrijke markten is het passend het recht voor invoer buiten het contingent te verhogen tot 50 %, om het risico van verlegging van het handelsverkeer tot een minimum te beperken. Dat recht zou een aanvulling vormen op andere rechten die van toepassing zijn op de productcategorieën die onder deze verordening vallen.

(17)

Met het oog op de nauwe en unieke integratie uit hoofde van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (4) moet de invoer in de Unie vanuit IJsland, Liechtenstein en Noorwegen worden uitgesloten van de toepassing van de tariefcontingenten en het recht voor invoer buiten het contingent.

(18)

De totale omvang van de tariefcontingenten is berekend door het als referentie gebruikte marktaandeel van de invoer op de markt van de Unie in 2013, dat ongeveer 13 % bedroeg, toe te passen op het totale verbruik op de staalmarkt van de Unie in 2024, het laatste jaar waarvoor volledige gegevens beschikbaar zijn. Bij de berekening wordt geen rekening gehouden met invoer die van oorsprong was uit Belarus en de Russische Federatie, waarvoor momenteel een invoerverbod geldt. Dat resulteert in een totale jaarlijkse omvang voor de tariefcontingenten van 18 345 922 ton.

(19)

De tariefcontingenten moeten per productcategorie worden opgesplitst op basis van het aandeel van de invoer voor elke productcategorie in de periode 2022-2024. Die referentieperiode voor het opsplitsen van aandelen in het tariefcontingent is passend omdat zij een nauwkeurige weergave verschaft van de recentere handelsstromen.

(20)

De tariefcontingenten moeten op kwartaalbasis worden beheerd overeenkomstig het in Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie (5) bedoelde beheersysteem. Een dergelijk beheer waarborgt doeltreffendheid doordat onevenredig grote invoervolumes in een zeer korte periode worden vermeden en de handelsstromen niet onnodig worden belemmerd. Tijdens het eerste jaar van toepassing van deze verordening moet het deel van een tariefcontingent dat in een kwartaal niet gebruikt is, worden overgedragen naar het volgende kwartaal binnen dezelfde jaarlijkse toepassingsperiode van het tariefcontingent, teneinde de marktdeelnemers meer flexibiliteit te bieden en bij te dragen tot het waarborgen van de continuïteit in de toeleveringsketens en de uitvoering van bestaande leveringscontracten. Na het eerste jaar van toepassing van deze verordening kan het nodig zijn de regels inzake de overdracht van ongebruikte tariefcontingenten aan te passen, rekening houdend met de marktreacties op de in deze verordening vastgestelde maatregelen en met de noodzaak om eventuele marktverstoringen aan te pakken. Uit de ervaring met het beheer van tariefcontingenten in de staalsector die met Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 is opgedaan, is bijvoorbeeld gebleken dat de overdracht van ongebruikte tariefcontingenten in bepaalde omstandigheden kan bijdragen tot een grotere invoerdruk in bepaalde kwartalen of productcategorieën, met name wanneer de marktvraag afneemt of het verbruik afneemt terwijl de invoer hoog blijft. Omgekeerd kan het ontbreken van overdrachten er in bepaalde andere omstandigheden toe bijdragen dat de continuïteit in de toeleveringsketens moeilijk kan worden gewaarborgd en bestaande leveringscontracten moeilijk kunnen worden uitgevoerd.

(21)

Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie derhalve uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om te bepalen of de overdracht van ongebruikte tariefcontingenten moet worden toegestaan, rekening houdend met enerzijds de toegenomen invoerdruk en anderzijds het gemiddelde gebruik van de tariefcontingenten en de ontoereikende beschikbaarheid van het aanbod voor downstreamgebruikers van staal. Met name moet de overdracht worden toegestaan wanneer het gemiddelde gebruik van de tariefcontingenten in de eerste drie kwartalen van de jaarlijkse toepassingsperiode van de tariefcontingenten voor een bepaalde productcategorie meer dan 80 % bedraagt, aangezien het risico op zeer omvangrijke rechtenvrije invoer in een bepaald kwartaal aldus aanzienlijk zou worden verminderd.

(22)

Om ervoor te zorgen dat deze verordening doeltreffend is bij het aanpakken van de gevolgen van wereldwijde overcapaciteit, en in het licht van de specifieke kenmerken van staalproducten en de moderne productie- en leveringstechnieken, is het belangrijk om het land van “smelten en gieten” te identificeren, dat wil zeggen de oorspronkelijke locatie waar ruw staal of ruw ijzer aanvankelijk in vloeibare vorm wordt geproduceerd in een staal- of ijzerproducerende oven en vervolgens in zijn eerste vaste toestand wordt gegoten. Die eerste vaste toestand kan een halffabricaat omvatten, met inbegrip van platen, knuppels of ingots, of een eindproduct van staalfabrieken. Importeurs moeten worden verplicht om bewijs te leveren over het land van “smelten en gieten”, bijvoorbeeld door middel van een certificaat van het walswerk. Een dergelijk vereiste zou de transparantie in de toeleveringsketen voor ingevoerd staal vergroten en zou de Commissie in staat stellen betrouwbare informatie te verkrijgen over de oorsprong van de invoer van staal in de Unie.

(23)

Aan de Commissie moeten ook uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om vast te stellen welk soort bewijs importeurs moeten overleggen om bewijs te leveren over het land van “smelten en gieten”. Het is belangrijk dat de Commissie, voordat zij haar uitvoeringsbevoegdheden uitoefent met betrekking tot het bewijs over het land van “smelten en gieten”, de belanghebbenden, waaronder staalproducenten, gebruikers en de lidstaten, raadpleegt om ervoor te zorgen dat het vereiste soort bewijs toereikend is om bewijs te leveren over het land van “smelten en gieten”, en dat zij de specifieke situatie van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) zorgvuldig beoordeelt en onevenredige administratieve lasten vermijdt.

(24)

Aan de Commissie moeten ook uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om de in het kader van deze verordening geopende tariefcontingenten per land te verdelen. Bij het nemen van een besluit over die verdeling moet de Commissie rekening houden met het gebruikelijke marktaandeel van de invoer op de staalmarkt van de Unie voordat de gevolgen van de wereldwijde overcapaciteit merkbaar werden. Het jaar 2013 vormt de meest geschikte basis voor die berekening, aangezien het niet werd beïnvloed door de wereldwijde overcapaciteit, die in 2015 sterk toenam, maar waarvan de effecten in de vorm van toegenomen invoerpenetratie al in 2014 zichtbaar waren. Tegelijkertijd is het belangrijk dat bij de verdeling van de tariefcontingenten rekening wordt gehouden met eerdere tariefcontingenten, met name die welke zijn vastgesteld bij Uitvoeringsverordeningen (EU) 2023/1331 (6) en (EU) 2023/2840 (7) van de Commissie met betrekking tot de handelsstromen van staalproducten van oorsprong uit het Verenigd Koninkrijk die Noord-Ierland worden binnengebracht via rechtstreeks vervoer vanuit andere delen van het Verenigd Koninkrijk. Bovendien moet de Commissie rekening houden met bestaande en toekomstige vrijhandelsovereenkomsten, met name die waarover de onderhandelingen zich in een vergevorderd stadium bevinden. Ook moet naargelang het geval rekening worden gehouden met andere factoren, zoals handelsverstorende gevolgen van maatregelen van derde landen die van invloed zijn op de staalmarkt van de Unie, het feit dat een derde land in strijd handelt met verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) of multilaterale milieuovereenkomsten, de sluiting door de Unie van internationale overeenkomsten in het kader van artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel (GATT) 1994, de sluiting van internationale overeenkomsten of niet-bindende internationale afspraken om de niveaus van wereldwijde overcapaciteit aan te pakken voor de producten die onder deze verordening vallen en de noodzaak om te zorgen voor diversificatie van de leveringsbronnen. Evenzo moet, zonder afbreuk te doen aan de doeltreffendheid van deze verordening, rekening worden gehouden met de belangen van kandidaat-lidstaten van de Unie die met een uitzonderlijke en onmiddellijke veiligheidssituatie worden geconfronteerd, met name wanneer zij voorheen genoten van preferentiële toegang tot de markt van de Unie voor de productcategorieën waarop deze verordening van toepassing is, zoals Oekraïne. Bovendien moet de Commissie rekening houden met eventuele tariefcontingenten die in het kader van bilaterale vrijwaringsmaatregelen zijn geopend, om ervoor te zorgen dat de totale omvang van de door de Unie geopende tariefcontingenten de in de desbetreffende bijlage vastgestelde omvang niet overschrijdt. Daarenboven mag de Commissie, om de samenhang en consistentie van het externe optreden van de Unie te waarborgen, wanneer beperkende maatregelen de invoer uit derde landen verbieden van een of meer productcategorieën die binnen de werkingssfeer van deze verordening vallen, voor die productcategorieën geen tariefcontingenten aan die derde landen toebedelen. Tot slot moet de Commissie vanaf 1 oktober 2027 rekening houden met de bij importeurs ingewonnen informatie over het land van “smelten en gieten”.

(25)

Aan de Commissie moeten ook uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om, waar nodig, bilaterale vrijwaringsmaatregelen toe te passen ten aanzien van de invoer van producten van oorsprong uit derde landen waar de Unie een vrijhandelsovereenkomst mee heeft gesloten. Die bilaterale vrijwaringsmaatregelen moeten in overeenstemming zijn met de toepasselijke vrijhandelsovereenkomst. Het is belangrijk dat de Commissie, bij het bepalen welke bilaterale vrijwaringsmaatregelen moeten worden toegepast, rekening houdt met de noodzaak om in het kader van deze verordening een samenhangend en alomvattend kader tot stand te brengen en de negatieve handelsgerelateerde gevolgen van wereldwijde overcapaciteit voor de staalmarkt van de Unie aanpakt. Om ervoor te zorgen dat de Commissie bilaterale vrijwaringsmaatregelen snel kan toepassen, is het bovendien nodig dat de voorwaarden en procedures van Verordening (EU) 2019/287 van het Europees Parlement en de Raad (8) niet van toepassing zijn op bilaterale vrijwaringsmaatregelen die uit hoofde van deze verordening worden toegepast.

(26)

Uitvoeringsbevoegdheden die uit hoofde van deze verordening zijn toegekend, moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (9). Voor de vaststelling van de relevante uitvoeringshandelingen moet de onderzoeksprocedure worden toegepast.

(27)

De Commissie moet onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vaststellen indien dit, in naar behoren gemotiveerde gevallen die verband houden met de noodzaak om te zorgen voor de tijdige verdeling van de tariefcontingenten of de tijdige toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen, om dwingende redenen van urgentie vereist is.

(28)

Teneinde ervoor te zorgen dat het niveau van de voor invoer in de Unie geopende contingenten wordt aangepast aan veranderende omstandigheden op de markten voor de onder deze verordening vallende producten, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) handelingen vast te stellen ten aanzien van het wijzigen van de in deze verordening vastgestelde volumes van de tariefcontingenten te wijzigen. Tegelijkertijd moet elke wijziging van die volumes in overeenstemming blijven met de doelstelling van deze verordening. Daarom is het passend voor de in deze verordening vastgestelde volumes van de tariefcontingenten een minimale en een maximale gecombineerde waarde vast te stellen, waarbij er rekening mee wordt gehouden dat het staalverbruik in de Unie volgens de Steel Outlook 2025 van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling naar verwachting stabiel zal blijven tot 2030. De maximale gecombineerde waarde moet worden berekend door een marktaandeel van 13 % toe te passen op het in 2018 geregistreerde verbruik, dat het hoogste jaarlijkse niveau was in de periode 2013-2024. Bij de vaststelling van de minimale gecombineerde waarde moet rekening worden gehouden met de noodzaak om een gelijkwaardig niveau van flexibiliteit te bieden bij een neergang van de markt. Bijgevolg moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om de in deze verordening vastgestelde volumes van de tariefcontingenten slechts te wijzigen voor zover de totale waarde ervan tussen 14 400 000 en 22 200 000 ton blijft. Bij de uitoefening van haar gedelegeerde bevoegdheden moet de Commissie naargelang het geval rekening houden met de ontwikkeling van de vraag, veranderingen in het marktaandeel van de invoer, significante ontwikkelingen op het gebied van wereldwijde overcapaciteit, de voortgang die is geboekt op het decarbonisatietraject van de staalsector in de Unie in het licht van de klimaatdoelstellingen van de Unie, de ontwikkeling en omvang van maatregelen van derde landen die van invloed zijn op de invoer van staal, mogelijke problemen in verband met de beschikbaarheid van het aanbod in bepaalde productcategorieën als gevolg van onvoldoende capaciteit en daarmee gepaard gaande aanzienlijke prijsstijgingen, de doelstellingen van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de Unie, en ongewenste verdringingseffecten in bepaalde tariefcontingenten. Aan de Commissie moet ook de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het VWEU handelingen vast te stellen ten aanzien van het aanpassen van de lijst van producten in de bijlage bij Verordening (EU) 2020/2170 van het Europees Parlement en de Raad (10). Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (11). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(29)

Bij de verdeling van de tariefcontingenten, de toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen of het wijzigen van de volumes van de tariefcontingenten moet de Commissie rekening houden met het belang van de Unie. Om het belang van de Unie vast te stellen, moet worden gesteund op alle beschikbare informatie en moet een gezamenlijke beoordeling worden verricht van de verschillende belangen die op het spel staan. Die belangen zijn onder meer de belangen van marktdeelnemers in de Unie, met inbegrip van bedrijfstakken eerder en later in de keten, en de belangen van eindverbruikers in de Unie.

(30)

Aangezien deze verordening nieuwe vereisten vastlegt voor marktdeelnemers in de Unie, moet de Commissie voorzien in een online contactpunt waar marktdeelnemers in de Unie relevante informatie over de uitvoering van deze verordening kunnen opvragen, onder meer met betrekking tot de regeling voor het beheer van de tariefcontingenten, de verdeling van de tariefcontingenten en de toepassing van het “smelt-en-giet”-beginsel.

(31)

De Commissie moet het productbereik van deze verordening periodiek beoordelen. De Commissie moet met name uiterlijk op 31 december 2026 beoordelen of het productbereik moet worden gewijzigd om het uit te breiden tot bepaalde producten. Uiterlijk op 30 juni 2027 moet de Commissie beoordelen of het productbereik moet worden gewijzigd, met name om te bepalen of het ook betrekking moet hebben op producten die gemaakt zijn van staal of een aanzienlijke hoeveelheid staal bevatten, waaronder prioritair downstreamijzer- en -staalproducten die niet onder deze verordening vallen. Voorts moet de Commissie het productbereik opnieuw beoordelen uiterlijk op 30 juni 2029 en om de twee jaar daarna, tenzij aanzienlijke marktverstoringen of plotselinge veranderingen in de wereldhandelspatronen een eerdere beoordeling vereisen. Bovendien moet de Commissie voorafgaand aan elke beoordeling van het productbereik tijdig overgaan tot raadpleging van de belanghebbenden. Met name gezien de korte termijn voor de eerste beoordeling moet uiterlijk op 1 juli 2026 een raadpleging van start gaan. Indien uit de beoordelingen blijkt dat het productbereik moet worden gewijzigd, moet de Commissie overwegen om bij het Europees Parlement en de Raad een wetgevingsvoorstel in te dienen om deze verordening te wijzigen.

(32)

Uiterlijk op 30 juni 2028 moet de Commissie, op basis van de op grond van deze verordening verzamelde informatie, beoordelen of het land van “smelten en gieten” moet worden aangewezen als basis om in aanmerking te komen voor de tariefcontingenten waarin deze verordening voorziet, met name om te voorkomen dat staal dat geproduceerd is in bepaalde derde landen die bijdragen aan de wereldwijde overcapaciteit, ten onrechte op de markt van de Unie terechtkomt na verdere transformatie in andere derde landen. Op basis van die beoordeling moet de Commissie overwegen om bij het Europees Parlement en de Raad een wetgevingsvoorstel in te dienen.

(33)

Uiterlijk op 30 juni 2028 en om de twee jaar daarna moet de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag indienen over de uitvoering van deze verordening. Dat verslag moet openbaar worden gemaakt en zou met name informatie kunnen bevatten over het gebruik en de ontwikkeling van de tariefcontingenten, alsmede over de categorie en de hoeveelheid van de ingevoerde producten die buiten de geopende tariefcontingenten vallen.

(34)

Uiterlijk op 30 juni 2029, en vervolgens om de drie jaar, moet de Commissie overgaan tot een evaluatie van de doeltreffendheid van deze verordening, rekening houdend met de ontwikkeling van de belangrijkste parameters die de vaststelling ervan rechtvaardigden, met inbegrip van de ontwikkelingen en trends in verband met de wereldwijde overcapaciteit, evenals de handelsgerelateerde gevolgen daarvan voor de staalmarkt van de Unie, en het belang van de Unie, en moet zij de ontwikkeling van de situatie van de staalindustrie van de Unie beoordelen, met inbegrip van de prijsniveaus en de bezettingsgraad, de gevolgen voor de bedrijfstakken eerder en later in de keten en voor eindverbruikers in de Unie, alsmede het decarbonisatietraject van de staalsector in de Unie in het licht van de klimaatdoelstellingen van de Unie. Daarnaast is het van belang dat de Commissie rekening houdt met de situatie van de handelsbeperkende maatregelen van derde landen ten aanzien van staal, alsook de implicaties en gevolgen die deze maatregelen kunnen hebben of waarschijnlijk zullen hebben, wat het risico betreft dat het handelsverkeer naar de markt van de Unie wordt verlegd, en is het van belang dat de Commissie de situatie met betrekking tot het bestaan van niet-marktgerelateerde beleidsmaatregelen en praktijken in derde landen en de gevolgen daarvan voor de staalmarkt van de Unie analyseert.

(35)

Verordening (EU) 2020/2170 moet worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat de bestaande regelingen van toepassing blijven voor de in de bijlage bij die verordening vermelde staalproducten van oorsprong uit het Verenigd Koninkrijk die in Noord-Ierland in het vrije verkeer worden gebracht.

(36)

Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel is het, teneinde de fundamentele doelstelling de negatieve handelsgerelateerde gevolgen van de wereldwijde overcapaciteit voor de staalmarkt van de Unie aan te pakken te verwezenlijken, noodzakelijk en passend tariefcontingenten te openen en een recht voor invoer buiten het contingent vast te stellen, en te voorzien in de mogelijkheid om bilaterale vrijwaringsmaatregelen toe te passen voor de invoer van staalproducten in de Unie. Deze verordening gaat overeenkomstig artikel 5, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) niet verder dan nodig is om de beoogde doelstelling te verwezenlijken.

(37)

Aangezien ervoor moet worden gezorgd dat de in deze verordening vastgestelde maatregelen met ingang van 1 juli 2026 van toepassing zijn, moet deze verordening in werking treden op de dag die volgt op de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Deze verordening heeft tot doel de negatieve handelsgerelateerde gevolgen van de wereldwijde overcapaciteit voor de staalmarkt van de Unie aan te pakken door een samenhangend en alomvattend kader vast te stellen dat enerzijds gebaseerd is op de opening van tariefcontingenten en de vaststelling van een recht voor invoer buiten het contingent voor de binnen de werkingssfeer van deze verordening vallende producten die in de Unie worden ingevoerd en anderzijds op de mogelijkheid om, waar passend, bilaterale vrijwaringsmaatregelen toe te passen ten aanzien van producten uit derde landen waar de Unie een vrijhandelsovereenkomst mee heeft gesloten.

2.   De uit hoofde van deze verordening vastgestelde maatregelen mogen de handel niet verder beperken dan strikt noodzakelijk is om de negatieve gevolgen van de wereldwijde overcapaciteit voor de staalmarkt van de Unie aan te pakken.

Artikel 2

1.   Hierbij worden, op jaarbasis, tariefcontingenten van de Unie geopend voor de invoer in de Unie van elk van de in bijlage I opgesomde productcategorieën.

2.   Voor elke in bijlage I vermelde productcategorie worden jaarlijks vanaf 1 juli van het desbetreffende jaar tot en met 30 juni van het daaropvolgende jaar (“jaarlijkse toepassingsperiode”) tariefcontingenten geopend met een specifieke omvang zoals bepaald in bijlage II. De totale jaarlijkse omvang van de tariefcontingenten is opgenomen in bijlage II.

3.   Wanneer een tariefcontingent is uitgeput, of wanneer de invoer van de productcategorieën niet in aanmerking komt voor een tariefcontingent, wordt op de invoer van de in bijlage I opgesomde productcategorieën een recht voor invoer buiten het contingent van 50 % ad valorem toegepast zoals bedoeld in bijlage II.

4.   Dit artikel is van toepassing op alle invoer van de in bijlage I opgesomde productcategorieën, met inbegrip van de invoer van producten van oorsprong uit een land waar de Unie een overeenkomst mee heeft gesloten waar tariefpreferenties in worden vastgesteld, of uit een land dat autonome tariefpreferenties geniet.

5.   Dit artikel is niet van toepassing op producten van oorsprong uit:

a)

IJsland, Liechtenstein of Noorwegen;

b)

landen ten aanzien waarvan op grond van artikel 6 bilaterale vrijwaringsmaatregelen van toepassing zijn.

Artikel 3

1.   De in artikel 2 vastgestelde tariefcontingenten worden door de Commissie en de lidstaten beheerd overeenkomstig de methode voor het beheer van tariefcontingenten die is omschreven in de artikelen 49 tot en met 54 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447.

2.   De tariefcontingenten worden op kwartaalbasis beheerd.

3.   De toewijzing van elk op kwartaalbasis ingesteld contingent wordt beëindigd op de twintigste werkdag van de Commissie die volgt op het einde van het kwartaal.

4.   Van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027 wordt het deel van een tariefcontingent dat in een kwartaal niet gebruikt is, overgedragen naar het volgende kwartaal binnen dezelfde jaarlijkse toepassingsperiode.

5.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast om voor elke in de lijst in bijlage I vermelde productcategorie te bepalen of het deel van een tariefcontingent dat in een kwartaal niet gebruikt is, moet worden overgedragen naar het volgende kwartaal binnen dezelfde jaarlijkse toepassingsperiode, waarbij naargelang het geval rekening wordt gehouden met:

a)

de toegenomen invoerdruk, met name als gevolg van de concentratie van zeer omvangrijke rechtenvrije invoer in een bepaald kwartaal;

b)

het gemiddelde gebruik van de tariefcontingenten in de eerste drie kwartalen van de jaarlijkse toepassingsperiode, met name wanneer dat gemiddelde gebruik meer dan 80 % bedraagt;

c)

de ontoereikende beschikbaarheid van aanbod voor downstreamgebruikers van staal als gevolg van marktontwikkelingen.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. De eerste van die uitvoeringshandelingen is van toepassing met ingang van 1 juli 2027.

Artikel 4

1.   Op het moment van invoer verstrekken importeurs van de in bijlage I opgesomde productcategorieën het nodige controleerbare bewijsmateriaal, zoals een certificaat van het walswerk, om aan te tonen in welk land ruw staal of ruw ijzer aanvankelijk in vloeibare vorm werd geproduceerd in een staal- of ijzerproducerende oven en vervolgens in zijn eerste vaste toestand werd gegoten (“het land van “smelten en gieten””).

2.   De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen om te bepalen welk soort bewijs importeurs op grond van lid 1 moeten overleggen, waarbij zij rekening moet houden met de specifieke situatie van kmo’s en onevenredige administratieve lasten moet vermijden. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. De eerste van die uitvoeringshandelingen wordt uiterlijk op 31 augustus 2026 vastgesteld.

Artikel 5

1.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot vastlegging van de in bijlage II opgesomde landspecifieke verdeling van tariefcontingenten, rekening houdend met het belang van de Unie en, naargelang het geval, met de volgende elementen:

a)

tariefcontingenten die gelijkwaardig zijn aan het marktaandeel van de invoer op de staalmarkt van de Unie in 2013;

b)

tariefcontingenten per productcategorie op basis van het aandeel van elke productcategorie in de invoer in de periode 2022-2024, berekend als aandeel van de in punt a) bedoelde tariefcontingenten;

c)

bestaande en toekomstige vrijhandelsovereenkomsten die betrekking hebben op een van de in bijlage I opgesomde productcategorieën;

d)

handelsverstorende gevolgen van maatregelen van derde landen die van invloed zijn op de staalmarkt van de Unie;

e)

of wordt vastgesteld dat een derde land in strijd handelt met verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) of multilaterale milieuovereenkomsten;

f)

internationale overeenkomsten die de Unie in het kader van artikel XXVIII van de GATT 1994 heeft gesloten met betrekking tot de tariefcontingenten die zijn geopend voor in bijlage I opgesomde productcategorieën;

g)

internationale overeenkomsten of niet-bindende internationale afspraken met betrekking tot de niveaus van wereldwijde overcapaciteit voor de in bijlage I opgesomde productcategorieën;

h)

diversificatie van de leveringsbronnen;

i)

de situatie van kandidaat-lidstaten van de Unie die met een uitzonderlijke en onmiddellijke veiligheidssituatie worden geconfronteerd, met name wanneer zij voorheen preferentiële toegang tot de staalmarkt van de Unie genoten voor de in bijlage I opgesomde productcategorieën;

j)

in het kader van de toepassing van artikel 4 ingewonnen informatie.

2.   Wanneer de Commissie op grond van artikel 6 bilaterale vrijwaringsmaatregelen heeft toegepast die tariefcontingenten omvatten, worden ten belope van de omvang van de in het kader van die bilaterale vrijwaringsmaatregelen geopende tariefcontingenten geen tariefcontingenten verdeeld bij de uitvoeringshandelingen bedoeld in lid 1 van dit artikel.

3.   Wanneer uit hoofde van artikel 29 VEU en artikel 215 VWEU vastgestelde beperkende maatregelen de invoer uit derde landen van een of meer van de in bijlage I bij deze verordening opgesomde productcategorieën verbieden, worden voor die productcategorieën geen tariefcontingenten aan die derde landen toebedeeld bij de uitvoeringshandelingen bedoeld in lid 1 van dit artikel.

4.   De in lid 1 van dit artikel bedoelde uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. De eerste van die uitvoeringshandelingen is van toepassing met ingang van 1 juli 2026.

5.   Om naar behoren gemotiveerde dwingende redenen van urgentie die verband houden met de noodzaak om ervoor te zorgen dat de in bijlage II opgesomde tariefcontingenten uiterlijk op 1 juli 2026 zijn verdeeld, stelt de Commissie volgens de in artikel 7, lid 3, bedoelde procedure onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vast.

Artikel 6

In afwijking van Verordening (EU) 2019/287 kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen tot toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van producten die binnen de werkingssfeer van deze verordening vallen en die van oorsprong zijn uit landen waar de Unie een vrijhandelsovereenkomst mee heeft gesloten. Die bilaterale vrijwaringsmaatregelen moeten in overeenstemming zijn met de toepasselijke vrijhandelsovereenkomst en bij die vrijwaringsmaatregelen moet rekening worden gehouden met het belang van de Unie.

De uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Om naar behoren gemotiveerde dwingende redenen van urgentie die verband houden met de noodzaak om ervoor te zorgen dat bilaterale vrijwaringsmaatregelen kunnen worden toegepast vanaf 1 juli 2026, kan de Commissie volgens de in artikel 7, lid 3, bedoelde procedure onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vaststellen.

Artikel 7

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 7 van Verordening (EU) 2015/1843 van het Europees Parlement en de Raad (12) opgerichte Comité inzake handelsbelemmeringen. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 5 daarvan, van toepassing.

Artikel 8

1.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in bijlage II opgesomde volumes van de tariefcontingenten te wijzigen, waarbij moet worden gewaarborgd dat de totale waarde ervan niet lager is dan 14 400 000 ton en niet hoger is dan 22 200 000 ton.

De Commissie houdt rekening met het belang van de Unie en, naargelang het geval, met de volgende elementen:

a)

de ontwikkeling van de vraag;

b)

veranderingen in het marktaandeel van de invoer;

c)

significante ontwikkelingen op het gebied van wereldwijde overcapaciteit;

d)

het decarbonisatietraject van de staalsector in de Unie;

e)

de ontwikkeling en omvang van maatregelen van derde landen die van invloed zijn op de invoer van staal;

f)

mogelijke problemen in verband met de beschikbaarheid van aanbod in bepaalde productcategorieën doordat de onmiddellijk beschikbare capaciteit in de Unie voor bepaalde productcategorieën niet in verhouding staat tot de vraag, en door de daarmee gepaard gaande aanzienlijke prijsstijgingen, waardoor de bedrijfstakken van de Unie later in de keten negatief worden beïnvloed;

g)

de doelstellingen van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de Unie;

h)

ongewenste verdringingseffecten in bepaalde tariefcontingenten.

2.   Indien deze verordening snel moet worden gewijzigd in geval van plotselinge veranderingen op de markten voor de in bijlage I vermelde productcategorieën, en dit om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de procedure van artikel 10 van toepassing op krachtens dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Artikel 9

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in artikel 8 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 25 juni 2026. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van die termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 8 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.   Een op grond van artikel 8 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 10

1.   Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen wordt gebruikgemaakt van de spoedprocedure.

2.   Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 9, lid 6, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onmiddellijk in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

Artikel 11

De Commissie stelt een online contactpunt ter beschikking. Marktdeelnemers in de Unie kunnen dat contactpunt gebruiken om informatie over de uitvoering van deze verordening op te vragen.

Artikel 12

1.   Uiterlijk op 31 december 2026 beoordeelt de Commissie of het productbereik moet worden gewijzigd om het uit te breiden tot producten die vallen onder de volgende codes van de gecombineerde nomenclatuur (GN), als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (13):

a)

7303 00 10 , 7303 00 90 ;

b)

7229 20 00 , 7229 90 20 , 7229 90 50 , 7229 90 90 ;

c)

7223 00 11 , 7223 00 19 , 7223 00 91 , 7223 00 99 ;

d)

7214 10 00 , 7228 10 50 , 7228 40 10 , 7228 40 90 .

Indien de Commissie bij haar beoordeling voldoende bewijs verzamelt waaruit blijkt dat het productbereik aldus moet worden gewijzigd, kan zij onverwijld een wetgevingsvoorstel indienen bij het Europees Parlement en de Raad. Daartoe gaat de Commissie uiterlijk op 1 juli 2026 over tot raadpleging van de belanghebbenden, waaronder marktdeelnemers en de lidstaten.

2.   Uiterlijk op 30 juni 2027 beoordeelt de Commissie of het productbereik moet worden gewijzigd, waarbij zij met name nagaat of het moet worden uitgebreid tot aanvullende producten die gemaakt zijn van staal of een aanzienlijke hoeveelheid staal bevatten, waaronder prioritair downstreamijzer- en -staalproducten die niet onder bijlage I vallen. Indien de Commissie bij haar beoordeling voldoende bewijs verzamelt waaruit blijkt dat het productbereik aldus moet worden gewijzigd, kan zij onverwijld een wetgevingsvoorstel indienen bij het Europees Parlement en de Raad.

3.   Uiterlijk op 30 juni 2029, en vervolgens om de twee jaar, beoordeelt de Commissie of het productbereik moet worden gewijzigd, rekening houdend met de ruimere situatie van het concurrentievermogen van de Unie en van de staalindustrie van de Unie, bij de actoren eerder en later in de keten, en met name de situatie van kmo’s, evenals met het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de Unie. Wanneer zich aanzienlijke marktverstoringen of plotselinge veranderingen in de wereldhandelspatronen voordoen, voert de Commissie eerder een beoordeling uit.

4.   Met het oog op de in de leden 2 en 3 bedoelde beoordelingen gaat de Commissie tijdig over tot raadpleging van de belanghebbenden, waaronder marktdeelnemers en de lidstaten.

5.   Uiterlijk op 30 juni 2028 beoordeelt de Commissie, op basis van de op grond van artikel 4 verzamelde informatie, of het land van “smelten en gieten” moet worden aangewezen als de basis om in aanmerking te komen voor de tariefcontingenten waarin deze verordening voorziet. Op basis van die beoordeling kan de Commissie daartoe een wetgevingsvoorstel indienen bij het Europees Parlement en de Raad.

6.   Uiterlijk op 30 juni 2029, en vervolgens om de drie jaar, evalueert de Commissie de doeltreffendheid van deze verordening, nadat zij de belanghebbenden in de gehele waardeketen voor staal op ruime schaal heeft geraadpleegd.

Bij die evaluatie wordt rekening gehouden met:

a)

het voortduren van de omstandigheden die de vaststelling van deze verordening rechtvaardigden;

b)

het belang van de Unie; en

c)

de situatie van de staalindustrie van de Unie, met inbegrip van:

i)

de prijsniveaus en de bezettingsgraad;

ii)

de gevolgen voor de bedrijfstakken eerder en later in de keten en voor eindverbruikers in de Unie; en

iii)

het decarbonisatietraject van de staalsector in de Unie.

Op basis van die evaluatie kan de Commissie een wetgevingsvoorstel tot wijziging van deze verordening indienen bij het Europees Parlement en de Raad.

7.   Uiterlijk op 30 juni 2028, en vervolgens om de twee jaar, dient de Commissie een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van deze verordening. Dat verslag wordt openbaar gemaakt.

Artikel 13

Verordening (EU) 2020/2170 wordt als volgt gewijzigd:

1)

in artikel 1 wordt de tweede alinea vervangen door:

“In de bijlage vermelde goederen van oorsprong uit het Verenigd Koninkrijk die binnen de werkingssfeer van Verordening (EU) 2026/1384 van het Europees Parlement en de Raad (*1) vallen en die via rechtstreeks vervoer vanuit andere delen van het Verenigd Koninkrijk in Noord-Ierland worden binnengebracht, komen ook in aanmerking voor behandeling op grond van de invoertariefcontingenten van de Unie indien die goederen op het grondgebied van Noord-Ierland in het vrije verkeer worden gebracht.

(*1)  Verordening (EU) 2026/1384 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2026 waarmee de negatieve handelsgerelateerde gevolgen van de wereldwijde overcapaciteit voor de staalmarkt van de Unie worden aangepakt en tot wijziging van Verordening (EU) 2020/2170 (PB L, 2026/1384, 24.6.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1384/oj).”;"

2)

artikel 1 bis wordt vervangen door:

“Artikel 1 bis

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 1 ter gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deze verordening teneinde bepaalde categorieën goederen van oorsprong uit het Verenigd Koninkrijk die binnen de werkingssfeer van Verordening (EU) 2026/1384 vallen en die via rechtstreeks vervoer vanuit andere delen van het Verenigd Koninkrijk in Noord-Ierland worden binnengebracht, toe te voegen aan de lijst in de bijlage, mits het Verenigd Koninkrijk ten genoegen van de Unie heeft aangetoond dat die goederen in Noord-Ierland in het vrije verkeer moeten worden gebracht.”.

Artikel 14

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is van toepassing met ingang van 1 juli 2026.

Evenwel:

a)

zijn artikel 4, lid 2, artikel 5, lid 1, punten a) tot en met i), artikel 5, leden 2 tot en met 5, en de artikelen 6 en 7 van toepassing met ingang van 25 juni 2026;

b)

is artikel 4, lid 1, van toepassing met ingang van 1 oktober 2026;

c)

is artikel 5, lid 1, punt j), van toepassing met ingang van 1 oktober 2027.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 17 juni 2026.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

M. RAOUNA


(1)  Standpunt van het Europees Parlement van 19 mei 2026 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 8 juni 2026.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 van de Commissie van 31 januari 2019 tot instelling van definitieve vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten (PB L 31 van 1.2.2019, blz. 27, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/159/oj).

(3)  Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 732/2008 van de Raad (PB L 303 van 31.10.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/978/oj).

(4)   PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/1994/1/oj.

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2015/2447/oj).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1331 van de Commissie van 29 juni 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 tot instelling van een definitieve vrijwaringsmaatregel ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten (PB L 166 van 30.6.2023, blz. 98, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/1331/oj).

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2840 van de Commissie van 14 december 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/159 tot instelling van een definitieve vrijwaringsmaatregel ten aanzien van de invoer van bepaalde staalproducten (PB L, 2023/2840, 15.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/2840/oj).

(8)  Verordening (EU) 2019/287 van het Europees Parlement en de Raad van 13 februari 2019 tot uitvoering van de bilaterale vrijwaringsclausules en andere mechanismen die de tijdelijke intrekking mogelijk maken van preferenties in bepaalde handelsovereenkomsten tussen de Europese Unie en derde landen (PB L 53 van 22.2.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/287/oj).

(9)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj).

(10)  Verordening (EU) 2020/2170 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende de toepassing van de tariefcontingenten van de Unie en andere invoerquota (PB L 432 van 21.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2170/oj).

(11)   PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2016/512/oj.

(12)  Verordening (EU) 2015/1843 van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 2015 tot vaststelling van procedures van de Unie op het gebied van de gemeenschappelijke handelspolitiek met het oog op de handhaving van de rechten die de Unie ontleent aan internationale regelingen voor het handelsverkeer, in het bijzonder die welke onder auspiciën van de Wereldhandelsorganisatie werden vastgesteld (PB L 272 van 16.10.2015, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/1843/oj).

(13)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1987/2658/oj).


BIJLAGE I

PRODUCTCATEGORIEËN DIE ONDER DEZE VERORDENING VALLEN

Nummer productcategorie

Naam productcategorie

GN-code

1A

Bladen en strippen van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal, warm gewalst

7208 10 00 , 7208 25 00 , 7208 26 00 , 7208 27 00 , 7208 36 00 , 7208 37 00 , 7208 38 00 , 7208 39 00 , 7208 40 00 , 7208 52 10 , 7208 52 99 , 7208 53 10 , 7208 53 90 , 7208 54 00 , 7211 13 00 , 7211 14 00 , 7211 19 00 , 7225 19 10 , 7225 30 10 , 7225 30 30 , 7225 30 90 , 7225 40 15 , 7225 40 90 , 7226 19 10 , 7226 91 20 , 7226 91 91 , 7226 91 99

1B

Bladen en strippen van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal, warm gewalst

7212 60 00

2

Bladen van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal, koud gewalst

7209 15 00 , 7209 16 90 , 7209 17 90 , 7209 18 91 , 7209 25 00 , 7209 26 90 , 7209 27 90 , 7209 28 90 , 7209 90 20 , 7209 90 80 , 7211 23 20 , 7211 23 30 , 7211 23 80 , 7211 29 00 , 7211 90 20 , 7211 90 80 , 7225 50 20 , 7225 50 80 , 7226 20 00 , 7226 92 00

3A

Elektroplaten (andere dan met gerichte korrels)

7209 16 10 , 7209 17 10 , 7209 18 10 , 7209 26 10 , 7209 27 10 , 7209 28 10

3B

7225 19 90 , 7226 19 80

4A

Metallisch beklede bladen

7212 50 20

Taric-codes: 7210 41 00 20, 7210 41 00 30, 7210 49 00 20, 7210 49 00 30, 7210 61 00 20, 7210 61 00 30, 7210 69 00 20, 7210 69 00 30, 7212 30 00 20, 7212 30 00 30, 7212 50 61 20, 7212 50 61 30, 7212 50 69 20, 7212 50 69 30, 7225 92 00 20, 7225 92 00 30, 7225 99 00 11, 7225 99 00 22, 7225 99 00 23, 7225 99 00 41, 7225 99 00 45, 7225 99 00 91, 7225 99 00 92, 7225 99 00 93, 7226 99 30 10, 7226 99 30 30, 7226 99 70 11, 7226 99 70 13, 7226 99 70 91, 7226 99 70 93, 7226 99 70 94

4B

Metallisch beklede bladen

7210 20 00 , 7210 30 00 , 7210 90 80 , 7212 20 00 , 7212 50 30 , 7212 50 40 , 7212 50 90 , 7225 91 00 , 7226 99 10

Taric-codes: 7210 41 00 80, 7210 49 00 80, 7210 61 00 80, 7210 69 00 80, 7212 30 00 80, 7212 50 61 80, 7212 50 69 80, 7225 92 00 80, 7225 99 00 25, 7225 99 00 95, 7226 99 30 90, 7226 99 70 19, 7226 99 70 96

5

Organisch beklede platen

7210 70 80 , 7212 40 80

6

Blik

7209 18 99 , 7210 11 00 , 7210 12 20 , 7210 12 80 , 7210 50 00 , 7210 70 10 , 7210 90 40 , 7212 10 10 , 7212 10 90 , 7212 40 20

7

Kwartoplaten van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal

7208 51 20 , 7208 51 91 , 7208 51 98 , 7208 52 91 , 7208 90 20 , 7208 90 80 , 7210 90 30 , 7225 40 12 , 7225 40 40 , 7225 40 60

8

Roestvrije warmgewalste platen en strippen

7219 11 00 , 7219 12 10 , 7219 12 90 , 7219 13 10 , 7219 13 90 , 7219 14 10 , 7219 14 90 , 7219 22 10 , 7219 22 90 , 7219 23 00 , 7219 24 00 , 7220 11 00 , 7220 12 00

9

Roestvrije koudgewalste platen en strippen

7219 31 00 , 7219 32 10 , 7219 32 90 , 7219 33 10 , 7219 33 90 , 7219 34 10 , 7219 34 90 , 7219 35 10 , 7219 35 90 , 7219 90 20 , 7219 90 80 , 7220 20 21 , 7220 20 29 , 7220 20 41 , 7220 20 49 , 7220 20 81 , 7220 20 89 , 7220 90 20 , 7220 90 80

10

Roestvrije warmgewalste kwartoplaten

7219 21 10 , 7219 21 90

12

Niet-gelegeerd en ander gelegeerd staafstaal, waaronder lichte profielen

7214 30 00 , 7214 91 10 , 7214 91 90 , 7214 99 31 , 7214 99 39 , 7214 99 50 , 7214 99 71 , 7214 99 79 , 7214 99 95 , 7215 90 00 , 7216 10 00 , 7216 21 00 , 7216 22 00 , 7216 40 10 , 7216 40 90 , 7216 50 10 , 7216 50 91 , 7216 50 99 , 7216 99 00 , 7228 10 20 , 7228 20 10 , 7228 20 91 , 7228 30 20 , 7228 30 41 , 7228 30 49 , 7228 30 61 , 7228 30 70 , 7228 30 89 , 7228 60 20 , 7228 60 80 , 7228 70 10 , 7228 70 90 , 7228 80 00

Taric-code: 7228 30 69 99

13

Betonstaal

7214 20 00 , 7214 99 10

Taric-code: 7228 30 69 11

14

Staven en lichte profielen van roestvrij staal

7222 11 11 , 7222 11 19 , 7222 11 81 , 7222 11 89 , 7222 19 10 , 7222 19 90 , 7222 20 11 , 7222 20 19 , 7222 20 21 , 7222 20 29 , 7222 20 31 , 7222 20 39 , 7222 20 81 , 7222 20 89 , 7222 30 51 , 7222 30 91 , 7222 30 97 , 7222 40 10 , 7222 40 50 , 7222 40 90

15

Walsdraad van roestvrij staal

7221 00 10 , 7221 00 90

16

Niet-gelegeerde en ander gelegeerde walsdraad

7213 10 00 , 7213 20 00 , 7213 91 10 , 7213 91 20 , 7213 91 41 , 7213 91 49 , 7213 91 70 , 7213 91 90 , 7213 99 10 , 7213 99 90 , 7227 10 00 , 7227 20 00 , 7227 90 10 , 7227 90 50 , 7227 90 95

17

Profielen van ijzer of van niet-gelegeerd staal

7216 31 10 , 7216 31 90 , 7216 32 11 , 7216 32 19 , 7216 32 91 , 7216 32 99 , 7216 33 10 , 7216 33 90

18

Damwandprofielen

7301 10 00

19

Bestanddelen van spoorbanen

7302 10 22 , 7302 10 28 , 7302 10 40 , 7302 10 50 , 7302 40 00

20

Gasbuizen

7306 30 41 , 7306 30 49 , 7306 30 72 , 7306 30 77

21

Holle profielen

7306 61 10 , 7306 61 92 , 7306 61 99

22

Naadloze buizen en pijpen van roestvrij staal

7304 11 00 , 7304 22 00 , 7304 24 00 , 7304 41 00 , 7304 49 83 , 7304 49 85 , 7304 49 89

24

Andere naadloze buizen

7304 19 10 , 7304 19 30 , 7304 19 90 , 7304 23 00 , 7304 29 10 , 7304 29 30 , 7304 29 90 , 7304 31 20 , 7304 31 80 , 7304 39 50 , 7304 39 82 , 7304 39 83 , 7304 39 88 , 7304 51 81 , 7304 51 89 , 7304 59 30 , 7304 59 82 , 7304 59 83 , 7304 59 89 , 7304 90 00

25A

Grote gelaste buizen

7305 11 00 , 7305 12 00

25B

7305 19 00 , 7305 20 00 , 7305 31 00 , 7305 39 00 , 7305 90 00

26

Andere gelaste buizen

7306 11 00 , 7306 19 00 , 7306 21 00 , 7306 29 00 , 7306 30 12 , 7306 30 18 , 7306 30 80 , 7306 40 20 , 7306 40 80 , 7306 50 21 , 7306 50 29 , 7306 50 80 , 7306 69 10 , 7306 69 90 , 7306 90 00

27

Staven van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal, door koud nabewerken verkregen

7215 10 00 , 7215 50 11 , 7215 50 19 , 7215 50 80 , 7228 10 90 , 7228 20 99 , 7228 50 20 , 7228 50 40 , 7228 50 61 , 7228 50 69 , 7228 50 80

28

Draad van niet-gelegeerd staal

7217 10 10 , 7217 10 31 , 7217 10 39 , 7217 10 50 , 7217 10 90 , 7217 20 10 , 7217 20 30 , 7217 20 50 , 7217 20 90 , 7217 30 41 , 7217 30 49 , 7217 30 50 , 7217 30 90 , 7217 90 20 , 7217 90 50 , 7217 90 90


BIJLAGE II

OMVANG TARIEFCONTINGENT PER PRODUCTCATEGORIE

De totale jaarlijkse omvang van de tariefcontingenten bedraagt 18 345 922 ton.

Nummer productcategorie

Naam productcategorie

GN-code

Omvang tariefcontingent (in ton)

Niveau van het recht voor invoer buiten het contingent

1A

Bladen en strippen van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal, warm gewalst

7208 10 00 , 7208 25 00 , 7208 26 00 , 7208 27 00 , 7208 36 00 , 7208 37 00 , 7208 38 00 , 7208 39 00 , 7208 40 00 , 7208 52 10 , 7208 52 99 , 7208 53 10 , 7208 53 90 , 7208 54 00 , 7211 13 00 , 7211 14 00 , 7211 19 00 , 7225 19 10 , 7225 30 10 , 7225 30 30 , 7225 30 90 , 7225 40 15 , 7225 40 90 , 7226 19 10 , 7226 91 20 , 7226 91 91 , 7226 91 99

5 198 754

50 %

1B

Bladen en strippen van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal, warm gewalst

7212 60 00

4 581

50 %

2

Bladen van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal, koud gewalst

7209 15 00 , 7209 16 90 , 7209 17 90 , 7209 18 91 , 7209 25 00 , 7209 26 90 , 7209 27 90 , 7209 28 90 , 7209 90 20 , 7209 90 80 , 7211 23 20 , 7211 23 30 , 7211 23 80 , 7211 29 00 , 7211 90 20 , 7211 90 80 , 7225 50 20 , 7225 50 80 , 7226 20 00 , 7226 92 00

1 544 759

50 %

3A

Elektroplaten (andere dan met gerichte korrels)

7209 16 10 , 7209 17 10 , 7209 18 10 , 7209 26 10 , 7209 27 10 , 7209 28 10

612

50 %

3B

7225 19 90 , 7226 19 80

199 079

50 %

4A

Metallisch beklede bladen

7212 50 20

Taric-codes: 7210 41 00 20, 7210 41 00 30, 7210 49 00 20, 7210 49 00 30, 7210 61 00 20, 7210 61 00 30, 7210 69 00 20, 7210 69 00 30, 7212 30 00 20, 7212 30 00 30, 7212 50 61 20, 7212 50 61 30, 7212 50 69 20, 7212 50 69 30, 7225 92 00 20, 7225 92 00 30, 7225 99 00 11, 7225 99 00 22, 7225 99 00 23, 7225 99 00 41, 7225 99 00 45, 7225 99 00 91, 7225 99 00 92, 7225 99 00 93, 7226 99 30 10, 7226 99 30 30, 7226 99 70 11, 7226 99 70 13, 7226 99 70 91, 7226 99 70 93, 7226 99 70 94

1 620 686

50 %

4B

Metallisch beklede bladen

7210 20 00 , 7210 30 00 , 7210 90 80 , 7212 20 00 , 7212 50 30 , 7212 50 40 , 7212 50 90 , 7225 91 00 , 7226 99 10

Taric-codes: 7210 41 00 80, 7210 49 00 80, 7210 61 00 80, 7210 69 00 80, 7212 30 00 80, 7212 50 61 80, 7212 50 69 80, 7225 92 00 80, 7225 99 00 25, 7225 99 00 95, 7226 99 30 90, 7226 99 70 19, 7226 99 70 96

1 238 995

50 %

5

Organisch beklede platen

7210 70 80 , 7212 40 80

627 871

50 %

6

Blik

7209 18 99 , 7210 11 00 , 7210 12 20 , 7210 12 80 , 7210 50 00 , 7210 70 10 , 7210 90 40 , 7212 10 10 , 7212 10 90 , 7212 40 20

542 840

50 %

7

Kwartoplaten van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal

7208 51 20 , 7208 51 91 , 7208 51 98 , 7208 52 91 , 7208 90 20 , 7208 90 80 , 7210 90 30 , 7225 40 12 , 7225 40 40 , 7225 40 60

1 196 903

50 %

8

Roestvrije warmgewalste platen en strippen

7219 11 00 , 7219 12 10 , 7219 12 90 , 7219 13 10 , 7219 13 90 , 7219 14 10 , 7219 14 90 , 7219 22 10 , 7219 22 90 , 7219 23 00 , 7219 24 00 , 7220 11 00 , 7220 12 00

153 186

50 %

9

Roestvrije koudgewalste platen en strippen

7219 31 00 , 7219 32 10 , 7219 32 90 , 7219 33 10 , 7219 33 90 , 7219 34 10 , 7219 34 90 , 7219 35 10 , 7219 35 90 , 7219 90 20 , 7219 90 80 , 7220 20 21 , 7220 20 29 , 7220 20 41 , 7220 20 49 , 7220 20 81 , 7220 20 89 , 7220 90 20 , 7220 90 80

496 342

50 %

10

Roestvrije warmgewalste kwartoplaten

7219 21 10 , 7219 21 90

17 025

50 %

12

Niet-gelegeerd en ander gelegeerd staafstaal, waaronder lichte profielen

7214 30 00 , 7214 91 10 , 7214 91 90 , 7214 99 31 , 7214 99 39 , 7214 99 50 , 7214 99 71 , 7214 99 79 , 7214 99 95 , 7215 90 00 , 7216 10 00 , 7216 21 00 , 7216 22 00 , 7216 40 10 , 7216 40 90 , 7216 50 10 , 7216 50 91 , 7216 50 99 , 7216 99 00 , 7228 10 20 , 7228 20 10 , 7228 20 91 , 7228 30 20 , 7228 30 41 , 7228 30 49 , 7228 30 61 , 7228 30 70 , 7228 30 89 , 7228 60 20 , 7228 60 80 , 7228 70 10 , 7228 70 90 , 7228 80 00

Taric-code: 7228 30 69 99

881 735

50 %

13

Betonstaal

7214 20 00 , 7214 99 10

Taric-code: 7228 30 69 11

844 526

50 %

14

Staven en lichte profielen van roestvrij staal

7222 11 11 , 7222 11 19 , 7222 11 81 , 7222 11 89 , 7222 19 10 , 7222 19 90 , 7222 20 11 , 7222 20 19 , 7222 20 21 , 7222 20 29 , 7222 20 31 , 7222 20 39 , 7222 20 81 , 7222 20 89 , 7222 30 51 , 7222 30 91 , 7222 30 97 , 7222 40 10 , 7222 40 50 , 7222 40 90

133 595

50 %

15

Walsdraad van roestvrij staal

7221 00 10 , 7221 00 90

40 462

50 %

16

Niet-gelegeerde en ander gelegeerde walsdraad

7213 10 00 , 7213 20 00 , 7213 91 10 , 7213 91 20 , 7213 91 41 , 7213 91 49 , 7213 91 70 , 7213 91 90 , 7213 99 10 , 7213 99 90 , 7227 10 00 , 7227 20 00 , 7227 90 10 , 7227 90 50 , 7227 90 95

1 569 532

50 %

17

Profielen van ijzer of van niet-gelegeerd staal

7216 31 10 , 7216 31 90 , 7216 32 11 , 7216 32 19 , 7216 32 91 , 7216 32 99 , 7216 33 10 , 7216 33 90

184 607

50 %

18

Damwandprofielen

7301 10 00

31 263

50 %

19

Bestanddelen van spoorbanen

7302 10 22 , 7302 10 28 , 7302 10 40 , 7302 10 50 , 7302 40 00

16 472

50 %

20

Gasbuizen

7306 30 41 , 7306 30 49 , 7306 30 72 , 7306 30 77

222 413

50 %

21

Holle profielen

7306 61 10 , 7306 61 92 , 7306 61 99

499 493

50 %

22

Naadloze buizen en pijpen van roestvrij staal

7304 11 00 , 7304 22 00 , 7304 24 00 , 7304 41 00 , 7304 49 83 , 7304 49 85 , 7304 49 89

32 967

50 %

24

Andere naadloze buizen

7304 19 10 , 7304 19 30 , 7304 19 90 , 7304 23 00 , 7304 29 10 , 7304 29 30 , 7304 29 90 , 7304 31 20 , 7304 31 80 , 7304 39 50 , 7304 39 82 , 7304 39 83 , 7304 39 88 , 7304 51 81 , 7304 51 89 , 7304 59 30 , 7304 59 82 , 7304 59 83 , 7304 59 89 , 7304 90 00

268 901

50 %

25A

Grote gelaste buizen

7305 11 00 , 7305 12 00

28 749

50 %

25B

7305 19 00 , 7305 20 00 , 7305 31 00 , 7305 39 00 , 7305 90 00

83 616

50 %

26

Andere gelaste buizen

7306 11 00 , 7306 19 00 , 7306 21 00 , 7306 29 00 , 7306 30 12 , 7306 30 18 , 7306 30 80 , 7306 40 20 , 7306 40 80 , 7306 50 21 , 7306 50 29 , 7306 50 80 , 7306 69 10 , 7306 69 90 , 7306 90 00

250 757

50 %

27

Staven van niet-gelegeerd of ander gelegeerd staal, door koud nabewerken verkregen

7215 10 00 , 7215 50 11 , 7215 50 19 , 7215 50 80 , 7228 10 90 , 7228 20 99 , 7228 50 20 , 7228 50 40 , 7228 50 61 , 7228 50 69 , 7228 50 80

97 315

50 %

28

Draad van niet-gelegeerd staal

7217 10 10 , 7217 10 31 , 7217 10 39 , 7217 10 50 , 7217 10 90 , 7217 20 10 , 7217 20 30 , 7217 20 50 , 7217 20 90 , 7217 30 41 , 7217 30 49 , 7217 30 50 , 7217 30 90 , 7217 90 20 , 7217 90 50 , 7217 90 90

317 886

50 %

Met betrekking tot deze verordening is een verklaring afgelegd, die te vinden is in PB C, C/2023/3336, 22.6.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/3336/oj.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/1384/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top