EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32022D0985

Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/985 van de Commissie van 22 juni 2022 betreffende de gelijkwaardigheid van het regelgevingskader voor centrale tegenpartijen in Israël aan de vereisten van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (Voor de EER relevante tekst)

C/2022/4306

OJ L 167, 24.6.2022, p. 108–110 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2022/985/oj

24.6.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 167/108


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2022/985 VAN DE COMMISSIE

van 22 juni 2022

betreffende de gelijkwaardigheid van het regelgevingskader voor centrale tegenpartijen in Israël aan de vereisten van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (1), en met name artikel 25, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De procedure voor de erkenning van in derde landen gevestigde centrale tegenpartijen (“CTP’s”), die in artikel 25 van Verordening (EU) nr. 648/2012 is vastgesteld, is bedoeld om CTP’s die zijn gevestigd en een vergunning hebben gekregen in derde landen waarvan de reguleringsnormen gelijkwaardig zijn aan die welke in genoemde verordening zijn vastgesteld, de mogelijkheid te bieden clearingdiensten te verrichten voor clearingleden of handelsplatformen die in de Unie zijn gevestigd. Die erkenningsprocedure en het daarin voorziene gelijkwaardigheidsbesluit dragen zodoende bij tot het bereiken van de overkoepelende doelstelling van Verordening (EU) nr. 648/2012 om het systeemrisico te verminderen door meer gebruik te maken van veilige en solide CTP’s voor de clearing van over-the-counter (“otc”)-derivatencontracten, ook als die CTP’s in een derde land zijn gevestigd en daar een vergunning hebben gekregen.

(2)

Om een rechtsstelsel van een derde land als gelijkwaardig aan het rechtsstelsel van de Unie aan te merken op het gebied van CTP’s, moet het concrete resultaat van het toepasselijke juridische en toezichthoudende kader gelijkwaardig zijn aan dat van de Unievereisten wat de bereikte toezicht- en regelgevingsdoelstellingen betreft. Doel van die gelijkwaardigheidstoetsing is daarom na te gaan of het juridische en toezichthoudende kader van het betrokken derde land waarborgt dat CTP’s die in dat derde land zijn gevestigd en een vergunning hebben gekregen, in de Unie gevestigde clearingleden en handelsplatformen niet blootstellen aan een groter risico dan clearingleden en handelsplatformen zouden lopen door CTP’s die in de Unie een vergunning hebben gekregen, en bijgevolg geen onaanvaardbaar systeemrisico in de Unie opleveren.

(3)

De beoordeling of het juridische en toezichthoudende kader van Israël gelijkwaardig is aan dat van de Unie mag niet alleen gebaseerd zijn op een vergelijkende analyse van de juridisch bindende vereisten voor CTP’s in Israël, maar moet ook kijken naar het resultaat van die vereisten. De Commissie moet ook nagaan of die vereisten geschikt zijn om de risico’s te limiteren waaraan in de Unie gevestigde clearingleden en handelsplatformen mogelijk worden blootgesteld, rekening houdend met de omvang van de financiële markt waarop CTP’s in Israël opereren. Om een gelijkwaardig resultaat inzake risicolimitering te verkrijgen, zijn striktere vereisten inzake risicolimitering vereist voor CTP’s die hun activiteiten ontplooien op grotere financiële markten met een hoger inherent risiconiveau dan voor CTP’s die hun activiteiten ontplooien op kleinere financiële markten met een lager inherent risiconiveau.

(4)

Artikel 25, lid 6, punten a), b), en c), van Verordening (EU) nr. 648/2012 noemt drie voorwaarden die vervuld moeten zijn om vast te stellen dat het juridische en toezichthoudende kader van een derde land dat geldt voor CTP’s die in dat land over een vergunning beschikken, gelijkwaardig is aan de vereisten van die verordening.

(5)

Volgens artikel 25, lid 6, punt a), moeten CTP’s waaraan in een derde land vergunning is verleend, voldoen aan juridisch bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de van titel IV van die verordening.

(6)

De juridisch bindende vereisten voor CTP’s die in Israël een vergunning hebben gekregen, zijn vastgelegd in de effectenwet 5728-1968 (2) (Securities Law, “SL”), en met name in de afdelingen 50A, 50B, 50B19 en 50C. De SL past afdeling 10 van de wet op de betalingssystemen 5768-2008 (3) (Payment Systems Law, “PSL”) toe, waarin de criteria zijn vastgesteld voor de uitoefening van het toezicht op de in Israël gevestigde clearinghuizen ((ter waarborging van stabiele en efficiënte clearinghuizen) door de Israëlische effectenautoriteit (“Israel Securities Authority, ISA”). Dit juridische kader wordt aangevuld met de reeks richtsnoeren van de ISA aan in Israël gevestigde CTP’s. De SL, de PSL en de richtsnoeren van de ISA waarborgen de volledige uitvoering van de internationale normen die zijn vastgesteld in het kader van de beginselen voor financiële marktinfrastructuren (Principles for Financial Markets Infrastructures, “PFMI’s”), welke in april 2012 zijn uitgevaardigd door het Comité betalingen en marktinfrastructuur (Committee on Payment and Market Infrastructure, “CPMI”) en de Internationale Organisatie van Effectentoezichthouders (International Organization of Securities Commissions, “Iosco”) (4).

(7)

In Israël gevestigde CTP’s moeten een vergunning krijgen van de Israëlische minister van Financiën na raadpleging van de ISA en na goedkeuring door de Commissie financiën in de Knesset. Om clearingdiensten te verrichten, moeten CTP’s voldoen aan de specifieke bepalingen van de SL en beschikken over interne regels en procedures die met name de naleving van alle relevante normen van de PFMI’s waarborgen. Met name moeten in Israël gevestigde CTP’s veilig en doeltreffend opereren en de aan hun activiteiten en transacties verbonden risico’s prudent beheren. Zoals bepaald in een richtsnoer van de ISA van 15 december 2015 aan CTP’s die in Israël een vergunning hebben gekregen, moeten CTP’s ook beschikken over voldoende financiële en personele middelen en middelen op het gebied van risicobeheer, informatietechnologie, systemen en infrastructuur om hun taak als CTP uit te oefenen. Bovendien is elke CTP die in Israël een vergunning heeft gekregen, verantwoordelijk voor de vaststelling van haar interne regels, behalve voor een wijziging in de regels voor het lidmaatschap, waarvoor de formele goedkeuring van de ISA vereist is overeenkomstig afdeling 50B, a), 1) van de SL. Onverminderd deze bepaling kan de ISA krachtens afdeling 50C, b), van de effectenwet opdracht geven tot een wijziging in de regels van een CTP die in Israël een vergunning heeft gekregen wanneer deze regels niet overeenkomen met het juridische kader van Israël voor CTP’s en met de PFMI’s.

(8)

De Israëlische financiële markt is aanzienlijk kleiner dan de financiële markt van de Unie. Met name bedraagt de totale waarde van de in Israël geclearde derivatentransacties sinds 2015 minder dan 1 % van de totale waarde van in de Unie geclearde derivatentransacties. Daarom stelt deelneming in CTP’s die in Israël een vergunning hebben gekregen, in de Unie gevestigde clearingleden en handelsplatformen aan aanzienlijk lagere risico’s bloot dan deelneming in CTP’s die in de Unie een vergunning hebben gekregen.

(9)

De Commissie concludeert dat het juridische en toezichthoudende kader van Israël waarborgt dat CTP’s die daar over een vergunning beschikken, voldoen aan juridisch bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de vereisten van titel IV van Verordening (EU) nr. 648/2012.

(10)

Artikel 25, lid 6, punt b), van Verordening (EU) nr. 648/2012 eist dat het juridische en het toezichthoudende kader voor CTP’s waaraan in een derde land vergunning is verleend, ervoor zorgen dat CTP’s in dat rechtsgebied doorlopend aan effectief toezicht en effectieve handhaving worden onderworpen.

(11)

Overeenkomstig afdeling 50C van de SL is de ISA gemachtigd toezicht uit te oefenen op de activiteiten van CTP’s die in Israël over een vergunning beschikken. Met het toezicht van de ISA wordt beoogd de stabiliteit en de efficiëntie van de Israëlische CTP’s te waarborgen en na te gaan of zij hun verplichtingen naleven. Daarnaast vormen de bepalingen van afdeling 10 van de PSL, de afdelingen 56A en 50C, d), van de SL een aanvulling op het pakket bevoegdheden van de ISA, die audits van een CTP en inspecties ter plaatse kan uitvoeren en documenten kan verlangen waaruit blijkt dat de juridisch bindende vereisten voor CTP’s die in Israël over een vergunning beschikken, naar behoren worden uitgevoerd. Overeenkomstig afdeling 50C, b), van de effectenwet kan de ISA bij een vermoedelijke inbreuk interne regels opleggen aan de gevestigde CTP’s.

(12)

De Commissie concludeert dat het juridische en toezichthoudende kader van Israël voor CTP’s die daar over een vergunning beschikken, voorziet in voortdurend effectief toezicht en effectieve handhaving.

(13)

Overeenkomstig artikel 25, lid 6, punt c), van Verordening (EU) nr. 648/2012 moet het juridisch kader van een derde land voorzien in een doeltreffend gelijkwaardig systeem voor de erkenning van CTP’s waaraan uit hoofde van rechtsstelsels van derde landen een vergunning is verleend (“CTP’s uit een derde land”).

(14)

Niet-Israëlische CTP’s die derivaten in Israël willen clearen, moeten een vergunning aanvragen bij de voorzitter van de ISA en de goedkeuring verkrijgen van de Israëlische minister van Financiën. Overeenkomstig afdeling 50A, a8) van de SL kan, wanneer de voorzitter van de ISA van oordeel is dat de ISA kan samenwerken met de bevoegde autoriteit van de vergunninghoudende niet-Israëlische CTP’s, dat de wettelijke vereisten voor die CTP gelijkwaardig zijn aan het Israëlische kader en dat het verlenen van een vergunning aan die CTP de belangen van beleggers in Israël niet zou schaden, kan de ISA besluiten die CTP vrij te stellen van de bepalingen van het juridische kader van Israël voor CTP’s. In deze omstandigheden is de erkenning van een niet-Israëlische CTP dus mogelijk.

(15)

De Commissie concludeert dat het juridische kader van Israël voorziet in een doeltreffend gelijkwaardig systeem voor de erkenning van CTP’s uit een derde land.

(16)

Daarom is de Commissie van oordeel dat het juridische en toezichthoudende kader van Israël voor CTP’s voldoet aan de voorwaarden van artikel 25, lid 6, van Verordening (EU) nr. 648/2012. Bijgevolg moet dat juridische en toezichthoudende kader als gelijkwaardig aan de vereisten van Verordening (EU) nr. 648/2012 worden beschouwd.

(17)

Dit besluit is gebaseerd op de juridisch bindende vereisten die op het tijdstip van de vaststelling van dit besluit van toepassing zijn op CTP’s in Israël. De Commissie en de Europese Autoriteit voor effecten en markten zullen blijven toezien op de ontwikkeling van het juridische en toezichthoudende kader dat van toepassing is op CTP’s in Israël en op de naleving van de voorwaarden op basis waarvan dit besluit is genomen.

(18)

De Commissie kan te allen tijde besluiten dit besluit te wijzigen of in te trekken, met name wanneer de ontwikkelingen op het gebied van regelgeving en toezicht in Israël invloed hebben op de voorwaarden op basis waarvan dit besluit is vastgesteld.

(19)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Europees Comité voor het effectenbedrijf,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de toepassing van artikel 25, lid 6, van Verordening (EU) nr. 648/2012 wordt het in de Securities Law 5728-1968 en de Payment Systems Law 5768-2008 vastgestelde juridische en toezichthoudende kader van Israël voor centrale tegenpartijen, zoals aangevuld door de richtsnoeren van de Israëlische effectenautoriteit voor centrale tegenpartijen in Israël, geacht gelijkwaardig te zijn aan de vereisten van Verordening (EU) nr. 648/2012.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 22 juni 2022.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1.

(2)  Securities Law 5728-1968.

(3)  Payment Systems Law 5768-2008.

(4)  Committee on Payment and Settlement Systems/Technical Committee of the International Organization of Securities Commissions, Principles for financial market infrastructures, april 2012, CPMI Papers nr. 101.


Top