Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32018D2031

Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/2031 van de Commissie van 19 december 2018 waarbij voor een beperkte periode wordt bepaald dat het regelgevingskader voor centrale tegenpartijen in het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gelijkwaardig is, in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad

C/2018/9139

OJ L 325, 20.12.2018, p. 50–52 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2018/2031/oj

20.12.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 325/50


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2018/2031 VAN DE COMMISSIE

van 19 december 2018

waarbij voor een beperkte periode wordt bepaald dat het regelgevingskader voor centrale tegenpartijen in het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gelijkwaardig is, in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (1), en met name artikel 25, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (hierna „het Verenigd Koninkrijk” genoemd) kennisgegeven van zijn voornemen om zich uit de Unie terug te trekken krachtens artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. De Verdragen zijn niet meer van toepassing op het Verenigd Koninkrijk met ingang van de datum van inwerkingtreding van het terugtrekkingsakkoord of, bij gebreke daarvan, na verloop van twee jaar na die kennisgeving, d.w.z. met ingang van 30 maart 2019, tenzij de Europese Raad met instemming van het Verenigd Koninkrijk met eenparigheid van stemmen tot verlenging van deze termijn besluit.

(2)

Zoals aangekondigd in de mededeling van de Commissie van 13 november 2018„Voorbereidingen voor de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie op 30 maart 2019: een noodplan” (2) (hierna „het noodplan” genoemd), zou een terugtrekking zonder akkoord risico's voor de financiële stabiliteit van de Unie en haar lidstaten kunnen meebrengen. Om dergelijke risico's te voorkomen is het gerechtvaardigd en in het belang van de Unie en haar lidstaten om ervoor te zorgen dat centrale tegenpartijen (CTP's) waaraan in het Verenigd Koninkrijk reeds een vergunning is verleend (hierna „Britse CTP's” genoemd), na 29 maart 2019 gedurende een beperkte periode in de Unie clearingdiensten mogen blijven verrichten.

(3)

Centrale clearing vergroot de markttransparantie, beperkt de kredietrisico's en vermindert het risico van besmetting in geval van wanbetaling van een of meer deelnemers aan een CTP. De verlening van dergelijke diensten is dus cruciaal voor de waarborging van de financiële stabiliteit. Een verstoring van de verlening van clearingdiensten zou ook gevolgen kunnen hebben voor de uitvoering van het monetaire beleid van de centrale banken wanneer transacties in de door een centrale bank uit de Unie uitgegeven valuta worden gecleard. Bovendien zijn door CTP's geclearde financiële instrumenten essentieel voor financiële intermediairs en hun cliënten, bv. om renterisico's af te dekken, en een verstoring van de verlening van clearingdiensten zou dus ook risico's voor de reële economie van de Unie kunnen meebrengen.

(4)

Per 31 december 2017 is het uitstaande nominale bedrag van otc-derivaten meer dan 500 biljoen EUR wereldwijd, waarvan meer dan 75 % aan rentederivaten en bijna 20 % aan valutaderivaten. Ongeveer 30 % van alle otc-derivaten luiden in euro en andere valuta's van de Unie. De markt voor centrale clearing van otc-derivaten is sterk geconcentreerd, met name de markt voor centrale clearing van otc-rentederivaten, waarvan ongeveer 97 % door één Britse CTP wordt gecleard (3).

(5)

Vanaf 30 maart 2019 zullen Britse CTP's „in een derde land gevestigde CTP's” worden, en als zodanig mogen zij alleen clearingdiensten verrichten als zij door de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) zijn erkend overeenkomstig artikel 25 van Verordening (EU) nr. 648/2012. Wanneer Britse CTP's niet zijn erkend, mogen in de Unie gevestigde tegenpartijen geen otc-derivaten waarvoor de clearingverplichting van artikel 4 van Verordening (EU) nr. 648/2012 geldt, clearen via Britse CTP's. Hierdoor kan het voor die tegenpartijen tijdelijk moeilijk worden om aan hun clearingverplichtingen te voldoen, wat weer risico's voor de financiële stabiliteit en de uitvoering van het monetaire beleid van de Unie en haar lidstaten kan meebrengen. Zoals aangekondigd in het noodplan, moet het juridisch en toezichthoudend kader voor Britse CTP's in die uitzonderlijke situatie dus voor een strikt beperkte periode en onder specifieke voorwaarden gelijkwaardig worden verklaard, zodat die CTP's in de Unie clearingdiensten kunnen blijven verrichten.

(6)

Overeenkomstig artikel 25, lid 6, van Verordening (EU) nr. 648/2012 moeten drie voorwaarden vervuld zijn om te kunnen verklaren dat het juridisch en toezichthoudend kader van een derde land dat geldt voor CTP's die in dat land over een vergunning beschikken, gelijkwaardig is aan de vereisten die in die verordening zijn vastgelegd.

(7)

Ten eerste moet het juridisch en toezichthoudend kader van een derde land waarborgen dat CTP's in dat derde land voldoen aan juridisch bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de in titel IV van Verordening (EU) nr. 648/2012 neergelegde vereisten. Tot 29 maart 2019 is Verordening (EU) nr. 648/2012 rechtstreeks toepasselijk in het Verenigd Koninkrijk en moeten Britse CTP's waaraan overeenkomstig artikel 14 van die verordening een vergunning is verleend, dus aan de vereisten ervan voldoen. Als onderdeel van de European Union (Withdrawal) Act 2018 heeft het Verenigd Koninkrijk op 26 juni 2018 de bepalingen van Verordening (EU) nr. 648/2012 in zijn nationale recht opgenomen met ingang van de datum van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie.

(8)

Ten tweede moet het juridisch en toezichthoudend kader van het derde land ervoor zorgen dat in het derde land gevestigde CTP's doorlopend zijn onderworpen aan doeltreffend toezicht en doeltreffende handhaving. Tot 29 maart 2019 staan Britse CTP's onder toezicht van de Bank of England, zoals het nationale recht van het Verenigd Koninkrijk bepaalt in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 648/2012 (4). Als onderdeel van de opname van Verordening (EU) nr. 648/2012 in het nationale recht van het Verenigd Koninkrijk blijft de Bank of England verantwoordelijk voor het toezicht op CTP's, en haar toezicht- en handhavingsbevoegdheden zullen nagenoeg ongewijzigd blijven.

(9)

Ten derde moet het juridische kader van het derde land voorzien in een doeltreffend gelijkwaardig systeem voor de erkenning van CTP's waaraan krachtens rechtsstelsels van derde landen een vergunning is verleend. Hiervoor wordt gezorgd door de opname van het gelijkwaardigheidssysteem van artikel 25 van Verordening (EU) nr. 648/2012 in het nationale recht van het Verenigd Koninkrijk.

(10)

De Commissie concludeert dat het juridisch en toezichthoudend kader van het Verenigd Koninkrijk dat op de dag na zijn terugtrekking uit de Unie voor Britse CTP's geldt, voldoet aan de voorwaarden van artikel 25, lid 6, van Verordening (EU) nr. 648/2012.

(11)

Dit besluit is echter gebaseerd op het juridisch en toezichthoudend kader dat van toepassing is op Britse CTP's op de dag na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie. Dat juridisch en toezichthoudend kader mag alleen als gelijkwaardig worden beschouwd wanneer de vereisten voor CTP's in het nationale recht van het Verenigd Koninkrijk blijven gelden en doorlopend worden toegepast en gehandhaafd. Doeltreffende uitwisseling van informatie en coördinatie van toezichtactiviteiten tussen de ESMA en de Bank of England is dan ook een noodzakelijke voorwaarde voor handhaving van de gelijkwaardigheidsverklaring.

(12)

Voor die informatie-uitwisseling moeten uitvoerige en doeltreffende samenwerkingsovereenkomsten worden gesloten in overeenstemming met artikel 25, lid 7, van Verordening (EU) nr. 648/2012. Die samenwerkingsovereenkomsten moeten ook de mogelijkheid bieden om alle relevante informatie te delen met de in artikel 25, lid 3, van Verordening (EU) nr. 648/2012 bedoelde autoriteiten, waaronder de Europese Centrale Bank en de overige leden van het Europees Stelsel van centrale banken, teneinde die autoriteiten te raadplegen over de erkende status van Britse CTP's of wanneer die autoriteiten die informatie nodig hebben om hun toezichthoudende taken uit te voeren.

(13)

In de uitzonderlijke situatie dat het Verenigd Koninkrijk zich zonder akkoord uit de Unie terugtrekt, moeten krachtens artikel 25, lid 7, van Verordening (EU) nr. 648/2012 gesloten samenwerkingsovereenkomsten ervoor zorgen dat de ESMA altijd onmiddellijk toegang heeft tot alle informatie die zij opvraagt. Die informatie omvat, maar is niet beperkt tot, informatie waarmee kan worden beoordeeld welke materiële risico's Britse CTP's direct of indirect voor de Unie of haar lidstaten meebrengen. De samenwerkingsovereenkomsten moeten dus voorzien in mechanismen en procedures voor snelle uitwisseling van informatie over de clearingactiviteiten van Britse CTP's ten aanzien van financiële instrumenten in valuta's van de Unie, handelsplatforms, clearingdeelnemers en dochterondernemingen van in de Unie gevestigde kredietinstellingen en beleggingsondernemingen; interoperabiliteitsregelingen met andere CTP's; eigen middelen; samenstelling en kalibratie van wanbetalingsfondsen, margins, liquide middelen en onderpandportefeuilles, inclusief kalibraties van reductiefactoren en stresstests; snelle kennisgeving van elke verandering die gevolgen heeft voor Britse CTP's of het juridisch en toezichthoudend kader van het Verenigd Koninkrijk voor Britse CTP's; alsook het mechanisme voor snelle kennisgeving aan de ESMA van alle ontwikkelingen met betrekking tot Britse CTP's die gevolgen kunnen hebben voor het monetaire beleid in de Unie.

(14)

De Commissie zal in samenwerking met de ESMA alle in het juridisch en toezichthoudend kader aangebrachte wijzigingen die gevolgen hebben voor Britse CTP's monitoren, evenals de marktontwikkelingen en de doeltreffendheid van de samenwerking tussen toezichthouders, inclusief snelle uitwisseling van informatie tussen de ESMA en de Bank of England. De Commissie kan te allen tijde overgaan tot een herziening wanneer de ontwikkelingen haar ertoe nopen de bij dit besluit toegekende gelijkwaardigheid opnieuw te beoordelen, onder meer wanneer de voorwaarden van de tussen de ESMA en de Bank of England gesloten samenwerkingsovereenkomsten niet in acht worden genomen of geen doeltreffende beoordeling mogelijk maken van het risico dat Britse CTP's voor de Unie of haar lidstaten inhouden.

(15)

In het licht van de onzekerheid omtrent de toekomstige relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de Unie, alsook de mogelijke gevolgen daarvan voor de financiële stabiliteit van de Unie en haar lidstaten en voor de integriteit van de eengemaakte markt, moet dit besluit aflopen op 30 maart 2020. De in dit besluit vervatte beoordeling laat toekomstige beoordelingen van het juridisch en toezichthoudend kader van het Verenigd Koninkrijk voor CTP's derhalve onverlet, en er mag dan ook geen beroep op worden gedaan voor andere doeleinden dan die van dit besluit.

(16)

Dit besluit dient met spoed in werking te treden en slechts van toepassing te zijn met ingang van de dag volgende op die waarop de Verdragen ophouden op en in het Verenigd Koninkrijk van toepassing te zijn, tenzij uiterlijk op die dag een met het Verenigd Koninkrijk gesloten terugtrekkingsakkoord in werking is getreden of de in artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie bedoelde periode van twee jaar is verlengd.

(17)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Europees Comité voor het effectenbedrijf,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de toepassing van artikel 25 van Verordening (EU) nr. 648/2012 wordt het juridisch en toezichthoudend kader van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland dat bestaat uit de Financial Services and Markets Act van 2000 en de European Union (Withdrawal) Act 2018 en van toepassing is op centrale tegenpartijen die reeds in het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland zijn gevestigd en een vergunning hebben, beschouwd als gelijkwaardig aan de in Verordening (EU) nr. 648/2012 vervatte vereisten.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het is van toepassing vanaf de dag volgende op die waarop de Verdragen ophouden van toepassing te zijn op en in het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

Dit besluit is evenwel niet van toepassing in de volgende gevallen:

a)

wanneer uiterlijk op die datum een terugtrekkingsakkoord met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland overeenkomstig artikel 50, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie in werking is getreden;

b)

wanneer een besluit is genomen om de in artikel 50, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie bedoelde periode van twee jaar te verlengen.

Het loopt af op 30 maart 2020.

Gedaan te Brussel, 19 december 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1.

(2)  COM(2018) 880 final.

(3)  Bank for International Settlement, Statistical release: OTC derivatives statistics at end December 2017, 3 mei 2018 (https://www.bis.org/publ/otc_hy1805.pdf).

(4)  Deel 5 van de Financial Services and Markets Act 2000 (Over the Counter Derivatives, Central Counterparties and Trade Repositories) Regulations 2013.


Top