Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32017R0852

Verordening (EU) 2017/852 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende kwik, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1102/2008 (Voor de EER relevante tekst. )

OJ L 137, 24.5.2017, p. 1–21 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/852/oj

24.5.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 137/1


VERORDENING (EU) 2017/852 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 17 mei 2017

betreffende kwik, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1102/2008

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio's,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Kwik is een zeer giftige stof die wereldwijd een groot gevaar vormt voor de volksgezondheid, onder andere in de vorm van methylkwik in bestanden van vis en zeevruchten, ecosystemen en in het wild levende dieren. Wegens de grensoverschrijdende aard van kwikverontreiniging is 40 % à 80 % van de totale kwikdepositie in de Unie afkomstig van buiten de Unie. Derhalve is optreden op lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau gerechtvaardigd.

(2)

Het grootste deel van de kwikemissies en de daarmee gepaard gaande blootstellingsrisico's is het gevolg van antropogene activiteiten, zoals de primaire kwikmijnbouw en kwikverwerking, het gebruik van kwik in producten en industriële processen, ambachtelijke en kleinschalige goudwinning en -verwerking, steenkoolverbranding en het beheer van kwikafval.

(3)

Het bij Besluit nr. 1386/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad (3) vastgestelde zevende milieuactieprogramma bevat de langetermijndoelstelling van een niet-toxisch milieu en bepaalt met dat doel voor ogen dat er actie moet worden ondernomen om in 2020 te hebben gezorgd voor minimalisering van significante schadelijke effecten van chemische stoffen op de volksgezondheid en het milieu.

(4)

De mededeling van 28 januari 2005 van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad met als titel „Strategie van de Gemeenschap voor kwik”, zoals herzien op 7 december 2010 („de strategie”), heeft tot doel wereldwijde antropogene kwiklozingen in lucht, water en bodem tot een minimum te beperken en, waar mogelijk, uiteindelijk uit te bannen.

(5)

De laatste tien jaar is in de Unie veel vooruitgang geboekt wat het beheer van kwik betreft naar aanleiding van de vaststelling van de strategie en een hele reeks maatregelen betreffende de emissies van, het aanbod aan, de vraag naar en het gebruik van kwik, alsook het beheer van overschotten en voorraden kwik.

(6)

In de strategie wordt aanbevolen dat het onderhandelen over en het sluiten van een internationaal wettelijk bindend instrument met betrekking tot kwik een prioriteit moet zijn, aangezien actie van de Unie alleen geen garantie kan bieden voor een doeltreffende bescherming van de burgers van de Unie tegen de nadelige gevolgen van kwik voor de gezondheid.

(7)

De Unie en 26 van haar lidstaten hebben het Verdrag van Minamata inzake kwik van 2013 („het verdrag”) ondertekend. De twee lidstaten die het verdrag niet hebben ondertekend, Estland en Portugal, hebben toegezegd het te zullen ratificeren. De Unie en al haar lidstaten hebben zich derhalve verbonden tot de sluiting, omzetting en uitvoering van dat verdrag.

(8)

Een spoedige goedkeuring van het verdrag door de Unie en de ratificatie ervan door de lidstaten zullen de belangrijke wereldwijde gebruikers en uitstoters van kwik die het verdrag hebben ondertekend ertoe aanzetten het te ratificeren en uit te voeren.

(9)

Deze verordening moet het acquis van de Unie aanvullen en bepalingen vaststellen die noodzakelijk zijn om het acquis van de Unie volledig in overeenstemming te brengen met het verdrag, zodat de Unie en haar lidstaten in staat zijn het verdrag goed te keuren respectievelijk te ratificeren, en uit te voeren.

(10)

Bijkomende maatregelen van de Unie, die verder gaan dan de vereisten op grond van het verdrag, zullen de weg vrijmaken, zoals het geval was bij Verordening (EG) nr. 1102/2008 van het Europees Parlement en de Raad (4), voor kwikvrije producten en processen.

(11)

Overeenkomstig artikel 193 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) belet deze verordening niet dat lidstaten verdergaande beschermingsmaatregelen handhaven of treffen, op voorwaarde dat dergelijke maatregelen verenigbaar zijn met de Verdragen en dat zij ter kennis van de Commissie worden gebracht.

(12)

Het verbod op de uitvoer van kwik dat bij Verordening (EG) nr. 1102/2008 is vastgesteld, moet worden aangevuld met beperkingen op de invoer van kwik die verschillen naargelang de bron, het beoogde gebruik en de plaats van herkomst van het kwik. Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad (5) moet van toepassing blijven op de invoer van kwikafval, met name wat betreft de bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten krachtens die verordening.

(13)

De bepalingen van deze verordening betreffende de invoer van kwik en kwikmengsels zijn gericht op het verzekeren dat de Unie en de lidstaten de verplichtingen uit het verdrag betreffende de handel in kwik naleven.

(14)

Er moet een verbod komen op de uitvoer, invoer en productie van een reeks kwikhoudende producten die een groot deel van het gebruik van kwik en kwikverbindingen in de Unie en wereldwijd uitmaken.

(15)

Deze verordening dient van toepassing te zijn onverminderd de bepalingen van het toepasselijke acquis van de Unie die strengere voorschriften vaststellen voor kwikhoudende producten, onder andere wat betreft maximum kwikgehalte.

(16)

Het gebruik van kwik en kwikverbindingen in productieprocessen moet worden uitgefaseerd, waartoe onderzoek naar alternatieven voor kwik die niet of in ieder geval minder gevaarlijk zijn voor het milieu en de volksgezondheid moet worden aangemoedigd.

(17)

Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (6) verbiedt vanaf 10 oktober 2017 de productie, het in de handel brengen en het gebruik van de vijf fenylkwikverbindingen waarvan bekend is dat ze gebruikt worden bij de productie van polyurethaan, in het bijzonder als katalysator. Ook het gebruik van andere kwikhoudende katalysatoren bij de polyurethaanproductie dient verboden te worden met ingang van 1 januari 2018.

(18)

De productie van alcoholaten met kwik als elektrode moet worden uitgefaseerd en dergelijke productieprocessen moeten zo snel mogelijk worden vervangen door haalbare kwikvrije productieprocessen. Bij gebrek aan relevante beschikbare kwikvrije productieprocessen moeten er operationele voorwaarden worden vastgesteld voor de productie van natrium- of kaliummethylaat of -ethylaat met gebruik van kwik. Er moeten maatregelen worden getroffen om het gebruik van kwik te verminderen zodat het gebruik ervan bij dergelijke productie zo snel mogelijk en in elk geval voor 1 januari 2028 wordt uitgefaseerd.

(19)

De productie en het in de handel brengen van nieuwe kwikhoudende producten en het gebruik van nieuwe productieprocessen die gebruikmaken van kwik of kwikverbindingen zouden leiden tot een verhoging van het gebruik van kwik en kwikverbindingen, en van kwikemissies in de Unie. Dergelijke nieuwe activiteiten moeten derhalve worden verboden, tenzij uit een beoordeling blijkt dat het nieuwe kwikhoudende product of het nieuwe op kwik gebaseerde productieproces significante voordelen voor het milieu of de gezondheid zou opleveren en geen significante risico's voor het milieu of de volksgezondheid zou inhouden, en dat er geen technisch en praktisch haalbare kwikvrije alternatieven beschikbaar zijn die dezelfde voordelen bieden.

(20)

Het gebruik van kwik en kwikverbindingen in ambachtelijke en kleinschalige goudwinning en -verwerking maakt een groot deel uit van het gebruik en de emissies van kwik wereldwijd, met negatieve gevolgen voor zowel plaatselijke gemeenschappen als op wereldniveau. Een dergelijk gebruik van kwik en kwikverbindingen moet derhalve in deze verordening worden verboden en op internationaal niveau worden gereguleerd. Onverminderd het verbod op dergelijk gebruik en in aanvulling op doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties door de lidstaten wegens schendingen van deze verordening, is het passend te voorzien in een nationaal plan ingeval van niet-naleving van dat verbod die niet beperkt blijft tot geïsoleerde gevallen, teneinde het probleem aan te pakken van ambachtelijke en kleinschalige goudwinning en -verwerking waarbij goud uit erts onttrokken wordt door het met kwik te amalgameren.

(21)

Het gebruik van kwik in tandheelkundig amalgaam is het belangrijkste gebruik van kwik in de Unie en een significante verontreinigingsbron. Het gebruik van tandheelkundig amalgaam moet daarom worden afgebouwd, in overeenstemming met het verdrag en met nationale plannen die met name gebaseerd zijn op de maatregelen uit deel II van bijlage A bij het verdrag. De Commissie dient de haalbaarheid van de uitbanning van het gebruik van tandheelkundig amalgaam op lange termijn, en bij voorkeur tegen 2030, te onderzoeken en er verslag over uit te brengen, met inachtneming van de nationale plannen die op grond van deze verordening vereist zijn en met volledige eerbiediging van de bevoegdheid van de lidstaten met betrekking tot de organisatie en de verstrekking van gezondheidsdiensten en geneeskundige verzorging. Bovendien dienen specifieke preventieve gezondheidsmaatregelen getroffen te worden voor kwetsbare bevolkingsgroepen, zoals kinderen en zwangere of borstvoeding gevende vrouwen.

(22)

Uitsluitend het gebruik van tandheelkundig amalgaam in capsulevorm, vooraf gedoseerd, mag worden toegestaan, en in tandheelkundige faciliteiten waar tandheelkundig amalgaam wordt gebruikt of vullingen van tandheelkundig amalgaam of tanden met dergelijke vullingen worden verwijderd moet het gebruik van amalgaamafscheiders worden verplicht, teneinde personen die tandheelkundige behandelingen verrichten en patiënten te beschermen tegen blootstelling aan kwik en ervoor te zorgen dat het resulterende afval op een verantwoorde manier wordt verzameld en verwijderd en in geen geval in het milieu wordt geloosd. In dit verband moet verboden worden dat personen die tandheelkundige behandelingen verrichten kwik in losse vorm gebruiken. Amalgaamcapsules zoals beschreven in de Europese normen EN ISO 13897:2004 en EN ISO 24234:2015 worden geacht geschikt te zijn voor gebruik door personen die tandheelkundige behandelingen verrichten. Daarnaast moet een minimale retentie-efficiëntie voor amalgaamafscheiders bepaald worden. Of amalgaamafscheiders hieraan voldoen dient te worden nagegaan op basis van relevante normen, zoals de Europese norm EN ISO 11143:2008. Gezien de grootte van de marktdeelnemers in de tandheelkundige sector waarop de invoering van die vereisten betrekking heeft, is het passend om voor de aanpassing aan deze nieuwe vereisten voldoende tijd te voorzien.

(23)

De opleiding van tandheelkundestudenten en personen die tandheelkundige behandelingen verrichten inzake het gebruik van kwikvrije alternatieven, met name voor kwetsbare bevolkingsgroepen als kinderen en zwangere of borstvoeding gevende vrouwen, en het verrichten van onderzoek en innovatie op het gebied van mond- en tandgezondheid met het oog op een betere kennis van de bestaande materialen en vultechnieken en de ontwikkeling van nieuwe materialen, kunnen helpen om het gebruik van kwik te beperken.

(24)

Er zal tegen eind 2017 meer dan 6 000 ton vloeibaar kwikafval zijn gegenereerd in de Unie, voornamelijk door de verplichte ontmanteling van kwikcellen in de chlooralkali-industrie overeenkomstig Uitvoeringsbesluit 2013/732/EU van de Commissie (7). Omdat de capaciteit voor de omzetting van vloeibaar kwikafval beperkt is, moet de tijdelijke opslag van vloeibaar kwikafval krachtens deze verordening nog steeds toegestaan zijn voor een termijn die voldoende is om de omzetting en, indien van toepassing, verharding van het geheel van dergelijk geproduceerd afval te verzekeren. Een dergelijke opslag dient te worden uitgevoerd in overeenstemming met de vereisten van Richtlijn 1999/31/EG van de Raad (8).

(25)

Aangezien kwik in vloeibare vorm zeer gevaarlijk is, moet de permanente opslag zonder voorafgaande behandeling van kwikafval verboden worden, gezien de risico's die gepaard gaan met deze manier van verwijdering. Daarom moet kwikafval op een passende manier worden omgezet, en, indien van toepassing, verhardingsbehandelingen ondergaan voorafgaand aan de permanente opslag. Daartoe en teneinde de daarmee gepaard gaande risico's te beperken, moeten de lidstaten de technische richtsnoeren voor kwik uit het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan in acht nemen.

(26)

Teneinde de correcte uitvoering van de bepalingen met betrekking tot afval in deze verordening te garanderen, dienen maatregelen getroffen te worden om te zorgen voor een doeltreffend traceerbaarheidssysteem door de volledige afvalbeheerketen van kwik heen, waarbij de producenten van kwikafval en de exploitanten van afvalbeheerinrichtingen die dit afval opslaan en verwerken, verplicht worden een informatieregister op te stellen, als onderdeel van het register dat krachtens Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad (9) vereist is.

(27)

Op grond van het verdrag zijn de partijen verplicht te streven naar de ontwikkeling van passende strategieën voor het identificeren en beoordelen van locaties die verontreinigd zijn met kwik of kwikverbindingen. Op grond van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad (10) zijn exploitanten van industriële installaties verplicht bodemverontreiniging tegen te gaan. Bovendien zijn lidstaten op grond van Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad (11) verplicht bodemverontreiniging aan te pakken indien deze een negatief effect heeft op de toestand van een waterlichaam. Daarom moet een uitwisseling van informatie tussen de Commissie en de lidstaten plaatsvinden om ervaringen te delen over de initiatieven en maatregelen die op nationaal niveau zijn genomen.

(28)

De Commissie moet, wanneer zij deze verordening evalueert, de huidige gezondheidkundige innamelimieten tegen het licht houden en nieuwe gezondheidsbenchmarks voor kwik instellen, zodat de meest recente wetenschappelijke inzichten met betrekking tot de risico's van methylkwik hun weerslag in de evaluatie krijgen.

(29)

Teneinde de Uniewetgeving in overeenstemming te brengen met besluiten van de Conferentie van de partijen bij het verdrag die door de Unie worden gesteund via een besluit van de Raad aangenomen in overeenstemming met artikel 218, lid 9, VWEU, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen wat betreft de wijziging van de bijlagen bij deze verordening en wat betreft een verlenging van de tijdsduur waarbinnen de tijdelijke opslag van kwikafval toegestaan is. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (12). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(30)

Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de tenuitvoerlegging van deze verordening wat betreft het specificeren van de formulieren voor in- en uitvoer, het bepalen van technische vereisten voor milieuverantwoorde tijdelijke opslag van kwik, kwikverbindingen en kwikmengsels, het verbieden of toestaan van nieuwe kwikhoudende producten en nieuwe productieprocessen die gebruikmaken van kwik of kwikverbindingen en het specificeren van de rapportageverplichtingen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (13).

(31)

De lidstaten moeten voorschriften vaststellen voor sancties op overtredingen van deze verordening en ervoor zorgen dat zij worden uitgevoerd. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

(32)

Gezien de aard en omvang van de wijzigingen die aan Verordening (EG) nr. 1102/2008 moeten worden aangebracht, en om de rechtszekerheid, de duidelijkheid, de transparantie en de wetgevingsvereenvoudiging te versterken, moet die verordening worden ingetrokken.

(33)

Om de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de marktdeelnemers waarop deze verordening betrekking heeft voldoende tijd te bieden om zich aan de nieuwe voorschriften van deze verordening aan te passen, moet zij van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2018.

(34)

Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk het waarborgen van een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid en het milieu tegen antropogene emissies en lozingen van kwik en kwikverbindingen door middel van onder meer een verbod op de in- en uitvoer van kwik en kwikhoudende producten, beperkingen op het gebruik van kwik in productieprocessen, producten, ambachtelijke en kleinschalige goudwinning en -verwerking en in tandheelkundig amalgaam, en verplichtingen betreffende kwikafval, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de grensoverschrijdende aard van kwikverontreiniging en de aard van de te treffen maatregelen beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp en doel

Bij deze verordening worden maatregelen en voorwaarden vastgesteld betreffende het gebruik en de opslag van en de handel in kwik, kwikverbindingen en kwikmengsels, en betreffende de productie en het gebruik van en de handel in kwikhoudende producten, en betreffende het beheer van kwikafval, zodat een hoogwaardige bescherming van de volksgezondheid en het milieu tegen antropogene emissies en lozingen van kwik en kwikverbindingen verzekerd is.

De lidstaten kunnen, waar passend, strengere vereisten opleggen dan deze waarin deze verordening voorziet, in overeenstemming met het VWEU.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)   „kwik”: metallisch kwik (Hg, CAS RN 7439-97-6);

2)   „kwikverbinding”: een stof die bestaat uit kwikatomen en een of meer atomen van andere chemische elementen, die uitsluitend door een chemische reactie in verschillende componenten kan worden gesplitst;

3)   „mengsel”: een mengsel dat of een oplossing die bestaat uit twee of meer stoffen;

4)   „kwikhoudend product”: een product of een onderdeel ervan waaraan opzettelijk kwik of een kwikverbinding is toegevoegd;

5)   „kwikafval”: metallisch kwik dat als afval wordt beschouwd zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Richtlijn 2008/98/EG;

6)   „uitvoer”: een van de volgende vormen van uitvoer:

a)

de permanente of tijdelijke uitvoer van kwik, kwikverbindingen, kwikmengsels en kwikhoudende producten die voldoet aan de voorwaarden van artikel 28, lid 2, VWEU;

b)

de wederuitvoer van kwik, kwikverbindingen, kwikmengsels en kwikhoudende producten die niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 28, lid 2, VWEU en die onder een andere douaneregeling dan de regeling extern Uniedouanevervoer voor het vervoer van goederen door het douanegebied van de Unie zijn geplaatst;

7)   „invoer”: het binnen het douanegebied van de Unie brengen van kwik, kwikverbindingen, kwikmengsels en kwikhoudende producten die onder een andere douaneregeling dan de regeling extern Uniedouanevervoer voor het vervoer van goederen door het douanegebied van de Unie zijn geplaatst;

8)   „verwijdering”: verwijdering zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 19, van Richtlijn 2008/98/EG;

9)   „primaire kwikmijnbouw”: mijnbouw waarbij het delven van kwik het hoofddoel is;

10)   „omzetting”: de chemische transformatie van de fysische toestand van kwik van een vloeibare toestand naar kwiksulfide of een vergelijkbare chemische verbinding met eenzelfde of een hogere stabiliteit en eenzelfde of een lagere oplosbaarheid in water, die geen grotere gevaren voor het milieu of de gezondheid met zich meebrengt dan kwiksulfide;

11)   „in de handel brengen”: het aan een derde leveren of beschikbaar stellen, ongeacht of dit tegen betaling dan wel om niet geschiedt. Invoer wordt beschouwd als in de handel brengen.

HOOFDSTUK II

BEPERKINGEN OP DE HANDEL IN EN DE PRODUCTIE VAN KWIK, KWIKVERBINDINGEN, KWIKMENGSELS EN KWIKHOUDENDE PRODUCTEN

Artikel 3

Beperkingen op de uitvoer

1.   De uitvoer van kwik is verboden.

2.   De uitvoer van de in bijlage I opgenomen kwikverbindingen en kwikmengsels is verboden met ingang van de daarin vermelde data.

3.   In afwijking van lid 2 is de uitvoer van de in bijlage I opgenomen kwikverbindingen toegestaan voor onderzoek op laboratoriumschaal of laboratoriumanalyse.

4.   De uitvoer, met het oog op de terugwinning van kwik, van kwikverbindingen en kwikmengsels die niet vallen onder het in lid 2 vastgelegde verbod is verboden.

Artikel 4

Beperkingen op de invoer

1.   De invoer van kwik en de invoer van de in bijlage I opgenomen kwikmengsels, met inbegrip van kwikafval uit de grote bronnen als bedoeld in artikel 11, onder a) tot en met d), voor andere doeleinden dan verwijdering als afval is verboden. Invoer voor verwijdering als afval is enkel toegestaan wanneer het uitvoerende land geen toegang heeft tot beschikbare conversiecapaciteit op het eigen grondgebied.

Onverminderd artikel 11 en in afwijking van de eerste alinea van dit lid, is de invoer van kwik en de invoer van de in bijlage I opgenomen kwikmengsels voor een in een lidstaat toegestaan gebruik toegestaan indien de lidstaat van invoer schriftelijk toestemming heeft verleend voor dergelijke invoer in elk van de volgende gevallen:

a)

het land van uitvoer is partij bij het verdrag en het uitgevoerde kwik is niet afkomstig uit de primaire kwikmijnbouw die verboden is op grond van artikel 3, leden 3 en 4, van het verdrag, of

b)

het land van uitvoer is geen partij bij het verdrag, maar heeft verklaard dat het kwik niet afkomstig is uit de primaire kwikmijnbouw.

Onverminderd nationale maatregelen die in overeenstemming met het VWEU vastgesteld zijn, wordt voor de toepassing van dit lid een gebruik dat op grond van Uniewetgeving toegestaan is beschouwd als een gebruik dat in de lidstaten toegestaan is.

2.   De invoer van niet in lid 1 opgenomen kwikmengsels en van kwikverbindingen met het oog op de terugwinning van kwik is verboden.

3.   De invoer van kwik voor gebruik in ambachtelijke en kleinschalige goudwinning en -verwerking is verboden.

4.   Wanneer de invoer van kwikafval is toegestaan overeenkomstig dit artikel, blijft Verordening (EG) nr. 1013/2006 van toepassing in aanvulling op de vereisten van deze verordening.

Artikel 5

Uitvoer, invoer en productie van kwikhoudende producten

1.   Onverminderd strengere voorschriften van andere toepasselijke Uniewetgeving is de uitvoer, invoer en productie in de Unie van de in bijlage II vermelde kwikhoudende producten met ingang van de daarin vermelde data verboden.

2.   Het verbod van lid 1 is niet van toepassing op de volgende kwikhoudende producten:

a)

producten die essentieel zijn voor civiele bescherming en militaire toepassingen;

b)

producten voor onderzoek, voor het ijken van instrumenten of voor gebruik als referentiestandaard.

Artikel 6

Formulieren voor invoer en uitvoer

De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen besluiten vast voor de specificering van formulieren die moeten worden gebruikt voor de tenuitvoerlegging van de artikelen 3 en 4. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

HOOFDSTUK III

BEPERKINGEN OP HET GEBRUIK EN DE OPSLAG VAN KWIK, KWIKVERBINDINGEN EN KWIKMENGSELS

Artikel 7

Industriële activiteiten

1.   Het gebruik van kwik en kwikverbindingen in de in bijlage III, deel I, opgenomen productieprocessen is verboden met ingang van de in dat deel vermelde data.

2.   Het gebruik van kwik en kwikverbindingen in de in bijlage III, deel II, opgenomen productieprocessen is slechts toegestaan onder de in dat deel vastgestelde voorwaarden.

3.   Tijdelijke opslag van kwik en van de in bijlage I bij deze verordening opgenomen kwikverbindingen en kwikmengsels gebeurt op milieuverantwoorde wijze, in overeenstemming met de drempelwaarden en vereisten zoals bepaald in Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad (14) en Richtlijn 2010/75/EU.

Om een eenvormige toepassing van de in de eerste alinea van dit lid vastgelegde verplichting te verzekeren, kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen om technische vereisten voor milieuverantwoorde tijdelijke opslag van kwik, kwikverbindingen en kwikmengsels vast te stellen, in overeenstemming met de door de Conferentie van de partijen bij het verdrag aangenomen beslissingen overeenkomstig artikel 10, lid 3, en artikel 27 van het verdrag, op voorwaarde dat de Unie het betreffende besluit heeft gesteund door middel van een in overeenstemming met artikel 218, lid 9, VWEU vastgesteld besluit van de Raad. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 22, lid 2, van deze verordening bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 8

Nieuwe kwikhoudende producten en nieuwe productieprocessen

1.   Marktdeelnemers produceren geen kwikhoudende producten die voor 1 januari 2018 niet werden geproduceerd („nieuwe kwikhoudende producten”) en brengen deze ook niet in de handel, tenzij zij hiervoor toestemming hebben gekregen door middel van een besluit genomen op grond van lid 6 van dit artikel of dit toegestaan is krachtens Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (15).

De eerste alinea is niet van toepassing op:

a)

apparatuur die nodig is voor de bescherming van de wezenlijke veiligheidsbelangen van de lidstaten, met inbegrip van wapens, munitie en oorlogsmateriaal bestemd voor specifiek militaire doeleinden;

b)

apparatuur die is ontworpen om de ruimte ingestuurd te worden;

c)

technische verbeteringen aangebracht aan of het herontwerp van kwikhoudende producten die zijn geproduceerd voor 1 januari 2018, op voorwaarde dat deze verbeteringen of dit herontwerp ertoe leiden dat minder kwik wordt gebruikt in deze producten.

2.   Marktdeelnemers maken geen gebruik van productieprocessen waarbij kwik of kwikverbindingen worden gebruikt die voor 1 januari 2018 niet als proces werden gebruikt („nieuwe productieprocessen”), tenzij zij hiervoor toestemming hebben gekregen door middel van een besluit genomen op grond van lid 6.

De eerste alinea van dit lid is niet van toepassing op processen waarbij kwikhoudende producten andere dan de producten die vallen onder het in lid 1 vastgelegde verbod worden geproduceerd of gebruikt.

3.   Een marktdeelnemer die voornemens is een besluit krachtens lid 6 aan te vragen met het oog op de productie of het in de handel brengen van een nieuw kwikhoudend product of met het oog op het gebruikmaken van een nieuw productieproces, dat significante voordelen voor milieu of gezondheid zou opleveren en geen significante risico's voor het milieu of de volksgezondheid zou inhouden, en waarvoor geen technisch en praktisch haalbare kwikvrije alternatieven beschikbaar zijn die dezelfde voordelen bieden, stuurt de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat daarvan een kennisgeving. Die kennisgeving omvat de volgende informatie:

a)

een technische beschrijving van het betreffende product of proces;

b)

een beoordeling van de voordelen en risico's van het product of proces voor het milieu en de gezondheid;

c)

bewijsstukken die aantonen dat technisch en praktisch haalbare kwikvrije alternatieven met significante voordelen voor milieu of gezondheid ontbreken;

d)

een gedetailleerde beschrijving van de wijze waarop het proces moet worden uitgevoerd of het product moet worden geproduceerd, gebruikt en verwijderd als afval na gebruik, om een hoog niveau van bescherming van het milieu en de volksgezondheid te waarborgen.

4.   Als de betrokken lidstaat op basis van zijn eigen beoordeling van de verstrekte informatie van mening is dat is voldaan aan de in de eerste alinea van lid 6 bedoelde criteria, stuurt hij de kennisgeving die hij van de marktdeelnemer heeft ontvangen door aan de Commissie.

De betrokken lidstaat brengt de Commissie op de hoogte van gevallen waarbij hij van mening is dat niet aan de in de eerste alinea van lid 6 bedoelde criteria is voldaan.

5.   Indien de lidstaat de kennisgeving doorstuurt op grond van de eerste alinea van lid 4 van dit artikel, stelt de Commissie de kennisgeving onmiddellijk ter beschikking aan het in artikel 22, lid 1, bedoelde comité.

6.   De Commissie bestudeert de ontvangen kennisgeving en beoordeelt of is aangetoond dat het nieuwe kwikhoudende product of het nieuwe productieproces significante voordelen voor het milieu of de gezondheid zou opleveren en dat het geen significante risico's voor het milieu of de volksgezondheid zou inhouden, en dat er geen technisch haalbare kwikvrije alternatieven beschikbaar zijn die dezelfde voordelen bieden.

De Commissie stelt de lidstaten in kennis van het resultaat van de beoordeling.

De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen besluiten vast om te specificeren of er toestemming is verleend voor het betreffende nieuwe kwikhoudende product of nieuwe productieproces. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

7.   Uiterlijk 30 juni 2018 stelt de Commissie op internet een lijst ter beschikking van het publiek met de productieprocessen waarbij kwik of kwikverbindingen werden gebruikt die voor 1 januari 2018 als proces werden gebruikt en met de voor 1 januari 2018 geproduceerde kwikhoudende producten, alsook de toepasselijke handelsbeperkingen.

Artikel 9

Ambachtelijke en kleinschalige goudwinning en -verwerking

1.   Ambachtelijke en kleinschalige goudwinning en -verwerking waarbij goud uit erts onttrokken wordt door het met kwik te amalgameren, is verboden.

2.   Onverminderd lid 1 van dit artikel en artikel 16, ontwikkelt de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat een nationaal plan overeenkomstig bijlage IV en voert dit uit, wanneer er bewijzen zijn van niet-naleving van het in lid 1 van dit artikel vastgelegde verbod die niet beperkt blijft tot geïsoleerde gevallen.

Artikel 10

Tandheelkundig amalgaam

1.   Vanaf 1 januari 2019 wordt tandheelkundig amalgaam slechts gebruikt in capsulevorm, vooraf gedoseerd. Het gebruik van kwik in losse vorm door personen die tandheelkundige behandelingen verrichten is verboden.

2.   Vanaf 1 juli 2018 mag tandheelkundig amalgaam niet meer worden gebruikt voor tandheelkundige behandelingen van melktanden, van kinderen jonger dan 15 jaar en van zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven, tenzij dit vanwege de specifieke medische behoeften van de patiënt strikt noodzakelijk wordt geacht door degene die de tandheelkundige behandeling verricht.

3.   Alle lidstaten stellen uiterlijk 1 juli 2019 een nationaal plan op met de maatregelen die zij voornemens zijn uit te voeren om het gebruik van tandheelkundig amalgaam af te bouwen.

De lidstaten stellen hun nationale plannen op internet ter beschikking van het publiek en dienen de plannen in bij de Commissie binnen een maand nadat deze vastgesteld worden.

4.   Vanaf 1 januari 2019 zorgen exploitanten van tandheelkundige faciliteiten waarin tandheelkundig amalgaam gebruikt wordt of waarin vullingen van tandheelkundig amalgaam of tanden met dergelijke vullingen verwijderd worden, ervoor dat hun faciliteiten zijn uitgerust met amalgaamafscheiders om amalgaamdeeltjes, ook in gebruikt water, vast te houden en te verzamelen.

Die exploitanten zorgen ervoor dat:

a)

amalgaamafscheiders die op of na 1 januari 2018 in gebruik worden genomen, een retentieniveau van minstens 95 % van de amalgaamdeeltjes bieden;

b)

vanaf 1 januari 2021 alle amalgaamafscheiders in gebruik het in punt a) gespecificeerde retentieniveau bieden.

De amalgaamafscheiders worden onderhouden in overeenstemming met de instructies van de producent om het hoogst haalbare retentieniveau te waarborgen.

5.   Capsules en amalgaamafscheiders die voldoen aan Europese normen, of aan andere nationale of internationale normen die een gelijkwaardig kwaliteits- en retentieniveau bieden, worden geacht te voldoen aan de vereisten van de leden 1 en 4.

6.   Personen die tandheelkundige behandelingen verrichten zorgen ervoor dat hun amalgaamafval, met inbegrip van amalgaamresiduen, -deeltjes en -vullingen, en tanden, of gedeelten daarvan, die met tandheelkundig amalgaam verontreinigd zijn, verwerkt en verzameld wordt door een inrichting of onderneming voor afvalbeheer die daarvoor gemachtigd is.

Personen die tandheelkundige behandelingen verrichten lozen dit amalgaamafval in geen geval direct of indirect in het milieu.

HOOFDSTUK IV

VERWIJDERING VAN AFVAL EN KWIKAFVAL

Artikel 11

Afval

Onverminderd artikel 2, punt 5), van deze verordening, worden kwik en kwikverbindingen, in pure vorm of in mengsels, uit de volgende grote bronnen als afval beschouwd in de zin van Richtlijn 2008/98/EG en verwijderd zonder de volksgezondheid in gevaar te brengen of het milieu schade toe te brengen, overeenkomstig die richtlijn:

a)

de chlooralkali-industrie;

b)

de reiniging van aardgas;

c)

de winning en metallurgische bereiding van non-ferrometalen;

d)

onttrekking uit cinnabererts in de Unie.

Dergelijke verwijdering mag niet tot terugwinning van kwik in welke vorm dan ook leiden.

Artikel 12

Rapportage betreffende grote bronnen

1.   Marktdeelnemers uit de in artikel 11, onder a), b), en c), bedoelde bedrijfstakken zenden de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, elk jaar uiterlijk op 31 mei, het volgende toe:

a)

gegevens betreffende de totale hoeveelheid kwikafval die in elk van hun installaties is opgeslagen;

b)

gegevens betreffende de totale hoeveelheid kwikafval die naar individuele inrichtingen is gestuurd voor de tijdelijke opslag, omzetting en, indien van toepassing, verharding van kwikafval, of de permanente opslag van kwikafval dat is omgezet en, indien van toepassing, verhard;

c)

de locatie en de contactgegevens van iedere onder b), bedoelde inrichting;

d)

een kopie van het certificaat dat verstrekt is door de exploitant van de inrichting die het kwikafval tijdelijk opslaat, in overeenstemming met artikel 14, lid 1;

e)

een kopie van het certificaat dat verstrekt is door de exploitant van de inrichting waar het kwikafval wordt omgezet en, indien van toepassing, verhard, in overeenstemming met artikel 14, lid 2;

f)

een kopie van het certificaat dat verstrekt is door de exploitant van de inrichting die het kwikafval na omzetting en, indien van toepassing, verharding, permanent opslaat, in overeenstemming met artikel 14, lid 3.

2.   De in lid 1, onder a) en b), bedoelde gegevens worden weergegeven aan de hand van de codes zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad (16).

3.   Voor marktdeelnemers die chlooralkali-installaties beheren vervallen de verplichtingen bepaald in de leden 1 en 2 een jaar na de datum waarop alle kwikcellen die door de marktdeelnemer worden beheerd overeenkomstig Uitvoeringsbesluit 2013/732/EU buiten gebruik zijn gesteld en al het kwik is overgedragen aan afvalbeheerinrichtingen.

Artikel 13

Opslag van kwikafval

1.   In afwijking van artikel 5, lid 3, onder a), van Richtlijn 1999/31/EG kan kwikafval tijdelijk worden opgeslagen in vloeibare vorm op voorwaarde dat aan de specifieke vereisten voor de tijdelijke opslag van kwikafval zoals vastgelegd in de bijlagen I, II en III bij die richtlijn is voldaan en dat die opslag gebeurt in bovengrondse inrichtingen die zijn bestemd en uitgerust voor de tijdelijke opslag van kwikafval.

De in de eerste alinea vastgelegde afwijking is niet langer van toepassing met ingang van 1 januari 2023.

2.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deze verordening door de toegestane periode voor de tijdelijke opslag van kwikafval zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel, te verlengen met maximaal drie jaar.

3.   Alvorens permanent te worden verwijderd, wordt kwikafval omgezet en, indien bedoeld om te worden verwijderd in bovengrondse inrichtingen, omgezet en verhard.

Kwikafval dat is omgezet en, indien van toepassing, verhard, wordt alleen permanent verwijderd in de volgende inrichtingen voor permanente opslag die een vergunning hebben voor de verwijdering van gevaarlijk afval:

a)

zoutmijnen die voor de permanente opslag van omgezet kwikafval geschikt zijn, of diepe, ondergrondse, harde rotsformaties die hetzelfde of een hoger niveau van veiligheid en insluiting bieden als deze zoutmijnen, of

b)

bovengrondse inrichtingen die bestemd en uitgerust zijn voor de permanente opslag van omgezet en verhard kwikafval en die hetzelfde of een hoger niveau van veiligheid en insluiting bieden als de onder a) bedoelde inrichtingen.

De exploitanten van inrichtingen voor permanente opslag zorgen ervoor dat kwikafval dat is omgezet en, indien van toepassing, verhard, apart van ander afval en in partijen wordt opgeslagen in een verzegelde opslagruimte. Die exploitanten zorgen er ook voor dat de vereisten van Richtlijn 1999/31/EG, met inbegrip van de specifieke vereisten voor de tijdelijke opslag van kwikafval die zijn vastgesteld in het derde en vijfde streepje van punt 8 van bijlage I en in bijlage II bij die richtlijn, worden nageleefd ten aanzien van de inrichtingen voor permanente opslag.

Artikel 14

Traceerbaarheid

1.   De exploitanten van inrichtingen waar kwikafval tijdelijk wordt opgeslagen, stellen een register op dat het volgende omvat:

a)

voor elke ontvangen partij kwikafval:

i)

de herkomst en de hoeveelheid van dat afval;

ii)

de naam en contactgegevens van de leverancier en de eigenaar van dat afval;

b)

voor elke partij kwikafval die de inrichting verlaat:

i)

de hoeveelheid van dat afval en het kwikgehalte ervan;

ii)

de bestemming en de beoogde handeling voor de verwijdering van dat afval;

iii)

een kopie van het certificaat dat verstrekt is door de exploitant van de inrichting waar dat afval wordt omgezet en, indien van toepassing, verhard, als bedoeld in lid 2;

iv)

een kopie van het certificaat dat verstrekt is door de exploitant van de inrichting die het kwikafval na omzetting en, indien van toepassing, verharding, permanent opslaat, zoals bedoeld in lid 3;

c)

de hoeveelheid kwikafval die aan het einde van elke maand in de inrichting is opgeslagen.

De exploitanten van inrichtingen waar kwikafval tijdelijk wordt opgeslagen, geven zodra het kwikafval uit de tijdelijke opslag wordt gehaald, een certificaat af waaruit blijkt dat het kwikafval naar een inrichting is gestuurd waar in dit artikel genoemde handelingen voor verwijdering worden uitgevoerd.

Nadat een certificaat zoals bedoeld in de tweede alinea van dit lid is afgegeven, wordt een kopie daarvan onverwijld toegezonden aan de betrokken marktdeelnemers als bedoeld in artikel 12.

2.   De exploitanten van inrichtingen waar kwikafval wordt omgezet en, indien van toepassing, verhard, stellen een register op dat het volgende omvat:

a)

voor elke ontvangen partij kwikafval:

i)

de herkomst en de hoeveelheid van dat afval;

ii)

de naam en contactgegevens van de leverancier en de eigenaar van dat afval;

b)

voor elke partij omgezet en, indien van toepassing, verhard kwikafval die de inrichting verlaat:

i)

de hoeveelheid van dat afval en het kwikgehalte ervan;

ii)

de bestemming en de beoogde handeling voor de verwijdering van dat afval;

iii)

een kopie van het certificaat dat verstrekt is door de exploitant van de inrichting die dat afval permanent opslaat, zoals bedoeld in lid 3;

c)

de hoeveelheid kwikafval die aan het einde van elke maand in de inrichting is opgeslagen.

De exploitanten van inrichtingen waar kwikafval wordt omgezet en, indien van toepassing, verhard geven, zodra de omzetting en, indien van toepassing, de verharding van de gehele partij voltooid is, een certificaat af waaruit blijkt dat de gehele partij kwikafval is omgezet en, indien van toepassing, verhard.

Nadat een certificaat zoals bedoeld in de tweede alinea van dit lid is afgegeven, wordt een kopie daarvan onverwijld toegezonden aan de exploitanten van de inrichtingen als bedoeld in lid 1 van dit artikel en aan de betrokken marktdeelnemers als bedoeld in artikel 12.

3.   De exploitanten van inrichtingen waar kwikafval dat is omgezet en, indien van toepassing, verhard permanent wordt opgeslagen, geven zodra de verwijdering van de gehele partij is voltooid een certificaat af waaruit blijkt dat de gehele partij omgezet en, indien van toepassing, verhard kwikafval permanent is opgeslagen overeenkomstig Richtlijn 1999/31/EG, met vermelding van de plaats van opslag.

Nadat een certificaat zoals bedoeld in de eerste alinea van dit lid is afgegeven, wordt een kopie daarvan onverwijld toegezonden aan de exploitanten van de inrichtingen als bedoeld in de leden 1 en 2 van dit artikel alsook aan de betrokken marktdeelnemers als bedoeld in artikel 12.

4.   Elk jaar uiterlijk op 31 januari versturen de exploitanten van de inrichtingen als bedoeld in het eerste en tweede lid het register voor het voorgaande kalenderjaar naar de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten. De bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten leggen elk verstuurd register jaarlijks aan de Commissie voor.

Artikel 15

Verontreinigde locaties

1.   De Commissie organiseert een uitwisseling van informatie met de lidstaten inzake de maatregelen die op nationaal niveau zijn genomen voor het identificeren en beoordelen van locaties die verontreinigd zijn met kwik of kwikverbindingen en voor de aanpak van de significante risico's die deze verontreiniging kan inhouden voor de volksgezondheid en het milieu.

2.   Uiterlijk 1 januari 2021 stelt de Commissie de op grond van lid 1 verzamelde informatie op internet ter beschikking van het publiek, met inbegrip van een inventaris van locaties die verontreinigd zijn met kwik of kwikverbindingen.

HOOFDSTUK V

SANCTIES, BEVOEGDE AUTORITEITEN EN RAPPORTAGE

Artikel 16

Sancties

De lidstaten stellen voorschriften vast ten aanzien van de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd. De vastgestelde sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op de respectievelijke data van toepassing van de relevante bepalingen van deze verordening van die voorschriften en maatregelen in kennis en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen daarvan mede.

Artikel 17

Bevoegde autoriteiten

De lidstaten wijzen de bevoegde autoriteiten aan die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen.

Artikel 18

Verslag

1.   Uiterlijk op 1 januari 2020 en daarna op gezette tijden stellen de lidstaten een verslag met de volgende inhoud op, leggen het voor aan de Commissie en stellen het op internet ter beschikking van het publiek:

a)

informatie over de uitvoering van deze verordening;

b)

de informatie die de Unie nodig heeft om te voldoen aan de rapportageverplichting van artikel 21 van het verdrag;

c)

een samenvatting van de verzamelde informatie overeenkomstig artikel 12 van deze verordening;

d)

informatie over kwik dat zich op hun grondgebied bevindt:

i)

een lijst van locaties waar zich voorraden van meer dan 50 ton kwik anders dan kwikafval bevinden alsook de hoeveelheid kwik op elke locatie;

ii)

een lijst van locaties waar voorraden van meer dan 50 ton kwikafval zijn verzameld, alsook de hoeveelheid kwikafval op elke locatie, en

e)

een lijst van bronnen die meer dan 10 ton kwik per jaar opleveren, indien de lidstaten hiervan in kennis worden gesteld.

De lidstaten kunnen besluiten informatie zoals bedoeld in de eerste alinea niet ter beschikking van het publiek te stellen op eender welke van de in artikel 4, leden 1 en 2, van Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad (17) genoemde gronden, onverminderd de tweede alinea van artikel 4, lid 2, van die richtlijn.

2.   Voor het in lid 1 bedoelde verslag stelt de Commissie de lidstaten een elektronisch rapportage-instrument ter beschikking.

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast voor de opstelling van passende vragenlijsten om de inhoud, informatie en kernprestatie-indicatoren te specificeren die nodig zijn om aan de in lid 1 bedoelde vereisten te voldoen alsook de vorm en frequentie van het in lid 1 bedoelde verslag. Die vragenlijsten mogen geen verdubbeling inhouden van de rapportageverplichtingen van de partijen bij het verdrag. De in dit lid bedoelde uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3.   De lidstaten stellen de verslagen die zij toezenden aan het secretariaat van het verdrag onverwijld aan de Commissie ter beschikking.

Artikel 19

Evaluatie

1.   Uiterlijk 30 juni 2020 brengt de Commissie verslag uit bij het Europees Parlement en de Raad over het resultaat van haar beoordeling inzake:

a)

de noodzaak voor de Unie om de emissies van kwik en kwikverbindingen van crematoria te reguleren;

b)

de haalbaarheid van de uitbanning van het gebruik van tandheelkundig amalgaam op lange termijn, en bij voorkeur tegen 2030, met inachtneming van de nationale plannen zoals bedoeld in artikel 10, lid 3, en met volledige eerbiediging van de bevoegdheid van de lidstaten met betrekking tot de organisatie en de verstrekking van gezondheidsdiensten en geneeskundige zorg, en

c)

de milieuvoordelen en de haalbaarheid van een verdere afstemming van bijlage II met de relevante Uniewetgeving die het in de handel brengen van kwikhoudende producten reguleert.

2.   Uiterlijk 31 december 2024 brengt de Commissie verslag uit bij het Europees Parlement en de Raad over de tenuitvoerlegging en de evaluatie van deze verordening onder meer in het licht van de beoordeling van de doeltreffendheid door de Conferentie van de partijen bij het verdrag en van de door de lidstaten overeenkomstig artikel 18 van deze verordening en artikel 21 van het verdrag voorgelegde verslagen.

3.   De Commissie dient in voorkomend geval een wetgevingsvoorstel in samen met haar in het eerste en tweede lid bedoelde verslagen.

HOOFDSTUK VI

GEDELEGEERDE HANDELINGEN EN UITVOERINGSHANDELINGEN

Artikel 20

Wijziging van de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 van deze verordening gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen I, II, III en IV ervan om deze in overeenstemming te brengen met door de Conferentie van de partijen bij het verdrag aangenomen besluiten overeenkomstig artikel 27 van het verdrag, op voorwaarde dat de Unie het betreffende besluit heeft gesteund door middel van een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vastgesteld Raadsbesluit.

Artikel 21

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in artikel 13, lid 2, en artikel 20 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 13 juni 2017. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 13, lid 2, en artikel 20 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.   Een overeenkomstig artikel 13, lid 2, en artikel 20 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 22

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité voor de vaststelling van formulieren voor de invoer en uitvoer overeenkomstig artikel 6, van technische vereisten voor de milieuverantwoorde tijdelijke opslag van kwik, kwikverbindingen en kwikmengsels overeenkomstig artikel 7, lid 3, van een besluit overeenkomstig artikel 8, lid 6, en van vragenlijsten overeenkomstig artikel 18, lid 2. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, stelt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet vast en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

HOOFDSTUK VII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 23

Intrekking

Verordening (EG) nr. 1102/2008 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2018.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen overeenkomstig de concordantietabel in bijlage V.

Artikel 24

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2018.

Bijlage III, deel I, onder d) is evenwel van toepassing met ingang van 11 december 2017.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 17 mei 2017.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

A. TAJANI

Voor de Raad

De voorzitter

C. ABELA


(1)  PB C 303 van 19.8.2016, blz. 122.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 14 maart 2017 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 25 april 2017.

(3)  Besluit nr. 1386/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 inzake een nieuw algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2020 „Goed leven, binnen de grenzen van onze planeet” (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 171).

(4)  Verordening (EG) nr. 1102/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 inzake het verbod op de uitvoer van metallisch kwik en andere kwikverbindingen en -mengsels en de veilige opslag van metallisch kwik (PB L 304 van 14.11.2008, blz. 75).

(5)  Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PB L 190 van 12.7.2006, blz. 1).

(6)  Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

(7)  Uitvoeringsbesluit 2013/732/EU van de Commissie van 9 december 2013 tot vaststelling van de BBT-conclusies (beste beschikbare technieken) op grond van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad inzake industriële emissies voor de productie van chlooralkali (PB L 332 van 11.12.2013, blz. 34).

(8)  Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (PB L 182 van 16.7.1999, blz. 1).

(9)  Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).

(10)  Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).

(11)  Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1).

(12)  PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

(13)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(14)  Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PB L 197 van 24.7.2012, blz. 1).

(15)  Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 88).

(16)  Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2002 betreffende afvalstoffenstatistieken (PB L 332 van 9.12.2002, blz. 1).

(17)  Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad (PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26).


BIJLAGE I

Kwikverbindingen die vallen onder artikel 3, leden 2 en 3, en artikel 7, lid 3, en kwikmengsels die vallen onder artikel 3, lid 2, artikel 4, lid 1, en artikel 7, lid 3

Kwikverbindingen waarvoor een uitvoerverbod geldt met ingang van 1 januari 2018:

Kwik(I)chloride (Hg2Cl2, CAS RN 10112-91-1)

Kwik(II)oxide (HgO, CAS RN 21908-53-2)

Cinnabererts

Kwiksulfide (HgS, CAS RN 1344-48-5)

Kwikverbindingen waarvoor een uitvoerverbod geldt met ingang van 1 januari 2020:

Kwik(II)sulfaat (HgSO4, CAS RN 7783-35-9)

Kwik(II)nitraat (Hg(NO3)2, CAS RN 10045-94-0)

Kwikmengsels waarvoor een uitvoer- en invoerverbod geldt met ingang van 1 januari 2018:

Mengsels van kwik met andere stoffen, waaronder kwiklegeringen, met een kwikconcentratie van ten minste 95 gewichtsprocent.


BIJLAGE II

In artikel 5 bedoelde kwikhoudende producten

Deel A — Kwikhoudende producten

Kwikhoudende producten

Datum vanaf wanneer de uitvoer, invoer en productie van de kwikhoudende producten verboden zijn

1.

Batterijen of accu's die meer dan 0,0005 gewichtsprocent kwik bevatten.

31.12.2020

2.

Schakelaars en relais, uitgezonderd meetbruggen met zeer hoge precisiecapaciteit en verliesfactor-meetbruggen en hoogfrequentie-RF-schakelaars en -relais in meet- en regelapparatuur met een kwikgehalte van ten hoogste 20 mg per brug, schakelaar of relais.

31.12.2020

3.

Compacte fluorescentielampen (CFL) voor algemene verlichtingsdoeleinden:

a)

CFL.i ≤ 30 W met een kwikgehalte van meer dan 2,5 mg per lamp;

b)

CFL.ni ≤ 30 W met een kwikgehalte van meer dan 3,5 mg per lamp.

31.12.2018

4.

De volgende lineaire fluorescentielampen (LFL) voor algemene verlichtingsdoeleinden:

a)

Triband-fosfor < 60 W met een kwikgehalte van meer dan 5 mg per lamp;

b)

Halofosfaat-fosfor ≤ 40 W met een kwikgehalte van meer dan 10 mg per lamp.

31.12.2018

5.

Hogedruk-kwikdamplampen (HPMV) voor algemene verlichtingsdoeleinden.

31.12.2018

6.

De volgende kwikhoudende fluorescentielampen met koude kathode (CCFL) en fluorescentielampen met externe elektrode (EEFL) voor elektronische beeldschermen:

a)

kort (lengte ≤ 500 mm) met een kwikgehalte van meer dan 3,5 mg per lamp;

b)

gemiddeld (lengte > 500 mm en ≤ 1 500  mm) met een kwikgehalte van meer dan 5 mg per lamp;

c)

lang (lengte > 1 500  mm) met een kwikgehalte van meer dan 13 mg per lamp.

31.12.2018

7.

Cosmetica die kwik en kwikverbindingen bevatten, met uitzondering van de speciale gevallen die zijn opgenomen onder de nummers 16 en 17 van bijlage V bij Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad (1).

31.12.2020

8.

Pesticiden, biociden en topische antiseptica.

31.12.2020

9.

De volgende niet-elektronische meetinstrumenten:

a)

barometers;

b)

hygrometers;

c)

manometers;

d)

thermometers en andere niet-elektrische thermometrische toepassingen;

e)

bloeddrukmeters;

f)

rekstrookjes voor gebruik bij plethysmografen;

g)

kwikhoudende pyknometers;

h)

kwikhoudende meetinrichtingen voor het bepalen van het verwekingspunt.

Deze vermelding heeft geen betrekking op de volgende meetinstrumenten:

niet-elektronische meetinstrumenten die zijn geïnstalleerd in omvangrijke apparatuur of die worden gebruikt voor zeer nauwkeurige metingen wanneer geen kwikvrij alternatief beschikbaar is;

meetinstrumenten die op 3 oktober 2007 meer dan 50 jaar oud zijn;

meetinstrumenten die voor culturele en historische doeleinden op openbare tentoonstellingen worden geëxposeerd.

31.12.2020

Deel B — Aanvullende producten uitgesloten van de lijst in deel A van deze bijlage

Schakelaars en relais, fluorescentielampen met koude kathode (CCFL) en fluorescentielampen met externe elektrode (EEFL) voor elektronische beeldschermen en meetinstrumenten, wanneer zij worden gebruikt om een onderdeel van grotere apparatuur te vervangen en op voorwaarde dat er voor dat onderdeel geen haalbaar kwikvrij alternatief beschikbaar is, overeenkomstig Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) en Richtlijn 2011/65/EU.


(1)  Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten (PB L 342 van 22.12.2009, blz. 59).

(2)  Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PB L 269 van 21.10.2000, blz. 34).


BIJLAGE III

Vereisten betreffende kwik van toepassing op productieprocessen als bedoeld in artikel 7, leden 1 en 2

Deel I:   Verbod op het gebruik van kwik of kwikverbindingen, in pure vorm of in mengsels, in productieprocessen

a)

vanaf 1 januari 2018: productieprocessen waarbij kwik of kwikverbindingen als katalysator worden gebruikt;

b)

in afwijking van punt a), is de productie van vinylchloridemonomeer verboden vanaf 1 januari 2022;

c)

vanaf 1 januari 2022: productieprocessen waarbij kwik als elektrode wordt gebruikt;

d)

in afwijking van punt c), vanaf 11 december 2017: de productie van chlooralkali waarbij kwik als elektrode wordt gebruikt;

e)

in afwijking van punt c), is de productie van natrium- of kaliummethylaat of -ethylaat verboden vanaf 1 januari 2028;

f)

vanaf 1 januari 2018: de productie van polyurethaan, voor zover nog niet beperkt of verboden overeenkomstig punt 62 van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006.

Deel II:   Productieprocessen waarop beperkingen betreffende het gebruik en de lozing van kwik en kwikverbindingen van toepassing zijn

Productie van natrium- of kaliummethylaat of -ethylaat

De productie van natrium- of kaliummethylaat of -ethylaat moet gebeuren overeenkomstig deel I, onder e), en onder de volgende voorwaarden:

a)

geen gebruik van kwik uit de primaire kwikmijnbouw;

b)

vermindering tegen 2020 met 50 % (per eenheid productie) ten opzichte van 2010 van directe en indirecte lozingen van kwik en kwikverbindingen in lucht, water en bodem;

c)

ondersteuning van onderzoek en ontwikkeling op het gebied van kwikvrije productieprocessen, en

d)

vanaf 13 juni 2017 wordt de capaciteit van installaties waarin kwik en kwikverbindingen worden gebruikt voor de productie van natrium- of kaliummethylaat of -ethylaat en die voor die datum reeds in gebruik waren niet meer verhoogd en worden er geen nieuwe installaties meer toegestaan.


BIJLAGE IV

Inhoud van het in artikel 9 bedoelde nationale plan inzake ambachtelijke en kleinschalige goudwinning en -verwerking

Het nationale plan moet de volgende informatie bevatten:

a)

nationale doelstellingen en reductiedoelstellingen om het gebruik van kwik en kwikverbindingen volledig uit te bannen;

b)

maatregelen om het volgende uit te bannen:

i)

amalgamatie van ruw erts;

ii)

verbranding in de openlucht van amalgaam of verwerkt amalgaam;

iii)

verbranden van amalgaam in woongebieden, en

iv)

uitlogen met cyanide van sedimenten, ertsen en residuen waaraan kwik is toegevoegd zonder het kwik eerst te verwijderen;

c)

stappen om het formaliseren of reguleren van de ambachtelijke en kleinschalige goudwinning en -verwerking te vergemakkelijken;

d)

referentieschattingen van de hoeveelheden kwik die worden gebruikt en de praktijken die worden toegepast in de ambachtelijke en kleinschalige goudwinning en -verwerking op het grondgebied van de lidstaat;

e)

strategieën ter bevordering van het verminderen van emissies en lozingen van en blootstelling aan kwik in de ambachtelijke en kleinschalige goudwinning en -verwerking, met inbegrip van kwikvrije methoden;

f)

strategieën voor het beheren van de handel in en het voorkomen van de verspreiding van kwik en kwikverbindingen afkomstig uit zowel buitenlandse als binnenlandse bronnen voor gebruik in de ambachtelijke en kleinschalige goudwinning en -verwerking;

g)

strategieën voor het betrekken van belanghebbenden bij de uitvoering en voortdurende ontwikkeling van het nationale plan;

h)

een volksgezondheidsstrategie met betrekking tot de blootstelling aan kwik van ambachtelijke en kleinschalige gouddelvers en hun gemeenschap, die onder andere het verzamelen van gezondheidsgegevens, training voor gezondheidswerkers en voorlichting via de gezondheidszorg omvat;

i)

strategieën om te voorkomen dat kwetsbare bevolkingsgroepen, met name kinderen en vrouwen in de vruchtbare leeftijd, in het bijzonder zwangere vrouwen, worden blootgesteld aan kwik dat wordt gebruikt bij ambachtelijke en kleinschalige goudwinning en -verwerking;

j)

strategieën om ambachtelijke en kleinschalige gouddelvers en getroffen gemeenschappen van informatie te voorzien, en

k)

een tijdschema voor de uitvoering van het nationale plan.


BIJLAGE V

Concordantietabel

Verordening (EG) nr. 1102/2008

Deze verordening

Artikel 1, lid 1

Artikel 3, leden 1 en 2

Artikel 1, lid 2

Artikel 3, lid 3

Artikel 1, lid 3

Artikel 3, lid 4

Artikel 2

Artikel 11

Artikel 3, lid 1, onder a)

Artikel 13, lid 3, onder a)

Artikel 3, lid 1, onder b)

Artikel 13, lid 1

Artikel 3, lid 1, tweede alinea

Artikel 13, lid 1, eerste alinea, en artikel 13, lid 3, derde alinea

Artikel 3, lid 2

Artikel 4, lid 1

Artikel 13, lid 1

Artikel 4, lid 2

Artikel 13, lid 1

Artikel 4, lid 3

Artikel 5, lid 1

Artikel 5, lid 2

Artikel 5, lid 3

Artikel 6, lid 1, onder a)

Artikel 6, lid 1, onder b)

Artikel 12, lid 1, onder a)

Artikel 6, lid 1, onder c)

Artikel 12, lid 1, onder b) en c)

Artikel 6, lid 2, onder a)

Artikel 12, lid 1, onder a)

Artikel 6, lid 2, onder b)

Artikel 12, lid 1, onder b) en c)

Artikel 6, lid 3

Artikel 12, lid 1

Artikel 6, lid 4

Artikel 7

Artikel 16

Artikel 8, lid 1

Artikel 8, lid 2

Artikel 8, lid 3

Artikel 8, lid 4

Artikel 8, lid 5

Artikel 9


Top