Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32017D0126

Besluit (EU) 2017/126 van de Commissie van 24 januari 2017 tot wijziging van Besluit 2013/448/EU wat betreft de vaststelling van een uniforme transsectorale correctiefactor overeenkomstig artikel 10 bis van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (Voor de EER relevante tekst. )

C/2017/0367

OJ L 19, 25.1.2017, p. 93–95 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2017/126/oj

25.1.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 19/93


BESLUIT (EU) 2017/126 VAN DE COMMISSIE

van 24 januari 2017

tot wijziging van Besluit 2013/448/EU wat betreft de vaststelling van een uniforme transsectorale correctiefactor overeenkomstig artikel 10 bis van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (1), en met name artikel 10 bis, lid 5,

Gezien Besluit 2011/278/EU van de Commissie van 27 april 2011 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (2), en met name artikel 15, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 10 bis, lid 5, van Richtlijn 2003/87/EG stelt de maximale jaarlijkse hoeveelheid emissierechten vast die de basis vormt voor de berekening van kosteloze toewijzingen aan installaties die niet onder artikel 10 bis, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG vallen. Deze hoeveelheid is de som van twee elementen, die worden beschreven in artikel 10 bis, lid 5, onder a) en b), van Richtlijn 2003/87/EG.

(2)

Om ervoor te zorgen dat deze maximale jaarlijkse hoeveelheid emissierechten niet wordt overschreden, wordt — waar nodig — een transsectorale correctiefactor toegepast om de toewijzingen voor alle voor kosteloze emissierechten in aanmerking komende installaties op uniforme wijze te verminderen.

(3)

Overeenkomstig artikel 15, lid 3, van Besluit 2011/278/EU stelt de Commissie de transsectorale correctiefactor vast door de bij artikel 10 bis, lid 5, van Richtlijn 2003/87/EG vastgestelde grenswaarde te vergelijken met de som van de voorlopige totale jaarlijkse hoeveelheden kosteloze toewijzingen voor alle onder Richtlijn 2003/87/EG vallende installaties op het grondgebied van de lidstaten.

(4)

De Commissie heeft in Besluit 2013/448/EU (3) een uniforme transsectorale correctiefactor vastgesteld in artikel 4 en bijlage II.

(5)

Het Hof van Justitie heeft in zijn arrest van 28 april 2016 met betrekking tot de gevoegde zaken C-191/14, C-192/14, C-295/14, C-389/14 en C-391/14 tot en met C-393/14 geoordeeld dat de Commissie bij de vaststelling van de maximale jaarlijkse hoeveelheid emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis, lid 5, onder b), van Richtlijn 2003/87/EG geen rekening had mogen houden met emissies als gevolg van de in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG vermelde activiteiten vanaf 2013, voor zover deze emissies afkomstig waren van installaties die vóór die datum onder de regeling voor de handel in emissierechten vielen. Bijgevolg heeft het Hof geconcludeerd dat de Commissie de maximale jaarlijkse hoeveelheid emissierechten niet overeenkomstig de vereisten van artikel 10 bis, lid 5, onder b), van Richtlijn 2003/87/EG heeft vastgesteld en dat ook de in artikel 4 van en bijlage II bij Besluit 2013/448/EU vastgestelde uniforme transsectorale correctiefactor strijdig was met die bepaling. Artikel 4 van en bijlage II bij Besluit 2013/448/EU zijn daarom door het Hof ongeldig verklaard.

(6)

Om dit arrest uit te voeren moet de Commissie de maximale jaarlijkse hoeveelheid emissierechten voor installaties die voor kosteloze toewijzingen in aanmerking komen, opnieuw overeenkomstig de vereisten van artikel 10 bis, lid 5, onder b), van Richtlijn 2003/87/EG berekenen en de uniforme transsectorale correctiefactor dienovereenkomstig wijzigen.

(7)

De in artikel 10 bis, lid 5, onder b), van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde hoeveelheid emissierechten is opnieuw volgens dezelfde methode berekend op basis van dezelfde gegevens die bij de oorspronkelijke berekening in 2013 zijn gebruikt. De Commissie had oorspronkelijk rekening gehouden met emissies die afkomstig waren van installaties die vóór 1 januari 2013 onder de EU-ETS vielen, en het gevolg waren van de in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG vermelde activiteiten vanaf 2013. Krachtens het arrest van het Hof mocht met deze emissies geen rekening worden gehouden bij de berekening van de in artikel 10 bis, lid 5, van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde maximale jaarlijkse hoeveelheid emissierechten.

(8)

De Commissie heeft als uitgangspunt de aanvankelijke officiële gegevens van de lidstaten gebruikt. De Commissie heeft de lidstaten vervolgens over de ingediende emissiegegevens geraadpleegd en waar nodig om aanvullende toelichtingen verzocht. Overeenkomstig artikel 10 bis, lid 5, is alleen rekening gehouden met installaties waarvoor de lidstaten geverifieerde emissiegegevens hebben ingediend.

(9)

De Commissie heeft vervolgens bij de berekening geen rekening gehouden met installaties waar pas sinds 2013 onder Richtlijn 2003/87/EG ressorterende activiteiten plaatsvinden, maar die reeds vóór 2013 onder de regeling voor de handel in emissierechten vielen. Er is evenmin rekening gehouden met emissies van installaties waarvoor de lidstaten vóór 2013 een „opt-in” hebben aangevraagd overeenkomstig artikel 24 van Richtlijn 2003/87/EG.

(10)

Installaties die tussen het tijdstip van de eerste gegevensverzameling en 2013 structurele veranderingen — bijvoorbeeld fusies, splitsingen of sluitingen — of technische veranderingen hebben ondergaan zodat zij niet langer voldoen aan de in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG vastgestelde drempelwaarden, zijn toch bij de herberekening in aanmerking genomen omdat deze veranderingen niet konden worden voorzien toen de gegevens werden verzameld. Om dezelfde reden is bij de herberekening ook rekening gehouden met installaties die krachtens artikel 27 van Richtlijn 2003/87/EG van de regeling waren uitgesloten.

(11)

Bij de herberekening is rekening gehouden met uiterlijk eind 2016 uitgevoerde wijzigingen ter verbetering van fouten in de nationale uitvoeringsmaatregelen van de lidstaten voor de periode 2013-2020, omdat al van de juiste waarden had moeten worden gebruikgemaakt bij de oorspronkelijke berekening van de transsectorale correctiefactor.

(12)

In het arrest van 28 april 2016 heeft het Hof de gevolgen van de ongeldigverklaring van artikel 4 van en bijlage II bij Besluit 2013/448/EU op zodanige wijze in de tijd beperkt dat, ten eerste, deze ongeldigverklaring pas effect sorteert na een periode van tien maanden vanaf de datum waarop het onderhavige arrest wordt gewezen. De in Besluit 2013/448/EU vastgestelde transsectorale correctiefactor is dus met ingang van 1 maart 2017 ongeldig. Ten tweede kan niet worden afgedaan aan de tot dat tijdstip op grondslag van de ongeldig verklaarde bepalingen vastgestelde maatregelen.

(13)

In overeenstemming met het arrest van het Hof, waarin dwingende overwegingen van rechtszekerheid worden beklemtoond, blijven vóór de inwerkingtreding van dit besluit genomen maatregelen van de lidstaten inzake de toewijzing van emissierechten voor de periode 2013-2020 en eventuele latere wijzigingen en aanvullingen ervan geldig. De in dit besluit vastgestelde transsectorale correctiefactor moet worden toegepast in vanaf 1 maart 2017 vastgestelde besluiten waarbij toewijzingsrechten worden gecreëerd of gewijzigd en de transsectorale correctiefactor wordt toegepast om die rechten te bepalen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Besluit 2013/448/EU wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 4 wordt vervangen door:

„Artikel 4

De in artikel 10 bis, lid 5, van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde uniforme transsectorale correctiefactor die overeenkomstig artikel 15, lid 3, van Besluit 2011/278/EU wordt bepaald, wordt vermeld in bijlage II bij dit besluit.”.

2)

Bijlage II wordt vervangen door de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2017.

Gedaan te Brussel, 24 januari 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32.

(2)  PB L 130 van 17.5.2011, blz. 1.

(3)  Besluit 2013/448/EU van de Commissie van 5 september 2013 betreffende nationale uitvoeringsmaatregelen voor de voorlopige kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten overeenkomstig artikel 11, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 240 van 7.9.2013, blz. 27).


BIJLAGE

Bijlage II bij Besluit 2013/448/EU wordt vervangen door:

„BIJLAGE II

De transsectorale correctiefactoren die voor de jaren 2013-2020 van toepassing zijn op kosteloze toewijzingen aan installaties die niet onder artikel 10 bis, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG vallen, zijn als volgt:

Jaar

Transsectorale correctiefactor

2013

89,207101 %

2014

87,657727 %

2015

86,090119 %

2016

84,506152 %

2017

82,905108 %

2018

81,288476 %

2019

79,651677 %

2020

78,009186 %”


Top