EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32015B0339

Definitieve vaststelling (EU, Euratom) 2015/339 van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015

OJ L 69, 13.3.2015, p. 1–2239 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2015

ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2015/1/oj

13.3.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 69/1


DEFINITIEVE VASTSTELLING (EU, Euratom) 2015/339

van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015

DE VOORZITTER VAN HET EUROPEES PARLEMENT,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 314,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis,

Gezien Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (1),

Gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (2),

Gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (3),

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (4),

Gezien het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, goedgekeurd door de Commissie op 24 juni 2014,

Gezien het standpunt inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, vastgesteld door de Raad op 2 september 2014 en aan het Europees Parlement toegezonden op 12 september 2014,

Gezien de nota van wijzigingen nr. 1/2015 van 15 oktober 2014 bij het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015,

Gezien de resolutie van het Europees Parlement van 22 oktober 2014 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015,

Gezien de door het Europees Parlement op 22 oktober 2014 aangenomen amendementen op het ontwerp van algemene begroting,

Gezien de brief van de voorzitter van de Raad van 22 oktober 2014 waarin deze meedeelt dat de Raad niet alle door het Parlement aangenomen amendementen kan aanvaarden,

Gezien de brief van 27 oktober 2014 aan de voorzitter van de Raad waarmee het bemiddelingscomité bijeen wordt geroepen,

Gezien de vergaderingen van het bemiddelingscomité op 6, 14 en 17 november 2014,

Gezien het feit dat het bemiddelingscomité geen overeenstemming heeft bereikt over een gemeenschappelijk ontwerp binnen de termijn van 21 dagen als bedoeld in artikel 314, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het nieuwe ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, door de Commissie ingediend op 28 november 2014 overeenkomstig artikel 314, lid 8, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het standpunt inzake het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015, vastgesteld door de Raad op 12 december 2014 en op dezelfde dag toegezonden aan het Europees Parlement,

Gezien de goedkeuring van het standpunt van de Raad door het Parlement op 17 december 2014,

Gezien de artikelen 88 en 91 van het Reglement van het Europees Parlement,

CONSTATEERT:

Enig artikel

De procedure zoals vastgelegd in artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is afgesloten en de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015 is definitief vastgesteld.

Gedaan te Straatsburg, 17 december 2014.

De voorzitter

M. SCHULZ


(1)  PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17.

(2)  PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1.

(3)  PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.

(4)  PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1.


INHOUD

ALGEMENE STAAT VAN ONTVANGSTEN

A. Inleiding en financiering van de algemene begroting 12
B. Algemene staat van ontvangsten per begrotingsonderdeel 21
C. Personeel volgens de lijst van het aantal ambten 149
D. Onroerendgoedbezit 150

STAAT VAN ONTVANGSTEN EN UITGAVEN PER AFDELING

Afdeling I: Parlement 156
— Staat van ontvangsten 157
— Staat van uitgaven 172
— Personeel 226
Afdeling II: Europese Raad en Raad 228
— Staat van ontvangsten 229
— Staat van uitgaven 246
— Personeel 290
Afdeling III: Commissie 292
— Staat van ontvangsten 293
— Staat van uitgaven 365
— Personeel 1861
Afdeling IV: Hof van Justitie van de Europese Unie 1911
— Staat van ontvangsten 1912
— Staat van uitgaven 1924
— Personeel 1957
Afdeling V: Rekenkamer 1958
— Staat van ontvangsten 1959
— Staat van uitgaven 1971
— Personeel 2001
Afdeling VI: Europees Economisch en Sociaal Comité 2003
— Staat van ontvangsten 2004
— Staat van uitgaven 2016
— Personeel 2053
Afdeling VII: Comité van de Regio’s 2054
— Staat van ontvangsten 2055
— Staat van uitgaven 2068
— Personeel 2101
Afdeling VIII: Europese Ombudsman 2102
— Staat van ontvangsten 2103
— Staat van uitgaven 2111
— Personeel 2138
Afdeling IX: Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming 2139
— Staat van ontvangsten 2140
— Staat van uitgaven 2146
— Personeel 2176
Afdeling X: Europese Dienst voor extern optreden 2178
— Staat van ontvangsten 2179
— Staat van uitgaven 2197
— Personeel 2239

INHOUD

ALGEMENE STAAT VAN ONTVANGSTEN

A. Inleiding en financiering van de algemene begroting 12
B. Algemene staat van ontvangsten per begrotingsonderdeel 21

— Titel 1:

Eigen middelen 22

— Titel 3:

Overschotten, saldi en aanpassingen 46

— Titel 4:

Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen en andere organen van de Unie 60

— Titel 5:

Ontvangsten voortvloeiend uit de administratieve werking van de instellingen 74

— Titel 6:

Bijdragen en terugbetalingen in het kader van overeenkomsten en programma’s van de Unie 88

— Titel 7:

Intrest voor betalingsachterstand 130

— Titel 8:

Opgenomen en verstrekte leningen 136

— Titel 9:

Diverse ontvangsten 147
C. Personeel volgens de lijst van het aantal ambten 149
D. Onroerendgoedbezit 150

STAAT VAN ONTVANGSTEN EN UITGAVEN PER AFDELING

Afdeling I: Parlement 156
— Staat van ontvangsten 157

— Titel 4:

Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen en andere organen van de Unie 158

— Titel 5:

Ontvangsten voortvloeiend uit de administratieve werking van de instelling 161

— Titel 6:

Bijdragen en terugbetalingen in het kader van overeenkomsten en programma’s van de Unie 168

— Titel 9:

Diverse ontvangsten 170
— Staat van uitgaven 172

— Titel 1:

Aan de instelling verbonden personen 173

— Titel 2:

Gebouwen, meubilair, materieel en diverse huishoudelijke uitgaven 193

— Titel 3:

Uitgaven voortvloeiend uit de algemene taken van de instelling 206

— Titel 4:

Uitgaven voortvloeiend uit speciale taken van de instelling 219

— Titel 10:

Overige uitgaven 223
— Personeel 226
Afdeling II: Europese Raad en Raad 228
— Staat van ontvangsten 229

— Titel 4:

Diverse uniale belastingen, heffingen en bijdragen 230

— Titel 5:

Ontvangsten voortvloeiend uit de administratieve werking van de instelling 233

— Titel 6:

Bijdragen en terugbetalingen in het kader van overeenkomsten en programma’s van de Unie 239

— Titel 7:

Intrest voor betalingsachterstand 242

— Titel 9:

Diverse ontvangsten 244
— Staat van uitgaven 246

— Titel 1:

Aan de instelling verbonden personen 247

— Titel 2:

Gebouwen, materieel en operationele uitgaven 270

— Titel 10:

Overige uitgaven 288
— Personeel 290
Afdeling III: Commissie 292
— Ontvangsten 293

— Titel 4:

Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen en andere organen van de Unie 294

— Titel 5:

Ontvangsten voortvloeiend uit de administratieve werking van de instelling 299

— Titel 6:

Bijdragen en terugbetalingen in het kader van overeenkomsten en programma's van de Unie 308

— Titel 7:

Interest voor betalingsachterstand en boeten 350

— Titel 8:

Opgenomen en verstrekte leningen 356

— Titel 9:

Diverse ontvangsten 363
ALGEMENE SAMENVATTING VAN DE KREDIETEN (2015 EN 2014) EN VAN DE UITVOERING (2013) 365

— Titel XX:

Administratieve uitgaven voor beleidsterreinen 368

— Titel 01:

Economische en financiële zaken 386

— Titel 02:

Ondernemingen en industrie 416

— Titel 03:

Concurrentie 486

— Titel 04:

Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie 492

— Titel 05:

Landbouw en plattelandsontwikkeling 570

— Titel 06:

Mobiliteit en vervoer 662

— Titel 07:

Milieu 707

— Titel 08:

Onderzoek en innovatie 739

— Titel 09:

Communicatienetwerken, inhoud en technologie 801

— Titel 10:

Eigen onderzoek 844

— Titel 11:

Maritieme zaken en visserij 872

— Titel 12:

Interne markt en diensten 919

— Titel 13:

Regionaal beleid en stadsontwikkeling 939

— Titel 14:

Belastingen en Douane-unie 1012

— Titel 15:

Onderwijs en cultuur 1025

— Titel 16:

Communicatie 1081

— Titel 17:

Gezondheid en consumentenbescherming 1113

— Titel 18:

Binnenlandse zaken 1176

— Titel 19:

Instrumenten voor het buitenlands beleid 1216

— Titel 20:

Handel 1249

— Titel 21:

Ontwikkeling en samenwerking 1261

— Titel 22:

Uitbreiding 1375

— Titel 23:

Humanitaire hulp en civiele bescherming 1398

— Titel 24:

Fraudebestrijding 1424

— Titel 25:

Beleidscoördinatie en juridisch advies van de Commissie 1434

— Titel 26:

Administratie van de Commissie 1447

— Titel 27:

Begroting 1502

— Titel 28:

Audit 1512

— Titel 29:

Statistiek 1517

— Titel 30:

Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven 1527

— Titel 31:

Talendiensten 1540

— Titel 32:

Energie 1551

— Titel 33:

Justitie 1590

— Titel 34:

Klimaatactie 1621

— Titel 40:

Reserves 1635

Bijlagen

— Europese Economische Ruimte 1643
— Lijst van voor kandidaat-lidstaten opengestelde begrotingsonderdelen en in voorkomend geval van potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan 1657
— Opgenomen en verstrekte leningen — Door de Uniebegroting gegarandeerde opgenomen en verstrekte leningen (ter indicatie) 1661
— Informatie over de financiële instrumenten overeenkomstig artikel 49, lid 1, onder e), van het Financieel Reglement 1695
— Publicatiebureau 1754
— Ontvangsten 1755
— Uitgaven 1760
— Europees Bureau voor fraudebestrijding 1773
— Ontvangsten 1774
— Uitgaven 1779
— Europees Bureau voor personeelsselectie 1792
— Ontvangsten 1793
— Uitgaven 1798
— Bureau voor beheer en afwikkeling van de individuele rechten 1813
— Ontvangsten 1814
— Uitgaven 1819
— Bureau voor infrastructuur en logistiek — Brussel 1829
— Ontvangsten 1830
— Uitgaven 1835
— Bureau voor infrastructuur en logistiek — Luxemburg 1845
— Ontvangsten 1846
— Uitgaven 1851
— Personeel 1861
Afdeling IV: Hof van Justitie van de Europese Unie 1911
— Staat van ontvangsten 1912

— Titel 4:

Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen of andere organen van de Unie 1913

— Titel 5:

Ontvangsten voortvloeiend uit de administratieve werking van de instelling 1916

— Titel 9:

Diverse ontvangsten 1922
— Staat van uitgaven 1924

— Titel 1:

Aan de instelling verbonden personen 1925

— Titel 2:

Gebouwen, meubilair, materieel en diverse huishoudelijke uitgaven 1940

— Titel 3:

Uitgaven voortvloeiend uit specifieke taken van de instelling 1953

— Titel 10:

Overige uitgaven 1955
— Personeel 1957
Afdeling V: Rekenkamer 1958
— Staat van ontvangsten 1959

— Titel 4:

Ontvangsten afkomstig van aan de instelling verbonden personen 1960

— Titel 5:

Ontvangsten voortvloeiend uit de administratieve werking van de instelling 1963

— Titel 9:

Diverse ontvangsten 1969
— Staat van uitgaven 1971

— Titel 1:

Aan de instelling verbonden personen 1972

— Titel 2:

Gebouwen, roerende goederen, materieel en diverse huishoudelijke uitgaven 1986

— Titel 10:

Overige uitgaven 1999
— Personeel 2001
Afdeling VI: Europees Economisch en Sociaal Comité 2003
— Staat van ontvangsten 2004

— Titel 4:

Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen en andere organen van de Unie 2005

— Titel 5:

Ontvangsten voortvloeiend uit de administratieve werking van de instelling 2008

— Titel 9:

Diverse ontvangsten 2014
— Staat van uitgaven 2016

— Titel 1:

Aan de instelling verbonden personen 2017

— Titel 2:

Gebouwen, meubilair, materieel en diverse huishoudelijke uitgaven 2035

— Titel 10:

Overige uitgaven 2051
— Personeel 2053
Afdeling VII: Comité van de Regio’s 2054
— Staat van ontvangsten 2055

— Titel 4:

Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen en andere organen van de Unie 2056

— Titel 5:

Ontvangsten voortvloeiend uit de administratieve werking van de instelling 2059

— Titel 9:

Diverse ontvangsten 2066
— Staat van uitgaven 2068

— Titel 1:

Aan de instelling verbonden personen 2069

— Titel 2:

Gebouwen, meubilair, materieel en diverse huishoudelijke uitgaven 2085

— Titel 10:

Overige uitgaven 2099
— Personeel 2101
Afdeling VIII: Europese Ombudsman 2102
— Staat van ontvangsten 2103

— Titel 4:

Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen en andere organen van de Unie 2104

— Titel 6:

Bijdragen en terugbetalingen in het kader van overeenkomsten en programma’s van de Unie 2107

— Titel 9:

Diverse ontvangsten 2109
— Staat van uitgaven 2111

— Titel 1:

Uitgaven betreffende de aan de instelling verbonden personen 2112

— Titel 2:

Gebouwen, meubilair, uitrusting en diverse huishoudelijke uitgaven 2123

— Titel 3:

Uitgaven voortvloeiend uit de algemene taken van de instelling 2130

— Titel 10:

Overige uitgaven 2136
— Personeel 2138
Afdeling IX: Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming 2139
— Staat van ontvangsten 2140

— Titel 4:

Diverse belastingen, heffingen en bijdragen van de Unie 2141

— Titel 9:

Diverse ontvangsten 2144
— Staat van uitgaven 2146

— Titel 1:

Uitgaven betreffende de aan de instelling verbonden personen 2147

— Titel 2:

Gebouwen, materieel en uitgaven in verband met de werking van de instelling 2159

— Titel 3:

Europees Comité voor gegevensbescherming 2163

— Titel 10:

Overige uitgaven 2174
— Personeel 2176
Afdeling X: Europese Dienst voor extern optreden 2178
— Staat van ontvangsten 2179

— Titel 4:

Diverse uniale belastingen, heffingen en bijdragen 2180

— Titel 5:

Ontvangsten voortvloeiend uit de administratieve werking van de instelling 2183

— Titel 6:

Bijdragen en terugbetalingen in het kader van overeenkomsten en programma’s van de Unie 2190

— Titel 7:

Intrest voor betalingsachterstand 2193

— Titel 9:

Diverse ontvangsten 2195
— Staat van uitgaven 2197

— Titel 1:

Personeel op de hoofdzetel 2198

— Titel 2:

Gebouwen, materieel en operationele uitgaven op de hoofdzetel 2212

— Titel 3:

Delegaties 2229

— Titel 10:

Overige uitgaven 2237
— Personeel 2239

A.   INLEIDING EN FINANCIERING VAN DE ALGEMENE BEGROTING

INLEIDING

De algemene begroting van de Unie is het besluit waarbij voor elk begrotingsjaar alle noodzakelijk geachte ontvangsten en uitgaven van de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie worden geraamd en goedgekeurd.

Bij de opstelling en de uitvoering van de begroting moeten het eenheids-, het begrotingswaarachtigheids-, het jaarperiodiciteits-, het evenwichts-, het rekeneenheids-, het universaliteits- en het specialiteitsbeginsel, het beginsel van goed financieel beheer en het transparantiebeginsel in acht worden genomen.

Het eenheidsbeginsel en het begrotingswaarachtigheidsbeginsel houden in dat alle ontvangsten en uitgaven van de Unie, voor zover die ten laste van de begroting komen, in een enkel document moeten worden opgenomen.

Het jaarperiodiciteitsbeginsel impliceert dat de begroting per begrotingsjaar wordt vastgesteld en dat zowel de vastleggings- als de betalingskredieten van een bepaald begrotingsjaar in beginsel in datzelfde begrotingsjaar moeten worden besteed.

Volgens het evenwichtsbeginsel moeten de ontvangsten gelijk zijn aan de betalingskredieten. Een lening aangaan om een eventueel begrotingstekort te dekken, strookt niet met het stelsel van eigen middelen en is dus niet toegestaan.

Volgens het rekeneenheidsbeginsel wordt de begroting in euro opgesteld, uitgevoerd en onderworpen aan rekening en verantwoording.

Het universaliteitsbeginsel houdt in dat de gezamenlijke ontvangsten ter dekking van de gezamenlijke betalingskredieten dienen, behoudens bepaalde ontvangsten die bestemd zijn voor de financiering van bepaalde specifieke uitgaven. De ontvangsten en de uitgaven moeten in hun geheel in de begroting worden opgenomen en mogen niet met elkaar worden gecompenseerd.

Het specialiteitsbeginsel houdt in dat ieder krediet een bepaalde bestemming heeft en voor een bepaald doel wordt gebruikt, zodat geen verwarring met andere kredieten mogelijk is.

De definitie van het beginsel van goed financieel beheer is gebaseerd op de beginselen van zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid.

De begroting wordt opgesteld met inachtneming van het transparantiebeginsel, waarbij goede informatie over de uitvoering van de begroting en over de boekhouding wordt gegeven.

Om tot meer transparantie te komen en de doelstellingen van een goed financieel beheer te verwezenlijken, met name wat efficiëntie en doeltreffendheid betreft, zijn de kredieten en middelen in de begroting opgenomen naar bestemming, d.w.z. op basis van de activiteiten (activiteitenbegroting of ABB (activity based budgeting)).

Het in de begroting goedgekeurde krediet komt in totaal op 145 321 531 152 EUR in vastleggingskredieten en 141 214 040 563 EUR in betalingskredieten, welke een variatie weergeven van respectievelijk + 1,84 % en van + 1,57 % in vergelijking met de begroting van 2014.

Het totaal van begrotingsontvangsten bedraagt 141 214 040 563 EUR. Het uniforme percentage voor het btw-middel is 0,30 %, terwijl deze voor het bni-middel 0,7481 % is. De traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) zijn goed voor 11,92 % van de financiering van de begroting voor 2015. Het btw-middel is goed voor 12,93 % en het bni-middel voor 74,04 %. Andere ontvangsten voor dit begrotingsjaar worden geschat op 1 575 497 557 EUR.

De eigen middelen moesten de begroting 2015 voor 1,00 % van het totale bni financieren, en daarmee onder het plafond van 1,23 % van het bni zou vallen, berekend op basis van de methode overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17).

Aan de hand van de hiernavolgende tabellen kan de financiering van de begroting 2015 stap voor stap worden gevolgd.

FINANCIERING VAN DE ALGEMENE BEGROTING

Kredieten die gedurende het begrotingsjaar 2015 moeten worden gedekt overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 van Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen

UITGAVEN

Omschrijving

Begroting 2015

Budget 2014 (1)

Verschil (in %)

1.

Slimme en inclusieve groei

66 922 960 910

65 300 076 773

+2,49

2.

Duurzame groei: natuurlijke hulpbronnen

55 998 594 804

56 443 752 595

–0,79

3.

Veiligheid en burgerschap

1 859 513 795

1 665 510 850

+11,65

4.

Europa als wereldspeler

7 422 489 907

6 840 903 616

+8,50

5.

Administratie

8 658 756 179

8 405 389 881

+3,01

6.

Compensatie

p.m.

28 600 000

Speciale instrumenten

351 724 968

350 000 000

+0,49

Totaal uitgaven  (2)

141 214 040 563

139 034 233 715

+1,57


ONTVANGSTEN

Omschrijving

Begroting 2015

Budget 2014 (3)

Verschil (in %)

Diverse ontvangsten (titels 4 t/m 9)

1 575 497 557

5 545 428 277

–71,59

Overschot van het vorige begrotingsjaar (hoofdstuk 3 0, artikel 3 0 0)

p.m.

1 005 406 925

Overschot aan eigen middelen als gevolg van de terugbetaling van het overschot van het Garantiefonds (hoofdstuk 3 0, artikel 3 0 2)

p.m.

p.m.

Saldi aan btw- en aan bnp/bni-middelen uit vorige begrotingsjaren (hoofdstukken 3 1 en 3 2)

p.m.

4 095 463 000

Totaal van de ontvangsten van de titels 3 t/m 9

1 575 497 577

10 646 298 202

–85,20

Nettobedrag van de douanerechten en de suikerheffingen (hoofdstukken 1 1 en 1 2)

16 825 900 000

16 084 600 000

+4,61

Eigen middelen uit de btw tegen uniform percentage (tabellen 1 en 2, hoofdstuk 1 3)

18 264 479 250

17 689 735 350

+3,25

Nog te financieren uit de aanvullende middelenbron (bni-middelen, tabel 3, hoofdstuk 1 4)

104 548 163 756

94 613 600 163

+10,50

Uit de eigen middelen zoals bedoeld in artikel 2 van Besluit 2007/436/EG, Euratom, te dekken kredieten (4)

139 638 543 006

128 387 935 513

+8,76

Totaal ontvangsten  (5)

141 214 040 563

139 034 233 715

+1,57


TABEL 1

Berekening van de aftopping van de uniforme btw-grondslagen overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder b), van Besluit 2007/436/EG, Euratom

Lidstaat

1 % van de niet-afgetopte btw-grondslag

1 % van het bruto nationaal inkomen

Aftoppingspercentage (in %)

1 % van het bruto nationaal inkomen (bni) × aftoppingspercentage

1 % van de afgetopte btw-grondslag (6)

Lidstaten met afgetopte btw-grondslag

 

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

(6)

België

1 720 407 000

4 052 264 000

50

2 026 132 000

1 720 407 000

 

Bulgarije

201 270 000

414 927 000

50

207 463 500

201 270 000

 

Tsjechië

618 215 000

1 405 091 000

50

702 545 500

618 215 000

 

Denemarken

1 045 978 000

2 742 029 000

50

1 371 014 500

1 045 978 000

 

Duitsland

12 873 205 000

30 055 584 000

50

15 027 792 000

12 873 205 000

 

Estland

92 227 000

198 736 000

50

99 368 000

92 227 000

 

Ierland

660 326 000

1 491 005 000

50

745 502 500

660 326 000

 

Griekenland

717 672 000

1 845 174 000

50

922 587 000

717 672 000

 

Spanje

4 867 873 000

10 536 508 000

50

5 268 254 000

4 867 873 000

 

Frankrijk

9 943 171 000

22 043 072 000

50

11 021 536 000

9 943 171 000

 

Kroatië

268 216 000

430 366 000

50

215 183 000

215 183 000

Kroatië

Italië

6 158 442 000

16 160 696 000

50

8 080 348 000

6 158 442 000

 

Cyprus

107 472 000

158 300 000

50

79 150 000

79 150 000

Cyprus

Letland

94 889 000

262 878 000

50

131 439 000

94 889 000

 

Litouwen

146 760 000

372 032 000

50

186 016 000

146 760 000

 

Luxemburg

267 324 000

333 256 000

50

166 628 000

166 628 000

Luxemburg

Hongarije

403 363 000

993 883 000

50

496 941 500

403 363 000

 

Malta

53 058 000

73 886 000

50

36 943 000

36 943 000

Malta

Nederland

2 797 149 000

6 403 499 000

50

3 201 749 500

2 797 149 000

 

Oostenrijk

1 543 536 000

3 334 038 000

50

1 667 019 000

1 543 536 000

 

Polen

1 818 157 000

4 097 085 000

50

2 048 542 500

1 818 157 000

 

Portugal

775 256 000

1 690 835 000

50

845 417 500

775 256 000

 

Roemenië

563 787 000

1 537 681 000

50

768 840 500

563 787 000

 

Slovenië

179 922 000

357 193 000

50

178 596 500

178 596 500

Slovenië

Slowakije

238 229 000

756 777 000

50

378 388 500

238 229 000

 

Finland

946 116 000

2 037 361 000

50

1 018 680 500

946 116 000

 

Zweden

1 940 367 000

4 508 252 000

50

2 254 126 000

1 940 367 000

 

Verenigd Koninkrijk

10 038 702 000

21 460 858 000

50

10 730 429 000

10 038 702 000

 

Totaal

61 081 089 000

139 753 266 000

 

69 876 633 000

60 881 597 500

 


TABEL 2

Verdeling van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde (btw) overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder b), van Besluit 2007/436/EG, Euratom (hoofdstuk 1 3)

Lidstaat

1 % van de afgetopte btw-grondslag

Uniform percentage van de eigen middelen „btw” (in %)

Eigen middelen „btw” tegen uniform percentage

 

(1)

(2)

(3) = (1) × (2)

België

1 720 407 000

0,300

516 122 100

Bulgarije

201 270 000

0,300

60 381 000

Tsjechië

618 215 000

0,300

185 464 500

Denemarken

1 045 978 000

0,300

313 793 400

Duitsland

12 873 205 000

0,300

3 861 961 500

Estland

92 227 000

0,300

27 668 100

Ierland

660 326 000

0,300

198 097 800

Griekenland

717 672 000

0,300

215 301 600

Spanje

4 867 873 000

0,300

1 460 361 900

Frankrijk

9 943 171 000

0,300

2 982 951 300

Kroatië

215 183 000

0,300

64 554 900

Italië

6 158 442 000

0,300

1 847 532 600

Cyprus

79 150 000

0,300

23 745 000

Letland

94 889 000

0,300

28 466 700

Litouwen

146 760 000

0,300

44 028 000

Luxemburg

166 628 000

0,300

49 988 400

Hongarije

403 363 000

0,300

121 008 900

Malta

36 943 000

0,300

11 082 900

Nederland

2 797 149 000

0,300

839 144 700

Oostenrijk

1 543 536 000

0,300

463 060 800

Polen

1 818 157 000

0,300

545 447 100

Portugal

775 256 000

0,300

232 576 800

Roemenië

563 787 000

0,300

169 136 100

Slovenië

178 596 500

0,300

53 578 950

Slowakije

238 229 000

0,300

71 468 700

Finland

946 116 000

0,300

283 834 800

Zweden

1 940 367 000

0,300

582 110 100

Verenigd Koninkrijk

10 038 702 000

0,300

3 011 610 600

Totaal

60 881 597 500

 

18 264 479 250


TABEL 3

Vaststelling van het uniforme percentage en verdeling van de eigen middelen op basis van het bruto nationaal inkomen overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder c), van Besluit 2007/436/EG, Euratom (hoofdstuk 1 4)

Lidstaat

1 % van het bruto nationaal inkomen

Uniform percentage van de eigen middelen „aanvullende grondslag”

Eigen middelen „aanvullende grondslag” tegen uniform percentage

 

(1)

(2)

(3) = (1) × (2)

België

4 052 264 000

 

3 031 462 322

Bulgarije

414 927 000

 

310 403 164

Tsjechië

1 405 091 000

 

1 051 135 964

Denemarken

2 742 029 000

 

2 051 287 280

Duitsland

30 055 584 000

 

22 484 312 586

Estland

198 736 000

 

148 672 618

Ierland

1 491 005 000

 

1 115 407 456

Griekenland

1 845 174 000

 

1 380 358 106

Spanje

10 536 508 000

 

7 882 267 051

Frankrijk

22 043 072 000

 

16 490 224 287

Kroatië

430 366 000

 

321 952 941

Italië

16 160 696 000

 

12 089 671 606

Cyprus

158 300 000

 

118 422 809

Letland

262 878 000

0,7480910 (7)

196 656 672

Litouwen

372 032 000

 

278 313 800

Luxemburg

333 256 000

 

249 305 822

Hongarije

993 883 000

 

743 514 950

Malta

73 886 000

 

55 273 453

Nederland

6 403 499 000

 

4 790 400 119

Oostenrijk

3 334 038 000

 

2 494 163 899

Polen

4 097 085 000

 

3 064 992 510

Portugal

1 690 835 000

 

1 264 898 485

Roemenië

1 537 681 000

 

1 150 325 353

Slovenië

357 193 000

 

267 212 877

Slowakije

756 777 000

 

566 138 080

Finland

2 037 361 000

 

1 524 131 475

Zweden

4 508 252 000

 

3 372 582 851

Verenigd Koninkrijk

21 460 858 000

 

16 054 675 220

Totaal

139 753 266 000

 

104 548 163 756


TABEL 4

Correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk voor het begrotingsjaar 2014 overeenkomstig artikel 4 van Besluit 2007/436/EG, Euratom (hoofdstuk 1 5)

Omschrijving

Coëfficiënt (8) (%)

Bedrag

1.

Aandeel van het Verenigd Koninkrijk (in %) in de theoretische niet-afgetopte btw-grondslag

16,2167

 

2.

Aandeel van het Verenigd Koninkrijk (in %) in de voor de uitbreiding gecorrigeerde totale toegerekende uitgaven

5,9238

 

3.

(1) – (2)

10,2929

 

4.

Totale toegerekende uitgaven

 

126 118 882 798

5.

Met de uitbreiding verband houdende uitgaven (9)

 

29 283 982 122

6.

Voor de uitbreiding gecorrigeerde totale toegewezen uitgaven = (4) – (5)

 

96 834 900 676

7.

Oorspronkelijk bedrag van de correctie ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk = (3) × (6) × 0,66

 

6 578 286 401

8.

Voordeel voor het Verenigd Koninkrijk (10)

 

1 119 838 248

9.

Kerncorrectie voor het Verenigd Koninkrijk = (7) – (8)

 

5 458 448 153

10.

Uitzonderlijke meevallers aan traditionele eigen middelen (11)

 

25 084 566

11.

Correctie ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk = (9) – (10)

 

5 433 363 587


TABEL 5

Berekening van de financiering van de correctie ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk, vastgesteld op –5 433 363 587 EUR (hoofdstuk 1 5)

Lidstaat

Aandelen in de bni-grondslagen

Aandelen zonder het Verenigd Koninkrijk

Aandelen zonder Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Zweden en het Verenigd Koninkrijk

3/4 van het aandeel van Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Zweden in kolom 2

Kolom 4 verdeeld volgens de sleutel van kolom 3

Financieringssleutel

Op de correctie toegepaste financieringssleutel

 

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

(6) = (2) + (4) + (5)

(7)

België

2,90

3,43

5,48

 

1,54

4,96

269 708 378

Bulgarije

0,30

0,35

0,56

 

0,16

0,51

27 616 485

Tsjechië

1,01

1,19

1,90

 

0,53

1,72

93 519 281

Denemarken

1,96

2,32

3,71

 

1,04

3,36

182 502 472

Duitsland

21,51

25,41

0,00

–19,06

0,00

6,35

345 125 522

Estland

0,14

0,17

0,27

 

0,08

0,24

13 227 362

Ierland

1,07

1,26

2,02

 

0,57

1,83

99 237 498

Griekenland

1,32

1,56

2,49

 

0,70

2,26

122 810 085

Spanje

7,54

8,91

14,24

 

4,00

12,91

701 283 156

Frankrijk

15,77

18,63

29,79

 

8,37

27,00

1 467 130 770

Kroatië

0,31

0,36

0,58

 

0,16

0,53

28 644 066

Italië

11,56

13,66

21,84

 

6,13

19,80

1 075 614 795

Cyprus

0,11

0,13

0,21

 

0,06

0,19

10 536 045

Letland

0,19

0,22

0,36

 

0,10

0,32

17 496 491

Litouwen

0,27

0,31

0,50

 

0,14

0,46

24 761 503

Luxemburg

0,24

0,28

0,45

 

0,13

0,41

22 180 671

Hongarije

0,71

0,84

1,34

 

0,38

1,22

66 150 323

Malta

0,05

0,06

0,10

 

0,03

0,09

4 917 664

Nederland

4,58

5,41

0,00

–4,06

0,00

1,35

73 530 793

Oostenrijk

2,39

2,82

0,00

–2,11

0,00

0,70

38 284 453

Polen

2,93

3,46

5,54

 

1,56

5,02

272 691 550

Portugal

1,21

1,43

2,29

 

0,64

2,07

112 537 674

Roemenië

1,10

1,30

2,08

 

0,58

1,88

102 344 134

Slovenië

0,26

0,30

0,48

 

0,14

0,44

23 773 857

Slowakije

0,54

0,64

1,02

 

0,29

0,93

50 369 151

Finland

1,46

1,72

2,75

 

0,77

2,50

135 601 563

Zweden

3,23

3,81

0,00

–2,86

0,00

0,95

51 767 845

Verenigd Koninkrijk

15,36

0,00

0,00

 

0,00

0,00

0

Totaal

100,00

100,00

100,00

–28,09

28,09

100,00

5 433 363 587

De berekening is tot op 15 decimalen nauwkeurig.

TABEL 6

Overzicht van de financiering (12) van de algemene begroting per soort eigen middelen en per lidstaat

Lidstaat

Traditionele eigen middelen (TEM)

Btw- en bni-middelen, inclusief aanpassingen

Totaal eigen middelen (13)

Nettobijdragen van de suikersector (75 %)

Netto douanerechten (75 %)

Totaal netto traditionele eigen middelen (75 %)

Inningskosten (25 % van bruto TEM) (p.m.)

Eigen middelen uit de btw

Bni-middelen

Correctie voor het Verenigd Koninkrijk

Totaal nationale bijdragen

Aandeel (%) in totaal „nationale bijdragen”

 

(1)

(2)

(3)= (1) + (2)

(4)

(5)

(6)

(7)

(8) = (5) + (6) + (7)

(9)

(10) = (3) + (8)

België

6 600 000

1 502 800 000

1 509 400 000

503 133 333

516 122 100

3 031 462 322

269 708 378

3 817 292 800

3,11

5 326 692 800

Bulgarije

400 000

62 900 000

63 300 000

21 100 000

60 381 000

310 403 164

27 616 485

398 400 649

0,32

461 700 649

Tsjechië

3 400 000

176 200 000

179 600 000

59 866 667

185 464 500

1 051 135 964

93 519 281

1 330 119 745

1,08

1 509 719 745

Denemarken

3 400 000

325 000 000

328 400 000

109 466 667

313 793 400

2 051 287 280

182 502 472

2 547 583 152

2,07

2 875 983 152

Duitsland

26 300 000

3 525 500 000

3 551 800 000

1 183 933 329

3 861 961 500

22 484 312 586

345 125 522

26 691 399 608

21,73

30 243 199 608

Estland

0

24 500 000

24 500 000

8 166 667

27 668 100

148 672 618

13 227 362

189 568 080

0,15

214 068 080

Ierland

0

237 400 000

237 400 000

79 133 333

198 097 800

1 115 407 456

99 237 498

1 412 742 754

1,15

1 650 142 754

Griekenland

1 400 000

111 800 000

113 200 000

37 733 334

215 301 600

1 380 358 106

122 810 085

1 718 469 791

1,40

1 831 669 791

Spanje

4 700 000

1 099 500 000

1 104 200 000

368 066 667

1 460 361 900

7 882 267 051

701 283 156

10 043 912 107

8,18

11 148 112 107

Frankrijk

30 900 000

1 488 500 000

1 519 400 000

506 466 667

2 982 951 300

16 490 224 287

1 467 130 770

20 940 306 357

17,05

22 459 706 357

Kroatië

1 700 000

36 100 000

37 800 000

12 600 000

64 554 900

321 952 941

28 644 066

415 151 907

0,34

452 951 907

Italië

4 700 000

1 481 900 000

1 486 600 000

495 533 334

1 847 532 600

12 089 671 606

1 075 614 795

15 012 819 001

12,22

16 499 419 001

Cyprus

0

15 100 000

15 100 000

5 033 333

23 745 000

118 422 809

10 536 045

152 703 854

0,12

167 803 854

Letland

0

23 500 000

23 500 000

7 833 333

28 466 700

196 656 672

17 496 491

242 619 863

0,20

266 119 863

Litouwen

800 000

57 600 000

58 400 000

19 466 667

44 028 000

278 313 800

24 761 503

347 103 303

0,28

405 503 303

Luxemburg

0

12 300 000

12 300 000

4 100 000

49 988 400

249 305 822

22 180 671

321 474 893

0,26

333 774 893

Hongarije

2 100 000

89 300 000

91 400 000

30 466 667

121 008 900

743 514 950

66 150 323

930 674 173

0,76

1 022 074 173

Malta

0

9 200 000

9 200 000

3 066 667

11 082 900

55 273 453

4 917 664

71 274 017

0,06

80 474 017

Nederland

7 200 000

2 054 200 000

2 061 400 000

687 133 333

839 144 700

4 790 400 119

73 530 793

5 703 075 612

4,64

7 764 475 612

Oostenrijk

3 200 000

180 600 000

183 800 000

61 266 667

463 060 800

2 494 163 899

38 284 453

2 995 509 152

2,44

3 179 309 152

Polen

12 800 000

398 300 000

411 100 000

137 033 334

545 447 100

3 064 992 510

272 691 550

3 883 131 160

3,16

4 294 231 160

Portugal

100 000

131 700 000

131 800 000

43 933 333

232 576 800

1 264 898 485

112 537 674

1 610 012 959

1,31

1 741 812 959

Roemenië

900 000

111 100 000

112 000 000

37 333 333

169 136 100

1 150 325 353

102 344 134

1 421 805 587

1,16

1 533 805 587

Slovenië

0

62 600 000

62 600 000

20 866 667

53 578 950

267 212 877

23 773 857

344 565 684

0,28

407 165 684

Slowakije

1 300 000

96 900 000

98 200 000

32 733 333

71 468 700

566 138 080

50 369 151

687 975 931

0,56

786 175 931

Finland

700 000

124 300 000

125 000 000

41 666 667

283 834 800

1 524 131 475

135 601 563

1 943 567 838

1,58

2 068 567 838

Zweden

2 600 000

478 700 000

481 300 000

160 433 334

582 110 100

3 372 582 851

51 767 845

4 006 460 796

3,26

4 487 760 796

Verenigd Koninkrijk

9 500 000

2 783 700 000

2 793 200 000

931 066 667

3 011 610 600

16 054 675 220

–5 433 363 587

13 632 922 233

11,10

16 426 122 233

Totaal

124 700 000

16 701 200 000

16 825 900 000

5 608 633 333

18 264 479 250

104 548 163 756

0

122 812 643 006

100,00

139 638 543 006

B.   ALGEMENE STAAT VAN ONTVANGSTEN PER BEGROTINGSONDERDEEL

Titel

Rubriek

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

1

EIGEN MIDDELEN

139 638 543 006

128 387 935 513

140 099 576 848,56

3

OVERSCHOTTEN, SALDI EN AANPASSINGEN

p.m.

5 100 869 925

697 682 743,61

4

ONTVANGSTEN AFKOMSTIG VAN PERSONEN DIE VERBONDEN ZIJN AAN DE INSTELLINGEN EN ANDERE ORGANEN VAN DE UNIE

1 300 952 883

1 274 999 230

1 199 275 874,85

5

ONTVANGSTEN VOORTVLOEIENDE UIT DE ADMINISTRATIEVE WERKING VAN DE INSTELLINGEN

54 453 674

53 752 047

610 755 511,67

6

BIJDRAGEN EN TERUGBETALINGEN IN HET KADER VAN OVEREENKOMSTEN EN PROGRAMMA'S VAN DE UNIE

60 000 000

60 000 000

3 897 761 733,08

7

INTREST VOOR BETALINGSACHTERSTAND EN BOETEN

123 000 000

3 973 000 000

2 972 783 038,59

8

OPGENOMEN EN VERSTREKTE LENINGEN

6 890 000

153 477 000

1 839 600,—

9

DIVERSE ONTVANGSTEN

30 201 000

30 200 000

23 983 643,20

 

TOTAAL-GENERAAL

141 214 040 563

139 034 233 715

149 503 658 993,56

TITEL 1

EIGEN MIDDELEN

Artikel

Post

Rubriek

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

% 2013-2015

HOOFDSTUK 1 1

1 1 0

Productieheffingen met betrekking tot het verkoopseizoen 2005/2006 en vorige seizoenen

p.m.

– 214 000 000

–6 770 330,36

 

1 1 1

Bijdragen in verband met de opslag van suiker

p.m.

p.m.

0,—

 

1 1 3

Heffingen op de niet-uitgevoerde productie van C-suiker, C-isoglucose en C-inulinestroop, en van vervangende C-suiker en C-isoglucose

p.m.

p.m.

0,—

 

1 1 7

Productieheffing

124 700 000

124 500 000

124 203 303,03

99,60

1 1 8

Eenmalige heffing op extra suikerquota en op aanvullende isoglucosequota

p.m.

p.m.

0,—

 

1 1 9

Overschotheffing

p.m.

p.m.

84 166 097,02

 

 

HOOFDSTUK 1 1 — TOTAAL

124 700 000

–89 500 000

201 599 069,69

161,67

HOOFDSTUK 1 2

1 2 0

Douanerechten en overige rechten als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a), van Besluit 2007/436/EG, Euratom

16 701 200 000

16 174 100 000

15 163 722 761,63

90,79

 

HOOFDSTUK 1 2 — TOTAAL

16 701 200 000

16 174 100 000

15 163 722 761,63

90,79

HOOFDSTUK 1 3

1 3 0

Eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder b), van Besluit 2007/436/EG, Euratom

18 264 479 250

17 689 735 350

14 542 019 378,60

79,62

 

HOOFDSTUK 1 3 — TOTAAL

18 264 479 250

17 689 735 350

14 542 019 378,60

79,62

HOOFDSTUK 1 4

1 4 0

Eigen middelen op basis van het bruto nationaal inkomen overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder c), van Besluit 2007/436/EG, Euratom

104 548 163 756

94 613 600 163

110 032 395 624,40

105,25

 

HOOFDSTUK 1 4 — TOTAAL

104 548 163 756

94 613 600 163

110 032 395 624,40

105,25

HOOFDSTUK 1 5

1 5 0

Correctie van de begrotingsonevenwichtigheden, welke aan het Verenigd Koninkrijk wordt toegekend overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van Besluit 2007/436/EG, Euratom

0,—

0,—

165 645 823,06

 

 

HOOFDSTUK 1 5 — TOTAAL

0,—

0,—

165 645 823,06

 

HOOFDSTUK 1 6

1 6 0

Aan Nederland en Zweden toegekende brutovermindering van de jaarlijkse bni-bijdrage overeenkomstig artikel 2, lid 5, van Besluit 2007/436/EG, Euratom

p.m.

p.m.

–5 805 808,82

 

 

HOOFDSTUK 1 6 — TOTAAL

p.m.

p.m.

–5 805 808,82

 

 

Titel 1 — Totaal

139 638 543 006

128 387 935 513

140 099 576 848,56

100,33

HOOFDSTUK 1 1 —

BIJDRAGEN EN ANDERE HEFFINGEN VASTGESTELD IN HET KADER VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN IN DE SECTOR SUIKER (ARTIKEL 2, LID 1, ONDER A), VAN BESLUIT 2007/436/EG, EURATOM)

HOOFDSTUK 1 2 —

DOUANERECHTEN EN OVERIGE RECHTEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2, LID 1, ONDER A), VAN BESLUIT 2007/436/EG, EURATOM

HOOFDSTUK 1 3 —

EIGEN MIDDELEN UIT DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 2, LID 1, ONDER B), VAN BESLUIT 2007/436/EG, EURATOM

HOOFDSTUK 1 4 —

EIGEN MIDDELEN OP BASIS VAN HET BRUTO NATIONAAL INKOMEN OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 2, LID 1, ONDER C), VAN BESLUIT 2007/436/EG, EURATOM

HOOFDSTUK 1 5 —

CORRECTIE VAN DE BEGROTINGSONEVENWICHTIGHEDEN

HOOFDSTUK 1 6 —

AAN NEDERLAND EN ZWEDEN TOEGEKENDE BRUTOVERMINDERING VAN DE JAARLIJKSE BNI-BIJDRAGE

HOOFDSTUK 1 1 —   BIJDRAGEN EN ANDERE HEFFINGEN VASTGESTELD IN HET KADER VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN IN DE SECTOR SUIKER (ARTIKEL 2, LID 1, ONDER A), VAN BESLUIT 2007/436/EG, EURATOM)

1 1 0
Productieheffingen met betrekking tot het verkoopseizoen 2005/2006 en vorige seizoenen

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

p.m.

– 214 000 000

–6 770 330,36

Toelichting

In het kader van de gemeenschappelijke marktordening in de sector suiker betaalden de producenten van suiker, isoglucose en inulinestroop heffingen op de productie van basis- en B-suiker. Deze heffingen waren bedoeld om de uitgaven voor marktondersteuning te dekken. De bedragen die thans onder dit artikel zijn opgevoerd, zijn een gevolg van de herziening van in het verleden vastgestelde heffingen. De heffingen voor het verkoopseizoen 2007/2008 en volgende worden opgevoerd op artikel 1 1 7 van dit hoofdstuk als „productieheffing”.

Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken.

Rechtsgronden

Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1).

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder a).

Lidstaat

Begroting 2015

Begroting 2014

Uitvoering 2013

België

p.m.

–13 608 187

0,—

Bulgarije

0,—

Tsjechië

p.m.

– 680 683

0,—

Denemarken

p.m.

–8 437 845

0,—

Duitsland

p.m.

–71 022 930

0,—

Estland

0,—

Ierland

p.m.

–1 628 671

0,—

Griekenland

p.m.

– 907 524

0,—

Spanje

p.m.

–3 951 238

0,—

Frankrijk

p.m.

–66 471 563

0,—

Kroatië

0,—

Italië

p.m.

–5 433 959

0,—

Cyprus

0,—

Letland

p.m.

–37 322

0,—

Litouwen

p.m.

–52 455

0,—

Luxemburg

0,—

Hongarije

p.m.

– 343 310

0,—

Malta

0,—

Nederland

p.m.

–16 005 676

0,—

Oostenrijk

p.m.

–6 487 560

0,—

Polen

p.m.

–3 906 994

0,—

Portugal

p.m.

– 551 346

0,—

Roemenië

0,—

Slovenië

p.m.

–4 160

0,—

Slowakije

p.m.

– 767 751

0,—

Finland

p.m.

–1 207 994

0,—

Zweden

p.m.

–3 009 989

–6 770 330,36

Verenigd Koninkrijk

p.m.

–9 482 843

0,—

Totaal van artikel 1 1 0

p.m.

– 214 000 000

–6 770 330,36

1 1 1
Bijdragen in verband met de opslag van suiker

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

p.m.

p.m.

0,—

Toelichting

Onder dit artikel worden de ontvangsten geboekt die aan de nieuwe lidstaten in rekening worden gebracht in geval van niet-wegwerking van overtollige voorraden suiker in de zin van Verordening (EG) nr. 60/2004 van de Commissie van 14 januari 2004 houdende overgangsmaatregelen in de sector suiker in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije (PB L 9 van 15.1.2004, blz. 8).

Onder dit artikel worden tevens de ontvangsten geboekt uit de restanten van de bijdrage voor de opslag van suiker, die bij Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 178 van 30.6.2001, blz. 1) is afgeschaft.

Voorts worden hier de resterende bedragen opgenomen die krachtens artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 65/82 van de Commissie van 13 januari 1982 houdende vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor het overbrengen van suiker naar het volgende verkoopseizoen voor suiker (PB L 9 van 14.1.1982, blz. 14) verschuldigd zijn wanneer de verplichting tot opslag van de overgebrachte suiker niet is nagekomen en de bedragen die overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1789/81 van de Raad van 30 juni 1981 tot vaststelling van de algemene bepalingen betreffende de regeling inzake een minimumvoorraad in de sector suiker verschuldigd zijn (PB L 177 van 1.7.1981, blz. 39), wanneer de algemene regels betreffende de regeling inzake een minimumvoorraad in de sector suiker niet zijn nagekomen.

Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken.

Rechtsgronden

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder a).

Lidstaat

Begroting 2015

Begroting 2014

Uitvoering 2013

België

p.m.

p.m.

0,—

Bulgarije

p.m.

p.m.

0,—

Tsjechië

p.m.

p.m.

0,—

Denemarken

p.m.

p.m.

0,—

Duitsland

p.m.

p.m.

0,—

Estland

p.m.

p.m.

0,—

Ierland

p.m.

p.m.

0,—

Griekenland

p.m.

p.m.

0,—

Spanje

p.m.

p.m.

0,—

Frankrijk

p.m.

p.m.

0,—

Kroatië

p.m.

p.m.

0,—

Italië

p.m.

p.m.

0,—

Cyprus

p.m.

p.m.

0,—

Letland

p.m.

p.m.

0,—

Litouwen

p.m.

p.m.

0,—

Luxemburg

0,—

Hongarije

p.m.

p.m.

0,—

Malta

p.m.

p.m.

0,—

Nederland

p.m.

p.m.

0,—

Oostenrijk

p.m.

p.m.

0,—

Polen

p.m.

p.m.

0,—

Portugal

p.m.

p.m.

0,—

Roemenië

p.m.

p.m.

0,—

Slovenië

p.m.

p.m.

0,—

Slowakije

p.m.

p.m.

0,—

Finland

p.m.

p.m.

0,—

Zweden

p.m.

p.m.

0,—

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

0,—

Totaal van artikel 1 1 1

p.m.

p.m.

0,—

1 1 3
Heffingen op de niet-uitgevoerde productie van C-suiker, C-isoglucose en C-inulinestroop, en van vervangende C-suiker en C-isoglucose

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

p.m.

p.m.

0,—

Toelichting

Bedragen van de heffingen op de niet-uitgevoerde productie van C-suiker, C-isoglucose en C-inulinestroop. Hierin zijn ook de heffingen op vervangende C-suiker en C-isoglucose opgenomen.

Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken.

Rechtsgronden

Verordening (EEG) nr. 2670/81 van de Commissie van 14 september 1981 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor de productie buiten de quota in de sector suiker (PB L 262 van 16.9.1981, blz. 14).

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder a).

Lidstaat

Begroting 2015

Begroting 2014

Uitvoering 2013

België

p.m.

p.m.

0,—

Bulgarije

0,—

Tsjechië

p.m.

p.m.

0,—

Denemarken

p.m.

p.m.

0,—

Duitsland

p.m.

p.m.

0,—

Estland

0,—

Ierland

p.m.

p.m.

0,—

Griekenland

p.m.

p.m.

0,—

Spanje

p.m.

p.m.

0,—

Frankrijk

p.m.

p.m.

0,—

Kroatië

0,—

Italië

p.m.

p.m.

0,—

Cyprus

0,—

Letland

p.m.

p.m.

0,—

Litouwen

p.m.

p.m.

0,—

Luxemburg

0,—

Hongarije

p.m.

p.m.

0,—

Malta

0,—

Nederland

p.m.

p.m.

0,—

Oostenrijk

p.m.

p.m.

0,—

Polen

p.m.

p.m.

0,—

Portugal

p.m.

p.m.

0,—

Roemenië

0,—

Slovenië

p.m.

p.m.

0,—

Slowakije

p.m.

p.m.

0,—

Finland

p.m.

p.m.

0,—

Zweden

p.m.

p.m.

0,—

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

0,—

Totaal van artikel 1 1 3

p.m.

p.m.

0,—

1 1 7
Productieheffing

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

124 700 000

124 500 000

124 203 303,03

Toelichting

In het kader van de huidige gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker, wordt een productieheffing opgelegd aan ondernemingen die suiker, isoglucose of inulinestroop produceren.

Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken.

Rechtsgronden

Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1), met name artikel 16.

Verordening (EG) nr. 952/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad, wat betreft het beheer van de interne suikermarkt en het quotastelsel (PB L 178 van 1.7.2006, blz. 39).

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder a).

Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1), met name artikel 51.

Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671), en met name artikel 128.

Lidstaat

Begroting 2015

Begroting 2014

Uitvoering 2013

België

6 600 000

6 600 000

6 601 725,90

Bulgarije

400 000

400 000

401 391,00

Tsjechië

3 400 000

3 400 000

3 287 279,02

Denemarken

3 400 000

3 400 000

3 350 952,60

Duitsland

26 300 000

26 300 000

26 339 173,20

Estland

0,—

Ierland

p.m.

p.m.

0,—

Griekenland

1 400 000

1 400 000

1 428 318,00

Spanje

4 700 000

4 700 000

4 728 467,63

Frankrijk

30 900 000

30 900 000

30 933 280,80

Kroatië

1 700 000

1 700 000

0,—

Italië

4 700 000

4 700 000

6 788 003,64

Cyprus

0,—

Letland

p.m.

p.m.

0,—

Litouwen

800 000

800 000

812 268,00

Luxemburg

0,—

Hongarije

2 100 000

1 900 000

1 870 004,23

Malta

0,—

Nederland

7 200 000

7 200 000

7 243 992,00

Oostenrijk

3 200 000

3 200 000

3 159 246,60

Polen

12 800 000

12 800 000

12 655 238,28

Portugal

100 000

100 000

56 250,00

Roemenië

900 000

900 000

1 076 197,04

Slovenië

p.m.

p.m.

0,—

Slowakije

1 300 000

1 300 000

1 317 300,75

Finland

700 000

700 000

728 991,00

Zweden

2 600 000

2 600 000

2 643 241,19

Verenigd Koninkrijk

9 500 000

9 500 000

8 781 982,15

Totaal van artikel 1 1 7

124 700 000

124 500 000

124 203 303,03

1 1 8
Eenmalige heffing op extra suikerquota en op aanvullende isoglucosequota

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

p.m.

p.m.

0,—

Toelichting

Een eenmalige heffing op extra suikerquota en op aanvullende isoglucosequota die aan ondernemingen zijn toegewezen overeenkomstig artikel 58 van Verordening (EG) nr. 1234/2007.

Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken.

Rechtsgronden

Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1), met name artikel 8 en artikel 9, leden 2 en 3.

Verordening (EG) nr. 952/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad, wat betreft het beheer van de interne suikermarkt en het quotastelsel (PB L 178 van 1.7.2006, blz. 39).

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder a).

Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).

Lidstaat

Begroting 2015

Begroting 2014

Uitvoering 2013

België

p.m.

p.m.

0,—

Bulgarije

p.m.

p.m.

0,—

Tsjechië

p.m.

p.m.

0,—

Denemarken

p.m.

p.m.

0,—

Duitsland

p.m.

p.m.

0,—

Estland

0,—

Ierland

p.m.

p.m.

0,—

Griekenland

p.m.

p.m.

0,—

Spanje

p.m.

p.m.

0,—

Frankrijk

p.m.

p.m.

0,—

Kroatië

0,—

Italië

p.m.

p.m.

0,—

Cyprus

0,—

Letland

p.m.

p.m.

0,—

Litouwen

p.m.

p.m.

0,—

Luxemburg

0,—

Hongarije

p.m.

p.m.

0,—

Malta

0,—

Nederland

p.m.

p.m.

0,—

Oostenrijk

p.m.

p.m.

0,—

Polen

p.m.

p.m.

0,—

Portugal

p.m.

p.m.

0,—

Roemenië

p.m.

p.m.

0,—

Slovenië

p.m.

p.m.

0,—

Slowakije

p.m.

p.m.

0,—

Finland

p.m.

p.m.

0,—

Zweden

p.m.

p.m.

0,—

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

0,—

Totaal van artikel 1 1 8

p.m.

p.m.

0,—

1 1 9
Overschotheffing

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

p.m.

p.m.

84 166 097,02

Toelichting

Er wordt een door de lidstaten aan te rekenen heffing opgelegd aan op hun grondgebied gevestigde ondernemingen overeenkomstig artikel 142 van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken.

Rechtsgronden

Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (PB L 58 van 28.2.2006, blz. 1), met name artikel 15.

Verordening (EG) nr. 967/2006 van de Commissie van 29 juni 2006 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 318/2006 met betrekking tot de productie buiten het quotum in de sector suiker (PB L 176 van 30.6.2006, blz. 22).

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder a).

Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1), met name artikel 64.

Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).

Lidstaat

Begroting 2015

Begroting 2014

Uitvoering 2013

België

p.m.

p.m.

2 295 181,67

Bulgarije

p.m.

p.m.

0,—

Tsjechië

p.m.

p.m.

4 265 113,29

Denemarken

p.m.

p.m.

1 769 323,22

Duitsland

p.m.

p.m.

21 736 798,74

Estland

0,—

Ierland

p.m.

p.m.

0,—

Griekenland

p.m.

p.m.

0,—

Spanje

p.m.

p.m.

831 594,75

Frankrijk

p.m.

p.m.

9 922 263,00

Kroatië

p.m.

p.m.

0,—

Italië

p.m.

p.m.

843 617,72

Cyprus

0,—

Letland

p.m.

p.m.

0,—

Litouwen

p.m.

p.m.

4 254 302,66

Luxemburg

0,—

Hongarije

p.m.

p.m.

366 790,17

Malta

0,—

Nederland

p.m.

p.m.

6 168 762,72

Oostenrijk

p.m.

p.m.

11 611,13

Polen

p.m.

p.m.

18 357 999,48

Portugal

p.m.

p.m.

0,—

Roemenië

p.m.

p.m.

4 028 324,41

Slovenië

p.m.

p.m.

0,—

Slowakije

p.m.

p.m.

2 238 923,36

Finland

p.m.

p.m.

2 238 923,36

Zweden

p.m.

p.m.

3 174 662,79

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

1 661 904,55

Totaal van artikel 1 1 9

p.m.

p.m.

84 166 097,02

HOOFDSTUK 1 2 —   DOUANERECHTEN EN OVERIGE RECHTEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2, LID 1, ONDER A), VAN BESLUIT 2007/436/EG, EURATOM

1 2 0
Douanerechten en overige rechten als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder a), van Besluit 2007/436/EG, Euratom

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

16 701 200 000

16 174 100 000

15 163 722 761,63

Toelichting

De toewijzing van de douanerechten als eigen middelen voor de financiering van de gemeenschappelijke uitgaven vloeit logischerwijs voort uit het feit dat er binnen de Unie vrij verkeer van goederen bestaat. Onder dit artikel kunnen de heffingen, premies, extra bedragen of compenserende bedragen, aanvullende bedragen of aanvullende elementen, rechten van het gemeenschappelijk douanetarief en de overige door de instellingen van de Unie ingevoerde of in te voeren rechten op het handelsverkeer met derde landen en de douanerechten op de onder het vroegere Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallende producten worden opgevoerd.

Van de bedragen zijn de inningskosten afgetrokken.

Rechtsgronden

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder a).

Lidstaat

Begroting 2015

Begroting 2014

Uitvoering 2013

België

1 502 800 000

1 437 939 613

1 350 606 110,33

Bulgarije

62 900 000

59 648 930

54 328 885,01

Tsjechië

176 200 000

167 448 201

164 102 327,25

Denemarken

325 000 000

310 359 235

288 227 620,29

Duitsland

3 525 500 000

3 401 939 670

3 203 001 836,17

Estland

24 500 000

23 305 176

21 676 016,42

Ierland

237 400 000

235 618 407

210 583 219,37

Griekenland

111 800 000

111 905 910

110 849 783,99

Spanje

1 099 500 000

1 044 215 608

987 521 152,51

Frankrijk

1 488 500 000

1 455 392 829

1 376 311 972,42

Kroatië

36 100 000

35 727 758

11 475 926,50

Italië

1 481 900 000

1 435 270 298

1 412 146 293,09

Cyprus

15 100 000

15 605 228

14 810 016,61

Letland

23 500 000

22 175 850

20 716 634,94

Litouwen

57 600 000

54 720 963

50 272 974,92

Luxemburg

12 300 000

12 114 585

11 302 448,63

Hongarije

89 300 000

89 730 060

88 623 015,27

Malta

9 200 000

9 342 604

8 878 706,93

Nederland

2 054 200 000

1 970 981 343

1 794 176 409,57

Oostenrijk

180 600 000

173 300 162

160 705 160,97

Polen

398 300 000

382 020 084

352 780 715,19

Portugal

131 700 000

125 149 821

113 956 093,58

Roemenië

111 100 000

106 464 614

100 239 317,88

Slovenië

62 600 000

60 264 926

57 511 930,36

Slowakije

96 900 000

89 627 394

82 383 606,82

Finland

124 300 000

121 556 512

124 613 419,83

Zweden

478 700 000

459 635 560

443 540 584,50

Verenigd Koninkrijk

2 783 700 000

2 762 638 659

2 548 380 582,28

Totaal van artikel 1 2 0

16 701 200 000

16 174 100 000

15 163 722 761,63

HOOFDSTUK 1 3 —   EIGEN MIDDELEN UIT DE BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 2, LID 1, ONDER B), VAN BESLUIT 2007/436/EG, EURATOM

1 3 0
Eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder b), van Besluit 2007/436/EG, Euratom

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

18 264 479 250

17 689 735 350

14 542 019 378,60

Toelichting

Het toegepaste, voor alle lidstaten geldende uniforme percentage op de btw-grondslag die op uniforme wijze is vastgesteld volgens de voorschriften van de Unie, bedraagt 0,30 %. De hiertoe in aanmerking te nemen grondslag mag niet meer bedragen dan 50 % van het bni van elke lidstaat.

Het btw-afroepingspercentage wordt — uitsluitend voor de periode 2007-2013 — voor Oostenrijk vastgesteld op 0,225 %, voor Duitsland op 0,15 % en voor Nederland en Zweden op 0,10 %.

Rechtsgronden

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder b) en lid 4.

Lidstaat

Begroting 2015

Begroting 2014

Uitvoering 2013

België

516 122 100

499 622 100

489 384 900,00

Bulgarije

60 381 000

57 927 300

58 248 300,02

Tsjechië

185 464 500

178 991 400

189 687 885,01

Denemarken

313 793 400

285 388 800

297 569 416,65

Duitsland

3 861 961 500

3 725 690 100

1 797 675 750,00

Estland

27 668 100

26 144 100

25 017 000,00

Ierland

198 097 800

196 628 400

194 340 000,00

Griekenland

215 301 600

212 793 600

199 643 100,00

Spanje

1 460 361 900

1 427 048 700

1 354 325 100,00

Frankrijk

2 982 951 300

2 919 401 100

2 836 607 100,00

Kroatië

64 554 900

63 347 850

32 137 898,87

Italië

1 847 532 600

1 812 851 100

1 929 954 300,00

Cyprus

23 745 000

23 013 300

23 936 850,00

Letland

28 466 700

26 570 100

23 337 734,58

Litouwen

44 028 000

41 524 800

39 907 500,03

Luxemburg

49 988 400

48 755 700

49 310 850,00

Hongarije

121 008 900

120 509 400

116 400 060,05

Malta

11 082 900

10 564 650

9 823 050,00

Nederland

839 144 700

823 095 900

259 068 800,00

Oostenrijk

463 060 800

449 919 300

325 186 200,00

Polen

545 447 100

525 251 100

550 918 399,89

Portugal

232 576 800

230 141 400

230 820 900,00

Roemenië

169 136 100

158 521 800

152 213 616,54

Slovenië

53 578 950

52 845 450

51 960 900,00

Slowakije

71 468 700

69 001 800

75 870 000,00

Finland

283 834 800

278 532 000

283 354 200,00

Zweden

582 110 100

566 793 000

189 574 719,61

Verenigd Koninkrijk

3 011 610 600

2 858 861 100

2 755 744 847,35

Totaal van artikel 1 3 0

18 264 479 250

17 689 735 350

14 542 019 378,60

HOOFDSTUK 1 4 —   EIGEN MIDDELEN OP BASIS VAN HET BRUTO NATIONAAL INKOMEN OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 2, LID 1, ONDER C), VAN BESLUIT 2007/436/EG, EURATOM

1 4 0
Eigen middelen op basis van het bruto nationaal inkomen overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder c), van Besluit 2007/436/EG, Euratom

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

104 548 163 756

94 613 600 163

110 032 395 624,40

Toelichting

De bni-middelenbron is een „aanvullende” bron van eigen middelen, die de ontvangsten verschaft welke in een begrotingsjaar nodig zijn ter dekking van uitgaven die uitstijgen boven het bedrag aan traditionele eigen middelen, btw-afdrachten en andere ontvangsten. Deze middelenbron zorgt er met andere woorden voor dat de algemene begroting van de Unie altijd in evenwicht is ex ante.

Het bni-afroepingspercentage is afhankelijk van hoeveel aanvullende middelen er nodig zijn ter financiering van de gebudgetteerde uitgaven die niet gedekt worden door de andere middelen (btw-afdrachten, traditionele eigen middelen en overige ontvangsten). Het afroepingspercentage wordt toegepast op het bruto nationaal inkomen van elk van de lidstaten.

Het voor dit begrotingsjaar op het bruto nationaal inkomen van de lidstaten toe te passen percentage bedraagt 0,7481 %.

Rechtsgronden

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 1, onder c).

Lidstaat

Begroting 2015

Begroting 2014

Uitvoering 2013

België

3 031 462 322

2 752 569 449

3 269 456 218,00

Bulgarije

310 403 164

280 112 820

335 554 542,07

Tsjechië

1 051 135 964

952 134 378

1 172 523 487,29

Denemarken

2 051 287 280

1 861 020 966

2 160 348 389,96

Duitsland

22 484 312 586

20 336 920 973

23 193 444 042,00

Estland

148 672 618

130 457 204

145 129 074,00

Ierland

1 115 407 456

1 005 662 600

1 129 478 837,00

Griekenland

1 380 358 106

1 261 209 951

1 536 393 391,00

Spanje

7 882 267 051

7 210 679 301

8 713 469 013,00

Frankrijk

16 490 224 287

15 014 013 074

17 697 582 270,00

Kroatië

321 952 941

296 134 052

180 489 088,74

Italië

12 089 671 606

11 053 651 104

13 151 631 037,00

Cyprus

118 422 809

107 580 948

134 558 595,00

Letland

196 656 672

172 605 499

197 354 560,69

Litouwen

278 313 800

244 897 383

279 846 193,30

Luxemburg

249 305 822

227 919 701

277 195 984,00

Hongarije

743 514 950

686 854 241

788 800 676,33

Malta

55 273 453

49 386 879

55 219 288,00

Nederland

4 790 400 119

4 382 027 230

5 151 354 871,00

Oostenrijk

2 494 163 899

2 256 035 360

2 684 283 716,00

Polen

3 064 992 510

2 757 003 897

3 156 196 753,97

Portugal

1 264 898 485

1 160 869 691

1 344 995 702,00

Roemenië

1 150 325 353

1 013 065 268

1 179 354 596,35

Slovenië

267 212 877

247 038 175

292 092 973,00

Slowakije

566 138 080

508 952 508

611 070 009,00

Finland

1 524 131 475

1 390 603 421

1 683 693 730,00

Zweden

3 372 582 851

3 071 321 011

3 646 524 705,97

Verenigd Koninkrijk

16 054 675 220

14 182 873 079

15 864 353 879,73

Totaal van artikel 1 4 0

104 548 163 756

94 613 600 163

110 032 395 624,40

HOOFDSTUK 1 5 —   CORRECTIE VAN DE BEGROTINGSONEVENWICHTIGHEDEN

1 5 0
Correctie van de begrotingsonevenwichtigheden, welke aan het Verenigd Koninkrijk wordt toegekend overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van Besluit 2007/436/EG, Euratom

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

0,—

0,—

165 645 823,06

Toelichting

Het mechanisme ter correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk (de „Britse correctie”) is ingesteld door de Europese Raad van Fontainebleau (juni 1984) en het daaruit voortvloeiende eigenmiddelenbesluit van 7 mei 1985. Het doel van dit mechanisme was de begrotingsonevenwichtigheid ten nadele van het Verenigd Koninkrijk te compenseren door een vermindering van de door dit land aan de Unie af te dragen middelen.

Rechtsgronden

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name de artikelen 4 en 5.

Lidstaat

Begroting 2015

Begroting 2014

Uitvoering 2013

België

269 708 378

274 500 044

230 617 663,00

Bulgarije

27 616 485

27 934 257

23 669 014,00

Tsjechië

93 519 281

94 951 620

82 406 912,84

Denemarken

182 502 472

185 590 353

152 383 079,65

Duitsland

345 125 522

350 335 402

284 710 504,00

Estland

13 227 362

13 009 847

10 236 971,00

Ierland

99 237 498

100 289 723

79 670 059,00

Griekenland

122 810 085

125 774 188

108 372 594,00

Spanje

701 283 156

719 085 138

614 622 042,00

Frankrijk

1 467 130 770

1 497 272 756

1 248 334 520,00

Kroatië

28 644 066

29 531 974

12 729 377,24

Italië

1 075 614 795

1 102 325 579

927 676 717,00

Cyprus

10 536 045

10 728 512

9 491 361,00

Letland

17 496 491

17 213 087

13 920 358,73

Litouwen

24 761 503

24 422 396

19 739 513,01

Luxemburg

22 180 671

22 729 297

19 552 576,00

Hongarije

66 150 323

68 496 553

55 613 545,54

Malta

4 917 664

4 925 108

3 895 003,00

Nederland

73 530 793

75 487 301

63 235 319,00

Oostenrijk

38 284 453

38 863 752

32 950 853,00

Polen

272 691 550

274 942 269

222 605 107,31

Portugal

112 537 674

115 767 753

94 871 974,00

Roemenië

102 344 134

101 027 954

83 240 635,43

Slovenië

23 773 857

24 635 887

20 603 365,00

Slowakije

50 369 151

50 755 299

43 103 051,00

Finland

135 601 563

138 677 954

118 762 720,00

Zweden

51 767 845

52 908 328

44 700 654,55

Verenigd Koninkrijk

–5 433 363 587

–5 542 182 331

–4 456 069 667,24

Totaal van artikel 1 5 0

0

0

165 645 823,06

HOOFDSTUK 1 6 —   AAN NEDERLAND EN ZWEDEN TOEGEKENDE BRUTOVERMINDERING VAN DE JAARLIJKSE BNI-BIJDRAGE

1 6 0
Aan Nederland en Zweden toegekende brutovermindering van de jaarlijkse bni-bijdrage overeenkomstig artikel 2, lid 5, van Besluit 2007/436/EG, Euratom

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

p.m.

p.m.

–5 805 808,82

Toelichting

Uitsluitend voor de periode 2007-2013 komen Nederland en Zweden in aanmerking voor een brutovermindering van hun jaarlijkse bni-bijdrage ten belope van respectievelijk 605 000 000 EUR en 150 000 000 EUR, uitgedrukt in prijzen van 2004. Deze bedragen worden in actuele prijzen omgerekend.

Rechtsgronden

Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1), en met name artikel 10, lid 9.

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 2, lid 5.

Lidstaat

Begroting 2015

Begroting 2014

Uitvoering 2013

België

p.m.

p.m.

25 535 591,00

Bulgarije

p.m.

p.m.

2 620 798,00

Tsjechië

p.m.

p.m.

9 194 556,59

Denemarken

p.m.

p.m.

16 873 421,44

Duitsland

p.m.

p.m.

181 148 872,00

Estland

p.m.

p.m.

1 133 509,00

Ierland

p.m.

p.m.

8 821 623,00

Griekenland

p.m.

p.m.

11 999 767,00

Spanje

p.m.

p.m.

68 055 226,00

Frankrijk

p.m.

p.m.

138 224 279,00

Kroatië

p.m.

p.m.

1 410 810,26

Italië

p.m.

p.m.

102 718 817,00

Cyprus

p.m.

p.m.

1 050 949,00

Letland

p.m.

p.m.

1 541 904,61

Litouwen

p.m.

p.m.

2 185 696,00

Luxemburg

p.m.

p.m.

2 164 997,00

Hongarije

p.m.

p.m.

6 165 547,35

Malta

p.m.

p.m.

431 282,00

Nederland

p.m.

p.m.

– 653 364 512,00

Oostenrijk

p.m.

p.m.

20 965 190,00

Polen

p.m.

p.m.

24 644 758,22

Portugal

p.m.

p.m.

10 504 885,00

Roemenië

p.m.

p.m.

9 227 071,88

Slovenië

p.m.

p.m.

2 281 348,00

Slowakije

p.m.

p.m.

4 772 669,00

Finland

p.m.

p.m.

13 150 234,00

Zweden

p.m.

p.m.

– 142 913 714,45

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

123 648 615,28

Totaal van artikel 1 6 0

p.m.

p.m.

–5 805 808,82

TITEL 3

OVERSCHOTTEN, SALDI EN AANPASSINGEN

Artikel

Post

Rubriek

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

% 2013-2015

HOOFDSTUK 3 0

3 0 0

Overschot van het vorige begrotingsjaar

p.m.

1 005 406 925

1 023 276 525,93

 

3 0 2

Overschot aan eigen middelen als gevolg van de terugbetaling van het overschot van het Garantiefonds voor extern optreden

p.m.

p.m.

30 335 185,93

 

 

HOOFDSTUK 3 0 — TOTAAL

p.m.

1 005 406 925

1 053 611 711,86

 

HOOFDSTUK 3 1

3 1 0

Resultaat van de toepassing van artikel 10, leden 4, 5 en 8, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995

3 1 0 3

Resultaat van de toepassing van artikel 10, leden 4, 5 en 8, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995

p.m.

–80 683 434

– 522 295 950,96

 

 

Artikel 3 1 0 — Totaal

p.m.

–80 683 434

– 522 295 950,96

 

 

HOOFDSTUK 3 1 — TOTAAL

p.m.

–80 683 434

– 522 295 950,96

 

HOOFDSTUK 3 2

3 2 0

Resultaat van de toepassing van artikel 10, leden 6, 7 en 8, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995

3 2 0 3

Resultaat van de toepassing van artikel 10, leden 6, 7 en 8, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995

p.m.

4 176 146 434

162 212 525,29

 

 

Artikel 3 2 0 — Totaal

p.m.

4 176 146 434

162 212 525,29

 

 

HOOFDSTUK 3 2 — TOTAAL

p.m.

4 176 146 434

162 212 525,29

 

HOOFDSTUK 3 4

3 4 0

Aanpassing in verband met de gevolgen van de niet-deelneming van bepaalde lidstaten aan sommige beleidsmaatregelen op het gebied van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht

p.m.

p.m.

–83 117,97

 

 

HOOFDSTUK 3 4 — TOTAAL

p.m.

p.m.

–83 117,97

 

HOOFDSTUK 3 5

3 5 0

Resultaat van de definitieve berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk

3 5 0 4

Resultaat van de definitieve berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk

p.m.

0,—

4 237 575,39

 

 

Artikel 3 5 0 — Totaal

p.m.

0,—

4 237 575,39

 

 

HOOFDSTUK 3 5 — TOTAAL

p.m.

0,—

4 237 575,39

 

HOOFDSTUK 3 6

3 6 0

Resultaat van de tussentijdse bijstellingen van de berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk

3 6 0 4

Resultaat van de tussentijdse bijstellingen van de berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk

p.m.

0,—

0,—

 

 

Artikel 3 6 0 — Totaal

p.m.

0,—

0,—

 

 

HOOFDSTUK 3 6 — TOTAAL

p.m.

0,—

0,—

 

 

Titel 3 — Totaal

p.m.

5 100 869 925

697 682 743,61

 

HOOFDSTUK 3 0 —

OVERSCHOT VAN HET VORIGE BEGROTINGSJAAR

HOOFDSTUK 3 1 —

SALDI EN AANPASSING VAN DE SALDI VAN DE BTW-MIDDELEN BETREFFENDE VOORAFGAANDE BEGROTINGSJAREN ALS GEVOLG VAN DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 10, LEDEN 4, 5 EN 8, VAN VERORDENING (EG, EURATOM) NR. 1150/2000

HOOFDSTUK 3 2 —

SALDI EN AANPASSING VAN DE SALDI VAN BNI/BNP-MIDDELEN BETREFFENDE VOORAFGAANDE BEGROTINGSJAREN ALS GEVOLG VAN DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 10, LEDEN 6, 7 EN 8, VAN VERORDENING (EG, EURATOM) NR. 1150/2000

HOOFDSTUK 3 4 —

AANPASSING IN VERBAND MET DE GEVOLGEN VAN DE NIET-DEELNEMING VAN BEPAALDE LIDSTATEN AAN SOMMIGE BELEIDSMAATREGELEN OP HET GEBIED VAN DE RUIMTE VAN VRIJHEID, VEILIGHEID EN RECHT

HOOFDSTUK 3 5 —

RESULTAAT VAN DE DEFINITIEVE BEREKENING VAN DE FINANCIERING VAN DE CORRECTIE VAN DE BEGROTINGSONEVENWICHTIGHEDEN TEN GUNSTE VAN HET VERENIGD KONINKRIJK

HOOFDSTUK 3 6 —

RESULTAAT VAN DE TUSSENTIJDSE BIJSTELLINGEN VAN DE BEREKENING VAN DE FINANCIERING VAN DE CORRECTIE VAN DE BEGROTINGSONEVENWICHTIGHEDEN TEN GUNSTE VAN HET VERENIGD KONINKRIJK

HOOFDSTUK 3 0 —   OVERSCHOT VAN HET VORIGE BEGROTINGSJAAR

3 0 0
Overschot van het vorige begrotingsjaar

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

p.m.

1 005 406 925

1 023 276 525,93

Toelichting

Overeenkomstig artikel 18 van het Financieel Reglement wordt het saldo van elk begrotingsjaar, naargelang het een overschot of tekort betreft, in de begroting van het volgende begrotingsjaar als ontvangst of als betalingskrediet opgenomen.

De ramingen van deze ontvangsten of uitgaven worden in de begroting opgenomen tijdens de begrotingsprocedure en, in voorkomend geval, door middel van de procedure van een nota van wijzigingen, die wordt ingediend overeenkomstig artikel 39 van het Financieel Reglement. Zij worden vastgesteld overeenkomstig de beginselen bedoeld in artikel 15 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000.

Na de afsluiting van de rekeningen van elk begrotingsjaar worden verschillen ten opzichte van de raming in de begroting van het volgende begrotingsjaar opgenomen middels een gewijzigde begroting, die door de Commissie moet worden gepresenteerd binnen 15 dagen nadat de voorlopige rekeningen zijn ingediend.

Een tekort wordt onder artikel 27 02 01 van de staat van uitgaven van afdeling III „Commissie” opgenomen.

Rechtsgronden

Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1).

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name artikel 7.

Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 18.

3 0 2
Overschot aan eigen middelen als gevolg van de terugbetaling van het overschot van het Garantiefonds voor extern optreden

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

p.m.

p.m.

30 335 185,93

Toelichting

Dit artikel dient ter opname, overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009, van de eventuele overschotten in het Garantiefonds voor extern optreden die uitgaan boven het streefbedrag van het fonds, wanneer eenmaal dit streefbedrag is bereikt.

De inkomsten onder 2013 houden verband met de toetreding van Kroatië tot de Unie, niet met overschotten in het Garantiefonds.

Rechtsgronden

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17).

Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad van 25 mei 2009 tot instelling van een Garantiefonds (PB L 145 van 10.6.2009, blz. 10).

Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1), met name artikel 7, lid 2.

HOOFDSTUK 3 1 —   SALDI EN AANPASSING VAN DE SALDI VAN DE BTW-MIDDELEN BETREFFENDE VOORAFGAANDE BEGROTINGSJAREN ALS GEVOLG VAN DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 10, LEDEN 4, 5 EN 8, VAN VERORDENING (EG, EURATOM) NR. 1150/2000

3 1 0
Resultaat van de toepassing van artikel 10, leden 4, 5 en 8, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995

3 1 0 3
Resultaat van de toepassing van artikel 10, leden 4, 5 en 8, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

p.m.

–80 683 434

– 522 295 950,96

Toelichting

Overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 zenden de lidstaten vóór 31 juli aan de Commissie een overzicht waarin het totale eindbedrag wordt vermeld van de voor het voorgaande kalenderjaar berekende grondslag van de btw-middelen.

Op de debetzijde van elke lidstaat wordt een bedrag ingeschreven dat volgens regels van de Unie wordt berekend op basis van dat overzicht en op de creditzijde de twaalf betalingen die in het vorige begrotingsjaar daadwerkelijk zijn verricht. De Commissie bepaalt het saldo van elke lidstaat en deelt het tijdig aan de betrokken lidstaat mee, zodat deze het op de eerste werkdag van de maand december van hetzelfde jaar op de in artikel 9, lid 1, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 bedoelde rekening van de Commissie kan boeken.

Rectificaties van de bovenbedoelde overzichten als gevolg van controles door de Commissie op grond van artikel 9 van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 en/of wijzigingen in het bni van vroegere begrotingsjaren die gevolgen hebben wat betreft de aftopping van de btw-grondslag, geven aanleiding tot aanpassingen van de btw-saldi.

Rechtsgronden

Verordening (EEG, Euratom) nr. 1553/89 van de Raad van 29 mei 1989 betreffende de definitieve uniforme regeling voor de inning van de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde (PB L 155 van 7.6.1989, blz. 9).

Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1), met name artikel 10, leden 4, 5 en 8.

Lidstaat

Begroting 2015

Begroting 2014

Uitvoering 2013

België

p.m.

9 024 000

–12 458 243,04

Bulgarije

p.m.

0

1 722 213,04

Tsjechië

p.m.

5 266 000

10 144 574,21

Denemarken

p.m.

–7 945 000

–7 169 324,83

Duitsland

p.m.

–27 014 000

6 417 040,13

Estland

p.m.

– 459 000

–89 109,48

Ierland

p.m.

6 536 000

7 881 932,84

Griekenland

p.m.

73 206 000

4 577 285,49

Spanje

p.m.

–45 030 000

–62 257 349,78

Frankrijk

p.m.

36 978 000

503 512,66

Kroatië

p.m.

– 214 000

0,—

Italië

p.m.

–52 778 434

– 197 786 674,07

Cyprus

p.m.

0

234 750,00

Letland

p.m.

5 480 000

3 161 297,61

Litouwen

p.m.

–1 225 000

3 481 503,19

Luxemburg

p.m.

–10 259 000

–6 403 200,00

Hongarije

p.m.

1 932 000

–7 202 006,86

Malta

p.m.

0

1 379 550,00

Nederland

p.m.

–4 505 000

1 088 789,16

Oostenrijk

p.m.

3 073 000

8 645 702,52

Polen

p.m.

–75 926 000

–49 476 495,63

Portugal

p.m.

12 195 000

–5 193 463,49

Roemenië

p.m.

2 163 000

1 621 647,83

Slovenië

p.m.

0

256 584,23

Slowakije

p.m.

34 000

–7 979 411,93

Finland

p.m.

–8 009 000

1 987 311,47

Zweden

p.m.

–3 206 000

9 060 425,23

Verenigd Koninkrijk

p.m.

0

– 228 444 791,46

Totaal van post 3 1 0 3

p.m.

–80 683 434

– 522 295 950,96

HOOFDSTUK 3 2 —   SALDI EN AANPASSING VAN DE SALDI VAN BNI/BNP-MIDDELEN BETREFFENDE VOORAFGAANDE BEGROTINGSJAREN ALS GEVOLG VAN DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 10, LEDEN 6, 7 EN 8, VAN VERORDENING (EG, EURATOM) NR. 1150/2000

3 2 0
Resultaat van de toepassing van artikel 10, leden 6, 7 en 8, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995

3 2 0 3
Resultaat van de toepassing van artikel 10, leden 6, 7 en 8, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 betreffende de begrotingsjaren vanaf 1995

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

p.m.

4 176 146 434

162 212 525,29

Toelichting

Aan de hand van de op grond van artikel 2, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003 door de lidstaten verstrekte cijfers betreffende de bni/mp-grootheid en de elementen daarvan voor het voorgaande begrotingsjaar, wordt iedere lidstaat gedebiteerd voor een bedrag dat volgens regels van de Unie wordt berekend en gecrediteerd voor de 12 betalingen die in de loop van het vorige begrotingsjaar daadwerkelijk zijn verricht.

De Commissie bepaalt het saldo van elke lidstaat en deelt het tijdig aan de betrokken lidstaat mee, zodat deze het op de eerste werkdag van de maand december van hetzelfde jaar op de in artikel 9, lid 1, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 bedoelde rekening kan boeken.

Wijzigingen in het bruto nationaal product/bruto nationaal inkomen van vroegere begrotingsjaren in de zin van artikel 2, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003, geven met inachtneming van de artikelen 4 en 5 daarvan, voor de betrokken lidstaat aanleiding tot een aanpassing van het overeenkomstig artikel 10, lid 7, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 bepaalde saldo.

Rechtsgronden

Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1), met name artikel 10, leden 6, 7 en 8.

Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003 van de Raad van 15 juli 2003 betreffende de harmonisatie van het bruto nationaal inkomen tegen marktprijzen (PB L 181 van 19.7.2003, blz. 1).

Lidstaat

Begroting 2015

Begroting 2014

Uitvoering 2013

België

p.m.

109 853 000

–71 448 672,81

Bulgarije

p.m.

0

487 404,28

Tsjechië

p.m.

73 255 000

–20 167 772,06

Denemarken

p.m.

– 117 740 000

–7 319 713,70

Duitsland

p.m.

1 386 017 000

655 046 813,96

Estland

p.m.

7 770 000

8 869 725,49

Ierland

p.m.

105 640 000

104 719 680,37

Griekenland

p.m.

148 776 000

–55 743 196,80

Spanje

p.m.

634 182 000

– 297 786 532,46

Frankrijk

p.m.

0

–12 170 248,48

Kroatië

p.m.

–1 205 000

0,—

Italië

p.m.

381 068 434

– 147 862 799,63

Cyprus

p.m.

0

1 009 407,31

Letland

p.m.

19 093 000

8 790 229,73

Litouwen

p.m.

8 741 000

4 337 553,12

Luxemburg

p.m.

–56 671 000

–30 764 327,53

Hongarije

p.m.

37 850 000

–37 647 611,19

Malta

p.m.

0

6 758 604,45

Nederland

p.m.

1 107 927 000

–76 851 515,33

Oostenrijk

p.m.

–60 167 000

–45 181 114,99

Polen

p.m.

49 123 000

–73 016 227,92

Portugal

p.m.

109 407 000

2 448 897,61

Roemenië

p.m.

72 917 000

–57 334 051,33

Slovenië

p.m.

0

1 240 415,8

Slowakije

p.m.

–6 697 000

–12 408 432,93

Finland

p.m.

–26 310 000

–69 206 795,82

Zweden

p.m.

193 317 000

17 792 350,12

Verenigd Koninkrijk

p.m.

0

365 620 456,02

Totaal van post 3 2 0 3

p.m.

4 176 146 434

162 212 525,29

HOOFDSTUK 3 4 —   AANPASSING IN VERBAND MET DE GEVOLGEN VAN DE NIET-DEELNEMING VAN BEPAALDE LIDSTATEN AAN SOMMIGE BELEIDSMAATREGELEN OP HET GEBIED VAN DE RUIMTE VAN VRIJHEID, VEILIGHEID EN RECHT

3 4 0
Aanpassing in verband met de gevolgen van de niet-deelneming van bepaalde lidstaten aan sommige beleidsmaatregelen op het gebied van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

p.m.

p.m.

–83 117,97

Toelichting

Overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken en artikel 5 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dragen deze lidstaten geen andere financiële gevolgen van sommige beleidsmaatregelen op het gebied van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht dan de ermee gepaard gaande administratieve kosten. Zij kunnen bijgevolg een aanpassing verkrijgen van de betaalde eigen middelen voor elk jaar waarin zij niet deelnemen.

Hoeveel elke lidstaat aan het aanpassingsmechanisme bijdraagt, wordt berekend door op de begrotingsuitgaven waartoe de maatregelen aanleiding geven de verdeelsleutel toe te passen van het bni-aggregaat en zijn componenten van het voorgaande jaar, meegedeeld door de lidstaten overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1287/2003 van de Raad van 15 juli 2003 betreffende de harmonisatie van het bruto nationaal inkomen tegen marktprijzen (PB L 181 van 19.7.2003, blz. 1).

De Commissie bepaalt het saldo van elke lidstaat en deelt het tijdig aan de betrokken lidstaat mee, zodat deze het op de eerste werkdag van de maand december van hetzelfde jaar overeenkomstig artikel 10 bis van Verordening (EEG, Euratom) nr. 1150/2000 op de in artikel 9, lid 1, van die verordening bedoelde rekening kan boeken.

Rechtsgronden

Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 2007/436/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 1), met name artikel 10 bis.

Protocol betreffende de positie van Denemarken gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 3, en Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 5.

Lidstaat

Begroting 2015

Begroting 2014

Uitvoering 2013

België

p.m.

p.m.

1 734 464,81

Bulgarije

p.m.

p.m.

178 324,39

Tsjechië

p.m.

p.m.

599 168,23

Denemarken

p.m.

p.m.

–3 915 012,19

Duitsland

p.m.

p.m.

12 563 438,84

Estland

p.m.

p.m.

76 317,48

Ierland

p.m.

p.m.

–2 994 073,71

Griekenland

p.m.

p.m.

896 007,92

Spanje

p.m.

p.m.

4 680 207,35

Frankrijk

p.m.

p.m.

9 512 879,41

Kroatië

p.m.

p.m.

0,—

Italië

p.m.

p.m.

7 164 110,40

Cyprus

p.m.

p.m.

78 830,11

Letland

p.m.

p.m.

101 478,23

Litouwen

p.m.

p.m.

146 723,39

Luxemburg

p.m.

p.m.

134 572,61

Hongarije

p.m.

p.m.

407 869,73

Malta

p.m.

p.m.

29 516,42

Nederland

p.m.

p.m.

2 781 128,9

Oostenrijk

p.m.

p.m.

1 404 073,25

Polen

p.m.

p.m.

1 670 745,22

Portugal

p.m.

p.m.

741 582,83

Roemenië

p.m.

p.m.

604 254,17

Slovenië

p.m.

p.m.

160 748,07

Slowakije

p.m.

p.m.

319 452,91

Finland

p.m.

p.m.

884 954,22

Zweden

p.m.

p.m.

1 869 673,16

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

–41 914 554,12

Totaal van artikel 3 4 0

p.m.

p.m.

–83 117,97

HOOFDSTUK 3 5 —   RESULTAAT VAN DE DEFINITIEVE BEREKENING VAN DE FINANCIERING VAN DE CORRECTIE VAN DE BEGROTINGSONEVENWICHTIGHEDEN TEN GUNSTE VAN HET VERENIGD KONINKRIJK

3 5 0
Resultaat van de definitieve berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk

3 5 0 4
Resultaat van de definitieve berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

p.m.

0,—

4 237 575,39

Toelichting

Resultaat van de definitieve berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk.

De cijfers voor 2013 zijn het resultaat van de definitieve berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk voor de correctie uit hoofde van het begrotingsjaar 2009.

De cijfers voor 2014 zijn het resultaat van de definitieve berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk voor de correctie uit hoofde van het begrotingsjaar 2010.

Rechtsgronden

Besluit 2000/597/EG, Euratom van de Raad van 29 september 2000 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 253 van 7.10.2000, blz. 42), met name de artikelen 4 en 5.

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name de artikelen 4 en 5.

Lidstaat

Begroting 2015

Begroting 2014

Uitvoering 2013

België

p.m.

4 520 547

–1 560 520,00

Bulgarije

p.m.

562 835

347 361,00

Tsjechië

p.m.

2 556 272

590 509,44

Denemarken

p.m.

3 345 263

–2 767 464,85

Duitsland

p.m.

10 941 079

–5 926 083,00

Estland

p.m.

334 638

– 102 455,00

Ierland

p.m.

5 207 662

–1 276 162,00

Griekenland

p.m.

452 777

–11 973 529,00

Spanje

p.m.

5 161 577

–19 472 383,00

Frankrijk

p.m.

36 713 295

–44 165 819,00

Kroatië

0,—

Italië

p.m.

25 185 874

–25 357 823,00

Cyprus

p.m.

919 896

– 337 011,00

Letland

p.m.

377 190

85 890,94

Litouwen

p.m.

527 852

– 214 388,00

Luxemburg

p.m.

– 467 949

– 694 287,00

Hongarije

p.m.

925 341

–2 305 660,71

Malta

p.m.

320 963

7 989,00

Nederland

p.m.

1 088 457

–2 758 821,00

Oostenrijk

p.m.

439 387

– 712 461,00

Polen

p.m.

4 287 709

–2 893 204,95

Portugal

p.m.

2 496 000

– 244 526,00

Roemenië

p.m.

– 392 307

22 554,13

Slovenië

p.m.

896 466

– 485 496,00

Slowakije

p.m.

913 354

–1 338 212,00

Finland

p.m.

822 308

–1 122 623,00

Zweden

p.m.

867 048

2 282 300,53

Verenigd Koninkrijk

p.m.

– 109 003 534

126 609 899,86

Totaal van post 3 5 0 4

p.m.

0

4 237 575,39

HOOFDSTUK 3 6 —   RESULTAAT VAN DE TUSSENTIJDSE BIJSTELLINGEN VAN DE BEREKENING VAN DE FINANCIERING VAN DE CORRECTIE VAN DE BEGROTINGSONEVENWICHTIGHEDEN TEN GUNSTE VAN HET VERENIGD KONINKRIJK

3 6 0
Resultaat van de tussentijdse bijstellingen van de berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk

3 6 0 4
Resultaat van de tussentijdse bijstellingen van de berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

p.m.

0,—

0,—

Toelichting

Deze post is bestemd om het verschil tussen de vorige in de begroting opgenomen en de meest recente tussentijdse bijstelling van de Britse correctie te boeken voordat de definitieve berekeningen plaatsvinden.

De cijfers voor 2014 zijn het resultaat van de tussentijdse berekening van de financiering van de correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten gunste van het Verenigd Koninkrijk voor de correctie uit hoofde van het begrotingsjaar 2011.

Rechtsgronden

Besluit 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 163 van 23.6.2007, blz. 17), met name de artikelen 4 en 5.

Lidstaat

Begroting 2015

Begroting 2014

Uitvoering 2013

België

p.m.

8 101 453

0,—

Bulgarije

p.m.

1 375 381

0,—

Tsjechië

p.m.

5 056 538

0,—

Denemarken

p.m.

7 280 734

0,—

Duitsland

p.m.

18 309 269

0,—

Estland

p.m.

885 630

0,—

Ierland

p.m.

8 409 370

0,—

Griekenland

p.m.

3 438 553

0,—

Spanje

p.m.

21 543 140

0,—

Frankrijk

p.m.

58 179 865

0,—

Kroatië

p.m.

0,—

Italië

p.m.

37 543 615

0,—

Cyprus

p.m.

479 335

0,—

Letland

p.m.

1 333 866

0,—

Litouwen

p.m.

1 324 873

0,—

Luxemburg

p.m.

–29 470

0,—

Hongarije

p.m.

4 872 613

0,—

Malta

p.m.

438 532

0,—

Nederland

p.m.

2 529 744

0,—

Oostenrijk

p.m.

1 155 028

0,—

Polen

p.m.

17 881 528

0,—

Portugal

p.m.

5 178 017

0,—

Roemenië

p.m.

305 779

0,—

Slovenië

p.m.

1 156 634

0,—

Slowakije

p.m.

1 786 552

0,—

Finland

p.m.

1 891 154

0,—

Zweden

p.m.

2 983 045

0,—

Verenigd Koninkrijk

p.m.

– 213 410 778

0,—

Totaal van post 3 6 0 4

p.m.

0

0,—

TITEL 4

ONTVANGSTEN AFKOMSTIG VAN PERSONEN DIE VERBONDEN ZIJN AAN DE INSTELLINGEN EN ANDERE ORGANEN VAN DE UNIE

Artikel

Post

Rubriek

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

% 2013-2015

HOOFDSTUK 4 0

4 0 0

Opbrengst van de belasting op de bezoldigingen, lonen en vergoedingen van de leden van de instellingen, de ambtenaren, de andere personeelsleden en de gepensioneerden, alsmede van de leden van de organen, de personeelsleden en de gepensioneerden van de Europese Investeringsbank, de Europese Centrale Bank en het Europees Investeringsfonds

677 271 687

654 290 626

620 108 853,76

91,56

4 0 3

Opbrengst van de tijdelijke bijdrage die van toepassing is op de bezoldigingen van de leden van de instellingen, de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst

p.m.

p.m.

22 850,10

 

4 0 4

Opbrengst van de speciale heffing en de solidariteitsheffing die van toepassing is op de bezoldigingen van de leden van de instellingen, de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst

76 200 621

68 333 233

409 187,70

0,54

 

HOOFDSTUK 4 0 — TOTAAL

753 472 308

722 623 859

620 540 891,56

82,36

HOOFDSTUK 4 1

4 1 0

Bijdragen van het personeel aan de pensioenregeling

421 735 470

435 628 040

445 524 833,32

105,64

4 1 1

Overdracht of inkoop van pensioenrechten door het personeel

103 896 621

92 862 947

104 883 767,68

100,95

4 1 2

Bijdragen van ambtenaren en tijdelijke functionarissen met verlof om redenen van persoonlijke aard aan de pensioenregeling

110 000

110 000

76 835,82

69,85

 

HOOFDSTUK 4 1 — TOTAAL

525 742 091

528 600 987

550 485 436,82

104,71

HOOFDSTUK 4 2

4 2 0

Werkgeversbijdragen van gedecentraliseerde agentschappen en internationale organisaties aan de pensioenregeling

21 738 484

23 774 384

28 239 167,47

129,90

4 2 1

Bijdragen van de leden van het Europees Parlement aan de pensioenregeling

p.m.

p.m.

10 379,—

 

 

HOOFDSTUK 4 2 — TOTAAL

21 738 484

23 774 384

28 249 546,47

129,95

 

Titel 4 — Totaal

1 300 952 883

1 274 999 230

1 199 275 874,85

92,18

HOOFDSTUK 4 0 —

DIVERSE BELASTINGEN EN INHOUDINGEN

HOOFDSTUK 4 1 —

BIJDRAGEN AAN DE PENSIOENREGELING

HOOFDSTUK 4 2 —

OVERIGE BIJDRAGEN AAN DE PENSIOENREGELINGEN

HOOFDSTUK 4 0 —   DIVERSE BELASTINGEN EN INHOUDINGEN

4 0 0
Opbrengst van de belasting op de bezoldigingen, lonen en vergoedingen van de leden van de instellingen, de ambtenaren, de andere personeelsleden en de gepensioneerden, alsmede van de leden van de organen, de personeelsleden en de gepensioneerden van de Europese Investeringsbank, de Europese Centrale Bank en het Europees Investeringsfonds

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

677 271 687

654 290 626

620 108 853,76

Toelichting

Deze ontvangsten omvatten alle belastingen op de bezoldigingen, lonen en vergoedingen van eender welke aard, met uitzondering van gezins- en kinderbijslagen, betaald aan de leden van de Commissie, de ambtenaren, de andere personeelsleden, de personen die de ontslagvergoeding ontvangen vermeld in hoofdstuk 01 van elke titel van de staat van uitgaven, en de gepensioneerden.

Europees Parlement

 

69 674 060

Raad

 

22 576 000

Commissie:

 

448 080 407

— Administratie

(364 483 000)

 

— Onderzoek en technologische ontwikkeling

(15 098 064)

 

— Onderzoek (acties onder contract)

(16 799 500)

 

— Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

(3 091 000)

 

— Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO)

(610 000)

 

— Bureau voor infrastructuur en logistiek te Brussel (OIB)

(2 417 000)

 

— Bureau voor infrastructuur en logistiek te Luxemburg (OIL)

(843 000)

 

— Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten (PMO)

(1 116 000)

 

— Bureau voor publicaties van de Europese Unie (OP)

(3 245 000)

 

— Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER)

(275 694)

 

— Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA)

(695 555)

 

— Gemeenschappelijke Onderneming biogebaseerde industrieën (BBI)

(57 401)

 

— Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec)

(68 051)

 

— GO Clean Gemeenschappelijke Onderneming (CSJU)

(169 949)

 

— Communautair Bureau voor plantenrassen (CBP/CPVO)

(256 138)

 

— Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid en levensmiddelen (Chafea ex-EAHC)

(128 480)

 

— Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA)

(1 159 729)

 

— GO ECSEL (Elektronische Componenten en Systemen voor Europees Leiderschap, ex-Artemis & Eniac)

(165 561)

 

— Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA)

(255 981)

 

— (Frontex)

(834 804)

 

— Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO)

(240 378)

 

— Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA)

(1 980 354)

 

— Europese Bankautoriteit (EBA)

(932 674)

 

— Europees orgaan voor justitiële samenwerking (Eurojust)

(731 692)

 

— Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC)

(1 223 078)

 

— Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop)

(604 191)

 

— Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA)

(3 260 979)

 

— Europees Milieuagentschap (EEA)

(1 130 686)

 

— Europees Bureau voor visserijcontrole (EBVC)

(277 186)

 

— Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA)

(1 340 945)

 

— Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound)

(616 327)

 

— Europese Toezichthoudende Autoriteit GNSS (Galileo)

(836 992)

 

— Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE)

(141 555)

 

— Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT)

(142 755)

 

— Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa)

(546 511)

 

— Gemeenschappelijke Onderneming Fusion for Energy

(2 119 898)

 

— Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA)

(949 944)

 

— Europees Geneesmiddelenbureau (EMA)

(4 302 569)

 

— Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD)

(546 070)

 

— Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa)

(241 746)

 

— Europese Politieacademie (Cepol)

(176 864)

 

— Europese Politiedienst (Europol)

(2 392 721)

 

— Europese GO (SHIFT2RAIL)

(38 268)

 

— Europees Spoorwegbureau (ESB)

(796 815)

 

— Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad (Ercea)

(1 001 865)

 

— Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA)

(820 428)

 

— Europese Stichting voor opleiding (ETF)

(870 655)

 

— Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA)

(472 634)

 

— Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen (Easme ex-EACI)

(408 781)

 

— GO brandstofcellen en waterstof Gemeenschappelijke Onderneming (FCH)

(114 803)

 

— Uitvoerend Agentschap Innovatie en netwerken (INEA ex-TEN-T EA)

(272 197)

 

— Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen Gemeenschappelijke Onderneming (IMI)

(260 995)

 

— GO voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem Gemeenschappelijke Onderneming (Sesar)

(214 697)

 

— Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (HBIM)

(4 176 047)

 

— Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA)

(1 088 171)

 

— Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (CdT)

(1 038 029)

 

Hof van Justitie van de Europese Unie

 

23 694 000

Rekenkamer

 

10 838 000

Europees Economisch en Sociaal Comité

 

4 633 256

Comité van de Regio's

 

3 345 273

Europese Ombudsman

 

633 691

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

 

497 000

Europese Dienst voor extern optreden

 

22 070 000

Europese Investeringsbank

 

43 730 000

Europese Centrale Bank

 

24 000 000

Europees Investeringsfonds

 

3 500 000

 

Totaal

677 271 687

Rechtsgronden

Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie.

Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie.

Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, met name artikel 12.

Verordening nr. 422/67/EEG, nr. 5/67/Euratom van de Raad van 25 juli 1967 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor de voorzitter en de leden van de Commissie, de president, de rechters en de griffier van, alsmede de advocaten-generaal bij het Hof van Justitie, de president, de leden en de griffier van het Gerecht en van de president, de leden en de griffier van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie (PB 187 van 8.8.1967, blz. 1).

Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van de voorwaarden en de wijze van heffing van de belasting ten bate van de Europese Gemeenschappen (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 8).

Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 1860/76 van de Raad van 29 juni 1976 houdende vaststelling van de regeling welke van toepassing is op het personeel van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (PB L 214 van 6.8.1976, blz. 24).

Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 2290/77 van de Raad van 18 oktober 1977 tot vaststelling van de geldelijke regeling van de leden van de Rekenkamer (PB L 268 van 20.10.1977, blz. 1).

Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van het Europees Parlement van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt (PB L 113 van 4.5.1994, blz. 15).

Besluit nr. 1247/2002/EG van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 1 juli 2002 betreffende het statuut en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van de functie van Europees Toezichthouder voor gegevensbescherming (PB L 183 van 12.7.2002, blz. 1).

Besluit nr. 2009/909/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de voorzitter van de Europese Raad (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 35).

Besluit nr. 2009/910/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 36).

Besluit nr. 2009/912/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 38).

4 0 3
Opbrengst van de tijdelijke bijdrage die van toepassing is op de bezoldigingen van de leden van de instellingen, de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

p.m.

p.m.

22 850,10

Toelichting

De bepalingen betreffende de tijdelijke bijdrage waren van toepassing tot en met 30 juni 2003. Op dit begrotingsonderdeel zullen daarom ontvangsten worden opgevoerd die voortkomen uit het restbedrag van de tijdelijke bijdrage op de bezoldigingen van de leden van de Commissie, de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst.

Europees Parlement

 

p.m.

Raad

 

p.m.

Commissie:

 

p.m.

— Administratie

(p.m.)

 

— Onderzoek en technologische ontwikkeling

(p.m.)

 

— Onderzoek (acties onder contract)

(p.m.)

 

— Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO)

(p.m.)

 

— Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

(p.m.)

 

— Bureau voor infrastructuur en logistiek te Brussel (OIB)

(p.m.)

 

— Bureau voor infrastructuur en logistiek te Luxemburg (OIL)

(p.m.)

 

— Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten (PMO)

(p.m.)

 

— Bureau voor publicaties van de Europese Unie (OP)

(p.m.)

 

— Communautair Bureau voor plantenrassen (CBP/CPVO)

(p.m.)

 

— Eurojust

(p.m.)

 

— Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA)

(p.m.)

 

— Europees Geneesmiddelenbureau (EMA)

(p.m.)

 

— Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA)

(p.m.)

 

— Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop)

(p.m.)

 

— Europees Milieuagentschap (EEA)

(p.m.)

 

— Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA)

(p.m.)

 

— Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound)

(p.m.)

 

— Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA)

(p.m.)

 

— Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD)

(p.m.)

 

— Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA)

(p.m.)

 

— Europese Stichting voor opleiding (ETF)

(p.m.)

 

— Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (HBIM)

(p.m.)

 

— Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (CdT)

(p.m.)

 

Hof van Justitie van de Europese Unie

 

p.m.

Rekenkamer

 

p.m.

Europees Economisch en Sociaal Comité

 

p.m.

Comité van de Regio's

 

p.m.

Europese Ombudsman

 

p.m.

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

 

p.m.

 

Totaal

p.m.

Rechtsgronden

Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen, en met name artikel 66 bis in de versie die van kracht was tot 2003.

Verordening nr. 422/67/EEG, nr. 5/67/Euratom van de Raad van 25 juli 1967 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor de voorzitter en de leden van de Commissie, de president, de rechters en de griffier van, alsmede de advocaten-generaal bij het Hof van Justitie, de president, de leden en de griffier van het Gerecht en van de president, de leden en de griffier van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie (PB 187 van 8.8.1967, blz. 1).

Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 2290/77 van de Raad van 18 oktober 1977 tot vaststelling van de geldelijke regeling van de leden van de Rekenkamer (PB L 268 van 20.10.1977, blz. 1).

4 0 4
Opbrengst van de speciale heffing en de solidariteitsheffing die van toepassing is op de bezoldigingen van de leden van de instellingen, de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

76 200 621

68 333 233

409 187,70

Toelichting

Onder dit artikel zal de opbrengst worden opgevoerd van de speciale heffing en de solidariteitsheffing die van toepassing is op de bezoldigingen van de ambtenaren en de andere personeelsleden in actieve dienst overeenkomstig artikel 66 bis van het Statuut.

Europees Parlement

 

9 412 163

Raad

 

3 170 000

Commissie:

 

53 683 717

— Administratie

(32 782 000)

 

— Onderzoek en technologische ontwikkeling

(5 253 613)

 

— Onderzoek (acties onder contract)

(4 860 947)

 

— Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

(632 000)

 

— Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO)

(125 000)

 

— Bureau voor infrastructuur en logistiek te Brussel (OIB)

(440 000)

 

— Bureau voor infrastructuur en logistiek te Luxemburg (OIL)

(153 000)

 

— Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten (PMO)

(245 000)

 

— Bureau voor publicaties van de Europese Unie (OP)

(677 000)

 

— Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER)

(64 326)

 

— Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA)

(61 453)

 

— Gemeenschappelijke Onderneming biogebaseerde industrieën (BBI)

(15 761)

 

— Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec)

(17 253)

 

— Gemeenschappelijke Onderneming Clean Sky (CSJU)

(38 366)

 

— Communautair Bureau voor plantenrassen (CBP/CPVO)

(56 274)

 

— Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid en levensmiddelen (Chafea ex-EAHC)

(24 603)

 

— Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (Eacea)

(194 848)

 

— Gemeenschappelijke Onderneming Elektronische Componenten en Systemen voor Europees Leiderschap (Ecsel, ex-Artemis & Eniac)

(34 389)

 

— Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA)

(54 155)

 

— Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen (Frontex)

(246 491)

 

— Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO)

(49 782)

 

— Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA)

(1 020 629)

 

— Europese Bankautoriteit (EBA)

(146 448)

 

— Europees orgaan voor justitiële samenwerking (Eurojust)

(115 137)

 

— Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC)

(31 541)

 

— Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop)

(130 730)

 

— Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA)

(625 929)

 

— Europees Milieuagentschap (EEA)

(187 698)

 

— Europees Bureau voor visserijcontrole (EBVC)

(72 017)

 

— Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA)

(296 586)

 

— Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound)

(125 743)

 

— Europese Toezichthoudende Autoriteit GNSS (Galileo)

(191 249)

 

— Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE)

(37 271)

 

— Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT)

(39 526)

 

— Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa)

(134 012)

 

— Gemeenschappelijke Onderneming Fusion for Energy

(377 522)

 

— Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA)

(263 360)

 

— Europees Geneesmiddelenbureau (EMA)

(656 495)

 

— Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD/EMCDDA)

(140 047)

 

— Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa)

(53 996)

 

— Europese Politieacademie (Cepol)

(28 458)

 

— Europese Politiedienst (Europol)

(596 628)

 

— Gemeenschappelijke Onderneming Europese Spoorwegen (SHIFT2RAIL)

(10 507)

 

— Europees Spoorwegbureau (ESB)

(170 416)

 

— Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad (Ercea)

(201 052)

 

— Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA)

(159 226)

 

— Europese Stichting voor opleiding (ETF)

(171 430)

 

— Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA)

(106 570)

 

— Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen (Easme ex-EACI)

(67 655)

 

— Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof (FCH)

(31 521)

 

— Uitvoerend Agentschap Innovatie en netwerken (INEA ex-TEN-T EA)

(55 377)

 

— Gemeenschappelijke Onderneming voor het initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen (IMI)

(54 893)

 

— Gemeenschappelijke Onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (Sesar)

(49 852)

 

— Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (HBIM)

(882 862)

 

— Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA)

(192 966)

 

— Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (CdT)

(232 107)

 

Hof van Justitie van de Europese Unie

 

4 513 000

Rekenkamer

 

1 750 000

Europees Economisch en Sociaal Comité

 

851 410

Comité van de Regio's

 

596 477

Europese Ombudsman

 

51 854

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

 

81 000

Europese Dienst voor extern optreden

 

2 091 000

 

Totaal

76 200 621

Rechtsgronden

Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, met name artikel 66 bis.

Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie.

Verordening nr. 422/67/EEG, nr. 5/67/Euratom van de Raad van 25 juli 1967 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor de voorzitter en de leden van de Commissie, de president, de rechters en de griffier van, alsmede de advocaten-generaal bij het Hof van Justitie, de president, de leden en de griffier van het Gerecht en van de president, de leden en de griffier van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie (PB 187 van 8.8.1967, blz. 1).

Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 2290/77 van de Raad van 18 oktober 1977 tot vaststelling van de geldelijke regeling van de leden van de Rekenkamer (PB L 268 van 20.10.1977, blz. 1).

Besluit 94/262/EGKS, EG, Euratom van het Europees Parlement van 9 maart 1994 inzake het statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt (PB L 113 van 4.5.1994, blz. 15).

Besluit nr. 1247/2002/EG van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 1 juli 2002 betreffende het statuut en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van de functie van Europees Toezichthouder voor gegevensbescherming (PB L 183 van 12.7.2002, blz. 1).

Besluit nr. 2009/909/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de voorzitter van de Europese Raad (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 35).

Besluit nr. 2009/910/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 36).

Besluit nr. 2009/912/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 38).

HOOFDSTUK 4 1 —   BIJDRAGEN AAN DE PENSIOENREGELING

4 1 0
Bijdragen van het personeel aan de pensioenregeling

Begrotingsjaar 2015

Begrotingsjaar 2014

Begrotingsjaar 2013

421 735 470

435 628 040

445 524 833,32

Toelichting

Deze ontvangsten worden gevormd door de bijdragen van het personeel in de financiering van de pensioenregeling.

Europees Parlement

 

60 237 843

Raad

 

31 357 000

Commissie:

 

282 537 089

— Administratie

(176 307 000)

 

— Onderzoek en technologische ontwikkeling

(15 073 762)

 

— Onderzoek (acties onder contract)

(14 876 941)

 

— Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

(3 192 000)

 

— Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO)

(868 000)

 

— Bureau voor infrastructuur en logistiek te Brussel (OIB)

(4 694 000)

 

— Bureau voor infrastructuur en logistiek te Luxemburg (OIL)

(1 446 000)

 

— Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten (PMO)

(2 389 000)

 

— Bureau voor publicaties van de Europese Unie (OP)

(4 276 000)

 

— Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER)

(419 542)

 

— Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA)

(836 541)

 

— Gemeenschappelijke Onderneming biogebaseerde industrieën (BBI)

(79 157)

 

— Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec)

(118 379)

 

— Gemeenschappelijke Onderneming Clean Sky (CSJU)

(190 932)

 

— Communautair Bureau voor plantenrassen (CBP/CPVO)

(332 948)

 

— Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid en levensmiddelen (Chafea ex-EAHC)

(253 345)

 

— Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (Eacea)

(2 226 086)

 

— Gemeenschappelijke Onderneming ECSEL (Elektronische Componenten en Systemen voor Europees Leiderschap, ex-Artemis & Eniac)

(200 496)

 

— Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA)

(198 096)

 

— Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen (Frontex)

(972 274)

 

— Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO)

(240 378)

 

— Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA)

(5 733 937)

 

— Europese Bankautoriteit (EBA)

(813 407)

 

— Europees orgaan voor justitiële samenwerking (Eurojust)

(1 201 280)

 

— Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC)

(1 923 166)

 

— Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop)

(827 539)

 

— Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA)

(3 856 178)

 

— Europees Milieuagentschap (EEA)

(1 226 824)

 

— Europees Bureau voor visserijcontrole (EBVC)

(402 846)

 

— Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA)

(2 056 527)

 

— Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound)

(744 641)

 

— Europese Toezichthoudende Autoriteit GNSS (Galileo)

(1 174 732)

 

— Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE)

(259 810)

 

— Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT)

(270 924)

 

— Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa)

(863 932)

 

— Gemeenschappelijke Onderneming Fusion for Energy

(2 736 437)

 

— Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA)

(1 585 823)

 

— Europees Geneesmiddelenbureau (EMA)

(4 426 688)

 

— Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD)

(756 794)

 

— Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (Enisa)

(365 594)

 

— Europese Politieacademie (Cepol)

(216 370)

 

— Europese Politiedienst (Europol)

(3 569 878)

 

— Gemeenschappelijke Onderneming Europese Spoorwegen (SHIFT2RAIL)

(52 771)

 

— Europees Spoorwegbureau (ESB)

(1 017 949)

 

— Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad (Ercea)

(1 918 261)

 

— Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA)

(967 598)

 

— Europese Stichting voor opleiding (ETF)

(990 832)