Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32013R1379

Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad

OJ L 354, 28.12.2013, p. 1–21 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1379/oj

28.12.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 354/1


VERORDENING (EU) Nr. 1379/2013 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 11 december 2013

houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 42 en artikel 43, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's (2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het toepassingsgebied van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) omvat marktmaatregelen in verband met visserijproducten en aquacultuurproducten in de Unie. De gemeenschappelijke marktordening voor visserij- en aquacultuurproducten (GMO) maakt integrerend deel uit van het GVB en moet bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen daarvan. Aangezien het GVB momenteel wordt herzien, moet de GMO dienovereenkomstig worden aangepast.

(2)

Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (4) moet worden herzien zodat rekening wordt gehouden met de bij de uitvoering van de thans geldende bepalingen vastgestelde tekortkomingen, de recente ontwikkelingen in de Uniemarkt en op de wereldmarkten en de ontwikkeling van de visserij- en aquacultuuractiviteiten.

(3)

De visserij is bijzonder belangrijk voor de economie van de kustregio's van de Unie, met inbegrip van de ultraperifere gebieden. Daar deze activiteit voorziet in het levensonderhoud van de vissers in die regio's, dient de stabiliteit van de markt en een betere correlatie tussen vraag en aanbod bevorderd te worden.

(4)

Bij de uitvoering van de bepalingen van de GMO moet rekening worden gehouden met de internationale verplichtingen van de Unie, in het bijzonder met de verplichtingen die voortvloeien uit de voorschriften van de Wereldhandelsorganisatie. In de handel in visserij- en aquacultuurproducten met derde landen moet aan de voorwaarden voor eerlijke concurrentie worden voldaan, met name door het naleven van duurzaamheid en de toepassing van sociale normen die gelijkwaardig zijn met die welke ten aanzien van de Unieproducten gelden.

(5)

Belangrijk is dat het beheer van de GMO stoelt op de beginselen van goed bestuur van het GVB.

(6)

Het is met het oog op het welslagen van de GMO van essentieel belang dat consumenten, middels marketing- en educatieve campagnes, worden geïnformeerd over het belang van de consumptie van vis en de grote verscheidenheid aan beschikbare vissoorten, alsook worden gewezen op het belang van het begrijpen van de op etiketten vermelde informatie.

(7)

Producentenorganisaties voor visserijproducten en producentenorganisaties voor aquacultuurproducten ("producentenorganisaties") zijn de spil voor de verwezenlijking van de doelstellingen van het GVB en van de GMO. Hun verantwoordelijkheden moeten dan ook worden uitgebreid en zij moeten de noodzakelijke financiële steun krijgen om een pregnantere rol te kunnen spelen in het dagelijkse visserijbeheer, waarbij zij het door de doelstellingen van het GVB gedefinieerde kader naleven. Het is daarnaast noodzakelijk om ervoor te zorgen dat hun leden hun visserij- en aquacultuuractiviteiten op duurzame wijze uitoefenen, de voorwaarden voor het op de markt brengen van producten verbeteren, informatie over aquacultuur verzamelen en hun inkomen verbeteren. Bij de verwezenlijking van deze doelstellingen moeten producentenorganisaties rekening houden met de verschillen in de diverse visserij- en aquacultuursectoren in de Unie, in het bijzonder wat de ultraperifere gebieden betreft, en met name met de specifieke kenmerken van de kleinschalige visserij en extensieve aquacultuur. De bevoegde nationale autoriteiten moeten de verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de verwezenlijking van deze doelstellingen en daarbij op het gebied van beheersaangelegenheden nauw samenwerken met producentenorganisaties, ook, in voorkomend geval, wat de toewijzing van quota en het beheer van de visserij-inspanning betreft, afhankelijk van de behoeften van iedere specifieke visserijtak.

(8)

Er moeten maatregelen worden genomen om de passende en representatieve deelname van kleinschalige producenten aan te moedigen.

(9)

Om het concurrentievermogen en de levensvatbaarheid van producentenorganisaties te versterken dienen passende criteria met betrekking tot de oprichting ervan duidelijk te worden gedefinieerd.

(10)

Brancheorganisaties die uit verschillende categorieën van marktdeelnemers in de visserij- en aquacultuursector bestaan, zijn in staat bij te dragen tot een betere coördinatie van afzetactiviteiten langs de bevoorradingsketen, en tot de ontwikkeling van maatregelen die van belang zijn voor de hele sector.

(11)

Het is dienstig gemeenschappelijke voorwaarden vast te stellen voor de erkenning van producenten- en brancheorganisaties door de lidstaten, voor de uitbreiding van de door producenten- en brancheorganisaties vastgestelde voorschriften en voor de verdeling van de uit een dergelijke uitbreiding voortvloeiende kosten. De uitbreiding van de voorschriften moet door de Commissie worden goedgekeurd.

(12)

Aangezien visbestanden gedeelde bestanden zijn, kan de duurzame en efficiënte exploitatie ervan in bepaalde gevallen beter worden bereikt door organisaties met leden uit verschillende lidstaten en verschillende regio's. Derhalve moet ook de mogelijkheid tot oprichting van verenigingen van producentenorganisaties op nationaal of transnationaal niveau worden bevorderd, eventueel op basis van de biogeografische regio's. Dergelijke organisaties moeten partnerschappen zijn die erop gericht zijn gemeenschappelijke, bindende regels op te stellen, en te voorzien in gelijke concurrentievoorwaarden voor alle belanghebbenden in de visserijsector. Bij het opzetten van deze organisaties is het noodzakelijk ervoor te zorgen dat zij onder de mededingingsregels van deze verordening blijven vallen en dat de noodzaak om het verband tussen afzonderlijke kustgemeenschappen en de door hen van oudsher geëxploiteerde visserijtakken en wateren te handhaven, in acht wordt genomen.

(13)

De Commissie moet steunmaatregelen om de deelname van vrouwen in producentenorganisaties voor aquacultuurproducten te bevorderen, aanmoedigen.

(14)

Opdat producentenorganisaties hun leden tot duurzame visserij- en aquacultuuractiviteiten kunnen aanzetten, moeten zij een productie- en afzetprogramma voorbereiden en aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voorleggen met de maatregelen die nodig zijn om de doelstellingen van de betrokken producentenorganisatie te verwezenlijken.

(15)

Teneinde de doelstellingen van het GVB op het gebied van teruggooi te verwezenlijken, moet grootschalig gebruik worden gemaakt van selectief vistuig waarmee ondermaatse vangst wordt voorkomen.

(16)

Vanwege de onvoorspelbaarheid van de visserijactiviteiten is het dienstig een mechanisme in te stellen voor de opslag van visserijproducten voor menselijke consumptie, teneinde de marktstabiliteit te bevorderen en de winst op de producten te verhogen door met name een meerwaarde te creëren. Dat mechanisme moet bijdragen tot de stabilisering en de convergentie van de plaatselijke markten in de Unie met het oog op de voltooiing van de doelstellingen van de interne markt.

(17)

Teneinde rekening te houden met de uiteenlopende prijzen in de Unie moet elke visserijproducentenorganisatie worden gerechtigd een drempelprijs voor toepassing van het opslagmechanisme voor te stellen. Die drempelprijs moet op zodanige wijze worden vastgesteld dat eerlijke concurrentie tussen de marktdeelnemers wordt behouden.

(18)

De bepaling en de toepassing van gemeenschappelijke handelsnormen moet het mogelijk maken de markt te bevoorraden met duurzame producten, het potentieel van de interne markt voor visserij- en aquacultuurproducten volledig te benutten en handelsactiviteiten op basis van eerlijke mededinging te vergemakkelijken, mede waardoor de productie rendabeler zal worden. Daartoe dienen de bestaande handelsnormen verder van toepassing te zijn.

(19)

Het is noodzakelijk ervoor te zorgen dat producten die op de markt van de Unie worden ingevoerd aan dezelfde eisen en handelsnormen voldoen als die waaraan de producenten van de Unie moeten voldoen.

(20)

Teneinde een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te garanderen, dienen visserij- en aquacultuurproducten die in de Unie op de markt worden gebracht, ongeacht hun oorsprong, te voldoen aan de toepasselijke voorschriften inzake voedselveiligheid en hygiëne.

(21)

Teneinde de consumenten in staat te stellen om weloverwogen keuzes te maken, is het noodzakelijk dat zij duidelijke en volledige informatie krijgen, onder meer met betrekking tot de oorsprong en de productiemethode van de producten.

(22)

Het gebruik van een milieukeurmerk voor visserij- en aquacultuurproducten, of ze nu van oorsprong zijn uit de Unie of van buiten de Unie, biedt de mogelijkheid om duidelijke informatie te verstrekken met betrekking tot de ecologische duurzaamheid van dergelijke producten. Het is in dit verband noodzakelijk dat de Commissie de mogelijkheid onderzoekt om minimumcriteria te ontwikkelen en vast te stellen voor de totstandbrenging van een voor de gehele Unie geldend milieukeurmerk voor visserij- en aquacultuurproducten.

(23)

Met het oog op consumentenbescherming moeten de bevoegde nationale autoriteiten die met het toezicht op en de handhaving van de naleving van de in deze verordening vastgelegde verplichtingen belast zijn, optimaal gebruik maken van de beschikbare technologie, met inbegrip van DNA-tests, teneinde verkeerde etikettering van vangsten door marktdeelnemers te ontmoedigen.

(24)

De mededingingsregels betreffende de in artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) bedoelde overeenkomsten, besluiten en gedragingen mogen slechts op de productie en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten worden toegepast voor zover de toepassing ervan geen belemmering vormt voor de werking van de GMO en evenmin het bereiken van de doelstellingen bepaald in artikel 39 VWEU in gevaar brengt.

(25)

Het is dienstig mededingingsregels voor de productie en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten vast te stellen, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de visserij- en aquacultuursector, inclusief de fragmentering van de sector, het feit dat vis een gedeeld bestand is en de omvang van de invoer, die aan dezelfde voorschriften onderworpen moet zijn als de visserij- en aquacultuurproducten van de Unie. Ter vereenvoudiging dienen de relevante bepalingen van Verordening (EG) nr. 1184/2006 van de Raad (5) in deze verordening te worden opgenomen. Derhalve dient te worden bepaald dat Verordening (EG) nr. 1184/2006 niet langer geldt voor visserij- en aquacultuurproducten.

(26)

Het verzamelen, verwerken en verspreiden van economische informatie over de markten voor visserij- en aquacultuurproducten in de Unie dient te worden verbeterd.

(27)

Teneinde uniforme voorwaarden voor de uitvoering van de bepalingen van deze verordening te waarborgen ten aanzien van: de termijnen, procedures en de vorm van verzoeken om erkenning van producenten- en brancheorganisaties en voor de intrekking van die erkenning; het formaat, de termijnen en de procedures die door de lidstaten in acht moeten worden genomen voor de mededeling aan de Commissie van elk besluit tot verlening of intrekking van de erkenning; het formaat en de procedure van kennisgeving die door de lidstaten in acht moeten worden genomen voor de voorschriften die voor alle producenten of marktdeelnemers verbindend zijn; het formaat en de structuur van productie- en afzetprogramma's, en de procedure en de termijnen voor de indiening en goedkeuring daarvan; en het formaat van de bekendmaking van de drempelprijzen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (6).

(28)

Verordening (EG) nr. 104/2000 moet worden ingetrokken. Met het oog op de continuïteit van de bepaling inzake consumenteninformatie moet artikel 4 derhalve tot en met 12 december 2014 van toepassing blijven.

(29)

Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk de instelling van een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, vanwege het gemeenschappelijke karakter van de markt voor visserij- en aquacultuurproducten niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en zij derhalve, gezien de omvang en de gevolgen ervan en de noodzaak van gezamenlijk optreden, beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan hetgeen nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

(30)

Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

1.   Er wordt een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten ingesteld ("de gemeenschappelijke marktordening" (GMO)).

2.   De GMO omvat de volgende elementen:

a)

beroepsorganisaties;

b)

handelsnormen;

c)

consumenteninformatie;

d)

mededingingsregels;

e)

informatie over de markt.

3.   De GMO wordt wat de externe aspecten betreft aangevuld bij Verordening (EU) nr. 1220/2012 van de Raad (7) en bij Verordening (EU) nr. 1026/2012 van het Europees Parlement en de Raad (8).

4.   De uitvoering van de GMO komt in aanmerking voor financiële steun van de Unie overeenkomstig een toekomstige rechtshandeling van de Unie tot vaststelling van de voorwaarden voor financiële steun voor het maritiem en visserijbeleid voor de periode 2014-2020.

Artikel 2

Toepassingsgebied

De GMO geldt voor de in bijlage I bij deze verordening genoemde visserij- en aquacultuurproducten die in de Unie worden afgezet.

Artikel 3

Doelstellingen

De doelstellingen van de gemeenschappelijke marktordening zijn die van artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (9).

Artikel 4

Beginselen

De gemeenschappelijke marktordening wordt gestoeld op door de in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 vastgestelde beginselen van goed bestuur.

Artikel 5

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities, bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1380/2013, in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 (10), in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad (11), in de artikelen 2 en 3 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad (12), en in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad (13). Daarnaast gelden de volgende definities:

a)   "visserijproducten": aquatische organismen die in het kader van een visserijactiviteit worden verkregen, of daarvan afgeleide producten, zoals vermeld in bijlage I;

b)   "aquacultuurproducten": aquatische organismen in alle stadia van hun levenscyclus, die voortkomen uit aquacultuuractiviteiten, of daarvan afgeleide producten, zoals vermeld in bijlage I;

c)   "producent": elke natuurlijke of rechtspersoon die op het verkrijgen van visserij- of aquacultuurproducten gerichte productiemiddelen exploiteert met het doel die producten op de markt te brengen;

d)   "visserij- en aquacultuursector": de economische sector die alle activiteiten voor de productie, verwerking en afzet van visserij- of aquacultuurproducten omvat;

e)   "op de markt aanbieden": het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een visserij- of aquacultuurproduct met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt van de Unie;

f)   "op de markt brengen": het voor het eerst in de Unie op de markt aanbieden van een visserij- of aquacultuurproduct;

g)   "detailhandel": het hanteren en/of verwerken van levensmiddelen en het opslaan daarvan op de plaats van verkoop of levering aan de eindverbruiker, waaronder distributieterminals, cateringdiensten, bedrijfskantines, institutionele maaltijdvoorziening, restaurants en andere soortgelijke diensten voor voedselvoorziening, winkels, supermarkten en groothandelsbedrijven waar levensmiddelen worden verkocht;

h)   "voorverpakte visserij- en aquacultuurproducten": visserij- en aquacultuurproducten die "voorverpakte levensmiddelen" zijn in de zin van artikel 2, lid 2, onder e), van Verordening (EG) nr. 1169/2011.

HOOFDSTUK II

BEROEPSORGANISATIES

AFDELING I

Oprichting, doelstellingen en maatregelen

Artikel 6

Oprichting van producentenorganisaties voor visserijproducten en producentenorganisaties voor aquacultuurproducten

1.   Op initiatief van producenten van visserij- of aquacultuurproducten kunnen producentenorganisaties voor visserijproducten en producentenorganisaties voor aquacultuurproducten ("producentenorganisaties"), in één of meer lidstaten worden opgericht en overeenkomstig afdeling II worden erkend.

2.   Bij de oprichting van producentenorganisaties wordt in voorkomend geval rekening gehouden met de specifieke situatie van de kleinschalige producenten.

3.   Een producentenorganisatie die representatief is voor zowel de visserij- als de aquacultuuractiviteiten kan als gezamenlijke producentenorganisatie voor visserij- en aquacultuurproducten worden opgericht.

Artikel 7

Doelstellingen van producentenorganisaties

1.   Producentenorganisaties voor visserijproducten streven de volgende doelstellingen na:

a)

de rentabiliteit en duurzaamheid van de visserijactiviteiten van hun leden verbeteren, in volledige overeenstemming met het, met name in Verordening (EU) nr. 1380/2013 en in de milieuwetgeving vastgestelde, instandhoudingsbeleid en met inachtneming van het sociaal beleid; indien de betrokken lidstaat dit besluit, neemt de producentenorganisatie voor visserijproducten tevens deel aan het beheer van de biologische rijkdommen van de zee;

b)

ongewenste vangsten van commerciële bestanden zo veel mogelijk vermijden en beperken en, waar nodig, deze vangsten zo goed mogelijk benutten zonder een markt te creëren voor vangsten die kleiner zijn dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte, overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013*;

c)

bijdragen tot de traceerbaarheid van visserijproducten en aan de toegang tot duidelijke en uitgebreide consumenteninformatie;

d)

bijdragen tot de uitbanning van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij.

2.   Producentenorganisaties voor aquacultuurproducten streeft de volgende doelstellingen na:

a)

de duurzaamheid van de aquacultuuractiviteiten van hun leden bevorderen door hun ontwikkelingskansen te bieden in volledige overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1380/2013* en de milieuwetgeving, met inachtneming van het sociaal beleid;

b)

erop toezien dat de activiteiten van hun leden consistent zijn met de in artikel 34 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde nationale strategische plannen;

c)

ernaar streven te waarborgen dat uit de visserij afkomstig voeder voor de aquacultuur uit duurzaam beheerde visserij afkomstig is.

3.   Producentenorganisaties streven, naast de in de leden 1 en 2 genoemde doelstellingen, twee of meer van de volgende doelstellingen na:

a)

de voorwaarden voor het op de markt brengen van de visserij- en aquacultuurproducten van hun leden verbeteren;

b)

de economische rentabiliteit vergroten;

c)

de markten stabiliseren;

d)

bijdragen tot de voedselvoorziening en bevorderen van hoge normen voor voedselkwaliteit en voedselveiligheid, terwijl de werkgelegenheid in kust- en plattelandsgebieden eveneens wordt bevorderd;

e)

het milieueffect van visserij beperken, waaronder door middel van maatregelen om de selectiviteit van het vistuig te verbeteren.

4.   Producentenorganisaties mogen bijkomende doelstellingen nastreven.

Artikel 8

Maatregelen van producentenorganisaties

1.   Producentenorganisaties kunnen, om de in artikel 7 genoemde doelstellingen te verwezenlijken, onder meer de volgende maatregelen toepassen:

a)

de productie aanpassen aan de behoeften van de markt;

b)

het aanbod en de afzet van de producten van hun leden kanaliseren;

c)

van de Unie afkomstige visserij- en aquacultuurproducten van hun leden op niet-discriminerende wijze promoten door, bijvoorbeeld, gebruik te maken van certificering, en in het bijzonder oorsprongsbenamingen, kwaliteitslabels, geografische aanduidingen, gegarandeerde traditionele specialiteiten en duurzaamheidsmerites;

d)

nagaan of en maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de activiteiten van hun leden in overeenstemming zijn met de voorschriften van de betrokken producentenorganisatie;

e)

beroepsopleidingen en samenwerkingsprogramma's stimuleren om jonge mensen aan te moedigen tot de sector toe te treden;

f)

het milieueffect van visserij beperken, met name door middel van maatregelen om de selectiviteit van het vistuig te verbeteren;

g)

het gebruik van informatie- en communicatietechnologie bevorderen om een betere afzet en hogere prijzen te waarborgen;

h)

de toegang van consumenten tot informatie over visserij- en aquacultuurproducten stimuleren.

2.   Producentenorganisaties voor visserijproducten kunnen ook de volgende maatregelen toepassen:

a)

de visserijactiviteiten van hun leden collectief plannen en beheren, onder voorbehoud van de wijze waarop het beheer van biologische rijkdommen van de zee door de lidstaten is georganiseerd, en met name maatregelen ter verbetering van de selectiviteit van visserijactiviteiten ontwikkelen en uitvoeren, en de bevoegde autoriteiten adviseren;

b)

ongewenste vangsten vermijden en tot een minimum beperken door een rol te spelen in de ontwikkeling en toepassing van technische maatregelen, en ongewenste vangsten van commerciële bestanden optimaal gebruiken zonder een markt te creëren voor vangsten die kleiner zijn dan de minimuminstandhoudingsreferentiegrootte, overeenkomstig, naargelang het geval, artikel 15, lid 11, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en artikel 34, lid 2, van deze verordening;

c)

de tijdelijke opslag van visserijproducten beheren overeenkomstig de artikelen 30 en 31 van deze verordening.

3.   Producentenorganisaties voor aquacultuurproducten kunnen ook de volgende maatregelen toepassen:

a)

een duurzame aquacultuur bevorderen, met name in termen van milieubescherming en gezondheid en welzijn van dieren;

b)

informatie verzamelen over de op de markt gebrachte producten, inclusief economische informatie over de eerste verkoop en productieprognoses;

c)

milieuinformatie verzamelen;

d)

het beheer van de aquacultuuractiviteiten van hun leden plannen;

e)

ondersteunen van professionele programma's om duurzame aquacultuurproducten te bevorderen.

Artikel 9

Oprichting van verenigingen van producentenorganisaties

1.   Op initiatief van in één of meer lidstaten erkende producentenorganisaties kan een vereniging van producentenorganisaties worden opgericht.

2.   De voor de producentenorganisaties geldende bepalingen van de onderhavige verordening zijn eveneens van toepassing op verenigingen van producentenorganisaties, tenzij anders is bepaald.

Artikel 10

Doelstellingen van verenigingen van producentenorganisaties

1.   Een vereniging van producentenorganisaties streeft de volgende doelstellingen na:

a)

de in artikel 7 vastgestelde doelstellingen van de aangesloten producentenorganisaties op een doeltreffendere en duurzamere wijze verwezenlijken;

b)

activiteiten van gemeenschappelijk belang voor de aangesloten producentenorganisaties coördineren en ontwikkelen.

2.   Een vereniging van producentenorganisaties komt in aanmerking voor financiële steun overeenkomstig een toekomstige rechtshandeling van de Unie tot vaststelling van de voorwaarden voor financiële steun voor het maritiem en visserijbeleid voor de periode 2014-2020.

Artikel 11

Oprichting van brancheorganisaties

Op initiatief van marktdeelnemers op het gebied van visserij- en aquacultuurproducten kan een brancheorganisatie in één of meer lidstaten worden opgericht en overeenkomstig afdeling II worden erkend.

Artikel 12

Doelstellingen van brancheorganisaties

Brancheorganisaties verbeteren de coördinatie van, en de voorwaarden voor, het op de markt van de Unie aanbieden van visserij- en aquacultuurproducten.

Artikel 13

Maatregelen van brancheorganisaties

Om de in artikel 12 genoemde doelstellingen te verwezenlijken, kan een brancheorganisatie de volgende maatregelen toepassen:

a)

standaardcontracten opstellen die verenigbaar zijn met de wetgeving van de Unie;

b)

visserij- en aquacultuurproducten van de Unie op niet-discriminerende wijze promoten door, bijvoorbeeld, gebruik te maken van certificering, met name oorsprongsbenamingen, kwaliteitslabels, geografische aanduidingen, gegarandeerde traditionele specialiteiten en duurzaamheidsmerites;

c)

voorschriften inzake de productie en afzet van visserij- en aquacultuurproducten vaststellen die stringenter zijn dan die van de nationale wetgeving of wetgeving van de Unie;

d)

kwaliteit, kennis en transparantie van de productie en de markt verbeteren en beroepsopleidingen en -activiteiten uitvoeren, bijvoorbeeld met betrekking tot kwaliteit en traceerbaarheid en voedselveiligheid en om initiatieven op het gebied van onderzoek aan te moedigen;

e)

onderzoek en marktstudies uitvoeren en technieken ontwikkelen om de marktwerking te optimaliseren, inclusief door middel van informatie- en communicatietechnologie, en sociaal-economische gegevens verzamelen;

f)

informatie verstrekken en onderzoek verrichten met het oog op een duurzaam aanbod dat qua kwantiteit, kwaliteit en prijs overeenstemt met de behoeften van de markt en de verwachtingen van de consument;

g)

soorten uit gezonde visbestanden met een hoge voedingswaarde die momenteel niet wijdverspreid geconsumeerd worden promoten bij consumenten;

h)

nagaan of de activiteiten van hun leden in overeenstemming zijn met de voorschriften van de betrokken producentenorganisatie en maatregelen nemen met het oog op de naleving daarvan.

AFDELING II

Erkenning

Artikel 14

Erkenning van producentenorganisaties

1.   De lidstaten kunnen elke op initiatief van producenten van visserijproducten of van aquacultuurproducten opgerichte groepering die een verzoek om erkenning indient, als producentenorganisatie erkennen, mits deze:

a)

de beginselen in artikel 17 en de voorschriften ter uitvoering daarvan in acht neemt;

b)

op het grondgebied van de lidstaat in kwestie of een deel daarvan in voldoende mate economisch actief is, met name wat het aantal leden of de hoeveelheid afzetbare producten betreft;

c)

overeenkomstig het nationale recht van de betrokken lidstaat rechtspersoonlijkheid heeft, daar gevestigd is en haar statutaire zetel op het grondgebied ervan heeft;

d)

kan bijdragen tot de verwezenlijking van de in artikel 7 genoemde doelstellingen;

e)

de in hoofdstuk V bedoelde mededingingsregels in acht neemt;

f)

op een bepaalde markt geen misbruik maakt van een machtspositie; en

g)

relevante details over lidmaatschap, bestuur en financieringsbronnen verstrekt.

2.   Producentenorganisaties die voor 29 december 2013 zijn erkend, worden beschouwd als erkende producentenorganisaties in de zin van deze verordening, en worden geacht te zijn gebonden door de bepalingen van deze verordening.

Artikel 15

Financiële steun aan producentenorganisaties of verenigingen van producentenorganisaties

Overeenkomstig een toekomstige rechtshandeling van de Unie tot vaststelling van de voorwaarden voor financiële steun voor het maritiem en visserijbeleid voor de periode 2014-2020 kan financiële steun worden verleend voor afzetmaatregelen ten bate van visserij- en aquacultuurproducten die ten doel hebben een producentenorganisatie of een vereniging van producentenorganisaties op te richten of te hervormen.

Artikel 16

Erkenning van brancheorganisaties

1.   De lidstaten kunnen een op hun grondgebied gevestigde groepering van marktdeelnemers die een verzoek om erkenning indient, als brancheorganisatie erkennen, mits deze:

a)

de beginselen in artikel 17 en de voorschriften ter uitvoering daarvan in acht neemt;

b)

op significante wijze representatief is voor de productieactiviteit en voor de verwerkings- of de afzetactiviteit of voor beide, met betrekking tot visserij- en aquacultuurproducten of verwerkte visserij- en aquacultuurproducten;

c)

zelf geen visserij- en aquacultuurproducten of verwerkte visserij- en aquacultuurproducten produceert, verwerkt of afzet;

d)

overeenkomstig het nationale recht van een lidstaat rechtspersoonlijkheid heeft, daar is gevestigd en haar statutaire zetel op het grondgebied ervan heeft;

e)

in staat is de in artikel 12 bepaalde doelstellingen na te streven;

f)

rekening houdt met de belangen van de consument;

g)

de goede werking van de GMO niet belemmert; en

h)

de in hoofdstuk V bedoelde mededingingregels in acht neemt.

2.   Een vóór 29 december 2013 opgerichte organisatie kan als brancheorganisatie in de zin van deze verordening worden erkend, indien de betrokken lidstaat ervan overtuigd is dat zij voldoet aan de bepalingen van deze verordening betreffende brancheorganisaties.

3.   Een brancheorganisatie die voor 29 december 2013 is erkend, wordt beschouwd als erkende brancheorganisatie in de zin van deze verordening en wordt geacht te zijn gebonden door de bepalingen van deze verordening.

Artikel 17

Intern functioneren van producentenorganisaties en brancheorganisaties

Het interne functioneren van een producentenorganisatie en een brancheorganisatie als bedoeld in de artikelen 14 en 16 berust op de volgende beginselen:

a)

de leden houden zich aan de door de organisaties vastgestelde voorschriften inzake exploitatie van visbestanden en productie en afzet van visserijproducten;

b)

non-discriminatie tussen de leden, in het bijzonder niet op grond van nationaliteit of vestigingsplaats;

c)

de leden betalen een financiële bijdrage om de organisatie te financieren;

d)

de democratisch functionerende organisatie en haar besluiten kunnen door de leden aan kritisch onderzoek worden onderworpen;

e)

bij overtreding van de statutaire verplichtingen van de betrokken organisatie, in het bijzonder bij niet-betaling van de financiële bijdragen, worden effectieve, afschrikkende en proportionele sancties opgelegd;

f)

er bestaan regels voor de toetreding van nieuwe leden en de intrekking van het lidmaatschap;

g)

de voor het functioneren van het bestuur van de organisatie vereiste boekhoudkundige en budgettaire voorschriften worden vastgesteld.

Artikel 18

Controles en intrekking van de erkenning door de lidstaten

1.   De lidstaten voeren regelmatig controles uit om te verifiëren of de producenten- en brancheorganisaties voldoen aan de respectievelijk in artikel 14 en artikel 16 vastgestelde erkenningsvoorwaarden. Indien een overtreding wordt geconstateerd, kan de erkenning worden ingetrokken.

2.   De lidstaat waar de officiële zetel van een producentenorganisatie of een brancheorganisatie met leden uit verschillende lidstaten, of van een vereniging van in verschillende lidstaten erkende producentenorganisaties is gevestigd, zet in samenwerking met de andere betrokken lidstaten de nodige administratieve samenwerking op om de activiteiten van de betrokken organisatie of vereniging te controleren.

Artikel 19

Toewijzing van vangstmogelijkheden

Bij de uitoefening van zijn taken, leeft een producentenorganisatie waarvan de leden onderdanen van verschillende lidstaten zijn, of een vereniging van in verschillende lidstaten erkende producentenorganisaties, de bepalingen na inzake de toewijzing van de vangstmogelijkheden aan de lidstaten overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

Artikel 20

Controles door de Commissie

1.   Om ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan de in de respectievelijk, artikelen 14 en 16 vastgestelde voorwaarden voor de erkenning van producenten- of brancheorganisaties, kan de Commissie controles verrichten en verzoekt zij de lidstaten in voorkomend geval de erkenning van producenten- of brancheorganisaties in te trekken.

2.   De lidstaten delen de Commissie langs elektronische weg elk besluit tot verlening of intrekking van de erkenning mee. De Commissie maakt al deze informatie openbaar.

Artikel 21

Uitvoeringshandelingen

1.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast betreffende:

a)

de termijnen en procedures voor de erkenning en de vorm van het verzoek om erkenning van producenten- en brancheorganisaties, respectievelijk overeenkomstig de artikelen 14 en 16, en voor de intrekking van de erkenning overeenkomstig artikel 18;

b)

het formaat, de termijnen en de procedures die door de lidstaten in acht moeten worden genomen voor de mededeling aan de Commissie van elk besluit tot verlening of intrekking van de erkenning overeenkomstig artikel 20, lid 2.

De uitvoeringshandelingen onder a), worden, in voorkomend geval, aangepast aan de specifieke kenmerken van de kleinschalige visserij en aquacultuur.

2.   De in lid 1 bedoelde uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 43, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

AFDELING III

Uitbreiding van de voorschriften

Artikel 22

Uitbreiding van de voorschriften van producentenorganisaties

1.   De lidstaten kunnen de binnen een producentenorganisatie overeengekomen voorschriften verbindend verklaren voor producenten die niet bij die organisatie zijn aangesloten en die in het gebied waar de producentenorganisatie representatief is, één of meer producten op de markt brengen, op voorwaarde dat:

a)

de producentenorganisatie al minstens een jaar bestaat en representatief wordt geacht voor de productie en de afzet, mede, indien van toepassing, van de kleinschalige en ambachtelijke sector, in een bepaalde lidstaat, en daartoe een verzoek richt tot de bevoegde autoriteiten van die lidstaat;

b)

de uit te breiden voorschriften betrekking hebben op één of meer van de in artikel 8, lid 1, onder a), b) en c), in artikel 8, lid 2, onder a) en b), en in artikel 8, lid 3, onder a) tot en met e), vastgestelde maatregelen;

c)

aan de in hoofdstuk V bedoelde mededingingsregels wordt voldaan.

2.   Voor de toepassing van lid 1, onder a), wordt een producentenorganisatie voor visserijproducten representatief geacht wanneer zij goed is voor ten minste 55 % van de hoeveelheid van het betrokken product die in het voorgaande jaar is afgezet in het gebied waarvoor de uitbreiding van de voorschriften wordt voorgesteld.

3.   Voor de toepassing van lid 1, onder a), wordt een producentenorganisatie voor aquacultuurproducten representatief geacht wanneer zij goed is voor ten minste 40 % van de hoeveelheid van het betrokken product die in het voorgaande jaar is afgezet in het gebied waarvoor de uitbreiding van de voorschriften wordt voorgesteld.

4.   De tot niet-leden uit te breiden voorschriften zijn verbindend voor een periode van 60 dagen tot 12 maanden.

Artikel 23

Uitbreiding van de voorschriften van brancheorganisaties

1.   Een lidstaat kan bepaalde binnen een brancheorganisatie gesloten overeenkomsten, genomen besluiten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen in één of meer specifieke gebieden verbindend verklaren voor andere marktdeelnemers die niet bij die organisatie zijn aangesloten, op voorwaarde dat:

a)

ten minste 65 % van elke van ten minste twee van de volgende activiteiten via de brancheorganisatie verloopt: productie, verwerking of afzet van het betrokken product in het voorgaande jaar in één of meer gebieden van die lidstaat, en de organisatie daartoe een verzoek richt tot de bevoegde nationale autoriteiten; en

b)

de tot andere marktdeelnemers uit te breiden voorschriften betrekking hebben op één of meer van de in artikel 13, onder a) tot en met g), vastgestelde maatregelen van brancheorganisaties en geen schade toebrengen aan andere marktdeelnemers in de betrokken lidstaat of in de Unie.

2.   De uitbreiding van de voorschriften mag voor maximaal drie jaar verbindend worden verklaard, onverminderd artikel 25, lid 4.

Artikel 24

Aansprakelijkheid

In het geval van voorschriften die overeenkomstig de artikelen 22 en 23 worden uitgebreid tot niet-leden, kan de betrokken lidstaat besluiten dat deze niet-leden de producentenorganisatie of de brancheorganisatie een bedrag moeten betalen dat gelijk is aan alle of een deel van de kosten voor de leden als gevolg van de toepassing van de voorschriften die zijn uitgebreid tot de niet-leden.

Artikel 25

Goedkeuring door de Commissie

1.   De lidstaten delen de Commissie de voorschriften mee die zij voor alle producenten of marktdeelnemers van één of meer specifieke gebieden overeenkomstig de artikelen 22 en 23 verbindend willen verklaren.

2.   De Commissie stelt een besluit vast tot goedkeuring van de uitbreiding van de door een lidstaat meegedeelde voorschriften bedoeld in lid 1, op voorwaarde dat:

a)

aan het bepaalde in de artikelen 22 en 23 is voldaan;

b)

aan de in hoofdstuk V bedoelde mededingingsregels is voldaan;

c)

de uitbreiding het vrije handelsverkeer niet belemmert; en

d)

de verwezenlijking van de doelstellingen in artikel 39 VWEU niet in gevaar wordt gebracht.

3.   Binnen één maand na ontvangst van de mededeling neemt de Commissie een besluit tot goedkeuring of weigering van de uitbreiding van de voorschriften en stelt zij de lidstaten hiervan in kennis. Indien de Commissie binnen één maand vanaf de ontvangst van de kennisgeving, geen besluit heeft genomen, dan wordt de uitbreiding van de voorschriften geacht door haar te zijn goedgekeurd.

4.   Een goedgekeurde uitbreiding van de voorschriften mag na afloop van de eerste termijn, ook met stilzwijgend akkoord, zonder dat de goedkeuring uitdrukkelijk wordt verlengd, verder worden toegepast, op voorwaarde dat de betrokken lidstaat de Commissie minstens één maand voor afloop van de eerste termijn in kennis heeft gesteld van de verlengde toepassing en de Commissie die verlengde toepassing heeft goedgekeurd of er niet binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving bezwaar tegen heeft aangetekend.

Artikel 26

Intrekking van de goedkeuring

De Commissie kan controles uitvoeren en de goedkeuring van de uitbreiding van de voorschriften intrekken wanneer zij constateert dat niet is voldaan aan één of meer van de voorwaarden voor deze goedkeuring. De Commissie stelt de lidstaten van die intrekking in kennis.

Artikel 27

Uitvoeringshandelingen

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast inzake het formaat en de procedure van de in artikel 25, lid 1, bedoelde kennisgeving. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 43, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure, vastgesteld.

AFDELING IV

Planning van productie en afzet

Artikel 28

Productie- en afzetprogramma

1.   Elke producentenorganisatie dient bij de bevoegde nationale autoriteiten van haar lidstaat ter goedkeuring ten minste een productie- en afzetprogramma voor haar belangrijkste soorten op de markt in. Dat productie- en afzetprogramma is gericht op de verwezenlijking van de doelstellingen in de artikelen 3 en 7.

2.   Het productie- en afzetprogramma omvat:

a)

een productieprogramma voor gevangen of gekweekte soorten;

b)

een afzetstrategie om de hoeveelheid, de kwaliteit en de aanbiedingsvorm van het aanbod af te stemmen op de eisen van de markt;

c)

maatregelen die de producentenorganisatie moet nemen om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen in artikel 7;

d)

bijzondere maatregelen voor een preventieve regulering van het aanbod voor soorten die traditioneel tijdens het seizoen met afzetmoeilijkheden te kampen hebben;

e)

sancties tegen de leden die de voor de uitvoering van het betrokken programma vastgestelde besluiten niet naleven.

3.   De bevoegde nationale autoriteiten keuren het productie- en afzetprogramma goed. Zodra het programma is goedgekeurd, wordt het door de producentenorganisatie uitgevoerd.

4.   De producentenorganisaties kunnen het productie- en afzetprogramma herzien; zij leggen de herziening aan de bevoegde nationale autoriteiten ter goedkeuring voor.

5.   Een producentenorganisatie bereidt jaarlijks een verslag over haar activiteiten in het kader van het productie- en afzetprogramma voor en legt het ter goedkeuring aan de bevoegde nationale autoriteiten voor.

6.   Een producentenorganisatie kan financiële steun krijgen voor het opstellen en uitvoeren van productie- en afzetprogramma's overeenkomstig een toekomstige rechtshandeling van de Unie tot vaststelling van de voorwaarden voor financiële steun voor het maritiem en visserijbeleid voor de periode 2014-2020.

7.   De lidstaten voeren controles uit om ervoor te zorgen dat elke producentenorganisatie de in dit artikel vastgestelde verplichtingen nakomt. Indien wordt geconstateerd dat er sprake is van niet-naleving kan de erkenning worden ingetrokken.

Artikel 29

Uitvoeringshandelingen

1.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast betreffende:

a)

het formaat en de structuur van het in artikel 28 bedoelde productie- en afzetprogramma;

b)

de procedure en de termijnen voor de indiening van het in artikel 28 bedoelde productie- en afzetprogramma door de producentenorganisatie en de goedkeuring ervan door de lidstaat.

2.   De in lid 1 bedoelde uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 43, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

AFDELING V

Stabilisering van de markten

Artikel 30

Opslagmechanisme

Producentenorganisaties voor visserijproducten kunnen financiële steun ontvangen voor de opslag van in bijlage II vermelde visserijproducten, op voorwaarde dat:

a)

aan de in een toekomstige rechtshandeling van de Unie tot vaststelling van de voorwaarden voor financiële steun voor het maritiem en visserijbeleid voor de periode 2014-2020 bepaalde voorwaarden voor opslagsteun is voldaan;

b)

de producten door de producentenorganisaties voor visserijproducten op de markt zijn gebracht, en er tegen de in artikel 31 bedoelde drempelprijs geen koper te vinden bleek;

c)

de producten in overeenstemming zijn met de overeenkomstig artikel 33 vastgestelde gemeenschappelijke handelsnormen en ze een voor menselijke consumptie geschikte kwaliteit hebben;

d)

de producten door invriezen, hetzij aan boord, hetzij in inrichtingen aan land, zouten, drogen, marineren of in voorkomend geval koken en pasteuriseren, verduurzaamd of verwerkt zijn en opgeslagen in tanks of kooien, ongeacht of naast die behandelingen, de producten eveneens gefileerd, in moten gesneden of, in voorkomend geval, gekopt worden;

e)

de producten vanuit de opslag weer op de markt worden gebracht voor menselijke consumptie in een latere fase;

f)

de producten ten minste vijf dagen worden opgeslagen.

Artikel 31

Drempelprijzen voor toepassing van het opslagmechanisme

1.   Vóór het begin van elk jaar kan elke producentenorganisatie voor visserijproducten individueel een drempelprijs voor toepassing van het in artikel 30 bedoelde opslagmechanisme voorstellen voor de in bijlage II vermelde visserijproducten.

2.   De drempelprijs bedraagt niet meer dan 80 % van het gewogen gemiddelde van de prijs die voor het betrokken product in het werkgebied van de betrokken producentenorganisatie is genoteerd in de drie jaren die onmiddellijk voorafgaan aan het jaar waarvoor de drempelprijs wordt vastgesteld.

3.   Bij de vaststelling van de drempelprijs wordt rekening gehouden met:

a)

de ontwikkeling van de productie en de vraag;

b)

de stabilisatie van de marktprijzen;

c)

de convergentie van de markten;

d)

het inkomen van de producenten;

e)

de belangen van de consument.

4.   Na onderzoek van de voorstellen van de op hun grondgebied erkende producentenorganisaties stellen de lidstaten de door de producentenorganisaties toe te passen drempelprijzen vast. Bij de vaststelling van die prijzen worden de in de leden 2 en 3 bedoelde criteria gehanteerd. De prijzen worden bekendgemaakt.

Artikel 32

Uitvoeringshandelingen

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast inzake het formaat van de bekendmaking van de drempelprijzen op grond van artikel 31, lid 4. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 43, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

HOOFDSTUK III

GEMEENSCHAPPELIJKE HANDELSNORMEN

Artikel 33

Vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen

1.   Onverminderd artikel 47 kunnen gemeenschappelijke handelsnormen voor de in bijlage I vermelde voor menselijke consumptie bestemde visserijproducten, ongeacht hun oorsprong (Unie of ingevoerd), worden vastgesteld.

2.   De in lid 1 bedoelde normen kunnen betrekking hebben op de kwaliteit, grootte, gewicht, verpakking, aanbiedingsvorm of etikettering van de producten, en met name op:

a)

de minimummaten voor de afzet, die worden vastgesteld op basis van de best beschikbare wetenschappelijke adviezen; zulke minimummaten voor de afzet komen, waar dat relevant is, overeen met minimuminstandhoudingsreferentiegrootten overeenkomstig artikel 15, lid 10, van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

b)

specificaties voor geconserveerde producten in overeenstemming met de conserveringseisen en de internationale verplichtingen.

3.   De leden 1 en 2 zijn van toepassing onverminderd:

a)

Verordening (EG) nr. 178/2002;

b)

Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad (14);

c)

Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad (15);

d)

Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad (16);

e)

Verordening (EG) Nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad (17);

f)

Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad (18); en

g)

Verordening (EG) nr. 1224/2009.

Artikel 34

Naleving van de gemeenschappelijke handelsnormen

1.   De voor menselijke consumptie bestemde producten waarvoor gemeenschappelijke handelsnormen zijn vastgesteld, mogen slechts op de markt van de Unie worden aangeboden indien zij in overeenstemming zijn met deze normen.

2.   Alle aangelande visserijproducten, inclusief die welke niet in overeenstemming zijn met de gemeenschappelijke handelsnormen, mogen worden gebruikt voor andere doeleinden dan rechtstreekse menselijke consumptie, mede voor vismeel, visolie, diervoeder, levensmiddelenadditieven, geneesmiddelen of cosmetica.

HOOFDSTUK IV

CONSUMENTENINFORMATIE

Artikel 35

Verplichte informatie

1.   Onverminderd Verordening (EU) nr. 1169/2011 mogen de in bijlage I, onder a), b), c) en e), bij deze verordening vermelde visserij- en aquacultuurproducten die in de Unie worden afgezet, ongeacht hun oorsprong of de toegepaste methode, slechts voor verkoop aan de eindverbruiker of aan een grote cateraar worden aangeboden mits door middel van een adequate affichering of etikettering de volgende gegevens worden medegedeeld:

a)

de handelsbenaming en de wetenschappelijke naam van de soort;

b)

de productiemethode, met name de volgende woorden: "… gevangen …" of "… in zoet water gevangen …" of "… gekweekt …";

c)

het gebied waar het product is gevangen of gekweekt en de in de wildvangst gebruikte categorie vistuig, zoals bepaald in de eerste kolom van bijlage III bij deze verordening;

d)

of het product ontdooid is;

e)

de datum van minimale houdbaarheid, in voorkomend geval.

Het voorschrift onder d) is niet van toepassing op:

a)

de in het eindproduct aanwezige ingrediënten;

b)

levensmiddelen waarvoor invriezen een technisch noodzakelijke stap is in het productieproces;

c)

visserij- en aquacultuurproducten die om redenen van gezondheidsbescherming voorafgaand zijn bevroren overeenkomstig bijlage III, sectie VIII, van Verordening (EG) nr. 853/2004;

d)

visserij- en aquacultuurproducten die zijn ontdooid vóór het roken, zouten, koken, pekelen, drogen of een combinatie van die bewerkingen.

2.   Voor niet-voorverpakte visserij- en aquacultuurproducten kunnen de in lid 1 vermelde verplichte gegevens voor verkoop in de detailhandel worden verstrekt door middel van commerciële voorlichtingsmiddelen, zoals borden of posters.

3.   Indien voor verkoop aan de eindverbruiker of aan een grote cateraar een gemengd product wordt aangeboden dat uit dezelfde soorten bestaat, maar die met verschillende productiemethoden zijn verkregen, moet de methode voor elke partij worden vermeld. Indien voor verkoop aan de eindgebruiker of een grote cateraar een gemengd product wordt aangeboden dat uit dezelfde soorten bestaat, maar die afkomstig zijn uit verschillende vangstgebieden of visteeltlanden, wordt ten minste het gebied vermeld van de qua hoeveelheid meest representatieve partij, vergezeld van de vermelding dat de producten ook afkomstig zijn uit andere vangst- of visteeltgebieden.

4.   De lidstaten mogen kleine hoeveelheden rechtstreeks vanaf vissersvaartuigen aan de consumenten verkochte producten vrijstellen van de eisen bedoeld in lid 1, mits die hoeveelheden niet hoger zijn dan de waarde in artikel 58, lid 8, van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

5.   Visserij- en aquacultuurproducten en hun verpakkingen die vóór 13 december 2014 zijn geëtiketteerd of gemerkt en die niet aan dit artikel voldoen, mogen worden verkocht totdat de voorraden ervan zijn uitgeput.

Artikel 36

Verslaglegging inzake toekenning van milieukeurmerken

Na raadpleging van de lidstaten en de belanghebbenden legt de Commissie, vóór 1 januari 2015, aan het Europees Parlement en de Raad een haalbaarheidsverslag voor betreffende de opties voor een systeem van milieukeurmerken voor visserij- en aquacultuurproducten, in het bijzonder de invoering van dit systeem in de gehele Unie en de vaststelling van minimumvereisten voor het gebruik van een milieukeurmerk van de Unie door de lidstaten.

Artikel 37

Handelsbenaming

1.   Voor de toepassing van artikel 35, lid 1, wordt door de lidstaten een lijst van de op hun grondgebied toegestane handelsbenamingen - met de wetenschappelijke benaming - opgesteld en bekendgemaakt. De lijst omvat het volgende:

a)

overeenkomstig het informatiesysteem Fishbase of volgens de ASFIS-database van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO), indien van toepassing;

b)

de handelsbenaming:

i)

de benaming van de soort in de officiële taal of de officiële talen van de betrokken lidstaat;

ii)

indien van toepassing, elke andere erkende of toegestane lokale of regionale benaming of benamingen.

2.   Alle soorten vis die een ingrediënt vormen van een ander levensmiddel mogen worden aangeduid als "vis", tenzij de benaming en de aanbiedingsvorm van dit levensmiddel duiden op een speciale soort.

3.   Alle wijzigingen in de lijst van de door een lidstaat toegelaten handelsbenamingen worden onverwijld aan de Commissie meegedeeld, die de andere lidstaten ervan in kennis stelt.

Artikel 38

Vermelding van het vangst- of productiegebied

1.   De vermelding van het vangst- of productiegebied overeenkomstig artikel 35, lid 1, onder c), omvat de volgende elementen:

a)

voor op zee gevangen visserijproducten, de naam, in geschreven vorm, van het deelgebied of de sector zoals vermeld in de lijst van FAO-visserijzones, alsmede de naam van dat gebied in voor de consument begrijpelijke bewoordingen of een kaart of een pictogram waarop dat gebied is aangegeven; voor visserijproducten die in andere wateren dan het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (FAO-visserijzone 27) en de Middellandse Zee en de Zwarte Zee (FAO-visserijzone 37) gevangen zijn volstaat, bij wijze van uitzondering op dit voorschrift, de vermelding van de FAO-visserijzone;

b)

voor in zoet water gevangen visserijproducten de vermelding van het water van oorsprong in de lidstaat of het derde land van herkomst van het product;

c)

voor aquacultuurproducten de vermelding van de lidstaat of het derde land waar het product meer dan de helft van zijn uiteindelijke gewicht heeft bereikt of meer dan de helft van de kweekperiode heeft verbleven of, in het geval van schaaldieren, een laatste fase, met een duur van ten minste zes maanden, van de kweek of de teelt heeft ondergaan.

2.   Als aanvulling op de in lid 1 bedoelde gegevens mogen de marktdeelnemers een nauwkeuriger vangst- of productiegebied aangeven.

Artikel 39

Aanvullende facultatieve informatie

1.   Als aanvulling op de op grond van artikel 35 vereiste verplichte gegevens mag facultatief eveneens de volgende informatie worden verstrekt, op voorwaarde dat zij duidelijk en eenduidig is:

a)

voor visserijproducten de datum van de vangst en voor aquacultuurproducten de datum van de oogst;

b)

de datum van aanlanding van de visserijproducten of informatie over de haven van aanlanding;

c)

nadere gegevens over het soort vistuig, zoals bedoeld in de tweede kolom van bijlage III;

d)

voor op zee gevangen visserijproducten, de vermelding van de vlaggenstaat van het vaartuig dat die producten heeft gevangen;

e)

milieu-informatie;

f)

informatie van ethische of sociale aard;

g)

informatie over productietechnieken en praktijken;

h)

informatie over de voedingswaarde van het product.

2.   Er kan een Quick Respons (QR)-code worden gebruikt voor alle of een deel van de in artikel 35, lid 1, genoemde informatie.

3.   De vermelding van de facultatieve informatie mag niet ten koste gaan van de voor de verplichte affichering of etikettering beschikbare ruimte.

4.   Er wordt geen vrijwillige informatie verstrekt die niet kan worden geverifieerd.

HOOFDSTUK V

MEDEDINGINGSREGELS

Artikel 40

Toepassing van de mededingingsregels

De artikelen 101 tot en met 106 VWEU en de uitvoeringsbepalingen daarvan zijn van toepassing op de in artikel 101, lid 1, en artikel 102 VWEU bedoelde overeenkomsten, besluiten en gedragingen die betrekking hebben op de productie of afzet van visserij- en aquacultuurproducten.

Artikel 41

Uitzonderingen op de toepassing van de mededingingsregels

1.   Niettegenstaande het bepaalde in artikel 40 van deze verordening is artikel 101, lid 1, VWEU niet van toepassing op overeenkomsten, besluiten en gedragingen van producentenorganisaties, voor zover deze betrekking hebben op de voortbrenging of de verkoop van visserij- en aquacultuurproducten of op het gebruik van gezamenlijke voorzieningen voor de opslag, de behandeling of de verwerking van visserij- en aquacultuurproducten, en die:

a)

noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen in artikel 39 VWEU;

b)

geen verplichting inhouden een bepaalde prijs toe te passen;

c)

niet leiden tot compartimentering van de markten binnen de Unie;

d)

mededinging niet uitsluiten; en

e)

de mededinging niet uitschakelen voor een aanzienlijk deel van de betrokken producten.

2.   Niettegenstaande het bepaalde in artikel 40 van deze verordening is artikel 101, lid 1, VWEU niet van toepassing op overeenkomsten, besluiten en gedragingen van brancheorganisaties die:

a)

noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen in artikel 39 VWEU;

b)

geen verplichting inhouden om een vastgestelde prijs toe te passen;

c)

niet leiden tot compartimentering van de markten binnen de Unie;

d)

geen ongelijke voorwaarden toepassen voor equivalente transacties met andere handelspartners, die voor hen uit concurrentieoogpunt nadelig zijn;

e)

de mededinging niet uitschakelen voor een aanzienlijk deel van de betrokken producten; en

f)

geen andere concurrentiebeperkingen teweegbrengen die niet van essentieel belang zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen van het GVB.

HOOFDSTUK VII

INFORMATIE OVER DE MARKT

Artikel 42

Informatie over de markt

1.   De Commissie:

a)

verzamelt, analyseert en verspreidt economische kennis over en inzicht in de markt van de Unie voor visserij- en aquacultuurproducten in de hele bevoorradingsketen, rekening houdend met de internationale context;

b)

verleent praktische ondersteuning aan producentenorganisaties en brancheorganisaties teneinde de informatievoorziening tussen marktdeelnemers en verwerkers beter te coördineren;

c)

doet regelmatig onderzoek naar de prijzen voor visserij- en aquacultuurproducten in de hele bevoorradingsketen van de markt van de Unie en verricht analyses over marktontwikkelingen;

d)

voert ad-hocmarktstudies uit en voorziet in een methodologie voor onderzoeken inzake prijsvorming.

2.   Voor de uitvoering van lid 1 neemt de Commissie de volgende maatregelen:

a)

de toegang tot overeenkomstig het recht van de Unie verzamelde beschikbare gegevens over visserij- en aquacultuurproducten vergemakkelijken;

b)

marktinformatie, zoals prijsenquêtes, marktanalyses en marktstudies, op een toegankelijke en begrijpelijke wijze beschikbaar stellen voor de belanghebbenden en het publiek, onder voorbehoud van Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (19).

3.   De lidstaten dragen bij tot de verwezenlijking van de in lid 1 genoemde doelstellingen.

HOOFDSTUK VII

PROCEDURELE BEPALINGEN

Artikel 43

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

HOOFDSTUK VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 44

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1184/2006

Artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1184/2006 wordt vervangen door:

"Artikel 1

Bij deze verordening worden de regels vastgesteld inzake de toepasselijkheid van de artikelen 101 tot en met 106 en van artikel 108, leden 1 en 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) inzake de voortbrenging van, of de handel in de in bijlage I van het VWEU vermelde producten, met uitzondering van de producten die vallen onder Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 (20) en Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad (21).

Artikel 45

Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 1224/2009

Verordening (EG) nr. 1224/2009 wordt als volgt gewijzigd:

1)

aan artikel 57, lid 1, worden de volgende zinnen toegevoegd:

"De lidstaten voeren controles uit op de naleving. De controles kunnen in alle afzetstadia alsook tijdens het vervoer worden verricht.";

2)

artikel 58, lid 5, wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt g) wordt vervangen door:

"g)

de gegevens voor de consument overeenkomstig artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad (22);

b)

punt h) wordt geschrapt.

Artikel 46

Intrekking

Verordening (EG) nr. 104/2000 wordt ingetrokken. Artikel 4 is echter van toepassing tot en met 12 december 2014.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage IV.

Artikel 47

Voorschriften tot vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen

Voorschriften tot vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen, met name Verordening (EEG) nr. 2136/89 van de Raad (23), Verordening (EEG) nr. 1536/92 van de Raad (24) en Verordening (EG) nr. 2406/96 van de Raad (25), alsmede andere voorschriften die zijn vastgesteld voor de toepassing van gemeenschappelijke handelsnormen, zoals Verordening (EEG) nr. 3708/85 van de Commissie (26), blijven van toepassing.

Artikel 48

Herziening

Uiterlijk 31 december 2022 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de resultaten van de toepassing van deze verordening.

Artikel 49

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2014, behoudens hoofdstuk IV en artikel 45, die van toepassing zijn met ingang van 13 december 2014.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 11 december 2013.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

V. LEŠKEVIČIUS


(1)  PB C 181 van 21.6.2012, blz. 183.

(2)  PB C 225 van 27.7.2012, blz. 20.

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 12 september 2012 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en standpunt van de Raad in eerste lezing van 17 oktober 2013 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). Standpunt van het Europees Parlement van 9 december 2013 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(4)  Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad van 17 december 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur (PB L 17 van 21.1.2000, blz. 22).

(5)  Verordening (EG) nr. 1184/2006 van de Raad van 24 juli 2006 inzake de toepassing van bepaalde regels betreffende de mededinging op de voortbrenging van en de handel in landbouwproducten (PB L 214 van 4.8.2006, blz. 7).

(6)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(7)  Verordening (EU) nr. 1220/2012 van de Raad van 3 december 2012 houdende handelsgerelateerde maatregelen om voor bepaalde visserijproducten de bevoorrading voor de verwerkende industrie in de EU te garanderen voor de periode 2013-2015, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 104/2000 en (EU) nr. 1344/2011 (PB L 349 van 19.12.2012, blz. 4).

(8)  Verordening (EU) nr. 1026/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende bepaalde maatregelen met het oog op de instandhouding van visbestanden ten aanzien van landen die niet-duurzame visserij toelaten (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 34).

(9)  Verordening (EU) nr 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, houdende wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (Zie bladzijde 22 van dit Publicatieblad).

(10)  Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).

(11)  Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18).

(12)  Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).

(13)  Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16).

(14)  Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1).

(15)  Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55).

(16)  Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (PB L 226 van 25.6.2004, blz. 83).

(17)  Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn (PB L 165 van 30.4.2004, blz. 1).

(18)  Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999 (PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1).

(19)  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

(20)  Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale GMO-verordening) (PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1).

(21)  Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 1).".

(22)  Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 1)."

(23)  Verordening (EEG) nr. 2136/89 van de Raad van 21 juni 1989 tot vaststelling van gemeenschappelijke normen voor het in de handel brengen van sardineconserven en van verkoopbenamingen voor conserven van sardines en van sardineachtigen (PB L 212 van 22.7.1989, blz. 79).

(24)  Verordening (EEG) nr. 1536/92 van de Raad van 9 juni 1992 tot vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen voor tonijn- en bonietconserven (PB L 163 van 17.6.1992, blz. 1).

(25)  Verordening (EG) nr. 2406/96 van de Raad van 26 november 1996 houdende vaststelling van gemeenschappelijke handelsnormen voor bepaalde visserijproducten (PB L 334 van 23.12.1996, blz. 1).

(26)  Verordening (EEG) nr. 3703/85 van de Commissie van 23 december 1985 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de gemeenschappelijke handelsnormen voor bepaalde soorten verse of gekoelde vis (PB L 351 van 28.12.1985, blz. 63).


BIJLAGE I

ONDER DE GMO VALLENDE VISSERIJ- EN ACQUACULTUURPRODUCTEN

GN-code

Omschrijving

a)

0301

Levende vis

0302

Vis, vers of gekoeld, andere dan visfilets en ander visvlees bedoeld bij post 0304

0303

Bevroren vis, andere dan visfilets en ander visvlees bedoeld bij post 0304

0304

Visfilets en ander visvlees (ook indien fijngemaakt), vers, gekoeld of bevroren

b)

0305

Vis, gedroogd, gezouten of gepekeld; gerookte vis, ook indien voor of tijdens het roken gekookt; meel, poeder en pellets, van vis, geschikt voor menselijke consumptie

c)

0306

Schaaldieren, ook indien ontdaan van de schaal, levend, vers, gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld; schaaldieren in de schaal, gestoomd of in water gekookt, ook indien gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld; meel, poeder en pellets, van schaaldieren, geschikt voor menselijke consumptie

0307

Weekdieren, ook indien ontdaan van de schelp, levend, vers, gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld; ongewervelde waterdieren, andere dan schaal- en weekdieren, levend, vers, gekoeld, bevroren, gedroogd, gezouten of gepekeld; meel, poeder en pellets, van ongewervelde waterdieren andere dan schaaldieren, geschikt voor menselijke consumptie

d)

 

Producten van dierlijke oorsprong, niet elders genoemd noch elders onder begrepen; dode dieren van de soorten bedoeld bij hoofdstuk 1 of 3, niet geschikt voor menselijke consumptie

Ander:

Producten van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren; dode dieren van de soorten bedoeld bij hoofdstuk 3:

0511 91 10

Visafvallen

0511 91 90

Ander

e)

1212 20 00

Zeewier en andere algen

f)

 

Vetten en oliën, van vis, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd:

1504 10

Oliën uit vislevers en fracties daarvan

1504 20

Vetten en oliën van vis, alsmede fracties daarvan, andere dan oliën uit vislevers

g)

1603 00

Extracten en sappen van vlees, van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren

h)

1604

Bereidingen en conserven van vis; kaviaar en kaviaarsurrogaten bereid uit kuit

i)

1605

Bereidingen en conserven van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren

j)

 

Deegwaren, ook indien gekookt of gevuld (met vlees of andere zelfstandigheden), dan wel op andere wijze bereid, zoals spaghetti, macaroni, noedels, lasagne, gnocchi, ravioli en cannelloni; couscous, ook indien bereid

1902 20

Gevulde deegwaren (ook indien gekookt of op andere wijze bereid):

1902 20 10

Bevattende meer dan 20 gewichtspercenten vis, schaal- of weekdieren of andere ongewervelde waterdieren

k)

 

Meel, poeder en pellets van vlees, van slachtafvallen, van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren, ongeschikt voor menselijke consumptie; kanen:

2301 20 00

Meel, poeder en pellets, van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren

l)

 

Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren

2309 90

Andere:

ex 2309 90 10

Visperssap


BIJLAGE II

PRODUCTEN DIE ONDER HET OPSLAGMECHANISME VALLEN

GN-Code

Omschrijving

0302 22 00

Schol (Pleonectes platessa)

ex 0302 29 90

Schar (Limanda limanda)

0302 29 10

Schartong (Lepidorhombus spp.)

ex 0302 29 90

Bot (Platichthys flesus)

0302 31 10

en

0302 31 90

Witte tonijn (Thunnus alalunga)

ex 0302 40

Haring van de soort Clupea harengus

0302 50 10

Kabeljauw van de soort Gadus morhua

0302 61 10

Sardines van de soort Sardina pilchardus

ex 0302 61 80

Sprot (Sprattus sprattus)

0302 62 00

Schelvis (Melanogrammus aeglefinus)

0302 63 00

Koolvis (Pollachius virens)

ex 0302 64

Makreel van de soorten Scomber scombrus en Scomber japonicus

0302 65 20

en

0302 65 50

Doornhaai en hondshaai (Squalus acanthias en Scyliorhinus spp.)

0302 69 31

en

0302 69 33

Roodbaars (Sebastes spp.)

0302 69 41

Wijting (Merlangius merlangus)

0302 69 45

Leng (Molva spp.)

0302 69 55

Ansjovis (Engraulis spp.)

ex 0302 69 68

Heek van de soort Merluccius merluccius

0302 69 81

Zeeduivel (Lophius spp.)

ex 0302 69 99

Goudmakreel (Coryphaena hippurus)

ex 0307 41 10

Inktvis (Sepia officinalis en Rossia macrosoma)

ex 0306 23 10

ex 0306 23 31

ex 0306 23 39

Garnalen van de soort Crangon crangon en Noorse garnaal (Pandalus borealis)

0302 23 00

Tong (Solea spp.)

0306 24 30

Noordzeekrabben (Cancer pagurus)

0306 29 30

Langoustine (Nephrops norvegicus)

0303 31 10

Zwarte heilbot (Reinhardtius hipoglossoides)

0303 78 11

0303 78 12

0303 78 13

0303 78 19

en

0304 29 55

0304 29 56

0304 29 58

Heek van het geslacht Merluccius

0303 79 71

Zeebrasem (Dentex dentex en Pagellus spp.)

0303 61 00

0304 21 00

0304 91 00

Zwaardvis (Xiphias gladius)

0306 13 40

0306 13 50

ex 0306 13 80

Garnalen van de Penaeidae-familie

0307 49 18

0307 49 01

Inktvissen (Sepia officinalis, Rossia macrosoma en Sepiola rondeletti)

0307 49 31

0307 49 33

0307 49 35

en

0307 49 38

Pijlinktvis (Loligo spp.)

0307 49 51

Pijlinktvis (Ommastrephes sagittatus)

0307 59 10

Achtarmige inktvissen (Octopus spp.)

0307 99 11

Illex spp.

0303 41 10

Witte tonijn (Thunnus alalunga)

0302 32 10

0303 42 12

0303 42 18

0303 42 42

0303 42 48

Geelvintonijn (Thunnus albacares)

0302 33 10

0303 43 10

Gestreepte tonijn (Katsuwomus pelamis)

0303 45 10

Blauwvintonijn (Thunnus thynnus)

0302 39 10

0302 69 21

0303 49 30

0303 79 20

Andere soorten van de geslachten Thunnus en Euthynnus

ex 0302 29 90

Tongschar (Microstomus kitt)

0302 35 10

en

0302 35 90

Blauwvintonijn (Thunnus thynnus)

ex 0302 69 51

Pollak (Pollachius pollachius)

0302 69 75

Braam (Brama spp.)

ex 0302 69 82

Blauwe wijting (Micromesistius poutassou)

ex 0302 69 99

Steenbolk (Trisopterus luscus) en dwergbolk (Trisopterus minutus)

ex 0302 69 99

Bokvis (Boops boops)

ex 0302 69 99

Pikarel (Spicara smaris)

ex 0302 69 99

Congeraal (Conger conger)

ex 0302 69 99

Poon (Trigla spp.)

ex 0302 69 91

ex 0302 69 99

Horsmakreel (Trachurus spp.)

ex 0302 69 99

Harders (Mugil spp.)

ex 0302 69 99

en

ex 0304 19 99

Rog (Raja spp.)

ex 0302 69 99

Haarstaart (Lepidopus caudatus en Aphanopus carbo)

ex 0307 21 00

Sint-Jacobsschelp (Pecten maximus)

ex 0307 91 00

Wulk (Buccinum undatum)

ex 0302 69 99

Gestreepte zeebarbeel of mul (Mullus surmuletus, Mullus barbatus)

ex 0302 69 99

Zeekarper (Spondyliosoma cantharus)


BIJLAGE III

INFORMATIE OVER HET VISTUIG

Verplichte informatie over de categorie vistuig

Bijzonderheden omtrent vistuig en codes overeenkomstig Verordening (EG) nr. 26/2004 van de Commissie (1) en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie (2)

Zegens

Strandzegens

SB

Deense zegens

SDN

Schotse zegens

SSC

Spanzegens

SPR

Trawlnetten

Boomkorren

TBB

Bodemottertrawls

OTB

Spantrawls

PTB

Zwevende ottertrawls

OTM

Pelagische spantrawls

PTM

Dubbelebordentrawls

OTT

Kieuwnetten en soortgelijke netten

Geankerde kieuwnetten

GNS

Drijfnetten

GND

Omringende kieuwnetten

GNC

Schakels

GTR

Gecombineerde kieuwnetten en schakels

GTN

Ringnetten en kruisnetten

Ringzegen

PS

Lampara's

LA

Vanaf een schip bediende kruisnetten

LNB

Vanaf de oever bediende kruisnetten

LNS

Haken en lijnen

Handlijnen en hengelsnoeren (met de hand bediend)

LHP

Handlijnen en hengelsnoeren (machinaal)

LHM

Grondbeugen

LLS

Drijvende beugen

LLD

Sleeplijnen

LTL

Sleeplijnen

Vanaf een schip bediende korren

DRB

Vanaf een vaartuig bediende handkorren

DRH

Gemechaniseerde dreggen (waaronder zuigers)

HMD

Korven en vallen

Korven (vallen)

FPO


(1)  Verordening (EG) nr. 26/2004 van de Commissie van 30 december 2003 betreffende het communautaire gegevensbestand over de vissersvloot (PB L 5 van 9.1.2004, blz. 25).

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (PB L 112 van 30.4.2011, blz. 1).


BIJLAGE IV

CONCORDANTIETABEL

Verordening (EG) nr. 104/2000

Deze verordening

Artikel 1

Artikelen 1 tot 5

Artikelen 2 en 3

Artikelen 33 en 34

Artikel 4

Artikelen 35 tot 39

Artikel 5, lid 1

Artikelen 6, 7, 8

Artikel 5, leden 2, 3 en 4, en artikel 6

Artikelen 14, 18 tot 21

Artikel 7

Artikelen 22 en 24 tot 27

Artikel 8

Artikelen 9 tot 12

Artikelen 28, 29

Artikel 13

Artikelen 11, 12, 13, 16, 18, 20 en 21

Artikel 14

Artikel 41, lid 2

Artikel 15

Artikel 23

Artikel 16

Artikelen 24 tot 27

Artikelen 17 tot 27

Artikelen 30, 31 en 32

Artikel 33

Artikel 34

Artikelen 20, lid 2, 21 en 32

Artikel 35

Artikel 36

Artikel 37

Artikel 43

Artikelen 38 en 39

Artikel 43

Artikel 40

Artikel 41

Artikel 48

Artikel 42

Artikelen 44, 45 en 46

Artikel 43

Artikel 49

Artikel 40

Artikel 41, lid 1

Artikel 42


Top