Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32013L0050

Richtlijn 2013/50/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot wijziging van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en Richtlijn 2007/14/EG van de Commissie tot vaststelling van concrete uitvoeringsvoorschriften van een aantal bepalingen van Richtlijn 2004/109/EG Voor de EER relevante tekst

OJ L 294, 6.11.2013, p. 13–27 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2013/50/oj

6.11.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 294/13


RICHTLIJN 2013/50/EU VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 22 oktober 2013

tot wijziging van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en Richtlijn 2007/14/EG van de Commissie tot vaststelling van concrete uitvoeringsvoorschriften van een aantal bepalingen van Richtlijn 2004/109/EG

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 50 en 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Commissie heeft op grond van artikel 33 van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad (4), aan het Europees Parlement en de Raad verslag moeten uitbrengen over de werking van die richtlijn, onder meer over de vraag of het juist is de ontheffing voor bestaande obligaties na de periode van tien jaar te beëindigen, als bepaald in artikel 30, lid 4, van die richtlijn, en over het potentiële effect van de werking van die richtlijn op de Europese financiële markten.

(2)

De Commissie heeft op 27 mei 2010 een verslag vastgesteld over de werking van Richtlijn 2004/109/EG, waarin wordt aangegeven op welke punten de door die richtlijn in het leven geroepen regeling kan worden verbeterd. Het verslag maakt in het bijzonder duidelijk dat het nodig is de verplichtingen van bepaalde uitgevende instellingen te vereenvoudigen om de gereglementeerde markten aantrekkelijker te maken voor kleine en middelgrote uitgevende instellingen die kapitaal aantrekken in de Unie. Daarnaast moet de effectiviteit van de bestaande transparantieregeling worden verbeterd, in het bijzonder met betrekking tot de bekendmaking van bedrijfseigendom.

(3)

Voorts heeft de Commissie in haar mededeling van 13 april 2011 getiteld „Akte voor de interne markt — Twaalf hefbomen voor het stimuleren van de groei en het versterken van het vertrouwen — Samen werk maken van een nieuwe groei”, vastgesteld dat Richtlijn 2004/109/EG moet worden herzien om de verplichtingen die gelden voor beursgenoteerde kleine en middelgrote ondernemingen evenrediger te maken en tegelijkertijd dezelfde mate van beleggersbescherming te garanderen.

(4)

Volgens het verslag en de mededeling van de Commissie dienen de administratieve lasten die verbonden zijn aan de verplichtingen in verband met toelating tot de handel op een gereglementeerde markt te worden verkleind voor kleine en middelgrote uitgevende instellingen, om hun toegang tot kapitaal te verbeteren. De verplichtingen om tussentijdse verklaringen van het bestuursorgaan of financiële kwartaalverslagen te publiceren, vormen een belangrijke last voor vele kleine en middelgrote uitgevende instellingen waarvan de effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, terwijl zij niet nodig zijn voor de beleggersbescherming. Die verplichtingen zetten ook aan tot prestaties op de korte termijn en ontmoedigen langetermijnbeleggingen. Om duurzame waardecreatie en een op de lange termijn gerichte beleggingsstrategie aan te moedigen, is het essentieel om de kortetermijndruk op uitgevende instellingen te verminderen en om beleggers een stimulans te geven om een langere termijn visie aan te nemen. De verplichting om tussentijdse verklaringen van het bestuursorgaan te publiceren, dient derhalve te worden afgeschaft.

(5)

Het mag de lidstaten niet toegestaan zijn in hun nationale wetgeving de verplichting op te leggen om periodieke financiële informatie vaker te publiceren dan de jaarlijkse en de halfjaarlijkse financiële verslagen. De lidstaten moeten evenwel de mogelijkheid hebben om de uitgevende instellingen te verplichten tot het publiceren van aanvullende, periodieke financiële informatie indien een dergelijke verplichting geen aanzienlijke financiële last met zich meebrengt en de vereiste aanvullende informatie in verhouding staat tot de factoren die bijdragen tot beleggingsbeslissingen. Deze richtlijn laat elke aanvullende financiële informatie die op grond van sectorwetgeving van de Unie vereist is, onverlet en de lidstaten kunnen in het bijzonder financiële instellingen verplichten aanvullende periodieke financiële informatie te publiceren. Een gereglementeerde markt kan bovendien uitgevende instellingen waarvan de effecten tot de handel op die gereglementeerde markt zijn toegelaten, verplichten aanvullende periodieke financiële informatie te publiceren in alle of sommige segmenten van die markt.

(6)

Om te voorzien in aanvullende flexibiliteit en bijgevolg administratieve lasten te verminderen, dient de uiterste termijn voor het publiceren van de halfjaarlijkse financiële verslagen te worden verlengd tot drie maanden na het einde van de verslagperiode. Verwacht wordt dat de verslagen van kleine en middelgrote uitgevende instellingen door de termijnverlenging voor de publicatie van hun halfjaarlijkse financiële verslagen meer aandacht van de marktdeelnemers zullen krijgen, en dat deze uitgevende instellingen derhalve meer zichtbaar worden.

(7)

Teneinde de transparantie op betalingen aan overheden te verbeteren, moeten uitgevende instellingen waarvan de effecten tot de handel op gereglementeerde markten zijn toegelaten en die actief zijn in de winningsindustrie of de houtkap in oerbossen, jaarlijks in een afzonderlijk verslag de betalingen vermelden die zijn gedaan aan de overheden van de landen waarin zij actief zijn. Het verslag moet betalingen omvatten die naar hun aard vergelijkbaar zijn met de betalingen die vermeld worden uit hoofde van het initiatief inzake transparantie in winningsindustrieën (Extractive Industries Transparency Initiative — EITI). De vermelding van de betalingen aan overheden moet het maatschappelijk middenveld en beleggers, informatie verstrekken zodat regeringen van landen die rijk zijn aan natuurlijke hulpbronnen om verantwoording kan worden gevraagd voor hun inkomsten uit de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen. Het initiatief vult ook het actieplan van de Europese Unie inzake „Wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw” (EU FLEGT) en de bepalingen van Verordening (EU) nr. 995/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 tot vaststelling van de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen (5) aan, die vereisen dat handelaren in houtproducten gepaste zorgvuldigheid aan de dag leggen om te voorkomen dat illegaal hout de markt van de Unie binnenkomt. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de leden van de verantwoordelijke organen van een onderneming die handelen binnen het kader van de hun krachtens het nationale recht toegewezen bevoegdheden, ervoor verantwoordelijk zijn dat het verslag over betalingen aan overheden naar hun beste kennis en vermogen overeenkomstig deze richtlijn wordt opgesteld. De nadere vereisten zijn omschreven in hoofdstuk 10 van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (6).

(8)

Omwille van de transparantie en de bescherming van de beleggers dienen de lidstaten voor te schrijven dat de volgende beginselen van toepassing zijn op verslagen over betalingen aan overheden overeenkomstig hoofdstuk 10 van Richtlijn 2013/34/EU: materialiteit (een betaling, hetzij afzonderlijk, hetzij in een reeks van samenhangende betalingen, hoeft niet in het verslag te worden vermeld indien deze betaling in een boekjaar minder dan 100 000 EUR bedraagt); verslagen voor elke overheid en elk project (de verslagen over betalingen aan overheden dienen te worden gemaakt voor elke afzonderlijke overheid en voor elk afzonderlijk project); universaliteit (er mogen geen uitzonderingen — bijvoorbeeld voor uitgevende instellingen die in bepaalde landen actief zijn — worden gemaakt die een verstorend effect kunnen hebben en uitgevende instellingen in staat kunnen stellen om lakse transparantievereisten uit te buiten); alomvattendheid (alle relevante betalingen aan overheden moeten worden gerapporteerd, in overeenstemming met hoofdstuk 10 van Richtlijn 2013/34/EU en de desbetreffende overwegingen).

(9)

Financiële innovatie heeft geleid tot de ontwikkeling van nieuwe soorten financiële instrumenten die voor beleggers economische blootstelling creëren aan ondernemingen waarvan de bekendmaking niet is geregeld in Richtlijn 2004/109/EG. Deze instrumenten zouden kunnen worden gebruikt om heimelijk participaties in ondernemingen te verwerven, wat kan leiden tot marktmisbruik en een onjuist of misleidend beeld kan geven van de economische eigendom van beursgenoteerde vennootschappen. Om ervoor te zorgen dat uitgevende instellingen en beleggers volledige kennis hebben van de structuur van de bedrijfseigendom, moet de definitie van financiële instrumenten in die richtlijn alle instrumenten bestrijken waarvan het economisch effect vergelijkbaar is met het houden van aandelen, en rechten op het verwerven van aandelen.

(10)

Financiële instrumenten waarvan het economisch effect vergelijkbaar is met het houden van aandelen en rechten op het verwerven van aandelen, die een afwikkeling in contanten voorschrijven, moeten berekend worden op een naar delta gecorrigeerde basis door het nominale bedrag van de onderliggende aandelen te vermenigvuldigen met de delta van het instrument. De delta geeft de mate aan, waarin de theoretische waarde van een financieel instrument zou veranderen in geval van een variatie in prijs van het onderliggende instrument, en verschaft een nauwkeurig beeld van de blootstelling van de houder aan het onderliggende instrument. Deze benadering is gekozen om ervoor te zorgen dat de informatie over het totale aantal stemrechten waarover de investeerder beschikt zo accuraat mogelijk is.

(11)

Tevens dient, om voldoende transparantie van belangrijke deelnemingen te garanderen, ingeval een houder van financiële instrumenten gebruikmaakt van zijn recht om aandelen te verwerven, en het totale bezit van aan de onderliggende aandelen verbonden stemrechten de drempel voor kennisgeving overschrijdt zonder dat dit van invloed is op het totale percentage van de eerder gemelde deelnemingen, een nieuwe kennisgeving vereist te zijn om de verandering in de aard van de deelnemingen bekend te maken.

(12)

Een geharmoniseerde regeling voor kennisgeving van belangrijke deelnemingen waaraan stemrechten zijn verbonden, in het bijzonder met betrekking tot het samenvoegen van deelnemingen in de vorm van aandelen met deelnemingen in de vorm van financiële instrumenten, moet de rechtszekerheid verbeteren, de transparantie vergroten en de administratieve last verlichten voor grensoverschrijdende beleggers. Het mag de lidstaten daarom niet toegestaan zijn strengere regels vast te stellen dan die bepaald in Richtlijn 2004/109/EG voor de berekening van de drempels voor kennisgeving, de samenvoeging van deelnemingen in de vorm van aandelen waaraan stemrechten zijn verbonden met deelnemingen in de vorm van financiële instrumenten waaraan stemrechten zijn verbonden en vrijstellingen van de vereisten voor kennisgeving. Rekening houdend met de bestaande verschillen in eigendomsconcentratie in de Unie en met de verschillen in vennootschapsrecht in de Unie die tot gevolg hebben dat het totale aantal aandelen verschilt van het totale aantal stemrechten voor sommige uitgevende instellingen, moeten de lidstaten echter wel het recht behouden om zowel lagere als aanvullende drempels vast te stellen voor kennisgeving van deelnemingen waaraan stemrechten zijn verbonden, en dezelfde kennisgeving op te leggen voor de drempels die gebaseerd zijn op kapitaalbelang. De lidstaten moeten tevens de mogelijkheid behouden om strengere verplichtingen dan die van Richtlijn 2004/109/EG vast te stellen met betrekking tot de inhoud (zoals de bekendmaking van de intenties van de aandeelhouders), de procedure en de termijnen voor de kennisgeving, en dienen de mogelijkheid te hebben aanvullende informatie over belangrijke deelnemingen te verlangen die niet is vereist op grond van Richtlijn 2004/109/EG. In het bijzonder dienen de lidstaten ook de mogelijkheid te behouden wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen toe te passen die zijn vastgesteld met betrekking tot openbare overnamebiedingen, fusies, of andere transacties die gevolgen hebben voor het eigendom van of de zeggenschap over vennootschappen waarop wordt toegezien door de autoriteiten die door de lidstaten zijn aangewezen overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod (7), waarbij informatieverplichtingen worden opgelegd die verder gaan dan die van Richtlijn 2004/109/EG.

(13)

Technische normen moeten zorgen voor consistente harmonisatie van de regeling voor kennisgeving van belangrijke deelnemingen en voor een voldoende mate van transparantie. Het zou efficiënt en passend zijn de Europese toezichthoudende autoriteit (de Europese Autoriteit voor effecten en markten) (European Securities and Markets Authority — ESMA), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (8) de uitwerking op te dragen van vervolgens bij de Commissie in te dienen ontwerpen van technische reguleringsnormen die geen beleidskeuzen omvatten. De Commissie moet de door ESMA ontwikkelde technische reguleringsnormen vaststellen teneinde de voorwaarden nader te bepalen waaronder de bestaande ontheffingen van de vereisten voor kennisgeving worden toegepast voor belangrijke deelnemingen waaraan stemrechten zijn verbonden. Gebruikmakend van haar expertise moet ESMA in het bijzonder de ontheffingsgevallen vaststellen, daarbij ook rekening houdend met mogelijk misbruik daarvan om de vereisten voor kennisgeving te omzeilen.

(14)

Teneinde rekening te houden met de technische ontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) handelingen vast te stellen voor het specificeren van de inhoud van de kennisgeving van belangrijke deelnemingen in de vorm van financiële instrumenten. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de betreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

(15)

Om grensoverschrijdende beleggingen te vergemakkelijken, moeten beleggers eenvoudig toegang kunnen krijgen tot gereglementeerde informatie over alle beursgenoteerde vennootschappen in de Unie. Het huidige netwerk van officieel aangewezen nationale mechanismen voor de centrale opslag van gereglementeerde informatie zorgt er echter niet voor dat dergelijke informatie in de hele Unie gemakkelijk te vinden is. Teneinde grensoverschrijdende toegang tot informatie te garanderen en om rekening te houden met de technische ontwikkelingen in de financiële markten en op het gebied van de communicatietechnologieën, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen voor het specificeren van de minimumnormen voor de verspreiding van gereglementeerde informatie, de toegang tot gereglementeerde informatie op het niveau van de Unie en de centrale opslag van gereglementeerde informatie. De Commissie moet, bijgestaan door ESMA, ook de bevoegdheid krijgen om maatregelen te nemen ter verbetering van het functioneren van het netwerk van officieel aangewezen nationale opslagmechanismen en om technische criteria te ontwikkelen voor de toegang tot gereglementeerde informatie op het niveau van de Unie, in het bijzonder betreffende het beheer van een centraal toegangspunt voor het zoeken naar gereglementeerde informatie op het niveau van de Unie. ESMA moet een webportaal opzetten en onderhouden dat fungeert als een centraal Europees elektronisch toegangspunt („het toegangspunt”).

(16)

Om de naleving van de vereisten van Richtlijn 2004/109/EG te verbeteren en naar aanleiding van de mededeling van de Commissie van 9 december 2010 met als titel „Het versterken van sanctieregelingen in de financiële sector”, moeten de bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten om sancties op te leggen worden versterkt en moeten zij aan bepaalde essentiële vereisten voldoen met betrekking tot de adressaten, de bij het opleggen van een administratieve sanctie of maatregel in acht te nemen criteria, belangrijke bevoegdheden voor het opleggen van sancties en de hoogte van de administratieve geldboetes. Deze bevoegdheden tot het opleggen van sancties moeten ten minste beschikbaar zijn in het geval van overtreding van de hoofdbepalingen van Richtlijn 2004/109/EG. De lidstaten moeten de mogelijkheid hebben om deze ook in andere gevallen uit te oefenen. De lidstaten dienen er in het bijzonder voor te zorgen dat de administratieve sancties en maatregelen die kunnen worden toegepast, de mogelijkheid omvatten om geldboetes op te leggen die hoog genoeg zijn om een afschrikkende werking te hebben. De lidstaten moeten de mogelijkheid hebben te bepalen dat, in het geval van overtredingen door juridische entiteiten, sancties kunnen worden opgelegd aan de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van de desbetreffende juridische entiteit of aan andere individuen die op grond van bepalingen van nationaal recht aansprakelijk kunnen worden gesteld voor deze overtredingen. De lidstaten dienen tevens te bepalen dat de uitoefening van de stemrechten van houders van aandelen en financiële instrumenten die zich niet aan de vereisten voor kennisgeving houden, worden opgeschort of kunnen worden opgeschort. De lidstaten moeten de mogelijkheid hebben te bepalen dat de stemrechten alleen worden opgeschort voor de meest ernstige overtredingen. Richtlijn 2004/109/EG dient betrekking te hebben op zowel administratieve sancties als maatregelen, opdat alle gevallen van niet-naleving worden bestreken, ongeacht of deze in nationaal recht als een sanctie dan wel als een maatregel worden aangemerkt, en dient de wettelijke bepalingen van de lidstaten inzake strafrechtelijke sancties onverlet te laten.

Omdat er voldoende afschrikkende sancties beschikbaar moeten zijn om schone en transparante markten te ondersteunen, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben te voorzien in andere sancties of maatregelen en hogere administratieve geldboetes dan die waarin Richtlijn 2004/109/EG voorziet. Deze bepalingen betreffende sancties, alsook die betreffende de bekendmaking van administratieve sancties vormen geen precedent voor andere wetgeving van de Unie, in het bijzonder die voor ernstiger inbreuken op de wet- en regelgeving.

(17)

Om te garanderen dat beslissingen waarbij een administratieve maatregel of sanctie wordt opgelegd, een afschrikkend effect hebben op het grote publiek, dienen zij in de regel te worden bekendgemaakt. De bekendmaking van beslissingen is tevens een belangrijk instrument om marktdeelnemers erover te informeren welk gedrag in strijd wordt geacht met Richtlijn 2004/109/EG en om de ruime verspreiding van goed gedrag onder marktdeelnemers te stimuleren. Indien de bekendmaking van een beslissing evenwel de stabiliteit van het financieel systeem of een lopend officieel onderzoek ernstig in gevaar zou brengen of indien, voor zover kan worden vastgesteld, onevenredige en ernstige schade zou toebrengen aan de betrokken instellingen en individuen, of indien, wanneer de sanctie wordt opgelegd aan een natuurlijke persoon, uit een verplichte voorafgaande beoordeling van de evenredigheid van de bekendmaking blijkt dat publicatie van persoonsgegevens onevenredig is, moet de bevoegde autoriteit kunnen besluiten dergelijke publicatie uit te stellen of de beslissing anoniem bekend te maken.

(18)

Om de behandeling te verduidelijken van niet-genoteerde effecten die zijn belichaamd in aandelencertificaten welke tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en om transparantieleemten te vermijden, dient de definitie van „uitgevende instelling” nader te worden gespecificeerd, opdat daaronder ook uitgevende instellingen vallen van niet-genoteerde effecten die zijn belichaamd in aandelencertificaten welke tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. Ook dient de definitie van „uitgevende instelling” te worden gewijzigd om rekening te houden met het feit dat uitgevende instellingen van effecten die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, in sommige lidstaten natuurlijke personen kunnen zijn.

(19)

In het geval van een uitgevende instelling uit een derde land van obligaties met een nominale waarde per eenheid van minder dan 1 000 EUR of van aandelen, is volgens Richtlijn 2004/109/EG de lidstaat van herkomst van de uitgevende instelling de lidstaat als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder m), iii), van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad (9). Teneinde de vaststelling van de lidstaat van herkomst voor deze uitgevende instellingen uit derde landen te verduidelijken en te vereenvoudigen, dient de definitie van deze term zo te worden gewijzigd dat de lidstaat van herkomst de lidstaat is die door de uitgevende instelling gekozen is uit de lidstaten waar haar effecten tot een gereglementeerde markt zijn toegelaten.

(20)

Alle uitgevende instellingen waarvan de effecten tot de handel op een gereglementeerde markt in de Unie zijn toegelaten, dienen onderworpen te zijn aan toezicht van een bevoegde autoriteit van een lidstaat om er zeker van te zijn dat zij aan hun verplichtingen voldoen. Uitgevende instellingen die krachtens Richtlijn 2004/109/EG hun lidstaat van herkomst moeten kiezen, maar dat niet hebben gedaan, kunnen zich onttrekken aan het toezicht van een bevoegde autoriteit in de Unie. Daarom moet Richtlijn 2004/109/EG worden gewijzigd om een lidstaat van herkomst vast te stellen voor uitgevende instellingen die hun keuze van lidstaat van herkomst niet binnen drie maanden aan de bevoegde autoriteiten hebben meegedeeld. In dat geval dient de lidstaat van herkomst de lidstaat te zijn waar de effecten van de uitgevende instelling tot de handel op een op zijn grondgebied gelegen gereglementeerde markt toegelaten zijn. Indien de effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in meer dan een lidstaat, zijn al deze lidstaten, lidstaat van herkomst totdat de uitgevende instelling kiest voor één enkele lidstaat van herkomst en deze keuze bekendmaakt. Daardoor zullen deze uitgevende instellingen ertoe aangezet worden een lidstaat van herkomst te kiezen en hun keuze mee te delen aan de bevoegde autoriteiten en zullen de bevoegde autoriteiten in de tussentijd niet langer verstoken zijn van de noodzakelijke bevoegdheid om in te grijpen, totdat de uitgevende instelling een lidstaat van herkomst heeft gekozen en haar keuze heeft bekendgemaakt.

(21)

De keuze van de lidstaat van herkomst door de uitgevende instelling is op grond van Richtlijn 2004/109/EG drie jaar geldig voor een uitgevende instelling die obligaties uitgeeft met een nominale waarde per eenheid van ten minste 1 000 EUR. Wanneer de effecten van een uitgevende instelling echter niet meer toegelaten zijn tot de handel op de gereglementeerde markt van de lidstaat van herkomst van de uitgevende instelling en toegelaten blijven tot de handel in een of meer lidstaten van ontvangst, heeft deze uitgevende instelling geen band meer met de oorspronkelijk gekozen lidstaat van herkomst indien dit niet de lidstaat is waar zij haar statutaire zetel heeft. Deze uitgevende instelling moet de mogelijkheid hebben een of meer van haar lidstaten van ontvangst of de lidstaat waar zij haar statutaire zetel heeft, als haar nieuwe lidstaat van herkomst te kiezen voordat de periode van drie jaar is verstreken. Dezelfde mogelijkheid om een nieuwe lidstaat van herkomst te kiezen, zou ook gelden voor een uitgevende instelling uit een derde land van obligaties met een nominale waarde per eenheid van minder dan 1 000 EUR, of van aandelen, waarvan de effecten niet meer toegelaten zijn tot de handel op de gereglementeerde markt van haar lidstaat van herkomst maar nog wel toegelaten zijn tot de handel in een of meer lidstaten van ontvangst.

(22)

Richtlijn 2004/109/EG en Richtlijn 2003/71/EG moeten consistent zijn wat de definitie van de lidstaat van herkomst betreft. Om te bewerkstelligen dat het toezicht door de meest aangewezen lidstaat wordt uitgeoefend, dient Richtlijn 2003/71/EG te worden gewijzigd om grotere flexibiliteit te bieden in gevallen waarin de effecten van een uitgevende instelling met statutaire zetel in een derde land niet langer tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten in haar lidstaat van herkomst maar wel in een of meer andere lidstaten.

(23)

Richtlijn 2007/14/EG van de Commissie (10) bevat in het bijzonder regels met betrekking tot de kennisgeving van de keuze van de lidstaat van herkomst door de uitgevende instelling. Deze regels moeten in Richtlijn 2004/109/EG worden opgenomen. Om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaat/lidstaten van herkomst en van de lidstaat waar de uitgevende instelling haar statutaire zetel heeft, indien dat noch de lidstaat van herkomst noch de lidstaat van ontvangst is, door de uitgevende instelling worden geïnformeerd over de keuze van de lidstaat van herkomst, dienen alle uitgevende instellingen te worden verplicht de keuze van hun lidstaat van herkomst mee te delen aan de bevoegde autoriteit van hun eigen lidstaat van herkomst, de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten van ontvangst en de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar zij hun statutaire zetel hebben, als dit niet hun lidstaat van herkomst is. De regels met betrekking tot de kennisgeving van de keuze van de lidstaat van herkomst moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(24)

De in Richtlijn 2004/109/EG neergelegde eis met betrekking tot de bekendmaking van nieuwe emissies van leningen heeft in de praktijk veel uitvoeringsproblemen opgeleverd en de toepassing ervan wordt complex gevonden. Bovendien overlapt die vereiste gedeeltelijk de vereisten die zijn vastgesteld in Richtlijn 2003/71/EG en Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik) (11) en levert zij voor de markt niet veel extra informatie op. Daarom en om nodeloze administratieve lasten voor uitgevende instellingen te verminderen, moet die vereiste worden afgeschaft.

(25)

De vereiste dat elke wijziging van de oprichtingsakten of statuten van een uitgevende instelling moet worden meegedeeld aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst vormt een doublure met de gelijkaardige vereiste als opgelegd door Richtlijn 2007/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders in beursgenoteerde vennootschappen (12) en kan leiden tot verwarring over de rol van de bevoegde autoriteit. Daarom en om nodeloze administratieve last voor uitgevende instellingen te verminderen, moet die vereiste worden afgeschaft.

(26)

Een geharmoniseerd elektronisch formaat voor de verslagen zou zeer nuttig zijn voor uitgevende instellingen, beleggers en bevoegde autoriteiten, aangezien het rapporteren erdoor wordt vergemakkelijkt en de toegankelijkheid, het analyseren en het vergelijken van financiële jaarverslagen erdoor worden bevorderd. De opstelling van financiële jaarverslagen in één enkel elektronisch verslagformaat dient daarom met ingang van 1 januari 2020 verplicht te worden gesteld, op voorwaarde dat ESMA een kosten-batenanalyse heeft verricht. ESMA moet, met het oog op vaststelling door de Commissie, ontwerpen van technische reguleringsnormen ontwikkelen om het elektronisch verslagleggingsformaat te specificeren, waarbij naar behoren verwezen wordt naar bestaande en toekomstige technologische opties, zoals eXtensible Business Reporting Language (XBRL). ESMA dient bij de opstelling van de ontwerpen van reguleringsnormen onder alle betrokkenen een open en openbare raadpleging te houden, een grondige evaluatie te verrichten van de mogelijke gevolgen van de vaststelling van de verschillende technologische opties, en in de lidstaten passende tests uit te voeren waarover zij verslag dient uit te brengen aan de Commissie bij de voorlegging van de ontwerpen van technische reguleringsnormen. Bij de opstelling van de ontwerpen van de technische reguleringsnormen betreffende de formaten die voor banken en financiële tussenpersonen en voor verzekeringsmaatschappijen gehanteerd moeten worden, dient ESMA regelmatig nauw samen te werken met de Europese Bankautoriteit (EBA) opgericht bij Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (13), en de Europese Toezichthoudende Autoriteit (Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen — Eiopa), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad (14), om rekening te houden met de specifieke kenmerken van deze sectoren, teneinde te zorgen voor een sectoroverschrijdende consistentie van de werkzaamheden alsmede om tot gemeenschappelijke standpunten te komen. Het Europees Parlement en de Raad moeten bezwaar kunnen aantekenen tegen de technische reguleringsnormen overeenkomstig artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1095/2010, in welk geval deze normen niet moeten in werking treden.

(27)

Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (15) en Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (16), zijn onverkort van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens voor de toepassing van deze richtlijn.

(28)

Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, zoals die zijn neergelegd in het Verdrag, zij moet dan ook worden toegepast overeenkomstig deze rechten en beginselen.

(29)

Daar de doelstelling van deze richtlijn, namelijk het harmoniseren van de transparantievereisten met betrekking tot informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(30)

Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken (17) hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van dergelijke stukken gerechtvaardigd.

(31)

De Richtlijnen 2004/109/EG, 2003/71/EG en 2007/14/EG dienen derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Richtlijn 2004/109/EG

Richtlijn 2004/109/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt d) wordt vervangen door:

„d)   „uitgevende instelling”: een natuurlijke persoon of een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke juridische entiteit, met inbegrip van een staat, waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten.

In het geval van certificaten van aandelen die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, is de uitgevende instelling de instelling die de onderliggende effecten uitgeeft, ongeacht of deze effecten al dan niet tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten;”;

ii)

punt i) wordt als volgt gewijzigd:

i)

in punt i), wordt het tweede streepje vervangen door:

„—

wanneer de uitgevende instelling in een derde land gevestigd is: de lidstaat die de uitgevende instelling kiest uit de lidstaten waar haar effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. De keuze voor een lidstaat van herkomst blijft geldig tenzij de uitgevende instelling op grond van punt iii) een nieuwe lidstaat van herkomst heeft gekozen en haar keuze overeenkomstig de tweede alinea van punt i), heeft bekendgemaakt;”;

ii)

punt ii) wordt vervangen door:

„ii)

voor een uitgevende instelling die niet onder punt i) valt: de lidstaat die de uitgevende instelling kiest uit de lidstaat waar zij haar statutaire zetel heeft, indien van toepassing, en de lidstaten waar haar effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. De uitgevende instelling mag slechts één lidstaat als haar lidstaat van herkomst kiezen. Die keuze blijft ten minste drie jaar geldig, tenzij haar effecten niet meer tot de handel op een gereglementeerde markt in de Unie zijn toegelaten of tenzij de uitgevende instelling op enig moment gedurende de periode van drie jaar komt te vallen onder punt i) of punt iii);”;

iii)

het volgende punt wordt toegevoegd:

„iii)

voor een uitgevende instelling waarvan de effecten niet langer zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in haar lidstaat van herkomst als omschreven in punt i), tweede streepje, of punt ii), maar in plaats daarvan tot de handel zijn toegelaten in een of meer andere lidstaten: die nieuwe lidstaat van herkomst als de uitgevende instelling kiest uit de lidstaten waar haar effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, en, in voorkomend geval, de lidstaat waar de uitgevende instelling haar statutaire zetel heeft;”;

iv)

de volgende alinea’s worden toegevoegd:

„Een uitgevende instelling maakt haar lidstaat van herkomst als bedoeld in de punten i), ii) of iii) overeenkomstig de artikelen 20 en 21 bekend. Een uitgevende instelling maakt daarnaast haar lidstaat van herkomst bekend aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar zij haar statutaire zetel heeft, in voorkomend geval, aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst en aan de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten van ontvangst.

Indien de uitgevende instelling haar lidstaat van herkomst als bepaald op grond van punt i), tweede streepje, of punt ii) niet bekendmaakt binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum waarop haar effecten voor het eerst tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, is de lidstaat van herkomst de lidstaat waar de effecten van de uitgevende instelling tot de handel op een gereglementeerde markt toegelaten zijn. Indien de effecten van de uitgevende instelling tot de handel zijn toegelaten op gereglementeerde markten die in meer dan één lidstaat gelegen of werkzaam zijn, zijn deze lidstaten de lidstaat van herkomst van de uitgevende instelling totdat de uitgevende instelling één enkele lidstaat van herkomst kiest en deze keuze bekendmaakt.

Voor een uitgevende instelling waarvan de effecten reeds tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en wiens keuze van lidstaat van herkomst als bedoeld in punt i), tweede streepje of in punt ii) niet vóór 27 november 2015 bekend is gemaakt, vangt de termijn van drie maanden aan op 27 november 2015.

Een uitgevende instelling die een lidstaat van herkomst heeft gekozen als bedoeld in punt i), tweede streepje of in punt ii) of iii), en haar keuze aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst heeft meegedeeld vóór 27 november 2015, is vrijgesteld van de in de tweede alinea bepaalde verplichting, tenzij een dergelijke uitgevende instelling na 27 november 2015 een andere lidstaat van herkomst kiest.”;

iii)

het volgende punt wordt toegevoegd:

„q)   „formele overeenkomst”: een overeenkomst die bindend is krachtens het toepasselijk recht.”;

b)

het volgende lid wordt ingevoegd:

„2 bis.   Verwijzingen in deze richtlijn naar juridische entiteiten omvatten ook geregistreerde ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid en trusts.”.

2)

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1.   De lidstaat van herkomst mag een uitgevende instelling strengere verplichtingen dan die uit hoofde van deze richtlijn opleggen, maar mag uitgevende instellingen niet verplichten tot het frequenter publiceren van periodieke financiële informatie dan de in artikel 4 bedoelde jaarlijkse financiële verslagen en de in artikel 5 bedoelde halfjaarlijkse financiële verslagen.”;

b)

het volgende lid wordt ingevoegd:

„1 bis.   In afwijking van lid 1 mag de lidstaat van herkomst uitgevende instellingen verplichten om aanvullende periodieke financiële informatie frequenter te publiceren dan de in artikel 4 bedoelde jaarlijkse financiële verslagen en de in artikel 5 bedoelde halfjaarlijkse financiële verslagen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

de aanvullende periodieke financiële informatie brengt in de betrokken lidstaat geen onevenredig grote financiële last mee, in het bijzonder voor kleine en middelgrote uitgevende instellingen; en

de inhoud van de vereiste aanvullende periodieke financiële informatie staat in verhouding tot de factoren die bijdragen tot de beleggingsbeslissingen van beleggers in de betrokken lidstaat.

Alvorens een beslissing te nemen waarbij uitgevende instellingen verplicht worden aanvullende periodieke financiële informatie te publiceren, beoordelen de lidstaten zowel of dergelijke aanvullende vereisten kunnen leiden tot een buitensporige nadruk op de kortetermijnresultaten en -prestaties van de uitgevende instellingen, alsook of zij de mogelijkheden van kleine en middelgrote uitgevende instellingen negatief beïnvloeden om toegang tot de gereglementeerde markten te hebben.

Dit laat de mogelijkheid voor de lidstaten onverlet uitgevende instellingen die financiële instellingen zijn, te verplichten aanvullende periodieke financiële informatie bekend te maken.

De lidstaat van herkomst mag een aandeelhouder, een natuurlijke persoon of een juridische entiteit als bedoeld in artikel 10 of artikel 13 geen strengere vereisten opleggen dan die uit hoofde van deze richtlijn, behoudens bij:

i)

het vaststellen van lagere of aanvullende drempels voor kennisgeving dan de in artikel 9, lid 1, opgenomen drempels, en het vereisen van gelijkwaardige kennisgevingen in verband met drempels die gebaseerd zijn op kapitaalbelang;

ii)

het toepassen van strengere vereisten dan die zoals bedoeld in artikel 12; of

iii)

het toepassen van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die zijn vastgesteld met betrekking tot openbare overnamebiedingen, fusies, of andere transacties die gevolgen hebben voor de eigendom van of de zeggenschap over vennootschappen, waarop wordt toegezien door de autoriteiten die door de lidstaten zijn aangewezen overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod (18).

3)

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1.   De uitgevende instelling maakt haar jaarlijks financieel verslag uiterlijk vier maanden na het einde van elk boekjaar openbaar en zorgt ervoor dat dit ten minste tien jaar voor het publiek beschikbaar blijft.”;

b)

het volgende lid wordt toegevoegd:

„7.   Met ingang van 1 januari 2020 worden alle jaarlijkse financiële verslagen opgesteld in een uniform elektronisch verslagleggingsformaat, mits de Europese Toezichthoudende Autoriteit (European Securities and Markets Authority — ESMA), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (19) een kosten-batenanalyse heeft verricht.

ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin het formaat voor de elektronische verslaglegging wordt gespecificeerd, onder verwijzing naar bestaande en toekomstige technologische opties. Voordat de ontwerpen van technische reguleringsnormen worden vastgesteld, onderwerpt ESMA de mogelijke formaten voor elektronische verslaglegging aan een passende evaluatie en aan passende praktijktests. ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 31 december 2016 in bij de Commissie.

De bevoegdheid om de technische reguleringsnormen bedoeld in de tweede alinea vast te stellen, overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010, wordt toegekend aan de Commissie.

4)

In artikel 5 wordt lid 1 vervangen door:

„1.   De instelling die aandelen of obligaties uitgeeft, maakt haar halfjaarlijks financieel verslag over de eerste zes maanden van het boekjaar zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden na afloop van de verslagperiode, bekend aan het publiek. Zij zorgt ervoor dat het halfjaarlijks financieel verslag ten minste tien jaar voor het publiek beschikbaar blijft.”.

5)

Artikel 6 wordt vervangen door:

„Artikel 6

Verslag over betalingen aan overheden

De lidstaten eisen van de uitgevende instellingen die actief zijn in de winningsindustrie of de houtkap in oerbossen, zoals gedefinieerd in artikel 41, leden 1 en 2, van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (20) dat zij, overeenkomstig hoofdstuk 10 van die richtlijn, jaarlijks een verslag opstellen van hun betalingen aan overheden. Dit verslag wordt uiterlijk zes maanden na het einde van elk boekjaar openbaar gemaakt en blijft ten minste tien jaar voor het publiek beschikbaar. Betalingen aan overheden moeten op geconsolideerd niveau worden gemeld.

6)

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1.   De artikelen 4 en 5 zijn niet van toepassing op de volgende uitgevende instellingen:

a)

een staat, een regionale of plaatselijke overheid van een staat, een publiekrechtelijke internationale instelling waarbij één of meer lidstaten aangesloten zijn, de Europese Centrale Bank (ECB), de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit (EFSF), opgericht bij de EFSF-kaderovereenkomst, en elk ander mechanisme dat is gecreëerd met als doel de financiële stabiliteit van de Europese monetaire unie te bewaren door middel van het verlenen van tijdelijke financiële bijstand aan de lidstaten die de euro als munt hebben en de nationale centrale banken van de lidstaten, ongeacht of deze al dan niet aandelen of andere effecten uitgeven; en

b)

een uitgevende instelling die uitsluitend obligaties uitgeeft die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en waarvan de nominale waarde per eenheid ten minste 100 000 EUR bedraagt of, in het geval van obligaties in een andere valuta dan de euro, de nominale waarde per eenheid op de datum van uitgifte ten minste gelijk is aan 100 000 EUR.”;

b)

lid 4 wordt vervangen door:

„4.   In afwijking van lid 1, onder b), van dit artikel zijn de artikelen 4 en 5 niet van toepassing op uitgevende instellingen die uitsluitend obligaties uitgeven waarvan de nominale waarde per eenheid ten minste 50 000 EUR bedraagt of die, in het geval van obligaties in een andere valuta dan de euro, een nominale waarde per eenheid hebben die op de datum van uitgifte gelijk is aan ten minste 50 000 EUR, die al tot de handel op een gereglementeerde markt in de Unie zijn toegelaten voor 31 december 2010, gedurende de tijd dat deze obligaties uitstaan.”.

7)

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 6 wordt vervangen door:

„6.   Dit artikel geldt niet voor stemrechten in de handelsportefeuille, zoals gedefinieerd in artikel 11 van Richtlijn 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (21), van een kredietinstelling of beleggingsonderneming, op voorwaarde dat:

a)

de stemrechten die in de handelsportefeuille worden gehouden de 5 % niet overschrijden, en

b)

de aan aandelen verbonden stemrechten die in de handelsportefeuille worden gehouden, niet worden uitgeoefend of anderszins worden aangewend om in te grijpen in het bestuur van de uitgevende instelling.

b)

de volgende leden worden ingevoegd:

„6 bis.   Dit artikel is niet van toepassing op stemrechten verbonden aan aandelen die worden verworven voor stabilisatiedoeleinden overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2273/2003 van de Commissie van 22 december 2003 tot uitvoering van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de uitzonderingsregeling voor terugkoopprogramma’s en voor de stabilisatie van financiële instrumenten betreft (22), mits de aan die aandelen verbonden stemrechten niet worden uitgeoefend of anderszins worden aangewend om in te grijpen in het bestuur van de uitgevende instelling.

6 ter.   ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de berekeningsmethode te specificeren voor de in de leden 5 en 6 genoemde drempel van 5 %, mede in het geval van een groep ondernemingen, waarbij rekening moet worden gehouden met artikel 12, leden 4 en 5.

ESMA legt deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 27 november 2014 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen volgens de procedure van de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

8)

In artikel 12, lid 2, wordt de inleidende zin vervangen door:

„De kennisgeving aan de uitgevende instelling geschiedt onverwijld, doch uiterlijk binnen vier handelsdagen na de datum waarop de aandeelhouder, of de natuurlijke persoon of juridische entiteit als bedoeld in artikel 10,”.

9)

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

„1.   De in artikel 9 vastgelegde kennisgevingsvereisten zijn ook van toepassing op een natuurlijke persoon of juridische entiteit die, rechtstreeks of middellijk, houder is van:

a)

financiële instrumenten die, op de vervaldag, uit hoofde van een formele overeenkomst, de houder het onvoorwaardelijke recht of de beslissing over dit recht verlenen om reeds uitgegeven aandelen waaraan stemrechten zijn verbonden te verwerven van een uitgevende instelling waarvan de aandelen tot een gereglementeerde markt zijn toegelaten;

b)

financiële instrumenten die niet onder a) zijn opgenomen maar die gerelateerd zijn aan de daarin bedoelde aandelen en waarvan het economische effect vergelijkbaar is met dat van de onder a) bedoelde financiële instrumenten, ongeacht of zij al dan niet een recht verlenen op materiële afwikkeling.

De vereiste kennisgeving moet een onderverdeling bevatten naar de soorten financiële instrumenten die worden gehouden overeenkomstig de eerste alinea onder a) en de financiële instrumenten die worden gehouden overeenkomstig die eerste alinea, onder b), waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de financiële instrumenten die een recht verlenen op materiële afwikkeling en de financiële instrumenten die een recht verlenen op afwikkeling in contanten.”;

b)

de volgende leden worden toegevoegd:

„1 bis.   Het aantal stemrechten wordt berekend op basis van het volledige nominale bedrag aan aantal onderliggende aandelen van het financiële instrument, behalve wanneer het financiële instrument uitsluitend voorziet in afwikkeling in contanten. In dat geval wordt het aantal stemrechten berekend op naar delta gecorrigeerde basis door het nominale bedrag van de onderliggende aandelen te vermenigvuldigen met de delta van het instrument. Hiertoe moet de houder alle financiële instrumenten die betrekking hebben op dezelfde onderliggende uitgevende instelling samenvoegen en melden. Alleen longposities worden in aanmerking genomen voor de berekening van stemrechten. Longposities worden niet verrekend met shortposities die betrekking hebben op dezelfde uitgevende instelling.

ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op ter specificatie van:

a)

de berekeningsmethode voor het in de eerste alinea bedoelde aantal stemrechten in het geval van financiële instrumenten die gekoppeld zijn aan een aandelenmand of een index; en

b)

de methoden voor de vaststelling van de delta voor de berekening van de stemrechten met betrekking tot financiële instrumenten die uitsluitend voorzien in afwikkeling in contanten, als bepaald in de eerste alinea.

ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 27 november 2014 in bij de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de technische reguleringsnormen bedoeld in de tweede alinea vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

1 ter.   Voor de toepassing van lid 1, worden de volgende instrumenten beschouwd als financiële instrumenten, op voorwaarde dat zij voldoen aan een van de voorwaarden als opgenomen in lid 1, eerste alinea, onder a) of b):

a)

verhandelbare effecten;

b)

opties;

c)

futures;

d)

swaps;

e)

rentetermijncontracten;

f)

financiële contracten ter verrekening van verschillen („contracts for differences”); en

g)

alle andere contracten of overeenkomsten met gelijkaardige economische effecten die fysiek of in contanten kunnen worden afgewikkeld.

ESMA stelt een indicatieve lijst op van financiële instrumenten waarvoor kennisgevingsvereisten gelden krachtens lid 1 en werkt deze op gezette tijden bij, rekening houdend met de technische ontwikkelingen in de financiële markten.”;

c)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   De Commissie is bevoegd om middels gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 27, leden 2 bis, 2 ter en 2 quater, en behoudens de in artikelen 27 bis en 27 ter opgenomen voorwaarden, de maatregelen vast te stellen om de inhoud van de te verrichten kennisgeving, de kennisgevingstermijn en de geadresseerde van de kennisgeving te specificeren, zoals beschreven in lid 1.”;

d)

het volgende lid wordt toegevoegd:

„4.   De in artikel 9, leden 4, 5 en 6, en artikel 12, leden 3, 4 en 5, beschreven ontheffingen gelden mutatis mutandis voor de kennisgevingsvereisten op grond van dit artikel.

ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op om de gevallen te specificeren waarin de in de eerste alinea bedoelde ontheffingen van toepassing zijn op financiële instrumenten die worden gehouden door een natuurlijke persoon of een juridische entiteit die orders van cliënten uitvoert of reageert op verzoeken van een cliënt om te handelen, anders dan voor eigen rekening en risico, of posities afdekt die voortkomen uit dergelijke transacties.

ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 27 november 2014 in bij de Commissie.

De bevoegdheid om de technische reguleringsnormen bedoeld in de tweede alinea van dit lid vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010, wordt toegekend aan de Commissie.”.

10)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 13 bis

Samenvoeging

1.   De in de artikelen 9, 10 en 13 vervatte kennisgevingsvereisten zijn ook van toepassing op een natuurlijke persoon of een juridische entiteit wanneer het aantal door zodanig persoon of entiteit rechtstreeks of middellijk gehouden stemrechten, uit hoofde van de artikelen 9 en 10, samengevoegd met het aantal stemrechten met betrekking tot rechtstreeks of middellijk gehouden financiële instrumenten uit hoofde van artikel 13, de in artikel 9, lid 1, vervatte drempelwaarden bereikt, overschrijdt of onderschrijdt.

De op grond van de eerste alinea vereiste kennisgeving bevat een onderverdeling van het aantal stemrechten dat is verbonden aan de aandelen die worden gehouden overeenkomstig de artikelen 9 en 10 en de stemrechten met betrekking tot financiële instrumenten in de zin van artikel 13.

2.   Stemrechten met betrekking tot financiële instrumenten waarvan reeds kennis is gegeven overeenkomstig artikel 13 moeten opnieuw bekend worden gemaakt wanneer de natuurlijke persoon of juridische entiteit de onderliggende aandelen heeft verworven en dergelijke acquisities ertoe leiden dat het totale aantal stemrechten dat gekoppeld is aan de door dezelfde uitgevende instelling uitgegeven aandelen de in artikel 9, lid 1, opgenomen drempels bereikt of overschrijdt.”.

11)

Artikel 16, lid 3, wordt geschrapt.

12)

In artikel 19, lid 1, wordt de tweede alinea geschrapt.

13)

Artikel 21, lid 4, wordt vervangen door:

„4.   De Commissie is bevoegd om middels gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 27, leden 2 bis, 2 ter en 2 quater, en behoudens de in de artikelen 27 bis en 27 ter opgenomen voorwaarden, maatregelen vast te stellen om het volgende te specificeren:

a)

minimumnormen voor de verspreiding van gereglementeerde informatie als bedoeld in lid 1;

b)

minimumnormen voor de mechanismen voor centrale opslag als bedoeld in lid 2;

c)

regels die de interoperabiliteit van de informatie- en communicatietechnologieën die worden gebruikt door de mechanismen bedoeld in lid 2, en de toegang tot gereglementeerde informatie op het niveau van de Unie daarin garanderen.

De Commissie kan ook een lijst van media voor de verspreiding van informatie onder het publiek opstellen en bijhouden.”.

14)

Het volgende artikel wordt toegevoegd:

„Artikel 21 bis

Europees elektronisch toegangspunt

1.   Uiterlijk op 1 januari 2018 wordt een webportaal opgericht dat fungeert als een Europees elektronisch toegangspunt („het toegangspunt”). EMSA zet het toegangspunt op en beheert het.

2.   Het systeem voor de onderlinge koppeling van de officieel aangewezen mechanismen bestaat uit:

de mechanismen bedoeld in artikel 21, lid 2,

het portaal dat fungeert als het Europese elektronisch toegangspunt.

3.   De lidstaten zorgen ervoor dat hun centrale opslagmechanismen toegankelijk zijn via het toegangspunt.”.

15)

Artikel 22 wordt vervangen door:

„Artikel 22

Toegang tot gereglementeerde informatie op het niveau van de Unie

1.   ESMA stelt ontwerpen van technische reguleringsnormen op waarin technische vereisten zijn vervat met betrekking tot toegang tot gereglementeerde informatie op het niveau van de Unie en om het volgende te specificeren:

a)

de technische vereisten met betrekking tot communicatietechnologieën die worden gebruikt door de mechanismen bedoeld in artikel 21, lid 2;

b)

de technische vereisten voor het beheer van het centraal toegangspunt voor het zoeken naar gereglementeerde informatie op Unieniveau;

c)

de technische vereisten met betrekking tot het gebruik van één identificatiecode voor elke uitgevende instelling door de mechanismen bedoeld in artikel 21, lid 2;

d)

het gemeenschappelijk formaat voor de verstrekking van gereglementeerde informatie door de mechanismen bedoeld in artikel 21, lid 2;

e)

de gemeenschappelijke classificatie van de gereglementeerde informatie door de mechanismen bedoeld in artikel 21, lid 2, en de gemeenschappelijke lijst met soorten gereglementeerde informatie.

2.   Bij de opstelling van de ontwerpen van technische reguleringsnormen houdt ESMA rekening met de technische vereisten voor het systeem van gekoppelde ondernemingsregisters dat is ingesteld bij Richtlijn 2012/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2012 (23).

ESMA dient deze ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 27 november 2015 in bij de Commissie.

De bevoegdheid om de technische reguleringsnormen bedoeld in de eerste alinea van dit lid vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 wordt toegekend aan de Commissie.

16)

Aan artikel 23, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:

„De informatie waarvoor de in het derde land opgelegde verplichtingen gelden, wordt ingediend overeenkomstig artikel 19 en bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 20 en 21.”.

17)

In artikel 24 worden de volgende leden ingevoegd:

„4 bis.   Onverminderd lid 4 worden aan de bevoegde autoriteiten alle onderzoeksbevoegdheden verleend die nodig zijn voor de uitoefening van hun taken. Deze bevoegdheden worden uitgeoefend in overeenstemming met het nationale recht.

4 ter.   De bevoegde autoriteiten oefenen hun bevoegdheden om sancties op te leggen uit in overeenstemming met deze richtlijn en het nationale recht, en op één van de volgende wijzen:

rechtstreeks;

in samenwerking met andere autoriteiten;

onder hun verantwoordelijkheid middels delegatie aan dergelijke autoriteiten;

middels een verzoek aan de bevoegde rechterlijke instanties.”.

18)

Aan artikel 25, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Bij de uitoefening van hun sanctie- en onderzoeksbevoegdheden werken de bevoegde autoriteiten samen om ervoor te zorgen dat de sancties of maatregelen de gewenste resultaten opleveren en coördineren zij hun handelingen wanneer zij grensoverschrijdende zaken behandelen.”.

19)

De volgende titel wordt ingevoegd na artikel 27 ter:

„HOOFDSTUK VI BIS

SANCTIES EN MAATREGELEN”.

20)

Artikel 28 wordt vervangen door:

„Artikel 28

Administratieve maatregelen en sancties

1.   Onverminderd de op grond van artikel 24 aan de bevoegde autoriteiten toegekende bevoegdheden en het recht van de lidstaten om strafrechtelijke sancties vast te stellen en op te leggen, stellen de lidstaten regels inzake administratieve sancties en maatregelen vast voor inbreuken op de nationale bepalingen die zijn vastgesteld ter omzetting van deze richtlijn, en nemen zij alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden uitgevoerd. Deze administratieve maatregelen en sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

2.   Onverminderd artikel 7 zorgen de lidstaten ervoor dat in gevallen, waarin verplichtingen van toepassing zijn op rechtspersonen, de sancties in het geval van een overtreding kunnen worden opgelegd, onder de in het nationale recht vastgestelde voorwaarden, aan de leidinggevende, bestuurs- of toezichthoudende organen van de desbetreffende juridische entiteit en aan alle andere natuurlijke personen die op grond van het nationale recht voor de overtreding verantwoordelijk zijn.”.

21)

De volgende artikelen worden ingevoegd:

„Artikel 28 bis

Overtredingen

Artikel 28 ter is ten minste van toepassing op de volgende overtredingen:

a)

de uitgevende instelling maakt niet binnen de voorgeschreven termijn de op grond van de nationale bepalingen voor de omzetting van de artikelen 4, 5, 6, 14 en 16 vereiste informatie openbaar;

b)

de natuurlijke persoon of juridische entiteit geeft niet binnen de voorgeschreven termijn kennis van het verwerven of afstoten van een belangrijke deelneming in overeenstemming met de nationale bepalingen die zijn vastgesteld ter omzetting van de artikelen 9, 10, 12, 13 en 13 bis.

Artikel 28 ter

Bevoegdheden om sancties op te leggen

1.   Ten aanzien van de in artikel 28 bis bedoelde overtredingen hebben de bevoegde autoriteiten de bevoegdheid om ten minste een van de volgende administratieve maatregelen en sancties op te leggen:

a)

een publieke verklaring waarin de natuurlijke persoon of juridische entiteit die verantwoordelijk is voor de overtreding, en de aard van de overtreding worden genoemd;

b)

een bevel waarin de natuurlijke persoon of juridische entiteit die verantwoordelijk is voor de overtreding, wordt gelast het gedrag dat de overtreding oplevert, te staken en zich te onthouden van elke herhaling van dat gedrag;

c)

administratieve geldboetes ten belope van:

i)

voor een juridische entiteit,

maximaal 10 000 000 EUR of maximaal 5 % van de totale jaaromzet volgens de laatst beschikbare door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekeningen; indien de juridische entiteit een moederonderneming is of een dochteronderneming van een moederonderneming die krachtens Richtlijn 2013/34/EU een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de toepasselijke totale omzet de totale jaaromzet of de krachtens de toepasselijke jaarrekeningenrichtlijnen daarmee corresponderende soort inkomsten volgens de recentste door het bestuursorgaan van de uiteindelijke moederonderneming goedgekeurde geconsolideerde jaarrekening; of

maximaal twee keer het bedrag van de winsten die zijn behaald of de verliezen die zijn vermeden door de overtreding, wanneer deze kunnen worden vastgesteld,

welke het hoogste is;

ii)

in geval van een natuurlijke persoon:

maximaal 2 000 000 EUR, of

maximaal twee keer het bedrag van de winsten die zijn behaald of de verliezen die zijn vermeden door de overtreding, wanneer deze kunnen worden vastgesteld,

welke het hoogste is.

In de lidstaten waar de euro niet de officiële valuta is, wordt de met de euro overeenkomende waarde in de nationale valuta berekend volgens de officiële wisselkoers op de datum van inwerkingtreding van Richtlijn 2013/50/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot wijziging van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en Richtlijn 2007/14/EG van de Commissie tot vaststelling van concrete uitvoeringsvoorschriften van een aantal bepalingen van Richtlijn 2004/109/EG (24).

2.   Onverminderd de uit hoofde van artikel 24 aan de bevoegde autoriteiten toegekende bevoegdheden en het recht van de lidstaten om strafrechtelijke sancties op te leggen, zorgen de lidstaten ervoor dat hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen voorzien in de mogelijkheid de uitoefening van aan aandelen verbonden stemrechten op te schorten in het geval van overtredingen als bedoeld in artikel 28 bis, onder b). De lidstaten kunnen bepalen dat de stemrechten alleen worden opgeschort voor de meest ernstige overtredingen.

3.   De lidstaten kunnen voorzien in aanvullende sancties of maatregelen en in hogere administratieve geldboetes dan die voorzien in deze richtlijn.

Artikel 28 quater

Uitoefening van bevoegdheden om sancties op te leggen

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten bij het bepalen van het type en de hoogte van de administratieve sanctie of maatregel rekening houden met alle relevante omstandigheden, waaronder, in voorkomend geval:

a)

de ernst en duur van de overtreding;

b)

de mate van verantwoordelijkheid van de verantwoordelijke natuurlijke persoon of juridische entiteit;

c)

de financiële draagkracht van de verantwoordelijke natuurlijke of juridische entiteit, bijvoorbeeld zoals deze blijkt uit de totale omzet van de verantwoordelijke juridische entiteit of het jaarinkomen van de verantwoordelijke natuurlijke persoon;

d)

het belang van de winst die is behaald of het verlies dat is vermeden door de verantwoordelijke natuurlijke persoon of juridische entiteit, voor zover dit kan worden bepaald;

e)

het door derden geleden verlies als gevolg van de overtreding, voor zover dat kan worden bepaald;

f)

de mate waarin de verantwoordelijke natuurlijke persoon of juridische entiteit medewerking verleent aan de bevoegde autoriteit;

g)

eerdere overtredingen van de verantwoordelijke natuurlijke of juridische entiteit.

2.   De tijdens of voor de uitoefening van de toezichts- en onderzoeksbevoegdheden uit hoofde van deze richtlijn verzamelde persoonsgegevens worden in voorkomend geval verwerkt overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG en Verordening (EG) nr. 45/2001.

22)

De volgende titel wordt vóór artikel 29 ingevoegd:

„HOOFDSTUK VI TER

BEKENDMAKING VAN BESLISSINGEN”.

23)

Artikel 29 wordt vervangen door:

„Artikel 29

Bekendmaking van beslissingen

1.   De lidstaten bepalen dat de bevoegde autoriteiten verplicht zijn om onverwijld alle beslissingen betreffende sancties of maatregelen die worden opgelegd voor overtredingen van deze richtlijn, aan het publiek bekend te maken, waaronder ten minste informatie over het type en de aard van de overtreding en de identiteit van de verantwoordelijke natuurlijke personen of juridische entiteit.

De bevoegde autoriteiten mogen de bekendmaking van een beslissing echter uitstellen of de beslissing anoniem bekendmaken op een wijze die strookt met hun nationale wetgeving in één van de volgende situaties:

a)

indien, in het geval dat de sanctie wordt opgelegd aan een natuurlijke persoon, op basis van een verplichte voorafgaande evenredigheidsbeoordeling de bekendmaking van de persoonlijke gegevens onevenredig blijkt;

b)

indien door de bekendmaking de stabiliteit van het financieel systeem ernstig zou worden bedreigd of een lopend officieel onderzoek ernstig zou ondermijnen;

c)

indien de bekendmaking, voor zover dat kan worden bepaald, de betrokken instellingen of natuurlijke personen onevenredige en ernstige schade zou berokkenen.

2.   Indien hoger beroep is ingesteld tegen de overeenkomstig lid 1 bekendgemaakte beslissing, is de bevoegde autoriteit verplicht om hetzij informatie met die strekking in de bekendmaking op te nemen op het moment van de bekendmaking, hetzij de bekendmaking te wijzigen indien het beroep wordt ingesteld na de oorspronkelijke bekendmaking.”.

24)

Artikel 31, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   Wanneer de lidstaten overeenkomstig artikel 3, lid 1, artikel 8, lid 2, of artikel 8, lid 3, of artikel 30 maatregelen vaststellen, stellen zij de Commissie en de andere lidstaten onverwijld van die maatregelen in kennis.”.

Artikel 2

Wijzigingen van Richtlijn 2003/71/EG

In artikel 2, lid 1, onder m), van Richtlijn 2003/71/EG wordt punt iii) vervangen door:

„iii)

voor een niet in punt ii) genoemde uitgevende instelling van effecten met statutaire zetel in een derde land, de door de uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van de toelating tot de handel, al naargelang van het geval, gekozen lidstaat waar de effecten voor het eerst na de datum van inwerkingtreding van Richtlijn 2013/50/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 tot wijziging van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en Richtlijn 2007/14/EG van de Commissie tot vaststelling van concrete uitvoeringsvoorschriften van een aantal bepalingen van Richtlijn 2004/109/EG (25) aan het publiek zullen worden aangeboden of waar het eerst toelating tot de handel op een gereglementeerde markt wordt aangevraagd, onder voorbehoud dat de uitgevende instelling met statutaire zetel in een derde land in de volgende gevallen achteraf een keuze maakt:

indien de lidstaat van herkomst niet volgens haar voorkeur is bepaald; of

overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder i), iii), van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten (26).

Artikel 3

Wijzigingen van Richtlijn 2007/14/EG

Richtlijn 2007/14/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 2 wordt geschrapt.

2)

In artikel 11 worden de leden 1 en 2 geschrapt.

3)

Artikel 16 wordt geschrapt.

Artikel 4

Omzetting

1.   De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om binnen een termijn van 24 maanden vanaf de datum van diens inwerkingtreding aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis.

Wanneer de lidstaten die maatregelen vaststellen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste maatregelen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 5

Evaluatie

De Commissie dient uiterlijk op 27 november 2015 bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de werking van deze richtlijn, met inbegrip van het effect op kleine en middelgrote uitgevende instellingen en over de toepassing van sancties, waarbij zij in het bijzonder nagaat of zij doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn, en evalueert zij het functioneren, en beoordeelt zij de doeltreffendheid, van de methode die gekozen is voor de berekening van het aantal stemrechten voor de in artikel 13, lid 1 bis, eerste alinea, van Richtlijn 2004/109/EG bedoelde financiële instrumenten.

Het verslag wordt, in voorkomend geval, samen met een wetgevingsvoorstel ingediend.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 7

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Straatsburg, 22 oktober 2013.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

V. LEŠKEVIČIUS


(1)  PB C 93 van 30.3.2012, blz. 2.

(2)  PB C 143 van 22.5.2012, blz. 78.

(3)  Standpunt van het Europees Parlement van 12 juni 2013 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 17 oktober 2013.

(4)  PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38.

(5)  PB L 295 van 12.11.2010, blz. 23.

(6)  PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19.

(7)  PB L 142 van 30.4.2004, blz. 12.

(8)  PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.

(9)  PB L 345 van 31.12.2003, blz. 64.

(10)  PB L 69 van 9.3.2007, blz. 27.

(11)  PB L 96 van 12.4.2003, blz. 16.

(12)  PB L 184 van 14.7.2007, blz. 17.

(13)  PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12.

(14)  PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48.

(15)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

(16)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

(17)  PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.

(18)  PB L 142 van 30.4.2004, blz. 12.”.

(19)  PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.”.

(20)  PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19.”.

(21)  PB L 177 van 30.6.2006, blz. 201.”;

(22)  PB L 336 van 23.12.2003, blz. 33.”.

(23)  PB L 156 van 16.6.2012, blz. 1.”.

(24)  PB L 294 van 6.11.2013, blz. 13.”.

(25)  PB L 294 van 6.11.2013, blz. 13.

(26)  PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38.”.


Top