EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32012R0998

Verordening (EU) nr. 998/2012 van de Raad van 9 oktober 2012 betreffende de toewijzing van de vangstmogelijkheden in het kader van het protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Kiribati, anderzijds

OJ L 300, 30.10.2012, p. 35–36 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 04 Volume 007 P. 333 - 334

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/998/oj

30.10.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 300/35


VERORDENING (EU) Nr. 998/2012 VAN DE RAAD

van 9 oktober 2012

betreffende de toewijzing van de vangstmogelijkheden in het kader van het protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Kiribati, anderzijds

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 23 juli 2007 heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan Verordening (EG) nr. 893/2007 betreffende de sluiting van een partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Kiribati, anderzijds (1) („de overeenkomst”).

(2)

Een nieuw protocol bij de overeenkomst is op 3 juni 2012 geparafeerd („het protocol”). In het protocol worden aan EU-vaartuigen vangstmogelijkheden geboden in de wateren waarover de Republiek Kiribati de soevereiniteit of jurisdictie heeft.

(3)

Op 9 oktober 2012 heeft de Raad Besluit 2012/669/EU (2) betreffende de ondertekening en de voorlopige toepassing van het protocol vastgesteld.

(4)

Bepaald moet worden hoe de vangstmogelijkheden voor de looptijd van het nieuwe protocol over de lidstaten moeten worden verdeeld.

(5)

Overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad van 29 september 2008 betreffende machtigingen voor visserijactiviteiten van communautaire vissersvaartuigen buiten de communautaire wateren en de toegang van vaartuigen van derde landen tot de communautaire wateren (3) brengt de Commissie de betrokken lidstaten op de hoogte wanneer blijkt dat de aan de Unie in het kader van het protocol afgegeven vismachtigingen of toegewezen vangstmogelijkheden niet volledig worden benut. Als niet wordt geantwoord binnen een door de Raad vast te stellen termijn, wordt dit beschouwd als een bevestiging dat de vaartuigen van de betrokken lidstaat hun vangstmogelijkheden in de gegeven periode niet volledig benutten. Deze termijn moet derhalve door de Raad worden vastgesteld.

(6)

Aangezien het de bedoeling is om het protocol vanaf 16 september 2012 voorlopig toe te passen, moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van 16 september 2012,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De vangstmogelijkheden die zijn vastgelegd in het protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Kiribati, anderzijds („het protocol”), dat voorlopig dient te worden toegepast vanaf 16 september 2012, worden als volgt over de lidstaten verdeeld:

a)

vaartuigen voor de visserij met de ringzegen:

Spanje

3 vaartuigen

Frankrijk

1 vaartuig

b)

vaartuigen voor de visserij met de beug:

Spanje

3 vaartuigen

Portugal

3 vaartuigen.

2.   Verordening (EG) nr. 1006/2008 geldt onverminderd de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Kiribati, anderzijds.

3.   Als met de vismachtigingsaanvragen van de in lid 1 vermelde lidstaten niet alle krachtens het protocol vastgestelde vangstmogelijkheden worden benut, neemt de Commissie overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1006/2008 vismachtigingsaanvragen van andere lidstaten in overweging.

4.   De in artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1006/2008 bedoelde termijn bedraagt tien werkdagen vanaf de dag waarop de Commissie de lidstaten meedeelt dat de vangstmogelijkheden niet volledig zijn benut.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 16 september 2012.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 9 oktober 2012.

Voor de Raad

De voorzitter

V. SHIARLY


(1)  PB L 205 van 7.8.2007, blz. 1.

(2)  Zie bladzijde 2 van dit Publicatieblad.

(3)  PB L 286 van 29.10.2008, blz. 33.


Top