Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32010R1031

Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap Voor de EER relevante tekst

OJ L 302, 18.11.2010, p. 1–41 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 15 Volume 010 P. 239 - 279

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2010/1031/oj

18.11.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 302/1


VERORDENING (EU) Nr. 1031/2010 VAN DE COMMISSIE

van 12 november 2010

inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (1), en met name artikel 3 quinquies, lid 3, en artikel 10, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn 2003/87/EG is herzien en gewijzigd bij Richtlijn 2008/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde ook luchtvaartactiviteiten op te nemen in de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (2) en Richtlijn 2009/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten van de Gemeenschap te verbeteren en uit te breiden (3). Een van de verbeteringen waartoe bij de herziening van Richtlijn 2003/87/EG is besloten, is dat veiling het basisbeginsel dient te vormen voor de toewijzing, aangezien dit het eenvoudigste en naar algemeen inzicht ook het economisch efficiëntste toewijzingsmechanisme is. De doeltreffendheid van de regeling voor de handel in emissierechten hangt af van een duidelijk koolstofprijssignaal om de broeikasgasemissies tegen zo gering mogelijke kosten terug te dringen. Veiling kan ertoe bijdragen een dergelijk koolstofprijssignaal tot stand te brengen en te versterken.

(2)

Artikel 10, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG bepaalt dat de onder hoofdstuk III van die richtlijn vallende emissierechten die niet kosteloos worden toegewezen, door de lidstaten worden geveild. Bijgevolg moeten de lidstaten de niet kosteloos toegewezen emissierechten veilen. Zij mogen geen enkel ander toewijzingsmechanisme toepassen, en evenmin mogen zij niet kosteloos toegewezen emissierechten inhouden of annuleren in plaats van deze te veilen.

(3)

In artikel 10, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG worden met betrekking tot het veilingproces diverse doelen vastgesteld. Het veilingproces moet voorspelbaar zijn, met name met betrekking tot de tijdstippen en de opeenvolging van veilingen en de geraamde hoeveelheden emissierechten die worden aangeboden. Veilingen moeten zo worden opgezet dat onder de handelsregeling voor emissierechten vallende kleine en middelgrote ondernemingen volledige, eerlijke en billijke toegang hebben, dat kleine emittenten toegang wordt verleend, dat alle deelnemers op hetzelfde tijdstip toegang hebben tot de informatie, dat deelnemers het verloop van de veilingen niet ondermijnen, dat de organisatie van en deelname aan veilingen kosteneffectief is en dat onnodige administratieve kosten worden vermeden.

(4)

Die doelen moeten worden gezien in de context van de algemene doelstellingen van de herziening van Richtlijn 2003/87/EG, waaronder meer harmonisatie, vermijding van concurrentievervalsing en een grotere voorspelbaarheid, die elk het koolstofprijssignaal moeten versterken om de emissies tegen de geringste kosten te kunnen terugdringen. Een sterkere emissiereductie vraagt immers om een zo groot mogelijke economische efficiëntie, gebaseerd op volledig geharmoniseerde toewijzingsvoorwaarden in de Unie.

(5)

Artikel 3 quinquies, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG bepaalt dat voor de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 15 % van de onder hoofdstuk II van die Richtlijn vallende emissierechten wordt geveild, en lid 2 van dat artikel bepaalt dat hetzelfde percentage van de onder hoofdstuk II van die Richtlijn vallende emissierechten wordt geveild in de periode die ingaat op 1 januari 2013. Artikel 3 quinquies, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG voorziet in de vaststelling van een verordening met nadere voorschriften voor de veiling door de lidstaten, overeenkomstig artikel 3 quinquies, lid 1 en lid 2, en artikel 3 septies, lid 8, van onder hoofdstuk II vallende emissierechten die niet kosteloos behoeven te worden verleend.

(6)

Naar de mening van de meeste belanghebbenden die bij de raadpleging die aan de vaststelling van deze verordening vooraf is gegaan waren betrokken en van de overgrote meerderheid van de lidstaten, en blijkens de door de Commissie uitgevoerde effectbeoordeling, beantwoordt een gemeenschappelijke veilinginfrastructuur, waarbij de veilingen worden gehouden door een gemeenschappelijk veilingplatform, het best aan de algemene doelstellingen van de herziening van Richtlijn 2003/87/EG. Een dergelijke aanpak vermijdt verstoringen van de interne markt. Zij zorgt voor de grootst mogelijke economische efficiëntie en maakt het mogelijk om emissierechten via veiling toe te wijzen onder in de gehele Unie volledig geharmoniseerde voorwaarden. Bovendien biedt het houden van de veilingen door middel van een gemeenschappelijk veilingplatform de beste garanties voor het sterke koolstofprijssignaal dat de marktdeelnemers nodig hebben om te besluiten tot de investeringen die nodig zijn om de broeikasgasemissies tegen zo gering mogelijke kosten terug te dringen.

(7)

Naar de mening van de meeste belanghebbenden die bij de raadpleging die aan de vaststelling van deze verordening vooraf is gegaan waren betrokken en van de overgrote meerderheid van de lidstaten, en blijkens de door de Commissie uitgevoerde effectbeoordeling, beantwoordt een gemeenschappelijke veilinginfrastructuur, waarbij de veilingen worden gehouden door een gemeenschappelijk veilingplatform, ook het best aan de doelstellingen van artikel 10, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG. Deze aanpak vormt de meest kosteneffectieve manier om emissierechten te veilen zonder de buitensporige administratieve lasten die onvermijdelijk met het gebruik van meervoudige veilinginfrastructuur gepaard gaan. Zij voorziet het best in een open, transparante en niet-discriminerende toegang tot de veilingen, zowel in rechte als feitelijk. Een dergelijke gezamenlijke aanpak zou de voorspelbaarheid van de veilingkalender garanderen en biedt de beste garanties voor een duidelijk koolstofprijssignaal. Een gemeenschappelijke veilinginfrastructuur is met name belangrijk voor het verlenen van billijke toegang aan onder het emissiehandelssysteem vallende kleine en middelgrote ondernemingen en voor het verschaffen van toegang aan kleine emittenten. De kosten van de vertrouwdmaking met, registratie bij en deelneming aan meer dan één veilingplatform voor dergelijke bedrijven zouden immers bijzonder hoog zijn. Een gemeenschappelijk veilingplatform bevordert een zo ruim mogelijke participatie vanuit de hele Unie en biedt zo de beste beveiliging tegen het risico dat deelnemers de veilingen ondermijnen door deze te gebruiken als een middel tot het witwassen van geld, de financiering van terrorisme, criminele activiteiten of marktmisbruik.

(8)

Niettemin biedt deze verordening, om een eventueel risico van verminderde concurrentie op de koolstofmarkt te ondervangen, de lidstaten de mogelijkheid om af te zien van deelneming aan het gemeenschappelijke veilingplatform en in plaats daarvan hun eigen veilingplatform aan te wijzen, waarbij als voorwaarde geldt dat de „opt-out”-veilingplatforms in een bijlage bij deze verordening worden opgenomen. Opneming dient te geschieden op basis van de aanmelding van het „opt-out”-platform door de aanwijzende lidstaat bij de Commissie. Omdat deze optie echter per definitie een volledige harmonisatie van het veilingproces onmogelijk maakt, moeten de bij deze verordening ingevoerde regelingen binnen een eerste periode van vijf jaar en in overleg met de belanghebbenden worden geëvalueerd met het oog op eventuele aanpassingen die in het licht van de opgedane ervaring noodzakelijk worden geacht. Na ontvangst van een aanmelding in verband met een „opt-out”-platform vanuit een lidstaat dient de Commissie zonder onnodige vertraging actie te ondernemen om dat „opt-out”-platform in de bijlage op te nemen.

(9)

Voorts dient een lidstaat over de mogelijkheid te beschikken om aan de met het veilingtoezicht belaste instantie (de veilingtoezichthouder) te vragen een verslag op te stellen over de werking van het veilingplatform dat hij voornemens is aan te wijzen, bijvoorbeeld wanneer een wijziging van deze verordening ter opneming van „opt-out”-veilingplatforms in de bijlage wordt voorbereid. Bovendien moet de veilingtoezichthouder toetsen of alle veilingplatforms in overeenstemming zijn met deze verordening en met de doelstellingen van artikel 10, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG en daarover verslag uitbrengen bij de lidstaten, de Commissie en het betrokken veilingplatform. Die toetsing dient mede betrekking te hebben op het effect van de veilingen op de marktpositie van de veilingplatforms op de secundaire markt. Om te voorkomen dat veilende lidstaten ongewild gebonden blijven aan een bepaald veilingplatform nadat de aanwijzingstermijn daarvan is verstreken, dienen aanwijzingscontracten van een veilingplatform passende bepalingen te bevatten die het veilingplatform ertoe verplichten alle materiële en immateriële activa over te dragen die voor de organisatie van de veilingen door de opvolger van het veilingplatform noodzakelijk zijn.

(10)

De keuzes met betrekking tot het aantal veilingplatforms en het type entiteit dat als veilingplatform kan fungeren, vormen de grondslag voor de bepalingen van deze verordening betreffende een voorspelbare veilingkalender, de maatregelen inzake toegang tot de veilingen en de opzet van de veilingen en de bepalingen inzake het beheer van de zekerheden, betaling en levering en het toezicht op veilingen. Die bepalingen kunnen door de Commissie niet in een volledig geharmoniseerde verordening worden vastgesteld zonder dat het aantal veilingplatforms en de specifieke capaciteiten van de entiteit die de veilingen zal moeten houden, bekend zijn. Daarom zijn de in deze verordening vervatte maatregelen gebaseerd op veilingen die plaatsvinden op een gemeenschappelijk veilingplatform, en voorzien zij in een procedure ter bepaling van het aantal en de kwaliteit van de andere veilingplatforms die de lidstaten in voorkomend geval besluiten te gebruiken.

(11)

Met het oog op de in overweging 10 geschetste restricties is het passend dat aan de opneming van een „opt-out”-veilingplatform in een bijlage bij deze verordening voorwaarden en verplichtingen worden verbonden. De opneming van een „opt-out”-platform in een bijlage bij deze verordening doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de Commissie om de schrapping van een veilingplatform uit die bijlage voor te stellen, met name in geval van schending van deze verordening of van de doelstellingen van artikel 10, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG. Indien een veilingplatform niet in de bijlage is opgenomen, dient de veilende lidstaat zijn emissierechten te veilen via het gemeenschappelijke veilingplatform. Bij de verordening van de Commissie die uit hoofde van artikel 19, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG wordt vastgesteld, dient de Commissie te voorzien in maatregelen tot opschorting van processen in samenhang met de veiling van emissierechten wanneer een „opt-out”-platform deze verordening of de doelstellingen van artikel 10, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG heeft geschonden.

(12)

De nadere voorschriften betreffende het door het „opt-out”-veilingplatform toe te passen veilingproces dienen door de Commissie te worden beoordeeld in overleg met het in artikel 23, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde comité, overeenkomstig de regelgevingsprocedure met toetsing waarin artikel 10, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG voorziet. Bedoelde beoordeling is noodzakelijk om te garanderen dat op de aanwijzing van het „opt-out”-veilingplatform door een van de „opt-out”-mogelijkheid gebruikmakende lidstaat, welke op nationaal niveau plaatsvindt, een vergelijkbare mate van controle wordt uitgeoefend als op de aanwijzing van het gemeenschappelijke veilingplatform in het kader van de gezamenlijke actie waarin deze verordening voorziet. De lidstaten die deelnemen aan de gezamenlijke aanbesteding ter aanwijzing van het gemeenschappelijke veilingplatform doen zulks tezamen met de Commissie, die bij het hele proces betrokken is. Voorts wordt aan lidstaten die van de „opt-out”-mogelijkheid gebruikmaken, in het gezamenlijke aanbestedingsproces de status van waarnemer verleend, zulks onder passende voorwaarden, die door de Commissie en de deelnemende lidstaten in de gezamenlijkeaanbestedingsovereenkomst worden overeengekomen.

(13)

Deze verordening dient met ingang van 1 januari 2012 respectievelijk 1 januari 2013 van toepassing te zijn op de veiling van onder hoofdstuk II en hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten. Voorts dient zij vóór het begin van de periode die in 2013 ingaat, van toepassing te zijn op de veiling van alle onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten indien zulks nodig is om de goede werking van de koolstof- en de elektriciteitsmarkt te garanderen.

(14)

Ter wille van de eenvoud en de toegankelijkheid dienen de geveilde emissierechten uiterlijk binnen vijf handelsdagen beschikbaar te zijn voor levering. Een dergelijke korte leveringstermijn zal eventuele negatieve effecten op de concurrentie tussen de veilingplatforms en de handelslocaties van de secundaire markt voor emissierechten beperken. Korte leveringstermijnen zijn bovendien eenvoudiger, bevorderen een ruime deelname en beperken zo het risico van marktmisbruik, en bieden meer garanties voor toegankelijkheid voor onder de regeling vallende kleine en middelgrote ondernemingen en kleine emittenten. In plaats van forwards en futures ter veiling aan te bieden, dient de markt optimale oplossingen te ontwikkelen om aan de vraag naar afgeleide producten van emissierechten tegemoet te komen. Om de beste oplossing te vinden en het optimale veilingproduct te selecteren, is het passend te bepalen dat in de loop van het aanwijzingsproces van het veilingplatform een keuze wordt gemaakt tussen tweedaagse spot en vijfdaagse futures. Tweedaagse spot is geen financieel instrument krachtens de financiëlemarktenwetgeving van de Unie, maar vijfdaagse futures zijn financiële instrumenten in de zin van de financiëlemarktenverordening van de Unie.

(15)

De vraag of het veilingproduct een financieel instrument moet zijn of niet, dient te worden beantwoord in het kader van de procedure voor het selecteren van het veilingplatform en de keuze dient te worden gemaakt op basis van een algemene beoordeling van de kosten en baten van de oplossingen die door de aan de concurrerende aanbesteding deelnemende kandidaten worden aangeboden. Die beoordeling dient met name betrekking te hebben op kostenefficiëntie, eerlijke toegang voor onder de regeling vallende kleine en middelgrote ondernemingen en kleine emittenten, adequate beschermingsmaatregelen en markttoezicht.

(16)

Zolang de juridische en technische middelen voor de levering van emissierechten niet beschikbaar zijn, is het passend in een alternatieve wijze van veilen van emissierechten te voorzien. Daartoe voorziet deze verordening in de mogelijkheid om futures en forwards te veilen waarvan de levering uiterlijk 31 december 2013 plaatsvindt. Die futures en forwards zijn financiële instrumenten, hetgeen zowel de veiler als de bieders een soortgelijke bescherming biedt als die welke zij genieten binnen het regelgevingskader voor financiële markten. In het kader van deze verordening is het verschil tussen futures en forwards hierin gelegen dat voor eerstgenoemde de margining plaatsvindt in contanten en voor laatstgenoemde in andere zekerheden dan contanten. Het is passend dat de lidstaten de mogelijkheid wordt geboden te kiezen welk type product zij willen gebruiken voor de veiling van emissierechten, afhankelijk van de regeling inzake margining die het best op hun budgettaire situatie is afgestemd. Mocht het nodig blijken om emissierechten op een dergelijke alternatieve wijze te veilen, dan zullen futures en forwards voorlopig worden geveild op een of twee veilingplatforms.

(17)

Met het oog op de nagestreefde eenvoud, eerlijkheid en kostenefficiëntie en de noodzaak om het risico van marktmisbruik te beperken, dienen de veilingen plaats te vinden volgens een formule met één ronde, bieding in gesloten enveloppe en uniforme prijs. Voorts dienen samenvallende biedingen te worden beslecht door middel van een toevalsproces, aangezien dit leidt tot onzekerheid voor bieders waardoor onderhandse afspraken over de geboden prijs geen bruikbare strategie vormen. Verwacht mag worden dat de toewijzingsprijs de gangbare prijs op de secundaire markt dicht benadert, terwijl een toewijzingsprijs die duidelijk lager is dan de gangbare prijs op de secundaire markt, kan wijzen op een tekortkoming in het verloop van de veiling. Als een dergelijke toewijzingsprijs zou worden toegepast, zou dit het koolstofprijssignaal en de koolstofmarkt kunnen verstoren en is niet langer gewaarborgd dat bieders een eerlijke prijs betalen voor de emissierechten. In dergelijke gevallen dient de veiling derhalve te worden geannuleerd.

(18)

Een relatief hoge veilingfrequentie is wenselijk om het effect van de veilingen op de werking van de secundaire markt te beperken, maar er moet worden gezorgd dat de veilingen groot genoeg zijn om voldoende deelnemers aan te trekken. Een relatief hoge frequentie vermindert het risico van marktmisbruik omdat het economische belang van bieders in de individuele veilingen dan minder groot is en zij gemakkelijker latere veilingen kunnen gebruiken om hun handelspositie bij te stellen. Daarom dient deze verordening te voorzien in een ten minste wekelijkse veiling van onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten. Gezien het feit dat de hoeveelheid onder hoofdstuk II van die richtlijn vallende emissierechten veel kleiner is, is een ten minste tweemaandelijkse veilingfrequentie voor deze emissierechten gepast.

(19)

Ten behoeve van de voorspelbaarheid van de secundaire markt dient deze verordening in de volgende regels en procedures te voorzien. Ten eerste moet worden bepaald dat de hoeveelheid in 2011 en 2012 te veilen emissierechten zo snel mogelijk na de vaststelling van deze verordening wordt vastgesteld. De aldus vastgestelde hoeveelheden emissierechten, alsook de veilingproducten waarin zij ter veiling zullen worden aangeboden, zullen worden opgenomen in een bijlage bij deze verordening. Ten tweede moeten duidelijke en transparante regels worden vastgesteld ter bepaling van de hoeveelheid emissierechten die elk daaropvolgend jaar wordt geveild. Ten derde dient deze verordening regels en procedures te bevatten om voor ieder kalenderjaar en geruime tijd vóór de aanvang daarvan, een uitvoerige veilingkalender vast te stellen met alle relevante informatie over elke individuele veiling. Latere wijzigingen van de veilingkalender dienen slechts in een beperkt aantal welomschreven situaties mogelijk te zijn. Eventuele aanpassingen moeten op zodanige wijze plaatsvinden dat de voorspelbaarheid van de veilingkalender er zo weinig mogelijk door wordt beïnvloed.

(20)

In de regel dient de in ieder jaar geveilde hoeveelheid emissierechten gelijk te zijn aan de voor dat jaar toegewezen hoeveelheid. Onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die eventueel in 2011 en 2012 worden geveild, vormen daarop een uitzondering. Gezien de verwachte beschikbaarheid van de tweede naar de derde handelsperiode overgedragen emissierechten, de verwachte beschikbaarheid van gecertificeerde emissiereducties (CER's) en de verwachte hoeveelheid emissierechten die overeenkomstig artikel 10 bis, lid 8, van Richtlijn 2003/87/EG moet worden geveild, is het passend het effect van eventuele „vooruitgeschoven veilingen” in 2011 en 2012 te temperen door bijstelling van de hoeveelheid in 2013 en 2014 geveilde hoeveelheid emissierechten.

(21)

De hoeveelheid emissierechten die elk jaar wordt geveild, dient gelijkmatig over het jaar te worden gespreid overeenkomstig de vraag op de secundaire markt.

(22)

Om de participatie te stimuleren en zo een concurrerend resultaat van de veilingen te garanderen, is een open toegang vereist. Evenzo is vertrouwen in de integriteit van het veilingproces, met name wat betreft de mogelijkheid voor deelnemers om veilingen te verstoren door deze te gebruiken als een middel tot het witwassen van geld, financiering van terrorisme, criminele activiteiten of marktmisbruik, een voorwaarde om een adequate deelname aan de veilingen en een concurrerend veilingresultaat te waarborgen. Om de integriteit van de veilingen te garanderen, dienen aan de toegang tot de veilingen bepaalde minimumeisen inzake adequate klantenonderzoekscontroles te worden verbonden. Om de kosteneffectiviteit van die controles te garanderen, moet het recht om toegang te vragen tot de veilingen worden verleend aan gemakkelijk identificeerbare, welomschreven categorieën deelnemers, met name de onder het handelssysteem voor emissierechten vallende exploitanten van stationaire installaties en vliegtuigexploitanten alsook gereglementeerde financiële entiteiten zoals beleggingsondernemingen en kredietinstellingen. Ook bedrijfsgroepen van exploitanten of vliegtuigexploitanten, zoals partnerschappen, joint ventures en consortia die als agent optreden namens hun leden, dienen gerechtigd te zijn om een aanvraag tot toelating om in de veilingen te bieden in te dienen. Bijgevolg is het verstandig het recht om toegang tot de veilingen te vragen in eerste instantie te beperken, zonder uitsluiting van de mogelijkheid dat de toegang tot de veilingen tot andere categorieën deelnemers wordt verruimd in het licht van de met de veilingen opgedane ervaring of nadat de Commissie overeenkomstig artikel 12, lid 1 bis, van Richtlijn 2003/87/EG heeft onderzocht of de markt voor emissierechten voldoende tegen marktmisbruik is beschermd.

(23)

Voorts dient om redenen van rechtszekerheid in deze verordening te worden bepaald dat de toepasselijke bepalingen van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (4) op het veilingplatform van toepassing zijn. Dit is van groot belang omdat het veilingplatform niet alleen toegankelijk dient te zijn voor beleggingsondernemingen en kredietinstellingen, maar ook voor exploitanten en vliegtuigexploitanten alsook andere personen aan wie vergunning is verleend om voor eigen rekening en voor anderen biedingen uit te brengen, maar op wie Richtlijn 2005/60/EG niet van toepassing is.

(24)

Deze verordening dient deelnemers aan de veilingen de keuze te laten of zij rechtstreeks deelnemen via het internet of via een specifieke verbinding, dan wel via over een vergunning beschikkende en onder toezicht staande financiële tussenpersonen of andere personen aan wie door de lidstaten vergunning is verleend om voor eigen rekening of voor cliënten van hun hoofdbedrijf biedingen uit te brengen, mits hun belangrijkste activiteit niet de verrichting van beleggings- of bankdiensten is, op voorwaarde dat deze andere personen gelijkwaardige klantenonderzoeksprocedures en maatregelen ter bescherming van investeerders toepassen als die welke gelden voor beleggingsondernemingen.

(25)

De toevoeging van andere over een vergunning van de lidstaten beschikkende personen aan de lijst van personen die gerechtigd zijn om toelating te vragen tot het uitbrengen van biedingen, is bedoeld om exploitanten en vliegtuigexploitanten niet alleen via financiële tussenpersonen indirecte toegang tot de veilingen te verlenen, maar ook via andere tussenpersonen met wie zij een bestaande cliëntenrelatie hebben, zoals hun energie- of brandstofleveranciers, op wie Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad (5) krachtens artikel 2, lid 1, onder i), van die richtlijn niet van toepassing is.

(26)

Met het oog op de rechtszekerheid en de transparantie dient deze verordening nadere bepalingen te bevatten over andere aspecten van de veilingen, zoals de grootte van de kavels, de mogelijkheid om reeds uitgebrachte biedingen in te trekken of te wijzigen, de voor biedingen en betalingen gebruikte valuta, de indiening en behandeling van aanvragen om toelating om te bieden alsook de weigering, herroeping of schorsing van die toelating.

(27)

Elke lidstaat dient een veiler aan te wijzen, die verantwoordelijk wordt voor het veilen van emissierechten voor de lidstaat die hem heeft aangewezen. Het veilingplatform dient alleen verantwoordelijk te zijn voor het houden van de veilingen. Eenzelfde veiler dient door meer dan een lidstaat te kunnen worden aangewezen. De veiler dient zijn ten behoeve van de diverse aanwijzende lidstaten ontplooide activiteiten van elkaar gescheiden te houden. Hij dient verantwoordelijk te zijn voor het veilen van de emissierechten op het veilingplatform en voor het in ontvangst nemen van de aan elke aanwijzende lidstaat toekomende veilingopbrengsten en de uitbetaling daarvan aan die lidstaat. Belangrijk is dat de overeenkomst(en) tussen de lidstaten en hun veiler verenigbaar zijn met de overeenkomst(en) tussen de veiler en het veilingplatform, en dat in geval van conflict laatstgenoemde prevaleren.

(28)

Voorts is het noodzakelijk dat de veiler die wordt aangewezen door een lidstaat die niet aan het gemeenschappelijke veilingplatform deelneemt maar zijn eigen veilingplatform aanwijst, niet alleen over een toelating van het door de betrokken lidstaat aangewezen veilingplatform maar ook over een toelating van het gemeenschappelijke veilingplatform beschikt. Dat is wenselijk om, als het nodig mocht zijn, een vlotte overstap mogelijk te maken van het „opt-out”-veilingplatform naar het gemeenschappelijke veilingplatform, met name ingeval eerstgenoemd veilingplatform niet in een bijlage bij deze verordening is opgenomen.

(29)

De eis dat het veilingplatform een gereglementeerde markt dient te zijn, is gebaseerd op het streven om voor het beheer van de veilingen gebruik te maken van de organisatorische infrastructuur die op de secundaire markt beschikbaar is. In het bijzonder zijn gereglementeerde markten krachtens Richtlijn 2004/39/EG en Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 betreffende handel met voorwetenschap en marktmanipulatie (marktmisbruik) (6) ertoe gehouden een aantal waarborgen te bieden wat betreft de uitvoering van hun activiteiten. Die waarborgen omvatten regelingen om de potentiële negatieve gevolgen van eventuele belangenconflicten voor de werking van de gereglementeerde markt of voor de marktdeelnemers te onderkennen en aan te pakken, om de risico's waaraan zij zijn blootgesteld te onderkennen en te beheren en doeltreffende maatregelen te nemen om deze te beperken, om te voorzien in deugdelijk beheer van de technische werking van hun systemen, inclusief het nemen van doeltreffende voorzorgsmaatregelen om met systeemstoringen samenhangende risico's te ondervangen, om te voorzien in transparante en niet-discretionaire regels en procedures voor een billijke en ordelijke handel en om objectieve criteria vast te stellen voor de efficiënte uitvoering van orders, om de efficiënte en tijdige afhandeling van de via hun systemen uitgevoerde transacties te vergemakkelijken, en om voldoende financiële middelen ter beschikking te hebben om hun correcte werking te vergemakkelijken, gelet op de aard en de omvang van de op de markt uitgevoerde transacties en de verscheidenheid en de grootte van de risico's waaraan zij zijn blootgesteld.

(30)

De eis dat het veilingplatform een gereglementeerde markt dient te zijn, heeft nog diverse andere voordelen. Het maakt het mogelijk gebruik te maken van de organisatorische infrastructuur, de ervaring, de capaciteiten en de transparante bindende functioneringregels van de markt. Dit is onder meer relevant voor de clearing of afwikkeling van transacties en het toezicht op de naleving door de markt van haar eigen regels en van andere wettelijke verplichtingen zoals het verbod op marktmisbruik en de voorziening in buitengerechtelijke geschillenbeslechtingsmechanismen. Dat is kosteneffectief en draagt ertoe bij, de operationele integriteit van de veilingen te waarborgen. De regels inzake belangenconflicten van gereglementeerde markten vereisen dat de veiler onafhankelijk is van het veilingplatform, zijn eigenaar(s) en zijn marktexploitant, zodat een correcte werking van de gereglementeerde markt niet wordt ondermijnd. Bovendien zullen veel potentiële deelnemers aan de veilingen reeds lid zijn van of deelnemen aan de diverse gereglementeerde markten die actief zijn op de secundaire markt.

(31)

Krachtens Richtlijn 2004/39/EG wordt aan gereglementeerde markten en hun marktexploitanten een vergunning verleend en toezicht op hen uitgeoefend door de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaat waar de gereglementeerde markt of haar marktexploitant geregistreerd of gevestigd is (d.w.z. de lidstaat van herkomst). Onverminderd de toepasselijke bepalingen van Richtlijn 2003/6/EG, met name betreffende eventuele strafrechtelijke sancties waarin de nationale wetgeving inzake marktmisbruik voorziet, zijn gereglementeerde markten onderworpen aan het publiekrecht van de lidstaat van herkomst, zodat zij, overeenkomstig de nationale wetgeving, vallen onder de rechtsbevoegdheid van de bestuursrechter van de lidstaat van herkomst. Dat regelgevingskader is van toepassing op handel en niet op veiling, en het geldt alleen voor financiële instrumenten, niet voor spotproducten. Derhalve is het ter wille van de rechtszekerheid passend dat deze verordening bepaalt dat de lidstaat van herkomst van een gereglementeerde markt die als veilingplatform wordt aangewezen, ervoor zorgt dat in zijn nationale wetgeving de desbetreffende onderdelen van voornoemd regelgevingskader wordt uitgebreid tot de veilingen die door het onder zijn rechtsbevoegdheid vallende veilingplatform worden gehouden. Voorts dient deze verordening te bepalen dat het veilingplatform voorziet in buitengerechtelijke geschillenbeslechting, en dat de betrokken lidstaat ervoor zorgt dat tegen de besluiten van het buitengerechtelijke geschillenbeslechtingsmechanisme beroep kan worden ingesteld, ongeacht of het veilingproduct een financieel instrument is of een spot.

(32)

Concurrentie tussen verschillende mogelijke veilingplatforms moet worden gegarandeerd door middel van een concurrerend aanbestedingsproces voor de aanwijzing van het veilingplatform indien de aanbestedingswetgeving van de Unie of van de betrokken lidstaat zulks vereist. Het veilingplatform dient met ten minste één clearingsysteem of afwikkelingssysteem te zijn verbonden. Er kan meer dan één clearingsysteem of afwikkelingssysteem met het veilingplatform zijn verbonden. De aanwijzing van het gemeenschappelijke veilingplatform dient te geschieden voor een beperkte periode van ten hoogste vijf jaar. De aanwijzing van de „opt-out”-veilingplatforms dient te geschieden voor een beperkte periode van ten hoogste drie jaar, die met twee jaar kan worden verlengd, gedurende welke de regelingen betreffende alle veilingplatforms moeten worden geëvalueerd. De vastgestelde termijn van drie jaar voor het „opt-out”-veilingplatform is bedoeld om het „opt-out”-platform een minimale aanwijzingstermijn te garanderen en tegelijk de aanwijzende lidstaat de mogelijkheid te bieden om zich na het verstrijken van de termijn van drie jaar desgewenst bij het gemeenschappelijke platform aan te sluiten, zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid voor de aanwijzende lidstaat om de aanwijzing van het „opt-out”-platform met twee jaar te verlengen in afwachting van het resultaat van de evaluatie door de Commissie. Bij het verstrijken van elke aanwijzingsperiode dient een nieuwe concurrerende aanbesteding plaats te vinden indien de aanbestedingswetgeving van de Unie of van de betrokken lidstaat een aanbestedingsproces voorschrijft. Eventuele effecten op de secundaire markt als gevolg van de selectie van een gemeenschappelijk veilingplatform voor de veilingen zullen naar verwachting beperkt zijn, aangezien alleen emissierechten met een leveringstermijn van ten hoogste vijf dagen zullen worden geveild.

(33)

Het uitvoeren van de veilingen, de vaststelling en het beheer van de veilingkalender en diverse andere met de veilingen verband houdende taken zoals het onderhouden van een actuele, vanuit de hele Unie toegankelijke website, vereist gezamenlijke actie van de lidstaten en de Commissie in de zin van artikel 91, lid 1, derde alinea, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (7) (Financieel Reglement). De noodzaak van een dergelijke gezamenlijke actie vloeit voort uit de Uniebrede werkingssfeer van de regeling voor de handel in emissierechten, de grote beleidsdoelstellingen van de herziening van Richtlijn 2003/87/EG en het feit dat de Commissie krachtens Richtlijn 2003/87/EG rechtstreeks verantwoordelijk is voor de nadere implementatie van een aantal aspecten van de regeling voor de handel in emissierechten die rechtstreekse gevolgen hebben voor met name de veilingkalender en het toezicht op de veilingen. Bijgevolg dient deze verordening te bepalen dat de concurrerende aanbesteding voor de aanwijzing van het gemeenschappelijke veilingplatform en de veilingtoezichthouder plaatsvindt via een gezamenlijke aanbestedingsprocedure van de Commissie en de lidstaten in de zin van artikel 125 quater van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (8). Artikel 125 quater van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 maakt het mogelijk om de voor de Commissie geldende procedurele bepalingen toe te passen op een gezamenlijke aanbesteding van de lidstaten en de Commissie. Gezien de Uniebrede werkingssfeer van de aanbesteding is het passend de aanbestedingsregels van het Financieel Reglement en van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002, voor zover relevant, toe te passen op de gezamenlijke aanbestedingsprocedure. In deze verordening moeten de door de lidstaten te verrichten veilingdiensten en de door de Commissie te verrichten diensten betreffende technische ondersteuning nader worden aangeduid, in het bijzonder met het oog op mogelijke besluiten over de aanvulling van onvolledige bijlagen bij deze verordening, de gepaste veilingfrequentie, de onderlinge afstemming van de veilingkalenders van de diverse veilingplatforms, het opleggen van een maximumomvang voor biedingen, en mogelijke wijzigingen van de verordening, in het bijzonder wat betreft koppelingen met andere regelingen en diensten met het oog op een goed begrip van de buiten de Unie toegepaste veilingregels. Het is passend dat de Commissie zich die diensten verschaft door gebruik te maken van het gemeenschappelijke veilingplatform dat de meeste ervaring heeft met het uitvoeren van veilingen voor meerdere lidstaten. Dat staat de raadpleging van andere veilingplatforms of andere belanghebbenden niet in de weg.

(34)

De veilingplatforms dienen te worden aangewezen via een open, transparante en concurrerende selectieprocedure, tenzij op de aanwijzing van het veilingplatform door een niet aan de gezamenlijke actie deelnemende lidstaat geen aanbestedingsregels uit hoofde van de aanbestedingswetgeving van de Unie of van de betrokken lidstaat van toepassing zijn. Bij de aanwijzing van de veilingplatforms en het daarmee verbonden clearingsysteem of afwikkelingssysteem moet rekening worden gehouden met de door de gegadigden geboden oplossingen inzake kostenefficiëntie, volledige, eerlijke en billijke toegang tot de veilingen voor kleine en middelgrote ondernemingen en toegang voor kleine emittenten, en solide toezicht op de veilingen, inclusief de voorziening in een buitengerechtelijk geschillenbeslechtingsmechanisme. Het veilingplatform dat forwards of futures veilt, mag bijwijze van uitzondering worden aangewezen op grond van het feit dat het de op de secundaire markt toepasselijke toegangsregelingen, regels inzake betaling en levering en regels inzake markttoezicht kan toepassen. De specifieke procedures voor de aanwijzing van het gemeenschappelijke veilingplatform dienen te worden gespecificeerd in een overeenkomst tussen de Commissie en de lidstaten, waarbij de praktische regelingen voor de beoordeling van de aanvragen tot deelneming of inschrijvingen en de toewijzing van het contract alsook het op het contract toepasselijke recht en de voor geschillenbeslechting bevoegde rechterlijke instantie worden vastgesteld zoals bepaald in artikel 125 quater van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002.

(35)

Met inachtneming van eventueel toepasselijke regels inzake overheidsaanbestedingen, met inbegrip van regels inzake de vermijding van belangenconflicten en de eerbiediging van het vertrouwelijk karakter van gegevens, kan aan lidstaten die niet aan de gezamenlijke actie ter aanwijzing van het gemeenschappelijke veilingplatform deelnemen, geheel of gedeeltelijk de status van waarnemer in het gezamenlijke aanbestedingsproces worden verleend onder de voorwaarden die de Commissie en de lidstaten die deelnemen aan de gezamenlijke actie, overeen zijn gekomen en die zijn vastgelegd in de gezamenlijkeaanbestedingsovereenkomst. Die toegang kan wenselijk zijn ter vergemakkelijking van de convergentie tussen de opt-out-veilingplatforms en het gemeenschappelijke veilingplatform wat betreft aspecten van het veilingproces die bij deze verordening niet volledig zijn geharmoniseerd.

(36)

Het is passend dat de lidstaten die besluiten niet deel te nemen aan een gezamenlijke actie ter aanwijzing van het gemeenschappelijke veilingplatform maar in plaats daarvan een eigen veilingplatform aan te wijzen, de Commissie van dit besluit op de hoogte brengen binnen een vrij korte termijn na de inwerkingtreding van deze verordening. Bovendien moet de Commissie beoordelen of de lidstaten die hun eigen veilingplatform aanwijzen, het nodige doen om te garanderen dat het veilingproces voldoet aan deze verordening alsook aan de doelstellingen van artikel 10, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG. Voorts moet de Commissie de coördinatie verzekeren tussen de specifieke, door andere veilingplatforms dan het gemeenschappelijke veilingplatform voorgestelde veilingkalenders en de door het gemeenschappelijke veilingplatform voorgestelde veilingkalenders. Zodra de Commissie haar beoordeling van alle „opt-out”-veilingplatforms heeft afgerond, dient zij een lijst van die veilingplatforms, hun aanwijzende lidstaten en eventueel toepasselijke voorwaarden en verplichtingen, met inbegrip van eventuele voorwaarden en verplichtingen betreffende hun veilingkalenders, op te nemen in een bijlage bij deze verordening. De vaststelling van deze lijst houdt geen bevestiging door de Commissie in van het feit dat de aanwijzende lidstaat alle regels inzake aanbestedingen die op de aanwijzing van het door hem gekozen veilingplatform van toepassing zijn, heeft nageleefd.

(37)

Artikel 10, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG schrijft voor dat de lidstaten bepalen hoe de opbrengsten van de veiling van emissierechten worden gebruikt. Om alle twijfel weg te nemen, dient deze verordening te bepalen dat de veilingopbrengsten rechtstreeks aan de door elke lidstaat aangewezen veiler worden overgemaakt.

(38)

Aangezien de veiling van emissierechten inhoudt dat deze voor de eerste keer op de secundaire markt worden gebracht in plaats van rechtstreeks en kosteloos aan exploitanten en vliegtuigexploitanten te worden toegewezen, is het niet passend de clearingsystemen of afwikkelingssystemen specifieke uitvoeringsverplichtingen op te leggen inzake de levering van emissierechten aan succesvolle bieders of hun rechtsopvolgers in het geval van onmogelijkheid tot leveren om redenen waarop die systemen zelf geen invloed hebben. Derhalve dient deze verordening te bepalen dat het enige middel waarover succesvolle bieders of hun rechtsopvolgers in geval van niet-levering van geveilde emissierechten beschikken, erin bestaat in te stemmen met uitstel van levering. Wel is het belangrijk in de mogelijkheid te voorzien dat geveilde emissierechten die als gevolg van onvolledige betaling niet worden geleverd, door hetzelfde veilingplatform in later plaatsvindende veilingen worden geveild.

(39)

Het is niet passend de lidstaten te verplichten om bij de veiling enige andere zekerheid te stellen dan de emissierechten zelf, aangezien de enige verbintenissen welke de lidstaten aangaan, betrekking hebben op de levering van de emissierechten. Derhalve dient deze verordening te bepalen dat de enige verplichting voor lidstaten die tweedaagse spot of vijfdaagse futures als omschreven in deze verordening veilen, erin bestaat dat de te veilen emissierechten vooraf worden gedeponeerd op een rekening in het register van de Unie op naam van het als bewaarnemer optredende clearingsysteem of afwikkelingssysteem.

(40)

Het is niettemin noodzakelijk dat een veilingplatform en het daarmee verbonden clearingsysteem of afwikkelingssysteem over adequate zekerheidsstellings- en andere risicobeheerprocedures beschikken om te garanderen dat de veilers de volledige toewijzingsprijs voor de geveilde emissierechten uitbetaald krijgen, ook als een succesvolle bieder of zijn rechtsopvolger verzuimt te betalen.

(41)

Omwille van de kostenefficiëntie moeten succesvolle bieders de emissierechten die hun in de veiling zijn toegewezen, al vóór de levering ervan kunnen verhandelen. Op dit verhandelbaarheidsvereiste mag alleen een uitzondering worden gemaakt als de emissierechten binnen twee handelsdagen na de veiling worden geleverd. Een logisch gevolg daarvan is dat deze verordening in de mogelijkheid voorziet dat betalingen worden uitgevoerd door en emissierechten worden geleverd aan de rechtsopvolger van een succesvolle bieder in plaats van de succesvolle bieder zelf. Die optie mag er echter niet toe leiden dat de gerechtigdheidsvereisten voor het vragen van toelating om in veilingen te bieden, worden omzeild.

(42)

Het is passend dat de structuur en de hoogte van de vergoedingen die door de veilingplatforms en het daarmee verbonden clearingsysteem of afwikkelingssysteem worden verlangd, niet minder gunstig zijn dan vergelijkbare vergoedingen en voorwaarden welke gelden voor transacties op de secundaire markt. Met het oog op de transparantie moeten alle vergoedingen en voorwaarden begrijpelijk, gespecificeerd en openbaar zijn. In de regel dienen de kosten van het veilingproces te worden gedekt door de door de bieders betaalde vergoedingen, zoals bepaald in het aanwijzingscontract van het veilingplatform. Voor de aanwijzing van een kosteneffectief gemeenschappelijk veilingplatform is het evenwel van belang dat de lidstaten vanaf het begin aan de gezamenlijke actie deelnemen. Derhalve is het passend te bepalen dat van lidstaten die zich in een latere fase bij de gezamenlijke actie aansluiten, kan worden verlangd hun eigen kosten te dragen en dat de overeenkomstige bedragen worden afgetrokken van de kosten die anders door de bieders zouden worden gedragen. Die bepalingen mogen lidstaten die zich na het verstrijken van de aanwijzing van een „opt-out”-platform bij de gezamenlijke actie willen aansluiten, evenwel niet benadelen. Evenmin mogen lidstaten worden benadeeld die tijdelijk aan de gezamenlijke actie deelnemen omdat het door hen aangemelde „opt-out”-platform nog niet in de desbetreffende bijlage is opgenomen. De veiler dient hoogstens te betalen voor de toegang tot het veilingplatform, maar de eventuele kosten van het clearing- of afwikkelingssysteem dienen, overeenkomstig de algemene regel, door de bieders te worden gedragen.

(43)

Niettemin is het passend te bepalen dat de kosten van de veilingtoezichthouder door de lidstaten worden gedragen en van de veilingopbrengsten worden afgehouden. Voorts moet in het aanwijzingscontract van de veilingtoezichthouder een onderscheid worden gemaakt tussen de kosten van de veilingtoezichthouder die vooral afhangen van het aantal veilingen, en alle overige kosten. In het gezamenlijke aanbestedingsproces moet worden bepaald hoe deze kosten precies worden afgebakend.

(44)

Er dient een onpartijdige veilingtoezichthouder te worden aangewezen om toe te zien op en verslag uit te brengen over de overeenstemming van het veilingproces met de doelstellingen van artikel 10, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG, de naleving van deze verordening en eventuele aanwijzingen van concurrentiebeperkend gedrag of marktmisbruik. Het toezicht op de veilingen vereist, net als de veilingen zelf, gezamenlijke actie van de lidstaten en de Commissie, en bijgevolg is een gezamenlijke aanbesteding gepast. Van de veilingplatforms, de veilers en de bevoegde nationale autoriteiten die met het toezicht op het veilingplatform, de beleggingsondernemingen of kredietinstellingen of andere aan de veilingen deelnemende personen aan wie vergunning is verleend om voor anderen biedingen uit te brengen, dan wel met het onderzoek en de vervolging van marktmisbruik zijn belast, moet worden verlangd dat zij met de veilingtoezichthouder samenwerken bij het vervullen van zijn taken.

(45)

Om de onpartijdigheid van de veilingtoezichthouder te garanderen, moeten de eisen voor de aanwijzing van de veilingtoezichthouder zijn toegesneden op kandidaten die het geringste risico van belangenconflicten of marktmisbruik vertonen, met name gelet op hun eventuele activiteiten op de secundaire markt en de interne processen en procedures die zij toepassen om het risico van belangenconflicten en marktmisbruik te beperken, zonder dat daarmee afbreuk wordt gedaan aan hun vermogen om hun taken tijdig en overeenkomstig de hoogste professionele en kwaliteitsnormen te vervullen.

(46)

Concurrentiebeperkend gedrag en marktmisbruik zijn onverenigbaar met de beginselen van openheid, transparantie, harmonisatie en non-discriminatie die de basis vormen van deze verordening. Deze verordening dient derhalve passende bepalingen te bevatten om het risico van dergelijk gedrag in de veilingen te beperken. Een gemeenschappelijk veilingplatform, een eenvoudige opzet van de veilingen, een vrij hoge frequentie, de beslechting van samenvallende biedingen door een toevalsproces, adequate toegang tot de veilingen, bekendmaking van dezelfde informatie aan alle partijen en transparantie van de regels zijn allemaal aspecten die het risico van marktmisbruik beperken. Door de keuze van financiële instrumenten als aanbiedingsvorm voor de veiling van emissierechten genieten zowel de veiler als de bieders de bescherming die het regelgevingskader voor financiële markten biedt. Deze verordening dient in soortgelijke regels te voorzien als die welke gelden voor financiële instrumenten, teneinde het risico van marktmisbruik te beperken wanneer het veilingproduct geen financieel instrument is. Een onpartijdige veilingtoezichthouder dient het hele veilingproces, met inbegrip van de veilingen zelf en de naleving van de op de veilingen toepasselijke regels, te evalueren.

(47)

Ook is het van essentieel belang dat de integriteit van de veiler wordt gegarandeerd. Daarom moeten de lidstaten bij de aanwijzing van de veiler de kandidaten in aanmerking nemen die het geringste risico van belangenconflicten of marktmisbruik vertonen, met name gelet op hun eventuele activiteiten op de secundaire markt en de interne processen en procedures die zij toepassen om het risico van belangenconflicten en marktmisbruik te beperken, zonder dat daarmee afbreuk wordt gedaan aan hun vermogen om hun taken tijdig en overeenkomstig de hoogste professionele en kwaliteitsnormen te vervullen. Een logische consequentie van deze eis is dat het de lidstaten uitdrukkelijk verboden is voorwetenschap betreffende de veilingen met hun veiler te delen. Op overtredingen van dit verbod dienen doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen te staan.

(48)

Bovendien is het wenselijk te bepalen dat het veilingplatform het gedrag van bieders moet bewaken en de bevoegde nationale autoriteiten moet informeren in het geval van marktmisbruik, witwassen van geld en financiering van terrorisme, overeenkomstig de meldingsplicht krachtens Richtlijn 2003/6/EG en in toepassing van de meldingsplicht krachtens Richtlijn 2005/60/EG.

(49)

Bij de toepassing van de nationale maatregelen waarbij de titels III en IV van Richtlijn 2004/39/EG en Richtlijn 2003/6/EG, voor zover relevant, zijn omgezet, dienen de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten de overeenkomstige bepalingen van de uitvoeringsmaatregelen van de Unie met betrekking tot die richtlijnen in acht te nemen.

(50)

Bovendien is het wenselijk dat deze verordening voorziet in de mogelijkheid om een bovengrens te stellen aan de hoeveelheid emissierechten, uitgedrukt als percentage van de totale hoeveelheid in individuele veilingen of in de loop van een gegeven kalenderjaar geveilde emissierechten, waarop één bieder mag bieden, dan wel in andere passende corrigerende maatregelen. Gezien de mogelijke administratieve lasten die deze optie met zich kan brengen, dient daarvan alleen gebruik te worden gemaakt nadat de bevoegde nationale autoriteiten in kennis zijn gesteld van een geval van marktmisbruik, witwassen van geld of financiering van terrorisme en besloten hebben niet op te treden en mits de noodzaak van het gebruik van die optie en de doeltreffendheid ervan zijn aangetoond. Voordat deze optie daadwerkelijk wordt toegepast, dient daarover het advies van de Commissie te worden ingewonnen. Alvorens haar advies uit te brengen, dient de Commissie de lidstaten en de veilingtoezichthouder te raadplegen over het voorstel van het veilingplatform. De Commissie betrekt in haar advies ook haar eigen oordeel over de vraag of de markt voor emissierechten overeenkomstig artikel 12, lid 1 bis, van Richtlijn 2003/87/EG voldoende beschermd is tegen marktmisbruik.

(51)

Voorts is het passend dat andere personen aan wie door een lidstaat vergunning is verleend om biedingen uit te brengen voor cliënten van hun hoofdbedrijf, de bij deze verordening vastgestelde gedragsregels naleven om te garanderen dat hun cliënten voldoende bescherming genieten.

(52)

Deze verordening dient te voorzien in een taalregeling voor elk veilingplatform die transparantie garandeert en een evenwicht tot stand brengt tussen de doelstelling van niet-discriminerende toegang tot de veilingen enerzijds en een zo groot mogelijke kostenefficiëntie van de taalregeling anderzijds. Documenten die niet in het Publicatieblad van de Europese Unie worden gepubliceerd, moeten worden gepubliceerd in een in internationale financiële kringen gebruikelijke taal, namelijk het Engels. In het gebruik van een in internationale financiële kringen gebruikelijke taal is reeds voorzien bij Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (9).

(53)

De lidstaten kunnen op eigen kosten zorgen voor de vertaling van alle documenten in hun nationale officiële taal of talen. Als een lidstaat daarvoor kiest, dienen de „opt-out”-platforms ook alle documenten betreffende hun veilingplatform in de taal of talen van de desbetreffende lidstaat te vertalen op kosten van de lidstaat die het „opt-out”-platform heeft aangewezen. Een logisch gevolg daarvan is dat de veilingplatforms dienovereenkomstig in staat moeten zijn om alle mondelinge en schriftelijke communicatie met indieners van een aanvraag tot toelating om te bieden, met personen die de toelating hebben om te bieden, en met bieders in een veiling, op verzoek van deze personen te voeren in de talen van de lidstaten die besloten hebben om op eigen kosten een vertaling te verzorgen. De veilingplatforms mogen daarvoor aan de betrokkenen geen extra kosten in rekening brengen. Deze kosten moeten daarentegen gelijkelijk worden gedragen door alle bieders op het betrokken veilingplatform, teneinde een gelijke toegang tot de veilingen in de gehele Unie te waarborgen.

(54)

Met het oog op de rechtszekerheid en de transparantie dient deze verordening nadere bepalingen te bevatten over andere aspecten van de veiling, zoals de bekendmaking, aankondiging en kennisgeving van de resultaten van veilingen, de bescherming van vertrouwelijke informatie, de rechtzetting van fouten bij betalingen, overdrachten van emissierechten en het stellen of vrijgeven van zekerheden in het kader van deze verordening, het recht om beroep in te stellen tegen beslissingen van het veilingplatform en de inwerkingtreding.

(55)

Voor de toepassing van deze verordening dienen beleggingsondernemingen die voor eigen rekening of voor cliënten biedingen uitbrengen op financiële instrumenten, te worden geacht een beleggingsdienst of -activiteit te verrichten.

(56)

Deze verordening loopt niet vooruit op de beoordeling door de Commissie, overeenkomstig artikel 12, lid 1 bis, van Richtlijn 2003/87/EG, van de vraag of de emissierechtenmarkt voldoende beschermd is tegen marktmisbruik, noch op de voorstellen die door de Commissie in voorkomend geval worden ingediend om die bescherming te waarborgen. In afwachting van het resultaat van de beoordeling moet deze verordening ervoor zorgen dat de handel in billijke en ordelijke omstandigheden verloopt.

(57)

Deze verordening laat de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag onverlet, bijvoorbeeld met betrekking tot regelingen om de eerlijke, volledige en billijke toegang voor onder het systeem van emissiehandel van de Unie vallende kleine en middelgrote ondernemingen en de toegang voor kleine emittenten te garanderen.

(58)

Deze verordening laat de toepassing van eventueel toepasselijke internemarktregels onverlet.

(59)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en in het bijzonder in artikel 11 van dat Handvest en in artikel 10 van het Europees Verdrag inzake de rechten van de mens. In dit verband belet deze verordening de lidstaten geenszins om hun constitutionele regels inzake de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting in de media toe te passen.

(60)

Om voor voorspelbare en tijdig plaatsvindende veilingen te zorgen, dient deze verordening met spoed in werking te treden.

(61)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het in artikel 23, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening bevat regels voor de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van emissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG.

Artikel 2

Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op de toewijzing door middel van veilingen van emissierechten krachtens hoofdstuk II (luchtvaart) van Richtlijn 2003/87/EG en op de toewijzing door middel van veilingen van emissierechten krachtens hoofdstuk III (vaste installaties) van die richtlijn welke in handelsperioden vanaf 1 januari 2013 kunnen worden ingeleverd.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.

„futures”: emissierechten die worden geveild als financiële instrumenten overeenkomstig artikel 38, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1287/2006 van de Commissie (10), waarvan de levering plaatsvindt op een overeengekomen toekomstig tijdstip tegen de overeenkomstig artikel 7, lid 2, van deze verordening vastgestelde toewijzingsprijs en waarbij in contanten wordt voldaan aan de margin calls in verband met prijsschommelingen;

2.

„forwards”: emissierechten die worden geveild als financiële instrumenten overeenkomstig artikel 38, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1287/2006, waarvan de levering plaatsvindt op een overeengekomen toekomstig tijdstip tegen de overeenkomstig artikel 7, lid 2, van deze verordening vastgestelde toewijzingsprijs en waarbij aan de margin calls in verband met prijsschommelingen naar keuze van de centrale tegenpartij wordt voldaan in andere zekerheden dan contanten of door middel van een overeengekomen overheidsgarantie;

3.

„tweedaagse spot”: emissierechten die worden geveild en die op een overeengekomen tijdstip ten laatste op de tweede handelsdag na de dag van de veiling moeten worden geleverd, overeenkomstig artikel 38, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1287/2006;

4.

„vijfdaagse futures”: emissierechten die worden geveild als financiële instrumenten overeenkomstig artikel 38, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1287/2006, waarbij de levering op een overeengekomen tijdstip ten laatste op de vijfde handelsdag na de dag van de veiling plaatsvindt;

5.

„bieding”: een in een veiling uitgebracht bod om een bepaalde hoeveelheid emissierechten tegen een vastgestelde prijs te verwerven;

6.

„biedingsinterval”: het tijdsinterval waarbinnen biedingen kunnen worden uitgebracht;

7.

„handelsdag”: elke dag waarop een veilingplatform en het daarmee verbonden clearingsysteem of afwikkelingssysteem open zijn voor de handel;

8.

„beleggingsonderneming”: hetzelfde als in artikel 4, lid 1, punt 1, van Richtlijn 2004/39/EG;

9.

„kredietinstelling”: hetzelfde als in artikel 4, punt 1, van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad (11);

10.

„financieel instrument”: hetzelfde als in artikel 4, lid 1, punt 17, van Richtlijn 2004/39/EG, tenzij anders bepaald in deze verordening;

11.

„secundaire markt”: de markt waarop personen emissierechten kopen of verkopen voor- of nadat deze hetzij kosteloos, hetzij door veiling zijn toegewezen;

12.

„moederonderneming”: hetzelfde als in de artikelen 1 en 2 van Richtlijn 83/349/EEG van de Raad (12);

13.

„dochteronderneming”: hetzelfde als in de artikelen 1 en 2 van Richtlijn 83/349/EEG;

14.

„verbonden onderneming”: een onderneming die in een in artikel 12, lid 1, van Richtlijn 83/349/EEG bedoelde betrekking staat tot een moeder- of dochteronderneming;

15.

„zeggenschap”: hetzelfde als in artikel 3, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (13), zoals toegepast in de Geconsolideerde mededeling van de Commissie over bevoegdheidskwesties (14). Om te bepalen wat bij staatsondernemingen onder „zeggenschap” wordt verstaan, zijn overweging 22 van die verordening en de punten 52 en 53 van die mededeling van toepassing;

16.

„veilingproces”: het proces dat de vaststelling van de veilingkalender, de procedures voor het verkrijgen van toelating om te bieden, de procedures voor het uitbrengen van biedingen, het houden van de veiling, de berekening en bekendmaking van de resultaten van de veiling, de regelingen voor de betaling van de verschuldigde prijs, de levering van de emissierechten en het beheer van de zekerheden die nodig zijn ter dekking van eventuele transactierisico's, alsook het toezicht op en de bewaking van het goede verloop van de veilingen door een veilingplatform omvat;

17.

„witwassen van geld”: hetzelfde als in artikel 1, lid 2, van Richtlijn 2005/60/EG in combinatie met artikel 1, leden 3 en 5, van die richtlijn;

18.

„financiering van terrorisme”: hetzelfde als in artikel 1, lid 4, van Richtlijn 2005/60/EG in combinatie met artikel 1, lid 5, van die richtlijn;

19.

„criminele activiteiten”: hetzelfde als in artikel 3, lid 4, van Richtlijn 2005/60/EG;

20.

„veiler”: een openbaar of particulier lichaam dat door een lidstaat wordt aangewezen om voor die lidstaat emissierechten te veilen;

21.

„aangewezen tegoedrekening”: één of meer typen tegoedrekening waarin de uit hoofde van artikel 19, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG vastgestelde toepasselijke verordening van de Commissie voorziet met het oog op de deelname aan of de organisatie van het veilingproces, met inbegrip van de bewaring van als borg gedeponeerde emissierechten in afwachting van de levering daarvan overeenkomstig deze verordening;

22.

„aangewezen bankrekening”: een door een veiler, een bieder of zijn rechtsopvolger aangewezen bankrekening voor het ontvangen van overeenkomstig deze verordening verschuldigde betalingen;

23.

„klantenonderzoeksprocedure”: hetzelfde als in artikel 8, lid 1, van Richtlijn 2005/60/EG in combinatie met artikel 8, lid 2, van die richtlijn;

24.

„uiteindelijke begunstigde”: hetzelfde als in artikel 3, punt 6, van Richtlijn 2005/60/EG;

25.

„naar behoren gewaarmerkte kopie”: een authentieke kopie van een oorspronkelijk document die als eensluidende kopie van het origineel is gewaarmerkt door een erkende advocaat, accountant, notaris of soortgelijke beroepsbeoefenaar die krachtens het interne recht van de betrokken lidstaat bevoegd is officieel te verklaren dat een kopie werkelijk een eensluidende kopie van het origineel is;

26.

„publiek prominente personen”: hetzelfde als in artikel 3, punt 8, van Richtlijn 2005/60/EG;

27.

„marktmisbruik”: hetzij handel met voorwetenschap als omschreven in punt 28 van dit artikel en verboden bij artikel 38, hetzij marktmanipulatie als omschreven in punt 30 van dit artikel of artikel 37, onder b), hetzij een combinatie van beide;

28.

„handel met voorwetenschap”: het gebruik van voorwetenschap, zoals verboden bij de artikelen 2, 3 en 4 van Richtlijn 2003/6/EG, met betrekking tot een financieel instrument in de zin van artikel 1, punt 3, van Richtlijn 2003/6/EG, zoals bedoeld in artikel 9 van die richtlijn, tenzij anders bepaald in deze verordening;

29.

„voorwetenschap”: hetzelfde als in artikel 1, punt 1, van Richtlijn 2003/6/EG, met betrekking tot een financieel instrument in de zin van artikel 1, punt 3, van Richtlijn 2003/6/EG, zoals bedoeld in artikel 9 van die richtlijn, tenzij anders bepaald in deze verordening;

30.

„marktmanipulatie”: hetzelfde als in artikel 1, punt 2, van Richtlijn 2003/6/EG, met betrekking tot een financieel instrument in de zin van artikel 1, punt 3, van Richtlijn 2003/6/EG, zoals bedoeld in artikel 9 van die richtlijn, tenzij anders bepaald in deze verordening;

31.

„clearingsysteem”: één of meer met het veilingplatform verbonden infrastructuurelementen die kunnen zorgen voor clearing, margining, verrekening, beheer van zekerheden, afwikkeling en levering en alle andere door een centrale tegenpartij verrichte diensten, en die hetzij direct, hetzij indirect toegankelijk zijn via leden van de centrale tegenpartij die als tussenpersoon optreden tussen hun cliënten en de centrale tegenpartij;

32.

„clearing”: alle vóór de opening van het biedingsinterval, tijdens het biedingsinterval en na de afsluiting van het biedingsinterval, tot aan de afwikkeling, plaatsvindende processen, waaronder het beheer van eventuele risico's die zich in de loop van dat tijdsbestek voordoen, met inbegrip van margining, verrekening of schuldvernieuwing, alsook alle andere diensten die eventueel door een clearing- of afwikkelingssysteem worden uitgevoerd;

33.

„margining”: het proces waarbij een veiler of een bieder, of één of meer namens deze handelende tussenpersonen, zekerheden moet(en) storten ter dekking van een bepaalde financiële positie; het begrip omvat het gehele proces van bepaling, berekening en beheer van de ter dekking van dergelijke financiële posities ingebrachte zekerheden die moeten garanderen dat alle betalingsverbintenissen van een bieder en alle leveringsverbintenissen van een veiler, of van één of meer namens dezen handelende tussenpersonen, binnen een zeer korte termijn kunnen worden nagekomen;

34.

„afwikkeling”: de betaling door een succesvolle bieder of zijn rechtsopvolger of een centrale tegenpartij of een afwikkelende instantie van het bedrag dat verschuldigd is voor aan die bieder of zijn rechtsopvolger of een centrale tegenpartij of een afwikkelende instantie te leveren emissierechten, en de levering van de emissierechten aan de succesvolle bieder of zijn rechtsopvolger of een centrale tegenpartij of een afwikkelende instantie;

35.

„centrale tegenpartij”: een entiteit die bemiddelt, hetzij rechtstreeks tussen een veiler en een bieder of zijn rechtsopvolger, hetzij tussen de tussenpersonen die hen vertegenwoordigen, die ten aanzien van ieder van hen optreedt als enige tegenpartij en die ervoor zorgt dat, onverminderd artikel 48, de opbrengsten van de veiling worden uitbetaald aan de veiler of een tussenpersoon die hem vertegenwoordigt en dat de geveilde emissierechten worden geleverd aan de bieder of een tussenpersoon die hem vertegenwoordigt;

36.

„afwikkelingssysteem”: elke infrastructuur, ongeacht of zij met het veilingplatform is verbonden of niet, die afwikkelingsdiensten kan verrichten, waaronder in voorkomend geval clearing, verrekening, beheer van zekerheden of enige andere dienst, die het uiteindelijk mogelijk maken dat emissierechten namens een veiler aan een succesvolle bieder of zijn rechtsopvolger worden geleverd en dat het verschuldigde bedrag door de bieder of zijn rechtsopvolger aan de veiler wordt betaald, hetgeen geschiedt via:

a)

het bancaire systeem en het register van de Unie; of

b)

één of meer afwikkelende instanties die optreden namens een veiler en een bieder of zijn rechtsopvolger, welke toegang hebben tot de afwikkelende instantie, hetzij direct, hetzij indirect via leden van de afwikkelende instantie die als tussenpersoon optreden tussen hun cliënten en de afwikkelende instantie;

37.

„afwikkelende instantie”: een entiteit die optreedt als agent voor de beschikbaarstelling van rekeningen bij het veilingplatform, via welke rekeningen de opdrachten tot overdracht van de geveilde emissierechten die door de veiler of een hem vertegenwoordigende tussenpersoon worden gegeven alsook de betaling van de toewijzingsprijs door de succesvolle bieder, zijn rechtsopvolger of een hen vertegenwoordigende tussenpersoon, veilig, tezelfdertijd of bijna tezelfdertijd en op gewaarborgde wijze worden uitgevoerd;

38.

„zekerheden”: de in artikel 2, onder m), van Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad (15) bedoelde soorten zakelijke zekerheden, eventueel met inbegrip van emissierechten die door het clearingsysteem of afwikkelingssysteem als waarborg worden geaccepteerd;

39.

„gereglementeerde markt”: hetzelfde als in artikel 4, lid 1, punt 14, van Richtlijn 2004/39/EG;

40.

„kmo's”: exploitanten of vliegtuigexploitanten die kleine of middelgrote ondernemingen zijn in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie (16);

41.

„kleine emittenten”: exploitanten of vliegtuigexploitanten die in de drie kalenderjaren voorafgaand aan het jaar waarin zij aan een veiling deelnemen, gemiddeld niet meer dan 25 000 ton kooldioxide-equivalent hebben uitgestoten, zoals gestaafd door hun geverifieerde emissies;

42.

„marktexploitant”: hetzelfde als in artikel 4, lid 1, punt 13, van Richtlijn 2004/39/EG;

43.

„vestiging”:

a)

voor de toepassing van artikel 6, lid 3, derde alinea: verblijfplaats of vast adres in de Unie;

b)

voor de toepassing van artikel 18, lid 2: hetzelfde als in artikel 4, lid 1, punt 20, onder a), van Richtlijn 2004/39/EG, met inachtneming van de eisen van artikel 5, lid 4, van die richtlijn;

c)

voor de toepassing van artikel 18, lid 3, met betrekking tot de in artikel 18, lid 1, onder b), bedoelde personen: hetzelfde als in artikel 4, lid 1, punt 20, onder a), van Richtlijn 2004/39/EG, met inachtneming van de eisen van artikel 5, lid 4, van die richtlijn;

d)

voor de toepassing van artikel 18, lid 3, met betrekking tot de in artikel 18, lid 1, onder c), bedoelde personen: hetzelfde als in artikel 4, punt 7, van Richtlijn 2006/48/EG;

e)

voor de toepassing van artikel 19, lid 2, met betrekking tot de in artikel 18, lid 1, onder d), bedoelde bedrijfsgroepen: hetzelfde als in artikel 4, lid 1, punt 20, onder a), van Richtlijn 2004/39/EG;

f)

voor de toepassing van artikel 35, leden 4, 5 en 6, en artikel 42, lid 1: hetzelfde als in artikel 4, lid 1, punt 20, onder b), van Richtlijn 2004/39/EG.

HOOFDSTUK II

OPZET VAN DE VEILINGEN

Artikel 4

Veilingproducten

1.   Emissierechten worden te koop aangeboden op een veilingplatform door middel van gestandaardiseerde elektronische contracten die op dat veilingplatform worden verhandeld („het veilingproduct”). De veilingproducten hoeven niet op hetzelfde veilingplatform te worden verhandeld wanneer de emissierechten binnen twee handelsdagen na de veiling worden geleverd.

2.   Tot het tijdstip waarop de juridische en technische middelen voor de levering van emissierechten worden geïmplementeerd, veilt elke lidstaat emissierechten in de vorm van futures of forwards.

Futures of forwards worden geveild overeenkomstig artikel 11, lid 1, artikel 32 en bijlage I.

Bij de veiling van futures of forwards kan de levering van de emissierechten uiterlijk 31 december 2013 plaatsvinden.

3.   Uiterlijk drie maanden na de implementatie van de juridische en technische middelen voor de levering van emissierechten veilt elke lidstaat emissierechten in de vorm van tweedaagse spot of vijfdaagse futures.

Artikel 5

Veilingformat

Veilingen vinden plaats in een veilingformat waarbij bieders hun biedingen uitbrengen in de loop van een vastgesteld biedingsinterval zonder dat zij de door andere bieders uitgebrachte biedingen te zien krijgen. Elke succesvolle bieder betaalt dezelfde, in artikel 7 bedoelde toewijzingsprijs per emissierecht, ongeacht de biedprijs.

Artikel 6

Indiening en intrekking van biedingen

1.   De minimumhoeveelheid waarop kan worden geboden is één kavel.

Een kavel tweedaagse spot of vijfdaagse futures omvat 500 emissierechten.

Een kavel futures of forwards omvat 1 000 emissierechten.

2.   Elke bieding omvat de volgende gegevens:

a)

de identiteit van de bieder en of de bieder zijn bieding uitbrengt voor eigen rekening dan wel voor een cliënt;

b)

indien de bieder zijn bieding uitbrengt voor een cliënt, de identiteit van de cliënt;

c)

het aantal emissierechten in gehele veelvouden van kavels van 500 of 1 000 emissierechten;

d)

de biedprijs per emissierecht, in euro, met twee cijfers achter de komma.

3.   Uitgebrachte biedingen mogen worden gewijzigd of ingetrokken gedurende het vastgestelde biedingsinterval.

Reeds uitgebrachte biedingen mogen worden gewijzigd of ingetrokken tot een vastgesteld tijdstip vóór de afsluiting van het biedingsinterval. Dat tijdstip wordt door het betrokken veilingplatform vastgesteld en ten minste vijf handelsdagen voor de opening van het biedingsinterval op de website van dat veilingplatform bekendgemaakt.

Slechts een in de Unie gevestigde natuurlijke persoon die overeenkomstig artikel 19, lid 2, onder d), is aangewezen en die gemachtigd is om een bieder te binden voor alle doeleinden in verband met de veilingen, met inbegrip van het uitbrengen van een bieding („de vertegenwoordiger van de bieder”) is gerechtigd biedingen namens een bieder uit te brengen, te wijzigen of in te trekken.

Een bieding is bindend zodra zij is uitgebracht, tenzij zij overeenkomstig dit lid wordt ingetrokken of gewijzigd of overeenkomstig lid 4 wordt ingetrokken.

4.   Indien ten genoegen van het desbetreffende platform is aangetoond dat bij het uitbrengen van de bieding een kennelijke fout is gemaakt, kan het op verzoek van de vertegenwoordiger van de bieder, na de afsluiting van het biedingsinterval maar voordat de toewijzingsprijs wordt vastgesteld, de foutief uitgebrachte bieding als ingetrokken beschouwen.

5.   Het in ontvangst nemen, doorgeven en uitbrengen van een bieding door een beleggingsonderneming of kredietinstelling op een veilingplatform wordt geacht een beleggingsdienst in de zin van artikel 4, lid 1, punt 2, van Richtlijn 2004/39/EG te zijn als het veilingproduct een financieel instrument is.

Artikel 7

Toewijzingsprijs en beslechting van samenvallende biedingen

1.   De toewijzingsprijs op de veiling wordt vastgesteld zodra het biedingsinterval is gesloten.

2.   Het veilingplatform rangschikt de uitgebrachte biedingen volgens de biedprijs. Indien er meerdere biedingen zijn met dezelfde biedprijs, wordt de volgorde ervan bepaald door middel van een toevalsproces volgens een algoritme dat het veilingplatform vóór de veiling heeft vastgesteld.

De hoeveelheden emissierechten waarvoor een bieding is uitgebracht, worden opgeteld, beginnend bij de hoogste biedprijs. De biedprijs van de bieding waarbij de gecumuleerde hoeveelheid waarvoor is geboden, de hoeveelheid geveilde emissierechten evenaart of overtreft, wordt de toewijzingsprijs.

3.   Alle biedingen die deel uitmaken van de overeenkomstig lid 2 vastgestelde gecumuleerde hoeveelheid, worden gehonoreerd tegen de toewijzingsprijs.

4.   Als de totale hoeveelheid overeenkomstig lid 2 geselecteerde succesvolle biedingen de hoeveelheid geveilde emissierechten overtreft, wordt het restant geveilde emissierechten toegewezen aan de bieder die de laatste bieding heeft uitgebracht die deel uitmaakt van de in lid 2 bedoelde gecumuleerde hoeveelheid.

5.   Als de totale omvang van de overeenkomstig lid 2 geselecteerde biedingen kleiner is dan de hoeveelheid geveilde emissierechten, annuleert het veilingplatform de veiling.

6.   Als de toewijzingsprijs aanmerkelijk lager is dan de prijs op de secundaire markt gedurende en onmiddellijk vóór het biedingsinterval, rekening houdend met de prijsvolatiliteit van de emissierechten gedurende een bepaalde aan de veiling voorafgaande periode, annuleert het veilingplatform de veiling.

7.   Vóór het begin van de veiling stelt het veilingplatform de wijze van toepassing van lid 6 vast, na raadpleging van de veilingtoezichthouder en na zijn advies te hebben verkregen en na de in artikel 56 bedoelde nationale autoriteiten daarvan in kennis te hebben gesteld. Het betrokken veilingplatform houdt daarbij zo veel mogelijk rekening met het advies van de veilingtoezichthouder.

In de periode tussen twee biedingsintervallen op hetzelfde veilingplatform kan dat veilingplatform die wijze wijzigen na de veilingtoezichthouder te hebben geraadpleegd en na de in artikel 56 bedoelde bevoegde nationale autoriteiten daarvan in kennis te hebben gesteld.

8.   Als een veiling overeenkomstig lid 5 of lid 6 wordt geannuleerd, wordt de geveilde hoeveelheid gelijkmatig verdeeld over de volgende veilingen die het betrokken veilingplatform heeft gepland.

In het geval van onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten wordt de te veilen hoeveelheid gelijkmatig verdeeld over de volgende vier geplande veilingen.

In het geval van onder hoofdstuk II van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten wordt de te veilen hoeveelheid gelijkmatig verdeeld over de volgende twee geplande veilingen.

HOOFDSTUK III

VEILINGKALENDER

Artikel 8

Tijdstippen en frequentie

1.   Ieder veilingplatform voert zijn veilingen afzonderlijk uit op basis van een eigen periodiek terugkerend biedingsinterval. Het biedingsinterval wordt in de loop van dezelfde handelsdag geopend en gesloten. Het biedingsinterval blijft gedurende ten minste twee uur geopend. De biedingsintervallen van twee of meer veilingplatforms mogen elkaar niet overlappen en tussen twee opeenvolgende biedingsintervallen verlopen ten minste twee uur.

2.   Bij de vaststelling van de data en tijdstippen van de veilingen houdt het veilingplatform rekening met wettelijke feestdagen die van belang zijn voor de internationale financiële markten, alsook met alle andere relevante gebeurtenissen of omstandigheden die naar de mening van het veilingplatform gevolgen kunnen hebben voor een goed verloop van de veilingen en aanpassingen noodzakelijk maken. In de twee weken van Kerstmis en Nieuwjaar worden geen veilingen gehouden.

3.   In uitzonderlijke omstandigheden kan een veilingplatform, na raadpleging van de veilingtoezichthouder en na zijn advies te hebben verkregen, het tijdstip van een biedingsinterval wijzigen door alle personen voor wie zulks gevolgen kan hebben, daarvan in kennis te stellen. Het betrokken veilingplatform houdt daarbij zo veel mogelijk rekening met het advies van de veilingtoezichthouder.

4.   Uiterlijk vanaf de zesde veiling houden overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms ten minste wekelijks een veiling van onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten en ten minste om de twee maanden een veiling van onder hoofdstuk II van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten.

Geen enkel ander veilingplatform houdt een veiling op een dag van de week of op ten hoogste twee dagen per week waarop een overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatform een veiling houdt. Ingeval het overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatform op meer dan twee dagen per week veilingen houdt, bepaalt het en maakt het bekend op welke twee dagen geen andere veilingen mogen worden gehouden. Dit doet het uiterlijk bij de in artikel 11, lid 1, bedoelde vaststelling en bekendmaking.

5.   Uiterlijk vanaf de zesde veiling wordt de hoeveelheid emissierechten die door overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms wordt geveild, gelijkmatig verdeeld over de in de loop van een gegeven jaar te houden veilingen, met dien verstande dat de hoeveelheid die op veilingen in de loop van de maand augustus wordt geveild, de helft bedraagt van de hoeveelheid die op veilingen in de andere maanden van het jaar wordt geveild.

6.   Aanvullende bepalingen over tijdstippen en frequentie van de veilingen die door andere dan de overeenkomstig artikel 26, lid 1 en lid 2, aangewezen veilingplatforms worden gehouden, zijn vervat in artikel 32.

Artikel 9

Omstandigheden die het houden van een veiling onmogelijk maken

Onverminderd de toepassing van de in artikel 58 bedoelde regels in daarvoor in aanmerking komende gevallen, kan een veilingplatform een veiling annuleren als het goede verloop van die veiling wordt verstoord of dreigt te worden verstoord als gevolg van omstandigheden die de veiligheid of de betrouwbaarheid aantasten van het informatietechnologiesysteem dat de verzoeken om toelating om te bieden of de toegang tot of de uitvoering van de veiling ondersteunt.

In het geval van onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten wordt de te veilen hoeveelheid gelijkmatig verdeeld over de volgende vier geplande veilingen.

In het geval van onder hoofdstuk II van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten wordt de te veilen hoeveelheid gelijkmatig verdeeld over de volgende twee geplande veilingen.

Artikel 10

Jaarlijks geveilde hoeveelheden onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten

1.   De hoeveelheid onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die in 2011 of 2012 worden geveild alsook de veilingproducten waarin zij ter veiling worden aangeboden, zijn opgenomen in bijlage I bij deze verordening.

2.   De hoeveelheid onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die in 2013 en 2014 wordt geveild, is gelijk aan de hoeveelheid emissierechten die overeenkomstig de artikelen 9 en 9 bis van die Richtlijn voor het betrokken kalenderjaar wordt vastgesteld, verminderd met de hoeveelheid die overeenkomstig artikel 10 bis, lid 7, en artikel 11, lid 2, van die Richtlijn kosteloos wordt toegewezen en verminderd met de helft van de totale hoeveelheid in 2011 en 2012 geveilde emissierechten.

De hoeveelheid onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die met ingang van 2015 per kalenderjaar wordt geveild, is gelijk aan de hoeveelheid emissierechten die overeenkomstig de artikelen 9 en 9 bis van die Richtlijn voor het betrokken kalenderjaar wordt vastgesteld, verminderd met de hoeveelheid die overeenkomstig artikel 10 bis, lid 7, en artikel 11, lid 2, van die Richtlijn kosteloos wordt toegewezen.

Eventuele hoeveelheden die uit hoofde van artikel 24 van Richtlijn 2003/87/EG moeten worden geveild, worden toegevoegd aan de in de loop van een gegeven kalenderjaar te veilen hoeveelheid emissierechten zoals vastgesteld overeenkomstig de eerste of de tweede alinea van dit lid.

De hoeveelheid onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die in het laatste jaar van elke handelsperiode wordt geveild, houdt rekening met de eventuele beëindiging van de werking van installaties overeenkomstig artikel 10 bis, lid 19, van die richtlijn, de eventuele bijstelling van de hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis, lid 20, van die richtlijn en de resterende emissierechten in de reserve voor nieuwkomers overeenkomstig artikel 10 bis, lid 7, van die richtlijn.

3.   De hoeveelheid onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die vanaf 2013 per kalenderjaar wordt geveild, wordt gebaseerd op de vaststelling en bekendmaking door de Commissie, overeenkomstig artikel 10, lid 1, van die richtlijn, van de geraamde hoeveelheid te veilen emissierechten of op de meest recente wijziging van de oorspronkelijke raming van de Commissie, zoals uiterlijk op 31 januari van het voorgaande jaar bekendgemaakt.

Elke latere wijziging van de te veilen hoeveelheid emissierechten in een gegeven kalenderjaar wordt verrekend in de hoeveelheid emissierechten die het daaropvolgende kalenderjaar wordt geveild.

4.   Onverminderd artikel 10 bis, lid 7, van Richtlijn 2003/87/EG is het aandeel van elke lidstaat in de hoeveelheid onder hoofdstuk III van die richtlijn vallende emissierechten die wordt geveild, in een gegeven kalenderjaar gelijk aan het overeenkomstig artikel 10, lid 2, van die richtlijn vastgestelde aandeel, verminderd met de hoeveelheid emissierechten die deze lidstaat overeenkomstig artikel 10 quater van Richtlijn 2003/87/EG in dat kalenderjaar kosteloos toewijst en vermeerderd met de hoeveelheid emissierechten die deze lidstaat in de loop van datzelfde kalenderjaar veilt overeenkomstig artikel 24 van die richtlijn.

Artikel 11

Kalender voor de afzonderlijke veilingen van onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die door overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, van deze verordening aangewezen veilingplatforms worden geveild

1.   De overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, van deze verordening aangewezen veilingplatforms stellen uiterlijk 28 februari van het voorafgaande jaar of zo spoedig mogelijk daarna, na raadpleging van de Commissie en na haar advies te hebben verkregen, de biedingsintervallen, de afzonderlijke hoeveelheden, de data van de veilingen alsook het veilingproduct en de betalings- en leveringsdata voor de onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die in een gegeven kalenderjaar in de afzonderlijke veilingen zullen worden geveild, vast en maken deze bekend. De betrokken veilingplatforms houden daarbij zo veel mogelijk rekening met het advies van de Commissie.

2.   De overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, van deze verordening aangewezen veilingplatforms baseren hun vaststellingen en bekendmakingen uit hoofde van lid 1 van dit artikel op de vaststelling en bekendmaking door de Commissie van de geraamde hoeveelheid te veilen emissierechten of op de meest recente wijziging van de oorspronkelijke raming van de Commissie, zoals bedoeld in artikel 10, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG.

3.   De biedingsintervallen, de afzonderlijke hoeveelheden en de data van de veilingen van de onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die gedurende het laatste jaar van elke handelsperiode in afzonderlijke veilingen worden geveild, kunnen door het betrokken veilingplatform worden aangepast om rekening te houden met de eventuele beëindiging van de werking van installaties overeenkomstig artikel 10 bis, lid 19, van die richtlijn, de eventuele bijstelling van de hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis, lid 20, van die richtlijn en de resterende emissierechten in de reserve voor nieuwkomers overeenkomstig artikel 10 bis, lid 7, van die richtlijn.

4.   De kalender van de afzonderlijke veilingen van onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die door andere dan de overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, van deze verordening aangewezen veilingplatforms worden gehouden, wordt vastgesteld en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 32 van deze verordening.

Artikel 12

Jaarlijks geveilde hoeveelheden onder hoofdstuk II van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten

1.   De hoeveelheid onder hoofdstuk II van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die in 2012 wordt geveild, is gelijk aan de door de Commissie overeenkomstig artikel 3 quinquies, lid 1, van die richtlijn berekende en vastgestelde hoeveelheid.

De hoeveelheid onder hoofdstuk II van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die vanaf 2013 per kalenderjaar wordt geveild, is gelijk aan de door de Commissie overeenkomstig artikel 3 quinquies, lid 2, van die richtlijn berekende en vastgestelde hoeveelheid, gelijkmatig verdeeld over het aantal jaren dat de betrokken handelsperiode telt.

De hoeveelheid emissierechten die in het laatste jaar van elke handelsperiode wordt geveild, houdt evenwel rekening met de resterende hoeveelheid emissierechten in de in artikel 3 septies van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde bijzondere reserve.

2.   Voor ieder kalenderjaar van een gegeven handelsperiode is het aandeel van elke lidstaat in de hoeveelheid onder hoofdstuk II van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die wordt geveild, gelijk aan het overeenkomstig artikel 3 quinquies, lid 3, van die richtlijn voor die handelsperiode vastgestelde aandeel, gedeeld door het aantal jaren dat de betrokken handelsperiode telt.

Artikel 13

Kalender voor de afzonderlijke veilingen van onder hoofdstuk II van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die door overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, van deze verordening aangewezen veilingplatforms worden geveild

1.   De overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, van deze verordening aangewezen veilingplatforms stellen uiterlijk 30 september 2011 of zo spoedig mogelijk daarna, na raadpleging van de Commissie en na haar advies te hebben verkregen, de biedingsintervallen, de afzonderlijke hoeveelheden en de data van de veilingen van de onder hoofdstuk II van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die in 2012 in de afzonderlijke veilingen zullen worden geveild, vast en maken deze bekend. De betrokken veilingplatforms houden daarbij zo veel mogelijk rekening met het advies van de Commissie.

2.   Met ingang van 2012 stellen de overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, van deze verordening aangewezen veilingplatforms uiterlijk 28 februari van het voorgaande jaar of zo spoedig mogelijk daarna, na raadpleging van de Commissie en na haar advies te hebben verkregen, de biedingsintervallen, de afzonderlijke hoeveelheden, de data van de veilingen alsook het veilingproduct en de betalings- en leveringsdata voor de onder hoofdstuk II van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die in een gegeven kalenderjaar in de afzonderlijke veilingen zullen worden geveild, vast en maken deze bekend. De betrokken veilingplatforms houden daarbij zo veel mogelijk rekening met het advies van de Commissie.

De biedingsintervallen, de afzonderlijke hoeveelheden, de data van de veilingen alsook het veilingproduct en de betalings- en leveringsdata van de onder hoofdstuk II van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die gedurende het laatste jaar van elke handelsperiode in afzonderlijke veilingen worden geveild, kunnen door het betrokken veilingplatform worden aangepast om rekening te houden met de resterende hoeveelheid emissierechten in de in artikel 3 septies van die richtlijn bedoelde bijzondere reserve.

3.   De overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, van deze verordening aangewezen veilingplatforms baseren hun vaststellingen en bekendmakingen uit hoofde van de leden 1 en 2 op het door de Commissie krachtens artikel 3 sexies, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG vastgestelde besluit.

4.   De bepalingen betreffende de kalender voor de afzonderlijke veilingen van onder hoofdstuk II van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die door andere dan de overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, van deze verordening aangewezen veilingplatforms worden gehouden, worden vastgesteld en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 32 van deze verordening.

Artikel 14

Aanpassingen van de veilingkalender

1.   De vaststellingen en bekendmakingen van de jaarlijks te veilen hoeveelheden en van de biedingsintervallen, de hoeveelheden, de data, het veilingproduct en de betalings- en leveringsdata voor de afzonderlijke veilingen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 13 en artikel 32, lid 4, worden niet gewijzigd, met uitzondering van aanpassingen om een van de hierna genoemde redenen:

a)

de annulering van een veiling uit hoofde van artikel 7, lid 5 en lid 6, artikel 9 of artikel 32, lid 5;

b)

de eventuele schorsing van een ander veilingplatform dan de overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms, overeenkomstig de krachtens artikel 19, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG vastgestelde verordening van de Commissie;

c)

een besluit van een lidstaat overeenkomstig artikel 30, lid 8;

d)

indien geen afwikkeling plaatsvindt als bedoeld in artikel 45, lid 5;

e)

in geval van resterende emissierechten in de in artikel 3 septies van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde bijzondere reserve;

f)

de beëindiging van de werking van een installatie overeenkomstig artikel 10 bis, lid 19, van Richtlijn 2003/87/EG, een eventuele bijstelling van de hoeveelheid kosteloos toegewezen emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis, lid 20, van die richtlijn of in geval van resterende emissierechten in de reserve voor nieuwkomers overeenkomstig artikel 10 bis, lid 7, van die richtlijn;

g)

de unilaterale opneming van verdere activiteiten en gassen krachtens artikel 24 van Richtlijn 2003/87/EG;

h)

maatregelen krachtens artikel 29 bis van Richtlijn 2003/87/EG;

i)

de inwerkingtreding van wijzigingen van deze verordening of van Richtlijn 2003/87/EG.

2.   Wanneer bij deze verordening niet is bepaald hoe een wijziging moet worden geïmplementeerd, implementeert het betrokken veilingplatform die wijziging pas na raadpleging van de Commissie en na haar advies te hebben verkregen. Het betrokken veilingplatform houdt daarbij zo veel mogelijk rekening met het advies van de Commissie.

HOOFDSTUK IV

TOEGANG TOT DE VEILINGEN

Artikel 15

Personen die rechtstreeks biedingen mogen uitbrengen in een veiling

Onverminderd artikel 28, lid 3, mogen alleen personen die overeenkomstig artikel 18 gerechtigd zijn om een verzoek tot toelating om te bieden in te dienen en die overeenkomstig de artikelen 19 en 20 de toelating hebben om te bieden, rechtstreeks biedingen uitbrengen in een veiling.

Artikel 16

Toegangsmiddelen

1.   Elk veilingplatform stelt op niet-discriminerende wijze de middelen ter beschikking die toegang verlenen tot zijn veilingen.

2.   Elk veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, voorziet in toegang op afstand tot zijn veilingen door middel van een elektronische interface die via het internet veilig en betrouwbaar toegankelijk is.

Daarnaast biedt elk veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, bieders de mogelijkheid om toegang te hebben tot zijn veilingen via een specifieke verbinding met de elektronische interface.

3.   Een veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, kan één of meer alternatieve middelen voor toegang tot zijn veilingen aanbieden voor het geval dat het belangrijkste toegangsmiddel om een of andere reden onbeschikbaar is, mits die alternatieve toegangsmiddelen veilig en betrouwbaar zijn en het gebruik ervan niet leidt tot discriminatie van bieders.

Artikel 17

Training en hulplijn

Elk veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, biedt een praktische, internetondersteunde trainingmodule over het toegepaste veilingproces aan, die een leidraad voor het invullen en indienen van eventuele formulieren alsmede een simulatie van het uitbrengen van een bieding in een veiling omvat. Het stelt ook een hulplijndienst ter beschikking die ten minste gedurende de werkuren van elke handelsdag via telefoon, telefax en e-mail bereikbaar is.

Artikel 18

Personen die gerechtigd zijn een aanvraag tot toelating om te bieden in te dienen

1.   De volgende personen zijn gerechtigd een aanvraag tot toelating in te dienen om rechtstreeks biedingen uit te brengen in veilingen:

a)

exploitanten of vliegtuigexploitanten die houder zijn van een exploitantentegoedrekeningen en die biedingen uitbrengen voor eigen rekening, met inbegrip van moederondernemingen, dochterondernemingen of verbonden ondernemingen die deel uitmaken van dezelfde groep ondernemingen als een exploitant of vliegtuigexploitant;

b)

over een vergunning overeenkomstig Richtlijn 2004/39/EG beschikkende beleggingsondernemingen die voor eigen rekening of voor cliënten biedingen uitbrengen;

c)

over een vergunning overeenkomstig Richtlijn 2006/48/EG beschikkende kredietinstellingen die voor eigen rekening of voor cliënten biedingen uitbrengen;

d)

bedrijfsgroepen van onder a) genoemde personen die voor eigen rekening biedingen uitbrengen en als agent optreden namens hun leden;

e)

publiekrechtelijke instellingen van de lidstaten of entiteiten die staatseigendom van de lidstaten zijn en zeggenschap hebben over onder a) genoemde personen.

2.   Onverminderd de vrijstelling waarin artikel 2, lid 1, onder i), van Richtlijn 2004/39/EG voorziet, zijn onder die vrijstelling vallende personen aan wie overeenkomstig artikel 59 van deze verordening een vergunning is verleend, gerechtigd een aanvraag tot toelating in te dienen om hetzij voor eigen rekening, hetzij voor cliënten van hun hoofdbedrijf rechtstreeks biedingen uit te brengen in veilingen, mits een lidstaat waarin zij zijn gevestigd wetgeving heeft vastgesteld die de bevoegde nationale instantie van die lidstaat in staat stelt hen vergunning te verlenen om voor eigen rekening of voor cliënten van hun hoofdbedrijf biedingen uit te brengen.

3.   De in lid 1, onder b) of c), bedoelde personen zijn gerechtigd een aanvraag tot toelating in te dienen om in veilingen rechtstreeks biedingen voor hun cliënten uit te brengen met betrekking tot veilingproducten die geen financiële instrumenten zijn, mits een lidstaat waarin zij zijn gevestigd wetgeving heeft vastgesteld die de bevoegde nationale instantie van die lidstaat in staat stelt hen vergunning te verlenen om voor eigen rekening of voor hun cliënten biedingen uit te brengen.

4.   Wanneer de in lid 1, onder b) en c), en in lid 2 bedoelde personen een bieding uitbrengen namens een cliënt, zien zij erop toe dat die cliënt zelf overeenkomstig lid 1 of lid 2 gerechtigd is een aanvraag tot toelating in te dienen om rechtstreeks biedingen uit te brengen.

Wanneer een cliënt van een in de eerste alinea bedoelde persoon op zijn beurt zijn bieding uitbrengt namens een eigen cliënt, ziet hij erop toe dat ook die cliënt overeenkomstig lid 1 of lid 2 gerechtigd is een aanvraag tot toelating in te dienen om rechtstreeks biedingen uit te brengen. Hetzelfde geldt voor alle verdere cliënten in de keten die indirect een bieding uitbrengen in een veiling.

5.   De volgende personen zijn niet gerechtigd een aanvraag tot toelating in te dienen om rechtstreeks biedingen uit te brengen in veilingen, en mogen evenmin aan veilingen deelnemen via één of meer personen die overeenkomstig de artikelen 19 en 20 een toelating hebben om te bieden, ongeacht of dit voor eigen rekening of voor andere personen geschiedt, wanneer zij met betrekking tot de betrokken veiling hun respectieve rol vervullen:

a)

de veiler;

b)

het veilingplatform, met inbegrip van elk daarmee verbonden clearingsysteem of afwikkelingssysteem;

c)

personen die in een positie verkeren waardoor zij, direct of indirect, aanzienlijke invloed kunnen uitoefenen op het beheer van de onder a) en b) genoemde personen;

d)

personen die werkzaam zijn voor de onder a) en b) genoemde personen.

6.   De veilingtoezichthouder mag noch direct, noch indirect aan een veiling deelnemen via één of meer personen die overeenkomstig de artikelen 19 en 20 de toelating hebben om te bieden, ongeacht of dit voor eigen rekening of voor andere personen geschiedt.

Personen die in een positie verkeren waardoor zij direct of indirect aanzienlijke invloed kunnen uitoefenen op het beheer van de veilingtoezichthouder, mogen noch direct, noch indirect aan een veiling deelnemen via één of meer personen die overeenkomstig de artikelen 19 en 20 een toelating hebben om te bieden, ongeacht of dit voor eigen rekening of voor andere personen geschiedt.

Personen die voor de veilingtoezichthouder werken in samenhang met de veilingen, mogen noch voor eigen rekening, noch voor andere personen aan enige veiling deelnemen, noch direct, noch indirect via één of meer personen die overeenkomstig de artikelen 19 en 20 de toelating hebben om te bieden.

7.   De krachtens de artikelen 44 tot en met 50 geboden mogelijkheid voor een veilingplatform, met inbegrip van het daarmee verbonden clearingsysteem of afwikkelingssysteem, om betalingen te aanvaarden van, leveringen uit te voeren aan of zekerheden in ontvangst te nemen van de rechtsopvolger van een succesvolle bieder mag de toepassing van de artikelen 17 tot en met 20 niet ondermijnen.

Artikel 19

Eisen voor de toelating om te bieden

1.   Wanneer een veilingplatform een secundaire markt organiseert, mogen leden van of deelnemers aan de secundaire markt die wordt georganiseerd door een veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, rechtstreeks biedingen uitbrengen in de door dat veilingplatform gehouden veilingen als zij overeenkomstig artikel 18, lid 1 of lid 2, gerechtigde personen zijn, en hoeven zij niet aan nadere toelatingseisen te voldoen, mits alle hierna genoemde voorwaarden zijn vervuld:

a)

de toelatingseisen voor het lid of de deelnemer om emissierechten te mogen verhandelen via de secundaire markt die wordt georganiseerd door het veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, zijn niet minder streng dan de in lid 2 van dit artikel genoemde eisen;

b)

het veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, wint alle extra informatie in die nodig is om te verifiëren of alle in lid 2 van dit artikel genoemde eisen die nog niet eerder zijn geverifieerd, worden nagekomen.

2.   Personen die geen lid zijn van of deelnemer zijn aan de secundaire markt die wordt georganiseerd door een veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, mogen, als zij overeenkomstig artikel 18, lid 1 of lid 2, gerechtigde personen zijn, rechtstreeks biedingen uitbrengen in de door dat veilingplatform gehouden veilingen, mits zij:

a)

in de Unie gevestigd, een exploitant of een vliegtuigexploitant zijn;

b)

houder zijn van een aangewezen tegoedrekening;

c)

houder zijn van een aangewezen bankrekening;

d)

ten minste één vertegenwoordiger van de bieder aanwijzen als omschreven in artikel 6, lid 3, derde alinea;

e)

het betrokken veilingplatform overeenkomstig de toepasselijke klantenonderzoeksprocedures genoegzaam informeren over hun identiteit, de identiteit van hun uiteindelijke begunstigden, hun integriteit en hun bedrijfs- en handelsprofiel, gelet op de manier waarop de relatie met de bieder tot stand wordt gebracht, het type bieder, de aard van het veilingproduct, de omvang van de voorgenomen biedingen en de wijze van betaling en levering;

f)

het betrokken veilingplatform genoegzaam informeren over hun financiële draagkracht en met name over hun vermogen om hun financiële verbintenissen en kortlopende verplichtingen na te komen wanneer die hun vervaldatum bereiken;

g)

de interne processen, procedures en contractuele regelingen hebben ingevoerd die nodig zijn ter handhaving van een overeenkomstig artikel 57 opgelegde maximumomvang voor biedingen, of in staat zijn om deze desgevraagd in te voeren;

h)

voldoen aan artikel 49, lid l.

Wanneer een veilingplatform geen secundaire markt organiseert, mogen personen als zij overeenkomstig artikel 18, lid 1 of lid 2, gerechtigde personen zijn, rechtstreeks biedingen uitbrengen in de door dat veilingplatform gehouden veilingen, mits zij aan de onder a) tot en met h) van het onderhavige lid genoemde voorwaarden voldoen.

3.   De onder artikel 18, lid 1, onder b) en c), of artikel 18, lid 2, vallende personen die biedingen uitbrengen voor hun cliënten, dragen er zorg voor dat aan alle hierna genoemde voorwaarden is voldaan:

a)

hun cliënten zijn gerechtigde personen overeenkomstig artikel 18, lid 1 of lid 2;

b)

zij beschikken, of zullen tijdig vóór de opening van het biedingsinterval beschikken, over adequate interne processen, procedures en contractuele regelingen die noodzakelijk zijn om:

i)

hen in staat te stellen biedingen van hun cliënten te verwerken, met inbegrip van het uitbrengen van de biedingen, de inning van de betaling en de overdracht van de emissierechten;

ii)

te voorkomen dat vertrouwelijke informatie vanuit het deel van hun bedrijf dat verantwoordelijk is voor het ontvangen, voorbereiden en uitbrengen van biedingen voor hun cliënten wordt doorgegeven aan het deel van hun bedrijf dat verantwoordelijk is voor het voorbereiden en uitbrengen van biedingen voor eigen rekening;

iii)

te waarborgen dat hun cliënten die zelf handelen namens cliënten die biedingen uitbrengen in de veilingen, de in lid 2 van dit artikel en in dit lid vervatte voorschriften naleven en dat zij hetzelfde eisen van hun cliënten en van de cliënten van hun cliënten, als bedoeld in artikel 18, lid 4.

Het betrokken veilingplatform mag zich verlaten op betrouwbare controles die door de in de eerste alinea bedoelde personen, hun cliënten of de cliënten van hun cliënten als bedoeld in artikel 18, lid 4, worden uitgevoerd.

De in de eerste alinea bedoelde personen dragen er zorg voor dat zij, wanneer zij daartoe overeenkomstig artikel 20, lid 5, onder d), door het veilingplatform worden verzocht, ten genoegen van het veilingplatform kunnen aantonen dat de in de eerste alinea, onder a) en b), genoemde voorwaarden zijn vervuld.

Artikel 20

Indiening en behandeling van aanvragen tot toelating om te bieden

1.   Voordat zij rechtstreeks hun eerste bieding uitbrengen bij een veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, dienen krachtens artikel 18, lid 1 of lid 2, gerechtigde personen bij het betrokken veilingplatform een aanvraag tot toelating om te bieden in.

Wanneer een veilingplatform een secundaire markt organiseert, wordt aan leden van of deelnemers aan de door het betrokken veilingplatform georganiseerde secundaire markt die aan de eisen van artikel 19, lid 1, voldoen, de toelating verleend om biedingen uit te brengen zonder dat zij de in de eerste alinea bedoelde aanvraag hoeven in te dienen.

2.   Aanvragen tot toelating om te bieden overeenkomstig lid 1 worden ingediend door het invullen van een via internet beschikbaar elektronisch aanvraagformulier. Het elektronische aanvraagformulier en de internettoegang daartoe worden door het betrokken veilingplatform beschikbaar gemaakt en gehouden.

3.   De aanvraag tot toelating om te bieden wordt gestaafd met naar behoren gewaarmerkte kopieën van alle door het veilingplatform verlangde ondersteunende documenten die aantonen dat de aanvrager aan de eisen van artikel 19, leden 2 en 3, voldoet. De aanvraag tot toelating om te bieden omvat ten minste de in bijlage II genoemde elementen.

4.   De aanvraag tot toelating om te bieden, inclusief eventuele ondersteunende documenten, wordt op verzoek ter inzage gegeven aan de veilingtoezichthouder, de bevoegde nationale rechtshandhavingsinstanties van een lidstaat die een onderzoek uitvoeren als bedoeld in artikel 62, lid 3, onder e), en eventuele bevoegde instanties van de Unie die grensoverschrijdende onderzoeken uitvoeren.

5.   Een veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, kan een aanvrager de toelating om in zijn veilingen te bieden weigeren indien de aanvrager weigert:

a)

in te gaan op verzoeken van het veilingplatform om aanvullende informatie of verduidelijking of staving van eerder verstrekte informatie;

b)

in te gaan op een verzoek van het veilingplatform om een gesprek met functionarissen van de aanvrager, op de zetel van het bedrijf of elders;

c)

door het veilingplatform verlangde onderzoeken of verificaties, met inbegrip van bezoeken ter plaatse of controles op de zetel van het bedrijf van de aanvrager, toe te staan;

d)

in te gaan op verzoeken van het veilingplatform om informatie die van de aanvrager, van de cliënten van de aanvrager of van de cliënten van diens cliënten als bedoeld in artikel 18, lid 4, wordt geëist ter controle van de naleving van artikel 19, lid 3;

e)

in te gaan op verzoeken van het veilingplatform om informatie die is vereist ter controle van de naleving van artikel 19, lid 2.

6.   Veilingplatforms die tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilen, passen met betrekking tot hun transacties of handelsrelaties met politiek prominente personen, ongeacht het land waar deze wonen, de maatregelen toe waarin artikel 13, lid 4, van Richtlijn 2005/60/EG voorziet.

7.   Veilingplatforms die tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilen, eisen van indieners van een aanvraag tot toelating om in hun veilingen te bieden dat zij garanderen dat hun cliënten voldoen aan alle verzoeken overeenkomstig lid 5 en dat de cliënten van de cliënten van de aanvrager als bedoeld in artikel 18, lid 4, hetzelfde doen.

8.   Een toelatingsaanvraag wordt geacht te zijn ingetrokken wanneer de aanvrager de door het veilingplatform verlangde informatie niet indient binnen een redelijke termijn die in het door het betrokken veilingplatform overeenkomstig lid 5, onder a), d) of e), gedane verzoek om informatie is vermeld en die niet minder bedraagt dan vijf handelsdagen vanaf de datum van het verzoek om informatie, of wanneer hij niet reageert of niet deelneemt of niet meewerkt aan een gesprek of aan onderzoeken of verificaties uit hoofde van lid 5, onder b) of c).

9.   Aanvragers verstrekken veilingplatforms die tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilen, geen onjuiste of misleidende informatie. De aanvrager brengt het betrokken veilingplatform volledig, eerlijk en onverwijld op de hoogte van elke verandering in zijn omstandigheden die van invloed kan zijn op zijn aanvraag tot toelating om in de door dat veilingplatform gehouden veilingen te bieden of op een eventueel reeds verkregen toelating om te bieden.

10.   De veilingplatforms die tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilen, nemen een besluit over elke bij hen ingediende aanvraag en stellen de aanvrager in kennis van dat besluit.

Het betrokken veilingplatform kan:

a)

onvoorwaardelijke toelating tot de veilingen verlenen voor een periode die de aanwijzingstermijn van het veilingplatform niet overschrijdt, eventuele verlengingen of hernieuwingen van die aanwijzing inbegrepen;

b)

voorwaardelijke toelating tot de veilingen verlenen voor een periode die de aanwijzingstermijn van het veilingplatform niet overschrijdt, waarbij binnen een bepaalde termijn aan bepaalde voorwaarden moet zijn voldaan en door het betrokken veilingplatform naar behoren wordt nagegaan of daaraan is voldaan;

c)

de toelating weigeren.

Artikel 21

Weigering, intrekking of opschorting van toelatingen

1.   Veilingplatforms die tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilen, weigeren de toelating om in hun veilingen te bieden en gaan over tot intrekking of opschorting van reeds verleende toelatingen om te bieden ten aanzien van personen die:

a)

niet of niet langer gerechtigd zijn om een aanvraag tot toelating om te bieden in te dienen uit hoofde van artikel 18, lid 1 of lid 2;

b)

niet of niet langer voldoen aan de eisen van de artikelen 18, 19 en 20;

c)

opzettelijk of herhaaldelijk de bepalingen van deze verordening, de voorwaarden voor toelating om te bieden in de door het betrokken veilingplatform gehouden veilingen of enige andere daarmee samenhangende instructie of afspraak hebben geschonden.

2.   Veilingplatforms die tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilen, weigeren de toelating om in hun veilingen te bieden en gaan over tot intrekking of opschorting van reeds verleende toelatingen om te bieden indien het vermoeden bestaat dat de aanvrager betrokken is bij het witwassen van geld, de financiering van terrorisme, criminele activiteiten of marktmisbruik, mits die weigering, intrekking of opschorting de inspanningen van de bevoegde nationale autoriteiten om de daders van dergelijke feiten te vervolgen of aan te houden, niet doorkruist.

In dergelijke gevallen meldt het betrokken veilingplatform zulks overeenkomstig artikel 55, lid 2, van deze verordening aan de in artikel 21 van Richtlijn 2005/60/EG bedoelde financiële-inlichtingeneenheid (FIE).

3.   Veilingplatforms die tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilen, kunnen de toelating om in hun veilingen te bieden weigeren of overgaan tot intrekking of opschorting van reeds verleende toelatingen om te bieden ten aanzien van personen die:

a)

uit onachtzaamheid de bepalingen van deze verordening, de voorwaarden voor toelating om te bieden in de door het betrokken veilingplatform gehouden veilingen of enige andere daarmee samenhangende instructie of afspraak hebben geschonden;

b)

zich anderszins hebben gedragen op een wijze die nadelig is voor een ordelijk of efficiënt verloop van een veiling;

c)

vallen onder artikel 18, lid 1, onder b) of c), of artikel 18, lid 2, en de voorafgaande 220 handelsdagen in geen enkele veiling een bieding hebben uitgebracht.

4.   De in lid 3 bedoelde personen worden in kennis gesteld van de weigering, intrekking of opschorting van hun toelating, en hun wordt een redelijke, in het besluit tot weigering, intrekking of opschorting van de toelating vermelde termijn toegestaan om schriftelijk te reageren.

Na onderzoek van de schriftelijke reactie van de persoon gaat het betrokken veilingplatform, indien daartoe aanleiding bestaat, over tot:

a)

de verlening of het herstel van de toelating vanaf een bepaalde datum;

b)

de voorwaardelijke toelating of het voorwaardelijk herstel van de toelating, waarbij binnen een bepaalde termijn aan bepaalde voorwaarden moet zijn voldaan en door het betrokken veilingplatform naar behoren wordt nagegaan of daaraan is voldaan;

c)

de bekrachtiging van de weigering, intrekking of opschorting vanaf een bepaalde datum.

Het veilingplatform stelt de betrokken persoon in kennis van zijn besluit.

5.   Personen van wie overeenkomstig lid 1, 2 of 3 de toelating om te bieden wordt ingetrokken of opgeschort, ondernemen redelijke stappen om ervoor te zorgen dat hun uitsluiting van de veilingen:

a)

een ordelijk verloop kent;

b)

de belangen van hun cliënten niet schaadt en de efficiënte werking van de veilingen niet verstoort;

c)

hun verplichtingen om eventuele betalingsregelingen, de voorwaarden voor toelating om te bieden in de veilingen en alle andere daarmee samenhangende instructies en afspraken na te komen onverlet laat;

d)

de naleving van hun verplichtingen inzake de bescherming van vertrouwelijke informatie overeenkomstig artikel 19, lid 3, onder b), ii), die 20 jaar na hun uitsluiting van de veilingen van kracht blijven, niet in gevaar brengt.

De in de leden 1, 2 en 3 bedoelde besluiten tot weigering, intrekking of opschorting van een toelating vermelden de maatregelen die nodig zijn om aan de bepalingen van dit lid te voldoen en het veilingplatform controleert of die maatregelen worden nageleefd.

HOOFDSTUK V

AANWIJZING EN TAKEN VAN DE VEILER

Artikel 22

Aanwijzing van de veiler

1.   Elke lidstaat wijst een veiler aan. Geen enkele lidstaat veilt emissierechten zonder een veiler te hebben aangewezen. Twee lidstaten of meer kunnen dezelfde veiler aanwijzen.

2.   De veiler wordt door de aanwijzende lidstaat voldoende lang vóór de aanvang van de veilingen aangewezen, zodat hij met het door die lidstaat aangewezen of aan te wijzen veilingplatform, inclusief elk daarmee verbonden clearingsysteem of afwikkelingssysteem, de nodige regelingen kan treffen en ten uitvoer leggen die de veiler in staat stellen om voor de aanwijzende lidstaat emissierechten te veilen op onderling overeengekomen voorwaarden.

3.   In het geval van lidstaten die niet deelnemen aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke acties wordt de veiler door de aanwijzende lidstaat voldoende lang vóór de aanvang van de veilingen op de overeenkomstig artikel 26, lid 1 en lid 2, aangewezen veilingplatforms aangewezen, zodat hij met deze veilingplatforms, inclusief elk daarmee verbonden clearingsysteem of afwikkelingssysteem, de nodige regelingen kan treffen en ten uitvoer leggen die de veiler in staat stellen om voor de aanwijzende lidstaat op die veilingplatforms emissierechten te veilen op onderling overeengekomen voorwaarden, overeenkomstig artikel 30, lid 7, tweede alinea, en artikel 30, lid 8, eerste alinea.

4.   De lidstaten delen geen voorwetenschap in de zin van artikel 3, punt 29), en artikel 37, onder a), met personen die werken voor een veiler.

In het geval van onrechtmatige bekendmaking van voorwetenschap aan één of meer voor de veiler werkzame personen voorzien de aanwijzingsbepalingen van de veiler in adequate maatregelen om alle personen met wie de voorwetenschap onrechtmatig is gedeeld, van de veilingen uit te sluiten.

De tweede alinea staat de toepassing van de artikelen 11 tot en met 16 van Richtlijn 2003/6/EG en artikel 43 van deze verordening met betrekking tot overtredingen van het in de eerste alinea vervatte verbod niet in de weg.

5.   De voor een lidstaat te veilen emissierechten worden pas ter veiling gebracht nadat naar behoren een veiler is aangewezen en nadat de in lid 2 bedoelde regelingen zijn getroffen en ten uitvoer zijn gelegd.

6.   Lid 5 laat eventuele juridische consequenties uit hoofde van het recht van de Unie ten aanzien van een lidstaat die zijn verplichtingen krachtens de leden 1 tot en met 4 niet nakomt, onverlet.

7.   De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de identiteit en de contactgegevens van de veiler.

De identiteit en de contactgegevens van de veiler worden op de website van de Commissie bekendgemaakt.

Artikel 23

Taken van de veiler

De veiler:

a)

veilt de hoeveelheid emissierechten die elke lidstaat die hem heeft aangewezen, ter veiling aanbiedt;

b)

ontvangt de veilingopbrengsten die aan elke lidstaat die hem heeft aangewezen, verschuldigd zijn;

c)

keert de veilingopbrengsten uit die aan elke lidstaat die hem heeft aangewezen, verschuldigd zijn.

HOOFDSTUK VI

AANWIJZING EN TAKEN VAN DE TOEZICHTHOUDER

Artikel 24

De veilingtoezichthouder

1.   Op alle veilingprocessen wordt toegezien door dezelfde veilingtoezichthouder.

2.   Alle lidstaten wijzen een veilingtoezichthouder aan via een gezamenlijke aanbestedingsprocedure van de Commissie en de lidstaten die plaatsvindt overeenkomstig artikel 91, lid 1, derde alinea, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 en artikel 125 quater van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002.

3.   De veilingtoezichthouder wordt aangewezen voor een termijn van ten hoogste 5 jaar.

Ten minste drie maanden voor het verstrijken van de aanstellingstermijn of de beëindiging van aanstelling van de veilingtoezichthouder wordt een opvolger aangewezen overeenkomstig lid 2.

4.   De identiteit en de contactgegevens van de veilingtoezichthouder worden op de website van de Commissie bekendgemaakt.

Artikel 25

Taken van de veilingtoezichthouder

1.   De veilingtoezichthouder volgt elke veiling nauwgezet en brengt binnen de in artikel 10, lid 4, vierde alinea, van Richtlijn 2003/87/EG vastgestelde termijn namens de lidstaten verslag uit bij de Commissie en bij de betrokken lidstaat over het correcte verloop van de veilingen die de voorbije maand zijn gehouden, zoals bepaald in artikel 10, lid 4, vierde alinea, van Richtlijn 2003/87/EG, met name op het stuk van:

a)

eerlijke en open toegang;

b)

transparantie;

c)

prijsvorming;

d)

technische en operationele aspecten.

2.   De veilingtoezichthouder doet de lidstaten en de Commissie jaarlijks een syntheseverslag toekomen, dat de volgende elementen behelst:

a)

de in lid 1 genoemde aspecten, zowel met betrekking tot elke veiling afzonderlijk als gecombineerd per veilingplatform;

b)

elk geval van niet-naleving van het aanwijzingscontract van een veilingplatform;

c)

eventuele aanwijzingen voor concurrentiebeperkend gedrag of marktmisbruik;

d)

het eventuele effect van de veilingen op de marktpositie van de veilingplatforms op de secundaire markt;

e)

de relatie tussen de in het syntheseverslag behandelde veilingprocessen en tussen deze veilingprocessen en de werking van de secundaire markt, overeenkomstig artikel 10, lid 5, van Richtlijn 2003/87/EG;

f)

informatie over het aantal, de aard en de status van eventuele overeenkomstig artikel 59, lid 4, ingediende klachten en andere klachten die werden ingediend bij de bevoegde nationale autoriteiten die toezicht houden op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen;

g)

informatie over het eventuele gevolg dat aan door de veilingtoezichthouder overeenkomstig de leden 3, 4 en 5 ingediende verslagen is gegeven;

h)

eventuele passend geachte aanbevelingen ter verbetering van de veilingprocessen of met het oog op de toetsing van:

i)

deze verordening, met inbegrip van de in artikel 33 bedoelde evaluatie;

ii)

de krachtens artikel 19, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG vastgestelde verordening van de Commissie;

iii)

Richtlijn 2003/87/EG, met inbegrip van het toezicht op de werking van de koolstofmarkt waarin artikel 10, lid 5, en artikel 12, lid 1 bis, van die richtlijn voorzien.

3.   De veilingtoezichthouder kan op verzoek van de Commissie en één of meer lidstaten of op grond van lid 5, van tijd tot tijd verslag uitbrengen over een specifieke kwestie in samenhang met een veilingproces, wanneer het nodig is om die kwestie vóór de indiening van de in de leden 1 en 2 bedoelde verslagen aan de orde te stellen. Anders kan de veilingtoezichthouder daarover verslag uitbrengen in de in de leden 1 en 2 bedoelde verslagen.

4.   Een lidstaat die niet deelneemt aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie maar ervoor kiest om zijn eigen veilingplatform aan te wijzen overeenkomstig artikel 30, leden 1 en 2, kan de veilingtoezichthouder verzoeken om de lidstaten, de Commissie en het betrokken veilingplatform een technisch verslag te doen toekomen over het vermogen van het door hem voorgestelde of voor te stellen veilingplatform om het veilingproces uit te voeren overeenkomstig de eisen van deze verordening en conform de in artikel 10, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG vermelde doelstellingen.

In die verslagen geeft de veilingtoezichthouder duidelijk aan op welke punten het veilingproces aan de eisen van de eerste alinea voldoet en op welke punten niet. Hij doet in passende gevallen specifieke aanbevelingen ter verdere ontwikkeling of verbetering van het veilingproces en stelt een precies tijdschema voor de uitvoering daarvan voor.

5.   In geval van een inbreuk op deze verordening of indien een door een veilingplatform uitgevoerd veilingproces strijdig is met de doelstellingen van artikel 10, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG, of op verzoek van de Commissie indien deze een dergelijke inbreuk vermoedt, brengt de veilingtoezichthouder onverwijld verslag uit bij de lidstaten, de Commissie en het betrokken veilingplatform.

In dat verslag wordt de aard van de inbreuk of strijdigheid duidelijk aangegeven. In het verslag worden specifieke aanbevelingen gedaan om het euvel te verhelpen en wordt een precies tijdschema voorgesteld voor de uitvoering daarvan. Indien passend kan het de schorsing van het betrokken veilingplatform aanbevelen. De veilingtoezichthouder werkt zijn verslag uit hoofde van dit lid continu bij en doet ieder kwartaal een geactualiseerde versie daarvan toekomen aan de lidstaten, de Commissie en het betrokken veilingplatform.

6.   Alle adviezen die de veilingtoezichthouder overeenkomstig artikel 7, lid 7, of artikel 8, lid 3, uitbrengt, maken integrerend deel uit van zijn functies uit hoofde van dit artikel.

7.   De krachtens dit artikel uitgebrachte verslagen en adviezen worden opgesteld in een begrijpelijk, gestandaardiseerd en toegankelijk format dat in het aanstellingscontract van de veilingtoezichthouder nader wordt omschreven.

HOOFDSTUK VII

AANWIJZING VAN EEN VEILINGPLATFORM DOOR DE LIDSTATEN DIE AAN EEN GEZAMENLIJKE ACTIE MET DE COMMISSIE DEELNEMEN, EN TAKEN VAN DAT PLATFORM

Artikel 26

Aanwijzing van een veilingplatform via een gezamenlijke actie van de lidstaten en de Commissie

1.   Onverminderd artikel 30 wijzen de lidstaten via een gezamenlijke aanbestedingsprocedure van de Commissie en de lidstaten die deelnemen aan de gezamenlijke actie, één veilingplatform aan voor het veilen van tweedaagse spot of vijfdaagse futures.

2.   Onverminderd artikel 30 wijzen de lidstaten via een gezamenlijke aanbestedingsprocedure van de Commissie en de lidstaten die deelnemen aan de gezamenlijke actie, een of twee veilingplatforms aan voor het veilen van forwards of futures die in bijlage I zijn opgenomen.

3.   De in de leden 1 en 2 bedoelde gezamenlijke aanbestedingsprocedure verloopt overeenkomstig artikel 91, lid 1, derde alinea, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 en artikel 125 quater van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002.

4.   De termijn waarvoor de in de leden 1 en 2 bedoelde veilingplatforms worden aangewezen, bedraagt ten hoogste vijf jaar.

5.   De identiteit en de contactgegevens van de in de leden 1 en 2 bedoelde veilingplatforms worden op de website van de Commissie bekendgemaakt.

6.   Lidstaten die zich bij de gezamenlijke acties overeenkomstig de leden 1 en 2 aansluiten na de inwerkingtreding van de gezamenlijkeaanbestedingsovereenkomst die door de deelnemende lidstaten en de Commissie wordt gesloten, aanvaarden de door de deelnemende lidstaten en de Commissie in de gezamenlijkeaanbestedingsovereenkomst onderschreven voorwaarden alsmede alle besluiten die reeds krachtens die overeenkomst zijn genomen.

Lidstaten die overeenkomstig artikel 30, lid 4, besluiten om niet aan de gezamenlijke actie deel te nemen maar in plaats daarvan een eigen veilingplatform aan te wijzen, kan de status van waarnemer worden verleend onder de voorwaarden die in de gezamenlijkeaanbestedingsovereenkomst worden overeengekomen door de aan de gezamenlijke actie deelnemende lidstaten en de Commissie, onverminderd eventueel toepasselijke regels inzake overheidsaanbestedingen.

Artikel 27

Taken van het overeenkomstig artikel 26, lid 1, aangewezen veilingplatform

1.   Het overeenkomstig artikel 26, lid 1, aangewezen veilingplatform verricht voor de lidstaten de volgende diensten, die in het aanwijzingscontract van het veilingplatform nader worden omschreven:

a)

de verschaffing van toegang tot de veilingen, overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 21, met inbegrip van de terbeschikkingstelling en het onderhoud van de noodzakelijke internetondersteunde elektronische interfaces en website;

b)

de organisatie van de veilingen overeenkomstig de artikelen 4 tot en met 7;

c)

het beheer van de veilingkalender overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 14;

d)

de bekendmaking en kennisgeving van de resultaten van veilingen overeenkomstig artikel 61;

e)

de terbeschikkingstelling, of het garanderen via uitbesteding van de terbeschikkingstelling, van het clearingsysteem of afwikkelingssysteem dat nodig is voor:

i)

de afhandeling van de betalingen van de succesvolle bieders of hun rechtsopvolgers en de uitkering van de opbrengsten van de veilingen aan de veiler, overeenkomstig de artikelen 44 en 45;

ii)

de levering van de geveilde emissierechten aan de succesvolle bieders of hun rechtsopvolgers, overeenkomstig de artikelen 46, 47 en 48;

iii)

het beheer van de door de veiler of de bieders gestelde zekerheden, met inbegrip van eventuele margining, overeenkomstig de artikelen 49 en 50;

f)

de verstrekking aan de veilingtoezichthouder van alle informatie over het verloop van de veilingen die noodzakelijk is voor de uitoefening van de taken van de veilingtoezichthouder, overeenkomstig artikel 53;

g)

het toezicht op de veilingen, de melding wanneer er vermoedens van witwassen van geld, financiering van terrorisme, criminele activiteiten of marktmisbruik bestaan en de toepassing van de eventueel vereiste corrigerende maatregelen of sancties, inclusief de voorziening in een buitengerechtelijk geschillenbeslechtingsmechanisme, overeenkomstig de artikelen 44 tot en met 59 en artikel 64, lid 1.

2.   Uiterlijk 20 handelsdagen vóór de opening van het eerste biedingsinterval van een overeenkomstig artikel 26, lid 1, aangewezen veilingplatform dient dat veilingplatform met ten minste één clearingsysteem of afwikkelingssysteem te zijn verbonden.

Artikel 28

Taken van het overeenkomstig artikel 26, lid 2, aangewezen veilingplatform

1.   Een overeenkomstig artikel 26, lid 2, aangewezen veilingplatform verricht voor de lidstaten de volgende diensten:

a)

de verschaffing van toegang tot de veilingen overeenkomstig de regelingen die gelden op de door het veilingplatform georganiseerde secundaire markt, zoals gewijzigd bij het aanwijzingscontract van het veilingplatform;

b)

de organisatie van de veilingen overeenkomstig de artikelen 4 tot en met 7;

c)

het beheer van de veilingkalender overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 14;

d)

de bekendmaking en kennisgeving van de resultaten van veilingen overeenkomstig artikel 61;

e)

de terbeschikkingstelling, overeenkomstig de regelingen die gelden op de door het veilingplatform georganiseerde secundaire markt zoals gewijzigd bij het aanwijzingscontract van het veilingplatform, met dien verstande dat artikel 40 in elk geval van toepassing is, van het clearingsysteem of afwikkelingssysteem dat nodig is voor:

i)

de afhandeling van de betalingen van de bieders of hun rechtsopvolgers en de uitkering van de opbrengsten van de veilingen aan de veiler;

ii)

de levering van de geveilde emissierechten aan de succesvolle bieders of hun rechtsopvolgers;

iii)

het beheer van de door de veiler of de bieders gestelde zekerheden, met inbegrip van eventuele margining;

f)

de verstrekking aan de veilingtoezichthouder van alle informatie over het verloop van de veilingen die noodzakelijk is voor de uitoefening van de taken van de veilingtoezichthouder, overeenkomstig artikel 53;

g)

het toezicht op de veilingen, de melding wanneer er vermoedens van witwassen van geld, financiering van terrorisme, criminele activiteiten of marktmisbruik bestaan en de toepassing van de eventueel vereiste corrigerende maatregelen of sancties, inclusief de voorziening in een buitengerechtelijk geschillenbeslechtingsmechanisme, overeenkomstig de regelingen die gelden op de door het veilingplatform georganiseerde secundaire markt zoals gewijzigd bij het aanwijzingscontract van het veilingplatform.

2.   Uiterlijk 20 handelsdagen vóór de opening van het eerste biedingsinterval van een overeenkomstig artikel 26, lid 2, aangewezen veilingplatform dient dat veilingplatform met ten minste één clearingsysteem of afwikkelingssysteem te zijn verbonden.

3.   Artikel 16, leden 2 en 3, de artikelen 17, 19, 20, 21, 54, 55 en 56, artikel 60, lid 3, artikel 63, lid 4, en artikel 64 zijn niet van toepassing op de veilingen die worden gehouden door een veilingplatform dat futures of forwards veilt.

Artikel 29

Door overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms voor de Commissie te verrichten diensten

Overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms verrichten voor de Commissie diensten in verband met technische bijstand in het kader van haar werkzaamheden betreffende:

a)

de aanvulling van de bijlage I alsmede de coördinatie van de veilingkalender voor bijlage III;

b)

de door de Commissie in het kader van deze verordening uitgebrachte adviezen;

c)

de door de veilingtoezichthouder uitgebrachte adviezen en verslagen over de werking van de overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms;

d)

de verslagen of eventuele voorstellen van de Commissie uit hoofde van artikel 10, lid 5, en artikel 12, lid 1 bis, van Richtlijn 2003/87/EG;

e)

eventuele wijzigingen van deze verordening of van Richtlijn 2003/87/EG die van invloed zijn op de werking van de koolstofmarkt, met inbegrip van de implementatie van de veilingen;

f)

eventuele toetsingen van deze verordening, van Richtlijn 2003/87/EG of van de op grond van artikel 19, lid 3, van die richtlijn vastgestelde verordening van de Commissie welke van invloed zijn op de werking van de koolstofmarkt, met inbegrip van de implementatie van de veilingen;

g)

elke andere gezamenlijke actie betreffende de werking van de koolstofmarkt, met inbegrip van de implementatie van de veilingen, zoals overeengekomen tussen de Commissie en de aan de gezamenlijke actie deelnemende lidstaten.

HOOFDSTUK VIII

AANWIJZING VAN VEILINGPLATFORMS DOOR LIDSTATEN DIE VOOR EEN EIGEN VEILINGPLATFORM KIEZEN, EN TAKEN VAN DIE PLATFORMS

Artikel 30

Aanwijzing van andere dan de overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms

1.   Elke lidstaat die niet deelneemt aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie kan een eigen veilingplatform aanwijzen voor de veiling van zijn aandeel in de hoeveelheid onder de hoofdstukken II en III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die worden geveild in de vorm van tweedaagse spot of vijfdaagse futures.

2.   Elke lidstaat die niet deelneemt aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie kan een eigen veilingplatform aanwijzen voor de veiling van zijn aandeel in de hoeveelheid onder de hoofdstukken II en III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die worden geveild in de vorm van futures of forwards die in bijlage I bij deze verordening zijn opgenomen.

3.   Lidstaten die niet deelnemen aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie mogen voor de veiling van futures of forwards en tweedaagse spot of vijfdaagse futures hetzelfde veilingplatform of verschillende veilingplatforms aanwijzen.

4.   Elke lidstaat die niet deelneemt aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie stelt de Commissie binnen een termijn van drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening in kennis van zijn besluit om niet aan de gezamenlijke actie deel te nemen maar in plaats daarvan een eigen veilingplatform aan te wijzen overeenkomstig de leden 1 en 2 van dit artikel.

5.   Elke lidstaat die niet deelneemt aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie kiest zijn eigen overeenkomstig de leden 1 en 2 van dit artikel aangewezen veilingplatform door middel van een selectieprocedure die in overeenstemming is met de aanbestedingswetgeving van de Unie en/of van de lidstaat indien krachtens de wetgeving van de Unie respectievelijk van de lidstaat een openbare aanbesteding vereist is. Met betrekking tot deze selectieprocedure gelden alle toepasselijke rechtsmiddelen en handhavingsprocedures waarin de wetgeving van de Unie en de wetgeving van de lidstaat voorzien.

De in de leden 1 en 2 bedoelde veilingplatforms worden aangewezen voor een termijn van ten hoogste drie jaar, die met ten hoogste twee jaar kan worden verlengd.

De aanwijzing van de in de leden 1 en 2 bedoelde veilingplatforms geschiedt op voorwaarde dat het betrokken veilingplatform overeenkomstig lid 7 in bijlage III wordt opgenomen. De aanwijzing gaat pas in na de inwerkingtreding van de opneming van het betrokken veilingplatform in bijlage III overeenkomstig lid 7.

6.   Elke lidstaat die niet deelneemt aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie maar ervoor kiest om zijn eigen veilingplatform aan te wijzen overeenkomstig de leden 1 en 2 van dit artikel, doet de Commissie een uitvoerige kennisgeving toekomen die alle hierna genoemde elementen bevat:

a)

de identiteit van het veilingplatform dat hij voornemens is aan te wijzen, met de vermelding of de futures of forwards en de tweedaagse spot of vijfdaagse futures door hetzelfde veilingplatform of door verschillende veilingplatforms zullen worden geveild;

b)

de nadere voorschriften voor het veilingproces dat zal worden toegepast door het veilingplatform dat of de veilingplatforms die hij voornemens is aan te wijzen, met inbegrip van de contractsbepalingen betreffende de aanwijzing van het betrokken veilingplatform, inclusief elk met het voorgestelde veilingplatform verbonden clearingsysteem of afwikkelingssysteem, met opgave van de voorwaarden inzake de structuur en de hoogte van de vergoedingen, het beheer van zekerheden, betalingen en leveringen;

c)

de voorgestelde biedingsintervallen, de afzonderlijke hoeveelheden, de data van de veilingen met opgave van relevante wettelijke feestdagen, alsook het veilingproduct, de betalings- en leveringsdata van de emissierechten die in een gegeven kalenderjaar in de afzonderlijke veilingen zullen worden geveild en alle andere informatie die de Commissie nodig heeft om te beoordelen of de voorgestelde veilingkalender verenigbaar is met de veilingkalenders van de overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms en de andere veilingkalenders die worden voorgesteld door andere lidstaten die niet deelnemen aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie maar ervoor kiezen hun eigen veilingplatforms aan te wijzen;

d)

de nadere voorschriften en voorwaarden voor de monitoring van en het toezicht op de veilingen waaraan het door hem voorgestelde veilingplatform overeenkomstig artikel 35, leden 4, 5 en 6, onderworpen zal zijn, alsook de nadere voorschriften ter bescherming tegen witwassen van geld, financiering van terrorisme, criminele activiteiten of marktmisbruik, met inbegrip van de corrigerende maatregelen of sancties;

e)

de nadere maatregelen die worden getroffen ter naleving van artikel 22, lid 4, en artikel 34 met betrekking tot de aanwijzing van de veiler.

De kennisgeving dient het bewijs te leveren van de verenigbaarheid met de bepalingen van deze verordening en de conformiteit met de in artikel 10, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG genoemde doelstellingen.

Een kennisgevende lidstaat kan vóór de in lid 7 bedoelde inschrijving zijn oorspronkelijke kennisgeving wijzigen.

Elke kennisgevende lidstaat legt zijn oorspronkelijke en gewijzigde kennisgeving voor aan het in artikel 23, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde comité.

7.   Alle andere veilingplatforms dan die welke overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, worden aangewezen, de hen aanwijzende lidstaten, de termijn waarvoor zij worden aangewezen en alle toepasselijke voorwaarden of verplichtingen worden opgenomen in bijlage III als aan de eisen van deze verordening en aan de doelstellingen van artikel 10, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG is voldaan. De Commissie en het in artikel 23, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde comité handelen alleen op basis van deze eisen en doelstellingen en houden ten volle rekening met de door de veilingtoezichthouder overeenkomstig artikel 25, lid 4, van deze verordening uitgebrachte verslagen.

Indien de in de eerste alinea bedoelde opneming niet plaatsvindt, maakt een lidstaat die niet deelneemt aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie maar ervoor kiest om overeenkomstig de leden 1 en 2 van dit artikel zijn eigen veilingplatform aan te wijzen, gebruik van de overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms voor het veilen van zijn aandeel van de emissierechten dat anders in de periode van drie maanden na de inwerkingtreding van de in de eerste alinea bedoelde inschrijving zou zijn geveild op het overeenkomstig lid 1 of lid 2 van dit artikel aan te wijzen veilingplatform.

8.   Elke lidstaat die niet deelneemt aan de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie maar ervoor kiest om zijn eigen veilingplatform aan te wijzen overeenkomstig de leden 1 en 2 van dit artikel, kan zich overeenkomstig artikel 26, lid 6, bij de in artikel 26 bedoelde gezamenlijke actie aansluiten.

De hoeveelheid emissierechten waarvan de veiling op een ander veilingplatform dan de overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms was gepland, wordt gelijkmatig verdeeld over de op het betrokken overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatform gehouden veilingen.

Artikel 31

Taken van andere dan de overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms

1.   Elk overeenkomstig artikel 30, lid 1, aangewezen veilingplatform vervult dezelfde taken als het overeenkomstig artikel 26, lid 1, aangewezen veilingplatform, zoals bepaald in artikel 27, met uitzondering van artikel 27, lid 1, onder c), over de veilingkalender, dat niet van toepassing is.

2.   Elk overeenkomstig artikel 30, lid 2, aangewezen veilingplatform vervult dezelfde taken als de overeenkomstig artikel 26, lid 2, aangewezen veilingplatforms, zoals bepaald in artikel 28, met uitzondering van artikel 28, lid 1, onder c), betreffende de veilingkalender, dat niet van toepassing is.

3.   De bepalingen over de veilingkalender van artikel 8, leden 1, 2 en 3, en de artikelen 9, 10, 12, 14 en 32 zijn van toepassing op de overeenkomstig artikel 30, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms.

Artikel 32

Veilingkalenders van alle andere dan de overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms

1.   De hoeveelheid onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die wordt geveild in de afzonderlijke veilingen die door een overeenkomstig artikel 30, lid 1 of lid 2, van deze verordening aangewezen veilingplatform worden gehouden, bedraagt ten hoogste 20 miljoen emissierechten en ten minste 10 miljoen emissierechten, tenzij de totale hoeveelheid onder hoofdstuk III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die door de aanwijzende lidstaat in een gegeven kalenderjaar wordt geveild, minder dan 10 miljoen emissierechten bedraagt, in welk geval die emissierechten in één veiling per kalenderjaar worden geveild.

2.   De hoeveelheid onder hoofdstuk II van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die wordt geveild in de afzonderlijke veilingen die door een overeenkomstig artikel 30, lid 1 of lid 2, van deze verordening aangewezen veilingplatform worden gehouden, bedraagt ten hoogste 5 miljoen emissierechten en ten minste 2,5 miljoen emissierechten, tenzij de totale hoeveelheid onder hoofdstuk II van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die door de aanwijzende lidstaat in een gegeven kalenderjaar wordt geveild, minder dan 2,5 miljoen emissierechten bedraagt, in welk geval die emissierechten in één veiling per kalenderjaar worden geveild.

3.   De totale hoeveelheid onder de hoofdstukken II en III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die door alle overeenkomstig artikel 30, lid 1 of lid 2, van deze verordening aangewezen veilingplatforms tezamen wordt geveild, wordt gelijkmatig gespreid over het betrokken kalenderjaar, met dien verstande dat de hoeveelheid die op veilingen in de loop van de maand augustus wordt geveild, de helft bedraagt van de hoeveelheid die in de andere maanden van het jaar wordt geveild.

4.   De overeenkomstig artikel 30, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms stellen, na de vaststelling en bekendmaking overeenkomstig artikel 11, lid 1, en artikel 13, lid 1, door de overeenkomstig artikel 26, lid 1 en lid 2, aangewezen veilingplatforms, uiterlijk 31 maart van het voorafgaande jaar of zo spoedig mogelijk daarna, na raadpleging van de Commissie en na haar advies te hebben verkregen, de biedingsintervallen, de afzonderlijke hoeveelheden, de data van de veilingen alsook het veilingproduct en de betalings- en leveringsdata voor de onder de hoofdstukken II en III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten die jaarlijks in de afzonderlijke veilingen zullen worden geveild, vast en maken deze bekend. De betrokken veilingplatforms houden daarbij zo veel mogelijk rekening met het advies van de Commissie.

De bekendgemaakte kalenders bedoeld in de eerste alinea zijn in overeenstemming met alle relevante in bijlage III vermelde voorwaarden en verplichtingen.

5.   Wanneer een door een overeenkomstig artikel 30, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatform te houden veiling door dat veilingplatform wordt geannuleerd overeenkomstig artikel 7, lid 5 of lid 6, of artikel 9, wordt de te veilen hoeveelheid emissierechten gelijkmatig verdeeld over de volgende vier voor dat veilingplatform geplande veilingen of, indien het betrokken veilingplatform minder dan vier veilingen per jaar houdt, over de volgende twee voor dat veilingplatform geplande veilingen.

Artikel 33

Evaluatie van deze verordening

Na de indiening van het overeenkomstig artikel 25, lid 2, door de veilingtoezichthouder opgestelde jaarlijkse syntheseverslag, welke indiening uiterlijk 31 december 2014 geschiedt, evalueert de Commissie de regelingen waarin deze verordening voorziet, met inbegrip van de werking van alle veilingprocessen.

Bij deze evaluatie wordt een analyse verricht van de ervaring die is opgedaan met betrekking tot de interactie tussen de overeenkomstig artikel 30, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms en de overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms, alsook de interactie tussen de veilingen en de secundaire markt.

De evaluatie vindt plaats in overleg met de lidstaten en de belanghebbende partijen.

Rekening houdend met de uitkomsten van de evaluatie stelt de Commissie de maatregelen voor die zij noodzakelijk acht om verstoringen of een eventuele slechte werking van de interne markt of de koolstofmarkt als gevolg van regelingen in het kader van deze verordening te ondervangen, met het oog op de inwerkingtreding van die maatregelen tegen 31 december 2016.

HOOFDSTUK IX

VEREISTEN VOOR DE AANWIJZING VAN DE VEILER, DE TOEZICHTHOUDER EN DE DIVERSE VEILINGPLATFORMS

Artikel 34

Vereisten voor de aanwijzing van de veiler en de veilingtoezichthouder

1.   Bij de aanwijzing van een veiler en van de veilingtoezichthouder houden de lidstaten rekening met de mate waarin de kandidaten:

a)

het geringste risico vertonen van belangenconflicten of marktmisbruik, gelet op:

i)

hun eventuele activiteiten op de secundaire markt;

ii)

eventuele interne processen en procedures die zij toepassen om het risico van belangenconflicten en marktmisbruik te beperken;

b)

in staat zijn de taken van een veiler respectievelijk een veilingtoezichthouder tijdig en in overeenstemming met de hoogste professionele en kwaliteitsnormen te vervullen.

2.   De aanwijzing van de veiler geschiedt op voorwaarde dat de veiler met het betrokken veilingplatform de in artikel 22, leden 2 en 3, bedoelde regelingen treft.

Artikel 35

Vereisten voor de aanwijzing van de veilingplatforms

1.   De veilingen worden alleen gehouden op veilingplatforms die overeenkomstig lid 5 als gereglementeerde markt zijn erkend door de in lid 4, tweede alinea, bedoelde bevoegde nationale autoriteiten.

2.   Aan elk veilingplatform dat uit hoofde van deze verordening wordt aangewezen om tweedaagse spot of vijfdaagse futures te veilen, is het, zonder dat het aan nadere wettelijke of administratieve eisen van de lidstaten hoeft te voldoen, toegestaan om passende voorzieningen aan te bieden teneinde de toegang tot en de deelneming aan veilingen van de in artikel 18, leden 1 en 2, bedoelde bieders te vergemakkelijken.

3.   Bij de aanwijzing van een veilingplatform houden de lidstaten rekening met de mate waarin de kandidaten aantonen dat zij aan alle hierna genoemde eisen voldoen:

a)

garanderen dat het discriminatieverbod zowel in rechte als feitelijk wordt nageleefd;

b)

voorzien in volledige, eerlijke en billijke toegang tot de veilingen voor onder de regeling van de Unie vallende kmo's en in toegang tot de veilingen voor kleine emittenten;

c)

kostenefficiëntie garanderen en onnodige administratieve lasten vermijden;

d)

voorzien in solide toezicht op de veilingen, melding doen wanneer er vermoedens van witwassen van geld, financiering van terrorisme, criminele activiteiten of marktmisbruik bestaan en de eventueel vereiste corrigerende maatregelen of sancties toepassen, inclusief de voorziening in een buitengerechtelijk geschillenbeslechtingsmechanisme;

e)

concurrentieverstoringen op de interne markt, met inbegrip van de koolstofmarkt, vermijden;

f)

een goede werking van de koolstofmarkt garanderen, inclusief de implementatie van de veilingen;

g)

verbonden zijn met één of meer clearingsystemen of afwikkelingssystemen;

h)

adequate maatregelen hebben getroffen die het veilingplatform ertoe verplichten alle materiële en immateriële activa over te dragen die voor de organisatie van de veilingen door de opvolger van het veilingplatform noodzakelijk zijn.

4.   Een veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, wordt pas aangewezen nadat de lidstaat waarin de kandidaat-gereglementeerde markt en haar marktexploitant gevestigd zijn, er tijdig en in elk geval vóór de opening van het eerste biedingsinterval voor heeft gezorgd dat de nationale maatregelen ter omzetting van titel III van Richtlijn 2004/39/EG, voor zover relevant, op de veiling van tweedaagse spot of vijfdaagse futures van toepassing zijn.

Een veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, wordt pas aangewezen nadat de lidstaat waarin de kandidaat-gereglementeerde markt en haar marktexploitant gevestigd zijn, er tijdig en in elk geval vóór de opening van het eerste biedingsinterval voor heeft gezorgd dat de bevoegde nationale autoriteiten van die lidstaat in staat zijn hen te erkennen en toezicht op hen uit te oefenen overeenkomstig de nationale maatregelen ter omzetting van titel IV van Richtlijn 2004/39/EG, voor zover relevant.

Als de kandidaat-gereglementeerde markt en haar marktexploitant niet in dezelfde lidstaat gevestigd zijn, zijn de eerste en de tweede alinea zowel op de lidstaat van vestiging van de kandidaat-gereglementeerde markt als op de lidstaat van vestiging van haar marktexploitant van toepassing.

5.   De in lid 4, tweede alinea, van dit artikel bedoelde, overeenkomstig artikel 48, lid 1, van Richtlijn 2004/39/EG aangewezen bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaat nemen een besluit over de erkenning van een gereglementeerde markt in het kader van deze verordening, voor zover die gereglementeerde markt en haar marktexploitant voldoen aan het bepaalde in titel III van Richtlijn 2004/39/EG zoals omgezet in het nationale recht van hun lidstaat van vestiging overeenkomstig lid 4 van dit artikel. Het erkenningsbesluit wordt genomen overeenkomstig titel IV van Richtlijn 2004/39/EG zoals omgezet in het nationaal recht van hun lidstaat van vestiging overeenkomstig lid 4 van dit artikel.

6.   De in lid 5 bedoelde bevoegde nationale autoriteiten handhaven een doeltreffend markttoezicht en treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat aan de in dat lid bedoelde eisen wordt voldaan. Daartoe dienen zij in staat te zijn om hetzij rechtstreeks, hetzij met de assistentie van andere overeenkomstig artikel 48, lid 1, van Richtlijn 2004/39/EG aangewezen bevoegde nationale autoriteiten, de bevoegdheden uit te oefenen waarin de nationale maatregelen ter omzetting van artikel 50 van die richtlijn met betrekking tot de in lid 4 van dit artikel bedoelde gereglementeerde markt en haar marktexploitant voorzien.

De lidstaat van elke in lid 5 bedoelde bevoegde nationale autoriteit zorgt ervoor dat de nationale maatregelen ter omzetting van de artikelen 51 en 52 van Richtlijn 2004/39/EG van toepassing zijn op personen die verantwoordelijk zijn voor de niet-naleving van hun verplichtingen krachtens titel III van Richtlijn 2004/39/EG zoals omgezet in het nationale recht van hun lidstaat van vestiging overeenkomstig lid 4 van dit artikel.

Voor de toepassing van dit lid zijn de nationale maatregelen ter omzetting van de artikelen 56 tot en met 62 van Richtlijn 2004/39/EG van toepassing op de samenwerking tussen de bevoegde nationale autoriteiten van verschillende lidstaten.

HOOFDSTUK X

DE OP DE VEILINGPRODUCTEN TOEPASSELIJKE MARKTMISBRUIKREGELING

Artikel 36

De op de financiële instrumenten in de zin van artikel 1, lid 3, van Richtlijn 2003/6/EG toepasselijke marktmisbruikregeling

1.   Voor de toepassing van deze verordening is, wanneer de tweedaagse spot of vijfdaagse futures financiële instrumenten zijn in de zin van artikel 1, lid 3, van Richtlijn 2003/6/EG, die richtlijn van toepassing op de veiling van die veilingproducten.

2.   Wanneer de tweedaagse spot of vijfdaagse futures geen financiële instrumenten zijn in de zin van artikel 1, lid 3, van Richtlijn 2003/6/EG, zijn de artikelen 37 tot en met 43 van deze verordening van toepassing.

Artikel 37

Definities ten behoeve van de op de andere veilingproducten dan financiële instrumenten in de zin van artikel 1, lid 3, van Richtlijn 2003/6/EG toepasselijke marktmisbruikregeling

Voor de toepassing van de artikelen 38 tot en met 43, die van toepassing zijn op andere veilingproducten dan financiële instrumenten in de zin van artikel 1, lid 3, van Richtlijn 2003/6/EG, wordt verstaan onder:

a)

„voorwetenschap”: kennis van concrete informatie die niet openbaar is gemaakt, die direct of indirect betrekking heeft op één of meer veilingproducten en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, een aanzienlijke invloed zou kunnen hebben op de biedprijs.

Met betrekking tot personen die met het uitbrengen van biedingen zijn belast, wordt onder voorwetenschap tevens verstaan kennis van concrete informatie die door een cliënt wordt verstrekt met betrekking tot de lopende biedingen van die cliënt, die direct of indirect betrekking heeft op één of meer veilingproducten en die, indien zij openbaar zou worden gemaakt, een aanzienlijke invloed zou kunnen hebben op de biedprijs;

b)

„marktmanipulatie”:

i)

biedingen of transacties en handelsorders op de secundaire markt:

die onjuiste of misleidende signalen geven of kunnen geven met betrekking tot de vraag naar of de prijs van de veilingproducten, of

waarbij een persoon, of twee of meer samenwerkende personen, de toewijzingsprijs van een veilingproduct op een abnormaal of kunstmatig niveau houdt of houden,

tenzij de persoon die de bieding heeft uitgebracht of die op de secundaire markt de transactie is aangegaan of de order heeft geplaatst, aantoont dat zijn beweegredenen om zulks te doen, gerechtvaardigd zijn;

ii)

biedingen waarbij gebruik wordt gemaakt van een valse voorstelling van zaken of enigerlei andere vorm van list of bedrog;

iii)

de verspreiding van informatie, via de media, met inbegrip van internet, of anderszins, die onjuiste of misleidende signalen geeft of kan geven met betrekking tot de veilingproducten, met inbegrip van de verspreiding van geruchten en onjuiste of misleidende berichten, waarvan de persoon die de informatie heeft verspreid, wist of had moeten weten dat de informatie onjuist of misleidend was. Ten aanzien van journalisten die in hun beroepshoedanigheid handelen, moet deze verspreiding van informatie worden beoordeeld met inachtneming van de gedragsregels die voor hun beroepsgroep gelden, tenzij deze personen direct of indirect voordeel of winst behalen uit de verspreiding van deze informatie.

Uit de in punt b) van de eerste alinea gegeven definitie kunnen in het bijzonder de volgende omstandigheden worden afgeleid:

handelingen van een persoon, of van twee of meer samenwerkende personen, om een machtspositie te verwerven ten aanzien van de vraag naar een veilingproduct met als gevolg dat direct of indirect een toewijzingsprijs of andere onbillijke handelsvoorwaarden worden vastgesteld;

het kopen of verkopen van emissierechten of daarvan afgeleide producten op de secundaire markt voordat de veiling plaatsvindt, om de toewijzingsprijs van de veilingproducten op een abnormaal of kunstmatig niveau te handhaven of om bieders in de veilingen te misleiden;

het profiteren van incidentele of regelmatige toegang tot de traditionele of elektronische media door een oordeel over een veilingproduct kenbaar te maken na eerder een bieding op dat product te hebben uitgebracht, om nadien profijt te trekken van het effect dat dit kenbaar gemaakte oordeel heeft gehad op andere op dat product uitgebrachte biedingen, zonder tegelijkertijd deze belangenverstrengeling naar behoren en daadwerkelijk openbaar te hebben gemaakt.

Artikel 38

Verbod op handel met voorwetenschap

1.   Het is de in de tweede alinea bedoelde personen die over voorwetenschap beschikken verboden van die voorwetenschap gebruik te maken door direct of indirect, voor eigen rekening of voor derden, biedingen uit te brengen, te wijzigen of in te trekken voor een veilingproduct waarop deze voorwetenschap betrekking heeft.

De eerste alinea is van toepassing op iedere persoon die over die voorwetenschap beschikt:

a)

vanwege zijn hoedanigheid als lid van de administratieve, leidinggevende of toezichthoudende organen van het veilingplatform, de veiler of de veilingtoezichthouder, of

b)

vanwege zijn deelneming in het kapitaal van het veilingplatform, de veiler of de veilingtoezichthouder, of

c)

vanwege het feit dat hij toegang heeft tot de informatie door de uitoefening van zijn werk, beroep of functie, of

d)

vanwege criminele activiteiten.

2.   Indien de in lid 1 bedoelde persoon een rechtspersoon is, is het in dat lid vervatte verbod tevens van toepassing op de natuurlijke personen die deelnemen aan de beslissing om een bieding voor rekening van de betrokken rechtspersoon uit te brengen, te wijzigen of in te trekken.

3.   Dit artikel is niet van toepassing op de indiening, wijziging of intrekking van een bieding voor een veilingproduct welke plaatsvindt ter nakoming van een opeisbaar geworden verplichting, als deze verplichting voortvloeit uit een overeenkomst die werd gesloten voordat de betrokken persoon de voorwetenschap had verkregen.

Artikel 39

Andere verbodsbepalingen betreffende het gebruik van voorwetenschap

Het is personen op wie de verbodsbepaling van artikel 38 van toepassing is, verboden:

a)

voorwetenschap met anderen te delen, tenzij dit gebeurt in het kader van de normale uitoefening van hun werk, beroep of functie;

b)

op grond van voorwetenschap anderen aan te bevelen of ertoe aan te zetten om een bieding uit te brengen, te wijzigen of in te trekken voor veilingproducten waarop deze voorwetenschap betrekking heeft.

Artikel 40

Andere personen voor wie het verbod op handel met voorwetenschap geldt

De artikelen 38 en 39 zijn ook van toepassing op iedere andere persoon dan de in die artikelen bedoelde personen die over voorwetenschap beschikt en weet of zou moeten weten dat het om voorwetenschap gaat.

Artikel 41

Verbod op marktmanipulatie

Geen enkele persoon laat zich in met marktmanipulatie.

Artikel 42

Specifieke voorschriften om het risico van marktmisbruik te beperken

1.   Het veilingplatform, de veiler en de veilingtoezichthouder stellen ieder voor zich een lijst op van de krachtens een arbeidsovereenkomst of anderszins voor hen werkzame personen die over voorwetenschap kunnen beschikken. Het veilingplatform werkt zijn lijst regelmatig bij en doet deze toekomen aan de bevoegde nationale autoriteit van de lidstaat waarin het is gevestigd wanneer die autoriteit daarom verzoekt. De veiler en de veilingtoezichthouder werken ieder voor zich hun lijst regelmatig bij en doen deze toekomen aan de bevoegde nationale autoriteit van de lidstaat waarin het veilingplatform is gevestigd en aan die van de lidstaat van vestiging van de veiler of de veilingtoezichthouder, zoals bepaald in hun respectieve aanwijzingscontracten, wanneer de desbetreffende bevoegde nationale autoriteiten daarom verzoeken.

2.   Personen met leidinggevende verantwoordelijkheden bij het veilingplatform, de veiler of de veilingtoezichthouder, alsook, in voorkomend geval, personen die nauw met hen gelieerd zijn, stellen ten minste de in lid 1 bedoelde bevoegde nationale autoriteit in kennis van de voor hun rekening uitgebrachte, gewijzigde of ingetrokken biedingen met betrekking tot de veilingproducten, daarvan afgeleide producten en andere daarmee verbonden financiële instrumenten.

3.   Personen die onderzoek verrichten of de resultaten van onderzoek verspreiden met betrekking tot de veilingproducten, alsook personen die andere voor distributiekanalen of voor het publiek bestemde informatie voortbrengen of verspreiden waarin beleggingsstrategieën worden aanbevolen of voorgesteld, treffen redelijke maatregelen om te waarborgen dat die informatie een juiste voorstelling van zaken biedt, maken hun belangen bekend en geven belangenconflicten ten aanzien van de veilingproducten aan.

4.   Het veilingplatform treft structurele voorzieningen om marktmanipulatiepraktijken te voorkomen en aan het licht te brengen.

5.   De in artikel 59, lid 1, bedoelde personen die een redelijk vermoeden hebben dat een transactie handel met voorwetenschap of marktmanipulatie inhoudt, stellen onverwijld de bevoegde nationale autoriteit van de lidstaat waarin zij zijn gevestigd daarvan in kennis.

Artikel 43

Toezicht en handhaving

1.   De in artikel 11 van Richtlijn 2003/6/EG bedoelde bevoegde nationale autoriteiten handhaven een doeltreffend markttoezicht en treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de artikelen 37 tot en met 42 van deze verordening worden nageleefd.

2.   De in lid 1 bedoelde bevoegde nationale autoriteiten beschikken over de bevoegdheden waarin de nationale maatregelen ter omzetting van artikel 12 van Richtlijn 2003/6/EG voorzien.

3.   De lidstaten dragen er zorg voor dat de nationale maatregelen ter omzetting van de artikelen 14 en 15 van Richtlijn 2003/6/EG van toepassing zijn op personen die verantwoordelijk zijn voor de niet-naleving van de artikelen 37 tot en met 42 van deze verordening met betrekking tot veilingen die op hun grondgebied of in het buitenland plaatsvinden.

4.   Voor de toepassing van de artikelen 37 tot en met 42 van deze verordening en de leden 1, 2 en 3 van dit artikel zijn de nationale maatregelen ter omzetting van artikel 16 van Richtlijn 2003/6/EG van toepassing op de samenwerking tussen de in lid 1 van dit artikel bedoelde bevoegde nationale autoriteiten.

HOOFDSTUK XI

BETALING EN OVERDRACHT VAN DE VEILINGOPBRENGSTEN

Artikel 44

Betaling door succesvolle bieders en overdracht van opbrengsten aan de lidstaten

1.   Elke succesvolle bieder of zijn rechtsopvolgers, met inbegrip van eventuele namens hen handelende tussenpersonen, betaalt het verschuldigde bedrag, zoals meegedeeld overeenkomstig artikel 61, lid 3, onder c), voor de gewonnen emissierechten, zoals meegedeeld overeenkomstig artikel 61, lid 3, onder a), door via het clearingsysteem of afwikkelingssysteem het verschuldigde bedrag in onbezwaarde middelen over te maken, of ervoor te zorgen dat dit in onbezwaarde middelen wordt overgemaakt, naar de aangewezen bankrekening van de veiler, hetzij vóór, hetzij uiterlijk tegelijk met de levering van de emissierechten op de aangewezen tegoedrekening van de bieder of van zijn rechtsopvolger.

2.   Het veilingplatform, met inbegrip van elk daarmee verbonden clearingsysteem of afwikkelingssysteem, maakt de betalingen van de bieders of eventuele rechtsopvolgers die voortvloeien uit de veiling van onder de hoofdstukken II en III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten over aan de veilers die de betrokken emissierechten hebben geveild.

3.   De betalingen aan de veilers geschieden in euro of in de munteenheid van de aanwijzende lidstaat indien die lidstaat geen deel uitmaakt van het eurogebied, naar keuze van de betrokken lidstaat, ongeacht de munteenheid waarin de betalingen door de bieders gebeuren, mits het betrokken clearingsysteem of afwikkelingssysteem in staat is met de desbetreffende nationale munt te werken.

De wisselkoers is de koers die onmiddellijk na de afsluiting van het biedingsinterval wordt bekendgemaakt door een erkend, in het aanwijzingscontract van het betrokken veilingplatform genoemd financieel nieuwsagentschap.

Artikel 45

Consequenties van te late betaling of niet-betaling

1.   De overeenkomstig artikel 61, lid 3, onder a), aan de succesvolle bieder medegedeelde emissierechten worden slechts aan de succesvolle bieder of zijn rechtsopvolgers geleverd indien het volledige verschuldigde bedrag, zoals meegedeeld overeenkomstig artikel 61, lid 3, onder c), aan de veiler wordt betaald overeenkomstig artikel 44, lid 1.

2.   Een succesvolle bieder of zijn rechtsopvolgers die zijn verplichtingen uit hoofde van lid 1 niet onverkort nakomt binnen de overeenkomstig artikel 61, lid 3, onder d), aan de succesvolle bieder meegedeelde termijn, is in gebreke met betaling.

3.   Aan een bieder die in gebreke is met betaling kunnen beide volgende bedragen, dan wel één daarvan, in rekening worden gebracht:

a)

rente voor elke dag, te beginnen met de dag waarop de betaling overeenkomstig artikel 61, lid 3, onder d), verschuldigd was en eindigend met de dag waarop de betaling wordt uitgevoerd, tegen een op dagbasis berekende rentevoet die in het aanwijzingscontract van het betrokken veilingplatform wordt vastgesteld;

b)

een geldboete die ten goede komt aan de veiler, na aftrek van eventuele kosten die door het clearingsysteem of afwikkelingssysteem zijn ingehouden.

4.   Onverminderd de leden 1, 2 en 3 wordt, indien een succesvolle bieder in gebreke is met betaling, een van de volgende handelwijzen gevolgd:

a)

de centrale tegenpartij neemt als bemiddelaar de emissierechten in ontvangst en draagt zorg voor de betaling van het aan de veiler verschuldigde bedrag;

b)

de afwikkelende instantie wendt aan de bieder ontnomen zekerheden aan ter betaling van het aan de veiler verschuldigde bedrag.

5.   Indien het niet tot een afwikkeling komt, worden de emissierechten geveild in de volgende twee veilingen die bij het betrokken veilingplatform zijn gepland.

HOOFDSTUK XII

LEVERING VAN GEVEILDE EMISSIERECHTEN

Artikel 46

Overdracht van geveilde emissierechten

1.   Overeenkomstig artikel 4, lid 2, geveilde emissierechten worden vóór het verstrijken van de leveringstermijn door het register van de Unie overgedragen naar een aangewezen tegoedrekening, waarop zij door het als bewaarnemer optredende clearingsysteem of afwikkelingssysteem worden bewaard totdat de emissierechten overeenkomstig de resultaten van de veiling aan de succesvolle bieders of hun rechtsopvolgers worden geleverd, zoals bepaald in de toepasselijke, krachtens artikel 19, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG vastgestelde verordening van de Commissie.

2.   Overeenkomstig artikel 4, lid 3, geveilde emissierechten worden vóór de opening van een biedingsinterval door het register van de Unie overgedragen naar een aangewezen tegoedrekening, waarop zij door het als bewaarnemer optredende clearingsysteem of afwikkelingssysteem worden bewaard totdat de emissierechten overeenkomstig de resultaten van de veiling aan de succesvolle bieders of hun rechtsopvolgers worden geleverd, zoals bepaald in de toepasselijke, krachtens artikel 19, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG vastgestelde verordening van de Commissie.

Artikel 47

Levering van geveilde emissierechten

1.   Het clearingsysteem of afwikkelingssysteem wijst elk door een lidstaat geveild emissierecht toe aan een succesvolle bieder, totdat de totale toegewezen hoeveelheid gelijk is aan de hoeveelheid emissierechten die overeenkomstig artikel 61, lid 3, onder a), aan de bieder is meegedeeld.

Aan een bieder kunnen emissierechten worden toegewezen van meer dan één lidstaat die deelneemt aan dezelfde veiling, indien zulks nodig is voor het bereiken van de hoeveelheid emissierechten die overeenkomstig artikel 61, lid 3, onder a), aan de bieder is meegedeeld.

2.   Nadat het verschuldigde bedrag overeenkomstig artikel 44, lid 1, is betaald, worden aan de succesvolle bieder of zijn rechtsopvolger zo spoedig mogelijk, en in elk geval niet later dan de uiterste leveringstermijn, de aan die bieder toegewezen emissierechten geleverd door overdracht van de gehele of een gedeelte van de overeenkomstig artikel 61, lid 3, onder a), aan de bieder meegedeelde hoeveelheid emissierechten van een aangewezen tegoedrekening van het als bewaarnemer optredende clearingsysteem of afwikkelingssysteem naar één of meer aangewezen tegoedrekeningen van de succesvolle bieder of zijn rechtsopvolgers of naar een aangewezen tegoedrekening van een als bewaarnemer van de succesvolle bieder of zijn rechtsopvolgers optredend clearingsysteem of afwikkelingssysteem.

Artikel 48

Te late levering van geveilde emissierechten

1.   Indien het clearingsysteem of afwikkelingssysteem de geveilde emissierechten niet of slechts gedeeltelijk kan leveren wegens omstandigheden buiten zijn macht, levert het de emissierechten zo spoedig mogelijk en aanvaarden de succesvolle bieders of hun rechtsopvolgers de levering op dat latere tijdstip.

2.   De mogelijkheid waarin lid 1 voorziet, is het enige middel waarover een succesvolle bieder of zijn rechtsopvolger beschikt ingeval geveilde emissierechten niet kunnen worden geleverd wegens omstandigheden buiten de macht van het betrokken clearingsysteem of afwikkelingssysteem.

HOOFDSTUK XIII

BEHEER VAN ZEKERHEDEN

Artikel 49

Door de bieder gestelde zekerheden

1.   Van bieders of namens hen handelende tussenpersonen wordt verlangd dat zij vóór de opening van het biedingsinterval voor de veiling van tweedaagse spot of vijfdaagse futures zekerheden stellen.

2.   Alle niet-gebruikte zekerheden die door onsuccesvolle bieders zijn gesteld, worden desgevraagd, tezamen met de eventuele opgebouwde rente op zekerheden in contanten, zo spoedig mogelijk na de afsluiting van het biedingsinterval vrijgegeven.

3.   Alle door succesvolle bieders gestelde zekerheden die niet voor de afwikkeling zijn gebruikt, worden desgevraagd, tezamen met de eventuele opgebouwde rente op zekerheden in contanten, zo spoedig mogelijk na de afwikkeling vrijgegeven.

Artikel 50

Door de veiler gestelde zekerheden

1.   Van de veiler wordt alleen verlangd dat hij vóór de opening van het biedingsinterval voor de veiling van tweedaagse spot of vijfdaagse futures zekerheden stelt in de vorm van emissierechten die in afwachting van hun levering worden bewaard door het als bewaarnemer optredende clearingsysteem of afwikkelingssysteem.

2.   Zodra de juridische en technische middelen voor de levering van emissierechten zijn geïmplementeerd, kunnen de door de lidstaten gestelde zekerheden met betrekking tot de veiling van futures of forwards, indien de veilende lidstaat zulks wenst en mits het veilingplatform daarmee instemt, worden vrijgegeven en vervangen door emissierechten die in afwachting van hun levering worden bewaard door het als bewaarnemer optredende clearingsysteem of afwikkelingssysteem.

3.   Overeenkomstig lid 1 of lid 2 gestelde zekerheden die niet worden gebruikt, kunnen, indien de veilende lidstaat zulks wenst, in afwachting van hun levering worden bewaard op een aangewezen tegoedrekening van het als bewaarnemer optredende clearingsysteem of afwikkelingssysteem.

HOOFDSTUK XIV

VERGOEDINGEN EN KOSTEN

Artikel 51

Structuur en hoogte van de vergoedingen

1.   De structuur en de hoogte van de vergoedingen en alle daarmee samenhangende voorwaarden welke door een veilingplatform en een clearingsysteem of afwikkelingssysteem worden toegepast, zijn niet minder gunstig dan vergelijkbare standaardvergoedingen en -voorwaarden die gelden op de secundaire markt.

2.   Een veilingplatform en een clearingsysteem of afwikkelingssysteem mogen alleen vergoedingen, inhoudingen en voorwaarden toepassen die uitdrukkelijk in hun aanwijzingscontract zijn vermeld.

3.   Alle overeenkomstig de leden 1 en 2 toegepaste vergoedingen en voorwaarden zijn duidelijk omschreven, gemakkelijk te begrijpen en openbaar. Zij zijn gespecificeerd, zodat voor elk type dienst de bijbehorende vergoeding wordt vermeld.

Artikel 52

Kosten van het veilingproces

1.   Onverminderd lid 2 worden de kosten van de in artikel 27, lid 1, artikel 28, lid 1, en artikel 31 bedoelde diensten gedekt uit vergoedingen die door de bieders worden betaald, met de volgende uitzonderingen:

a)

de kosten van een centrale tegenpartij die bij veiling van emissierechten in de vorm van forwards een overheidsgarantie aanvaardt in de plaats van andere zekerheden dan contanten, worden gedragen door de veilende lidstaat die de overheidsgarantie aanbiedt;

b)

alle kosten verbonden aan de in artikel 22, leden 2 en 3, bedoelde regelingen tussen de veiler en het veilingplatform die de veiler in staat stellen om voor de aanwijzende lidstaat emissierechten te veilen, met uitsluiting evenwel van de kosten van elk met het betrokken veilingplatform verbonden clearingsysteem of afwikkelingssysteem, worden gedragen door de veilende lidstaat.

De in de eerste alinea, onder a) en b), bedoelde kosten worden ingehouden op de veilingopbrengsten die aan de veilers worden uitbetaald overeenkomstig artikel 44, leden 2 en 3.

2.   Wanneer een lidstaat de in artikel 26, lid 6, eerste alinea, bedoelde gezamenlijkeaanbestedingsovereenkomst niet binnen de in artikel 30, lid 4, vastgestelde termijn heeft onderschreven maar zich achteraf bij de gezamenlijke actie aansluit, kan van hem worden verlangd dat hij zijn deel van de kosten van de in artikel 27, lid 1, en artikel 28, lid 1, bedoelde diensten draagt vanaf het tijdstip waarop bedoelde lidstaat emissierechten begint te veilen via het overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatform tot de beëindiging of het verstrijken van de aanwijzingstermijn van dat veilingplatform.

In welke mate een dergelijke lidstaat zijn deel van de kosten van de in artikel 27, lid 1, en artikel 28, lid 1, bedoelde diensten dient te dragen, wordt vastgesteld in de gezamenlijkeaanbestedingsovereenkomst en het contract met het betrokken veilingplatform.

Van een lidstaat wordt niet verlangd dat hij zijn deel van de kosten overeenkomstig dit lid draagt als hij zich na het verstrijken van de in artikel 30, lid 5, tweede alinea, bedoelde aanwijzingstermijn bij de gezamenlijke actie aansluit of als hij zich bij de gezamenlijke actie aansluit indien de in artikel 30, lid 7, bedoelde opneming van een overeenkomstig artikel 30, lid 6, aangemeld veilingplatform niet plaatsvindt.

De kosten die de bieders overeenkomstig lid 1 moeten dragen, worden verminderd met het bedrag van de krachtens dit lid door een lidstaat gedragen kosten.

3.   Het aandeel van de kosten van de veilingtoezichthouder dat varieert naargelang van het aantal veilingen, en dat wordt gespecificeerd in het aanwijzingscontract van de veilingtoezichthouder, wordt gelijkmatig verdeeld over het aantal veilingen. Alle overige kosten van de veilingtoezichthouder die gespecificeerd worden in het aanwijzingscontract van de veilingtoezichthouder, behalve de kosten die verband houden met verslagen die in het kader van artikel 25, lid 4, worden uitgebracht, worden gelijkmatig verdeeld over het aantal veilingplatforms, tenzij anders vermeld in het aanwijzingscontract van de veilingtoezichthouder.

Het aandeel van de kosten van de veilingtoezichthouder dat verband houdt met een overeenkomstig artikel 30, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatform, met inbegrip van de kosten van verslagen waarom in het kader van artikel 25, lid 4, is verzocht, wordt gedragen door de aanwijzende lidstaat.

Het aandeel van de kosten van de veilingtoezichthouder dat verband houdt met een overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatform wordt over de aan de gezamenlijke actie deelnemende lidstaten verdeeld in verhouding tot hun aandeel in de totale hoeveelheid emissierechten die op het betrokken veilingplatform wordt geveild.

De kosten van de veilingtoezichthouder die door elke lidstaat worden gedragen, worden ingehouden op de veilingopbrengsten die overeenkomstig artikel 23, onder c), door de veilers aan de aanwijzende lidstaat worden uitbetaald.

HOOFDSTUK XV

TOEZICHT OP DE VEILINGEN, CORRIGERENDE MAATREGELEN EN SANCTIES

Artikel 53

Samenwerking met de veilingtoezichthouder

1.   De veilers, de veilingplatforms en de bevoegde nationale autoriteiten die toezicht op hen uitoefenen, verstrekken de veilingtoezichthouder desgevraagd alle informatie over de veilingen waarover zij beschikken en die redelijkerwijs noodzakelijk kan worden geacht voor de uitoefening van de taken van de veilingtoezichthouder.

2.   De veilingtoezichthouder is gerechtigd het verloop van de veilingen te observeren.

3.   De veilers, de veilingplatforms en de bevoegde nationale autoriteiten die toezicht op hen uitoefenen, helpen de veilingtoezichthouder bij het vervullen van zijn taken door op hun eigen werkterrein actief met de veilingtoezichthouder samen te werken.

4.   De bevoegde nationale autoriteiten die toezicht houden op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en de bevoegde nationale autoriteiten die toezicht houden op personen aan wie overeenkomstig artikel 18, lid 2, vergunning is verleend om voor anderen biedingen uit te brengen, helpen de veilingtoezichthouder bij het vervullen van zijn taken door binnen hun eigen bevoegdheid actief met de veilingtoezichthouder samen te werken.

5.   Met betrekking tot de verplichtingen die de bevoegde nationale autoriteiten bij de leden 1, 3 en 4 worden opgelegd, wordt rekening gehouden met het beroepsgeheim waartoe zij krachtens het recht van de Unie zijn gehouden.

Artikel 54

Bewaking van de relatie met bieders

1.   Een veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, bewaakt de relatie met de bieders die de toelating hebben om in zijn veilingen te bieden zo lang die relatie blijft bestaan, door middel van:

a)

een nauwgezette analyse van de biedingen die in de loop van die relatie worden uitgebracht, teneinde te garanderen dat het biedingsgedrag van de bieder strookt met de kennis die het veilingplatform van de cliënt en diens bedrijfs- en risicoprofiel heeft, zo nodig met inbegrip van de oorsprong van zijn financiële middelen;

b)

de handhaving van doeltreffende regelingen en procedures om regelmatig te controleren of de personen die overeenkomstig artikel 19, leden 1, 2 en 3, de toelating hebben om biedingen uit te brengen, de op zijn markt geldende gedragsregels naleven;

c)

de bewaking van de transacties van personen die overeenkomstig artikel 19, leden 1, 2 en 3, en artikel 20, lid 6, de toelating hebben om biedingen uit te brengen, door gebruik te maken van zijn systemen voor het aan het licht brengen van overtredingen van de onder b) bedoelde regels, onbillijke of niet-reguliere veilingomstandigheden of gedrag dat aanleiding kan geven tot marktmisbruik.

Bij de nauwgezette analyse van biedingen overeenkomstig de eerste alinea, onder a), besteedt het betrokken veilingplatform bijzondere aandacht aan alle activiteiten waarvan het meent dat zij, wegens hun aard, verband kunnen houden met witwassen van geld, financiering van terrorisme of criminele activiteiten.

2.   Een veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, zorgt ervoor dat de documenten, gegevens of informatie die het met betrekking tot een bieder bijhoudt, regelmatig worden bijgewerkt. Daartoe kan dat veilingplatform:

a)

de bieder verzoeken om alle informatie als bedoeld in artikel 19, leden 2 en 3, en artikel 20, leden 5, 6 en 7, ten behoeve van de bewaking van de relatie met die bieder vanaf het moment dat deze de toelating om in de veilingen te bieden heeft verkregen, zulks zo lang die relatie blijft bestaan en gedurende een periode van vijf jaar na de beëindiging ervan;

b)

van personen die de toelating hebben om te bieden, verlangen dat zij op geregelde tijdstippen opnieuw een aanvraag tot toelating om te bieden indienen;

c)

van personen die de toelating hebben om te bieden, verlangen dat zij het veilingplatform onverwijld in kennis stellen van elke wijziging in de overeenkomstig artikel 19, leden 2 en 3, en artikel 20, leden 5, 6 en 7, overgelegde informatie.

3.   Elk veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, houdt een dossier bij van:

a)

de aanvraag tot toelating om te bieden die door een aanvrager overeenkomstig artikel 19, leden 2 en 3, is ingediend, met inbegrip van alle latere wijzigingen;

b)

de controles die zijn uitgevoerd bij:

i)

de behandeling van de ingediende aanvraag tot toelating om te bieden, overeenkomstig de artikelen 19, 20 en 21;

ii)

de nauwgezette controle en bewaking van de relatie, overeenkomstig lid 1, onder a) en c), nadat de aanvrager de toelating heeft verkregen om biedingen uit te brengen;

c)

alle informatie betreffende elke specifieke bieding die door elke bieder in een veiling is uitgebracht, met inbegrip van de eventuele intrekking of wijziging van die bieding overeenkomstig artikel 6, lid 3, tweede alinea, en lid 4;

d)

alle informatie betreffende het verloop van elke veiling waarin een bieder een bieding heeft uitgebracht.

4.   Elk veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, houdt het in lid 3 bedoelde dossier bij zo lang de bieder de toelating heeft om biedingen uit te brengen in zijn veilingen, en nog ten minste vijf jaar na de beëindiging van de relatie met die bieder.

Artikel 55

Melding van witwassen van geld, financiering van terrorisme en criminele activiteiten

1.   De in artikel 37, lid 1, van Richtlijn 2005/60/EG bedoelde bevoegde nationale autoriteiten voeren controles uit en treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, de eisen inzake klantenonderzoeksprocedures van artikel 19 en artikel 20, lid 6, de eisen inzake bewaking en het bijhouden van dossiers van artikel 54 en de meldingsvoorschriften van de leden 2 en 3 van dit artikel naleeft.

De in de eerste alinea bedoelde bevoegde nationale autoriteiten beschikken over de bevoegdheden waarin de nationale maatregelen ter omzetting van artikel 37, leden 2 en 3, van Richtlijn 2005/60/EG voorzien.

Een veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, kan aansprakelijk worden gesteld voor inbreuken op artikel 19, artikel 20, leden 6 en 7, artikel 21, leden 1 en 2, artikel 54 en de leden 2 en 3 van dit artikel. De nationale maatregelen ter omzetting van artikel 39 van Richtlijn 2005/60/EG zijn in dit verband van toepassing.

2.   Elk veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, en de directie en het personeel daarvan, verlenen hun volledige medewerking aan de in artikel 21 van Richtlijn 2005/60/EG bedoelde FIE door onverwijld:

a)

de FIE uit eigen beweging te informeren wanneer zij weten, vermoeden of goede redenen hebben om te vermoeden dat in de veilingen witwassen van geld, financiering van terrorisme of criminele activiteiten plaatsvinden of hebben plaatsgevonden of dat een poging daartoe wordt of is ondernomen;

b)

de FIE op haar verzoek alle vereiste informatie te verstrekken, overeenkomstig de volgens de geldende wetgeving vastgestelde procedures.

3.   De in lid 2 bedoelde informatie wordt toegezonden aan de FIE van de lidstaat op wiens grondgebied het betrokken veilingplatform is gelegen.

De voor de toezending van informatie uit hoofde van dit artikel verantwoordelijke persoon of personen wordt/worden aangewezen bij de nationale maatregelen ter omzetting van de in artikel 34, lid 1, van Richtlijn 2005/60/EG bedoelde beleidslijnen en procedures op het gebied van nalevingsbeheer en communicatie.

4.   De lidstaat op wiens grondgebied zich een veilingplatform bevindt dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, zorgt ervoor dat de nationale maatregelen ter omzetting van de artikelen 26 tot en met 29, artikel 32, artikel 34, lid 1, en artikel 35 van Richtlijn 2005/60/EG van toepassing zijn op het betrokken veilingplatform.

Artikel 56

Melding van marktmisbruik

1.   Een veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, doet bij de uit hoofde van artikel 43, lid 2, van Richtlijn 2004/39/EG aangewezen bevoegde nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op het betrokken veilingplatform of voor het onderzoek en de vervolging van marktmisbruik dat op of via de systemen van het betrokken veilingplatform plaatsvindt, melding van elk vermoeden van marktmisbruik door personen die de toelating hebben om in de veilingen te bieden, of door personen namens wie een persoon die de toelating heeft om in de veilingen te bieden, handelt.

De nationale maatregelen ter omzetting van artikel 25, lid 2, van Richtlijn 2005/60/EG zijn van toepassing.

2.   Het betrokken veilingplatform stelt de veilingtoezichthouder en de Commissie in kennis van het feit dat het overeenkomstig lid 1 melding heeft gedaan, en vermeldt daarbij welke corrigerende maatregelen het heeft genomen of voornemens is te nemen om de in lid 1 bedoelde gedraging tegen te gaan.

Artikel 57

Maximumomvang voor biedingen en andere corrigerende maatregelen

1.   Elk veilingplatform kan, na raadpleging van de Commissie en na haar advies te hebben verkregen, een maximumomvang voor biedingen of andere corrigerende maatregelen opleggen die nodig zijn om een feitelijk of potentieel onderkenbaar risico van marktmisbruik, witwassen van geld, financiering van terrorisme of andere criminele activiteiten alsook concurrentiebeperkend gedrag te beperken, mits dat risico door de invoering van een maximumomvang voor biedingen of andere corrigerende maatregelen daadwerkelijk wordt beperkt. De Commissie kan de betrokken lidstaten en de veilingtoezichthouder raadplegen en hun advies inwinnen over het door het betrokken veilingplatform gedane voorstel. Het betrokken veilingplatform houdt zo veel mogelijk rekening met het advies van de Commissie.

2.   De maximumomvang voor biedingen wordt uitgedrukt als percentage van de totale hoeveelheid emissierechten die in een gegeven veiling wordt geveild of als percentage van de totale hoeveelheid emissierechten die in een gegeven jaar wordt geveild, naargelang welke mogelijkheid het meest geschikt is om het in artikel 56, lid 1, omschreven risico van marktmisbruik te ondervangen.

3.   Voor de toepassing van dit artikel wordt onder maximumomvang voor biedingen de maximumhoeveelheid emissierechten verstaan waarop direct of indirect mag worden geboden door de in artikel 18, lid 1 of lid 2, genoemde groepen personen die tot een van de volgende categorieën behoren:

a)

dezelfde groep ondernemingen, met inbegrip van eventuele moederondernemingen, haar dochterondernemingen en verbonden ondernemingen;

b)

dezelfde bedrijfsgroep;

c)

een afzonderlijke economische eenheid met een onafhankelijke beslissingsbevoegdheid wanneer een publiekrechtelijke instantie of een entiteit die staatseigendom is direct of indirect zeggenschap over hen uitoefent.

Artikel 58

Op de markt geldende gedragsregels en andere contractuele regelingen

De artikelen 53 tot en met 57 laten eventuele andere maatregelen onverlet die een veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, gerechtigd is te nemen krachtens de op zijn markt geldende gedragsregels of andere direct of indirect toepasselijke contractuele regelingen met bieders die de toelating hebben om in de veilingen te bieden, mits die maatregelen niet strijdig zijn met de bepalingen van de artikelen 53 tot en met 57 en deze niet ondermijnen.

Artikel 59

Gedragsregels voor andere personen aan wie overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder b) en c), en artikel 18, lid 2, vergunning is verleend om voor anderen te bieden

1.   Dit artikel is van toepassing op:

a)

personen aan wie vergunning is verleend om te bieden overeenkomstig artikel 18, lid 2;

b)

in artikel 18, lid 1, onder b) en c), bedoelde beleggingsondernemingen en kredietinstellingen waaraan vergunning is verleend om te bieden overeenkomstig artikel 18, lid 3.

2.   De in lid 1 bedoelde personen passen in hun relaties met hun cliënten de volgende gedragsregels toe:

a)

zij aanvaarden instructies van hun cliënten onder vergelijkbare voorwaarden;

b)

zij kunnen, met inachtneming van de nationale wetgeving ter omzetting van de artikelen 24 en 28 van Richtlijn 2005/60/EG, weigeren om biedingen uit te brengen voor een cliënt indien zij goede redenen hebben om witwassen van geld, financiering van terrorisme, criminele activiteiten of marktmisbruik te vermoeden;

c)

zij kunnen weigeren een bieding uit te brengen voor een cliënt indien zij goede redenen hebben om te vermoeden dat de cliënt niet bij machte is te betalen voor de emissierechten waarvoor hij de bieding wenst uit te brengen;

d)

zij sluiten een schriftelijke overeenkomst met hun cliënten. De gesloten overeenkomsten leggen de betrokken cliënten geen oneerlijke voorwaarden of beperkingen op. Zij vermelden alle voorwaarden betreffende de aangeboden diensten, met name betreffende de betaling en levering van de emissierechten;

e)

zij kunnen van hun cliënten een deposito verlangen als aanbetaling voor de emissierechten;

f)

zij mogen het aantal biedingen dat een cliënt kan uitbrengen, niet nodeloos beperken;

g)

zij mogen niet voorkomen of tegengaan dat hun cliënten gebruikmaken van de diensten van andere entiteiten die krachtens artikel 18, lid 1, onder b) tot en met e), en artikel 18, lid 2, gerechtigd zijn om voor hen biedingen uit te brengen in de veilingen;

h)

zij nemen de belangen in acht van de cliënten die hun opdragen om voor hen biedingen uit te brengen in de veilingen;

i)

zij behandelen hun cliënten billijk en zonder te discrimineren;

j)

zij beschikken over interne systemen en procedures waarmee verzoeken van cliënten om als agent in een veiling op te treden kunnen worden verwerkt, waarmee op doeltreffende wijze aan veilingen kan worden deelgenomen, met name wat het uitbrengen van biedingen voor hun cliënten betreft, en waarmee betalingen en zekerheden in ontvangst kunnen worden genomen van en emissierechten kunnen worden overgedragen aan de cliënten namens wie zij handelen;

k)

zij voorkomen dat vertrouwelijke informatie vanuit het deel van hun bedrijf dat verantwoordelijk is voor het ontvangen, voorbereiden en uitbrengen van biedingen voor hun cliënten, wordt doorgegeven aan het deel van hun bedrijf dat verantwoordelijk is voor het voorbereiden en uitbrengen van biedingen voor eigen rekening of aan het deel van hun bedrijf dat verantwoordelijk is voor hun activiteiten voor eigen rekening op de secundaire markt;

l)

zij houden een dossier bij met daarin de informatie die zij hebben verkregen of geproduceerd in hun hoedanigheid van tussenpersonen die in de veilingen biedingen uitbrengen voor hun cliënten, en bewaren deze informatie gedurende vijf jaar, te rekenen vanaf de datum waarop zij is verkregen of geproduceerd.

Het bedrag van het onder e) bedoelde deposito wordt op billijke en redelijke wijze berekend.

De methode van berekening van het onder e) bedoelde deposito wordt beschreven in de conform punt d) gesloten overeenkomsten.

Het gedeelte van het onder e) bedoelde deposito dat niet wordt gebruikt voor de betaling van de emissierechten, wordt aan de betaler gerestitueerd binnen een redelijke termijn na de veiling die in de conform punt d) gesloten overeenkomsten wordt vermeld.

3.   De in lid 1 bedoelde personen passen de volgende gedragsregels toe wanneer zij voor eigen rekening of voor hun cliënten biedingen uitbrengen:

a)

zij verstrekken alle informatie die door een veilingplatform waarbij zij de toelating hebben om te bieden, of door de veilingtoezichthouder met het oog op de vervulling van hun taken uit hoofde van deze verordening wordt opgevraagd;

b)

zij gaan te werk met integriteit, redelijke vakkundigheid, zorg en inzet.

4.   De bevoegde nationale autoriteiten die zijn aangewezen door de lidstaten waarin de in lid 1 bedoelde personen zijn gevestigd, zijn bevoegd om die personen vergunning te verlenen om de in dat lid bedoelde activiteiten uit te oefenen en om de naleving van de in de leden 2 en 3 vastgestelde gedragsregels te bewaken en te handhaven, met inbegrip van de behandeling van eventuele klachten wegens niet-naleving van die gedragsregels.

5.   De in lid 4 bedoelde bevoegde nationale autoriteiten verlenen de in lid 1 bedoelde personen alleen een vergunning indien deze personen aan alle hierna genoemde voorwaarden voldoen:

a)

zij staan als voldoende betrouwbaar bekend en zijn voldoende ervaren om een correcte naleving van de in de leden 2 en 3 vastgestelde gedragsregels te waarborgen;

b)

zij passen de nodige procedures en controles toe om belangenconflicten te ondervangen en te handelen in het belang van hun cliënten;

c)

zij voldoen aan de eisen van de nationale wetgeving waarin Richtlijn 2005/60/EG is omgezet;

d)

zij voldoen aan alle andere noodzakelijk geachte voorwaarden met betrekking tot de aard van de geboden biedingsdiensten, de mate van kennis van zaken van de betrokken cliënten zoals die uit hun investeerders- of handelsprofiel naar voren komt, en een risicogerelateerde beoordeling van de kans op witwassen van geld, financiering van terrorisme of criminele activiteiten.

6.   De bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaat waarin aan de in lid 1 bedoelde personen een vergunning tot bieden wordt verleend, bewaken en handhaven de naleving van de in lid 5 genoemde voorwaarden. De lidstaat ziet erop toe dat:

a)

zijn bevoegde nationale autoriteiten over de noodzakelijke onderzoeksbevoegdheden beschikken en doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties toepassen;

b)

een mechanisme wordt ingesteld voor de behandeling van klachten en de intrekking van vergunningen indien personen die een vergunning hadden verkregen, hun uit die vergunning voortvloeiende verplichtingen niet nakomen;

c)

zijn bevoegde nationale autoriteiten een overeenkomstig lid 5 verleende vergunning kunnen intrekken indien een in lid 1 bedoelde persoon de bepalingen van de leden 2 en 3 ernstig en stelselmatig heeft geschonden.

7.   Cliënten van de in lid 1 bedoelde bieders kunnen eventuele klachten betreffende de naleving van de in lid 2 vastgestelde gedragsregels richten tot de in lid 3 bedoelde bevoegde autoriteiten, overeenkomstig de procedureregels die in de lidstaat waarin toezicht op de in lid 1 bedoelde persoon wordt uitgeoefend, zijn vastgesteld voor de behandeling van dergelijke klachten.

8.   Aan de in lid 1 bedoelde personen die de toelating hebben verkregen om op een veilingplatform biedingen uit te brengen overeenkomstig de artikelen 18, 19 en 20, is het, zonder dat zij aan nadere wettelijke of administratieve eisen van de lidstaten hoeven te voldoen, toegestaan biedingsdiensten aan te bieden aan de in artikel 19, lid 3, onder a), bedoelde cliënten.

HOOFDSTUK XVI

TRANSPARANTIE EN GEHEIMHOUDING

Artikel 60

Bekendmaking

1.   Alle wetgeving, richtsnoeren, instructies, formulieren, documenten, aankondigingen, met inbegrip van de veilingkalender, alle andere niet-vertrouwelijke informatie die betrekking heeft op de op een gegeven veilingplatform gehouden veilingen, elk besluit, met inbegrip van besluiten uit hoofde van artikel 57 tot vaststelling van een maximumomvang voor biedingen en andere corrigerende maatregelen die nodig zijn om een feitelijk of potentieel onderkenbaar risico van witwassen van geld, financiering van terrorisme, criminele activiteiten of marktmisbruik op dat veilingplatform te beperken, worden bekendgemaakt op een door het betrokken veilingplatform speciaal daarvoor opgezette en regelmatig bijgewerkte veilingwebsite.

Informatie die niet langer relevant is, wordt gearchiveerd. Die archieven zijn toegankelijk via dezelfde veilingwebsite.

2.   Van de verslagen van de veilingtoezichthouder aan de lidstaten en de Commissie overeenkomstig artikel 25, leden 1 en 2, wordt een niet-vertrouwelijke versie gepubliceerd op de website van de Commissie.

Verslagen die niet langer relevant zijn, worden gearchiveerd. Die archieven zijn toegankelijk via de website van de Commissie.

3.   Een overzicht met de namen, adressen, telefoon- en faxnummers, e-mailadressen en websites van alle personen die de toelating hebben om voor anderen biedingen uit te brengen in de veilingen op een veilingplatform dat tweedaagse spot of vijfdaagse futures veilt, wordt op de website van het betrokken veilingplatform gepubliceerd.

Artikel 61

Bekendmaking en kennisgeving van de resultaten van veilingen

1.   Een veilingplatform maakt de resultaten van elke veiling die het heeft gehouden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 15 minuten na de afsluiting van het biedingsinterval bekend.

2.   De bekendmaking overeenkomstig lid 1 omvat ten minste de volgende elementen:

a)

de hoeveelheid geveilde emissierechten;

b)

de toewijzingsprijs in euro;

c)

de totale omvang van de uitgebrachte biedingen;

d)

het totale aantal bieders en het aantal succesvolle bieders;

e)

ingeval een veiling is geannuleerd, de veilingen waarnaar de betrokken hoeveelheid emissierechten wordt overgeheveld;

f)

de totale opbrengst van de veiling;

g)

in het geval van overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, aangewezen veilingplatforms, de verdeling van de opbrengst over de lidstaten.

3.   Tegelijk met de bekendmaking overeenkomstig lid 1 stelt het veilingplatform elke succesvolle bieder die via zijn systemen een bieding heeft uitgebracht, in kennis van:

a)

de totale hoeveelheid emissierechten die aan die bieder wordt toegewezen;

b)

welke van zijn in voorkomend geval samenvallende biedingen door middel van een toevalsproces zijn geselecteerd;

c)

het verschuldigde bedrag, hetzij in euro, hetzij in de munt van een lidstaat die geen deel uitmaakt van het eurogebied, naar keuze van de bieder, mits het clearingsysteem of afwikkelingssysteem in staat is met de desbetreffende nationale munt te werken;

d)

de termijn waarbinnen het verschuldigde bedrag in onbezwaarde middelen moet worden gestort op de aangewezen bankrekening van de veiler.

4.   Indien de door de bieder gekozen munt niet de euro is, stelt het veilingplatform de succesvolle bieder in kennis van de wisselkoers die het bij de omrekening van het verschuldigde bedrag naar de door de succesvolle bieder gekozen munt heeft toegepast.

Die wisselkoers is de koers die onmiddellijk na de afsluiting van het biedingsinterval wordt bekendgemaakt door een erkend, in het aanwijzingscontract van het betrokken veilingplatform genoemd financieel nieuwsagentschap.

5.   Een veilingplatform stelt het desbetreffende met dat platform verbonden clearingsysteem of afwikkelingssysteem in kennis van de aan elke succesvolle bieder overeenkomstig lid 3 meegedeelde informatie.

Artikel 62

Bescherming van vertrouwelijke informatie

1.   De volgende informatie is vertrouwelijk:

a)

de inhoud van biedingen;

b)

de inhoud van eventuele biedingsinstructies, zelfs als geen bieding wordt uitgebracht;

c)

informatie die de identiteit van de bieder onthult, of waaruit de identiteit van de bieder kan worden afgeleid, in combinatie met een van de volgende elementen:

i)

het aantal emissierechten dat de bieder in een veiling wenst te verwerven;

ii)

de prijs die de bieder bereid is voor die emissierechten te betalen;

d)

informatie over, of afgeleid uit, één of meer biedingen of biedingsinstructies die afzonderlijk of gezamenlijk:

i)

voordat een veiling plaatsvindt een aanwijzing kan geven over de omvang van de vraag naar emissierechten;

ii)

voordat een veiling plaatsvindt een aanwijzing kan geven over de toewijzingsprijs;

e)

informatie verstrekt door personen in het kader van de totstandbrenging of continuering van de relatie met bieders of in het kader van de bewaking van die relatie overeenkomstig de artikelen 19, 20, 21 en 54;

f)

de overeenkomstig artikel 25, leden 1 tot en met 6, uitgebrachte verslagen en adviezen van de veilingtoezichthouder, met uitzondering van de gedeelten daarvan die zijn opgenomen in de niet-vertrouwelijke versies van de verslagen van de veilingtoezichthouder welke overeenkomstig artikel 60, lid 2, door de Commissie worden gepubliceerd;

g)

bedrijfsgeheimen die zijn medegedeeld door personen die deelnemen aan een concurrerend aanbestedingsproces ter aanwijzing van een veilingplatform of de veilingtoezichthouder;

h)

informatie over het algoritme dat voor het in artikel 7, lid 2, bedoelde toevalsproces voor de selectie van samenvallende biedingen wordt gebruikt;

i)

informatie over de methode ter bepaling van hetgeen moet worden aangemerkt als een toewijzingsprijs die aanmerkelijk lager is dan de prijs op de secundaire markt voor en tijdens de veiling, als bedoeld in artikel 7, lid 6.

2.   Een persoon die direct of indirect vertrouwelijke informatie heeft verkregen, maakt deze informatie niet openbaar in andere dan de in lid 3 genoemde gevallen.

3.   Lid 2 belet niet de openbaarmaking van vertrouwelijke informatie die:

a)

reeds op wettige wijze ter beschikking van het publiek is gesteld;

b)

openbaar wordt gemaakt met de schriftelijke toestemming van een bieder, een persoon die de toelating heeft om te bieden, of een persoon die een aanvraag tot toelating om te bieden indient;

c)

bekend of openbaar moet worden gemaakt krachtens een uit het recht van de Unie voortvloeiende verplichting;

d)

openbaar wordt gemaakt op grond van een rechterlijke uitspraak;

e)

openbaar wordt gemaakt ten behoeve van een in de Unie gevoerd strafrechtelijk, administratief of gerechtelijk onderzoek of proces;

f)

door een veilingplatform wordt meegedeeld aan de veilingtoezichthouder om deze in staat te stellen of deze te helpen zijn taken uit te oefenen of zijn verplichtingen na te komen in verband met de veilingen;

g)

vóór de openbaarmaking op zodanige wijze is samengevat of bewerkt dat het onwaarschijnlijk is dat de informatie nog te herleiden is tot:

i)

afzonderlijke biedingen of biedingsinstructies;

ii)

afzonderlijke veilingen;

iii)

individuele bieders, kandidaat-bieders of personen die een aanvraag tot toelating om te bieden hebben ingediend;

iv)

afzonderlijke aanvragen tot toelating om te bieden;

v)

relaties met individuele bieders;

h)

valt onder lid 1, onder f), mits zij op niet-discriminerende en ordelijke wijze openbaar wordt gemaakt door de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten voor zover het onder artikel 25, lid 2, onder c), vallende informatie betreft en door de Commissie voor zover het van andere onder artikel 25, lid 2, vallende informatie betreft;

i)

valt onder lid 1, onder g), mits zij wordt meegedeeld aan voor de lidstaten of voor de Commissie werkzame personen die betrokken zijn bij het in lid 1, onder g), bedoelde concurrerende aanbestedingsproces en die zelf uit hoofde van hun functie gebonden zijn door het beroepsgeheim;

j)

openbaar wordt gemaakt na het verstrijken van een termijn van 30 maanden die aanvangt op een van de volgende tijdstippen, onder voorbehoud van een eventuele geheimhoudingsplicht krachtens het recht van de Unie in verband met hun beroep:

i)

voor vertrouwelijke informatie als bedoeld in lid 1, onder a) tot en met d): de dag waarop het biedingsinterval wordt geopend van de veiling waarin de vertrouwelijke informatie voor het eerst openbaar wordt gemaakt;

ii)

voor vertrouwelijke informatie als bedoeld in lid 1, onder e): de dag waarop de relatie met een bieder wordt beëindigd;

iii)

voor vertrouwelijke informatie als bedoeld in lid 1, onder f): de dag waarop het verslag of advies van de veilingtoezichthouder wordt ingediend;

iv)

voor vertrouwelijke informatie als bedoeld in lid 1, onder g): de dag waarop de informatie in het concurrerende aanbestedingsproces wordt overgelegd.

4.   De maatregelen die ervoor moeten zorgen dat vertrouwelijke informatie niet onrechtmatig openbaar wordt gemaakt, alsook de consequenties van een eventuele onrechtmatige openbaarmaking door een veilingplatform of door de veilingtoezichthouder, met inbegrip van personen die onder contract voor hen werken, worden in de aanwijzingscontracten van de veilingplatforms en de veilingtoezichthouder vermeld.

5.   Vertrouwelijke informatie verkregen door een veilingplatform of door de veilingtoezichthouder, met inbegrip van personen die onder contract voor hen werken, wordt uitsluitend gebruikt ter nakoming van hun verplichtingen of ter uitvoering van hun taken in samenhang met de veilingen.

6.   De leden 1 tot en met 5 beletten niet dat vertrouwelijke informatie wordt uitgewisseld tussen een veilingplatform en de veilingtoezichthouder of tussen hen en:

a)

de bevoegde nationale autoriteiten die toezicht uitoefenen op een veilingplatform;

b)

de bevoegde nationale autoriteiten die belast zijn met het onderzoek en de vervolging van witwassen van geld, financiering van terrorisme, criminele activiteiten of marktmisbruik;

c)

de Commissie.

Krachtens dit lid uitgewisselde vertrouwelijke informatie mag niet in strijd met lid 2 worden meegedeeld aan andere dan de onder a), b) en c) bedoelde personen.

7.   Alle personen die voor een veilingplatform of voor de veilingtoezichthouder werken of hebben gewerkt en bij de veilingen betrokken zijn, zijn gebonden door het beroepsgeheim en dragen er zorg voor dat vertrouwelijke informatie overeenkomstig dit artikel wordt beschermd.

Artikel 63

Taalregeling

1.   De schriftelijke informatie die door een veilingplatform uit hoofde van artikel 60, leden 1 en 3, of door de veilingtoezichthouder uit hoofde van artikel 60, lid 2, of in het kader van hun aanwijzingscontract wordt verstrekt en die niet in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt, is gesteld in een in internationale financiële kringen gebruikelijke taal.

2.   Elke lidstaat kan op eigen kosten voorzien in de vertaling van alle in lid 1 bedoelde informatie van een veilingplatform in de officiële taal of talen van die lidstaat.

Wanneer een lidstaat op eigen kosten voorziet in de vertaling van alle onder lid 1 vallende informatie afkomstig van het overeenkomstig artikel 26, lid 1, aangewezen veilingplatform, voorziet elke lidstaat die overeenkomstig artikel 30, lid 1, een veilingplatform heeft aangewezen, op eigen kosten ook in de vertaling in diezelfde taal van alle onder lid 1 vallende informatie afkomstig van het veilingplatform dat hij overeenkomstig artikel 30, lid 1, heeft aangewezen.

3.   Indieners van een aanvraag tot toelating om te bieden en personen die de toelating hebben om te bieden, mogen de volgende bescheiden indienen in de officiële taal van de Unie die zij overeenkomstig lid 4 hebben gekozen, mits een lidstaat heeft besloten om overeenkomstig lid 2 in een vertaling in die taal te voorzien:

a)

hun aanvragen tot toelating om te bieden, met inbegrip van eventuele ondersteunende documenten;

b)

hun biedingen, met inbegrip van de eventuele intrekking of wijziging daarvan;

c)

alle verzoeken om informatie betreffende de punten a) of b).

Een veilingplatform kan verzoeken om een gewaarmerkte vertaling in een in internationale financiële kringen gebruikelijke taal.

4.   Indieners van een aanvraag tot toelating om te bieden, personen die de toelating hebben om te bieden en bieders die deelnemen aan een veiling, kiezen een van de officiële talen van de Unie als de taal waarin zij alle kennisgevingen overeenkomstig artikel 8, lid 3, artikel 20, lid 10, artikel 21, lid 4, en artikel 61, lid 3, ontvangen.

Alle andere mondelinge of schriftelijke mededelingen van een veilingplatform aan indieners van een aanvraag tot toelating om te bieden, personen die de toelating hebben om te bieden en bieders die deelnemen aan een veiling, worden gedaan in de overeenkomstig de eerste alinea gekozen taal zonder dat daarvoor aan de desbetreffende indieners, personen en bieders extra kosten worden berekend, mits een lidstaat heeft besloten om overeenkomstig lid 2 in een vertaling in die taal te voorzien.

Zelfs indien een lidstaat overeenkomstig lid 2 heeft besloten om in een vertaling in de overeenkomstig de eerste alinea van dit lid gekozen taal te voorzien, kan de indiener van een aanvraag tot toelating om te bieden, de persoon die de toelating heeft om te bieden of de bieder die deelneemt aan een veiling echter afzien van zijn recht uit hoofde van de tweede alinea van dit lid door het betrokken veilingplatform vooraf schriftelijk toestemming te verlenen om zich uitsluitend te bedienen van een in internationale financiële kringen gebruikelijke taal.

5.   De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de accuraatheid van de overeenkomstig lid 2 gemaakte vertalingen.

Personen die een vertaling van een in lid 3 bedoeld document overleggen en veilingplatforms die overeenkomstig lid 4 een vertaald document verstrekken, staan ervoor garant dat dit een accurate vertaling is van het originele document.

HOOFDSTUK XVII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 64

Recht van beroep

1.   Elk veilingplatform zorgt ervoor dat het beschikt over een buitengerechtelijk mechanisme om de klachten te behandelen van indieners van aanvragen tot toelating om te bieden, bieders die de toelating hebben om te bieden en personen aan wie de toelating om te bieden is geweigerd of van wie de toelating is ingetrokken of opgeschort.

2.   De lidstaten waar het toezicht wordt uitgeoefend op een als veilingplatform aangewezen gereglementeerde markt of op de marktexploitant daarvan, zorgen ervoor dat alle besluiten van het in lid 1 bedoelde buitengerechtelijke klachtenbehandelingsmechanisme naar behoren worden gemotiveerd en dat daartegen beroep mogelijk is bij de rechter, zoals omschreven in artikel 52, lid 1, van Richtlijn 2004/39/EG. Dit recht op beroep doet geen afbreuk aan een eventueel recht om direct beroep in te stellen bij de rechterlijke instanties of bevoegde administratieve instanties zoals bepaald in de nationale maatregelen ter omzetting van artikel 52, lid 2, van Richtlijn 2004/39/EG.

Artikel 65

Rechtzetting van fouten

1.   Eventuele fouten bij betalingen, bij de overdracht van emissierechten of bij het stellen of storten dan wel vrijgeven van zekerheden of deposito's in het kader van deze verordening, worden ter kennis van het clearingsysteem of afwikkelingssysteem gebracht zodra een persoon deze opmerkt.

2.   Het clearingsysteem of afwikkelingssysteem neemt alle nodige maatregelen om eventuele fouten bij betalingen, bij de overdracht van emissierechten of bij het stellen of storten dan wel vrijgeven van zekerheden of deposito's in het kader van deze verordening die op enige wijze onder hun aandacht worden gebracht, recht te zetten.

3.   Een persoon die voordeel heeft gehaald uit een in lid 1 bedoelde fout welke niet overeenkomstig lid 2 kan worden rechtgezet wegens rechten van derden als koper te goeder trouw, en die van de fout op de hoogte was of had moeten zijn en deze niet ter kennis van het clearingsysteem of afwikkelingssysteem heeft gebracht, is aansprakelijk voor het herstellen van de berokkende schade.

Artikel 66

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 november 2010.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32.

(2)  PB L 8 van 13.1.2009, blz. 3.

(3)  PB L 140 van 5.6.2009, blz. 63.

(4)  PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15.

(5)  PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1.

(6)  PB L 96 van 12.4.2003, blz. 16.

(7)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(8)  PB L 357 van 31.12.2002, blz. 1.

(9)  PB L 345 van 31.12.2003, blz. 64.

(10)  PB L 241 van 2.9.2006, blz. 1.

(11)  PB L 177 van 30.6.2006, blz. 1.

(12)  PB L 193 van 18.7.1983, blz. 1.

(13)  PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1.

(14)  PB C 95 van 16.4.2008, blz. 1.

(15)  PB L 166 van 11.6.1998, blz. 45.

(16)  PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36.


BIJLAGE I

Vóór 2013 geveilde emissierechten en de veilingproducten waarin zij ter veiling worden aangeboden, als bedoeld in artikel 10, lid 1

Hoeveelheid

Lidstaat

Veilingproduct

Kalenderjaar

[…]

[…]

[…]

[…]


BIJLAGE II

Lijst van de in artikel 20, lid 3, bedoelde elementen

1.   Bewijs van het gerechtigd zijn om biedingen uit te brengen overeenkomstig artikel 18, lid 1 of lid 2.

2.   Naam, adres, telefoonnummer en telefaxnummer van de aanvrager.

3.   Identificatiecode van de aangewezen tegoedrekening van de aanvrager.

4.   Volledige gegevens betreffende de aangewezen bankrekening van de aanvrager.

5.   Naam, adres, telefoon- en faxnummer en e-mailadres van één of meer vertegenwoordigers van de bieder als omschreven in artikel 6, lid 3, derde alinea.

6.   Voor rechtspersonen, het bewijs van:

a)

de rechtspersoonlijkheid, met vermelding van: de rechtsvorm van de aanvrager, het op hem toepasselijke recht, de omstandigheid of de aanvrager al dan niet een beursgenoteerde onderneming is bij één of meer erkende effectenbeurzen;

b)

voor zover van toepassing, het registratienummer van de aanvrager in het register waarin hij is ingeschreven, of bij gebreke daarvan, zijn statuten of een ander document dat het bewijs van diens rechtspersoonlijkheid levert.

7.   Voor rechtspersonen en/of juridische constructies, alle informatie die nodig is ter identificatie van de uiteindelijke begunstigde en voor een goed begrip van de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de rechtspersoon of de juridische constructie.

8.   Voor natuurlijke personen, het bewijs van hun identiteit in de vorm van een identiteitskaart, rijbewijs, paspoort of soortgelijk door de overheid afgegeven document met de volledige naam, foto en geboortedatum en het vaste verblijfadres in de Unie van de aanvrager, zo nodig gestaafd met andere passende ondersteunende documenten.

9.   Voor exploitanten, de in artikel 4 van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde vergunning.

10.   Voor vliegtuigexploitanten, het bewijs van hun opneming in de in artikel 18 bis, lid 3, van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde lijst of het overeenkomstig artikel 3 octies van die richtlijn ingediende en goedgekeurde bewakingsplan.

11.   Alle informatie die nodig is voor de toepassing van de in artikel 19, lid 2, onder e), bedoelde klantenonderzoeksprocedures.

12.   In voorkomend geval, het meest recente door een accountant geverifieerde jaarverslag en dito jaarrekening van de aanvrager, met inbegrip van winst-en-verliesrekening en balans; bij gebreke daarvan, de btw-aangifte of andere informatie die het afdoende bewijs levert van de solvabiliteit en kredietwaardigheid van de aanvrager.

13.   In voorkomend geval, het btw-registratienummer of, indien de aanvrager niet btw-plichtig is, een ander middel waardoor de aanvrager identificeerbaar is voor de belastingadministratie van de lidstaat waarin hij gevestigd is of zijn fiscale woonplaats heeft, of andere toereikende informatie over de fiscale status van de aanvrager in de Unie.

14.   Een verklaring dat de aanvrager naar zijn beste weten voldoet aan de eisen van artikel 19, lid 2, onder f).

15.   Het bewijs dat aan de eisen van artikel 19, lid 2, onder g), is voldaan.

16.   Het bewijs dat de aanvrager voldoet aan de eisen van artikel 19, lid 3.

17.   Een verklaring dat de aanvrager over de vereiste rechtsbevoegdheid en over een vergunning beschikt om voor eigen rekening of voor anderen biedingen uit te brengen in een veiling.

18.   Een verklaring van de aanvrager dat er naar zijn beste weten geen beletsels van wettelijke, regulerende, contractuele of andere aard zijn die hem beletten zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening na te komen.

19.   Een verklaring waaruit blijkt of de aanvrager voornemens is te betalen in euro of in de munt van een lidstaat die geen deel uitmaakt van het eurogebied, met vermelding van de gekozen munt.


BIJLAGE III

Andere veilingplatforms dan die welke overeenkomstig artikel 26, lid 1 of lid 2, worden aangewezen, de aanwijzende lidstaten en de toepasselijke voorwaarden of verplichtingen als bedoeld in artikel 30, lid 7

Veilingplatform

Aanwijzingstermijn

Aanwijzende lidstaat

Voorwaarden

Verplichtingen

[…]

[…]

[…]

[…]

[…]


Top