Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32010R0439

Verordening (EU) nr. 439/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken

OJ L 132, 29.5.2010, p. 11–28 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 19 Volume 005 P. 254 - 271

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2010/439/oj

29.5.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 132/11


VERORDENING (EU) Nr. 439/2010 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 19 mei 2010

tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 74 en artikel 78, leden 1 en 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het beleid van de Unie inzake het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (het CEAS) heeft, zoals vastgesteld in het Haags programma als doel een gemeenschappelijke asielruimte tot stand te brengen door de ontwikkeling van een doeltreffende geharmoniseerde procedure op basis van de waarden en de humanitaire traditie van de Europese Unie.

(2)

De afgelopen jaren is er, dankzij de toepassing van gemeenschappelijke minimumnormen, veel vooruitgang geboekt bij de invoering van het CEAS. Er blijven echter nog grote verschillen tussen de lidstaten bestaan op het gebied van het verlenen van internationale bescherming en de vormen die deze internationale bescherming aanneemt. Deze verschillen zouden kleiner moeten worden.

(3)

De Commissie heeft in juni 2008 haar asielbeleidsplan goedgekeurd en daarin aangekondigd dat zij enerzijds het CEAS verder wil ontwikkelen door wijzigingen in de bestaande regelgeving voor te stellen met het oog op verdere harmonisatie van de geldende normen, en anderzijds door de praktische samenwerking tussen de lidstaten beter te ondersteunen, met name door een wetgevingsvoorstel tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (het ondersteuningsbureau) ter verbetering van de coördinatie van de operationele samenwerking tussen lidstaten om de gemeenschappelijke regels doeltreffend ten uitvoer te leggen.

(4)

Bij de aanneming in september 2008 van het Europees migratie- en asielpact heeft de Europese Raad er plechtig aan herinnerd dat iedere vervolgde vreemdeling het recht heeft op het grondgebied van de Europese Unie hulp en bescherming te krijgen op grond van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967, en andere gerelateerde verdragen. Voorts werd uitdrukkelijk overeengekomen dat in 2009 een Europees ondersteuningsbureau zou worden opgericht.

(5)

De praktische samenwerking op het gebied van asiel heeft ten doel de besluitvorming van de lidstaten op dat gebied beter te stroomlijnen en de kwaliteit ervan blijvend te garanderen binnen het Europese wetgevingskader. De afgelopen jaren zijn al een heel aantal maatregelen voor praktische samenwerking ontplooid, met name de vaststelling van een gemeenschappelijke aanpak voor de informatie over landen van herkomst en de invoering van een gemeenschappelijk Europees asielcurriculum.

(6)

Om deze maatregelen voor samenwerking te versterken en te ontwikkelen, is het noodzakelijk het ondersteuningsbureau op te zetten. Het ondersteuningsbureau dient ter dege rekening te houden met de maatregelen voor samenwerking en met de daaruit opgedane ervaring.

(7)

Het ondersteuningsbureau dient lidstaten waarvan de nationale asielstelsels en opvangvoorzieningen, met name als gevolg van hun ligging of demografische situatie, onder specifieke en onevenredige druk staan, bijstand te verlenen bij de ontwikkeling van solidariteit in de Unie, die moet zorgen voor een betere hervestiging tussen de lidstaten van personen die internationale bescherming genieten, waarbij er tegelijkertijd op moet worden toegezien dat de asielstelsels en opvangvoorzieningen niet worden misbruikt.

(8)

Om zijn opdracht optimaal te kunnen uitvoeren, dient het ondersteuningsbureau met betrekking tot technische aangelegenheden onafhankelijk, en op juridisch, administratief en financieel vlak autonoom te zijn. Daarom is het ondersteuningsbureau een orgaan van de Unie dat rechtspersoonlijkheid bezit en de uitvoeringsbevoegdheden uitoefent die door deze verordening aan het bureau worden verleend.

(9)

Het ondersteuningsbureau werkt nauw samen met de asielinstanties in de lidstaten, met de nationale migratie- en asieldiensten of andere diensten, onder gebruikmaking van de capaciteit en de deskundigheid van deze diensten, alsook met de Commissie. De lidstaten werken samen met het ondersteuningsbureau om het zijn opdracht te kunnen laten vervullen.

(10)

Het ondersteuningsbureau handelt ook in nauwe samenwerking met het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen (het UNHCR) en, waar passend, met internationale organisaties op dit gebied, om te profiteren van hun deskundigheid en steun. Daartoe dient de rol van het UNHCR en van de andere internationale organisaties op dit gebied ten volle te worden erkend, en deze organisaties dienen ten volle te worden betrokken bij de werkzaamheden van het ondersteuningsbureau. Financiële middelen die krachtens deze verordening door het ondersteuningsbureau aan het UNHCR ter beschikking worden gesteld, mogen niet leiden tot dubbele financiering van de activiteiten van het UNHCR met andere internationale of nationale middelen.

(11)

Voor het verrichten van zijn opdracht en voor zover dat voor de uitvoering van zijn taken nodig is, werkt het ondersteuningsbureau voorts samen met andere organen van de Unie en met name met het bij Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad (2) opgerichte Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (Frontex) en het bij Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad opgerichte Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) (3).

(12)

Om dubbel werk te vermijden moet het ondersteuningsbureau ook samenwerken met het bij Beschikking 2008/381/EG (4) opgerichte Europees migratienetwerk. Het ondersteuningsbureau onderhoudt ook een nauwe dialoog met het maatschappelijk middenveld, en wel middels het uitwisselen van informatie en het bundelen van kennis op asielgebied.

(13)

Het ondersteuningsbureau is een Europees expertisecentrum op asielgebied, dat de diverse aspecten van de praktische samenwerking tussen de lidstaten op asielgebied vergemakkelijkt, coördineert en versterkt, zodat de lidstaten beter in staat zijn internationale bescherming te bieden aan degenen die daar recht op hebben, en tevens waar nodig op eerlijke en efficiënte wijze omgaat met degenen die niet voor internationale bescherming in aanmerking komen. De opdracht van het ondersteuningsbureau omvat drie hoofdtaken: bijdragen aan het opzetten van het CEAS, ondersteunen van de praktische samenwerking tussen de lidstaten op asielgebied en ondersteunen van de lidstaten die onder bijzondere druk staan.

(14)

Het ondersteuningsbureau heeft geen directe of indirecte bevoegdheid ten aanzien van beslissingen die de asielautoriteiten van de lidstaten nemen over individuele verzoeken om internationale bescherming.

(15)

Teneinde snel en doeltreffend operationele steun aan de lidstaten te verlenen, waarvan de asielstelsels en opvangvoorzieningen onder bijzondere druk staan, en/of de verlening ervan te coördineren, coördineert het ondersteuningsbureau, op verzoek van de betrokken lidstaten, de steun aan deze lidstaten, onder meer door het inzetten op hun grondgebied van asiel-ondersteuningsteams, die bestaan uit deskundigen op asielgebied. Deze asiel-ondersteuningsteams stellen met name hun deskundigheid met betrekking tot tolkdiensten, informatie over het land van herkomst en kennis over de behandeling en het beheer van asielzaken ter beschikking. De regeling voor asiel-ondersteuningsteams wordt in deze verordening neergelegd, met het oog op hun doeltreffende inzetbaarheid.

(16)

Het ondersteuningsbureau verricht zijn opdracht onder dusdanige omstandigheden dat het uit hoofde van zijn onafhankelijkheid, de wetenschappelijke en technische kwaliteit van de bijstand die het verleent en van de informatie die het verspreidt, de transparantie van zijn procedures en werkwijzen en de zorgvuldigheid waarmee het zijn taken verricht, als referentiepunt kan fungeren.

(17)

Om de werking van het ondersteuningsbureau doeltreffend te kunnen controleren, zijn de Commissie en de lidstaten vertegenwoordigd in de raad van bestuur van het ondersteuningsbureau. Voor zover mogelijk bestaat deze raad van bestuur uit de operationele hoofden van de diensten inzake asiel in de lidstaten, of hun vertegenwoordigers. Deze raad van bestuur beschikt in het bijzonder over de noodzakelijke bevoegdheden om de begroting vast te stellen, de uitvoering van de begroting te verifiëren, passende financiële voorschriften vast te stellen, transparante werkprocedures voor de besluitvorming door het ondersteuningsbureau tot stand te brengen, het jaarverslag over de asielsituatie in de Unie en technische documenten over de toepassing van asielregelingen van de Unie aan te nemen en een uitvoerend directeur aan te stellen, evenals, eventueel, een uitvoerend comité. Teneinde het UNHCR ten volle te betrekken bij de werkzaamheden van het ondersteuningsbureau en gelet op de deskundigheid van het UNHCR op asielgebied, is het UNHCR vertegenwoordigd door een lid zonder stemrecht in de raad van bestuur.

(18)

Gezien de aard van de taken van het ondersteuningsbureau en de rol van de uitvoerend directeur, wordt hij, teneinde het Europees Parlement in staat te stellen met een advies te komen over de geselecteerde kandidaat, verzocht, voorafgaand aan diens benoeming en een eventuele verlenging van diens mandaat, voor de bevoegde commissies van het Europees Parlement een verklaring af te leggen en vragen te beantwoorden. De uitvoerend directeur dient voorts een jaarlijks verslag in bij het Europees Parlement. Tevens kan het Europees Parlement de uitvoerend directeur verzoeken om verslag uit te brengen over de wijze waarop hij zijn taken heeft uitgevoerd.

(19)

Om de volledige autonomie en onafhankelijkheid van het ondersteuningsbureau te waarborgen, wordt aan het ondersteuningsbureau een eigen begroting toegekend, die hoofdzakelijk bestaat uit een bijdrage van de Unie. De financiering van het ondersteuningsbureau is het onderwerp van een akkoord van de begrotingsautoriteit, zoals bedoeld in punt 47 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (5). De begrotingsprocedure van de Unie is van toepassing voor zover het gaat om de bijdrage van de Unie en andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Europese Unie. De controle van de rekeningen wordt verricht door de Rekenkamer.

(20)

Het ondersteuningsbureau werkt samen met de autoriteiten van derde landen en de internationale organisaties die bevoegd zijn voor de binnen de werkingssfeer van deze verordening vallende materies, en met derde landen, in het kader van werkafspraken die gemaakt worden overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

(21)

Overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en aan het VWEU, hebben het Verenigd Koninkrijk en Ierland bij brieven van 18 mei 2000 kennis gegeven van hun wens deel te nemen aan de aanneming en de toepassing van deze verordening.

(22)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van deze verordening, die derhalve niet bindend voor, noch van toepassing is op Denemarken.

(23)

Aangezien Denemarken, als lidstaat, tot dusver heeft bijgedragen aan de praktische samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van asiel, faciliteert het ondersteuningsbureau operationele samenwerking met Denemarken. Daartoe wordt een vertegenwoordiger van Denemarken uitgenodigd voor alle vergaderingen van de raad van bestuur, die ook, indien passend, kan beslissen Deense waarnemers bij de vergaderingen van werkgroepen uit te nodigen.

(24)

Voor het verrichten van zijn opdracht staat het ondersteuningsbureau open voor deelname van landen die met de Unie overeenkomsten hebben gesloten uit hoofde waarvan zij de wetgeving van de Unie op het onder deze verordening vallende gebied hebben overgenomen en toepassen, zoals met name IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland. Het ondersteuningsbureau kan, met instemming van de Commissie en overeenkomstig het VEU, ook werkafspraken maken met andere landen dan die welke met de Unie overeenkomsten hebben gesloten op grond waarvan zij de wetgeving van de Unie hebben overgenomen en toepassen. Het ondersteuningsbureau mag echter in geen geval een autonoom extern beleid ontwikkelen.

(25)

Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (6) (het „Financieel Reglement”), met name artikel 185, is van toepassing op het ondersteuningsbureau.

(26)

Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (7) is onverkort van toepassing op het ondersteuningsbureau, dat toetreedt tot het Interinstitutioneel akkoord van 25 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (8).

(27)

Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (9) is van toepassing op het ondersteuningsbureau.

(28)

Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (10), is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door het ondersteuningsbureau.

(29)

De bepalingen betreffende de huisvesting van het ondersteuningsbureau in de lidstaat waarin het zal gevestigd zijn, en de specifieke voorschriften die gelden voor alle personeelsleden van het ondersteuningsbureau en hun gezinsleden, moeten worden vastgesteld in een vestigingsovereenkomst. Voorts zorgt de gastlidstaat ervoor dat het ondersteuningsbureau in optimale omstandigheden kan werken, inclusief door het aanbieden van onderwijs voor kinderen en van vervoersmogelijkheden, zodat het bureau hooggekwalificeerd personeel kan aantrekken uit een zo breed mogelijk geografisch gebied.

(30)

Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk de noodzaak om de toepassing van het CEAS te verbeteren, de praktische samenwerking tussen de lidstaten op asielgebied te faciliteren, te coördineren en te versterken, en operationele steun te verlenen aan lidstaten waarvan de asielstelsels en opvangvoorzieningen onder bijzondere druk staan, of de verlening ervan te coördineren, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve vanwege de omvang en de gevolgen van het overwogen optreden, beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(31)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en wordt toegepast overeenkomstig het in artikel 18 van het Handvest erkende recht op asiel,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK 1

OPRICHTING EN OPDRACHT VAN HET EUROPEES ONDERSTEUNINGSBUREAU VOOR ASIELZAKEN

Artikel 1

Oprichting van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken

Er wordt een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (het ondersteuningsbureau) opgericht, dat bijdraagt aan de toepassing van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (het CEAS), en operationele steun verleent aan de lidstaten waarvan de asielstelsels en opvangvoorzieningen onder bijzondere druk staan, of de verlening ervan coördineert.

Artikel 2

Opdracht van het ondersteuningsbureau

1.   Het ondersteuningsbureau faciliteert, coördineert en versterkt de diverse aspecten van de praktische samenwerking tussen de lidstaten op asielgebied, teneinde de toepassing van het CEAS te helpen verbeteren. In dit opzicht wordt het ondersteuningsbureau volledig betrokken bij de externe aspecten van het CEAS.

2.   Het ondersteuningsbureau verleent effectieve operationele steun aan lidstaten waarvan de asielstelsels en opvangvoorzieningen onder bijzondere druk staan, gebruik makend van alle nuttige middelen waarover het beschikt, zoals de coördinatie van middelen die de lidstaten volgens de in deze verordening bepaalde voorwaarden ter beschikking stellen.

3.   Het ondersteuningsbureau verleent wetenschappelijke en technische bijstand ten aanzien van het beleid en de wetgeving van de Unie in alle aangelegenheden die directe of indirecte gevolgen hebben voor het asielbeleid, zodat het de praktische samenwerking op gebied van asiel ten volle kan steunen en zijn taken doeltreffend kan vervullen. Het ondersteuningsbureau is een onafhankelijke bron van informatie over alle onder deze gebieden vallende aangelegenheden.

4.   Het ondersteuningsbureau verricht zijn opdracht onder dusdanige omstandigheden dat het uit hoofde van zijn onafhankelijkheid, de wetenschappelijke en technische kwaliteit van de bijstand die het verleent en van de informatie die het verspreidt, de transparantie van zijn procedures en werkwijzen, de zorgvuldigheid waarmee het zijn taken verricht, en de voor de vervulling van zijn opdracht noodzakelijke informatietechnologie, als referentiepunt kan fungeren.

5.   Het ondersteuningsbureau werkt nauw samen met de asielinstanties in de lidstaten, met de nationale migratie- en asieldiensten of andere nationale diensten en met de Commissie. Het ondersteuningsbureau voert zijn taken uit onverminderd de aan andere betrokken organen van de Unie toevertrouwde taken, en werkt nauw samen met deze organen en met het UNHCR.

6.   Het ondersteuningsbureau heeft geen bevoegdheid ten aanzien van beslissingen die de asielinstanties van de lidstaten nemen over individuele verzoeken om internationale bescherming.

HOOFDSTUK 2

TAKEN VAN HET ONDERSTEUNINGSBUREAU

AFDELING 1

Ondersteuning van de praktische samenwerking op asielgebied

Artikel 3

Beste praktijken

Het ondersteuningsbureau organiseert, bevordert en coördineert maatregelen op asielgebied die de uitwisseling van informatie en de inventarisering en bundeling van beste praktijken tussen de lidstaten mogelijk maken.

Artikel 4

Informatie over landen van herkomst

Het ondersteuningsbureau organiseert, bevordert en coördineert de activiteiten betreffende informatie over landen van herkomst, en met name:

a)

de verzameling, op een transparante en onpartijdige wijze, van ter zake doende, betrouwbare, nauwkeurige en recente gegevens over het land van herkomst van diegenen die om internationale bescherming verzoeken, met gebruikmaking van alle dienstige informatiebronnen zoals gegevens afkomstig van gouvernementele, niet-gouvernementele en internationale organisaties en de instellingen en organen van de Unie;

b)

het opstellen van verslagen over landen van herkomst, op basis van overeenkomstig punt a) verzamelde informatie;

c)

het opzetten en de ontwikkeling van een portaalsite met gegevens over landen van herkomst en het onderhoud van de portaalsite, met het oog op transparantie overeenkomstig de noodzakelijke voorschriften voor toegang tot zulke gegevens krachtens artikel 42;

d)

de ontwikkeling van een gemeenschappelijk formaat en een gemeenschappelijke aanpak voor de presentatie, de controle en het gebruik van gegevens over landen van herkomst;

e)

de analyse van informatie over landen van herkomst op transparante wijze, met de bedoeling de beoordelingscriteria zoveel mogelijk te stroomlijnen, en, waar nodig, met gebruikmaking van de resultaten van bijeenkomsten van een of meer werkgroepen. Deze analyse heeft niet ten doel de lidstaten instructies te verstrekken betreffende het inwilligen dan wel afwijzen van verzoeken om internationale bescherming.

Artikel 5

Ondersteuning van de hervestiging van personen die internationale bescherming genieten in de Unie

Ten behoeve van lidstaten waarvan het asielstelsel en de opvangvoorzieningen, met name als gevolg van hun ligging of demografische situatie, onder specifieke en onevenredige druk staat, bevordert , faciliteert en coördineert het ondersteuningsbureau de uitwisseling van informatie en andere activiteiten in verband met hervestiging in de Unie. Hervestiging in de Unie gebeurt louter op basis van overeenstemming tussen de lidstaten en met instemming van de persoon die de internationale bescherming geniet, en waar passend in overleg met het UNHCR.

Artikel 6

Ondersteuning van opleiding

1.   Het ondersteuningsbureau organiseert en ontwikkelt opleidingen ten behoeve van de leden van alle nationale overheidsdiensten en rechterlijke instanties, alsook voor nationale diensten die in de lidstaten bevoegd zijn voor asielzaken. Deelname aan een opleiding laat de nationale stelsels en procedures onverlet.

Het ondersteuningsbureau ontwikkelt deze opleidingen in nauwe samenwerking met asielinstanties van de lidstaten en maakt hierbij, in voorkomend geval, gebruik van de deskundigheid van academische instellingen en andere betrokken organisaties.

2.   Het ondersteuningsbureau beheert en ontwikkelt een Europees asielcurriculum en houdt hierbij rekening met de bestaande samenwerking in de Unie op dit gebied.

3.   De door het ondersteuningsbureau aangeboden opleidingen kunnen algemeen, specifiek of thematisch zijn en kunnen het gebruik van de „leid de opleiders op”-methodiek omvatten.

4.   De specifieke of thematische opleidingsactiviteiten ter verwerving van kennis en vaardigheden in verband met asiel betreffen onder meer maar niet uitsluitend:

a)

internationale mensenrechten en het acquis inzake asiel van de Unie en met name specifieke juridische en jurisprudentiële aangelegenheden;

b)

aangelegenheden in verband met de behandeling van asielverzoeken van minderjarigen en kwetsbare personen met bijzondere behoeften;

c)

gesprekstechnieken;

d)

het gebruik van medische en juridische deskundigenverslagen in asielprocedures;

e)

aangelegenheden in verband met de productie en het gebruik van gegevens over landen van herkomst;

f)

opvangvoorzieningen, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen en slachtoffers van foltering.

5.   De aangeboden opleidingen zijn van hoge kwaliteit en zorgen ervoor dat er kernbeginselen en beste praktijken worden geformuleerd teneinde, met volledige inachtneming van de onafhankelijkheid van de nationale rechterlijke instanties, de convergentie van de administratieve methoden en beslissingen en van de nationale rechtspraak te bevorderen.

6.   Het ondersteuningsbureau organiseert voor de deskundigen van de in artikel 15 bedoelde Asiel-interventiepool vervolgopleidingen die afgestemd zijn op hun taken en functies; het ondersteuningsbureau organiseert ook regelmatig oefeningen met deze deskundigen volgens de in het jaarlijkse werkprogramma van het bureau opgenomen planning voor vervolgopleidingen en oefeningen.

7.   Het ondersteuningsbureau kan in samenwerking met de lidstaten op hun grondgebied opleidingsactiviteiten organiseren.

Artikel 7

Ondersteuning van de externe aspecten van het CEAS

Het ondersteuningsbureau coördineert, met instemming van de Commissie, de gegevensuitwisseling en andere maatregelen betreffende de toepassing van instrumenten en mechanismen inzake de externe dimensie van het CEAS.

Het ondersteuningsbureau coördineert de gegevensuitwisseling en andere maatregelen betreffende hervestiging die de lidstaten hebben genomen om te voldoen aan de vraag naar internationale bescherming van vluchtelingen in derde landen en om blijk te geven van solidariteit met hun gastlanden.

In het kader van zijn opdracht en overeenkomstig artikel 49 kan het ondersteuningsbureau op technisch vlak samenwerken met bevoegde instanties van derde landen, met name met het oog op de bevordering van en de bijstand bij capaciteitsopbouw in de eigen asielstelsels en opvangvoorzieningen van de derde landen en de uitvoering van de programma's voor regionale bescherming en andere maatregelen voor duurzame oplossingen.

AFDELING 2

Ondersteuning van lidstaten die onder bijzondere druk staan

Artikel 8

Bijzondere druk op de asielstelsels en opvangvoorzieningen

Het ondersteuningsbureau coördineert en steunt alle gemeenschappelijke maatregelen ten behoeve van asielstelsels en opvangvoorzieningen van lidstaten die onder bijzondere druk staan waardoor uitzonderlijk zware en dringende eisen worden gesteld aan hun opvangvoorzieningen en asielstelsels. Een dergelijke druk kan ontstaan door de plotselinge toestroom van een groot aantal onderdanen van derde landen die wellicht internationale bescherming nodig hebben of kan voortkomen uit de geografische ligging of de demografische situatie van de lidstaat.

Artikel 9

Verzameling en analyse van informatie

1.   Om zicht te krijgen op de behoeften van de lidstaten die onder bijzondere druk staan, verzamelt het ondersteuningsbureau, met name op basis van de gegevens die de lidstaten, het UNHCR en, eventueel, andere ter zake doende organisaties aan het bureau verstrekken, alle gegevens die nuttig zijn voor de vaststelling, de voorbereiding en de definitie van in artikel 10 bedoelde noodmaatregelen om het hoofd te bieden aan de bijzondere druk.

2.   Op basis van de door de lidstaten waarvan de beschikbare structuren en personeelsleden onder bijzondere druk staan verstrekte gegevens, inventariseert, verzamelt en analyseert het ondersteuningsbureau stelselmatig, met name op het gebied van vertaal- en tolkdiensten, informatie over de landen van herkomst en over bijstand bij de verwerking en het beheer van asielgevallen, alsook de opvangcapaciteit op asielgebied in de lidstaten die onder bijzondere druk staan, teneinde een snelle en betrouwbare informatie-uitwisseling tussen de diverse asielautoriteiten van de lidstaten te bevorderen.

3.   Het ondersteuningsbureau analyseert gegevens over een plotselinge toestroom van grote aantallen onderdanen van derde landen die een bijzondere druk kan leggen op de asielstelsels en opvangvoorzieningen en zorgt voor een snelle uitwisseling van ter zake doende informatie tussen de lidstaten en de Commissie. Het ondersteuningsbureau gebruikt bestaande waarschuwingssystemen en -mechanismes en zet zo nodig een eigen waarschuwingssysteem op.

Artikel 10

Maatregelen ter ondersteuning van de lidstaten

Op verzoek van de betrokken lidstaten coördineert het ondersteuningsbureau de maatregelen ter ondersteuning van de lidstaten waarvan het asielstelsel en de opvangvoorzieningen onder bijzondere druk staan en zorgt met name voor de coördinatie van:

a)

de maatregelen die moeten worden genomen ten behoeve van lidstaten die onder bijzondere druk staan, met het oog op het faciliteren van de eerste analyse van asielverzoeken die door de bevoegde nationale asielautoriteiten worden behandeld;

b)

de maatregelen voor het beschikbaar maken van geschikte opvangfaciliteiten door de lidstaten die onder bijzondere druk staan, met name noodhuisvesting, vervoersmiddelen en medische bijstand;

c)

asiel-ondersteuningsteams, waarvan de werking is omschreven in hoofdstuk 3.

AFDELING 3

Bijdrage aan de toepassing van het CEAS

Artikel 11

Verzameling en uitwisseling van informatie

1.   Het ondersteuningsbureau organiseert, coördineert en bevordert de uitwisseling van informatie tussen de asielautoriteiten van de lidstaten, alsook tussen de Commissie en de asielautoriteiten van de lidstaten, betreffende de toepassing van alle instrumenten die onder het acquis inzake asiel van de Unie vallen. Daartoe kan het ondersteuningsbureau, onder meer op basis van bestaande afspraken, een databank opzetten met feitelijke, juridische en jurisprudentiële gegevens over de nationale asielinstrumenten, deze van de Unie en internationale asielinstrumenten. Onverminderd de activiteiten van het ondersteuningsbureau conform de artikelen 15 en 16, worden in deze gegevensbanken geen persoonsgegevens ingevoerd, tenzij het ondersteuningsbureau deze gegevens uit openbare documenten heeft gehaald.

2.   Het ondersteuningsbureau verzamelt met name de volgende gegevens:

a)

informatie over de behandeling van verzoeken om internationale bescherming door de nationale overheidsdiensten en autoriteiten;

b)

informatie over de nationale wetgeving en de ontwikkeling ervan op het gebied van asiel, met inbegrip van de jurisprudentie.

Artikel 12

Verslagen en andere documenten van het ondersteuningsbureau

1.   Het ondersteuningsbureau stelt elk jaar een verslag op over de situatie inzake asiel in de Unie en houdt daarbij terdege rekening met reeds uit andere bronnen beschikbare informatie. In dit verslag evalueert het ondersteuningsbureau met name de resultaten van de in het kader van deze verordening genomen maatregelen en maakt het een vergelijkende analyse van deze resultaten om de kwaliteit, de samenhang en de doeltreffendheid van het CEAS te verbeteren.

2.   Het ondersteuningsbureau kan volgens zijn werkprogramma of op verzoek van de raad van bestuur of de Commissie en met passende inachtneming van de standpunten van de lidstaten of het Europees Parlement, in nauw overleg met zijn werkgroepen en de Commissie, technische documenten aannemen over de toepassing van asielinstrumenten van de Unie, zoals met name richtsnoeren en operationele handleidingen. Waar in die technische documenten wordt verwezen naar het internationale vluchtelingenrecht, wordt ter dege aandacht besteed aan de UNHCR-richtsnoeren op dit gebied. Deze documenten hebben niet ten doel de lidstaten instructies te verstrekken over het inwilligen dan wel afwijzen van verzoeken om internationale bescherming.

HOOFDSTUK 3

ASIEL-ONDERSTEUNINGSTEAMS

Artikel 13

Coördinatie

1.   Een lidstaat of lidstaten die onder bijzondere druk staan, kunnen het ondersteuningsbureau verzoeken een asiel-ondersteuningsteam in te zetten. De verzoekende lidstaat of lidstaten verstrekken met name een beschrijving van de situatie, geven de mogelijke doelen voor het verzoek tot inzetting aan, en specificeert hetgeen overeenkomstig artikel 18, lid 1, voor het inzetten van een team nodig wordt geacht.

2.   In antwoord op het verzoek kan het ondersteuningsbureau zorgen voor de coördinatie van de vereiste technische en operationele bijstand aan de verzoekende lidstaat of lidstaten en van het inzetten, voor een beperkte periode, van een asiel-ondersteuningsteam op het grondgebied van die lidstaat of lidstaten op basis van een operationeel plan in de zin van artikel 18.

Artikel 14

Technische bijstand

De asiel-ondersteuningsteams stellen hun deskundigheid zoals overeengekomen in het in artikel 18 ter bedoelde operationeel plan ter beschikking, met name met betrekking tot tolkdiensten, kennis over het land van herkomst en over de behandeling en het beheer van asielzaken, in het kader van de maatregelen die het ondersteuningsbureau overeenkomstig artikel 10 heeft genomen ter ondersteuning van de lidstaten.

Artikel 15

Asiel-interventiepool

1.   De raad van bestuur besluit, op voorstel van de uitvoerend directeur van het bureau, met een meerderheid van drie vierde van de stemgerechtigde leden over het profiel en het totale aantal van de deskundigen die aan de asiel-ondersteuningsteams ter beschikking worden gesteld (asiel-interventiepool). Als onderdeel van de asiel-interventiepool stelt het ondersteuningsbureau een tolkenlijst op. Dezelfde procedure geldt voor eventuele latere wijzigingen in het profiel en in het totale aantal deskundigen in de asiel-interventiepool.

2.   Via een pool van nationale deskundigen, opgebouwd op basis van de verschillende vastgestelde profielen, dragen de lidstaten bij aan de asiel-interventiepool door deskundigen aan te wijzen die beantwoorden aan de verlangde profielen.

De lidstaten helpen het ondersteuningsbureau bij het vinden van tolken voor de lijst met tolken.

De lidstaten mogen ervoor kiezen tolken in te zetten of per videoconferentie beschikbaar te stellen.

Artikel 16

Het inzetten van asiel-ondersteuningsteams

1.   De lidstaat van herkomst behoudt zijn autonomie met betrekking tot de selectie van het aantal en de profielen van de deskundigen (nationale pool) en de duur van de inzet ervan. De lidstaten sturen deze deskundigen op verzoek van het ondersteuningsbureau, tenzij zij worden geconfronteerd met een situatie die de uitvoering van nationale taken ernstig in het gedrang brengt, zoals een situatie die maakt dat zij over onvoldoende personeel beschikken voor het uitvoeren van de procedures voor het bepalen van de status van personen die om internationale bescherming verzoeken. De lidstaten delen op verzoek van het ondersteuningsbureau onverwijld het aantal, de namen en het profiel van de deskundigen van hun nationale pool mee die zij zo spoedig mogelijk aan een asiel-ondersteuningsteam ter beschikking kunnen stellen.

2.   Bij de bepaling van de samenstelling van een in te zetten asiel-ondersteuningsteam houdt de uitvoerend directeur rekening met de bijzondere omstandigheden waarmee de verzoekende lidstaat wordt geconfronteerd. Het asiel-ondersteuningsteam wordt samengesteld volgens het in artikel 18 bedoelde operationele plan.

Artikel 17

Besluitvorming inzake het inzetten van asiel-ondersteuningsteams

1.   Indien nodig kan de uitvoerend directeur deskundigen van het ondersteuningsbureau sturen om de situatie in de verzoekende lidstaat te beoordelen.

2.   De uitvoerend directeur stelt de raad van bestuur onmiddellijk in kennis van ieder verzoek om een asiel-ondersteuningsteam in te zetten.

3.   De uitvoerend directeur neemt zo spoedig mogelijk en uiterlijk vijf werkdagen na de ontvangst ervan, een besluit over het verzoek betreffende het inzetten van een asiel-ondersteuningsteam. De uitvoerend directeur stelt de verzoekende lidstaat en de raad van bestuur gelijktijdig schriftelijk in kennis van zijn beslissing, waarbij hij de voornaamste redenen vermeldt waarop het besluit is gebaseerd.

4.   Indien de uitvoerend directeur beslist een of meer asiel-ondersteuningsteams in te zetten, stellen het ondersteuningsbureau en de verzoekende lidstaat onmiddellijk overeenkomstig artikel 18 een operationeel plan op.

5.   Zodra er overeenstemming is bereikt over dat plan, stelt de uitvoerend directeur de betrokken lidstaten in kennis van het gevraagde aantal en het profiel van de deskundigen die aan het asiel-ondersteuningsteam zullen deelnemen. Deze informatie wordt schriftelijk verstrekt aan de in artikel 19 bedoelde nationale contactpunten, onder vermelding van de voor het inzetten van de teams geplande datum. Er wordt hun tevens een exemplaar van het operationele plan verstrekt.

6.   Indien de uitvoerend directeur afwezig of verhinderd is, worden de besluiten inzake het inzetten van asiel-ondersteuningsteams genomen door het plaatsvervangende afdelingshoofd.

Artikel 18

Operationeel plan

1.   De uitvoerend directeur en de verzoekende lidstaat stellen in onderlinge overeenstemming een operationeel plan op, waarin de precieze voorwaarden voor het inzetten van asiel-ondersteuningsteams worden opgenomen. Het operationeel plan bevat de volgende gegevens:

a)

een beschrijving van de situatie met de modus operandi en de doelstellingen van de inzet, inclusief het operationele doel;

b)

de te verwachten duur van de inzet van de asiel-ondersteuningsteams;

c)

het geografisch bevoegdheidsgebied in de verzoekende lidstaat waar de asiel-ondersteuningsteams zullen worden ingezet;

d)

een taakomschrijving en speciale instructies voor de leden van de asiel-ondersteuningsteams, onder meer over de vraag welke databanken in de verzoekende lidstaat door de teamleden kunnen worden geraadpleegd en welke uitrusting zij daar kunnen gebruiken; en

e)

de samenstelling van de asiel-ondersteuningsteams.

2.   Voor wijzigingen of aanpassingen van het operationeel plan is de instemming van zowel de uitvoerend directeur als de verzoekende lidstaat vereist. Het ondersteuningsbureau zendt onmiddellijk een kopie van het gewijzigde of aangepaste operationele plan toe aan de deelnemende lidstaten.

Artikel 19

Nationaal contactpunt

Elke lidstaat wijst een nationaal contactpunt aan dat is belast met de communicatie met het ondersteuningsbureau over alle aangelegenheden die de asiel-ondersteuningsteams betreffen.

Artikel 20

Contactpunt bij de Unie

1.   De uitvoerend directeur wijst een of meer deskundigen van het ondersteuningsbureau aan die optreden als contactpunt bij de Unie en belast zijn met de coördinatie. De uitvoerend directeur deelt de ontvangende lidstaat mee wie is aangewezen.

2.   Het contactpunt bij de Unie treedt namens het ondersteuningsbureau op voor alle aspecten van het inzetten van de asiel-ondersteuningsteams. Het contactpunt bij de Unie heeft met name tot taak:

a)

op te treden als schakel tussen het ondersteuningsbureau en de ontvangende lidstaat;

b)

op te treden als schakel tussen het ondersteuningsbureau en de leden van de asiel-ondersteuningsteams, en hun namens het ondersteuningsbureau bijstand verlenen bij alle aangelegenheden in verband met het inzetten van deze teams;

c)

toe te zien op de correcte uitvoering van het operationeel plan; en

d)

bij het ondersteuningsbureau verslag uit te brengen over alle aspecten betreffende het inzetten van de asiel-ondersteuningsteams.

3.   De uitvoerend directeur kan het contactpunt bij de Unie toestaan hulp te bieden bij het oplossen van geschillen over de uitvoering van het operationeel plan en het inzetten van de asiel-ondersteuningsteams.

4.   Bij de uitvoering van zijn taken aanvaardt het contactpunt bij de Unie alleen instructies van het ondersteuningsbureau.

Artikel 21

Wettelijke aansprakelijkheid

1.   Wanneer leden van een asiel-ondersteuningsteam optreden in een ontvangende lidstaat, is die lidstaat overeenkomstig zijn nationale recht aansprakelijk voor de door hen tijdens hun operaties veroorzaakte schade.

2.   Indien deze schade het gevolg is van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag kan de ontvangende lidstaat de zendende lidstaat benaderen met het oog op de terugbetaling door die lidstaat van aan de slachtoffers of hun rechthebbenden uitgekeerde bedragen.

3.   Onder voorbehoud van de uitoefening van zijn rechten tegenover derden doet elke lidstaat afstand van al zijn vorderingen tegen de ontvangende lidstaat of elke andere lidstaat met betrekking tot de door hem geleden schade, tenzij de schade door grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag is veroorzaakt.

4.   Geschillen tussen lidstaten in verband met de toepassing van de leden 2 en 3 van dit artikel die niet door wederzijdse onderhandelingen kunnen worden beslecht, worden door deze lidstaten overeenkomstig artikel 273 van het VWEU aan het Hof van Justitie voorgelegd.

5.   Kosten ten gevolge van tijdens de inzet aan de uitrusting van het ondersteuningsbureau veroorzaakte schade worden gedekt door het ondersteuningsbureau, onder voorbehoud van de uitoefening van zijn rechten tegenover derden, behalve in geval van grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag.

Artikel 22

Strafrechtelijke aansprakelijkheid

Tijdens het inzetten van asiel-ondersteuningsteams worden de teamleden, wat betreft tegen of door hen gepleegde strafbare feiten, op dezelfde wijze behandeld als functionarissen van de ontvangende lidstaat.

Artikel 23

Kosten

Wanneer de lidstaten hun deskundigen ter beschikking stellen in het kader van het inzetten van de asiel-ondersteuningsteams dekt het ondersteuningsbureau de kosten met betrekking tot:

a)

de reis van de zendende lidstaat naar de ontvangende lidstaat en vice versa;

b)

vaccinaties;

c)

bijzondere verzekeringen;

d)

medische verzorging;

e)

dagvergoedingen, inclusief verblijfskostenvergoedingen;

f)

de technische uitrusting van het ondersteuningsbureau; en

g)

honoraria van deskundigen.

HOOFDSTUK 4

ORGANISATIE VAN HET ONDERSTEUNINGSBUREAU

Artikel 24

Bestuurs- en beheerstructuur van het ondersteuningsbureau

De bestuurs- en beheersstructuur van het ondersteuningsbureau omvat:

a)

een raad van bestuur;

b)

een uitvoerend directeur en het personeel van het ondersteuningsbureau.

De bestuurs- en beheersstructuur van het ondersteuningsbureau kan een uitvoerend comité omvatten, indien dat conform artikel 29, lid 2, wordt ingesteld.

Artikel 25

Samenstelling van de raad van bestuur

1.   Elke door deze verordening gebonden lidstaat stelt één lid aan in de raad van bestuur, en de Commissie twee leden.

2.   Elk lid van de raad van bestuur kan worden vervangen of vergezeld door een plaatsvervangend lid. Het plaatsvervangend lid dat een lid vergezelt, woont de beraadslagingen zonder stemrecht bij.

3.   De leden van de raad van bestuur worden aangesteld op grond van het hoge niveau van hun ervaring, beroepsverantwoordelijkheid en deskundigheid op het gebied van asiel.

4.   Een vertegenwoordiger van het UNHCR is lid van de raad van bestuur, doch zonder stemrecht.

5.   De leden van de raad van bestuur worden voor drie jaar aangesteld. Deze termijn kan worden verlengd. Wanneer hun ambtstermijn afloopt of zij ontslag nemen, blijven de leden in functie totdat hun mandaat is verlengd of in hun vervanging is voorzien.

Artikel 26

Voorzitter van de raad van bestuur

1.   De raad van bestuur kiest uit zijn stemgerechtigde leden een voorzitter en een vicevoorzitter. De vicevoorzitter vervangt ambtshalve de voorzitter wanneer deze is verhinderd zijn taken te verrichten.

2.   De ambtstermijn van de voorzitter en van de vicevoorzitter bedraagt drie jaar en kan eenmaal worden verlengd. Indien zij tijdens de ambtstermijn als voorzitter of vicevoorzitter het lidmaatschap van de raad van bestuur verliezen, loopt de ambtstermijn op dezelfde datum automatisch af.

Artikel 27

Vergaderingen van de raad van bestuur

1.   De voorzitter roept de raad van bestuur bijeen. De uitvoerend directeur neemt deel aan de beraadslagingen. De vertegenwoordiger van het UNHCR neemt niet aan de vergadering deel wanneer de raad van bestuur de functies vervult die zijn beschreven in artikel 29, lid 1, onder b), h), i), j) en m), en in artikel 29, lid 2, noch wanneer de raad van bestuur besluit financiële middelen ter beschikking te stellen voor de activiteiten die het ondersteuningsbureau in staat stellen te profiteren van de deskundigheid van het UNHCR op asielgebied, zoals bedoeld in artikel 50.

2.   De raad van beheer houdt ten minste twee gewone vergaderingen per jaar. Daarnaast komt de raad van bestuur op initiatief van zijn voorzitter of op verzoek van een derde van de leden bijeen.

3.   De raad van bestuur kan elkeen van wie het advies dienstig kan zijn, uitnodigen om als waarnemer de vergaderingen bij te wonen.

Denemarken wordt uitgenodigd voor de vergaderingen van de raad van bestuur.

4.   Onverminderd de bepalingen van het reglement van orde, kunnen de leden van de raad van bestuur zich laten bijstaan door raadgevers of deskundigen.

5.   Het secretariaat van de raad van bestuur wordt verzorgd door het ondersteuningsbureau.

Artikel 28

Wijze van stemmen

1.   Tenzij anders bepaald, neemt de raad van bestuur besluiten met absolute meerderheid van de stemmen van zijn stemgerechtigde leden. Elk stemgerechtigd lid beschikt over één stem. Bij afwezigheid van een lid is zijn plaatsvervanger gerechtigd diens stemrecht uit te oefenen.

2.   De uitvoerend directeur neemt niet deel aan de stemming.

3.   De voorzitter neemt aan de stemming deel.

4.   De lidstaten die niet ten volle aan het acquis van de Unie inzake asiel deelnemen, nemen niet deel aan de stemming in de raad van bestuur over besluiten welke onder artikel 29, lid 1, onder e), vallen, en het desbetreffende technisch document uitsluitend handelt over een onderdeel van asielwetgeving van de Unie waardoor zij niet zijn gebonden.

5.   In het reglement van orde van de raad van bestuur worden de nadere bijzonderheden van de stemming bepaald, met name de voorwaarden waaronder een lid namens een ander lid kan handelen, alsmede de eventuele quorumvereisten.

Artikel 29

Taken van de raad van bestuur

1.   De raad van bestuur zorgt ervoor dat het ondersteuningsbureau de taken uitvoert waarmee het is belast. De raad is het programmerings- en toezichtsorgaan van het ondersteuningsbureau. De raad heeft met name tot taak:

a)

na advies van de Commissie met een meerderheid van drie vierde van zijn stemgerechtigde leden zijn reglement van orde vaststellen;

b)

conform artikel 30 de uitvoerend directeur aan te tellen, als tuchtraad op te treden ten aanzien van de uitvoerend directeur en hem, in voorkomend geval, te schorsen of te ontslaan;

c)

een algemeen jaarverslag over de activiteiten van het ondersteuningsbureau goed te keuren en het uiterlijk op 15 juni van het volgende jaar toe te zenden aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer. Het algemeen jaarverslag wordt gepubliceerd;

d)

overeenkomstig artikel 12, lid 1, een jaarverslag over de asielsituatie in de Unie aan te nemen. Dit verslag wordt toegezonden aan het Europees Parlement. De Raad en de Commissie kunnen het verslag eveneens opvragen;

e)

de in artikel 12, lid 2, bedoelde technische documenten aannemen;

f)

uiterlijk op 30 september van elk jaar, op basis van een door de uitvoerend directeur ingediend ontwerp en na advies van de Commissie met een meerderheid van drie vierde van zijn stemgerechtigde leden het werkprogramma van het ondersteuningsbureau voor het volgende jaar vast te stellen en het toe te zenden aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Het werkprogramma wordt vastgesteld conform de jaarlijkse begrotingsprocedure van de Unie en het wetgevingsprogramma van de Unie op het gebied van asiel;

g)

overeenkomstig hoofdstuk 5 zijn taken met betrekking tot de begroting van het ondersteuningsbureau te verrichten;

h)

overeenkomstig artikel 42 van deze verordening praktische regelingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1049/2001 te treffen;

i)

met inachtneming van het bepaalde in artikel 38, het personeelsbeleid van het ondersteuningsbureau vast te stellen;

j)

na de Commissie om advies te hebben verzocht, het meerjarenplan voor het personeelsbeleid vast te stellen;

k)

alle besluiten te nemen betreffende de uitvoering van de opdracht van het ondersteuningsbureau, zoals omschreven in deze verordening;

l)

alle besluiten te nemen over het opzetten en, zo nodig, de verdere ontwikkeling van de in deze verordening vermelde informatiesystemen en met name de in artikel 4, onder c), bedoelde portaalsite; en

m)

alle besluiten te nemen over het opzetten en, zo nodig, de verdere ontwikkeling van de interne structuren van het ondersteuningsbureau.

2.   De raad van bestuur kan een uitvoerend comité opzetten dat de raad van bestuur en de uitvoerend directeur helpt bij de voorbereiding van de door de raad van bestuur vast te stellen besluiten, werkprogramma's en activiteiten, en zo nodig in spoedeisende gevallen namens de raad van bestuur bepaalde voorlopige besluiten neemt.

Het uitvoerend comité bestaat uit acht leden die worden gekozen uit de leden van de raad van bestuur, onder wie één Commissielid. De ambtstermijn van de leden van het uitvoerend comité heeft dezelfde duur als die van de leden van de raad van bestuur.

Op verzoek van het uitvoerend comité kunnen de vertegenwoordigers van het UNHCR of iemand anders wiens mening van belang kan zijn, zonder stemrecht deelnemen aan de werkzaamheden van het uitvoerend comité.

De werkwijze van het uitvoerend comité wordt door het ondersteuningsbureau vastgelegd in zijn reglement van orde en openbaar gemaakt.

Artikel 30

Aanstelling van de uitvoerend directeur

1.   De uitvoerend directeur wordt gekozen uit kandidaten die na een door de Commissie georganiseerd algemeen vergelijkend onderzoek geschikt zijn bevonden, en wordt door de raad van bestuur aangesteld voor een termijn van vijf jaar. Deze selectieprocedure houdt in dat in het Publicatieblad van de Europese Unie en elders een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling wordt geplaatst. De raad van bestuur kan een nieuwe procedure vragen als hij geen van de kandidaten op de eerste lijst geschikt acht. De uitvoerend directeur wordt aangewezen op basis van persoonlijke verdiensten, ervaring op het gebied van asiel en capaciteiten inzake bestuur en beheer. Vóór de aanstelling wordt de door de raad van bestuur gekozen kandidaat verzocht een verklaring voor de bevoegde commissies van het Europees Parlement af te leggen en de vragen van de commissieleden te beantwoorden.

Na deze verklaring kan het Europees Parlement een advies aannemen waarin het zijn mening over de geselecteerde kandidaat geeft. De raad van bestuur laat het Europees Parlement weten op welke wijze met dit advies rekening wordt gehouden. Zolang de kandidaat niet is benoemd, geldt het advies als persoonlijk en vertrouwelijk.

In de loop van de negen maanden vóór het verstrijken van deze vijfjarige ambtstermijn van de uitvoerend directeur verricht de Commissie een evaluatie, die met name betrekking heeft op:

de prestaties van de uitvoerend directeur; en

de taken en verplichtingen van het ondersteuningsbureau in de komende jaren.

2.   Rekening houdend met de evaluatie en alleen indien de opdracht en verplichtingen van het ondersteuningsbureau het rechtvaardigen, kan de raad van bestuur de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal met maximaal drie jaar verlengen.

3.   De raad van bestuur stelt het Europees Parlement in kennis van zijn voornemen om de ambtstermijn van de uitvoerend directeur te verlengen. In de loop van de maand die voorafgaat aan de verlenging van zijn ambtstermijn wordt de uitvoerend directeur verzocht een verklaring voor de bevoegde commissies van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.

Artikel 31

Taken van de uitvoerend directeur

1.   Het ondersteuningsbureau wordt geleid door de uitvoerend directeur, die onafhankelijk is in de uitvoering van zijn taken. De uitvoerend directeur is verantwoordelijk aan de raad van bestuur.

2.   Onverminderd de bevoegdheden van de Commissie, de raad van bestuur en, in voorkomend geval, het uitvoerend comité, vraagt of aanvaardt de uitvoerend directeur geen instructies van een regering of een andere instantie.

3.   De uitvoerend directeur brengt desverlangd aan het Europees Parlement verslag uit over de wijze waarop hij zijn taken heeft uitgevoerd. De Raad kan de uitvoerend directeur verzoeken verslag uit te brengen over de wijze waarop hij zijn taken heeft uitgevoerd.

4.   De uitvoerend directeur is de wettelijke vertegenwoordiger van het ondersteuningsbureau.

5.   De uitvoerend directeur kan worden bijgestaan door een of meer afdelingshoofden. Indien de uitvoerend directeur afwezig of verhinderd is, neemt een van de afdelingshoofden zijn plaats in.

6.   De uitvoerend directeur is belast met het bestuurlijk beheer van het ondersteuningsbureau en met de uitvoering van de taken die het ondersteuningsbureau ingevolge deze verordening heeft. De uitvoerend directeur is in het bijzonder belast met:

a)

het dagelijkse bestuur van het ondersteuningsbureau;

b)

het opstellen van voorstellen voor de werkprogramma's van het ondersteuningsbureau, na advies van de Commissie;

c)

de uitvoering van de werkprogramma's en de besluiten van de raad van bestuur;

d)

het opstellen van de in artikel 4, onder b), bedoelde verslagen over landen van herkomst;

e)

het opstellen van een ontwerp voor de financiële regeling van het ondersteuningsbureau die overeenkomstig artikel 37 wordt aangenomen door de raad van bestuur, alsook voor de maatregelen ter uitvoering van die regeling;

f)

het opstellen van het ontwerp van de ontvangsten- en uitgavenraming voor het ondersteuningsbureau, alsook de uitvoering van de begroting;

g)

het uitoefenen ten aanzien van het personeel van het ondersteuningsbureau van de in artikel 38 bedoelde bevoegdheden;

h)

het nemen van alle besluiten over het beheer van de in deze verordening vermelde informatiesystemen en met name van de in artikel 4, onder c), bedoelde portaalsite;

i)

het nemen van alle besluiten over het beheer van de interne structuren van het ondersteuningsbureau; en

j)

de coördinatie en het doen functioneren van het in artikel 51 bedoelde adviesforum. Daartoe neemt de uitvoerend directeur in overleg met ter zake doende maatschappelijke organisaties eerst een plan voor de installatie van het adviesforum aan. Na de formele installatie neemt de uitvoerend directeur, in overleg met het adviesforum, een operationeel plan aan met voorschriften inzake de frequentie en de aard van het advies en de organisatorische mechanismes voor de uitvoering van artikel 51. Voorts worden transparante criteria voor continue deelneming aan het adviesforum vastgesteld.

Artikel 32

Groepen

1.   In het kader van zijn opdracht in de zin van deze verordening kan het ondersteuningsbureau groepen oprichten, bestaande uit deskundigen van de bevoegde asielinstanties van de lidstaten, onder wie rechters. Het ondersteuningsbureau stelt groepen in voor de uitvoering van artikel 4, onder e), en artikel 12, lid 2. De deskundigen kunnen zich laten vervangen door gelijktijdig aangestelde plaatsvervangers.

2.   De Commissie heeft van rechtswege zitting in de groepen. De vertegenwoordigers van het UNHCR kunnen, afhankelijk van de aard van de behandelde aangelegenheden, de vergaderingen van de groepen van het ondersteuningsbureau volledig of gedeeltelijk bijwonen.

3.   De groepen kunnen elkeen wiens mening van belang kan zijn, met name vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, werkzaam op asielgebied, uitnodigen om de vergaderingen bij te wonen.

HOOFDSTUK 5

FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 33

Begroting

1.   Voor elk begrotingsjaar, dat samenvalt met het kalenderjaar, worden alle ontvangsten en uitgaven van het ondersteuningsbureau geraamd en vervolgens in de begroting van het ondersteuningsbureau vervat.

2.   De ontvangsten en uitgaven van het ondersteuningsbureau zijn in evenwicht.

3.   Onverminderd andere middelen, bestaan de ontvangsten van het ondersteuningsbureau uit:

a)

een in de algemene begroting van de Europese Unie opgenomen bijdrage van de Unie;

b)

vrijwillige bijdragen van de lidstaten;

c)

vergoedingen voor publicaties en andere door het ondersteuningsbureau verrichte diensten;

d)

een bijdrage van de geassocieerde landen.

4.   De uitgaven van het ondersteuningsbureau omvatten de bezoldiging van het personeel, uitgaven voor administratie en infrastructuur en huishoudelijke uitgaven.

Artikel 34

Vaststelling van de begroting

1.   Elk jaar stelt de uitvoerend directeur een ontwerp-raming op van de ontvangsten en uitgaven van het ondersteuningsbureau voor het volgende begrotingsjaar, waarin een personeelsformatie is opgenomen, en zendt deze toe aan de raad van bestuur.

2.   Op basis van dit ontwerp stelt de raad van bestuur een voorlopige raming op van de ontvangsten en uitgaven van het ondersteuningsbureau voor het volgende begrotingsjaar.

3.   De voorlopige raming van de ontvangsten en uitgaven van het ondersteuningsbureau wordt uiterlijk op 10 februari aan de Commissie toegezonden. De raad van bestuur zendt een definitieve versie van die raming, die tevens een ontwerp van personeelsformatie bevat, uiterlijk op 31 maart aan de Commissie.

4.   De Commissie zendt de raming, samen met het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie, toe aan het Europees Parlement en de Raad (de begrotingsautoriteit).

5.   Op basis van de raming neemt de Commissie de geraamde bedragen die zij nodig acht met betrekking tot de personeelsformatie en het bedrag van de subsidie ten laste van de algemene begroting, op in het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie, dat zij overeenkomstig de artikelen 313 en 314 van het VWEU voorlegt aan de begrotingsautoriteit.

6.   De begrotingsautoriteit keurt de kredieten voor de subsidie aan het ondersteuningsbureau goed.

7.   De begrotingsautoriteit stelt de personeelsformatie van het ondersteuningsbureau vast.

8.   De begroting van het ondersteuningsbureau wordt vastgesteld door de raad van bestuur. De begroting wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Europese Unie. Indien nodig wordt de begroting dienovereenkomstig aangepast.

9.   De raad van bestuur stelt de begrotingsautoriteit zo spoedig mogelijk in kennis van de projecten die hij voornemens is te realiseren en die aanzienlijke financiële gevolgen voor de financiering van de begroting kunnen hebben, met name onroerendgoedprojecten zoals de huur of aankoop van gebouwen. Hij brengt de Commissie daarvan op de hoogte.

10.   Een tak van de begrotingsautoriteit die heeft verklaard advies te willen uitbrengen, doet het advies binnen zes weken na de kennisgeving van het project toekomen aan de raad van bestuur.

Artikel 35

Uitvoering van de begroting

1.   De uitvoerend directeur voert de begroting van het ondersteuningsbureau uit.

2.   De uitvoerend directeur zendt de begrotingsautoriteit jaarlijks alle relevante informatie over de resultaten van de evaluatieprocedures toe.

Artikel 36

Indiening van de rekeningen en kwijting

1.   Uiterlijk op 1 maart van het jaar dat volgt op het afgesloten begrotingsjaar dient de rekenplichtige van het ondersteuningsbureau de voorlopige jaarrekening, samen met het verslag over het budgettair en financieel beheer van het begrotingsjaar, in bij de rekenplichtige van de Commissie. De rekenplichtige van de Commissie consolideert de voorlopige rekeningen van de instellingen en de gedecentraliseerde organen in de zin van artikel 128 van het Financieel Reglement.

2.   Uiterlijk op 31 maart van het jaar dat volgt op het afgesloten begrotingsjaar, zendt de rekenplichtige van de Commissie de voorlopige rekeningen van het ondersteuningsbureau, samen met het verslag over het budgettair en financieel beheer van het begrotingsjaar, toe aan de Rekenkamer. Het verslag over het begrotings- en financieel beheer van het begrotingsjaar wordt tevens aan het Europees Parlement en de Raad toegezonden.

3.   Na ontvangst van de opmerkingen van de Rekenkamer over de voorlopige rekeningen van het ondersteuningsbureau overeenkomstig artikel 129 van het Financieel Reglement maakt de uitvoerend directeur onder zijn verantwoordelijkheid de definitieve rekeningen van het ondersteuningsbureau op en zendt deze voor advies toe aan de raad van bestuur.

4.   De raad van bestuur brengt advies uit over de definitieve rekeningen van het ondersteuningsbureau.

5.   Uiterlijk op 1 juli van het jaar dat volgt op het afgesloten begrotingsjaar zendt de uitvoerend directeur de definitieve rekeningen, samen met het advies van de raad van bestuur, toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer.

6.   De definitieve rekeningen worden gepubliceerd.

7.   De uitvoerend directeur geeft de Rekenkamer uiterlijk op 30 september antwoord op haar opmerkingen. Hij dient dit antwoord ook in bij de raad van bestuur.

8.   De uitvoerend directeur verstrekt het Europees Parlement op verzoek alle inlichtingen die nodig zijn voor het goede verloop van de kwijtingsprocedure voor het betrokken begrotingsjaar, overeenkomstig artikel 146, lid 3, van het Financieel Reglement.

9.   Vóór 15 mei van het jaar n+2 verleent het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad, die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, de uitvoerend directeur kwijting voor de uitvoering van de begroting van het begrotingsjaar n.

Artikel 37

Financiële regeling

De financiële regeling die op het ondersteuningsbureau van toepassing is, wordt door de raad van bestuur na raadpleging van de Commissie,vastgesteld. Deze financiële regeling mag slechts afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (11), indien de specifieke vereisten van de werking van het ondersteuningsbureau dit noodzakelijk maken en mits de Commissie hierin heeft toegestemd.

HOOFDSTUK 6

BEPALINGEN BETREFFENDE HET PERSONEEL

Artikel 38

Personeel

1.   Het statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen, de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 (12) (het statuut) en de regels die gezamenlijk zijn vastgesteld door de instellingen van de Europese Unie met het oog op de toepassing van dit statuut en deze regeling zijn van toepassing op het personeel van het ondersteuningsbureau, met inbegrip van de uitvoerend directeur.

2.   De raad van bestuur stelt, met instemming van de Commissie, de uitvoeringsmaatregelen vast die zijn bedoeld in artikel 110 van het statuut.

3.   De bevoegdheden die bij het statuut aan het tot aanstelling bevoegde gezag en bij de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden aan het tot het aangaan van overeenkomsten bevoegde gezag zijn toegekend, worden door het ondersteuningsbureau uitgeoefend met betrekking tot zijn eigen personeel.

4.   De raad van bestuur stelt bepalingen op grond waarvan uit de lidstaten gedetacheerde nationale deskundigen voor het ondersteuningsbureau kunnen werken.

Artikel 39

Voorrechten en immuniteiten

Het protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie is van toepassing op het ondersteuningsbureau.

HOOFDSTUK 7

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 40

Rechtsstatus

1.   Het ondersteuningsbureau is een orgaan van de Unie. Het heeft rechtspersoonlijkheid.

2.   In elk der lidstaten heeft het ondersteuningsbureau de ruimste handelingsbevoegdheid welke bij de nationale wet aan rechtspersonen is toegekend. Het ondersteuningsbureau kan met name roerende en onroerende goederen verkrijgen of vervreemden en in rechte optreden.

3.   Het ondersteuningsbureau wordt vertegenwoordigd door zijn uitvoerend directeur.

Artikel 41

Talenregeling

1.   De bepalingen van Verordening nr. 1 van 15 april 1958 tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap (13) zijn op het ondersteuningsbureau zijn van toepassing.

2.   Onverminderd de besluiten die op grond van artikel 342 van het VWEU worden genomen, worden het algemeen jaarverslag over de activiteiten van het ondersteuningsbureau en het jaarlijks werkprogramma van het bureau, bedoeld in artikel 29, lid 1, onder c) respectievelijk f), in alle officiële talen van de instellingen van de Europese Unie opgesteld.

3.   De voor het functioneren van het ondersteuningsbureau vereiste vertaaldiensten worden verricht door het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie.

Artikel 42

Toegang tot documenten

1.   Verordening (EG) nr. 1049/2001 is van toepassing op de documenten die bij het ondersteuningsbureau berusten.

2.   De raad van bestuur stelt binnen zes maanden na de datum van zijn eerste vergadering de gedetailleerde regels ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vast.

3.   Tegen een besluit van het ondersteuningsbureau op grond van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 kan, onder de in respectievelijk artikel 228 en artikel 263 van het VWEU bepaalde voorwaarden, een klacht worden ingediend bij de Ombudsman of een beroep worden ingesteld bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

4.   De verwerking van persoonsgegevens door het ondersteuningsbureau wordt beheerst door Verordening (EG) nr. 45/2001.

Artikel 43

Veiligheidsvoorschriften betreffende de bescherming van gerubriceerde gegevens en niet-gerubriceerde gevoelige gegevens

1.   Het ondersteuningsbureau past de beveiligingsbeginselen toe welke zijn vervat in Besluit 2001/844/EG, EGKS, Euratom van de Commissie van 29 november 2001 tot wijziging van haar reglement van orde (14), onder meer de bepalingen betreffende de uitwisseling, de verwerking en de opslag van gerubriceerde gegevens.

2.   Het ondersteuningsbureau past tevens de beveiligingsbeginselen inzake de behandeling van niet-gerubriceerde gevoelige gegevens toe, zoals vastgesteld en uitgevoerd door de Commissie.

Artikel 44

Fraudebestrijding

1.   Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere illegale handelingen is Verordening (EG) nr. 1073/1999 onverminderd van toepassing.

2.   Het ondersteuningsbureau treedt toe tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 en stelt onverwijld de dienovereenkomstige voorschriften vast, die op alle medewerkers van het ondersteuningsbureau van toepassing zijn.

3.   De financieringsbesluiten, alsmede alle contracten en uitvoeringsinstrumenten die uit de besluiten voortvloeien, stipuleren uitdrukkelijk dat de Rekenkamer en het OLAF, indien nodig, bij de begunstigden van middelen van het ondersteuningsbureau en bij de tussenpersonen die deze middelen verdelen, tot controle ter plaatse kunnen overgaan.

Artikel 45

Aansprakelijkheid

1.   De contractuele aansprakelijkheid van het ondersteuningsbureau wordt beheerst door de wetgeving die van toepassing is op de betrokken overeenkomst.

2.   Het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd uitspraak te doen krachtens een arbitrageclausule in een door het ondersteuningsbureau gesloten overeenkomst.

3.   Bij niet-contractuele aansprakelijkheid vergoedt het ondersteuningsbureau, conform de algemene beginselen welke de rechtsstelsels der lidstaten gemeen hebben, alle door zijn diensten of door zijn personeelsleden in de uitoefening van hun werkzaamheden veroorzaakte schade.

4.   Het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd, kennis te nemen van geschillen over de vergoeding van de in lid 3 bedoelde schade.

5.   De persoonlijke aansprakelijkheid van de personeelsleden jegens het ondersteuningsbureau wordt beheerst door de bepalingen van het statuut dat op hen van toepassing is.

Artikel 46

Evaluatie en herziening

1.   Uiterlijk 19 juni 2014 geeft het ondersteuningsbureau opdracht tot een onafhankelijke externe evaluatie van de behaalde resultaten, op basis van de door de raad van bestuur, met instemming van de Commissie, vastgestelde opdracht. Bij deze evaluatie wordt nagegaan wat de impact van het bureau is op de praktische samenwerking op asielgebied en op het CEAS. Bij de evaluatie wordt gekeken naar de vorderingen van het ondersteuningsbureau binnen zijn mandaat en wordt beoordeeld of bijkomende maatregelen nodig zijn voor een daadwerkelijke solidariteit en een deling van de verantwoordelijkheden met de lidstaten die onder bijzondere druk staan. Meer bepaald wordt onderzocht of het nodig is de opdracht van het bureau aan te passen, en wat in voorkomend geval de financiële consequenties daarvan zijn en wordt tevens onderzocht of de beheerstructuur is berekend voor de taken van het ondersteuningsbureau. Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met de standpunten van de belanghebbende partijen op zowel het niveau van de Unie als nationaal niveau.

2.   Rekening houdend met de resultaten van de in lid 1 bedoelde evaluatie, bepaalt de raad van bestuur, met instemming van de Commissie, wanneer de verdere evaluaties zullen plaatsvinden.

Artikel 47

Administratieve controle

De activiteiten van het ondersteuningsbureau zijn, overeenkomstig de bepalingen van artikel 228 van het VWEU, aan de controle van de Ombudsman onderworpen.

Artikel 48

Samenwerking met Denemarken

Het ondersteuningsbureau faciliteert de operationele samenwerking met Denemarken, waaronder de uitwisseling van informatie en beproefde methode op zijn werkterrein.

Artikel 49

Samenwerking met derde en geassocieerde landen

1.   Het ondersteuningsbureau staat open voor deelname van IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland als waarnemers. Betreffende onder meer de aard en de omvang van de deelname, en de wijze van deelname van deze landen aan de werkzaamheden van het ondersteuningsbureau, worden nadere regelingen vastgesteld. Deze regelingen omvatten met name bepalingen betreffende de deelname aan de door het ondersteuningsbureau genomen initiatieven, de financiële bijdragen en het personeel. Wat personeelszaken betreft, voldoen deze regelingen in elk geval aan het statuut.

2.   Ter zake van zijn activiteiten faciliteert het ondersteuningsbureau, voor zover dit ten behoeve van zijn taken is vereist, met instemming van de Commissie en binnen zijn mandaat, de operationele samenwerking tussen de lidstaten en andere dan de in lid 1 vermelde derde landen in het kader van de externe betrekkingen van de Unie; het bureau kan ook voor technische aspecten op de onder deze verordening vallende gebieden overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het VWEU samenwerken met de bevoegde autoriteiten van derde landen, in het kader van met deze autoriteiten gemaakte werkafspraken.

Artikel 50

Samenwerking met het UNHCR

Het ondersteuningsbureau werkt in het kader van deze verordening samen met het UNHCR, volgens met het UNHCR gemaakte werkafspraken. Bij het ondersteuningsbureau besluit de raad van bestuur over de werkafspraken en de budgettaire gevolgen ervan.

Voorts kan de raad van bestuur besluiten dat het ondersteuningsbureau financiële middelen ter beschikking kan stellen om het UNHCR-uitgaven te dekken voor activiteiten die niet in de werkafspraken zijn geregeld. Deze subsidies passen in het kader van de bevoorrechte samenwerkingsbetrekkingen tussen het ondersteuningsbureau en het UNHCR, zoals omschreven in dit artikel en in artikel 2, lid 5, artikel 5, artikel 9, lid 1, artikel 25, lid 4, en artikel 32, lid 2. Overeenkomstig artikel 75 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 zijn de desbetreffende bepalingen van het Financieel Reglement alsook de uitvoeringsvoorschriften ervan van toepassing.

Artikel 51

Adviesforum

1.   Het ondersteuningsbureau onderhoudt een nauwe dialoog met ter zake doende maatschappelijke organisaties en bevoegde instanties die op lokaal, regionaal, nationaal, Europees of internationaal niveau actief zijn op asielgebied en richt daartoe een adviesforum op.

2.   Het adviesforum is een mechanisme voor uitwisseling van informatie en bundeling van kennis. Het zorgt voor een nauwe dialoog tussen het ondersteuningsbureau en belanghebbenden.

3.   Het adviesforum staat open voor alle ter zake doende belanghebbende partijen, conform lid 1. Het ondersteuningsbureau richt zich tot de leden van het forum voor specifieke behoeften op gebieden die als prioritaire werkterreinen van het ondersteuningsbureau zijn aangemerkt.

Het UNHCR is van rechtswege lid van het adviesforum.

4.   Het ondersteuningsbureau doet met name een beroep op het forum voor:

a)

het doen van voorstellen aan de raad van bestuur over het krachtens artikel 29, lid 1, onder f), vast te stellen jaarlijks werkprogramma;

b)

het geven van feedback en het voorstellen van follow-upmaatregelen aan de raad van bestuur met betrekking tot het in artikel 29, lid 1, onder c), bedoelde jaarverslag, en het in artikel 12, lid 1, bedoelde jaarverslag over de asielsituatie in de Unie, en

c)

het meedelen aan de uitvoerend directeur en de raad van bestuur van de resultaten en aanbevelingen van conferenties, studiebijeenkomsten en vergaderingen die relevant zijn voor de werkzaamheden van het ondersteuningsbureau.

5.   Het adviesforum komt ten minste eenmaal per jaar bijeen.

Artikel 52

Samenwerking met Frontex, FRA, andere organen van de Unie en met internationale organisaties

Het ondersteuningsbureau werkt samen met organen van de Unie die op zijn werkgebied actief zijn en met name met Frontex en FRA, alsook met de internationale organisaties op de onder deze verordening vallende gebieden, in het kader van met deze organen gemaakte werkafspraken, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het VWEU en de bepalingen over de bevoegdheid van die organen.

Door deze samenwerking kunnen er synergieën ontstaan tussen de betrokken organen en kunnen overlappingen en redundantie bij de werkzaamheden die deze diverse organen in het kader van hun mandaat uitvoeren, worden voorkomen.

Artikel 53

Vestigingsovereenkomst en voorwaarden voor de werking van het ondersteuningsbureau

De bepalingen betreffende de huisvesting van het ondersteuningsbureau in de gastlidstaat en de door deze lidstaat ter beschikking gestelde installaties, alsook de specifieke voorschriften die in de gastlidstaat van het ondersteuningsbureau gelden voor de uitvoerend directeur, de leden van de raad van bestuur, het personeel van het ondersteuningsbureau en hun gezinsleden, worden vastgesteld in een vestigingsovereenkomst tussen het ondersteuningsbureau en de gastlidstaat, die wordt gesloten nadat de raad van bestuur daarmee heeft ingestemd. De gastlidstaat van het ondersteuningsbureau zorgt ervoor dat het ondersteuningsbureau in optimale omstandigheden kan werken, onder andere door het aanbieden van meertalig onderwijs met een Europese dimensie en adequate vervoersverbindingen.

Artikel 54

Aanvang van de activiteiten van het ondersteuningsbureau

Het ondersteuningsbureau begint volledig te functioneren uiterlijk 19 juni 2011.

De Commissie is ermee belast het ondersteuningsbureau op te zetten en het te laten functioneren totdat het voldoende operationele capaciteit heeft om de eigen begroting uit te voeren.

Daartoe:

kan een ambtenaar van de Commissie als directeur ad interim de aan de uitvoerend directeur toegekende taken verrichten, totdat de uitvoerend directeur, na zijn aanstelling door de raad van bestuur overeenkomstig artikel 30, zijn taken opneemt;

kunnen ambtenaren van de Commissie onder verantwoordelijkheid van de directeur ad interim of de uitvoerend directeur de taken van het ondersteuningsbureau verrichten.

De directeur ad interim kan alle betalingen binnen de kredieten van de begroting van het ondersteuningsbureau toestaan die zijn goedgekeurd door de raad van bestuur, en kan contracten sluiten, waaronder contracten tot aanstelling van personeel nadat de personeelsformatie van het ondersteuningsbureau is vastgesteld.

Artikel 55

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Straatsburg, 19 mei 2010.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

J. BUZEK

Voor de Raad

De voorzitter

D. LÓPEZ GARRIDO


(1)  Standpunt van het Europees Parlement van 7 mei 2009 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad), standpunt van de Raad in eerste lezing van 25 februari 2010 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). Standpunt van het Europees Parlement van 18 mei 2010 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  PB L 349 van 25.11.2004, blz. 1.

(3)  PB L 53 van 22.2.2007, blz. 1.

(4)  PB L 131 van 21.5.2008, blz. 7.

(5)  PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.

(6)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(7)  PB L 136 van 31.5.1999, blz. 1.

(8)  PB L 136 van 31.5.1999, blz. 15.

(9)  PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43.

(10)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

(11)  PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72.

(12)  PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1.

(13)  PB 17 van 6.10.1958, blz. 385.

(14)  PB L 317 van 3.12.2001, blz. 1.


Top