Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32009R1007

Verordening (EG) nr. 1007/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de handel in zeehondenproducten (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 286, 31.10.2009, p. 36–39 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 13 Volume 024 P. 288 - 291

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/1007/oj

31.10.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 286/36


VERORDENING (EG) Nr. 1007/2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 16 september 2009

betreffende de handel in zeehondenproducten

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Zeehonden zijn wezens met gevoel die pijn, kwellingen, angst, en andere vormen van lijden kunnen ervaren. In zijn verklaring over het verbod op zeehondenproducten in de Europese Unie (3) verzocht het Europees Parlement de Commissie onmiddellijk een verordening op te stellen om de invoer, uitvoer en verkoop van alle producten van zadelrobben en klapmutsen te verbieden. In zijn resolutie van 12 oktober 2006 over een communautair actieplan inzake de bescherming en het welzijn van dieren 2006-2010 (4) riep het Europees Parlement de Commissie op een totaalverbod op de invoer van zeehondenproducten in te stellen. In zijn Aanbeveling 1776 (2006) van 17 november 2006 over de zeehondenjacht beval de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa aan om de lidstaten van de Raad van Europa die op zeehonden jagen, te vragen alle wrede jachtmethoden die niet waarborgen dat de dieren onmiddellijk en zonder te lijden sterven, te verbieden, het verdoven van dieren met instrumenten zoals hakapiks (knuppels met een haak), ploertendoders en vuurwapens te verbieden en initiatieven die erop gericht zijn de handel in zeehondenproducten te verbieden, te bevorderen.

(2)

De invoer in de lidstaten met commercieel oogmerk van de huiden van jongen van zadelrobben en jongen van klapmutsen en daarvan vervaardigde producten is verboden overeenkomstig Richtlijn 83/129/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende de invoer in de lidstaten van huiden van bepaalde zeehondenjongen en daarvan vervaardigde producten (5).

(3)

Er wordt binnen en buiten de Gemeenschap op zeehonden gejaagd met het oog op het verkrijgen van producten en artikelen zoals vlees, olie, spek, organen, bont en daarvan afgeleide waren, met inbegrip van zo uiteenlopende producten als Omega-3-capsules en kledingstukken waarin behandelde zeehondenvellen en -bont zijn verwerkt. Deze producten worden verhandeld op diverse markten, met inbegrip van die van de Gemeenschap. Het is voor consumenten, juist vanwege de aard van deze producten, moeilijk of onmogelijk hen te onderscheiden van soortgelijke, niet van zeehonden vervaardigde producten.

(4)

De jacht op zeehonden heeft geleid tot grote bezorgdheid bij het publiek en regeringen, die gevoelig zijn voor overwegingen in verband met het dierenwelzijn, zulks vanwege de pijn, kwellingen, angst en andere vormen van lijden die het doden en villen van zeehonden op de manier waarop dit momenteel meestal geschiedt, de dieren veroorzaakt.

(5)

Ingevolge de bezorgdheid van burgers en consumenten in verband met de dierenwelzijnsaspecten van het doden en villen van zeehonden en de mogelijke aanwezigheid op de markt van producten die afkomstig zijn van dieren die zijn gedood en gevild op manieren die pijn, kwellingen, angst en andere vormen van lijden veroorzaken, hebben diverse lidstaten wetgeving vastgesteld, of zijn dit van plan, om de handel in zeehondenproducten te reguleren door de invoer en productie ervan te verbieden, terwijl in andere lidstaten geen beperkingen op de handel in deze producten bestaan.

(6)

Er bestaan bijgevolg verschillen tussen nationale bepalingen inzake de handel, invoer, productie en het in de handel brengen van zeehondenproducten. Deze verschillen hebben een ongunstig effect op het functioneren van de interne markt in producten die zeehondenproducten (kunnen) bevatten en vormen belemmeringen van de handel in dit soort producten.

(7)

Doordat zulke verschillende bepalingen bestaan is het mogelijk dat de consument nog verder wordt ontmoedigd producten te kopen die niet van zeehonden zijn gemaakt, maar die wellicht niet gemakkelijk te onderscheiden zijn van soortgelijke goederen die van zeehonden zijn gemaakt, of producten die bestanddelen of ingrediënten kunnen bevatten die uit zeehonden zijn verkregen zonder dat zulks duidelijk herkenbaar is, zoals bont, Omega-3-capsules en oliën en lederen goederen.

(8)

De maatregelen waarin deze verordening voorziet, beogen daarom de voorschriften voor commerciële activiteiten die betrekking hebben op zeehondenproducten in de Gemeenschap te harmoniseren, en aldus te voorkomen dat de interne markt voor de desbetreffende producten wordt verstoord, met inbegrip van producten die gelijkwaardig zijn aan zeehondenproducten of die deze kunnen vervangen.

(9)

Overeenkomstig het aan het Verdrag gehechte Protocol betreffende de bescherming en het welzijn van dieren moet de Gemeenschap bij het formuleren en uitvoeren van onder meer het beleid op het gebied van interne markt ten volle rekening houden met hetgeen vereist is voor het welzijn van dieren. In de geharmoniseerde voorschriften waarin deze verordening voorziet, moet bijgevolg ten volle rekening worden gehouden met overwegingen voor het welzijn van dieren.

(10)

Om een einde te maken aan de huidige versnippering van de interne markt, moet worden voorzien in geharmoniseerde voorschriften waarbij rekening wordt gehouden met dierenwelzijnsaspecten. Ter bestrijding van belemmeringen van het vrije verkeer van de desbetreffende producten op doeltreffende en evenredige wijze, dient het op de markt brengen van zeehondenproducten in het algemeen niet toegestaan te zijn teneinde het vertrouwen van de consumenten te herstellen, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat volledig tegemoet wordt gekomen aan de verontrusting in verband met dierenwelzijn. Daar de verontrusting van de burgers en consumenten eveneens het doden en villen van zeehonden als zodanig omvat, moeten er ook maatregelen worden genomen om de vraag die aanleiding is tot het in de handel brengen van zeehondenproducten en dus de economische vraag waardoor de commerciële jacht op zeehonden wordt aangewakkerd, terug te dringen. Om te zorgen voor daadwerkelijke handhaving moeten de geharmoniseerde voorschriften worden gehandhaafd op het tijdstip of op de plaats van invoer van ingevoerde producten.

(11)

Hoewel het misschien mogelijk is zeehonden te doden en te villen zonder onnodige pijn, kwellingen, angst en andere vormen van lijden te veroorzaken, is consequente controle van de wijze waarop de jagers de dierenwelzijnseisen naleven, door de omstandigheden waarin de zeehondenjacht plaatsvindt in de praktijk niet uitvoerbaar of in ieder geval zeer moeilijk op een doeltreffende wijze te verwezenlijken, zoals de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid op 6 december 2007 heeft vastgesteld.

(12)

Eveneens is het duidelijk dat hetzelfde resultaat niet zou worden verkregen door andere vormen van geharmoniseerde voorschriften zoals etiketteringseisen. Bovendien zou de eis dat fabrikanten, distributeurs of detailhandelaren producten die geheel of ten dele vervaardigd zijn van zeehonden, als dusdanig etiketteren, deze economische actoren in aanzienlijke mate belasten en ook onevenredig kostbaar zijn in gevallen waarin zeehondenproducten slechts een gering deel vormen van het product in kwestie. De maatregelen in onderhavige verordening zullen daarentegen gemakkelijker na te leven zijn en stellen tegelijkertijd de consumenten gerust.

(13)

Om te waarborgen dat de geharmoniseerde voorschriften in onderhavige verordening volledig werkzaam zijn, moeten deze voorschriften niet alleen van toepassing zijn op zeehondenproducten die afkomstig zijn uit de Gemeenschap, maar eveneens op die producten die vanuit derde landen de Gemeenschap binnen worden gebracht.

(14)

De fundamentele economische en sociale belangen van de Inuitgemeenschappen die voor hun levensonderhoud de jacht op zeehonden beoefenen, mogen niet negatief worden beïnvloed. De jacht is een integraal onderdeel van de cultuur en identiteit van de leden van de Inuitmaatschappij en als dusdanig erkend door de Verklaring van de Verenigde Naties inzake de Rechten van Inheemse Volkeren. Zeehondenproducten die afkomstig zijn van zeehonden waarop door de Inuit- en andere inheemse gemeenschappen traditioneel voor hun levensonderhoud wordt gejaagd, moeten daarom op de markt mogen worden gebracht.

(15)

Deze verordening stelt geharmoniseerde voorschriften vast inzake het op de markt brengen van zeehondenproducten. Zij laat andere communautaire of nationale voorschriften tot regulering van de jacht op zeehonden derhalve onverlet.

(16)

De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de procedures voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (6).

(17)

In het bijzonder moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven de voorwaarden te bepalen waarop zeehondenproducten die het resultaat zijn van traditioneel door Inuit- of andere inheemse gemeenschappen voor hun levensonderhoud beoefende jacht op de markt mogen worden gebracht; de voorwaarden te bepalen waarop de invoer toegestaan is van zeehondenproducten, die occasioneel gebeurt en uitsluitend bestaat uit goederen voor persoonlijk gebruik van reizigers of van hun familieleden; en de voorwaarden te bepalen waarop het op de markt brengen van zeehondenproducten toegestaan is die afkomstig zijn uit overeenkomstig de nationale wetgeving gereguleerde jacht die uitsluitend wordt beoefend met het oog op duurzaam beheer van de rijkdommen van de zee. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing.

(18)

Ter vergemakkelijking van de handhavingsoperaties die door de desbetreffende nationale instanties worden uitgevoerd, moet de Commissie technische richtsnoeren publiceren met niet-bindende aanwijzingen over de codes van de gecombineerde nomenclatuur die mogelijks gelden voor de zeehondenproducten waarop onderhavige verordening van toepassing is.

(19)

De lidstaten moeten regels vaststellen inzake sancties wegens overtredingen van de bepalingen van deze verordening en erop toezien dat deze regels worden uitgevoerd. Deze sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.

(20)

De lidstaten moeten regelmatig verslag uitbrengen over de maatregelen die zij hebben getroffen om deze verordening uit te voeren. Op basis van deze verslagen moet de Commissie bij het Europees Parlement en bij de Raad verslag uitbrengen over de uitvoering van deze verordening.

(21)

Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk het wegnemen van belemmeringen voor de werking van de interne markt door de harmonisering op communautair niveau van nationale verbodsbepalingen inzake de handel in zeehondenproducten, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen vaststellen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening stelt geharmoniseerde voorschriften vast inzake het op de markt brengen van zeehondenproducten.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:

1.

„zeehond”: een specimen van alle soorten vinpotigen (Phocidae, Otariidae en Odobenidae);

2.

„zeehondenproduct”: elk product, bewerkt of onbewerkt, dat is afgeleid of verkregen van zeehonden, met inbegrip van vlees, olie, spek, organen, onbewerkte en pelzen en gelooide of anderszins bereide of veredelde pelzen, inclusief pelzen aaneengenaaid tot banen, zakken, vierkanten, kruisen en dergelijke vormen, alsmede artikelen die zijn gemaakt van pelzen;

3.

„op de markt brengen”: op de communautaire markt brengen en daardoor, tegen betaling, aan derden beschikbaar stellen;

4.

„Inuit”: inheemse bewoners van het Inuitgebied, d.w.z. de Arctische en subarctische gebieden waar de Inuit momenteel of traditioneel oorspronkelijke rechten en belangen hebben, die door de Inuit worden erkend als behorende tot hun volk, en Inupiat, Yupik (Alaska), Inuit, Inuvialuit (Canada), Kalaallit (Groenland) en Yupik (Rusland) omvat;

5.

„invoer”: elk binnenbrengen van goederen in het douanegebied van de Gemeenschap.

Artikel 3

Voorwaarden voor het op de markt brengen

1.   Uitsluitend zeehondenproducten die afkomstig zijn van door de Inuit- en andere inheemse gemeenschappen traditioneel voor hun levensonderhoud beoefende jacht mogen op de markt worden gebracht. Voor ingevoerde producten gelden deze voorwaarden op het tijdstip of op de plaats van invoer.

2.   In afwijking van lid 1:

a)

is de invoer van zeehondenproducten ook toegestaan indien deze occasioneel gebeurt en uitsluitend bestaat uit goederen voor persoonlijk gebruik van reizigers of hun familieleden. Aard en hoeveelheid van deze goederen zijn niet zodanig dat er aanwijzingen zijn dat zij ingevoerd worden voor commerciële redenen;

b)

is het op de markt brengen van zeehondenproducten ook toegestaan indien deze afkomstig zijn uit bijproducten van overeenkomstig de nationale wetgeving gereguleerde jacht die uitsluitend wordt beoefend met het oog op duurzaam beheer van rijkdommen van de zee. Dit op de markt brengen is uitsluitend toegestaan indien het zonder winstoogmerk plaatsvindt. Aard en hoeveelheid van deze goederen mogen niet zodanig zijn dat er aanwijzingen zijn dat zij op de markt gebracht worden voor commerciële redenen.

De toepassing van dit lid mag de verwezenlijking van de doelstelling van onderhavige verordening niet ondergraven.

3.   De Commissie publiceert overeenkomstig de in artikel 5, lid 2, bedoelde beheersprocedure technische richtsnoeren met een indicatieve lijst van de codes van de gecombineerde nomenclatuur die eventueel gelden voor de zeehondenproducten waarop onderhavig artikel van toepassing is.

4.   Onverminderd het bepaalde in lid 3, worden maatregelen ter uitvoering van dit artikel, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, vastgesteld volgens de in artikel 5, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Artikel 4

Vrij verkeer

Het is de lidstaten niet toegestaan het op de markt brengen van zeehondenproducten die beantwoorden aan deze verordening, te verhinderen.

Artikel 5

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het comité dat is opgericht uit hoofde van artikel 18, lid 1, van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (7). Bedoeld comité kan zo nodig een beroep doen op andere bestaande regelgevende comités, zoals het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid dat is opgericht overeenkomstig artikel 58, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (8).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

Artikel 6

Sancties en handhaving

De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze verordening, en nemen alle nodige maatregelen om te waarborgen dat zij worden toegepast. Deze sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 20 augustus 2010 van deze bepalingen in kennis en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen van die bepalingen mee.

Artikel 7

Verslagen

1.   De lidstaten doen de Commissie uiterlijk op 20 november 2011 en vervolgens om de vier jaar een verslag toekomen waarin de maatregelen ter uitvoering van deze verordening worden beschreven.

2.   Op basis van de verslagen als bedoeld in lid 1 rapporteert de Commissie bij het Europees Parlement en bij de Raad over de uitvoering van deze verordening, binnen twaalf maanden na afloop van elke betrokken rapportageperiode.

Artikel 8

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3 is van toepassing met ingang van 20 augustus 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 16 september 2009.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

J. BUZEK

Voor de Raad

De voorzitster

C. MALMSTRÖM


(1)  Advies uitgebracht op 26 februari 2009 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  Advies van het Europees Parlement van 5 mei 2009 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 27 juli 2009.

(3)  PB C 306 E van 15.12.2006, blz. 194.

(4)  PB C 308 E van 16.12.2006, blz. 170.

(5)  PB L 91 van 9.4.1983, blz. 30.

(6)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(7)  PB L 61 van 3.3.1997, blz. 1.

(8)  PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.


Top