Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32009R0612

Verordening (EG) nr. 612/2009 van de Commissie van 7 juli 2009 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (Herschikking)

OJ L 186, 17.7.2009, p. 1–58 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 03 Volume 028 P. 241 - 298

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/612/oj

17.7.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 186/1


VERORDENING (EG) nr. 612/2009 VAN DE COMMISSIE

van 7 juli 2009

houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten

(Herschikking)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten („integrale-GMO-verordening”) (1), en met name op de artikelen 170 en 192, in combinatie met artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie van 15 april 1999 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (2) is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd (3). Aangezien nieuwe wijzigingen nodig zijn, dient ter wille van de duidelijkheid tot herschikking van deze verordening te worden overgegaan.

(2)

Krachtens de door de Raad vastgestelde algemene regels wordt de restitutie uitbetaald wanneer het bewijs is geleverd dat de producten uit de Gemeenschap zijn uitgevoerd. Wanneer voor alle derde landen dezelfde restitutie geldt, is het recht op de restitutie in beginsel verworven zodra de producten de markt van de Gemeenschap hebben verlaten. Indien de restitutie naar de bestemming van de producten is gedifferentieerd, is het recht op de restitutie aan de invoer in een derde land gekoppeld.

(3)

De tenuitvoerlegging van de overeenkomst inzake de landbouw (4) in het kader van de Uruguayronde brengt mee dat voor de toekenning van restituties in de regel een uitvoercertificaat moet worden overgelegd waarin de restitutie vooraf is vastgesteld. Bij leveranties in de Gemeenschap aan internationale organisaties en aan strijdkrachten, bij leveranties voor proviandering en bij uitvoer van kleine hoeveelheden gaat het echter om leveringen van zeer specifieke aard die economisch van ondergeschikt belang zijn. Daarom is een specifieke regeling zonder uitvoercertificaat ingevoerd, zodat enerzijds deze uitvoer wordt vergemakkelijkt en anderzijds nodeloze administratieve rompslomp voor het bedrijfsleven en de betrokken overheidsinstanties wordt voorkomen.

(4)

In de zin van deze verordening is de dag van uitvoer de dag waarop de douanedienst de handeling aanvaardt waardoor de aangever te kennen geeft de producten waarvoor hij een uitvoerrestitutie aanvraagt, te willen uitvoeren. Deze handeling heeft tot doel de aandacht van met name de douaneautoriteiten erop te vestigen dat de betrokken transactie met financiële steun van de Gemeenschap plaatsvindt, opdat deze autoriteiten de nodige controles zullen uitvoeren. De producten worden op het tijdstip van deze aanvaarding onder douanecontrole geplaatst totdat zij daadwerkelijk worden uitgevoerd. Die datum is bepalend voor de vaststelling van hoeveelheid, aard en kenmerken van het uitgevoerde product.

(5)

Bij zendingen in bulk of in niet-gestandaardiseerde eenheden, wordt erkend dat de mogelijkheid bestaat dat de precieze nettomassa van de producten pas na het laden van het vervoermiddel bekend is. Er dient met het oog hierop te worden voorzien in een regeling om in de uitvoeraangifte een voorlopige massa te vermelden.

(6)

In verband met het begrip „plaats van inlading” dient te worden opgemerkt dat zich in de export van landbouwproducten vanuit commercieel en administratief oogpunt zeer verscheiden situaties voordoen. Het is bijgevolg lastig om één algemene regel vast te stellen en daarom dienen de lidstaten te kunnen bepalen welke de meest geschikte plaats is voor het verrichten van de fysieke controles van landbouwproducten die met restitutie worden uitgevoerd. In het bijzonder lijkt het gerechtvaardigd dat de plaats van inlading verschillend zou kunnen worden vastgesteld al naargelang de producten worden geladen in containers dan wel in bulk of in zakken of in kartons, welke later niet in containers worden geladen. Ook moeten de douaneautoriteiten, wanneer daartoe gegronde redenen bestaan, kunnen toestaan dat een aangifte ten uitvoer van landbouwproducten met restitutie wordt ingediend bij een ander douanekantoor dan het bevoegde kantoor van de plaats waar de producten zullen worden geladen.

(7)

Om een correcte toepassing mogelijk te maken van Verordening (EG) nr. 1276/2008 van de Commissie van 17 december 2008 inzake de controle aan de hand van fysieke controles bij de uitvoer van landbouwproducten waarvoor restituties of andere bedragen worden toegekend (5), dient te worden bepaald dat de overeenstemming tussen de uitvoeraangifte en de landbouwproducten wordt geverifieerd op het tijdstip van het laden van de container, de vrachtwagen, het vaartuig of andere soortgelijke recipiënten.

(8)

Voor de bepaling van de dag die in aanmerking moet worden genomen voor de vaststelling van de restitutie, moet een vereenvoudigde procedure worden gevolgd wanneer het producten betreft die herhaaldelijk in kleine hoeveelheden worden uitgevoerd.

(9)

Er dient te worden uitgegaan van het ontstaansfeit zoals dat is gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 1913/2006 van de Commissie van 20 december 2006 houdende bepalingen voor de toepassing van het agromonetaire stelsel voor de euro in de landbouwsector en tot wijziging van bepaalde verordeningen (6).

(10)

Om een eenvormige interpretatie van het begrip uitvoer uit de Gemeenschap te verkrijgen, dient als maatstaf het verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap door het product te worden genomen.

(11)

De exporteur of de vervoerder moet eventueel maatregelen nemen om te voorkomen dat de voor uitvoer bestemde producten bederven tijdens de periode van 60 dagen na het aanvaarden van de uitvoeraangifte en vóór het tijdstip waarop de producten het douanegebied van de Gemeenschap verlaten of hun bestemming bereiken. Diepvriezen is één van die maatregelen, omdat daardoor de producten in goede staat kunnen worden bewaard. Bijgevolg moet worden bepaald dat de producten tijdens de genoemde periode mogen worden diepgevroren.

(12)

De bevoegde autoriteiten dienen zich ervan te vergewissen dat de producten die de Gemeenschap verlaten of die met het oog op bepaalde bestemmingen worden geleverd, dezelfde producten zijn als die waarvoor de douaneformaliteiten bij uitvoer werden vervuld. Te dien einde moet, wanneer een product alvorens het douanegebied van de Gemeenschap te verlaten of een bijzondere bestemming te bereiken over het grondgebied van andere lidstaten wordt vervoerd, het controle-exemplaar T5 worden gebruikt, dat is bedoeld in bijlage 63 bij Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (7). Het is evenwel wenselijk ter vereenvoudiging van de administratieve werkzaamheden in een soepelere procedure te voorzien dan die van het controle-exemplaar T5 voor die gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van de regeling inzake vereenvoudigd communautair douanevervoer per spoor of in grote containers als bedoeld in de artikelen 412 tot en met 442 bis van Verordening (EEG) nr. 2454/93, in welke regeling is bepaald dat, wanneer een vervoersbeweging binnen de Gemeenschap begint en daarbuiten dient te eindigen, bij het douanekantoor waaronder het grensstation ressorteert geen enkele formaliteit behoeft te worden vervuld.

(13)

Producten die zijn uitgevoerd met een verzoek om betaling van de restitutie en die het douanegebied van de Gemeenschap hebben verlaten, worden soms, voordat zij uiteindelijk terechtkomen op een eindbestemming buiten het grondgebied van de Gemeenschap, weer in de Gemeenschap binnengebracht voor overlading of in het kader van doorvoerhandel. Het gevaar bestaat dat dit ook gebeurt om andere redenen dan de eisen die het vervoer stelt, en met name in verband met speculatie. In die gevallen komt de inachtneming van de termijn van 60 dagen waarbinnen de producten in ongewijzigde staat het douanegebied van de Gemeenschap moeten verlaten, in gevaar. Om dergelijke situaties te voorkomen, moet duidelijk worden bepaald onder welke omstandigheden een dergelijke terugkeer van producten mogelijk is.

(14)

Alleen producten die in het vrije verkeer zijn gebracht en in voorkomend geval van oorsprong uit de Gemeenschap zijn, kunnen voor de in deze verordening vervatte regeling in aanmerking komen. In het geval van bepaalde samengestelde producten wordt de restitutie niet voor de producten zelf vastgesteld, maar onder verwijzing naar de basisproducten waaruit zij zijn samengesteld. Het is in de gevallen waarin voor één of meer bestanddelen de restitutie op een dergelijke wijze werd geïndividualiseerd, voldoende dat dit bestanddeel, respectievelijk deze bestanddelen aan de bovenbedoelde voorwaarden voldoet, respectievelijk voldoen of daar niet meer aan voldoet, respectievelijk voldoen uitsluitend als gevolg van verwerking ervan in andere producten, om de toekenning van de restitutie, respectievelijk van het desbetreffende deel van de restitutie te rechtvaardigen. Om rekening te houden met de bijzondere situatie van bepaalde bestanddelen, moet een lijst worden vastgesteld van de producten waarvoor de restituties worden geacht voor een bestanddeel te zijn vastgesteld.

(15)

In de artikelen 23 tot en met 26 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautaire douanewetboek (8) is een omschrijving gegeven van de niet-preferentiële oorsprong van goederen. Voor de toekenning van de uitvoerrestitutie worden alleen producten die geheel en al in de Gemeenschap zijn verkregen of in de Gemeenschap een ingrijpende verwerking hebben ondergaan, geacht van oorsprong uit de Gemeenschap te zijn. Met het oog op een eenvormige toepassing in alle lidstaten, dient te worden verduidelijkt dat sommige mengsels van producten niet aan de voorwaarden voor de restitutie voldoen.

(16)

De restitutievoet is afhankelijk van de tariefindeling van het product. Deze indeling kan voor bepaalde mengsels, assortimenten en werken tot gevolg hebben dat een hogere restitutie wordt verleend dan economisch verantwoord is. Er moeten derhalve bijzondere maatregelen worden vastgesteld voor de bepaling van de restitutie voor mengsels, assortimenten en werken.

(17)

Wanneer de restitutievoet naargelang van de bestemming van de producten verschilt, dient men zich ervan te vergewissen dat het product is ingevoerd in het derde land of in één van de derde landen waarvoor de restitutie werd vastgesteld. Voor uitvoertransacties die recht geven op een klein bedrag aan restitutie, is een versoepeling hiervan zonder bezwaar mogelijk, voorzover de uitvoertransacties ten aanzien van de aankomst ter bestemming van de producten voldoende waarborgen bieden. Met de betrokken bepaling wordt beoogd tot een administratieve vereenvoudiging te komen wat de overlegging van bewijsstukken betreft.

(18)

Voor producten onder de regeling terugkerende goederen moet de mogelijkheid worden gelaten om deze weer in te voeren via de lidstaat van oorsprong van de producten of via de lidstaat van eerste uitvoer.

(19)

Wanneer de restitutie op de dag waarop zij vooraf wordt vastgesteld, voor alle bestemmingen dezelfde is, geldt in sommige gevallen een verplichte bestemming. Deze omstandigheid moet als een differentiatie van de restitutie worden beschouwd ingeval op de dag van uitvoer een lagere restitutie van toepassing is dan de op de dag van de vaststelling vooraf geldende restitutie, in voorkomend geval aangepast naar de datum van uitvoer.

(20)

Wanneer de restitutie naar de bestemming van de uitgevoerde producten is gedifferentieerd, moet het bewijs worden geleverd dat het betrokken product in een derde land is ingevoerd. De vervulling van de douaneformaliteiten bij invoer bestaat met name in het betalen van de invoerrechten die gelden om het product op de markt van het betrokken derde land te kunnen afzetten. Gezien de uiteenlopende situaties die in de derde landen van invoer bestaan, dient de overlegging te worden aanvaard van de op de invoer betrekking hebbende douanedocumenten die een garantie van de aankomst ter bestemming van de uitgevoerde producten bieden en tegelijk kunnen worden verkregen op een wijze die het handelsverkeer zo weinig mogelijk belemmert.

(21)

Om het de communautaire exporteurs gemakkelijker te maken bewijzen van de aankomst ter bestemming te verkrijgen, moet worden bepaald dat verklaringen inzake de aankomst ter bestemming van de uit de Gemeenschap uitgevoerde landbouwproducten waarvoor een gedifferentieerde restitutie geldt, worden afgegeven door op internationaal niveau in controle en toezicht gespecialiseerde firma's die door de lidstaten zijn erkend. De erkenning van deze firma's valt onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten, die per geval tot erkenning van deze firma's overgaan aan de hand van bepaalde richtsnoeren. De voornaamste richtsnoeren dienen in deze verordening te worden opgenomen.

(22)

Om de uitvoertransacties waarvoor naargelang van de bestemming verschillende restituties worden toegekend, met de andere uitvoertransacties op gelijke voet te stellen, dient te worden bepaald dat een gedeelte van de restitutie, berekend op basis van met name de laagste restitutievoet, wordt uitbetaald zodra de exporteur het bewijs heeft geleverd dat het product het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten.

(23)

Wanneer de restitutie afhankelijk is van de bestemming en de bestemming wordt gewijzigd, moet de restitutie voor de werkelijke bestemming van de producten worden betaald, maar nooit meer dan de restitutie voor de vooraf vastgestelde bestemming. Om het misbruik tegen te gaan dat erin bestaat systematisch de restitutie te laten vaststellen voor de bestemming waarvoor de hoogste restitutie geldt, moet een sanctie worden toegepast wanneer in geval van wijziging van de bestemming de restitutie voor de werkelijke bestemming lager is dan die voor de vooraf vastgestelde bestemming. Deze bepaling heeft consequenties voor de berekening van het deel van de restitutie dat mag worden betaald zodra de exporteur het bewijs levert dat het product het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten.

(24)

In de artikelen 23 tot en met 26 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 is een omschrijving van de niet-preferentiële oorsprong van goederen gegeven en het is, in bepaalde gevallen, dienstig het in artikel 24 bedoelde criterium van een ingrijpende be- of verwerking toe te passen voor de opnieuw ingevoerde producten om te beoordelen of de eerder uitgevoerde producten hun bestemming hebben bereikt.

(25)

Sommige uitvoertransacties kunnen aanleiding geven tot verlegging van het handelsverkeer. Om een dergelijke verlegging te voorkomen, dient bij deze transacties aan betaling van de restitutie niet alleen de voorwaarde te worden verbonden dat het product het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten, maar ook de voorwaarde dat het product in een derde land is ingevoerd of een ingrijpende be- of verwerking heeft ondergaan. Voorts kan in sommige gevallen de betaling van de restitutie afhankelijk worden gesteld van aanvullende bewijzen dat het product daadwerkelijk op de markt is gebracht in het derde land van invoer of een ingrijpende be- of verwerking heeft ondergaan.

(26)

Wanneer het product is vernietigd of ernstig is beschadigd voordat het in een derde land op de markt is gebracht of een ingrijpende verwerking heeft ondergaan, wordt de restitutie als onverschuldigd beschouwd. Aan de exporteur dient de mogelijkheid te worden geboden aan te tonen dat de uitvoer heeft plaatsgevonden onder economische voorwaarden die het onder normale omstandigheden mogelijk zouden hebben gemaakt de transactie te verrichten.

(27)

Communautaire financiering van een uitvoertransactie is niet gerechtvaardigd, wanneer wordt vastgesteld dat het niet om een normale handelstransactie gaat, aangezien er geen echt economisch doel mee wordt beoogd en een en ander uitsluitend is opgezet om een door de Gemeenschap gefinancierd economisch voordeel te verkrijgen.

(28)

Er moet worden voorkomen dat financiële middelen van de Gemeenschap worden toegekend voor economische transacties die niet aan een van de doeleinden van de uitvoerrestitutieregeling beantwoorden. Het gevaar bestaat dat dergelijke transacties worden opgezet, ten aanzien van voor een restitutie in aanmerking komende producten waarop bij wederinvoer in de Gemeenschap zonder dat deze producten in een derde land een ingrijpende be- of verwerking hebben ondergaan, krachtens een preferentiële overeenkomst of een besluit van de Raad een lager recht dan het normale recht of een nulrecht zou worden toegepast. De desbetreffende maatregelen dienen alleen voor de gevoeligste producten te gelden om de bezwaren die er voor de exporteurs aan zijn verbonden, te beperken.

(29)

Om de onzekerheid voor de exporteurs te beperken, is het dienstig om producten die niet eerder dan twee jaar na de dag van uitvoer opnieuw in de Gemeenschap worden ingevoerd, van toepassing van de maatregelen inzake de terugbetaling van de restituties vrij te stellen.

(30)

Enerzijds moeten de lidstaten in staat worden gesteld de restitutie niet toe te kennen of terug te vorderen wanneer overduidelijk is gebleken dat de transactie niet aan het doel van de uitvoerrestitutieregeling beantwoordt, en anderzijds moet worden voorkomen dat de nationale overheidsdiensten te zwaar worden belast door een verplichting alle gevallen van invoer systematisch te controleren.

(31)

De producten dienen van een zodanige kwaliteit te zijn dat zij op het grondgebied van de Gemeenschap onder normale omstandigheden in de handel kunnen worden gebracht. Er dient evenwel rekening te worden gehouden met de bijzondere verplichtingen die voortvloeien uit de normen die in de derde landen van bestemming van kracht zijn.

(32)

Voor sommige producten kan het recht op de restitutie verloren gaan wanneer deze producten niet langer van gezonde handelskwaliteit zijn.

(33)

Wanneer bij uitvoer een vooraf vastgestelde of in het kader van een inschrijving bepaalde restitutie wordt toegekend, wordt geen uitvoerheffing toegepast, daar de uitvoer moet geschieden onder de voorwaarden die vooraf zijn vastgesteld of in het kader van de inschrijving zijn bepaald. Op overeenkomstige wijze moet worden bepaald dat, wanneer bij uitvoer een uitvoerheffing wordt toegepast die vooraf is vastgesteld of in het kader van een inschrijving is bepaald, deze uitvoer onder de gestelde voorwaarden moet geschieden en er bijgevolg geen uitvoerrestitutie kan worden toegekend.

(34)

Om voor de exporteurs de financiering van hun uitvoertransacties te vergemakkelijken, dienen de lidstaten te worden gemachtigd de restitutie geheel of gedeeltelijk aan de exporteurs voor te schieten zodra de uitvoeraangifte of de betalingsaangifte is aanvaard, op voorwaarde dat door het stellen van een zekerheid wordt gewaarborgd dat dit voorschot zal worden terugbetaald zo later mocht blijken dat de restitutie niet had mogen worden betaald.

(35)

Het vóór de uitvoer betaalde bedrag moet worden terugbetaald, wanneer blijkt dat er geen recht op de uitvoerrestitutie of er slechts recht op een lagere restitutie bestaat. Om misbruik te voorkomen, moet er bij een dergelijke terugbetaling een extra bedrag worden betaald. In geval van overmacht moet dit extra bedrag niet verschuldigd zijn.

(36)

Volgens Verordening (EEG) nr. 3002/92 van de Commissie van 16 oktober 1992 tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingen inzake de controle op het gebruik en/of de bestemming van producten uit interventie (9) moeten interventieproducten de voorgeschreven bestemming bereiken. Hieruit vloeit voort dat deze producten niet door equivalente producten kunnen worden vervangen.

(37)

Een termijn voor de uitvoer van de betrokken producten moet worden vastgesteld.

(38)

De restitutie wordt niet toegekend wanneer de termijn voor de uitvoer of voor het leveren van de bewijzen die nodig zijn om de betaling van de restitutie te verkrijgen, is overschreden. Er moeten maatregelen worden genomen die overeenkomen met die welke zijn vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 2220/85 van de Commissie van 22 juli 1985 tot vaststelling van gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake de regeling voor het stellen van zekerheden voor landbouwproducten (10).

(39)

In de lidstaten mogen producten die met het oog op bepaalde bestemmingen worden geleverd, vrij van invoerrechten uit derde landen worden ingevoerd. Producten uit de Gemeenschap dienen op dezelfde voet te worden behandeld als uit derde landen ingevoerde producten, voor zover de betrokken afzet een bepaalde omvang heeft. Deze situatie doet zich met name voor bij producten die worden gebruikt voor de proviandering van schepen en luchtvaartuigen.

(40)

In de specifieke gevallen van proviandering van schepen en luchtvaartuigen en van levering aan strijdkrachten kunnen bijzondere regels voor de bepaling van de restitutievoet gelden.

(41)

De producten die als scheepsproviand aan boord van schepen worden gebracht, zijn bestemd voor verbruik aan boord. Deze producten, die worden verbruikt in ongewijzigde staat of na aan boord te zijn toebereid, komen in aanmerking voor de restitutie die geldt voor de producten in ongewijzigde staat. In het geval van luchtvaartuigen moeten de producten wegens plaatsgebrek worden toebereid voordat zij aan boord worden gebracht. Met het oog op harmonisatie, moeten regels worden vastgesteld die het mogelijk maken dat voor landbouwproducten die aan boord van luchtvaartuigen worden verbruikt, dezelfde restituties gelden als die welke worden toegekend voor producten die worden verbruikt na aan boord van een schip te zijn toebereid.

(42)

De handel voor de proviandering van schepen of luchtvaartuigen draagt een zeer specifiek karakter dat de instelling van een bijzondere regeling voor het voorschieten van de restitutie rechtvaardigt. De aan bevoorradingsdepots geleverde producten en goederen moeten later voor proviandering worden geleverd. De leveranties aan deze depots kunnen wat het recht op de restitutie betreft niet met definitieve uitvoer worden gelijkgesteld.

(43)

Ingeval bij toepassing van de bovenbedoelde voorschotregeling later zou blijken dat de restitutie niet had mogen worden betaald, zou de exporteur ten onrechte een kosteloos krediet hebben gekregen. Bijgevolg moeten passende maatregelen worden genomen om een dergelijk ongerechtvaardigd voordeel te voorkomen.

(44)

Om de communautaire producten die aan platforms in gebieden in de nabijheid van de lidstaten worden geleverd, concurrerend te houden, moet de voor proviandering binnen de Gemeenschap geldende restitutie worden toegekend. Betaling van een restitutievoet die hoger is dan de laagste die voor leveranties op een bepaalde plaats van bestemming geldt, is alleen gerechtvaardigd als met voldoende zekerheid kan worden uitgemaakt dat de goederen de betrokken bestemming hebben bereikt. De bevoorrading van platforms in geïsoleerde maritieme zones is noodzakelijkerwijs gespecialiseerd werk, zodat het mogelijk moet zijn op dergelijke leveranties voldoende controle uit te oefenen. Het is dienstig voor deze leveranties de restitutievoet toe te passen die geldt voor proviandering binnen de Gemeenschap, op voorwaarde dat adequate controlemaatregelen worden vastgesteld. Voor leveranties van kleinere omvang kan een vereenvoudigde procedure gelden. De breedte van de territoriale wateren loopt uiteen van 3 tot 12 mijl naargelang van de lidstaat en het is derhalve eveneens dienstig de leveranties aan alle platforms buiten de driemijlszone met uitvoer gelijk te stellen.

(45)

Wanneer een militair vaartuig van een lidstaat in volle zee wordt bevoorraad door een militair vaartuig dat deze activiteit vanuit een haven van de Gemeenschap ontplooit, kan een bewijsstuk van een officiële autoriteit worden verkregen waarin de betrokken leverantie wordt bevestigd. Het is dienstig voor deze leveranties dezelfde restitutievoet toe te passen als die welke voor proviandering in een haven van de Gemeenschap geldt.

(46)

Het is wenselijk dat voor landbouwproducten die voor de proviandering van schepen of luchtvaartuigen worden gebruikt, dezelfde restitutie geldt ongeacht of deze aan boord van een schip of luchtvaartuig worden gebracht dat zich in de Gemeenschap of daarbuiten bevindt.

(47)

Voor de proviandering in derde landen zijn directe of indirecte leveranties mogelijk. Voor elke leverantievorm moet een specifieke controleregeling worden ingesteld.

(48)

Op grond van artikel 161, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 kan het eiland Helgoland niet als een bestemming worden beschouwd die recht geeft op restituties. Het verbruik van landbouwproducten uit de Gemeenschap op het eiland Helgoland dient te worden vergemakkelijkt en daartoe moeten de nodige maatregelen worden genomen.

(49)

Sinds de inwerkingtreding van de interimovereenkomst inzake handel en een douane-unie tussen de Gemeenschap en San Marino (11) maakt het grondgebied van deze staat geen deel meer uit van het douanegebied van de Gemeenschap. Krachtens de artikelen 1, 5 en 7 van die overeenkomst geldt binnen de douane-unie hetzelfde prijsniveau voor landbouwproducten, zodat er geen economische reden is uitvoerrestituties toe te kennen voor landbouwproducten uit de Gemeenschap die naar San Marino worden verzonden.

(50)

Indien later afwijzend wordt beschikt op een verzoek om terugbetaling of kwijtschelding van de rechten, zullen de producten eventueel in aanmerking kunnen komen voor een uitvoerrestitutie of in voorkomend geval worden onderworpen aan een heffing of belasting bij uitvoer. Derhalve dienen specifieke bepalingen te worden vastgesteld.

(51)

Legereenheden die in een derde land zijn gestationeerd doch niet onder dat land ressorteren, en in een derde land gevestigde internationale organisaties en diplomatieke vertegenwoordigingen bevoorraden zich over het algemeen met vrijdom van invoerbelastingen. Voor legereenheden die ressorteren onder een lidstaat of onder een internationale organisatie waarvan ten minste één lidstaat deel uitmaakt, voor internationale organisaties waarvan ten minste één lidstaat deel uitmaakt, en voor diplomatieke vertegenwoordigingen kunnen specifieke maatregelen worden genomen die behelzen dat het bewijs van invoer door middel van een bijzonder document wordt geleverd.

(52)

Er moet worden bepaald dat de restitutie wordt betaald door de lidstaat op het grondgebied waarvan de uitvoeraangifte is aanvaard.

(53)

Het kan voorkomen dat als gevolg van omstandigheden die niet aan de exporteur zijn toe te rekenen, het controle-exemplaar T5 niet kan worden overgelegd hoewel het product het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten of een bijzondere bestemming heeft bereikt. Dergelijke situaties kunnen een belemmering voor de handel vormen. In die gevallen dienen andere documenten als gelijkwaardig te worden erkend.

(54)

Voor een goed administratief beheer dient te worden verlangd dat de aanvraag en alle andere voor de betaling van de restitutie benodigde documenten binnen een redelijke termijn worden ingediend behalve in geval van overmacht, waartoe met name de omstandigheid wordt gerekend dat deze termijn niet in acht kon worden genomen als gevolg van een administratieve vertraging die niet aan de exporteur is toe te rekenen.

(55)

De termijn waarbinnen de uitvoerrestituties worden betaald, verschilt van lidstaat tot lidstaat. Ter voorkoming van mededingingverstoringen dient een eenvormige maximumtermijn voor de betaling van deze restituties door de betaalorganen te worden ingevoerd.

(56)

De uitvoer van zeer kleine hoeveelheden producten vertegenwoordigt geen economisch belang en de behandeling van de betrokken transacties kan een onnodige extra belasting voor de bevoegde instanties betekenen. De bevoegde diensten van de lidstaten dienen de mogelijkheid te hebben voor dergelijke uitvoertransacties geen restituties te betalen.

(57)

Volgens de geldende communautaire reglementering worden uitvoerrestituties uitsluitend op basis van objectieve criteria, met name inzake hoeveelheid, aard en kenmerken van het uitgevoerde product en de geografische bestemming ervan, toegekend. Gezien de opgedane ervaring, is het met het oog op de bestrijding van onregelmatigheden, en vooral van fraude, ten nadele van de Gemeenschapsbegroting, noodzakelijk in de terugvordering van de onverschuldigd betaalde bedragen en in de toepassing van sancties te voorzien om de exporteurs ertoe aan te sporen de communautaire reglementering na te leven.

(58)

Om te garanderen dat het stelsel van uitvoerrestituties goed functioneert, moeten sancties worden toegepast ongeacht het subjectieve aspect van de schuld. Het is evenwel dienstig in bepaalde gevallen, en met name wanneer het een duidelijke vergissing betreft die door de bevoegde autoriteiten als zodanig wordt erkend, van de toepassing van sancties af te zien en in zwaardere sancties te voorzien voor het geval van opzet. Deze maatregelen zijn noodzakelijk en zij moeten evenredig en voldoende afschrikwekkend zijn en in alle lidstaten eenvormig worden toegepast.

(59)

Om een gelijke behandeling van de exporteurs in de lidstaten te garanderen, is het dienstig op het gebied van de uitvoerrestituties uitdrukkelijk te bepalen dat wie een onverschuldigd betaald bedrag heeft ontvangen, daarover rente moet vergoeden, en voorts de nadere regels inzake de betaling daarvan te preciseren. Om de financiële belangen van de Gemeenschap beter te beschermen, dient met name te worden bepaald dat deze verplichting in geval van overdracht van het recht op de restitutie tot de cessionaris wordt uitgebreid. Het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) moet voor de ontvangsten uit hoofde van teruggevorderde bedragen, rente en sanctiebedragen worden gecrediteerd in overeenstemming met de in artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (12) vervatte beginselen.

(60)

Om ervoor te zorgen dat in het kader van de terugvordering van de onverschuldigd betaalde bedragen het beginsel van het gewettigde vertrouwen in de hele Gemeenschap eenvormig wordt toegepast, dienen de voorwaarden te worden vastgesteld waaronder een beroep op dit beginsel kan worden gedaan, onverminderd de behandeling van de onverschuldigd betaalde bedragen waarin is voorzien in met name de artikelen 9 en 31 van Verordening (EG) nr. 1290/2005.

(61)

De exporteur moet met name verantwoordelijk zijn voor de handelingen van derden die het mogelijk zouden maken ten onrechte de nodige documenten voor de betaling van de restituties te verkrijgen.

(62)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Beheerscomité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

WERKINGSSFEER EN DEFINITIES

Artikel 1

Onverminderd afwijkende bepalingen in bijzondere Gemeenschapsregelingen voor bepaalde producten, voorziet de onderhavige verordening in gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van uitvoerrestituties, hierna „restituties” genoemd:

a)

voor de producten van de in artikel 162, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 genoemde sectoren;

b)

als bedoeld in artikel 63 van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad (13).

Artikel 2

1.   Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)

„producten”: de in artikel 1 bedoelde producten en de goederen,

„basisproducten”: producten die bestemd zijn om na verwerking tot verwerkte producten of tot goederen te worden uitgevoerd; goederen die bestemd zijn om na verwerking te worden uitgevoerd, worden eveneens als basisproducten beschouwd,

„verwerkte producten”: producten die zijn verkregen door verwerking van basisproducten en waarvoor een restitutie bij uitvoer geldt,

„goederen”: in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1043/2005 van de Commissie (14) opgenomen goederen;

b)

„rechten bij invoer”: de douanerechten en heffingen van gelijke werking, en andere belastingen bij invoer die zijn vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in het kader van de specifieke regelingen voor het handelsverkeer die op bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen van toepassing zijn;

c)

„lidstaat van uitvoer”: de lidstaat waar de aangifte ten uitvoer wordt aanvaard;

d)

„vaststelling vooraf van de restitutie”: de vaststelling vooraf van de restitutievoet op de dag waarop een uitvoer- of voorfixatiecertificaat wordt aangevraagd; deze restitutievoet wordt eventueel aangepast op basis van de geldende maandelijkse verhogingen en correcties;

e)

„gedifferentieerde restitutie”:

de vaststelling van verschillende restitutievoeten voor hetzelfde product naargelang van het derde land van bestemming, of

de vaststelling van één of meer restitutievoeten voor hetzelfde product voor bepaalde derde landen van bestemming, en de niet-vaststelling van een restitutie voor een of meer andere derde landen;

f)

„gedifferentieerd gedeelte van de restitutie”: het gedeelte van de restitutie dat overeenstemt met de volledige restitutie, verminderd met de restitutie die werd of moet worden betaald, nadat overeenkomstig artikel 25 het bewijs is geleverd dat het product het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten;

g)

„uitvoer”: het vervullen van de douaneformaliteiten bij uitvoer gevolgd door het verlaten van de producten van het douanegebied van de Gemeenschap;

h)

„controle-exemplaar T5”: het in de artikelen 912 bis tot en met 912 octies van Verordening (EEG) nr. 2454/93 bedoelde document;

i)

„exporteur”: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die recht heeft op de restitutie. Wanneer gebruik moet of kan worden gemaakt van een uitvoercertificaat met vaststelling vooraf van de restitutie, heeft de houder van het certificaat of eventueel de cessionaris recht op de restitutie. De exporteur in de zin van de douanewetgeving kan, rekening gehouden met de privaatrechtelijke betrekkingen tussen marktdeelnemers, een andere zijn dan de exporteur in de zin van deze verordening, tenzij in Verordening (EG) nr. 1234/2007 of de uitvoeringsbepalingen daarvan anders is bepaald;

j)

„voorschot op de restitutie”: de betaling van ten hoogste het bedrag van de uitvoerrestitutie zodra de aangifte ten uitvoer is aanvaard;

k)

„in het kader van een inschrijving vastgestelde restitutie”: de restitutie waarvoor de exporteur heeft aangeboden uit te voeren en die in het kader van een inschrijving is aanvaard;

l)

„douanegebied van de Gemeenschap”: de in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 bedoelde gebieden;

m)

„restitutienomenclatuur”: landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie (15);

n)

„uitvoercertificaat”: het document bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 376/2008 van de Commissie (16);

o)

„perifere restitutiezone”: alle bestemmingen waarvoor hetzelfde gedifferentieerde gedeelte van de restitutie, voor zover dat niet gelijk is aan nul, geldt voor een bepaald product, met uitzondering van de voor dat product in bijlage I vastgestelde uitgesloten bestemmingen;

p)

„hinterland”: een derde land zonder eigen zeehaven, waarvoor gebruik wordt gemaakt van de zeehaven van een ander derde land;

q)

„overlading”: overbrenging van producten van een vervoermiddel naar een ander vervoermiddel met het oog op hun onmiddellijk vervoer naar het derde land van bestemming of het gebied van bestemming.

2.   Voor de toepassing van deze verordening worden de in het kader van een inschrijving bepaalde restituties als vooraf vastgestelde restituties beschouwd.

3.   Wanneer in één aangifte ten uitvoer verscheidene van elkaar verschillende codes van de restitutienomenclatuur of de gecombineerde nomenclatuur zijn vermeld, worden de gegevens betreffende elk van die codes als een afzonderlijke aangifte beschouwd.

TITEL II

UITVOER NAAR DERDE LANDEN

HOOFDSTUK 1

Recht op restitutie

Afdeling 1

Algemene bepalingen

Artikel 3

Onverminderd de artikelen 25, 27 en 28 van deze verordening en artikel 4, lid 3, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad (17), ontstaat het recht op restitutie:

bij het verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap, wanneer voor alle derde landen eenzelfde restitutievoet van toepassing is;

bij invoer in een bepaald derde land, wanneer voor dit derde land een gedifferentieerde restitutievoet van toepassing is.

Artikel 4

1.   Het recht op restitutie geldt alleen wanneer een uitvoercertificaat met vaststelling vooraf van de restitutie wordt overgelegd, behalve bij uitvoer van goederen.

Voor het verkrijgen van een restitutie is evenwel geen certificaat vereist:

wanneer de per aangifte ten uitvoer uitgevoerde hoeveelheden niet groter zijn dan de hoeveelheden die zijn vermeld in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 376/2008,

in de gevallen als bedoeld in de artikelen 6, 33, 37, 41 en 42 en in artikel 43, lid 1,

voor leveringen die bestemd zijn voor in derde landen gestationeerde strijdkrachten van de lidstaten.

2.   ln afwijking van lid 1 is een uitvoercertificaat met vaststelling vooraf van de restitutie ook geldig voor de uitvoer van een product dat onder een andere productcode van twaalf cijfers valt dan die welke in vak 16 van het certificaat is vermeld, indien beide producten behoren tot:

dezelfde categorie als bedoeld in artikel 13, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 376/2008, of

dezelfde productgroep, voorzover deze productgroep daartoe is bepaald volgens de in artikel 195 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde procedure.

In de in de eerste alinea bedoelde gevallen gelden de volgende voorwaarden:

indien de restitutievoet voor het werkelijke product gelijk is aan of hoger is dan de restitutievoet voor het in vak 16 van het certificaat vermelde product, wordt deze laatste voet toegepast;

indien de restitutievoet voor het werkelijke product lager is dan de restitutievoet voor het in vak 16 van het certificaat vermelde product, wordt de restitutie betaald welke voortvloeit uit de toepassing van de restitutie voor het werkelijke product, behoudens overmacht verminderd met 20 % van het verschil tussen de restitutie voor het in vak 16 van het certificaat vermelde product en de restitutie voor het werkelijke product.

Wanneer het tweede streepje van de tweede alinea en artikel 25, lid 3, onder b), van toepassing zijn, wordt de op de restitutie voor het werkelijke product en de werkelijke bestemming toe te passen vermindering berekend over het verschil tussen de restitutie voor het product en de bestemming die in het certificaat zijn vermeld, en de restitutie voor het werkelijke product en de werkelijke bestemming.

Voor de toepassing van dit lid worden de restitutievoeten in aanmerking genomen die golden op de dag waarop de certificaataanvraag is ingediend. Zo nodig worden deze restitutievoeten op de dag van aanvaarding van de aangifte ten uitvoer aangepast.

3.   Wanneer lid 1 of lid 2 en artikel 48 op dezelfde uitvoertransactie van toepassing zijn, wordt het bedrag dat uit de toepassing van lid 1 of lid 2 voortvloeit, verlaagd met het op grond van artikel 48 toepasselijke sanctiebedrag.

Artikel 5

1.   Onder de dag van uitvoer wordt verstaan de dag waarop de douaneautoriteit de aangifte ten uitvoer aanvaardt, waarin is vermeld dat een restitutie zal worden gevraagd.

2.   De dag waarop de aangifte ten uitvoer wordt aanvaard, is bepalend voor:

a)

de toe te passen restitutievoet, ingeval de restitutie niet vooraf werd vastgesteld;

b)

de in voorkomend geval uit te voeren aanpassingen van de restitutievoet, ingeval de restitutie vooraf werd vastgesteld;

c)

de vaststelling van hoeveelheid, aard en kenmerken van het uitgevoerde product.

3.   Elke handeling die dezelfde rechtsgevolgen heeft als de aanvaarding van de aangifte ten uitvoer, wordt met die aanvaarding gelijkgesteld.

4.   Op het document dat bij de uitvoer wordt gebruikt om een restitutie te verkrijgen moeten alle nodige gegevens voor de berekening van de restitutie worden vermeld, en met name:

a)

voor producten:

de, eventueel vereenvoudigde, omschrijving van de producten volgens de landbouwproductennomenclatuur voor de uitvoerrestituties en de code van de restitutienomenclatuur en, voorzover nodig voor de berekening van de restitutie, de samenstelling van de betrokken producten of een verwijzing naar deze samenstelling;

de nettomassa van de producten, of, in voorkomend geval, de hoeveelheid in de voor de berekening van de restitutie in aanmerking te nemen meeteenheid;

b)

voor goederen is Verordening (EG) nr. 1043/2005 van toepassing.

5.   Op het tijdstip van deze aanvaarding of van de in lid 3 bedoelde handeling worden de producten overeenkomstig artikel 4, punten 13 en 14, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 onder douanecontrole geplaatst totdat zij het douanegebied van de Gemeenschap verlaten.

6.   In afwijking van artikel 282, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2454/93, kan in de vergunning om een vereenvoudigde aangifte ten uitvoer in te dienen worden bepaald dat de vereenvoudigde aangifte een schatting van de nettomassa van de producten moet bevatten, wanneer, bij producten die in bulk of in niet-gestandaardiseerde eenheden worden uitgevoerd, het gewicht alleen exact kan worden vastgesteld nadat het vervoermiddel geladen is.

De aanvullende aangifte waarin het exacte gewicht wordt aangegeven, moet onmiddellijk na het laden worden ingediend. Zij moet vergezeld gaan van schriftelijke bewijsstukken waaruit de exact geladen nettomassa blijkt.

Voor de hoeveelheid boven 110 % van de geschatte nettomassa wordt geen restitutie toegekend. Wanneer de daadwerkelijk geladen massa minder bedraagt dan 90 % van de geschatte nettomassa, wordt de restitutie voor de daadwerkelijk geladen nettomassa verlaagd met 10 % van het verschil tussen de restitutie voor 90 % van de geschatte nettomassa en de restitutie voor de daadwerkelijk geladen massa. Wanneer de uitvoer plaatsvindt via vervoer over zee of over de binnenwateren en de exporteur een door de voor het vervoermiddel verantwoordelijke instantie geviseerd bewijs kan overleggen waaruit blijkt dat het onvolledig laden van zijn goederen te wijten is aan omstandigheden die te maken hebben met de aard van de vervoerwijze of aan het feit dat een of meerdere andere exporteurs te veel hebben geladen, wordt de restitutie evenwel betaald voor de daadwerkelijk geladen nettomassa. Indien de exporteur gebruik heeft gemaakt van de bij artikel 283 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 voorziene domiciliëringsprocedure, is deze alinea van toepassing op voorwaarde dat het rectificeren van de boeken waarin de exportproducten zijn geregistreerd, door de douaneautoriteiten is toegestaan.

Als producten in niet-gestandaardiseerde eenheden worden beschouwd: levende dieren, (halve) karkassen, voor- en achtervoeten, voorstukken, hammen, schouders, buiken en karbonadestrengen.

7.   Ieder die producten uitvoert waarvoor hij om toekenning van de restitutie verzoekt, is verplicht:

a)

de aangifte ten uitvoer in te dienen op het douanekantoor dat bevoegd is voor de plaats waar de producten worden geladen voor het vervoer met het oog op uitvoer;

b)

dit douanekantoor ten minste 24 uur vóór het begin van de belading ervan in kennis te stellen dat de voor uitvoer bestemde producten worden geladen en aan te geven hoe lang het laden ervan naar verwachting zal duren. De bevoegde autoriteiten kunnen besluiten tot toepassing van een andere termijn dan 24 uur.

Als plaats van inlading voor het vervoer van producten die bestemd zijn voor uitvoer kan worden beschouwd:

a)

voor producten die worden uitgevoerd in containers, de plaats waar de producten in de containers worden geladen;

b)

voor producten die worden uitgevoerd in bulk of in zakken, kartons, dozen, flessen e.d. die niet in containers worden geladen, de plaats waar deze producten worden geladen in het vervoermiddel waarmee zij het douanegebied van de Gemeenschap zullen verlaten.

Het bevoegde douanekantoor kan toestemming verlenen de producten te laden nadat de aangifte ten uitvoer is aanvaard en voordat de in de eerste alinea, onder b), bedoelde termijn is verstreken.

De producten worden vóór het opgegeven tijdstip voor het starten van het laden op passende wijze geïdentificeerd. Het bevoegde douanekantoor moet in staat zijn de voor vervoer naar het kantoor van uitgang uit het douanegebied van de Gemeenschap bestemde goederen fysiek te controleren en te identificeren.

Indien een lidstaat om redenen die verband houden met de bestuurlijke inrichting of om andere gerechtvaardigde redenen besluit dat de eerste alinea niet kan worden toegepast, mag de aangifte ten uitvoer slechts worden ingediend bij een bevoegd douanekantoor in de betrokken lidstaat en moet, indien een fysieke controle overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1276/2008 plaatsvindt, in voorkomend geval een ter controle aangeboden geladen product geheel worden uitgeladen. Het product behoeft echter niet geheel te worden uitgeladen wanneer de bevoegde autoriteiten kunnen garanderen dat er een afdoende fysieke controle zal plaatsvinden.

8.   Goederen waarvoor een uitvoerrestitutie wordt gevraagd, moeten worden verzegeld door of onder controle van het douanekantoor van uitvoer. Artikel 340 bis en artikel 357, leden 2, 3 en 4, van Verordening (EEG) nr. 2454/93 zijn van overeenkomstige toepassing.

Alvorens zegels aan te brengen moet het douanekantoor visueel controleren of de producten in overeenstemming zijn met de aangiften ten uitvoer. Het aantal visuele controles mag niet minder bedragen dan 10 % van het aantal aangiften ten uitvoer, met uitzondering van die waarvoor de betrokken producten fysiek zijn gecontroleerd of voor een fysieke controle zijn geselecteerd op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1276/2008. Het douanekantoor noteert deze controle in vak D van het controle-exemplaar T5 of een equivalent document aan de hand van een van de in bijlage II bij de onderhavige verordening opgenomen vermeldingen.

Artikel 6

In afwijking van artikel 5, lid 2, kan de lidstaat, wanneer de uitgevoerde hoeveelheden niet meer bedragen dan 5 000 kg per code van de restitutienomenclatuur voor de sector granen of 500 kg per code van de restitutienomenclatuur of van de gecombineerde nomenclatuur voor producten van de andere sectoren en wanneer herhaaldelijk dergelijke uitvoertransacties plaatsvinden, toestaan dat de laatste dag van de maand in aanmerking wordt genomen, hetzij voor de vaststelling van de toe te passen restitutievoet, hetzij voor de bepaling van de aanpassingen die eventueel moeten worden aangebracht indien de restitutie vooraf is vastgesteld.

Wanneer de restitutie vooraf of in het kader van een inschrijving is vastgesteld, dient het certificaat tot en met de laatste dag van de maand van uitvoer te gelden.

De exporteur aan wie toestemming wordt verleend van deze procedure gebruik te maken, mag voor de in de eerste alinea bedoelde hoeveelheden niet de normale procedure volgen.

Het ontstaansfeit voor de wisselkoers dat geldt voor de restitutie, is het in artikel 1, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1913/2006 bedoelde ontstaansfeit.

Artikel 7

1.   Onverminderd de artikelen 15 en 27 mag de restitutie slechts worden uitbetaald indien het bewijs is geleverd dat de producten waarvoor de aangifte ten uitvoer is aanvaard, uiterlijk zestig dagen na die aanvaarding in ongewijzigde staat het douanegebied van de Gemeenschap hebben verlaten.

De hoeveelheden producten die bij de vervulling van de douaneformaliteiten bij uitvoer als monster zijn genomen en later niet zijn teruggegeven, worden evenwel geacht niet te zijn weggenomen van de nettomassa van de producten waaruit zij zijn genomen.

2.   Voor de toepassing van deze verordening worden voor de bevoorrading van boor- of productieplatforms als bedoeld in artikel 41, lid 1, onder a), geleverde producten geacht het douanegebied van de Gemeenschap te hebben verlaten.

3.   Het invriezen van de producten laat lid 1 onverlet.

Dit geldt eveneens voor herverpakking, op voorwaarde dat het product daardoor niet van code van de restitutienomenclatuur verandert of het goed niet van code van de gecombineerde nomenclatuur. Deze herverpakking mag eerst plaatsvinden nadat de douaneautoriteiten daarmee hebben ingestemd.

Bij herverpakking wordt het controle-exemplaar T5 van de desbetreffende aantekening voorzien.

Het aanbrengen of wijzigen van etiketten kan worden toegestaan onder dezelfde voorwaarden als de in de tweede en de derde alinea bedoelde herverpakking.

4.   Indien de in lid 1 vermelde termijn ten gevolge van overmacht niet in acht kon worden genomen, kan deze termijn op verzoek van de exporteur worden verlengd met een door de bevoegde instantie van de lidstaat van uitvoer op grond van de aangevoerde omstandigheid nodig geoordeelde termijn.

Artikel 8

Indien een product waarvoor de aangifte ten uitvoer is aanvaard, alvorens het douanegebied van de Gemeenschap te verlaten, over een ander communautair grondgebied dan dat van de lidstaat van uitvoer wordt vervoerd, wordt het bewijs dat dit product het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten, geleverd door overlegging van het naar behoren van de desbetreffende aantekening voorziene origineel van het controle-exemplaar T5.

De vakken 33, 103, 104 en, in voorkomend geval, 105 van het controle-exemplaar worden ingevuld. Vak 104 wordt van de desbetreffende aantekening voorzien.

Indien een restitutie wordt aangevraagd, moet in vak 107 een van de in bijlage III vastgestelde vermeldingen worden aangebracht.

Artikel 9

In vak 44 van de aangifte ten uitvoer of het elektronische equivalent ervan en in vak 106 van het controle-exemplaar T5 of het equivalent ervan vermeldt de exporteur voor elke in het uitvoer- of het voorfixatiecertificaat als bedoeld in Verordening (EG) nr. 376/2008 of in het restitutiecertificaat als bedoeld in hoofddstuk III van Verordening (EG) nr. 1043/2005 vermelde eenheid van de betrokken producten of goederen de restitutievoet in euro die geldt op de dag van vaststelling vooraf. Indien de uitvoerrestituties niet vooraf zijn vastgesteld, mag informatie over voor dezelfde producten of goederen betaalde uitvoerrestituties die niet ouder is dan 12 maanden, worden gebruikt. Indien de uit te voeren producten of goederen geen grens van een andere lidstaat overschrijden en indien de nationale valuta geen euro is, mogen de restitutievoeten in de nationale valuta worden vermeld.

De bevoegde autoriteiten mogen de exporteur vrijstellen van de in de eerste alinea vastgestelde eisen indien de autoriteiten reeds een systeem toepassen in het kader waarvan de betrokken diensten reeds over deze informatie beschikken.

De exporteur kan ervoor kiezen een van de in bijlage IV opgenomen vermeldingen aan te brengen in de aangiften ten uitvoer en in de controle-exemplaren T5 of equivalente documenten, indien het bedrag van de uitvoerrestitutie lager is dan 1 000 EUR.

Artikel 10

1.   Voor het verlenen van een restitutie bij uitvoer over zee gelden de volgende bijzondere bepalingen.

a)

Wanneer het controle-exemplaar T5 of het nationale document dat als bewijs geldt dat het product het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten, door de bevoegde instanties is geviseerd, mogen de betrokken producten niet in tijdelijke opslag of met een douanebestemming weer in het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht of daar blijven, behalve met het oog op overlading in een of meer andere in dezelfde lidstaat of een andere lidstaat gelegen havens binnen een termijn van ten hoogste 28 dagen, behoudens overmacht. Deze termijn geldt niet wanneer de betrokken producten de laatste haven in het douanegebied van de Gemeenschap binnen de oorspronkelijke termijn van 60 dagen hebben verlaten.

b)

De restitutie wordt pas betaald nadat:

de exporteur heeft verklaard dat de producten niet in een andere haven van de Gemeenschap worden overgeladen, of

aan het betaalorgaan het bewijs is overgelegd dat aan het bepaalde onder a) is voldaan. Dit bewijs omvat met name het document of de documenten — of een kopie of fotokopie daarvan — betreffende het vervoer vanaf de eerste haven waar de onder a) genoemde documenten zijn geviseerd tot in het derde land waar de betrokken producten moeten worden gelost.

De in het eerste streepje bedoelde verklaringen worden door het betaalorgaan op passende wijze steekproefsgewijs gecontroleerd. Daarbij wordt overlegging van de in het tweede streepje bedoelde bewijzen geëist.

Bij uitvoer met een schip dat, zonder aan te leggen in een andere haven van de Gemeenschap, een rechtstreekse dienst met een haven in een derde land onderhoudt, mogen de lidstaten voor de toepassing van het eerste streepje een vereenvoudigde procedure toepassen.

c)

In plaats van de onder b) bedoelde voorwaarden kan de lidstaat van bestemming van het controle-exemplaar T5 of de lidstaat waar een nationaal document als bewijs wordt gebruikt, voorschrijven dat het controle-exemplaar T5 of het nationaal document dat als bewijs geldt dat het product het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten, pas wordt geviseerd na overlegging van een vervoersdocument waarop een eindbestemming is vermeld die buiten het douanegebied van de Gemeenschap ligt.

In dat geval wordt door de bevoegde instantie van de lidstaat waarvoor het controle-exemplaar T5 bestemd is, of door de bevoegde instantie van de lidstaat die een nationaal document als bewijs gebruikt, in het vak „Controle van het gebruik en/of de bestemming” onder de rubriek „Opmerkingen” van het controle-exemplaar T5, of onder de overeenkomstige rubriek op het nationale document, een van de in bijlage V opgenomen vermeldingen aangebracht.

De juiste toepassing van de bepalingen van dit punt wordt door het betaalorgaan op passende wijze steekproefsgewijs gecontroleerd.

d)

Wanneer wordt vastgesteld dat niet aan de onder a) genoemde voorwaarden is voldaan, geldt voor de toepassing van artikel 47 het aantal dagen waarmee de termijn van 28 dagen is overschreden, als het aantal dagen waarmee de in artikel 7 bedoelde termijn is overschreden.

2.   Voor het verlenen van een restitutie bij uitvoer over de weg, over de binnenwateren of per spoor gelden de volgende bijzondere bepalingen:

a)

Wanneer het controle-exemplaar T5 of het nationale document dat geldt als bewijs dat het product het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten, door de bevoegde instanties is geviseerd, mogen de betrokken producten niet in tijdelijke opslag of met een douanebestemming weer in het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht of daar blijven, behalve met het oog op doorvoerhandel binnen een termijn van ten hoogste 28 dagen, behoudens overmacht. Deze termijn geldt niet wanneer de betrokken producten het douanegebied van de Gemeenschap definitief hebben verlaten binnen de oorspronkelijke termijn van 60 dagen.

b)

De toepassing van de onder a) vastgestelde bepalingen wordt door het betaalorgaan op passende wijze steekproefsgewijs gecontroleerd. Daartoe wordt overlegging geëist van de documenten betreffende het vervoer tot in het derde land waar de betrokken producten moeten worden gelost.

Wanneer wordt vastgesteld dat niet aan de onder a) genoemde voorwaarden is voldaan, geldt voor de toepassing van artikel 47 het aantal dagen waarmee de termijn van 28 dagen is overschreden, als het aantal dagen waarmee de in artikel 7 bedoelde termijn is overschreden.

Bij overschrijding van de termijn van 60 dagen als bedoeld in artikel 7, lid 1, en van de termijn van 28 dagen als bedoeld onder a), wordt voor de berekening van het bedrag van de vermindering van de restitutie of van het verbeurde gedeelte van de zekerheid het voor de grootste overschrijding geldende bedrag aangehouden.

3.   Voor het verlenen van een restitutie bij uitvoer door de lucht, gelden de volgende bijzondere bepalingen:

a)

Het controle-exemplaar T5 of het nationale document dat als bewijs geldt dat het product het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten, mag door de bevoegde instanties pas worden geviseerd na overlegging van een vervoersdocument waarop een eindbestemming is vermeld die buiten het douanegebied van de Gemeenschap ligt.

b)

Ingeval na het vervullen van de onder a) genoemde formaliteiten wordt vastgesteld dat de producten bij overlading gedurende meer dan 28 dagen in een of meer andere luchthavens binnen het douanegebied van de Gemeenschap hebben verbleven, geldt, behoudens overmacht, voor de toepassing van artikel 47 het aantal dagen waarmee de termijn van 28 dagen is overschreden, als het aantal dagen waarmee de in artikel 7 bedoelde termijn is overschreden.

Bij overschrijding van de termijn van 60 dagen als bedoeld in artikel 7, lid 1, en van de in dit punt bedoelde termijn van 28 dagen, wordt voor de berekening van het bedrag van de vermindering van de restitutie of van het verbeurde gedeelte van de zekerheid het voor de grootste overschrijding geldende bedrag aangehouden.

c)

De toepassing van de in dit lid vastgestelde bepalingen wordt door het betaalorgaan op passende wijze steekproefsgewijs gecontroleerd.

d)

De onder b) bedoelde termijn van 28 dagen geldt niet wanneer de betrokken producten het douanegebied van de Gemeenschap binnen de oorspronkelijke termijn van 60 dagen definitief hebben verlaten.

Artikel 11

1.   Wanneer het product in de lidstaat van uitvoer onder een van de vereenvoudigde regelingen voor goederen die worden uitgevoerd per spoor of in grote containers, zoals bedoeld in de artikelen 412 tot en met 442 bis van Verordening (EEG) nr. 2454/93, wordt geplaatst om naar een station van bestemming buiten het douanegebied van de Gemeenschap te worden vervoerd of aan een geadresseerde aldaar te worden geleverd, behoeft voor de betaling van de restitutie het controle-exemplaar T5 niet te worden overgelegd.

2.   Voor de toepassing van lid 1 ziet het bevoegde douanekantoor erop toe dat op het met het oog op de betaling van de restitutie afgegeven document de volgende vermelding wordt aangebracht: „Heeft het douanegebied van de Gemeenschap verlaten onder de regeling vereenvoudigd communautair douanevervoer per spoor of in grote containers”.

3.   Het douanekantoor waar de producten onder één van de in lid 1 bedoelde regelingen worden geplaatst, mag een wijziging van de vervoerovereenkomst die tot gevolg heeft dat het vervoer binnen de Gemeenschap wordt beëindigd, slechts toestaan indien vaststaat:

dat een reeds betaalde restitutie is terugbetaald, of

dat de betrokken diensten het nodige hebben gedaan opdat de restitutie niet wordt uitbetaald.

Indien echter de restitutie krachtens lid 1 is uitbetaald en het product het douanegebied van de Gemeenschap niet binnen de vastgestelde termijn heeft verlaten, stelt het bevoegde douanekantoor de met de uitbetaling van de restitutie belaste instantie daarvan in kennis en deelt het die instantie zo spoedig mogelijk alle nodige gegevens mee. In dat geval wordt aangenomen dat de restitutie onverschuldigd is uitbetaald.

4.   Wanneer een product dat zich in het verkeer bevindt in het kader van de regeling voor extern communautair douanevervoer, als bedoeld in de artikelen 91 tot en met 97 van Verordening (EEG) nr. 2913/92, of de gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer, als bedoeld in de Overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer (18), in een andere lidstaat dan de lidstaat van uitvoer onder een van de in lid 1 bedoelde regelingen wordt geplaatst om naar een station van bestemming buiten het douanegebied van de Gemeenschap te worden vervoerd of aan een geadresseerde aldaar te worden geleverd, wordt bij het douanekantoor waar het product onder een van de bovenbedoelde regelingen wordt geplaatst, in het vak „Controle van het gebruik en/of de bestemming” op de keerzijde van het origineel van het controle-exemplaar T5 bij „Opmerkingen” een van de in bijlage VI opgenomen vermeldingen aangebracht.

Bij een wijziging van de vervoerovereenkomst die tot gevolg heeft dat het vervoer binnen de Gemeenschap wordt beëindigd, is lid 3 van overeenkomstige toepassing.

5.   Wanneer een product dat zich in het kader van de regeling voor extern communautair douanevervoer of de gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer in het verkeer bevindt, door de spoorwegen in de lidstaat van uitvoer of in een andere lidstaat op grond van een overeenkomst voor gecombineerd rail-wegvervoer wordt overgenomen om per spoor te worden vervoerd naar een bestemming buiten het douanegebied van de Gemeenschap, wordt bij het douanekantoor waaronder het spoorwegstation ressorteert waar het product wordt overgenomen, of dat in de nabijheid van dat station ligt, in het vak „Controle van het gebruik en/of de bestemming” op de keerzijde van het origineel van het controle-exemplaar T5 bij „Opmerkingen” een van de in bijlage VII opgenomen vermeldingen aangebracht.

Bij een wijziging van de overeenkomst voor gecombineerd rail-wegvervoer die tot gevolg heeft dat het vervoer, dat buiten de Gemeenschap moest eindigen, binnen de Gemeenschap wordt beëindigd, mag de spoorwegadministratie slechts tot uitvoering van de gewijzigde overeenkomst overgaan indien het kantoor van vertrek daarmee instemt; in dat geval is lid 3 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 12

1.   Restituties worden toegekend voor de producten die zich, ongeacht de douanestatus van de verpakkingen, in het vrije verkeer bevinden en van communautaire oorsprong zijn.

Voor in artikel 162, lid 1, onder a), iii) en onder b), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde suikerproducten geldt voor het toekennen van de restituties echter alleen de voorwaarde in verband met het vrije verkeer.

2.   Voor de toekenning van de restitutie zijn producten van communautaire oorsprong wanneer zij, overeenkomstig artikel 23 of artikel 24 van Verordening (EEG) nr. 2913/92, geheel en al in de Gemeenschap zijn verkregen of in de Gemeenschap hun laatste ingrijpende be- of verwerking hebben ondergaan.

Onverminderd lid 4 kan geen restitutie worden toegekend voor de producten die zijn verkregen uit:

a)

materialen van oorsprong uit de Gemeenschap, en

b)

onder de in artikel 1 genoemde verordeningen vallende agrarische materialen die uit derde landen zijn ingevoerd en geen ingrijpende verwerking in de Gemeenschap hebben ondergaan.

3.   Wanneer de restitutie wordt toegekend op voorwaarde dat het product van communautaire oorsprong is, moet de exporteur de oorsprong zoals omschreven in lid 2, aangeven volgens de geldende communautaire voorschriften.

4.   Bij de uitvoer van samengestelde producten waarvoor een voor één of meer bestanddelen daarvan vastgestelde restitutie geldt, wordt de op dit bestanddeel, respectievelijk deze bestanddelen betrekking hebbende restitutie toegekend voor zover het bestanddeel voldoet, respectievelijk de bestanddelen voldoen aan de in lid 1 genoemde voorwaarde.

De restitutie wordt eveneens toegekend wanneer het bestanddeel, respectievelijk de bestanddelen waarvoor de restitutie wordt gevraagd, oorspronkelijk van communautaire oorsprong was, respectievelijk waren en/of zich in het vrije verkeer bevond, respectievelijk bevonden, zoals bepaald in lid 1, en zich uitsluitend als gevolg van verwerking ervan in andere producten niet meer in het vrije verkeer bevindt, respectievelijk bevinden.

5.   Voor de toepassing van lid 4 worden als voor een bestanddeel vastgestelde restituties aangemerkt de restituties die gelden voor:

a)

de producten van de sectoren granen, eieren, rijst, suiker en melk en zuivelproducten, die in de vorm van goederen als bedoeld in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1043/2005 worden uitgevoerd;

b)

witte suiker en ruwe suiker van GN-code 1701, isoglucose van de GN-codes 1702 30 10, 1702 40 10, 1702 60 10 en 1702 90 30, alsmede bietwortelsuikerstroop en rietsuikerstroop van de GN-codes 1702 60 95 en 1702 90 95, die worden gebruikt in de in artikel 1, onder j), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde producten;

c)

de producten van de sector melk en zuivelproducten en de sector suiker die worden uitgevoerd in de vorm van producten van de GN-codes 0402 10 91 tot en met 99, 0402 29, 0402 99, 0403 10 31 tot en met 39, 0403 90 31 tot en met 39, 0403 90 61 tot en met 69, 0404 10 26 tot en met 38, 0404 10 72 tot en met 84 en 0404 90 81 tot en met 89, alsmede die welke worden uitgevoerd in de vorm van producten van GN-code 0406 30 die geen producten van oorsprong uit de lidstaten zijn en ook geen uit derde landen afkomstige producten zijn die zich in de lidstaten in het vrije verkeer bevinden.

Artikel 13

1.   De restitutievoet voor mengsels van hoofdstuk 2, 10 of 11 van de gecombineerde nomenclatuur is:

a)

voor mengsels waarvan één van de bestanddelen ten minste 90 gewichtspercenten uitmaakt, de voor dit bestanddeel geldende restitutievoet;

b)

voor andere mengsels, de restitutievoet welke geldt voor het bestanddeel waarop de laagste restitutie van toepassing is. Wanneer een of meer bestanddelen van deze mengsels niet voor een restitutie in aanmerking komen, wordt voor deze mengsels geen restitutie verleend.

2.   Voor de berekening van de restituties voor assortimenten en werken wordt elk bestanddeel als een afzonderlijk product beschouwd.

3.   De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op mengsels, assortimenten en werken waarvoor een specifieke berekeningsregeling is vastgesteld.

Artikel 14

De bepalingen inzake de vaststelling vooraf van de restitutie en inzake de uit te voeren aanpassingen van de restitutievoet gelden slechts voor producten waarvoor een restitutievoet is vastgesteld die met een cijfer gelijk aan of hoger dan nul is uitgedrukt.

Afdeling 2

Gedifferentieerde restitutie

Artikel 15

In geval van toepassing van een gedifferentieerde restitutie naargelang van de bestemming wordt de restitutie slechts betaald indien de in de artikelen 16 en 17 vastgestelde bijkomende voorwaarden zijn vervuld.

Artikel 16

1.   Het product moet binnen twaalf maanden na de datum waarop de aangifte ten uitvoer is aanvaard:

a)

in ongewijzigde staat worden ingevoerd in het derde land of in een van de derde landen waarvoor de restitutie is vastgesteld, of

b)

in ongewijzigde staat worden gelost in een perifere restitutiezone waarvoor de restitutie geldt op grond van artikel 24, lid 1, onder b), en lid 2.

Onder de in artikel 46 vastgestelde voorwaarden kunnen evenwel aanvullende termijnen worden toegekend.

2.   Als producten die in ongewijzigde staat zijn ingevoerd, worden aangemerkt producten ten aanzien waarvan op geen enkele manier blijkt dat be- of verwerking heeft plaatsgevonden.

De volgende behandelingen om de producten te bewaren mogen evenwel vóór de invoer worden verricht zonder dat dit tot gevolg heeft dat de producten niet meer aan lid 1 voldoen:

a)

inventarisatie;

b)

aanbrengen op de producten of op de verpakking ervan van merken, stempels, etiketten of andere soortgelijke herkenningstekens, op voorwaarde dat deze aanbrenging niet van zodanige aard is dat de producten daardoor ogenschijnlijk van andere oorsprong zijn dan in werkelijkheid het geval is;

c)

wijziging van de merken en de nummers van de colli of wijziging van etiketten, op voorwaarde dat deze wijziging niet van zodanige aard is dat de producten daardoor ogenschijnlijk van andere oorsprong zijn dan in werkelijkheid het geval is;

d)

verpakken, uitpakken, ompakken en herstellen van verpakkingen, op voorwaarde dat deze handelingen niet van zodanige aard zijn dat de producten daardoor ogenschijnlijk van andere oorsprong zijn dan in werkelijkheid het geval is;

e)

luchten;

f)

koelen;

g)

diepvriezen.

Bovendien geldt dat, wanneer een product, alvorens het is ingevoerd, een be- of verwerking heeft ondergaan, het toch wordt geacht in ongewijzigde staat te zijn ingevoerd, op voorwaarde dat die be- of verwerking is gebeurd in het derde land waar alle bij de be- of verwerking verkregen producten zijn ingevoerd.

3.   Het product wordt geacht te zijn ingevoerd wanneer de douaneformaliteiten bij invoer in het derde land, en met name de douaneformaliteiten voor de inning van de rechten bij invoer in dit land, zijn vervuld.

4.   Het gedifferentieerde gedeelte van de restitutie wordt betaald voor het gewicht aan producten waarvoor de douaneformaliteiten voor invoer in het derde land zijn vervuld; er wordt echter geen rekening gehouden met de door de bevoegde autoriteiten erkende veranderingen van het gewicht tijdens het vervoer als gevolg van natuurlijke oorzaken of als gevolg van het nemen van de in artikel 7, lid 1, tweede alinea, bedoelde monsters.

Artikel 17

1.   Het bewijs dat de douaneformaliteiten voor invoer zijn vervuld, wordt geleverd door overlegging van een van de volgende documenten naar keuze van de exporteur:

a)

het douanedocument, een kopie of een fotokopie daarvan, of een print van gelijkwaardige informatie die elektronisch door de bevoegde douaneautoriteit is geregistreerd; die kopie, fotokopie of print moet voor eensluidend zijn gewaarmerkt door:

i)

de instantie die het origineel heeft geviseerd of de gelijkwaardige informatie elektronisch heeft geregistreerd,

ii)

een officiële dienst van het betrokken derde land,

iii)

een officiële dienst van een lidstaat in het betrokken derde land, of

iv)

een met de betaling van de restitutie belast orgaan;

b)

een verklaring van lossing en invoer die door een erkende, op internationaal niveau in controle en toezicht gespecialiseerde firma (hierna „CTF” genoemd) is opgesteld overeenkomstig de bepalingen in bijlage VIII, hoofdstuk III, volgens het model in bijlage IX; in de betrokken verklaring moeten de datum en het nummer van het douanedocument van invoer worden vermeld.

Op verzoek van de exporteur kan een betaalorgaan van de onder a), eerste alinea, bedoelde eis tot overlegging van een verklaring afzien, wanneer het aan de hand van elektronisch door of namens de bevoegde autoriteiten van het derde land geregistreerde informatie kan nagaan of de douaneformaliteiten voor invoer zijn vervuld.

2.   Indien de exporteur, zelfs na daartoe de nodige stappen te hebben ondernomen, het overeenkomstig lid 1, onder a) of b), gekozen document niet kan verkrijgen of indien er twijfel bestaat over de authenticiteit van het overgelegde document of over de juistheid van alle vermelde gegevens, kan het bewijs dat de formaliteiten voor de invoer zijn vervuld, worden geacht te zijn geleverd door overlegging van een of meer van de volgende documenten:

a)

een kopie van het in het derde land of in een van de derde landen waarvoor de restitutie is vastgesteld, afgegeven of geviseerd lossingsdocument;

b)

een verklaring van lossing die door een in het land van bestemming gevestigde of voor dat land bevoegde officiële instantie van een van de lidstaten is afgegeven overeenkomstig het bepaalde en volgens het model in bijlage X, waaruit bovendien blijkt dat het product de plaats van lossing heeft verlaten of althans dat het, voorzover deze instantie bekend is, met het oog op wederuitvoer niet opnieuw is verladen;

c)

een verklaring van lossing, opgesteld door een CTF die is erkend overeenkomstig het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk III, volgens het model in bijlage XI, waaruit bovendien blijkt dat het product de plaats van lossing heeft verlaten of althans dat het, voorzover deze firma bekend is, met het oog op wederuitvoer niet opnieuw is verladen;

d)

een door een in de Gemeenschap gevestigde erkende tussenpersoon afgegeven bankdocument, waaruit blijkt dat, wanneer het in bijlage XII genoemde derde landen betreft, op de rekening die de exporteur bij de erkende tussenpersoon heeft lopen, het bedrag voor de betrokken uitvoer is gecrediteerd;

e)

een door een officiële instantie van het betrokken derde land afgegeven verklaring van overname, wanneer het om een aankoop door dat land of door een officiële instantie van dat land of om een voedselhulptransactie gaat;

f)

een verklaring van overname die is afgegeven door een internationale organisatie of door een humanitaire organisatie die is erkend door de lidstaat van uitvoer, wanneer het om een voedselhulptransactie gaat;

g)

een verklaring van overname door een instantie van een derde land waarvan voor de toepassing van artikel 47 van Verordening (EG) nr. 376/2008 inschrijvingen kunnen worden aanvaard, ingeval het een aankoop door die instantie betreft.

3.   De exporteur moet in alle gevallen een kopie of fotokopie overleggen van het vervoersdocument dat betrekking heeft op het vervoer van de producten waarvoor de aangifte ten uitvoer is gedaan.

Op verzoek van de exporteur kan een lidstaat, in geval van containervervoer over zee, genoegen nemen met informatie die gelijkwaardig is aan de in de vervoersdocumenten vervatte informatie, indien zij verkregen is met een informatiesysteem dat wordt beheerd door een derde die verantwoordelijk is voor het vervoer van de containers naar de plaats van bestemming, op voorwaarde dat die derde gespecialiseerd is in dergelijke activiteiten en dat de lidstaat heeft erkend dat de beveiliging van het informatiesysteem voldoet aan de criteria die zijn vastgesteld in de in de betrokken periode geldende versie van een van de internationaal aanvaarde normen die zijn vermeld in punt 3, onder B, van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 885/2006 van de Commissie (19).

4.   De Commissie kan volgens de in artikel 195 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bedoelde procedure bepalen dat in nader vast te stellen bijzondere gevallen het bewijs van de invoer als bedoeld in de leden 1 en 2 van dit artikel door overlegging van een bijzonder document of anderszins kan worden geleverd.

Artikel 18

1.   Opdat een CTF verklaringen als bedoeld in artikel 17, lid 1, onder b), en artikel 17, lid 2, onder c), kan afgeven, moet zij zijn erkend door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar zij statutair gevestigd is.

2.   De CTF kan, op haar verzoek, worden erkend voor een hernieuwbare periode van drie jaar, indien zij voldoet aan de in bijlage VIII, hoofdstuk I, bepaalde voorwaarden. De erkenning geldt voor alle lidstaten.

3.   Bij de erkenning moet worden vermeld of de machtiging tot afgifte van in artikel 17, lid 1, onder b), en lid 2, onder c), bedoelde verklaringen wordt verleend voor alle landen, dan wel beperkt is tot een bepaald aantal derde landen.

Artikel 19

1.   De CTF neemt de in bijlage VIII, hoofdstuk II, punt 1, bepaalde voorschriften in acht.

Indien een of meer van de in die voorschriften bepaalde voorwaarden niet in acht zijn genomen, trekt de lidstaat die de CTF heeft erkend, de erkenning in voor de periode die nodig is om deze situatie recht te zetten.

2.   De lidstaat die de CTF heeft erkend controleert of de prestaties en het optreden van de CTF voldoen aan het bepaalde in bijlage VIII, hoofdstuk II, punt 2.

Artikel 20

Lidstaten die CTF's hebben erkend stellen een doeltreffend systeem van sancties in voor de gevallen dat een erkende CTF een onregelmatige verklaring zou hebben afgegeven.

Artikel 21

1.   De lidstaat die de CTF heeft erkend trekt de erkenning onmiddellijk in

indien de CTF niet langer voldoet aan de voorwaarden voor erkenning die zijn bepaald in bijlage VIII, hoofdstuk I, of

indien de CTF herhaaldelijk en systematisch onregelmatige verklaringen heeft afgegeven. In dat geval is de in artikel 20 bedoelde sanctie niet van toepassing.

2.   De intrekking kan volledig zijn of beperkt zijn tot bepaalde onderdelen of activiteiten van de CTF, afhankelijk van de aard van de geconstateerde tekortkomingen.

3.   Wanneer een lidstaat de erkenning van een CTF die tot een groep van bedrijven behoort, intrekt, schorsen de lidstaten die CTF's hebben erkend die tot dezelfde groep behoren als de eerstgenoemde CTF, de erkenning van deze CTF's voor een periode van ten hoogste drie maanden, teneinde de nodige onderzoeken uit te voeren en na te gaan of deze CTF's soortgelijke tekortkomingen vertonen als die welke zijn geconstateerd bij de CTF waarvan de erkenning is ingetrokken.

Voor de toepassing van de eerste alinea wordt onder groep van bedrijven verstaan alle bedrijven waarvan het kapitaal direct of indirect voor meer dan 50 % eigendom is van één enkel moederbedrijf, met inbegrip van het moederbedrijf zelf.

Artikel 22

1.   De lidstaten melden de erkenning van CTF's aan de Commissie.

2.   Een lidstaat die een erkenning intrekt of schorst, meldt dit onmiddellijk aan de andere lidstaten en aan de Commissie, met vermelding van de tekortkomingen die tot de intrekking of de schorsing van de erkenning hebben geleid.

De kennisgeving aan de lidstaten gebeurt via de in bijlage XIII vermelde centrale instanties van de lidstaten.

3.   De Commissie maakt, ter informatie, periodiek een bijgewerkte lijst van de door de lidstaten erkende CTF's bekend.

Artikel 23

1.   Verklaringen als bedoeld in artikel 17, lid 1, onder b), en lid 2, onder c), die zijn afgegeven na de datum van intrekking of schorsing van een erkenning, zijn ongeldig.

2.   De lidstaten weigeren verklaringen als bedoeld in artikel 17, lid 1, onder b), en lid 2, onder c), te aanvaarden, indien zij in de verklaringen onregelmatigheden of gebreken vaststellen. Wanneer dergelijke verklaringen zijn afgegeven door een door een andere lidstaat erkende CTF, meldt de lidstaat die deze onregelmatigheden heeft vastgesteld, deze aan de lidstaat die de CTF heeft erkend.

Artikel 24

1.   De lidstaten kunnen de exporteur ontslaan van de verplichting om de andere in artikel 17 bedoelde bewijsstukken dan het vervoersdocument of het elektronische equivalent daarvan zoals bedoeld in artikel 17, lid 3, over te leggen, indien het een aangifte ten uitvoer betreft die recht geeft op een restitutie, voor zover:

a)

het gedifferentieerde gedeelte van de restitutie ten hoogste gelijk is aan:

i)

2 400 EUR wanneer het derde land van bestemming of het gebied van bestemming voorkomt in de lijst in bijlage XIV,

ii)

12 000 EUR wanneer het derde land van bestemming of het gebied van bestemming niet voorkomt in de lijst in bijlage XIV, of

b)

de haven van bestemming gelegen is in de perifere restitutiezone voor het betrokken product.

2.   De in lid 1, onder b), bedoelde uitzondering is alleen van toepassing indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

de producten worden vervoerd in containers en het vervoer van de containers naar de haven van lossing vindt plaats over zee;

b)

in het vervoersdocument wordt als bestemming het in de aangifte ten uitvoer vermelde land vermeld, dan wel een haven die normaal wordt gebruikt voor het lossen van producten die bestemd zijn voor een hinterland dat het in de aangifte ten uitvoer vermelde land van bestemming is;

c)

het bewijs van lossing wordt geleverd overeenkomstig artikel 17, lid 2, onder a), b) of c).

Op verzoek van de exporteur kan een lidstaat, in geval van containervervoer over zee, ermee instemmen dat het in de eerste alinea, onder c), bedoelde bewijs van lossing wordt vervangen door informatie die gelijkwaardig is aan de in het lossingsdocument vervatte informatie, op voorwaarde dat zij verkregen is met een informatiesysteem dat wordt beheerd door een derde die verantwoordelijk is voor het vervoer van de containers naar en het lossen van de containers op de plaats van bestemming, op voorwaarde dat die derde gespecialiseerd is in dergelijke activiteiten en dat de lidstaat heeft geconstateerd dat de beveiliging van het informatiesysteem voldoet aan de criteria die zijn vastgesteld in de in de betrokken periode geldende versie van een van de internationaal aanvaarde normen die zijn vermeld in punt 3, onder B, van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 885/2006.

Het bewijs van lossing kan worden geleverd overeenkomstig de eerste alinea, onder c), of overeenkomstig de tweede alinea zonder dat de exporteur moet bewijzen dat hij de nodige stappen heeft gezet om in het bezit te geraken van het in artikel 17, lid 1, onder a) of b), bedoelde document.

3.   De in lid 1, onder a), bedoelde uitzonderingen worden automatisch toegepast, behoudens in geval van toepassing van lid 4.

De in lid 1, onder b), bedoelde uitzondering kan, op verzoek van de exporteur, worden toegestaan voor een periode van drie jaar door middel van een vóór de uitvoer te verstrekken schriftelijke vergunning. Exporteurs die van deze vergunning gebruikmaken, dienen in de betalingsaanvraag het nummer van de toestemming te vermelden.

4.   Indien de lidstaat van oordeel is dat producten waarvoor de exporteur aanspraak maakt op toepassing van een uitzondering op grond van dit artikel, zijn uitgevoerd naar een ander land dan het in de aangifte ten uitvoer vermelde land of, naargelang van het geval, naar een land buiten de betrokken perifere restitutiezone waarvoor de restitutie wordt vastgesteld, dan wel dat de exporteur op kunstmatige wijze een uitvoertransactie heeft opgesplitst met de bedoeling gebruik te maken van een uitzondering, bepaalt de lidstaat onmiddellijk dat de betrokken exporteur niet meer in aanmerking komt voor enige uitzondering op grond van dit artikel.

De betrokken exporteur komt gedurende twee jaar, te rekenen vanaf de datum van intrekking, niet meer in aanmerking voor enige uitzondering op grond van dit artikel.

Indien wordt bepaald dat een exporteur niet meer in aanmerking komt voor enige uitzondering, vervalt zijn recht op de uitvoerrestitutie voor de betrokken producten en moet de restitutie worden terugbetaald, tenzij de exporteur voor de betrokken producten het bij artikel 17 voorgeschreven bewijs levert.

Bovendien vervalt het recht op uitvoerrestituties voor producten waarvoor een aangifte ten uitvoer is gedaan na de datum van de verrichting die heeft geleid tot intrekking van het recht op een uitzondering, en moeten de restituties worden terugbetaald, tenzij de exporteur voor de betrokken producten het bij artikel 17 voorgeschreven bewijs levert.

Artikel 25

1.   In afwijking van artikel 15 wordt, onverminderd artikel 27, op verzoek van de exporteur een deel van de restitutie betaald, zodra het bewijs is geleverd dat het product het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten.

2.   Het in lid 1 bedoelde deel van de restitutie wordt berekend aan de hand van de laagste restitutievoet, verminderd met 20 % van het verschil tussen de vooraf vastgestelde voet en de laagste voet, met dien verstande dat niet-vaststelling van een restitutie als de laagste restitutievoet wordt beschouwd.

Wanneer het uit te betalen bedrag niet groter is dan 2 000 EUR, kan de lidstaat de betaling van dat bedrag tot de betaling van het totale bedrag van de restitutie uitstellen, behalve ingeval de betrokken exporteur verklaart dat hij met betrekking tot deze transactie geen aanspraak op betaling van een aanvullend bedrag zal maken.

3.   Ingeval de producten de bestemming die is vermeld in vak 7 van het afgegeven certificaat met vaststelling vooraf van de restitutie, niet hebben bereikt:

a)

wordt de restitutievoet voor de in vak 7 vermelde bestemming toegepast, wanneer de restitutievoet voor de werkelijke bestemming gelijk is aan of hoger dan die voor de in vak 7 vermelde bestemming;

b)

wordt, wanneer de restitutievoet voor de werkelijke bestemming lager is dan die voor de in vak 7 vermelde bestemming, een restitutievoet toegepast:

die gelijk is aan de voet voor de werkelijke bestemming,

welke, behoudens overmacht, wordt verminderd met 20 % van het verschil tussen de restitutie voor de in vak 7 vermelde bestemming en die voor de werkelijke bestemming.

Voor de toepassing van dit artikel worden de restitutievoeten in aanmerking genomen die gelden op de dag waarop de certificaataanvraag is ingediend. Deze restitutievoeten worden eventueel aangepast op de dag waarop de aangifte ten uitvoer of de betalingsaangifte wordt aanvaard.

Wanneer de eerste en de tweede alinea van toepassing zijn en wanneer ook artikel 48 op dezelfde uitvoertransactie van toepassing is, wordt het op grond van de eerste alinea toe te passen bedrag met de in artikel 48 bedoelde sanctie verminderd.

4.   Wanneer een restitutie is vastgesteld in het kader van een inschrijving waarvoor een clausule van verplichte bestemming geldt, wordt de niet-vaststelling van een periodieke restitutie of de eventuele vaststelling van een periodieke restitutie voor deze verplichte bestemming, op de datum waarop de certificaataanvraag is ingediend en op de datum waarop de aangifte ten uitvoer is aanvaard, voor de bepaling van de laagste restitutievoet niet in aanmerking genomen.

Artikel 26

1.   De leden 2 tot en met 5 zijn van toepassing bij uitvoer van een product op basis van een uitvoer- of voorfixatiecertificaat met verplichte bestemming.

2.   Ingeval het product de verplichte bestemming niet heeft bereikt, wordt slechts het overeenkomstig artikel 25, lid 2, berekende deel van de restitutie betaald.

3.   Wanneer het product door overmacht een andere bestemming krijgt dan die waarvoor het certificaat is afgegeven, wordt op verzoek van de exporteur een restitutie uitbetaald indien hij van de overmacht en van de werkelijke bestemming van het product het bewijs levert; het bewijs omtrent de werkelijke bestemming wordt overeenkomstig de artikelen 16 en 17 geleverd.

4.   Bij toepassing van lid 3 geldt de restitutie voor de reële bestemming; deze restitutie mag evenwel niet hoger zijn dan de restitutie voor de bestemming die is vermeld in vak 7 van het afgegeven certificaat met vaststelling vooraf van de restitutie.

De restitutievoet wordt eventueel aangepast op de dag waarop de aangifte ten uitvoer of de betalingsaangifte wordt aanvaard.

5.   Wanneer een product wordt uitgevoerd met een in het kader van artikel 47 van Verordening (EG) nr. 376/2008 afgegeven certificaat en de restitutie naar bestemming is gedifferentieerd, wordt de vooraf vastgestelde restitutie slechts toegekend indien de exporteur, naast de in artikel 17 van de onderhavige verordening bedoelde bewijzen, het bewijs levert dat het product, in het kader van de op het certificaat vermelde inschrijving, in het derde land van invoer aan de in de inschrijvingsvoorwaarden genoemde instantie is afgeleverd.

Afdeling 3

Specifieke maatregelen ter bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap

Artikel 27

1.   Wanneer:

a)

ernstige twijfel bestaat over de werkelijke bestemming van het product, of

b)

het product opnieuw in de Gemeenschap zou kunnen worden ingevoerd wegens een verschil tussen het bedrag van de restitutie voor het uitgevoerde product en het bedrag van de niet-preferentiële rechten bij invoer voor eenzelfde product op de dag waarop de aangifte ten uitvoer wordt aanvaard, of

c)

het concrete vermoeden bestaat dat het product in ongewijzigde staat of na be- of verwerking in een derde land opnieuw in de Gemeenschap zal worden ingevoerd met vrijstelling of verlaging van dat recht,

wordt de niet-gedifferentieerde restitutie of het in artikel 25, lid 2, bedoelde gedeelte van de restitutie slechts betaald indien het product het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten overeenkomstig artikel 7, en:

i)

bij een niet-gedifferentieerde restitutie, het product binnen twaalf maanden na de dag waarop de aangifte ten uitvoer is aanvaard, in een derde land is ingevoerd of daar binnen die termijn een ingrijpende be- of verwerking in de zin van artikel 24 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 heeft ondergaan;

ii)

bij een naar bestemming gedifferentieerde restitutie, het product binnen twaalf maanden na de dag waarop de aangifte ten uitvoer is aanvaard, in ongewijzigde staat in een nader bepaald derde land is ingevoerd.

Voor de invoer in een derde land gelden de artikelen 16 en 17.

Voor alle restituties kunnen de bevoegde diensten van de lidstaten bovendien aanvullende bewijzen eisen waaruit ten genoegen van de bevoegde autoriteiten moet blijken dat het product daadwerkelijk op de markt is gebracht in een derde land van invoer of daar een ingrijpende be- of verwerking in de zin van artikel 24 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 heeft ondergaan.

Onder de in artikel 46 van de onderhavige verordening bedoelde voorwaarden kunnen aanvullende termijnen worden vastgesteld.

2.   De lidstaten passen lid l op eigen initiatief en ook op verzoek van de Commissie toe.

De bepalingen betreffende het in lid 1, onder b), bedoelde geval worden niet toegepast indien de concrete omstandigheden van de betrokken transactie — met name gelet op de vervoerskosten — waarschijnlijk het gevaar van wederinvoer uitsluiten. Voorts kunnen de lidstaten van toepassing van de bepalingen betreffende het in lid 1, onder b), bedoelde geval afzien wanneer het restitutiebedrag voor de betrokken aangifte ten uitvoer niet hoger is dan 500 EUR.

3.   Wanneer, bij toepassing van lid 1, het product na het verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap door overmacht onderweg verloren is gegaan, wordt:

a)

bij een niet-gedifferentieerde restitutie, het volledige restitutiebedrag betaald;

b)

een gedifferentieerde restitutie, het bedrag van het overeenkomstig artikel 25 bepaalde gedeelte van de restitutie betaald.

4.   Het bepaalde in lid 1 wordt toegepast voordat de restitutie wordt betaald.

De restitutie wordt evenwel beschouwd als niet verschuldigd en moet worden terugbetaald wanneer de bevoegde autoriteiten, zelfs na betaling van de restitutie, vaststellen dat:

a)

het product is vernietigd of ernstig beschadigd voordat het in een derde land op de markt is gebracht of in een derde land een ingrijpende be- of verwerking in de zin van artikel 24 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 heeft ondergaan, tenzij de exporteur ten genoegen van de bevoegde autoriteiten kan aantonen dat de uitvoer onder zodanige economische voorwaarden heeft plaatsgevonden dat het product redelijkerwijze op de markt van een derde land kon worden afgezet, onverminderd artikel 28, lid 2, tweede alinea van deze verordening;

b)

het product twaalf maanden na de datum van uitvoer uit de Gemeenschap in een derde land nog steeds onder een rechtenopschortende regeling is geplaatst zonder in een derde land een ingrijpende be- of verwerking in de zin van artikel 24 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 te hebben ondergaan, en de uitvoer niet heeft plaatsgevonden in het kader van een normale handelstransactie;

c)

het uitgevoerde product opnieuw in de Gemeenschap wordt ingevoerd zonder dat het een ingrijpende be- of verwerking in de zin van artikel 24 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 heeft ondergaan, en het niet-preferentiële recht bij invoer lager is dan de toegekende restitutie, en de uitvoer niet heeft plaatsgevonden in het kader van een normale handelstransactie;

d)

de in bijlage XV bedoelde uitgevoerde producten opnieuw in de Gemeenschap worden ingevoerd:

nadat zij in een derde land een be- of verwerking hebben ondergaan zonder het in artikel 24 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 bedoelde niveau van be- of verwerking te hebben bereikt, en

daarbij in aanmerking komen voor de toepassing van een nulrecht of van een recht bij invoer dat lager is dan het niet-preferentiële recht.

Ingeval de lidstaten vaststellen dat andere dan de in bijlage XV vermelde producten een risico op verlegging van het handelsverkeer vormen, stellen zij de Commissie daarvan zo spoedig mogelijk in kennis.

De punten c) en d) zijn niet van toepassing ingeval titel VI, hoofdstuk 2 „Terugkerende goederen” van Verordening (EEG) nr. 2913/92 wordt toegepast, en in de gevallen waarin de producten op zijn vroegst twee jaar na de dag van uitvoer opnieuw worden ingevoerd.

Artikel 48 is niet van toepassing in de onder b), c), en d), bedoelde gevallen.

Afdeling 4

Gevallen waarin geen restitutie wordt verleend

Artikel 28

1.   Restituties worden niet verleend indien de producten op de dag waarop de aangifte ten uitvoer wordt aanvaard, niet van gezonde handelskwaliteit zijn.

De producten voldoen aan de in de eerste alinea vervatte eis wanneer zij in normale omstandigheden en onder de op de restitutieaanvraag vermelde omschrijving op het grondgebied van de Gemeenschap in de handel kunnen worden gebracht en ingeval deze producten bestemd zijn voor menselijke consumptie, de kenmerken en de toestand ervan niet van dien aard zijn dat de producten helemaal niet of slechts in aanzienlijk mindere mate voor dit doel kunnen worden gebruikt.

Of producten al dan niet aan de eisen van de eerste alinea voldoen, moet worden onderzocht aan de hand van de in de Gemeenschap geldende normen of gebruiken.

De restitutie wordt evenwel toegekend indien de uitgevoerde producten in het land van bestemming moeten voldoen aan bijzondere voorwaarden, waaronder met name gezondheids- of hygiënische voorschriften, die niet in overeenstemming zijn met de in de Gemeenschap geldende normen of gebruiken. De exporteur moet op verzoek van de bevoegde autoriteit aantonen dat de producten voldoen aan die in het derde land van bestemming in acht te nemen voorwaarden.

Bovendien kunnen voor bepaalde producten bijzondere voorschriften worden vastgesteld.

2.   Wanneer het product bij het verlaten van het douanegebied van de Gemeenschap van gezonde handelskwaliteit is, moet het overeenkomstig artikel 25, lid 2, berekende deel van de restitutie worden toegekend, tenzij artikel 27 van toepassing is. Dit recht kan echter niet worden verleend, wanneer bewezen is:

dat het product ten gevolge van een latent gebrek dat later tot uiting komt, niet meer van gezonde handelskwaliteit is;

dat het product niet meer aan de eindverbruiker kon worden verkocht omdat de uiterste datum waarop het product mocht worden verbruikt en de datum van uitvoer te dicht bij elkaar lagen.

Wanneer bewezen is dat het product niet meer van gezonde handelskwaliteit is vóór de douaneformaliteiten voor invoer in een derde land worden vervuld, mag het gedifferentieerde deel van de restitutie niet worden toegekend.

3.   Restituties worden niet verleend indien de producten de bij de communautaire wetgeving van toepassing verklaarde toelaatbare maximumniveaus van radioactiviteit overschrijden. Ongeacht de oorsprong van de producten gelden hiervoor de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 733/2008 van de Raad (20) vastgestelde niveaus.

Artikel 29

1.   Bij uitvoer van producten waarop een uitvoerheffing of uitvoerbelasting wordt toegepast die vooraf is vastgesteld of in het kader van een inschrijving is bepaald, wordt geen restitutie verleend.

2.   Wanneer voor een of meer bestanddelen van een samengesteld product vooraf een uitvoerheffing of uitvoerbelasting is vastgesteld, wordt voor dit bestanddeel, respectievelijk voor deze bestanddelen geen restitutie verleend.

Artikel 30

Voor producten die aan boord van schepen zijn verkocht of uitgedeeld en aansluitend daarop wederom in de Gemeenschap kunnen worden binnengebracht met gebruikmaking van de vrijstellingen als bepaald in Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad (21), wordt geen restitutie verleend.

HOOFDSTUK 2

Voorschot op de restitutie bij uitvoer

Artikel 31

1.   Zodra de aangifte ten uitvoer is aanvaard, schieten de lidstaten op verzoek van de exporteur het restitutiebedrag geheel of gedeeltelijk voor, op voorwaarde dat een zekerheid wordt gesteld die gelijk is aan het bedrag van het voorschot, verhoogd met 10 %.

De lidstaten kunnen bepalen onder welke voorwaarden om vooruitbetaling van een deel van de restitutie kan worden verzocht.

2.   Bij de berekening van het voorschot wordt uitgegaan van de voor de opgegeven bestemming geldende restitutievoet, in voorkomend geval aangepast met de andere op grond van de communautaire wetgeving toe te passen bedragen.

3.   De lidstaten kunnen afzien van de toepassing van lid 1 wanneer het te betalen bedrag kleiner is dan of gelijk is aan 2 000 EUR.

Artikel 32

1.   Wanneer het voorschot hoger is dan het werkelijk voor de betrokken uitvoer of voor een equivalente uitvoer verschuldigde bedrag, leidt de bevoegde autoriteit onverwijld de procedure van artikel 29 van Verordening (EEG) nr. 2220/85 in met het oog op de betaling door de exporteur van het verschil tussen deze beide bedragen, verhoogd met 10 %.

Evenwel wordt geen betaling van het door de 10 % verhoging gevormde bedrag gevorderd, wanneer als gevolg van overmacht:

de overeenkomstig deze verordening vereiste bewijzen om voor de restitutie in aanmerking te komen, niet kunnen worden geleverd, of

het product op een andere bestemming komt dan die waarvoor het voorschot is berekend.

2.   Wanneer een product, als gevolg van een door derden ten nadele van de exporteur begane onregelmatigheid, de bestemming waarvoor het voorschot was berekend niet bereikt, en de exporteur de bevoegde autoriteiten hiervan op eigen initiatief onmiddellijk schriftelijk op de hoogte brengt en het restitutievoorschot terugbetaalt, blijft de in lid 1 bedoelde verhoging beperkt tot de rente die verschuldigd is voor de periode tussen de ontvangst en de terugbetaling van het voorschot, berekend volgens het bepaalde in artikel 49, lid 1, vierde alinea.

De eerste alinea is niet van toepassing wanneer de bevoegde autoriteiten de exporteur reeds in kennis hebben gesteld dat zij voornemens zijn een controle uit te voeren of wanneer de exporteur op een andere wijze kennis had van het feit dat de bevoegde autoriteiten voornemens waren een controle uit te voeren.

3.   Als equivalente uitvoer wordt beschouwd uitvoer, na wederinvoer van producten onder de regeling terugkerende goederen, van equivalente producten van dezelfde code van de gecombineerde nomenclatuur, voorzover is voldaan aan de voorwaarden vermeld in artikel 44, lid 2, onder a) en b), van Verordening (EG) nr. 376/2008.

De eerste alinea is slechts van toepassing wanneer de regeling terugkerende goederen is gebruikt in de lidstaat waar de aangifte ten uitvoer voor de eerste uitvoer is aanvaard of in de lidstaat van oorsprong, in overeenstemming met in artikel 15 van Richtlijn 97/78/EG van de Raad (22).

TITEL III

ANDERE SOORTEN VAN UITVOER EN BIJZONDERE GEVALLEN

HOOFDSTUK 1

Met uitvoer uit de Gemeenschap gelijkgestelde bestemmingen en bevoorrading

Artikel 33

1.   Voor de toepassing van deze verordening worden met uitvoer uit het douanegebied van de Gemeenschap gelijkgesteld:

a)

leveranties voor de bevoorrading in de Gemeenschap:

van zeeschepen,

van luchtvaartuigen in gebruik voor het verkeer op internationale lijnen, met inbegrip van intracommunautaire lijnen;

b)

leveranties aan in de Gemeenschap gevestigde internationale organisaties;

c)

leveranties aan strijdkrachten die op het grondgebied van een lidstaat zijn gestationeerd doch niet tot die lidstaat behoren.

2.   Lid 1 is slechts van toepassing voor zover de producten van dezelfde soort, die met het oog op deze bestemmingen uit derde landen worden ingevoerd, bij invoer in de betrokken lidstaat voor vrijstelling van rechten in aanmerking komen.

3.   Leveringen van producten die bestemd zijn voor in de Gemeenschap gelegen opslagruimten van internationale in humanitaire hulp gespecialiseerde organisaties en die in derde landen voor voedselhulpoperaties worden gebruikt, worden met uitvoer uit het douanegebied van de Gemeenschap gelijkgesteld.

De toestemming om de eerste alinea toe te passen wordt gegeven door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van opslag, die de douanestatus van de opslagplaats bepalen en de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de betrokken producten hun bestemming bereiken.

4.   Artikel 5, lid 7, is niet van toepassing op de in het onderhavige artikel bedoelde leveringen. De lidstaten kunnen evenwel passende maatregelen nemen om controle van de producten mogelijk te maken.

Artikel 34

1.   Voor de in de artikelen 33 en 41 bedoelde leveranties kunnen de lidstaten voor de betaling van de restituties toestemming verlenen om in afwijking van artikel 5 de hierna beschreven procedure te gebruiken. De exporteur aan wie toestemming wordt verleend van deze procedure gebruik te maken, kan niet tegelijkertijd voor eenzelfde product de normale procedure aanwenden.

De toestemming kan worden beperkt tot bepaalde plaatsen waar in de lidstaat van uitvoer producten aan boord worden gebracht. De toestemming kan betrekking hebben op in andere lidstaten aan boord gebrachte producten, in welk geval artikel 8 van toepassing is.

2.   Voor de elke maand overeenkomstig dit artikel aan boord gebrachte producten wordt voor de bepaling van de geldende restitutievoet de laatste dag van de maand in aanmerking genomen.

Het ontstaansfeit voor de wisselkoers dat geldt voor de restitutie, is het in artikel 1, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1913/2006 bedoelde ontstaansfeit.

3.   Wanneer de restitutie in het kader van een inschrijving wordt vastgesteld, moet het certificaat op de laatste dag van de maand geldig zijn.

4.   De exporteur moet een controleregister bijhouden waarin de volgende gegevens worden vermeld:

a)

de gegevens die volgens artikel 5, lid 4, voor de identificatie van de producten nodig zijn;

b)

de naam of het inschrijvingsnummer van het zeeschip of de zeeschepen of van het luchtvaartuig of de luchtvaartuigen aan boord waarvan de producten zijn gebracht;

c)

de datum van het aan boord brengen.

De in de eerste alinea bedoelde gegevens moeten in het register voorkomen uiterlijk op de eerste werkdag na die waarop de producten aan boord zijn gebracht. Wanneer de producten evenwel in een andere lidstaat aan boord worden gebracht, moeten die gegevens in het register voorkomen uiterlijk op de eerste werkdag na die waarop de exporteur ervan in kennis moet zijn gesteld dat de producten aan boord zijn gebracht.

Voorts moet de exporteur medewerking verlenen aan de door de lidstaten nodig geachte controlemaatregelen en moet hij het controleregister gedurende ten minste drie jaar na het einde van het lopende kalenderjaar bewaren.

5.   De lidstaten kunnen bepalen dat het register mag worden vervangen door de bij elke leverantie gebruikte documenten waarop de douaneautoriteiten de datum hebben vermeld waarop de producten aan boord zijn gebracht.

6.   De leden 2 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing voor de in artikel 33, lid 1, onder b) en c), bedoelde leveranties.

Artikel 35

1.   Voor de toepassing van artikel 33, lid 1, onder a), worden de producten die bestemd zijn om aan boord van luchtvaartuigen of passagiersschepen, veerboten daarbij inbegrepen, te worden verbruikt en die vóór het aan boord brengen zijn bereid, geacht aan boord van deze vervoermiddelen te zijn bereid.

2.   Lid 1 is slechts van toepassing voorzover de exporteur voldoende bewijsstukken overlegt met betrekking tot hoeveelheid, aard en kenmerken van de basisproducten die voor de bereiding zijn gebruikt en waarvoor de restitutie wordt aangevraagd.

3.   De in artikel 37 vervatte regeling betreffende bevoorradingsdepots kan worden gebruikt voor de bereidingen bedoeld in de leden 1 en 2, van dit artikel.

Artikel 36

1.   De restitutie wordt slechts betaald indien het product waarvoor de aangifte ten uitvoer is aanvaard, uiterlijk 60 dagen na de dag van aanvaarding, in ongewijzigde staat een van de in artikel 33 bedoelde bestemmingen heeft bereikt.

2.   Artikel 7, leden 3 en 4, is van toepassing in het geval bedoeld in lid 1, van dit artikel.

3.   Indien, alvorens een van de in artikel 33 bedoelde bestemmingen te bereiken, een product waarvoor de aangifte ten uitvoer is aanvaard, over ander communautair grondgebied wordt vervoerd dan over dat van de lidstaat op het grondgebied waarvan de aanvaarding geschiedde, wordt het bewijs dat dit product zijn voorgeschreven bestemming heeft bereikt, door overlegging van het controle-exemplaar T5 geleverd.

De vakken 33, 103, 104 en, in voorkomend geval, 105 van het controle-exemplaar worden ingevuld. In vak 104 worden de dienovereenkomstige vermeldingen aangebracht.

4.   Formulier 302, dat de producten vergezelt die in het kader van artikel 33, lid 1, onder c), aan de strijdkrachten worden geleverd, wordt met het in lid 3 van dit artikel bedoelde controle-exemplaar T5 gelijkgesteld op voorwaarde dat de bevoegde militaire autoriteiten op dat formulier certificeren dat zij de producten hebben ontvangen.

Artikel 37

1.   De lidstaten kunnen het restitutiebedrag onder de hierna omschreven bijzondere voorwaarden aan de exporteur voorschieten, wanneer het bewijs wordt geleverd dat de producten behoudens overmacht binnen dertig dagen na de aanvaarding van de aangifte ten uitvoer in onder douanetoezicht staande ruimten zijn opgeslagen met het oog op de bevoorrading in de Gemeenschap van:

a)

zeeschepen, of

b)

luchtvaartuigen gebruikt in het verkeer op internationale lijnen, met inbegrip van intracommunautaire lijnen, of

c)

boor- of productieplatforms als bedoeld in artikel 41.

De onder douanetoezicht staande ruimten, hierna bevoorradingsdepots genoemd, en de depothouder moeten speciaal voor de toepassing van dit artikel zijn erkend.

2.   De lidstaat op het grondgebied waarvan zich het bevoorradingsdepot bevindt, erkent slechts depothouders en bevoorradingsdepots die de nodige waarborgen bieden. De erkenning kan worden ingetrokken.

Erkend worden slechts de depothouders die zich schriftelijk ertoe verbinden:

a)

de producten voor de bevoorrading in de Gemeenschap van:

zeeschepen, of

luchtvaartuigen in gebruik voor het verkeer op internationale lijnen, met inbegrip van intracommunautaire lijnen, of

boor- en productieplatforms als bedoeld in artikel 41, in ongewijzigde staat of diepgevroren en/of na verpakking aan boord te brengen;

b)

een register bij te houden dat de bevoegde instanties in staat stelt de nodige controles uit te voeren en waarin met name worden vermeld:

de datum van inslag in het bevoorradingsdepot,

de nummers van de douanedocumenten waarvan de producten vergezeld gaan en de naam van het betrokken douanekantoor,

de gegevens die volgens artikel 5, lid 4, nodig zijn voor de identificatie van de producten,

de datum van vertrek van de producten uit het bevoorradingsdepot,

het inschrijvingsnummer en eventueel de naam van het zeeschip of de zeeschepen of van het luchtvaartuig of de luchtvaartuigen aan boord waarvan de producten zijn gebracht of de naam van het volgende depot,

de datum van het aan boord brengen;

c)

dit register nog ten minste drie jaar na het einde van het lopende kalenderjaar te bewaren;

d)

medewerking te verlenen aan elke, met name periodieke, controlemaatregel die de bevoegde instanties wenselijk achten om na te gaan of dit lid wordt nageleefd;

e)

de bedragen te betalen die in geval van toepassing van artikel 39 van hen zullen worden gevorderd als terugbetaling van de restitutie.

3.   Het bedrag dat de exporteur op grond van lid 1 wordt uitgekeerd, wordt door de instantie die het voorschot heeft betaald, als een betaling geboekt.

Artikel 38

1.   Indien de aangifte ten uitvoer in de lidstaat waar het bevoorradingsdepot zich bevindt, is aanvaard, maakt de bevoegde douane-instantie bij de inslag in het bevoorradingsdepot op het nationale document dat zal worden gebruikt om het voorschot op de restitutie te verkrijgen, melding van het feit dat de producten zich in de in artikel 37 bedoelde omstandigheden bevinden.

2.   Indien de aangifte ten uitvoer in een andere lidstaat dan in die waar het bevoorradingsdepot zich bevindt, is aanvaard, wordt het bewijs dat de producten in een bevoorradingsdepot zijn opgeslagen, geleverd door overlegging van het controle-exemplaar T5.

De vakken 33, 103 en 104 en, in voorkomend geval, 105 van het controle-exemplaar T5 worden ingevuld. In vak 104 van het controle-exemplaar T5 wordt onder de rubriek „Andere” een van de in bijlage XVI opgenomen vermeldingen aangebracht.

Het bevoegde douanekantoor van de lidstaat van bestemming bevestigt de opslag op het controle-exemplaar, na te hebben nagegaan of de producten in het in artikel 37, lid 2, bedoelde register zijn ingeschreven.

Artikel 39

1.   Indien wordt vastgesteld dat een in een bevoorradingsdepot opgeslagen product niet de voorgeschreven bestemming heeft gekregen of deze niet meer kan krijgen, moet de depothouder aan de bevoegde instantie van de lidstaat van opslag een forfaitair bedrag betalen.

2.   Het in lid 1 bedoelde forfaitaire bedrag wordt als volgt berekend:

a)

de som van de rechten bij de invoer die van toepassing zijn op eenzelfde product wanneer dit in de lidstaat van opslag in het vrije verkeer wordt gebracht;

b)

het overeenkomstig punt a) berekende bedrag wordt met 20 % verhoogd.

Het voor de berekening van de rechten bij invoer in aanmerking te nemen tarief is:

a)

het tarief dat gold op de dag waarop het product een andere dan de voorgeschreven bestemming heeft gekregen of van waaraf het de voorgeschreven bestemming niet meer kon krijgen, of

b)

wanneer deze dag niet kan worden bepaald, dat van de dag waarop is vastgesteld dat de verplichte bestemming niet in acht is genomen.

3.   Wanneer de depothouder kan bewijzen dat het voor het betrokken product voorgeschoten bedrag lager is dan het overeenkomstig lid 2 berekende forfaitaire bedrag, betaalt hij het voorgeschoten bedrag terug, verhoogd met 20 %.

Indien evenwel het bedrag in een andere lidstaat is voorgeschoten, bedraagt de verhoging 40 %. In dat geval wordt voor de lidstaten die niet aan de economische en monetaire unie deelnemen voor de omrekening in nationale valuta van de lidstaat van opslag gebruik gemaakt van de wisselkoers van de euro die op de datum die voor de berekening van de in lid 2, eerste alinea, onder a), bedoelde rechten is aangehouden.

4.   Het in dit artikel bedoelde bedrag behoeft niet te worden betaald over de verliezen die gedurende de opslag in het bevoorradingsdepot als gevolg van de natuurlijke gewichtsvermindering van de producten of als gevolg van het verpakken zijn opgetreden.

Artikel 40

1.   De bevoegde instanties van de lidstaat waar het bevoorradingsdepot zich bevindt, verrichten ten minste eenmaal per twaalf maanden een materiële controle op de in dit bevoorradingsdepot opgeslagen producten.

Indien de inslag van de producten in en de uitslag uit het bevoorradingsdepot evenwel onder permanente materiële controle van de douanediensten plaatsvinden, is het voldoende dat de bevoegde instanties op de producten die zich in opslag bevinden, een administratieve controle uitoefenen.

2.   De bevoegde instanties van de lidstaat van opslag kunnen toestaan dat de producten naar een tweede bevoorradingsdepot worden overgebracht.

In dat geval wordt in het register van het eerste bevoorradingsdepot een vermelding betreffende het tweede bevoorradingsdepot aangebracht. Het tweede bevoorradingsdepot en de tweede depothouder moeten voor de toepassing van het ten aanzien van het bevoorradingsdepot bepaalde eveneens speciaal zijn erkend.

Wanneer de producten in het tweede bevoorradingsdepot onder controle zijn geplaatst, komen de bij toepassing van artikel 39 te betalen bedragen voor rekening van de tweede depothouder.

3.   Wanneer het tweede bevoorradingsdepot niet in dezelfde lidstaat is gelegen als het eerste, wordt het bewijs dat de producten in het tweede depot zijn opgeslagen geleverd door middel van het origineel van het controle-exemplaar T5, waarop een van de in artikel 38, lid 2, aangegeven vermeldingen voorkomt.

Het bevoegde douanekantoor van de lidstaat van bestemming bevestigt de opslag op het controle-exemplaar T5, na te hebben nagegaan of de producten in het in artikel 37, lid 2, bedoelde register zijn ingeschreven.

4.   Wanneer de producten na opslag in een bevoorradingsdepot in een andere lidstaat aan boord worden gebracht dan in die van opslag, wordt het bewijs dat de producten aan boord zijn gebracht, volgens de procedure van artikel 36, lid 3, geleverd.

5.   Het bewijs dat de producten onder controle zijn geplaatst in een ander bevoorradingsdepot, het bewijs dat de producten aan boord zijn gebracht in de Gemeenschap en het bewijs van de in artikel 41 en artikel 42, lid 3, onder a), bedoelde leveranties worden, behoudens overmacht, geleverd binnen twaalf maanden na de datum van vertrek van de producten uit het bevoorradingsdepot, waarbij artikel 46, leden 3, 4 en 5, van overeenkomstige toepassing is.

HOOFDSTUK 2

Bijzondere gevallen

Artikel 41

1.   Voor de vaststelling van de restitutievoet worden als in artikel 33, lid 1, onder a), bedoelde leveranties beschouwd, leveranties van boordproviand aan:

a)

boor- of productieplatforms, met inbegrip van daarbij horende installaties voor dienstverlening, die zich binnen het gebied van het Europees continentaal plat of het continentaal plat van het niet-Europese deel van de Gemeenschap bevinden, maar buiten een zone van 3 mijl vanaf de basislijn waarvan voor de afbakening van de territoriale wateren van een lidstaat wordt uitgegaan, en

b)

marine- en hulpschepen die de vlag van een lidstaat voeren en in volle zee opereren.

Onder boordproviand wordt verstaan producten die uitsluitend bestemd zijn om aan boord te worden verbruikt.

2.   Lid 1 is slechts van toepassing als de restitutievoet in dit geval hoger is dan de laagste restitutievoet.

De lidstaten kunnen deze bepalingen voor alle leveranties van boordproviand toepassen op voorwaarde dat:

a)

een leverantiebewijs wordt afgegeven, en

b)

wat de bevoorrading van platforms betreft, de volgende voorwaarden zijn vervuld:

de leverantie dient te geschieden in het kader van de bevoorradingsmaatregelen voor het platform, die door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van waaruit de voor het platform bestemde producten worden verzonden, als normaal worden beschouwd. Behoudens overmacht moet daarbij van de normale haven of plaats van verzending, het normale soort vaartuig — wanneer de bevoorrading over zee geschiedt — en de normale soort verpakking of recipiënt gebruik worden gemaakt,

het bevoorradingsschip of de -helikopter moet worden geëxploiteerd door een natuurlijke of rechtspersoon die binnen de Gemeenschap een administratie bijhoudt die voor inzage beschikbaar is en voldoende gegevens bevat om bijzonderheden in verband met de reis of vlucht na te gaan.

3.   Het in lid 2, onder a), bedoelde leverantiebewijs moet volledige gegevens over de producten bevatten, alsmede de naam en/of andere identificatiegegevens van het platform, marine- of hulpschip waaraan is geleverd en de leverantiedatum. De lidstaten mogen bijkomende gegevens verlangen.

Het leverantiebewijs wordt ondertekend:

a)

voor platforms: door een persoon die volgens een verklaring van de exploitanten van het platform verantwoordelijk is voor de bevoorrading. De bevoegde autoriteiten nemen passende maatregelen om de echtheid van de transactie te waarborgen. De lidstaten delen de Commissie de getroffen maatregelen mede;

b)

voor marine- of voor hulpschepen: door de defensieautoriteiten.

In afwijking van lid 2 kunnen de lidstaten de exporteurs bij de bevoorrading van platforms van overlegging van het leverantiebewijs vrijstellen, wanneer het een levering betreft:

a)

die recht geeft op een restitutie van ten hoogste 3 000 EUR per uitvoertransactie;

b)

ten aanzien waarvan de betrokken lidstaat over voldoende waarborgen beschikt dat de producten ter bestemming zijn aangekomen, en

c)

waarvoor het vervoersdocument en het betalingsbewijs worden overgelegd.

4.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaat die de restitutie betaalt, controleren de opgegeven, aan platforms geleverde hoeveelheden door verifiëring van de administratie van de exporteur en van de exploitant van het schip of van de helikopter waarmee de leverantie is verricht. Zij vergewissen zich tevens ervan dat in het kader van dit artikel niet meer proviand wordt geleverd dan het boordpersoneel nodig heeft.

Voor de toepassing van de eerste alinea kan, indien nodig, een beroep worden gedaan op de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten.

5.   Wanneer bij een leverantie aan een platform artikel 8 van toepassing is, wordt in vak 104 van het controle-exemplaar T5 onder de rubriek „Andere” een van de in bijlage XVII opgenomen vermeldingen aangebracht.

6.   In geval van toepassing van artikel 37 moet de entrepothouder zich ertoe verbinden in het in artikel 37, lid 2, onder b), bedoelde register de identificatiegegevens van het platform waarvoor de zending is bestemd te vermelden, alsmede de naam/het nummer van het vaartuig/de helikopter waarmee de leverantie wordt uitgevoerd en de datum waarop de producten aan boord van het platform worden gebracht. De in lid 3, tweede alinea, onder a), van dit artikel, bedoelde leverantiebewijzen maken deel uit van het register.

7.   De lidstaten dragen ervoor zorg dat een register wordt bijgehouden van de hoeveelheden die, met toepassing van dit artikel, van elke groep producten aan platforms worden geleverd.

Artikel 42

1.   Leveranties voor de bevoorrading buiten de Gemeenschap worden voor de vaststelling van de toe te kennen restitutievoet met de in artikel 33, lid 1, onder a), bedoelde leveranties gelijkgesteld.

2.   Ingeval de restitutie naar bestemming is gedifferentieerd, is lid 1 van toepassing op voorwaarde dat het bewijs wordt gegeven dat de daadwerkelijk aan boord gebrachte producten dezelfde zijn als die welke met dit doel het douanegebied van de Gemeenschap hebben verlaten.

3.   Voor de toepassing van dit artikel wordt onder directe leverantie verstaan, de levering van een container of een niet-gesplitste partij producten die aan boord van een schip wordt gebracht.

4.   Het in lid 2 bedoelde bewijs wordt als volgt geleverd:

a)

Het bewijs van directe leverantie aan boord voor bevoorrading wordt geleverd met een douanedocument of een document dat is geviseerd door de douaneautoriteiten van het derde land waar de producten aan boord zijn gebracht; dit document kan volgens het model in bijlage XVIII worden opgesteld.

Het moet worden ingevuld in een of meer officiële talen van de Gemeenschap en in een taal die in het betrokken derde land in gebruik is.

b)

Wanneer de uitgevoerde producten niet voor directe leverantie zijn bestemd en in het derde land van bestemming onder een regeling voor douanetoezicht worden geplaatst alvorens deze aan boord voor bevoorrading worden afgeleverd, kan het bewijs dat ze aan boord zijn gebracht, met de volgende documenten worden geleverd:

een douanedocument of een document dat door de douaneautoriteiten van het derde land is geviseerd en waarin wordt verklaard dat de inhoud van een container of een niet-gesplitste partij producten in een bevoorradingsdepot is geplaatst en dat de betrokken producten uitsluitend voor bevoorrading zullen worden gebruikt; dit document kan volgens het model in bijlage XVIII worden opgesteld, en

een douanedocument of een document dat is geviseerd door de douaneautoriteiten van het derde land waar de producten aan boord zijn gebracht en waarin wordt verklaard dat alle producten van de oorspronkelijke container of van de oorspronkelijke partij het depot definitief hebben verlaten en aan boord zijn afgeleverd en hoeveel deelleveringen hebben plaatsgehad; dit document kan worden opgesteld volgens het model in bijlage XVIII.

c)

Wanneer de onder a) of onder b), tweede streepje, bedoelde documenten niet kunnen worden overgelegd, kan de lidstaat ermee instemmen dat het bewijs wordt geleverd met een door de scheepskapitein of een andere scheepsofficier van dienst ondertekend certificaat van ontvangst dat van het scheepsstempel is voorzien.

Wanneer de onder b), tweede streepje, bedoelde documenten niet kunnen worden overgelegd, kan de lidstaat ermee instemmen dat het bewijs wordt geleverd met een door een beambte van de luchtvaartmaatschappij ondertekend certificaat van ontvangst dat van het stempel van deze maatschappij is voorzien;

d)

De onder a) of onder b), tweede streepje, bedoelde documenten mogen slechts door de lidstaten worden aanvaard indien zij volledige gegevens over de aan boord geleverde producten bevatten en indien de leveringsdatum, het registratienummer en, indien deze bestaat, de naam van het schip of het luchtvaartuig, respectievelijk van de schepen of luchtvaartuigen erin zijn vermeld. Om te garanderen dat de als boordproviand geleverde hoeveelheden overeenstemmen met de normale behoeften van de bemanningsleden en van de passagiers van het betrokken schip of luchtvaartuig, mogen de lidstaten eisen dat aan hen nadere inlichtingen of aanvullende documenten worden verstrekt.

5.   In alle gevallen moeten bij het verzoek om betaling een kopie of fotokopie van het vervoersdocument alsmede het document waaruit blijkt dat de voor bevoorrading bestemde producten zijn betaald, worden gevoegd.

6.   De producten die onder het in artikel 37 bedoelde stelsel zijn geplaatst, mogen niet voor de in lid 4, onder b), van dit artikel bedoelde leveranties worden gebruikt.

7.   Artikel 24 is van overeenkomstige toepassing.

8.   In het in dit artikel bedoelde geval zijn de bepalingen van artikel 34 niet van toepassing.

Artikel 43

1.   In afwijking van artikel 161, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 worden de voor het eiland Helgoland bestemde producten voor de toepassing van de bepalingen inzake de betaling van de uitvoerrestituties geacht te zijn uitgevoerd.

2.   Producten bestemd voor San Marino worden niet beschouwd als zijnde uitgevoerd voor de toepassing van de bepalingen inzake de betaling van uitvoerrestituties.

Artikel 44

1.   Voor producten die opnieuw worden uitgevoerd op grond van artikel 883 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 kan slechts een restitutie worden toegekend na een negatief besluit over een verzoek tot terugbetaling of kwijtschelding van de rechten bij invoer, en voorzover de andere voorwaarden voor de toekenning van een restitutie zijn vervuld.

2.   Wanneer de producten in het kader van de in lid 1 bedoelde procedure opnieuw worden uitgevoerd, wordt op het in artikel 5, lid 4, bedoelde document een verwijzing naar deze procedure aangebracht.

Artikel 45

Producten die worden uitgevoerd met als bestemming:

in een derde land gestationeerde legereenheden die onder een lidstaat of onder een internationale organisatie waarvan ten minste één lidstaat deel uitmaakt, ressorteren,

in een derde land gevestigde internationale organisaties waarvan ten minste één lidstaat deel uitmaakt,

in een derde land gevestigde diplomatieke vertegenwoordigingen,

en waarvoor de exporteur de in artikel 17, lid 1 of lid 2, bedoelde bewijsstukken niet kan overleggen, worden geacht in het derde land van stationering of van vestiging te zijn ingevoerd indien het bewijs van betaling van de producten, en een door de geadresseerde legereenheid, internationale organisatie of diplomatieke vertegenwoordiging in het derde land afgegeven verklaring van overneming worden overgelegd.

TITEL IV

PROCEDURE VOOR DE RESTITUTIEBETALING

HOOFDSTUK 1

Algemene bepalingen

Artikel 46

1.   De restitutie wordt slechts op uitdrukkelijk verzoek van de exporteur betaald door de lidstaat op het grondgebied waarvan de aangifte ten uitvoer is aanvaard.

De restitutieaanvraag moet worden ingediend:

a)

hetzij schriftelijk; de lidstaten kunnen daartoe een specifiek formulier voorschrijven;

b)

hetzij met behulp van informatieverwerkende systemen volgens door de bevoegde instanties vastgestelde voorschriften.

De lidstaten kunnen evenwel besluiten dat de restitutieaanvragen uitsluitend op één van de in de tweede alinea bedoelde wijzen kunnen worden gedaan.

Voor de toepassing van dit lid zijn artikel 199, leden 2 en 3, en de artikelen 222, 223 en 224 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van overeenkomstige toepassing.

2.   Het dossier voor de betaling van de restitutie of het vrijgeven van de zekerheid moet, behalve in geval van overmacht, worden ingediend binnen twaalf maanden na de dag waarop de aangifte ten uitvoer is aanvaard.

Wanneer het uitvoercertificaat voor de uitvoertransactie die recht geeft op de betaling van de restitutie, door een andere lidstaat dan de lidstaat van uitvoer is afgegeven, moet het dossier voor de betaling van de uitvoerrestitutie een rectoversofotokopie van het naar behoren afgeschreven certificaat bevatten.

3.   Wanneer het controle-exemplaar T5 of, in voorkomend geval, het nationale document waaruit blijkt dat het product het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten, als gevolg van omstandigheden die niet aan de exporteur zijn toe te rekenen, niet binnen drie maanden na afgifte is terugontvangen bij het kantoor van vertrek of bij de centraliserende instantie, kan de exporteur bij de bevoegde instantie een met redenen omkleed verzoek indienen om andere bewijsstukken als gelijkwaardig te erkennen.

Bij dit verzoek worden de volgende bewijsstukken overgelegd:

a)

wanneer als bewijs dat de producten het douanegebied van de Gemeenschap hebben verlaten, het controle-exemplaar of het nationale document is afgegeven:

een kopie of fotokopie van het vervoersdocument, en

een document waaruit blijkt dat het product bij een douanekantoor van een derde land is aangeboden, of een of meer van de in artikel 17, leden 1, 2 en 4, bedoelde documenten.

Het in het tweede streepje bedoelde document behoeft niet te worden overgelegd voor uitvoertransacties waarvoor een restitutie van niet meer dan 2 400 EUR wordt verleend; in dit geval echter is de exporteur gehouden het bewijs van betaling over te leggen.

Bij uitvoer naar een derde land dat partij is bij de overeenkomst betreffende een gemeenschappelijke regeling inzake douanevervoer, geldt terugzendingsexemplaar nr. 5 van het document voor gemeenschappelijk douanevervoer, naar behoren geviseerd door dit land, of een voor conform gewaarmerkte fotokopie of een kennisgeving van het douanekantoor van vertrek als bewijsstuk;

b)

bij toepassing van de artikelen 33, 37 of 41: een verklaring van het voor de controle op de betrokken bestemming bevoegde douanekantoor, waaruit blijkt dat aan de voorwaarden voor visering van het controle-exemplaar T5 door dat kantoor is voldaan, of

c)

bij toepassing van artikel 33, lid 1, onder a), of artikel 37: het certificaat van ontvangst, bedoeld in artikel 42, lid 3, onder c), en een document dat de betaling van de voor bevoorrading bestemde producten bewijst.

Voor de toepassing van dit lid heeft een attest van het kantoor van uitgang, waarin wordt bevestigd dat het controle-exemplaar T5 naar behoren is overgelegd en waarin het nummer en het kantoor van afgifte van het T5-document en de datum waarop het product het douanegebied van de Gemeenschap heeft verlaten, zijn vermeld, dezelfde waarde als het oorspronkelijke controle-exemplaar T5.

Lid 4 geldt voor het leveren van als gelijkwaardig aangemerkte bewijzen.

4.   Wanneer de op grond van artikel 17 vereiste documenten niet binnen de in lid 2 van dit artikel voorgeschreven termijn kunnen worden overgelegd, kunnen de exporteur, wanneer hij zich de nodige moeite heeft gegeven om de documenten binnen die termijn te verkrijgen en mede te delen, op zijn verzoek bijkomende termijnen worden toegestaan om deze documenten over te leggen.

5.   Het in lid 3 bedoelde verzoek, al dan niet vergezeld van bewijsstukken, en het in lid 4 bedoelde verzoek om bijkomende termijnen, moeten binnen de in lid 2 bedoelde termijn worden ingediend. Indien deze aanvragen evenwel worden ingediend binnen zes maanden na deze termijn, is artikel 47, lid 2, eerste alinea, van toepassing.

6.   Bij toepassing van artikel 34 moet, behoudens overmacht, het dossier voor de betaling van de restitutie worden ingediend binnen twaalf maanden na de maand waarin de producten aan boord zijn gebracht; in het kader van de in artikel 34, lid l, bedoelde toestemming kan de exporteur evenwel worden verplicht om de betalingsaanvraag binnen een kortere termijn in te dienen.

7.   De bevoegde diensten van een lidstaat kunnen verlangen dat alle documenten van het dossier voor de betaling van de restitutie in de officiële taal of in een van de officiële talen van deze lidstaat worden vertaald.

8.   De bevoegde autoriteiten verrichten de in lid 1 bedoelde betaling binnen drie maanden vanaf de dag waarop zij over alle elementen beschikken om het dossier te kunnen afhandelen, behalve:

a)

bij overmacht, of

b)

ingeval over het recht op de restitutie een bijzonder administratief onderzoek loopt, in welk geval de betaling pas plaatsvindt nadat het recht op de restitutie is erkend, of

c)

om de compensatie als bedoeld in artikel 49, lid 2, tweede alinea, toe te passen.

9.   De lidstaten kunnen besluiten geen uitvoerrestituties te verlenen als het bedrag daarvan per aangifte ten uitvoer niet meer dan 100 EUR bedraagt.

Artikel 47

1.   Indien is voldaan aan alle in de communautaire regeling vervatte vereisten om voor een restitutie in aanmerking te komen, behalve aan één vereiste met betrekking tot een van de in de artikel 7, lid 1, artikel 16, lid 1, en artikel 37, lid 1, bedoelde termijnen, worden de volgende regels toegepast:

a)

De restitutie wordt eerst verlaagd met 15 %.

b)

Het resterende deel van de restitutie, hierna de „verlaagde restitutie” genoemd, wordt verder als volgt verminderd:

i)

2 % van de verlaagde restitutie wordt verbeurd voor elke dag waarmee de in artikel 16, lid l, bedoelde termijn wordt overschreden;

ii)

5 % van de verlaagde restitutie wordt verbeurd voor elke dag waarmee de in artikel 7, lid 1, bedoelde termijn wordt overschreden, of

iii)

10 % van de verlaagde restitutie wordt verbeurd voor elke dag waarmee de in artikel 37, lid 1, bedoelde termijn wordt overschreden.

2.   Wanneer het bewijs dat aan alle in de communautaire regeling vervatte vereisten is voldaan, binnen zes maanden na de in artikel 46, leden 2 en 4, bedoelde termijnen wordt geleverd, is het te betalen restitutiebedrag gelijk aan 85 % van de restitutie die zou zijn betaald indien aan alle vereisten was voldaan.

Wanneer het bewijs dat aan alle bij de communautaire regeling vervatte vereisten is voldaan, wordt geleverd binnen zes maanden na de in artikel 46, leden 2 en 4, vastgestelde termijnen, maar de in artikel 7, lid 1, artikel 16, lid 1, of artikel 37, lid 1, bedoelde termijn is overschreden, is het te betalen restitutiebedrag gelijk aan de overeenkomstig lid 1 van dit artikel verlaagde restitutie verminderd met 15 % van het bedrag dat zou zijn betaald indien alle termijnen in acht waren genomen.

3.   Wanneer de restitutie overeenkomstig artikel 31 is voorgeschoten en één of meer van de in artikel 7, lid 1, en artikel 16, lid 1, bedoelde termijnen zijn overschreden, is de verbeurde zekerheid gelijk aan de overeenkomstig lid 1 van dit artikel berekende verlaging verhoogd met 10 %.

Het overige deel van de zekerheid wordt vrijgegeven.

Wanneer de restitutie overeenkomstig artikel 31 is voorgeschoten en het bewijs dat aan alle in de communautaire regeling vervatte vereisten is voldaan, binnen zes maanden na de in artikel 46, leden 2 en 4, vastgestelde termijnen wordt geleverd, is het terug te betalen bedrag gelijk aan 85 % van de zekerheid.

Indien in het in de derde alinea bedoelde geval ook één of meer van de in artikel 7, lid 1, en artikel 16, lid 1, bedoelde termijnen zijn overschreden, moet worden terugbetaald:

een bedrag dat gelijk is aan het in de derde alinea bedoelde terug te betalen bedrag,

verminderd met het overeenkomstig de eerste alinea verbeurde zekerheidsbedrag.

4.   Het totale bedrag waarmee het restitutiebedrag wordt verminderd, mag niet hoger zijn dan het volledige restitutiebedrag dat zou zijn betaald indien aan alle vereisten was voldaan.

5.   Voor de toepassing van dit artikel wordt de niet-inachtneming van de in artikel 7, lid 1, gestelde termijn gelijkgesteld met de niet-inachtneming van de in artikel 36, lid 1, genoemde termijn.

6.   Wanneer artikel 4, lid 2, en/of artikel 25, lid 3, en/of artikel 48 van toepassing zijn:

wordt de berekening van de in dit artikel bedoelde verminderingen gebaseerd op het op grond van artikel 4, lid 2, en/of artikel 25, lid 3, en/of artikel 48 verschuldigde restitutiebedrag;

mag het bedrag van de op grond van dit artikel toegepaste restitutieverminderingen niet hoger zijn dan het op grond van artikel 4, lid 2, en/of artikel 25, lid 3, en/of artikel 48 verschuldigde restitutiebedrag.

HOOFDSTUK 2

Sancties en terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen

Artikel 48

1.   Wanneer wordt vastgesteld dat een exporteur, in het kader van het toekennen van restitutie, een hogere uitvoerrestitutie heeft gevraagd dan de geldende, is de verschuldigde restitutie voor de betreffende uitvoer gelijk aan de voor de werkelijke uitvoer geldende restitutie, verminderd met een bedrag dat gelijk is aan:

a)

de helft van het verschil tussen de gevraagde restitutie en de geldende restitutie voor het daadwerkelijk uitgevoerde product;

b)

het dubbele van het verschil tussen de gevraagde restitutie en de geldende restitutie, indien de exporteur opzettelijk onjuiste gegevens heeft verstrekt.

2.   Onverminderd artikel 9, tweede alinea, wordt, wanneer wordt geconstateerd dat niet aan de op grond van artikel 9 geldende verplichting inzake vermelding van de restitutievoet is voldaan, ervan uitgegaan dat de vermelde restitutievoet gelijk is aan nul. Indien het uitvoerrestitutiebedrag dat aan de hand van de op grond van artikel 9 meegedeelde informatie is berekend, lager is dan het toegepaste bedrag, is de voor de betrokken uitvoer verschuldigde restitutie gelijk aan de restitutie die geldt voor de daadwerkelijk uitgevoerde producten, verminderd met:

a)

10 % van het verschil tussen de berekende restitutie en de voor het daadwerkelijk uitgevoerde product geldende restitutie, indien het verschil meer dan 1 000 EUR bedraagt;

b)

100 % van het verschil tussen de berekende restitutie en de voor het daadwerkelijk uitgevoerde product geldende restitutie, indien de exporteur heeft aangegeven dat de restitutie minder dan 1 000 EUR zou bedragen maar de werkelijk geldende restitutie meer dan 10 000 EUR bedraagt;

c)

200 % van het verschil tussen de berekende restitutie en de geldende restitutie, indien de exporteur opzettelijk onjuiste gegevens heeft verstrekt.

De eerste alinea is niet van toepassing indien de exporteur ten genoegen van de bevoegde autoriteiten aantoont dat de in die alinea bedoelde situatie is toe te schrijven aan overmacht of aan een duidelijke vergissing of, in voorkomend geval, dat zij gebaseerd was op correcte informatie met betrekking tot vorige betalingen.

De eerste alinea is niet van toepassing indien sancties op basis van dezelfde elementen op grond waarvan het recht op de uitvoerrestituties is vastgesteld, worden toegepast ingevolge lid 1.

3.   Als gevraagde restitutie wordt beschouwd het bedrag dat is berekend aan de hand van de op grond van artikel 5 verstrekte gegevens. Wanneer de restitutievoet verschilt naargelang van de bestemming, wordt het gedifferentieerde gedeelte van de gevraagde restitutie berekend aan de hand van de op grond van artikel 46 verstrekte gegevens over hoeveelheid, gewicht en bestemming.

4.   De in lid 1, onder a), bedoelde sanctie wordt niet toegepast:

a)

in geval van overmacht;

b)

in uitzonderlijke gevallen waarin de exporteur vaststelt dat de gevraagde restitutie te hoog is en hij dit op eigen initiatief onmiddellijk en schriftelijk aan de bevoegde autoriteiten meldt, tenzij de bevoegde autoriteiten zelf de exporteur ervan in kennis hebben gesteld dat zij voornemens zijn diens aanvraag te onderzoeken of de exporteur langs een andere weg kennis heeft gekregen van dit voornemen of de bevoegde autoriteiten reeds de onregelmatigheid van de gevraagde restitutie hebben vastgesteld;

c)

indien het duidelijk gaat om een vergissing wat de gevraagde restitutie betreft en de bevoegde autoriteit dat heeft erkend;

d)

indien de restitutieaanvraag is ingediend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1043/2005, en met name artikel 10 van die verordening, en de restitutie is berekend op basis van de gemiddelde hoeveelheden die in een gegeven periode zijn gebruikt;

e)

in geval van aanpassingen van het gewicht voor zover de gewichtsafwijking aan een verschil in de toegepaste weegmethode is toe te schrijven.

5.   Indien de in lid 1, onder a) of b), bedoelde vermindering een negatief bedrag oplevert, is dit negatieve bedrag verschuldigd door de exporteur.

6.   Wanneer de bevoegde autoriteiten vaststellen dat de gevraagde restitutie onjuist was en de uitvoer niet is geschied, zodat vermindering van de restitutie niet mogelijk is, betaalt de exporteur een bedrag dat gelijk is aan het in lid 1, onder a), respectievelijk b), bedoelde sanctiebedrag dat van toepassing zou zijn indien de uitvoer zou hebben plaatsgevonden. Wanneer de restitutievoet varieert naargelang van de bestemming, wordt, tenzij het om een verplichte bestemming gaat, voor de berekening van de gevraagde restitutie en van de toe te passen restitutie de laagste positieve voet of de voet die overeenkomt met de overeenkomstig artikel 31, lid 2 vermelde bestemming, indien die hoger is, in aanmerking genomen.

7.   De in de leden 5 en 6 bedoelde bedragen moeten binnen 30 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek tot betaling worden voldaan. Indien deze betalingstermijn niet in acht wordt genomen, betaalt de exporteur over de periode die 30 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek tot betaling aanvangt en eindigt op de dag vóór die waarop het gevraagde bedrag wordt betaald, een rente die aan de hand van de in artikel 49, lid 1, bedoelde rentevoet wordt berekend.

8.   De sancties worden niet toegepast wanneer alleen wegens de toepassing van artikel 4, lid 2, artikel 25, lid 3, en/of artikel 47 de gevraagde restitutie hoger is dan de geldende restitutie.

9.   De sancties gelden onverminderd de eventueel door de lidstaat opgelegde aanvullende sancties.

10.   De lidstaten mogen afzien van de toepassing van sancties die 100 EUR of minder per aangifte ten uitvoer bedragen.

11.   Indien het in de aangifte ten uitvoer vermelde product niet door het certificaat wordt gedekt, is geen restitutie verschuldigd en is lid 1 niet van toepassing.

12.   Indien de restitutie vooraf is vastgesteld, wordt de sanctie berekend op basis van de restitutievoeten die golden op de dag waarop de certificaataanvraag werd ingediend, zonder rekening te houden met het verlies van de restitutie ingevolge artikel 4, lid 1, of de vermindering van de restitutie ingevolge artikel 4, lid 2, of artikel 25, lid 3. Zo nodig worden deze restitutievoeten op de dag van aanvaarding van de aangifte ten uitvoer of de betalingsaangifte aangepast.

Artikel 49

1.   Onverminderd de verplichting tot betaling van het negatieve bedrag als bedoeld in artikel 48, lid 5, is de begunstigde verplicht, indien een restitutie ten onrechte is betaald, de ten onrechte ontvangen bedragen terug te betalen, waaronder begrepen de overeenkomstig artikel 48, lid 1, geldende sanctiebedragen, vermeerderd met een rente over het tussen de betaling en de terugbetaling verstreken tijdvak. Indien evenwel:

a)

de terugbetaling door een nog niet vrijgegeven zekerheid wordt gewaarborgd, geldt het verbeuren van de zekerheid overeenkomstig artikel 32, lid 1, als teruggave van de verschuldigde bedragen;

b)

de zekerheid reeds is vrijgegeven, betaalt de begunstigde het bedrag van de zekerheid die zou zijn verbeurd, vermeerderd met de rente over de periode vanaf het vrijgeven van de zekerheid tot en met de dag voorafgaande aan die van de betaling.

De bedragen moeten binnen 30 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek tot betaling worden betaald.

Wanneer om terugbetaling wordt gevraagd, mag de lidstaat voor de berekening van de rente het tijdstip van betaling op de 20e dag na de datum van de aanvraag stellen.

De toe te passen rentevoet wordt vastgesteld overeenkomstig het nationale recht; de rentevoet mag evenwel niet lager zijn dan die welke wordt toegepast voor terugvorderingen van bedragen in het kader van nationale regelingen.

Wanneer betalingen ten onrechte zijn gedaan als gevolg van een vergissing van de bevoegde autoriteit, is geen rente verschuldigd of wordt hooguit een door de lidstaat vast te stellen bedrag betaald dat met het ten onrechte behaalde voordeel overeenkomt.

Wanneer de restitutie is betaald aan een cessionaris, zijn de exporteur en de cessionaris voor de terugbetaling van de ten onrechte uitgekeerde bedragen en van de ten onrechte vrijgegeven zekerheden alsmede voor de betaling van de desbetreffende rente, die met die specifieke uitvoertransactie verband houden, gezamenlijk en hoofdelijk aansprakelijk. De aansprakelijkheid van de cessionaris is evenwel beperkt tot het aan hem uitgekeerde bedrag, vermeerderd met de rente op dat bedrag.

2.   De terugbetaalde bedragen, de bedragen berekend overeenkomstig artikel 48, leden 5 en 6, en de geïnde rente worden aan de betaalorganen overgemaakt en door deze in mindering gebracht op de uitgaven van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF).

Indien de betalingstermijn niet in acht wordt genomen, kunnen de lidstaten, in plaats van terugbetaling te eisen, besluiten dat de ten onrechte uitgekeerde bedragen, de ten onrechte vrijgegeven zekerheden en de rente die is verschuldigd tot de dag van de verrekening, op latere betalingen aan de betrokken exporteur in mindering worden gebracht.

De tweede alinea geldt eveneens voor het op grond van artikel 48, leden 5 en 6, te betalen bedrag.

3.   Onverminderd de in artikel 48, lid 10, bedoelde mogelijkheid om af te zien van de toepassing van sancties voor kleine bedragen, mogen de lidstaten afzien van terugvordering van ten onrechte uitgekeerde bedragen, ten onrechte vrijgegeven zekerheden, verschuldigde rente en op grond van artikel 48, lid 5, verschuldigde bedragen, indien het totaal van deze bedragen niet hoger is dan 100 EUR per aangifte ten uitvoer, voorzover hun nationale wetgeving bepaalt dat in soortgelijke gevallen dergelijke bedragen niet worden teruggevorderd.

4.   De in lid 1 bedoelde verplichting tot terugbetaling is niet van toepassing:

a)

indien de betaling is verricht als gevolg van een fout van de bevoegde autoriteiten zelf van de lidstaten of van een andere betrokken autoriteit, en indien de begunstigde de fout redelijkerwijs niet kon ontdekken en hij zijnerzijds te goeder trouw heeft gehandeld, of

b)

indien tussen de dag waarop het definitieve besluit tot toekenning van de restitutie ter kennis van de begunstigde is gebracht, en de dag waarop een nationale of communautaire autoriteit de begunstigde voor het eerst heeft ingelicht over het feit dat de betrokken betaling niet verschuldigd was, meer dan vier jaar is verstreken. Deze bepaling is alleen van toepassing indien de begunstigde te goeder trouw heeft gehandeld.

De begunstigde is verantwoordelijk voor de door derden gestelde handelingen die rechtstreeks of zijdelings betrekking hebben op de voor de betaling van de restitutie nodige formaliteiten, met inbegrip van de handelingen van CTF’s.

Dit lid geldt niet voor voorschotten op restituties. Indien als gevolg van de toepassing van dit lid niet behoeft te worden terugbetaald, is de in artikel 48, lid 1, onder a), bedoelde administratieve sanctie niet van toepassing.

TITEL V

SLOTBEPALINGEN

Artikel 50

De lidstaten delen aan de Commissie mede:

onverwijld, de gevallen waarin artikel 27, lid 1, is toegepast; de Commissie stelt de andere lidstaten daarvan in kennis;

per code van twaalf cijfers, de hoeveelheden producten die in het kader van de in artikel 4, lid 1, tweede alinea, eerste streepje, artikel 6 en artikel 42 bedoelde gevallen zonder uitvoercertificaat met vaststelling vooraf van de restitutie zijn uitgevoerd. De codes zijn per sector gegroepeerd. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de mededeling uiterlijk de tweede maand na de maand waarin de uitvoeraangifte is aanvaard, wordt gedaan.

Artikel 51

Verordening (EG) nr. 800/1999 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage XX.

Artikel 52

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 juli 2009.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

(2)  PB L 102 van 17.4.1999, blz. 11.

(3)  Zie bijlage XIX.

(4)  PB L 336 van 23.12.1994, blz. 22.

(5)  PB L 339 van 18.12.2008, blz. 53.

(6)  PB L 365 van 21.12.2006, blz. 52.

(7)  PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.

(8)  PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.

(9)  PB L 301 van 17.10.1992, blz. 17.

(10)  PB L 205 van 3.8.1985, blz. 5.

(11)  PB L 359 van 9.12.1992, blz. 13.

(12)  PB L 209 van 11.8.2005, blz. 1.

(13)  PB L 179 van 14.7.1999, blz. 1.

(14)  PB L 172 van 5.7.2005, blz. 24.

(15)  PB L 366 van 24.12.1987, blz. 1.

(16)  PB L 114 van 26.4.2008, blz. 3.

(17)  PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1.

(18)  PB L 226 van 13.8.1987, blz. 2.

(19)  PB L 171 van 23.6.2006, blz. 90.

(20)  PB L 201 van 30.7.2008, blz. 1.

(21)  PB L 105 van 23.4.1983, blz. 1.

(22)  PB L 24 van 30.1.1998, blz. 9.


BIJLAGE I

Producten en bestemmingen die zijn uitgesloten van de perifere restitutiezone

PRODUCTSECTOR — UITGESLOTEN BESTEMMINGEN

Suiker (1)

Suiker of suikerproducten van de GN-codes: 1701 11 90, 1701 12 90, 1701 91 00, 1701 99 10, 1701 99 90, 1702 40 10, 1702 60 10, 1702 60 95, 1702 90 30, 1702 90 71, 1702 90 95, 2106 90 30, 2106 90 59 — Marokko, Algerije, Turkije, Syrië, Libanon

Granen (1)

GN-code 1001 — Rusland, Moldavië, Oekraïne, Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Albanië, voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Turkije, Syrië, Libanon, Israël, Egypte, Libië, Tunesië, Algerije, Marokko, Ceuta, Melilla

GN-code 1003 — Alle bestemmingen

GN-code 1004 — IJsland, Rusland

Rijst (1)

GN-code 1006 — Alle bestemmingen

Melk en zuivelproducten (1)

Alle producten — Marokko, Algerije

Melk en zuivelproducten van de GN-codes 0401 30, 0402 21, 0402 29, 0402 91, 0402 99, 0403 90, 0404 90, 0405 10, 0405 20, 0405 90 — Canada, Mexico, Turkije, Syrië, Libanon

0406 — Syrië, Libanon, Mexico

Rund- en kalfsvlees

Alle producten — Alle bestemmingen

Pluimvee

Vlees van pluimvee — Alle bestemmingen

Eendagskuikens van GN-code 0105 11 — Verenigde Staten, Canada, Mexico

Eieren (1)

Eieren in de schaal van code 0407 00 30 9000 van de nomenclatuur voor de uitvoerrestituties — Japan, Rusland, China, Taiwan

Broedeieren van de codes 0407 00 11 9000 en 0407 00 19 9000 van de nomenclatuur voor de uitvoerrestituties — Verenigde Staten, Canada, Mexico


(1)  Andere dan in de vorm van goederen die niet zijn vermeld in bijlage I, die minder dan 90 gewichtsprocenten bevatten van het betrokken product.


BIJLAGE II

In artikel 5, lid 8, bedoelde vermeldingen

Bulgaars:

Проверка за съответствие — Регламент (ЕО) № 612/2009

Spaans:

Control de conformidad — Reglamento (CE) no 612/2009

Tsjechisch:

Kontrola souladu nařízení (ES) č. 612/2009

Deens:

Overensstemmelseskontrol forordning (EF) nr. 612/2009

Duits:

Konformitätskontrolle Verordnung (EG) Nr. 612/2009

Ests:

Vastavuskontroll. Määrus (EÜ) nr 612/2009

Grieks:

Έλεγχος αντιστοιχίας — Κανονισμός (ΕΚ) αριθ. 612/2009

Engels:

Conformity check Regulation (EC) No 612/2009

Frans:

Contrôle de conformité règlement (CE) no 612/2009

Italiaans:

Controllo di conformità regolamento (CE) n. 612/2009

Lets:

Regulas (EK) Nr. 612/2009 atbilstības pārbaude

Litouws:

Atitikties patikrinimo Reglamentas (EB) Nr. 612/2009

Hongaars:

Megfelelőségi ellenőrzés 612/2009/EK rendelet

Maltees:

Verifika ta' conformità r-Regolament (KE) Nru 612/2009

Nederlands:

Conformiteitscontrole Verordening (EG) nr. 612/2009

Pools:

Kontrola zgodności — rozporządzenie (WE) nr 612/2009

Portugees:

Verificação de concordância Regulamento (CE) n.o 612/2009

Roemeens:

Control de conformitate Regulamentul (CE) nr. 612/2009

Slowaaks:

Kontrola zhody nariadenie (ES) č. 612/2009

Sloveens:

Preverjanje skladnosti – Uredba (ES) št. 612/2009

Fins:

Vastaavuustarkastus. Asetus (EY) N:o 612/2009

Zweeds:

Kontroll av överensstämmelse förordning (EG) nr 612/2009


BIJLAGE III

In artikel 8 bedoelde vermeldingen

Bulgaars:

Регламент (ЕО) № 612/2009

Spaans:

Reglamento (CE) no 612/2009

Tsjechisch:

Nařízení (ES) č. 612/2009

Deens:

Forordning (EF) nr. 612/2009

Duits:

Verordnung (EG) Nr. 612/2009

Ests:

Määrus (EÜ) nr 612/2009

Grieks:

Κανονισμός (ΕΚ) αριθ. 612/2009

Engels:

Regulation (EC) No 612/2009

Frans:

Règlement (CE) no 612/2009

Italiaans:

Regolamento (CE) n. 612/2009

Lets:

Regula (EK) Nr. 612/2009

Litouws:

Reglamentas (EB) Nr. 612/2009

Hongaars:

612/2009/EK rendelet

Maltees:

Regolament (KE) Nru 612/2009

Nederlands:

Verordening (EG) nr. 612/2009

Pools:

Rozporządzenie (WE) nr 612/2009

Portugees:

Regulamento (CE) n.o 612/2009

Roemeens:

Regulamentul (CE) nr. 612/2009

Slowaaks:

Nariadenie (ES) č. 612/2009

Sloveens:

Uredba (ES) št. 612/2009

Fins:

Asetus (EY) N:o 612/2009

Zweeds:

Förordning (EG) nr 612/2009


BIJLAGE IV

In artikel 9 bedoelde vermeldingen

Bulgaars:

Сума на възстановяване под 1 000 EUR

Spaans:

Restitución inferior a 1 000 EUR

Tsjechisch:

Částka náhrady nižší než 1 000 EUR

Deens:

Restitutioner mindre end 1 000 EUR

Duits:

Erstattung weniger als 1 000 EUR

Ests:

Eksporditoetus alla 1 000 euro

Grieks:

Επιστροφή μικρότερη από 1 000 EUR

Engels:

Refunds less than EUR 1 000

Frans:

Restitution inférieure à 1 000 EUR

Italiaans:

Restituzione inferiore a 1 000 EUR

Lets:

Kompensācija, kas ir mazāka par EUR 1 000

Litouws:

Išmokos mažesnės negu 1 000 EUR

Hongaars:

1 000 EUR-nál kevesebb visszatérítés

Maltees:

Rifużjonijiet ta' anqas minn EUR 1 000

Nederlands:

Restitutie minder dan 1 000 EUR

Pools:

Refundacja poniżej 1 000 EUR

Portugees:

Restituição inferior a 1 000 EUR

Roemeens:

Restituire inferioară valorii de 1 000 EUR

Slowaaks:

Náhrady nižšie ako 1 000 EUR

Sloveens:

Nadomestila manj kot 1 000 EUR

Fins:

Alle 1 000 euron tuet

Zweeds:

Bidragsbelopp lägre än 1 000 euro


BIJLAGE V

In artikel 10, lid 1, onder c), tweede alinea, bedoelde vermeldingen:

Bulgaars:

Представен е транспортен документ, посочващ местоназначение извън митническата територия на Общността

Spaans:

Documento transporte con destino fuera de la CE presentado

Tsjechisch:

Přepravní doklad s místem určení mimo ES předložen

Deens:

Transportdokument med destination uden for EF forelagt

Duits:

Beförderungspapier mit Bestimmung außerhalb der EG wurde vorgelegt

Ests:

Transpordiks väljaspool EÜd asuvasse sihtkohta on esitatud veodokument

Grieks:

Έγγραφο μεταφοράς με προορισμό εκτός EK

Engels:

Transport document indicating a destination outside the customs territory of the Community has been presented

Frans:

Document de transport avec destination hors CE présenté

Italiaans:

Documento di trasporto con destinazione fuori CE presentato

Lets:

Uzrādīts transporta dokuments ar galamērķi ārpus EK

Litouws:

Pateiktas paskirties vietą už EB ribų nurodantis gabenimo dokumentas

Hongaars:

EK-n kívüli rendeltetésű szállítmány szállítási okmánya bemutatva

Maltees:

Dokument tat-trasport b'destinazzjoni għal barra mill-KE, ippreżentat

Nederlands:

Vervoerdocument voor bestemming buiten de EG voorgelegd

Pools:

Przedstawiony dokument przewozowy wskazujący miejsce przeznaczenia poza WE

Portugees:

Documento transporte com destino fora da CE apresentado

Roemeens:

Document de transport care indică o destinație aflată în afara teritoriului vamal al Comunității – prezentat

Slowaaks:

Prepravný doklad s miestom určenia mimo ES bol predložený

Sloveens:

Predložena je bila prevozna listina z navedbo destinacije izven carinskega območja Skupnosti

Fins:

Kuljetusasiakirja, jossa ilmoitetaan yhteisön tullialueen ulkopuolinen määräpaikka, on esitetty

Zweeds:

Transportdokument med slutlig destination utanför gemenskapens tullområde har lagts fram


BIJLAGE VI

In artikel 11, lid 4, eerste alinea, bedoelde vermeldingen:

Bulgaars:

Напускане на митническата територия на Общността под митнически режим опростен общностен транзит с железопътен транспорт или големи контейнери:

Транспортен документ:

вид:

номер:

Дата на приемане за транспортиране от железопътните органи или съответното транспортно предприятие:

Spaans:

Salida del territorio aduanero de la Comunidad bajo el régimen de tránsito comunitario simplificado por ferrocarril o en grandes contenedores:

Documento de transporte:

tipo:

número:

Fecha de aceptación para el transporte por parte de la administración ferroviaria o de la empresa de transportes de que se trate:

Tsjechisch:

Výstup z celního území Společenství ve zjednodušeném tranzitním režimu Společenství pro přepravu po železnici nebo pro přepravu ve velkokapacitních kontejnerech:

Přepravní doklad:

druh:

číslo:

Den přijetí pro přepravu orgány železnice nebo příslušným přepravcem:

Deens:

Udgang af Fællesskabets toldområde i henhold til ordningen for den forenklede procedure for fællesskabsforsendelse med jernbane eller store containere:

Transportdokument:

type:

nummer:

Dato for jernbaneforvaltningens eller det pågældende transportfirmas accept af forsendelsen:

Duits:

Ausgang aus dem Zollgebiet der Gemeinschaft im Rahmen des vereinfachten gemeinschaftlichen Versandverfahrens mit der Eisenbahn oder in Großbehältern:

Beförderungspapier:

Art:

Nummer:

Zeitpunkt der Annahme zur Beförderung durch die Eisenbahnverwaltung oder das betreffende Beförderungsunternehmen:

Ests:

Ühenduse tolliterritooriumilt väljaviimine ühenduse lihtsustatud transiidiprotseduuri alusel raudteed mööda või suurtes konteinerite

Veodokument:

liik:

number:

Transpordiks vastuvõtmise kuupäev raudteeasutuste või asjaomase transpordiasutuse poolt:

Grieks:

Έξοδος από το τελωνειακό έδαφος της Κοινότητας υπό το απλοποιημένο καθεστώς της κοινοτικής διαμετακόμισης με σιδηρόδρομο ή μεγάλα εμπορευματοκιβώτια:

Έγγραφο μεταφοράς:

τύπος:

αριθμός:

Ημερομηνία αποδοχής για μεταφορά από τον οργανισμό σιδηροδρόμων ή την εμπλεκόμενη εταιρεία μεταφοράς:

Engels:

Exit from the customs territory of the Community under the simplified Community transit procedure for carriage by rail or large containers:

Transport document:

type:

number:

Date of acceptance for carriage by the railway authorities or the transport undertaking concerned:

Frans:

Sortie, territoire douanier de la Communauté sous le régime, transit communautaire simplifié par chemin de fer ou par grands conteneurs:

document de transport:

espèce:

numéro:

date d’acceptation pour le transport par l’administration des chemins de fer ou par l’entreprise de transports concernée:

Italiaans:

Uscita dal territorio doganale della Comunità in regime di transito comunitario semplificato per ferrovia o grandi contenitori:

Documento di trasporto:

tipo:

numero:

Data di accettazione per il trasporto da parte delle ferrovie o dell'impresa di trasporto interessata:

Lets:

Izvešana no Kopienas muitas teritorijas saskaņā ar vienkāršoto Kopienas tranzīta procedūru pārvešanai pa dzelzceļu vai lielos konteineros:

Transporta dokuments:

veids:

numurs:

Datums, kad produktu pārvešanai pieņēmušas dzelzceļa iestādes vai attiecīgais transporta uzņēmums:

Litouws:

Išvežama iš Bendrijos muitų teritorijos pagal supaprastintą Bendrijos tranzito tvarką, taikomą gabenimui geležinkeliu arba didelėse talpose:

gabenimo dokumentas:

rūšis:

numeris:

geležinkelių administracijos ar atitinkamos transporto įmonės priėmimo pervežimui data:

Hongaars:

A Közösség vámterületét egyszerűsített közösségi árutovábbítási eljárás keretében elhagyta, vasúton vagy konténerben történő szállítással:

Szállítási okmány:

típus:

szám:

A szállítás elfogadásának dátuma a vasút vagy az érintett szállítmányozási vállalat ügyintézése által:

Maltees:

Ħruġ mit-territorju doganali tal-Komunità bil-ferrovija permezz ta' trasport imħallat bit-triq u bil-ferrovija:

Dokument ta' trasport:

ġeneru:

numru:

Data ta' l-aċċettazzjoni għat-trasport mill-amministrazzjoni tal-ferrovija:

Nederlands:

Uitgang uit het douanegebied van de Gemeenschap onder de regeling voor vereenvoudigd communautair douanevervoer per spoor of in grote containers:

Vervoerdocument:

Type:

Nummer:

Datum van aanneming ten vervoer door de betrokken spoorwegadministratie of de betrokken vervoeronderneming:

Pools:

Opuszczenie obszaru celnego Wspólnoty zgodnie z uproszczoną procedurą tranzytu wspólnotowego dla przewozu koleją lub w wielkich kontenerach:

Dokument przewozowy:

rodzaj:

numer:

Data przyjęcia transportu przez administrację kolejową lub przez określone przedsiębiorstwo przewozowe:

Portugees:

Saída do território aduaneiro da Comunidade ao abrigo do regime do trânsito comunitário simplificado por caminho-de-ferro ou em grandes contentores:

Documento de transporte:

tipo:

número:

Data de aceitação para o transporte pela administração dos caminhos-de-ferro ou pela empresa de transporte interessada:

Roemeens:

Ieșire de pe teritoriul vamal al Comunității în cadrul regimului de tranzit comunitar simplificat pentru transportul pe calea ferată sau în containere mari:

Document de transport:

tip:

număr:

Data acceptării pentru transport de către autoritățile feroviare sau întreprinderea de transport în cauză:

Slowaaks:

Výstup z colného územia Spoločenstva podľa zjednodušeného tranzitného postupu Spoločenstva na železničnú prepravu alebo na prepravu vo veľkých prepravných kontajneroch:

Prepravný doklad:

typ:

číslo:

Dátum prijatia zo strany železničnej spoločnosti alebo zo strany príslušnej prepravnej spoločnosti:

Sloveens:

Izstop iz carinskega območja Skupnosti po železnici s kombiniranim cestno-železniškim prevozom:

Prevozna listina:

vrsta:

številka:

Datum, ko je železnica ali zadevni prevoznik blago prevzel za prevoz:

Fins:

Viety yhteisön tullialueelta yksinkertaistetussa yhteisön passitusmenettelyssä rautateitse tai suurissa konteissa:

Kuljetusasiakirja:

tyyppi:

numero:

Päivä, jona rautatieviranomainen tai asianomainen kuljetusyritys hyväksyi kuljetettavaksi:

Zweeds:

Utförsel från gemenskapens tullområde enligt det förenklade transiteringsförfarandet för järnvägstransporter eller transporter i stora containrar:

Transportdokument:

typ:

nummer:

Mottagningsdag för befordran hos järnvägsföretaget eller det berörda transportföretaget:


BIJLAGE VII

In artikel 11, lid 5, eerste alinea, bedoelde vermeldingen:

Bulgaars:

Излизане от митническата територия на Общността по железен път при комбиниран железопътен и автомобилен транспорт:

Транспортен документ:

вид:

номер:

Дата на приемане за транспортиране от железопътните органи:

Spaans:

Salida del territorio aduanero de la Comunidad por ferrocarril en transporte combinado por ferrocarril-carretera:

Documento de transporte:

tipo:

número:

Fecha de aceptación del transporte por parte de la administración ferroviaria:

Tsjechisch:

Opuštění celního území Společenství po železnici nebo kombinovanou přepravou po železnici a silnici:

Přepravní doklad:

druh:

číslo:

Den přijetí pro přepravu orgány železnice:

Deens:

Udgang af Fællesskabets toldområde ad jernbane ved kombineret jernbane/landevejstransport:

Transportdokument:

type:

nummer:

Dato for overtagelse ved jernbane:

Duits:

Ausgang aus dem Zollgebiet der Gemeinschaft mit der Eisenbahn zur Beförderung im kombinierten Straßen- und Schienenverkehr:

Beförderungspapier:

Art:

Nummer:

Zeitpunkt der Annahme zur Beförderung durch die Eisenbahnverwaltung:

Ests:

Ühenduse tolliterritooriumilt väljaviimine raudteed mööda, raudtee- ja maanteetranspordi ühendveo korras

Veodokument:

liik:

number:

Transpordiks vastuvõtmise kuupäev raudteeasutuste poolt:

Grieks:

Έξοδος από το τελωνειακό έδαφος της Κοινότητας σιδηροδρομικώς με συνδυασμένη μεταφορά σιδηροδρομικώς-οδικώς:

Έγγραφο μεταφοράς:

είδος:

αριθμός:

Ημερομηνία αποδοχής για τη μεταφορά από τον οργανισμό σιδηροδρόμων:

Engels:

Exit from the customs territory of the Community by rail under combined transport by road and by rail:

Transport document:

type:

number:

Date of acceptance for carriage by the railway authorities:

Frans:

Sortie, territoire douanier de la Communauté par chemin de fer, en transport combiné rail-route:

document de transport:

espèce:

numéro:

date d’acceptation pour le transport par l’administration des chemins de fer:

Italiaans:

Uscita dal territorio doganale della Comunità per ferrovia nell'ambito di un trasporto combinato strada-ferrovia:

Documento di trasporto:

tipo:

numero:

Data di accettazione del trasporto da parte dell'amministrazione delle ferrovie:

Lets:

Izvešana no Kopienas muitas teritorijas pa dzelzceļu dzelzceļa – autotransporta kombinētā transporta režīmā:

Transporta dokuments:

veids:

numurs:

Datums, kad produktu pārvešanai pieņēmušas dzelzceļa iestādes:

Litouws:

Išvežama iš Bendrijos muitų teritorijos geležinkeliu pagal gabenimo kombinuotu transportu (automobilių keliais ir geležinkeliu) tvarką:

gabenimo dokumentas:

rūšis:

numeris:

geležinkelių administracijos priėmimo pervežimui data:

Hongaars:

A Közösség vámterületét elhagyta vasúton, kombinált szállítással (vasút-közút):

Szállítási okmány:

típus:

szám:

A szállítás elfogadásának dátuma a vasúti ügyintézés által:

Maltees:

‘Ħruġ mit-territorju doganali tal-Komunità skond ir-regoli tat-transitu komunitarju simplifikat bil-ferrovija jew b'kontejners kbar:

Dokument ta' trasport:

ġeneru:

numru:

Data ta' l-aċċettazzjoni għat-trasport mill-amministrazzjoni tal-ferrovija jew mill-impriża tat-trasporti konċernata’:

Nederlands:

Uitgang uit het douanegebied van de Gemeenschap per spoor, bij gecombineerd rail-wegvervoer:

Vervoerdocument:

Type:

Nummer:

Datum van aanneming ten vervoer door de spoorwegadministratie:

Pools:

Wywóz z obszaru celnego Wspólnoty drogą kolejową lub drogą kombinowanego transportu drogowo-kolejowego:

Dokument przewozowy:

rodzaj:

numer:

Data przyjęcia transportu przez administrację kolejową:

Portugees:

Saída do território aduaneiro da Comunidade por caminho -deferro, em transporte combinado rodo-ferroviário:

Documento de transporte:

tipo:

número:

Data de aceitação do transporte pela administração dos caminhos-de-ferro ou pela empresa de transporte interessada:

Roemeens:

Ieșie de pe teritoriul vamal al Comunității pe calea ferată prin transport combinat rutier și feroviar:

Document de transport:

tip:

număr:

Data acceptării pentru transport de către autoritățile feroviare:

Slowaaks:

Výstup z colného územia Spoločenstva železničnou dopravou, kombinovanou železničnou a cestnou dopravou:

Prepravný doklad:

typ:

číslo:

Dátum prijatia zo strany železničnej spoločnosti:

Sloveens:

Izstop iz carinskega območja Skupnosti po železnici s kombiniranim cestno-železniškim prevozom:

Prevozna listina:

vrsta:

številka:

Datum, ko je železnica prevzela blago v prevoz:

Fins:

Viety yhteisön tullialueelta rautateitse yhdistetyssä rautatie- ja maantiekuljetuksessa:

Kuljetusasiakirja:

tyyppi:

numero:

Päivä, jona rautatieviranomainen hyväksyi kuljetettavaksi:

Zweeds:

Utförsel från gemenskapens tullområde på järnväg vid kombinerad järnvägs- och landsvägstransport:

Transportdokument:

typ:

nummer:

Mottagningsdag för befordran hos järnvägsföretaget:


BIJLAGE VIII

Voorwaarden voor de erkenning van en de controle op CTF's door de lidstaten

HOOFDSTUK I

VOORWAARDEN VOOR ERKENNING

a)

De CTF moet rechtsbevoegdheid hebben en moet zijn ingeschreven in het handelsregister van de verantwoordelijke lidstaat.

b)

In de statuten van de CTF moet de controle en het toezicht op landbouwproducten op internationaal niveau als één van de doelstellingen zijn vermeld.

c)

De CTF moet een internationaal werkterrein hebben, teneinde overal in de wereld certificeringstaken te kunnen uitvoeren, hetzij via in derde landen gevestigde dochterbedrijven en/of door bij de lossingswerkzaamheden zelf aanwezig te zijn met eigen bezoldigde inspecteurs uit het dichtstbijzijnde regionale kantoor of uit het nationale kantoor in de Gemeenschap of met plaatselijke vertegenwoordigers die onder het toezicht van de CTF staan.

De in de eerste alinea bedoelde dochterbedrijven moeten voor meer dan de helft van het kapitaal eigendom zijn van de CTF. Indien buitenlands bezit van het kapitaal in het betrokken derde land krachtens de nationale wetgeving echter wordt beperkt tot 50 % of minder, volstaat de effectieve controle van het dochterbedrijf om aan het bepaalde in de eerste alinea te voldoen. Deze effectieve controle moet worden bewezen aan de hand van passende middelen zoals, inzonderheid, het bestaan van een beheersovereenkomst, de samenstelling van de raad van bestuur en de directie of soortgelijke overeenkomsten.

d)

De CTF moet aantonen dat het over ervaring op het gebied van de controle en het toezicht op landbouwproducten en levensmiddelen beschikt. Deze ervaring moet worden aangetoond door overlegging van bewijzen betreffende inspecties die in de voorbije drie jaren zijn uitvoerd of nog in uitvoering zijn. Deze referenties moeten informatie over het type van de uitgevoerde controles (aard, hoeveelheid producten, plaats van inspectie, enz.) en de namen en adressen van de instanties die informatie over de aanvrager kunnen verstrekken, bevatten.

e)

De CTF moet voldoen aan de eisen die zijn bepaald in de Europese norm EN 45011, punten 4.1.1, 4.1.2, 4.1.4, 4.2.a) tot en met p), 4.4, 4.5, 4.7, 4.8.1.b) tot en met f), 4.8.2, 4.9.1, 4.10, 5, 7, 9.4.

f)

De financiële situatie van de CTF (kapitaal, omzet enz.) moet gezond zijn. Bewijzen van haar financiële gezondheid, alsmede de jaarrekeningen van de afgelopen drie jaren, met de balans, de winst-en-verliesrekening en, indien wettelijk voorgeschreven, de accountantsverklaring en het directieverslag, moeten worden overgelegd.

g)

De administratieve organisatie van de CTF moet een „interneauditeenheid” omvatten, die de nationale autoriteiten moet bijstaan bij hun controle en inspectie van de erkende CTF's.

HOOFDSTUK II

1.   Prestatieverplichtingen van de CTF's

De afgifte van verklaringen door de erkende CTF's vindt plaats onder de verantwoordelijkheid van deze laatste en volgens de regels van het beroep.

De erkende CTF's moeten bij hun werkzaamheden aan de volgende voorwaarden voldoen:

a)

zij moeten alle mogelijke controles uitvoeren om de identiteit en het gewicht van de in de verklaringen vermelde producten te controleren;

b)

de directie van de CTF moet op passende wijze toezicht houden over de door het personeel van het bedrijf in de derde landen van bestemming uitgevoerde controles;

c)

de CTF's moeten van elke afgegeven verklaring een dossier bijhouden waarin bewijzen van de controlewerkzaamheden die zijn uitgevoerd om tot de in het certificaat vermelde conclusies te komen, zijn opgenomen (controles van de hoeveelheden en documenten enz.). De dossiers van de afgegeven verklaringen moeten gedurende ten minste vijf jaar worden bewaard;

d)

de erkende CTF's moeten de lossingswerkzaamheden controleren met hun eigen, voldoende gekwalificeerd personeel in vaste dienst of met plaatselijke, in het land van bestemming gevestigde of werkzame agenten, of door hun eigen personeel van regionale kantoren of van een nationaal kantoor in de Gemeenschap ter plaatse te sturen. Op de activiteiten van de plaatselijke agenten moet op regelmatige basis toezicht worden uitgeoefend door voldoende gekwalificeerde, permanente personeelsleden van de CTF.

2.   Controle op de prestaties van de CTF's

2.1.   De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de controle op de grondigheid en de adequaatheid van de door de CTF's uitgevoerde certificeringstaken.

Vóór de hernieuwing van de driejarige erkenningsperiode voeren de nationale autoriteiten een controlebezoek uit in de statutaire zetel van de CTF.

Wanneer er redelijke twijfel bestaat over de kwaliteit en de juistheid van de door een bepaalde CTF opgestelde verklaringen, kan de bevoegde autoriteit in de statutaire zetel van het bedrijf een controle ter plaatse uitvoeren, om zich ervan te vergewissen dat de in deze bijlage vervatte regels correct worden toegepast.

Bij de controle van de CTF besteden de lidstaten bijzondere aandacht aan de werkmethodes en de operationele procedures die de CTF bij de uitvoering van haar taken toepast, en controleren zij steekproefsgewijs de dossiers betreffende in het kader van de procedure voor de betaling van restituties bij het betaalorgaan ingediende verklaringen.

De lidstaten kunnen externe en onafhankelijke accountants aanstellen om de CTF's in het kader van de in deze bijlage vastgestelde procedure te controleren.

De lidstaten kunnen alle andere maatregelen treffen die zij voor een adequate controle op de CTF's noodzakelijk achten.

2.2.   De autoriteiten van de lidstaten moeten bij de controle van met verklaringen van CTF's gestaafde aanvragen voor uitvoerrestituties bijzondere aandacht schenken aan de volgende aspecten van de certificering:

a)

zij moeten eisen dat de uitgevoerde werkzaamheden in de verklaringen worden beschreven en zich ervan vergewissen dat de beschreven werkzaamheden volstaan om tot de in de verklaring vermelde conclusies te komen;

b)

zij moeten alle in de overgelegde verklaringen geconstateerde tegenstrijdigheden nader onderzoeken;

c)

zij moeten eisen dat de verklaringen worden afgegeven binnen een voor het betrokken geval redelijke termijn.

HOOFDSTUK III

1.   Door erkende CTF's afgegeven verklaringen bevatten niet alleen de passende informatie die nodig is om de betrokken levering te identificeren en bijzonderheden betreffende het transportmiddel, en de data van aankomst en lossing, maar ook een beschrijving van de controles die zijn uitgevoerd en de methodes die zijn toegepast om de identiteit en het gewicht van de gecertificeerde producten te verifiëren.

De door de CTF's uitgevoerde controles en verificaties moeten worden uitgevoerd bij het lossen, dat kan plaatsvinden tijdens of na het vervullen van de douaneformaliteiten voor invoer. In uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen mogen de controles en verificaties voor de afgifte van verklaringen worden uitgevoerd binnen zes maanden na de datum waarop de goederen zijn gelost en in de verklaring moet worden aangegeven welke handelingen zijn uitgevoerd om de feiten te verifiëren.

2.   Voor verklaringen van lossing en invoer (artikel 17, lid 1, onder b)), moet de certificering ook de verificatie omvatten dat de goederen door de douanediensten voor definitieve invoer zijn ingeklaard. Bij deze controle moet een duidelijk verband blijken tussen het betrokken douanedocument van invoer of de inklaringsprocedure en de betrokken transactie.

3.   De erkende CTF's moeten onafhankelijk zijn van de partijen die bij de te controleren transactie betrokken zijn. Met name mag noch de CTF die de inspectie met betrekking tot een bepaalde transactie uitvoert, noch enige tot dezelfde groep behorende dochterfirma, aan de transactie deelnemen als exporteur, douane-expediteur, vervoerder, consignatiehouder of entrepothouder of in welke andere hoedanigheid dan ook die aanleiding tot een belangenconflict zou kunnen geven.


BIJLAGE IX

Verklaring van lossing en invoer, als bedoeld in artikel 17, lid 1, onder b)

Image


BIJLAGE X

Voorwaarden waaraan moet worden voldaan door in derde landen gevestigde officiële instanties van de lidstaten met het oog op de toepassing van artikel 17, lid 2, onder b)

1.   De officiële instantie besluit de verklaring van lossing af te geven op basis van een of meer van de volgende documenten:

douanedocumenten van invoer, met inbegrip van een computeruitdraai, indien deze als dusdanig is erkend;

nationale havendocumenten en andere door een officiële instantie afgegeven documenten;

verklaring van de kapitein of van het transportbedrijf;

andere door de importeur verstrekte ontvangstbewijzen.

2.   De officiële instantie geeft verklaringen van lossing af die als volgt luiden:

Hierbij wordt bevestigd dat … (beschrijving van de goederen, hoeveelheid en verpakking) op … (datum van lossing) zijn gelost in … (plaats van lossing/naam van de stad).

Bovendien wordt bevestigd dat het product de plaats van lossing heeft verlaten of, althans, dat het product, voorzover ons bekend is, achteraf niet is geladen om opnieuw te worden uitgevoerd.

De verklaring wordt afgegeven op basis van de volgende documenten:

(lijst van de overgelegde documenten op basis waarvan de instantie de verklaring heeft afgegeven).

Datum en plaats van handtekening, handtekening en stempel van de officiële instantie.

3.   De officiële instantie die verklaringen van lossing afgeeft, houdt een register en de dossiers van alle afgegeven verklaringen bij, waarin wordt genoteerd op basis van welke documenten de verklaringen zijn afgegeven.


BIJLAGE XI

Verklaring van lossing als bedoeld in artikel 17, lid 2, onder c)

Image


BIJLAGE XII

Lijst van in artikel 17, lid 2, onder d), bedoelde derde landen die het betrokken bedrag pas overmaken na invoer van het product

Algerije

Burundi

Equatoriaal-Guinea

Kenia

Lesotho

Malawi

Saint Lucia

Senegal

Tanzania


BIJLAGE XIII

Lijst van de in artikel 22 bedoelde centrale instanties van de lidstaten

Lidstaat

Centrale instantie

Bulgarije

Министерство на земеделието и храните

België

Bureau d'intervention et de restitution belge (BIRB)

Belgisch Interventie- en Restitutiebureau (BIRB)

Tsjechië

Státní zemědělský intervenční fond (SZIF)

Denemarken

Ministeriet for Fødevarer, Landbrug og Fiskeri, FødevareErhverv

Duitsland

Bundesministerium der Finanzen — Hauptzollamt Hamburg-Jonas

Estland

Põllumajandusministeerium

Ierland

Department of Agriculture and Food

Griekenland

Οργανισμός Πληρωμών και Ελέγχου Κοινοτικών Ενισχύσεων Προσανατολισμού και Εγγυήσεων (OΠЕКЕΠЕ)

Spanje

Ministerio de Agricultura, Pesca y Alimentación-Fondo Español de Garantía Agraria (FEGA)

Frankrijk

Commission interministérielle d’agrément (CIA) des sociétés de contrôle et de surveillance — Direction générale des douanes et droits indirects (DGDDI)

Italië

Agenzia delle Dogane — Servizio Autonomo Interventi Settore Agricolo (SAISA)

Cyprus

Οργανισμός Αγροτικών Πληρωμών (ΟΑΠ)

Letland

Lauku atbalsta dienests (LAD)

Litouwen

Nacionalinė mokejimo agentūra prie Žemes ūkio ministerijos (NMA)

Luxemburg

Ministère de l’agriculture, de la viticulture et du développement rural

Hongarije

Mezőgazdasági és Vidékfejlesztési Hivatal (MVH)

Malta

Internal Audit and Investigations Department (IAID)

Nederland

Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Oostenrijk

Bundesministerium für Finanzen

Polen

Ministerstwo Rolnictwa i Rozwoju Wsi

Portugal

Ministério da Agricultura, do Desenvolvimento Rural e das Pescas

Roemenië

Ministerul Agriculturii, Pădurilor și Dezvoltării Rurale

Slovenië

Agencija Republike Slovenije za kmetijske trge in razvoj podeželja

Slowakije

Pôdohospodárska platobná agentúra (PPA)

Finland

Maaseutuvirasto (MAVI)

Zweden

Statens Jordbruksverk (SJV)

Verenigd Koninkrijk

Rural Payments Agency (RPA)


BIJLAGE XIV

Lijst van de in artikel 24, lid 1, onder a), i) en ii), bedoelde derde landen en gebieden.

Albanië

Andorra

Armenië

Azerbeidzjan

Bosnië en Herzegovina

Ceuta en Melilla

Georgië

Gibraltar

Het eiland Helgoland

IJsland

Kroatië

Liechtenstein

Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

Marokko

Moldavië

Montenegro

Noorwegen

Oekraïne

Rusland

Servië

Turkije

Vaticaanstad

Wit-Rusland

Zwitserland


BIJLAGE XV

Lijst van producten waarvoor artikel 27, lid 4, onder d), van toepassing is

I.

De producten als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 (granen)

II.

De producten als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 (rijst)

III.

De producten als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder c), van Verordening (EG) nr. 1234/2007 (suiker)

IV.

 

GN-code

Rundvlees

0102

Levende runderen

0201

Vlees van runderen, vers of gekoeld

0202

Vlees van runderen, bevroren

0206 10 95

Longhaasjes en omlopen, vers of gekoeld

0206 29 91

Longhaasjes en omlopen, bevroren

V.

 

GN-code

Melk en zuivelproducten

0402

Melk en room, ingedikt of met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

0403 90 11 t/m 0403 90 39

Karnemelk in poeder

0404 90 21 t/m 0404 90 89

Bestanddelen van melk

0405

Boter en andere van melk afkomstige vetstoffen

0406 20

Kaas, geraspt of in poeder

0406 30

Smeltkaas

0406 90 13 t/m 0406 90 27

Andere kaas

0406 90 61 t/m 0406 90 81

0406 90 86 t/m 0406 90 88

VI.

 

GN-code

Wijn

2204 29 62

Tafelwijn, onverpakt

2204 29 64

2204 29 65

2204 29 71

2204 29 72

2204 29 75

2204 29 83

2204 29 84

2204 29 94

2204 29 98

VII.

 

GN-code

Landbouwproducten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage II bij het Verdrag vallen

1901 90 91

– – –

bevattende geen van melk afkomstige vetstoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel, of bevattende minder dan 1,5 gewichtspercent van melk afkomstige vetstoffen, minder dan 5 gewichtspercenten sacharose (het gehalte aan invertsuiker daaronder begrepen) of isoglucose, minder dan 5 gewichtspercenten glucose of zetmeel, met uitzondering van bereidingen in poeder voor menselijke consumptie van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404

2101 12 92

– – –

preparaten op basis van extracten, essences of concentraten van koffie

2101 20 92

– – –

op basis van extracten, essences en concentraten, van thee of van maté

3505 10 10 t/m 3505 10 90

Dextrine en ander gewijzigd zetmeel

3809 10 10 t/m 3809 10 90

Appreteermiddelen, middelen voor het versnellen van het verfproces of van het fixeren van kleurstoffen, alsmede andere producten en preparaten op basis van zetmeel of zetmeelhoudende stoffen


BIJLAGE XVI

In artikel 38, lid 2, tweede alinea, bedoelde vermeldingen

Bulgaars:

Задължително влизане в продоволствен склад за пласиране на продуктите — член 37 от Регламент (ЕО) № 612/2009

Spaans:

Depositado con entrega obligatoria para el avituallamiento — Aplicación del artículo 37 del Reglamento (CE) no 612/2009

Tsjechisch:

Uskladnění ve skladu s povinnou dodávkou určenou k zásobování – použití článku 37 nařízení (ES) č. 612/2009

Deens:

Anbringelse på oplag med obligatorisk levering til proviantering — anvendelse af artikel 37 i forordning (EF) nr. 612/2009

Duits:

Einlagerung ins Vorratslager mit Lieferpflicht zur Bevorratung — Artikel 37 der Verordnung (EG) Nr. 612/2009

Ests:

Ladustatud väljastamiseks üksnes pardavarudena – määruse (EÜ) nr 612/2009 artikkel 37

Grieks:

Εναποθήκευση με υποχρεωτική παράδοση για τον ανεφοδιασμό — εφαρμογή του άρθρου 37 του κανονισμού (ΕΚ) αριθ. 612/2009

Engels:

Compulsory entry into warehouse for delivery for victualling — Article 37 of Regulation (EC) No 612/2009

Frans:

Mise en entrepôt avec livraison obligatoire pour l’avitaillement — application de l’article 37, règlement (CE) no 612/2009

Italiaans:

Deposito con consegna obbligatoria per l'approvvigionamento — applicazione dell'articolo 37 del regolamento (CE) n. 612/2009

Lets:

Obligāta ievešana pārtikas krājumu noliktavā piegādēm – Regulas (EK) Nr. 612/2009 37. pants

Litouws:

Pristatyta į maisto atsargų tiekimo sandėlį, taikant Reglamento (EB) Nr. 612/2009 37 straipsnio nuostatas

Hongaars:

Élelmiszerraktárban élelmezési ellátmány kötelező szállítása végett történő elhelyezés – 612/2009/EK rendelet 37. cikke szerint

Maltees:

Impoġġi fil-maħżen b'konsenja obbligatorja għar-razzjonar- applikazzjoni ta' l-Artikolu 37 tar-Regolament Nru 612/2009/KE

Nederlands:

Opslag in depot onder verplichting van levering voor de bevoorrading van zeeschepen of luchtvaartuigen — Toepassing van artikel 37 van Verordening (EG) nr. 612/2009

Pools:

Złożenie w magazynie żywności z obowiązkową dostawą — zastosowanie art. 37 rozporządzenia (WE) nr 612/2009

Portugees:

Colocado em entreposto com destino obrigatório para abastecimento — aplicação do artigo 37.o do Regulamento (CE) n. o 612/2009

Roemeens:

Amplasare în antrepozit obligatorie pentru livrarea de provizii alimentare – articolul 37 din Regulamentul (CE) nr. 612/2009,

Slowaaks:

Uskladnenie v sklade s povinnou dodávkou určenou na zásobovanie – uplatnenie článku 37 nariadenia (ES) č. 612/2009

Sloveens:

Dano v skladišče z obvezno dobavo za oskrbo – uporaba člena 37 Uredbe (ES) št. 612/2009

Fins:

Siirto varastoon sekä pakollinen toimittaminen muonitustarkoituksiin – asetuksen (EY) N:o 612/2009 37 artiklan soveltaminen

Zweeds:

Placering i lager med skyldighet att leverera för proviantering – artikel 37 i förordning (EG) nr 612/2009


BIJLAGE XVII

In artikel 41, lid 5, bedoelde vermeldingen

Bulgaars:

Доставки на бордови провизии за платформи — Регламент (ЕО) № 612/2009

Spaans:

Suministro para el abastecimiento de las plataformas — Reglamento (CE) no 612/2009

Tsjechisch:

Dodávka určená k zásobování plošin – nařízení (ES) č. 612/2009

Deens:

Proviant til platforme — forordning (EF) nr. 612/2009

Duits:

Bevorratungslieferung für Plattformen — Verordnung (EG) Nr. 612/2009

Ests:

Ladustatud väljastamiseks üksnes pardavarudena – määrus (EÜ) nr 612/2009

Grieks:

Προμήθειες τροφοδοσίας για εξέδρες — κανονισμός (ΕΚ) αριθ. 612/2009

Engels:

Catering supplies for rigs — Regulation (EC) No 612/2009

Frans:

Livraison pour l’avitaillement des plates-formes — règlement (CE) no 612/2009

Italiaans:

Provviste di bordo per piattaforma — regolamento (CE) n. 612/2009

Lets:

Nogāde ieguves urbšanas vai ekstrakcijas platformu personāla apgādei ar pārtiku – Regula (EK) Nr. 612/2009

Litouws:

Maisto atsargų tiekimas platformoms – Reglamentas (EB) Nr. 612/2009

Hongaars:

Élelmezési ellátmány szállítása fúrótornyokra – 612/2009/EK rendelet

Maltees:

Konsenja għat-tqassim tal-pjattaformi — Regolament (KE) Nru 612/2009

Nederlands:

Leverantie van boordproviand aan platform — Verordening (EG) nr. 612/2009

Pools:

Dostawa zaopatrzenia dla platform — rozporządzenie (WE) nr 612/2009

Portugees:

Fornecimentos para abastecimento de plataformas — Regulamento (CE) n.o 612/2009

Roemeens:

Livrare pentru aprovizionarea cu alimente a platformelor – Regulamentul (CE) nr. 612/2009

Slowaaks:

Dodávka určená na zásobovanie plošín – Nariadenie (ES) č. 612/2009

Sloveens:

Dobava za oskrbo ploščadi – Uredba (ES) št. 612/2009

Fins:

Muonitustoimitukset lautoille – asetus (EY) N:o 612/2009

Zweeds:

Proviant till plattformar – förordning (EG) nr 612/2009


BIJLAGE XVIII

Image


BIJLAGE XIX

Ingetrokken verordening met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan

Verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie (PB L 102 van 17.4.1999, blz. 11)

 

Verordening (EG) nr. 1557/2000 van de Commissie (PB L 179 van 18.7.2000, blz. 6)

 

Verordening (EG) nr. 90/2001 van de Commissie (PB L 14 van 18.1.2001, blz. 22)

 

Verordening (EG) nr. 2299/2001 van de Commissie (PB L 308 van 27.11.2001, blz. 19)

uitsluitend artikel 1

Verordening (EG) nr. 1253/2002 van de Commissie (PB L 183 van 12.7.2002, blz. 12)

 

Verordening (EG) nr. 444/2003 van de Commissie (PB L 67 van 12.3.2003, blz. 3)

uitsluitend artikel 2

Verordening (EG) nr. 2010/2003 van de Commissie (PB L 297 van 15.11.2003, blz. 13)

 

Verordening (EG) nr. 671/2004 van de Commissie (PB L 105 van 14.4.2004, blz. 5)

 

Verordening (EG) nr. 1713/2006 van de Commissie (PB L 321 van 21.11.2006, blz. 11)

uitsluitend artikel 7

Verordening (EG) nr. 1847/2006 van de Commissie (PB L 355 van 15.12.2006, blz. 21)

uitsluitend artikel 3

Verordening (EG) nr. 1913/2006 van de Commissie (PB L 365 van 21.12.2006, blz. 52)

uitsluitend artikel 20

Verordening (EG) nr. 1001/2007 van de Commissie (PB L 226 van 30.8.2007, blz. 9)

uitsluitend artikel 1

Verordening (EG) nr. 159/2008 van de Commissie (PB L 48 van 22.2.2008, blz. 19)

uitsluitend artikel 1

Verordening (EG) nr. 499/2008 van de Commissie (PB L 146 van 5.6.2008, blz. 9)

uitsluitend artikel 2


BIJLAGE XX

Concordantietabel

Verordening (EG) nr 800/1999

De onderhavige verordening

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2, lid 1, onder a) tot en met j)

Artikel 2, lid 1, onder a) tot en met j)

Artikel 2, lid 1, onder l) tot en met q)

Artikel 2, lid 1, onder k) tot en met p)

Artikel 2, lid 1, onder q)

Artikel 2, leden 2 en 3

Artikel 2, leden 2 en 3

Artikel 3

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 4

Artikel 5, leden 1 tot en met 6

Artikel 5, leden 1 tot en met 6

Artikel 5, lid 7, eerste alinea

Artikel 5, lid 7, eerste alinea

Artikel 5, lid 7, tweede alinea, aanhef

Artikel 5, lid 7, tweede alinea, aanhef

Artikel 5, lid 7, tweede alinea, eerste streepje

Artikel 5, lid 7, tweede alinea, onder a)

Artikel 5, lid 7, tweede alinea, tweede streepje

Artikel 5, lid 7, tweede alinea, onder b)

Artikel 5, lid 7, derde, vierde en vijfde alinea

Artikel 5, lid 7, derde, vierde en vijfde alinea

Artikel 5, lid 8

Artikel 5, lid 8

Artikelen 6, 7 en 8

Artikelen 6, 7 en 8

Artikel 8 bis

Artikel 9

Artikel 9, lid 1, aanhef

Artikel 10, lid 1, aanhef

Artikel 9, lid 1, onder a)

Artikel 10, lid 1, onder a)

Artikel 9, lid 1, onder b), c) en d)

Artikel 10, lid 1, onder b), c) en d)

Artikel 9, lid 2, aanhef

Artikel 10, lid 2, aanhef

Artikel 9, lid 2, onder a)

Artikel 10, lid 2, onder a)

Artikel 9, lid 2, onder b)

Artikel 10, lid 2, onder b)

Artikel 9, lid 3

Artikel 10, lid 3

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 14, lid 1

Artikel 15

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 16 bis

Artikel 18

Artikel 16 ter

Artikel 19

Artikel 16 quater

Artikel 20

Artikel 16 quinquies

Artikel 21

Artikel 16 sexies

Artikel 22

Artikel 16 septies

Artikel 23

Artikel 17

Artikel 24

Artikel 18

Artikel 25

Artikel 19

Artikel 26

Artikel 20, leden 1 en 2

Artikel 27, leden 1 en 2

Artikel 20, lid 3, aanhef

Artikel 27, lid 3, aanhef

Artikel 20, lid 3, eerste streepje

Artikel 27, lid 3, onder a)

Artikel 20, lid 3, tweede streepje

Artikel 27, lid 3, onder b)

Artikel 20, lid 4

Artikel 27, lid 4

Artikel 21

Artikel 28

Artikel 22

Artikel 29

Artikel 23

Artikel 30

Artikel 24

Artikel 31

Artikel 25

Artikel 32

Artikel 36

Artikel 33

Artikel 37

Artikel 34

Artikel 38

Artikel 35

Artikel 39

Artikel 36

Artikel 40, lid 1, eerste alinea, aanhef

Artikel 37, lid 1, eerste alinea, aanhef

Artikel 40, lid 1, eerste alinea, eerste streepje

Artikel 37, lid 1, eerste alinea, onder a)

Artikel 40, lid 1, eerste alinea, tweede streepje

Artikel 37, lid 1, eerste alinea, onder b)

Artikel 40, lid 1, eerste alinea, derde streepje

Artikel 37, lid 1, eerste alinea, onder c)

Artikel 40, lid 1, tweede alinea

Artikel 37, lid 1, tweede alinea

Artikel 40, leden 2 en 3

Artikel 37, leden 2 en 3

Artikel 41

Artikel 38

Artikel 42, lid 1

Artikel 39, lid 1

Artikel 42, lid 2, eerste alinea

Artikel 39, lid 2, eerste alinea

Artikel 42, lid 2, tweede alinea, aanhef

Artikel 39, lid 2, tweede alinea, aanhef

Artikel 42, lid 2, tweede alinea, eerste streepje

Artikel 39, lid 2, tweede alinea, onder a)

Artikel 42, lid 2, tweede alinea, tweede streepje

Artikel 39, lid 2, tweede alinea, onder b)

Artikel 42, leden 3 en 4

Artikel 39, leden 3 en 4

Artikel 43

Artikel 40

Artikel 44, leden 1 en 2

Artikel 41, leden 1 en 2

Artikel 44, lid 3, eerste en tweede alinea

Artikel 41, lid 3, eerste en tweede alinea

Artikel 44, lid 3, derde alinea, aanhef

Artikel 41, lid 3, derde alinea, aanhef

Artikel 44, lid 3, derde alinea, eerste streepje

Artikel 41, lid 3, derde alinea, onder a)

Artikel 44, lid 3, derde alinea, tweede streepje

Artikel 41, lid 3, derde alinea, onder b)

Artikel 44, lid 3, derde alinea, derde streepje

Artikel 41, lid 3, derde alinea, onder c)

Artikel 44, leden 4 tot en met 7

Artikel 41, leden 4 tot en met 7

Artikel 45, leden 1 en 2

Artikel 42, leden 1 en 2

Artikel 45, lid 3, aanhef

Artikel 42, lid 4, aanhef

Artikel 45, lid 3, onder a), eerste en tweede alinea

Artikel 42, lid 4, onder a), eerste en tweede alinea

Artikel 45, lid 3, onder a), derde alinea

Artikel 42, lid 3

Artikel 45, lid 3, onder b), c) en d)

Artikel 42, lid 4, onder b), c) en d)

Artikel 45, leden 4 tot en met 7

Artikel 42, leden 5 tot en met 8

Artikel 46

Artikel 43

Artikel 47

Artikel 44

Artikel 48

Artikel 45

Artikel 49

Artikel 46

Artikel 50, leden 1 en 2

Artikel 47, leden 1 en 2

Artikel 50, lid 3, eerste alinea, aanhef, eerste en tweede streepje

Artikel 47, lid 3, eerste alinea

Artikel 50, lid 3, tweede, derde en vierde alinea

Artikel 47, lid 3, tweede, derde en vierde alinea

Artikel 50, leden 4, 5 en 6

Artikel 47, leden 4, 5 en 6

Artikel 51, lid 1

Artikel 48, lid 1

Artikel 51, lid 1 bis

Artikel 48, lid 2

Artikel 51, leden 2 tot en met 11

Artikel 48, leden 3 tot en met 12

Artikel 52

Artikel 49

Artikel 53

Artikel 50

Artikel 54

Artikel 51

Artikel 55, eerste alinea

Artikel 52

Artikel 55, tweede en derde alinea

Bijlage I

Bijlage I bis

Bijlage V

Bijlage I ter

Bijlage VI

Bijlage I quater

Bijlage VII

Bijlage II

Bijlage XII

Bijlage II bis

Bijlage XVI

Bijlage II ter

Bijlage XVII

Bijlage III

Bijlage XVIII

Bijlage IV

Bijlage XIV

Bijlage V

Bijlage XV

Bijlage VI

Bijlage VIII

Bijlage VII

Bijlage IX

Bijlage VIII

Bijlage X

Bijlage IX

Bijlage XI

Bijlage X

Bijlage XIII

Bijlage XI

Bijlage I

Bijlage XII

Bijlage III

Bijlage XIII

Bijlage II

Bijlage XIV

Bijlage IV

Bijlage XIX

Bijlage XX


Top