Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32008R1102

Verordening (EG) nr. 1102/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 inzake het verbod op de uitvoer van metallisch kwik en andere kwikverbindingen en -mengsels en de veilige opslag van metallisch kwik (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 304, 14.11.2008, p. 75–79 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 15 Volume 009 P. 170 - 174

No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2017; opgeheven door 32017R0852

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/1102/oj

14.11.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 304/75


VERORDENING (EG) Nr. 1102/2008 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 22 oktober 2008

inzake het verbod op de uitvoer van metallisch kwik en andere kwikverbindingen en -mengsels en de veilige opslag van metallisch kwik

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 175, lid 1, alsmede op artikel 133 wat artikel 1 van deze verordening betreft,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het vrijkomen van kwik wordt erkend als een mondiale bedreiging die maatregelen op plaatselijk, regionaal, nationaal en mondiaal niveau noodzakelijk maakt.

(2)

Overeenkomstig de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement „Strategie van de Gemeenschap voor kwik”, de conclusies van de Raad van 24 juni 2005 en de resolutie van het Europees Parlement van 14 maart 2006 (3) over bovengenoemde strategie, moet het risico op blootstelling aan kwik voor mens en milieu worden beperkt.

(3)

Op communautair niveau genomen maatregelen moeten worden beschouwd als onderdeel van een wereldwijd streven om het risico op blootstelling aan kwik te beperken, met name in het kader van het programma voor kwik van het UNEP (United Nations Environment Programme).

(4)

De sluiting van kwikmijnen in de Gemeenschap heeft ecologische en sociale gevolgen. De steun aan projecten en andere initiatieven uit de beschikbare financieringsinstrumenten moet worden voortgezet om de getroffen gebieden in de gelegenheid te stellen haalbare oplossingen te vinden voor het milieu, de werkgelegenheid en de economische activiteiten in het gebied.

(5)

De uitvoer van metallisch kwik, cinnabererts, kwik (I) chloride, kwik (II) oxide en mengsels van metallisch kwik met andere substanties, met inbegrip van kwiklegeringen met een kwikconcentratie van ten minste 95 gewichtsprocent, uit de Gemeenschap dient te worden verboden teneinde het wereldwijde aanbod van kwik aanzienlijk te verlagen.

(6)

Door het uitvoerverbod zullen er aanzienlijke overschotten van kwik in de Gemeenschap ontstaan en er moet worden voorkomen dat deze weer op de markt komen. Daarom dient een veilige opslag van dit kwik binnen de Gemeenschap te worden gewaarborgd.

(7)

Om mogelijkheden te creëren voor veilige opslag van metallisch kwik dat als afval wordt beschouwd, is het noodzakelijk dat er voor bepaalde soorten stortplaatsen een uitzondering wordt gemaakt op artikel 5, lid 3, onder a), van Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (4) en dienen de criteria van punt 2.4 van de bijlage bij Beschikking 2003/33/EG van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen overeenkomstig artikel 16 en bijlage II bij Richtlijn 1999/31/EG (5) niet van toepassing te worden verklaard op de herwinbare tijdelijke opslag van metallisch kwik gedurende meer dan een jaar in bovengrondse faciliteiten die daarvoor bestemd en uitgerust zijn.

(8)

De overige bepalingen van Richtlijn 1999/31/EG dienen van toepassing te zijn op alle opslaginstallaties voor metallisch kwik dat als afval wordt beschouwd. Hieronder valt ook de verplichting van artikel 8, onder a), iv), van die richtlijn voor de aanvrager van een vergunning om toereikende voorzieningen te treffen in de vorm van een financiële zekerheid of een equivalent daarvan om te waarborgen dat aan de verplichtingen die uit de vergunning voortvloeien (met inbegrip van de nazorgbepaling), wordt voldaan en dat de sluitingsprocedures worden gevolgd. Voorts is Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade (6) van toepassing op zulke opslaginstallaties.

(9)

Voor de tijdelijke opslag van metallisch kwik gedurende meer dan een jaar in bovengrondse faciliteiten die daarvoor bestemd en uitgerust zijn, dient Richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (7) van toepassing te zijn.

(10)

Deze verordening dient Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (8) onverlet te laten. Niettemin worden, om de correcte verwijdering van metallisch kwik in de Gemeenschap mogelijk te maken, de voor verzending en bestemming bevoegde autoriteiten aangespoord om geen bezwaren op grond van artikel 11, lid 1, onder a), van die verordening in te dienen tegen transporten van metallisch kwik dat als afval wordt beschouwd. Er wordt op gewezen dat, volgens artikel 11, lid 3, van die verordening, indien de totale hoeveelheid van een gevaarlijke afvalstof die in één jaar in de lidstaat van verzending wordt geproduceerd zo gering is dat het economisch niet verantwoord zou zijn in die lidstaat gespecialiseerde verwijderingsinstallaties te bouwen, artikel 11, lid 1, onder a), van die verordening niet van toepassing is.

(11)

Om te zorgen voor een opslag die veilig is voor de gezondheid van de mens en het milieu, dient de krachtens Beschikking 2003/33/EG vereiste veiligheidsbeoordeling voor ondergrondse opslag met specifieke voorschriften te worden aangevuld en dient deze ook voor andere opslag dan ondergrondse opslag verplicht te zijn. Er mag geen definitieve verwijderingshandeling worden toegestaan voordat de speciale voorschriften en de aanvaardingscriteria zijn aangenomen. De voorwaarden voor opslag in een zoutmijn of in diepe, ondergrondse, harde rotsformaties, die met het oog op de verwijdering van metallisch kwik zijn aangepast, moeten met name in overeenstemming zijn met de beginselen inzake bescherming van het grondwater tegen verontreiniging met kwik, voorkoming van de uitstoot van kwikdampen, ondoordringbaarheid voor omringende gassen en vloeistoffen en — in geval van permanente opslag — goede inkapseling van het afval in het eindstadium van het plastisch deformatieproces in mijnen. Die criteria moeten in de bijlagen bij Richtlijn 1999/31/EG worden opgenomen wanneer deze voor de toepassing van deze verordening worden gewijzigd.

(12)

De voorwaarden voor bovengrondse opslag moeten met name in overeenstemming zijn met de beginselen van omkeerbaarheid van de opslag, bescherming van het kwik tegen neerslag, ondoordringbaarheid naar de bodem toe en voorkoming van de uitstoot van kwikdampen. Die criteria moeten in de bijlagen bij Richtlijn 1999/31/EG worden opgenomen wanneer deze voor de toepassing van deze verordening worden gewijzigd. De bovengrondse opslag van metallisch kwik dient als een tijdelijke oplossing te worden beschouwd.

(13)

De chlooralkali-industrie dient alle relevante gegevens inzake de verwijdering van kwikcellen in hun fabrieken te doen toekomen aan de Commissie en de bevoegde autoriteiten in de desbetreffende lidstaten, om de tenuitvoerlegging van deze verordening te vergemakkelijken. De industriesectoren die kwik winnen uit de reiniging van aardgas of als bijproduct van het winnen en smelten van non-ferro metalen, dienen eveneens de relevante gegevens te doen toekomen aan de Commissie en de bevoegde autoriteiten in de desbetreffende lidstaten. De Commissie dient deze gegevens openbaar te maken.

(14)

De lidstaten dienen informatie te verstrekken over de voor opslaginstallaties afgegeven vergunningen en over de toepassing en markteffecten van deze verordening teneinde te zijner tijd een evaluatie ervan mogelijk te maken. Importeurs, exporteurs en exploitanten dienen informatie over het vervoer en het gebruik van metallisch kwik, cinnabererts, kwik (I) chloride, kwik (II) oxide en mengsels van metallisch kwik en andere substanties, met inbegrip van kwiklegeringen, met een kwikconcentratie van ten minste 95 gewichtsprocent te verstrekken.

(15)

De lidstaten dienen sancties vast te stellen welke worden opgelegd aan natuurlijke en rechtspersonen indien zij de bepalingen van deze verordening schenden. Deze sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.

(16)

Er dient een uitwisseling van informatie te worden georganiseerd met relevante betrokkenen om te beoordelen of er mogelijk aanvullende maatregelen op het gebied van de uitvoer, de invoer en de opslag van kwik en van kwikverbindingen en kwikhoudende producten nodig zijn, waarbij de regels betreffende de mededinging van het Verdrag en met name artikel 81 onverlet blijven.

(17)

De Commissie en de lidstaten dienen de voorziening van technische assistentie aan ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie aan te moedigen, in het bijzonder assistentie die de overschakeling naar alternatieve kwikvrije technologieën en de uiteindelijke geleidelijke stopzetting van het gebruik en lozingen van kwik en kwikverbindingen gemakkelijker maakt.

(18)

Er is onderzoek gaande naar de veilige verwijdering van kwik, onder meer naar verschillende technieken om kwik te stabiliseren of anderszins te immobiliseren. De Commissie dient dit onderzoek bij voorrang in het oog te houden, en zo spoedig mogelijk een verslag in te dienen. Die informatie is van belang voor het leggen van een solide basis voor een toetsing van deze verordening, teneinde de doelstelling ervan te verwezenlijken.

(19)

De Commissie dient bij de indiening van een onderzoeksverslag rekening te houden met deze informatie om te bepalen of deze verordening wellicht moet worden gewijzigd.

(20)

De Commissie dient tevens de internationale ontwikkelingen op het gebied van vraag en aanbod van kwik, met name multilaterale onderhandelingen, te volgen en daarover verslag uit te brengen om de samenhang van de overkoepelende aanpak te kunnen beoordelen.

(21)

De maatregelen die vereist zijn voor de toepassing van deze verordening voor wat betreft de tijdelijke opslag van metallisch kwik in bepaalde in deze verordening genoemde faciliteiten, dienen te worden aangenomen overeenkomstig Richtlijn 1999/31/EG, rekening houdend met het rechtstreekse verband tussen de onderhavige verordening en die richtlijn.

(22)

Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk de blootstelling aan kwik door middel van een uitvoerverbod en een opslagverplichting verlagen, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve, gelet op de effecten op het verkeer van goederen en het functioneren van de interne markt alsmede de grensoverschrijdende aard van kwikverontreiniging, beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De uitvoer van metallisch kwik (Hg, CAS RN 7439-97-6), cinnabererts, kwik (I) chloride (Hg2Cl2, CAS RN 10112-91-1), kwik (II) oxide (HgO, CAS RN 21908-53-2) en mengsels van metallisch kwik met andere substanties, met inbegrip van kwiklegeringen, met een kwikconcentratie van ten minste 95 gewichtsprocent uit de Gemeenschap wordt met ingang van 15 maart 2011 verboden.

2.   Dit verbod geldt niet voor uitvoer van in lid 1 genoemde verbindingen voor onderzoek en ontwikkeling, medische of analysedoeleinden.

3.   Het mengen van metallisch kwik met andere substanties uitsluitend ten behoeve van de uitvoer van metallisch kwik is met ingang van 15 maart 2011 verboden.

Artikel 2

Met ingang van 15 maart 2011 worden volgende soorten metallisch kwik als afval beschouwd en overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen (9) op een voor de gezondheid van de mens en het milieu veilige manier verwijderd:

a)

metallisch kwik dat niet langer in de chlooralkali-industrie wordt gebruikt,

b)

metallisch kwik dat bij de reiniging van aardgas ontstaat,

c)

metallisch kwik dat bij de winning en het smelten van non-ferrometalen ontstaat, en

d)

metallisch kwik dat wordt onttrokken uit cinnabererts in de Gemeenschap, vanaf 15 maart 2011.

Artikel 3

1.   In afwijking van artikel 5, lid 3, onder a), van Richtlijn 1999/31/EG mag metallisch kwik dat als afval wordt beschouwd, in een adequate omhulling:

a)

tijdelijk worden opgeslagen gedurende meer dan een jaar, of permanent worden opgeslagen (verwijderingshandeling D 15, respectievelijk D 12, als bepaald in bijlage II A bij Richtlijn 2006/12/EG) in zoutmijnen die voor de verwijdering van metallisch kwik geschikt zijn gemaakt, of in diepe, ondergrondse, harde rotsformaties die hetzelfde niveau van veiligheid en insluiting bieden als die zoutmijnen, of

b)

tijdelijk worden opgeslagen gedurende meer dan een jaar (verwijderingshandeling D 15 als bepaald in bijlage II A bij Richtlijn 2006/12/EG) in bovengrondse faciliteiten die bestemd zijn en uitgerust zijn voor de voorlopige opslag van metallisch kwik. In dit geval zijn de onder punt 2.4 van de bijlage bij Beschikking 2003/33/EG vermelde criteria niet van toepassing.

De overige bepalingen van Richtlijn 1999/31/EG en Beschikking 2003/33/EG zijn van toepassing op de punten a) en b).

2.   Richtlijn 96/82/EG is van toepassing op de in lid 1, onder b), van dit artikel bedoelde opslag.

Artikel 4

1.   De veiligheidsbeoordeling die overeenkomstig Beschikking 2003/33/EG moet worden uitgevoerd voor de verwijdering van metallisch kwik overeenkomstig artikel 3 van deze verordening zorgt ervoor dat de bijzondere risico’s die voortkomen uit de aard en het gedrag op lange termijn van het metallisch kwik en de omhulling daarvan worden bestreken.

2.   In de in de artikelen 8 en 9 van Richtlijn 1999/31/EG bedoelde vergunning voor faciliteiten bedoeld in artikel 3, lid 1, onder a) en b), van deze verordening worden voorschriften opgenomen voor een periodieke visuele inspectie van de houders en de installatie van adequate apparatuur voor de detectie van dampen om eventuele lekkages te signaleren.

3.   De voorschriften voor de in artikel 3, lid 1, onder a) en b), van deze verordening bedoelde faciliteiten en de aanvaardingscriteria voor het metallisch kwik waarbij de bijlagen I, II en III bij Richtlijn 1999/31/EG worden gewijzigd, worden vastgesteld volgens de in artikel 16 van die richtlijn bedoelde procedure. De Commissie doet zo spoedig mogelijk, en uiterlijk op 1 januari 2010, een passend voorstel, rekening houdend met het resultaat van de uitwisseling van informatie overeenkomstig artikel 8, lid 1, en het rapport over het onderzoek naar de mogelijkheden tot veilige verwijdering overeenkomstig artikel 8, lid 2.

De definitieve verwijdering (verwijderingshandeling D 12 als bepaald in bijlage II A bij Richtlijn 2006/12/EG) van metallisch kwik zal niet eerder worden toegestaan dan nadat de wijziging van de bijlagen I, II en III van Richtlijn 1999/31/EG is aangenomen.

Artikel 5

1.   De lidstaten verstrekken de Commissie een afschrift van elke vergunning die zij verstrekken voor een faciliteit die bestemd is om metallisch kwik tijdelijk of permanent (verwijderingshandeling D 15, als bepaald in bijlage II A bij Richtlijn 2006/12/EG) op te slaan, vergezeld van de respectieve veiligheidsbeoordeling overeenkomstig artikel 4, lid 1, van deze verordening.

2.   De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 1 juli 2012 in kennis van de toepassing en de markteffecten van deze verordening op hun grondgebied. De lidstaten verstrekken deze informatie, indien de Commissie hierom verzoekt, reeds vóór de hierboven vermelde datum.

3.   Uiterlijk op 1 juli 2012 zenden importeurs, exporteurs en personen die de in artikel 2 bedoelde activiteiten uitvoeren, voor zover van toepassing, de Commissie en de bevoegde autoriteiten de volgende gegevens:

a)

de hoeveelheden, de prijzen, het land van herkomst en het land van bestemming alsmede het voorgenomen gebruik van metallisch kwik dat de Gemeenschap binnenkomt;

b)

de hoeveelheden, het land van herkomst en het land van bestemming van metallisch kwik dat als afval wordt beschouwd en binnen de Gemeenschap grensoverschrijdend wordt verhandeld.

Artikel 6

1.   De betrokken bedrijven in de chlooralkali-industrie doen de Commissie en de bevoegde autoriteiten in de lidstaten onderstaande gegevens toekomen die verband houden met de ontmanteling van kwik in een bepaald jaar:

a)

een zo nauwkeurig mogelijke raming van de totale hoeveelheid kwik die nog in gebruik is in cellen in de chlooralkali-industrie;

b)

de totale hoeveelheid kwik die is opgeslagen in de faciliteit;

c)

de hoeveelheid kwikafval die wordt aangeboden bij individuele tijdelijke of permanente opslagfaciliteiten, alsmede de locatie en contactgegevens van deze faciliteiten.

2.   De betrokken bedrijven in de industriesectoren die kwik winnen uit de reiniging van aardgas of als bijproduct bij de winning en het smelten van non-ferrometalen, doen aan de Commissie en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten onderstaande gegevens toekomen die verband houden met het in een bepaald jaar gewonnen kwik:

a)

de hoeveelheid gewonnen kwik,

b)

de hoeveelheid kwik die wordt aangeboden bij individuele tijdelijke of permanente opslagfaciliteiten, alsmede de locatie en contactgegevens van deze faciliteiten.

3.   De betrokken bedrijven sturen de in leden 1 en 2 bedoelde gegevens, indien van toepassing, voor de eerste maal uiterlijk op 4 december 2009, en daarna jaarlijks uiterlijk op 31 mei.

4.   De Commissie maakt de in lid 3 bedoelde gegevens openbaar toegankelijk in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen (10).

Artikel 7

De lidstaten stellen de voorschriften vast ten aanzien van de sancties die gelden voor overtredingen van de bepalingen van deze verordening en nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 4 december 2009 van deze bepalingen in kennis en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen van die bepalingen mee.

Artikel 8

1.   De Commissie organiseert een eerste uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de relevante belanghebbenden uiterlijk op 1 januari 2010. Bij deze uitwisseling van informatie wordt met name onderzocht of het nodig is:

a)

het uitvoerverbod tot andere kwikverbindingen, mengsels met een lager kwikgehalte en kwikhoudende producten, in het bijzonder thermometers, barometers en sphygmomanometers, uit te breiden;

b)

een invoerverbod op metallisch kwik, kwikverbindingen en kwikhoudende producten in te stellen;

c)

de opslagverplichting tot metallisch kwik uit andere bronnen uit te breiden;

d)

termijnen vast te stellen voor de tijdelijke opslag van metallisch kwik.

Bij deze uitwisseling van informatie wordt ook aandacht besteed aan het onderzoek naar mogelijkheden tot veilige verwijdering.

De Commissie organiseert verdere uitwisselingen van informatie als er nieuwe relevante informatie beschikbaar is.

2.   De Commissie houdt de lopende activiteiten inzake onderzoek naar mogelijkheden tot veilige verwijdering, waaronder de omzetting in een vaste kwikverbinding, in het oog. De Commissie brengt uiterlijk op 1 januari 2010 verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad. Op basis van dat verslag zal de Commissie, indien nodig, zo spoedig mogelijk en uiterlijk op 15 maart 2013, een voorstel doen voor een herziening van deze verordening.

3.   De Commissie evalueert de toepassing en de markteffecten van deze verordening in de Gemeenschap en houdt daarbij rekening met de in de leden 1 en 2 en de artikelen 5 en 6 bedoelde informatie.

4.   Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk op 15 maart 2013 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in dat, indien nodig, vergezeld gaat van een voorstel tot herziening van deze verordening, waarin het resultaat van de in lid 1 vermelde uitwisseling van informatie en de in lid 3 bedoelde evaluatie wordt weergegeven en geëvalueerd, alsmede het in lid 2 bedoelde verslag.

5.   Uiterlijk op 1 juli 2010 brengt de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de vorderingen bij multilaterale activiteiten en onderhandelingen over kwik, waarbij met name de samenhang van het tijdschema en de werkingssfeer van de in deze verordening vervatte maatregelen met de internationale ontwikkelingen wordt beoordeeld.

Artikel 9

De lidstaten mogen nationale maatregelen ter beperking van de uitvoer van metallisch kwik, cinnabererts, kwik (I) chloride, kwik (II) oxide en mengsels van metallisch kwik en andere substanties, met inbegrip van kwiklegeringen, met een kwikconcentratie van ten minste 95 gewichtsprocent, die vóór de aanneming van deze verordening in overeenstemming met de communautaire wetgeving zijn vastgesteld tot 15 maart 2011 handhaven.

Artikel 10

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 22 oktober 2008.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

J.-P. JOUYET


(1)  PB C 168 van 20.7.2007, blz. 44.

(2)  Advies van het Europees Parlement van 20 juni 2007 (PB C 146 E van 12.6.2008, blz. 209), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 20 december 2007 (PB C 52 E van 26.2.2008, blz. 1) en standpunt van het Europees Parlement van 21 mei 2008 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). Besluit van de Raad van 25 september 2008.

(3)  PB C 291 E van 30.11.2006, blz. 128.

(4)  PB L 182 van 16.7.1999, blz. 1.

(5)  PB L 11 van 16.1.2003, blz. 27.

(6)  PB L 143 van 30.4.2004, blz. 56.

(7)  PB L 10 van 14.1.1997, blz. 13.

(8)  PB L 190 van 12.7.2006, blz. 1.

(9)  PB L 114 van 27.4.2006, blz. 9.

(10)  PB L 264 van 25.9.2006, blz. 13.


Top