Help Print this page 

Document 32008R0452

Title and reference
Verordening (EG) nr. 452/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 betreffende de productie en ontwikkeling van statistieken over onderwijs en een leven lang leren (Voor de EER relevante tekst)
  • In force
OJ L 145, 4.6.2008, p. 227–233 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 16 Volume 001 P. 225 - 231

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/452/oj
Multilingual display
Dates
  • Date of document: 23/04/2008
  • Date of effect: 24/06/2008; in werking datum publicatie + 20 zie art 8
  • Date of end of validity: 31/12/9999
Miscellaneous information
  • Author: Europees Parlement, Raad van de Europese Unie
  • Form: Verordening
  • Additional information: COD 2005/0248, relevant voor de EER
Text

4.6.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 145/227


VERORDENING (EG) Nr. 452/2008 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 23 april 2008

betreffende de productie en ontwikkeling van statistieken over onderwijs en een leven lang leren

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 285, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Na raadpleging van het Europees Economisch en Sociaal Comité,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In de Resolutie van de Raad van 5 december 1994 betreffende de bevordering van de onderwijs- en opleidingsstatistiek in de Europese Unie (2) wordt de Commissie verzocht om in nauwe samenwerking met de lidstaten de ontwikkeling van onderwijs- en opleidingsstatistieken te bespoedigen.

(2)

De Europese Raad kwam op zijn bijeenkomst in Brussel (22-23 maart 2005) overeen om de Lissabonstrategie nieuw leven in te blazen. Europa moet, zo concludeerde de Raad, het fundament van zijn concurrentievermogen vernieuwen, zijn groeipotentieel en productiviteit vergroten, de sociale samenhang versterken en zich daarbij vooral op kennis, innovatie en een optimale benutting van het menselijk kapitaal richten. Tegen deze achtergrond zijn inzetbare, flexibele en mobiele burgers voor Europa van vitaal belang.

(3)

Om deze doelen te bereiken moeten de Europese systemen voor onderwijs en opleiding worden aangepast aan de eisen van de kennismaatschappij, de noodzaak van een hoger opleidingsniveau en een betere kwaliteit van de werkgelegenheid. Statistieken over onderwijs, opleiding en een leven lang leren zijn, als basis voor politieke besluiten, van het grootste belang.

(4)

Een leven lang leren is een cruciaal element voor een vakbekwaam, geschoold en flexibel arbeidspotentieel. In de conclusies van het voorzitterschap van de voorjaarsbijeenkomst 2005 van de Europese Raad werd er met nadruk op gewezen dat „het menselijk kapitaal Europa’s belangrijkste troef is”. Verbetering van het werk aan de Lissabonstrategie en uitwerking van brede strategieën voor een leven lang leren zijn doelstellingen in de geïntegreerde richtsnoeren voor groei en werkgelegenheid en de door de Raad in zijn Beschikking 2005/600/EG (3) goedgekeurde richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid, die daarvan deel uitmaken.

(5)

Met de goedkeuring in februari 2001 van het verslag van de Raad over de concrete doelstellingen van de onderwijs- en opleidingsstelsels en in februari 2002 van het werkprogramma 2001-2011 voor de follow-up op dit verslag is een belangrijke invulling gegeven aan het streven de onderwijs- en beroepsopleidingsstelsels van de lidstaten te moderniseren en kwalitatief te verbeteren. Indicatoren en benchmarks (referentieniveaus van Europese gemiddelde prestaties) maken deel uit van de bij de opencoördinatiemethode gehanteerde instrumenten en spelen een belangrijke rol bij het werkprogramma Onderwijs en opleiding 2010. De ministers van onderwijs hebben in mei 2003 overeenstemming bereikt over vijf Europese benchmarks, die uiterlijk in 2010 te bereiken zijn, en daarmee een beslissende stap voorwaarts gezet. Tegelijkertijd is erop gewezen dat hiermee geen nationale streefcijfers, noch door de nationale regeringen te nemen beslissingen worden voorgeschreven.

(6)

Op 24 mei 2005 heeft de Raad conclusies over nieuwe indicatoren voor onderwijs en opleiding (4) aangenomen. De Commissie kreeg hierin het verzoek om de Raad strategieën en voorstellen voor te leggen voor nieuw uit te werken indicatoren op negen specifieke terreinen die met onderwijs en beroepsopleiding te maken hebben. Tevens werd benadrukt dat de ontwikkeling van nieuwe indicatoren de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de organisatie van hun onderwijsstelsels volledig moet respecteren, en geen onnodige administratieve of financiële lasten voor de betrokken organisaties en instellingen met zich mee mag brengen, en ook niet onontkoombaar mag leiden tot een hoger aantal indicatoren voor het meten van de vooruitgang.

(7)

In november 2004 heeft de Raad tevens conclusies over Europese samenwerking in het beroepsonderwijs en de beroepsopleiding aangenomen. Overeengekomen werd om op Europees niveau prioriteit te geven aan „de verbetering van het bereik, de nauwkeurigheid en de betrouwbaarheid van de statistieken op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding, waardoor een voortgangsevaluatie mogelijk wordt”.

(8)

Op Europees niveau zijn onderling vergelijkbare statistische gegevens van fundamenteel belang om strategieën voor onderwijs en een leven lang leren uit te werken en de vooruitgang bij de implementatie daarvan te meten. De productie van statistisch materiaal moet gegrondvest zijn op een raamwerk van op elkaar afgestemde concepten en onderling vergelijkbare gegevens, zodat een integraal Europees statistisch informatiesysteem over onderwijs, beroepsopleiding en een leven lang leren kan worden opgebouwd.

(9)

Bij de toepassing van deze verordening moet het begrip „mensen met een achterstandspositie op de arbeidsmarkt”, waarnaar wordt verwezen in de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, in acht worden genomen.

(10)

Uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1552/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de statistiek van bij- en nascholing in ondernemingen (5) verzamelt de Commissie (Eurostat) gegevens over in het bedrijfsleven gegeven opleidingen. Om blijvend statistieken over onderwijs en een leven lang leren te kunnen produceren en uitbouwen, is evenwel een breder raamwerk nodig dat op zijn minst alle desbetreffende lopende of geplande werkzaamheden bestrijkt. In het kader van de zogenaamde UOE-enquête verzamelt de Commissie (Eurostat) ieder jaar in samenwerking met het Institute for Statistics van de Unesco (UIS) en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) onderwijsgegevens, die op vrijwillige basis door de lidstaten worden geleverd. Ook verzamelt de Commissie (Eurostat) gegevens over onderwijs, beroepsopleiding en een leven lang leren uit enquêtes onder huishoudens, zoals de steekproefenquête naar de arbeidskrachten in de Gemeenschap (6) en de communautaire statistiek van inkomens en levensomstandigheden (7), en ad-hocmodules.

(11)

Omdat het formuleren en volgen van het beleid op gebied van onderwijs en een leven lang leren dynamisch van aard is en zich aan een evoluerende omgeving aanpast, moet het reguleringskader voor de statistiek op beperkte en beheerste wijze ruimte laten voor een zekere mate van flexibiliteit en rekening houden met de last die op de respondenten en de lidstaten drukt.

(12)

Daar de doelstelling van deze verordening, te weten het uitwerken van gemeenschappelijke statistische standaards voor de productie van geharmoniseerde gegevens, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(13)

Voor de productie van specifieke communautaire statistieken gelden de voorschriften van Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad van 17 februari 1997 betreffende de communautaire statistiek (8).

(14)

Deze verordening verzekert de volledige eerbiediging van het recht op bescherming van persoonsgegevens zoals geregeld in artikel 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

(15)

Voor de toe te zenden gegevens die onder de statistische geheimhoudingsplicht vallen, gelden de voorschriften van Verordening (EG) nr. 322/97 en Verordening (Euratom, EEG) nr. 1588/90 van de Raad van 11 juni 1990 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de statistiek van de Europese Gemeenschappen (9).

(16)

Verordening (EG) nr. 831/2002 van de Commissie van 17 mei 2002 tot tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek, met betrekking tot de toegang tot vertrouwelijke gegevens voor wetenschappelijke doeleinden (10), beschrijft de voorwaarden waaronder toegang kan worden verkregen tot vertrouwelijke gegevens die aan een instantie van de Gemeenschap zijn doorgegeven.

(17)

De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (11).

(18)

In het bijzonder moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven, de onderwerpen van deze statistieken, hun kenmerken in aansluiting op beleids- of technische behoeften, de specificatie van kenmerken, de waarnemingsperiode en de termijnen voor het doorsturen van resultaten en de kwaliteitseisen, met inbegrip van de vereiste nauwkeurigheid en het kader voor de kwaliteitsrapportage, uit te kiezen en te specificeren. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij worden vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde regelgevingsprocedure met toetsing.

(19)

Het Comité statistisch programma, opgericht bij Besluit nr. 89/382/EEG, Euratom van de Raad (12), is overeenkomstig artikel 3 van dit besluit geraadpleegd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening stelt een gemeenschappelijk raamwerk voor de systematische productie van communautaire statistieken over onderwijs en een leven lang leren vast.

Artikel 2

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

a)

communautaire statistieken: statistieken van de Gemeenschap overeenkomstig artikel 2, eerste streepje, van Verordening (EG) nr. 322/97;

b)

productie van statistieken: productie van statistieken overeenkomstig artikel 2, tweede streepje, van Verordening (EG) nr. 322/97;

c)

nationale instanties: nationale instanties overeenkomstig artikel 2, derde streepje, van Verordening (EG) nr. 322/97;

d)

onderwijs: georganiseerde, duurzame vorm van op leren gerichte communicatie (13);

e)

een leven lang leren: alle gedurende de hele levenscyclus plaatsvindende leeractiviteiten waarbij vanuit een persoonlijk, participatief, sociaal en/of arbeidsmarktperspectief kennis, vaardigheden en competenties worden verworven (14);

f)

micro-gegevens: individuele statistische bestanden;

g)

vertrouwelijke gegevens: gegevens waaruit de identiteit van de betrokken statistische eenheden alleen indirect is af te leiden, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 322/97 en Verordening (Euratom, EEG) nr. 1588/90.

Artikel 3

Deelgebieden

De verordening heeft betrekking op de productie van statistieken in de volgende drie deelgebieden:

a)

deelgebied 1: statistieken over de onderwijs- en beroepsopleidingsstelsels;

b)

deelgebied 2: statistieken over de deelname van volwassenen aan een leven lang leren;

c)

deelgebied 3: overige statistieken over onderwijs en een leven lang leren die niet onder deelgebied 1 of 2 vallen, zoals statistieken over menselijk kapitaal en de sociale en economische voordelen van onderwijs.

De statistieken op deze drie deelgebieden worden overeenkomstig de bepalingen in de bijlage geproduceerd.

Artikel 4

Statistische werkzaamheden

1.   Met het oog op de productie van communautaire statistieken over onderwijs en een leven lang leren vinden de volgende afzonderlijke statistische werkzaamheden plaats:

a)

regelmatige levering van statistieken over onderwijs en een leven lang leren door de lidstaten binnen de voor deelgebied 1 en 2 vastgelegde termijnen;

b)

levering van nog een aantal statistische variabelen en indicatoren over onderwijs en een leven lang leren voor deelgebied 3 uit andere statistische informatiesystemen en surveys;

c)

uitwerking, verbetering en bijstelling van standaards en handboeken over statistische systemen, concepten en methoden;

d)

verbetering van de gegevenskwaliteit in het kader van het kwaliteitskader, op de volgende punten:

relevantie,

nauwkeurigheid,

actualiteit en precisie,

toegankelijkheid en duidelijkheid,

vergelijkbaarheid, en

samenhang.

De Commissie houdt rekening met de in de lidstaten aanwezige capaciteit om zowel gegevens te verzamelen en te verwerken als concepten en methoden uit te werken.

Waar van toepassing, wordt bijzondere aandacht besteed aan, respectievelijk rekening gehouden met regionale aspecten van de verzamelde gegevens. Waar nodig worden gegevens stelselmatig gespecificeerd naar geslacht.

2.   De Commissie (Eurostat) werkt vooral bij de uitwerking en ontwikkeling van statistische concepten en methoden en bij de levering van statistieken door de lidstaten zoveel mogelijk samen met het UIS, de OESO en andere internationale organisaties om internationaal vergelijkbare gegevens te verkrijgen en dubbel werk te voorkomen.

3.   Wanneer er behoefte aan belangrijke nieuwe gegevens is, de gegevens van onvoldoende kwaliteit zijn of een gegevensverzameling gepland is, geeft de Commissie (Eurostat) pilotstudies in opdracht, die op vrijwillige basis door de lidstaten worden uitgevoerd. In deze pilotstudies wordt de haalbaarheid van de desbetreffende gegevensverzameling onderzocht, waarbij de baten van de in te winnen gegevens worden afgezet tegen de kosten van het verzamelen en het werk voor de respondenten. Deze pilotstudies hoeven niet noodzakelijk te resulteren in dienovereenkomstige uitvoeringsmaatregelen.

Artikel 5

Toezending van microgegevens over personen

Indien dit voor de productie van communautaire statistieken nodig is, zenden de lidstaten de Commissie (Eurostat) de uit steekproeven verkregen vertrouwelijke microgegevens toe overeenkomstig de in Verordening (EG) nr. 322/97 en Verordening (Euratom, EEG) nr. 1588/90 neergelegde voorschriften voor de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens. De lidstaten zorgen ervoor dat de identiteit van de statistische eenheden (personen) niet rechtstreeks uit de toegezonden gegevens af te leiden is.

Artikel 6

Uitvoeringsmaatregelen

1.   Onderstaande maatregelen die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, met inbegrip van de maatregelen die nodig zijn in verband met economische en technische ontwikkelingen voor het verzamelen, toezenden en verwerken van gegevens, worden vastgelegd volgens de regelgevingsprocedure met toetsing in artikel 7, lid 3, om zeker te stellen dat de toe te zenden gegevens van hoge kwaliteit zijn:

a)

de selectie en specificatie van door de deelgebieden bestreken thema’s en kenmerken, in reactie op beleids- of technische behoeften;

b)

de uitsplitsing van de kenmerken;

c)

de observatieperiode en termijnen voor de toezending van statistische gegevens;

d)

de kwaliteitsvereisten, waaronder de vereiste precisie;

e)

het kader voor de kwaliteitsrapportage.

Indien de uitvoeringsmaatregelen behoefte doen ontstaan aan aanzienlijke uitbreiding van bestaande gegevensverzamelingen of aan nieuwe gegevensverzamelingen of enquêtes, wordt daartoe besloten op grond van een kosten-batenanalyse als onderdeel van een alomvattende analyse van de gevolgen en de implicaties, waarbij rekening wordt gehouden met de baten van de maatregelen, de kosten voor de lidstaten en de last voor de respondenten.

2.   De in lid 1 bedoelde maatregelen houden in het bijzonder rekening met:

a)

de potentiële belasting voor onderwijsinstellingen en personen (alle deelgebieden);

b)

de resultaten van de in artikel 4, lid 3, bedoelde pilotstudies (alle deelgebieden);

c)

de meest recente afspraken tussen het UIS, de OECD en de Commissie (Eurostat) over concepten, definities, het formaat voor de gegevensverzameling, de gegevensverwerking en de frequentie en termijnen voor de toezending van de resultaten (deelgebied 1);

d)

de uitkomsten van de pilot survey Volwasseneneducatie die tussen 2005 en 2007 is uitgevoerd en ontwikkelingsbehoeften (deelgebied 2);

e)

de beschikbaarheid, geschiktheid en de juridische context van bestaande communautaire gegevensbronnen na uitputtend onderzoek van alle bestaande gegevensbronnen (deelgebied 3).

3.   Zo nodig worden voor een of meer lidstaten overeenkomstig de in artikel 7, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure beperkte afwijkingsregelingen en overgangsperioden vastgesteld die beide op objectieve overwegingen gebaseerd dienen te zijn.

Artikel 7

Comité

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Comité statistisch programma.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 bis, lid 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

Artikel 8

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 23 april 2008.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

H.-G. PÖTTERING

Voor de Raad

De voorzitter

J. LENARČIČ


(1)  Advies van het Europees Parlement van 25 september 2007 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en Besluit van de Raad van 14 februari 2008.

(2)  PB C 374 van 30.12.1994, blz. 4.

(3)  PB L 205 van 6.8.2005, blz. 21.

(4)  PB C 141 van 10.6.2005, blz. 7.

(5)  PB L 255 van 30.9.2005, blz. 1.

(6)  Verordening (EG) nr. 2104/2002 van de Commissie van 28 november 2002 tot aanpassing van Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad betreffende de organisatie van een steekproefenquête naar de arbeidskrachten in de Gemeenschap, alsmede van Verordening (EG) nr. 1575/2000 houdende uitvoering van Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad, wat de lijst van variabelen voor onderwijs en opleiding en de vanaf 2003 voor de indiening van gegevens te gebruiken codering van deze variabelen betreft (PB L 324 van 29.11.2002, blz. 14).

(7)  Verordening (EG) nr. 1983/2003 van de Commissie van 7 november 2003 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1177/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake de communautaire statistiek van inkomens en levensomstandigheden (EU-SILC), wat de lijst van primaire doelvariabelen betreft (PB L 298 van 17.11.2003, blz. 34).

(8)  PB L 52 van 22.2.1997, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(9)  PB L 151 van 15.6.1990, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 322/97.

(10)  PB L 133 van 18.5.2002, blz. 7. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1000/2007 (PB L 226 van 30.8.2007, blz. 7).

(11)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. Besluit gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG (PB L 200 van 22.7.2006, blz. 11).

(12)  PB L 181 van 28.6.1989, blz. 47.

(13)  Definitie uit de International Standard Classification of Education (ISCED) van 1997.

(14)  Resolutie van de Raad van 27 juni 2002 inzake een leven lang leren (PB C 163 van 9.7.2002, blz. 1).


BIJLAGE

DEELGEBIEDEN

Deelgebied 1: Statistieken over de onderwijs- en beroepsopleidingsstelsels

1.   Doel

In deelgebied 1 worden onderling vergelijkbare gegevens verzameld over centrale aspecten van de onderwijs- en beroepsopleidingsstelsels, zoals met name onderwijsdeelname, aantallen gediplomeerden/afgestudeerden, en de kosten van en soorten middelen voor onderwijs en beroepsopleiding.

2.   Reikwijdte

De gegevensverzameling betreft al het binnenlandse onderwijs, ongeacht de vraag of de verantwoordelijkheid voor de betrokken onderwijsinstellingen bij de publieke of private sector van het eigen of een ander land ligt, wie het onderwijs financiert en in welke vorm het onderwijs plaatsvindt. Over alle categorieën leerlingen/studenten en alle leeftijdsgroepen worden dan ook gegevens verzameld.

3.   Thema’s

Er worden gegevens vergaard over:

a)

ingeschreven studenten met vermelding van hun kenmerken,

b)

eerstejaarsstudenten,

c)

afgestudeerden en diploma’s,

d)

onderwijsuitgaven,

e)

onderwijzend personeel,

f)

geleerde vreemde talen,

g)

klassenomvang,

waaruit indicatoren kunnen worden afgeleid inzake investeringen in en processen en resultaten van de onderwijs- en beroepsopleidingsstelsels.

De lidstaten verstrekken passende informatie (metagegevens) over de bijzonderheden van hun nationale onderwijs- en beroepsopleidingsstelsel. Ze geven de overeenkomsten met internationale classificaties aan, maken melding van afwijkingen op de specificaties voor gegevensaanvragen, en verstrekken alle informatie die voor de interpretatie van de gegevens en de uitwerking van onderling vergelijkbare indicatoren van belang is.

4.   Frequentie

Levering van de gegevens en metagegevens vindt elk jaar en, indien niets anders is aangegeven, binnen de door de Commissie (Eurostat) en de nationale autoriteiten overeengekomen termijnen plaats met inachtneming van de meest recente afspraken tussen het UIS, de OESO en de Commissie (Eurostat).

Deelgebied 2: Statistieken over de deelname van volwassenenen aan een leven lang leren

1.   Doel

In deelgebied 2 worden onderling vergelijkbare gegevens verzameld over de aantallen volwassenen die wel, respectievelijk niet aan een leven lang leren deelnemen.

2.   Reikwijdte

De gegevensverzameling betreft personen en omvat ten minste personen in de leeftijdsgroep van de 25- tot 64-jarigen. Indien de gegevens door middel van een survey worden verzameld, moeten niet door de deelnemers zelf gegeven antwoorden zoveel mogelijk worden vermeden.

3.   Thema’s

De enquête omvat de volgende onderwerpen:

a)

deelname en niet-deelname aan een leven lang leren;

b)

kenmerken van de leeractiviteiten;

c)

informatie over verworven vaardigheden;

d)

sociaal-demografische gegevens.

Gegevens over deelname aan sociale of culturele activiteiten worden op vrijwillige basis in de vorm van verklarende variabelen verzameld, zodat het profiel van de deelnemende, respectievelijk niet-deelnemende volwassenen nader kan worden geanalyseerd.

4.   Gegevensbronnen en steekproefomvang

De gegevensbron is een steekproefenquête. Om het werk voor respondenten te beperken mogen administratieve gegevensbronnen worden gebruikt. De steekproefomvang wordt vastgesteld op grond van nauwkeurigheidsvereisten die niet voorschrijven dat de nationale steekproefomvang meer dan 5 000 personen moet omvatten, uitgaande van een enkelvoudige aselecte steekproef. Binnen deze grenzen gelden voor specifieke subpopulaties welbepaalde steekproefcriteria.

5.   Frequentie

De gegevens worden elke vijf jaar verzameld. Het eerste jaar van tenuitvoerlegging is op zijn vroegst 2010.

Deelgebied 3: Overige statistieken over onderwijs en een leven lang leren

1.   Doel

In deelgebied 3 worden met het oog op specifiek beleid van de Gemeenschap nog een aantal onderling vergelijkbare gegevens over onderwijs en een leven lang leren verzameld die niet onder deelgebied 1 of 2 vallen.

2.   Reikwijdte

De overige statistieken over onderwijs en een leven lang leren hebben betrekking op de volgende aspecten:

a)

statistieken over onderwijs en economie waarmee het onderwijs-, onderzoeks-, concurrentie- en groeibeleid op Europees niveau kan worden gemonitord;

b)

statistieken over onderwijs en arbeidsmarkt waarmee het werkgelegenheidsbeleid op Europees niveau kan worden gemonitord;

c)

statistieken over onderwijs en maatschappelijke integratie waarmee het beleid op het gebied van armoede, sociale inclusie en integratie van allochtonen op Europees niveau kan worden gemonitord.

Voor de bovenvermelde aspecten worden de nodige gegevens ontleend aan reeds bestaand communautair statistisch materiaal.


Top