Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32007R0558

Verordening (EG) nr. 558/2007 van de Commissie van 23 mei 2007 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van jonge mannelijke mestrunderen

OJ L 132, 24.5.2007, p. 21–26 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

No longer in force, Date of end of validity: 30/06/2009; opgeheven door 32009R0437

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2007/558/oj

24.5.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 132/21


VERORDENING (EG) Nr. 558/2007 VAN DE COMMISSIE

van 23 mei 2007

betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van jonge mannelijke mestrunderen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (1), en met name op artikel 32, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens de CXL-lijst van de WTO moet de Gemeenschap een jaarlijks tariefcontingent voor de invoer van 169 000 jonge mannelijke mestrunderen openen. Als gevolg van de onderhandelingen die hebben geleid tot de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika in het kader van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 (2), die is goedgekeurd bij Besluit 2006/333/EG van de Raad (3), heeft de Gemeenschap zich er evenwel toe verbonden het aantal in dat invoercontingent opgenomen dieren aan te passen tot 24 070 en te integreren in haar lijst voor alle lidstaten.

(2)

De uitvoeringsbepalingen voor de opening en de wijze van beheer van dit invoercontingent moeten worden vastgesteld voor jaarlijkse perioden van 1 juli tot en met 30 juni van het volgende jaar.

(3)

Overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1254/1999 moet de regeling worden beheerd door middel van invoercertificaten. Het is evenwel dienstig dit contingent te beheren door in eerste instantie invoerrechten toe te kennen en in tweede instantie invoercertificaten af te geven, zoals is vastgesteld in artikel 6, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoercontingenten voor landbouwproducten (4). Op die manier kunnen marktdeelnemers met invoerrechten in de loop van de contingentperiode beslissen wanneer zij, rekening houdend met het handelsverkeer, het best invoercertificaten aanvragen. Bij Verordening (EG) nr. 1301/2006 is de geldigheid van certificaten beperkt tot en met de laatste dag van de invoercontingentperiode.

(4)

Er dienen voorschriften betreffende de indiening van de aanvragen en de in de aanvragen en certificaten op te nemen gegevens te worden vastgesteld, zo nodig als aanvulling op of afwijking van sommige bepalingen van Verordening (EG) nr. 1445/95 van de Commissie van 26 juni 1995 houdende uitvoeringsbepalingen voor de invoer- en uitvoercertificatenregeling in de sector rundvlees en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/80 (5) en Verordening (EG) nr. 1291/2000 van de Commissie van 9 juni 2000 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwproducten (6).

(5)

In Verordening (EG) nr. 1301/2006 zijn met name nadere bepalingen inzake het aanvragen van invoerrechten, de status van de aanvragers en de afgifte van invoercertificaten vastgesteld. De bepalingen van die verordening moeten met ingang van 1 juli 2007 worden toegepast op invoercertificaten die op grond van de onderhavige verordening worden afgegeven, onverminderd aanvullende bepalingen die in de onderhavige verordening zijn vastgesteld.

(6)

Om speculatie te voorkomen is het dienstig de in het kader van het contingent beschikbare hoeveelheden ter beschikking te stellen van marktdeelnemers die kunnen aantonen dat zij daadwerkelijk aanzienlijke hoeveelheden invoeren uit derde landen. Daarom en met het oog op een doelmatig beheer dient, in aanmerking genomen dat een partij van 50 dieren als een commercieel rendabele partij mag worden beschouwd, van de betrokken handelaren te worden verlangd dat zij in elke van de twee in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1301/2006 bedoelde referentieperioden ten minste 50 dieren hebben ingevoerd. Om administratieve redenen moet de lidstaten bovendien worden toegestaan gewaarmerkte kopieën van documenten waarin de handel met derde landen wordt aangetoond, te aanvaarden.

(7)

Voorts moet, ter voorkoming van speculatie, worden bepaald dat een zekerheid voor de invoerrechten wordt gesteld, de invoercertificaten niet overdraagbaar zijn en de marktdeelnemers slechts certificaten ontvangen voor de hoeveelheden waarvoor zij invoerrechten hebben gekregen.

(8)

Om de marktdeelnemers te verplichten invoercertificaten aan te vragen voor alle toegewezen invoerrechten, moet worden bepaald dat het indienen van een certificaataanvraag voor de toegewezen hoeveelheden, met betrekking tot de zekerheid voor de invoerrechten, een primaire eis is in de zin van Verordening (EEG) nr. 2220/85 van de Commissie van 22 juli 1985 tot vaststelling van gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake de regeling voor het stellen van zekerheden voor landbouwproducten (7).

(9)

De ervaring toont aan dat voor een deugdelijk beheer van het contingent de titularis van het certificaat een echte importeur moet zijn. Daarom moet worden verlangd dat de importeur actief deelneemt aan de aankoop, het vervoer en de invoer van de betrokken dieren. Overlegging van het bewijs van deze activiteiten moet derhalve als een primaire eis met betrekking tot de certificaatzekerheid worden beschouwd in de zin van Verordening (EEG) nr. 2220/85.

(10)

Voor de toepassing van dit tariefcontingent moet daadwerkelijk worden gecontroleerd of de ingevoerde dieren wel voor de voorgeschreven bestemming worden gebruikt. De dieren moeten daarom worden gemest in de lidstaat die de invoerrechten heeft toegekend.

(11)

Om te waarborgen dat de dieren gedurende ten minste 120 dagen in de vermelde bedrijven worden gemest, moet een zekerheid worden gesteld. Het bedrag van de zekerheid moet op de datum waarop de betrokken dieren in het vrije verkeer worden gebracht, het verschil dekken tussen het recht van het gemeenschappelijk douanetarief en het toe te passen verlaagde recht.

(12)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor rundvlees,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Voor de periode van 1 juli tot en met 30 juni van het volgende jaar (hierna „invoercontingentperiode” genoemd) wordt jaarlijks een tariefcontingent geopend voor de invoer van 24 070 jonge mannelijke runderen van GN-code 0102 90 05, 0102 90 29 of 0102 90 49, bestemd om in de Gemeenschap te worden gemest.

Dit tariefcontingent heeft het volgnummer 09.4005.

2.   Voor het in lid 1 vermelde tariefcontingent geldt een invoerrecht van 16 % ad valorem, vermeerderd met 582 EUR per ton nettogewicht.

Het in de eerste alinea vermelde recht geldt op voorwaarde dat de ingevoerde dieren gedurende ten minste 120 dagen worden gemest in de lidstaat die het invoercertificaat heeft afgegeven.

Artikel 2

1.   Het in artikel 1, lid 1, vermelde contingent wordt beheerd door in eerste instantie invoerrechten toe te kennen en in tweede instantie invoercertificaten af te geven.

2.   De Verordeningen (EG) nr. 1445/95, (EG) nr. 1291/2000 en (EG) nr. 1301/2006 zijn van toepassing, tenzij in de onderhavige verordening anders is bepaald.

Artikel 3

1.   Voor de toepassing van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1301/2006 tonen de aanvragers aan dat zij ten minste 50 dieren van GN-code 0102 90 hebben ingevoerd tijdens elke van de in dat artikel bedoelde referentieperioden en dat zij de commerciële en logistieke verantwoordelijkheid droegen voor de aankoop, het vervoer en het in het vrije verkeer brengen van de betrokken dieren.

Het bewijs van de naleving van deze voorwaarden wordt uitsluitend geleverd aan de hand van:

a)

naar behoren door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkte kopieën van de in artikel 5, lid 1, vermelde documenten;

b)

de originele handelsfactuur of een gewaarmerkte kopie daarvan die aan de titularis is gericht door de verkoper of diens vertegenwoordiger, beiden gevestigd in het derde land van uitvoer, en het bewijs van betaling daarvan door de titularis, of de opening door de titularis van een onherroepelijk documentair krediet ten gunste van de verkoper;

c)

het cognossement, of, in voorkomend geval, het weg- of luchtvervoersdocument voor de betrokken dieren dat op naam van de titularis is gesteld.

2.   Ondernemingen die zijn gevormd door fusie van ondernemingen met elk een referentie-invoer die in overeenstemming is met de in lid 1, eerste alinea, vermelde minimumhoeveelheid, mogen deze referentie-invoer als basis voor hun aanvraag gebruiken.

Artikel 4

1.   Aanvragen voor invoerrechten moeten uiterlijk op 1 juni vóór de betrokken jaarlijkse invoercontingentperiode worden ingediend, uiterlijk om 13.00 uur, Belgische tijd.

2.   Bij het indienen van de invoerrechtenaanvraag wordt bij de bevoegde autoriteit een zekerheid van 3 EUR per dier met betrekking tot de invoerrechten gesteld.

3.   Uiterlijk op de vijfde werkdag na de periode voor indiening van de aanvragen, om 16.00 uur, Belgische tijd, worden de totale aangevraagde hoeveelheden door de lidstaten aan de Commissie meegedeeld.

Artikel 5

1.   De invoerrechten worden toegekend van de zevende tot en met de zestiende werkdag na de in artikel 4, lid 3, bedoelde meldingstermijn.

2.   Indien de toepassing van de in artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1301/2006 bedoelde toewijzingscoëfficiënt ertoe leidt dat minder invoerrechten kunnen worden toegewezen dan werden aangevraagd, wordt de krachtens artikel 4, lid 2, van de onderhavige verordening gestelde zekerheid onverwijld overeenkomstig vrijgegeven.

Artikel 6

1.   De hoeveelheden die in het kader van het in artikel 1, lid 1, vermelde contingent worden gegund, mogen pas na het overleggen van een invoercertificaat in het vrije verkeer worden gebracht.

2.   De invoercertificaataanvraag moet betrekking hebben op de totale toegewezen hoeveelheid. Deze verplichting geldt als een primaire eis in de zin van artikel 20, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2220/85.

Artikel 7

1.   Invoercertificaataanvragen mogen slechts worden ingediend in de lidstaat waar de aanvrager invoerrechten in het kader van het in artikel 1, lid 1, vermelde contingent heeft aangevraagd en gekregen.

Telkens wanneer een invoercertificaat wordt afgegeven, worden de gekregen invoerrechten overeenkomstig verlaagd en de krachtens artikel 4, lid 2, gestelde zekerheid onverwijld overeenkomstig vrijgegeven.

2.   Een invoercertificaat wordt afgegeven op aanvraag en op naam van de marktdeelnemer die de invoerrechten heeft gekregen.

3.   De invoercertificaataanvraag en het invoercertificaat moeten de volgende vermeldingen bevatten:

a)

in vak 8, het land van oorsprong;

b)

in vak 16, één of meer van de volgende GN-codes: 0102 90 05, 0102 90 29 of 0102 90 49;

c)

in vak 20, het volgnummer van het contingent (09.4005) en één van de in bijlage I aangegeven vermeldingen.

Artikel 8

1.   In afwijking van artikel 9, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 zijn de rechten die voortvloeien uit de op grond van de onderhavige verordening afgegeven invoercertificaten, niet overdraagbaar.

2.   Een invoercertificaat wordt slechts afgegeven, indien de marktdeelnemer bij het indienen van zijn aanvraag een zekerheid van 12 EUR per dier heeft gesteld.

3.   In afwijking van titel III, afdeling 4, van Verordening (EG) nr. 1291/2000 wordt de in lid 2 van het onderhavige artikel bedoelde zekerheid niet vrijgegeven tenzij overeenkomstig artikel 3, lid 1, tweede alinea, van de onderhavige verordening het bewijs is geleverd dat de titularis van het certificaat commercieel en logistiek verantwoordelijk is geweest voor de aankoop, het vervoer en het in het vrije verkeer brengen van de betrokken dieren.

Artikel 9

1.   Op het tijdstip van het in het vrije verkeer brengen moet de importeur het bewijs leveren dat:

a)

hij er zich bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat schriftelijk toe verbonden heeft haar binnen een maand mee te delen op welke bedrijven de jonge runderen worden gemest;

b)

hij bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat een zekerheid heeft gesteld waarvan het bedrag voor elke in aanmerking komende GN-code in bijlage II is vastgesteld. Het mesten van de ingevoerde dieren in die lidstaat gedurende ten minste 120 dagen, te rekenen vanaf de dag waarop de aangifte voor het vrije verkeer aanvaard wordt, geldt als primaire eis in de zin van artikel 20, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2220/85.

2.   Behoudens overmacht wordt de in lid 1, onder b), bedoelde zekerheid pas vrijgegeven als aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat het bewijs is geleverd dat de jonge runderen:

a)

op de overeenkomstig lid 1 vermelde bedrijven gemest zijn;

b)

niet binnen 120 dagen na de dag van invoer zijn geslacht, of

c)

binnen die periode om gezondheidsredenen zijn geslacht of als gevolg van een ziekte of een ongeval zijn gestorven.

Nadat dit bewijs is geleverd, wordt de zekerheid onmiddellijk vrijgegeven.

Wanneer de in lid 1, onder a), bedoelde periode niet in acht is genomen, wordt de vrij te geven zekerheid evenwel verminderd met:

15 %, en met

2 % van het resterende bedrag voor elke dag waarmee de termijn is overschreden.

Het niet vrijgegeven bedrag wordt verbeurd.

3.   Als het in lid 2 bedoelde bewijs niet binnen 180 dagen na de dag van invoer wordt geleverd, wordt de zekerheid verbeurd.

Evenwel wordt, indien dat bewijs niet binnen de in de eerste alinea gestelde termijn van 180 dagen is geleverd, maar wordt overgelegd binnen zes maanden na die termijn, het verbeurde bedrag, verminderd met 15 % van het zekerheidsbedrag, terugbetaald.

Artikel 10

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 mei 2007.

Voor de Commissie

Mariann FISCHER BOEL

Lid van de Commissie


(1)  PB L 160 van 26.6.1999, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2005 (PB L 307 van 25.11.2005, blz. 2).

(2)  PB L 124 van 11.5.2006, blz. 15.

(3)  PB L 124 van 11.5.2006, blz. 13.

(4)  PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 289/2007 (PB L 78 van 17.3.2007, blz. 17).

(5)  PB L 143 van 27.6.1995, blz. 35. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1965/2006 (PB L 408 van 30.12.2006, blz. 27).

(6)  PB L 152 van 24.6.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2006 (PB L 365 van 21.12.2006, blz. 52).

(7)  PB L 205 van 3.8.1985, blz. 5. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1913/2006.


BIJLAGE I

In artikel 7, lid 3, onder c), bedoelde vermeldingen

:

in het Bulgaars

:

Живи мъжки животни от рода на едрия рогат добитък с живо тегло ненадвишаващо 300 кг за глава добитък, предназначени за угояване [Регламент (ЕО) № 558/2007]

:

in het Spaans

:

Bovinos machos vivos de peso vivo inferior o igual a 300 kg [Reglamento (CE) no 558/2007]

:

in het Tsjechisch

:

Živí býci s živou váhou nepřevyšující 300 kg na kus, na výkrm (Nařízení (ES) č. 558/2007)

:

in het Deens

:

Levende ungtyre til opfedning, med en levende vægt på ikke over 300 kg pr. dyr (forordning (EF) nr. 558/2007)

:

in het Duits

:

Lebende männliche Rinder mit einem Gewicht von höchstens 300 kg je Tier, zur Mast bestimmt (Verordnung (EG) Nr. 558/2007)

:

in het Ests

:

Elusad isasveised elusmassiga kuni 300 kg, nuumamiseks (määrus (EÜ) nr 558/2007)

:

in het Grieks

:

Ζώντα βοοειδή με βάρος ζώντος που δεν υπερβαίνει τα 300 kg ανά κεφαλή, προς πάχυνση [κανονισμός (ΕΚ) αριθ. 558/2007]

:

in het Engels

:

Live male bovine animals of a live weight not exceeding 300 kg per head, for fattening (Regulation (EC) No 558/2007)

:

in het Frans

:

Bovins mâles vivants d'un poids vif inférieur ou égal à 300 kg par tête, destinés à l'engraissement [règlement (CE) no 558/2007].

:

in het Italiaans

:

Bovini maschi vivi di peso vivo non superiore a 300 kg per capo, destinati all’ingrasso [regolamento (CE) n. 558/2007]

:

in het Lets

:

Jaunbuļļi nobarošanai, kuru dzīvsvars nepārsniedz 300 kg (Regula (EK) Nr. 558/2007)

:

in het Litouws

:

Penėjimui skirti gyvi vyriškos lyties galvijai, kurių vieno gyvasis svoris yra ne didesnis kaip 300 kg (Reglamentas (EB) Nr. 558/2007)

:

in het Hongaars

:

Legfeljebb 300 kg egyedi élőtömegű élő hím szarvasmarhaféle, hizlalás céljára (558/2007/EK rendelet)

:

in het Maltees

:

Annimali bovini ħajjin tas-sess maskil b'piż ħaj li ma jisboqx it-300 kg kull ras, għat-tismin (ir-Regolament (KE) Nru 558/2007)

:

in het Nederlands

:

Levende mannelijke mestrunderen met een gewicht van niet meer dan 300 kg per dier (Verordening (EG) nr. 558/2007)

:

in het Pools

:

Żywe młode byki o żywej wadze nieprzekraczającej 300 kg za sztukę bydła, opasowe (rozporządzenie (WE) nr 558/2007)

:

in het Portugees

:

Bovinos machos vivos com peso vivo inferior ou igual a 300 kg por cabeça, para engorda [Regulamento (CE) n.o 558/2007]

:

in het Roemeens

:

Masculi vii din specia bovină cu o greutate în viu mai mică sau egală cu 300 kg per cap, destinați îngrășării [Regulamentul (CE) nr. 558/2007]

:

in het Slowaaks

:

Živé býčky so živou hmotnosťou do 300 kg na kus, určené pre ďalší výkrm [nariadenie (ES) č. 558/2007]

:

in het Sloveens

:

Živo moško govedo za pitanje, katerega živa teža ne presega 300 kg na glavo (Uredba (ES) št. 558/2007)

:

in het Fins

:

Lihotettaviksi tarkoitettuja eläviä urospuolisia nautaeläimiä, elopaino enintään 300 kg/eläin (asetus (EY) N:o 558/2007)

:

in het Zweeds

:

Levande handjur av nötkreatur som väger högst 300 kg, för gödning (förordning (EG) nr 558/2007)


BIJLAGE II

Zekerheidsbedragen

Mannelijke mestrunderen

(GN-code)

Bedrag per dier (in EUR)

0102 90 05

28

0102 90 29

56

0102 90 49

105


Top