Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32004L0018

Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten

OJ L 134, 30.4.2004, p. 114–240 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 06 Volume 007 P. 132 - 262
Special edition in Estonian: Chapter 06 Volume 007 P. 132 - 262
Special edition in Latvian: Chapter 06 Volume 007 P. 132 - 262
Special edition in Lithuanian: Chapter 06 Volume 007 P. 132 - 262
Special edition in Hungarian Chapter 06 Volume 007 P. 132 - 262
Special edition in Maltese: Chapter 06 Volume 007 P. 132 - 262
Special edition in Polish: Chapter 06 Volume 007 P. 132 - 262
Special edition in Slovak: Chapter 06 Volume 007 P. 132 - 262
Special edition in Slovene: Chapter 06 Volume 007 P. 132 - 262
Special edition in Bulgarian: Chapter 06 Volume 008 P. 116 - 246
Special edition in Romanian: Chapter 06 Volume 008 P. 116 - 246
Special edition in Croatian: Chapter 06 Volume 001 P. 156 - 235

No longer in force, Date of end of validity: 18/04/2016; opgeheven door 32014L0024

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2004/18/oj

30.4.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 134/114


RICHTLIJN 2004/18/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 31 maart 2004

betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten


Gelet op het Verdag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name artikel 47, lid 2, op artikel 55 en op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Gezien het advies van het Comité van de Regio's (3),

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (4), en gezien de gemeenschappelijke tekst die op 9 december 2003 door het Bemiddelingscomité is goedgekeurd,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Naar aanleiding van de nieuwe wijzigingen van Richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening (5), Richtlijn 93/36/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen (6), en Richtlijn 93/37/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken (7) die nodig zijn in antwoord op de vereenvoudigings- en moderniseringseisen, die zowel de aanbestedende diensten als de ondernemers hebben gesteld in hun antwoorden op het door de Commissie op 27 november 1996 aangenomen Groenboek, dient ter wille van de duidelijkheid tot omwerking van deze richtlijnen in één tekst te worden overgegaan. De onderhavige richtlijn is gebaseerd op jurisprudentie van het Hof van Justitie, met name jurisprudentie betreffende de gunningscriteria, die duidelijk maakt welke mogelijkheden de aanbestedende diensten hebben om aan de behoeften van het betreffende publiek te voldoen, o.a. op ecologisch en sociaal gebied, op voorwaarde dat dergelijke criteria verband houden met het voorwerp van de opdracht, de aanbestedende dienst geen onbeperkte keuzevrijheid bieden, uitdrukkelijk zijn vermeld en in overeenstemming zijn met de in overweging 2 genoemde grondbeginselen.

(2)

Bij het plaatsen van overheidsopdrachten die worden afgesloten in de lidstaten voor rekening van de staat, territoriale lichamen en andere publiekrechtelijke instellingen moeten de beginselen van het Verdrag geëerbiedigd worden, met name het vrije verkeer van goederen, vrijheid van vestiging en het vrij verlenen van diensten, alsmede de daarvan afgeleide beginselen, zoals gelijke behandeling, het discriminatieverbod, wederzijdse erkenning, evenredigheid en transparantie. Voor overheidsopdrachten boven een bepaalde waarde is het echter raadzaam om bepalingen voor de coördinatie door de Gemeenschap van de nationale procedures voor de plaatsing van dergelijke opdrachten op te stellen die gebaseerd zijn op die beginselen, om ervoor te zorgen dat zij effect sorteren en daadwerkelijke mededinging op het gebied van overheidsopdrachten te garanderen. Bijgevolg moeten deze coördinatiebepalingen overeenkomstig voornoemde regels en beginselen alsmede overeenkomstig de andere Verdragsregels worden uitgelegd.

(3)

Deze coördinatiebepalingen moeten de in elk van de lidstaten geldende procedures en praktijken zoveel mogelijk eerbiedigen.

(4)

De lidstaten dienen erop toe te zien dat deelname van een publiekrechtelijke instelling als inschrijver op een overheidsopdracht geen concurrentieverstorende gevolgen heeft voor particuliere inschrijvers.

(5)

Overeenkomstig artikel 6 van het Verdrag moeten de eisen inzake milieubescherming geïntegreerd worden in de omschrijving en uitvoering van het beleid en het optreden van de Gemeenschap als bedoeld in artikel 3 van het Verdrag, in het bijzonder met het oog op het bevorderen van duurzame ontwikkeling. Deze richtlijn verduidelijkt derhalve hoe de aanbestedende diensten kunnen bijdragen tot de bescherming van het milieu en de bevordering van duurzame ontwikkeling op een wijze die het mogelijk maakt voor hun opdrachten de beste prijs-kwaliteitverhouding te krijgen.

(6)

Geen enkele bepaling in deze richtlijn dient te beletten dat maatregelen worden voorgeschreven of toegepast die noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare zedelijkheid, orde of veiligheid of het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten, in het bijzonder met het oog op duurzame ontwikkeling, op voorwaarde dat deze maatregelen in overeenstemming zijn met het Verdrag.

(7)

De Raad heeft bij zijn Besluit 94/800/EG van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde (1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten (8) onder meer zijn goedkeuring gehecht aan de WHO-overeenkomst inzake overheidsopdrachten, hierna „Overeenkomst” genoemd, welke ten doel heeft een multilateraal kader van evenwichtige rechten en verplichtingen op het gebied van overheidsopdrachten tot stand te brengen met het oog op een verdere liberalisering en uitbreiding van de wereldhandel.

Gezien de internationale rechten en verplichtingen die voor de Gemeenschap uit de aanvaarding van deze Overeenkomst voortvloeien, gelden voor de inschrijvers en producten uit derde landen die de Overeenkomst hebben ondertekend, de regelingen van de Overeenkomst. Deze Overeenkomst is niet rechtstreeks toepasselijk. De in de Overeenkomst bedoelde aanbestedende diensten die zich aan de onderhavige richtlijn houden en die dezelfde bepalingen toepassen ten aanzien van de ondernemers van derde landen die de Overeenkomst hebben ondertekend, leven op deze manier de Overeenkomst na. Deze coördinatiebepalingen dienen ook voor in de Gemeenschap gevestigde ondernemers even gunstige voorwaarden voor deelneming aan overheidsopdrachten te waarborgen als die welke gelden voor de ondernemers van derde landen die de Overeenkomst hebben ondertekend.

(8)

Alvorens een procedure voor het plaatsen van een overheidsopdracht te starten, mogen de aanbestedende diensten, door gebruik te maken van een „technische dialoog”, advies vragen of aanvaarden dat bij het opstellen van het bestek kan worden gebruikt, op voorwaarde echter dat een dergelijk advies niet tot uitschakeling van de mededinging leidt.

(9)

Gezien de verscheidenheid aan overheidsopdrachten voor werken, moet de aanbestedende dienst kunnen kiezen tussen gescheiden en gemeenschappelijke gunning van opdrachten voor de uitvoering en het ontwerp van werken. Met deze richtlijn wordt niet beoogd om een gemeenschappelijke of een gescheiden gunning voor te schrijven. Het besluit of een gescheiden of een gemeenschappelijke gunning van de opdracht plaatsvindt, dient te worden gebaseerd op kwalitatieve en economische criteria, die in de nationale wetgevingen bepaald kunnen worden.

(10)

Een overeenkomst wordt alleen geacht een overheidsopdracht voor werken te zijn indien zij specifiek betrekking heeft op de in bijlage I bedoelde activiteiten, zelfs indien de overeenkomst andere voor die activiteiten benodigde diensten omvat. Overheidsopdrachten voor diensten, waaronder diensten inzake eigendomsbeheer, kunnen onder bepaalde omstandigheden ook werken omvatten. Indien dergelijke werken ten opzichte van het hoofdvoorwerp van de opdracht van bijkomende aard zijn en daarvan een uitvloeisel zijn of daarop een aanvulling vormen, is het feit dat die werken deel uitmaken van de opdracht echter geen reden om de opdracht als een overheidsopdracht voor werken aan te merken.

(11)

Een communautaire definitie van raamovereenkomsten is nodig, samen met specifieke regels voor de raamovereenkomsten welke worden gesloten met betrekking tot opdrachten die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen. Op grond van deze regels kan een aanbestedende dienst die overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn een raamovereenkomst sluit betreffende, met name, de bekendmaking, de termijnen en de voorwaarden voor de indiening van inschrijvingen, tijdens de looptijd van de raamovereenkomst daarop gebaseerde opdrachten plaatsen door ofwel de voorwaarden in de raamovereenkomst toe te passen, ofwel, indien niet alle voorwaarden vooraf in de raamovereenkomst zijn bepaald, door een nieuwe oproep tot mededinging te doen aan de partijen bij de raamovereenkomst met betrekking tot de nog niet bepaalde voorwaarden. De nieuwe oproep tot mededinging moet voldoen aan bepaalde regels die de vereiste flexibiliteit en de inachtneming van de algemene beginselen, waaronder het beginsel van gelijke behandeling, dienen te waarborgen. Om die redenen moet de looptijd van de raamovereenkomsten worden beperkt en mag hij niet langer zijn dan vier jaar, behalve in door de aanbestedende diensten naar behoren gemotiveerde gevallen.

(12)

Een aantal nieuwe elektronische aankooptechnieken is in voortdurende ontwikkeling. Deze technieken maken het mogelijk de mededinging te verbreden en overheidsbestellingen efficiënter te plaatsen, met name door de besparing van tijd en kosten die het gebruik van deze technieken met zich meebrengt. De aanbestedende diensten kunnen gebruikmaken van elektronische aankooptechnieken mits de bepalingen van deze richtlijn en de beginselen van gelijke behandeling, non-discriminatie en transparantie in acht worden genomen. Daartoe kan de indiening van een inschrijving, met name in geval van een nieuwe oproep tot mededinging in het kader van een raamovereenkomst of de toepassing van een dynamisch aankoopsysteem, de vorm aannemen van de elektronische catalogus van de inschrijver, wanneer deze de door de aanbestedende dienst gekozen communicatiemiddelen gebruikt overeenkomstig artikel 42.

(13)

Gezien de zich snel uitbreidende elektronische aankoopsystemen moeten nu reeds adequate voorschriften worden opgesteld zodat de aanbestedende diensten ten volle profijt kunnen trekken van de mogelijkheden die deze systemen bieden. Met het oog hierop moeten geheel elektronische dynamische aankoopsystemen voor aankopen van leveringen of diensten voor courant gebruik worden gedefinieerd, en moeten er specifieke voorschriften worden vastgesteld voor het opzetten en de werking van dergelijke systemen teneinde een eerlijke behandeling te garanderen van elke ondernemer die eraan deel wenst te nemen. Elke ondernemer die een indicatieve inschrijving indient die voldoet aan het bestek en zelf voldoet aan de selectiecriteria moet van een dergelijk systeem gebruik kunnen maken. Dankzij deze aankooptechniek kunnen de aanbestedende diensten een lijst van reeds geselecteerde inschrijvers opstellen en deze openstellen voor nieuwe inschrijvers, en zo beschikken over een buitengewoon groot scala van inschrijvingen — dankzij de gebruikte elektronische middelen — en er aldus voor zorgen dat de overheidsgelden op basis van een brede concurrentie optimaal benut worden.

(14)

Aangezien het gebruik van de techniek van elektronische veilingen waarschijnlijk zal toenemen, moeten voor dergelijke veilingen een communautaire definitie en specifieke voorschriften worden opgesteld om ervoor te zorgen dat zij volledig in overeenstemming werken met de beginselen van gelijke behandeling, niet-discriminatie en transparantie. Daarom moet in die bepalingen staan dat dergelijke elektronische veilingen alleen gebruikt mogen worden voor opdrachten voor werken, leveringen of diensten waarvan de specificaties nauwkeurig kunnen worden bepaald. Dat kan met name het geval zijn voor terugkerende opdrachten voor leveringen, werken en diensten. Met datzelfde oogmerk het ook mogelijk zijn om in elk stadium van de elektronische veiling de rangorde van de inschrijvingen te bepalen. Het gebruik van elektronische veilingen stelt de aanbestedende diensten in staat de inschrijvers te verzoeken nieuwe, lagere prijsoffertes te doen, en wanneer de opdracht gegund wordt aan de inschrijver met de voordeligste inschrijving kunnen ook andere elementen van de inschrijvers dan de prijs worden verbeterd. Om ervoor te zorgen dat het transparantiebeginsel wordt nageleefd, mogen elektronische veilingen alleen gebruikt worden voor die elementen die elektronisch en zonder tussenkomst en/of beoordeling van de aanbestedende dienst geëvalueerd kunnen worden, d.w.z. alleen kwantificeerbare en in cijfers of percentages uitdrukbare elementen. Daar staat tegenover dat elektronische veilingen niet gebruikt mogen worden voor die elementen van de inschrijvingen waarvoor een beoordeling van niet-kwantificeerbare elementen nodig is. Bijgevolg mogen elektronische veilingen niet gebruikt worden voor bepaalde opdrachten voor werken en bepaalde opdrachten voor diensten die betrekking hebben op intellectuele verrichtingen, zoals het ontwerpen van werken.

(15)

In de lidstaten zijn bepaalde centrale aankooptechnieken ontwikkeld. Verscheidene aanbestedende diensten zijn belast met het verlenen van aankopen of het gunnen van overheidsopdrachten/het sluiten van raamovereenkomsten voor andere aanbestedende diensten. Door de omvang van de aankopen maken deze technieken het mogelijk de mededinging te verbreden en overheidsbestellingen efficiënter te plaatsen. Er moet dus worden voorzien in een communautaire definitie van voor aanbestedende diensten werkende aankoopcentrales. Tevens moeten de voorwaarden worden vastgesteld waaronder aanbestedende diensten die met eerbiediging van het beginsel van non-discriminatie en het gelijkheidsbeginsel via een aankoopcentrale werken, leveringen en/of diensten verwerven, kunnen worden geacht deze richtlijn te hebben nageleefd.

(16)

Teneinde rekening te houden met de bestaande verschillen in de lidstaten moeten zij zelf kunnen kiezen of zij bepalen dat de aanbestedende diensten gebruik kunnen maken van raamovereenkomsten, aankoopcentrales, dynamische aankoopsystemen, elektronische veilingen en concurrentiegerichte dialoog als omschreven en geregeld bij deze richtlijn.

(17)

Het bestaan van een groot aantal drempels voor de toepassing van de coördinatiebepalingen geeft aanleiding tot complicaties voor de aanbestedende diensten. Voorts is het, rekening gehouden met de monetaire unie, wenselijk drempels in euro's vast te stellen. Derhalve dienen de drempels in euro's op zodanige wijze te worden vastgesteld, dat de toepassing van deze bepalingen wordt vereenvoudigd en tegelijkertijd de in de Overeenkomst bepaalde drempels, die in bijzondere trekkingsrechten zijn uitgedrukt, in acht worden genomen. In verband daarmee dient ook te worden voorzien in een periodieke herziening van de in euro uitgedrukte drempels, teneinde deze indien nodig aan te passen naar gelang van de eventuele schommelingen van de waarde van de euro ten opzichte van het bijzondere trekkingsrecht.

(18)

Zowel met het oog op de toepassing van de voorschriften van deze richtlijn als voor controledoeleinden wordt de dienstensector het beste omschreven door de diensten in te delen in categorieën die met bepaalde posten van een gemeenschappelijke nomenclatuur overeenkomen, en deze bijeen te brengen in twee bijlagen, II A en II B, naargelang de regeling die erop van toepassing is. Wat de in bijlage II B bedoelde diensten betreft, mogen de van toepassing zijnde bepalingen in deze richtlijn geen afbreuk doen aan de toepassing van specifieke communautaire voorschriften voor de desbetreffende diensten.

(19)

Wat overheidsopdrachten voor diensten betreft, moet gedurende een overgangsperiode de volledige toepassing van deze richtlijn worden beperkt tot opdrachten waarvoor de bepalingen van deze richtlijn de mogelijkheden tot uitbreiding van het verkeer over de grenzen heen ten volle garanderen. De opdrachten voor andere diensten moeten gedurende deze overgangsperiode worden gevolgd, alvorens wordt besloten deze richtlijn daarop volledig toe te passen. In dit verband dient het controlemechanisme te worden omschreven. Dit mechanisme dient terzelfder tijd de betrokkenen toegang tot de relevante informatie te verzekeren.

(20)

De overheidsopdrachten die door in de sectoren watervoorziening, energievoorziening, vervoer en postdiensten werkzame aanbestedende diensten worden geplaatst en in het kader van deze werkzaamheden passen, vallen onder Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening en vervoer en postdiensten (9). De overheidsopdrachten die door aanbestedende diensten in het kader van hun activiteiten voor de exploitatie van zee-, kust- of riviervervoerdiensten worden geplaatst, dienen echter onder het toepassingsgebied van de onderhavige richtlijn te vallen.

(21)

Gezien de effectieve mededinging op de telecommunicatiemarkt ingevolge de toepassing van de communautaire regelgeving tot liberalisering van deze sector, moeten de desbetreffende overheidsopdrachten van het toepassingsgebied van deze richtlijn worden uitgesloten voorzover zij hoofdzakelijk ten doel hebben de aanbestedende diensten in staat te stellen bepaalde activiteiten in de telecommunicatiesector uit te oefenen. Deze activiteiten worden in overeenstemming met de definities in de artikelen 1, 2 en 8 van Richtlijn 93/38/EEG van de Raad van 14 juni 1993 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie (10) omschreven, zodat deze richtlijn niet van toepassing is op opdrachten die uitgesloten zijn van de werkingssfeer van Richtlijn 93/38/EEG ingevolge artikel 8 daarvan.

(22)

Er dienen bepalingen te worden voorgesteld voor gevallen waarin de maatregelen tot coördinatie van de procedures niet noodzakelijk van toepassing dienen te zijn om redenen die met de staatsveiligheid of staatsgeheimen verband houden of doordat specifieke aanbestedingsvoorschriften van toepassing zijn die uit internationale overeenkomsten voortvloeien en betrekking hebben op de legering van strijdkrachten of eigen zijn aan internationale organisaties.

(23)

Krachtens artikel 163 van het Verdrag is het stimuleren van onderzoek en technologische ontwikkeling één van de middelen om de wetenschappelijke en technologische grondslagen van de industrie van de Gemeenschap te versterken, en het openstellen van overheidsopdrachten voor diensten draagt daartoe bij. Op de medefinanciering van onderzoeksprogramma's heeft deze richtlijn geen betrekking. Derhalve vallen buiten deze richtlijn andere opdrachten voor diensten voor onderzoek en ontwikkeling dan die waarvan de resultaten in hun geheel aan de aanbestedende dienst toekomen voor het gebruik ervan in de uitoefening van zijn eigen werkzaamheden, mits de dienstverlening volledig door de aanbestedende dienst wordt beloond.

(24)

In het kader van diensten, vertonen de opdrachten betreffende de verwerving of de huur van onroerende goederen dan wel betreffende de rechten op deze goederen bijzondere kenmerken, waardoor toepassing van de aanbestedingsvoorschriften niet geschikt is.

(25)

Bij het plaatsen van overheidsopdrachten voor bepaalde audiovisuele diensten in de omroepsector moet rekening kunnen worden gehouden met overwegingen van cultureel en sociaal belang, waardoor toepassing van de aanbestedingsvoorschriften niet geschikt is. Om die redenen is het wenselijk te voorzien in een uitzondering voor overheidsopdrachten voor diensten die betrekking hebben op de aankoop, de ontwikkeling, de productie of de coproductie van gebruiksklaar programmamateriaal en van andere voorbereidende diensten, zoals die betreffende scenario's of de artistieke prestaties die nodig zijn voor de totstandbrenging van het programmamateriaal, alsmede voor opdrachten betreffende de zendtijd. Deze uitzondering dient evenwel niet te gelden voor de levering van het technisch materiaal dat nodig is voor de productie, de coproductie en de uitzending van dat programmamateriaal. Onder uitzending dient te worden verstaan het uitzenden en verspreiden via enig elektronisch netwerk.

(26)

De diensten inzake arbitrage en bemiddeling worden meestal verleend door instanties of personen die worden aangewezen of gekozen op een wijze die niet door aanbestedingsvoorschriften kan worden geregeld.

(27)

Conform de Overeenkomst omvatten de in deze richtlijn bedoelde financiële diensten niet de instrumenten inzake monetair beleid, wisselkoersen, overheidsschuld en beheer van reserves of die van enig ander beleid dat verrichtingen met effecten of andere financiële instrumenten behelst, met name verrichtingen om de aanbestedende diensten van geld of kapitaal te voorzien. Derhalve vallen de opdrachten betreffende de uitgifte, de aankoop, de verkoop of de overdracht van effecten of van andere financiële instrumenten niet binnen het toepassingsgebied. De door centrale banken geleverde diensten zijn eveneens uitgesloten.

(28)

Beroep en werk zijn van fundamenteel belang voor het waarborgen van gelijke kansen voor iedereen en bevorderen de maatschappelijke integratie. In dit verband dragen sociale werkplaatsen en programma's voor beschutte arbeid op doeltreffende wijze bij tot de integratie of herintegratie van gehandicapten op de arbeidsmarkt. Het is echter mogelijk dat het dergelijke werkplaatsen niet lukt om bij normale mededingingsvoorwaarden opdrachten te verwerven. Daarom is het wenselijk te bepalen dat de lidstaten de deelneming aan procedures voor de gunning van opdrachten kunnen voorbehouden aan dergelijke werkplaatsen of de uitvoering ervan voorbehouden in het kader van programma's voor beschermde arbeid.

(29)

De door de aanbestedende diensten opgestelde technische specificaties moeten de openstelling van overheidsopdrachten voor mededinging mogelijk maken; daartoe moet het mogelijk zijn inschrijvingen in te dienen waarin de diversiteit van de technische oplossingen tot uiting komt. Te dien einde moeten enerzijds de technische specificaties kunnen worden opgesteld in termen van prestaties en functionele eisen en moeten anderzijds, bij verwijzing naar de Europese — of bij ontstentenis daarvan naar de nationale — norm, op andere gelijkwaardige oplossingen gebaseerde inschrijvingen door de aanbestedende dienst in overweging worden genomen. Om de gelijkwaardigheid aan te tonen, moeten de inschrijvers elk bewijsmiddel kunnen gebruiken. Overheidsdiensten moeten iedere beslissing dat er geen sprake is van gelijkwaardigheid, kunnen motiveren. Aanbestedende diensten die in de technische specificatie van een bepaalde opdracht milieueisen wensen op te nemen, kunnen de milieukenmerken, zoals een bepaalde productiemethode, en/of het milieueffect van specifieke productgroepen of -diensten voorschrijven. Zij kunnen, zonder dat daartoe een verplichting bestaat, de passende specificaties gebruiken die zijn omschreven in milieukeuren, zoals de Europese milieukeur, (pluri)nationale milieukeuren of een andere milieukeur indien de vereisten voor de keur zijn ontwikkeld en aangenomen op grond van wetenschappelijke gegevens via een proces waaraan de betrokkenen, zoals regeringsinstanties, consumenten, fabrikanten, kleinhandel en milieuorganisaties, kunnen deelnemen en indien de keur toegankelijk en beschikbaar is voor alle betrokken partijen. De aanbestedende diensten moeten, indien mogelijk, technische specificaties vaststellen die rekening houden met toegankelijkheidscriteria voor gehandicapten of een voor alle gebruikers geschikt ontwerp. De technische specificaties moeten duidelijk worden aangegeven, zodat alle inschrijvers weten waarop de door de aanbestedende dienst gestelde eisen betrekking hebben.

(30)

De nadere inlichtingen betreffende de opdracht moeten, zoals in de lidstaten gebruikelijk is, in het bestek voor elke opdracht of in een gelijkwaardig document zijn opgenomen.

(31)

Voor aanbestedende diensten die bijzonder complexe projecten uitvoeren, kan het, zonder dat hen iets valt te verwijten, objectief onmogelijk zijn te bepalen welke middelen aan hun behoeften kunnen voldoen of te beoordelen wat de markt te bieden heeft op het stuk van technische en/of financiële/juridische oplossingen. Dat kan met name het geval zijn bij de uitvoering van omvangrijke geïntegreerde vervoersinfrastructuurprojecten, grote computernetwerken, of projecten met een complexe en gestructureerde financiering waarvan de financiële en juridische onderbouwing niet vooraf kan worden voorgeschreven. Voor zover de toepassing van openbare of niet-openbare procedures de gunning van dergelijke opdrachten niet mogelijk maakt, moet derhalve voorzien worden in een flexibele procedure die de mededinging tussen ondernemers vrijwaart, en tevens rekening houdt met de behoefte van de aanbestedende diensten om met elke gegadigde een dialoog over alle aspecten van de opdracht aan te gaan. Deze procedure mag evenwel niet op zodanige wijze worden aangewend dat de concurrentie wordt beperkt of verstoord, met name door het wijzigen van basiselementen van de inschrijvingen, het opleggen van nieuwe inhoudelijke elementen aan de gekozen inschrijver of het betrekken van een andere, niet als economisch voordeligste aangewezen inschrijver in de procedure.

(32)

Om de toegang van kleine en middelgrote ondernemingen tot overheidsopdrachten te bevorderen, moeten bepalingen over onderaanneming worden opgenomen.

(33)

De voorwaarden voor de uitvoering van een opdracht zijn verenigbaar met deze richtlijn voor zover zij niet rechtstreeks of onrechtstreeks discriminerend zijn en zij in de aankondiging van opdracht of in het bestek worden vermeld. Zij kunnen met name ten doel hebben de beroepsopleiding op de werkplek of de arbeidsparticipatie van moeilijk in het arbeidsproces te integreren personen te bevorderen, de werkloosheid te bestrijden of het milieu te beschermen. Als voorbeeld kan onder andere worden verwezen naar de verplichtingen om voor de uitvoering van de opdracht langdurig werklozen aan te werven of in opleidingsacties voor werklozen of jongeren te voorzien, om inhoudelijk de belangrijkste verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) na te leven indien deze niet in het nationale recht zijn omgezet, en om een groter dan het bij de nationale wetgeving voorgeschreven aantal gehandicapten aan te werven.

(34)

Tijdens de uitvoering van de overheidsopdracht zijn zowel de nationale als de communautaire wetten, regelingen en collectieve overeenkomsten inzake arbeidsvoorwaarden en veiligheid op het werk van kracht, op voorwaarde dat deze regels en hun toepassing in overeenstemming zijn met het Gemeenschapsrecht. Voor grensoverschrijdende situaties, waarbij werknemers van een lidstaat ter verwezenlijking van een overheidsopdracht in een andere lidstaat diensten verlenen, zijn in Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verlenen van diensten (11) de minimumvoorwaarden bepaald waaraan het land van ontvangst ten aanzien van deze ter beschikking gestelde werknemers moet voldoen. Indien het nationaal recht daartoe strekkende bepalingen bevat, kan niet-naleving van die verplichtingen beschouwd worden als een ernstige fout of een delict dat in strijd is met de beroepsgedragsregels van de ondernemer, hetgeen kan leiden tot uitsluiting van deze ondernemer van de aanbestedingsprocedure voor een overheidsopdracht.

(35)

Gezien de nieuwe informatie- en communicatietechnologieën en de vereenvoudigingen die deze voor de bekendmaking van opdrachten en uit het oogpunt van doeltreffendheid en doorzichtigheid van de aanbestedingsprocedures kunnen meebrengen, dienen elektronische middelen te worden gelijkgesteld met de klassieke middelen voor communicatie en informatie-uitwisseling. Het middel en de technologie waarvoor wordt gekozen, moeten zoveel mogelijk met de in de andere lidstaten gebruikte technologieën verenigbaar zijn.

(36)

Voor de ontwikkeling van daadwerkelijke mededinging op het gebied van overheidsopdrachten is het noodzakelijk dat de door de aanbestedende diensten van de lidstaten opgestelde aankondigingen van opdrachten in de Gemeenschap worden bekend gemaakt. Het doel van de in deze aankondigingen gegeven inlichtingen is de ondernemers van de Gemeenschap in staat te stellen uit te maken of de voorgenomen opdrachten hen interesseren. Te dien einde dienen zij afdoende te worden ingelicht over het voorwerp van de opdracht en de bijbehorende voorwaarden. Het is dus van belang te zorgen voor een betere zichtbaarheid van de bekendgemaakte aankondigingen door middel van geschikte instrumenten, zoals de standaardformulieren voor de aankondiging van een opdracht en de Gemeenschappelijke Woordenlijst Overheidsopdrachten (Common Procurement Vocabulary-CPV) vervat in Verordening (EG) nr.2195/2002 van het Europees Parlement en de Raad (12), als referentienomenclatuur voor overheidsopdrachten. Bij niet-openbare procedures heeft de bekendmaking in het bijzonder ten doel de ondernemers van de lidstaten de mogelijkheid te verschaffen hun belangstelling voor de opdrachten te tonen door de aanbestedende diensten te verzoeken hen voor een inschrijving onder de gestelde voorwaarden uit te nodigen.

(37)

Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen (13) en Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (Richtlijn inzake elektronische handel) (14) moeten op de doorgifte van informatie langs elektronische weg in het raam van de onderhavige richtlijn van toepassing zijn. De procedures voor de plaatsing van overheidsopdrachten en de regels voor prijsvragen voor diensten vereisen een hoger niveau van veiligheid en vertrouwelijkheid dan het bij die richtlijnen vereiste niveau. Daarom moeten de middelen voor de elektronische ontvangst van inschrijvingen/verzoeken tot deelneming, alsmede van plannen en ontwerpen, voldoen aan specifieke aanvullende eisen. Te dien einde moet het gebruik van elektronische handtekeningen, met name geavanceerde elektronische handtekeningen, zo veel mogelijk aangemoedigd worden. Voorts kan het bestaan van vrijwillige accreditatieregelingen een gunstig kader vormen voor de verbetering van het niveau van de voor deze middelen verrichte certificatiedienst.

(38)

Door het gebruik van elektronische middelen wordt tijd bespaard. Bijgevolg dienen de minimale termijnen bij gebruik van deze elektronische middelen te worden verkort, op voorwaarde echter dat deze met de op communautair niveau toegepaste wijzen van doorgifte verenigbaar zijn.

(39)

De beoordeling van de geschiktheid van de inschrijvers, in het geval van openbare procedures, en van de gegadigden, in het geval van niet-openbare procedures, procedures van gunning door onderhandelingen met bekendmaking van een aankondiging van een opdracht, en concurrentiegerichte dialoog, alsmede hun selectie, dienen op transparante wijze te geschieden. Daartoe dienen niet-discriminerende criteria te worden aangegeven die de aanbestedende diensten kunnen gebruiken om de mededingers te selecteren, alsmede de middelen die de ondernemers kunnen gebruiken om aan te tonen dat zij aan deze criteria voldoen. Uit dit oogpunt van transparantie dient de aanbestedende dienst gehouden te zijn vanaf de oproep tot mededinging voor een opdracht de selectiecriteria aan te geven die hij voor de selectie zal hanteren, alsmede het niveau van specifieke bekwaamheden dat hij eventueel van ondernemers eist opdat deze tot de aanbestedingsprocedure kunnen worden toegelaten.

(40)

Een aanbestedende dienst kan het aantal gegadigden in niet-openbare procedures, in procedures van gunning door onderhandelingen met bekendmaking van een aankondiging van een opdracht en in de concurrentiegerichte dialoog beperken. Een dergelijke vermindering van het aantal gegadigden moet geschieden op basis van objectieve criteria die in de aankondiging van de opdracht zijn vermeld. Aan die criteria hoeft niet per se een relatief gewicht te worden toegekend. Voor de criteria in verband met de persoonlijke situatie van de ondernemer kan een algemene verwijzing in de aankondiging van de opdracht naar de in artikel 45 opgenomen gevallen volstaan.

(41)

In het kader van de concurrentiegerichte dialoog en de procedures van gunning door onderhandelingen met bekendmaking van een aankondiging van een opdracht, en rekening houdend met de eventueel vereiste flexibiliteit en met de te hoog oplopende kosten die aan deze methodes voor de gunning van overheidsopdrachten verbonden zijn, moeten de aanbestedende diensten kunnen bepalen dat de procedure in opeenvolgende fasen verloopt teneinde geleidelijk, op basis van vooraf aangegeven gunningscriteria, het aantal inschrijvingen waarover zij verder zullen spreken of onderhandelen, te beperken. Voorzover het aantal oplossingen of geschikte gegadigden dat toelaat, moet deze beperking daadwerkelijke mededinging garanderen.

(42)

De communautaire voorschriften inzake de onderlinge erkenning van diploma's, certificaten en andere titels zijn van toepassing wanneer voor deelneming aan een aanbestedingsprocedure of aan een prijsvraag een bepaalde beroepsbekwaamheid wordt geëist.

(43)

Voorkomen moet worden dat overheidsopdrachten worden gegund aan ondernemers die hebben deelgenomen aan een criminele organisatie of die zich schuldig hebben gemaakt aan omkoping of fraude ten nadele van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, of aan het witwassen van geld. De aanbestedende diensten verzoeken in voorkomend geval de gegadigden/inschrijvers om passende documenten en kunnen, in geval van twijfel over de persoonlijke situatie van de gegadigden/inschrijvers, de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat om medewerking verzoeken. Zulke ondernemers moeten worden uitgesloten zodra de aanbestedende dienst kennis heeft van een overeenkomstig het nationale recht uitgesproken en in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing met betrekking tot dergelijke strafbare feiten. De niet-naleving van de milieuwetgeving of van de wetgeving inzake overheidsopdrachten, ten aanzien waarvan een onherroepelijk vonnis of een beslissing met vergelijkbare werking wegens onwettige afspraken is uitgesproken, kan als een delict dat in strijd is met de beroepsgedragsregels van de ondernemer of als een ernstige fout worden beschouwd, indien het nationale recht daartoe strekkende bepalingen bevat.

De niet-naleving van nationale bepalingen tot uitvoering van Richtlijnen 2000/78/EG (15) en 76/207/EEG (16) van de Raad betreffende de gelijke behandeling van werknemers, ten aanzien waarvan een onherroepelijk vonnis of een beslissing met vergelijkbare werking is uitgesproken, kan als een delict dat in strijd is met de beroepsgedragsregels van de ondernemer of als een ernstige fout worden beschouwd.

(44)

In bepaalde gevallen waarin de aard van de werken en/of de diensten de toepassing van milieubeheermaatregelen of -systemen bij de uitvoering van de overheidsopdracht rechtvaardigt, kan de toepassing van dergelijke maatregelen of systemen verlangd worden. Ongeacht of deze milieubeheersystemen overeenkomstig de communautaire instrumenten, waaronder Verordening (EG) nr. 761/2002 (17) (EMAS) geregistreerd zijn, kunnen zij uitwijzen of een ondernemer over de technische capaciteit beschikt om de opdracht uit te voeren. Voorts dient een beschrijving van de maatregelen die de ondernemer toepast om hetzelfde milieubeschermingsniveau te waarborgen, als alternatief bewijs aanvaard te worden in plaats van de geregistreerde milieubeheersystemen.

(45)

Deze richtlijn bepaalt dat de lidstaten officiële lijsten van aannemers, leveranciers en dienstverleners of een erkenning door openbare of particuliere organen kunnen invoeren, en welke gevolgen de opneming op een dergelijke lijst of een dergelijke erkenning heeft in het kader van een aanbestedingsprocedure voor overheidsopdrachten in een andere lidstaat. Met betrekking tot de officiële lijsten van erkende ondernemers is het van belang rekening te houden met de jurisprudentie van het Hof van Justitie wanneer een ondernemer die deel uitmaakt van een groep zich in zijn verzoek tot inschrijving beroept op de economische, financiële of technische capaciteiten van andere ondernemingen van de groep. In dat geval moet de ondernemer bewijzen dat hij gedurende de totale looptijd van zijn inschrijving daadwerkelijk over deze middelen beschikt. Met het oog op deze inschrijving kan een lidstaat in dat geval een aantal vereisten formuleren waaraan voldaan moet worden, met name bijvoorbeeld, wanneer deze ondernemer zich beroept op de financiële capaciteit van een andere onderneming van de groep, de — indien nodig solidaire — betrokkenheid van laatstgenoemde onderneming.

(46)

De gunning van de opdracht dient te geschieden op basis van objectieve criteria waarbij het discriminatieverbod en de beginselen van transparantie en gelijke behandeling in acht worden genomen en de beoordeling van de inschrijvingen onder voorwaarden van daadwerkelijke mededinging wordt gewaarborgd. Derhalve mogen slechts twee gunningscriteria worden toegepast, namelijk het criterium van de „laagste prijs” en het criterium van de „economisch voordeligste inschrijving”.

Teneinde de inachtneming van het beginsel van gelijke behandeling bij de gunning van opdrachten te waarborgen, moet worden voorzien in de door de jurisprudentie bevestigde verplichting om de nodige transparantie te garanderen teneinde iedere inschrijver de mogelijkheid te bieden redelijkerwijs kennis te nemen van de criteria en de nadere regelingen die zullen worden toegepast ter bepaling van de economisch voordeligste inschrijving. Daarom dienen de aanbestedende diensten tijdig de gunningscriteria en het relatieve gewicht van elk van deze criteria aan te geven zodat de ondernemers er bij de opstelling van hun inschrijving kennis van hebben. De aanbestedende diensten kunnen in naar behoren gemotiveerde gevallen die zij moeten kunnen toelichten, afzien van de vermelding van het relatieve gewicht van de gunningscriteria, wanneer dat relatieve gewicht niet vooraf kan worden bepaald, met name wegens de complexiteit van de opdracht. In die gevallen moeten zij de criteria in dalende volgorde van belangrijkheid vermelden.

Wanneer de aanbestedende diensten besluiten om de opdracht te gunnen aan de economisch voordeligste inschrijving, gaan zij na welke inschrijving de beste prijs-kwaliteitverhouding biedt. Daartoe stellen zij economische en kwalitatieve criteria vast, die het over het geheel genomen mogelijk maken om de voor de aanbestedende dienst economisch voordeligste inschrijving te bepalen. Bij de vaststelling van deze criteria wordt rekening gehouden met het voorwerp van de opdracht, aangezien de criteria het mogelijk moeten maken het prestatieniveau van iedere inschrijving in verhouding tot het in de technische specificaties omschreven voorwerp van de opdracht te beoordelen, en de prijs-kwaliteitverhouding van iedere inschrijving te bepalen.

Met het oog op het waarborgen van een gelijke behandeling moeten de gunningscriteria de mogelijkheid bieden de inschrijvingen te vergelijken en op een objectieve manier te beoordelen. Indien deze voorwaarden zijn vervuld, bieden economische en kwalitatieve gunningscriteria, bijvoorbeeld criteria betreffende de vervulling van milieueisen, de aanbestedende diensten de mogelijkheid om tegemoet te komen aan de in de specificaties voor de opdracht vermelde behoeften van het betrokken openbare lichaam. Onder dezelfde voorwaarden kan een aanbestedende dienst criteria gebruiken die ertoe strekken te voldoen aan sociale eisen, waardoor met name tegemoet wordt gekomen aan de — in de specificaties voor de opdracht vermelde — behoeften van bijzonder kansarme bevolkingsgroepen waartoe de begunstigden/gebruikers van de werken, leveringen of diensten welke het voorwerp van de opdracht zijn, behoren.

(47)

Bij overheidsopdrachten voor diensten mogen de gunningscriteria geen afbreuk doen aan de toepassing van nationale bepalingen betreffende de beloning van bepaalde diensten, zoals bijvoorbeeld de beloningen van architecten, ingenieurs of advocaten, en, wanneer het om overheidsopdrachten voor leveringen gaat, aan de toepassing van nationale bepalingen die een vaste prijs voor schoolboeken vastleggen.

(48)

Bepaalde technische voorwaarden, met name die betreffende de aankondigingen en de statistische overzichten alsmede de gebruikte nomenclatuur en de voorwaarden voor verwijzing naar deze nomenclatuur, dienen in het licht van de ontwikkeling van de technische behoeften te worden vastgesteld en gewijzigd. De lijsten van de in de bijlagen bedoelde aanbestedende diensten moeten ook worden bijgewerkt. Het is dus wenselijk daarvoor een soepele en snelle vaststellingsprocedure vast te stellen.

(49)

De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen dienen te worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (18).

(50)

Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden (19) dient van toepassing te zijn op de berekening van de in deze richtlijn bedoelde termijnen.

(51)

Deze richtlijn mag geen afbreuk doen aan de verplichtingen van de lidstaten betreffende de in bijlage XI aangegeven termijnen voor de omzetting en de toepassing van Richtlijn 92/50/EEG, Richtlijn 93/36/EEG en Richtlijn 93/37/EEG,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

INHOUD

TITEL I

Definities en algemene beginselen

Artikel 1

Definities

Artikel 2

Beginselen van het plaatsen van overheidsopdrachten

Artikel 3

Toekenning van bijzondere of exclusieve rechten: non-discriminatieclausule

TITEL II

Op overheidsopdrachten toepasselijke voorschriften

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 4

Ondernemers

Artikel 5

Voorwaarden in verband met in het kader van de Wereldhandelsorganisatie gesloten overeenkomsten

Artikel 6

Vertrouwelijkheid

HOOFDSTUK II

Toepassingsgebied

AFDELING 1 - Drempels

Artikel 7

Drempelbedragen voor overheidsopdrachten

Artikel 8

Voor meer dan 50% door aanbestedende diensten gesubsidieerde opdrachten

Artikel 9

Methoden voor de berekening van de geraamde waarde van overheidsopdrachten, raamovereenkomsten en dynamische systemen

AFDELING 2 - Specifieke situaties

Artikel 10

Opdrachten op het gebied van defensie

Artikel 11

Door aankoopcentrales geplaatste overheidsopdrachten en raamovereenkomsten

AFDELING 3 - Uitgesloten opdrachten

Artikel 12

Opdrachten geplaatst in de sectoren watervoorziening, energievoorziening, vervoer en postdiensten

Artikel 13

Specifieke uitsluitingen op het gebied van telecommunicatie

Artikel 14

Geheime opdrachten of opdrachten die bijzondere veiligheidsmaatregelen vereisen

Artikel 15

Op grond van internationale voorschriften geplaatste opdrachten

Artikel 16

Specifieke uitsluitingen

Artikel 17

Concessieovereenkomsten voor diensten

Artikel 18

Op basis van een alleenrecht gegunde opdrachten voor diensten

AFDELING 4 - Bijzondere regeling

Artikel 19

Voorbehouden opdrachten

HOOFDSTUK III

Op overheidsopdrachten voor diensten toepasselijke regelingen

Artikel 20

Opdrachten voor in bijlage II A vermelde diensten

Artikel 21

Opdrachten voor in bijlage II B vermelde diensten

Artikel 22

Gemengde opdrachten voor zowel in bijlage II A als in bijlage II B vermelde diensten

HOOFDSTUK IV

Bijzondere voorschriften betreffende het bestek en de aanbestedingsstukken

Artikel 23

Technische specificaties

Artikel 24

Varianten

Artikel 25

Onderaanneming

Artikel 26

Voorwaarden waaronder de opdracht wordt uitgevoerd

Artikel 27

Verplichtingen ten aanzien van de bepalingen inzake belastingen, milieubescherming, arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden

HOOFDSTUK V

Procedures

Artikel 28

Toepassing van openbare en niet-openbare procedures, van procedures van gunning door onderhandelingen en van de concurrentiegerichte dialoog

Artikel 29

Concurrentiegerichte dialoog

Artikel 30

Gevallen waarin de toepassing van de procedure van gunning door onderhandelingen met bekendmaking van een aankondiging van een opdracht gerechtvaardigd is

Artikel 31

Gevallen waarin de toepassing van de procedure van gunning door onderhandelingen zonder bekendmaking van een aankondiging van opdracht gerechtvaardigd is

Artikel 32

Raamovereenkomsten

Artikel 33

Dynamische aankoopsystemen

Artikel 34

Overheidsopdrachten voor werken: bijzondere voorschriften betreffende de bouw van sociale woningen

HOOFDSTUK VI

Regels voor bekendmaking en transparantie

AFDELING I - Bekendmaking van de aankondigingen

Artikel 35

Aankondigingen

Artikel 36

Opmaak en wijze van bekendmaking van aankondigingen

Artikel 37

Niet-verplichte bekendmaking

AFDELING 2 - Termijnen

Artikel 38

Termijnen voor de ontvangst van de verzoeken tot deelneming en de ontvangst van de inschrijvingen

Artikel 39

Openbare procedures: bestek, stukken en nadere inlichtingen

AFDELING 3 - Inhoud en verzendingswijze van de informatie

Artikel 40

Uitnodigingen tot inschrijving, tot deelneming aan de dialoog of tot onderhandelingen

Artikel 41

Informatieverstrekking aan gegadigden en inschrijvers

AFDELING 4 - Communicatiemiddelen

Artikel 42

Regels betreffende de communicatiemiddelen

AFDELING 5 - Processen-verbaal

Artikel 43

Inhoud van de processen-verbaal

HOOFDSTUK VII

Verloop van de procedure

AFDELING 1 - Algemene bepalingen

Artikel 44

Controle van de geschiktheid en selectie van de deelnemers, en gunning van de opdrachten

AFDELING 2 - Kwalitatieve selectiecriteria

Artikel 45

Persoonlijke situatie van de gegadigde of inschrijver

Artikel 46

Bevoegdheid de beroepsactiviteit uit te oefenen

Artikel 47

Economische en financiële draagkracht

Artikel 48

Technische bekwaamheid en/of beroepsbekwaamheid

Artikel 49

Kwaliteitsnormen

Artikel 50

Normen inzake milieubeheer

Artikel 51

Aanvullende documentatie en inlichtingen

Artikel 52

Officiële lijsten van erkende ondernemingen en certificering door publiekrechtelijke of privaatrechtelijke instellingen

AFDELING 3 - Gunning van de opdracht

Artikel 53

Gunningscriteria

Artikel 54

Gebruik van elektronische veilingen

Artikel 55

Abnormaal lage inschrijvingen

TITEL III

Regels op het gebied van concessieovereenkomsten voor openbare werken

HOOFDSTUK I

Op concessieovereenkomsten voor openbare werken toepasselijke regels

Artikel 56

Toepassingsgebied

Artikel 57

Uitsluitingen van het toepassingsgebied

Artikel 58

Bekendmaking van de aankondiging betreffende concessieovereenkomsten voor openbare werken

Artikel 59

Termijn

Artikel 60

Onderaanneming

Artikel 61

Gunning van aanvullende werken aan de concessiehouder

HOOFDSTUK II

Regels voor de plaatsing van opdrachten door concessiehouders die zelf aanbestedende dienst zijn

Artikel 62

Regels

HOOFDSTUK III

Regels voor de plaatsing van opdrachten door concessiehouders die zelf geen aanbestedende dienst zijn

Artikel 63

Regels voor de bekendmaking: drempel en uitzonderingen

Artikel 64

Bekendmaking van de aankondiging

Artikel 65

Termijnen voor de ontvangst van verzoeken tot deelneming en de ontvangst van inschrijvingen

TITEL IV

Regels voor prijsvragen op het gebied van diensten

Artikel 66

Algemene bepalingen

Artikel 67

Toepassingsgebied

Artikel 68

Uitsluitingen van het toepassingsgebied

Artikel 69

Aankondigingen

Artikel 70

Opmaak en wijze van bekendmaking van aankondigingen betreffende prijsvragen

Artikel 71

Communicatiemiddelen

Artikel 72

Selectie van deelnemers

Artikel 73

Samenstelling van de jury

Artikel 74

Beslissingen van de jury

TITEL V

Statistische verplichtingen, uitvoeringsbevoegdheden en slotbepalingen

Artikel 75

Statistische verplichtingen

Artikel 76

Inhoud van het statistische overzicht

Artikel 77

Het Raadgevend Comité

Artikel 78

Herziening van de drempels

Artikel 79

Wijzigingen

Artikel 80

Uitvoering

Artikel 81

Controlemechanismen

Artikel 82

Intrekkingen

Artikel 83

Inwerkingtreding

Artikel 84

Adressaten

BIJLAGEN

Bijlage I

Lijst van werkzaamheden in de zin van artikel 1, lid 2, punt b)

Bijlage II

Diensten in de zin van artikel 1, lid 2, punt d)

Bijlage II A

 

Bijlage II B

 

Bijlage III

Lijst van instellingen en categorieën van publiekrechtelijke instellingen, bedoeld in artikel 1, lid 9, tweede alinea

Bijlage IV

Centrale overheidsinstanties

Bijlage V

Lijst van in artikel 7 bedoelde producten, wat betreft overheidsopdrachten van aanbestedende diensten op het gebied van de defensie

Bijlage VI

Definitie van enkele technische specificaties

Bijlage VII

Inlichtingen die in aankondigingen moeten worden opgenomen

Bijlage VII A

Inlichtingen die in aankondigingen van overheidsopdrachten moeten worden opgenomen

Bijlage VII B

Inlichtingen die in aankondigingen betreffende concessieovereenkomsten voor openbare werken moeten worden opgenomen

Bijlage VII C

Inlichtingen die moeten worden opgenomen in aankondigingen van opdrachten van de concessiehouder van werken die zelf geen aanbestedende dienst is

Bijlage VII D

Inlichtingen die in aankondigingen betreffende prijsvragen voor diensten moeten worden opgenomen

Bijlage VIII

Specificaties betreffende de bekendmaking

Bijlage IX

Registers

Bijlage IX A

Overheidsopdrachten voor werken

Bijlage IX B

Overheidsopdrachten voor leveringen

Bijlage IX C

Overheidsopdrachten voor diensten

Bijlage X

Eisen ten aanzien van middelen voor de elektronische ontvangst van inschrijvingen/verzoeken tot deelneming of plannen en ontwerpen bij prijsvragen

Bijlage XI

Termijnen voor omzetting en toepassing (artikel 80)

Bijlage XII

Concordantietabel

TITEL I

DEFINITIES EN ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 1

Definities

1.   Voor de toepassing van deze richtlijn gelden de definities in de leden 2 tot en met 15:

2.

a)

„Overheidsopdrachten” zijn schriftelijke overeenkomsten onder bezwarende titel die tussen een of meer ondernemers en een of meer aanbestedende diensten zijn gesloten en betrekking hebben op de uitvoering van werken, de levering van producten of de verlening van diensten in de zin van deze richtlijn.

b)

„Overheidsopdrachten voor werken” zijn overheidsopdrachten die betrekking hebben op hetzij de uitvoering, hetzij zowel het ontwerp als de uitvoering van werken in het kader van een van de in bijlage I vermelde werkzaamheden of van een werk, dan wel het laten uitvoeren met welke middelen dan ook van een werk dat aan de door de aanbestedende dienst vastgestelde eisen voldoet. Een „werk” is het product van een geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen.

c)

„Overheidsopdrachten voor leveringen” zijn andere dan de onder b) bedoelde overheidsopdrachten die betrekking hebben op de aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie, van producten.

Een overheidsopdracht die betrekking heeft op de levering van producten en in bijkomende orde op werkzaamheden voor het aanbrengen en installeren wordt beschouwd als een „overheidsopdracht voor leveringen”.

d)

„Overheidsopdrachten voor diensten” zijn andere overheidsopdrachten dan overheidsopdrachten voor werken of leveringen, die betrekking hebben op het verrichten van de in bijlage II bedoelde diensten.

Een overheidsopdracht die zowel op producten als op diensten in de zin van bijlage II betrekking heeft, wordt als een „overheidsopdracht voor diensten” beschouwd indien de waarde van de desbetreffende diensten hoger is dan die van de in de opdracht opgenomen producten.

Een overheidsopdracht die op de in bijlage II bedoelde diensten betrekking heeft en slechts bijkomstig ten opzichte van het hoofdvoorwerp van de opdracht werkzaamheden als bedoeld in bijlage I omvat, wordt als een overheidsopdracht voor diensten beschouwd.

3.   De „concessieovereenkomst voor openbare werken” is een overeenkomst met dezelfde kenmerken als een overheidsopdracht voor werken, met uitzondering van het feit dat de tegenprestatie voor de uit te voeren werken bestaat hetzij uit uitsluitend het recht het werk te exploiteren, hetzij uit dit recht, gepaard gaande met een prijs.

4.   De „concessieovereenkomst voor diensten” is een overeenkomst met dezelfde kenmerken als een overheidsopdracht voor diensten met uitzondering van het feit dat de tegenprestatie voor de te verlenen diensten bestaat hetzij uit uitsluitend het recht de dienst te exploiteren, hetzij uit dit recht, gepaard gaande met een prijs.

5.   Een „raamovereenkomst” is een overeenkomst tussen een of meer aanbestedende diensten en een of meer ondernemers met het doel gedurende een bepaalde periode de voorwaarden inzake te plaatsen opdrachten vast te leggen, met name wat betreft de prijs en, in voorkomend geval, de beoogde hoeveelheid.

6.   Een „dynamisch aankoopsysteem” is een geheel elektronisch proces voor aankopen voor courant gebruik, met algemeen op de markt beschikbare kenmerken die overeenkomen met de behoeften van de aanbestedende dienst, beperkt in de tijd en gedurende de gehele looptijd open voor elke ondernemer die voldoet aan de selectiecriteria en die overeenkomstig de eisen van het bestek een indicatieve inschrijving heeft ingediend.

7.   Een „elektronische veiling” is een zich herhalend proces langs elektronische weg voor de presentatie van nieuwe, verlaagde prijzen, en/of van nieuwe waardenvoor bepaalde elementen van de inschrijvingen, dat plaatsvindt na de eerste volledige beoordeling van de inschrijvingen en dat hun klassering op basis van elektronische verwerking mogelijk maakt.

Dit proces mag derhalve niet worden aangewend voor de aanbesteding van bepaalde werken of diensten voor intellectuele prestaties, zoals het ontwerpen van bouwwerken.

8.   De termen „aannemer”, „leverancier” of „dienstverlener” omvatten elke natuurlijke of rechtspersoon of elk openbaar lichaam of elke combinatie van deze personen en/of lichamen die respectievelijk de uitvoering van werken en/of werkzaamheden van producten of diensten op de markt aanbiedt.

De term „ondernemer” dekt zowel de termen „aannemer”, „leverancier” als „dienstverlener”. De term „ondernemer” wordt louter ter vereenvoudiging van de tekst gebruikt.

De ondernemer die een inschrijving heeft ingediend, wordt „inschrijver” genoemd. Degene die heeft verzocht om een uitnodiging tot deelneming aan een niet-openbare procedure of aan een procedure van gunning door onderhandelingen of aan een concurrentiegerichte dialoog, wordt „gegadigde” genoemd.

9.   Als „aanbestedende diensten” worden aangemerkt de staat, de territoriale lichamen, publiekrechtelijke instellingen en verenigingen gevormd door een of meer van deze lichamen of een of meer van deze publiekrechtelijke instellingen.

Onder „publiekrechtelijke instelling” wordt iedere instelling verstaan

a)

die is opgericht met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn,

b)

die rechtspersoonlijkheid bezit, en

c)

waarvan ofwel de activiteiten in hoofdzaak door de staat, de territoriale lichamen of andere publiekrechtelijke instellingen worden gefinancierd, ofwel het beheer onderworpen is aan toezicht door deze laatste, ofwel de leden van het bestuursorgaan, het leidinggevend of het toezichthoudend orgaan voor meer dan de helft door de staat, de territoriale lichamen of andere publiekrechtelijke instellingen zijn aangewezen.

De niet-limitatieve lijsten van de publiekrechtelijke instellingen en van de categorieën publiekrechtelijke instellingen die aan de in de tweede alinea onder a), b) en c), genoemde criteria voldoen, zijn in bijlage III opgenomen. Daartoe stellen de lidstaten de Commissie op gezette tijden in kennis van de in hun lijsten opgetreden wijzigingen.

10.   Een „aankoopcentrale” is een aanbestedende dienst die:

voor aanbestedende diensten bestemde leveringen en/of diensten verwerft of

overheidsopdrachten gunt of raamovereenkomsten sluit met betrekking tot voor aanbestedende diensten bestemde werken, leveringen of diensten.

11.

(a)

„Openbare procedures” zijn de procedures waarbij alle belangstellende ondernemers mogen inschrijven.

(b)

„Niet-openbare procedures” zijn de procedures waaraan alle ondernemers mogen verzoeken deel te nemen, maar waarbij alleen de door de aanbestedende dienst aangezochte ondernemers mogen inschrijven.

(c)

De „concurrentiegerichte dialoog” is een procedure waaraan alle ondernemers mogen verzoeken deel te nemen en waarbij de aanbestedende dienst een dialoog voert met de tot de procedure toegelaten gegadigden, ten einde een of meer oplossingen te zoeken die aan de behoeften van de aanbestedende dienst beantwoorden en op grond waarvan de geselecteerde gegadigden zullen worden uitgenodigd om in te schrijven.

Voor de in de eerste alinea bedoelde procedure wordt een overheidsopdracht als „bijzonder complex” aangemerkt als de aanbestedende diensten

objectief gezien niet in staat zijn de technische middelen overeenkomstig artikel 23, lid 3, onder b), c) of d) te bepalen waarmee aan hun behoeften of doel kan worden tegemoet gekomen, en/of

objectief niet in staat zijn de juridische en/of financiële voorwaarden van een project te specificeren.

(d)

„Procedures van gunning door onderhandelingen” zijn de procedures waarbij de aanbestedende dienst met door hem gekozen ondernemers overleg pleegt en door onderhandelingen met een of meer van hen de contractuele voorwaarden vaststelt.

(e)

„Prijsvragen” zijn de procedures die tot doel hebben de aanbestedende dienst, in het bijzonder op het gebied van ruimtelijke ordening, stadsplanning, architectuur en weg- en waterbouw, of op het gebied van automatische gegevensverwerking, een plan of ontwerp te verschaffen dat op basis van mededinging door een jury wordt geselecteerd, al dan niet met toekenning van prijzen.

12.   De term „schriftelijk” staat voor elk uit woorden of cijfers bestaand geheel dat kan worden gelezen, gereproduceerd en vervolgens medegedeeld. Dit geheel kan met elektronische middelen overgebrachte of opgeslagen informatie bevatten.

13.   Onder „elektronisch middel” wordt een middel verstaan waarbij gebruik wordt gemaakt van elektronische apparatuur voor gegevensverwerking (met inbegrip van digitale compressie) en gegevensopslag, alsmede van verspreiding, overbrenging en ontvangst door middel van draden, straalverbindingen, optische middelen of andere elektromagnetische middelen.

14.   De „Gemeenschappelijke Woordenlijst Overheidsopdrachten”, hierna CPV (Common Procurement Vocabulary) genoemd, verwijst naar de op overheidsopdrachten toepasselijke referentienomenclatuur als vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2195/2002, en zorgt voor overeenstemming met de overige bestaande nomenclaturen.

In geval van uiteenlopende interpretaties betreffende het toepassingsgebied van deze richtlijn als gevolg van mogelijke discrepanties tussen de CPV-nomenclatuur en de in bijlage I bedoelde NACE-nomenclatuur, of tussen de CPV-nomenclatuur en de in bijlage II bedoelde nomenclatuur van de centrale productclassificatie (CPC) (voorlopige versie), zijn respectievelijk de NACE-nomenclatuur of de CPC-nomenclatuur van toepassing.

15.   Voor de toepassing van artikel 13, artikel 57, onder a), en artikel 68, onder b), wordt verstaan onder:

a)

„openbaar telecommunicatienet”: de openbare telecommunicatie-infrastructuur waarmee signalen tussen bepaalde eindstations van het net kunnen worden overgebracht door middel van draden, straalverbindingen, optische middelen of andere elektromagnetische middelen;

b)

„eindstation van het net”: het geheel van materiële verbindingen en van technische toegangsspecificaties die deel uitmaken van het openbare telecommunicatienet en die nodig zijn om toegang tot dit openbare net te krijgen en met behulp daarvan doeltreffend te communiceren;

c)

„openbare telecommunicatiediensten”: telecommunicatiediensten waarvan de lidstaten het aanbod met name aan een of meer telecommunicatieorganisaties specifiek hebben opgedragen;

d)

„telecommunicatiediensten”: diensten die geheel of gedeeltelijk bestaan in het overbrengen en doorgeven van signalen op het openbare telecommunicatienet door middel van telecommunicatieprocédés, met uitzondering van radio-omroep en televisie.

Artikel 2

Beginselen van het plaatsen van overheidsopdrachten

Aanbestedende diensten behandelen ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze en betrachten transparantie in hun handelen.

Artikel 3

Toekenning van bijzondere of exclusieve rechten: non-discriminatieclausule

Wanneer een aanbestedende dienst aan een lichaam dat zelf geen aanbestedende dienst is, bijzondere of uitsluitende rechten verleent om openbare diensten te verlenen, wordt in de akte waarbij deze rechten worden verleend, bepaald dat dit lichaam, bij de opdrachten voor leveringen die het in het kader van deze activiteit bij derden plaatst, het beginsel van niet-discriminatie op grond van de nationaliteit moet naleven.

TITEL II

OP OVERHEIDSOPDRACHTEN TOEPASSELIJKE VOORSCHRIFTEN

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 4

Ondernemers

1.   Gegadigden of inschrijvers die krachtens de wetgeving van de lidstaat waarin zij zijn gevestigd, gerechtigd zijn de verrichting in kwestie uit te voeren, mogen niet worden afgewezen louter op grond van het feit dat zij krachtens de wetgeving van de lidstaat waarin de opdracht wordt gegund, hetzij een natuurlijke persoon, hetzij een rechtspersoon zouden moeten zijn.

Voor overheidsopdrachten voor diensten en werken alsmede voor overheidsopdrachten voor leveringen die bijkomende diensten en/of werkzaamheden voor aanbrengen en installeren inhouden, kan van rechtspersonen echter worden verlangd dat zij in de inschrijving of in het verzoek tot deelneming de namen en de beroepskwalificaties vermelden van de personen die met de uitvoering van de verrichting worden belast.

2.   Combinaties van ondernemers mogen inschrijven of zich als gegadigde opgeven. Voor de indiening van een inschrijving of een verzoek tot deelneming kan de aanbestedende dienst van de combinaties van ondernemers niet verlangen dat zij een bepaalde rechtsvorm zouden hebben, maar van de combinatie waaraan de opdracht wordt gegund kan wel worden geëist dat zij een bepaalde rechtsvorm zal aannemen, mits dit voor de goede uitvoering van de opdracht nodig is.

Artikel 5

Voorwaarden in verband met in het kader van de Wereldhandelsorganisatie gesloten overeenkomsten

Bij het plaatsen van overheidsopdrachten door de aanbestedende diensten passen de lidstaten in hun onderlinge betrekkingen even gunstige voorwaarden toe als die welke zij bij de tenuitvoerlegging van de in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde gesloten Overeenkomst inzake overheidsopdrachten, hierna „de Overeenkomst” genoemd, op ondernemers van derde landen toepassen. Te dien einde raadplegen de lidstaten elkaar in het kader van het in artikel 77 bedoelde Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten over de uit hoofde van de Overeenkomst te treffen maatregelen.

Artikel 6

Vertrouwelijkheid

Onverminderd het bepaalde in deze richtlijn, — Artikel 6, met name in artikel 35, lid 4 en artikel 41 over de plichten inzake de bekendmaking van gegunde overheidsopdrachten en informatieverstekking aan gegadigden en inschrijvers —, en met inachtneming van de nationale wetgeving waaronder hij valt, maakt een aanbestedende dienst de informatie die hem door een economisch subject als vertrouwelijk is verstrekt niet bekend; hieronder vallen met name fabrieks- of bedrijfsgeheimen en de vertrouwelijke aspecten van de inschrijvingen.

HOOFDSTUK II

Toepassingsgebied

Afdeling 1

Drempels

Artikel 7

Drempelbedragen voor overheidsopdrachten

Deze richtlijn is van toepassing op overheidsopdrachten die niet op grond van de in de artikelen 10 en 11 bepaalde uitzondering en de artikelen 12 tot en met 18 zijn uitgesloten en waarvan de geraamde waarde exclusief belasting over de toegevoegde waarde (BTW) gelijk is aan of groter dan de volgende drempelbedragen:

a)

EUR 162 000 voor andere dan de onder punt b), derde streepje, bedoelde overheidsopdrachten voor leveringen en voor diensten geplaatst door aanbestedende diensten die centrale overheidsinstanties zijn zoals vermeld in bijlage IV; wat betreft overheidsopdrachten voor leveringen van deze aanbestedende diensten die op het gebied van de defensie werkzaam zijn, geldt dit alleen voor opdrachten betreffende producten die onder bijlage V vallen;

b)

EUR 249 000

voor overheidsopdrachten voor leveringen en voor diensten geplaatst door andere aanbestedende diensten dan die welke in bijlage IV zijn vermeld;

voor overheidsopdrachten voor leveringen geplaatst door de in bijlage IV vermelde aanbestedende diensten die op het gebied van de defensie werkzaam zijn, indien deze opdrachten betrekking hebben op producten die niet onder bijlage V vallen;

voor overheidsopdrachten voor diensten geplaatst door een aanbestedende dienst met het oog op diensten van categorie 8 van bijlage II A, telecommunicatiediensten van categorie 5 waarvan de CPV-posten overeenkomen met de CPC-indelingen 7524, 7525 en 7526, en/of diensten van bijlage II B;

c)

EUR 6 242 000 voor overheidsopdrachten voor werken.

Artikel 8

Voor meer dan 50% door aanbestedende diensten gesubsidieerde opdrachten

Deze richtlijn is van toepassing op de plaatsing van

a)

opdrachten die voor meer dan 50% rechtstreeks door aanbestedende diensten worden gesubsidieerd en waarvan de geraamde waarde, exclusief BTW, ten minste gelijk is aan EUR 6 242 000,

wanneer deze opdrachten betrekking hebben op civieltechnische werkzaamheden in de zin van bijlage I;

wanneer deze opdrachten betrekking hebben op bouwwerken voor ziekenhuizen, inrichtingen voor sportbeoefening, recreatie en vrijetijdsbesteding, school- en universiteitsgebouwen en gebouwen met een administratieve bestemming;

b)

opdrachten voor diensten die voor meer dan 50% rechtstreeks door aanbestedende diensten worden gesubsidieerd en waarvan de geraamde waarde, exclusief BTW, ten minste gelijk is aan EUR 249 000, wanneer deze opdrachten verband houden met een opdracht voor werken als bedoeld onder a).

De lidstaten nemen de nodige maatregelen opdat de aanbestedende diensten die de subsidies toekennen deze richtlijn doen naleven wanneer deze opdrachten door een of meer andere instanties dan zij zelf worden geplaatst, dan wel zelf deze richtlijn naleven wanneer zij zelf deze opdrachten in naam en voor rekening van deze andere instanties plaatsen.

Artikel 9

Methoden voor de berekening van de geraamde waarde

van overheidsopdrachten, raamovereenkomsten en dynamische systemen

1.   De berekening van de geraamde waarde van een overheidsopdracht moet gebaseerd zijn op het totale bedrag, exclusief BTW, zoals geraamd door de aanbestedende dienst. Bij deze berekening wordt rekening gehouden met het geraamde totaalbedrag, met inbegrip van de eventuele opties en eventuele verlengingen van het contract.

Wanneer de aanbestedende dienst voorziet in prijzengeld of betalingen aan gegadigden of inschrijvers, berekent hij deze door in de geraamde waarde van de opdracht.

2.   Deze raming moet gelden op het tijdstip van verzending van de aankondiging van de opdracht overeenkomstig artikel 35, lid 2, of, wanneer deze aankondiging niet vereist is, op het tijdstip waarop de procedure voor de gunning van de opdracht door de aanbestedende dienst wordt ingeleid.

3.   Voorgenomen werken en voorgenomen aankopen ter verkrijging van bepaalde hoeveelheden leveringen en/of diensten mogen niet worden gesplitst om ze te onttrekken aan de toepassing van deze richtlijn.

4.   In het geval van overheidsopdrachten voor werken wordt bij de berekening van de geraamde waarde rekening gehouden met de waarde van de werken, alsmede met de geraamde totale waarde van de voor de uitvoering van het werk noodzakelijke goederen welke door de aanbestedende dienst ter beschikking van de aannemer zijn gesteld.

5.

a)

Wanneer een voorgenomen werk of een voorgenomen aankoop van diensten aanleiding kan geven tot opdrachten die gelijktijdig in afzonderlijke percelen worden geplaatst, wordt de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag genomen.

Wanneer de samengetelde waarde van de percelen gelijk is aan of groter is dan het in artikel 7 bepaalde drempelbedrag, is deze richtlijn van toepassing op de plaatsing van elk perceel.

De aanbestedende diensten mogen van de toepassing van de richtlijn afwijken voor percelen waarvan de geraamde totale waarde, exclusief BTW, minder dan EUR 80 000 bedraagt voor diensten en EUR 1 miljoen voor werken, mits het samengetelde bedrag van de percelen waarvoor is afgeweken niet meer dan 20% van de totale waarde van alle percelen beloopt.

b)

Wanneer een voorgenomen verkrijging van homogene leveringen aanleiding kan geven tot opdrachten die gelijktijdig in afzonderlijke percelen worden geplaatst, wordt de geraamde totale waarde van deze percelen als grondslag genomen voor de toepassing van artikel 7, punten a) en b).

Wanneer de samengetelde waarde van de percelen gelijk is aan of groter is dan het in artikel 7 bepaalde drempelbedrag, is deze richtlijn van toepassing op de plaatsing van elk perceel

De aanbestedende diensten mogen van de toepassing van de richtlijn afwijken voor percelen waarvan de geraamde waarde, exclusief BTW, minder dan EUR 80 000 bedraagt, mits het samengetelde bedrag van de percelen in kwestie niet meer dan 20% van de totale waarde van alle percelen beloopt.

6.   In het geval van overheidsopdrachten voor leveringen die betrekking hebben op leasing, huur, of huurkoop van producten wordt de waarde van de opdracht op de volgende grondslag geraamd:

a)

bij overheidsopdrachten met een vaste looptijd, de totale geraamde waarde voor de gehele looptijd wanneer die ten hoogste twaalf maanden bedraagt, dan wel de totale waarde wanneer de looptijd meer dan twaalf maanden bedraagt, met inbegrip van de geraamde restwaarde;

b)

bij overheidsopdrachten voor onbepaalde duur of waarvan de looptijd niet kan worden bepaald, het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met 48.

7.   In het geval van overheidsopdrachten voor leveringen of voor diensten die met een zekere regelmaat worden verleend of die bestemd zijn om gedurende een bepaalde periode te worden hernieuwd, wordt voor de berekening van de geraamde waarde van de opdracht de volgende grondslag genomen:

a)

de totale reële waarde van de tijdens het voorafgaande boekjaar of tijdens de voorafgaande twaalf maanden geplaatste soortgelijke opeenvolgende opdrachten, indien mogelijk gecorrigeerd voor verwachte wijzigingen in hoeveelheid of waarde gedurende de twaalf maanden volgende op de eerste opdracht, of

b)

de geraamde totale waarde van de opeenvolgende opdrachten over de twaalf maanden volgende op de eerste levering of over het boekjaar, indien dit zich over meer dan twaalf maanden uitstrekt.

De wijze waarop de geraamde waarde van een overheidsopdracht wordt berekend mag niet bedoeld zijn om de opdracht aan de toepassing van de richtlijn te onttrekken.

8.   In het geval van overheidsopdrachten voor diensten wordt de waarde van de opdracht in voorkomend geval op de volgende grondslag geraamd:

a)

voor de onderstaande soorten diensten:

i)

verzekeringsdiensten: de te betalen premie en andere vormen van beloning;

ii)

bankdiensten en andere financiële diensten: honoraria, provisies en rente, alsmede andere vormen van beloning;

iii)

opdrachten betreffende een ontwerp: de te betalen honoraria, provisies en andere wijzen van bezoldiging;

b)

in het geval van opdrachten waarin geen totale prijs is vermeld:

i)

bij opdrachten met een vaste looptijd die gelijk is aan of korter is dan 48 maanden, de totale geraamde waarde voor de gehele looptijd;

ii)

bij opdrachten voor onbepaalde duur of waarvan de looptijd langer is dan 48 maanden, het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met 48.

9.   Bij de berekening van de waarde van een raamovereenkomst of een dynamisch aankoopsysteem moet worden uitgegaan van de geraamde maximale waarde, exclusief BTW, van alle voor de totale duur van de overeenkomst of van het dynamisch aankoopsysteem voorgenomen opdrachten.

Afdeling 2

Specifieke situaties

Artikel 10

Opdrachten op het gebied van defensie

Deze richtlijn is van toepassing op overheidsopdrachten die door aanbestedende diensten op het gebied van defensie worden geplaatst, onverminderd artikel 296 van het Verdrag.

Artikel 11

Door aankoopcentrales geplaatste overheidsopdrachten en raamovereenkomsten

1.   De lidstaten kunnen voorzien in de mogelijkheid dat aanbestedende diensten via aankoopcentrales werken, leveringen en/of diensten verwerven.

2.   De aanbestedende diensten die in de omstandigheden zoals bedoeld in artikel 1, lid 10, via een aankoopcentrale werken, leveringen en/of diensten verwerven, worden geacht deze richtlijn te hebben nageleefd, voorzover de aankoopcentrale deze richtlijn zelf heeft nageleefd.

Afdeling 3

Uitgesloten opdrachten

Artikel 12

Opdrachten geplaatst in de sectoren watervoorziening, energievoorziening, vervoer en postdiensten

Deze richtlijn is niet van toepassing op overheidsopdrachten die in het kader van Richtlijn 2003/17/EG worden geplaatst door aanbestedende diensten die een of meer van de in de artikelen 3 tot en met 7 van genoemde richtlijn bedoelde activiteiten uitoefenen en die voor deze activiteiten worden geplaatst, noch op overheidsopdrachten die op grond van de artikelen 5, lid 2, en 19, 26 en 30 van die richtlijn van het toepassingsgebied ervan zijn uitgesloten.

Deze richtlijn blijft evenwel van toepassing op de overheidsopdrachten die worden geplaatst door aanbestedende diensten welke een of meer van de in artikel 6 van Richtlijn 2003/17/EG bedoelde activiteiten uitoefenen en die voor deze activiteiten worden geplaatst, zolang de betrokken lidstaat gebruik maakt van de in artikel 71, tweede alinea, van voornoemde richtlijn bedoelde mogelijkheid om de toepassing ervan uit te stellen.

Artikel 13

Specifieke uitsluitingen op het gebied van telecommunicatie

Deze richtlijn is niet van toepassing op overheidsopdrachten die in hoofdzaak tot doel hebben de aanbestedende diensten in staat te stellen openbare telecommunicatienetten beschikbaar te stellen of te exploiteren of aan het publiek een of meer telecommunicatiediensten te verlenen.

Artikel 14

Geheime opdrachten of opdrachten die bijzondere veiligheidsmaatregelen vereisen

Deze richtlijn is niet van toepassing op overheidsopdrachten die geheim zijn verklaard of waarvan de uitvoering overeenkomstig de in de betrokken lidstaat geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met bijzondere veiligheidsmaatregelen gepaard moet gaan of wanneer de bescherming van de wezenlijke belangen van die lidstaat zulks vereist.

Artikel 15

Op grond van internationale voorschriften geplaatste opdrachten

Deze richtlijn is niet van toepassing op overheidsopdrachten waarvoor andere procedurevoorschriften gelden en die worden geplaatst:

a)

krachtens een tussen een lidstaat en een of meer derde landen overeenkomstig het Verdrag gesloten internationale overeenkomst betreffende leveringen of werken die bestemd zijn voor de gemeenschappelijke verwezenlijking of exploitatie van een werk door de ondertekenende staten, of betreffende diensten die bestemd zijn voor de gemeenschappelijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de ondertekenende staten. Elke overeenkomst wordt ter kennis van de Commissie gebracht, die het in artikel 77 bedoelde Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten kan raadplegen;

b)

krachtens een in verband met de legering van strijdkrachten gesloten internationale overeenkomst betreffende ondernemingen in een lidstaat of in een derde land;

c)

volgens de specifieke procedure van een internationale organisatie.

Artikel 16

Specifieke uitsluitingen

Deze richtlijn is niet van toepassing op overheidsopdrachten voor diensten:

a)

betreffende de verwerving of huur, ongeacht de financiële modaliteiten ervan, van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende zaken of betreffende de rechten hierop; de overeenkomsten betreffende financiële diensten die voorafgaand aan, gelijktijdig met of als vervolg op het koop- of huurcontract worden gesloten, zijn echter, ongeacht hun vorm, aan deze richtlijn onderworpen;

b)

betreffende de aankoop, de ontwikkeling, de productie of de coproductie van programmamateriaal bestemd voor uitzendingen door radio-omroeporganisaties en overeenkomsten betreffende zendtijd;

c)

betreffende diensten van arbitrage en bemiddeling;

d)

inzake financiële diensten betreffende de uitgifte, de aankoop, de verkoop en de overdracht van effecten of andere financiële instrumenten, met name verrichtingen om de aanbestedende diensten van geld of kapitaal te voorzien, en door de centrale banken verleende diensten;

e)

inzake arbeidsovereenkomsten;

f)

betreffende diensten voor onderzoek en ontwikkeling, met uitzondering van die waarvan de resultaten in hun geheel aan de aanbestedende dienst toekomen voor gebruik ervan in de uitoefening van zijn eigen werkzaamheden, mits de dienstverlening volledig door de aanbestedende dienst wordt beloond.

Artikel 17

Concessieovereenkomsten voor diensten

Onverminderd de toepassing van de bepalingen van artikel 3, is deze richtlijn niet van toepassing op concessieovereenkomsten voor diensten als omschreven in artikel 1, lid 4.

Artikel 18

Op basis van een alleenrecht gegunde opdrachten voor diensten

Deze richtlijn is niet van toepassing op overheidsopdrachten voor diensten die door een aanbestedende dienst worden gegund aan een andere aanbestedende dienst of aan een samenwerkingsverband van aanbestedende diensten op basis van een alleenrecht dat deze uit hoofde van bekendgemaakte wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen genieten, op voorwaarde dat deze bepalingen met het Verdrag verenigbaar zijn.

Afdeling 4

Bijzondere regeling

Artikel 19

Voorbehouden opdrachten

De lidstaten kunnen de deelneming aan procedures voor de gunning van overheidsopdrachten voorbehouden aan sociale werkplaatsen of de uitvoering ervan voorbehouden in het kader van programma's voor beschermde arbeid indien de meerderheid van de betrokken werknemers personen met een handicap zijn die wegens de aard of de ernst van hun handicaps geen beroepsactiviteit in normale omstandigheden kunnen uitoefenen.

De aankondiging van opdracht moet deze bepaling vermelden.

HOOFDSTUK III

Op overheidsopdrachten voor diensten toepasselijke regelingen

Artikel 20

Opdrachten voor de in bijlage II A vermelde diensten

De opdrachten voor het verlenen van de in bijlage II A vermelde diensten worden overeenkomstig de artikelen 23 tot en met 55 geplaatst.

Artikel 21

Opdrachten voor de in bijlage II B vermelde diensten

Voor de plaatsing van opdrachten voor het verlenen van in bijlage II B vermelde diensten zijn alleen artikel 23 en artikel 35, lid 4, van toepassing.

Artikel 22

Gemengde opdrachten voor zowel in bijlage II A als in bijlage II B vermelde diensten

De opdrachten die zowel op in bijlage II A als op in bijlage II B vermelde diensten betrekking hebben, worden overeenkomstig de artikelen 23 tot en met 55 geplaatst indien de waarde van de in bijlage II A vermelde diensten hoger is dan die van de in bijlage II B vermelde diensten en, zo niet, overeenkomstig artikel 23 en artikel 35, lid 4.

HOOFDSTUK IV

Bijzondere voorschriften betreffende het bestek en de aanbestedingsstukken

Artikel 23

Technische specificaties

1.   De technische specificaties zoals omschreven in punt 1 van bijlage VI maken deel uit van de aanbestedingsstukken, zoals de aankondiging van de opdracht, het bestek of aanvullende stukken. Waar mogelijk moet in deze technische specificaties rekening worden gehouden met toegankelijkheidscriteria voor gehandicapten of met ontwerpen voor iedereen.

2.   De technische specificaties moeten de inschrijvers gelijke toegang bieden en mogen niet tot gevolg hebben dat ongerechtvaardigde belemmeringen voor de openstelling van overheidsopdrachten voor mededinging worden geschapen.

3.   Onverminderd verplichte nationale technische voorschriften, voorzover verenigbaar met het Gemeenschapsrecht, worden de technische specificaties als volgt aangegeven:

a)

hetzij door verwijzing naar de technische specificaties van bijlage VI en — in volgorde van voorkeur — naar de nationale normen waarin Europese normen zijn omgezet, de Europese technische goedkeuringen, de gemeenschappelijke technische specificaties, internationale normen, andere door de Europese normalisatie-instellingen opgestelde technische referentiesystemen, of, bij ontstentenis daarvan, de nationale normen, de nationale technische goedkeuringen dan wel de nationale technische specificaties inzake het ontwerpen, het berekenen en het uitvoeren van werken en het gebruik van producten. Iedere referentie gaat vergezeld van de woorden „of gelijkwaardig”;

b)

hetzij in termen van prestatie-eisen en functionele eisen; deze kunnen milieukenmerken bevatten. Zij moeten echter zo nauwkeurig zijn dat de inschrijvers het voorwerp van de opdracht kunnen bepalen en de aanbestedende diensten de opdracht kunnen gunnen;

c)

hetzij in de onder b) bedoelde termen van prestatie-eisen en functionele eisen, waarbij onder vermoeden van overeenstemming met deze prestatie-eisen en functionele eisen wordt verwezen naar de onder a) bedoelde specificaties;

d)

hetzij door verwijzing naar de onder a) bedoelde specificaties voor bepaalde kenmerken, en naar de onder b) bedoelde prestatie-eisen en functionele eisen voor andere kenmerken.

4.   Wanneer de aanbestedende diensten gebruik maken van de mogelijkheid te verwijzen naar de in lid 3, onder a), bedoelde specificaties, kunnen zij echter geen inschrijving afwijzen met als reden dat de aangeboden producten en diensten niet beantwoorden aan de specificaties waarnaar zij hebben verwezen, indien de inschrijver in zijn inschrijving met elk passend middel tot voldoening van de aanbestedende dienst aantoont dat de door hem voorgestelde oplossingen op gelijkwaardige wijze voldoen aan de eisen die in de technische specificaties zijn bepaald.

Een passend middel kan bijvoorbeeld een technisch dossier van de fabrikant zijn of een testverslag van een erkende organisatie.

5.   Wanneer de aanbestedende diensten gebruik maken van de in lid 3 geboden mogelijkheid prestatie-eisen of functionele eisen te stellen, mogen zij geen aanbod van werken, producten of diensten afwijzen die beantwoorden aan een nationale norm waarin een Europese norm is omgezet, aan een Europese technische goedkeuring, aan een gemeenschappelijke technische specificatie, aan een internationale norm, of aan een door een Europese normalisatie-instelling opgestelde technisch referentiesysteem, wanneer deze specificaties betrekking hebben op de prestaties of functionele eisen die zij hebben voorgeschreven.

In zijn inschrijving moet de inschrijver tot voldoening van de aanbestedende dienst met elk passend middel aantonen dat de aan de norm beantwoordende werken, producten of diensten aan de prestatie-eisen of functionele eisen van de aanbestedende dienst voldoen.

Een passend middel kan een technisch dossier van de fabrikant zijn of een testverslag van een erkende organisatie.

6.   Aanbestedende diensten die milieukenmerken voorschrijven door verwijzing naar prestatie-eisen of functionele eisen, zoals bepaald in lid 3, onder b), kunnen gebruik maken van de gedetailleerde specificaties of, zo nodig, van gedeelten daarvan, zoals vastgesteld in Europese, (pluri)nationale milieukeuren of in een andere milieukeur, voorzover:

die geschikt zijn voor de omschrijving van de kenmerken van de leveringen of diensten waarop de opdracht betrekking heeft,

de vereisten voor de keur zijn ontwikkeld op grond van wetenschappelijke gegevens,

de milieukeuren zijn aangenomen via een proces waaraan alle betrokkenen, zoals regeringsinstanties, consumenten, fabrikanten, kleinhandel en milieuorganisaties kunnen deelnemen,

en de keuren toegankelijk zijn voor alle betrokken partijen.

De aanbestedende diensten kunnen aangeven dat de van een milieukeur voorziene producten of diensten worden geacht te voldoen aan de technische specificaties van het bestek; zij dienen elk ander passend bewijsmiddel te aanvaarden, zoals een technisch dossier van de fabrikant of een testverslag van een erkende organisatie.

7.   „Erkende organisaties” in de zin van dit artikel zijn testlaboratoria, ijklaboratoria en inspectie- en certificatieorganisaties die voldoen aan de toepasselijke Europese normen.

De aanbestedende diensten aanvaarden certificaten van in andere lidstaten gevestigde erkende organisaties.

8.   Behalve indien dit door het voorwerp van de opdracht gerechtvaardigd is, mag in de technische specificaties geen melding worden gemaakt van een bepaald fabrikaat of een bepaalde herkomst of van een bijzondere werkwijze, noch mogen deze een verwijzing bevatten naar een merk, een octrooi of een type, een bepaalde oorsprong of een bepaalde productie, waardoor bepaalde ondernemingen of bepaalde producten worden bevoordeeld of geëlimineerd. Deze vermelding of verwijzing is bij wijze van uitzondering toegestaan wanneer een voldoende nauwkeurige en begrijpelijke beschrijving van het voorwerp van de opdracht niet mogelijk is door toepassing van de leden 3 en 4; deze vermelding of verwijzing moet vergezeld gaan van de woorden „of gelijkwaardig”.

Artikel 24

Varianten

1.   Wanneer voor de gunning het criterium van de economisch voordeligste inschrijving wordt gehanteerd, mogen de aanbestedende diensten de inschrijvers toestaan varianten voor te stellen.

2.   De aanbestedende diensten vermelden in de aankondiging van de opdracht of zij al dan niet varianten toestaan; wanneer dat niet is vermeld, zijn geen varianten toegestaan.

3.   De aanbestedende diensten die varianten toestaan, vermelden in het bestek aan welke minimumeisen deze varianten ten minste moeten voldoen, alsmede hoe zij moeten worden ingediend.

4.   De aanbestedende diensten houden alleen rekening met de varianten die aan de gestelde minimumeisen voldoen.

Bij procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen of diensten mogen de aanbestedende diensten die varianten hebben toegestaan, een variant niet afwijzen uitsluitend omdat deze, indien deze werd gekozen, veeleer tot een opdracht voor diensten dan tot een overheidsopdracht voor leveringen, dan wel veeleer tot een opdracht voor leveringen dan tot een overheidsopdracht voor diensten zou leiden.

Artikel 25

Onderaanneming

In het bestek kan de aanbestedende dienst de inschrijver verzoeken, of door een lidstaat worden verplicht de inschrijver te verzoeken, om in zijn inschrijving aan te geven welk gedeelte van de opdracht hij voornemens is aan derden in onderaanneming te geven en welke onderaannemers hij voorstelt.

Deze mededeling laat de aansprakelijkheid van de leidende ondernemer onverlet.

Artikel 26

Voorwaarden waaronder de opdracht wordt uitgevoerd

De aanbestedende diensten kunnen bijzondere voorwaarden bepalen waaronder de opdracht wordt uitgevoerd, mits deze verenigbaar zijn met het Gemeenschapsrecht en in de aankondiging van de opdracht of in het bestek worden vermeld. De voorwaarden waaronder de opdracht wordt uitgevoerd, kunnen met name verband houden met sociale of milieuoverwegingen.

Artikel 27

Verplichtingen ten aanzien van de bepalingen inzake belastingen, milieubescherming, arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden

1.   In het bestek kan de aanbestedende dienst aangeven, of door een lidstaat worden verplicht aan te geven, bij welk orgaan of welke organen de gegadigden of inschrijvers de ter zake dienende informatie kunnen verkrijgen over verplichtingen ten aanzien van de bepalingen inzake belastingen, milieubescherming, arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden die gelden in de lidstaat, het gebied of de plaats waar verrichtingen moeten worden uitgevoerd, en die gedurende de uitvoering van de opdracht op die verrichtingen van toepassing zullen zijn.

2.   De aanbestedende dienst die de in lid 1 bedoelde informatie verstrekt, verzoekt de inschrijvers of de gegadigden die aan een aanbestedingsprocedure deelnemen, aan te geven dat zij bij het opstellen van hun inschrijving rekening hebben gehouden met de verplichtingen uit hoofde van de bepalingen inzake de arbeidsbescherming en de arbeidsvoorwaarden die gelden op de plaats waar de verrichting moet worden uitgevoerd.

De eerste alinea vormt geen beletsel voor de toepassing van artikel 55 inzake het onderzoek van abnormaal lage inschrijvingen.

HOOFDSTUK V

Procedures

Artikel 28

Toepassing van openbare en niet-openbare procedures, van procedures van gunning door onderhandelingen en van de concurrentiegerichte dialoog

Bij het plaatsen van hun overheidsopdrachten maken de aanbestedende diensten gebruik van de nationale procedures die voor de toepassing van deze richtlijn zijn aangepast.

Zij maken voor het plaatsen van deze overheidsopdrachten gebruik van de openbare of de niet-openbare procedure. In de gevallen en de specifieke omstandigheden die uitdrukkelijk in artikel 29 zijn vermeld, kunnen de aanbestedende diensten hun overheidsopdrachten door middel van de concurrentiegerichte dialoog plaatsen. In de specifieke gevallen en omstandigheden zoals uitdrukkelijk bepaald in de artikelen 30 en 31, kunnen zij gebruikmaken van een procedure van gunning door onderhandelingen, met of zonder bekendmaking van de aankondiging van de opdracht.

Artikel 29

Concurrentiegerichte dialoog

1.   Voor bijzondere complexe opdrachten kunnen de lidstaten bepalen dat de aanbestedende diensten, voor zover deze van oordeel zijn dat de toepassing van openbare of niet-openbare procedures het niet mogelijk maakt de opdracht te gunnen, gebruik kunnen maken van de concurrentiegerichte dialoog overeenkomsig dit artikel.

De gunning van de overheidsopdracht geschiedt uitsluitend op basis van het criterium van de economisch meest voordelige inschrijving.

2.   De aanbestedende diensten maken een aankondiging van een opdracht bekend waarin zij hun behoeften en eisen vermelden, die door hen in die aankondiging en/of in een beschrijvend document worden omschreven.

3.   De aanbestedende diensten openen met de overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de artikelen 44 tot en met 52 geselecteerde gegadigden een dialoog met het doel na te gaan en te bepalen welke middelen geschikt zijn om zo goed mogelijk aan de behoeften van de aanbestedende dienst te voldoen. Tijdens deze dialoog kunnen zij met de geselecteerde gegadigden alle aspecten van de opdracht bespreken.

Tijdens de dialoog waarborgen de aanbestedende diensten de gelijke behandeling van alle inschrijvers. Met name geven zij geen — discriminerende — informatie die sommige inschrijvers kan bevoordelen boven andere.

De aanbestedende diensten mogen de voorgestelde oplossingen of andere door een deelnemer aan de dialoog verstrekte vertrouwelijke inlichtingen niet aan de andere deelnemers bekendmaken zonder de instemming van eerstgenoemde deelnemer.

4.   De aanbestedende diensten kunnen bepalen dat de procedure in opeenvolgende fasen verloopt, zodat het aantal in de dialoogfase te bespreken oplossingen kan worden beperkt aan de hand van de gunningscriteria die in de aankondiging van de opdracht of in het beschrijvend document zijn vermeld. Deze mogelijkheid wordt vermeld in de aankondiging van de opdracht of in het beschrijvend document.

5.   De aanbestedende dienst zet de dialoog voort totdat hij, zo nodig na vergelijking, kan aangeven welke oplossing of oplossingen aan zijn behoeften kan of kunnen voldoen.

6.   Nadat de aanbestedende diensten de dialoog voor beëindigd hebben verklaard en de deelnemers daarvan op de hoogte hebben gesteld, verzoeken de aanbestedende diensten de deelnemers om hun definitieve inschrijvingen in te dienen op basis van de tijdens de dialoog voorgelegde en gespecificeerde oplossing of oplossingen. Deze inschrijvingen moeten alle vereiste en noodzakelijke elementen voor de uitvoering van het project bevatten.

De aanbestedende diensten kunnen verzoeken om de inschrijvingen toe te lichten, te preciseren en nauwkeuriger te omschrijven. Die toelichtingen, preciseringen en nauwkeuriger omschrijvingen mogen de basiselementen van de inschrijving of de aanbesteding evenwel niet wezenlijk wijzigen, aangezien zulks de mededinging kan verstoren of een discriminerend effect kan hebben.

7.   De aanbestedende diensten beoordelen de ontvangen inschrijvingen op basis van de in de aankondiging van de opdracht of in het beschrijvend document bepaalde gunningscriteria en kiezen de economisch voordeligste inschrijving overeenkomstig artikel 53.

Op verzoek van de aanbestedende dienst kan de inschrijver die is aangewezen als de economisch voordeligste verzocht worden aspecten van zijn inschrijving te verduidelijken of in de inschrijving vervatte verbintenissen te bevestigen, op voorwaarde dat dit de inhoudelijke aspecten van de inschrijving of van de oproep tot mededinging ongewijzigd laat en niet dreigt te leiden tot concurrentievervalsing of discriminatie.

8.   De aanbestedende diensten kunnen voorzien in prijzen of betalingen aan de deelnemers aan de dialoog.

Artikel 30

Gevallen waarin de toepassing van de procedure van gunning door onderhandelingen met bekendmaking van een aankondiging van een opdracht gerechtvaardigd is

1.   De aanbestedende diensten kunnen in de volgende gevallen voor het plaatsen van hun overheidsopdrachten gebruik maken van een procedure van gunning door onderhandelingen na voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van een opdracht:

a)

indien in het kader van een openbare of niet-openbare procedure of een concurrentiegerichte dialoog inschrijvingen zijn gedaan die onregelmatig zijn of indien inschrijvingen zijn gedaan die onaanvaardbaar zijn volgens de met de artikelen 4, 24, 25 en 27 en titel VII overeenstemmende nationale bepalingen, mits de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd.

De aanbestedende diensten kunnen van de bekendmaking van een aankondiging van een opdracht afzien, indien zij bij de procedure van gunning door onderhandelingen alle inschrijvers en alleen de inschrijvers betrekken die voldoen aan de criteria van de artikelen 45 tot en met 52 en die gedurende de voorafgaande openbare of niet-openbare procedure of concurrentiegerichte dialoog inschrijvingen hebben ingediend die aan de formele eisen van de procedure voor het plaatsen van opdrachten voldeden;

b)

in buitengewone gevallen, wanneer het werken, leveringen of diensten betreft waarvan de aard en de onzekere omstandigheden een vaststelling vooraf van de totale prijs niet mogelijk maken;

c)

wanneer, in het geval van diensten, met name in de zin van categorie 6 van bijlage II A, en voor intellectuele diensten, zoals het ontwerpen van bouwwerken, voorzover de aard van de te verlenen diensten de specificaties voor de opdracht niet voldoende nauwkeurig kunnen worden vastgesteld om de opdracht overeenkomstig de voorschriften inzake de openbare of de niet-openbare procedure door de keuze van de beste inschrijving te gunnen;

d)

in het geval van overheidsopdrachten voor werken, wanneer het werken betreft die uitsluitend worden uitgevoerd ten behoeve van onderzoek, proefneming of ontwikkeling, en niet met het doel winst te maken of de kosten van onderzoek en ontwikkeling te dekken.

2.   In de in lid 1 bedoelde gevallen onderhandelen de aanbestedende diensten met de inschrijvers over de door de inschrijvers ingediende inschrijvingen, teneinde deze aan te passen aan de eisen die zij in de aankondiging van de opdracht, het bestek en de eventuele aanvullende documenten hebben gesteld, en teneinde het beste bod in de zin van artikel 53, lid 1, te zoeken.

3.   Tijdens de onderhandelingen waarborgen de aanbestedende diensten de gelijke behandeling van alle inschrijvers. Met name geven zij geen — discriminerende — informatie die sommige inschrijvers kan bevoordelen boven andere.

4.   De aanbestedende diensten kunnen bepalen dat de procedure van gunning door onderhandelingen in opeenvolgende fasen verloopt, zodat het aantal inschrijvingen waarover onderhandeld moet worden, wordt verminderd door toepassing van de gunningscriteria die in de aankondiging van de opdracht of in het bestek zijn vermeld. Dat van deze mogelijkheid gebruik kan worden gemaakt, staat in de aankondiging van de opdracht of in het bestek vermeld.

Artikel 31

Gevallen waarin de toepassing van de procedure van gunning door onderhandelingen zonder bekendmaking van een aankondiging van een opdracht gerechtvaardigd is

De aanbestedende diensten kunnen in de volgende gevallen voor het plaatsen van hun overheidsopdrachten gebruik maken van een procedure van gunning door onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van een opdracht:

1)

voor overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten:

a)

wanneer in het kader van een openbare of niet-openbare procedure geen of geen geschikte inschrijvingen of geen aanmeldingen zijn ingediend, mits de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd en de Commissie op haar verzoek een verslag wordt overgelegd;

b)

wanneer de opdracht om technische of artistieke redenen of om redenen van bescherming van alleenrechten slechts aan een bepaalde ondernemer kan worden toevertrouwd;

c)

voorzover zulks strikt noodzakelijk is, ingeval de termijnen voor de openbare of de niet-openbare procedure dan wel voor de procedure van gunning door onderhandelingen met bekendmaking van een aankondiging van een opdracht bedoeld in artikel 30 wegens dwingende spoed, als gevolg van gebeurtenissen die door de desbetreffende aanbestedende diensten niet konden worden voorzien, niet in acht kunnen worden genomen. De ter rechtvaardiging van de dwingende spoed ingeroepen omstandigheden mogen in geen geval aan de aanbestedende diensten te wijten zijn.

2)

voor overheidsopdrachten voor leveringen:

a)

wanneer het producten betreft die uitsluitend voor onderzoek, proefneming, studie of ontwikkeling worden vervaardigd. Deze bepaling geldt niet voor de productie in grote hoeveelheden met het doel de commerciële haalbaarheid van het product vast te stellen of de kosten van onderzoek en ontwikkeling te delgen;

b)

voor door de oorspronkelijke leverancier verrichte aanvullende leveringen die ofwel zijn bestemd voor gedeeltelijke vernieuwing van leveringen of installaties voor courant gebruik, ofwel voor de uitbreiding van bestaande leveringen of installaties, wanneer verandering van leverancier de aanbestedende dienst ertoe zou verplichten apparatuur aan te schaffen met andere technische eigenschappen, zodat onverenigbaarheid ontstaat of zich bij gebruik en onderhoud onevenredige technische moeilijkheden voordoen. De looptijd van deze opdrachten en nabestellingen mag in de regel drie jaar niet overschrijden;

c)

voor op een grondstoffenmarkt genoteerde en aangekochte leveringen;

d)

voor de aankoop van leveringen tegen bijzonder gunstige voorwaarden, hetzij bij een leverancier die definitief zijn handelsactiviteit stopzet, hetzij bij curatoren of vereffenaars van een faillissement, een vonnis, of een in de nationale wetgeving of regelgeving bestaande procedure van dezelfde aard;

3)

voor overheidsopdrachten voor diensten, wanneer de opdracht voortvloeit uit een prijsvraag en volgens de toepasselijke voorschriften aan de winnaar of aan een van de winnaars van die prijsvraag moet worden gegund. In dit laatste geval moeten alle winnaars van de prijsvraag tot de onderhandelingen worden uitgenodigd;

4)

voor overheidsopdrachten voor werken en overheidsopdrachten voor diensten:

a)

voor aanvullende werken of diensten die noch in het aanvankelijk gegunde ontwerp noch in de oorspronkelijke overeenkomst waren opgenomen en die als gevolg van onvoorziene omstandigheden voor de uitvoering van het werk of het verlenen van de dienst zoals deze daarin zijn beschreven, noodzakelijk zijn geworden, mits zij worden gegund aan de ondernemer die dit werk uitvoert of deze dienst verleent:

wanneer deze aanvullende werken of diensten uit technisch of economisch oogpunt niet los van de oorspronkelijke opdracht kunnen worden uitgevoerd zonder overwegende bezwaren voor de aanbestedende diensten,

of

wanneer deze werken of diensten, hoewel zij van de uitvoering van de oorspronkelijke opdracht kunnen worden gescheiden, voor de vervolmaking ervan strikt noodzakelijk zijn.

Het totale bedrag van de voor de aanvullende werken of diensten geplaatste opdrachten mag echter niet hoger zijn dan 50% van het bedrag van de hoofdopdracht;

b)

in geval van nieuwe werken of diensten, bestaande uit de herhaling van soortgelijke werken of diensten die door dezelfde aanbestedende diensten worden toevertrouwd aan de ondernemer waaraan een oorspronkelijke opdracht werd gegund, mits deze werken of deze diensten overeenstemmen met een basisproject dat het voorwerp vormde van de oorspronkelijke opdracht die overeenkomstig de openbare of niet-openbare procedures is geplaatst.

De mogelijkheid deze procedure toe te passen wordt reeds bij de uitschrijving van de aanbesteding van het eerste deel vermeld, en het totale voor de volgende werken of diensten geraamde bedrag wordt door de aanbestedende diensten voor de toepassing van artikel 7, in aanmerking genomen.

Van deze procedure kan slechts gedurende een periode van drie jaar volgende op de oorspronkelijke opdracht gebruik worden gemaakt.

Artikel 32

Raamovereenkomsten

1.   De lidstaten kunnen voorzien in de mogelijkheid dat de aanbestedende diensten raamovereenkomsten sluiten.

2.   Met het oog op het sluiten van een raamovereenkomst volgen de aanbestedende diensten de in deze richtlijn bedoelde procedureregels in alle fasen tot de gunning van de opdrachten die op deze raamovereenkomst zijn gebaseerd. De partijen bij de raamovereenkomst worden gekozen met toepassing van de overeenkomstig artikel 53 opgestelde gunningscriteria.

Opdrachten die gebaseerd zijn op een raamovereenkomst, worden gegund volgens de in de leden 3 en 4 vermelde procedures. Die procedures zijn slechts van toepassing tussen de aanbestedende diensten en de ondernemers die oorspronkelijk bij de raamovereenkomst partij waren.

Bij de gunning van opdrachten die op een raamovereenkomst zijn gebaseerd, mogen de partijen in geen geval substantiële wijzigingen aanbrengen in de in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden, met name in het in lid 3 bedoelde geval.

De looptijd van een raamovereenkomst mag niet langer zijn dan vier jaar, behalve in uitzonderingsgevallen die deugdelijk gemotiveerd zijn, met name op grond van het voorwerp van de raamovereenkomst.

De aanbestedende diensten mogen geen oneigenlijk gebruik van raamovereenkomsten maken en deze evenmin gebruiken om de mededinging te hinderen, te beperken of te vervalsen.

3.   Als er een raamovereenkomst is gesloten met één enkele ondernemer, worden de op die raamovereenkomst gebaseerde opdrachten gegund volgens de in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden.

Voor de plaatsing van dergelijke opdrachten kunnen de aanbestedende diensten de ondernemer die partij is bij de raamovereenkomst, schriftelijk raadplegen en hem indien nodig verzoeken zijn inschrijving aan te vullen.

4.   Als er een raamovereenkomst wordt gesloten met meerdere ondernemers, dienen dat er minimaal drie te zijn, voorzover het aantal ondernemers dat aan de selectiecriteria voldoet, en/of het aantal inschrijvingen dat aan de gunningscriteria voldoet, voldoende groot is.

Opdrachten op basis van raamovereenkomsten met meerdere ondernemers kunnen worden gegund:

hetzij door toepassing van de in de raamovereenkomst bepaalde voorwaarden, zonder de partijen opnieuw tot mededinging op te roepen;

hetzij, wanneer niet alle voorwaarden in de raamovereenkomst zijn bepaald, door de partijen opnieuw tot mededinging op te roepen onder dezelfde voorwaarden, die indien nodig worden gepreciseerd, en, in voorkomend geval, onder andere, in het bestek van de raamovereenkomst bepaalde voorwaarden, volgens de onderstaande procedure:

a)

voor elke te plaatsen opdracht raadplegen de aanbestedende diensten schriftelijk de ondernemers die in staat zijn de opdracht uit te voeren;

b)

de aanbestedende diensten stellen een voldoende lange termijn vast voor de indiening van inschrijvingen voor elke specifieke opdracht, rekening houdend met elementen zoals de complexiteit van het voorwerp van de opdracht en de benodigde tijd voor de toezending van de inschrijvingen;

c)

de inschrijvingen worden schriftelijk ingediend en de inhoud ervan moet vertrouwelijk blijven totdat de vastgestelde indieningstermijn is verstreken;

d)

de aanbestedende diensten gunnen elke opdracht aan de inschrijver die op grond van de in het bestek van de raamovereenkomst vastgestelde gunningscriteria de beste inschrijving heeft ingediend.

Artikel 33

Dynamische aankoopsystemen

1.   De lidstaten kunnen voorzien in de mogelijkheid dat de aanbestedende diensten gebruik maken van dynamische aankoopsystemen.

2.   Voor de instelling van een dynamisch aankoopsysteem volgen de aanbestedende diensten de voorschriften van alle fasen van de openbare procedure tot aan de plaatsing van de opdrachten die in het kader van dit systeem worden gegund. Alle inschrijvers die aan de selectiecriteria voldoen en overeenkomstig het bestek en de eventuele aanvullende documenten een indicatieve inschrijving hebben ingediend, worden tot het systeem toegelaten; de indicatieve inschrijvingen kunnen te allen tijde worden verbeterd op voorwaarde dat zij niet afwijken van het bestek. Voor het opzetten van het systeem en voor de gunning van de opdrachten in het kader hiervan gebruiken de aanbestedende diensten uitsluitend elektronische middelen overeenkomstig artikel 42, leden 2 tot en met 5.

3.   Bij de instelling van het dynamisch aankoopsysteem gaan de aanbestedende diensten als volgt te werk:

a)

zij publiceren een aankondiging van de opdracht en geven daarbij aan dat het om een dynamisch aankoopsysteem gaat;

b)

in het bestek verstrekken zij nadere gegevens over onder andere de aard van de overwogen aankopen waarop dit systeem betrekking heeft, alle nodige informatie omtrent het aankoopsysteem, de gebruikte elektronische apparatuur en de nadere technische bepalingen en specificaties voor de verbinding;

c)

tegelijk met de publicatie van de opdracht en tot aan het vervallen van het systeem bieden zij langs elektronische weg een vrije, rechtstreekse en volledige toegang tot het bestek en alle aanvullende documenten en geven zij in de aankondiging het internetadres aan waar deze documenten kunnen worden geraadpleegd.

4.   De aanbestedende diensten verlenen tijdens de gehele duur van het dynamische aankoopsysteem elke ondernemer de mogelijkheid een indicatieve inschrijving in te dienen om toegelaten te worden tot het systeem onder de voorwaarden van lid 2. Zij beëindigen de beoordeling binnen 15 dagen na de indiening van de indicatieve inschrijving. Zij kunnen de beoordelingsperiode echter verlengen, op voorwaarde dat er tussentijds geen oproep tot mededinging wordt uitgeschreven.

De aanbestedende dienst deelt de in de eerste alinea bedoelde inschrijver zo snel mogelijk mee dat hij is toegelaten tot het dynamische aankoopsysteem of dat zijn indicatieve inschrijving is afgewezen.

5.   Voor elke specifieke opdracht moet een oproep tot mededinging worden uitgeschreven. Alvorens deze oproep tot mededinging te plaatsen, publiceren de aanbestedende diensten een vereenvoudigde aankondiging van de opdracht waarin alle geïnteresseerde ondernemers worden uitgenodigd om overeenkomstig lid 4 een indicatieve inschrijving in te dienen, binnen een termijn van ten minste 15 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de vereenvoudigde aankondiging van de opdracht. De aanbestedende diensten doen pas een oproep tot mededinging nadat de beoordeling van alle binnen deze termijn ingediende indicatieve inschrijvingen is afgerond.

6.   De aanbestedende diensten nodigen alle tot het systeem toegelaten ondernemers uit om voor elke specifieke opdracht die binnen dat systeem wordt gegund een inschrijving in te dienen. Daartoe stellen zij een voldoende lange termijn vast voor de indiening van de inschrijvingen.

Zij gunnen de opdracht aan de inschrijver die de beste inschrijving heeft ingediend op grond van de gunningscriteria die zijn vermeld in de aankondiging van de opdracht waarbij het dynamische aankoopsysteem wordt ingesteld. In voorkomend geval kunnen deze criteria gepreciseerd worden in de in de eerste alinea bedoelde uitnodiging.

7.   De looptijd van een dynamisch aankoopsysteem mag niet meer dan vier jaar bedragen, behalve in naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke gevallen.

De aanbestedende diensten mogen geen gebruik maken van dit systeem om de mededinging te hinderen, te beperken of te vervalsen.

Aan de betrokken ondernemers of de partijen bij het systeem mogen geen administratiekosten in rekening worden gebracht.

Artikel 34

Overheidsopdrachten voor werken: bijzondere voorschriften betreffende de bouw van sociale woningen

In geval van overheidsopdrachten betreffende het ontwerpen en bouwen van een complex sociale woningen waarvoor, wegens de omvang, de complexiteit en de vermoedelijke duur van de desbetreffende werken, het plan van meet af aan moet worden opgesteld op grond van een nauwe samenwerking in een team, bestaande uit afgevaardigden van de aanbestedende diensten, deskundigen en de aannemer die met de uitvoering van de werken wordt belast, kan een bijzondere procedure voor de gunning worden toegepast teneinde die aannemer te kiezen die het meest geschikt is om in het team te worden opgenomen.

In het bijzonder geven de aanbestedende diensten in de aankondiging van de opdracht een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van de werken, opdat de belangstellende aannemers zich een duidelijk beeld van het uit te voeren project kunnen vormen. Tevens vermelden de aanbestedende diensten in deze aankondiging, overeenkomstig de in de artikelen 45 tot en met 52 bedoelde kwalitatieve selectiecriteria, aan welke persoonlijke, technische, economische en financiële voorwaarden de gegadigden moeten voldoen.

Wanneer de aanbestedende diensten van een dergelijke procedure gebruikmaken, passen zij de artikelen 2, 35, 36, 38, 39, 41, 42, 43 en de artikelen 45 tot en met 52 toe.

HOOFDSTUK VI

Regels voor bekendmaking en transparantie

Afdeling 1

Bekendmaking van de aankondigingen

Artikel 35

Aankondigingen

1.   De aanbestedende diensten maken in een vooraankondiging die door de Commissie of door de diensten zelf via hun in bijlage VIII, punt 2, onder b), bedoelde kopersprofiel wordt verspreid, het volgende bekend:

a)

voor leveringen, de geraamde totale waarde van de opdrachten of de raamovereenkomsten per productgroep die zij voornemens zijn in de loop van de komende twaalf maanden te plaatsen, wanneer het geraamde totale bedrag, de artikelen 7 en 9 in aanmerking genomen, EUR 750 000 of meer bedraagt.

De aanbestedende diensten stellen de productgroepen vast volgens de posten van de CPV;

b)

voor diensten, het totale bedrag van de opdrachten voor diensten of de raamovereenkomsten voor elk van de in bijlage II A vermelde dienstencategorieën die zij voornemens zijn in de loop van de komende twaalf maanden te plaatsen, indien dit geraamde totale bedrag, de artikelen 7 en 9 in aanmerking genomen, EUR 750 000 of meer bedraagt;

c)

voor werken, de hoofdkenmerken van de opdrachten voor werken of de raamovereenkomsten die zij voornemens zijn te plaatsen en waarvan het geraamde bedrag gelijk is aan of meer bedraagt dan de in artikel 7 vermelde drempel, artikel 9 in aanmerking genomen.

De onder a) en b) bedoelde aankondigingen worden zo spoedig mogelijk na het begin van het begrotingsjaar toegezonden aan de Commissie of bekendgemaakt via het kopersprofiel.

De onder c) bedoelde aankondiging wordt zo spoedig mogelijk nadat het besluit is genomen tot goedkeuring van het programma voor de opdrachten voor werken of de raamovereenkomsten die de aanbestedende diensten voornemens zijn te plaatsen, toegezonden aan de Commissie of bekendgemaakt via het kopersprofiel.

De aanbestedende diensten die de vooraankondiging via hun kopersprofiel bekendmaken, zenden de Commissie langs elektronische weg overeenkomstig het formaat en de wijze beschreven in bijlage VIII, punt 3, een kennisgeving toe waarin de bekendmaking van de vooraankondiging in het kopersprofiel wordt meegedeeld.

Bekendmaking van onder a), b) en c) bedoelde aankondigingen van een opdracht is alleen verplicht wanneer de aanbestedende diensten gebruik maken van de mogelijkheid om de termijnen voor de ontvangst van inschrijvingen overeenkomstig artikel 38, lid 4, in te korten.

Dit lid is niet van toepassing op procedures van gunning door onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van een opdracht.

2.   De aanbestedende diensten die een overheidsopdracht of een raamovereenkomst wensen te plaatsen volgens een openbare of een niet-openbare procedure dan wel, onder de in artikel 30 vastgestelde voorwaarden, volgens een procedure van gunning door onderhandelingen met bekendmaking van een aankondiging van een opdracht, of, onder de in artikel 29 vastgestelde voorwaarden, een concurrentiegerichte dialoog, geven hun voornemen hiertoe in een aankondiging van een opdracht te kennen.

3.   De aanbestedende diensten die een dynamisch aankoopsysteem willen instellen, maken hun voornemen kenbaar via een aankondiging van een opdracht.

De aanbestedende diensten die een overheidsopdracht wensen te plaatsen op basis van een dynamisch aankoopsysteem maken hun voornemen via een vereenvoudigde aankondiging van een opdracht kenbaar.

4.   Aanbestedende diensten die een overheidsopdracht hebben geplaatst of een raamovereenkomst hebben gesloten, zenden uiterlijk 48 dagen na de gunning van de opdracht of de sluiting van de raamovereenkomst een aankondiging betreffende de resultaten van de procedure toe.

In het geval van overeenkomstig artikel 32 gesloten raamovereenkomsten zijn de aanbestedende diensten niet verplicht een aankondiging betreffende de resultaten van de gunning van elke op de overeenkomst gebaseerde opdracht toe te zenden.

De aanbestedende diensten zenden binnen 48 dagen na de plaatsing van elke afzonderlijke opdracht een bekendmaking toe van het resultaat van de plaatsing van de opdrachten op basis van een dynamisch aankoopsysteem. Deze resultaten kunnen echter per kwartaal gebundeld worden. In dat geval worden de gebundelde resultaten binnen 48 dagen na het einde van elk kwartaal toegezonden.

Met betrekking tot overheidsopdrachten voor de in bijlage II B opgenomen diensten vermelden de aanbestedende diensten in de aankondiging of zij met de bekendmaking ervan instemmen. Voor deze opdrachten voor diensten stelt de Commissie volgens de in artikel 77, lid 2, bedoelde procedure de regels vast inzake de opstelling van statistische verslagen op de grondslag van deze aankondigingen, alsmede inzake de bekendmaking van die verslagen.

Sommige gegevens betreffende de plaatsing van de opdracht of de sluiting van de raamovereenkomst behoeven niet te worden bekendgemaakt, indien de openbaarmaking van die gegevens de toepassing van de wet in de weg zou staan, met de openbare orde in strijd zou zijn, de rechtmatige commerciële belangen van publiekrechtelijke of privaatrechtelijke ondernemers zou kunnen schaden of afbreuk aan de eerlijke mededinging tussen hen zou kunnen doen.

Artikel 36

Opmaak en wijze van bekendmaking van aankondigingen

1.   De aankondigingen bevatten de in bijlage VII A genoemde inlichtingen en in voorkomend geval ook alle door de aanbestedende dienst nuttig geachte inlichtingen in de vorm van de standaardformulieren die door de Commissie overeenkomstig de in artikel 77, lid 2, bedoelde procedure zijn vastgesteld.

2.   Aankondigingen die door de aanbestedende diensten aan de Commissie worden gezonden, worden hetzij langs elektronische weg in het formaat en op de wijze beschreven in bijlage VIII, punt 3, of langs andere weg verzonden. In het geval van de in artikel 38, lid 8, beschreven versnelde procedure moeten aankondigingen hetzij per fax, hetzij langs elektronische weg worden verzonden, in het formaat en op de wijze beschreven in bijlage VIII, punt 3.

De aankondigingen worden bekendgemaakt overeenkomstig de in bijlage VIII, punt 1, onder a) en b), opgenomen technische kenmerken voor de bekendmaking.

3.   De aankondigingen die langs elektronische weg in het formaat en op de wijze beschreven in bijlage VIII, punt 3, zijn opgesteld en verzonden, worden uiterlijk vijf dagen na verzending bekendgemaakt.

De aankondigingen die niet langs elektronische weg in het formaat en op de wijze beschreven in bijlage VIII, punt 3, zijn verzonden, worden uiterlijk 12 dagen na verzending bekendgemaakt, of in geval van de in artikel 38, lid 8, genoemde versnelde procedure, uiterlijk vijf dagen na verzending.

4.   De aankondigingen van opdrachten worden onverkort in een door de aanbestedende dienst gekozen officiële taal van de Gemeenschap bekendgemaakt; alleen de tekst in de oorspronkelijke taal is authentiek. In de andere officiële talen wordt een samenvatting met de belangrijke gegevens van iedere aankondiging bekendgemaakt.

De kosten van de bekendmaking door de Commissie van dergelijke aankondigingen worden gedragen door de Gemeenschap.

5.   De aankondigingen en de inhoud ervan mogen niet op nationaal niveau worden bekendgemaakt vóór de datum waarop zij aan de Commissie worden toegezonden.

Aankondigingen die op nationaal niveau worden bekendgemaakt, mogen geen andere informatie bevatten dan de informatie in de aankondigingen die overeenkomstig artikel 35, lid 1, eerste alinea, aan de Commissie worden toegezonden of via een kopersprofiel worden bekendgemaakt, en moeten de datum van toezending aan de Commissie of van de bekendmaking via het kopersprofiel vermelden.

Vooraankondigingen mogen slechts via het kopersprofiel worden bekendgemaakt nadat de kennisgeving van de bekendmaking via het kopersprofiel aan de Commissie is verzonden, en moeten de datum van deze verzending vermelden.

6.   De inhoud van aankondigingen die niet langs elektronische weg in het formaat en op de wijze beschreven in bijlage VIII, punt 3, worden verzonden, blijft beperkt tot ongeveer 650 woorden.

7.   De aanbestedende diensten moeten de verzenddatum van de aankondigingen kunnen aantonen.

8.   De Commissie verstrekt de aanbestedende dienst een bevestiging van de bekendmaking van de verzonden informatie, met vermelding van de datum van bekendmaking. Deze bevestiging vormt het bewijs van de bekendmaking.

Artikel 37

Niet-verplichte bekendmaking

De aanbestedende diensten mogen overeenkomstig artikel 36 aankondigingen van overheidsopdrachten bekendmaken waarvan bekendmaking krachtens deze richtlijn niet verplicht is.

Afdeling 2

Termijnen

Artikel 38

Termijnen voor de ontvangst van de verzoeken tot deelneming en de ontvangst van de inschrijvingen

1.   Bij de vaststelling van de termijnen voor de ontvangst van inschrijvingen en verzoeken tot deelneming moeten de aanbestedende diensten inzonderheid rekening houden met de complexiteit van de opdracht en met de voor de voorbereiding van de inschrijvingen benodigde tijd, onverminderd de in dit artikel vastgestelde minimumtermijnen.

2.   Voor openbare procedures bedraagt de termijn voor de ontvangst van de inschrijvingen minimaal 52 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging.

3.   Voor niet-openbare procedures en procedures van gunning door onderhandelingen met bekendmaking van een aankondiging van een opdracht, zoals bedoeld in artikel 30, en de concurrentiegerichte dialoog:

a)

bedraagt de termijn voor de ontvangst van de verzoeken tot deelneming minimaal 37 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht;

b)

voor niet-openbare procedures bedraagt de termijn voor de ontvangst van de inschrijvingen minimaal 40 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging.

4.   In de gevallen waarin de aanbestedende diensten een vooraankondiging hebben bekendgemaakt, kan de termijn voor de ontvangst van de inschrijvingen op grond van de leden 2 en 3, onder b), in de regel worden ingekort tot 36 dagen, maar in geen geval tot minder dan 22 dagen.

Deze termijn loopt bij openbare procedures vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht en bij niet-openbare procedures vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot indiening van een inschrijving.

De in de eerste alinea bedoelde kortere termijn is toegestaan mits de vooraankondiging alle informatie bevat die in de in bijlage VII A opgenomen aankondiging van de opdracht wordt verlangd, voor zover deze informatie beschikbaar is op het tijdstip dat de aankondiging wordt bekendgemaakt, en mits deze vooraankondiging minimaal 52 dagen en maximaal 12 maanden voor de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht ter bekendmaking is verzonden.

5.   Wanneer de aankondigingen langs elektronische weg in het formaat en op de wijze beschreven in bijlage VIII, punt 3, worden opgesteld en verzonden, kunnen de in de leden 2 en 4, bedoelde termijnen voor de ontvangst van de inschrijvingen bij openbare procedures en de in lid 3, onder a), bedoelde termijn voor de ontvangst van de verzoeken bij niet-openbare procedures, procedures van gunning door onderhandelingen en de concurrentiegerichte dialoog, met zeven dagen worden verkort.

6.   De in de leden 2 en 3, onder b), genoemde termijnen voor de ontvangst van inschrijvingen kunnen met vijf dagen worden verkort indien de aanbestedende dienst met elektronische middelen en vanaf de bekendmaking van de aankondiging vrije, rechtstreekse en volledige toegang biedt tot het bestek en alle aanvullende stukken, in overeenstemming met bijlage VIII, en met vermelding in de tekst van de aankondiging van het internetadres dat toegang biedt tot deze documenten.

Deze verkorting kan met de in lid 5 bedoelde verkorting worden gecumuleerd.

7.   Wanneer het bestek en de aanvullende stukken of nadere inlichtingen tijdig zijn aangevraagd, maar om enigerlei reden niet binnen de in de artikelen 39 en 40 gestelde termijnen zijn verstrekt, of wanneer de inschrijvingen slechts na een bezichtiging ter plaatse, of na inzage ter plaatse van de bij het bestek behorende stukken kunnen worden gedaan, moeten de termijnen voor de ontvangst van de inschrijvingen zodanig worden verlengd dat alle betrokken ondernemers van alle nodige informatie voor de opstelling van de inschrijvingen kennis kunnen nemen.

8.   Wanneer het om dringende redenen niet haalbaar is de in dit artikel bepaalde minimumtermijnen in acht te nemen, kunnen de aanbestedende diensten bij niet-openbare procedures en de in artikel 30 bedoelde procedures van gunning door onderhandelingen met bekendmaking van een aankondiging van een opdracht de volgende termijnen vaststellen:

a)

een termijn voor de ontvangst van de verzoeken tot deelneming van minimaal vijftien dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht, of tien dagen indien de aankondiging elektronisch is verzonden overeenkomstig het formaat en de wijze van verzending beschreven in bijlage VIII, punt 3;

b)

en in het geval van niet-openbare procedures, een termijn voor de ontvangst van de inschrijvingen van minimaal tien dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de uitnodiging tot indiening van een inschrijving.

Artikel 39

Openbare procedures: bestek, stukken en nadere inlichtingen

1.   Wanneer de aanbestedende diensten bij openbare procedures niet met elektronische middelen overeenkomstig artikel 38, lid 6, vrije, rechtstreekse en volledige toegang bieden tot het bestek en alle aanvullende stukken, worden het bestek en de aanvullende stukken binnen zes dagen na ontvangst van de aanvraag aan de ondernemers toegezonden, mits deze aanvraag tijdig voor de uiterste datum voor de indiening van de inschrijvingen is gedaan.

2.   Nadere inlichtingen over het bestek en de aanvullende stukken worden, mits tijdig aangevraagd, uiterlijk zes dagen voor de uiterste datum voor de ontvangst van de inschrijvingen door de aanbestedende diensten of de bevoegde diensten verstrekt.

Afdeling 3

Inhoud en verzendingswijze van de informatie

Artikel 40

Uitnodigingen tot inschrijving, tot deelneming aan de dialoog of tot onderhandelingen

1.   Bij niet-openbare procedures, de concurrentiegerichte dialoog en procedures van gunning door onderhandelingen met bekendmaking van een aankondiging van een opdracht in de zin van artikel 30 nodigen de aanbestedende diensten de uitgekozen gegadigden gelijktijdig en schriftelijk uit tot inschrijving, tot onderhandelingen of, in de concurrentiegerichte dialoog, tot deelneming aan de dialoog.

2.   De uitnodiging aan de gegadigden behelst:

hetzij een exemplaar van het bestek of van het beschrijvend document en van alle aanvullende stukken,

hetzij de vermelding van de toegang tot het bestek en tot de andere onder het eerste streepje vermelde stukken, wanneer deze rechtstreeks langs elektronische weg toegankelijk zijn overeenkomstig artikel 38, lid 6.

3.   Wanneer het bestek, het beschrijvend document, en/of de aanvullende stukken bij een andere instantie moeten worden aangevraagd dan de aanbestedende dienst die voor de gunningsprocedure verantwoordelijk is, vermeldt de uitnodiging het adres van deze instantie en, in voorkomend geval, de uiterste datum voor deze aanvraag, alsmede het bedrag dat verschuldigd is en de wijze van betaling om de stukken te verkrijgen. De bevoegde diensten zenden de documentatie onmiddellijk na ontvangst van de aanvraag aan de ondernemers toe.

4.   Nadere inlichtingen over het bestek, het beschrijvend document of de aanvullende stukken worden, mits tijdig aangevraagd, uiterlijk zes dagen voor de uiterste datum voor de ontvangst van de inschrijvingen door de aanbestedende diensten of de bevoegde diensten verstrekt. In geval van versnelde niet-openbare procedures of van versnelde procedures van gunning door onderhandelingen bedraagt deze termijn vier dagen.

5.   De uitnodiging tot inschrijving, tot deelneming aan de dialoog of tot onderhandelingen moet bovendien ten minste de volgende elementen omvatten:

a)

een verwijzing naar de bekendgemaakte aankondiging van de opdracht;

b)

de uiterste datum voor de ontvangst van de inschrijvingen, het adres waar deze moeten worden ingediend en de taal of talen waarin zij moeten worden gesteld;

c)

bij de concurrentiegerichte dialoog, de aanvangsdatum en het adres van de raadpleging, alsook de daarbij gebruikte taal of talen;

d)

opgave van de stukken die eventueel moeten worden bijgevoegd, hetzij ter staving van de door de gegadigde overeenkomstig artikel 44 verstrekte controleerbare verklaringen, hetzij ter aanvulling van de in dat artikel vermelde inlichtingen en zulks onder dezelfde voorwaarden als gesteld in de artikelen 47 en 48;

e)

het relatieve gewicht van de gunningscriteria van de opdracht of, in voorkomend geval, de afnemende volgorde van belangrijkheid van de criteria, indien deze niet in de aankondiging van de opdracht, het bestek of het beschrijvende document is vermeld.

Bij opdrachten waarvoor de regels van artikel 29 gelden, staan de in dit lid, onder b), bedoelde inlichtingen evenwel niet in de uitnodiging tot deelneming aan de dialoog, maar in de uitnodiging tot indiening van een inschrijving.

Artikel 41

Informatieverstrekking aan gegadigden en inschrijvers

1.   De aanbestedende diensten stellen de gegadigden en inschrijvers ten spoedigste in kennis van de besluiten die zijn genomen inzake de sluiting van een raamovereenkomst, de gunning van een opdracht of de toelating tot een dynamisch aankoopsysteem, met inbegrip van de redenen waarom zij hebben besloten geen raamovereenkomst te sluiten, een opdracht waarvoor een oproep tot mededinging was gedaan niet te plaatsen en de procedure opnieuw te beginnen of een dynamisch aankoopsysteem in te stellen; deze informatie wordt desgevraagd schriftelijk verstrekt.

2.   De aanbestedende dienst stelt, ten spoedigste, op verzoek van de betrokken partij:

iedere afgewezen gegadigde in kennis van de redenen voor de afwijzing,

iedere afgewezen inschrijver in kennis van de redenen voor de afwijzing, inclusief, voor de gevallen bedoeld in artikel 23, leden 4 en 5, de redenen voor zijn besluit dat er geen gelijkwaardigheid voorhanden is of dat de werken, leveringen of diensten niet aan de functionele en prestatie-eisen voldoen,

iedere inschrijver die een aan de eisen beantwoordende inschrijving heeft gedaan, in kennis van de kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijving, alsmede van de naam van de begunstigde of de partijen bij de raamovereenkomst.

De aanbestedende dienst verstrekt deze informatie zo spoedig mogelijk, doch binnen een termijn die in geen geval langer zijn dan 15 dagen na ontvangst van het schriftelijk verzoek.

3.   De aanbestedende diensten kunnen evenwel besluiten bepaalde, in lid 1 bedoelde gegevens betreffende de gunning van de opdrachten, de sluiting van raamovereenkomsten of de toelating tot een dynamisch aankoopsysteem niet mee te delen indien openbaarmaking van die gegevens de toepassing van de wet in de weg zou staan, met het openbaar belang in strijd zou zijn, de rechtmatige commerciële belangen van publieke of particuliere ondernemers zou kunnen schaden, of afbreuk aan de eerlijke mededinging tussen hen zou kunnen doen.

Afdeling 4

Communicatiemiddelen

Artikel 42

Regels betreffende de communicatiemiddelen

1.   Elke in deze titel bedoelde mededeling en uitwisseling van informatie kan, naar keuze van de aanbestedende dienst, geschieden via de post, per fax, langs elektronische weg overeenkomstig de leden 4 en 5, per telefoon in de in lid 6 bedoelde gevallen en onder de in dat artikel bepaalde voorwaarden, of door een combinatie van deze middelen.

2.   De gekozen communicatiemiddelen moeten algemeen beschikbaar zijn en mogen de toegang van de ondernemers tot de gunningsprocedure niet beperken.

3.   De mededeling, uitwisseling en opslag van informatie vinden zodanig plaats dat de integriteit van de gegevens en de vertrouwelijkheid van de inschrijvingen en van de verzoeken tot deelneming worden gewaarborgd en dat de aanbestedende diensten pas bij het verstrijken van de uiterste termijn voor de indiening kennisnemen van de inhoud van de inschrijvingen en van de verzoeken tot deelneming.

4.   De voor mededelingen langs elektronische weg te gebruiken middelen, en de technische kenmerken daarvan, moeten niet-discriminerend en algemeen beschikbaar zijn en in combinatie met algemeen gebruikte informatie- en communicatietechnologieproducten kunnen functioneren.

5.   De volgende regels zijn van toepassing op de toezending en de middelen voor de elektronische ontvangst van inschrijvingen, alsmede op de middelen voor de elektronische ontvangst van verzoeken tot deelneming:

a)

informatie betreffende de specificaties die nodig zijn voor de elektronische indiening van inschrijvingen en verzoeken tot deelneming, inclusief de encryptie, moet voor belanghebbende partijen beschikbaar zijn. De middelen voor de elektronische ontvangst van inschrijvingen en verzoeken tot deelneming moeten bovendien voldoen aan de eisen van bijlage X;

b)

de lidstaten kunnen met inachtneming van artikel 5 van Richtlijn1999/93/EG eisen dat bij elektronische inschrijvingen gebruik wordt gemaakt van een geavanceerde elektronische handtekening die voldoet aan lid 1 van dat artikel;

c)

de lidstaten kunnen vrijwillige toelatingsregelingen ter verbetering van het niveau van de voor deze middelen verleende certificeringsdienst instellen of handhaven;

d)

inschrijvers of gegadigden verbinden zich ertoe de in de artikelen 45 tot en met 50 en artikel 52 bedoelde documenten, certificaten en verklaringen, indien deze niet in elektronische vorm beschikbaar zijn, in te dienen vóór het verstrijken van de uiterste termijn voor de indiening van inschrijvingen of verzoeken tot deelneming.

6.   De volgende regels zijn van toepassing op de verzending van verzoeken tot deelneming:

a)

De verzoeken tot deelneming aan een procedure voor de plaatsing van een overheidsopdracht kunnen schriftelijk of telefonisch gedaan worden.

b)

Wanneer verzoeken tot deelneming telefonisch worden gedaan, moet vóór het verstrijken van de ontvangsttermijn een schriftelijke bevestiging worden gezonden.

c)

De aanbestedende diensten kunnen eisen dat per fax ingediende verzoeken tot deelneming per post of langs elektronische weg worden bevestigd, wanneer dat nodig is om over een wettig bewijs te beschikken. Een dergelijke eis moet samen met de termijn voor de verzending van de bevestiging per post of langs elektronische weg, door de aanbestedende dienst in de aankondiging van de opdracht worden vermeld.

Afdeling 5

Processen-verbaal

Artikel 43

Inhoud van de processen-verbaal

Over elke opdracht, elke raamovereenkomst en elke instelling van een dynamisch aankoopsysteem stellen de aanbestedende diensten een proces-verbaal op, dat ten minste het volgende bevat:

a)

de naam en het adres van de aanbestedende dienst, het voorwerp en de waarde van de opdracht, de raamovereenkomst of het dynamisch aankoopsysteem;

b)

de namen van de uitgekozen gegadigden of inschrijvers met motivering van die keuze;

c)

de namen van de uitgesloten gegadigden of inschrijvers met motivering van die uitsluiting;

d)

de redenen voor de afwijzing van abnormaal laag bevonden inschrijvingen;

e)

de naam van de begunstigde en de motivering voor de keuze van zijn inschrijving, alsmede, indien bekend, het gedeelte van de opdracht of de raamovereenkomst dat de begunstigde voornemens is aan derden in onderaanneming te geven;

f)

voor procedures van gunning door onderhandelingen: de in de artikelen 30 en 31 genoemde omstandigheden die de toepassing van deze procedures rechtvaardigen;

g)

wat betreft de concurrentiegerichte dialoog, de omstandigheden als bedoeld in artikel 29, die de toepassing van deze procedure rechtvaardigen;

h)

in voorkomend geval, de redenen waarom de aanbestedende dienst besloten heeft een opdracht niet te plaatsen of een raamovereenkomst niet te sluiten, of geen dynamisch aankoopsysteem in te stellen.

De aanbestedende diensten nemen passende maatregelen om het verloop van de langs elektronische weg gevoerde gunningsprocedures te documenteren.

Dit proces-verbaal, of de hoofdpunten ervan, worden de Commissie op haar verzoek meegedeeld.

HOOFDSTUK VII

Verloop van de procedure

Afdeling 1

Algemene bepalingen

Artikel 44

Controle van de geschiktheid en selectie van de deelnemers, en gunning van de opdrachten

1.   Opdrachten worden gegund op basis van de in artikel 53 en 55 bepaalde criteria, rekening houdend met artikel 24, nadat de aanbestedende diensten de geschiktheid van de niet ingevolge de artikelen 45 en 46 uitgesloten ondernemers hebben gecontroleerd op grond van de criteria van economische en financiële draagkracht, technische bekwaamheid en/of beroepsbekwaamheid, genoemd in de artikelen 47 tot en met 52, en, in voorkomend geval, de niet-discriminerende criteria als bedoeld in lid 3.

2.   De aanbestedende diensten kunnen minimumeisen inzake draagkracht en bekwaamheden overeenkomstig de artikelen 47 en 48 stellen waaraan de gegadigden en de inschrijvers moeten voldoen.

De in de artikelen 47 en 48 bedoelde inlichtingen en de minimumeisen inzake draagkracht en bekwaamheden moeten verband houden met en in verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht.

Deze minimumeisen worden vermeld in de aankondiging van de opdracht.

3.   Bij niet-openbare procedures, procedures van gunning door onderhandelingen met bekendmaking van een aankondiging van een opdracht en concurrentiegerichte dialoog, kunnen de aanbestedende diensten het aantal geschikte gegadigden dat zij zullen uitnodigen tot indiening van een inschrijving, onderhandelingen of dialoog, beperken op voorwaarde dat er een voldoende aantal geschikte kandidaten is. De aanbestedende diensten vermelden in de aankondiging van de opdracht de objectieve en niet-discriminerende criteria of regels die zij voornemens zijn te gebruiken, het minimumaantal en, in voorkomend geval, het maximumaantal gegadigden dat zij voornemens zijn uit te nodigen.

Bij niet-openbare procedures bedraagt het minimumaantal vijf. Bij procedures van gunning door onderhandelingen met bekendmaking van een aankondiging van een opdracht bedraagt het minimumaantal drie. Het aantal uitgenodigde gegadigden moet in elk geval volstaan om daadwerkelijke mededinging te waarborgen.

De aanbestedende diensten nodigen een aantal gegadigden uit dat ten minste gelijk is aan het vooraf bepaalde minimumaantal gegadigden. Wanneer het aantal gegadigden die aan de selectiecriteria en de minimumniveaus voldoen lager is dan het minimumaantal, kan de aanbestedende dienst de procedure voortzetten door de gegadigde of de gegadigden met de vereiste bekwaamheden uit te nodigen. De aanbestedende dienst mag in deze procedure geen ondernemers opnemen die niet om deelneming hebben verzocht, noch gegadigden die niet over de vereiste bekwaamheden beschikken.

4.   Wanneer de aanbestedende diensten gebruik maken van de in artikel 29, lid 4, en artikel 30, lid 4, bedoelde mogelijkheid tot vermindering van het aantal oplossingen dat besproken moet worden of het aantal inschrijvingen waarover moet worden onderhandeld, verminderen zij dat aantal door toepassing van de gunningscriteria die in de aankondiging van de opdracht, het bestek of in het beschrijvend document zijn vermeld. In de slotfase moet dit aantal zodanig zijn dat daadwerkelijke mededinging kan worden gegarandeerd, voor zover er een voldoende aantal geschikte oplossingen of gegadigden zijn.

Afdeling 2

Kwalitatieve selectiecriteria

Artikel 45

Persoonlijke situatie van de gegadigde of inschrijver

1.   Van deelneming aan een overheidsopdracht wordt uitgesloten, iedere gegadigde of inschrijver jegens wie bij een onherroepelijk vonnis een veroordeling om een of meer van de hieronder opgegeven redenen is uitgesproken, waarvan de aanbestedende dienst kennis heeft:

a)

deelneming aan een criminele organisatie in de zin van artikel 2, lid 1, van Gemeenschappelijk Optreden 98/773/JBZ van de Raad (20),

b)

omkoping in de zin van artikel 3, van het besluit van de Raad van 26 mei 1997 (21), respectievelijk artikel 3, lid 1, van Gemeenschappelijk Optreden 98/742/JBZ van de Raad (22),

c)

fraude in de zin van artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap (23),

d)

witwassen van geld in de zin van artikel 1 van Richtlijn 91/308/EEG van de Raad van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld (24),

De lidstaten bepalen overeenkomstig hun nationaal recht en onder eerbiediging van het communautair recht de voorwaarden voor de toepassing van dit lid.

Zij kunnen bepalen dat om dwingende redenen van algemeen belang kan worden afgeweken van de in de eerste alinea bedoelde verplichting.

Met het oog op de toepassing van dit lid verzoeken de aanbestedende diensten de gegadigden of inschrijvers indien nodig om de in lid 3 bedoelde documenten te verstrekken en kunnen zij, indien zij twijfels over de persoonlijke situatie van die gegadigden/inschrijvers hebben, de bevoegde autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die zij nodig achten over de persoonlijke situatie van die gegadigden of inschrijvers. Wanneer de inlichtingen betrekking hebben op een gegadigde of inschrijver die in een andere lidstaat dan de aanbestedende dienst gevestigd is, kan de aanbestedende dienst om de medewerking van de bevoegde autoriteiten verzoeken. Naar gelang van het nationale recht van de lidstaat waarin de gegadigde of de inschrijver gevestigd is, kunnen deze verzoeken betrekking hebben op rechtspersonen en/of natuurlijke personen, met inbegrip, in voorkomend geval, van de bedrijfsleider of van enig persoon met vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid bij de gegadigde of de inschrijver.

2.   Van deelneming aan een opdracht kan worden uitgesloten iedere ondernemer:

a)

die in staat van faillissement of van liquidatie verkeert, wiens werkzaamheden zijn gestaakt, jegens wie een surséance van betaling of een akkoord geldt of die in een andere vergelijkbare toestand verkeert ingevolge een soortgelijke procedure die voorkomt in de nationale wet- of regelgevingen;

b)

wiens faillissement of liquidatie is aangevraagd of tegen wie een procedure van surséance van betaling of akkoord dan wel een andere soortgelijke procedure die voorkomt in de nationale wet- of regelgevingen, aanhangig is gemaakt;

c)

jegens wie een rechterlijke uitspraak met kracht van gewijsde volgens de wetgeving van het land is gedaan, waarbij een delict is vastgesteld dat in strijd is met zijn beroepsgedragsregels;

d)

die in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout heeft begaan, vastgesteld op elke grond die de aanbestedende diensten aannemelijk kunnen maken;

e)

die niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan ten aanzien van de betaling van de socialezekerheidsbijdragen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij is gevestigd of van het land van de aanbestedende dienst;

f)

die niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan ten aanzien van de betaling van zijn belastingen overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar hij is gevestigd of van het land van de aanbestedende dienst;

g)

die zich in ernstige mate schuldig heeft gemaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken van de inlichtingen die ingevolge deze afdeling kunnen worden verlangd, of die inlichtingen niet heeft verstrekt.

De lidstaten bepalen overeenkomstig hun nationaal recht en onder eerbiediging van het communautair recht de voorwaarden voor de toepassing van dit lid.

3.   Als voldoende bewijs dat de ondernemer niet verkeert in een van de situaties bedoeld in lid 1 en in lid 2, onder a), b), c), e) en f) wordt door de aanbestedende diensten aanvaard:

a)

voor lid 1 en lid 2, onder a), b), en c), een uittreksel uit zijn strafregister of, bij gebreke daarvan, een gelijkwaardig document, afgegeven door een bevoegde rechterlijke of administratieve instantie van het land van oorsprong of van herkomst, waaruit blijkt dat aan de betrokken eisen is voldaan;

b)

voor lid 2, onder e) en f), een door de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat afgegeven getuigschrift.

Wanneer een document of getuigschrift niet door het betrokken land wordt afgegeven, of daarin niet alle in lid 1 en in lid 2, onder a), b) en c), bedoelde gevallen worden vermeld, kan dit worden vervangen door een verklaring onder ede — of, in de lidstaten waar niet in een eed is voorzien, door een plechtige verklaring — die door betrokkene ten overstaan van een bevoegde rechterlijke of administratieve instantie, een notaris of een bevoegde beroepsorganisatie van het land van oorsprong of herkomst wordt afgelegd.

4.   De lidstaten wijzen de instanties en organisaties aan die voor de afgifte van de in lid 3 bedoelde documenten en getuigschriften bevoegd zijn en stellen de Commissie daarvan in kennis. Deze mededeling geschiedt onverminderd het toepasselijke recht inzake gegevensbescherming.

Artikel 46

Bevoegdheid de beroepsactiviteit uit te oefenen

Elke ondernemer die aan een overheidsopdracht wenst deel te nemen, kan worden verzocht aan te tonen dat hij volgens de voorschriften van de lidstaat waar hij is gevestigd, in het beroepsregister of in het handelsregister is ingeschreven, of een verklaring onder ede of een attest te verstrekken als bedoeld in bijlage IX A voor overheidsopdrachten voor werken, in bijlage IX B voor overheidsopdrachten voor leveringen en in bijlage IX C voor overheidsopdrachten voor diensten.

Bij procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor diensten kan de aanbestedende dienst, indien de gegadigden of de inschrijvers over een bijzondere vergunning moeten beschikken of indien zij lid van een bepaalde organisatie moeten zijn om in hun land van herkomst de betrokken dienst te kunnen verlenen, verlangen dat zij aantonen dat zij over deze vergunning beschikken of lid van de bedoelde organisatie zijn.

Artikel 47

Economische en financiële draagkracht

1.   In het algemeen kan de financiële en economische draagkracht van de ondernemer worden aangetoond door een of meer van de volgende referenties:

a)

passende bankverklaringen of, in voorkomend geval, het bewijs van een verzekering tegen beroepsrisico's;

b)

overlegging van balansen of van balansuittreksels, indien de wetgeving van het land waar de ondernemer is gevestigd, de bekendmaking van balansen voorschrijft;

c)

een verklaring betreffende de totale omzet en, in voorkomend geval, de omzet van de bedrijfsactiviteit die het voorwerp van de opdracht is, over ten hoogste de laatste drie beschikbare boekjaren, afhankelijk van de oprichtingsdatum of van de datum waarop de ondernemer met zijn bedrijvigheid is begonnen, voor zover de betrokken omzetcijfers beschikbaar zijn.

2.   Een ondernemer kan zich in voorkomend geval en voor een welbepaalde opdracht beroepen op de draagkracht van andere lichamen, ongeacht de juridische aard van zijn banden met die lichamen. In dat geval moet hij bij de aanbestedende dienst aantonen dat hij werkelijk kan beschikken over de voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijk middelen van die lichamen, bijvoorbeeld door overlegging van de verbintenis daartoe van deze lichamen.

3.   Onder dezelfde voorwaarden kan een combinatie van ondernemers zoals bedoeld in artikel 4, zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan de combinatie of van andere lichamen.

4.   De aanbestedende diensten geven in de aankondiging van de opdracht of in de uitnodiging tot inschrijving de in lid 1 bedoelde referentie of referenties aan die zij verlangen, evenals de andere bewijsstukken die ter inzage moeten worden overlegd.

5.   Wanneer de ondernemer om gegronde redenen niet in staat is de door de aanbestedende dienst gevraagde referenties over te leggen, kan hij zijn economische en financiële draagkracht aantonen met andere bescheiden die de aanbestedende dienst geschikt acht.

Artikel 48

Technische bekwaamheid en/of beroepsbekwaamheid

1.   De technische bekwaamheid en/of beroepsbekwaamheid van de ondernemers worden beoordeeld en gecontroleerd overeenkomstig de leden 2 en 3.

2.   De technische bekwaamheid van de ondernemer kan op een of meer van de volgende manieren worden aangetoond, afhankelijk van de aard, de hoeveelheid of omvang en het doel van de werken, leveringen of diensten:

a)

i)

aan de hand van een lijst van de werken die de afgelopen vijf jaar werden verricht, welke lijst vergezeld gaat van certificaten die bewijzen dat de belangrijkste werken naar behoren zijn uitgevoerd. In deze certificaten wordt het bedrag van de werken vermeld, alsmede de plaats en het tijdstip waarop ze werden uitgevoerd; voorts wordt aangegeven of de werken volgens de regels der kunst zijn uitgevoerd en tot een goed einde zijn gebracht; in voorkomend geval worden de certificaten door de bevoegde instantie rechtstreeks aan de aanbestedende dienst toegezonden;

ii)

aan de hand van een lijst van de voornaamste leveringen of diensten die gedurende de afgelopen drie jaar werden verricht, met vermelding van het bedrag en de datum en van de publiek- of privaatrechtelijke instanties waarvoor zij bestemd waren. De leveringen en diensten worden aangetoond:

in het geval van leveringen of diensten voor een aanbestedende dienst: door certificaten die de bevoegde autoriteit heeft afgegeven of medeondertekend;

in het geval van leveringen of diensten voor een particuliere afnemer: door certificaten van de afnemer of, bij ontstentenis daarvan, eenvoudigweg door een verklaring van de ondernemer;

b)

aan de hand van een opgave van de al dan niet tot de onderneming van de ondernemer behorende technici of technische organen, in het bijzonder van die welke belast zijn met de kwaliteitscontrole en, in het geval van overheidsopdrachten voor werken, van die welke de aannemer ter beschikking zullen staan om de werken uit te voeren;

c)

aan de hand van een beschrijving van de technische uitrusting van de leverancier of de dienstverlener, van de maatregelen die hij treft om de kwaliteit te waarborgen en de mogelijkheden die hij biedt ten aanzien van ontwerpen en onderzoek;

d)

in het geval van complexe producten of diensten of wanneer deze bij wijze van uitzondering aan een bijzonder doel moeten beantwoorden, aan de hand van een controle door de aanbestedende dienst of, in diens naam, door een bevoegd officieel orgaan van het land waar de leverancier of de dienstverlener gevestigd is, onder voorbehoud van instemming door dit orgaan; deze controle heeft betrekking op de productiecapaciteit van de leverancier of op de technische capaciteit van de dienstverlener en, zo nodig, op diens mogelijkheden inzake ontwerpen en onderzoek en de maatregelen die hij treft om de kwaliteit te waarborgen;

e)

aan de hand van de studie- en beroepsdiploma's van de dienstverlener of de aannemer en/of het kaderpersoneel van de onderneming en in het bijzonder van degenen die met de dienstverlening of de leiding van de werken zijn belast;

f)

voor overheidsopdrachten voor het uitvoeren van werken of het verlenen van diensten, en uitsluitend in passende gevallen, de vermelding van de maatregelen inzake milieubeheer die de ondernemer kan toepassen in het kader van de uitvoering van de opdracht;

g)

aan de hand van een verklaring betreffende de gemiddelde jaarlijkse personeelsbezetting van de onderneming van de dienstverlener of de aannemer, en de omvang van het kaderpersoneel gedurende de laatste drie jaar;

h)

aan de hand van een verklaring welke de outillage, het materieel en de technische uitrusting vermeldt waarover de dienstverlener of de aannemer voor het verlenen van de opdracht beschikt;

i)

aan de hand van de omschrijving van het gedeelte van de opdracht dat de dienstverlener eventueel in onderaanneming wil geven;

j)

wat de te leveren producten betreft:

i)

aan de hand van monsters, beschrijvingen en/of foto's, waarvan op verzoek van de aanbestedende dienst de echtheid moet kunnen worden aangetoond;

ii)

aan de hand van certificaten die door als bevoegd erkende officiële instituten of diensten voor kwaliteitscontrole zijn opgesteld, waarin wordt verklaard dat duidelijk door referenties geïdentificeerde producten aan bepaalde specificaties of normen beantwoorden.

3.   Een ondernemer kan zich in voorkomend geval en voor welbepaalde opdrachten beroepen op de draagkracht van andere entiteiten, ongeacht de juridische aard van zijn banden met die entiteiten. In dat geval moet hij de aanbestedende dienst aantonen dat hij kan beschikken over de voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijke middelen, bijvoorbeeld door overlegging van de verbintenis van deze entiteiten om de ondernemer de nodige middelen ter beschikking te stellen.

4.   Onder dezelfde voorwaarden kan een combinatie van ondernemers zoals bedoeld in artikel 3, zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan de combinatie of van andere entiteiten.

5.   Bij procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen waarvoor plaatsings- of installatiewerkzaamheden nodig zijn, voor het verlenen van diensten en/of de uitvoering van werken, kan de geschiktheid van ondernemers om die diensten te verlenen of die installatiewerkzaamheden of werken uit te voeren, worden beoordeeld aan de hand van met name hun knowhow, efficiëntie, ervaring en betrouwbaarheid.

6.   De aanbestedende dienst geeft in de aankondiging of in de uitnodiging tot indiening van een inschrijving aan, welke van de in de lid 2 genoemde referenties hij verlangt.

Artikel 49

Kwaliteitsnormen

Ingeval de aanbestedende diensten de overlegging verlangen van door onafhankelijke instanties opgestelde verklaringen dat de ondernemer aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet, dienen deze diensten te verwijzen naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door instanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering. Zij erkennen gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instellingen. Zij aanvaarden eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het gebied van de kwaliteitsbewaking van ondernemers.

Artikel 50

Normen inzake milieubeheer

Ingeval de aanbestedende diensten in de in artikel 48, lid 2, punt f), bedoelde gevallen de overlegging verlangen van een door onafhankelijke instellingen opgestelde verklaring dat de ondernemer aan bepaalde normen inzake milieubeheer voldoet, verwijzen zij naar het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) of naar normen inzake milieubeheer die gebaseerd zijn op de desbetreffende Europese of internationale normen die gecertificeerd zijn door instellingen die beantwoorden aan het Gemeenschapsrecht of aan de toepasselijke Europese of internationale normen voor certificering. Zij erkennen gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instellingen. Zij aanvaarden tevens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het gebied van milieubeheer die de ondernemers overleggen.

Artikel 51

Aanvullende documentatie en inlichtingen

De aanbestedende dienst kan verlangen dat de ondernemers de uit hoofde van de artikelen 45 tot en met 50 overgelegde verklaringen en bescheiden aanvullen of nader toelichten.

Artikel 52

Officiële lijsten van erkende ondernemingen en certificering door publiekrechtelijke of privaatrechtelijke instellingen

1.   De lidstaten kunnen hetzij officiële lijsten van erkende aannemers, leveranciers of dienstverleners, hetzij een certificering door publiekrechtelijke of privaatrechtelijke certificeringsinstellingen instellen.

De lidstaten passen de voorwaarden voor de inschrijving op die lijsten en de voorwaarden voor de afgifte van certificaten door de certificeringsinstellingen aan aan artikel 45, lid 1 en lid 2, onder a) tot en met d), en onder g), artikel 46, artikel 47, leden 1, 4 en 5, artikel 48, leden 1, 2, 5 en 6, artikel 49 en, in voorkomend geval, artikel 50.

De lidstaten passen deze voorwaarden tevens aan aan artikel 47, lid 2, en artikel 48, lid 3, voor verzoeken tot inschrijving van ondernemers die deel uitmaken van een groep en die gebruik maken van middelen die hen door andere ondernemingen van de groep ter beschikking worden gesteld. In dat geval moeten deze ondernemers voor de instantie die de officiële lijst opstelt bewijzen dat zij gedurende de volledige geldigheidsduur van het bewijs van inschrijving op de officiële lijst over deze middelen zullen beschikken, en dat deze ondernemingen voor diezelfde periode zullen blijven voldoen aan de eisen op het gebied van de kwalitatieve selectie als bepaald in de in de tweede alinea genoemde artikelen waarop deze ondernemers zich voor hun inschrijving beroepen.

2.   De ondernemers die op een officiële lijst zijn opgenomen of in het bezit zijn van een certificaat, kunnen bij elke opdracht een door de bevoegde autoriteit afgegeven bewijs van inschrijving of het door de bevoegde certificeringsinstelling afgegeven certificaat aan de aanbestedende dienst overleggen. Op dit bewijs of dit certificaat worden de referenties vermeld op grond waarvan de inschrijving op de lijst/de certificering mogelijk was, alsmede de classificatie op deze lijst.

3.   De door de bevoegde autoriteit bevestigde opneming op een officiële lijst of het door de certificeringsinstelling afgegeven certificaat vormt voor de aanbestedende diensten van de andere lidstaten slechts een vermoeden van geschiktheid met betrekking tot artikel 45, lid 1 en lid 2, onder a) tot en met d) en onder g), artikel 46, artikel 47, lid 1, onder b) en c), artikel 48, lid 2, punt a), onder i), en punten b), e), g) en h), voor aannemers, artikel 48, lid 2, punt a), onder ii), en punten b), c), d) en j), voor leveranciers, en artikel 48, lid 2, punt a), onder ii), en punten c) tot en met i), voor dienstverleners.

4.   De gegevens die uit de opneming op een officiële lijst of de certificering kunnen worden afgeleid, kunnen niet zonder verantwoording ter discussie worden gesteld. Met betrekking tot de betaling van socialezekerheidsbijdragen en belastingen en heffingen kan van elk ingeschreven ondernemer bij elke opdracht een aanvullende verklaring worden verlangd.

Lid 3 en de eerste alinea van het onderhavige lid worden door de aanbestedende diensten van de andere lidstaten alleen toegepast op leveranciers die zijn gevestigd in de lidstaat die de officiële lijst heeft opgesteld.

5.   Voor de opneming van ondernemers uit andere lidstaten op een officiële lijst of voor de certificering van die ondernemers door de in lid 1 bedoelde instellingen mogen geen andere bewijzen en verklaringen worden verlangd dan die van nationale ondernemers en in geen geval andere dan die welke zijn vermeld in de artikelen 45 tot en met 49 en, in voorkomend geval, artikel 50.

De opneming op een lijst of certificering kan evenwel niet aan ondernemers uit andere lidstaten worden voorgeschreven voor deelneming aan een overheidsopdracht. De aanbestedende diensten erkennen gelijkwaardige certificaten van de in andere lidstaten gevestigde instellingen. Zij aanvaarden ook andere gelijkwaardige bewijsmiddelen.

6.   Ondernemers kunnen te allen tijde om de opneming op een officiële lijst of om de afgifte van een certificaat verzoeken. Zij moeten binnen een redelijk korte termijn in kennis worden gesteld van het besluit van de met de opstelling van de lijst belaste autoriteit of de bevoegde certificeringsinstelling.

7.   De in lid 1 bedoelde certificeringsinstellingen zijn instellingen die voldoen aan de Europese certificeringsnormen.

8.   De lidstaten die officiële lijsten of certificeringsinstellingen als bedoeld in lid 1 hebben, delen de andere lidstaten het adres van de instelling mee waaraan verzoeken tot opneming op de lijst kunnen worden gericht.

Afdeling 3

Gunning van de opdracht

Artikel 53

Gunningscriteria

1.   Onverminderd de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de vergoeding van bepaalde diensten, zijn de criteria aan de hand waarvan de aanbestedende diensten een overheidsopdracht gunnen:

a)

hetzij, indien de gunning aan de inschrijver met de economisch voordeligste inschrijving plaatsvindt, verschillende criteria die verband houden met het voorwerp van de opdracht, zoals de kwaliteit, de prijs, de technische waarde, de esthetische en functionele kenmerken, de milieukenmerken, de gebruikskosten, de rentabiliteit, de klantenservice en de technische bijstand, de datum van levering en de termijn voor levering of uitvoering;

b)

hetzij alleen de laagste prijs.

2.   Onverminderd de bepalingen van de derde alinea van dit lid, specificeert in het in lid 1, onder a), bedoelde geval de aanbestedende dienst in de aankondiging van de opdracht of in het bestek of, bij de concurrentiegerichte dialoog, in het beschrijvende document, het relatieve gewicht dat hij toekent aan elk van de door hem gekozen criteria voor de bepaling van de economisch voordeligste inschrijving.

Dit gewicht kan worden uitgedrukt in een marge met een passend verschil tussen minimum en maximum.

Wanneer volgens de aanbestedende dienst om aantoonbare redenen geen weging mogelijk is, vermeldt de aanbestedende dienst in de aankondiging van de opdracht of in het bestek of, bij de concurrentiegerichte dialoog, in het beschrijvende document, de criteria in dalende volgorde van belangrijkheid.

Artikel 54

Gebruik van elektronische veilingen

1.   De lidstaten kunnen voorzien in de mogelijkheid dat de aanbestedende diensten elektronische veilingen houden.

2.   Bij openbare procedures, niet-openbare procedures en procedures van gunning door onderhandelingen en in het geval bedoeld in artikel 30, lid 1, onder a), kunnen de aanbestedende diensten beslissen dat de gunning van de overheidsopdracht zal worden voorafgegaan door een elektronische veiling, wanneer de nauwkeurige specificaties voor de opdracht kunnen worden opgesteld.

Onder dezelfde voorwaarden kan een elektronische veiling worden gebruikt bij het opnieuw tot mededinging oproepen van de partijen bij een raamovereenkomst, als bedoeld in artikel 32, lid 4, tweede alinea, tweede streepje, alsmede bij de oproep tot mededinging voor opdrachten die worden gegund in het kader van het dynamische aankoopsysteem als bedoeld in artikel 33.

De elektronische veiling heeft betrekking op:

hetzij alleen de prijzen wanneer de opdracht wordt gegund op basis van de laagste prijs;

hetzij de prijzen en/of de waarden van de elementen van de inschrijvingen zoals aangegeven in het bestek wanneer de opdracht wordt gegund op basis van de economisch voordeligste inschrijving.

3.   De aanbestedende diensten die beslissen gebruik te maken van een elektronische veiling, maken daarvan melding in de aankondiging van de opdracht.

Het bestek bevat onder andere de volgende informatie:

a)

de elementen waarvan de waarden vallen onder de elektronische veiling, voor zover deze elementen kwantificeerbaar zijn zodat ze kunnen worden uitgedrukt in cijfers of procenten;

b)

de eventuele limieten van de waarden die kunnen worden ingediend, zoals zij voortvloeien uit de specificaties van het voorwerp van de opdracht;

c)

de informatie die tijdens de elektronische veiling ter beschikking van de inschrijvers zal worden gesteld en het tijdstip waarop die informatie in voorkomend geval ter beschikking zal worden gesteld;

d)

relevante informatie betreffende het verloop van de elektronische veiling;

e)

de voorwaarden waaronder de inschrijvers een bod kunnen doen en met name de vereiste minimumverschillen die in voorkomend geval voor de biedingen vereist zijn;

f)

relevante informatie betreffende het gebruikte elektronische systeem en de nadere technische bepalingen en specificaties voor de verbinding.

4.   Alvorens over te gaan tot de elektronische veiling, verlenen de aanbestedende diensten een eerste volledige beoordeling van de inschrijvingen aan de hand van het/de gunningscriterium/a en de weging daarvan zoals die zijn vastgesteld.

Alle inschrijvers die een aan de eisen beantwoordende inschrijving hebben gedaan, worden tegelijkertijd langs elektronische weg uitgenodigd om nieuwe prijzen en/of nieuwe waarden in te dienen; het verzoek bevat alle relevante informatie voor de individuele verbinding met het gebruikte elektronische systeem en preciseert het tijdstip en het aanvangsuur van de elektronische veiling. De elektronische veiling kan in verschillende fasen verlopen. De elektronische veiling kan op zijn vroegst twee werkdagen na de datum van verzending van de uitnodigingen beginnen.

5.   Wanneer voor de gunning het criterium van de economisch voordeligste inschrijving wordt gehanteerd, gaat de uitnodiging vergezeld van het resultaat van de volledige beoordeling van de inschrijving van de betrokken inschrijver, uitgevoerd overeenkomstig de in artikel 53, lid 2, eerste alinea, bepaalde wegingscriteria.

De uitnodiging vermeldt tevens de wiskundige formule die tijdens de elektronische veiling de automatische herklasseringen naar gelang van de ingediende nieuwe prijzen en/of nieuwe waarden zal bepalen. In deze formule is het relatieve gewicht verwerkt dat aan alle vastgestelde criteria is toegekend om de economisch voordeligste inschrijving te bepalen, zoals dat in de aankondiging van de opdracht of het bestek is aangegeven; daartoe moeten eventuele marges evenwel vooraf in een bepaalde waarde worden uitgedrukt.

Wanneer variaties zijn toegestaan, moeten voor elke variatie afzonderlijke formules worden verstrekt.

6.   Tijdens elke fase van de elektronische veiling delen de aanbestedende diensten ogenblikkelijk aan alle inschrijvers ten minste de informatie mee die de inschrijvers de mogelijkheid biedt op elk moment hun respectieve klassering te kennen. De aanbestedende diensten kunnen ook andere informatie betreffende andere ingediende prijzen of waarden meedelen indien dat in het bestek is vermeld. Zij kunnen tevens op ieder ogenblik meedelen hoeveel inschrijvers aan de fase van de veiling deelnemen. Zij mogen tijdens het verloop van de fasen van de elektronische veiling evenwel in geen geval de identiteit van de inschrijvers bekendmaken.

7.   De aanbestedende diensten kunnen de elektronische veiling op een of meer van de onderstaande wijzen afsluiten:

a)

zij kunnen in de uitnodiging om deel te nemen aan de veiling een vooraf vastgestelde datum en een vooraf vastgesteld tijdstip voor de sluiting aangeven;

b)

zij kunnen de veiling afsluiten wanneer zij geen nieuwe prijzen meer ontvangen die beantwoorden aan de vereisten betreffende de minimumverschillen. In dit geval preciseren de aanbestedende diensten in de uitnodiging om deel te nemen aan de veiling de termijn die zij na ontvangst van de laatste aanbieding in acht zullen nemen alvorens de veiling te sluiten;

c)

zij kunnen de veiling afsluiten wanneer alle fasen van de veiling die in de uitnodiging om deel te nemen aan de veiling zijn vermeld, afgehandeld zijn.

Wanneer de aanbestedende diensten besloten hebben om de elektronische veiling overeenkomstig punt c) af te sluiten, in voorkomend geval in combinatie met de in punt b) bepaalde regelingen, vermeldt de uitnodiging om deel te nemen aan de veiling het tijdschema voor elk van de fasen van de veiling.

8.   Na de sluiting van de elektronische veiling gunnen de aanbestedende diensten de opdracht overeenkomstig artikel 53, op basis van de resultaten van de elektronische veiling.

De aanbestedende diensten mogen geen misbruik maken van de methode van de elektronische veiling, noch mogen zij de methode gebruiken om concurrentie te beletten, te beperken of te vervalsen of om wijzigingen aan te brengen in het voorwerp van de opdracht zoals omschreven in de aankondiging van de opdracht en vastgelegd in het bestek.

Artikel 55

Abnormaal lage inschrijvingen

1.   Wanneer voor een bepaalde opdracht inschrijvingen worden gedaan die in verhouding tot de te verlenen dienst abnormaal laag lijken, verzoekt de aanbestedende dienst, voordat hij deze inschrijvingen kan afwijzen, schriftelijk om de door hem dienstig geachte preciseringen over de samenstelling van de desbetreffende inschrijving.

Deze preciseringen kunnen met name verband houden met:

a)

de doelmatigheid van het bouwproces, van het productieproces van de producten of van de dienstverlening;

b)

de gekozen technische oplossingen en/of uitzonderlijk gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver bij de uitvoering van de werken, de levering van de producten of het verlenen van de diensten kan profiteren;

c)

de originaliteit van het ontwerp van de inschrijver;

d)

de naleving van de bepalingen inzake arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden die gelden op de plaats waar de opdracht wordt uitgevoerd;

e)

de eventuele ontvangst van staatssteun door de inschrijver.

2.   De aanbestedende dienst onderzoekt in overleg met de inschrijver de samenstelling aan de hand van de ontvangen toelichtingen.

3.   Wanneer een aanbestedende dienst constateert dat een inschrijving abnormaal laag is doordat de inschrijver overheidssteun heeft gekregen, kan de inschrijving alleen op uitsluitend die grond worden afgewezen wanneer de inschrijver desgevraagd niet binnen een door de aanbestedende dienst bepaalde voldoende lange termijn kan aantonen dat de betrokken steun rechtmatig is toegekend. Wanneer de aanbestedende dienst in een dergelijke situatie een inschrijving afwijst, stelt hij daarvan de Commissie in kennis.

TITEL III

REGELS OP HET GEBIED VAN CONCESSIES VOOR OPENBARE WERKEN

HOOFDSTUK I

Op concessies voor openbare werken toepasselijke regels

Artikel 56

Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op alle door aanbestedende diensten gesloten concessieovereenkomsten voor openbare werken waarvan de waarde EUR 6 242 000 of meer bedraagt.

Deze waarde wordt berekend volgens de regels voor overheidsopdrachten voor openbare werken van artikel 9.

Artikel 57

Uitsluitingen van het toepassingsgebied

Deze titel is niet van toepassing op concessieovereenkomsten voor openbare werken die:

a)

gesloten zijn onder dezelfde voorwaarden als de in de artikelen 13, 14 en 15 bedoelde overheidsopdrachten voor diensten;

b)

gesloten zijn door aanbestedende diensten die een of meer activiteiten uitoefenen als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7 van Richtlijn 2004/17/EG, indien deze concessieovereenkomsten met het oog op de uitoefening van deze activiteiten zijn gesloten.

Deze richtlijn blijft evenwel van toepassing op de overheidsopdrachten die worden geplaatst door aanbestedende diensten welke een of meer van de in artikel 6 van Richtlijn 2004/17/EG bedoelde activiteiten uitoefenen, wanneer die overheidsopdrachten betrekking hebben op die specifieke activiteiten, zolang de betrokken lidstaat gebruik maakt van de in artikel 71, tweede alinea, van voornoemde richtlijn bedoelde mogelijkheid om de toepassing ervan uit te stellen.

Artikel 58

Bekendmaking van de aankondiging betreffende concessieovereenkomsten voor openbare werken

1.   De aanbestedende diensten die gebruik willen maken van een concessieovereenkomst voor openbare werken, geven hun voornemen hiertoe in een aankondiging te kennen.

2.   De aankondigingen betreffende concessieovereenkomsten voor openbare werken bevatten de in bijlage VII C bedoelde inlichtingen en in voorkomend geval ook alle door de aanbestedende dienst nuttig geachte inlichtingen in de vorm van de standaardformulieren die door de Commissie overeenkomstig de in artikel 77, lid 2, bedoelde procedure zijn vastgesteld.

3.   De aankondigingen worden overeenkomstig artikel 36, leden 2 tot en met 8, bekendgemaakt.

4.   Artikel 37 betreffende de bekendmaking van aankondigingen is ook op concessieovereenkomsten voor openbare werken van toepassing.

Artikel 59

Termijn

Aanbestedende diensten die gebruik willen maken van een concessieovereenkomst voor openbare werken, stellen voor de indiening van de inschrijvingen op de concessie een termijn vast van ten minste 52 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging behalve in het geval bedoeld in artikel 38, lid 5.

Artikel 38, lid 7 is van toepassing.

Artikel 60

Onderaanneming

De aanbestedende dienst kan:

a)

hetzij de houder van een concessie voor openbare werken verplichten opdrachten van ten minste 30% van de totale waarde van de werken waarvoor een concessie wordt verleend, aan derden uit te besteden, met dien verstande dat de mogelijkheid wordt opengelaten dat de gegadigden dit percentage verhogen. Dit minimumpercentage dient in de concessieovereenkomst voor openbare werken te worden vermeld;

b)

hetzij de gegadigden voor de concessie verzoeken zelf in hun inschrijvingen aan te geven welk percentage van de totale waarde van de werken waarvoor de concessie wordt verleend, zij in voorkomend geval aan derden denken uit te besteden.

Artikel 61

Gunning van aanvullende werken aan de concessiehouder

Deze richtlijn is niet van toepassing op aanvullende werken die noch in het aanvankelijk overwogen ontwerp van de concessie, noch in het oorspronkelijke contract waren opgenomen en die als gevolg van onvoorziene omstandigheden voor de uitvoering van het werk zoals dat daarin is beschreven en dat door de aanbestedende dienst aan de concessiehouder wordt opgedragen, noodzakelijk zijn geworden, mits zij worden gegund aan de ondernemer die dit werk uitvoert:

wanneer deze aanvullende werken uit technisch of economisch oogpunt niet los van de oorspronkelijke opdracht kunnen worden uitgevoerd zonder de aanbestedende diensten grote ongemakken te bezorgen, of

wanneer deze werken, hoewel zij van de uitvoering van de oorspronkelijke opdracht kunnen worden gescheiden, voor de vervolmaking ervan strikt noodzakelijk zijn.

Het totale bedrag van de voor de aanvullende diensten of werken geplaatste opdrachten mag echter niet hoger zijn dan 50% van het bedrag van het hoofdwerk waarvoor de concessie is verleend.

HOOFDSTUK II

Regels voor de plaatsing van opdrachten door concessiehouders die zelf aanbestedende dienst zijn

Artikel 62

Regels

Wanneer de concessiehouder een aanbestedende dienst is in de zin van artikel 1, lid 9, is hij gehouden ten aanzien van de door derden uit te voeren werken de bepalingen van deze richtlijn voor de plaatsing van overheidsopdrachten voor werken in acht te nemen.

HOOFDSTUK III

Regels voor de plaatsing van opdrachten door concessiehouders die zelf geen aanbestedende dienst zijn

Artikel 63

Regels voor de bekendmaking: drempel en uitzonderingen

1.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen opdat de houders van een concessie voor openbare werken die zelf geen aanbestedende dienst zijn bij de plaatsing van opdrachten voor werken bij derden de in artikel 64 bepaalde regels voor de bekendmaking toepassen, wanneer de waarde van deze opdrachten EUR 6 242 000 of meer bedraagt.

Bekendmaking is echter niet vereist wanneer een opdracht voor werken aan de in artikel 31 genoemde voorwaarden voldoet.

De waarde van de opdrachten wordt berekend volgens de in artikel 9 bepaalde regels inzake overheidsopdrachten voor werken.

2.   Als derden worden niet beschouwd ondernemingen die een combinatie hebben gevormd om de concessie te verwerven, of met deze ondernemingen verbonden ondernemingen.

Onder „verbonden onderneming” wordt verstaan, elke onderneming waarop de concessiehouder direct of indirect een overheersende invloed kan uitoefenen, of elke onderneming die een overheersende invloed kan uitoefenen op de concessiehouder of die, tezamen met de concessiehouder, onderworpen is aan de overheersende invloed van een andere onderneming uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften. Het vermoeden van overheersende invloed bestaat wanneer een onderneming, direct of indirect, ten opzichte van een andere onderneming:

a)

de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de onderneming bezit, of

b)

beschikt over de meerderheid van de stemmen die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen, of

c)

meer dan de helft van de leden van het bestuursorgaan, het leidinggevend of het toezichthoudend orgaan van de onderneming kan benoemen.

Bij de inschrijving voor de concessie moet een limitatieve lijst van deze ondernemingen worden gevoegd. Deze lijst wordt bijgewerkt naar gelang van latere wijzigingen in de bindingen tussen de ondernemingen.

Artikel 64

Bekendmaking van de aankondiging

1.   Houders van concessies voor openbare werken die zelf geen aanbestedende dienst zijn en die een opdracht voor werken bij een derde wensen te plaatsen, geven hun voornemen hiertoe in een aankondiging te kennen.

2.   De aankondigingen bevatten de in bijlage VII C genoemde inlichtingen en in voorkomend geval ook alle door de houder van de concessie voor openbare werken nuttig geachte inlichtingen in de vorm van de standaardformulieren die door de Commissie overeenkomstig de in artikel 77, lid 2, bedoelde procedure zijn vastgesteld.

3.   De aankondiging wordt overeenkomstig artikel 36, leden 2 tot en met 8, bekendgemaakt.

4.   Artikel 37 betreffende de vrijwillige bekendmaking van aankondigingen is eveneens van toepassing.

Artikel 65

Termijnen voor de ontvangst van verzoeken tot deelneming en de ontvangst van inschrijvingen

Bij opdrachten voor werken die worden geplaatst door houders van concessies voor openbare werken die zelf geen aanbestedende dienst zijn, bedraagt de door de concessiehouder vast te stellen termijn voor de ontvangst van de verzoeken tot deelneming ten minste 37 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht, en de termijn voor de ontvangst van de inschrijvingen ten minste 40 dagen, te rekenen vanaf de verzenddatum van de aankondiging van de opdracht of van de uitnodiging tot inschrijving.

Artikel 38, leden 5, 6 en 7, is van toepassing.

TITEL IV

REGELS VOOR PRIJSVRAGEN OP HET GEBIED VAN DIENSTEN

Artikel 66

Algemene bepalingen

1.   De regels voor het uitschrijven van een prijsvraag worden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 66 tot en met 74 en worden degenen die belangstellen in deelneming aan de prijsvraag ter beschikking gesteld.

2.   De toelating van deelnemers tot prijsvragen mag niet worden beperkt:

a)

tot het grondgebied van een lidstaat of een deel daarvan;

b)

op grond van het feit dat de deelnemers, ingevolge de wetgeving van de lidstaat waar de prijsvraag wordt uitgeschreven, hetzij natuurlijke personen hetzij rechtspersonen moeten zijn.

Artikel 67

Toepassingsgebied

1.   De prijsvragen worden overeenkomstig deze titel georganiseerd door:

a)

de in bijlage IV genoemde aanbestedende diensten (centrale overheidsinstanties), vanaf een drempel van ten minste EUR 162 000;

b)

andere dan de in bijlage IV genoemde aanbestedende diensten, vanaf een drempel van ten minste EUR 249 000;

c)

alle aanbestedende diensten vanaf een drempel van ten minste EUR 249 000 wanneer de prijsvraag betrekking heeft op diensten van categorie 8 van bijlage II A, telecommunicatiediensten van categorie 5 waarvan de CPV-posten overeenkomen met de CPC-indelingen 7524, 7525 en 7526 en/of diensten van bijlage II B.

2.   Deze titel is van toepassing op:

a)

prijsvragen die in het kader van een procedure voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor diensten worden georganiseerd;

b)

prijsvragen met prijzengeld en/of betaling van de deelnemers.

In de onder a) bedoelde gevallen betreft de drempel de geraamde waarde van de overheidsopdracht voor diensten, exclusief BTW, met inbegrip van het eventuele prijzengeld en/of betaling van de deelnemers.

In de onder b) bedoelde gevallen betreft de drempel het totale bedrag van het prijzengeld en de betalingen, met inbegrip van de geraamde waarde exclusief BTW van de overheidsopdracht voor diensten die later kan worden gegund overeenkomstig artikel 31, lid 3, indien de aanbestedende dienst een dergelijke gunning in de aankondiging van de prijsvraag niet uitsluit.

Artikel 68

Uitsluitingen van het toepassingsgebied

Deze titel is niet van toepassing op:

a)

prijsvragen voor diensten in de zin van Richtlijn 2004/17/EG, die worden uitgeschreven door aanbestedende diensten die een of meer van de in de artikelen 3 tot en met 7 van de genoemde richtlijn bedoelde activiteiten uitoefenen, en die worden uitgeschreven om deze activiteiten voort te zetten, noch op prijsvragen die van het toepassingsgebied van genoemde richtlijn zijn uitgesloten;

Deze richtlijn blijft echter van toepassing op prijsvragen voor diensten die door aanbestedende diensten die één of meer van de in artikel 6 van Richtlijn 2004/17/EG bedoelde activiteiten uitoefenen en voor deze activiteiten zijn uitgeschreven zolang de betrokken lidstaat gebruik maakt van de in artikel 71, tweede alinea, van Richtlijn 2004/17/EG bedoelde mogelijkheid om de toepassing ervan uit te stellen.

b)

prijsvragen die worden uitgeschreven onder dezelfde voorwaarden als die in de artikelen 13, 14 en 15 van deze richtlijn voor overheidsopdrachten voor diensten.

Artikel 69

Aankondigingen

1.   De aanbestedende diensten die een prijsvraag willen uitschrijven, geven hun voornemen hiertoe in een aankondiging van een prijsvraag te kennen.

2.   De aanbestedende diensten die een prijsvraag hebben uitgeschreven, zenden overeenkomstig artikel 36 een aankondiging betreffende de resultaten van de prijsvraag toe en moeten de verzenddatum kunnen aantonen.

Indien openbaarmaking van de gegevens over de uitslag van de prijsvraag de toepassing van de wet in de weg zou staan, met het openbaar belang in strijd zou zijn, de rechtmatige commerciële belangen van een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke onderneming zou kunnen schaden of afbreuk aan de eerlijke mededinging tussen dienstverleners zou kunnen doen, behoeven deze gegevens niet te worden bekendgemaakt.

3.   Artikel 37 betreffende de bekendmaking van aankondigingen is ook op prijsvragen van toepassing.

Artikel 70

Opmaak en wijze van bekendmaking van aankondigingen betreffende prijsvragen

1.   De in artikel 69 bedoelde aankondigingen bevatten de in bijlage VII D genoemde inlichtingen in de vorm van de standaardformulieren die door de Commissie overeenkomstig de in artikel 77, lid 2, bedoelde procedure zijn vastgesteld.

2.   De aankondigingen worden overeenkomstig artikel 36, leden 2 tot en met 8, bekendgemaakt.

Artikel 71

Communicatiemiddelen

1.   Artikel 42, leden 1, 2 en 4, is van toepassing op alle mededelingen betreffende prijsvragen.

2.   De mededelingen, uitwisselingen en opslag van gegevens geschieden op zodanige wijze dat de integriteit en het vertrouwelijke karakter van alle door de deelnemers aan de prijsvraag ingezonden informatie gehandhaafd worden en dat de jury eerst na afloop van de voor de indiening van plannen en ontwerpen gestelde termijn kennisneemt van de inhoud daarvan.

3.   De onderstaande voorschriften zijn van toepassing op de middelen voor elektronische ontvangst van plannen en ontwerpen:

a)

de gegevens met betrekking tot de specificaties die nodig zijn voor de indiening van plannen en ontwerpen langs elektronische weg, met inbegrip van versleuteling, moeten ter beschikking van de belanghebbenden staan. Voorts moeten de middelen voor elektronische ontvangst van plannen en ontwerpen in overeenstemming zijn met de vereisten in bijlage X;

b)

de lidstaten kunnen vrijwillige toelatingsregelingen ter verbetering van het niveau van de voor deze middelen verleende certificeringsdienst instellen of handhaven.

Artikel 72

Selectie van deelnemers

Bij prijsvragen met een beperkt aantal deelnemers stellen de aanbestedende diensten duidelijke en niet-discriminerende selectiecriteria vast. In alle gevallen moet het aantal gegadigden dat tot deelneming aan de prijsvraag wordt uitgenodigd, worden bepaald in het licht van de noodzaak een daadwerkelijke mededinging te waarborgen.

Artikel 73

Samenstelling van de jury

De jury bestaat uitsluitend uit natuurlijke personen die onafhankelijk van de deelnemers aan de prijsvraag zijn. Wanneer van de deelnemers aan een prijsvraag een bijzondere beroepskwalificatie wordt geëist, moet ten minste een derde van de juryleden deze kwalificatie of een gelijkwaardige kwalificatie bezitten.

Artikel 74

Beslissingen van de jury

1.   De jury is autonoom in haar beslissingen en adviezen.

2.   Zij onderzoekt de projecten op basis van door de gegadigden anoniem voorgelegde ontwerpen en uitsluitend op grond van de criteria die in de aankondiging van de prijsvraag zijn vermeld.

3.   Zij stelt een door haar leden ondertekend verslag op met de door haar op basis van de merites van elk project vastgestelde rangorde van de projecten, vergezeld van haar opmerkingen en eventuele punten die verduidelijking behoeven.

4.   De anonimiteit moet geëerbiedigd worden totdat het advies of de beslissing van de jury bekend is.

5.   Gegadigden kunnen zo nodig worden uitgenodigd om door de jury in haar notulen vermelde vragen te beantwoorden teneinde duidelijkheid te verschaffen omtrent bepaalde aspecten van de projecten.

6.   Van de dialoog tussen de leden van de jury en de gegadigden worden volledige notulen opgesteld.

TITEL V

STATISTISCHE VERPLICHTINGEN, UITVOERINGSBEVOEGDHEDEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 75

Statistische verplichtingen

Om de resultaten van de toepassing van deze richtlijn te kunnen beoordelen, zenden de lidstaten de Commissie uiterlijk op 31 oktober van ieder jaar een overeenkomstig artikel 76 opgesteld statistisch overzicht van de in het voorgaande jaar door de aanbestedende diensten geplaatste overheidsopdrachten, uitgesplitst naar opdrachten voor leveringen, opdrachten voor diensten en opdrachten voor werken.

Artikel 76

Inhoud van het statistische overzicht

1.   Voor iedere in bijlage IV genoemde aanbestedende dienst worden in het statistische overzicht ten minste vermeld:

a)

het aantal en de waarde van de geplaatste opdrachten die onder deze richtlijn vallen;

b)

het aantal en de totale waarde van de opdrachten geplaatst op grond van de afwijkingen van de Overeenkomst.

Voorzover mogelijk worden de in de eerste alinea, onder a), genoemde gegevens als volgt uitgesplitst:

a)

naar de toegepaste procedure voor het plaatsen van de opdrachten;

b)

binnen iedere procedure, de werken overeenkomstig bijlage I, de producten en diensten overeenkomstig bijlage II, aangeduid met de categorie van CPV-nomenclatuur;

c)

naar de nationaliteit van de ondernemer waaraan de opdracht is gegund.

Voor opdrachten die zijn geplaatst door middel van een procedure van gunning door onderhandelingen, worden de in de eerste alinea, onder a), bedoelde gegevens bovendien uitgesplitst naar de in de artikelen 29 en 31 genoemde omstandigheden en worden het aantal en de waarde van de opdrachten opgegeven die zijn gegund per lidstaat en per derde land van vestiging van degenen aan wie de opdrachten zijn gegund.

2.   Voor iedere categorie aanbestedende diensten die niet in bijlage IV voorkomen, worden in het statistische overzicht ten minste vermeld:

a)

het aantal en de waarde van de geplaatste opdrachten, uitgesplitst overeenkomstig lid 1, tweede alinea;

b)

de totale waarde van de geplaatste opdrachten op grond van de afwijkingen van de overeenkomst.

3.   In het statistische overzicht worden andere statistische gegevens vermeld die overeenkomstig de overeenkomst worden verlangd.

De in de eerste alinea bedoelde gegevens worden bepaald volgens de in artikel 77, lid 2, bedoelde procedure.

Artikel 77

Het Raadgevend Comité

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 1 van Besluit 71/306/EEG van de Raad (25) ingestelde Comité inzake overheidsopdrachten, hierna „comité” genoemd.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

3.   Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 78

Herziening van de drempels

1.   De Commissie controleert iedere twee jaar vanaf de inwerkingtreding van deze richtlijn de in artikel 7 vastgestelde drempels en past ze zo nodig aan overeenkomstig de procedure van artikel 77, lid 2.

De waarde van deze drempels wordt berekend op basis van de gemiddelde dagwaarde van de euro uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten over de periode van 24 maanden die eindigt op de laatste dag van de maand augustus onmiddellijk voorafgaande aan de eerste januari waarop de herziening ingaat. De waarde van de aldus herziene drempels in euro wordt, zonodig, naar beneden afgerond op het duizendtal om ervoor te zorgen dat de in de overeenkomst gestipuleerde vigerende drempels, uitgedrukt in BTR, worden nageleefd.

2.   Bij de in lid 1 bedoelde herziening brengt de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 77, lid 2:

a)

de drempels die zijn vastgesteld in artikel 8, eerste alinea, onder a), artikel 56 en artikel 63, lid 1, eerste alinea, in overeenstemming met de herziene drempel voor overheidsopdrachten voor werken;

b)

de drempels die zijn vastgesteld in artikel 8, eerste alinea, onder b), en artikel 67, lid 1, onder a), in overeenstemming met de herziene drempel voor door de in bijlage IV bedoelde aanbestedende diensten geplaatste overheidsopdrachten voor diensten;

c)

de drempels die zijn vastgesteld in artikel 67, lid 1, onder b) en c), in overeenstemming met de herziene drempel voor door niet in bijlage IV bedoelde aanbestedende diensten geplaatste overheidsopdrachten voor diensten.

3.   De tegenwaarden van de overeenkomstig lid 1 vastgestelde drempels in de nationale valuta's van de lidstaten die niet aan de monetaire unie deelnemen, worden in beginsel met ingang van 1 januari 2004 iedere twee jaar herzien. Deze waarden worden berekend op grond van het gemiddelde van de in euro uitgedrukte dagelijkse waarde van de genoemde valuta's over de periode van 24 maanden die eindigt op de laatste dag van augustus onmiddellijk voorafgaande aan de op 1 januari van kracht wordende herziening.

4.   De in lid 1 bedoelde drempels en hun tegenwaarde in de in lid 3 bedoelde nationale valuta's worden door de Commissie aan het begin van de maand november die volgt op de herziening in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt.

Artikel 79

Wijzigingen

De Commissie kan, volgens de in artikel 77, lid 2, bedoelde procedure overgaan tot wijziging van:

a)

de technische aspecten van de in artikel 78, lid 1, tweede alinea, en lid 3, vastgestelde berekeningswijzen;

b)

de regels voor het opstellen, het verzenden, de ontvangst, de vertaling, de bundeling en de verspreiding van de in de artikelen 35, 58, 64 en 69, eerste alinea, bedoelde aankondigingen, alsook voor de in artikel 35, lid 4, vierde alinea, en de artikelen 75 en 76 bedoelde statistische overzichten;

c)

de regels voor bijzondere verwijzingen naar specifieke posten van de CPV-nomenclatuur in de aankondigingen;

d)

de in bijlage III opgenomen lijsten van de instellingen en van de categorieën publiekrechtelijke instellingen, wanneer dit op basis van de kennisgevingen van de lidstaten noodzakelijk blijkt;

e)

de in bijlage IV opgenomen lijsten van centrale overheidsinstanties, indien aanpassing noodzakelijk is om gevolg te geven aan de overeenkomst;

f)

de in bijlage I opgenomen nomenclatuurindeling, voorzover hierdoor niet het materiële toepassingsgebied van deze richtlijn wordt gewijzigd, en de regels voor de verwijzing in de aankondigingen naar specifieke posten van die nomenclatuur;

g)

de in bijlage II opgenomen nomenclatuurindeling, voorzover hierdoor niet het materiële toepassingsgebied van deze richtlijn wordt gewijzigd, en de regels voor de verwijzing in de aankondigingen naar specifieke bepalingen van die nomenclatuur binnen de in de bijlage vermelde categorieën diensten;

h)

de wijzen van verzending en bekendmaking van gegevens als bedoeld in bijlage VIII, om redenen in verband met de technische vooruitgang of om administratieve redenen;

i)

de technische aspecten en kenmerken van de middelen voor elektronische ontvangst als bedoeld in van bijlage X, punten a), f) en g).

Artikel 80

Uitvoering

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 januari 2006 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 81

Controlemechanismen

Overeenkomstig Richtlijn 89/665/EEG van de Raad van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken (26) waarborgen de lidstaten via doeltreffende, toegankelijke en transparante mechanismen dat deze richtlijn wordt toegepast.

Te dien einde kunnen zij, onder andere, een onafhankelijke instantie aanwijzen of oprichten.

Artikel 82

Intrekkingen

Richtlijn 92/50/EEG, met uitzondering van artikel 41, en de Richtlijnen 93/36/EEG en 93/37/EEG worden met ingang van de in artikel 80 genoemde datum ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten wat de in bijlage XI aangegeven termijnen voor omzetting en toepassing betreft.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijnen gelden als verwijzingen naar deze richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage XII.

Artikel 83

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 84

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Straatsburg, 31 maart 2004.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

P. COX

Voor de Raad

De voorzitter

D. ROCHE


(1)  PB C 29 E van 30.1.2001, blz. 11 en PB C 203 E van 27.8.2002, blz. 210.

(2)  PB C 193 van 10.7.2001, blz. 7.

(3)  PB C 144 van 16.5.2001, blz. 23.

(4)  Advies van het Europees Parlement van 17 januari 2002 (PB C 271 E van 7.11.2002, blz. 176), gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 20 maart 2003 (PB 147 E van 24.6.2003, blz. 1) en standpunt van het Europees Parlement van 2 juli 2003 (nog niet verschenen in het Publicatieblad). Wetgevende resolutie van het Europees Parlement van 29 januari 2004 en besluit van de Raad van 2 februari 2004.

(5)  PB L 209 van 24.7.1992, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2001/78/EG van de Commissie (PB L 285 van 29.10.2001, blz. 1).

(6)  PB L 199 van 9.8.1993, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2001/78/EG.

(7)  PB L 199 van 9.8.1993, blz. 54. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2001/78/EG.

(8)  PB L 336 van 23.12.1994, blz. 1.

(9)  Zie blz. 1 van dit Publicatieblad

(10)  PB L 199 van 9.8.1993, blz. 84. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2001/78/EG.

(11)  PB L 18 van 21.1.1997, blz. 1.

(12)  PB L 340 van 16.12.2002, blz. 1.

(13)  PB L 13 van 19.1.2000, blz. 12.

(14)  PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1.

(15)  Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (PB L 303 van 2.12.2000, blz. 16).

(16)  Richtlijn 76/207/EEG van de Raad van 9 februari 1976 betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden (PB L 39 van 14.2.1976, blz. 40). Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 2002/73/EG van het Europees Parlement en de Raad. (PB L 269 van 5.10.2002, blz. 15).

(17)  Verordening (EG) nr. 761/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2001 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) (PB L 114 van 24.4.2001, blz. 1).

(18)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(19)  PB L 124 van 8.6.1971, blz. 1.

(20)  PB L 351 van 29.1.1998, blz. 1.

(21)  PB C 195 van 25.6.1997, blz. 1.

(22)  PB L 358 van 31.12.1998, blz. 2.

(23)  PB C 316 van 27.11.1995, blz. 48.

(24)  PB L 166 van 28.6.1991, blz. 77-83. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 2001/97/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 344 van 28.12.2001, blz. 76).

(25)  PB L 185 van 16.8.71, blz. 15. Besluit gewijzigd bij Besluit 77/63/EEG (PB L 13 van 15.1.1977, blz. 15).

(26)  PB L 395 van 30.12.1989, blz.33. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 92/50/EEG (PB L 209 van 24.7.1992, blz. 1).


BIJLAGE I

LIJST VAN WERKZAAMHEDEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 1, LID 2, ONDER b) (1)

NACE (2)

Sectie F

BOUWNIJVERHEID

code CPV

Afdeling

Groep

Klasse

Omschrijving

Toelichting

45

 

 

Bouwnijverheid

Deze afdeling omvat:

Nieuwbouw, restauratiewerk en gewone reparaties.

45000000

 

45.1

 

Het bouwrijp maken van terreinen

 

45100000

 

 

45.11

Slopen van gebouwen; grondverzet

Deze klasse omvat:

het slopen van gebouwen en andere bouwwerken;

het ruimen van bouwterreinen;

het grondverzet: graven, ophogen, egaliseren en nivelleren van bouwterreinen, graven van sleuven en geulen, verwijderen van rotsen, grondverzet met behulp van explosieven enz.;

het geschikt maken van terreinen voor mijnbouw:

verwijderen van deklagen en overige werkzaamheden in verband met de ontsluiting van delfstoffen en de voorbereiding van de ontginning.

Deze klasse omvat voorts:

de drainage van bouwterreinen;

de drainage van land- en bosbouwgrond.

45110000

 

 

45.12

Proefboren en boren

Deze klasse omvat:

het proefboren en het nemen van bodemmonsters ten behoeve van de bouw of voor geofysische, geologische of dergelijke doeleinden.

Deze klasse omvat niet:

het boren van putten voor de aardolie- of aardgaswinning, zie 11.20;

het boren van waterputten, zie 45.25;

het delven van mijnschachten, zie 45.25;

de aardolie- en aardgasexploratie en geofysisch, geologisch en seismisch onderzoek, zie 74.20.

45120000

 

45.2

 

Burgerlijke en utiliteitsbouw, weg- en waterbouw;

 

45200000

 

 

45.21

Algemene bouwkundige en civieltechnische werken

Deze klasse omvat:

 

de bouw van alle soorten gebouwen;

 

de uitvoering van civieltechnische werken:

 

bruggen (inclusief die voor verhoogde wegen), viaducten, tunnels en ondergrondse doorgangen,

 

pijpleidingen, kabels en hoogspanningsleidingen over lange afstand,

 

pijpleidingen, kabels en hoogspanningsleidingen in de bebouwde kom, bijkomende werken;

 

het monteren en optrekken van geprefabriceerde constructies ter plaatse.

Deze klasse omvat niet:

 

diensten in verband met de aardolie- en de aardgaswinning, zie 11.20;

 

het optrekken van volledige geprefabriceerde constructies van zelf vervaardigde onderdelen, niet van beton, zie 20, 26, 28;

 

bouwwerkzaamheden aan of in stadions, zwembaden, sporthallen, tennisbanen, golfterreinen en andere sportaccommodaties, andere dan het optrekken van gebouwen, zie 45.23;

 

installatiewerkzaamheden, zie 45.3;

 

de afwerking van gebouwen, zie 45.4;

 

architecten en ingenieurs, zie 74.20;

 

projectbeheer voor de bouw, zie 74.20.

45210000

 

 

45.22

Dakbedekking en bouw van dakconstructies

Deze klasse omvat:

 

de bouw van daken;

 

dakbedekking;

 

het waterdicht maken.

45220000

 

 

45.23

Wegenbouw

Deze klasse omvat:

 

de bouw van autowegen, straten en andere wegen en paden voor voertuigen en voetgangers;

 

de bouw van spoorwegen;

 

de bouw van start- en landingsbanen;

 

bouwwerkzaamheden aan of in stadions, zwembaden, sporthallen, tennisbanen, golfterreinen en andere sportaccommodaties, andere dan het optrekken van gebouwen;

 

het schilderen van markeringen op wegen en parkeerplaatsen.

Deze klasse omvat niet:

voorafgaand grondverzet, zie 45.11.

45230000

 

 

45.24

Waterbouw

Deze klasse omvat:

de aanleg van:

 

waterwegen, haven- en rivierwerken, jachthavens, sluizen enz.;

 

dammen en dijken;

 

baggerwerk;

 

werkzaamheden onder water.

45240000

 

 

45.25

Overige gespecialiseerde werkzaamheden in de bouw

Deze klasse omvat:

gespecialiseerde bouwwerkzaamheden ten behoeve van diverse bouwwerken, waarvoor specifieke ervaring of een speciale uitrusting nodig is:

 

bouw van funderingen, inclusief heien;

 

boren en aanleggen van waterputten, delven van mijnschachten;

 

opbouw van niet zelf vervaardigde elementen van staal;

 

buigen van staal;

 

metselen, inclusief zetten van natuursteen;

 

optrekken en afbreken van steigers en werkplatforms, inclusief verhuur van steigers en werkplatforms;

 

bouw van schoorstenen en industriële ovens.

Deze klasse omvat niet:

de verhuur van steigers zonder optrekken en afbreken, zie 71.32.

45250000

 

45.3

 

Installatie

 

45300000

 

 

45.31

Elektrische installatie

Deze klasse omvat:

de installatie in gebouwen en andere bouwwerken van:

 

elektrische bedrading en toebehoren;

 

telecommunicatiesystemen;

 

elektrische verwarmingssystemen;

 

antennes;

 

apparatuur voor brandalarm;

 

alarminstallaties tegen diefstal;

 

liften en roltrappen;

 

bliksemafleiders enz.

45310000

 

 

45.32

Isolatie

Deze klasse omvat:

het aanbrengen in gebouwen en andere bouwwerken van isolatiemateriaal (warmte, geluid, trillingen).

Deze klasse omvat niet:

het waterdicht maken, zie 45.22.

45320000

 

 

45.33

Loodgieterswerk

Deze klasse omvat:

de installatie in gebouwen en andere bouwwerken van:

 

waterleidingen en artikelen voor sanitair gebruik;

 

gasaansluitingen;

 

apparatuur en leidingen voor verwarming, ventilatie, koeling en klimaatregeling;

 

sprinklerinstallaties.

Deze klasse omvat niet:

de installatie en reparatie van elektrische verwarmingsinstallaties, zie 45.31.

45330000

 

 

45.34

Overige bouwinstallatie

Deze klasse omvat:

 

de installatie van verlichtings- en signaleringssystemen voor wegen, spoorwegen, luchthavens en havens;

 

de installatie in en aan gebouwen en andere bouwwerken van toebehoren, niet elders geklasseerd.

45340000

 

45.4

 

Afwerking van gebouwen

 

45400000

 

 

45.41

Stukadoorswerk

Deze klasse omvat:

het aanbrengen van pleister- en stukadoorswerk (inclusief het aanbrengen van een hechtgrond) aan de binnen- of buitenzijde van gebouwen en andere bouwwerken.

45410000

 

 

45.42

Schrijnwerk

Deze klasse omvat:

 

het plaatsen van niet zelf vervaardigde deuren, vensters, kozijnen, inbouwkeukens, trappen, winkelinrichtingen en dergelijke, van hout of van ander materiaal;

 

de binnenafwerking, zoals plafonds, wandbekleding van hout, verplaatsbare tussenwanden enz.

Deze klasse omvat niet:

het leggen van parket of andere houten vloerbedekking, zie 45.43.

45420000

 

 

45.43

Vloerafwerking en behangen

Deze klasse omvat:

het aanbrengen in gebouwen en andere bouwwerken van:

 

vloer- of wandtegels van keramische stoffen, beton of gehouwen steen;

 

parket en andere houten vloerbedekking;

 

tapijt en vloerbedekking van linoleum, rubber of kunststof;

 

vloerbedekking en wandbekleding van terrazzo, marmer, graniet of lei;

 

behang.

45430000

 

 

45.44

Schilderen en glaszetten

Deze klasse omvat:

 

het schilderen van het binnen- en buitenwerk van gebouwen;

 

het schilderen van wegen- en waterbouwkundige werken;

 

het aanbrengen van glas, spiegels enz.

Deze klasse omvat niet:

de installatie van vensters, zie 45.42.

45440000

 

 

45.45

Overige werkzaamheden in verband met de afwerking van gebouwen

Deze klasse omvat:

 

de installatie van particuliere zwembaden;

 

gevelreiniging met behulp van stoom, door middel van zandstralen enz.;

 

overige werkzaamheden in verband met de afwerking van gebouwen, n.e.g.

Deze klasse omvat niet:

het reinigen van het interieur van gebouwen en andere bouwwerken, zie 74.70.

45450000

 

45.5

 

Verhuur van bouw- of sloopmachines met bedieningspersoneel

 

45500000

 

 

45.50

Verhuur van bouw- of sloopmachines met bedieningspersoneel

Deze klasse omvat niet:

de verhuur van bouw- en sloopmachines zonder bedieningspersoneel, zie 71.32.

 


(1)  Bij verschillen tussen CPV en NACE, is de NACE-nomenclatuur van toepassing.

(2)  Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (PB L 293 van 24.10.1990, blz. 1). Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 761/93 van de Commissie (PB L 83 van 3.4.1993, blz. 1).


BIJLAGE II

DIENSTEN IN DE ZIN VAN ARTIKEL 1, LID 2, ONDER d)

BIJLAGE II A (1)

Categorie

Benaming

CPC-indeling (2)

CPV-indeling

1

Onderhoud en reparatie

6112, 6122, 633, 886

50100000 tot en met 50982000 (met uitzondering van 50310000 tot en met 50324200 en 50116510-9, 50190000-3, 50229000-6, 50243000-0)

2

Vervoer te land (3), met inbegrip van vervoer per pantserwagen en koerier, met uitzondering van postvervoer

712 (m.u.v. 71235), 7512, 87304

60112000-6 tot en met 60129300-1 (met uitzondering van 60121000 tot en met 60121600, 60122200-1, 60122230-0), en 64120000-3 tot en met 64121200-2

3

Luchtvervoer van passagiers en vracht, met uitzondering van postvervoer

73 (m.u.v. 7321)

62100000-3 tot en met 62300000-5 (met uitzondering van 62121000-6, 62221000-7)

4

Postvervoer te land (3) en door de lucht

71235, 7321

60122200-1, 60122230-0

62121000-6, 62221000-7

5

Telecommunicatie

752

64200000-8 tot en met 64228200-2, 72318000-7, en 72530000-9 tot en met 72532000-3

6

Diensten van financiële instellingen:

a)

verzekeringsdiensten

b)

bankdiensten en diensten in verband met beleggingen (4)

Ex 81, 812, 814

66100000-1 tot en met 66430000-3 en 67110000-1 tot en met 67262000-1 1

7

Diensten in verband met computers

84

50300000-8 tot en met 50324200-4, 72100000-6 tot en met 72591000-4 (met uitzondering van 72318000-7 en 72530000-9 tot en met 72532000-3)

8

Onderzoeks- en ontwikkelingswerk (5)

85

73000000-2 tot en met 73300000-5

(met uitzondering van 73200000-4, 73210000-7, 7322000-0)

9

Accountants en boekhouders

862

74121000-3 tot en met 74121250-0

10

Markt- en opinieonderzoek

864

74130000-9 tot en met 74133000-0, en 74423100-1, 74423110-4

11

Advies inzake bedrijfsvoering en beheer en aanverwante diensten (6)

865, 866

73200000-4 tot en met 73220000-0,

74140000-2 tot en met 74150000-5 (met uitzondering van 74142200-8), en

74420000-9, 74421000-6,

74423000-0, 74423200-2,

74423210-5, 74871000-5,

93620000-0

12

Diensten van architecten; diensten van ingenieurs en geïntegreerde diensten van ingenieurs bij kant-en-klaar opgeleverde projecten; diensten in verband met stedenbouw en landschapsarchitectuur; diensten in verband met aanverwante wetenschappelijke en technische adviezen; diensten voor keuring en controle

867

74200000-1 tot en met 74276400-8, en

74310000-5 tot en met 74323100-0, en 74874000-6

13

Reclamewezen

871

74400000-3 tot en met 74422000-3

(met uitzondering van 74420000-9 en 74421000-6)

14

Reiniging van gebouwen en beheer van onroerend goed

874, 82201 t/m 82206

70300000-4 tot en met 70340000-6, en

74710000-9 tot en met 7476000-4

15

Uitgeven en drukken, voor een vast bedrag of op contractbasis

88442

78000000-7 tot en met 78400000-1

16

Straatreiniging en afvalverzameling; afvalwaterverzameling en -verwerking en aanverwante diensten

94

90100000-8 tot en met 90320000-6, en

50190000-3, 50229000-6,

50243000-0


(1)  In geval van verschillen tussen CPV en CPC, is de CPC-nomenclatuur van toepassing.

(2)  CPC-nomenclatuur (voorlopige versie), gebruikt om het toepassingsgebied van Richtlijn 92/50/EEG te bepalen.

(3)  Met uitzondering van vervoer per spoor, dat onder categorie 18 valt.

(4)  Met uitzondering van financiële diensten betreffende de uitgifte, de aankoop, de verkoop en de overdracht van effecten of andere financiële instrumenten, en door de centrale banken verleende diensten.

Uitgesloten zijn tevens diensten betreffende de verwerving of de huur, ongeacht de financiële modaliteiten ervan, van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende zaken of betreffende de rechten hierop; de overeenkomsten betreffende financiële diensten die voorafgaand aan, gelijktijdig met of als vervolg op het koop- of huurcontract worden verstrekt, zijn echter, ongeacht hun vorm, aan deze richtlijn onderworpen.

(5)  Met uitzondering van onderzoeks- en ontwikkelingswerk anders dan dat waarvan de resultaten in hun geheel toebehoren aan de aanbestedende dienst voor gebruik ervan in de uitoefening van zijn eigen werkzaamheden, voorzover de dienstverlening volledig door de aanbestedende dienst wordt beloond.

(6)  Met uitzondering van diensten voor arbitrage en bemiddeling.

BIJLAGE II B

Categorie

Benaming

CPC-indeling

CPV-indeling

17

Hotels en restaurants

64

55000000-0 tot en met 55524000-9, en

93400000-2 tot en met 93411000-2

18

Vervoer per spoor

711

60111000-9, en

60121000-2 tot en met 60121600-8

19

Vervoer over water

72

61000000-5 tot en met 61530000-9, en

63370000-3 tot en met 63372000-7

20

Vervoersondersteunende activiteiten

74

62400000-6, 62440000-8,

62441000-5, 62450000-1,

63000000-9 tot en met 63600000-5

(met uitzondering van 63370000-3, 63371000-0, 63372000-7), en 74322000-2, 93610000-7

21

Rechtskundige diensten

861

74110000-3 tot en met 74114000-1

22

Arbeidsbemiddeling (1)

872

74500000-4 tot en met 74540000-6 (met uitzondering van 74511000-4), en 95000000-2 tot en met 95140000-5

23

Opsporing en beveiliging, met uitzondering van vervoer per pantserwagen

873 (m.u.v. 87304)

74600000-5 tot en met 74620000-1

24

Onderwijs

92

80100000-5 tot en met 80430000-7

25

Gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening

93

74511000-4, en

85000000-9 tot en met 85323000-9

(met uitzondering van 85321000-5 en 85322000-2)

26

Cultuur, sport en recreatie

96

74875000-3 tot en met 74875200-5, en

92000000-1 tot en met 92622000-7

(met uitzondering van 92230000-2)

27

Overige diensten (2)

 

 


(1)  Met uitzondering van arbeidsovereenkomsten.

(2)  Met uitzondering van overeenkomsten voor de aankoop, ontwikkeling, productie of coproductie van programmamateriaal door radio-omroeporganisaties en overeenkomsten betreffende zendtijd.


BIJLAGE III

LIJST VAN DE PUBLIEKRECHTELIJKE INSTELLINGEN EN DE CATEGORIEËN PUBLIEKRECHTELIJKE INSTELLINGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 1, LID 7, TWEEDE ALINEA

I   - BELGIË

Instellingen

A

Agence fédérale pour l'Accueil des demandeurs d'Asile

Federaal Agentschap voor Opvang van Asielzoekers

Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire

Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen

Agence fédérale de Contrôle nucléaire

Federaal Agentschap voor nucleaire Controle

Agence wallonne à l'Exportation

Agence wallonne des Télécommunications

Agence wallonne pour l'Intégration des Personnes handicapées

Aquafin

Arbeitsambt der Deutschsprachigen Gemeinschaft

Archives générales du Royaume et Archives de l'Etat dans les Provinces

Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën

B

Banque nationale de Belgique

Nationale Bank van België

Belgisches Rundfunk- und Fernsehzentrum der Deutschsprachigen Gemeinschaft

Berlaymont 2000

Bibliothèque royale Albert Ier

Koninklijke Bibliotheek Albert I

Bruxelles-Propreté - Agence régionale pour la Propreté

Net Brussel – Gewestelijk Agentschap voor Netheid

Bureau d'Intervention et de Restitution belge

Belgisch Interventie- en Restitutiebureau

Bureau fédéral du Plan

Federaal Planbureau

C

Caisse auxiliaire de Paiement des Allocations de Chômage

Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen

Caisse auxiliaire d'Assurance Maladie-Invalidité

Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekeringen

Caisse de Secours et de Prévoyance en Faveur des Marins

Hulp- en Voorzorgskas voor Zeevarenden

Caisse de Soins de Santé de la Société Nationale des Chemins de Fer Belges

Kas der geneeskundige verzorging van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen

Caisse nationale des Calamités

Nationale Kas voor Rampenschade

Caisse spéciale de Compensation pour Allocations familiales en Faveur des Travailleurs occupés dans les Entreprises de Batellerie

Bijzondere Verrekenkas voor Gezinsvergoedingen ten bate van de Arbeiders der Ondernemingen voor Binnenscheepvaart

Caisse spéciale de Compensation pour Allocations familiales en Faveur des Travailleurs occupés dans les Entreprises de Chargement, Déchargement et Manutention de Marchandises dans les Ports, Débarcadères, Entrepôts et Stations (appelée habituellement «Caisse spéciale de Compensation pour Allocations familiales des Régions maritimes»)

Bijzondere Verrekenkas voor Gezinsvergoedingen ten bate van de Arbeiders gebezigd door Ladings- en Lossingsondernemingen en door de Stuwadoors in de Havens, Losplaatsen, Stapelplaatsen en Stations (gewoonlijk genoemd „Bijzondere Compensatiekas voor Kindertoeslagen van de Zeevaartgewesten”)

Centre d'Etude de l'Energie nucléaire

Studiecentrum voor Kernenergie

Centre de recherches agronomiques de Gembloux

Centre hospitalier de Mons

Centre hospitalier de Tournai

Centre hospitalier universitaire de Liège

Centre informatique pour la Région de Bruxelles-Capitale

Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest

Centre pour l'Egalité des Chances et la Lutte contre le Racisme

Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding

Centre régional d'Aide aux Communes

Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudiën

Centrum voor landbouwkundig Onderzoek te Gent

Comité de Contrôle de l'Electricité et du Gaz

Controlecomité voor Elektriciteit en Gas

Comité national de l'Energie

Nationaal Comité voor de Energie

Commissariat général aux Relations internationales

Commissariaat-Generaal voor de Bevordering van de lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie

Commissariat général pour les Relations internationales de la Communauté française de Belgique

Conseil central de l'Economie

Centrale Raad voor het Bedrijfsleven

Conseil économique et social de la Région wallonne

Conseil national du Travail

Nationale Arbeidsraad

Conseil supérieur de la Justice

Hoge Raad voor de Justitie

Conseil supérieur des Indépendants et des petites et moyennes Entreprises

Hoge Raad voor Zelfstandigen en de kleine en middelgrote Ondernemingen

Conseil supérieur des Classes moyennes

Coopération technique belge

Belgische technische Coöperatie

D

Dienstelle der Deutschprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung

Dienst voor de Scheepvaart

Dienst voor Infrastructuurwerken van het gesubsidieerd Onderwijs

Domus Flandria

E

Entreprise publique des Technologies nouvelles de l'Information et de la Communication de la Communauté française

Export Vlaanderen

F

Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige Investeringsuitgaven

Financieringsinstrument voor de Vlaamse Visserij- en Aquicultuursector

Fonds bijzondere Jeugdbijstand

Fonds communautaire de Garantie des Bâtiments scolaires

Fonds culturele Infrastructuur

Fonds de Participation

Fonds de Vieillissement

Zilverfonds

Fonds d'Aide médicale urgente

Fonds voor dringende geneeskundige Hulp

Fonds de Construction d'Institutions hospitalières et médico-sociales de la Communauté française

Fonds de Pension pour les Pensions de Retraite du Personnel statutaire de Belgacom

Pensioenfonds voor de Rustpensioenen van het statutair Personeel van Belgacom

Fonds des Accidents du Travail

Fonds voor Arbeidsongevallen

Fonds des Maladies professionnelles

Fonds voor Beroepsziekten

Fonds d'Indemnisation des Travailleurs licenciés en Cas de Fermeture d'Entreprises

Fonds tot Vergoeding van de in geval van Sluiting van Ondernemingen ontslagen Werknemers

Fonds du Logement des Familles nombreuses de la Région de Bruxelles-Capitale

Woningfonds van de grote Gezinnen van het Brusselse hoofdstedelijk Gewest

Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie

Fonds Film in Vlaanderen

Fonds national de Garantie des Bâtiments scolaires

Nationaal Waarborgfonds voor Schoolgebouwen

Fonds national de Garantie pour la Réparation des Dégâts houillers

Nationaal Waarborgfonds inzake Kolenmijnschade

Fonds piscicole de Wallonie

Fonds pour le Financement des Prêts à des Etats étrangers

Fonds voor Financiering van de Leningen aan Vreemde Staten

Fonds pour la Rémunération des Mousses

Fonds voor Scheepsjongens

Fonds régional bruxellois de Refinancement des Trésoreries communales

Brussels gewestelijk herfinancieringsfonds van de gemeentelijke thesaurieën

Fonds voor flankerend economisch Beleid

Fonds wallon d'Avances pour la Réparation des Dommages provoqués par des Pompages et des Prises d'Eau souterraine

G

Garantiefonds der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Schulbauten

Grindfonds

H

Herplaatsingfonds

Het Gemeenschapsonderwijs

Hulpfonds tot financieel Herstel van de Gemeenten

I

Institut belge de Normalisation

Belgisch Instituut voor Normalisatie

Institut belge des Services postaux et des Télécommunications

Belgisch Instituut voor Postdiensten en telecommunicatie

Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle

Institut bruxellois pour la Gestion de l'Environnement

Brussels Instituut voor Milieubeheer

Institut d'Aéronomie spatiale

Instituut voor Ruimte-aëronomie

Institut de Formation permanente pour les Classes moyennes et les petites et moyennes Entreprises

Institut des Comptes nationaux

Instituut voor de nationale Rekeningen

Institut d'Expertise vétérinaire

Instituut voor veterinaire Keuring

Institut du Patrimoine wallon

Institut für Aus-und Weiterbildung im Mittelstand und in kleinen und mittleren Unternehmen

Institut géographique nationale

Nationaal geografisch Instituut

Institution pour le Développement de la Gazéification souterraine

Instelling voor de Ontwikkeling van ondergrondse Vergassing

Institution royale de Messine

Koninklijke Gesticht van Mesen

Institutions universitaires de droit public relevant de la Communauté flamande

Universitaire instellingen van publiek recht afhangende van de Vlaamse Gemeenschap

Institutions universitaires de droit public relevant de la Communauté française

Universitaire instellingen van publiek recht afhangende van de Franse Gemeenschap

Institut national d'Assurance Maladie-Invalidité

Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering

Institut national d'Assurances sociales pour Travailleurs indépendants

Rijksinstituut voor de sociale Verzekeringen der Zelfstandigen

Institut national des Industries extractives

Nationaal Instituut voor de Extractiebedrijven

Institut national de Recherche sur les Conditions de Travail

Nationaal Onderzoeksinstituut voor Arbeidsomstandigheden

Institut national des Invalides de Guerre, anciens Combattants et Victimes de Guerre

Nationaal Instituut voor Oorlogsinvaliden, Oudstrijders en Oorlogsslachtoffers

Institut national des Radioéléments

Nationaal Instituut voor Radio-elementen

Institut national pour la Criminalistique et la Criminologie

Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie

Institut pour l'Amélioration des Conditions de Travail

Instituut voor Verbetering van de Arbeidsvoorwaarden

Institut royal belge des Sciences naturelles

Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen

Institut royal du Patrimoine culturel

Koninklijk Instituut voor het kunstpatrimonium

Institut royal météorologique de Belgique

Koninklijk meteorologisch Instituut van België

Institut scientifique de Service public en Région wallonne

Institut scientifique de la Santé publique - Louis Pasteur

Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Louis Pasteur

Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen

Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer

Instituut voor het archeologisch Patrimonium

Investeringsdienst voor de Vlaamse autonome Hogescholen

Investeringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor Vlaams-Brabant

J

Jardin botanique national de Belgique

Nationale Plantentuin van België

K

Kind en Gezin

Koninklijk Museum voor schone Kunsten te Antwerpen

L

Loterie nationale

Nationale Loterij

M

Mémorial national du Fort de Breendonk

Nationaal Gedenkteken van het Fort van Breendonk

Musée royal de l'Afrique centrale

Koninklijk Museum voor Midden-Afrika

Musées royaux d'Art et d'Histoire

Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis

Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique

Koninklijke Musea voor schone Kunsten van België

O

Observatoire royal de Belgique

Koninklijke Sterrenwacht van België

Office central d'Action sociale et culturelle du Ministère de la Défense

Centrale Dienst voor sociale en culturele Actie van het Ministerie van Defensie

Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi

Office de Contrôle des Assurances

Controledienst voor de Verzekeringen

Office de Contrôle des Mutualités et des Unions nationales de Mutualités

Controledienst voor de Ziekenfondsen en de Landsbonden van Ziekenfondsen

Office de la Naissance et de l'Enfance

Office de Promotion du Tourisme

Office de Sécurité sociale d'Outre-Mer

Dienst voor de overzeese sociale Zekerheid

Office for foreign Investors in Wallonie

Office national d'Allocations familiales pour Travailleurs salariés

Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers

Office national de l'Emploi

Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening

Office national de Sécurité sociale

Rijksdienst voor sociale Zekerheid

Office national de Sécurité sociale des Administrations provinciales et locales

Rijksdienst voor sociale Zekerheid van de provinciale en plaatselijke Overheidsdiensten

Office national des Pensions

Rijksdienst voor Pensioenen

Office national des Vacances annuelles

Rijksdienst voor jaarlijkse Vakantie

Office national du Ducroire

Nationale Delcrederedienst

Office régional bruxellois de l'Emploi

Brusselse gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling

Office régional de Promotion de l'Agriculture et de l'Horticulture

Office régional pour le Financement des Investissements communaux

Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi

Openbaar psychiatrisch Ziekenhuis-Geel

Openbaar psychiatrisch Ziekenhuis-Rekem

Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaams Gewest

Orchestre national de Belgique

Nationaal Orkest van België

Organisme national des Déchets radioactifs et des Matières fissiles

Nationale Instelling voor radioactief Afval en Splijtstoffen

P

Palais des Beaux-Arts

Paleis voor Schone Kunsten

Participatiemaatschappij Vlaanderen

Pool des Marins de la Marine marchande

Pool van de Zeelieden der Koopvaardij

R

Radio et Télévision belge de la Communauté française

Régie des Bâtiments

Regie der Gebouwen

Reproductiefonds voor de Vlaamse Musea

S

Service d'Incendie et d'Aide médicale urgente de la Région de Bruxelles-Capitale

Brusselse hoofdstedelijk Dienst voor Brandweer en dringende medische Hulp

Société belge d'Investissement pour les pays en développement

Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden

Société d'Assainissement et de Rénovation des Sites industriels dans l'Ouest du Brabant wallon

Société de Garantie régionale

Sociaal-economische Raad voor Vlaanderen

Société du Logement de la Région bruxelloise et sociétés agréées –

Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij en erkende maatschappijen

Société publique d'Aide à la Qualité de l'Environnement

Société publique d'Administration des Bâtiments scolaires bruxellois

Société publique d'Administration des Bâtiments scolaires du Brabant wallon

Société publique d'Administration des Bâtiments scolaires du Hainaut

Société publique d'Administration des Bâtiments scolaires de Namur

Société publique d'Administration des Bâtiments scolaires de Liège

Société publique d'Administration des Bâtiments scolaires du Luxembourg

Société publique de Gestion de l'Eau

Société wallonne du Logement et sociétés agréées

Sofibail

Sofibru

Sofico

T

Théâtre national

Théâtre royal de la Monnaie

Koninklijke Muntschouwburg

Toerisme Vlaanderen

Tunnel Liefkenshoek

U

Universitair Ziekenhuis Gent

V

Vlaams Commissariaat voor de Media

Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding

Vlaams Egalisatierentefonds

Vlaamse Hogescholenraad

Vlaamse Huisvestingsmaatschappij en erkende maatschappijen

Vlaamse Instelling voor technologisch Onderzoek

Vlaamse interuniversitaire Raad

Vlaamse Landmaatschappij

Vlaamse Milieuholding

Vlaamse Milieumaatschappij

Vlaamse Onderwijsraad

Vlaamse Opera

Vlaamse Radio- en Televisieomroep

Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteit- en Gasmarkt

Vlaamse Stichting voor Verkeerskunde

Vlaams Fonds voor de Lastendelging

Vlaams Fonds voor de Letteren