Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32003R2295

Verordening (EG) nr. 2295/2003 van de Commissie van 23 december 2003 houdende bepalingen voor de toepassing van Verordening (EEG) nr. 1907/90 van de Raad betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren

OJ L 340, 24.12.2003, p. 16–34 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 03 Volume 041 P. 551 - 569
Special edition in Estonian: Chapter 03 Volume 041 P. 551 - 569
Special edition in Latvian: Chapter 03 Volume 041 P. 551 - 569
Special edition in Lithuanian: Chapter 03 Volume 041 P. 551 - 569
Special edition in Hungarian Chapter 03 Volume 041 P. 551 - 569
Special edition in Maltese: Chapter 03 Volume 041 P. 551 - 569
Special edition in Polish: Chapter 03 Volume 041 P. 551 - 569
Special edition in Slovak: Chapter 03 Volume 041 P. 551 - 569
Special edition in Slovene: Chapter 03 Volume 041 P. 551 - 569
Special edition in Bulgarian: Chapter 03 Volume 052 P. 64 - 82
Special edition in Romanian: Chapter 03 Volume 052 P. 64 - 82

No longer in force, Date of end of validity: 30/06/2007; opgeheven door 32007R0557

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2003/2295/oj

32003R2295

Verordening (EG) nr. 2295/2003 van de Commissie van 23 december 2003 houdende bepalingen voor de toepassing van Verordening (EEG) nr. 1907/90 van de Raad betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren

Publicatieblad Nr. L 340 van 24/12/2003 blz. 0016 - 0034


Verordening (EG) nr. 2295/2003 van de Commissie

van 23 december 2003

houdende bepalingen voor de toepassing van Verordening (EEG) nr. 1907/90 van de Raad betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1907/90 van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren(1), en met name op artikel 5, lid 3, artikel 6, lid 5, artikel 7, lid 1, onder d), artikel 10, lid 3, artikel 11, lid 2, artikel 20, lid 1, en artikel 22, lid 2,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen(2), en met name op artikel 2,

Gelet op Richtlijn 2002/4/EG van de Commissie van 30 januari 2002 met betrekking tot de registratie van onder Richtlijn 1999/74/EG van de Raad vallende inrichtingen waar legkippen worden gehouden(3), en met name op de punten 2.1 en 2.3 van de bijlage,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Verordening (EEG) nr. 1907/90 heeft recentelijk enkele ingrijpende wijzigingen ondergaan. Naar aanleiding van deze wijzigingen is het dienstig eveneens de regels aan te passen die zijn vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 1274/91 van de Commissie van 15 mei 1991 houdende bepalingen ter toepassing van Verordening (EEG) nr. 1907/90 van de Raad betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren(4). Omwille van de duidelijkheid en de juridische zekerheid is het dienstig Verordening (EG) nr. 1274/91 in te trekken en te vervangen door een nieuwe tekst.

(2) Vanwege zowel de technologische ontwikkeling als de vraag van de consument, moet de traceerbaarheid van producten worden versterkt en moet worden voorzien in snellere levering, ophaling, sortering en verpakking van de eieren.

(3) Sommige producenten kunnen evenwel garanderen dat de eieren bij een zodanige temperatuur worden bewaard dat een permanente uitzondering kan worden gemaakt op de algemene eis om eieren, waarop overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 1907/90 de legdatum of de vermelding "extra" zal worden aangebracht, dagelijks op te halen of te leveren. Het is dan ook dienstig de termijnen voor het ophalen en leveren van eieren te differentiëren en de toepasselijke regels in dit verband te preciseren.

(4) Om de traceerbaarheid te waarborgen en ervoor te zorgen dat de oorsprong en productiewijze van de eieren kunnen worden gecontroleerd, moet ieder ei bovendien op de plaats van productie ("op de boerderij") of uiterlijk in het eerste pakstation worden voorzien van het registratienummer van het producerende bedrijf overeenkomstig Richtlijn 2002/4/EG. Eieren moeten echter verplicht op de plaats van productie worden gemerkt indien zij bestemd zijn om het grondgebied van het land van productie te verlaten, behalve bij een exclusief contract tussen de producent en het pakstation. Voorts dient worden bepaald dat iedere houder vóór het verlaten van de productieplaats moet worden voorzien van zowel het registratienummer van het producerende bedrijf als de legdatum of legperiode.

(5) Om de consument te waarborgen dat de kwaliteitskenmerken voor verse eieren, ook "eieren van klasse A" genoemd, controleerbaar en alleen op eieren van eerste kwaliteit van toepassing zijn, en om ervoor te zorgen dat bepaalde eieren gegarandeerd "extra vers" zijn, moeten voor elke kwaliteitsklasse strenge normen worden vastgesteld, moeten voor het ophalen en de verdere distributie bijzonder strikte voorschriften gelden en moeten de eieren worden gesorteerd en voorzien van het registratienummer van het producerende bedrijf en, in voorkomend geval, de legdatum.

(6) Eieren mogen uitsluitend naar kwaliteit en gewicht worden gesorteerd en gemerkt door bedrijven die over aan de omvang van hun transacties beantwoordende bedrijfsruimten en technische uitrusting beschikken en die de eieren derhalve onder bevredigende omstandigheden kunnen behandelen. Om verwarring te voorkomen en de identificatie van zendingen eieren te vergemakkelijken, dient aan elk pakstation een afzonderlijk, op een uniforme code berustend registratienummer te worden toegekend.

(7) Eieren van gewone kwaliteit, die op grond van de kenmerken ervan niet in de klasse "verse eieren" kunnen worden ingedeeld, moeten als eieren van tweede kwaliteit worden beschouwd en als zodanig worden ingedeeld. In de praktijk zijn dergelijke eieren in hoofdzaak bestemd om rechtstreeks te worden geleverd aan de levensmiddelenindustrie, met inbegrip van bedrijven uit de levensmiddelenindustrie die zijn erkend overeenkomstig Richtlijn 89/437/EEG van de Raad van 20 juni 1989 inzake hygiëne- en gezondheidsvraagstukken bij de bereiding en het in de handel brengen van eiproducten(5). Voor zover op de desbetreffende verpakkingen een etiket is aangebracht waarop die bestemming is vermeld, hoeven die eieren in dat geval geen merkteken te dragen waardoor zij als eieren van klasse B zouden worden aangemerkt. Elke toevallige of opzettelijke verwarring tussen deze etikettering en die voor eieren die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie en alleen aan andere dan levensmiddelenbedrijven mogen worden geleverd, moet worden voorkomen.

(8) Naast de datum van minimale houdbaarheid voor eieren van klasse A en de verpakkingsdatum voor de eieren van klasse B die verplicht op de verpakkingen van eieren moeten worden vermeld, evenals de sorteringsdatum in geval van losse verkoop, kunnen de consument aanvullende gegevens worden verstrekt door de facultatieve vermelding van de uiterste verkoopdatum en/of de uiterste consumptiedatum en/of de legdatum op de eieren of op de verpakking ervan. Het is dienstig de datum van minimale houdbaarheid te relateren aan de kwaliteitscriteria voor eieren.

(9) Om de consument te beschermen tegen vermeldingen die zouden kunnen worden aangebracht om op frauduleuze wijze hogere prijzen te verkrijgen dan die voor eieren van in batterijen gehouden hennen of die voor "standaardeieren", moeten minimumvoorwaarden worden vastgesteld inzake het houderijsysteem, behalve voor de biologische houderij als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2092/91. Tevens moeten bijzonder strenge procedures voor registratie, het voeren van een boekhouding en controle worden vastgesteld, met name wanneer van de mogelijkheid gebruik wordt gemaakt om vermeldingen aan te brengen betreffende de legdatum, de voedingswijze van de leghennen en de regionale oorsprong.

(10) Overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1907/90 moet een lijst worden opgesteld van derde landen die kunnen garanderen dat met betrekking tot het houderijsysteem normen worden nageleefd die gelijkwaardig zijn aan de communautaire normen.

(11) Door het gebruik van banderollen en etiketten moeten de verpakkingen en hun inhoud gemakkelijk kunnen worden geïdentificeerd. In het bijzonder moet rekening worden gehouden met grote en kleine verpakkingen met industrie-eieren, enerzijds, en met eieren met de vermelding "extra", anderzijds.

(12) De pakstations moet de mogelijkheid worden geboden om eieren om te pakken wanneer verpakkingen beschadigd zijn, wanneer een handelaar eieren onder eigen naam wil verkopen of wanneer eieren van grote verpakkingen in kleine verpakkingen moeten worden omgepakt. In deze gevallen is het onontbeerlijk dat op de banderollen, de etiketten en de kleine verpakkingen de oorsprong en de ouderdom van de eieren worden vermeld. Uit deze vermeldingen moet blijken dat de eieren opnieuw gesorteerd of omgepakt zijn. In verband met de tijd die verloren gaat bij het ompakken, moet het gebruik van de vermelding "extra" voor omgepakte eieren worden verboden.

(13) Om de uniforme toepassing te garanderen van Verordening (EEG) nr. 1907/90, en met name van de bepalingen inzake de controle en van de speciale regelingen die gelden voor het toezicht op het gebruik van de legdatum en op het aanbrengen van de vermeldingen betreffende bepaalde houderijsystemen en voedingswijzen en betreffende de oorsprong van de eieren, moet worden voorzien in een permanente gegevensuitwisseling tussen de lidstaten en de Commissie.

(14) Een doeltreffende controle op de naleving van de handelsnormen is slechts mogelijk door onderzoek van een voldoende aantal eieren die op zodanige wijze worden gekozen dat zij een representatief monster van de gecontroleerde partij vormen. Aangezien in Verordening (EEG) nr. 1907/90 is voorzien in de mogelijkheid tot losse verkoop en een omschrijving van losse verkoop is opgenomen, moeten ook voor dergelijke verkoop bemonsteringscriteria worden vastgesteld.

(15) Aangezien de voor het sorteren van eieren naar kwaliteit en gewicht gebruikte methoden niet geheel feilloos zijn, moeten bepaalde toleranties worden vastgesteld. Aangezien de kwaliteit en het gewicht van de partij door de wijze van opslag en vervoer kunnen worden beïnvloed, verdient het aanbeveling de toleranties al naar gelang van het handelsstadium te differentiëren. Voor elke gewichtsklasse dient een gemiddeld minimum-nettogewicht te worden vastgesteld om de afzet en de controle van naar kwaliteits- en gewichtsklassen gesorteerde eieren in grote verpakkingen te vergemakkelijken.

(16) Gesorteerde eieren kunnen tijdens opslag en transport in kwaliteit achteruitgaan. Dergelijke risico's, alsmede het gevaar voor biologische verontreiniging, kunnen aanzienlijk worden verkleind door ten aanzien van het gebruik van verpakkingsmateriaal strenge beperkingen vast te stellen. Daarom moeten strenge normen worden vastgesteld ten aanzien van verpakking, opslag en transport van eieren.

(17) De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor slachtpluimvee en eieren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I OPHALEN EN PAKSTATIONS

Artikel 1

Ophalen van eieren

1. Eieren waarop de legdatum zal worden vermeld en eieren die bestemd zijn om met de vermelding "extra" te worden verhandeld, worden door de producent uitsluitend aan pakstations geleverd, respectievelijk door pakstations bij de producent opgehaald:

a) op de dag waarop zij zijn gelegd, wanneer het eieren betreft waarop overeenkomstig artikel 12 de legdatum zal worden vermeld,

b) op elke werkdag, wanneer het eieren betreft die bestemd zijn om overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 1907/90 met de vermelding "extra" te worden verhandeld,

c) om de twee werkdagen, wanneer de eieren op het producerende bedrijf worden bewaard bij een omgevingstemperatuur die kunstmatig onder de 18 °C wordt gehouden.

2. Het leveren van andere dan de in lid 1 bedoelde eieren door producenten aan, respectievelijk het ophalen van eieren bij producenten door bedrijven als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EEG) nr. 1907/90; geschiedt:

a) elke derde werkdag,

b) eens per week, wanneer de eieren op het producerende bedrijf worden bewaard bij een omgevingstemperatuur die kunstmatig onder de 18 °C wordt gehouden.

3. Elke verzamelaar levert de eieren uiterlijk de eerstvolgende werkdag na die van ontvangst aan het pakstation af.

4. Elke houder moet vóór het verlaten van de productieplaats worden voorzien van:

a) naam, adres en registratienummer van het producerende bedrijf overeenkomstig Richtlijn 2002/4/EG van de Commissie, hierna "registratienummer van de producent" genoemd,

b) aantal of gewicht van de eieren,

c) legdatum of legperiode,

d) datum van verzending.

Deze gegevens worden zowel op de houder als op de begeleidende documenten vermeld; deze documenten worden gedurende ten minste zes maanden in het pakstation bewaard.

Wanneer pakstations onverpakte eieren betrekken uit eigen, op hetzelfde terrein als de pakstations gevestigde productie-eenheden, mogen de identificatiegegevens in het pakstation op de houder worden aangebracht.

PAKSTATIONS

Artikel 2

Werkzaamheden van pakstations

1. De pakstations sorteren, verpakken en merken de eieren en de verpakkingen uiterlijk de tweede werkdag na die van ontvangst.

Het bepaalde in de eerste alinea geldt echter niet wanneer de van de producenten ontvangen eieren uiterlijk op de werkdag na die van ontvangst aan andere pakstations worden geleverd.

Bovendien kan de termijn voor het verpakken en merken met drie werkdagen worden verlengd als de eieren worden verpakt in een ander pakstation dan dat waar het sorteren en merken heeft plaatsgevonden. In dat geval is artikel 1, lid 4, van toepassing.

2. Indien het in de bedoeling ligt de legdatum te vermelden op eieren zonder houder die worden betrokken uit op hetzelfde terrein als de pakstations gevestigde productie-eenheden, worden deze eieren gesorteerd en verpakt op de dag waarop zij zijn gelegd of, voor eieren die niet op een werkdag zijn gelegd, op de eerstvolgende werkdag.

Artikel 3

Erkenningsvoorwaarden

1. Slechts ondernemingen en producenten die aan de in de leden 2, 3 en 4 vervatte voorwaarden voldoen, kunnen als verzamelaar of als pakstation als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1907/90 worden erkend.

2. De bedrijfsruimten van verzamelaars en van pakstations:

a) hebben een oppervlakte die voldoende is voor de omvang van de werkzaamheden;

b) zijn zodanig gebouwd en ingericht:

- dat zij behoorlijk kunnen worden geventileerd en verlicht;

- dat zij behoorlijk kunnen worden schoongemaakt en ontsmet;

- dat de eieren tegen sterke schommelingen van de buitentemperatuur worden beschermd;

c) mogen slechts voor behandeling en opslag van eieren worden gebruikt; een deel van de ruimten mag echter voor de opslag van andere producten worden gebruikt indien deze geen vreemde geur op de eieren kunnen overbrengen.

3. De technische voorzieningen van pakstations dienen een deugdelijke behandeling van de eieren te waarborgen en omvatten in het bijzonder:

a) een adequate schouwinrichting die gedurende de hele bedrijfstijd bezet is en waarmee de kwaliteit van elk ei afzonderlijk kan worden onderzocht;

b) een apparaat voor het meten van de hoogte van de luchtkamer;

c) een inrichting voor het sorteren van eieren naar gewicht;

d) een of meer geijkte weegtoestellen voor het wegen van eieren;

e) apparatuur voor het stempelen van de eieren, wanneer het bepaalde in de artikelen 7 en 8 van Verordening (EEG) nr. 1907/90 wordt toegepast.

Bij gebruik van een automatische machine voor het schouwen als bedoeld in de eerste alinea, onder a), het sorteren en het indelen moet de installatie een afzonderlijk werkende schouwlamp omvatten. Bij geautomatiseerde inrichtingen kan de bevoegde autoriteit van iedere lidstaat toestaan dat deze inrichtingen niet doorlopend bemand zijn, mits de kwaliteit van de verzonden eieren steekproefsgewijs wordt gecontroleerd.

4. De bedrijfsruimten en de technische voorzieningen moeten in goede staat van onderhoud verkeren, alsmede schoon en vrij van vreemde geuren zijn.

Artikel 4

Erkenning

1. Elk verzoek om erkenning als verzamelaar of als pakstation wordt gericht tot de bevoegde autoriteit van de lidstaat op het grondgebied waarvan de bedrijfsruimten van de verzamelaar of het pakstation zijn gelegen.

2. Deze autoriteit kent aan elk door haar erkend pakstation een registratienummer toe, dat met de volgende code moet beginnen:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

3. Alleen pakstations die als dusdanig zijn erkend, kunnen worden gemachtigd om eieren van klasse A met de vermelding "extra" te verpakken of om de legdatum overeenkomstig artikel 12 aan te brengen.

HOOFDSTUK II KLASSEN VAN EIEREN

Artikel 5

Kenmerken van eieren van klasse A

1. Eieren van klasse A moeten ten minste de volgende eigenschappen hebben:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Eieren van klasse A mogen vóór of na het sorteren niet worden gewassen, noch op een andere wijze gereinigd.

Gewassen eieren in de zin van artikel 6, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 1907/90 voldoen weliswaar aan de criteria voor eieren van klasse A maar mogen niet als eieren van die klasse worden verhandeld en moeten worden voorzien van de vermelding "gewassen eieren".

3. Eieren van klasse A mogen geen verduurzamingsbehandeling ondergaan en niet worden gekoeld in ruimten of inrichtingen waar de temperatuur kunstmatig lager dan + 5°C wordt gehouden. Eieren die tijdens een transport van niet meer dan 24 uur, dan wel in de ruimte waar detailverkoop geschiedt of in bijgebouwen daarvan, bij een temperatuur van minder dan + 5°C zijn bewaard, worden evenwel niet als gekoelde eieren aangemerkt, op voorwaarde dat de in die bijgebouwen opgeslagen hoeveelheid niet groter is dan nodig voor drie dagen detailverkoop in de genoemde ruimte.

Gekoelde eieren in de zin van artikel 6, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 1907/90 voldoen weliswaar aan de criteria voor eieren van klasse A maar mogen niet als eieren van die klasse worden verhandeld. Zij moeten worden voorzien van de vermelding "gekoelde eieren".

Artikel 6

Eieren van klasse B

Eieren van klasse B zijn eieren die niet voldoen aan de eisen voor eieren van klasse A. Zij mogen slechts worden geleverd aan bedrijven uit de levensmiddelenindustrie die op grond van artikel 6 van Richtlijn 89/437/EEG zijn erkend of aan andere bedrijven dan die uit de levensmiddelenindustrie.

Artikel 7

Indeling van eieren van klasse A

1. Eieren van klasse A en "gewassen eieren" worden in de volgende gewichtsklassen ingedeeld:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Op de verpakkingen wordt de gewichtsklasse aangegeven met de in lid 1 vermelde letter en/of omschrijving, eventueel aangevuld met het betrokken gewichtsinterval. De in lid 1 bedoelde gewichtsklassen mogen niet worden onderverdeeld door het gebruik van verschillende verpakkingskleuren, symbolen, handelsmerken of andere vermeldingen.

3. Op verpakkingen waarin overeenkomstig artikel 13, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1907/90 eieren van klasse A zijn verpakt die niet tot dezelfde gewichtsklasse behoren, moeten het totale nettogewicht en de vermelding "eieren van verschillend formaat" worden vermeld.

4. Wanneer eieren van klasse A met deze vermelding aan de industrie worden geleverd, is sortering naar gewicht niet verplicht en geschiedt de levering overeenkomstig de voorwaarden van artikel 1, lid 4.

HOOFDSTUK III MERKEN VAN EIEREN EN VERPAKKINGEN

DEEL 1 INTERNE MARKT

Artikel 8

Algemene bepalingen

1. De in artikel 7 en in artikel 10, leden 1 en 2, onder c), van Verordening (EEG) nr. 1907/90 bedoelde vermeldingen worden uiterlijk op de dag van sortering en verpakking aangebracht.

De vermeldingen betreffende het registratienummer van de producent, de legdatum, de voedingswijze van de leghennen en de regionale oorsprong van de eieren mogen evenwel door de producent zelf worden aangebracht.

2. De vermeldingen worden duidelijk zichtbaar en goed leesbaar op de eieren en de verpakkingen aangebracht overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 7 tot en met 10 van Verordening (EEG) nr. 1907/90.

De voor het merken gebruikte producten dienen te beantwoorden aan de geldende regeling inzake kleurstoffen die in voor menselijke consumptie bestemde waren mogen worden gebruikt.

3. De merktekens voor eieren van klasse A en voor gewassen eieren bestaan uit:

a) het merkteken voor klasse A, gevormd door een cirkel met een middellijn van ten minste 12 mm met daarin het merkteken van de gewichtsklasse bestaande uit een of twee letters overeenkomstig artikel 7, lid 1, met een hoogte van ten minste 2 mm;

b) het registratienummer van de producent bestaande uit de in Richtlijn 2002/4/EG bedoelde codes en letters, met een hoogte van ten minste 2 mm,

c) het nummer van het pakstation bestaande uit letters en cijfers met een hoogte van ten minste 2 mm,

d) de data, aangegeven door middel van de in bijlage I genoemde vermeldingen in letters en cijfers met een hoogte van ten minste 2 mm, gevolgd door dag en maand als bepaald in artikel 9.

4. Het merkteken voor eieren van klasse B bestaat uit een cirkel met een middellijn van ten minste 12 mm waarin de letter B met een hoogte van ten minste 5 mm is aangebracht.

Dit merkteken is niet verplicht bij rechtstreekse levering aan de levensmiddelenindustrie, op voorwaarde dat deze bestemming duidelijk op de verpakking wordt vermeld.

5. Wanneer eieren worden geleverd aan een pakstation in een andere lidstaat, moeten deze vóór het verlaten van de productieplaats worden voorzien van het registratienummer van de producent. Indien de producent en het pakstation evenwel een contract hebben gesloten dat voorziet in exclusiviteit voor de betrokken werkzaamheden in die lidstaat en in de verplichting tot naleving van bovengenoemde termijnen en normen inzake het merken, mag de lidstaat op het grondgebied waarvan de productieplaats zich bevindt, op verzoek van de marktdeelnemers en met voorafgaande toestemming van de lidstaat waar zich het pakstation bevindt, van deze verplichting afwijken. In dergelijke gevallen moet de zending vergezeld gaan van een door deze marktdeelnemers voor eensluidend gewaarmerkte kopie van dit contract. Wanneer deze afwijking wordt toegestaan, worden de in artikel 29, lid 2, onder e), bedoelde controle-autoriteiten daarvan in kennis gesteld.

Artikel 9

Vermelding van de datum van minimale houdbaarheid

1. De datum van minimale houdbaarheid als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder e), van Verordening (EEG) nr. 1907/90 wordt bij het inpakken aangebracht overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en van de Raad(6) en omvat een of meerdere van de vermeldingen van bijlage I, punt 1:

Hiertoe wordt de datum overeenkomstig artikel 9, lid 4, van Richtlijn 2000/13/EG vermeld in de volgorde en op de wijze als hieronder vermeld;

a) de dag, uitgedrukt in cijfers van 01 tot en met 31;

b) de maand, uitgedrukt in cijfers van 01 tot en met 12 of in maximaal vier letters.

2. De datum van minimale houdbaarheid is de uiterste datum waarop eieren van klasse A of gewassen eieren de in artikel 5, lid 1, genoemde eigenschappen nog steeds bezitten, mits ze op passende wijze worden bewaard. De datum mag niet meer dan 28 dagen na de legdatum vallen. Bij vermelding van de legperiode overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, lid 4, onder c), moet de eerste dag van die periode als grondslag worden genomen voor de berekening van de datum van minimale houdbaarheid.

3. Op grote verpakkingen en op kleine verpakkingen, zelfs wanneer deze op hun beurt in grote verpakkingen zijn verpakt, moet aan de buitenzijde duidelijk zichtbaar en goed leesbaar, worden vermeld dat de consument wordt aanbevolen de eieren na aankoop in de koelkast te bewaren.

4. Bij losse verkoop moet eveneens een voor de consument duidelijk zichtbare en ondubbelzinnige vermelding als die bedoeld in lid 2 worden aangebracht.

Artikel 10

Vermelding van de verpakkingsdatum

De vermelding van de verpakkingsdatum als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder e), facultatief aangebracht overeenkomstig artikel 10, lid 2, onder c), van Verordening (EEG) nr. 1907/90, bestaat uit een of meerdere van de vermeldingen van punt 2 van bijlage I bij deze verordening, gevolgd door de in artikel 9, lid 1, tweede alinea, bedoelde twee reeksen cijfers of letters.

Artikel 11

Uiterste verkoopdatum

1. Naast de datum van minimale houdbaarheid en/of de verpakkingsdatum mag de marktdeelnemer bij de verpakking op de eieren, op de verpakking of op beide de uiterste verkoopdatum vermelden.

2. De uiterste verkoopdatum mag overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Beschikking 94/371/EG van de Raad(7) de termijn van 21 dagen na de legdatum niet overschrijden.

Voor gekoelde eieren die zijn bestemd voor verzending naar en detailverkoop in de Franse overzeese departementen overeenkomstig artikel 6, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1907/90, kan deze termijn voor de uiterste verkoopdatum evenwel worden verlengd tot 40 dagen.

3. Bij vermelding van de legperiode overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, lid 4, onder c), moet de eerste dag van die periode als grondslag worden genomen voor de berekening van de uiterste verkoopdatum.

4. Voor het vermelden van de in dit artikel bedoelde data op eieren en verpakkingen moeten een of meerdere van de vermeldingen van bijlage I worden gebruikt.

5. De in dit artikel bedoelde data moeten worden vermeld overeenkomstig het bepaalde in artikel 9, lid 1, tweede alinea.

Artikel 12

Vermelding van de legdatum

1. Bij het verpakken van eieren mag de marktdeelnemer de legdatum op de verpakking vermelden. In dat geval moet deze legdatum ook op de eieren in de verpakking worden vermeld.

Indien de legdatum wordt vermeld, is het bepaalde in de leden 2, 3 en 4 van dit artikel van toepassing.

2. Wanneer eieren in houders aan een pakstation worden geleverd, moeten alle eieren die zich in één en dezelfde houder bevinden en waarop de legdatum moet worden vermeld, in één keer gesorteerd en verpakt worden. De legdatum wordt tijdens of onmiddellijk na het sorteren op de eieren gestempeld.

3. Wanneer pakstations eieren zonder houder betrekken uit op hetzelfde terrein als het pakstation gevestigde productie-eenheden, moeten deze eieren:

- op de dag waarop zij zijn gelegd, worden voorzien van de legdatum; indien zij niet op een werkdag zijn gelegd, op de eerstvolgende werkdag samen met de op die werkdag gelegde eieren worden voorzien van de datum van de eerste niet-werkdag; of

- worden gesorteerd en verpakt overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, of

- op de dag waarop zij zijn gelegd of, indien zij niet op een werkdag zijn gelegd, op de eerstvolgende werkdag aan andere pakstations of aan de industrie worden geleverd.

4. Indien pakstations ook eieren betrekken van externe producenten waarvoor het vermelden van de legdatum niet verplicht is, moeten deze eieren apart worden opgeslagen en behandeld.

Artikel 13

Vermelding van het houderijsysteem

1. Op eieren en verpakkingen daarvan mogen:

- voor het vermelden van het houderijsysteem als bedoeld in artikel 7 en in artikel 10, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1907/90, alleen de vermeldingen van bijlage II worden gebruikt, zij het steeds op voorwaarde dat aan de voorwaarden van bijlage III is voldaan,

- voor het vermelden van het biologische houderijsysteem als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2092/91, uitsluitend de codes in punt 2.1 van de bijlage bij Richtlijn 2002/4/EG en de vermeldingen in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2092/91 worden gebruikt.

De in bijlage II opgenomen vermeldingen mogen worden aangevuld met vermeldingen betreffende de bijzondere kenmerken van het betrokken houderijsysteem.

Op de eieren mag naast deze vermeldingen het registratienummer van de producent worden vermeld.

2. Bij losse verkoop en bij verkoop van voorverpakte eieren mag de betekenis van het registratienummer van de producent worden toegelicht op de houder of in een aparte mededeling.

3. Op verpakkingen met eieren die bestemd zijn voor overeenkomstig Richtlijn 89/437/EEG erkende levensmiddelenbedrijven mogen de in lid 1 bedoelde vermeldingen worden aangebracht, voor zover de eieren afkomstig zijn van pluimveebedrijven die aan de desbetreffende voorschriften van bijlage III voldoen.

4. De bepalingen van lid 1 gelden onverminderd nationale technische maatregelen die verder reiken dan de in bijlage III vastgestelde minimumvoorwaarden en slechts van toepassing zijn voor de producenten van de betrokken lidstaat, voor zover de betrokken maatregelen verenigbaar zijn met het Gemeenschapsrecht en beantwoorden aan de gemeenschappelijke handelsnormen voor eieren.

Artikel 14

Vermelding van de voedingswijze van de leghennen

1. Wanneer op eieren van klasse A, gewassen eieren en verpakkingen daarvan de voedingswijze van de leghennen is vermeld, zijn de minimumvoorwaarden van bijlage IV van toepassing.

2. Grote of kleine verpakkingen met eieren waarop de voedingswijze van de leghennen is aangegeven, moeten dezelfde vermeldingen dragen. Bij losse verkoop van eieren mag de voedingswijze alleen worden aangegeven wanneer op elk ei de desbetreffende vermelding is aangebracht.

3. De bepalingen van lid 2 gelden onverminderd nationale technische maatregelen die verder reiken dan de in bijlage IV vastgestelde minimumvoorwaarden en slechts van toepassing zijn voor de producenten van de betrokken lidstaat, voor zover de betrokken maatregelen verenigbaar zijn met het Gemeenschapsrecht en beantwoorden aan de gemeenschappelijke handelsnormen voor eieren.

Artikel 15

Vermelding van de oorsprong der eieren

1. Op verpakkingen van eieren van klasse A of van gewassen eieren mag de oorsprong van de eieren worden aangegeven met de vermelding: "oorsprong: zie code op de eieren".

2. Om op eieren van klasse A, op gewassen eieren en op verpakkingen ervan de oorsprong van de eieren aan te geven overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1907/90, mogen vermeldingen en/of symbolen worden gebruikt die verwijzen naar een administratief of ander gebied, dat door de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de eieren zijn geproduceerd, is omschreven.

In geval van losse verkoop mag de oorsprong van de eieren slechts worden aangeduid als op elk ei de desbetreffende vermeldingen en/of symbolen zijn aangebracht.

3. Op grote verpakkingen die eieren of kleine verpakkingen bevatten waarop de in lid 2 bedoelde vermeldingen en/of symbolen zijn aangebracht, worden dezelfde vermeldingen en/of symbolen aangebracht.

DEEL 2 MERKING VAN INGEVOERDE EIEREN

Artikel 16

Vermeldingen op ingevoerde eieren

1. Eieren van klassen A die worden ingevoerd vanuit Litouwen, Hongarije, Tsjechië of Noorwegen, worden in het land van oorsprong voorzien van het registratienummer van de producent overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.

2. Op eieren die worden ingevoerd uit andere dan de in lid 1 genoemde derde landen, wordt in het land van oorsprong duidelijk zichtbaar en goed leesbaar de ISO-code van het land van oorsprong aangebracht, voorafgegaan door de vermelding: "Non-EG-normen".

3. Verpakkingen van eieren van klasse A die worden ingevoerd uit derde landen moeten voldoen aan de voorwaarden van artikel 15 van Verordening (EEG) nr. 1907/90.

De vermelding van de datum van minimale houdbaarheid en van de verpakkingsdatum als bedoeld in artikel 15 van Verordening (EEG) nr. 1907/90, bestaat uit een of meerdere van de vermeldingen van punt 2 van bijlage I bij deze verordening, gevolgd door de in artikel 9, lid 1, tweede alinea, bedoelde twee reeksen cijfers of letters.

4. Het houderijsysteem wordt op de verpakkingen van eieren van klassen A die worden ingevoerd vanuit Litouwen, Hongarije, Tsjechië of Noorwegen, aangebracht volgens dezelfde voorwaarden als die voor de lidstaten vastgelegd in artikel 13.

Op verpakkingen van eieren van klasse A die worden ingevoerd uit andere dan de in de eerste alinea genoemde derde landen, bestaat de aanduiding van het houderijsysteem uit de vermelding "houderijsysteem onbekend".

5. Voor het aanbrengen van banderollen en etiketten op verpakkingen en voor het opnieuw sorteren en ompakken van eieren gelden dezelfde voorwaarden als die voor de lidstaten vastgelegd in hoofdstuk IV.

HOOFDSTUK IV BANDEROLLEN, OPNIEUW SORTEREN EN OMPAKKEN VAN EIEREN

Artikel 17

Banderollen en etiketten voor eieren van klasse A

1. De in artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 1907/90 bedoelde banderollen en etiketten voor eieren van klasse A en gewassen eieren zijn wit, terwijl de tekst daarop zwart wordt gedrukt, overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 10 en 15 van Verordening (EEG) nr. 1907/90.

2. De in artikel 11, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1907/90 bedoelde afwijking geldt bij levering van dagelijkse hoeveelheden van minder dan 3600 eieren per levering en van minder dan 360 eieren per koper. Naam, adres en registratienummer van het pakstation, alsmede het aantal eieren, de kwaliteits- en de gewichtsklasse, de datum van minimale houdbaarheid en het houderijsysteem worden in de begeleidende documenten aangegeven.

Artikel 18

Banderollen en etiketten voor eieren die zijn bestemd voor de levensmiddelenindustrie

1. In verpakkingen met gele banderol of geel etiket, die bij opening van deze verpakking onbruikbaar worden gemaakt, worden in de handel gebracht:

a) eieren als bedoeld in artikel 2, lid 2, onder b), van Verordening (EEG) nr. 1907/90 die niet in de klassen A of B zijn ingedeeld;

b) eieren van klasse A die niet meer de kenmerken van deze kwaliteitsklassen vertonen maar die niet opnieuw zijn gesorteerd;

c) eieren van klasse B.

2. Op de in lid 1 bedoelde banderollen en etiketten worden duidelijk zichtbaar en goed leesbaar vermeld:

a) de naam of de handelsnaam en het adres van het bedrijf dat de eieren heeft verzonden,

b) het aantal of het nettogewicht van de verpakte eieren,

c) de vermelding "EIEREN VOOR DE LEVENSMIDDELENINDUSTRIE" in zwarte hoofdletters met een hoogte van 2 cm, in één of meer talen van de Gemeenschap.

Artikel 19

Banderollen en etiketten voor industrie-eieren

1. Industrie-eieren in de zin van artikel 1, punt 2, van Verordening (EEG) nr. 1907/90 worden in de handel gebracht in verpakkingen die van een rode banderol of van een rood etiket zijn voorzien.

2. Op de in lid 1 bedoelde banderollen en etiketten worden vermeld:

a) de naam of de handelsnaam en het adres van het bedrijf waarvoor de eieren bestemd zijn;

b) de naam of de handelsnaam en het adres van het bedrijf dat de eieren heeft verzonden;

c) de vermelding "INDUSTRIE-EIEREN" in zwarte hoofdletters met een hoogte van 2 cm en de vermelding "niet geschikt voor menselijke consumptie" in zwarte letters met een hoogte van ten minste 0,8 cm, in één of meer talen van de Gemeenschap.

Artikel 20

Eieren met de vermelding "extra"

1. Banderollen en etiketten als bedoeld in artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 1907/90 worden zodanig bedrukt en aangebracht dat daardoor geen enkel opschrift op de verpakking onzichtbaar wordt.

De vermelding "extra" wordt op de banderol of het etiket aangebracht in cursieve letters met een hoogte van ten minste minimaal 1 cm, gevolgd door het woord "tot" en de in artikel 9, lid 1, tweede alinea, bedoelde twee reeksen cijfers of letters ter aanduiding van de zevende dag na de verpakkingsdatum of de negende datum na de legdatum.

Indien de verpakkingsdatum op de verpakking is aangegeven, mag de in de tweede alinea bedoelde vermelding worden vervangen door de vermelding "extra tot de zevende dag na de verpakkingsdatum".

Indien de legdatum op de verpakking is aangegeven, mag de in de tweede alinea bedoelde vermelding worden vervangen door de vermelding "extra tot de negende dag na de legdatum".

Na de vermelding "extra" mag het woord "vers" worden aangebracht.

2. Indien de banderollen of etiketten als bedoeld in lid 1 niet van de verpakking kunnen worden losgemaakt, moeten deze verpakkingen uiterlijk de zevende dag na de verpakkingsdatum of de negende dag na de legdatum uit de handel worden gehaald en moeten de eieren worden omgepakt.

3. Op grote verpakkingen die kleine verpakkingen met de vermelding "extra" bevatten wordt in hoofdletters met een hoogte van ten minste 1 cm in één of meer talen van de Gemeenschap vermeld: "BEVAT KLEINE VERPAKKINGEN EXTRA".

Artikel 21

Ompakken

1. Behoudens in het in artikel 8, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1907/90 bedoelde geval, mogen verpakte eieren van klasse A en gewassen eieren slechts door pakstations in andere grote of kleine verpakkingen worden omgepakt. Elke verpakking mag uitsluitend eieren bevatten van één partij.

2. Op de banderollen of etiketten op grote verpakkingen worden duidelijk zichtbaar en goed leesbaar, in zwarte cijfers en letters, ten minste de volgende gegevens vermeld:

a) de naam of de handelsnaam en het adres van de onderneming die de eieren heeft omgepakt of heeft laten ompakken;

b) het registratienummer van het pakstation dat de eieren heeft omgepakt;

c) het registratienummer van het pakstation dat de eieren de eerste keer heeft verpakt, of wanneer het gaat om ingevoerde eieren, het land van oorsprong;

d) de kwaliteits- en de gewichtsklasse;

e) het aantal verpakte eieren;

f) de oorspronkelijke datum van minimale houdbaarheid met daaronder de vermelding "omgepakte eieren";

g) het houderijsysteem;

h) gegevens over de koeling, voluit en in Latijnse letters, wanneer het gekoelde eieren betreft die zijn bestemd voor verzending naar de Franse overzeese departementen.

3. Op kleine verpakkingen die omgepakte eieren bevatten, worden duidelijk zichtbaar en goed leesbaar, alleen de in lid 2 vastgestelde gegevens aangebracht. Bovendien mag op kleine verpakkingen het handelsmerk worden aangebracht van het bedrijf dat de eieren heeft omgepakt, respectievelijk heeft laten ompakken. Het woord "extra" mag niet worden gebruikt.

4. Het bepaalde in artikel 2 en in artikel 8, lid 1, is van toepassing

Artikel 22

Opnieuw sorteren

1. Eieren die opnieuw zijn gesorteerd overeenkomstig artikel 8, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1907/90, mogen in de handel worden gebracht in dezelfde verpakkingen als die waarin zij zich bevonden alvorens zij opnieuw werden gesorteerd. Indien zij worden omgepakt, mag elke verpakking slechts eieren van één partij bevatten.

2. Op gele of rode banderollen of etiketten van grote verpakkingen worden duidelijk zichtbaar en goed leesbaar, in zwarte cijfers en letters, ten minste de in de artikelen 18 en 19 genoemde gegevens vermeld, alsmede de naam of de handelsnaam en het adres van de onderneming die de eieren opnieuw heeft gesorteerd of heeft laten sorteren.

3. Op kleine verpakkingen met opnieuw gesorteerde eieren, moeten de gegevens die niet langer van toepassing zijn, worden bedekt. Bovendien mag op kleine verpakkingen het handelsmerk worden aangebracht van het bedrijf dat de eieren opnieuw heeft gesorteerd of heeft laten sorteren.

Artikel 23

Hergebruik van verpakkingen voor het opnieuw sorteren

1. Indien de oorspronkelijke verpakkingen worden gebruikt voor het opnieuw sorteren en ompakken, worden zij beschouwd als opnieuw gebruikt als bedoeld in artikel 36, lid 2.

2. De vermeldingen op de banderollen of etiketten van grote verpakkingen die opnieuw worden gebruikt overeenkomstig artikel 36, lid 2, worden volledig bedekt met nieuwe banderollen of nieuwe etiketten, of worden op een andere wijze onleesbaar gemaakt.

3. Op grote verpakkingen kunnen één of meer vermeldingen op de banderollen en etiketten waarmee zij worden gesloten, worden aangebracht. Bovendien mag op grote verpakkingen het handelsmerk worden aangebracht van het bedrijf dat de eieren heeft omgepakt, respectievelijk heeft laten ompakken.

HOOFDSTUK V CONTROLE VAN BEDRijVEN

Artikel 24

Controle van bedrijven

1. Bij producenten, pakstations, verzamelaars, groothandel en, indien artikel 14 wordt toegepast, fabrikanten en leveranciers van voeding voor leghennen vinden ten minste eenmaal per jaar controles plaats om na te gaan of aan alle normen is voldaan.

2. Bij productie-eenheden en pakstations die vermeldingen aanbrengen als bedoeld in artikel 12, vinden ten minste om de twee maanden controles plaats.

3. Controles op de vermeldingen van de legdatum, de voedingswijze van de leghennen en de regionale oorsprong als bedoeld in de artikelen 12, 14 en 15, kunnen worden gedelegeerd aan door de lidstaten aangewezen organen die de nodige onafhankelijkheid ten opzichte van de producenten waarborgen en beantwoorden aan de criteria van de geldende Europese norm EN/45011.

Deze organen worden erkend door en staan onder toezicht van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat.

De door deze organen gemaakte controlekosten worden verhaald op de marktdeelnemer die de bovenbedoelde vermeldingen gebruikt.

HOOFDSTUK VI REGISTRATIE

Artikel 25

Registratie door producenten

1. De producenten registreren:

a) de gegevens betreffende het houderijsysteem met vermelding van, per toegepast systeem:

- het aantal leghennen, de datum waarop zij zijn opgezet en hun leeftijd op het tijdstip waarop zij zijn opgezet;

- het aantal verwijderde leghennen en de datum van verwijdering,

- de dagelijkse eiproductie,

- het aantal of het gewicht van de eieren die zijn verkocht overeenkomstig artikel 2, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1907/90 of langs andere weg zijn geleverd, per dag, en in het laatste geval,

- de naam en het adres van de kopers en het nummer van het bedrijf;

b) de gegevens betreffende de voedingswijze van de leghennen indien deze voedingswijze op de eieren van klasse A en op verpakkingen daarvan wordt aangeduid, en met name:

- hoeveel en wat voor voeder geleverd en/of ter plaatse bereid wordt,

- de leveringsdatum,

- de naam van de voederfabrikant of -leverancier,

- het aantal en de leeftijd van de leghennen, alsmede het aantal geproduceerde en geleverde eieren,

- de datum van verzending,

- de naam en het adres van de kopers en het nummer van het bedrijf.

2. Indien de legdatum wordt vermeld, worden de in lid 1, onder a), bedoelde gegevens afzonderlijk geregistreerd.

Indien in een inrichting verschillende houderijsystemen worden toegepast, worden de in lid 1, onder a) en b), bedoelde gegevens uitgesplitst per hok geregistreerd overeenkomstig Richtlijn 2002/4/EG.

3. De producent bewaart de in lid 1, onder a) en b), bedoelde gegevens gedurende minstens zes maanden nadat de activiteiten zijn beëindigd of nadat het bestand is opgeruimd.

Artikel 26

Registratie door pakstations

1. De pakstations registreren per houderijsysteem en per dag:

a) de hoeveelheden eieren per producent die dagelijks op het pakstation binnenkomen met vermelding van de naam, het adres en het registratienummer van de producent alsmede de legdatum of legperiode;

b) de hoeveelheden niet-gesorteerde eieren die aan andere pakstations worden geleverd, met vermelding van de registratienummers van die pakstations en de legdatum of legperiode;

c) de sortering naar kwaliteit en gewicht van de eieren;

d) de hoeveelheden gesorteerde eieren die van andere pakstations worden ontvangen, met vermelding van de registratienummers van die pakstations, de datum van minimale houdbaarheid en de identiteit van de verkopers;

e) het aantal en/of het gewicht van de geleverde eieren, per gewichtsklasse, verpakkingsdatum en uiterste consumptiedatum, en per koper, met vermelding van de naam en het adres van laatstgenoemden.

De pakstations voeren een voorraadboekhouding die wekelijks wordt bijgewerkt.

2. Wanneer op eieren van klasse A of gewassen eieren en op verpakkingen daarvan de voedingswijze van de leghennen, de legdatum en/of de regionale oorsprong wordt vermeld, moeten pakstations die dergelijke vermeldingen gebruiken, deze afzonderlijk registreren, overeenkomstig het bepaalde in lid 1, eerste alinea.

3. In plaats van verkoop- of leveringsregisters mogen de pakstations evenwel de facturen en de leveringsbonnen bewaren wanneer daarop de in lid 1, eerste alinea, bedoelde vermeldingen worden aangebracht. Deze registers en andere bewijsstukken moeten minstens zes maanden worden bewaard.

Artikel 27

Registratie door andere marktdeelnemers

1. Verzamelaars en groothandelaren moeten hun aankoop- en verkoopregisters en voorraadboekhouding betreffende eieren als bedoeld in de artikelen 13, 14 en 15 ten minste zes maanden bewaren.

Verzamelaars moeten voor deze eieren de volgende gegevens kunnen overleggen:

a) de data van de ophalingen en de opgehaalde hoeveelheden;

b) de naam, het adres en het registratienummer van de producenten;

c) de aan de respectieve pakstations geleverde hoeveelheden eieren alsmede de leveringsdata.

Groothandelaren (met inbegrip van handelaren die de eieren niet fysiek verhandelen) moeten voor deze eieren de volgende gegevens kunnen overleggen:

a) de aangekochte en verkochte hoeveelheden alsmede de aan- en verkoopdata;

b) de naam en het adres van iedere leverancier en koper.

Bovendien moeten groothandelaren die deze eieren fysiek verhandelen, hun voorraad wekelijks registreren.

In de plaats van de aan- en verkoopregisters mogen verzamelaars en groothandelaren evenwel de facturen of de leveringsbonnen bewaren wanneer daarop de in artikel 13, 14 en 15 bedoelde vermeldingen worden aangebracht.

2. Producenten en leveranciers van voeder voeren een boekhouding van de leveringen aan de in artikel 25, lid 1, onder b), bedoelde producenten, met vermelding van de samenstelling van het geleverde voeder.

Deze boekhouding moet minstens zes maanden na de levering worden bewaard.

3. Alle in de artikelen 25 en 26 en in dit artikel bedoelde registers, boekhoudingen en andere bewijsstukken moeten op verzoek aan de bevoegde autoriteiten ter beschikking worden gesteld.

HOOFDSTUK VII VERTROUWELijKHEID EN MEDEDELING VAN GEGEVENS

Artikel 28

Vertrouwelijkheid

1. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om geheimhouding van de krachtens artikel 12, 13, 14 en 15, verstrekte gegevens te waarborgen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en van de Raad(8), voorzover deze gegevens betrekking hebben op natuurlijke personen.

2. Alle gegevens in registers, boekhoudingen en andere bewijsstukken worden uitsluitend gebruikt voor de toepassing van deze verordening.

Artikel 29

Mededeling, raadpleging en uitwisseling van gegevens

1. Iedere lidstaat deelt jaarlijks, vóór 1 april, het gemiddelde aantal leghennen per houderijsysteem dat in de pluimveebedrijven aanwezig was(9), langs elektronische weg aan de Commissie mee.

2. Iedere lidstaat stelt de Commissie vóór 1 juli 2004 langs elektronische weg in kennis van de maatregelen die zij ter uitvoering van deze verordening hebben getroffen, en met name van:

a) een lijst van geregistreerde productieplaatsen, overeenkomstig Richtlijn 2002/4/EG, met vermelding van de naam, het adres en het registratienummer van iedere productieplaats;

b) een lijst van erkende pakstations overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1907/90 en artikel 4, de leden 2 en 3, van de onderhavige verordening, met vermelding van de naam, het adres en het registratienummer van elk pakstation;

c) de met het oog op de uitvoering van de artikelen 12, 13, 14, 15 en 16 toegepaste controlemethoden;

d) de met het oog op de uitvoering van artikel 13, lid 4, en artikel 14, lid 3, vastgestelde nationale maatregelen;

e) een lijst van de bevoegde autoriteiten voor de op grond van deze verordening verplichte controles, met vermelding van naam, adres en nadere gegevens,

f) naam, adres en nadere gegevens van de bevoegde autoriteit die is belast met de gegevensuitwisseling in het kader van deze verordening.

3. De Commissie verzamelt de in de leden 1 en 2 bedoelde gegevens en stelt deze met ingang van 1 juli 2005 aan de lidstaten ter beschikking. Tot die datum deelt iedere lidstaat deze gegevens zelf aan alle andere lidstaten mee.

Iedere wijziging van de lijsten, controlemethoden en technische maatregelen als bedoeld in lid 2, wordt bij het begin van ieder kalenderjaar langs elektronische weg aan de Commissie meegedeeld.

4. Over de in de lidstaten uitgevoerde controles wordt volgens de procedure van artikel 18 van Verordening (EEG) nr. 2771/75 van de Raad(10) geregeld van gedachten gewisseld.

5. Op verzoek van de Commissie verstrekt de lidstaat te allen tijde alle nodige inlichtingen om na te gaan of de in lid 2, onder d), bedoelde maatregelen verenigbaar zijn met het Gemeenschapsrecht en aan de gemeenschappelijke handelsnormen voor eieren beantwoorden.

Artikel 30

Mededeling van de besluit tot opnieuw sorteren

Iedere lidstaat op het grondgebied waarvan een partij eieren afkomstig van een andere lidstaat opnieuw wordt gesorteerd, draagt ervoor zorg dat de beslissing betreffende het opnieuw sorteren binnen drie werkdagen aan de bevoegde autoriteit van deze lidstaat, als bedoeld in artikel 29, lid 2, onder f), wordt medegedeeld.

HOOFDSTUK VIII CONTROLE VAN EIEREN

Artikel 31

Steekproefcontroles

1. Het bepaalde in artikel 19, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1907/90 is slechts van toepassing indien de controle is uitgevoerd overeenkomstig de leden 2 tot en met 5.

2. Wanneer eieren zijn verpakt in grote verpakkingen die geen kleine verpakkingen bevatten, dient de bemonstering bij controle op ten minste de volgende hoeveelheden eieren betrekking te hebben:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

3. Wanneer de eieren zijn verpakt in kleine verpakkingen, zelfs wanneer deze op hun beurt in grote verpakkingen zijn verpakt, dient de bemonstering bij controle op ten minste het volgende aantal kleine verpakkingen en het volgende aantal eieren betrekking te hebben:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

4. Bij partijen van 18000 eieren of minder worden de te controleren eieren genomen uit ten minste 20 % van het aantal grote verpakkingen.

Bij partijen van meer dan 18000 eieren worden de te controleren eieren genomen uit ten minste 10 % van het aantal grote verpakkingen en uit ten minste 10 grote verpakkingen.

5. Wanneer niet-verpakte eieren in de detailhandel met het oog op de verkoop worden uitgestald of te koop worden aangeboden, dient de bemonstering bij controle betrekking te hebben op 100 % van de eieren bij een aantal tot 180 stuks en op 15 % van de eieren, met een minimum van 180 eieren, bij grotere hoeveelheden.

Artikel 32

Controlebanderol

1. Na elke controle, en eventueel nadat de partij in overeenstemming is gebracht met de eisen van Verordening (EEG) nr. 1907/90, kan de controleur op verzoek van de eigenaar van de partij op de verpakking een banderol met een officieel stempel aanbrengen, waarop de volgende vermeldingen staan:

a) "Gecontroleerd op (datum) te (plaats)"

b) de identiteit van de controleur

2. De controlebanderol is wit met rode opdruk. Wanneer de verpakking gesloten was voordat de controle werd verricht, wordt zij opnieuw gesloten met de controlebanderol die in voorkomend geval over de oorspronkelijke banderol of het oorspronkelijke etiket mag worden aangebracht.

3. Na controle van kleine verpakkingen met de vermelding "extra" worden op de controlebanderol de in lid 1 genoemde vermeldingen en het woord "extra" in 1 cm hoge cursieve letters aangebracht.

Artikel 33

Tolerantie voor kwaliteitsgebreken

1. Van een partij eieren van kwaliteitsklasse A en gewassen eieren mogen bij controle:

a) in het pakstation, vlak voor verzending: 5 % van de eieren kwaliteitsgebreken vertonen,

b) in andere handelsstadia: 7 % van de eieren kwaliteitsgebreken vertonen.

Voor eieren welke met de vermelding "extra" in de handel worden gebracht, is evenwel bij de controle tijdens het verpakken of de invoer ten aanzien van de hoogte van de luchtkamer geen enkele tolerantie toegestaan.

2. Wanneer de gecontroleerde partij minder dan 180 eieren bevat, worden de in de lid 1 genoemde percentages verdubbeld.

Artikel 34

Tolerantie inzake het gewicht van de eieren

Behalve in het in artikel 13, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1907/90 bedoelde geval, is voor een partij eieren van kwaliteitsklasse A en gewassen eieren bij controle een tolerantie toegestaan wat het stukgewicht van de eieren betreft. Een dergelijke partij mag maximaal 10 % eieren bevatten die behoren tot de onmiddellijk lagere of hogere gewichtsklasse dan de op de verpakking vermelde klasse, maar niet meer dan 5 % eieren die behoren tot de onmiddellijk lagere gewichtsklasse.

Wanneer de gecontroleerde partij uit minder dan 180 eieren bestaat, wordt bovengenoemd percentage verdubbeld.

HOOFDSTUK IX ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

DEEL 1 ALGEMENE BEPALINGEN BETREFFENDE DE VERPAKKINGEN EN DE OPSLAG VAN EIEREN

Artikel 35

Minimum-nettogewicht van eieren per grote verpakking

Van eieren van kwaliteitsklasse A en gewassen eieren, die naar gewichtsklasse zijn gesorteerd, bevatten grote verpakkingen ten minste het volgende nettogewicht:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Artikel 36

Kwaliteit van de verpakkingen

1. De verpakkingen, alsmede de binnenverpakkingen, dienen schokbestendig, droog, onbeschadigd en schoon te zijn, alsmede vervaardigd van zodanig materiaal dat de eieren geen vreemde geur kunnen opnemen en dat de kwaliteit ervan niet ongunstig kan worden beïnvloed.

2. Grote verpakkingen, alsmede de binnenverpakkingen, die voor het vervoer en het verzenden van eieren worden gebruikt, mogen slechts opnieuw worden gebruikt, wanneer zij als nieuw zijn en beantwoorden aan de in lid 1 bedoelde technische en hygiënische eisen. Grote verpakkingen die opnieuw worden gebruikt, mogen geen enkele oude aanduiding hebben die tot verwarring kan leiden.

3. Kleine verpakkingen mogen niet opnieuw worden gebruikt.

Artikel 37

Voorwaarden voor opslag en vervoer

1. Tijdens de opslag in de bedrijfsruimten van de producent en tijdens het vervoer van producent naar verzamelaar of pakstation worden de eieren op een zodanige temperatuur gehouden dat een optimaal kwaliteitsbehoud wordt gewaarborgd.

2. De eieren dienen te worden opgeslagen in schone, droge ruimten die vrij zijn van vreemde geuren.

3. De eieren dienen onder zodanige omstandigheden te worden vervoerd en opgeslagen, dat zij schoon, droog en vrij van vreemde geuren blijven en op afdoende wijze tegen schokken, de inwerking van licht en te grote temperatuurschommelingen worden beschermd.

DEEL 2 INTREKKING EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 38

Intrekking

Verordening (EEG) nr. 1274/91 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar deze verordening en moeten worden gelezen volgens de in bijlage V opgenomen concordantietabel.

Artikel 39

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2004. Artikel 4, lid 2, is van toepassing met ingang van 1 mei 2004 wat de codes CZ, EE, CY, LV, LT, HU, MT, PL, SI en SK betreft, onder voorbehoud van de ratificering van het toetredingsverdrag.

Registratienummers van pakstations die vóór 31 december 2003 zijn erkend, mogen echter nog tot en met 31 december 2004 worden gebruikt.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 december 2003.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB L 173 van 06.07.1990, blz. 5. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2052/2003. (PB L 305 van 22.11.2003, blz. 1).

(2) PB L 198 van 22.07.1991, blz. 1. Laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 1).

(3) PB L 30 van 31.1.2002, blz. 44.

(4) PB L 121 van 16.05.1991, blz. 11. Laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 326/2003 (PB L 47 van 21.2.2003, blz. 31).

(5) PB L 203 van 03.08.1999, blz. 53. Laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003 van de Raad van 14 april 2003 (L 122 van 16.5.2003, blz. 1).

(6) PB L 109 van 6.5.2000, blz. 29.

(7) PB L 168 van 2.7.1994, blz. 34.

(8) PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

(9) PB L 212 van 22.7.1989, blz. 87. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 1).

(10) PB L 282 van 1.11.1975, blz. 49.

BIJLAGE I

1. Datum van minimale houdbaarheid:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. Verpakkingsdatum:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

3. Uiterste verkoopdatum:

vender antes

Sidste salgsdato

Verkauf bis

Πώληση

Sell by

à vend. préf. av. of DVR(1)

racc.

Uiterste verkoopdatum of Uit. verk. dat

Vend. de pref. antes de

viimeinen myyntipäivä

sista försäljningsdag

4. Legdatum:

Puesta

Læggedato

Gelegt am

Ωοτοκία

Laid

Pondu le

Dep.

Gelegd op

Postura

munintapäivä

värpta den

(1) Indien de vermeldingen DVR of DCR worden gebruikt, moeten uit de aanduidingen op de verpakking duidelijk blijken welke betekenis deze afkortingen hebben.

BIJLAGE II

In artikel 13 bedoelde vermeldingen voor het aanduiden van het houderijsysteem van legkippen: a) op de verpakkingen; b) op de eieren

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE III

Minimumvoorwaarden waaraan de pluimveebedrijven voor de verschillende houderijsystemen moeten voldoen

1. a) "Eieren van hennen met vrije uitloop" moeten afkomstig zijn van bedrijven die ten minste aan de voorwaarden van artikel 4 van Richtlijn 1999/74/EG met ingang van de in dat artikel genoemde datum voldoen en waar:

- de hennen, behalve bij door de veterinaire autoriteiten opgelegde tijdelijke beperkingen, de hele dag door over een uitloop in de open lucht beschikken;

- de voor de hennen toegankelijke uitloop in de open lucht grotendeels begroeid is en niet gebruikt wordt voor andere doeleinden, uitgezonderd als boomgaard, bosterrein of grasland, voorzover dit laatste gebruik door de bevoegde autoriteiten is toegestaan;

- de uitloop in de open lucht ten minste voldoet aan de voorwaarden van artikel 4, lid 1, punt 3, onder b), ii), van Richtlijn 1999/74/EG, waarbij de bezetting op geen enkel moment meer bedraagt dan 2500 hennen per hectare terrein dat voor de hennen toegankelijk is, d.w.z. nooit meer dan één hen per 4 m2; indien echter per hen 10 m2 beschikbaar is en een rotatiesysteem wordt toegepast, en alle dieren tijdens de gehele levensduur van het bestand in gelijke mate toegang hebben tot de gehele uitloopruimte, mag de bezetting per uitloopruimte op geen enkel moment meer dan één hen per 2,5 m2 bedragen;

- de uitloop zich niet verder uitstrekt dan 150 m van de dichtstbijgelegen uitgang van het gebouw; de uitloop mag zich tot 350 m van de dichtstbijgelegen uitgang van het gebouw uitstrekken, wanneer voldoende schuilplaatsen en drinkgoten in de zin van de genoemde bepaling gelijkmatig over de uitloopruimte verdeeld zijn, met een minimum van vier schuilplaatsen per hectare.

b) "Scharreleieren" moeten afkomstig zijn van bedrijven die ten minste voldoen aan de voorschriften van artikel 4 van Richtlijn 1999/74/EG met ingang van de in dat artikel bepaalde data.

c) "Kooieieren" moeten afkomstig zijn van bedrijven die ten minste:

- tot en met 31 december 2011 voldoen aan de voorschriften van artikel 5 van Richtlijn 1999/74/EG; of

- aan de voorschriften van artikel 6 van Richtlijn 1999/74/EG.

2. Tot de data die zijn vastgelegd in artikel 4 van Richtlijn 1999/74/EG, zoals bedoeld in punt 1, onder a) en b), blijven de in bijlage II, de punten c) en d), van Verordening (EEG) nr. 1274/91 die van toepassing waren tot de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1651/2001, van toepassing voor pluimveehouderijbedrijven die niet recentelijk gebouwd of verbouwd zijn en die nog niet aan de bepalingen van dit artikel voldoen.

3. Lidstaten mogen afwijkingen toestaan ten aanzien van punt 1, onder a) en b), voor houderijbedrijven met minder dan 350 leghennen of kippenhouderijen voor het fokken van legkippen, wat de verplichtingen betreft op grond van artikel 4, lid 1, punt 1, onder d), tweede zin, van artikel 4, lid 2, en van artikel 4, lid 3, onder a), punt i) en onder b), punt i), van Richtlijn 1999/74/EG.

BIJLAGE IV

Minimumvoorwaarden inzake de vermelding van de voedingswijze van de leghennen

Het vermelden van granen als bijzondere voederbestanddelen is slechts toegestaan, wanneer deze 60 gewichtspercenten van de voedergift uitmaken, waarvan niet meer dan 15 gewichtspercenten uit graanbijproducten mag bestaan.

Wanneer echter verwezen wordt naar specifieke graansoorten, moet, bij vermelding van slechts één graansoort, die soort minstens 30 gewichtspercenten van de voedergift uitmaken; bij vermelding van meerdere graansoorten moet elke soort minstens 5 gewichtspercenten van de voedergift uitmaken.

BIJLAGE V

Concordantietabel

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top