EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32002R1400

Verordening (EG) nr. 1400/2002 van de Commissie van 31 juli 2002 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de motorvoertuigensector

OJ L 203, 1.8.2002, p. 30–41 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 08 Volume 002 P. 158 - 169
Special edition in Estonian: Chapter 08 Volume 002 P. 158 - 169
Special edition in Latvian: Chapter 08 Volume 002 P. 158 - 169
Special edition in Lithuanian: Chapter 08 Volume 002 P. 158 - 169
Special edition in Hungarian Chapter 08 Volume 002 P. 158 - 169
Special edition in Maltese: Chapter 08 Volume 002 P. 158 - 169
Special edition in Polish: Chapter 08 Volume 002 P. 158 - 169
Special edition in Slovak: Chapter 08 Volume 002 P. 158 - 169
Special edition in Slovene: Chapter 08 Volume 002 P. 158 - 169
Special edition in Bulgarian: Chapter 08 Volume 001 P. 112 - 123
Special edition in Romanian: Chapter 08 Volume 001 P. 112 - 123

No longer in force, Date of end of validity: 31/05/2010: This act has been changed. Current consolidated version: 01/05/2004

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2002/1400/oj

32002R1400

Verordening (EG) nr. 1400/2002 van de Commissie van 31 juli 2002 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de motorvoertuigensector

Publicatieblad Nr. L 203 van 01/08/2002 blz. 0030 - 0041


Verordening (EG) nr. 1400/2002 van de Commissie

van 31 juli 2002

betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de motorvoertuigensector

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening nr. 19/65/EEG van de Raad van 2 maart 1965 betreffende de toepassing van artikel 85, lid 3, van het Verdrag op groepen van overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1215/1999(2), en met name op artikel 1,

Na bekendmaking van de ontwerpverordening(3),

Na raadpleging van het Adviescomité voor mededingingsregelingen en economische machtsposities,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Op grond van de ervaring die in de motorvoertuigensector is opgedaan met de distributie van nieuwe motorvoertuigen, reserveonderdelen en service na verkoop, kunnen groepen verticale overeenkomsten worden omschreven waarvan kan worden aangenomen dat deze gewoonlijk aan de voorwaarden van artikel 81, lid 3, voldoen.

(2) Op grond van deze ervaring kan worden geconcludeerd dat in deze sector strengere regels dan die van Verordening (EG) nr. 2790/1999 van de Commissie van 22 december 1999 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen(4) noodzakelijk zijn.

(3) Deze strengere regels voor het verlenen van een groepsvrijstelling, hierna "vrijstelling" genoemd, zijn van toepassing op verticale overeenkomsten betreffende de koop of verkoop van nieuwe motorvoertuigen, verticale overeenkomsten betreffende de koop of verkoop van reserveonderdelen voor motorvoertuigen en verticale overeenkomsten betreffende de koop of verkoop van herstellings- en onderhoudsdiensten voor dergelijke voertuigen wanneer die overeenkomsten worden gesloten tussen niet-concurrerende ondernemingen, tussen bepaalde concurrenten of door bepaalde verenigingen van kleinhandelaren of herstellers. Hieronder zijn begrepen verticale overeenkomsten die worden gesloten tussen een op kleinhandelsniveau actieve distributeur of een erkende hersteller en een (onder)distributeur of hersteller. Deze verordening dient op die verticale overeenkomsten eveneens van toepassing te zijn wanneer zij nevenbepalingen bevatten betreffende de overdracht of het gebruik van intellectuele-eigendomsrechten. Het begrip "verticale overeenkomsten" dient derhalve zodanig te worden gedefinieerd dat daaronder zowel overeenkomsten als de daarmee overeenstemmende onderling afgestemde feitelijke gedragingen worden verstaan.

(4) Het voordeel van de vrijstelling dient beperkt te zijn tot verticale overeenkomsten waarvan met voldoende zekerheid kan worden aangenomen dat zij aan de voorwaarden van artikel 81, lid 3, voldoen.

(5) Verticale overeenkomsten die tot de in deze verordening omschreven groepen behoren, kunnen de economische efficiëntie binnen een productie- of distributieketen bevorderen door een betere coördinatie tussen de deelnemende ondernemingen mogelijk te maken; in het bijzonder kunnen zij tot een vermindering van de transactie- en distributiekosten van de partijen leiden en tot een optimalisering van de hoogte van hun verkoop en investeringen.

(6) De kans dat een dergelijke efficiëntiebevorderende werking zwaarder weegt dan de mededingingverstorende gevolgen van in verticale overeenkomsten vervatte beperkingen, hangt af van de mate waarin de betrokken ondernemingen marktmacht bezitten en derhalve van de mate waarin deze ondernemingen concurrentie ondervinden van andere leveranciers van goederen of diensten die op grond van de kenmerken en prijzen van de producten, en van het gebruik waartoe zij bestemd zijn, door de afnemer als onderling verwisselbaar of substitueerbaar worden beschouwd.

(7) Om rekening te houden met de marktmacht van leveranciers dienen drempels te worden vastgesteld op basis van het marktaandeel. Voorts dient deze sectorale verordening strengere voorschriften te behelzen dan Verordening (EG) nr. 2790/1999, met name wat de selectieve distributie betreft. De drempels waaronder er van kan worden uitgegaan dat de voordelen die de verticale overeenkomsten opleveren, opwegen tegen de mededingingbeperkende gevolgen ervan, dienen te variëren naar gelang van de kenmerken van de verschillende types verticale overeenkomsten. Derhalve kan ervan worden uitgegaan dat verticale overeenkomsten in het algemeen dergelijke voordelen opleveren wanneer de betrokken leverancier een marktaandeel van hoogstens 30 % op de markten voor de distributie van nieuwe motorvoertuigen of reserveonderdelen heeft, dan wel hoogstens 40 % wanneer voor de verkoop van nieuwe motorvoertuigen kwantitatieve selectieve distributie wordt toegepast. Wat de service na verkoop betreft, kan ervan worden uitgegaan dat verticale overeenkomsten waarbij de leverancier criteria vaststelt betreffende de wijze waarop zijn erkende herstellers herstellings- of onderhoudsdiensten voor de motorvoertuigen van het relevante model moeten verrichten en hun tevens apparatuur verstrekt, en hen opleidt voor het verrichten van dergelijke diensten, in het algemeen dergelijke voordelen opleveren wanneer het netwerk van erkende herstellers van de betrokken leverancier een marktaandeel van hoogstens 30 % bezit. In het geval van verticale overeenkomsten die exclusieveleveringsverplichtingen bevatten, moet evenwel het marktaandeel van de afnemer in aanmerking worden genomen om de algemene gevolgen van deze verticale overeenkomsten op de markt te beoordelen.

(8) Boven deze marktaandeeldrempels kan niet ervan worden uitgegaan dat verticale overeenkomsten welke onder artikel 81, lid 1, vallen, gewoonlijk objectieve voordelen zullen meebrengen die naar hun aard en omvang opwegen tegen de uit deze overeenkomsten voortvloeiende nadelen voor de mededinging. In het geval van kwalitatieve selectieve distributie zijn deze voordelen echter te verwachten, ongeacht de omvang van het marktaandeel van de leverancier.

(9) Om te verhinderen dat een leverancier een overeenkomst opzegt omdat een distributeur of een hersteller zich concurrentiebevorderend gedraagt - zoals de actieve of passieve verkoop aan buitenlandse gebruikers, de verkoop van meer merken of de uitbesteding van herstellings- en onderhoudsdiensten -, moet in elke opzegging duidelijk schriftelijk melding worden gemaakt van de redenen, die objectief en doorzichtig moeten zijn. Teneinde de onafhankelijkheid van distributeurs en herstellers ten opzichte van hun leveranciers te bevorderen, dient voorts te worden voorzien in minimumopzeggingstermijnen voor de niet-verlenging van overeenkomsten van bepaalde duur en voor de beëindiging van overeenkomsten van onbepaalde duur.

(10) Teneinde de marktintegratie in de hand te werken en distributeurs of erkende herstellers in de gelegenheid te stellen nieuwe zakelijke kansen te benutten, moeten distributeurs of erkende herstellers in de mogelijkheid verkeren andere ondernemingen van hetzelfde type te verwerven die hetzelfde merk motorvoertuigen verkopen of repareren en die van het distributiestelsel deel uitmaken. Hiertoe moet elke verticale overeenkomst tussen een leverancier en een distributeur of erkende hersteller, aan de laatstgenoemde het recht verlenen al zijn rechten en verplichtingen over te dragen aan een andere onderneming van zijn keuze die van hetzelfde type is, hetzelfde merk motorvoertuigen verkoopt of herstelt en tot het distributiestelsel behoort.

(11) Ter bevordering van een snelle beslechting van geschillen die tussen de partijen bij een distributieovereenkomst ontstaan en de daadwerkelijke mededinging zouden kunnen belemmeren, dient vrijstelling alleen te worden verleend voor overeenkomsten die elke partij het recht verlenen een beroep te doen op een onafhankelijke deskundige of scheidsrechter, in het bijzonder in het geval van opzegging van de overeenkomst.

(12) Deze verordening heeft geen betrekking op verticale overeenkomsten die bepaalde soorten sterk mededingingverstorende beperkingen (hardekernbeperkingen) bevatten die de mededinging over het algemeen merkbaar beperken, zelfs bij geringe marktaandelen, en die niet onmisbaar zijn om de bovengenoemde positieve effecten te bewerkstelligen, ongeacht het marktaandeel van de betrokken ondernemingen. Dit betreft in het bijzonder verticale overeenkomsten die beperkingen bevatten zoals minimumprijzen, vaste doorverkoopprijzen of - met bepaalde uitzonderingen - beperkingen van het gebied waarin, of van de klanten aan wie, een distributeur of hersteller de contractgoederen of -diensten mag verkopen. Deze overeenkomsten dienen niet voor vrijstelling in aanmerking te komen.

(13) Er moet voor worden gezorgd dat de daadwerkelijke mededinging op de gemeenschappelijke markt tussen de in de verschillende lidstaten gevestigde distributeurs niet wordt beperkt wanneer een leverancier op sommige markten selectieve distributie toepast, terwijl hij voor andere markten andere distributievormen toepast. Met name dienen selectieve distributieovereenkomsten die beperkingen opleggen aan de passieve verkoop aan eindgebruikers of niet-erkende distributeurs op markten waar exclusieve gebieden zijn toegewezen, alsmede selectieve distributieovereenkomsten die beperkingen opleggen aan de passieve verkoop aan groepen klanten die exclusief aan andere distributeurs zijn toegewezen, van het voordeel van de vrijstelling te worden uitgesloten. De vrijstelling dient ook te worden ontzegd aan exclusieve distributieovereenkomsten wanneer beperkingen gelden voor de actieve of passieve verkoop aan de eindgebruikers of aan niet-erkende distributeurs op markten waarop selectieve distributie wordt toegepast.

(14) Het recht van een distributeur om nieuwe motorvoertuigen passief of, indien toepasselijk, actief te verkopen aan eindgebruikers, dient ook het recht te omvatten deze voertuigen te verkopen aan eindgebruikers die een tussenpersoon of een agent met aankoopbevoegdheid toestemming hebben verleend een nieuw motorvoertuig in hun naam te kopen, in ontvangst te nemen, te vervoeren of in bewaring te houden.

(15) Het recht van een distributeur om nieuwe motorvoertuigen of reserveonderdelen te verkopen aan, of van een erkende hersteller om herstellings- en onderhoudsdiensten te verrichten voor een eindgebruiker, zowel passief als, indien toepasselijk, actief, dient ook het recht te omvatten om gebruik te maken van het internet of verwijzingssites op het internet.

(16) Door leveranciers opgelegde beperkingen aan de verkoop van hun distributeurs aan eindgebruikers in andere lidstaten door bijvoorbeeld de vergoeding van de distributeur of de aankoopprijs van de bestemming van de voertuigen of de verblijfplaats van de eindgebruikers afhankelijk te stellen, komen eveneens neer op een indirecte verkoopbeperking. Andere voorbeelden van indirecte verkoopbeperkingen zijn leveringsquota die op een ander verkoopgebied dan de gemeenschappelijke markt zijn gebaseerd, ongeacht of die quota met verkoopdoelstellingen worden gecombineerd. Ook bonusstelsels op basis van de bestemming van de voertuigen of elke andere vorm van discriminerende levering van producten aan distributeurs, zowel bij producttekorten als in andere gevallen, komen neer op een indirecte verkoopbeperking.

(17) Verticale overeenkomsten die erkende herstellers die deel uitmaken van het distributiestelsel van een leverancier, niet verplichten aan garanties te voldoen en kosteloze onderhoudsbeurten en werkzaamheden in het kader van terugroepacties te verrichten met betrekking tot alle motorvoertuigen van het betrokken model die op de gemeenschappelijke markt worden verkocht, komen neer op een indirecte verkoopbeperking en dienen niet voor vrijstelling in aanmerking te komen. Deze verplichting laat het recht van een leverancier van motorvoertuigen onverlet een distributeur te verplichten met betrekking tot de door hem verkochte nieuwe motorvoertuigen ervoor te zorgen dat aan garanties wordt voldaan en dat kosteloze onderhoudsbeurten en werkzaamheden in het kader van terugroepacties worden verricht, hetzij door de distributeur zelf, hetzij, in het geval van uitbesteding, door de erkende hersteller of herstellers aan wie deze diensten zijn uitbesteed. In deze gevallen dienen de consumenten bijgevolg de mogelijkheid te hebben zich tot de distributeur te wenden indien bovenstaande verplichtingen niet naar behoren werden nagekomen door de erkende hersteller aan wie de distributeur deze diensten heeft uitbesteed. Om verkopen door motorvoertuigendistributeurs aan eindgebruikers waar ook in de gemeenschappelijke markt mogelijk te maken, dient de vrijstelling voorts alleen te gelden voor distributieovereenkomsten waarin van de tot het netwerk van de leverancier behorende herstellers wordt geëist dat zij herstellings- en onderhoudsdiensten verrichten voor de contractgoederen en daarmee overeenstemmende goederen, ongeacht waar die goederen op de gemeenschappelijke markt zijn verkocht.

(18) Op markten waarop selectieve distributie wordt toegepast, dient de vrijstelling te gelden voor een verbod dat aan een distributeur wordt opgelegd om zijn activiteit te ontplooien vanuit een bijkomende vestigingsplaats waar hij een distributeur is van voertuigen die geen personenauto's of lichte bedrijfsvoertuigen zijn. Dit verbod dient echter niet te worden vrijgesteld wanneer het de bedrijfsexpansie van de distributeur in de erkende vestigingsplaats beperkt, door bijvoorbeeld de uitbreiding of verwerving van de infrastructuur te beperken die noodzakelijk is om de verhoging van het verkoopvolume mogelijk te maken, met inbegrip van verhogingen die door internetverkopen tot stand worden gebracht

(19) Het zou ongepast zijn vrijstelling te verlenen voor verticale overeenkomsten die de verkoop beperken van originele reserveonderdelen en reserveonderdelen van gelijke kwaliteit door leden van het distributiestelsel aan onafhankelijke herstellers die deze gebruiken voor het verrichten van herstellings- of onderhoudsdiensten. Zonder toegang tot dergelijke reserveonderdelen zouden deze onafhankelijke herstellers niet daadwerkelijk met erkende herstellers kunnen concurreren, omdat zij voor de consumenten geen diensten van goede kwaliteit zouden kunnen verrichten welke bijdragen tot de veilige en betrouwbare werking van motorvoertuigen.

(20) Teneinde eindgebruikers het recht te geven nieuwe motorvoertuigen met identieke specificaties als die welke in een andere lidstaat worden verkocht, te kopen bij een distributeur die daarmee overeenstemmende modellen verkoopt en binnen de gemeenschappelijke markt gevestigd is, dient de vrijstelling enkel te gelden voor verticale overeenkomsten die een distributeur de mogelijkheid bieden een dergelijk voertuig dat overeenkomt met een model uit het door zijn overeenkomst bestreken assortiment, te bestellen, in voorraad te hebben en te verkopen. Discriminerende of objectief ongerechtvaardigde leveringsvoorwaarden, met name die welke betrekking hebben op leveringstermijnen of prijzen en door de leverancier worden toegepast op dergelijke voertuigen, moeten worden beschouwd als een beperking van de mogelijkheid van de distributeur om dergelijke voertuigen te verkopen.

(21) Motorvoertuigen zijn dure en technisch ingewikkelde mobiele producten die op geregelde en ongeregelde tijdstippen herstelling en onderhoud vergen. Het is echter niet noodzakelijk dat distributeurs van nieuwe motorvoertuigen ook herstellingen en onderhoud verrichten. Het rechtmatige belang van leveranciers en eindgebruikers kan volledig in acht genomen worden wanneer de distributeur deze diensten, waaronder het voldoen aan garanties, kosteloze onderhoudsbeurten en werkzaamheden in het kader van terugroepacties, uitbesteedt aan een hersteller of aan een aantal herstellers van het distributiestelsel van de leverancier. Toch is het wenselijk de vlotte toegankelijkheid van herstellings- en onderhoudsdiensten te garanderen. Daarom mag een leverancier van distributeurs die herstellings- en onderhoudsdiensten aan één of meer erkende herstellers uitbesteden, verlangen dat dezen aan de eindgebruikers de naam en het adres van de betrokken reparatiewerkplaats of -werkplaatsen geven. Indien een van deze erkende herstellers niet in de buurt van het verkooppunt is gevestigd, kan de leverancier van de distributeur eveneens verlangen dat hij de eindgebruikers de afstand van de betrokken reparatiewerkplaats of -werkplaatsen tot het verkooppunt meedeelt. Een leverancier kan een dergelijke verplichting echter slechts opleggen indien hij dezelfde verplichting oplegt aan distributeurs wier eigen reparatiewerkplaats zich niet in hetzelfde pand als het verkooppunt bevindt.

(22) Voorts is het niet noodzakelijk dat erkende herstellers nieuwe motorvoertuigen verkopen om op passende wijze herstellings- en onderhoudsdiensten te verrichten. De vrijstelling dient derhalve niet te gelden voor verticale overeenkomsten die een directe of indirecte verplichting of prikkel bevatten om verkoop- en serviceactiviteiten met elkaar te verbinden of die het verrichten van een van die activiteiten afhankelijk stelt van het verrichten van de andere; dit is met name het geval wanneer de vergoeding van distributeurs of erkende herstellers met betrekking tot de aankoop of verkoop van goederen of diensten die noodzakelijk zijn voor één activiteit, afhankelijk wordt gesteld van de aankoop of verkoop van goederen of diensten die verband houden met de andere activiteit of wanneer alle dergelijke goederen of diensten zonder onderscheid in één enkel vergoedings- of kortingsstelsel worden samengebracht.

(23) Teneinde daadwerkelijke mededinging op de herstellings- en onderhoudsmarkten te garanderen en herstellers de mogelijkheid te bieden concurrerende reserveonderdelen, zoals originele reserveonderdelen en reserveonderdelen van gelijke kwaliteit, aan de eindgebruikers aan te bieden, dient de vrijstelling niet te gelden voor verticale overeenkomsten die voor erkende herstellers die van het distributiestelsel van een voertuigfabrikant deel uitmaken, onafhankelijke distributeurs van reserveonderdelen, onafhankelijke herstellers of eindgebruikers de mogelijkheid beperken, reserveonderdelen te betrekken bij de fabrikant van dergelijke reserveonderdelen of bij een andere derde van hun keuze. Dit laat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de fabrikanten van reserveonderdelen onverlet.

(24) Teneinde erkende en onafhankelijke herstellers en eindgebruikers de mogelijkheid te bieden de fabrikant van componenten van motorvoertuigen of van reserveonderdelen te identificeren en tussen concurrerende reserveonderdelen te kiezen, dient de vrijstelling niet te gelden voor overeenkomsten waarbij een fabrikant van motorvoertuigen de mogelijkheid van een fabrikant van componenten of originele reserveonderdelen beperkt om zijn merk of logo daadwerkelijk en zichtbaar op deze onderdelen aan te brengen. Ter bevordering van deze keuze en van de verkoop van volgens de door de fabrikant voor de productie van onderdelen of reserveonderdelen verstrekte kwaliteitsnormen geproduceerde reserveonderdelen, wordt ervan uitgegaan dat reserveonderdelen originele reserveonderdelen zijn, wanneer de fabrikant van de reserveonderdelen een certificaat afgeeft dat de onderdelen van gelijke kwaliteit zijn als de onderdelen die voor de montage van een motorvoertuig worden gebruikt en volgens deze specificaties en normen zijn geproduceerd. Andere reserveonderdelen waarvoor de fabrikant van de reserveonderdelen te allen tijde een certificaat kan afgeven dat deze van gelijke kwaliteit zijn als de onderdelen die voor de montage van een bepaald motorvoertuig zijn gebruikt, kunnen als reserveonderdelen van gelijke kwaliteit worden verkocht.

(25) De vrijstelling dient niet te gelden voor verticale overeenkomsten die erkende herstellers beperken in het gebruik van onderdelen van gelijke kwaliteit voor de herstelling of het onderhoud van een motorvoertuig. Gezien de directe contractuele betrokkenheid van de voertuigfabrikanten bij herstellingen onder garantie, kosteloze onderhoudsbeurten en terugroepacties, dient de vrijstelling echter wel te gelden voor overeenkomsten die aan erkende herstellers verplichtingen opleggen om voor dat soort herstellingen originele reserveonderdelen te gebruiken die door de voertuigfabrikant worden geleverd.

(26) Teneinde daadwerkelijke mededinging op de markt voor herstellings- en onderhoudsdiensten te garanderen en de uitsluiting van onafhankelijke herstellers te voorkomen, moeten fabrikanten van motorvoertuigen alle belangstellende onafhankelijke marktdeelnemers volledige toegang verschaffen tot alle technische informatie, diagnose- en andere apparatuur, gereedschap, waaronder alle relevante software, en opleiding die voor de herstelling en het onderhoud van motorvoertuigen noodzakelijk zijn. De onafhankelijke marktdeelnemers aan wie een dergelijke toegang moet worden gegeven, zijn met name onafhankelijke herstellers, fabrikanten van herstellingsapparatuur of -gereedschap, uitgevers van technische informatie, automobielclubs, wegenwachtdiensten en bedrijven die keurings- en controlediensten aanbieden alsook bedrijven die opleidingen voor herstellers aanbieden. In het bijzonder mogen de toegangsvoorwaarden in geen geval tussen erkende en onafhankelijke marktdeelnemers discrimineren, moet op verzoek onverwijld toegang worden gegeven en mag de prijs van de informatie de toegang ertoe niet ontmoedigen, doordat geen rekening wordt gehouden met de mate waarin de onafhankelijke marktdeelnemer de informatie gebruikt. Een leverancier van motorvoertuigen dient verplicht te worden technische informatie over nieuwe motorvoertuigen ter beschikking te stellen van onafhankelijke marktdeelnemers op hetzelfde tijdstip waarop die informatie beschikbaar wordt gesteld voor zijn erkende herstellers en mag onafhankelijke marktdeelnemers in geen geval verplichten meer informatie af te nemen dan nodig is voor de uitvoering van de werkzaamheden in kwestie. Leveranciers dienen verplicht te worden toegang te verlenen tot de technische informatie die vereist is voor het herprogrammeren van elektronische apparatuur in een motorvoertuig. Zij mogen evenwel toegang weigeren tot technische informatie die een derde in staat zou kunnen stellen in het voertuig gemonteerde anti-diefstalapparatuur te omzeilen of buiten werking te stellen, elektronische apparatuur te herijken of te knoeien met apparatuur die bijvoorbeeld de snelheid van motorvoertuigen begrenst, tenzij bescherming tegen diefstal, herijken of knoeien met minder beperkende maatregelen kan worden bewerkstelligd. De intellectuele-eigendomsrechten en rechten inzake knowhow, met inbegrip van die welke op de bovengenoemde apparatuur betrekking hebben, moeten evenwel op een dusdanige wijze worden uitgeoefend dat elk misbruik wordt vermeden.

(27) Teneinde toegang tot de relevante markten te garanderen, collusie op die markten te vermijden en de distributeurs de kans te geven voertuigen van merken van twee of meer fabrikanten die geen verbonden ondernemingen zijn, te verkopen, zijn aan de vrijstelling bepaalde specifieke voorwaarden verbonden. Zo dient de vrijstelling niet te worden verleend voor niet-concurrentiebedingen. Onverminderd de mogelijkheid van de leverancier om van de distributeur te eisen dat hij de voertuigen in merkspecifieke ruimten van de toonzaal tentoonstelt teneinde verwarring tussen merken te vermijden, dient met name geen vrijstelling te worden verleend voor een verbod om concurrerende modellen te verkopen. Hetzelfde geldt voor de verplichting om het volledige assortiment motorvoertuigen tentoon te stellen indien deze verplichting omde verkoop of de tentoonstelling van voertuigen die vervaardigd worden door niet-verbonden ondernemingen, onmogelijk maakt of op onredelijk wijze bemoeilijkt. Voorts wordt een verplichting om merkspecifiek verkooppersoneel in dienst te hebben, als een indirect niet-concurrentiebeding beschouwd, waarvoor bijgevolg de vrijstelling niet dient te gelden, tenzij de distributeur besluit merkspecifiek verkooppersoneel in dienst te hebben en de leverancier alle hieraan verbonden bijkomende kosten betaalt.

(28) Teneinde te garanderen dat herstellers aan alle motorvoertuigen herstellings- of onderhoudswerkzaamheden kunnen verrichten, dient de vrijstelling niet te gelden voor verplichtingen die de mogelijkheid van herstellers van voertuigen beperken om herstellings- of onderhoudsdiensten te verrichten voor merken van concurrerende leveranciers.

(29) Bovendien zijn specifieke voorwaarden noodzakelijk om bepaalde beperkingen, die soms in het kader van een selectief distributiestelsel worden opgelegd, van de werkingssfeer van de vrijstelling uit te sluiten. Dit geldt in het bijzonder voor verplichtingen die tot gevolg hebben dat de leden van een selectief distributiestelsel worden verhinderd de merken van bepaalde concurrerende leveranciers te verkopen, hetgeen gemakkelijk zou kunnen leiden tot uitsluiting van bepaalde merken. Aanvullende voorwaarden zijn noodzakelijk om intramerk-concurrentie en marktintegratie in de gemeenschappelijke markt te bevorderen, om mogelijkheden te scheppen voor distributeurs en erkende herstellers die zakelijke kansen buiten hun vestigingsplaats wensen te benutten en om de voorwaarden te scheppen die de ontwikkeling van distributeurs van meer merken mogelijk maakt. In het bijzonder dient een beperking van de mogelijkheid om werkzaam te zijn buiten een toegestane vestigingsplaats voor de distributie van personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen of voor het verrichten van herstellings- en onderhoudsdiensten, niet te worden vrijgesteld. De leverancier mag bijkomende verkoop- of leveringspunten voor personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen of reparatiewerkplaatsen eisen teneinde te voldoen aan de relevante kwaliteitscriteria die gelden voor gelijksoortige vestigingen in hetzelfde geografische gebied.

(30) De vrijstelling dient niet te gelden voor beperkingen van de mogelijkheid van een distributeur om leasingdiensten voor motorvoertuigen te verkopen.

(31) De marktaandeeldrempels, de uitsluiting van bepaalde verticale overeenkomsten en de in deze verordening vastgestelde voorwaarden dienen normaal te waarborgen, dat de overeenkomsten waarvoor de vrijstelling geldt, de deelnemende ondernemingen niet de mogelijkheid geven voor een wezenlijk deel van de betrokken goederen of diensten de mededinging uit te schakelen.

(32) Wanneer in individuele gevallen overeenkomsten die overigens voor de vrijstelling in aanmerking zouden komen, desondanks met artikel 81, lid 3, onverenigbare gevolgen hebben, heeft de Commissie de bevoegdheid het voordeel van de vrijstelling in te trekken; dit kan in het bijzonder geschieden wanneer de afnemer op de relevante markt waar hij goederen wederverkoopt of diensten aanbiedt, belangrijke marktmacht bezit of wanneer parallelle netwerken van verticale overeenkomsten gelijksoortige gevolgen hebben welke de toetreding tot of de mededinging op een relevante markt aanmerkelijk beperken. Dergelijke cumulatieve gevolgen kunnen zich bijvoorbeeld voordoen bij selectieve distributie. De Commissie kan het voordeel van de vrijstelling ook intrekken wanneer de mededinging op een markt aanmerkelijk wordt beperkt wegens de aanwezigheid van een leverancier met marktmacht of wanneer de leveringsprijzen en -voorwaarden voor distributeurs van motorvoertuigen wezenlijk verschillen tussen geografische markten. Zij kan het voordeel van de vrijstelling eveneens intrekken wanneer voor de levering van met de contractgoederen overeenstemmende goederen discriminerende prijzen, verkoopvoorwaarden of ongerechtvaardigd hoge toeslagen, zoals toeslagen voor voertuigen met rechtse besturing, worden toegepast.

(33) Verordening nr. 19/65/EEG machtigt de nationale autoriteiten van de lidstaten om het voordeel van de vrijstelling in te trekken voor verticale overeenkomsten die met de voorwaarden van artikel 81, lid 3, onverenigbare gevolgen hebben, wanneer deze gevolgen zich op hun grondgebied of op een deel daarvan voordoen en wanneer dit grondgebied de kenmerken van een afzonderlijke geografische markt vertoont. De uitoefening van deze nationale bevoegdheid tot intrekking dient geen afbreuk te doen aan de eenvormige toepassing van de communautaire mededingingsregels in de gehele gemeenschappelijke markt, noch aan de volle werking van de ter uitvoering van deze regels genomen maatregelen.

(34) Ter verbetering van het toezicht op parallelle netwerken van verticale overeenkomsten die een soortgelijke mededingingbeperkende werking hebben en meer dan 50 % van een bepaalde markt bestrijken, moet de Commissie de bevoegdheid hebben deze verordening voor verticale overeenkomsten, welke bepaalde met de betrokken markt verband houdende beperkingen bevatten, buiten toepassing te verklaren, daardoor de volledige toepassing van artikel 81, lid 1, op deze overeenkomsten herstellend.

(35) De vrijstelling dient te worden verleend zonder afbreuk te doen aan de toepassing van artikel 82 van het Verdrag inzake misbruik van een machtspositie door een onderneming.

(36) Verordening (EG) nr. 1475/95 van de Commissie van 28 juni 1995 betreffende de toepassing van artikel 85, lid 3, van het Verdrag op groepen afzet- en klantenserviceovereenkomsten inzake motorvoertuigen(5) is van kracht tot 30 september 2002. Om alle marktdeelnemers de tijd te gunnen verticale overeenkomsten die met die verordening verenigbaar zijn en die nog van kracht zijn op het ogenblik waarop de daarin gegeven vrijstelling verstrijkt, aan te passen, is het wenselijk dat voor dergelijke overeenkomsten wordt voorzien in een overgangsperiode tot 1 oktober 2003, gedurende welke zij krachtens de onderhavige verordening vrijgesteld dienen te zijn van het verbod van artikel 81, lid 1.

(37) Om alle marktdeelnemers met een kwantitatief selectief distributiestelsel voor nieuwe personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen in staat te stellen hun bedrijfsstrategie aan te passen aan het feit dat de vrijstelling niet geldt voor bepalingen inzake vestigingsplaatsen, is het wenselijk te bepalen dat de in artikel 5, lid 2, onder b), neergelegde voorwaarde van toepassing wordt op 1 oktober 2005.

(38) De Commissie dient regelmatig toezicht te houden op de werking van deze verordening, met bijzondere aandacht voor de gevolgen ervan voor de mededinging op het gebied van de kleinhandel in motorvoertuigen en dat van de service na verkoop binnen de gemeenschappelijke markt of relevante gedeelten daarvan. Dit dient het toezicht te omvatten op de gevolgen van deze verordening voor de structuur en graad van concentratie van de distributie van motorvoertuigen en mogelijke daaruit voortvloeiende gevolgen voor de mededinging. De Commissie dient ook een beoordeling uit te voeren van de werking van deze verordening en hierover uiterlijk op 31 mei 2008 verslag uit te brengen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Definities

1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a) "concurrerende ondernemingen": daadwerkelijke of potentiële leveranciers op dezelfde productmarkt; de productmarkt omvat goederen of diensten die op grond van hun kenmerken, hun prijzen en het gebruik waarvoor zij zijn bestemd, door de afnemer als met de contractgoederen of -diensten onderling verwisselbaar of substitueerbaar worden beschouwd;

b) "niet-concurrentiebeding": elke directe of indirecte verplichting van de afnemer om geen goederen of diensten te produceren, te kopen, te verkopen of door te verkopen die met de contractgoederen of -diensten concurreren, of elke directe of indirecte verplichting van de afnemer om op de relevante markt meer dan 30 % van zijn totale aankopen van de contractgoederen, daarmee overeenstemmende goederen of diensten en substituten daarvan bij de leverancier of een door de leverancier aangewezen onderneming te betrekken, berekend op basis van de waarde van de aankopen van de afnemer in het voorafgaande kalenderjaar Een verplichting dat de distributeur motorvoertuigen van andere leveranciers in afzonderlijke verkoopruimten van de toonzaal verkoopt teneinde verwarring tussen de merken te vermijden, is geen niet-concurrentiebeding in de zin van deze verordening. Een verplichting om merkspecifiek verkooppersoneel in dienst te hebben voor verschillende merken motorvoertuigen is een niet-concurrentiebeding in de zin van deze verordening, tenzij de distributeur besluit merkspecifiek verkooppersoneel in dienst te hebben en de leverancier alle hieraan verbonden bijkomende kosten betaalt;

c) "verticale overeenkomsten": overeenkomsten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen waarbij twee of meer, met het oog op de toepassing van de overeenkomst elk in een verschillend stadium van de productie- of distributieketen werkzame ondernemingen partij zijn;

d) "verticale beperkingen": mededingingsbeperkingen die binnen het toepassingsgebied van artikel 81, lid 1, vallen, voorzover deze beperkingen vervat zijn in een verticale overeenkomst;

e) "exclusieveleveringsverplichting": elke directe of indirecte verplichting van de leverancier om, met het oog op een bepaald gebruik of wederverkoop, de contractgoederen of -diensten slechts aan één afnemer op de gemeenschappelijke markt te verkopen;

f) "selectief distributiestelsel": een distributiestelsel waarbij de leverancier zich ertoe verbindt de contractgoederen of -diensten, direct of indirect, alleen te verkopen aan distributeurs of herstellers die op grond van gespecificeerde criteria zijn uitgekozen en waarbij deze distributeurs of herstellers zich ertoe verbinden deze goederen of diensten niet aan niet-erkende distributeurs of onafhankelijke herstellers te verkopen, onverminderd de mogelijkheid om reserveonderdelen aan onafhankelijke herstellers te verkopen of de verplichting om alle technische informatie, diagnoseapparatuur, gereedschap en opleiding welke noodzakelijk zijn voor de herstelling en het onderhoud van motorvoertuigen of voor de tenuitvoerlegging van milieubeschermende maatregelen, aan onafhankelijke marktdeelnemers te verstrekken;

g) "kwantitatief selectief distributiestelsel": een selectief distributiestelsel waarbij de leverancier voor de selectie van distributeurs of herstellers criteria gebruikt die hun aantal rechtstreeks beperken;

h) "kwalitatief selectief distributiestelsel": een selectief distributiestelsel waarbij de leverancier voor de selectie van distributeurs of herstellers criteria gebruikt die uitsluitend van kwalitatieve aard zijn, noodzakelijk zijn wegens de aard van het contractgoed of de contractdienst, eenvormig zijn neergelegd voor alle distributeurs of herstellers die lid van het distributiestelsel willen worden, niet discriminerend worden toegepast en het aantal distributeurs of herstellers niet rechtstreeks beperken;

i) "intellectuele-eigendomsrechten": industriële eigendomsrechten, auteursrecht en naburige rechten;

j) "knowhow": een geheel van niet-geoctrooieerde praktische informatie, voortvloeiend uit de ervaring van de leverancier en de door deze uitgevoerde proeven, die geheim, wezenlijk en geïdentificeerd is; in dit verband betekent "geheim" dat de knowhow in zijn geheel of in de precieze configuratie en samenstelling van de componenten ervan niet algemeen bekend of gemakkelijk verkrijgbaar is, "wezenlijk" betekent dat de knowhow informatie omvat die voor de afnemer onmisbaar is voor het gebruik, de verkoop of de wederverkoop van de contractgoederen of -diensten; "geïdentificeerd" betekent dat de knowhow zodanig volledig beschreven is, dat kan worden nagegaan of hij aan de criteria van geheim-zijn en wezenlijkheid voldoet;

k) "afnemer", distributeur of hersteller: onder meer een onderneming die voor rekening van een andere onderneming goederen of diensten verkoopt;

l) "erkende hersteller": een verrichter van herstellings- en onderhoudsdiensten voor motorvoertuigen, die actief is in het distributiestelsel dat door een leverancier van motorvoertuigen is opgezet;

m) "onafhankelijke hersteller": een verrichter van herstellings- en onderhoudsdiensten voor motorvoertuigen, die niet actief is in het distributiestelsel dat is opgezet door de leverancier van de motorvoertuigen waarvoor hij herstellingen of het onderhoud verricht. Een erkende hersteller binnen het distributiestelsel van een bepaalde leverancier wordt voor de toepassing van deze verordening geacht een onafhankelijke hersteller te zijn, voorzover hij herstellings- of onderhoudsdiensten aanbiedt voor motorvoertuigen ten aanzien waarvan hij geen lid is van het distributiestelsel van de betrokken leverancier;

n) "motorvoertuig": een voertuig met drie of meer wielen dat zich op eigen kracht voortbeweegt en bestemd is voor gebruik op de openbare weg;

o) "personenauto": een motorvoertuig bestemd voor het vervoer van personen dat naast de zitplaats van de bestuurder hoogstens acht zitplaatsen heeft;

p) "licht bedrijfsvoertuig": een motorvoertuig bestemd voor het vervoer van goederen of personen waarvan de maximummassa ten hoogste 3,5 t bedraagt; wanneer een bepaald licht bedrijfsvoertuig ook wordt verkocht in een uitvoering met een maximummassa van meer dan 3,5 t, worden alle uitvoeringen van dat voertuig als lichte bedrijfsvoertuigen aangemerkt;

q) "door de overeenkomst bestreken assortiment": alle verschillende modellen van motorvoertuigen die door de distributeur bij de leverancier kunnen worden betrokken;

r) "een motorvoertuig dat met een model van het door de overeenkomst bestreken assortiment overeenstemt": een voertuig dat het voorwerp is van een distributieovereenkomst met een andere onderneming van het distributiestelsel dat door de fabrikant of met diens toestemming is opgezet en:

- dat de fabrikant in serie vervaardigt of monteert, en

- waarvan de carrosserie dezelfde vorm heeft en dat hetzelfde aandrijvingsmechanisme, hetzelfde chassis, alsmede hetzelfde motortype heeft als een voertuig uit het door de overeenkomst bestreken assortiment;

s) "reserveonderdelen": producten die ter vervanging van onderdelen van het voertuig in of op het voertuig worden gemonteerd, met inbegrip van producten zoals smeermiddelen, die voor het gebruik van het voertuig noodzakelijk zijn, met uitzondering van brandstof;

t) "originele reserveonderdelen": reserveonderdelen die van dezelfde kwaliteit zijn als de voor de montage van het betrokken motorvoertuig gebruikte onderdelen en die zijn vervaardigd volgens de specificaties en productienormen die door de fabrikant zijn verstrekt voor de productie van de onderdelen van het nieuwe motorvoertuig. Dit omvat onder meer reserveonderdelen die worden geproduceerd op dezelfde productielijn als deze onderdelen. Tot het bewijs van het tegendeel wordt ervan uitgegaan dat onderdelen originele reserveonderdelen zijn, indien de onderdelenfabrikant certificeert dat de onderdelen van gelijke kwaliteit zijn als de onderdelen die voor de montage van het betrokken motorvoertuig zijn gebruikt en dat zij volgens de specificaties en productienormen van de fabrikant van de voertuigen zijn vervaardigd;

u) "reserveonderdelen van gelijke kwaliteit": uitsluitend reserveonderdelen die zijn vervaardigd door een onderneming die te allen tijde kan certificeren dat de betrokken onderdelen van gelijke kwaliteit zijn als de onderdelen welke voor de montage van de betrokken motorvoertuigen worden of zijn gebruikt;

v) "ondernemingen die deel uitmaken van het distributiestelsel": de fabrikant en de ondernemingen die door de fabrikant of met diens toestemming met de distributie dan wel de herstelling of het onderhoud van contractgoederen of overeenstemmende goederen zijn belast;

w) "eindgebruiker": onder meer leasingbedrijven tenzij in de gebruikte leasingovereenkomsten voorzien is in een eigendomsoverdracht of een optie om het voertuig aan te kopen vóór het verstrijken van de overeenkomst.

2. De termen "onderneming", "leverancier", "afnemer", "distributeur" en "hersteller" omvatten de respectievelijk met hen verbonden ondernemingen.

"Verbonden ondernemingen" zijn:

a) de ondernemingen waarbij een partij bij de overeenkomst rechtstreeks of middellijk:

i) hetzij de bevoegdheid heeft meer dan de helft van de stemrechten uit te oefenen,

ii) hetzij de bevoegdheid heeft meer dan de helft van de leden van de raad van toezicht, de raad van bestuur of de krachtens de wet tot vertegenwoordiging bevoegde organen te benoemen,

iii) hetzij het recht heeft de zaken van de onderneming te leiden;

b) ondernemingen die ten aanzien van een partij bij de overeenkomst rechtstreeks of middellijk over de onder a) bedoelde rechten of bevoegdheden beschikken;

c) ondernemingen waarin een onderneming zoals bedoeld onder b) rechtstreeks of middellijk over de onder a) bedoelde rechten of bevoegdheden beschikt;

d) ondernemingen waarin een partij bij de overeenkomst gezamenlijk met één of meer van de ondernemingen zoals bedoeld onder a), b) of c), of waarin twee of meer van de laatstgenoemde ondernemingen gezamenlijk over de onder a) bedoelde rechten of bevoegdheden beschikken;

e) ondernemingen waarin over de onder a) bedoelde rechten of bevoegdheden gezamenlijk wordt beschikt door:

i) partijen bij de overeenkomst of de respectieve met hen verbonden ondernemingen zoals bedoeld onder a) tot en met d), of

ii) één of meer van de partijen bij de overeenkomst of één of meer van de met hen verbonden ondernemingen zoals bedoeld onder a) tot en met d) en één of meer derde partijen.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1. Overeenkomstig artikel 81, lid 3, van het Verdrag en onverminderd de bepalingen van deze verordening, wordt artikel 81, lid 1, hierbij buiten toepassing verklaard voor verticale overeenkomsten die betrekking hebben op de voorwaarden waaronder de partijen nieuwe motorvoertuigen, reserveonderdelen voor motorvoertuigen of herstellings- of onderhoudsdiensten voor motorvoertuigen kunnen kopen, verkopen of doorverkopen.

De eerste alinea is van toepassing voorzover deze verticale overeenkomsten verticale beperkingen bevatten.

De in dit lid bepaalde vrijstelling wordt binnen het bestek van deze verordening "de vrijstelling" genoemd.

2. De vrijstelling is ook van toepassing op de volgende categorieën verticale overeenkomsten:

a) verticale overeenkomsten gesloten tussen een ondernemersvereniging en haar leden, of tussen een dergelijke vereniging en haar leveranciers, alleen indien al haar leden distributeurs van motorvoertuigen of reserveonderdelen voor motorvoertuigen of herstellers zijn en mits geen individueel lid van de vereniging tezamen met de met dat lid verbonden ondernemingen een totale jaaromzet van meer dan 50 miljoen EUR behaalt; door dergelijke verenigingen gesloten verticale overeenkomsten vallen binnen het toepassingsgebied van de onderhavige verordening onverminderd de toepassing van artikel 81 op tussen de leden van de vereniging gesloten horizontale overeenkomsten of op door de vereniging genomen besluiten;

b) verticale overeenkomsten welke bepalingen bevatten betreffende de overdracht aan de afnemer of het gebruik door de afnemer van intellectuele-eigendomsrechten indien deze bepalingen niet het hoofdonderwerp van dergelijke overeenkomsten vormen en rechtstreeks met het gebruik, de verkoop of de wederverkoop van goederen of diensten door de afnemer of zijn klanten verband houden. De vrijstelling is van toepassing op voorwaarde dat deze bepalingen geen mededingingsbeperkingen met betrekking tot de contractgoederen en -diensten bevatten welke hetzelfde doel of gevolg hebben als verticale beperkingen waarvoor op grond van deze verordening geen vrijstelling geldt.

3. De vrijstelling is niet van toepassing op verticale overeenkomsten gesloten tussen concurrerende ondernemingen.

Zij is echter wel van toepassing wanneer concurrerende ondernemingen een niet-wederkerige verticale overeenkomst sluiten en:

a) de afnemer een totale jaaromzet van niet meer dan 100 miljoen EUR behaalt, of

b) de leverancier een producent en een distributeur van goederen is, terwijl de afnemer een distributeur is die geen goederen produceert die met de contractgoederen concurreren, of

c) de leverancier op verschillende handelsniveaus een aanbieder van diensten is, terwijl de afnemer geen concurrerende diensten aanbiedt op het handelsniveau waarop hij de contractdiensten koopt.

Artikel 3

Algemene voorwaarden

1. Onverminderd het bepaalde in de leden 2, 3, 4, 5, 6 en 7 is de vrijstelling van toepassing op voorwaarde dat het marktaandeel van de leverancier op de relevante markt waarop hij nieuwe motorvoertuigen, reserveonderdelen voor motorvoertuigen of herstellings- en onderhoudsdiensten verkoopt, niet meer dan 30 % bedraagt.

De marktaandeeldrempel voor de toepassing van de vrijstelling bedraagt evenwel 40 % voor overeenkomsten ter invoering van kwantitatieve selectieve distributiestelsels voor de verkoop van nieuwe motorvoertuigen.

Deze drempels zijn niet van toepassing op overeenkomsten ter invoering van kwalitatieve selectieve distributiestelsels.

2. Bij verticale overeenkomsten die exclusieveleveringsverplichtingen omvatten, is de vrijstelling van toepassing op voorwaarde dat het marktaandeel van de afnemer op de relevante markt waarop hij de contractgoederen of -diensten koopt, niet meer dan 30 % bedraagt.

3. De vrijstelling is van toepassing op voorwaarde dat in de verticale overeenkomst welke met een distributeur of een hersteller is gesloten, is bepaald dat de leverancier instemt met de overdracht van de uit de verticale overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen aan een andere distributeur of hersteller die tot het distributiestelsel behoort en door eerstgenoemde distributeur of hersteller is gekozen.

4. De vrijstelling is van toepassing op voorwaarde dat in de verticale overeenkomst welke met een distributeur of een hersteller is gesloten, is bepaald dat een leverancier die een overeenkomst wenst op te zeggen, zulks schriftelijk moet doen en uitvoerig opgave moet doen van de objectieve en doorzichtige redenen voor de beëindiging, teneinde te voorkomen dat een leverancier een verticale overeenkomst met een distributeur of hersteller niet verlengt of beëindigt wegens gedragingen die uit hoofde van deze verordening niet mogen worden beperkt.

5. De vrijstelling is van toepassing op voorwaarde dat in de verticale overeenkomst welke door de leverancier van nieuwe motorvoertuigen met een distributeur of een erkende hersteller is gesloten, is bepaald:

a) dat de duur van de overeenkomst ten minste vijf jaar bestrijkt; in dat geval moet elke contractpartij zich ertoe verbinden de andere contractpartij ten minste zes maanden van tevoren in kennis te stellen van zijn voornemen om de overeenkomst niet te verlengen;

b) of dat de overeenkomst voor onbepaalde duur is gesloten; in dat geval moet de termijn voor regelmatige opzegging van de overeenkomst voor beide contractpartijen ten minste twee jaar bedragen; deze termijn wordt verminderd tot ten minste één jaar wanneer:

i) de leverancier verplicht is bij beëindiging van de overeenkomst krachtens de wet of op grond van een bijzondere overeenkomst een redelijke vergoeding te betalen, of

ii) de leverancier de overeenkomst beëindigt wanneer het nodig is het gehele of een groot deel van het netwerk te reorganiseren.

6. De vrijstelling is van toepassing op voorwaarde dat in de verticale overeenkomst is bepaald dat elk van de partijen het recht heeft geschillen over de nakoming van hun contractuele verplichtingen aan een onafhankelijke deskundige of scheidsrechter voor te leggen. Deze geschillen kunnen onder meer verband houden met:

a) leveringsverplichtingen;

b) de vaststelling of de verwezenlijking van verkoopdoelstellingen;

c) de nakoming van voorraadvereisten;

d) de nakoming van een verplichting om demonstratievoertuigen te verstrekken of te gebruiken;

e) de voorwaarden voor de verkoop van verschillende merken;

f) de vraag of het verbod op het verrichten van activiteiten vanuit een niet-erkende vestigingsplaats de bedrijfsexpansiemogelijkheden van de distributeur van andere motorvoertuigen dan personenauto's of lichte bedrijfsvoertuigen beperkt, of

g) de vraag of de beëindiging van een overeenkomst gerechtvaardigd is door de in de opzegging aangegeven redenen.

Het in de eerste zin bedoelde recht doet geen afbreuk aan het recht van elke partij zich tot de nationale rechter te wenden.

7. Voor de toepassing van dit artikel wordt het marktaandeel van de in artikel 1, lid 2, onder e), bedoelde partijen in gelijke delen omgeslagen over alle ondernemingen die de in artikel 1, lid 2, onder a), bedoelde rechten of bevoegdheden bezitten.

Artikel 4

Hardekernbeperkingen

(Hardekernbeperkingen van de verkoop van nieuwe motorvoertuigen, herstellings- en onderhoudsdiensten of reserveonderdelen)

1. De vrijstelling is niet van toepassing op verticale overeenkomsten die, op zich of in combinatie met andere factoren waarover de partijen controle hebben, direct of indirect, tot doel hebben:

a) de beperking van de mogelijkheden van de distributeur of de hersteller tot het vaststellen van zijn verkoopprijs, onverminderd de mogelijkheid van de leverancier om een maximumverkoopprijs op te leggen of een verkoopprijs aan te raden, mits dit niet neerkomt op een vaste of een minimumverkoopprijs als een gevolg van door één van de partijen uitgeoefende druk of gegeven prikkels;

b) de beperking van het gebied waarin of de klanten aan wie de distributeur of de hersteller de contractgoederen of -diensten mag verkopen; de vrijstelling geldt echter wel voor:

i) de beperking van de actieve verkoop in het exclusieve gebied of aan een exclusieve klantenkring, voor de leverancier voorbehouden of door de leverancier aan een andere distributeur of hersteller toegewezen, wanneer deze beperking niet de verkoop door de klanten van de distributeur of de hersteller beperkt;

ii) de beperking van de verkoop aan eindgebruikers door een op groothandelsniveau werkzame distributeur;

iii) de beperking van de verkoop van nieuwe motorvoertuigen en reserveonderdelen aan niet-erkende distributeurs door de leden van een selectief distributiestelsel op markten waar selectieve distributie wordt toegepast, onverminderd het bepaalde onder i);

iv) de beperking van de mogelijkheden van de afnemer om onderdelen welke voor montage geleverd zijn, te verkopen aan klanten die de onderdelen zouden gebruiken om soortgelijke goederen te produceren als de door de leverancier geproduceerde goederen;

c) de beperking van onderlinge leveringen tussen distributeurs of herstellers binnen een selectief distributiestelsel, ook wanneer de distributeurs of herstellers op verschillende handelsniveaus werkzaam zijn;

d) de beperking van de actieve of passieve verkoop van nieuwe personenauto's of lichte bedrijfsvoertuigen, reserveonderdelen voor motorvoertuigen of herstellings- en onderhoudsdiensten voor motorvoertuigen aan eindgebruikers door leden van een selectief distributiestelsel die op kleinhandelsniveau werkzaam zijn op markten waar selectieve distributie wordt toegepast. De vrijstelling geldt echter wel voor overeenkomsten die aan een lid van een selectief distributiestelsel een verbod opleggen vanuit een niet-erkende vestigingsplaats werkzaam te zijn. De vrijstelling kan op een dergelijk verbod echter slechts worden toegepast mits artikel 5, lid 2, onder b), in acht wordt genomen;

e) de beperking van de actieve of passieve verkoop van andere nieuwe motorvoertuigen dan personenauto's of lichte bedrijfsvoertuigen aan eindgebruikers door leden van een selectief distributiestelsel die op kleinhandelsniveau werkzaam zijn op markten waarop selectieve distributie wordt toegepast, onverminderd de mogelijkheid van de leverancier om een lid van dat stelsel te verbieden werkzaam te zijn vanuit een niet-erkende vestigingsplaats;

(Hardekernbeperkingen die alleen gelden ten aanzien van de verkoop van nieuwe motorvoertuigen)

f) de beperking van de mogelijkheden van een distributeur om een nieuw motorvoertuig te verkopen dat overeenstemt met een model in zijn door de overeenkomst bestreken assortiment;

g) de beperking van de mogelijkheden van de distributeur om het verrichten van herstellings- en onderhoudsdiensten uit te besteden aan erkende herstellers, onverminderd de mogelijkheid van de leverancier om van de distributeur te eisen dat deze aan de eindgebruikers vóór de sluiting van de verkoopovereenkomst de naam en het adres geeft van de betrokken erkende hersteller of herstellers en, indien een van deze erkende herstellers niet in de buurt van het verkooppunt gevestigd is, dat hij aan de eindgebruikers de afstand tussen deze reparatiewerkplaats of -werkplaatsen en het verkooppunt meedeelt; deze verplichtingen kunnen echter alleen worden opgelegd indien soortgelijke verplichtingen worden opgelegd aan distributeurs wier reparatiewerkplaats zich niet in hetzelfde pand als het verkooppunt bevindt;

(Hardekernbeperkingen die alleen gelden ten aanzien van de verkoop van herstellings- en onderhoudsdiensten en reserveonderdelen)

h) de beperking van de mogelijkheden van de erkende hersteller om zijn activiteiten te beperken tot het verrichten van herstellings- en onderhoudsdiensten en de distributie van reserveonderdelen;

i) de beperking van de verkoop van reserveonderdelen voor motorvoertuigen door leden van een selectief distributiestelsel aan onafhankelijke herstellers welke deze onderdelen gebruiken voor de herstelling en het onderhoud van een motorvoertuig;

j) de beperking die is overeengekomen tussen een leverancier van originele reserveonderdelen of reserveonderdelen van gelijke kwaliteit, herstellingsgereedschap, diagnoseapparatuur of andere apparatuur en een fabrikant van motorvoertuigen, die de mogelijkheden van de leverancier beperkt deze producten of diensten te verkopen aan erkende of onafhankelijke distributeurs, erkende of onafhankelijke herstellers of eindgebruikers;

k) de beperking van de mogelijkheden van een distributeur of een erkende hersteller om originele reserveonderdelen of reserveonderdelen van gelijke kwaliteit te betrekken bij een derde onderneming van hun keuze en deze voor de herstelling of het onderhoud van motorvoertuigen te gebruiken, onverminderd de mogelijkheid van een leverancier van nieuwe motorvoertuigen te eisen dat originele reserveonderdelen worden gebruikt bij herstellingen die onder garantie plaatsvinden, kosteloze onderhoudsbeurten en werkzaamheden in het kader van terugroepacties;

l) de beperking welke is overeengekomen door een fabrikant van motorvoertuigen die onderdelen gebruikt voor de aanvankelijke montage van motorvoertuigen en de leverancier van dergelijke onderdelen, die de mogelijkheid van de laatstgenoemde beperkt zijn merk of logo daadwerkelijk en op een duidelijk zichtbare wijze aan te brengen op de geleverde onderdelen of op reserveonderdelen.

2. De vrijstelling is niet van toepassing wanneer de leverancier van motorvoertuigen weigert onafhankelijke marktdeelnemers toegang te verlenen tot technische informatie, diagnoseapparatuur en andere apparatuur, gereedschap, waaronder relevante software, of opleiding, die noodzakelijk zijn voor de herstelling en het onderhoud van die motorvoertuigen of voor de tenuitvoerlegging van milieubeschermende maatregelen.

De te verlenen toegang moet met name de volgende elementen omvatten: onbeperkt gebruik van de elektronische controle- en diagnosesystemen van een motorvoertuig, de programmering van die systemen volgens de standaardprocedures van de leverancier, de herstellings- en opleidingsinstructies alsmede de informatie die vereist is voor het gebruik van diagnose- en onderhoudsinstrumenten en -apparatuur.

Onafhankelijke marktdeelnemers dient op niet-discriminerende, vlotte en evenredige wijze toegang te worden verleend en de informatie moet in bruikbare vorm worden verstrekt. Indien op het relevante item een intellectuele-eigendomsrecht rust of indien het knowhow omvat, mag de toegang ertoe niet worden geweigerd op een wijze die op misbruik neerkomt.

Voor de toepassing van dit lid wordt onder "onafhankelijke marktdeelnemer" verstaan: ondernemingen die direct of indirect bij de herstelling en het onderhoud van motorvoertuigen betrokken zijn, met name onafhankelijke herstellers, fabrikanten van herstellingsapparatuur of -gereedschap, onafhankelijke distributeurs van reserveonderdelen, uitgevers van technische informatie, automobielclubs, wegenwachtdiensten, bedrijven die keurings- en controlediensten aanbieden en bedrijven die opleiding voor herstellers aanbieden.

Artikel 5

Bijzondere voorwaarden

1. Met betrekking tot de verkoop van nieuwe motorvoertuigen, herstellings- en onderhoudsdiensten of reserveonderdelen is de vrijstelling niet van toepassing op de volgende in verticale overeenkomsten opgenomen verplichtingen:

a) een direct of indirect niet-concurrentiebeding;

b) een directe of indirecte verplichting die de mogelijkheden van een erkende hersteller beperkt om herstellings- en onderhoudsdiensten voor voertuigen van concurrerende leveranciers te verrichten;

c) een directe of indirecte verplichting die tot gevolg heeft dat de leden van een distributiestelsel geen motorvoertuigen of reserveonderdelen van bepaalde concurrerende leveranciers mogen verkopen of geen herstellings- en onderhoudsdiensten voor motorvoertuigen van bepaalde concurrerende leveranciers mogen verrichten;

d) een directe of indirecte verplichting die tot gevolg heeft dat de distributeur of erkende hersteller, na beëindiging van de overeenkomst, geen motorvoertuigen mag vervaardigen, kopen, verkopen of doorverkopen of geen herstellings- of onderhoudsdiensten mag verrichten.

2. Met betrekking tot de verkoop van nieuwe motorvoertuigen is de vrijstelling niet van toepassing op de volgende in verticale overeenkomsten opgenomen verplichtingen:

a) een directe of indirecte verplichting die tot gevolg heeft dat de kleinhandelaar geen leasingdiensten mag verkopen die verband houden met contractgoederen of daarmee overeenstemmende goederen;

b) een aan een distributeur van personenauto's of lichte bedrijfsvoertuigen binnen een selectief distributiestelsel opgelegde directe of indirecte verplichting die zijn mogelijkheden beperkt bijkomende verkoop- of leveringspunten te vestigen op andere plaatsen in de gemeenschappelijke markt waar selectieve distributie wordt toegepast.

3. Met betrekking tot herstellings- en onderhoudsdiensten of de verkoop van reserveonderdelen is de vrijstelling niet van toepassing op een directe of indirecte verplichting ten aanzien van de plaats van vestiging van een erkend hersteller wanneer een selectief distributiestelsel wordt toegepast.

Artikel 6

Intrekking van het voordeel van de verordening

1. De Commissie kan overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Verordening nr. 19/65/EEG het voordeel van de onderhavige verordening intrekken, wanneer zij in een bepaald geval vaststelt dat verticale overeenkomsten waarop deze verordening van toepassing is, desondanks gevolgen hebben die met de voorwaarden van artikel 81, lid 3, van het Verdrag onverenigbaar zijn, en met name wanneer:

a) de toegang tot de relevante markt of de mededinging op die markt aanmerkelijk wordt beperkt door het cumulatieve effect van parallelle netwerken van gelijksoortige verticale beperkingen die door concurrerende leveranciers of afnemers tot uitvoering worden gebracht, of

b) de mededinging wordt beperkt op een markt waarop één leverancier niet wordt blootgesteld aan daadwerkelijke concurrentie van andere leveranciers, of

c) leveringsprijzen of -voorwaarden van contractgoederen of daarmee overeenstemmende goederen wezenlijk verschillen tussen geografische markten, of

d) discriminerende prijzen of verkoopvoorwaarden worden toegepast op een geografische markt.

2. Wanneer in een individueel geval verticale overeenkomsten waarop de vrijstelling van toepassing is, op het grondgebied van een lidstaat, of op een deel daarvan, dat alle kenmerken van een afzonderlijke geografische markt vertoont, met de voorwaarden van artikel 81, lid 3, van het Verdrag onverenigbare gevolgen hebben, kan de bevoegde autoriteit van deze lidstaat het voordeel van de toepassing van deze verordening met betrekking tot dit gebied intrekken, onder dezelfde omstandigheden als vermeld in lid 1.

Artikel 7

Niet-toepassing van de verordening

1. De Commissie kan overeenkomstig artikel 1 bis van Verordening nr. 19/65/EEG bij verordening verklaren dat, wanneer parallelle netwerken van gelijksoortige verticale beperkingen meer dan 50 % van een relevante markt bestrijken, de onderhavige verordening niet van toepassing is op verticale overeenkomsten die bepaalde beperkingen omvatten die op deze markt betrekking hebben.

2. Een verordening zoals bedoeld in lid 1 is niet eerder dan één jaar na haar vaststelling van toepassing.

Artikel 8

Marktaandeelberekening

1. De in deze verordening bedoelde marktaandelen worden op de volgende wijze berekend:

a) voor de distributie van nieuwe motorvoertuigen: op grond van de hoeveelheid door de leverancier verkochte contractgoederen en daarmee overeenstemmende goederen, samen met andere door de leverancier verkochte goederen die op grond van hun productkenmerken, hun prijzen en het gebruik waarvoor zij zijn bestemd, door de afnemer als onderling verwisselbaar of substitueerbaar worden beschouwd;

b) voor de distributie van reserveonderdelen: op grond van de waarde van de door de leverancier verkochte contractgoederen en andere goederen, samen met andere door de leverancier verkochte goederen die op grond van hun productkenmerken, hun prijzen en het gebruik waarvoor zij zijn bestemd, door de afnemer als onderling verwisselbaar of substitueerbaar worden beschouwd;

c) voor herstellings- en onderhoudsdiensten: op grond van de waarde van de contractdiensten die door de leden van het distributiestelsel van de leverancier worden verkocht, samen met andere door deze leden verkochte diensten die op grond van hun kenmerken, hun prijzen en het gebruik waarvoor zij zijn bestemd, door de afnemer als onderling verwisselbaar of substitueerbaar worden beschouwd.

Wanneer deze gegevens inzake hoeveelheden niet beschikbaar zijn, mogen waardegegevens worden gehanteerd, of omgekeerd. Ingeval dergelijke gegevens niet beschikbaar zijn, mag gebruik worden gemaakt van ramingen die op andere betrouwbare marktinformatie gebaseerd zijn. Voor de toepassing van artikel 3, lid 2, wordt het marktaandeel berekend op basis van, onderscheidenlijk, het volume van de aankopen op de markt of de waarde van de aankopen op de markt, of op grond van ramingen daarvan.

2. Voor de toepassing van de in deze verordening vervatte marktaandeeldrempels van 30 % en 40 % gelden de volgende regels:

a) het marktaandeel wordt berekend op grond van gegevens die betrekking hebben op het voorafgaande kalenderjaar;

b) het marktaandeel omvat ook goederen of diensten die ten verkoop aan geïntegreerde distributeurs worden geleverd;

c) wanneer het marktaandeel aanvankelijk niet meer dan respectievelijk 30 % of 40 % bedraagt, maar vervolgens boven dit niveau stijgt zonder respectievelijk de 35 % of 45 % te overschrijden, blijft de vrijstelling van toepassing gedurende twee opeenvolgende kalenderjaren volgend op het jaar waarin de marktaandeeldrempel van respectievelijk 30 % of 40 % voor het eerst is overschreden;

d) wanneer het marktaandeel aanvankelijk niet meer dan respectievelijk 30 % of 40 % bedraagt, doch vervolgens tot respectievelijk meer dan 35 % of 45 % stijgt, blijft de vrijstelling gelden gedurende één kalenderjaar volgende op het jaar waarin het niveau van respectievelijk 30 % of 40 % voor het eerst werd overschreden;

e) het voordeel van het bepaalde onder c) en d) kan niet zodanig worden gecombineerd dat dit tot een langere periode dan twee kalenderjaren zou leiden.

Artikel 9

Omzetberekening

1. Voor de berekening van de in artikel 2 respectievelijk in lid 2, onder a), en lid 3, onder a), bedoelde cijfers betreffende de totale jaaromzet worden de omzetten die in het vorige boekjaar door de relevante partij bij de verticale overeenkomst en de met haar verbonden ondernemingen met alle goederen en diensten zijn behaald, exclusief alle belastingen en andere heffingen, opgeteld. Hierbij wordt geen rekening gehouden met transacties tussen de partij bij de verticale overeenkomst en met haar verbonden ondernemingen of tussen met haar verbonden ondernemingen onderling.

2. De vrijstelling blijft gelden wanneer gedurende een periode van twee opeenvolgende boekjaren de grens gesteld aan de totale jaaromzet met niet meer dan 10 % wordt overschreden.

Artikel 10

Overgangsperiode

Het verbod van artikel 81, lid 1, is gedurende de periode van 1 oktober 2002 tot en met 30 september 2003 niet van toepassing op overeenkomsten die op 30 september 2002 reeds van kracht zijn en die niet aan de voorwaarden voor vrijstelling van deze verordening voldoen, maar wel voldoen aan de vrijstellingsvoorwaarden van Verordening (EG) nr. 1475/95.

Artikel 11

Toezicht en beoordelingsverslag

1. De Commissie houdt regelmatig toezicht op de werking van deze verordening, met bijzondere aandacht voor de gevolgen ervan voor:

a) de mededinging op het gebied van de kleinhandel in motorvoertuigen en dat van de service na verkoop binnen de gemeenschappelijke markt of relevante gedeelten daarvan,

b) de structuur en de graad van concentratie van de distributie van motorvoertuigen en mogelijke daaruit voortvloeiende gevolgen voor de mededinging.

2. De Commissie stelt uiterlijk op 31 mei 2008 een verslag op over deze verordening, in het bijzonder gelet op de in artikel 81, lid 3, genoemde voorwaarden.

Artikel 12

Inwerkingtreding en geldigheidsduur

1. Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2002.

2. Artikel 5, lid 2, onder b), is van toepassing met ingang van 1 oktober 2005.

3. Deze verordening blijft van toepassing tot en met 31 mei 2010.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 juli 2002.

Voor de Commissie

Mario Monti

Lid van de Commissie

(1) PB 36 van 6.3.1965, blz. 533/65.

(2) PB L 148 van 15.6.1999, blz. 1.

(3) PB C 67 van 16.3.2002, blz. 2.

(4) PB L 336 van 29.12.1999, blz. 21.

(5) PB L 145 van 29.6.1995, blz. 25.

Top