Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32001R1207

Verordening (EG) nr. 1207/2001 van de Raad van 11 juni 2001 betreffende procedures ter vergemakkelijking van de afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1, de opstelling van factuurverklaringen en formulieren EUR.2 en de afgifte van bepaalde vergunningen "toegelaten exporteur" in het kader van de bepalingen die voor het preferentiële handelsverkeer tussen de Europese Gemeenschap en sommige landen gelden en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3351/83

OJ L 165, 21.6.2001, p. 1–12 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 02 Volume 012 P. 15 - 26
Special edition in Estonian: Chapter 02 Volume 012 P. 15 - 26
Special edition in Latvian: Chapter 02 Volume 012 P. 15 - 26
Special edition in Lithuanian: Chapter 02 Volume 012 P. 15 - 26
Special edition in Hungarian Chapter 02 Volume 012 P. 15 - 26
Special edition in Maltese: Chapter 02 Volume 012 P. 15 - 26
Special edition in Polish: Chapter 02 Volume 012 P. 15 - 26
Special edition in Slovak: Chapter 02 Volume 012 P. 15 - 26
Special edition in Slovene: Chapter 02 Volume 012 P. 15 - 26
Special edition in Bulgarian: Chapter 02 Volume 014 P. 136 - 147
Special edition in Romanian: Chapter 02 Volume 014 P. 136 - 147

No longer in force, Date of end of validity: 30/04/2016; opgeheven door 32008R0450 zie 32013R0952

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/1207/oj

32001R1207

Verordening (EG) nr. 1207/2001 van de Raad van 11 juni 2001 betreffende procedures ter vergemakkelijking van de afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1, de opstelling van factuurverklaringen en formulieren EUR.2 en de afgifte van bepaalde vergunningen "toegelaten exporteur" in het kader van de bepalingen die voor het preferentiële handelsverkeer tussen de Europese Gemeenschap en sommige landen gelden en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3351/83

Publicatieblad Nr. L 165 van 21/06/2001 blz. 0001 - 0012


Verordening (EG) nr. 1207/2001 van de Raad

van 11 juni 2001

betreffende procedures ter vergemakkelijking van de afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1, de opstelling van factuurverklaringen en formulieren EUR.2 en de afgifte van bepaalde vergunningen "toegelaten exporteur" in het kader van de bepalingen die voor het preferentiële handelsverkeer tussen de Europese Gemeenschap en sommige landen gelden en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3351/83

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 133,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Verordening (EEG) nr. 3351/83 van de Raad van 14 november 1983 betreffende de regeling ter vergemakkelijking van de afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en het opstellen van formulieren EUR.2 in het kader van de bepalingen die voor het preferentiële handelsverkeer tussen de Europese Economische Gemeenschap en sommige landen gelden(1), heeft de voorwaarden vastgelegd voor de juiste toepassing van de preferentiële oorsprongsregels in het kader van de uitvoer van de Gemeenschap naar bepaalde derde landen.

(2) Sinds de vaststelling van Verordening (EEG) nr. 3351/83 hebben zich op het douanegebied vele veranderingen voorgedaan.

(3) In het kader van de eengemaakte markt is vastgesteld dat bedrijven die goederen uitvoeren uit een of meer andere lidstaten dan die waarin zij zijn gevestigd en die voor de afgifte van bewijzen van oorsprong vereenvoudigde procedures willen toepassen, soms voor iedere lidstaat van uitvoer een afzonderlijke vergunning moeten aanvragen en verkrijgen. Om te bewerkstelligen dat het systeem van preferentiële regelingen behoorlijk kan blijven werken, is het wenselijk deze situatie te vereenvoudigen.

(4) De autoriteiten die voor de afgifte of de controle van bewijzen van de oorsprong verantwoordelijk zijn, dienen in staat te zijn binnen de vereiste termijnen aan de verplichtingen van de Gemeenschap op grond van de preferentiële overeenkomsten te voldoen.

(5) Verordening (EEG) nr. 3351/83 moet terwille van de duidelijkheid worden ingetrokken en vervangen door de onderhavige verordening,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Doel

In deze verordening worden bepalingen vastgesteld ter vergemakkelijking van:

a) de afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 door de autoriteiten van de lidstaten en de opstelling van factuurverklaringen of formulieren EUR.2 door de exporteurs van de Gemeenschap,

b) de afgifte van vergunningen "toegelaten exporteur" die in verscheidene lidstaten geldig zijn,

c) de werking van de methoden van administratieve samenwerking tussen de lidstaten.

Artikel 2

Leveranciersverklaringen en het gebruik ervan

1. Leveranciers verstrekken door middel van een verklaring informatie over het karakter van de producten met betrekking tot de in de Gemeenschap geldende preferentiële oorsprongsregels.

2. Leveranciersverklaringen worden door exporteurs als bewijsstuk gebruikt, met name bij de aanvraag om afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of als grondslag voor de opstelling van factuurverklaringen of formulieren EUR.2.

Artikel 3

De opstelling van leveranciersverklaringen

Behalve in de in artikel 4 bedoelde gevallen verstrekt de leverancier voor iedere zending goederen een leveranciersverklaring.

De leverancier brengt de verklaring aan op de bij de zending behorende handelsfactuur, of op een leveringsbon, of op een ander handelsdocument waarop de goederen voldoende nauwkeurig zijn omschreven om deze te kunnen identificeren.

De leverancier kan de verklaring te allen tijde verstrekken, zelfs na de levering van de goederen.

Artikel 4

Leveranciersverklaringen voor herhaald gebruik

1. Wanneer een leverancier een bepaalde afnemer geregeld goederen levert waarvan het karakter met betrekking tot de preferentiële oorsprongsregels vermoedelijk geruime tijd ongewijzigd zal blijven, mag hij één enkele verklaring verstrekken die voor alle latere zendingen van de betrokken goederen geldig is, hierna "leveranciersverklaring voor herhaald gebruik" genoemd. Een leveranciersverklaring voor herhaald gebruik wordt verstrekt voor een periode van ten hoogste één jaar vanaf de datum waarop de verklaring werd afgegeven.

2. Een leveranciersverklaring voor herhaald gebruik kan met terugwerkende kracht worden verstrekt. In dergelijke gevallen mag de geldigheidsduur ervan niet langer zijn dan één jaar vanaf de datum waarop de verklaring van kracht werd.

3. Wanneer de leveranciersverklaring voor herhaald gebruik niet meer voor de geleverde goederen geldt, deelt de leverancier dit de afnemer onmiddellijk mede.

Artikel 5

Vorm en opstelling van de leveranciersverklaring

1. Voor producten die een preferentieel oorsprongskarakter hebben verkregen, wordt de leveranciersverklaring afgegeven in de in bijlage I voorgeschreven vorm en de leveranciersverklaring voor herhaald gebruik in de in bijlage II voorgeschreven vorm.

2. Voor producten die in de Gemeenschap be- of verwerkingen hebben ondergaan zonder een preferentieel oorsprongskarakter te hebben verkregen, wordt de leveranciersverklaring afgegeven in de in bijlage III voorgeschreven vorm en de leveranciersverklaring voor herhaald gebruik in de in bijlage IV voorgeschreven vorm.

3. De leveranciersverklaringen worden door de leverancier eigenhandig ondertekend en kunnen in een voorgedrukte vorm worden opgemaakt. Wanneer de factuur en de leveranciersverklaring met behulp van de computer worden opgesteld, behoeft de leveranciersverklaring echter niet met de hand te worden ondertekend, mits de leverancier de afnemer een schriftelijke toezegging doet toekomen waarin hij de volle verantwoordelijkheid op zich neemt voor iedere leveranciersverklaring waaruit zijn identiteit blijkt alsof hij deze eigenhandig had ondertekend.

Artikel 6

Inlichtingenblad INF 4

1. Om de juistheid en de echtheid van een leveranciersverklaring te controleren kunnen de douaneautoriteiten de exporteur verzoeken bij de leverancier een inlichtingenblad INF 4 aan te vragen, waarvan een voorbeeld in bijlage V is opgenomen.

2. Het inlichtingenblad INF 4 wordt afgegeven door de douaneautoriteiten van de lidstaat waarin de leverancier gevestigd is. Genoemde autoriteiten zijn gerechtigd bewijsmateriaal op te vragen, de administratie van de leverancier in te zien en elke andere controle te verrichten die zij dienstig achten.

3. Het inlichtingenblad INF 4 wordt door de douaneautoriteiten afgegeven binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag, met de vermelding of de door de leverancier verstrekte verklaring juist was of niet.

4. Het ingevulde inlichtingenblad wordt afgegeven aan de leverancier die het aan de exporteur zendt met het oog op de toezending aan de bevoegde douaneautoriteiten.

Artikel 7

De bewaring van verklaringen en de daarbij behorende bewijsstukken

1. De leverancier die een leveranciersverklaring opstelt, bewaart alle bewijsstukken voor de juistheid van de verklaring ten minste drie jaar.

2. De douaneautoriteit bij welke een aanvraag voor de afgifte van een inlichtingenblad INF 4 is ingediend, bewaart het aanvraagformulier ten minste drie jaar.

Artikel 8

Vergunning "toegelaten exporteur"

1. Een exporteur die veelvuldig goederen uit een andere lidstaat uitvoert dan die waarin hij is gevestigd, kan voor deze uitvoer de status van "toegelaten exporteur" verkrijgen.

Hij dient daartoe bij de bevoegde douaneautoriteiten van de lidstaat waarin hij is gevestigd en waar hij tevens de bewijsstukken in verband met de oorsprong bewaart, een aanvraag in.

2. Wanneer de in lid 1 bedoelde autoriteiten ervan overtuigd zijn dat aan de voorwaarden in de protocollen betreffende de oorsprong bij de desbetreffende overeenkomsten of in de Gemeenschapswetgeving betreffende de autonome preferentiële regelingen is voldaan, en zij de vergunning afgeven, stellen zij de douaneadministraties van de betrokken lidstaten daarvan in kennis.

Artikel 9

Wederzijdse administratieve bijstand

De douaneautoriteiten van de lidstaten verlenen elkaar bijstand bij het controleren van de juistheid van de in de leveranciersverklaringen vermelde gegevens en om ervoor te zorgen dat het systeem van vergunningen "toegelaten exporteur" naar behoren werkt.

Artikel 10

Controle van de leveranciersverklaringen

1. Wanneer een exporteur niet binnen vier maanden na het verzoek van de douaneautoriteiten een inlichtingenblad INF 4 kan overleggen, kunnen de douaneautoriteiten van de lidstaat van uitvoer rechtstreeks de autoriteiten van de lidstaat waarin de leverancier is gevestigd verzoeken het karakter van de betrokken producten met betrekking tot de regels van preferentiële oorsprong te bevestigen.

2. Voor de toepassing van lid 1 zenden de douaneautoriteiten van de lidstaat van uitvoer de douaneautoriteiten van de lidstaat tot welke het verzoek is gericht, alle beschikbare gegevens toe, onder vermelding van de materiële of formele redenen waarom om een onderzoek wordt verzocht.

Ter ondersteuning van hun verzoek verstrekken zij alle door hen verkregen bescheiden of gegevens die het vermoeden hebben doen rijzen dat de leveranciersverklaring niet juist is.

3. De controle wordt verricht door de douaneautoriteiten van de lidstaat waarin de leveranciersverklaring is afgegeven. Deze zijn gerechtigd bewijsmateriaal op te vragen, de administratie van de producent in te zien en elke andere controle te verrichten die zij dienstig achten.

4. De resultaten van de controle worden door middel van het inlichtingenblad INF 4 de douaneautoriteiten die om de controle hebben verzocht zo spoedig mogelijk medegedeeld.

5. Wanneer binnen vijf maanden na het verzoek om controle geen antwoord is ontvangen of wanneer het antwoord niet voldoende gegevens bevat om de werkelijke oorsprong van de producten vast te stellen, worden de afgegeven certificaten inzake goederenverkeer EUR.1, de factuurverklaringen of de formulieren EUR.2 die op grond van de betrokken documenten zijn opgesteld door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer ongeldig verklaard.

Artikel 11

Intrekking

Verordening (EEG) nr. 3351/83 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening.

Artikel 12

Overgangsbepalingen

1. Vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening opgestelde leveranciersverklaringen en leveranciersverklaringen voor herhaald gebruik blijven geldig.

2. Leveranciersverklaringen die met de voorbeelden in Verordening (EEG) nr. 3351/83 overeenkomen, kunnen nog gedurende een periode van twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze verordening worden afgegeven.

3. De formulieren van het inlichtingenblad INF 4 van het model dat in bijlage V bij Verordening (EEG) nr. 3351/83 is opgenomen, kunnen nog gedurende een periode van twaalf maanden na de datum van de inwerkingtreding van deze verordening worden gebruikt.

Artikel 13

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 11 juni 2001.

Voor de Raad

De voorzitter

M. Sahlin

(1) PB L 339 van 5.12.1983, blz. 19.

BIJLAGE I

>PIC FILE= "L_2001165NL.000402.TIF">

BIJLAGE II

>PIC FILE= "L_2001165NL.000502.TIF">

BIJLAGE III

>PIC FILE= "L_2001165NL.000602.TIF">

BIJLAGE IV

>PIC FILE= "L_2001165NL.000702.TIF">

BIJLAGE V

Inlichtingenblad INF 4 en aanvraag om een inlichtingenblad INF 4

1. AANWIJZINGEN VOOR HET DRUKKEN

1.1. Het inlichtingenblad INF 4 wordt gedrukt op een formulier van wit papier, zo gelijmd dat het goed beschrijfbaar is, houtvrij en met een gewicht van 40 à 65 g/m2.

1.2. De afmetingen van het formulier zijn 210 x 297 mm.

1.3. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor het drukken van de formulieren; elk formulier draagt een volgnummer ter individualisering. De formulieren worden in een van de officiële talen van de Gemeenschap gedrukt.

>PIC FILE= "L_2001165NL.000901.TIF">

Aantekeningen

1. Op de certificaten mag geen doorhaling of overschrijving voorkomen. Eventuele wijzigingen dienen te worden aangebracht door doorhaling van de onjuiste vermelding en, in voorkomend geval, door toevoeging van de juiste vermelding. Elke aldus aangebrachte wijziging dient te worden goedgekeurd door degene die het certificaat heeft opgesteld en te worden geviseerd door de douaneautoriteiten van het land of gebied van afgifte.

2. Tussen de in het certificaat vermelde artikelen mag geen tussenruimte worden gelaten en deze artikelen dienen doorlopend te worden genummerd. Onmiddellijk onder het laatste artikel dient een horizontale lijn getrokken te worden. Onbeschreven gedeelten dienen te worden doorgehaald, zodat elke latere toevoeging onmogelijk wordt.

3. De goederen worden met hun gebruikelijke handelsbenaming aangeduid onder opgaaf van de bijzonderheden, nodig voor de vaststelling van hun identiteit.

4. De formulieren worden in een van de officiële talen van de Gemeenschap ingevuld. De douaneautoriteiten van de lidstaat die de informatie moet verstrekken kunnen om een vertaling verzoeken van de gegevens in de hen voorgelegde documenten in de officiële taal of talen van die lidstaat.

>PIC FILE= "L_2001165NL.001101.TIF">

>PIC FILE= "L_2001165NL.001201.TIF">

Top